Bijlage 1 Rapport 'Verkenning naar uitvoering beheertaken van de recreatieschappen in Noord-Holland
Tekst van het document
Conclusie: Op uw vraag wat de gevolgen van de verschillende modellen zijn voor het personeel van RNH, RNH als organisatie en voor het provinciaal aandeelhouderschap van RNH, constateren wij dat alle voorkeursmodellen onzekerheden meebrengen voor het personeel van RNH en RNH als organisatie. Zeker na de onrust van de afgelopen jaren bij RNH als organisatie, dient dit zorgvuldig gemanaged te worden. Het aandeelhouderschap van de Provincie kan in elk model verder uitgewerkt worden. Ons advies is om met name te kijken naar mogelijkheden het aandeelhouderschap op te heffen, aangezien dit de Provincie een dubbele pet oplevert als mede opdrachtgever en eigenaar van de opdrachtnemer.
5.5 Aanvullende conclusies en aanbevelingen voor het vervolg In voorgaande paragrafen zijn wij ingegaan op uw specifieke onderzoeksvragen. In deze paragraaf zoomen we uit en delen we een overkoepelend perspectief op basis van de deskresearch, de interviews, de analyse en de antwoorden op de onderzoeksvragen. We concluderen wat de belangrijkste uitdagingen zijn bij het vinden van een duurzame oplossing. Vervolgens delen wij een aantal concrete aanbevelingen met betrekking tot het vormgeven van het vervolgproces.
P a g i n a 35 | 43
2021/20935
5.5.1
Continueren van de huidige beheerstructuur is ongewenst: drie uitdagingen die vragen om een oplossing
Wanneer wij terugblikken op deze verkenning, dan identificeren wij een drietal centrale uitdagingen die in gezamenlijkheid ervoor zorgen dat de huidige beheerstructuur ongewenst is en die zo snel mogelijk vragen om een passend antwoord: 1.
Het feit dat RNH zowel beheer als bestuursadvies en secretariële ondersteuning van de schappen doet is onwenselijk.
Het leidt tot rolonduidelijkheid: waartoe bestaat RNH? Haar oorspronkelijke opgave, uitvoering van beheer, lijkt steeds meer een secundaire plek in te nemen. Beheer wordt hoofdzakelijk uitbesteed aan andere partijen. Is RNH hiermee niet een overbodige tussenlaag geworden? Bestuursadvies en secretariële ondersteuning van de schappen neemt hedendaags binnen RNH een heel prominente rol in en juist met betrekking tot deze taakopvatting bestaan veel spanningen. Er wordt door veel schapbestuurders getwijfeld over de kwaliteit en efficiëntie van de advisering. Bovendien wordt aangegeven dat RNH de gemeentebestuurders in concrete situaties juist voor de voeten loopt. “Wie is hier nou opdrachtgever?” Het ontbreken van resultaat of prijsafspraken in de huidige raamovereenkomst is een grote omissie. Het leidt momenteel tot veel gespeculeer over de efficiëntie en effectiviteit van RNH, zonder hierop te kunnen toetsen. 2.
De Provincie is zowel mede-opdrachtgever als eigenaar van de opdrachtnemer (vanwege het provinciaal aandeelhouderschap van RNH), ook dit is onwenselijk.
Het levert de Provincie een dubbele pet problematiek op: in feite verstrekt zij vanuit haar rol als medeschapbestuurder opdrachten aan een eigen dochteronderneming. 3.
Grondeigendom en beheer is momenteel in verschillende handen, concrete afspraken en goede persoonlijke verstandhoudingen ontbreken, dit leidt tot gedoe.
Momenteel zijn RNH en Staatsbosbeheer – terwijl belangen vaak tegenstrijdig zijn – met elkaar in onderhandeling over de ontwikkeling van grond. Er zal gezocht moeten worden naar mogelijkheden om beheer en grond te synchroniseren en/of heldere afspraken te maken over de samenwerking.
