CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Dynamisch handboek Zaans omgevingsplan

Raadsvergadering 22 april 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Dynamisch handboek Zaans omgevingsplan29.750 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

2021/4385

Dynamisch handboek Zaans omgevingsplan Versie 1.0

2021/4385

Dynamisch handboek Zaans omgevingsplan

versie 1.0

Dynamisch handboek Zaans omgevingsplan

Pagina1van12 Omgevingsplannen

2021/4385

Dynamisch handboek Zaans omgevingsplan

versie 1.0

Voorwoord

Beste initiatiefnemer,

Door de Omgevingswet verandert er veel voor u als initiatiefnemer. Denk hierbij aan participatie en de (juridische) regels voor het omgevingsplan. U hoeft dit niet alleen te doen. Wij helpen u hierbij. Hiervoor hebben wij het handboek Zaans omgevingsplan gemaakt. Het omgevingsplan helpt ons om Zaanstad mooier en duurzamer te maken. En om opgaven voor de stad op een goede manier samen te brengen en oplossingen voor uitdagingen voor de toekomst te vinden. Hoe zorgen we ervoor dat onze inwoners prettig kunnen wonen? Dat onze ondernemers succesvol hun bedrijf kunnen runnen? En dat we daarbij rekening houden met duurzaamheid en klimaat, een gezonde en groene leefomgeving, cultuurhistorie en erfgoed en bijvoorbeeld de unieke natuur van ons veenweidelandschap. Aspecten die Zaanstad tot een aangename stad maken. Dat doen we graag samen met u. Want uw initiatief kan bijdragen aan onze stad. Ik wens u veel succes met uw plannen. Wessel Breunesse Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling

Pagina2van12 Omgevingsplannen

2021/4385

Dynamisch handboek Zaans omgevingsplan

versie 1.0

Inhoudsopgave

1 1.2 1.3 2 2.1 2.2 3

Voorwoord Inhoudsopgave Inleiding Leeswijzer Documenthistorie Procesbeschrijving 'Hoe maak ik een omgevingsplan?' Wat krijgt u van ons? Wat kunt u van de afdeling Omgevingsplannen verwachten? Wat verwachten wij van u?

2 3 4 4 4 5 5 5 6

Bijlagen: Bijlage A Hoofdstuk- en paragraafindeling van het Zaans omgevingsplan Bijlage B Juridische regelbibliotheek met toelichting op de regels Bijlage C Handvatten voor een plantoelichting bij een ontwikkeling Bijlage D Het Zaans participatieprotocol

Pagina3van12 Omgevingsplannen

2021/4385

Dynamisch handboek Zaans omgevingsplan

versie 1.0

1 Inleiding U hebt een initiatief voor een gebiedsontwikkeling in de gemeente Zaanstad en hiervoor moet u een omgevingsplan maken. Voor u ligt het dynamisch handboek Zaans omgevingsplan. Dit handboek helpt u bij het maken van een omgevingsplan voor een gebiedsontwikkeling. U maakt een omgevingsplan dat voldoet aan de regels van de Omgevingswet en de uitgangspunten van de gemeente Zaanstad. Het omgevingsplan is een nieuw instrument voor de gemeente. We weten nog niet precies hoe het gaat werken met de juridische regels, het beleid en participatie. Daarom is het handboek dynamisch. We blijven het aanpassen en aanvullen. Nog niet alle juridische regels zijn erin opgenomen. Per gebied maken we een set met juridische regels. Uiteindelijk komen de juridische regels voor alle gebiedstypen en beleidsthema’s in Zaanstad in het dynamisch handboek Zaans omgevingsplan te staan. De eerste set juridische regels is gericht op de bestaande woonwijken. Deze regels zijn niet een-opeen te gebruiken voor een gebiedsontwikkeling. Die maken wij samen met u, zodat die goed passen in het Zaans omgevingsplan, dat voor heel Zaanstad geldt. De juridische regels gericht op de bestaande woonwijken gebruikt u als uitgangspunt.

1.2 Leeswijzer Hoofdstuk 1 gaat in op de procesbeschrijving voor het maken van een omgevingsplan. In hoofdstuk 2 worden vervolgens de juridische regels gericht op de bestaande woonwijken gepresenteerd. En tenslotte wordt in hoofdstuk 3 beschreven wat wij van u verwachten en vindt u in de bijlagen de juridische regels gericht op bestaande woonwijken, de handvatten voor een plantoelichting en het Zaan participatieprotocol.

1.3 Versiehistorie Versiebeheer

Versie 1.0

Datum 8 februari 2020

Auteur M. Witjes

Samenvatting van de wijzigingen

Pagina4van12 Omgevingsplannen

2021/4385

Dynamisch handboek Zaans omgevingsplan

versie 1.0

2 Procesbeschrijving ‘Hoe maak ik een omgevingsplan? 2.1 Wat krijgt u van ons? U krijgt van ons: 1. De opzet van het Zaans Omgevingsplan met de hoofdstuk indeling; 2. De juridische regels gericht op de bestaande woonwijken: Een eerste set met juridische regels die u als uitgangspunt gebruikt voor de regels die u samen met ons uitwerkt voor uw eigen gebied; 3. Handvatten voor een plantoelichting bij een ontwikkeling: In de Omgevingswet staat dat u een (gebieds)ontwikkeling moet motiveren. Deze motivering ziet er anders uit dan de toelichting die u kent bij bestemmingsplannen. Daarom geven wij u handvatten mee voor een plantoelichting. Hierin leest u welke uitgangspunten de wet stelt aan de motivering van een (gebieds)ontwikkeling en welke voorwaarden gelden; 4. Het Zaans participatieprotocol: Het Zaans participatieprotocol helpt u hoe u samen met uw omgeving uw plan/plannen vorm geeft. Het is belangrijk dat u vanaf de beginfase van uw plan aan participatie doet. Participatie verbetert de kwaliteit van een initiatief en kan zienswijzen voorkomen.

2.2 Wat kunt u van de afdeling Omgevingsplannen verwachten? Als de anterieure overeenkomst1 is getekend krijgt u een contactpersoon toegewezen. Dit is een projectleider van de afdeling Omgevingsplannen. Van de projectleider krijgt u het dynamisch handboek Zaans omgevingsplan. De projectleider richt een projectteam op en organiseert een Startbijeenkomst. Het projectteam bestaat uit vertegenwoordigers van verschillende vakgebieden. Samen met de projectleider van de afdeling Omgevingsplannen maakt u een planning en werkafspraken over: - doorlooptijden; - de onderzoeken die nodig zijn; - de producten die moeten worden opgeleverd (milieueffectrapportage (m.e.r.), participatie document, ontwerp omgevingsplan, ontwerp welstandsregels)); - toetsen van het omgevingsplan; - het participatietraject; - contact met de ketenpartners. We kijken samen met u of de eerste set met juridische regels voldoende basis vormt voor uw ontwikkeling. Waar dat nodig is vullen we die samen met u aan. De projectleider toetst samen met het projectteam het omgevingsplan op: - de juridische regels; - zijn de juridische regels om te zetten naar toepasbare regels?; - de toelichting op de regels; - de gewenste werkingsgebieden en de geometrie van de regels (voorheen verbeelding); - het stedenbouwkundig plan; - de uitgevoerde onderzoeken; - het participatietraject; - de toelichting op het initiatief.

Als het ontwerp omgevingsplan klaar is neemt de projectleider het project van u over. De projectleider begeleidt het bestuurlijk besluitvormingstraject en zorgt voor de beantwoording van 1

In een anterieure overeenkomst worden afspraken tussen een gemeente en een particuliere partij over het ontwikkelen (bebouwen) van een bepaald perceel of gebied vastgelegd. Pagina5van12 Omgevingsplannen

2021/4385

Dynamisch handboek Zaans omgevingsplan

versie 1.0

eventuele zienswijzen. Eventuele aanpassingen naar aanleiding van zienswijzen worden door u verwerkt.

