CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Voorjaarsnota 2021-2025

Raadsvergadering 29 juni 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Voorjaarsnota 2021-2025, jaarschijven 2021 en 2022-202537.692 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

2021/10257

Voorjaarsnota 2021 - 2025 Molen op de wind houden

Inhoudsopgave 1. Hoofdlijnen

4

Financiële hoofdlijnen

7

2. Programma’s

14

2.1 Programma Onderwijs, jeugd en zorg 2.2 Programma Werk, inkomen en economie 2.3 Programma Maatschappelijke ontwikkeling 2.4 Programma Ruimtelijke en gebiedsontwikkeling 2.5 Programma Buitenruimte, vastgoed en bereikbaarheid 2.6 Programma Veiligheid, handhaving en publieke dienstverlening 2.7 Programma Bestuur en financiën

15 20 25 29 33 37 41

3. Bedrijfsvoering

45

4. Financiële begroting

50

4.1 Overzicht van baten en lasten 4.2 Grondslagen begroting 2022 - 2025 4.3 Investeringen

51 52 53

5. Bijlagen

72

5.1 Overzicht van baten en lasten per product 5.2 Reserves 5.3 Overzicht mutaties per programma

73 81 84

2

Voorwoord Hierbij presenteert het college van Zaanstad u de Voorjaarsnota 2021-2025. Deze voorjaarsnota is de laatste voorjaarsnota van deze bestuursperiode. In de voorliggende bestuursperiode hebben we veel bereikt voor de stad, ondanks de coronapandemie. Corona vroeg begin 2020 onverwacht om grote wendbaarheid van ons als bestuur en organisatie. Daar hebben we voortvarend op ingespeeld, in nauwe samenwerking met de veiligheidsregio Zaanstreek Waterland; onder andere door het inrichten van coronaposten en het anders inzetten van handhaving op het gebied van openbare orde en veiligheid. En om de eerste nood bij ondernemers en instellingen te ledigen hebben veel collega’s hard gewerkt om de rijksregelingen zoals ToZo te implementeren. We zijn er trots op dat we desondanks het grootste deel van het coalitieakkoord dit jaar verwachten te realiseren. Maar niet alles kan en we moeten ook flink bijsturen. We voelen ons hiertoe genoodzaakt in afwachting van extra middelen van het Rijk. We zijn op dit moment niet meer in staat een sluitende meerjarenbegroting te presenteren zonder drastische bezuinigingen en maatregelen te nemen die onmiskenbaar maatschappelijk schade zal toebrengen. Het college kiest hier niet voor. Het is tijd voor het Rijk om gemeenten financieel in de gelegenheid te stellen de aan hun toegekende taken op goede wijze uit te voeren.

Wij blijven hier actief het gesprek over voeren en vertrouwen erop dat het nieuwe kabinet hierin de juiste keuzes zal maken.

Leeswijzer De Voorjaarsnota 2021-2025 begint met de bestuurlijke en financiële hoofdlijnen, waarna u de programmabegroting aantreft. Elk programma bevat een toelichting op de beleidsuitvoering in het huidige jaar, een vooruitblik op de komende jaren en een korte financiële paragraaf. De paragraaf bedrijfsvoering beschrijft de ontwikkelingen in de gemeentelijke organisatie in 2021. In de financiële begroting leest u over de investeringen. De raad wordt gevraagd akkoord te geven op de gewijzigde programmabegroting 2021 en de financiële kaders voor 2022 -2025 vast te stellen voor verdere uitwerking in de begroting 2022.

De voorjaarsnota bevat een bijstelling van de begroting 2021. We zijn in staat geweest om het tekort in 2021 niet verder op te laten lopen dan waarmee de begroting was vastgesteld. Op dit moment kunnen we de effecten van corona op de begroting opvangen met de middelen die het Rijk ons daarvoor geeft. De voorjaarsnota bevat ook de beleidsmatige en financiële kaders waarmee het college de begroting 2022-2025 zal opstellen. Ondanks dat er nu nog geen financieel sluitend meerjarenbeeld ligt, gaat het college ervan uit dat dit bij de presentatie van de begroting 2022-2025 wel het geval zal zijn. Wij zien in vertrouwen het gesprek met de raad over deze voorjaarsnota tegemoet. Het college van Burgemeester en Wethouders Zaanstad

3

1. Hoofdlijnen Het moment waarop deze voorjaarsnota is opgesteld kenmerkt zich door onzekerheid. Onzekerheid over de (lange termijn) gevolgen van de coronacrisis is de stad, onzekerheid over de financiële bijdragen die wij van het Rijk mogen verwachten (bijvoorbeeld voor jeugd, Wmo, omgevingswet) en over de keuzes die het nieuwe kabinet gaat maken. Het geeft ons weinig mogelijkheden of keuzeruimte. Het college ziet deze voorjaarsnota dan ook als tussenstand in opmaat naar de begroting 2022.

ook een aantal positieve uitschieters, zoals de supermarktketens. Via de inzet vanuit de Vitale stad en de middelen die het Rijk hiervoor beschikbaar stelt proberen we het grootste leed te dempen en de stad en de inwoners perspectief te bieden. Veel mensen werken al een jaar thuis. Dat geldt voor de handel, zakelijke dienstverlening, onderwijs – en andere instellingen, maar ook voor onze eigen organisatie. De werkdruk wordt als hoog ervaren. Afstemming gaat moeizamer, digitaal werken vraagt veel energie en de combinatie met thuisonderwijs of klein behuisd zijn heeft in sommige gevallen een negatief effect op de vitaliteit van onze medewerkers. Het college is zich bewust van deze situatie. Het vraagt van ons prioriteit te geven aan de zaken die het meest van belang zijn voor de stad en waakzaam te zijn op zaken die de werkdruk nog meer verhogen. Wij verwachten dat de impact van corona ook de komende jaren van invloed zal zijn op onze keuzes.

Wij verwachten bij de begroting meer duidelijkheid te hebben over de herijking van het gemeentefonds en de uitkomsten van de arbitrage die momenteel tussen gemeenten en Rijk loopt over de budgetten voor jeugdhulp. Ook zal dan de meicirculaire gemeentefonds bekend zijn. Dit zal leiden tot een nieuwe financiële situatie, waarbij opnieuw keuzes zullen voorliggen. Tot die tijd zoeken wij de balans tussen de onzekerheid in de financiële middelen van het Rijk en het risico dat bezuinigingen leiden tot afbraak van Zaanse (basis) voor­zieningen. Dit heeft in deze voorjaarsnota geleid tot een vooralsnog niet sluitende meerjarenbegroting. Uiteraard blijft het onze ambitie om in september wel een sluitende begroting 2022 aan de gemeenteraad te presenteren.

Financiële onzekerheid is groot De huidige financiële onzekerheid is groter dan normaal. Structureel en op meerdere onderwerpen geeft het Rijk ons te weinig geld voor de taken die we moeten uitvoeren. Op verschillende dossiers is overleg met het Rijk gaande over financiële compensaties, herverdeling van middelen of stelselwijzigingen waardoor gemeenten beter op de uitvoering en uitgaven kunnen sturen. Dat speelt onder meer bij de herijking van het gemeentefonds en de roep om de zogeheten opschalingskorting terug te draaien. Daarnaast ook in het maatschappelijk domein, waaronder op de Wmo (abonnementstarief) en de jeugdhulp. Breder is er onzekerheid bij de duurzaamheidsopgave en de invoering van de omgevingswet waarop beide artikel 2-onderzoeken1 plaatsvinden naar de omvang van de bedragen die gemeenten hiervoor van het Rijk zouden moeten ontvangen voor de uitvoering van deze opgaven. Financiële onzekerheid is geen Zaans probleem. Het treft vrijwel alle gemeenten.

Corona heeft impact op de stad en op de organisatie Corona drukt al meer dan een jaar een stevige stempel op de wereld, het land en in onze stad. Alle analyses wijzen erop dat de crisis grote impact heeft op de inwoners van Zaanstad. Dat uit zich bijvoorbeeld in een toename van eenzaamheid. Door de maatregelen is een groot deel van het sociale bestaan van jongeren weggevallen, terwijl het opdoen van sociale contacten in hun levensfase zo belangrijk is. Zij werken ook vaker in flexibele banen en in sectoren die het hardst zijn getroffen door de coronacrisis, zoals de evenementenbranche en in de horeca. Uit alle onderzoeken wordt duidelijk dat de inwoners die het al moeilijk hadden nóg kwetsbaarder zijn geworden. Het bevorderen van kansengelijkheid in de stad blijft daardoor een van de belangrijkste opgaven voor de komende jaren.

