Bijlage Bomenbeleidsplan 2020-2050 - Bomen, de longen van Zaanstad 2
Tekst van het document
BOMEN, DE LONGEN VAN ZAANSTAD Bomenbeleidsplan 2020-2050
Voorwoord In de tuin van mijn ouders stonden heel wat appel- en perenbomen. Als klein jongetje plukte ik daar de heerlijkste vruchten en ontstond bij mij de liefde voor bomen. Bomen die niet alleen vruchten bieden, maar ook bijdragen aan het beperken van de gevolgen van hittestress, wateroverlast, luchtverontreiniging en aan de CO2-opslag. De bomen die we samen moeten blijven koesteren omdat ze voor de natuur en voor ons zorgen en meehelpen in de strijd tegen klimaatverandering.
Opmerking: Daar waar in dit beleid gesproken wordt over ‘de stad’ wordt bedoeld de stedelijke omgeving van Zaanstad. In het kader van stad versus landschap. Hiermee wordt uitdrukkelijk NIET de stad Zaandam bedoeld.
Het is een uitdaging om de openbare ruimte zo goed mogelijk te voorzien van groen en bomen. Want Zaanstad gaat de komende jaren groeien van maar liefst 150.000 naar 200.000 inwoners. Dit betekent dat er de komende jaren zo’n 20.000 woningen gebouwd worden. Daardoor ontstaat druk op de openbare ruimte en moeten we ook naar creatievere, duurzamere oplossingen kijken. De afgelopen jaren is het bomenbeleid vooral gericht geweest op het behouden van de waardevolle bomen in Zaanstad en het aantal bomen per inwoner. Dit leidt vooral tot het planten van veel kleine bomen. Maar het belang van bomen is in de afgelopen tien jaar veranderd en zal de komende tien jaar steeds belangrijker worden. Dit belang is namelijk niet alleen gericht op de stedenbouwkundige aankleding van Zaanstad. Door het benoemen van ecosysteemdiensten, kijken we meer naar de functionaliteit van de bomen en hoe we deze het beste kunnen inzetten om de leefbaarheid te vergroten. Met het bomenbeleidsplan ‘Bomen, De longen van de stad 2020 – 2050’ is een nieuw tijdperk aangebroken. Verder kijkend dan alleen naar de vruchten die we kunnen plukken voor de korte termijn. Maar juist kijken naar de mate waarin onze bomen bijdragen aan een gezond, aangenaam en aantrekkelijk leefklimaat in de stad.
Gerard Slegers Wethouder Openbare Ruimte Gemeente Zaanstad, november 2020
1
Inhoudsopgave VOORWOORD
1
INLEIDING
5
ONTWIKKELINGEN DOELSTELLING LEESWIJZER
5 6 6
HOOFDSTUK 1 DE ZES STRATEGISCHE OPGAVEN IN HET BOMENBELEID
7
1.1 DUURZAAMHEID: CO2-NEUTRAAL IN 2040 1.2 GEZONDHEID: DE STAD NODIGT UIT TOT GEZOND LEVEN 1.3 KANSENGELIJKHEID: STERKE WIJKEN EN TALENTONTPLOOIING 1.4 VERSTEDELIJKING: GROEI MET KWALITEIT 1.5 VEILIGHEID: DROGE VOETEN EN VEILIGE STRATEN 1.6 ECONOMIE: DIVERSE ECONOMIE EN VOLDOENDE WERKGELEGENHEID
8 9 11 13 15 17
HOOFDSTUK 2 KERNWAARDEN IN HET GROEN- EN WATERPLAN ‘WAARDEVOL GROEN EN WATER IN ZAANSTAD’
19
2.1 ARCHEOLOGIE 2.2 CULTUURHISTORIE 2.3 STEDENBOUW 2.4 LANDSCHAP 2.5 NATUUR 2.6 RECREATIE 2.7 KLIMAATADAPTATIE
19 19 20 20 21 21 22
HOOFDSTUK 3 EEN LEEFBAAR ZAANSTAD IN 2050
23
AMBITIE 1: EEN GEZONDE STAD AMBITIE 2: EEN KLIMAATBESTENDIGE STAD AMBITIE 3: HERKENBARE STAD AMBITIE 4: AANTREKKELIJKE STAD AMBITIE 5: PARTICIPERENDE STAD
23 24 24 25 26
HOOFDSTUK 4 UITWERKING SPEERPUNTEN: ‘STUREN OP KWALITEIT’
27
4.1 KROONBEDEKKING (OFWEL: CANOPY) 4.2 HITTESTRESS 4.3 BOOMSTRUCTUURPLAN 4.4 GEZOND BOMENBESTAND 4.5 TOETSINGSKADER KERNWAARDEN
27 28 30 32 33
2
3
HOOFDSTUK 5 INRICHTING OPENBARE RUIMTE
39
5.1 INVENTARISATIE BESTAANDE BOMEN 5.2 UITGANSPUNTEN VOOR HET ONTWERP 5.3 HANDHAVEN BESTAANDE BOMEN 5.4 HET PLANTEN VAN BOMEN 5.5 PARTICIPATIE 5.6 TOOLKIT: ‘BOMEN PLANTEN MET KWALITEIT’
39 39 40 41 41 43
HOOFDSTUK 6 BOMEN EN WETGEVING
47
6.1 WET NATUURBESCHERMING (WNB) 6.2 OMGEVINGSWET 6.3 VERORDENING FYSIEKE LEEFOMGEVING
47 47 47
HOOFDSTUK 7 FINANCIEEL KADER
53
VERANTWOORDING
55
BIJLAGE A: ENQUÊTE ZAANPANEL BIJLAGE B: BIODIVERSITEIT BIJLAGE C: BOOMSTRUCTUURKAART BIJLAGE D: GEBIEDENKAART VERGUNNINGSPLICHT KAPPEN VAN BOMEN BIJLAGE E: LIJST BESCHERMDE BOMEN BIJLAGE F: OVERZICHTSKAART BVC BIJLAGE G: VEELVOORKOMENDE REDENEN AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING KAPPEN
56 65 67 68 69 81 82
4
Inleiding In de openbare ruimte nemen bomen een belangrijke plaats in. Bomen dragen in zeer grote mate bij aan de leefbaarheid van Zaanstad en zorgen voor een gezonde leefomgeving. Bomen geven structuur aan de stad en dragen zorgen voor ruimtelijke kwaliteit in de stad, die in contrast staat met de ruimtelijke kwaliteit van het open veenweidegebied buiten de stad. Dit bomenbeleidsplan richt zich op de bomen binnen de bebouwde kom en de bijdrage die bomen leveren aan een gezond leefklimaat in Zaanstad.
constant gebleven. Dit zegt overigens niets over de kwaliteit en omvang van de bomen en het heeft bovendien geleid tot het planten van meer kleine bomen. Dit bomenbeleid heeft als uitgangspunt om te sturen op kwaliteit in plaats van kwantiteit. De norm van 0,4 bomen per inwoner wordt vervangen door de norm van 20% kroonoppervlakte in de wijk. Op deze manier wordt een grote boom vervangen door een boom die in de toekomst ook groot kan worden of door meerdere kleinblijvende bomen.
Ontwikkelingen De leeftijdsopbouw van het bomenbestand in Zaanstad is niet homogeen. Na de Tweede Wereldoorlog waren bijna alle bomen uit Zaanstad verdwenen. Alleen bomen op begraafplaatsen en in parken zijn gespaard gebleven. In de periode tussen 1945 en 1975 zijn tijdens de wederopbouw in Zaanstad veel bomen geplant, vooral veel snelgroeiende soorten als populier, wilg en berk. Aangezien deze soorten een relatief korte levenscyclus (35-40 jaar) hebben, zijn deze bomen na 1975 voor een groot deel vervangen voor soorten met een langere levenscyclus, zoals eik, iep, es, plataan en esdoorn. In een hoog tempo zijn in deze periode veel bomen geplant, vaak onder slechte omstandigheden (onvoldoende ruimte en zonder voeding). In de leeftijdsopbouw van het bomenbestand van Zaanstad (figuur 1) is te zien dat circa 35-40% van het huidige bomenbestand in deze periode is geplant. Kenmerkend voor Zaanstad is dat het gebouwd is op het veen, hierdoor zakt het maaiveld langzaam. En met enige regelmaat dient het maaiveld opgehoogd te worden. De meeste bomen zijn niet bestand tegen deze ophoging van het maaiveld. In de afgelopen jaren hebben in de naoorlogse woonwijken veel van deze ophogingen plaatsgevonden. Veel bomen zijn hierdoor in de afgelopen jaren vervangen en veel bomen zullen in de toekomst nog vervangen worden vanwege de ophoging van het maaiveld.
Bij het planten van nieuwe bomen wordt een goed plantgat gemaakt (voldoende ruimte en voeding) en wordt rekening gehouden met toekomstige ophogingen.