3 Wat verwachten wij van u? Wij verwachten dat u het volgende oplevert: 1. Een plantoelichting (toelichting op het initiatief); 2. De gewenste werkingsgebieden en de geometrie van de regels (voorheen verbeelding). Het werkingsgebied is het technische woord voor een aanduiding of een gebied op een kaart. Hierdoor weet het Digitaal Stelsel Omgevingswet (het DSO: het nieuwe omgevingsloket.nl en ruimtelijke plannen.nl) op welke plekken de regels gelden; 3. De juridische regels, als die afwijken van de standaardregels, inclusief annotatie (volgens de TPOD-omgevingsplan standaard) en artikelsgewijze toelichting; 4. Overige producten die zijn afgesproken. De producten die u aanlevert worden door ons in het Zaans omgevingsplan, dat voor de hele gemeente geldt, verwerkt. Als er aanpassingen nodig zijn, dan gebeurt dit in overleg.

Pagina6van12 Omgevingsplannen

2021/4385

versie 1.0

Bijlagen Deel A: Hoofdstuk- en paragraaf indeling van het Zaans omgevingsplan; Deel B: Juridische regelbibliotheek met toelichting op de regels; Deel C: Handvatten voor de plantoelichting bij ontwikkelingen; Deel D: Het Zaans participatieprotocol.

Pagina7van12 Omgevingsplannen

2021/4385

Dynamisch handboek Zaans omgevingsplan

versie 1.0

Deel A: Hoofdstuk en paragaaf indeling van het Zaans omgevingsplan

Pagina8van12 Omgevingsplannen

2021/4385

Structuur van het Zaans omgevingsplan in hoofdstukken, afdelingen en paragrafen Algemene bepalingen Definities

Doelen Gereserveerd

Programma’s Gereserveerd

Omgevingswaarden Gereserveerd

Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Het grondgebied van de gemeente Gebiedstypes 5.2.1

…….

1

2021/4385

Aanwijzingen voor het bouwen 5.3.1

…….

Aanwijzingen voor de buitenruimte 5.4.1

…….

Beperkingengebieden 5.5.1

……..

Overige aanwijzingen 5.6.1

……

Activiteiten Algemene bepalingen over activiteiten Bouwen 6.2.1

…..

Het gebruik van bouwwerken 6.3.1

…..

Het aanleggen en gebruiken van de buitenruimte 6.4.1

…..

…..

Beheer en onderhoud Gereserveerd

2

2021/4385

Financiele bepalingen Gereserveerd

Handhaving Gereserveerd

Monitoring en Evaluatie Monitoring 10.1.1

……

Evaluatie 10.2.1

…..

Overgangsrecht Overgangsrecht 11.1.1

…..

Bruidschat 11.2.1

…..

Slotbepalingen Uitvoerbaarheid 12.1.1

….

Slotbepalingen 12.2.1

…..

3

2021/4385

Dynamisch handboek Zaans omgevingsplan

versie 1.0

Deel B: Juridische regelbibliotheek met toelichting op de regels

Pagina9van12 Omgevingsplannen

2021/4385

Algemene toelichting op het Zaans omgevingsplan Bijlage bij versie 0.1 Van bestemmingen naar activiteiten In bestemmingsplannen wordt de goede ruimtelijke ordening geregeld door bestemmingen toe te kennen. Het toekennen van een bestemming heeft een juridische doorwerking, ook als er verder geen regels aan de bestemming zijn verbonden. Dat is in het omgevingsplan anders, de wetgever heeft bepaald dat het toekennen van een functie geen juridische doorwerking heeft. Het zijn de regels over activiteiten die moeten zorgen voor de evenwichtige toedeling van functies. In meer begrijpelijke woorden: door te regelen welke activiteiten waar en in welke vorm zijn toegestaan ontstaat een goede verdeling van de gebruiksruimte. Dat laatste, ‘de goede verdeling van de gebruiksruimte’, noemt de wetgever ‘een evenwichtige toedeling van functies’. In het omgevingsplan zijn daarom geen bestemmingen of functies opgenomen, maar regels over activiteiten.

Waar gelden de regels? (relatie hoofdstuk 5 en 6) Alle regels in het omgevingsplan moeten gekoppeld zijn aan een ‘werkingsgebied’: dit is het technische woord voor een aanduiding of een gebied op een kaart. Hierdoor weet het Digitaal Stelsel Omgevingswet (het DSO: het nieuwe omgevingsloket.nl en ruimtelijkeplannen.nl) op welke plekken de regels gelden. Hoofdstuk 6 bevat de regels over activiteiten, maar deze zijn daar nog niet gekoppeld aan een werkingsgebied. In het toepassingsbereik van hoofdstuk 6 staat dat de regels in dit hoofdstuk alleen gelden als deze van toepassing zijn verklaard in hoofdstuk 5. Met andere woorden, de regels in hoofdstuk 6 moeten worden ‘aangezet’(=van toepassing verklaard) in hoofdstuk 5. Als de regels over activiteiten niet zijn ‘aangezet’ in hoofdstuk 5 dan gelden zij dus niet. Hoofdstuk 5 bevat de werkingsgebieden. Per werkingsgebied kunnen regels uit hoofdstuk 6 worden ‘aangezet’. Dit kan op het niveau van een artikel, (sub)paragraaf of afdeling. Neem bijvoorbeeld het werkingsgebied ‘welstandsgebied’ in paragraaf 5.3.1. Daar worden de regels uit paragraaf 6.2.2 ‘aangezet’, dit zijn de regels over het bouwen in welstandsgebied. De regels in paragraaf 6.2.2 gelden dus niet buiten het werkingsgebied ‘welstandsgebied’ en zijn daar ook niet zichtbaar. In het voorbeeld van ‘welstandsgebied’ wordt slechts 1 paragraaf uit hoofdstuk 6 ‘aangezet’.

Veel vaker zal het voorkomen dat een gebied zoals een bestaande woonwijk vraagt om een combinatie van meerdere regels uit hoofdstuk 6. In dat geval worden de regels ‘aangezet’ in een gebiedstype. Voor meer informatie over gebiedstypes wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting op afdeling 5.2. Ook regels die gelden voor de hele gemeente moeten gekoppeld zijn aan een werkingsgebied. Deze regels worden ‘aangezet’ in het werkingsgebied ‘gemeente Zaanstad’ in afdeling 5.1.

Digitaal leesbaar omgevingsplan Het omgevingsplan is omvangrijk. De eerste versie van het omgevingsplan is al 88 pagina’s lang en omvat grof geschat zo’n 20% van de eindproduct. Het is niet zo dat er meer regels komen, het omgevingsplan is juist een samenvoeging en stroomlijning van bestaande, versnipperde regels. Om het omgevingsplan bruikbaar en leesbaar te houden is het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ontwikkeld. Het Zaanse omgevingsplan is opgesteld met als doel zeer goed ‘digitaal leesbaar’ te zijn door het DSO. Dit betekent dat het DSO het 1

2021/4385

omgevingsplan kan filteren en presenteren op een manier die aansluit bij de vraag van de gebruiker. De gebruiker kijkt straks niet in een PDF-bestand met honderden pagina’s aan regels, maar krijgt een maatwerkversie van het omgevingsplan te zien die is toegespitst op zijn of haar zoeklocatie en zoekopdracht. Bovendien worden er vragenbomen (ook wel toepasbare regels genoemd) opgesteld om de gebruiker nog beter te helpen.

Schematisch weergeven ziet het er als volgt uit. Het bijgevoegde PDF-bestand bevat alle juridische regels. Bij de vaststelling van het eerste omgevingsplan worden de juridische regels in het DSO gezet (de linkerkant van het schema). Het DSO weet op basis van eigenschappen die wij de regels toekennen waar de regels gelden en over welke activiteiten ze gaan (dit wordt ook wel ‘het annoteren van de regels’ genoemd). Een gebruiker wordt op het DSO altijd om een locatie gevraagd. Het DSO presenteert de gebruiker alleen de regels die gelden op die locatie (het midden van het schema). Vervolgens kan de gebruiker een activiteit aangeven, waarop het DSO de resultaten nog een keer filtert. De gebruiker ziet uiteindelijk niet alle juridische regels, maar een op maat gemaakte selectie van regels die gelden op de zoeklocatie en voor de activiteit waar op gezocht is (de rechterkant van het schema).