Realisatie coalitieakkoord goed op weg, maar geen ruimte voor nieuwe investeringen Ondanks de beperkingen van corona en de maatregelen die we hebben moeten nemen om de stad vitaal te houden, hebben we veel van ons coalitieakkoord kunnen realiseren. Dat hebben we kunnen doen met hulp van en in nauwe samenwerking met onze partners. Mooie voorbeelden (zie ook de jaarrekening 2020) zijn onder meer: de steun van de

Ook ondernemers en instellingen zijn en worden nog altijd hard getroffen door corona. Sommige sectoren zoals de horeca en de cultuursector zijn in acute problemen terechtgekomen. Voor andere sectoren kunnen de gevolgen later nog zichtbaar worden. En natuurlijk zijn er

1. A  rtikel 2 onderzoek verwijst naar artikel 2 van de Financiële Verhoudingswet waarin is bepaald dat indien beleidsvoornemens van het Rijk leiden tot een wijziging van de uitoefening van taken of activiteiten door provincies of gemeenten, in een afzonderlijk onderdeel van de bijbehorende toelichting met redenen omkleed en met kwantitatieve gegevens gestaafd, welke de financiële gevolgen van deze wijziging voor de provincies of gemeenten zijn. Tevens dient het Rijk aan te gegeven via welke bekostigingswijze de financiële gevolgen voor de provincies of gemeenten kunnen worden opgevangen.

4

MRA en het Rijk voor woningbouwimpuls en in de toekomst waarschijnlijk ook bijdragen voor het verbeteren van de woningvoorraad in Zaandam Oost. Daarnaast het klimaatakkoord dat in de stijgers staat en de start van het stedelijk jeugdteam waardoor de samenwerking met het onderwijs en de Sociaal Wijkteams sterk is verbeterd. Een ander mooi voorbeeld is PACT Poelenburg/Peldersveld. Hierin werkt een groot aantal partners in de stad samen om de kansen voor inwoners van Poelenburg en Peldersveld te vergroten. Wanneer het Pact succesvol is, biedt dit een goede basis om straks met hulp van het nieuwe kabinet, de inzet te verbreden naar andere wijken die dat hard nodig hebben.

en ons eigen Transformatiefonds. De afspraak is dat de verstedelijkingsopgave kwaliteit moet toevoegen. De groei van de stad moet gepaard gaan met een evenredige groei van de maatschappelijke voorzieningen, de dienstverlening aan de burgers en het beheer van de openbare ruimte. Via ons maatschappelijke voorzieningenmodel krijgen we steeds beter zicht op welke voorzieningen nodig in onze groei-wijken. Een uitdaging daarbij is dat we voldoende middelen reserveren voor deze voorzieningen. De verstedelijking vraagt van ons ook om een evenredige groei van de dienstverlening en het beheer van de openbare ruimte en sportaccommodaties. Het Investeringsfonds bevat op dit moment geen ruimte meer om deze investeringen mee te betalen. We zullen dus op zoek moeten naar aanvullende dotaties aan het fonds of andere dekkingsbronnen. Hier ligt een opgave voor de komende jaren.

Tenslotte is gebleken dat het loont om te investeren in werk voor mensen in de bijstand. We hebben steeds meer mensen in beeld, zodat we beter in staat zijn een passend traject aan te bieden. Het voordeel dat we in 2021 verwachten op de BUIG middelen nemen we mee naar 2022, zodat we € 0,9 miljoen extra beschikbaar hebben voor het continueren van onze huidige participatieaanpak.

Nog dit jaar zullen wij de evaluatie naar de werking van het Transformatiefonds uitvoeren. Wij willen onderzoeken of het fonds nu effectief wordt ingezet, maar ook of er mogelijkheden zijn om de effectiviteit verder te vergroten. We doen dat in het licht van de gewijzigde (financiële) situatie. Er is in de vijf jaar dat het fonds nu bestaat veel veranderd. De grote bouwprojecten die nodig zijn voor de schaalsprong worden steeds concreter en de aanpak die daarvoor nodig is ook. Het Rijk draagt substantieel bij met de toekenning van de bouwimpulsgelden, maar het Rijk vraagt daarbij ook een forse inzet en bijdrage van Zaanstad zelf. Nog voor de zomer willen we hier het gesprek met de raad verder over voeren.

We komen de bestaande afspraken in het coalitieakkoord zo goed mogelijk na. Daarbij sturen we nu vooral op de vier prioriteiten uit de begroting 2021: Jeugd, Duurzaamheid, Participatie en Poelenburg. Maar de financiële situatie heeft een onmiskenbaar remmende werking. Financiële middelen voor extra investeringen zijn er niet. Dat geldt bijvoorbeeld voor de handhaving van genomen besluiten, zoals het voorkomen van woningsplitsing. We kunnen voorlopig ook niet participeren in de ROM-MRA, een regionale investeringssamenwerking om duurzame en innovatieve investeringen in de regio te versterken. Ook kiezen we er nu niet voor om een opvang in het Veldpark te organiseren, daarvoor ligt een aanvraag bij het Rijk. Wel continueren we de ambulante inzet van maatschappelijk werk in het park. Voor het inlopen van de achterstanden in het onderhoud van de openbare ruimte maken we een plan van aanpak, zoals de raad bij de begroting 2021 heeft gevraagd. Voor dat plan maken we momenteel een schouw van de huidige situatie in de stad. Dat is eind dit jaar afgerond. De volgende stap is het opstellen van scenario’s om de achterstand in te lopen. Deze worden ter zijnetijd met de raad besproken.

Ook in de toekomst zullen we keuzes moeten maken om die evenwichtige groei mogelijk te maken. Niet alles kan tegelijk en we moeten onze ambities voortdurend afstemmen op de uitvoerbaarheid. De basisvoorzieningen blijven intact; geen sluitende begroting Tegen de beschreven onzekere financiële achtergrond hebben wij gezocht naar een evenwichtige balans. Het lijkt netjes om een financieel sluitende begroting te presenteren. Als dat echter tot gevolg heeft dat we moeten snijden in onze maatschappelijke basisvoorzieningen, zoals het sluiten van zwembaden, buurthuizen of de bibliotheek, heeft dat een forse negatieve impact op de stad. Daar kiezen wij niet voor. Wij rekenen erop dat het Rijk de komende tijd duidelijkheid geeft over de financiële tegemoetkomingen en dat wij als gemeente in de positie worden gesteld om op een goede manier uitvoering te kunnen geven aan alle taken die van ons worden verwacht. Helemaal zonder consequenties is deze voorjaarsnota echter niet. Om perspectief te houden op gezonde financiën wordt er wel bijgestuurd. Zo brengen we een deel van de van de Wmo-uitgaven terug door voorzieningen bij te stellen en wordt onderzocht hoe we de gestegen uitgaven aan GGD-taken kunnen opvangen met besparingen binnen de GGD, extra rijksmiddelen of elders in programma 1 en 3 en moeten we onze handhavingscapaciteit nog gerichter

Het afgelopen jaar zijn ook diverse moties door de raad aangenomen. Het college was hier graag mee aan de slag gegaan. Wij denken dan bijvoorbeeld aan het verlagen van de leges grafrechten, het bio divers maaibeleid en de extra toiletten in de openbare ruimte. Ook hiervoor zien wij echter op dit moment geen financiële mogelijkheden. De stad groeit en biedt kansen De komende jaren staan in het teken van de groei van de stad. Er zitten de komend tien jaar ruim 7.800 woningen in de pijplijn in het kader van de Woningbouwimpuls. Voor de groei van de stad zijn middelen beschikbaar voor woningbouw, zoals de rijksmiddelen voor de bouwimpuls 5

inzetten. Wij gaan echter niet over tot ingrepen die wij onverantwoord achten.

