CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuurlijk rapport rekenkamer SROI-def

Raadsvergadering 23 december 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Rekenkamerrapport Social Return12.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Met het registratiesysteem kan nu echter maar in beperkte mate worden gevolgd in hoeverre deze doelgroep door de SROIplaatsingen daadwerkelijk duurzaam verder zijn geholpen. De gemeente geeft aan dat de hefboomwerking van de SROI-verplichting er alleen op is gericht om opdrachtnemers tijdens de SROI-opdracht een maatschappelijke bijdrage te laten leveren en niet gericht is op de langere termijn. Wij vinden dit een opmerkelijk standpunt in het licht van de ambitie van het SROI-beleid om de kansen op werk en het meedoen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te vergroten. Om die ambitie te realiseren is het niet alleen nodig dat bedrijven binnen de gemeentelijke opdracht aan de SROI-verplichting voldoen. Het is ook wenselijk dat met de SROI-opdracht een gedachteverandering in gang wordt gezet bij opdrachtnemers om inclusiever te gaan ondernemen, zodat er ook op de lange termijn meer kansen op werk worden gecreëerd voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Mogelijkheden om meer informatie te verzamelen over de duurzame effecten van SROI op de langere termijn zijn:

24

SOCIAL RETURN ON INVESTMENT - ONDER EMBARGO

• te onderzoeken of in het gebruikte registratiesysteem ook de duur van de arbeidsovereenkomst geregistreerd kan worden. En bij het afronden van het contract te onderzoeken welke vervolgstappen eventueel nog met de kandidaat zijn of worden gezet na de SROI-plaatsing; • te onderzoeken welke mogelijkheden het nieuwe kandidaatvolgsysteem van Werkom biedt. Een beperking hierbij is dat het alleen om kandidaten uit Zaanstad en Purmerend gaat en de kandidaten eveneens alleen gevolgd kunnen worden zolang de begeleiding door Werkom loopt; • met het WSP afspraken te maken om bij te houden welke activiteiten er nog meer samen met de opdrachtnemers worden ondernomen na afloop van het SROIcontract; • na afloop van het contract en eventueel nog op een later moment de opdrachtnemer en/of de geplaatste kandidaat een korte enquête te laten invullen over de gemaakte stappen door de kandidaat en over het (verwachte) effect van de opgelegde SROI-verplichting op toekomstige (na de opdracht) plaatsingen bij de opdrachtnemer van kandidaten met een afstand tot de arbeidsmarkt. Deze enquête kan ook gebruikt worden om ervaringen tijdens de SROI-opdracht te peilen, zoals rondom de registratie in WIZZR.

9.3 Aanbeveling 6: Verbeter de informatievoorziening aan de gemeenteraad Om haar controlerende taak goed uit te kunnen voeren, is het belangrijk dat de gemeenteraad op een adequate wijze wordt geïnformeerd over de prestaties, resultaten en effecten van het SROI-beleid. Het is aan het college om hiervoor een voorstel te doen en aan de raad om te bepalen of dit voorstel tegemoetkomt aan de informatiebehoefte. Achterliggende bevindingen De raad wordt momenteel niet meer geïnformeerd over de uitkomsten van SROI. Hiervóór werd alleen in de P&C-cyclus verantwoording afgelegd over de behaalde prestaties, te weten het aandeel aanbestedingen waar SROI is uitgevraagd en het realisatieniveau van de totale SROI-waarde. Een aanleiding voor dit onderzoek was dat raadsleden meer inzicht wensten in de effectiviteit en efficiency van de SROI-aanpak. We raden aan om met de gemeenteraad in gesprek te gaan over hoe hij geïnformeerd wil worden over SROI. De wensen van de raad over de onderwerpen waarover hij wil worden geïnformeerd, kunnen direct betrokken worden bij het ontwikkelen van indicatoren (aanbeveling 1), het inventariseren van ontwikkelpunten voor het registratiesysteem (aanbeveling 4) en het verzamelen van meer informatie over de effecten van SROI op de langere termijn (aanbeveling 5).