Vormen van regels Het omgevingsplan bevat een aantal vormen van regels die vaak worden toegepast. Hier worden de verschillende vormen van regels kort toegelicht.

Toepassingsbereik

Elke (sub)paragraaf en afdeling heeft een artikel waarin het toepassingsbereik is geregeld. In hoofdstuk 5 bepaalt het toepassingsbereik in welke werkingsgebieden de regels gelden. In hoofdstuk 6 bepaalt het toepassingsbereik voor welke activiteit(en) de regels gelden. Een activiteit kan binnen het toepassingsbereik van meerdere regels vallen, die regels gelden dan altijd aanvullend op elkaar tenzij nadrukkelijk is bepaald dat dat niet het geval is. Bijvoorbeeld: de activiteit ‘het bouwen van een bijbehorend bouwwerk met kap’ moet voldoen aan de regels voor ‘het bouwen van een bijbehorend bouwwerk met kap’ en aan de regels voor ‘het bouwen van een bijbehorend bouwwerk’. Het DSO zorgt ervoor dat alle relevante regels bij elkaar komen te staan (zie de toelichting ‘Digitaal leesbaar omgevingsplan’). Door per (sub)paragraaf niet meer dan 1 2

2021/4385

Oogmerk

Algemene regels

Vergunningplicht

Aanvraagvereisten

Beoordelingsregels

Zorgplicht

activiteit te regelen is het omgevingsplan beter digitaal leesbaar in het DSO. Bijvoorbeeld: Een gebruiker die een dakkapel wil bouwen hoeft niet de regels voor het bouwen van een erfafscheiding of een hoofdgebouw te zien. Door deze bouwwerken in losse (sub)paragrafen met een eigen toepassingsbereik te regelen is het mogelijk om alleen de regels van het dakkapel te laten zien. Een oogmerk laat zien welke belangen in ieder geval zijn afgewogen bij het opstellen van de regels in een (sub)paragraaf. Het oogmerk benoemt soms tegenstrijdige belangen, aan de ene kant is het wenselijk ruimte te bieden maar aan de andere kant moet ook kwaliteit worden behouden. Die balans van beschermen en benutten komt tot uitdrukking in de oogmerken. Een oogmerk heeft geen rechtstreekse doorwerking, het is niet zo dat burgers gebonden zijn aan het oogmerk. Een oogmerk werkt op de volgende 3 manieren: (1) als een juridische regel onduidelijk is dan kan het oogmerk duidelijkheid bieden, (2) als B&W een aanvraag ontvangt voor het afwijken van het omgevingsplan, dan worden de oogmerken bij de afweging betrokken, en (3) als een vergunningstelsel in het omgevingsplan beleids- of beoordelingsvrijheid biedt aan B&W, dan worden de oogmerken bij de afweging betrokken. De oogmerken zijn een geschikte plek om de concrete beleidsdoelstellingen op te nemen die ten grondslag liggen aan de juridische regels.

Algemene regels hebben een rechtstreekse werking. Iemand die een activiteit verricht moet voldoen aan alle algemene regels die voor die activiteit gelden, ook als er geen vergunningplicht geldt. De algemene regels gelden dus cumulatief, dat wil zeggen aanvullend op elkaar. Het omgevingsplan bevat vergunningstelsels. Elk vergunningstelsel begint met een vergunningplicht, daarin is bepaald welke activiteit vergunningplichtig is. Er zijn 2 varianten: (1) een verbod om een activiteit te verrichten zonder omgevingsvergunning en (2) een omgevingsvergunning om af te wijken van 1 of meer algemene regels. Daarnaast is het op grond van de Omgevingswet altijd mogelijk om af te wijken van de regels van het omgevingsplan met een omgevingsvergunning voor het ‘buitenplans afwijken’. Het feit dat voor een algemene regel een binnenplanse afwijkmogelijkheid is opgenomen wil niet zeggen dat buitenplans afwijken dan niet mogelijk of wenselijk is. De Omgevingswet (en in het verlengde daarvan de Omgevingsregeling) kent slechts een paar algemene aanvraagvereisten voor een aanvraag omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. De wetgever wil dat de aanvraagvereisten in het omgevingsplan geregeld worden zodat een aanvrager alleen de gegevens hoeft te verstrekken die echt noodzakelijk zijn voor de afweging. Daarom zijn per vergunningplicht aanvraagvereisten opgenomen.

In sommige gevallen zijn er ook algemene aanvraagvereisten die gelden voor alle activiteiten, of voor een groep van activiteiten (zoals bouwen). De beoordelingsregels zijn het toetsingskader waaraan een aanvraag omgevingsvergunning wordt getoetst. In de aanhef is geregeld hoeveel beleidsvrijheid B&W heeft in het verlenen van de omgevingsvergunning. De zinssnede ‘ de omgevingsvergunning wordt verleend als’ is dwingend en laat weinig beleidsvrijheid aan B&W. De zinssnede ‘de omgevingsvergunning kan worden verleend als’ geeft veel beleidsvrijheid aan B&W, de beoordelingsregels zijn in dat geval een ondergrens. Aan de beoordelingsregel kan de zinssnede ‘naar het oordeel van B&W’ zijn toegevoegd. In dat geval wordt B&W beoordelingsvrijheid toegekend in het toetsen van de beoordelingsregel. Een zorgplicht is een bijzondere vorm van een algemene regel. Een zorgplicht vormt een ondergrens om excessen te voorkomen. In de Omgevingswet is geregeld dat de handhaving op een zorgplicht plaatsvindt door middel van het opleggen van een maatwerkvoorschrift. Het maatwerkvoorschrift wordt dan gezien als een specificering van de zorgplicht. 3

2021/4385

Gebod

Werkingsgebied

Een gebod is net als een zorgplicht een bijzondere vorm van een algemene regel. Een gebod legt een verplichting op. Denk bijvoorbeeld aan de verplichting om een stuk grond als water aan te leggen ter compensatie voor nieuwe verharding op een andere locatie. Een werkingsgebied is vergelijkbaar met een aanduiding of een gebied op een kaart. Werkingsgebieden worden in hoofdstuk 5 aangewezen. Soms wordt in de regels van hoofdstuk 6 naar een werkingsgebied verwezen, bijvoorbeeld in de regel dat een hoofdgebouw alleen gebouwd mag worden in het werkingsgebied ‘bouwvlak’.

4

2021/4385

Zaans omgevingsplan Versie 0.1

Toelichting De algemene toelichting op het omgevingsplan is los bijgevoegd. De artikelsgewijze toelichting is in groene kaders opgenomen bij de regels.

Afdelingen en paragrafen De (nummering van) de afdelingen en paragrafen zijn voorlopig en kunnen nog wijzigen tijdens de uitwerking van het omgevingsplan.

Nummering van de artikelen De nummering van de artikelen wordt pas ingevuld wanneer de software voor het maken van omgevingsplannen beschikbaar is.

1

2021/4385

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Afdeling 1.1 Hoofdstuk 5

Algemene bepalingen .......................................................................... 5 Definities ......................................................................................... 5 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving .............................................. 6

Afdeling 5.1

Het grondgebied van de gemeente Zaanstad ..................................... 6

Afdeling 5.2

Gebiedstypes ................................................................................... 7

Paragraaf 5.2.1 Afdeling 5.3

Aanwijzingen voor het bouwen ......................................................... 8

Paragraaf 5.3.1 Afdeling 5.4

Woongebieden .......................................................................... 7

Welstandsgebied ....................................................................... 8

Aanwijzingen voor de buitenruimte ................................................... 9

Paragraaf 5.4.1

Verplichte aanleg van groen ....................................................... 9

Paragraaf 5.4.2

Verplichte aanleg van water ....................................................... 9

Afdeling 5.5

Beperkingengebieden ....................................................................... 9

Paragraaf 5.5.1

Beperkingengebied buisleiding voor gevaarlijke stoffen ................ 9

Paragraaf 5.5.2

Beperkingengebied hoogspanningsverbinding .............................. 9

Paragraaf 5.5.3

Beperkingengebied magneetveldzone ....................................... 10

Paragraaf 5.5.4

Beperkingengebied waterkering ................................................ 10