De begrotingswijzigingen in deze voorjaarsnota leidt tot het volgende financiële meerjarenbeeld:

Tabel 1 Financieel meerjarenbeeld 2021-2025 (bedragen x € 1.000) Stand Begroting 2021

2021

2022

2023

2024

2025

2.875

-889

56

-2.519

-48 -1.595

1

Eerder genomen raadsbesluiten

413

2

Gemeentefonds

-173

-272

-849

-1.575

3

Loon/prijs bijstellingen

717

997

909

856

866

4

Financieringsvoordeel

-241

-540

-540

-540

-540

5

Actualisatie investeringen

-1.055

-428

-70

-663

-575

6

Vermakelijkheidsretributie

457

457

457

457

7

Wmo

709

1.306

1.309

1.309

1.309

8 9 10

Jeugdhulp Omgevingswet Overige begrotingsbijstellingen

4.378 180 -560

4.828

4.828

4.828

433 -1.055

242

211

211

Subtotaal

2.622

4.629

6.342

2.365

4.912

-

-3.690

-3.690

-3.690

-3.690

2.622

939

2.652

-1.325

1.222

Uitkomsten arbitrage AEF rapport Jeugdzorg Totaal (+ = nadeel, - = voordeel)

Het college houdt er rekening mee dat het Rijk vanaf 2021 extra middelen toekent voor de uitgaven aan jeugdhulp die gemeenten maken. Inmiddels is duidelijk dat het Rijk eenmalig, voor 2021, extra middelen heeft toegezegd ter hoogte van € 613 miljoen. Daarmee verwachten we voldoende te ontvangen om het tekort van € 2,6 miljoen op de kosten jeugdzorg in 2021 te dekken. Over de jaren na 2021 heeft het huidige kabinet nog geen concrete uitspraken gedaan. Gemeenten en Rijk wachten de uitkomsten van de arbitrage af. Vooralsnog houden we rekening met € 3,7 miljoen hogere bijdrage vanaf 2022.

het gemeentefonds gunstig uitpakt voor Zaanstad, blijft het afwachten. Het college wil pas handelen en nieuwe keuzes maken als er meer zekerheid is. Als er daadwerkelijk meer geld beschikbaar komt, zal in elk geval eerst de begroting 2022 sluitend gemaakt worden. Het college heeft wel gesproken over de potentiele situatie dat er ook daarna nog middelen te verdelen zijn. Wij zien een aantal urgente zaken die we dan met voorrang zouden willen oppakken. Het gaat om (in willekeurige volgorde): • Gemeentelijke regie op woonoverlast voor de aanpak van circa 500 complexe casussen per jaar • Actualisatie van de woonschepen verordening om de woonschepen problematiek op orde te brengen. • Actualisatie van het woonwagenbeleid in relatie tot de woonvisie • Verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte door het inlopen van onderhoudsachterstanden • Uitvoeringsbudget voor handhaving en toezicht op woningsplitsing en kamergewijze verhuur, zoals vastgelegd in de huisvestingsverordening. • Ophoging van de capaciteit voor openbare orde en veiligheid voor onder meer radicalisering en ondermijning, specifiek in het kader van jeugd en veiligheid • Voorkomen van verdere druk op de budgetten maatschappelijk domein (Jeugd/Wmo) • Deelname aan de ROM-MRA • Oppakken van aangenomen moties, zoals over het maaibeleid, het toezicht op jeugdhulp en extra toiletten in de openbare ruimte.

Onder deze aanname is het resultaat dat het tekort in 2021 niet verder oploopt dan bij de vaststelling van de begroting akkoord bevonden. Daarnaast zien we meerjarig een niet sluitende begroting. Zoals eerder aangegeven rekent het college erop dat het Rijk de komende tijd over de brug komt met aanvullende middelen. Zo niet, zal het college bij de begroting 2022 de keuzes aan de raad voorleggen om te komen tot een sluitende begroting 2022. Naast de bijstelling van de meerjarenbegroting bevat deze voorjaarsnota de bestemming van rekeningresultaat 2020. Het voorstel is het resultaat van € 1,8 miljoen voor een bedrag van € 1,2 miljoen toe te voegen aan de algemene reserve. Hierdoor voldoet de weerstandsratio weer op de minimale ondergrens van 1,4. De overige € 0,6 miljoen behoudt de bestemming waarvoor het in 2020 was toegekend, maar pas in 2021 kan worden uitgegeven. Prioriteiten bij gunstige financiële ontwikkeling Hoewel de verwachting is dat er extra middelen beschikbaar komen voor jeugdhulp en ook de herijking van 6

Financiële hoofdlijnen Corona

bezoekers op de Zaanse Schans geweest. De drukte was niet meer representatief waardoor de dialoog met bewoners en ondernemers op en rond de Zaanse Schans tijdelijk is gestokt; • € 0,11 miljoen voor het opstellen van een uitvoeringsplan laaggeletterdheid waarvoor in 2020 regionale middelen zijn ontvangen; • € 0,33 miljoen voor Veilig Thuis, zijnde middelen die zijn ontvangen bij de septembercirculaire maar pas besteed kunnen worden in 2021;

Op 22 april jl. is de derde rapportage over de effecten van de coronacrisis op de begroting van Zaanstad (2021/7251) naar de gemeenteraad gestuurd. Hierin is opgenomen welke uitgaven gepaard gaan met de maatregelen die Zaanstad neemt om inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen ondersteuning in deze crisis te bieden. De rapportage geeft ook een overzicht van de middelen die het Rijk hiervoor beschikbaar stelt. Deze middelen voegt Zaanstad in eerste instantie toe aan de coronareserve, zodat integraal kan worden afgewogen hoeveel middelen voor welke maatregelen worden ingezet.

Na aftrek van deze resultaatbestemmingen resteert € 1,2 miljoen. Dit bedrag wordt toegevoegd aan de Algemene reserve. Samen met de wijzigingen in de algemene reserve grondzaken wordt de weerstandsratio hiermee verhoogd van 1,1 naar 1,4. Hiermee voldoet de ratio weer net aan de minimale ondergrens van 1,4 zoals vastgesteld in de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen (2020/31783).

Eind 2020 zat er € 5,7 miljoen in de reserve corona. In deze voorjaarsnota zijn alle financiële gevolgen conform de rapportage verwerkt. In de rapportage is aangegeven dat het saldo van de coronareserve na de begrotingswijzigingen op € 1,8 miljoen staat. Er is in deze voorjaarsnota nog één aanvullende onttrekking aan de coronareserve opgenomen. Dit betreft de kosten voor onderhoud aan sportparken. Als gevolg van corona is het gebruik van de sportparken in 2021 vrijwel stil komen te liggen. Daardoor zijn ook de inkomsten van de sportverenigingen grotendeels weggevallen. Sponsoren zitten zelf in zwaar weer, het organiseren van activiteiten is onmogelijk en er zijn geen kantine inkomsten. Het gevolg is dat vertraging is opgetreden in de gesprekken over de verdeling van de kosten voor onderhoud van de parken tussen de gemeente en verenigingen. Nieuwe afspraken zijn noodzakelijk omdat de huidige verdeling niet toekomstbestendig is. Inmiddels zijn de achterstanden in onderhoud als gevolg van corona opgelopen. De verwachting is dat afspraken op zijn vroegst vanaf 2023 effect zullen hebben. Daarom stelt het college voor om in 2022 eenmalig een bedrag van € 0,15 miljoen uit de coronareserve beschikbaar te stellen om het noodzakelijk onderhoud te kunnen garanderen.

Financiële ontwikkelingen nader toegelicht Hieronder volgt een toelichting op de financiële ontwikkelingen zoals opgenomen in de tabel aan het begin van dit hoofdstuk. Uitgangspunt voor de Voorjaarsnota 2021-2025 is het meerjarenbeeld zoals dat is opgenomen in de begroting 2021, aangevuld met jaarschijf 2025. In de genoemde tabel staan de in deze Voorjaarsnota voorgestelde begrotingswijzigingen met een saldo-effect die leiden tot een nieuw financieel meerjarenbeeld 2021-2025. Daarnaast zijn er budget neutrale wijzigingen. Deze zijn terug te vinden op https://financien.zaanstad.nl. 1. Eerder genomen raadsbesluiten Vooruitlopend op deze voorjaarsnota heeft de raad twee besluiten genomen, die financiële gevolgen hebben voor de begroting 2021. In totaal gaat het om een eenmalig nadeel van € 0,4 miljoen in 2021. • Op 21 januari 2021 heeft de raad de Wijzigingsverordening Huisvestingsverordening 2021 t.b.v. woningsplitsing, kamergewijze verhuur en toeristische verhuur (2020/30236) vastgesteld. Daarbij is preprioritair besloten om het bedrag, dat nodig is om de wijzigingsverordening te kunnen implementeren en te kunnen starten met de uitvoering (€ 0,28 miljoen), te verwerken in de jaarschijf 2021 van de Voorjaarsnota 2021-2025. • Op 8 oktober 2020 heeft de raad besloten de inwerkingtreding van de Vermakelijkheidsretributie uit te stellen tot 1 februari 2021 (2020/22049).

Dit heeft een verlies van € 0,07 miljoen aan inkomsten tot gevolg. Vervolgens is op 10 november 2020 bij raadsbesluit

Dat betekent dat er nog € 1,6 miljoen resteert in de coronareserve.