Figuur 1: Leeftijdsopbouw bomen in Zaanstad
Tot slot is hebben we te maken met een veranderend klimaat. Bomen spelen een belangrijke rol bij het inrichten van een klimaatbestendige openbare ruimte. Aangezien grote bomen meer effect hebben op het klimaat dan kleine bomen, is dit bomenbeleid erop gericht om bomen ouder en groter te laten worden. En wordt het planten van bomen in het kader van wateroverlast, vermindering van hittestress, CO2-opslag, fijnstofreductie, biodiversiteit en gezondheid nader uitgewerkt in dit bomenbeleid.
Zaanstad had in 2009 ongeveer 60.000 publieke bomen. Met een inwoneraantal van 144.000 was dit ruim boven het in 2009 gestelde doel van 0,4 bomen per inwoner. Met de groei van het aantal inwoners en de uitbreiding van de stedelijke bebouwing, staat deze norm onder druk. Door middel van het strikt opleggen van een herplantplicht, is het aantal stadsbomen ondanks deze ontwikkelingen 5
Doelstelling
Leeswijzer
Met dit bomenbeleidsplan wordt gestreefd naar een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand, waarbij geïnvesteerd wordt in het behouden van waardevolle bomen en het versterken van structuren met als doel ‘Zaanstad te laten groeien tot een gezonde, leefbare stad in 2050’.
Het bomenbeleidsplan bestaat uit vier onderdelen. In vragen samengevat is de indeling als volgt: 1. Waar staat Zaanstad nu? 2. Wat wil Zaanstad bereiken? 3. Hoe kan dat gerealiseerd worden? 4. Wat gaat dat kosten?
Uitgangspunten hierbij zijn: 1. behouden: bestaande bomen behouden; 2. versterken: huidige boomstructuur versterken; 3. investeren: Investeren in kwaliteit. · Behouden Door het belang van (grote) bomen duidelijk te maken en de waarde van de bomen te bepalen, wordt de bescherming van de bomen in Zaanstad vanzelfsprekender. Dit draagt bij aan het ouder en groter worden van de bomen in Zaanstad, waardoor deze bomen een grotere bijdrage leveren aan een gezonde de woon- en leefomgeving. In paragraaf 4.5 is een toetsingskader opgenomen om, bij een vergunningsaanvraag voor het kappen van boom, een heldere belangenafweging te maken waarbij ook de waarde van de boom wordt bepaald.
Waar staat Zaanstad nu? In de inleiding wordt de aanleiding voor de koerswijziging van het bomenbeleid 2009 geschetst. Daarnaast wordt de link gemaakt met reeds vastgestelde beleidsstukken. In de inleiding wordt teruggeblikt op het ‘Bomenbeleidsplan’ (2009) en wat de huidige stand van zaken is met betrekking tot het bomenbestand. In hoofdstuk 1 wordt vanuit de zes strategische opgaven gekeken naar de bomen in Zaanstad. Per opgave worden de belangrijkste aandachtspunten weergegeven en in het kort uitgewerkt. Hoofdstuk 2 geeft het kader aan voor het bomenbeleidsplan vanuit het in 2018 door de Raad vastgestelde Groen- en waterplan. Hierin wordt per kernwaarde weergegeven wat het ambitieniveau is van het Groen- en waterplan met betrekking tot de bomen. Wat wil Zaanstad bereiken? In het ‘Bomenbeleid 2020’ (hoofdstuk 3) worden aan de hand van het doel ‘Een leefbaar Zaanstad in 2050’ vijf heldere ambities neergezet. Deze worden vertaald worden naar concrete maatregelen. Deze maatregelen zijn getoetst middels een enquête. Een verslag van deze enquête is opgenomen in bijlage A.
Versterken Het boomstructuurplan van Zaanstad is opgenomen in dit bomenbeleidsplan. Hierin wordt direct zichtbaar waar de bomen ontbreken. Door het toevoegen van grote bomen langs de hoofdstructuren van de stad, wordt de leefbaarheid en herkenbaarheid in de stad versterkt. In de wijken wordt de wijkboomstructuur versterkt met het planten van kleinere bomen. Hierbij is het kiezen van de juiste boom op de juiste plek van belang.
Hoe kan dat gerealiseerd worden? De speerpunten van het bomenbeleid zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van het bomenbeleid. Hierin worden de ambities (hoofdstuk 3) vertaald naar concrete meetinstrumenten, waarna deze meetinstrumenten nader zijn uitgewerkt. Daarnaast is in hoofdstuk 5 opgenomen welk effect dit heeft op de inrichting van de openbare ruimte en in hoofdstuk 6 hoe dit juridisch is verankerd.
Investeren In het bomenbeleidsplan staat kwaliteit voor kwantiteit. Er wordt niet meer gekeken naar het aantal bomen per inwoner, maar er wordt gestreefd naar een oppervlakte kroonbedekking (canopy) van de openbare ruimte van minimaal 20%. Bij het aanplanten van bomen zal daarom geïnvesteerd moeten worden in goede groeiomstandigheden, waarbij naast hoogwaardig plantmateriaal ook voldoende ruimte en voeding voor de boom beschikbaar is. Het streven hierbij is om bomen gezond ouder te laten worden.
Wat gaat dat kosten? In hoofdstuk 7 wordt een overzicht gegeven van de beschikbare financiële middelen om dit te realiseren.
6
1
De zes strategische opgaven in het bomenbeleid
In de ‘Omgevingsvisie Zaanstad’ is een zestal strategische opgaven opgenomen, te weten duurzaamheid, gezondheid, kansengelijkheid, verstedelijking, veiligheid en economie. Deze zes opgaven zijn de leidraad voor het integraal ontwikkelen van nieuw beleid binnen Zaanstad. In figuur 2 is per opgave aangegeven welke thema’s een raakvlak hebben met het bomenbeleid. In dit hoofdstuk worden de zes opgaven uit de omgevingsvisie beknopt weergegeven, waarna wordt beschreven wat het raakvlak van de opgave is met de bijbehorende het thema’s. In de ‘Omgevingsvisie Zaanstad’ is aan de zes opgaven de ondergrond toegevoegd. In het ‘Bomenbeleid 2020’ is ervoor gekozen om de ondergrond mee te nemen in het thema verstedelijking.
Figuur 2: Strategische opgaven in relatie tot het Bomenbeleid 7
1.1 Duurzaamheid:
Biodiversiteit Door de klimaatverandering veranderen de leefomstandigheden voor flora en fauna. Als gevolg van droogte (hitte) en wateroverlast kan de conditie van bomen verminderen. Ziekten en plagen kunnen daarvan profiteren. Het is dan ook van belang dat Zaanstad beschikt over een divers sortiment aan bomen. Hierdoor neemt het risico op ziekten en plagen af en neemt het aantal flora- en faunasoorten toe. Bomen dienen als schuilplek, verbindingsroute of nectarplant voor verschillende soorten. Dit bevordert de biodiversiteit.
CO2-neutraal in 2040 Het is tijd om in Zaanstad alle zeilen bij te zetten en de uitstoot van CO2 te verminderen. Dat begint bij de energietransitie naar duurzame brandstof. Ook in de productie liggen kansen als afval gebruikt kan worden als grondstof. Bij de inrichting van Zaanstad moeten we nadenken over risico’s die het veranderende klimaat met zich meebrengt, zoals hitte en extreme regenval. En natuurlijk pakken we vaker de fiets of het openbaar vervoer. (uit: Thema’s Omgevingsvisie Zaanstad) CO2-opslag Bomen nemen CO2 op en geven zuurstof af. De CO2 wordt opgeslagen in de takken, bladeren en stam van de boom. Hoe ouder en hoe groter de boom, hoe meer CO2 hij opneemt. Op het moment dat een boom doodgaat of gekapt wordt, houdt de boom de CO2 nog steeds vast. Deze komt bij het natuurlijke verrottingsproces langzaam vrij en gaat deels een verbinding aan met de bodem. Bij verbranding komt de CO2 direct vrij. Bij hergebruik van gekapt hout, bijvoorbeeld voor palen, banken enzovoort blijft de CO2 nog lang opgeslagen. Met de toename van het aantal grote bomen (figuur3), en oude bomen in Zaanstad, wordt CO2 langer vastgelegd. Wateroverlast Als gevolg van de klimaatverandering zullen er steeds vaker extreme hoeveelheden neerslag vallen. Hierdoor kan wateroverlast ontstaan. Door water te bufferen en vertraagd af te voeren, kan een deel van de overlast gereguleerd worden.
Grote bomen dragen hieraan bij. Met hun blad vangen ze veel regenwater op. Een deel van dit water verdampt vanaf het blad en een deel komt in een later stadium op de grond terecht. Daarnaast nemen bomen veel water op om te verdampen.