Afdeling 5.6 Hoofdstuk 6

Overige aanwijzingen ..................................................................... 10 Activiteiten ........................................................................................ 12

Afdeling 6.1

Algemene bepalingen over activiteiten............................................. 12

Afdeling 6.2

Bouwen ......................................................................................... 14

Paragraaf 6.2.1

Algemene bepalingen over bouwen ........................................... 14

Paragraaf 6.2.2

Het uiterlijk aanzien van een bouwwerk .................................... 16

Paragraaf 6.2.3

Het veranderen van een bouwwerk ........................................... 20

Paragraaf 6.2.4

Het bouwen van een hoofdgebouw ........................................... 21

Paragraaf 6.2.5

Het bouwen van een bijbehorend bouwwerk ............................. 22

Paragraaf 6.2.6

Het bouwen van een gebouw ................................................... 26

Paragraaf 6.2.7

Het bouwen van een ander bouwwerk, geen gebouw zijnde ....... 26

Paragraaf 6.2.8

Het bouwen van een erf- of perceelafscheiding ......................... 28

Paragraaf 6.2.9

Het bouwen van een bouwwerk bij een woning ......................... 31

Paragraaf 6.2.10

Het bouwen van een nutsvoorziening en infrastructuur ............ 39

Paragraaf 6.2.11

Het bouwen bij een agrarische activiteit .................................. 46

Afdeling 6.3

Het gebruik van bouwwerken ......................................................... 46

Paragraaf 6.3.1

Het gebruiken van een bouwwerk op een erf ............................. 46

Paragraaf 6.3.2

Het gebruiken van een dak als dakterras ................................... 47

Afdeling 6.4

Het aanleggen en gebruiken van de buitenruimte ............................ 49 2

2021/4385

Paragraaf 6.4.1

Het aanleggen en gebruiken van de openbare buitenruimte ....... 49

Paragraaf 6.4.2

Het aanleggen en dempen van water (verplichting) ................... 51

Paragraaf 6.4.3

Het aanleggen en verwijderen van groen (verplichting) .............. 52

Paragraaf 6.4.4

Het aanleggen en gebruiken van een erf ................................... 53

Paragraaf 6.4.5 Het gebruiken van het voorerfgebied als parkeervoorziening voor een auto of een groter voertuig .......................................................................... 54 Afdeling 6.5

Wonen .......................................................................................... 56

Paragraaf 6.5.1

Algemene bepalingen over wonen ............................................ 56

Paragraaf 6.5.2

Wonen (verbod) ...................................................................... 59

Paragraaf 6.5.3

Het wonen in een onzelfstandige woonruimte ............................ 59

Paragraaf 6.5.4

Woningsplitsing ....................................................................... 60

Paragraaf 6.5.5

Beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis .................................... 62

Afdeling 6.6

Bedrijfsactiviteiten .......................................................................... 70

Paragraaf 6.6.1

Algemene bepalingen over bedrijfsactiviteiten ........................... 70

Paragraaf 6.6.2

Bedrijfsactiviteiten (verbod) ...................................................... 70

Paragraaf 6.6.3 Bedrijfsactiviteiten in en op vaartuigen die voor lange tijd zijn afgemeerd ......................................................................................................... 71 Paragraaf 6.6.4

Het exploiteren van een seksinrichting ...................................... 71

Paragraaf 6.6.5

Het produceren, opslaan en verkopen van vuurwerk .................. 72

Afdeling 6.7

Milieubelastende activiteiten ........................................................... 75

Paragraaf 6.7.1

Het storten van puin en afvalstoffen ......................................... 75

Afdeling 6.8

Cultuur .......................................................................................... 75

Afdeling 6.9

Maatschappelijk ............................................................................. 75

Afdeling 6.10

Recreatie ....................................................................................... 75

Afdeling 6.11

Sport ............................................................................................. 76

Afdeling 6.12

Wegen .......................................................................................... 76

Afdeling 6.13

Nutsvoorzieningen ......................................................................... 76

Paragraaf 6.13.1

Het transporteren van gevaarlijke stoffen in een buisleiding ..... 76

Paragraaf 6.13.2 Het transporteren van elektriciteit door een hoogspanningsverbinding ................................................................................... 76 Afdeling 6.14

Activiteiten in beperkingengebieden ................................................ 77

Paragraaf 6.14.1

Activiteiten bij een buisleiding voor gevaarlijke stoffen ............. 77

Paragraaf 6.14.2

Activiteiten bij een hoogspanningsverbindingen ....................... 79

Paragraaf 6.14.3

Activiteiten in een magneetveldzone ....................................... 79

Paragraaf 6.14.4

Activiteiten bij een waterkering ............................................... 80

Afdeling 6.15

Andere activiteiten ......................................................................... 81

Paragraaf 6.15.1

Het opslaan en stallen van goederen ....................................... 81

Bijlage 1.1

Begripsbepalingen ................................................................................ 83

Bijlage 1.2

Meet- en rekenbepalingen ..................................................................... 85 3

2021/4385

Bijlage 1.3

Overige aanwijzingen ............................................................................ 88

4

2021/4385

Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen

Afdeling 1.1

Definities

Artikel 1.1

Begripsbepalingen 1. Artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, gelden ook voor dit omgevingsplan. 2. In bijlage 1.1 staan aanvullende begripsbepalingen voor dit omgevingsplan.

Artikel 1.2

Meet- en rekenbepalingen Bijlage 1.2 bevat de meet- en rekenbepalingen voor dit omgevingsplan.

Verplichting digitale standaard In de landelijk vastgelegde digitale standaarden (STOP-TPOD omgevingsplan) is geregeld dat dit de eerste artikelen van het omgevingsplan moeten zijn. Vervolgens mag voor het leesgemak wel verwezen worden naar de bijlagen.

Gebruiksgemak In het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) kunnen begrippen in de tekst ‘gelinkt’ worden. De lezer ziet dan dat op een begrip in een juridische regel geklikt kan worden. Als de gebruiker klikt dan gaat deze rechtstreeks naar de relevante begripsbepaling in de bijlage.

Landelijk eenduidig begrippenkader De begrippen in de Omgevingswet zijn wettelijk ook van toepassing op het omgevingsplan. De VNG adviseert om ook de begrippen uit de AMvB’s gebaseerd op de Omgevingswet van toepassing te verklaren, zodat overal in Nederland dezelfde begrippen gelden binnen het omgevingsplan. In het DSO wordt geregeld dat ook de landelijke begrippen ‘gelinkt’ zijn aan de begripsbepaling.

5

2021/4385

Hoofdstuk 5

Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving

Afdeling 5.1

Het grondgebied van de gemeente Zaanstad

Artikel 5.X

Werkingsgebied gemeente Zaanstad Er is een werkingsgebied ‘gemeente Zaanstad’.

Artikel 5.X

Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf gelden voor het werkingsgebied ‘gemeente Zaanstad’.

Artikel 5.X

Regels over activiteiten De volgende regels zijn van toepassing: a. afdeling 6.1 (Algemene bepalingen over activiteiten); b. paragraaf 6.2.1 (Algemene bepalingen over bouwen); c. paragraaf 6.2.3 (Het veranderen van een bouwwerk); d. paragraaf 6.2.4 (Het bouwen van een hoofdgebouw); e. paragraaf 6.2.5 (Het bouwen van een bijbehorend bouwwerk); f. paragraaf 6.2.6 (Het bouwen van een gebouw); g. paragraaf 6.2.7 (Het bouwen van een ander bouwwerk, geen gebouw zijnde); h. paragraaf 6.2.8 (Het bouwen van een erf- of perceelafscheiding); i. paragraaf 6.2.10 (Het bouwen van een nutsvoorziening en infrastructuur); j. paragraaf 6.2.11 (Het bouwen bij een agrarische activiteit); k. afdeling 6.3 (Het gebruik van bouwwerken); l. paragraaf 6.4.1 (Het aanleggen en gebruiken van de openbare buitenruimte); m. paragraaf 6.4.4 (Het aanleggen en gebruiken van een erf); n. paragraaf 6.5.2 (Wonen (verbod)); o. paragraaf 6.6.2 (Bedrijfsactiviteiten (verbod)); p. paragraaf 6.6.3 (Bedrijfsactiviteiten in en op vaartuigen die voor lange tijd zijn afgemeerd); q. paragraaf 6.6.4 (Het exploiteren van een seksinrichting); r. paragraaf 6.6.5 (Het produceren, opslaan en verkopen van vuurwerk); s. paragraaf 6.7.1 (Het storten van puin en afvalstoffen); t. afdeling 6.13 (Nutsvoorzieningen); en u. afdeling 6.15 (Andere activiteiten).