Rekeningresultaat 2020 en weerstandsvermogen Het rekeningresultaat 2020 bedraagt € 1,8 miljoen. Zoals aangekondigd bij het aanbieden van de jaarstukken aan de raad, stelt het college de volgende resultaatbestemmingen voor. • € 0,15 miljoen voor het uitvoeren van maatregelen op de Zaanse Schans die in 2020 niet konden worden uitgevoerd. Door corona zijn er in 2020 minder 7

2020/24832 de herberekening van de verhaalbare kosten € 0,06 miljoen lager vastgesteld. In totaal is sprake van een inkomstenderving van € 0,13 miljoen in 2021.

€ 3,5 miljoen voor de ontwikkeling van lonen en prijzen vanaf 2022. De overige ontwikkelingen in het accres zijn nog niet bekend.

2. Gemeentefonds, september- en decembercirculaires 2020 De doorrekening naar 2021 en verder van de september- en decembercirculaire gemeentefonds 2020 resulteert in een nieuwe stand van de algemene uitkering. Op basis van deze circulaire verbetert het meerjarige financiële beeld. In de tabel is het netto-effect voor de Zaanse begroting opgenomen. Dat wil zeggen: de ruimte is gecorrigeerd voor de bijstelling van de decentralisatie-uitkeringen. Decentralisatie-uitkeringen worden in principe besteed aan de beleidsterreinen waarvoor ze bedoeld zijn. Voor een verdere toelichting op de septembercirculaire wordt verwezen naar de raadsinformatiebrief (2020//23806) en voor de decembercirculaire naar brief 2021/1609.

Per saldo leiden de loon- en prijsbijstellingen tot circa € 0,9 miljoen hogere lasten. 4. Financieringsvoordeel Door de aanhoudend dalende rente op de geld- en kapitaalmarkten wordt de interne rekenrente verlaagd van 1,75% naar 1,25% vanaf 2022. Hiermee worden de kapitaallasten in de begroting lager waardoor minder rente aan de tarieven voor afval, riolen en begraafplaatsen doorberekend zal worden. Dit heeft een neerwaarts effect op de tarieven voor de inwoners van Zaanstad. De gederfde baten in de begroting worden gecompenseerd door lagere financieringslasten. De aanhoudend dalende rente samen met een structurele onder uitputting van de investeringsplanning leiden tot een verwacht voordeel op de financieringslasten van € 0,24 miljoen in 2021 en € 0,54 miljoen vanaf 2022.

3. Loon/prijs bijstellingen Op 31 maart 2021 heeft het CPB haar jaarlijks Centraal Economisch Plan gepubliceerd. Hieruit zijn de loon- en prijsindices overgenomen die gebruikt worden voor de begroting 2022 (zie bijlage Grondslagen Begroting 2022-2025). Doorrekening van deze percentages leidt tot € 3,5 miljoen structureel hogere lasten.

5. Actualisatie investeringen Op basis van de werkelijke investeringsuitgaven in 2020 en actuele inzichten zijn de investeringsuitgaven voor 2021 en verder geactualiseerd. Er is sprak van een verschuiving van € 14 miljoen aan investeringsuitgaven van 2020 naar 2021 en later als gevolg van een onderbesteding van uitgaven in 2020. Dit leidt tot een voordeel in 2021 op de kapitaallasten.

Naast deze algemene verhoging van de begrotingsbudgetten, is rekening gehouden met enkele specifieke meerkosten: • De VNG en de WSGO voeren vanaf november 2020 overleg met de vakbonden over een nieuwe cao voor gemeenteambtenaren per 1 januari 2021. Op het moment van schrijven van deze Voorjaarsnota is het nog niet gelukt om tot een akkoord te komen. We verwachten voor de nieuwe cao en hogere pensioenpremies minimaal € 0,22 miljoen nodig te hebben, aanvullend op het CPB-percentage. • Voor de gemeenschappelijke regelingen gelden vaak afwijkende loon- en prijsafspraken, vastgelegd in de geldende cao’s of regelingen zelf. Daarnaast stelt het Rijk de gemeente verplicht reële tarieven te hanteren aan aanbieders van Wmo en jeugdzorg. Dit leidt tot € 0,24 miljoen hogere lasten in 2021 en € 0,57 miljoen vanaf 2022. • Binnen gebruikstoezicht heeft een herwaardering van twee functies plaatsgevonden. Dit heeft geleid tot een bijstelling van het salarisbudget van € 0,11 miljoen. • De vergoedingen voor raadsleden zijn aangepast aan de hoogte van vergoedingen geldend vanaf 1 januari 2021 conform de circulaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 21 oktober 2020 (€ 0,08 miljoen).

Met raadsinformatiebrief 2021/1961 heeft het college de raad geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek naar de boekwaarden onderwijshuisvesting. Bij een aantal scholen bleek een te lange afschrijvingstermijn in de boeken te staan. Zoals in de brief aangekondigd is dit in deze Voorjaarsnota gecorrigeerd. De financiële gevolgen (een nadeel van € 0,30 miljoen in 2021 en € 0,27 miljoen vanaf 2022) zijn bij de actualisatie van de investeringen verwerkt. Voor meer toelichting op de actualisatie van de investeringen wordt verwezen naar de paragraaf investeringen in deze voorjaarsnota en het Onderwijs Huisvestingsprogramma IHP 21.1 (2021/6539). 6. Vermakelijkheidsretributie De vermakelijkhedenretributie (VMR) wordt geheven voor de geboden vermakelijkheid (amusement). Het wordt geïnd bij degene die de vermakelijkheid biedt of voor wiens rekening en risico de vermakelijkheid wordt gegeven. Voorwaarde voor deze heffing is dat een te belasten vermakelijkheid profijt heeft van een door het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in standgehouden voorziening, die voor de gemeente lasten meebrengt. Er mag geen wanverhouding bestaan tussen de hoogte van de VMR en het profijt dat degene die het vermaak biedt heeft.

In de meicirculaire zal ook een meerjarenraming zijn opgenomen van de accres ontwikkeling voor de jaren na 2021. In de berekeningen houden wij rekening met een stelpost voor loon- en prijsontwikkelingen. Vooralsnog houden we rekening met een accresverhoging van circa 8

De verhaalbare gemeentelijke lasten blijken lager dan aanvankelijk gedacht. Er was een substantieel bedrag aan incidentele kosten toegerekend, die de gemeente niet elk jaar maakt. De structureel aan vermakelijkheid toe te rekenen lasten zijn € 0,46 miljoen lager dan eerder begroot. De baten vermakelijkheidsretributie worden daarom structureel naar beneden bijgesteld.

lasten minder sterk (- € 0,7 miljoen) dan eerder bij het opstellen van de begroting verwacht, maar structureel verwachten we weer een lichte toename (€ 0,1 miljoen). De financiële compensatie die we bij de begroting 2021 nog verwachtten (€ 1,2 miljoen) doet zich vooralsnog niet voor. Naast de effecten als gevolg van het abonnementstarief zien we ook in de overige kosten van de Wmo een toename. Dit is het gevolg van zowel een toename in het aantal cliënten als een toename in de zorgzwaarte. Dit leidt tot hogere lasten: € 0,4 miljoen in 2021 oplopend naar € 1,6 miljoen vanaf 2022.

7. Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) Net als bij veel andere gemeenten treedt er in Zaanstad een aanzuigende werking op door de invoering van het abonnementstarief (maximum aan de eigen bijdrage, ongeacht het inkomen) bij de Wmo. In 2021 stijgen de

Tabel 2 Wmo (bedragen x € 1.000) 2021

2022

2023

2024

2025

Toename als gevolg van abonnementstarief

-707

109

109

109

109

Geen tegemoetkoming Rijk voor abonnementstarief

1.200

1.200

1.200

1.200

1.200

396

1.585

1.588

1.588

1.588

Vrijval stelpost volumegroei gemeentefonds

-638

-638

-638

-638

Inzet Stuurbudget Besparingsmaatregelen

-180

-400 -550

-400 -550

-400 -550

-400 -550

Totaal

709

1.306

1.309

1.309

1.309

Wmo

Overige ontwikkelingen Wmo

Sinds 2019, na de overheveling van het integreerbare deel van de integratie-uitkering Sociaal Domein naar de algemene uitkering, moet de volume toename bij de Wmo gedekt worden uit het gemeentefonds. In de eerste jaren is hier in beperkte mate al rekening mee gehouden: er is vanaf 2022 dekking voor een toename van € 0,6 miljoen. Daarnaast is er een structureel budget van € 0,4 miljoen (het stuurbudget) beschikbaar bedoeld voor het opvangen van fluctuaties in de hoogte van de kosten Wmo. Dit budget kan vanaf 2022 geheel worden ingezet voor dekking van het tekort.