Figuur 3 Grote bomen hebben meer effect
Hittestress Een ander klimaatverschijnsel is de toenemende warmte, die hittestress veroorzaakt. Bomen geven door schaduw en verdamping van water een sterk verkoelend effect. Hierdoor kan het onder een boom 8 tot 12oC koeler zijn dan wanneer er geen bomen staan. Op warme dagen zijn parken en plantsoenen verkoelende plekken. Door het planten van bomen kunnen meer koele plaatsen gecreëerd worden en worden voorzieningen via een koele route bereikbaar. Door het onderling verbinden van de koele plekken, wordt het effect van de koele plek vergroot.
8
Sociale cohesie Als de sociale samenhang in een wijk of buurt hoog is, heeft dit een positieve invloed op de gezondheid. Ontmoetingsplekken binnen de wijk kunnen deze sociale samenhang versterken. Wanneer deze ontmoetingsplekken in het groen zijn aangelegd, heeft dit een nog groter effect. Om een gezonde leefomgeving te creëren, is het van belang dat er groene verblijfsplekken zijn, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Dit bevordert het maatschappelijk participeren en vermindert het gevoel van eenzaamheid. Voor een groter effect is het van belang dat bijvoorbeeld parken en plantsoenen op loopafstand te bereiken zijn.
1.2 Gezondheid: de stad nodigt uit tot gezond leven Een gezonde stad is een stad met gezonde lucht, gezond water en een goede bodemkwaliteit. Een stad zonder geuren geluidsoverlast. Bestand tegen extreme uitspattingen van het klimaat zoals hitte en regenval. Een gezonde stad is ook een stad die mensen ondersteunt om gezond te leven, waar mensen kunnen bewegen en elkaar kunnen ontmoeten. Een gezonde stad is vooral ook een stad waar mensen voor elkaar zorgen, waar ze zich veilig voelen, waar sociale verbanden gekoesterd worden en ouderen niet vereenzamen. (figuur 4 uit: Thema’s Omgevingsvisie Zaanstad) Luchtkwaliteit Bomen hebben een positief effect op de luchtkwaliteit. Aangetoond is dat in parken waar veel bomen staan, de luchtkwaliteit beter is dan in de omliggende woonstraten. Bomen nemen CO2 op en ze vangen fijnstof af met hun bladeren. Door bomen op de juiste wijze aan te planten langs de verkeersaders in de stad, kan de verspreiding van fijnstof en geluid in de naastgelegen woonwijken beperkt worden. Minder fijnstof in de lucht is beter voor de gezondheid. Bewegen Algemeen bekend is dat bewegen goed is voor de gezondheid. Je wordt er fitter door en vermindert de kans op overgewicht. Sport, spel en bewegen kan in georganiseerd verband op een sportcomplex worden beoefend, maar steeds vaker wordt dit ook in groepsverband (of individueel) in de openbare ruimte beoefend.
Indien er voorzieningen als parken, fiets- en wandelpaden of sportvoorzieningen in de openbare ruimte aanwezig zijn, vinden activiteiten als wandelen, fietsen, hardlopen, freerunning en bootcamp vaak plaats in de directe omgeving. Een boomrijke, groene omgeving nodigt uit tot bewegen in de openbare ruimte.
Figuur 4 Zaanse Visie op Gezondheid
Stressreductie Onderzoek heeft aangetoond dat natuur in de stad werkt als een vluchtheuvel voor de geest. Bomen en groen ontspannen de geest en reduceren sociale stress. Hoe meer groen in de omgeving, hoe beter mensen kunnen omgaan met stressvolle ervaringen. Het fietsen en wandelen in een groene omgeving heeft een zeer groot effect op het reduceren van sociale stress en stressgerelateerde aandoeningen als burn-out, angststoornissen en depressie. Het hebben van groene fiets- en wandelroutes is dus niet alleen van belang voor het stimuleren van beweging, maar is ook voor het geestelijk welzijn erg gezond.
9
10
1.3 Kansengelijkheid: sterke wijken en talentontplooiing Een belangrijke sleutel voor sterke wijken is de aanwezigheid van goede openbare ruimte, voldoende en goede voorzieningen en bedrijvigheid. Mensen met verschillende achtergronden, opleidingen, leeftijden en leefstijlen moeten zich er thuis voelen. Daarnaast weten we dat een goede opleiding de kansen in het leven vergroot. Daarom is een goede startpositie voor kinderen essentieel om ieders talent te ontwikkelen. Iedereen in Zaanstad moet mee kunnen doen. (uit: Thema’s Omgevingsvisie Zaanstad) Ontmoeting in het groen Ontmoetingen tussen verschillende culturen en opleidingsniveau’s bevorderen de sociale samenhang in een wijk. Groene verblijfplaatsen als parken en plantsoenen bevorderen deze ontmoetingen in de openbare ruimte. In de groenarme wijken is minder ruimte voor deze sociale ontmoeting. Het hebben van kleinschalige groene ontmoetingsplekken is dan ook extra belangrijk in het kader van kansengelijkheid. Daarnaast is het belangrijk dat er in groenarme wijken mogelijkheden zijn om groene verblijfsplekken binnen de wijk en in andere wijken te bereiken via ‘groene routes’. Samen spelen Voor kinderen is spelen in het groen zeer belangrijk. Spelen versterkt de ontwikkeling van hun hersenen, bevordert de motoriek en vermindert de gevoeligheid voor omgevingsprikkels.
Voor de creatieve ontwikkeling is het (ongestructureerd) spelen in bijvoorbeeld park of plantsoen ook van belang voor de ontwikkeling. Kinderen die opgroeien in een groene omgeving hebben daardoor betere kansen. In een wijk dienen voldoende en gevarieerde groene plekken te zijn om te spelen. Speelplekken dienen dan ook zo veel mogelijk een groene aankleding te krijgen. Educatie Ook op schoolpleinen wordt veel gespeeld door de kinderen. Groene schoolpleinen hebben een positief effect op de leerprestaties van kinderen. Tijdens de pauze herstelt het concentratievermogen van de kinderen beter door het rustgevende effect van het groen en wordt ongestructureerd spelen gestimuleerd, wat in contrast staat met de gestructureerde lessen in het klaslokaal. Door het planten van bomen op en/of bij schoolpleinen wordt ook de hittestress gereduceerd, wat effect heeft op leerprestaties. Het aanleggen van bijvoorbeeld een ‘tiny forest’, schooltuinen of voedselbossen draagt niet alleen bij aan de biodiversiteit, maar biedt mogelijkheden voor theorie- en praktijklessen in biologie. En draagt bij aan de kennis van kinderen over de natuur.
11
12
1.4 Verstedelijking: Groei met Kwaliteit Zaanstad gaat de komende jaren groeien met circa 50.000 inwoners. Dit komt neer op zo’n 20.000 woningen. Groei betekent een groter beslag op de beschikbare boven- en ondergrondse ruimte, op de bestaande voorzieningen en op verkeersverbindingen. Het is daarom belangrijk om de bestaande woningen en voorzieningen te verbeteren en tegelijkertijd nieuwe toe te voegen die de bestaande stad aantrekkelijker maken en aansluiten bij de wensen van de bewoners. (uit: Thema’s Omgevingsvisie Zaanstad) Verdichting Met een verwachte toename van 50.000 inwoners wordt de druk op de bestaande groenvoorziening (zoals parken, speelplaatsen en sportparken) groter. Om de leefbaarheid van de stad te waarborgen, is het van groot belang dat de beperkt beschikbare openbare ruimte kwalitatief hoogwaardig wordt ingericht. Voor de leefbaarheid is het wenselijk dat ook in de verdichte gebieden voldoende groene openbare ruimte beschikbaar is. Daar waar deze ruimte ontbreekt, dient een goede (groene) verbinding gerealiseerd te worden naar reeds bestaande groene verblijfsruimtes in de stad en natuur en recreatiegebieden buiten de stad. De gebruiksdruk op bestaande verblijfsruimtes mag niet te hoog worden. Woon- en leefomgeving Om van de ene plek naar de andere plek te komen, verplaatsen we ons (bijna) dagelijks door stad.