Regels die gelden in de hele gemeente Dit werkingsgebied omvat het hele grondgebied van de gemeente Zaanstad. De regels die hier van toepassing worden verklaard zijn regels met een algemene aard die zich daardoor lenen voor zo’n groot werkingsgebied. Op bepaalde locaties, bijvoorbeeld in gebiedstypes, kunnen meer specifieke regels van toepassing worden verklaard. Dit kan in aanvulling op de algemeen geldende regels, maar ook in afwijking daarvan. Afwijken van de algemeen geldende regels gebeurt altijd nadrukkelijk in de bijzondere regeling.

6

2021/4385

Tijdens de transitieperiode Dit werkingsgebied zal niet meteen worden aangezet voor het hele grondgebied, maar alleen voor de delen van het grondgebied waar een nieuw omgevingsplan wordt vastgesteld. In gebieden waar het omgevingsplan van rechtswege (het overgangsrecht) geldt, wordt dit werkingsgebied nog niet ‘aangezet’. Het werkingsgebied groeit stapsgewijs met elke nieuwe vaststelling van een deel van het omgevingsplan, tot het moment dat uiteindelijk het hele grondgebied van Zaanstad voorzien is van een nieuw omgevingsplan.

Afdeling 5.2

Gebiedstypes

Gebiedstypes Aan gebiedstypes worden regels over activiteiten gekoppeld die niet gelden voor het hele grondgebied, maar slechts voor een deelgebied (bijvoorbeeld de regels die gebaseerd zijn op de nota woonbebouwing, die gelden alleen voor bepaalde woongebieden). Binnen een gebiedstype wordt met specifieke regels over activiteiten gestuurd op een evenwichtige toedeling van functies, zoals bedoeld in artikel 4.2 lid 1 van de Omgevingswet.

Oogmerken Het is mogelijk om aan gebiedstypes oogmerken toe te kennen, zodat voor de gebruiker duidelijk is welke beleidsdoelen de gemeenteraad wil nastreven in een bepaald gebiedstype. Zo is het denkbaar dat in een gebiedstype voor een bestaande woonwijk in de oogmerken de nadruk wordt gelegd op een rustige, stille omgeving. In het gebiedstype voor een dynamisch woongebied in het centrum van Zaandam kan de nadruk juist liggen op het toestaan van meer dynamische functies (vanwege de binding met het centrumgebied), maar met behoud van een goed woon en leefklimaat.

Paragraaf 5.2.1 Woongebieden

Nader in te vullen De gebiedstypes worden nader vormgegeven bij het opstellen van de vast te stellen omgevingsplannen. De specifieke invulling is afhankelijk van veel factoren, zoals het karakter van het gebied, de bestaande rechten uit de bestemmingsplannen, de beleidsdoelstellingen, etc. Zo is het denkbaar dat er voor een laag dynamisch woongebied met veel grondgebonden woningen in een dorp een ander gebiedstype geldt dan voor een hoog dynamisch woongebied met veel hoogbouw in centrum van Zaandam. Deze gebieden vragen om een andere set aan regels voor activiteiten. Voor de beeldvorming zijn er nu 2 gebiedstypes opgenomen zodat de werking duidelijk is. Bij het vast te stellen omgevingsplan kan het daarom zijn dat de gebiedstypes andere namen, oogmerken en/of activiteitenregels hebben.

7

2021/4385

Subparagraaf 5.2.1.1 Gebiedstype woongebied variant 1

Artikel 5.X

Gebiedstype woongebied variant 1 Er is een werkingsgebied ‘gebiedstype woongebied variant 1’.

Artikel 5.X

Toepassingsbereik De regels in deze subparagraaf gelden voor het werkingsgebied ‘gebiedstype woongebied variant 1’.

Artikel 5.X

Regels over activiteiten De volgende regels zijn van toepassing: a. paragraaf 6.2.9 (Het bouwen van een bouwwerk bij een woning); b. paragraaf 6.4.5 (Het gebruiken van het voorerfgebied als parkeervoorziening voor een auto of een groter voertuigen); en c. afdeling 6.5 (Wonen).

Subparagraaf 5.2.1.2 Gebiedstype woongebied variant 2

Artikel 5.X

Gebiedstype woongebied variant 2 Er is een werkingsgebied ‘gebiedstype woongebied variant 2.

Artikel 5.X

Toepassingsbereik De regels in deze subparagraaf gelden voor het werkingsgebied ‘gebiedstype woongebied variant 2.

Artikel 5.X

Regels over activiteiten De volgende regels zijn van toepassing: a. paragraaf 6.2.9 (Het bouwen van een bouwwerk bij een woning); en b. afdeling 6.5 (Wonen).

Weinig verschillen In deze eerste versie van het omgevingsplan zijn de algemene regels voor bestaande woongebieden uitgewerkt. De verschillen tussen de varianten wordt groter wanneer er meer bijzondere regels zijn uitgewerkt.

Afdeling 5.3

Aanwijzingen voor het bouwen

Paragraaf 5.3.1 Welstandsgebied

Artikel 5.X

Welstandsgebied Er is een werkingsgebied ‘welstandsgebied’.

Artikel 5.X

Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf gelden voor het werkingsgebied ‘welstandsgebied’.

Artikel 5.X

Regels over activiteiten De regels in paragraaf 6.2.2 (Het uiterlijk aanzien van een bouwwerk) zijn van toepassing.

8

2021/4385

Afdeling 5.4

Aanwijzingen voor de buitenruimte

Paragraaf 5.4.1 Verplichte aanleg van groen

Artikel 5.X

Groenbehoud Er is een werkingsgebied ‘Verplichte aanleg van groen.

Artikel 5.X

Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf gelden voor het werkingsgebied ‘Verplichte aanleg van groen’.

Artikel 5.X

Regels over activiteiten De regels in paragraaf 6.4.3 (Het aanleggen en verwijderen van groen (verplichting)) zijn van toepassing.

Paragraaf 5.4.2 Verplichte aanleg van water

Artikel 5.X

Watercompensatiegebied Er is een werkingsgebied ‘Verplichte aanleg van water’.

Artikel 5.X

Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf gelden voor het werkingsgebied ‘Verplichte aanleg van water’.

Artikel 5.X

Regels over activiteiten De regels in paragraaf 6.4.2 (Het aanleggen en dempen van water (verplichting)) zijn van toepassing.

Afdeling 5.5

Beperkingengebieden

Paragraaf 5.5.1 Beperkingengebied buisleiding voor gevaarlijke stoffen

Artikel 5.X

Beperkingengebied buisleiding voor gevaarlijke stoffen Er is een werkingsgebied ‘beperkingengebied buisleiding voor gevaarlijke stoffen’.

Artikel 5.X

Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf gelden voor het werkingsgebied ‘beperkingengebied buisleiding voor gevaarlijke stoffen’.

Artikel 5.X

Activiteiten De regels in paragraaf 6.14.1 (Activiteiten bij een buisleiding voor gevaarlijke stoffen) zijn van toepassing.

Paragraaf 5.5.2 Beperkingengebied hoogspanningsverbinding

Artikel 5.X

Beperkingengebied hoogspanningsverbinding Er is een werkingsgebied ‘beperkingengebied hoogspanningsverbinding’.

Artikel 5.X

Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf gelden voor het werkingsgebied ‘beperkingengebied hoogspanningsverbinding’. 9

2021/4385

Artikel 5.X

Regels over activiteiten De regels in paragraaf 6.14.2 (Activiteiten bij een hoogspanningsverbindingen) zijn van toepassing.