€ 0,55 miljoen vanaf 2022. De maatregelen bestaan uit: • Een versnelde uitrol van de individuele begeleiding over de hele stad. Dit betekent dat bij een zorgvraag vaker directe begeleiding door medewerkers van het wijkteam plaatsvindt zonder doorverwijzing naar een zorgaanbieder. Hier zijn met een pilot positieve ervaringen mee opgedaan en is goedkoper. • De inzet van een activeringscoach die bij een aanvraag voor hulp bij het huishouden eerst kijkt welke mogelijkheden er zijn om de zelfredzaamheid te vergroten en in hoeverre de hulp op een andere goedkopere manier geboden kan worden. • Aanpassing van de regels voor aanvullend openbaar vervoer (AOV). Tot nu toe kan iedereen die voor het AOV in aanmerking komt, hier onbeperkt gebruik van maken. Het college is voornemens het gebruik te maximeren, dan wel het tarief te verhogen. • De nieuwe werkwijze mantelzorgondersteuning start half 2021. Hierdoor is sprake van een eenmalige onderbesteding in 2021 (- € 0,1 miljoen).

Om de Wmo uitgaven omlaag te brengen ziet het college zich genoodzaakt maatregelen te nemen. Er is daarom onderzocht welke besparingsmaatregelen genomen kunnen worden. Het college heeft hier een keuze uitgemaakt en kiest voor invoering van die maatregelen die de zorgplicht niet schaden en een relatief kleine maatschappelijke impact hebben. Van verdergaande maatregelen, die (zeer) ingrijpend zijn, is het college geen voorstander. Daarom kiest het college niet voor een stop voor nieuwe cliënten, het verlagen van hulp en zorg bij herindicatie, het stopzetten van subsidies cliënten participatie en stedelijke vrijwilligersactiviteiten of het afschaffen van de mantelzorgwaardering.

Door invoering van deze maatregelen worden de uitgaven naar beneden gebracht. Er blijft echter nog sprake van een tekort. Dit tekort wordt voornamelijk door de aanzuigende werking van het abonnementstarief veroorzaakt. Het college blijft daarom actief een beroep doen op het Rijk om de regelgeving op het gebied van het abonnementstarief aan te passen.

De maatregelen die het college voor ogen heeft leveren een besparing op van € 0,18 miljoen in 2021 tot 9

8. Jeugdhulp Sinds 2018 zetten we verschillende maatregelen in om de kosten van specialistische jeugdhulp te beheersen en bij te sturen. De sturing op de jeugdhulp door gemeenten is echter beperkt door de Jeugdwet zelf (inrichting en open eind) en de autonome maatschappelijke ontwikkelingen. De maatregelen hebben daarom ook maar beperkt effect en bereik. De kosten nemen nog altijd jaarlijks toe.

De laatste ontwikkelingen in de jeugdhulp laten een tekort zien van € 2,6 miljoen in 2021. Vanaf 2022 is, net als bij de Wmo, in beperkte mate al rekening gehouden met een volume toename (€ 0,8 miljoen) en is hiervoor dekking opgenomen in het gemeentefonds. Dit is echter niet voldoende om de totale toename vanaf 2022 de dekken. Er resteert nog een structureel tekort van een kleine € 5 miljoen.

Tabel 3 Jeugdhulp (bedragen x € 1.000) 2021

2022

2023

2024

2025

Ontwikkelingen jeugdhulp

2.600

5.815

5.665

5.665

5.665

Toekenning extra budget jeugdhulp

-2.600 -837 -600

-837

-837

-837

4.378 -3.690

4.828 -3.690

4.828 -3.690

4.828 -3.690

Jeugdhulp

Vrijval stelpost volumegroei gemeentefonds Inzet Slim Investeren Totaal Stelpost uitkomsten arbitrage AEF onderzoek

0

De tekorten op de jeugdhulpbudgetten is een landelijke trend. Het Rijk en VNG hebben daarom op 22 april jl. afspraken gemaakt over de actuele problematiek bij de jeugdzorg en de financiële druk die daardoor ontstaat. De uitkomst hiervan is dat het kabinet voor 2021 € 613 miljoen extra beschikbaar stelt, waarvan € 120 miljoen via specifieke uitkering en € 493 miljoen via de algemene uitkering in het gemeentefonds. Hoeveel Zaanstad hiervan precies ontvangt, wordt duidelijk in de meicirculaire. Het college gaat er vooralsnog van uit dat Zaanstad voldoende middelen krijgt om het tekort in 2021 volledig op te vangen. Daarnaast is afgesproken dat gemeenten en Rijk aan de slag gaan met maatregelen om de structurele houdbaarheid van de uitvoering van de Jeugdwet te verbeteren. Het gaat om het stimuleren van tariefdifferentiatie en standaardisatie van de uitvoering, het versmallen van de medische verwijsroute door enkel te verwijzen naar gecontracteerd aanbod en het breder invoeren van een praktijkondersteuner jeugd-ggz bij de huisarts. De afspraken zijn vastgelegd in een brief over de aanpak van de problematiek jeugdzorg van het ministerie VWS aan de Tweede Kamer.

Het AEF heeft eerder geconcludeerd dat er over alle gemeenten heen een tekort is van € 1,5 miljard. Definitieve besluitvorming over 2022 wordt echter aan het volgende kabinet overgelaten.

In de afspraken is expliciet opgenomen dat het Rijk met de toekenning van incidentele middelen in 2021 geenszins vooruitloopt op de uitkomsten van het oordeel van de Commissie van Wijzen ten aanzien van de combinatie van maatregelen en middelen om de problematiek structureel aan te pakken vanaf 2022. De Commissie geeft een semi-bindend oordeel vergelijkbaar met arbitrage. Deze arbitrage is eerder door de VNG ingeroepen nadat het kabinet en de VNG niet tot overeenstemming konden komen over de structurele oplossing voor de jeugdzorg.

Vooruitlopen op de uitkomsten van de arbitrage brengt financiële risico’s met zich mee. Aan de andere kant lijkt een verhoging van de rijksbijdrage ook een reëel uitgangspunt. Om toch een indicatie te kunnen geven houden we in deze voorjaarsnota rekening met een extra budget van 50% van ons gemeentelijk aandeel 2 in het door het AEF berekende landelijke tekort van € 1,5 miljard. Dit komt neer op een extra budget van ruim € 7,1 miljoen. Voor bijna de helft hiervan (€ 3,4 miljoen) hebben wij in de meerjarenbegroting al een stelpost opgenomen door de

Dit betekent dat gemeenten en dus ook Zaanstad nog geen zekerheid hebben over een structurele tegemoetkoming in de kosten voor de jeugdzorg vanaf 2022. Om het tekort specifiek in het eerste begrotingsjaar 2022 zoveel mogelijk te beperken, wordt een deel van het transformatiebudget Slim Investeren (€ 0,6 miljoen) eenmalig ingezet als dekking voor de jeugdzorgkosten. In 2022 zal daarom minder inzet plaatsvinden op de transformatie. De maatschappelijke impact hiervan is beperkt omdat het om een incidentele en gedeeltelijke verlaging gaat. Het college kiest er bewust voor op dit moment geen structurele maatregelen te nemen om de kosten voor de jeugdhulp verder terug te dringen. Het college wil nu geen vergaande of onomkeerbare besluiten nemen ten aanzien van de transformatie jeugdhulp of subsidies aan partners in de keten stopzetten. Eerst worden de uitkomsten van de arbitrage afgewacht.

2. Het gemeentelijk aandeel in het gemeentefonds, zijnde 0,95%

10

eerder ontvangen incidentele middelen vanaf 2023 structureel door te trekken. Dit betekent dat Zaanstad rekening zou kunnen houden met bijna € 3,7 miljoen extra bijdrage van het Rijk voor jeugdhulp.

Naast de Omgevingswet gaat op 1 januari 2022 de Wet Kwaliteitsborging (WKB) in. Door de WKB verandert de toezichthoudende rol van de gemeente. De ontwikkelaar wordt nu zelf verantwoordelijk voor het inschakelen van een onafhankelijk kwaliteitsborger die het toezicht op de bouwplaats houdt. De gemeente toetst vooraf en houdt een dossiercontrole achteraf en blijft verantwoordelijk voor de omgevingsveiligheid.