5.5.2
Drie uitdagingen die vragen om een oplossing en die betrekking hebben op de context van de beheerstructuur
Er zijn ook een drietal uitdagingen die niet direct binnen de beheerstructuur vallen, terwijl ze wel grote invloed hebben op de kwaliteit van recreatie in de provincie Noord-Holland: 1.
Recreatie is een provinciale kerntaak, dit dient (opnieuw) bevestigd te worden.
De bezwaren van de Provincie betreffen de wijze van inrichting, dit wil zij oplossen. Tegelijkertijd geeft de Provincie aan zeer genegen te zijn haar provinciale kerntaak uit te blijven voeren of zelfs uit te breiden, bijvoorbeeld door het steviger vervullen van de regierol of het ondersteunen van de schappen met bestuursadviserende taken. Gemeentebestuurders geven aan deze betrokkenheid ook essentieel te vinden, maar bezien in een enkele gevallen voorliggende verkenning ook als een teken van een Provincie die zich zou willen terugtrekken. Dit is onterecht. De Provincie garandeert haar betrokkenheid en helderheid hierover bij alle partijen vormt het juiste vertrekpunt voor een goede samenwerking. 2.
Gemeentebestuurders zijn veelal onbekend met de huidige governance-inrichting van de recreatieschappen. Gemeentebestuurders zijn vaak onbekend met de dubbele pet problematiek van de Provincie, zij zijn over het algemeen relatief onbekend met de huidige opzet van de structuur (onderzoekers zijn regelmatig verzocht deze toe te lichten) en zij hebben ook geen concrete opvattingen bij alternatieven voor inrichting van de structuur (visie, rolverdeling, (dienstverlenings-)afspraken). Dit schetst het beeld van schapbestuurders zich beperkt betrokken en verantwoordelijk voelen voor veranderingen in de structuur waarop beheer van het recreatiegebieden vormgegeven is. Het deel van de gemeentebestuurders dat wel goed op de hoogte is, geeft aan dat de huidige situatie onwenselijk is en geeft aan graag te willen meepraten en beslissen over alternatieven. We constateren dat het vergroten van de bekendheid met de huidige situatie randvoorwaardelijk is om verandering te bewerkstellingen. Op dit moment is de governance van het recreatiebeleid op het niveau van de gemeenten zogezegd geen politiek thema.
P a g i n a 36 | 43
2021/20935
3.
Alle schapbestuurders geven aan behoefte te hebben aan een gedeelde betekenisvolle ambitie.
Momenteel blijven gesprekken, ook in schapvergaderingen, vaak beperkt tot casuïstiek. Hiermee zijn overleggen operationeel van aard, terwijl richtinggevende ambities en kaders ontbreken. Ook de verbinding tussen recreatie en natuur, de verbinding met andere beleidsterreinen, en ontwikkelingen in de omgeving dienen een plek te krijgen in integraal beleid. Het accommoderen van behoeften van ondernemers (bijvoorbeeld voor een helder loket), het accommoderen van de behoeften van inwoners (bijvoorbeeld om te participeren in gebiedsontwikkeling), en het accommoderen van lokale plannen is daarbij essentieel en vindt volgens een groot deel van de schapbestuurders nog onvoldoende plaats.