Hoe groot is dit beperkingengebied? Het beperkingengebied ligt 6 meter aan weerszijden van de kabels van een hoogspanningsverbinding. De zone is dus breder dan 6 meter aan weerszijden van de mast, omdat de kabels meestal niet loodrecht boven de mast hangen. Paragraaf 5.5.3 Beperkingengebied magneetveldzone

Artikel 5.X

Beperkingengebied magneetveldzone Er is een werkingsgebied ‘beperkingengebied magneetveldzone’.

Artikel 5.X

Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf gelden voor het werkingsgebied ‘beperkingengebied magneetveldzone’.

Artikel 5.X

Regels over activiteiten De regels in paragraaf 6.14.3 (Activiteiten in een magneetveldzone) zijn van toepassing.

Hoe groot is dit beperkingengebied? De grootte van dit beperkingengebied is afhankelijk van het type hoogspanningsverbinding, de spanning, hoe hoog de kabels hangen of hoe diep ze liggen, in welke grond ze liggen. De omvang van het beperkingengebied wordt bepaald naar aanleiding van een onderzoek naar de magneetveldzone.

Paragraaf 5.5.4 Beperkingengebied waterkering

Artikel 5.X

Beperkingengebied waterkering Er is een werkingsgebied ‘beperkingengebied waterkering’.

Artikel 5.X

Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf gelden voor het werkingsgebied ‘beperkingengebied waterkering’.

Artikel 5.X

Regels over activiteiten De regels in paragraaf 6.14.4 (Activiteiten bij een waterkering) zijn van toepassing.

Afdeling 5.6

Overige aanwijzingen

Artikel 5.X

Overige aanwijzingen Bijlage 1.3 de overige aanwijzingen voor dit omgevingsplan.

10

2021/4385

Overige aanwijzingen De meeste werkingsgebieden in hoofdstuk 5 verklaren ook regels uit hoofdstuk 6 van toepassing. In andere woorden ‘activeren’ die werkingsgebieden regels uit hoofdstuk 6. Er zijn echter ook werkingsgebieden die in een regel gebruikt worden maar op zichzelf geen ‘regels aanzetten’. Neem bijvoorbeeld het werkingsgebied ‘bouwvlak’. Dit werkingsgebied wordt onder andere gebruikt in de regels voor het bouwen van een hoofdgebouw, maar die regels zijn al op een andere plek ‘aangezet’ (meestal in het werkingsgebied ‘Gemeente Zaanstad’). Dan is het alleen nog nodig dat het werkingsgebied ‘bouwvlak’ wordt ingetekend op de digitale kaart en dat het werkingsgebied technische gekoppeld wordt aan de regels van het omgevingsplan. Voor dit laatste is het nodig de werkingsgebieden in de regels ‘te benoemen’. Deze regels hebben we opgenomen in een bijlage.

11

2021/4385

Hoofdstuk 6

Activiteiten

Afdeling 6.1

Algemene bepalingen over activiteiten

Artikel 6.X

Toepassingsbereik De regels in dit hoofdstuk gelden alleen als deze in hoofdstuk 5 van toepassing zijn verklaard.

Artikel 6.X

Voor wie gelden de regels? (Normadressaat) Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit uitvoert of laat uitvoeren, behalve als er anders is bepaald.

Artikel 6.X

Algemene beoordelingsregels 1. Een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt in ieder geval geweigerd als de activiteit naar het oordeel van B&W niet voldoet aan de regels in dit omgevingsplan. 2. Lid 1 geldt niet voor regels waarvan in het omgevingsplan is toegestaan om er van af te wijken.

Normadressaat Het normadressaat richt zich niet alleen tot degene die de activiteit uitvoert, maar ook degene die de activiteit laat uitvoeren. Een activiteit in strijd met de regels uitvoeren is niet alleen strijdig tijdens het uitvoeren van de activiteit, maar ook achteraf. Om hier een voorbeeld van te geven: het bouwen van een dakkapel in strijd met de regels van het omgevingsplan is niet alleen strijdig tijdens het bouwen, maar blijft ook strijdig wanneer de dakkapel ‘klaar’ is en er niet meer wordt gebouwd. Dat de activiteit ‘bouwen van een dakkapel’ niet mocht plaatsvinden, is immers niet veranderd.

Laten uitvoeren Niet alleen het uitvoeren van een activiteit kan strijdig zijn, maar ook het laten uitvoeren. Als een verhuurder huurders laat wonen in een pand waar de activiteit wonen niet is toegestaan, dan is de huurder overtreder in de vorm ‘uitvoerder van een verboden activiteit’ en de verhuurder overtreder in de vorm ‘het laten uitvoeren van een verboden activiteit’. In beide gevallen kan handhavend worden opgetreden.

12

2021/4385

Beoordelingsregel De algemene beoordelingsregel zorgt ervoor dat een omgevingsvergunning wordt geweigerd als de aanvraag niet voldoet aan de algemene regels van het omgevingsplan. We zijn er nog niet over uit wat er juridisch gebeurt wanneer het college een omgevingsvergunning voor een omgevingsplan activiteit verleent terwijl de aangevraagde activiteit niet voldoet aan de algemene regels. Immers toetst het college de aanvraag alleen aan de beoordelingsregels, de algemene regels maken daar geen deel van uit want die gelden rechtstreeks. Is die verleende vergunning dan een impliciet rechtsoordeel dat de activiteit voldoet aan het omgevingsplan? In het huidige recht is dat wel het geval, mede gelet op de conversiebepaling van artikel 2.10 lid 1 Wabo en de jurisprudentie rond dit onderwerp. De conversiebepaling komt niet terug in de Omgevingswet, maar het is niet ondenkbaar dat de jurisprudentie ook van toepassing is op het nieuwe stelsel. De algemene beoordelingsregel is opgenomen om te voorkomen dat een omgevingsvergunning onbedoeld alle strijdigheid met de algemene regels van het omgevingsplan legaliseert, dat laatste is nadrukkelijk niet de bedoeling. Op grond van deze beoordelingsregel moet de aanvraag geweigerd worden wanneer deze niet voldoet aan de algemene regels van het omgevingsplan.

Alleen aan algemene regels waarvan op basis van de regels in het omgevingsplan nadrukkelijk mag worden afgeweken hoeft niet getoetst te worden (zie lid 2). De systematiek komt daarmee overeen met de huidige toetsingswijze van bestemmingsplannen, alhoewel het toetsen meer werk zal kosten omdat een omgevingsplan omvangrijker is dan een bestemmingsplan.

Algemene aanvraagvereisten Op dit moment zijn er geen algemene aanvraagvereisten in het omgevingsplan opgenomen. Op grond van artikel 7.3 en verder van de Omgevingsregeling en artikel 4:2 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht gelden al algemene aanvraagvereisten van toepassing.

Geen aanvullende aanvraagvereisten voor participatie In artikel 7.4 van de Omgevingsregeling zijn aanvraagvereisten opgenomen over participatie. Deze gelden voor alle aanvragen, ook aanvragen voor een omgevingsplanactiviteit. In paragraaf 10.3.1 van de Nota van Toelichting op de Omgevingsregeling is bepaald dat participatie uitputtend is geregeld in de Omgevingsregeling. De wetgever heeft daar nadrukkelijk benoemd dat aanvullende eisen aan participatie, bijvoorbeeld in de vorm van een aanvraagvereiste, niet zijn toegestaan.

13

2021/4385

Afdeling 6.2

Bouwen

Paragraaf 6.2.1 Algemene bepalingen over bouwen

Artikel 6.X

Toepassingsbereik Deze afdeling geldt voor het bouwen van een bouwwerk en het in stand houden van een bouwwerk.

Artikel 6.X

Algemene regel Bouwen is alleen toegestaan als de activiteiten waarvoor het bouwwerk wordt gebouwd op die plek zijn toegestaan.

Artikel 6.X

Verbod Het is verboden een bouwwerk in stand te houden dat gebouwd is in strijd met het omgevingsplan.

Artikel 6.X

Verbod Het is verboden te bouwen aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.