We gaan naar het werk, school, familie of vrienden of andere (sociale) voorzieningen. Hiervoor is in de openbare ruimte een netwerk aangelegd van wegen, fietspaden en voetpaden. Bij het inrichten van de stad en het ordenen van al deze functies worden de bomen geplaatst zodat er een duidelijke ruimtelijke structuur ontstaat in de stad. Langs de hoofdroutes worden met name grote bomen geplaatst en in de woonbuurten, waar de gebruiksfuncties meer gevarieerd zijn, staan kleinere bomen. Bomen spelen een belangrijke rol bij de oriëntatie in de stad en helpen de inwoners zich gemakkelijker te oriënteren in de stad (way finding). Kabels en leidingen in de ondergrond Niet alleen de ruimte bovengronds is schaars, ondergronds is die misschien nog wel schaarser. Als gevolg van de vele kabels en leidingen die in de grond liggen, is er vaak (te) weinig groeiruimte voor bomen. Met de verdichting van de stad en de energietransitie (smart city) komen er nog meer kabels en leidingen in de grond te liggen. Om ook ruimte voor bomen over te houden, dienen de kabels en leidingen beter geordend te worden en bij de integrale driedimensionale aanpak bodem dient, met name voor het realiseren van bomen langs de doorgaande wegen, ruimte gereserveerd te worden voor het boomtracé. 13
14
door het plaatsen van openbare verlichting. Het voorzien in een alternatieve, sociaal veilige route is een beter alternatief.
1.5 Veiligheid: Droge voeten en veilige straten Als we Zaanstad veilig willen maken, moeten we aan veel verschillende aspecten denken. Van bescherming tegen gevaarlijke stoffen, voorkomen van wateroverlast en brandveiligheid tot het zo veilig mogelijk inrichten van onze wegen. Als mensen zich veilig voelen op straat, dan kunnen ze meedoen. Dat gevoel kan groter worden door te zorgen voor open wijken waarin weinig verborgen gaat en mensen elkaar kennen en ontmoeten in de openbare ruimte. (uit: Thema’s Omgevingsvisie Zaanstad) Ondergrondse doorwortelbare ruimte Om de veiligheid van bomen te garanderen, is het van belang dat de bomen op de juiste wijze aangeplant en onderhouden worden. Bij aanplant dient er voldoende ondergrondse doorwortelbare ruimte gereserveerd te worden, zodat de boom zijn (stabiliteits)wortels kan laten groeien. Bij het uitvoeren van werkzaamheden in de omgeving van de boom, mogen de (stabiliteits)wortels niet beschadigd worden. Als de boomwortels bij werkzaamheden beschadigd raken, kan de boom instabiel worden en kan de veiligheid in het geding komen. Ook de grondwaterstand is van grote invloed op de beschikbare ondergrondse ruimte en kan de stabiliteit van de boom sterk beïnvloeden. Bij een te hoge grondwaterstand (minder dan 0,4 m beneden maaiveld) worden er geen bomen op deze plek geplant.
Storm(schade) Tijdens storm kan de aanwezigheid van grote bomen in de directe leefomgeving een gevoel van onveiligheid geven. Wanneer bij een storm bomen omvallen, wordt dit gevoel van onveiligheid versterkt. Dit gevoel is in de meeste gevallen onterecht. Door de bomen goed te onderhouden en regelmatig te controleren op de veiligheid, kan het omvallen van bomen bij storm en bijkomende stormschade voor een groot deel voorkomen worden. Uitsluiten dat er af en toe takken zullen afbreken of dat bomen omwaaien, is onmogelijk; niet alle gebreken zijn altijd vooraf zichtbaar. Door tijdens werkzaamheden zorgvuldig met bomen om te gaan, regelmatig onderhoud uit te voeren en te controleren op gebreken, wordt de kans op stormschade tot een minimum beperkt. Sociale veiligheid Bomen kunnen ook van invloed zijn op de sociale veiligheid in Zaanstad. Bomen met een dichte kroon kunnen zorgen voor donkere plekken. In de parken kan ook de visuele afbakening door de heesterbeplanting een onveilig gevoel versterken. Bij de inrichting van de openbare ruimte is het dan ook van belang dat de plaatsing van bomen en lichtmasten goed op elkaar afgestemd wordt. De lichtmast mag bijvoorbeeld niet in de kroon van de boom geplaatst worden. In parken is de veiligheid niet altijd op te lossen 15
16
recreatieve activiteiten in de woon- en leefomgeving. Indirect dragen de bomen bij aan de werkgelegenheid en het vestigingsklimaat van bedrijven in de recreatieve sector.
1.6 Economie: diverse economie en voldoende werkgelegenheid De economie groeit weer, maar niet iedereen profiteert van deze groei. Zaanstad kent vooral traditionele industrie, waarvan de voedselindustrie wereldfaam heeft. Er liggen kansen voor nieuwe innovatieve bedrijven die bijdragen aan de energietransitie en een circulaire economie. Ook liggen er kansen voor andere typen bedrijven, bijvoorbeeld in het toerisme en de kennisindustrie. Meer variatie maakt de economie sterker. (uit: Thema’s Omgevingsvisie Zaanstad) Bedrijventerreinen Verschillende studies hebben aangetoond dat een groen bedrijventerrein de economische waarde van een bedrijf verhoogt. De waarde van de grond en het vastgoed stijgt en het vestigingsklimaat verbetert. Ook wordt groen steeds vaker ingezet als ‘unique selling point’ voor een duurzame uitstraling. Ook voor de verbetering van de werkomgeving levert een groen bedrijventerrein een positieve bijdrage, de productiviteit gaat omhoog en ziekteverzuim daalt (met name stressgerelateerd). Bovendien heeft groen een positieve uitwerking op het aantrekken van personeel en bezoekers. Het (stimuleren van het) planten van bomen op industrieterreinen draagt dan ook bij aan een gunstig vestigingsklimaat voor duurzame bedrijven.
In de bermen van de wegen en op de (private) parkeerterreinen van bijvoorbeeld de grote winkelketens, is op de bedrijventerreinen veel winst te behalen. Vestigingsklimaat Een groene, boomrijke buurt wordt als een fijne woonomgeving ervaren. Woningen in groene, boomrijke buurten verkopen daardoor beter dan soortgelijke woningen in de groenarme buurten. Ze zijn duurder en staan korter in de verkoop. Ook wanneer er een park of plantsoen in de directe woonomgeving ligt, stijgt de waarde van de woningen. Het vestigingsklimaat van buurten met veel grote bomen is beter. Ook draagt een boomrijke, groene leefomgeving bij aan de sociale verbondenheid met de woonomgeving, waardoor ‘nieuwe inwoners’ zich sneller hechten en langer in Zaanstad zullen blijven wonen. Recreatie Het kunnen recreëren in de directe woonomgeving is een belangrijke factor voor de leefbaarheid van de stad. Daarbij maakt het recreëren in de openbare ruimte een sterke opmars. Steeds meer bedrijven spelen hier actief op in en gebruiken de recreatieve waarde van de openbare ruimte als verdienmodel (bijvoorbeeld bootcamp). Bomen zijn een belangrijke drager van de recreatieve waarde van de openbare ruimte en hebben een grote impact op de
17
18
2
Kernwaarden in het Groen- en waterplan ‘Waardevol groen en water in Zaanstad’
Het Groen- en waterplan is in februari 2018 door de gemeenteraad vastgesteld en geeft richting aan het beleid voor de komende jaren. Zaanstad wil een toekomstbestendige gemeente zijn die voor de huidige en toekomstige bewoners aantrekkelijk is om in te wonen en werken. De aanwezigheid van groen en water speelt hierbij een belangrijke rol. Het doel van het Groen- en waterplan is om kaders te scheppen voor een hoogwaardige woon- en leefomgeving in Zaanstad. In dit hoofdstuk wordt de link gemaakt tussen het bomenbeleid en het Groen- en waterplan. Centraal in het Groen- en waterplan staat de versterking van de waarden en kwaliteiten van het groen en water in het stedelijk en landelijk gebied. Hierbij worden een zevental kernwaarden nader uitgewerkt, te weten: archeologie, cultuurhistorie, stedenbouw, landschap, natuur, recreatie en klimaatadaptatie. Het bomenbeleid is een nadere uitwerking van dit Groen- en waterplan. In dit hoofdstuk wordt per kernwaarde weergegeven wat er in het Groen- en waterplan is opgenomen ten aanzien van bomen en welke ambitie er is gesteld ten aanzien van bomen in het Groen- en waterplan. De kernwaarden vormen de basis voor de weigeringsgronden in de Verordening Fysieke Leefomgeving (voorheen Apv) en worden uitgewerkt in het toetsingskader in paragraaf 4.5..
Kernwaarde Vanwege het beperkte raakvlak tussen de kernwaarde Archeologie en het bomenbeleid zijn de kernwaarden Archeologie en Cultuurhistorie in het bomenbeleid samengevoegd.
2.2
Cultuurhistorie
De ontstaansgeschiedenis van Zaanstad is duidelijk terug te vinden in zowel het stedelijk als het landelijk gebied van Zaanstad. In het stedelijk gebied wordt deze gekenmerkt door de groen/blauwe structuren, in het landelijk gebied zijn met name de dijken en linten en het zicht op het open landschap kenmerkend. In de nota ‘De identiteit van Zaanstad – linten, dijken en paden’ worden deze cultuurhistorische waarden nader toegelicht. Bomen kunnen de cultuurhistorische waarde van dorpsgezichten, monumenten en landschapselementen versterken. Binnen Zaanstad zijn vier beschermde dorpsgezichten aangewezen. Daarnaast zijn er diverse monumenten; zowel rijksmonumenten, provinciale monumenten als gemeentelijke monumenten, waarvan bomen een onderdeel kunnen zijn. Ook hebben diverse bomen op de begraafplaatsen en in een aantal parken een bijzondere cultuurhistorische waarde.