9. Omgevingswet Op 21 april 2021 heeft het kabinet een kamerbrief over de Voortgang Omgevingswet naar de Tweede Kamer gestuurd. Minister Ollongren van het ministerie BZK schrijft hierin dat tijdens een Bestuurlijk Overleg met de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen op 21 april is gebleken dat het op dat moment te vroeg was om tot een gedegen besluit te komen over de datum waarop de Omgevingswet verantwoord in werking kan treden. Nu wordt bekeken of de huidige planning, aangevuld met tijdelijke alternatieve maatregelen, inwerkingtreding op 1 januari 2022 mogelijk kan maken of dat uitstel noodzakelijk is. Tijdens een tweede bestuurlijk overleg in mei wordt bepaald op welke datum de Omgevingswet verantwoord in werking kan treden. Alle partijen zijn ervan doordrongen dat de invoering van de omgevingswet geen belemmering mag zijn voor de woningbouw. De bouw moet hoe dan ook kunnen doorgaan.

De voorbereidingen op de Omgevingswet en de WKB kunnen niet binnen de huidige middelen van het vergunningencentrum opgevangen worden. Ook hier geldt dat het werken op de ‘oude’ manier ongehinderd door moet gaan. In 2021 is een extra budget van € 0,28 miljoen noodzakelijk. Vanaf 2022 zullen er werkzaamheden bijkomen, wijzigingen of juist vervallen. Medewerkers zullen bijgeschoold en/of herplaatst moeten worden. In 2022 zal dit leiden tot € 0,08 miljoen uitgaven. In eerdergenoemde Kamerbrief staat dat het uitgangspunt is dat de Omgevingswet op een termijn van 10 jaar budgetneutraal door gemeenten ingevoerd kan worden. Op dit moment lijkt dat voor de transitiekosten niet mogelijk. Er wordt in interbestuurlijk verband gewerkt aan het bedenken van oplossingen die tot betere financiële effecten kunnen leiden. Het doel hiervan is dat een nieuw Kabinet samen met de interbestuurlijke partners snel kan kiezen welke van de geïnventariseerde oplossingen ingezet zal worden, zodat budget neutrale invoering op een termijn van 10 jaar mogelijk wordt.

Wat de uiteindelijke datum ook wordt, in Zaanstad zal de voorbereiding op de Omgevingswet onverminderd plaats moeten vinden. De impact van de Omgevingswet op de gehele (vergunnings)keten is groot. Er is een omslag nodig naar het Zaans Omgevingsplan. De voorbereiding bestaat uit verschillende projecten die ervoor zorgen dat een omgevingsplan (gedeeltelijk) kan worden vastgesteld en omgevingsvergunningen kunnen worden verleend. Een van de grootste projecten is de ‘Zaanse regelbibliotheek’, waarin de huidige bestemmingsplanregels en de verplichte instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving en Provinciale Omgevingsverordening worden omgezet naar omgevingsplanregels.

Het college ziet zich vooralsnog genoodzaakt om minimaal de incidentele en onvermijdelijke invoeringskosten tot en met het jaar 2022 op te nemen in de begroting. Het gaat om € 0,43 miljoen in 2021 en € 0,18 miljoen in 2022. In aanloop naar de begroting 2022 worden de structurele gevolgen van de omgevingswet nader onderzocht. Daaronder valt ook de wijze waarop de participatie met de stad vorm kan krijgen. In afwachting van de keuzes die het nieuwe kabinet zal maken, worden nu nog geen financiële effecten na 2022 opgenomen.

Het Zaans omgevingsplan is een te ontwikkelen, innovatief product. De voorbereidende werkzaamheden vinden nu plaats naast het ‘oude’ werken. Daarom is voor de transitie extra budget noodzakelijk. Het gaat om € 0,2 miljoen in 2021 en € 0,15 miljoen in 2022. Een deel (€ 0,05 miljoen) kan gedekt worden door meer plankosten te vragen aan ontwikkelaars. Dit is mogelijk omdat we inmiddels al een dynamisch handboek Zaanse omgevingsplan hebben opgesteld. Hiermee lopen we voorop en faciliteren wij de ontwikkelaars.

10. Overige begrotingsbijstellingen In de voorjaarsnota is nog een aantal incidentele en structurele begrotingswijzigingen verwerkt. Dit betreft begrotingsaanpassingen op basis van recente informatie en een aantal incidentele voordelen. Een korte toelichting volgt onder de tabel.

Ook voor het vergunningscentrum heeft de Omgevingswet forse gevolgen. Zo gaat de termijn van de vergunningverlening terug van 26 weken naar 8 weken. Dit betekent dat de nadruk komt te liggen op overleg en afstemming vóórdat de aanvraag wordt gedaan. Een goede voorbereiding met interne en externe ketenpartners is noodzakelijk als ook een helder toetsingskader in het Zaans Omgevingsplan.

11

Tabel 4 Overige begrotingsbijstellingen (bedragen x € 1.000) 2021

2022

2023

2024

2025

Overige begrotingsbijstellingen Ontwikkelingen Buig en actief uitkeringsbeleid

-97

Burgemeester In ’t Veldpark

20

40

40

40

40

Veiligheidsregio Zaanstreek Waterland

60

284

284

284

284

50

50

50

50

-63

-63

-63

-63

-63

-100

-100

211

211

Veiligheid bruggen Actualisatie erfpacht Parkeerbelasting

-100

-100

-975

-771

31

-1.055

-560

242

Incidentele effecten Totaal

Ontwikkelingen Buig en actief uitkeringsbeleid Begin mei heeft het Rijk het nader voorlopig Buig budget 2021 bekend gemaakt. Dit is vergeleken met de meest recente gegevens over de ontwikkeling van het uitkeringsbestand. Per saldo kan rekening worden gehouden met een voordelig resultaat van € 1,9 miljoen in 2021. Hiervan is reeds € 0,9 miljoen verwerkt in de begroting 2021, waardoor nog € 1,0 miljoen resteert. Van dit extra buigresultaat zal € 0,9 miljoen worden gereserveerd als dekking voor voortzetting van de huidige participatieaanpak in 2022. Daarnaast valt € 0,1 miljoen vrij ten gunste van de algemene middelen. Dit betekent dat er voor de voortzetting van de aanpak in 2022 volledig dekking is gevonden.

verdere escalatie van de problematiek in het park te voorkomen. De inzet van deze veldwerker is onder andere gericht op het organiseren van individuele trajecten van de groep in de In ‘t Veldpark. Door te starten aan een individueel traject kan men aan de slag met bijvoorbeeld dagbesteding, waardoor de individuele aanwezigheid in het Veldpark afneemt. De inzet van deze veldwerker wordt vanaf medio 2021 structureel gedekt in de begroting (€ 0,04 miljoen op jaarbasis). Veiligheidsregio Zaanstreek Waterland (VrZW) De VrZW heeft aangekondigd niet geheel te kunnen voldoen aan de in 2019 opgelegd financiële taakstelling. Daarnaast blijkt een lagere compensatie voor de loon- en prijsbijstellingen, zoals in de begroting 2021 beoogd, geen realistische besparingsmogelijkheid. Het gevolg is een tekort van € 0,06 miljoen in 2021 en € 0,23 miljoen vanaf 2022. Het college stelt voor de bijdrage aan de VrZW met deze bedragen te verhogen. In aanvulling hierop worden de afspraken inzake kostendekkende huur van het pand aan het Prins Bernhardplein verwerkt. Dit leidt vanaf 2022 tot een verhoging van de bijdrage aan de VrZW met € 0,05 miljoen.

Burgemeester In ‘t Veldpark Het college erkent de problematiek rond de overlast gevende groep die zich ophoudt in het Burgemeester In ’t Veldpark. Omwonenden zien drugshandel en alcoholgebruik, ondanks dat beide in het park verboden zijn. Strikter handhaven ziet het college niet als oplossing. De groep zal zich vestigen op een andere plek in Zaanstad en dan krijgen de omwonenden aldaar een overlastprobleem. Een oplossing zou een zogeheten inloopvoorziening kunnen zijn, een plek waar deze groep zich kan ophouden en verblijven zonder al te veel toezicht en regels en waar ze geen overlast veroorzaken naar omwonenden.

Veiligheid bruggen In vervolg op het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over de Veiligheid van op afstand bediende bruggen zijn maatregelen genomen. Onder deze maatregelen vallen het aanbrengen van gele vlakken op beweegbare bruggen en het ophangen van camera’s. In de begroting was nog geen rekening gehouden met de jaarlijkse onderhoudskosten hiervan. Deze worden nu opgenomen voor € 0,05 miljoen vanaf 2022.