5.5.3
Continueren van de huidige situatie is ongewenst: het is tijd voor verandering
Zoals in paragraaf 2.3 beschreven is er de afgelopen 10 jaar veel aandacht geweest, middels verscheidene onderzoeken en discussies, voor een aantal voortdurende knelpunten. Het ontbreken van een gezamenlijke overkoepelende visie, bestuurlijke drukte, ambiguïteit in rollen, kwaliteit van beheer, het al dan niet aanpassen van gemeenschappelijke regelingen, het vormgeven van burgerparticipatie, innovatie, en onderlinge nabijheid, zijn reeds vaak onderwerp van gesprek geweest. In antwoord hierop is intensief gepoogd, met name door de Provincie, om hierin verandering aan te brengen. Tot op heden is dit beperkt gelukt. Het uitblijven van een besluit om aanpassingen te doen in structuren zorgt voor aanhoudende onduidelijkheid. Het langdurig in stand houden van onzekerheid over de structuur van samenwerking draagt in belangrijke mate bij aan de ervaren bestuurlijke drukte. We constateren dan ook dat het tijd is voor een serieuze ingreep, waarbij recht wordt gedaan aan maatschappelijke ontwikkelingen, ambities, en belangen die de schapbestuurders vertegenwoordigen. Dit kan enkel door in een intensief participatief traject met elkaar aan de slag te gaan. Op basis van deze verkenning verwachten wij dat met een zorgvuldig vormgegeven en gefaciliteerd proces, hier ook draagvlak bij het merendeel van de schapbestuurders voor is.
Qua timing leent het zich bij uitstek om hier op korte termijn mee aan de slag te gaan. De huidige raamovereenkomst tussen RNH en de schappen loopt tot 1 januari 2021. Dit stelt de schappen in de gelegenheid de komende periode een nieuwe structuur uit te denken en op te zetten.
5.5.4
Vijf aanbevelingen met betrekking tot het vervolgproces
Aanbeveling 1: werk de drie voorkeursmodellen verder uit op basis van een gedeelde ambitie
In paragraaf 5.1 beschrijven we de meest kansrijke beheermodellen (model 3: Insourcing van alle taken RNH door provincie NH en het opheffen van RNH als NV. Model 4: Insourcing van bestuursadvies en uitvoering blijven onderbrengen bij RNH. Model 5: Verkoop van RNH en daarbij het overhevelen van alle taken naar een derde partij). Werk deze drie voorkeursmodellen verder uit en kom tot de keuze voor een nieuw beheermodel. We benadrukken hierbij dat het voor partijen van groot belang is om voorafgaand aan een gesprek over structuur met elkaar een gedeelde ambitie te formuleren op onder meer: de balans tussen natuur en recreatie, ruimte voor ondernemerschap en (grote) evenementen, kwaliteitseisen met betrekking tot beheer, burgerparticipatie en het organiseren van een loket voor burgers en ondernemers met vragen en plannen, het vormgeven van (begeleiding bij) projectontwikkeling, mogelijke financieringsvormen en samenhang tussen recreatie, natuur en andere beleidsterreinen zoals economie. Aanbeveling 2: toets het finale model aan een zestal criteria
We adviseren de nieuwe modellen te toetsen op de volgende criteria: •
Onderscheid beheer & advies: Maakt het helder onderscheid in beheer en bestuursadvies? Lost het de rolonduidelijkheid op?
•
Onderscheid opdrachtgever, -nemerschap: Is er eenduidig onderscheid in opdrachtgever en opdrachtnemerschap? Voorkomt het dubbele petten problematiek bij de Provincie?
•
Grondeigendom: Draagt het bij aan het synchroniseren en/of goede afstemming tussen grondeigendom en beheer? Helpt het projectontwikkeling te versnellen en verbeteren?
•
Kerntaak provincie: Garandeert het blijvende betrokkenheid van de provincie en borgt het de effectieve uitvoering van de provinciale kerntaak recreatie?
P a g i n a 37 | 43
2021/20935
•
Betrokkenheid & verantwoordelijkheid: Draagt het model bij aan betrokkenheid van alle schapbestuurders? Zijn verantwoordelijkheden goed belegd en breed verdeeld?
•
Strategische focus: Maakt het model een strategische focus aan schapstafels mogelijk? Waarborgt het model ‘het juiste gesprek op het juiste niveau’ waarbij gewerkt wordt vanuit een gedeelde betekenisvolle ambitie?