2.1 Archeologie Zaanstad heeft de regelgeving met betrekking tot de archeologie vastgelegd in de ‘Archeologienota 2009’. De gebieden waar archeologische waarden te verwachten zijn, zijn vastgelegd in het bestemmingsplan. Voor het kappen én voor het planten van bomen geldt dat in deze archeologisch waardevolle gebieden een aanlegvergunning noodzakelijk is. Bij (graaf)werkzaamheden in de bodem is er kans op verstoring en/of vernietiging van de aanwezige waarden.
Ambitie Groen- en waterplan: · cultuurhistorische begraafplaatsen inclusief bomen behouden; · behouden en beschermen cultuurhistorische waardevolle landschapselementen; · ‘monumentengezicht’ en ‘monumentenbiotoop’ in het
Ambitie Groen- en waterplan · vroegtijdig rekening houden met archeologische waarden in het planproces.
19
te maken omgevingsplan opnemen om aantasting van aangewezen ‘groene’ en ’blauwe’ monumenten te voorkomen.
· ·
Kernwaarde Onder de kernwaarde Cultuurhistorie vallen de beschermde dorpsgezichten, een aantal cultuurhistorische landschapselementen zoals ‘de dijken, linten en paden’, monumentale begraafplaatsen en het monumentale Wilhelminapark. Daarnaast vallen de monumentale bomen, gedenkbomen ten aanzien van het Koninklijk Huis en bomen bij monumenten - als zij de cultuurhistorische waarde van het monument versterken - onder de kernwaarde Cultuurhistorie.
2.3
· · · · · ·
Stedenbouw
uit te groeien tot volwassen boom; groenstroken rond sportvelden gesloten houden en de soortenrijkdom vergroten; onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor kabelvrije zones langs hoofdstructuren; in beeld brengen hoofdinfrastructuur met belangrijke bomen; bij ontwikkeling van groenarme wijken, groen toevoegen in de wijk; bomen die behouden moeten worden extra ondersteunen door groeiplaatsverbetering; voet- en fietsverbindingen tussen de parken verbeteren, waar nodig entrees verplaatsen en barrières wegnemen; in ontwikkelgebieden kleine parken of groene pleinen creëren die als ontmoetingsplekken kunnen fungeren; stimuleren groene daken, gevels en schooltuinen.
Kernwaarde Het Groen- en waterplan geeft aan dat er ten aanzien van de kernwaarde Stedenbouw een boomstructuurplan opgesteld dient te worden voor Zaanstad. In paragraaf 4.3 is het boomstructuurplan opgenomen. Hierin is naast de kernwaarde Stedenbouw ook de kernwaarde Landschap meegenomen. Samen vormen zij de basisindeling van de hoofd- en wijkboomstructuur. Waarbij de hoofdboomstructuur met name gelegen is langs de hoofdontsluitingswegen (stedelijk belang) en de wijkboomstructuur langs de verbindingen in de wijk met hoofdstructuren, voorzieningen en/of verblijfsplekken.
Zaanstad wil doorgroeien tot 200.000 inwoners. Hierdoor neemt niet alleen de openbare ruimte af, ook het aantal gebruikers neemt toe. Het groen krijgt er nieuwe functies bij om het vestigingsklimaat te verbeteren en de effecten van klimaatverandering te verzachten. Bij een toenemende verstedelijking is de kwaliteit van de openbare ruimte en het groen in toenemende mate van belang voor een prettige woon-, leef- en werkomgeving. Door de toenemende hoogbouw zal het gebruik van de parken de komende jaren naar verwachting stijgen. Door het aanleggen van postzegelparken als ‘groene’ ontmoetingsplekken ontstaat een beter leefklimaat, met name in de stenige buurten. Ook het planten van bomen op parkeerterreinen en bedrijventerreinen levert een positieve bijdrage aan het woon-, werk- en leefklimaat.
2.4 Landschap Het landelijk gebied van Zaanstad bestaat voornamelijk uit veenweidegebied. De openheid van het gebied wordt versterkt door de ‘groene’ linten die het landschap doorsnijden. Bomen worden hier alleen aangeplant indien deze het open landschap niet aantasten. De linten en de dijken zijn in het landschap goed zichtbaar en begrenzen het open landschap. Vanuit de stadsranden is het zicht op het open landschap kenmerkend. De rijkswegen en provinciale wegen doorsnijden het landschap. Het wordt waardevol geacht dat vanaf deze wegen het open landschap ervaren kan worden.
Een belangrijke kwaliteitsimpuls voor Zaanstad is het aanleggen van begeleidend groen langs de hoofdinfrastructuur. Het planten van bomen langs de doorgaande wegen geeft een betere begeleiding en draagt positief bij aan de klimaatadaptatie en ecologische verbindingen in de stad. Langzaamverkeerroutes, parkeerterreinen en plaatsen waar veel mensen bij elkaar komen, worden voorzien van bomen.
Ambitie Groen- en waterplan: · waar kwantiteit van groen afneemt, wordt kwaliteit toegevoegd; · indien groen verdwijnt, dit zo dichtbij mogelijk compenseren; · oude beplanting en bomen op begraafplaatsen zo veel mogelijk behouden; · toegankelijkheid en gebruiksmogelijkheden van parken verbeteren; · stenige stadsranden open laten en geen beplanting en bomen aanplanten; · groene stadsranden dicht laten zodat vanuit het landschap een groene rand wordt ervaren; · bomen alleen aanplanten als er voldoende ruimte is om
Ambitie Groen- en waterplan: · bomen die gekapt worden alleen compenseren als dit het open landschap niet aantast; · bij ontwikkelingen geldt dat de openheid als belangrijke kernwaarde in het landschap behouden blijft; · groene stadsranden toegankelijk maken voor wandelaars en fietsers. Kernwaarde De kernwaarde Landschap is gericht op het behouden van de openheid van het landschap. Het planten van bomen langs doorgaande wegen is niet wenselijk. Voor een deel van de bestaande bomen geldt een uitstervingsbeleid. Dit 20
2.6 Recreatie
houdt in dat er geen actieve kap wordt gedaan, echter indien de bomen noodzakelijkerwijs gekapt moeten worden, zal herplant op een andere locatie plaatsvinden. In het boomstructuurplan is ook de kernwaarde Landschap meegenomen. In het bomenbeleid zijn de kernwaarden Landschap en Stedenbouw samengevoegd.
Groen en water zijn in toenemende mate van belang voor de recreatie in de leefomgeving. Een groot deel van de vrijetijdsbesteding wordt gedaan in het groen. De recreatiedruk op de stedelijke parken, recreatiegebieden, sportvelden en volkstuinen neemt toe als gevolg van demografische groei, vergrijzing en meer vrije tijd. Fietsen, wandelen en varen blijven veel gedane activiteiten. In ieder park wordt wel een groot of kleiner evenementen georganiseerd. Door het intensiveren van het gebruik van de parken, wordt de druk op de natuurwaarden in het park groot. Het verbinden van de parken is hiervoor essentieel. Recreatieve ambities liggen op het gebied van het versterken van de fiets-, wandel- en vaarroutes. Plus het beter benutten van de stadsranden.
2.5 Natuur In het buitengebied van Zaanstad zijn een aantal waardevolle natuurgebieden, zoals de Polder Westzaan die behoort tot het Natura-2000-landschap ‘meren en moerassen’. Daarnaast is een deel van de polders waaronder ook het recreatiegebied ‘Jagersveld’ onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) met de habitattypen vochtige heiden, ruigten en zomen, overgangs- en trilvenen en hoogveenbossen. Ingezet wordt op het leefgebied voor diverse vissoorten, meervleermuis en Noordse woelmuis.
Ambitie Groen- en waterplan: · bij verstedelijking en beheer aandacht voor de gebruikswaarde van stadsparken; · uitbreiden wandel- en fietsverbindingen door de stad en om de stad; · sociale veiligheid en beleving in parken vergroten; · variatie aanbrengen in soorten om ziektes en plagen te voorkomen; · toegankelijkheid parken vergroten voor verschillende doelgroepen; · versterken stadsranden voor dagrecreatie en de uitbreiding van wandel- en fietsroutes.