Artikel 6.X

Algemene aanvraagvereisten Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen worden in ieder geval de volgende documenten en gegevens verstrekt: a. een overzicht van de bouwkosten; b. het gewenste en het huidige gebruik van het bouwwerk en de gronden die daar bij horen waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3. de wijze waarop de locatie toegankelijk is; 4. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. het gewenste gebruik van de gronden die onderdeel zijn van de plannen voor het bouwwerk; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het peil en het aantal bouwlagen; f. een beschrijving waar uit op te maken is of voldoende van de laad-, los- en parkeervoorzieningen voor auto’s en fietsen worden gerealiseerd op deze locatie of in de directe omgeving daarvan; en g. andere gegevens en documenten die te maken hebben met een mogelijke benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

Artikel 6.X

Waar een tekening aan moet voldoen Een tekening verstrekt bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen voldoet aan de volgende regels: a. een tekening heeft een duidelijke maatvoering en schaalaanduiding; b. een situatietekening heeft: 1. een noordpijl waaruit de oriëntatie van het bouwwerk op het perceel blijkt ten opzichte van de omgeving; en 2. een schaal die niet kleiner is dan 1:1.000; 14

2021/4385

c. een detailtekening heeft een schaal van 1:5, 1:10 of 1:20; d. een geveltekening, plattegrond en doorsnede heeft een schaal van: 1. 1:100 als de oppervlakte van het bouwwerk kleiner is dan 10.000 m2; of 2. 1:200 als de oppervlakte van het bouwwerk 10.000 m2 of groter is.

Algemene regel De regel werkt als volgt: het bouwen van een hoofdgebouw dat gebruikt wordt voor de activiteiten wonen en een beroep aan huis is alleen toegestaan als op die plek de activiteiten wonen en een beroep aan huis zijn toegestaan. Een bouwwerk mag dus alleen gebouwd worden als het voldoet aan de bouwregels in deze afdeling plus de regels die gelden voor de activiteit waarvoor het bouwwerk gebruikt gaat worden. Het zou immers onwenselijk zijn om de bouw van een woning toe te staan op een plek waar de activiteit wonen niet is toegestaan. De algemene regel is een omzetting van de bestemmingsplansystematiek waarin geregeld was dat bouwwerken alleen zijn toegestaan ten behoeve van de bestemming. Het omgevingsplan regelt echter geen bestemmingen of gebruik, maar activiteiten. Daarom is de regel aangepast.

Verbod in stand houden In deze afdeling zijn de regels geschreven voor de activiteit ‘bouwen’, dat is steeds de activiteit die steeds terug komt in het toepassingsbereik van de (sub)paragrafen. Bouwen in strijd met de regels van het omgevingsplan is dan (net als alle andere activiteiten geregeld) te handhaven op grond van artikel 5.1 lid 1 sub a van de Omgevingswet. Handhaven op het bouwen in strijd met het omgevingsplan werkt echter alleen wanneer degene die bouwt, heeft gebouwd of heeft laten bouwen nog eigenaar is en dus de mogelijkheid heeft het bouwwerk te slopen of aan te passen. Om die reden is een algeheel verbod opgenomen op het in stand houden van een bouwwerk dat is gebouwd in strijd met het omgevingsplan. Zo kan ook handhavend opgetreden worden tegen een nieuwe eigenaar van een illegaal gebouwd bouwwerk, zoals dat in het huidig recht ook kan.

Verbod bouwen aan een illegaal bouwwerk In de juridisch regels is een opgenomen om dat te bouwen opover of bij een bouwwerk Strikt moetverbod ook geregeld worden het niet aan, alleen het bouwen gaat, dat is ook gebouwd of wordt gebruikt zonder de handhavend daarvoor benodigde maar over het in stand houden. Zo kan opgetreden worden tegen omgevingsvergunning. Dit is een omzetting van artikel 22.23 vanpersoon de Bruidsschat zowel degene die het illegale bouwwerk heeft gebouwd, maarlidals1 die niet en heeft als doel voorkomenomdat dat er het vergunningvrije bouwwerken gebouwd worden meer eigenaar is te (bijvoorbeeld illegale aan een pand dat illegaal gebouwd is of in gebruik is. Het deel van de regel ‘zonder de daarvoor benodigde omgevingsvergunning’ heeft betrekking op alle omgevingsvergunningenplichten, zowel op grond van de Wro als in het omgevingsplan als in de Omgevingswet en de daarop gebaseerde AMvB’s. Het verbod geldt ook voor bouwwerken die zijn gebouwd in strijd met de algemene regels, omdat dan een vergunningplicht geldt op grond van artikel 5.1 lid 1 sub a van de Omgevingswet.

15

2021/4385

Algemene aanvraagvereisten De algemene aanvraagvereisten gelden voor elke aanvraag omgevingsvergunning binnen deze afdeling. Daarnaast kunnen er aanvullende aanvraagvereisten gelden. Dan is daarvoor een specifieke regel opgenomen in de betreffende paragraaf.

Bruidsschat De algemene aanvraagvereisten zijn een omzetting van artikel 22.35 lid a/g en j van de Bruidsschat. Sub h moet nog worden uitgewerkt wanneer de archeologieregels worden opgesteld. Sub i is verwerkt in de specifieke aanvraagvereisten voor het bouwen in welstandgebied.

Waar een tekening aan moet voldoen De eisen aan tekeningen uit de Omgevingsregeling gelden niet voor een aanvraag voor een omgevingsplanactiviteit. Toch is het handig, voor zowel de aanvrager als de beoordelaar, om vooraf duidelijk te maken aan welke eisen een tekening moet voldoen. Daarom is hiervoor een regeling opgenomen. De regeling is gebaseerd op artikel 7.17 van de Omgevingsregeling, de redactie is aangepast om de regeling leesbaarder te maken.

Paragraaf 6.2.2 Het uiterlijk aanzien van een bouwwerk

Welstand / regels over het uiterlijk aanzien van bouwwerken De regels in deze paragraaf gelden alleen in het werkingsgebied ‘welstandsgebied’. In artikel 4.19 van de Omgevingswet is het mogelijk gemaakt om regels te stellen over het uiterlijk aanzien van bouwwerken. Momenteel kent de gemeente Zaanstad alleen zulke regels in de vorm van de redelijke eisen van welstand. Deze regels zijn omgezet in deze paragraaf, de welstandsnota blijft als beleidsregel van belang als uitleg van de regels in het omgevingsplan. Het is denkbaar dat er in de toekomst meer regels over het uiterlijk aanzien van bouwwerken in het omgevingsplan landen omdat de reikwijdte van de bevoegdheid groter is dan in de Woningwet. Een voorbeeld zou kunnen zijn als het wenselijk blijkt om vanwege gezondheidsredenen aanvullende eisen te stellen aan het uiterlijk aanzien van bouwwerken.

Welstandsvrije gebieden Buiten het werkingsgebied ‘welstandsgebied’ is er geen zorgplicht voor welstandsexcessen en geen welstandstoetsing van een vergunningaanvraag. Dit zijn de gebieden die in de oude systematiek van de Woningwet door de gemeenteraad zijn aangewezen als ‘welstandsvrije gebieden’. Subparagraaf 6.2.2.1 Algemene bepalingen over het uiterlijk aanzien van een bouwwerk

Artikel 6.X

Toepassingsbereik Deze subparagraaf geldt voor de activiteiten genoemd in subparagraaf 6.2.2.2 en 6.2.2.3.

16

2021/4385

Artikel 6.X

Redelijke eisen van welstand aan bouwwerken De redelijke eisen van welstand als bedoeld in deze paragraaf worden beoordeeld als beschreven in de Welstandsnota Zaanstad en toekomstige wijzigingen daarvan.

Artikel 6.X

Overgangsrecht welstand Als de Welstandsnota Zaanstad nog niet is vastgesteld als beleidsregel bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet, dan worden de redelijke eisen van welstand beoordeeld als beschreven in de Welstandsnota Zaanstad, bedoeld in artikel 12a lid 1 van de Woningwet, zoals dat artikel tot inwerkingtreding van de Omgevingswet gold.