Het college heeft voor de realisatie van deze voorziening een subsidie aanvraag gedaan bij het ministerie BZK. Dit ministerie stelt € 450 miljoen beschikbaar voor de Specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting, kortweg het Volkshuisvestingsfonds. Met een bijdrage uit dit fonds kunnen gemeenten investeren in de woonkwaliteit, leefomgeving en duurzaamheid in kwetsbare woongebieden. Zaandam Oost is ook door het Rijk aangemerkt als kwetsbaar gebied en bestaat uit wijken waar de leefbaarheid en de veiligheid onder druk staat. Juist hier bieden andere regelingen weinig uitkomst en is deelname aan dit fonds een unieke kans. Naar verwachting volgt medio augustus 2021 uitsluitsel over de aanvraag.

Het college voert in 2021 integrale scans uit naar de veiligheidsrisico’s bij de lokaal bediende bruggen. Op basis hiervan zal het college bij een volgend P&C-moment beoordelen of en welke aanvullende maatregelen en investeringen nodig zijn. Overigens zijn niet alle bruggen in Zaanstad in eigendom van de gemeente. Het college zal in die gevallen bij de verantwoordelijk overheden aandringen de werkzaamheden die worden aanbevolen vanuit de Onderzoeksraad, zoals het aanbrengen van gele vlakken, zelf uit te voeren dan wel aan de gemeente te vergoeden.

Naast de subsidie aanvraag vindt het college de inzet van de veldwerker van het Leger des Heils noodzakelijk om 12

Actualisatie erfpacht Nieuwe erfpachtcontracten leiden tot meer canon inkomsten (€ 0,09 miljoen). Tegelijk heeft de gemeente meer kosten voor beheer van grond (€ 0,03 miljoen). Per saldo is er een structureel voordeel van € 0,06 miljoen. Parkeerbelasting Zaanstad start met het in gebruik nemen van een scanvoertuig voor de controle parkeerbelasting. Als gevolg van deze in gebruik name is de verwachting dat de betalingsbereidheid zal toenemen en daarmee de baten parkeerbelasting structureel met € 0,1 miljoen zullen stijgen. Incidentele effecten Er doen zich in deze voorjaarsnota een aantal incidentele effecten voor die tot een substantieel financieel voordeel leiden. Gezien de financiële krapte kiest het college ervoor dit voordeel vrij te laten vallen aan de algemene middelen. Het gaat om: • Een voordeel op de WSW-middelen door een snellere afname van de groep dan verwacht (€ 0,40 miljoen in 2021 en € 0,38 miljoen in 2022). • Een voordelig rekeningresultaat 2020 van de VrZW (€ 0,45 miljoen beschikbaar in 2021) en een verwacht voordelig resultaat over 2021 van € 0,3 miljoen beschikbaar in 2022. Hoewel duidelijk is dat een deel van dit positieve resultaat wordt veroorzaakt omdat er zaken niet uitgevoerd konden worden door corona, constateert het college dat de afgelopen jaren steeds sprake is van een voordelig resultaat.

Daarom heeft het college de raad voorgesteld een positieve zienswijze op de ontwerpbegroting 2022 van de VRZW af te geven, met daarbij het verzoek aan de VrZW om te onderzoeken of de gemeentelijke bijdrage (structureel) naar beneden bijgesteld kan worden. • Een bijdrage van het ministerie OCW (Gelijke Kansen Alliantie) van twee keer € 0,07 miljoen voor de huiswerkbegeleiding in het kader van Pact Poelenburg. Hierdoor kan de gemeentelijke bijdrage met dit bedrag in 2021 en 2022 verlaagd worden. • Een voordelig saldo van € 0,05 miljoen op het bedrijfsvoeringbudget. • Een correctie op de middelen onderwijsachterstandenbeleid. Deze zijn in het verleden financieel niet geheel correct verwerkt. De correctie wordt over de jaren 2021- 2023 nagenoeg saldoneutraal verwerkt.

13

2. Programma’s 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

Onderwijs, jeugd en zorg Werk, inkomen en economie Maatschappelijke ontwikkeling Ruimtelijke en gebiedsontwikkeling Buitenruimte, vastgoed en bereikbaarheid Veiligheid, handhaving en publieke dienstverlening Bestuur en financiën

14

2.1 Programma Onderwijs, jeugd en zorg Portefeuillehouders: Groothuismink, Mutluer Programmadoelstelling en de rol van de gemeente

in het meedoen, of dreigen te vereenzamen, bieden we ondersteuning; licht waar mogelijk, zwaarder en specialistisch indien nodig.

In Zaanstad willen we dat alle inwoners kunnen meedoen, zo veel mogelijk op eigen kracht, met behulp van het eigen netwerk en een krachtige buurt. Goed en toegankelijk onderwijs is het fundament waarop kinderen en jongeren hun talenten kunnen ontplooien en leren om in een context van diversiteit samen te leven.

Er ligt een stevige opgave om de zorg betaalbaar en toekomstbestendig te houden.

Leefbare wijken zijn een belangrijke voorwaarde om Zaankanters gezond en waardig ouder te laten kunnen worden. Waar bewoners, jong en oud, hindernissen ervaren 15

Realisatie en prognose van indicatoren Prognose

Realisaties Naam

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2022

Bron

% Doelgroepkinderen dat deelneemt aan voorschoolse educatie, reguliere opvang of opvang bij gastouder

81,0%

Ntb

82%

80%

82%

82%

83,5%

GGD

% Schooladviezen basisschool havo/vwo

45%

Ntb

46%

44%

46%

46%

48%

DUO

% Jeugdigen dat ondersteund wordt door jeugdteam

8,6%

8,7%

9,3%

8,7%

8,5%

9,5%

8,9%

Gemeentelijke registratie

% Jeugdigen met specialistische jeugdhulp

7,4%

8,1%

8,4%

9,4%

9,5%

8,3%

8,3%

Gemeentelijke registratie

% Inwoners 18+ dat wordt ondersteund door wijkteam

7,8%

8,3%

8,4%

nnb*

8,7%

8,7%

9,0%

Gemeentelijke registratie

% Inwoners 18+ met een WMO voorziening/ begeleiding

7,0%

7,2%

7,3%

7,4%

7,3%

7,3%

7,4%

Gemeentelijke registratie

81%

Gemeentelijke registratie (cliëntervarings­ onderzoek)

81%

Gemeentelijke registratie (cliëntervarings­ onderzoek)

% Inwoners dat zich beter kan redden door de specialistische ondersteuning % Inwoners dat de kwaliteit van de specialistische onder­steuning goed vond *

Streefwaarden

81%

81%

81%

82%

83%

nnb

86%

nnb

83%

86%

83%

86%

Door overstap naar nieuwe registratie in januari 2020 nu nog geen inzicht hierin.

De cijfers uit het cliëntervaringsonderzoek volgen jaarlijks in oktober.

Voortgang uitvoeringsjaar 2021 2021 staat net zoals 2020 in het teken van de doorontwikkeling van de jeugdhulp. Niet alleen in Zaanstad stijgen de kosten voor de jeugdhulp, in bijna alle gemeenten is hier sprake van. AEF heeft daarom onderzoek gedaan naar de tekorten en geconcludeerd dat de basis voor het tekort voor de jeugdhulp landelijk € 1,6 tot 1,8 miljard bedraagt.

We blijven met de jeugdhulpaanbieders in gesprek om zorg die snel nodig is te kunnen blijven bieden, en hebben regionaal afgesproken een aanpak te ontwikkelen op de wachtlijsten, en de normbudgetten van een aantal aanbieders die ernstig in de knel kwamen nu los te laten om te voorkomen dat wachtlijsten (verder) oplopen. We blijven inzetten op activiteiten rondom de kostenbesparende maatregelen, de regionale aanbesteding van de specialistische jeugdhulp, aanpassen van de verordening en beleidsregels jeugd, het opzetten van een stichting voor de jeugdteams en de basis op orde naar aanleiding van het rekenkamerrapport. Het beleidskader Jeugd wordt in Q2 2021 aan de raad voorgelegd. Ook bereiden we de uitvoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel voor en worden de jeugdpreventieprojecten bij de GGD herijkt. Tot slot wordt samen gewerkt aan het aanbod van onderwijs

Als gevolg van dit rapport hebben de onderhandelingen tussen de VNG en het Rijk opgeleverd dat het Rijk in 2021 € 613 miljoen beschikbaar stelt voor de acute problematiek in de jeugdzorg en de financiële druk die dit veroorzaakt. Extra rijksmiddelen zijn nodig om deze tekorten op te vangen. Daarnaast heeft het huidige jeugdhulpstelsel ook inhoudelijk nieuwe impulsen nodig om goed(koper) te kunnen functioneren. Daarover heeft AEF geadviseerd en het Rijk neemt de adviezen nu over.