Binnenstedelijk wordt er gestreefd naar een verscheidenheid in soorten; een rijke biodiversiteit. Zowel in de woonstraten als in de parken is een variëteit aan soorten. Hiervoor zijn grotere groengebieden (onder andere parken, begraafplaatsen) essentieel. Ecologische verbindingen tussen de groene gebieden vergroten de biodiversiteit. De groen/blauwe structuren, bij voorkeur met natuurvriendelijke oevers, vormen sterke verbindingen. Ook kan gebruik gemaakt worden van natuurlijke stapstenen. In Zaanstad is het de ambitie om de biodiversiteit te verhogen door onder andere het ecologisch beheer te optimaliseren en variatie aan te brengen bij aanleg.
Kernwaarde Voor de vrijetijdsbesteding zijn de verblijfsplekken zoals recreatiegebieden, parken, plantsoenen, sportvelden, volkstuinen en begraafplaatsen essentieel. Door deze onderling met elkaar te verbinden met fiets- en wandelpaden, wordt de recreatieve waarde groter. Ook de beschikbaarheid van goede fiets- en wandelpaden tussen de woonbuurten en de voorzieningen tussen de verschillende kernen onderling, hebben effect op de recreatie. Bomen hebben een groot effect op het gebruik van de fiets- en wandelpaden.
Ambitie Groen- en waterplan: · biodiversiteit monitoren en bevorderen van soorten; · actief beschermen en bevorderen (meer) vleermuiskolonies en veilig stellen en verbeteren van vaste verblijfplaatsen; · parken, ecologische zones en groengebieden binnen het stedelijk gebied met elkaar verbinden (door middel van stapstenen); · natuurvriendelijke oevers aanleggen/verbeteren om de ecologische verbinding te vergoten. · Kernwaarde In het landelijk gebied van Zaanstad ligt een aantal Natura 2000- en NNN-gebieden. Daartussen ligt de stedelijke bebouwing van Zaanstad die deze gebieden doorsnijdt. Voor de bevordering van de biodiversiteit is het van belang dat deze natuurgebieden met elkaar verbonden zijn. Bomen zijn in de stedelijke omgeving essentieel om deze verbindingen te realiseren.
21
2.7 Klimaatadaptatie
Kernwaarde Bomen spelen een belangrijke rol bij het beperken van een slechte luchtkwaliteit, wateroverlast en hittestress. Soortkeuze, situering en kroonvolume van bomen zijn essentieel voor ’koele’ verblijfplaatsen en verbindingen. Maar ook door het afvangen van fijnstof, CO2 en (regen) water dragen bomen in positieve zin bij aan het verhogen van de klimaatwaarde.
Voor een goede waterbeheersing in de stad is het van belang dat er voldoende buffercapaciteit is, zodat bij hevige regenval water afgevoerd kan worden en in droge periodes water vastgehouden wordt. Er is dus voldoende groen nodig in de wijk om overtollig water (tijdelijk) op te vangen. Ook heeft groen een belangrijk verkoelend effect door schaduwwerking en verdamping. Bij de inrichting van de stad is het noodzakelijk dat er rekening gehouden wordt met extreme wateroverlast, langdurige droogte en hittestress. Ook het effect van beplanting op de luchtkwaliteit dient niet te worden onderschat. Foutief aangeplante beplanting kan de luchtstroming beperken, waardoor vervuilde lucht langer blijft hangen in de stad. Ambitie Groen- en waterplan: · initiatieven stimuleren ten behoeve van de bewustwording van het belang van klimaatadaptatie; · het omschrijven van doelstellingen aangaande ruimtelijk adaptieve inrichting van het stedelijke en landschappelijk gebied; · een meetlat voor een robuuste stad ontwikkelen; · (nieuwe) wijken klimaatadaptief inrichten; · initiatieven ten behoeve van klimaatadaptatie ondersteunen.
22
3
Een leefbaar Zaanstad in 2050
Een leefbare stad is een groene stad, een stad waar je kan leven en waar voldoende ruimte is om deel te kunnen nemen aan de maatschappij. Een stad waar je je kan bewegen, waar je kan spelen, leren en sporten. Een stad waar je je prettig voelt en waar het aangenaam verblijven is. Een leefbare stad is een stad met een eigen identiteit, waar ieder zich mee kan identificeren, ongeacht de verschillende achtergronden en vele nationaliteiten van haar inwoners. Een leefbare stad heeft een aangenaam klimaat, waarbij de stad niet stil komt te staan op extreem hete dagen of bij extreme neerslag. Een leefbare stad bruist! Ambitie 1: Een gezonde stad
IN ZAANSTAD STREVEN WE ERNAAR DAT ONZE INWONERS ALTIJD BINNEN 300 M VAN HUN WONING EEN OPENBARE VERBLIJFSPLEK KUNNEN BEREIKEN MET EEN KROONBEDEKKING VAN 30%. DAARNAAST STREVEN WE NAAR EEN MINIMALE KROONBEDEKKING VAN 20% VAN DE OPENBARE RUIMTE.
Een gezonde stad is een ‘groene’ stad! Het groen in de stad geeft lucht, ruimte en draagt bij aan het welbevinden. Ruimte om te ontmoeten en te verblijven, ruimte om te leven. Bomen functioneren daarbij als de longen van de stad. Letterlijk omdat ze CO2 omzetten in zuurstof, maar ook figuurlijk geven bomen lucht aan de stad, doordat ze een aangename leefruimte geven. Een gezonde stad nodigt je uit om naar buiten te gaan en te ontspannen, een wandeling te maken, een stukje te fietsen of te sporten. In een gezonde stad spelen kinderen samen buiten, ontdekken de waarde van de natuur en leren van elkaar. En zo ontstaat er een sociale binding in een wijk.
Bomen zijn de longen van de stad en bieden ruimte om te bewegen. Indien er in de stad onvoldoende bomen aanwezig zijn, heeft dit gevolgen voor de gezondheid van de inwoners. Elke wijk dient daarom over minimaal 20% kroonbedekking te beschikken. In het kader van stressreductie en het verminderen van hittestress wordt op verblijfsplekken gestreefd naar een kroonbedekking van minimaal 30%.
BOMEN DRAGEN IN GROTE MATE BIJ AAN EEN POSITIEVE BELEVING VAN ZAANSTAD EN NODIGEN UIT TOT HET GEBRUIKEN VAN DE OPENBARE RUIMTE.
De kroonbedekking wordt ook wel de canopy genoemd. Aan de hand van satellietbeelden wordt berekend welk percentage van de openbare ruimte wordt bedekt door een boomkroon. Uitgaande van het feit dat er jaarlijks bomen vervangen worden en er te allen tijden een percentage jonge bomen in de stad aanwezig is, zou bij een gelijk aantal bomen de canopy ongeveer gelijk moeten blijven, tenzij de verhouding tussen grote bomen (1e grootte) en kleine bomen (3e grootte) op een andere wijze wordt ingevuld. Om de canopy te vergoten, is het dan ook noodzakelijk om actief in te zetten op het behouden en planten van grote bomen. Tegelijkertijd dient geïnvesteerd te worden in een goed plantgat, zodat de boom voldoende ruimte en voeding heeft om te groeien. Eens per jaar wordt een canopy-berekening gemaakt om de kwaliteit van het bomenbestand te monitoren.
Om Zaanstad gezond te houden, is het van belang dat er voldoende ruimte blijft om te ontmoeten, ontspannen en bewegen. Het is dan ook van belang dat er voldoende verblijfsplekken in de stad blijven bestaan en dat deze goed bereikbaar zijn. De aanwezigheid van een verblijfsplek binnen een loopafstand van 300 m heeft een groter positief effect op de woonomgeving. Ook de (wandel)route naar een verblijfsplek toe speelt een belangrijke rol bij het gebruik van de verblijfsplek. Daarnaast mag de (recreatieve) druk op deze verblijfsplekken niet te groot worden, aangezien de functionaliteit van de verblijfsplek dan verloren gaat. Bomen in de wijk hebben daarom een belangrijke functie voor het bezoeken van de verblijfsplek. Het hebben van voldoende bomen in de wijk is dan ook zeer belangrijk voor de leefbaarheid van de wijk.
Bij herinrichting en nieuwe ontwikkelingen wordt gestreefd naar een canopy van minimaal 20% van de openbare ruimte (binnen de wijk) en 30% canopy op verblijfplaatsen. Bij het verlenen van een kapvergunning wordt de herplant 23
bepaald aan de hand van de kroonoppervlakte van de boom, in combinatie met de kroonoppervlakte (in de volwassen fase) van de te planten boom.
Voor het beperken van hittestress in de stad is naast het planten van grote bomen, ook het aanleggen van klimaatroutes door de stad van belang. Klimaatroutes zijn schaduwrijke verbindingen, gericht op het langzaam verkeer (fietsen en lopen). Klimaatroutes verbinden de woonwijken met de verblijfsplekken, zoals scholen, sport- en speelplekken, winkelcentra en overige voorzieningen in de stad. Routes en plaatsen waar meer kwetsbare doelgroepen (zoals ouderen, zieken en kinderen) verblijven en in wijken waar weinig groen en bomen aanwezig zijn, hebben prioriteit. Het aanleggen van klimaatroutes in de stad en het vergroenen van verblijfsplekken draagt bij aan de leefbaarheid van Zaanstad in 2050.