Aanbeveling 3: geef verandering vorm in een participatief proces
We adviseren om in samenspel met alle schapbestuurders tot een gezamenlijke keuze te komen voor een aangepast beheermodel. De uitkomsten van deze verkenning kunnen daarbij goed dienen als vertrekpunt. We adviseren om deze gezamenlijk verder te verdiepen: juist in de interactie komt men tot nieuwe en gedeelde perspectieven. Dit draagt ertoe bij dat veranderingen breed gedragen worden en dat deze daadwerkelijk doorgevoerd worden. Alle schapbestuurders zouden gedeeld eigenaar van dit interactieve proces moeten zijn. Op onderdelen kunnen ook andere belanghebbenden meepraten, te denken valt aan onder meer beheerorganisaties, ondernemers en burgers. In bijlage 1 delen we een aantal vragen die in zo’n participatief verandertraject aan de orde kunnen komen. Door voor dit participatief proces de tijd voor te nemen, heeft RNH ook langer de ruimte om haar veranderplan – zoals opgesteld na aanleiding van het Berenschot rapport – verder door te voeren. Aanbeveling 4: overweeg bestuursadvies en secretariële ondersteuning van de schappen (tijdelijk) anders te organiseren
Maak de overweging om bestuursadvies op korte termijn anders te organiseren. Dit neemt de rolonduidelijke bij RNH weg en biedt een kans om de kwaliteit van schapondersteuning op korte termijn te verbeteren. Hierbij zijn twee opties aan te bevolen, namelijk: dat de provincie(tijdelijk) bestuursadvies en secretariële ondersteuning van de schappen organiseert; dan wel dat er een onafhankelijke bestuurssecretaris door de schappen wordt aangesteld, al dan niet met stafondersteuning. Deze laatste optie is naar voorbeeld van de provincie Utrecht. Andere opties zijn denkbaar al geven veel kleine gemeenten aan niet over de middelen en expertise te beschikken om deze ondersteuning zelf te organiseren. Opties dienen in overleg met de andere schapbestuurders te worden verkend en besloten. Aanbeveling 5: scherp op korte termijn afspraken met Staatsbosbeheer aan
Maak vanuit de Provincie met Staatsbosbeheer (aanvullende) samenwerkingsafspraken met betrekking tot grondeigendom, projectontwikkeling en pachtafspraken. Met als doel dat in de komende jaren ondernemerschap verder gestimuleerd kan worden.
P a g i n a 38 | 43
2021/20935
Bijlage 1. Vormgeven van een gezamenlijk veranderproces Vragen en onderwerpen die binnen een gezamenlijk veranderproces aan de orde kunnen komen: De stip op de horizon
•
Hoe kijken wij naar de belangrijkste ontwikkelingen in de maatschappij zoals verstedelijking en Randstedelijk toerisme?
•
Hoe verhouden natuur en recreatie zich tot elkaar? Hebben we daar dezelfde beelden bij?
•
Hoe kijken wij naar de rol van burgerparticipatie in ons natuur- & recreatiebeleid?
•
Hoe kijken wij naar ondernemerschap? Hoe belangrijk vinden we dit?
•
Hoe luidt onze gezamenlijke visie en ambitie voor de komende jaren?
Een open gesprek over de verschillen (en hoe die elkaar kunnen versterken)
•
Hoe komen we met elkaar tot een constructief gesprek over de soms tegenstrijdige belangen? Hoe gaan we om met grondeigendom en projectontwikkeling bijvoorbeeld?
•
Hoe borgen we de nabijheid en het eigenaarschap van partijen? Wat verwachten we dan eigenlijk van elkaar?
•
In welke mate zijn we bereid ‘water bij de wijn te doen’ ten gunste van onze gedeelde ambitie? Waar ligt voor eenieder de ondergrens?
•
Hoe gaan we om met stemrecht en de financiële bijdrage? Welke mogelijke verdienmodellen willen we ontplooien?