Subparagraaf 6.2.2.2 Redelijke eisen van welstand aan bouwwerken (zorgplicht)

Artikel 6.X

Toepassingsbereik 1. Deze subparagraaf geldt voor het bouwen en in stand houden van een bouwwerk. 2. Deze subparagraaf geldt niet voor het bouwen en in stand houden van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is.

Artikel 6.X

Oogmerk De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met oog op: a. het waarborgen dat het uiterlijk van een bouwwerk: 1. past bij de activiteiten; 2. bestaande architectonische bijzonderheden respecteert; 3. past bij de omgeving; en b. het waarborgen dat de omgeving: 1. vrij is van verwarrende en aanstootgevende symbolen; 2. sociaal veilig en toegankelijk is; en c. het bewerkstelligen van een beeld van een bouwwerk of kunstwerk dat duidelijk is; en d. een gebalanceerd gebruik van vorm, kleur en materiaal.

Artikel 6.X

Zorgplicht Het uiterlijk van bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand.

Welstandsexces In de Woningwet is een mogelijkheid opgenomen om op te treden tegen zogeheten welstandsexcessen. De meeste bekende recente casus is het appeltjesgroene huis in Den Helder. Het uiterlijk van een bouwwerk is dan zo afwijkend van de redelijke eisen van welstand dat het gerechtvaardigd is om in te grijpen, zonder dat de handeling (in dat geval het schilderen van een huis) vergunningplichtig is.

17

2021/4385

Bouwen en in stand houden In paragraaf 6.2.1 is geregeld dat het verboden is een bouwwerk in stand te houden dat is gebouwd in strijd met de regels van het omgevingsplan. In het toepassingsbereik van deze subparagraaf is echter nogmaals het ‘in stand houden van een bouwwerk’ benoemd als activiteit. Dat komt omdat het uiterlijk aanzien van een bouwwerk ook veranderd kan worden zonder dat er sprake is van een bouwactiviteit. Zo is het schilderen van een bouwwerk geen bouwactiviteit, maar het stuccen ervan wel. Het is voor de regels van deze subparagraaf niet van belang of de verandering die het welstandsexces veroorzaakt een bouwactiviteit is of niet.

Handhaven op een zorgplicht In de Omgevingswet gebeurt de handhaving op een zorgplicht door middel van het opleggen van een maatwerkvoorschrift. Het maatwerkvoorschrift wordt dan gezien als een specificering van de zorgplicht. Uit de artikelsgewijze toelichting op artikel 22.7 van de Bruidsschat blijkt dat de wetgever ervoor heeft gekozen om de handhaving van welstandsexcessen via deze weg te regelen.

Bruidsschat Deze paragraaf is een omzetting van het repressief welstandstoezicht van artikel 22.7 van de Bruidsschat. De bepaling is versimpeld en leesbaarder gemaakt zodat deze beter past in het omgevingsplan.

Subparagraaf 6.2.2.3 Redelijke eisen van welstand aan bouwwerken (vergunningplicht)

Artikel 6.X

Toepassingsbereik 1. Deze subparagraaf geldt voor het bouwen van een: a. hoofdgebouw als bedoeld in paragraaf 6.2.4; b. gebouw als bedoeld in paragraaf 6.2.6; c. andere bouwwerk, geen gebouw zijnde als bedoeld in paragraaf 6.2.7; d. bijbehorend bouwwerk met kap bij een woning als bedoeld in subparagraaf 6.2.9.2; e. erker aan de voorgevel van een woning als bedoeld in subparagraaf 6.2.9.8; f. dakterrasafscheiding aan een woning als bedoeld in subparagraaf 6.2.9.5; g. dakkapel op een woning als bedoeld in subparagraaf 6.2.9.4; h. een bouwwerk voor infrastructurele en openbare voorzieningen als bedoeld in subparagraaf 6.2.10.1; i. hoogspanningsverbinding als bedoeld in paragraaf 6.2.10.3; en j. brug hoger dan 3 m als bedoeld in subparagraaf 6.2.10.6. 2. Deze subparagraaf geldt niet voor het bouwen van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is.

Artikel 6.X

Oogmerk De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met oog op: a. het waarborgen dat het uiterlijk van een bouwwerk: 1. past bij de activiteiten; 2. bestaande architectonische bijzonderheden respecteert; 3. past bij de omgeving; en b. het waarborgen dat de omgeving: 18

2021/4385

1. vrij is van verwarrende en aanstootgevende symbolen; 2. sociaal veilig en toegankelijk is; en c. het bewerkstelligen van een beeld van een bouwwerk of kunstwerk dat duidelijk is; en d. een gebalanceerd gebruik van vorm, kleur en materiaal.

Artikel 6.X

Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk als bedoeld in artikel 6.X te bouwen.

Artikel 6.X

Aanvraagvereisten Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 6.X worden in ieder geval de volgende documenten en gegevens verstrekt: a. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk en van de gevels van aangrenzende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; c. kleurenfoto’s van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten en boeidelen en de dakbedekking.

Artikel 6.X

Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 6.X wordt verleend als: a. het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand; of b. naar het oordeel van B&W de omgevingsvergunning in afwijking van sub a toch moet worden verleend.

Toepassingsbereik en vergunningplicht In het toepassingsbereik zijn alleen bouwwerken genoemd waarvan het wenselijk is dat er een toets plaatsvindt op de redelijke eisen van welstand. Door het opsplitsen van de regels voor het bouwwerk en de regels voor de welstand is het duidelijker gemaakt waarom een bouwwerk in sommige gevallen vergunningplichtig is. Bijvoorbeeld: De bouwregels voor een bijbehorend bouwwerk zijn vaak zo duidelijk en concreet dat deze verwerkt zijn in algemene regels, niet in een vergunningplicht. Toch kan het zo zijn dat een bijbehorend bouwwerk erg beeldbepalend is, bijvoorbeeld omdat het voor de voorgevel wordt gebouwd. Dan is het wenselijk om het bouwwerk vergunningplichtig te maken voor de welstandstoets. Het enige wat dan nodig is, is dat het bouwwerk wordt opgenomen in het toepassingsbereik van deze subparagraaf. Het is niet nodig de algemene regels van het bouwwerk om te bouwen tot een vergunningplicht. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet laat de gebruiker zien dat er in dat geval een vergunningplicht geldt.

19

2021/4385

Bijbehorend bouwwerk met kap bij een woning In de standaardregels voor bijbehorende bouwwerken mag pas een kap worden gerealiseerd wanneer het bouwwerk op afstand van het hoofdgebouw ligt. Voor woningen is in de nota woonbebouwing een extra mogelijkheid opgenomen om, onder voorwaarden, een kap te bouwen op een bijbehorend bouwwerk dat bij of aan de woning ligt. Door het toevoegen van de kap wordt de aanbouw een wezenlijk onderdeel van de beleving vanaf openbaar toegankelijk gebied en is een welstandsadvies noodzakelijk voor een gebalanceerd beeld tussen hoofdgebouw en bijgebouw. Anders zou dit in theorie van bijvoorbeeld van golfplaten gemaakt kunnen zijn. Dit is voor het aangezicht niet een gewenst uitgangspunt. Voor de bijbehorende bouwwerken met kap als bedoeld in subparagraaf 6.2.5.3 geldt dit niet, omdat deze alleen op afstand van het hoofdgebouw gebouwd mogen worden.

Aanvraagvereisten De aanvraagvereisten zijn een aanvulling op de algemene aanvraagvereisten van paragraaf 6.2.1.

Bruidsschat De aanvraagvereisten zijn een vertaling van artikel 22.35 sub i van de Bruidsschat. De beoordelingsregels zijn een vertaling van artikel 22.29 lid 1 sub b van de Bruidsschat. Paragraaf 6.2.3 Het veranderen van een bouwwerk

Artikel 6.X

Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf geldt voor het veranderen van een bouwwerk. 2. Deze paragraaf geldt niet voor het bouwen van bouwwerken waarvoor in de andere paragrafen van deze afdeling regels zijn gesteld.

Artikel 6.X

Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met oog op: a. het mogelijk maken van kleine veranderingen aan een bestaand bouwwerk; b. het voorkomen van veranderingen aan een bestaand bouwwerk die impact kunnen hebben op de ruimtelijke kwaliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9891833/1