AMBITIE: IN 2050 HEEFT ELKE WOONBUURT EEN CANOPY VAN MINIMAAL 20% EN IS OP 80% VAN DE VERBLIJFPLAATSEN DE CANOPY 30%.
Ambitie 2: Een klimaatbestendige stad De verandering van het klimaat is niet meer te ontkennen. Steeds vaker ontstaan hierdoor problemen met betrekking tot extreme neerslag, hittestress en langdurige droogte. De voorspelling is dat extreme weersomstandigheden in de toekomst vaker voor zullen komen. Een klimaatbestendige stad is voorbereid op deze extreme weersomstandigheden en is zo ingericht dat extreme weersomstandigheden opgevangen kunnen worden in de openbare ruimte. Hiervoor is het van belang dat er voldoende grote bomen zijn die schaduw kunnen geven en regenwater kunnen opvangen.
AMBITIE: HET AANLEGGEN VAN KLIMAATROUTES IN DE STAD DOOR MIDDEL VAN HET PLANTEN VAN GROTE BOMEN LANGS BELANGRIJKE VERBINDINGEN EN OP VERBLIJFSPLEKKEN. HIERBIJ WORDT GESTREEFD NAAR EEN KROONBEDEKKING CANOPY VAN MINIMAAL 30%.
Ambitie 3: Herkenbare stad Een leefbare stad is een herkenbare stad. Een stad met een eigen identiteit. Deze identiteit wordt gekenmerkt door de historie van de stad, de kenmerkende Zaanse bebouwing, de oude fabriekspanden langs de Zaan en de karakteristieke dorpslinten. Een herkenbare stad heeft naast haar identiteit ook een heldere structuur en een goede bereikbaarheid. Parken, plantsoenen en pleinen zijn herkenbare verblijfsplekken in de wijk. In een herkenbare stad zijn de functies van verplaatsen en verblijven in de openbare ruimte in evenwicht. De stedelijke (boom) structuur verbindt de naoorlogse wijken met de karakteristieke Zaanse identiteit. Een geweldige plek om te wonen en te werken!
BOMEN MET GROTE KRONEN HEBBEN EEN GROOT EFFECT OP HET BEPERKEN VAN DE GEVOLGEN VAN KLIMAATVERANDERING TEN AANZIEN VAN HITTESTRESS, WATERADAPTATIE EN CO2-OPSLAG.
Hoe groter het bladvolume van de boom, des te meer CO2 de boom kan opnemen en des te meer fijnstof hij kan afvangen. Bovendien geven grote bomen meer schaduw en kunnen ze meer water afvangen, opnemen en verdampen. Grote bomen dragen dan ook meer bij aan het beperken van de gevolgen van het veranderende klimaat. Door het planten van de juiste bomen op de juiste plek met een goed plantgat kunnen bomen langdurig bijdragen aan de vermindering van de negatieve effecten van klimaatverandering.
EEN DUIDELIJKE BOOMSTRUCTUUR VERSTERKT DE HERKENBAARHEID VAN ZAANSTAD.
Op het moment dat je gemakkelijk de weg kan vinden in een stad, geeft dat minder stress. En voel je je daar sneller thuis. Een duidelijke structuur in de stad helpt hierbij. Een goede boomstructuur versterkt het oriëntatievermogen. De belangrijke wegen in de stad zijn vaak breder opgezet en uitgevoerd in asfalt (er gaat immers meer verkeer over). Het belang van een weg wordt versterkt als er grote bomen langs staan.
Voor een klimaatbestendige inrichting van de stad is het belangrijk dat het kroonvolume van de bomen toeneemt. Het uitgangspunt is dan ook om zo veel mogelijk grote bomen te planten, op plaatsen waar ze ook oud kunnen worden. Uiteraard moet bij de aanplant voldoende bovengrondse en ondergrondse ruimte beschikbaar zijn, zodat de bomen uit kunnen groeien tot volwaardige, volwassen bomen. Op plaatsen waar onvoldoende ruimte beschikbaar is, worden kleinere bomen geplant. Gekozen moet worden voor de juiste boom op de juiste plek.
Op diverse plaatsen in Zaanstad ontbreekt deze boomstructuur of is deze boomstructuur onvoldoende aanwezig (door bijvoorbeeld te kleine bomen, een te grote plantafstand of er zijn onderbrekingen in de structuur). En daardoor is de structuur niet herkenbaar. Door een hoofdboomstructuur en wijkboomstructuur te onderscheiden (en aan te vullen waar dat nodig is), wordt
IN ZAANSTAD STREVEN WE ERNAAR OM ZO VEEL MOGELIJK GROTE BOMEN (1E GROOTTE) TE PLANTEN. OP PLAATSEN WAAR ONVOLDOENDE RUIMTE IS (BOVENGRONDS OF ONDERGRONDS), WORDT VOOR EEN KLEINERE BOOM GEKOZEN (2E OF 3E GROOTTE). 24
de ‘leesbaarheid’ van de stad verbeterd. In een verstedelijkte stad als Zaanstad, waarin ook nog eens verdichting plaatsvindt, is de oriëntatie door middel van een herkenbare boomstructuur en cultuurhistorische gebouwen van groot belang. Dit bevordert het woon- en vestigingsklimaat. Ook op bedrijventerreinen kan een goede boomstructuur het vestigingsklimaat verbeteren.
den met klimatologische veranderingen; er wordt gezocht naar boomsoorten die beter bestand zijn tegen extreme droge en extreme natte periodes. Ook bij de aanplant van bomen wordt rekening gehouden met de beschikbare ondergrondse ruimte en de veelal hoge grondwaterstand. Daar waar de grondwaterstand te hoog is, hebben bomen onvoldoende ruimte voor het ontwikkelen van het wortelgestel. Dit kan bij het planten van grote bomen op termijn de stabiliteit van de boom in gevaar brengen. In dergelijke situaties kan bewust gekozen worden voor een verkorte levensverwachting (dus eerder kappen), het planten van kleinere bomen (met een kleiner wortelgestel) of de boom verhoogd aanplanten (bijvoorbeeld in plantbakken). Wanneer er geen geschikte plantplaats te realiseren is, kan er beter geen boom op de deze plek geplant worden.
IN ZAANSTAD STREVEN WE ERNAAR OM LANGS HOOFDWEGEN BOMEN VAN DE 1E GROOTTE AAN TE BRENGEN, ZODAT ER EEN DUIDELIJKE HOOFDBOOMSTRUCTUUR ONTSTAAT. IN DE WIJKBOOMSTRUCTUUR WORDEN BOMEN VAN DE 1E OF 2E GROOTTE GEPLANT.
In Zaanstad hanteren we het uitgangspunt dat we langs de hoofdwegen en provinciale wegen de hoofdboomstructuur willen versterken met bomen van de 1e grootte. De wijk wordt ontsloten met een wijkboomstructuur met hierin bomen van de 1e of 2e grootte. De bomen in de structuren zijn van belang voor de herkenbaarheid van de stad. Bomen in de woonbuurten hebben meer invloed op de leefbaarheid in de buurt. Ook op bedrijventerreinen wordt ingezet op vergroening met bomen ter bevordering van het vestigingsklimaat.
De kwaliteit van een boom hangt voor een groot deel af van het onderhoud in de jeugdfase (en halfwasfase) van de boom. Door te investeren in jonge aanplant door kwalitatief goed plantmateriaal te gebruiken, de juiste soort voor de plek te kiezen en deze te voorzien van goede groeiomstandigheden gecombineerd met het benodigde onderhoud, neemt de kwaliteit van het bomenbestand toe. IN ZAANSTAD STREVEN WE NAAR EEN GEZOND BOMENBESTAND DOOR TE INVESTEREN IN JONGE AANPLANT EN DAAR WAAR NODIG DE BOMEN MET EEN SLECHTE CONDITIE TE VERVANGEN.
AMBITIE: IN 2050 IS 90% VAN DE HOOFD- EN WIJKBOOMSTRUCTUUR AANGEPLANT.
Ambitie 4: Aantrekkelijke stad
In Zaanstad hanteren we het uitgangspunt dat bomen in de eerste plaats veilig moeten zijn. Jaarlijks wordt bij 25% van de (straat)bomen een boomveiligheidscontrole uitgevoerd. Risico- en attentiebomen zijn hierdoor in beeld en krijgen het noodzakelijke onderhoud; gevaarlijke bomen worden verwijderd. We investeren in jonge aanplant (maat 18-20), kwalitatief goede volwassen bomen en monumentale bomen. Bij herinrichtingsprojecten vervangen we de kwalitatief slechte bomen. Dit zijn onder andere bomen die aangetast zijn door ziekten en plagen, bomen met ernstige en onherstelbare stam- en of wortelschade, maar ook bomen die niet presteren volgens de i-Treewaardeberekening. Indien nodig investeren we in de kwaliteit van de standplaats.