•
Hoe kunnen we elkaar versterken vanuit onze verschillende expertises?
Een heldere organisatie
•
Welke wijze van organiseren past bij de gezamenlijke visie? Hoe willen we dit samen zo licht mogelijk maar toch goed organiseren?
•
In hoeverre passen de huidige structuren en welke alternatieven zien we? Zowel met betrekking tot beheer- en advies (spoor 1) als mogelijk met betrekking tot de schappen?
•
Hoe gaan we om met bestuursadvies en secretariële ondersteuning van de schappen? Past daarbij een verbindende regierol van de Provincie of willen we dit anders inrichten?
•
Hoe organiseren we een goede wisselwerking met raden zodat besluitvorming voortvarend kan plaatsvinden en beleid gedragen is?
Regie op (resultaat-)afspraken en monitoring
•
Waar beleggen we regie op de samenwerkingsprocessen?
•
Welke mijlpalen voorzien wij de komende jaren en hoe bewaken we de voortgang?
•
Wie zit wanneer met elkaar aan tafel, wat is het abstractieniveau van onze gesprekken en wie heeft welk mandaat?
•
Hoe waarborgen we voortdurende verbinding met onze omgeving en hoe blijven we wendbaar om hierop te anticiperen?
We adviseren zo snel mogelijk aan dit proces te beginnen, zodat schapbestuurders ook met betrekking tot beslissingen over de beheerstructuur kunnen profiteren van de opbrengst. P a g i n a 39 | 43
2021/20935
Bijlage 2. Gesprekspartners Binnen de Provincie Noord-Holland is met de volgende personen gesproken: •
Adnan Tekin (Gedeputeerde)
•
Jaap Bond (Gedeputeerde)
•
Herman Schartman (Directeur Beleid)
•
Gerben Biermann (Sectormanager)
•
Ronald Louwman (Plv. Sectormanager)
•
Soner Köycü (Beleidsadviseur)
•
Florien Goossens-Verhagen (Coördinerend/strategisch adviseur verbonden partijen provinciale deelnemingen)
•
Johan Kobes (Senior-adviseur bedrijfsondersteuning)
Huidige beheerorganisatie
RNH
4 oktober
Jos Gilliam (Directeur) Rik Rolleman (Manager programmasturing)
RNH
8 oktober
Karin van Bijsterveld (President – Commissaris) Hans Schipper (Lid RvC)
Andere uitvoerende beheerorganisaties in Noord-Holland en mogelijk ook daarbuiten
Recreatie
4 oktober
Paul Kotvis (Directeur)
PWN
4 oktober
Sjakel van Wesemael (sectormanager Natuur en Recreatie)
Natuurmonumenten
9 oktober
Willem Hellevoort (Provinciaal ambassadeur NH, Flevoland en Markerwadden)
Midden Nederland
Dhr. de Jong Federatie Particulier Grondbezit
9 oktober
Erwin van den Berg (Landelijk voorzitter)
Staatsbosbeheer
16 oktober
Riena Tienkamp (Hoofd Staatsbosbeheer Noord-Holland)
Staatsbosbeheer
22 oktober
Sylvo Thijsen (Directeur Staatsbosbeheer)
Landschap Holland
1 november
Ernest Briët (Directeur)
29 oktober
Erik Droogh (Directeur)
Noord-
Leisurelands BV
Betrokkenen van aanliggende provincies Utrecht en Zuid-Holland
Provincie Holland
Zuid-
Provincie Utrecht
10 oktober
Han Weber (Gedeputeerde) Frank de Vogel (Programmamanager Transitie Recreatieschappen PZH)
16 oktober
Mariette Pennarts-Pouw (Gedeputeerde) Esther Boiten (Procesmanager Overdrachtsdocument en wisseling oude en nieuwe college)
Recreatieschap Alkmaarder – en Uitgeestermeer
Gemeente Alkmaar
31 oktober
F.P Dijkman (Wethouder)
Gemeente Castricum
26 oktober
R. de Haan (Wethouder)
P a g i n a 40 | 43
2021/20935
Gemeente Heemskerk
22 oktober
A.W.M. Schoorl (Wethouder)
Gemeente Heiloo
26 september
A.N. Dellemijn (Wethouder)
Gemeente Uitgeest
18 oktober
W. Verkleij (Burgemeester)
Gemeente Zaanstad
17 oktober
Ben Haisma (Beleidsadviseur civiel & vaarwegbeheer, recreatieschappen en schoon) Susanne Meyer (Programmamanager Noordzeekanaalgebied)
Recreatieschap Twiske – Waterland
Gemeente Amsterdam
17 oktober
Els Meines (Bestuursadviseur) Bart van der Heijden (Teamleider team Metropool, Ruimte en Duurzaamheid) (Amsterdam neemt tevens deel in de recreatieschappen Groengebied-Amstelland en Spaarnwoude. De gemeente Amsterdam heeft ervoor gekozen het interview niet bestuurlijk maar ambtelijk te houden.)