16

en ondersteuning in tijden van corona, onder meer door de organisatie van noodopvang en sport- en cultuur­ activiteiten.

personen met verward gedrag, en zijn met Parnassia en Zilveren Kruis afspraken gemaakt over de realisatie van passende screeningsruimten voor deze doelgroep. Rondom de taken in het kader van de Wet verplichte GGZ (WvGGZ) zijn ook de afspraken met de GGD Zaanstreek-Waterland verscherpt, gericht op een betere overdracht en het vergroten van de bekendheid van het meldpunt.

Met het onderwijs wordt ook nader uitwerking en uitvoering gegeven aan het nieuwe beleidskader onderwijsachterstandenbeleid. Zo zijn er afspraken gemaakt over extra inzet op locaties met de meeste achterstanden en is gestart met een betere toeleiding van kinderen via de VVE-monitor. De regels in het leerlingenvervoer zijn aangepast om een stijging van kosten terug te dringen en meer zelfstandig vervoer bij ouders te stimuleren en ondersteunen. De nieuwe verordening en beleidsregels voor leerlingenvervoer zijn in maart door de raad vastgesteld. De nieuwe verordening en beleidsregels laten ruimte voor maatwerk. Het risico daarvan is dat de beoogde besparing niet volledig wordt gerealiseerd.

Voor de huisvesting van urgentie groepen blijft geschikt woningaanbod en het bevorderen van de doorstroom een belangrijke prioriteit. In maart 2021 kwam ter ondersteuning daarvan een brochure met woningaanbod voor senioren uit. We leggen nu een laatste hand aan een samenwerkingsovereenkomst tussen gemeenten en woningcorporaties. De subsidieregeling voor ‘doorstroming’ is uitgewerkt en gaat per 1 juni 2021 in. De realisatie van de Langdurige Opvang staat gepland voor eind 2021.

In oktober 2020 is het bestuurlijk overleg tussen de VNG en de minister over het abonnementstarief stukgelopen. Daarmee ontstaat een financieel tekort boven op de al bestaande taakstelling van € 0,6 miljoen in de Wmo. Om de zorg betaalbaar te houden treffen we maatregelen binnen de kaders van de wet. We herzien de profielen en kaders van meerdere voorzieningen, zoals de inschaling bij huishoudelijke ondersteuning. Het college wil een krachtige beweging in gang zetten richting meer zelfredzaamheid. Daarom onderzoeken we de mogelijkheid van de inzet van activeringscoaches die cliënten stimuleren in hun zelfredzaamheid voordat zij in de Wmo terecht komen. Ook versnellen we de doorontwikkeling van de scootmobielpools en breiden we de pilot individuele begeleiding door de Wijkteams versneld uit. Daarnaast nemen we maatregelen ten aanzien van het aanvullend openbaar vervoer bij de aanbesteding doelgroepenvervoer (afronding 1 april 2022). Besluitvorming hierover volgt bij de wijzigingsverordening Wmo 2022.

Het Zorgkantoor heeft de toestroom van Wlz rechthebbenden niet tijdig kunnen verwerken. Op landelijk niveau (VNG/gemeenten, VWS, ZN Zorgkantoren en CIZ) is afgesproken dat de gemeenten de Wmo/Beschermd beschikkingen van de kandidaat Wlz-gerechtigden verlengen tot 1 januari 2022, zodat de zorg voor deze personen geborgd en gecontinueerd kan worden. Gemeenten worden hiervoor gecompenseerd waardoor er geen meerkosten voor gemeenten zullen zijn.

Vooruitblik begrotingsjaren 2022-2025 Bij de nieuwe regionale contracten van de specialistische jeugdhulp hoort ook een ontwikkelagenda, waar we vanaf 2022 samen met aanbieders uitvoering aan gaan geven. Door de coronacrisis kan het zijn dat de hulpvraag van jeugdigen en ouders wijzigt, waar we op inspelen. De komende jaren ontwikkelen we het preventieve aanbod verder. Tot slot realiseren we de gezamenlijke uitvoeringsagenda ‘Jong zijn in Zaanstad’ naar aanleiding van het nieuwe beleidskader.

Om de beweging van ondersteuning in de tweede lijn naar de eerste en nulde lijn mogelijk te maken, werken we samen met de Sociale Wijkteams verder aan betere, passende ondersteuning, die voor inwoners laagdrempelig toegankelijk is in wijken en buurten. Zo is de pilot voor het zonder indicatie begeleiden van inwoners vanuit het wijkteam uitgebreid naar meerdere wijken, is de crisiskaart opgenomen in het programma van eisen voor de aanbesteding Beschermd Wonen en starten we met de uitvoering van het actieplan voor de doorontwikkeling van mantelzorgondersteuning.

Het kabinet heeft medio februari 2021 besloten tot het Nationaal Programma Onderwijs na corona. Met dit besluit komen er middelen naar het onderwijs en naar de gemeenten. Het onderwijs heeft de taak om de achterstanden in kaart te brengen en met plannen te komen om de achterstanden in te lopen. Van de gemeente wordt verwacht dat we hierop aanvullend plannen maken waarmee we vanuit onze rol de komende jaren actief zullen inzetten op het herstel van de onderwijsachterstanden.

Het regionale samenwerkingsverband Zorg & Veiligheid (‘Allen voor Een’) wordt dit jaar geborgd binnen de organisatie. Met verschillende partijen hebben we in de eerste maanden van 2021 stappen gezet ter verbetering van deze keten. Zo is regionaal afgesproken het beheer van het Zorg- en Veiligheidshuis in 2021 onder te brengen bij de gemeente Zaanstad, biedt de regionale ambulancevoorziening (RAV) sinds januari 2021 passend vervoer voor

Het Rijk heeft een wetsvoorstel in voorbereiding waarbij per 1-1-2023 het zogenaamde woonplaatsbeginsel toegepast gaat worden op Beschermd wonen. Nu is nog sprake van landelijke toegang. We maken een regioplan met daarin regionale afspraken over onder andere de financiering, toegang en regionale voorzieningen. 17

De contracten voor maatwerkarrangementen Wmo lopen uiterlijk 31 december 2024 af. Vooruitlopend hierop zullen we ons oriënteren op gewenste wijzigingen. Van belang hierbij is ook de eerder aangekondigde wetswijziging resultaatgericht indiceren Wmo, waarvan de inhoud en planning op dit moment onzeker is.

(€ 0,3 miljoen) zal richting de begroting worden uitgewerkt. De structurele knelpunten zijn aanleiding voor een brede toekomstverkenning van de GGD, maar deze zal niet voor de begrotingsbehandeling uitgevoerd zijn.

De GR GGD kampt met knelpunten op het gebied van jeugdgezondheidszorg, infectieziekten bestrijding en bedrijfsvoering. Een voorstel voor de benodigde dekking

Financiën Onderwijs, jeugd en zorg (bedragen x € 1.000) Originele begroting

Mutatie

Gewijzigde begroting

2021

2021

2021

Voorjaarsnota 2022

2023

2024

2025

Lasten

143.137

9.328

152.465

149.176

149.459

149.231

148.881

Baten

-11.966

-1.026

-12.991

-12.547

-12.498

-12.617

-12.617

Saldo van lasten en baten

131.171

8.302

139.474

136.629

136.961

136.614

136.264

Toevoegingen reserves

0

440

440

0

0

0

0

Onttrekkingen reserves

0

-1.165

-1.165

0

0

0

0

131.171

7.577

138.749

136.629

136.961

136.614

136.264

Totaal saldo incl. reserve mutaties

Toelichting op hoofdlijnen In 2021 nemen de lasten met ruim € 9 miljoen toe. Door taakmutaties en bijstellingen van specifieke uitkeringen in de gemeentefondscirculaires zijn de lasten in dit programma omhoog bijgesteld met € 2,8 miljoen in 2021, € 1,3 miljoen in 2022 en € 1,5 miljoen vanaf 2023. Voor deze gemeentefonds mutaties geldt dat de lasten in dit programma zijn opgenomen en de baten in programma 7. Op basis van de realisatie in de rekening 2020 worden de uitgaven aan jeugdhulp in 2021 met € 2,6 miljoen omhoog bijgesteld. In 2022 loopt dit bedrag verder op naar structureel € 5,7 miljoen. In 2022 wordt uit Slim Investeren eenmalig € 0,6 miljoen ingezet om de lasten naar beneden bij te stellen en blijft de bestaande taakstelling van € 2,2 miljoen gehandhaafd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10154141/1