Een aantrekkelijke stad is een stad waar je graag wil zijn. Een stad waar je je op je gemak voelt, een plek waar je kan ontspannen en genieten van de natuur. Een aantrekkelijke stad heeft een gezond en gevarieerd bomenbestand, waar ziektes en plagen door de aanwezige (bio)diversiteit weinig kans krijgen. In een aantrekkelijke stad staan bomen op plaatsen waar ze voldoende ruimte hebben om uit te groeien tot volwassen bomen met een mooie, volgroeide boomkroon. Vanaf elke straathoek is een mooie grote boom zichtbaar, bomen hebben de ruimte om de leegte op te vullen. Ook ondergronds hebben de bomen voldoende ruimte en voeding tot hun beschikking, waardoor de boomwortels geen wortelopdruk veroorzaken en het trottoir begaanbaar blijft.
Bij het planten van bomen wordt gestuurd op voldoende variatie in soorten (bijlage B). En wordt gezocht naar de juiste boom op de juiste plek. De omvang van de boom en de beschikbare ruimte worden op elkaar afgestemd. De boom krijgt bij aanplant ook voldoende ondergrondse ruimte en voeding mee, waardoor wortelopdruk minder snel zal optreden.
EEN GEZOND BOMENBESTAND MAAKT ZAANSTAD AANTREKKELIJK OM IN TE WONEN OF VERBLIJVEN.
Een gezond bomenbestand betekent een evenwichtig bomenstand. Er is voldoende variatie in boomsoorten, waardoor ziektes en plagen minder kans krijgen zich op grote schaal te ontwikkelen. Bij een gezond bomenbestand wordt bij de aanplant al rekening gehouden met het veranderende klimaat. Bij de boomkeuze is al rekening gehou-
AMBITIE: HET AANTAL RISICO- EN ATTENTIEBOMEN BEDRAAGT IN 2050 NOG SLECHTS 15% VAN HET TOTALE BOMENBESTAND (NU IS DAT 30%).
25
mogelijkheden voor het verminderen/wegnemen van de overlast en het algemeen belang van het behoud van de boom. In paragraaf 4.5 is hiervoor een toetsingskader ter ondersteuning van de belangenafweging opgenomen.
Ambitie 5: Participerende stad Een participerende stad is een stad waar iedereen mee kan doen. Een stad die toegankelijk is voor iedereen en waar rekening gehouden wordt met kwetsbare doelgroepen, zoals ouderen, kinderen en mindervaliden. Een participerende stad nodigt ook deze doelgroepen uit om mee te doen in de maatschappij, waarbij bomen (of wortelopdruk) geen belemmering geven. In een participerende stad mogen burgers meepraten over de inrichting van hun woonomgeving. Naar de behoefte van de bewoners wordt geluisterd, belangen van verschillende doelgroepen worden afgewogen en zorgvuldig teruggekoppeld.
AMBITIE: BELANGEN TEN AANZIEN VAN BOMEN WORDEN BIJ HERINRICHTING ZORGVULDIG AFGEWOGEN, VOLGENS EEN VASTGESTELD KADER.
PARTICIPATIE DRAAGT BIJ AAN EEN BETERE AANSLUITING VAN DE WOONBEHOEFTE VAN DE INWONERS VAN ZAANSTAD.
Bomen nodigen uit om naar buiten te gaan, ze geven verkoeling, vermindering van stress en bevorderen de sociale cohesie. Het ontbreken van bomen in de directe woon- en leefomgeving heeft een negatieve invloed op de leefbaarheid van de stad. Bomen kunnen echter ook een belemmering zijn voor deelname aan de maatschappij, bijvoorbeeld als wortelopdruk de trottoirs onbegaanbaar maakt, er schade veroorzaakt wordt door de boom of wanneer er overmatige overlast wordt ervaren. Bij de (her)inrichting van een woonbuurt wordt rekening gehouden met de wensen en behoeftes van de bewoners. Bewoners krijgen de ruimte om te participeren met betrekking tot de inrichting van ‘hun’ buurt. In de veel gevallen zijn er strijdige belangen binnen een buurt en zullen er keuzes gemaakt moeten worden. Hiervoor wordt de conditie en levensverwachting van de bomen in beeld gebracht en ook wordt eventuele overlast meegenomen in de planvorming. Een afweging van de algemene en individuele belangen wordt opgenomen in de aanvraag van de kapvergunning (indien deze nodig is). IN ZAANSTAD STREVEN WE ERNAAR DAT BEWONERS BETROKKEN ZIJN BIJ HUN OMGEVING. IN DE WOONBUURTEN HOUDEN WE DAAROM ZO VEEL MOGELIJK REKENING MET DE WENSEN VAN BEWONERS.
In Zaanstad hanteren we het uitgangspunt dat bewoners betrokken worden bij hun eigen woonomgeving. Bewoners krijgen bij herinrichting van hun buurt invloed op de invulling ervan, ook op het bomenbestand. Dit geldt niet voor bomen die in de hoofd- en wijkboomstructuur staan. De invloed van inwoners op deze bomen is beperkt, aangezien het algemeen belang van bomen hier meestal groter is dan het individueel belang. Ook bij meldingen van overlast wordt altijd gekeken naar de mate van overlast, de 26
4
Uitwerking speerpunten: ‘Sturen op kwaliteit’
Een gezonde boom heeft een mooie volle kroon, een onbeschadigde stam en een goed wortelgestel. Alle onderdelen van de boom zijn met elkaar in balans. Op het moment dat de kwaliteit van de kroon achteruitgaat, is er meestal iets mis aan stam of wortels van de boom. Een goed ontwikkelde en gezonde boom draagt maximaal bij aan de kroonbedekking (canopy) van de openbare ruimte. Met het in kaart brengen van de kroonomvang van het bomenbestand kan de canopy van de stad berekend worden en wordt de leefbaarheid van de stad inzichtelijk gemaakt. 4.1 Kroonbedekking (ofwel: canopy)
kroonoppervlakte van de bomen wordt de werkelijke omvang berekend van het bomenbestand in Zaanstad (canopy).
Hoe groter het kroonvolume van de boom, des te meer draagt de boom bij aan een gezonde leefomgeving. Bij het streven naar een gezonde, leefbare stad in 2050 is het dan ook van belang dat het kroonvolume van het bomenbestand zo groot mogelijk dient te zijn. Het aantal bomen in Zaanstad zegt niets over de (kroon) omvang van het bomenbestand. Immers een kleine boom (3e grootte) heeft een veel kleiner kroonvolume dan een grote boom (1e grootte). Aan de hand van de
Eens per jaar wordt een canopy-berekening gemaakt op basis van de gegevens zoals deze zijn opgenomen in het beheersysteem en de luchtfoto. Zo kunnen we de canopy monitoren. Jaarlijks zal de canopy toenemen door het groeien van de bomen. Bij jonge bomen is de toename van de kroon groter dan bij volwassen bomen. Met het kappen van bomen neemt het kroonoppervlak daarentegen af, dit betreft veelal volwassen exemplaren.
Canopy in de Openbare Ruimte
27
De gemiddelde canopy in Zaanstad is momenteel 16% over de gehele stad. Per wijk varieert dit van 3% tot 42%. Er zijn dan ook boomrijke en boomarme wijken. In de wijken waarbinnen een groot park ligt, zoals bijvoorbeeld het Burg ‘t Veldpark in de Rosmolenwijk, ligt het percentage bomen in de woonbuurten aanzienlijk lager dan het gemiddelde van de wijk. In de grafiek lijkt de Rosmolenwijk daardoor groener dan deze in de werkelijkheid is.
4.2 Hittestress Als gevolg van het opwarmende klimaat en hittepieken in de zomer, heeft de Provincie een kaart ontwikkeld waarop is aangegeven op welke plekken de gevoelstemperatuur het hoogst is binnen Zaanstad. Deze kaart is te vinden op: https://noord-holland.klimaatatlas.net/. Schaduw en groen van met name bomen hebben een positief effect op het verminderen van hittestress. In Zaanstad een hittestressknelpuntenkaart ontwikkeld, die is opgebouwd uit verschillende onderdelen. Eén van deze onderdelen zijn de koele plekken binnen Zaanstad. De koele plekken bestaan met name uit de grote groene oppervlaktes (zoals parken) binnen Zaanstad. Op de onderstaande kaart is het effect van de afstand tot een koele plek in beeld gebracht.