Gemeente Beemster
25 oktober
D.J. Butter (Wethouder) Chantal de Leeuw (Beleidsadviseur economie)
Gemeente
17 oktober
H. Schütt (Wethouder)
Edam – Volendam
G. Rep (Strategisch adviseur
Gemeente Landsmeer
25 oktober
R. Quakernaat (Wethouder)
Gemeente Oostzaan
24 oktober
R.J. Monen (Wethouder)
Gemeente Purmerend
15 oktober
M.T.A. Hegger (Wethouder)
Gemeente Waterland
18 oktober
B.J. ten Have (Wethouder)
Recreatieschap Spaarnwoude
Gemeente Velsen
31 oktober
B. Diepstraten (Wethouder)
Gemeente Haarlem
26 oktober
C.Y. Sikkema (Wethouder/ adviserend DB lid)
Gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude
11 oktober
B.A. Graal (Wethouder/ adviserend DB lid) D. Kerkhof (plaatsvervanger B, Graal)
Recreatieschap Groengebied Amstelland
Gemeente Amstel
Ouder-
24 oktober
J. Langenacker (Burgemeester)
Gemeente Amstelveen
18 oktober
F. Gordon (Wethouder)
Gemeente Diemen
11 oktober
J.W. Nuijens (Wethouder)
Plassenschap Loosdrecht
Gemeente Wijdemeren
16 oktober
Freek Ossel (Voorzitter/vicevoorzitter Recreatieschap Loosdsdrechtseplassen)
Gemeente Stichtse Vecht
21 oktober
F. van Liempdt (Wethouder) Caspar Toetenel (Beleidsadviseur regionale samenwerking)
Wel uitgenodigd, geen deelname
P a g i n a 41 | 43
2021/20935
Gemeente Beverwijk (Recreatieschap Alkmaarderen Uitgeestermeer)
X
Mevr. H.J. Niele-Goos (Wethouder)
Gemeente Amsterdam
X
Mevr. S. Groenewoud (Bestuurscommissielid)
Gemeente Wormerland
X
Dhr. J. Schalkwijk (Wethouder)
Gemeente Haarlemmermeer
x
J.C.W. Nederstigt (Wethouder/ adviserend DB lid)
Mevr. M. van Doorninck (Wethouder)
P a g i n a 42 | 43
2021/20935
Verkenning naar uitvoering beheertaken van de recreatieschappen I Common Eye, februari 2019 Dit rapport is in opdracht van de provincie Noord-Holland opgesteld door:
Bart Krol I bart@spaarsaam.nu I 06 1037 3029 Reinanke Haagsma I reinanke@commoneye.nl I 06 41 60 99 62 Tijs Heunks I tijs@commoneye.nl I 06 338 34 556 Nora Chikar I nora@commoneye.nl I 06 434 999 20
P a g i n a 43 | 43