Daarnaast kan er gesproken worden over de wijze waarop en hoe vaak de gemeenteraad geïnformeerd wil worden: opnieuw via de P&C-cyclus of door middel van specifieke jaarlijkse voortgangsrapportages, periodieke beleidsevaluaties of iets anders. Wanneer er eenmaal

25

REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM – ONDER EMBARGO afspraken zijn gemaakt over de informatievoorziening, heeft de raad ook de taak om te bewaken dat er gevolg wordt gegeven aan deze afspraken.

26

SOCIAL RETURN ON INVESTMENT - ONDER EMBARGO

Reactie college en nawoord rekenkamer 10 Bestuurlijke reactie Op 23 september 2021 hebben wij een conceptversie van dit rapport aan het college aangeboden voor een bestuurlijke reactie. Daarbij hebben wij in het bijzonder verzocht om een reactie op onze conclusies en aanbevelingen. Op 12 oktober 2021 hebben wij de bestuurlijke reactie van het college ontvangen. De integrale tekst van de bestuurlijke reactie is hieronder te lezen. Deze kan worden gedownload in de digitale versie van dit rapport. Geachte heren de Ridder en Oppenhuis, Op 23 september 2021 heeft het college het concept-bestuurlijk rapport Social return on investment van uw Rekenkamer ontvangen. De raad heeft de Rekenkamer gevraagd om meer inzicht te krijgen in Social return on investment (SROI) als thema voor het onderzoek naar de uitvoering van de Participatiewet in 2020. Hartelijk dank voor uw uitgebreide rapportage. Het college is blij met uw erkenning dat Zaanstad SROI serieus aanpakt. U geeft aan dat de SROI aanpak versterkt is door de komst van de SROI desk en dat we resultaten boeken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

De centrale onderzoeksvraag luidt: In hoeverre is de SROI –aanpak van de gemeente Zaanstad adequaat georganiseerd en is er voldoende inzicht in de doeltreffendheid? De hoofdconclusie is: De afgelopen jaren is de SROI-aanpak versterkt, maar de werkwijze is nog niet volledig ingericht, vastgelegd en in de praktijk gebracht. Met name rondom het contractmanagement moeten nog stappen worden gezet. Met het ontbreken van concrete doelstellingen en gebreken in de registratie is het bovendien niet mogelijk om de doeltreffendheid van de aanpak te beoordelen. Er is ook maar beperkt gerapporteerd over SROI en de informatievoorziening aan de raad is de afgelopen jaren zelfs verslechterd. De rekenkamer noemt in haar analyse de volgende drie belangrijke verklaringen voor de gesignaleerde tekortkomingen en benoemt daar waardevolle leerpunten bij. 1 Recent ingevoerde werkwijze Het college ziet dat in deze fase waarin hard gewerkt wordt om het nieuwe beleid te implementeren, het er bij hoort om te leren. Het is dan helpend om gestructureerd de knelen ontwikkelpunten op te pakken.

27

REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM – ONDER EMBARGO 2 Afwezigheid van concrete doelen Het formuleren van (relatieve) streefwaarden is een uitdaging, die we aangaan. Een uitdaging omdat de arbeidsmarkt waar we de mensen naar toe begeleiden, een markt is van vraag en aanbod die fluctueert en waar van alles gebeurt. Een voorbeeld is de impact van corona waardoor re-integratie en scholing voor een groot deel heeft stilgelegen of anders moest worden ingevuld. 3 Spanning tussen partnerschap en controle Het werken aan de opgave om zoveel mogelijk mensen te begeleiden naar werk of te laten meedoen is een intensief proces. We zien dat niet iedereen automatisch wordt opgenomen. De kwaliteit van de match tussen werkzoekende en werkgever daar komt het op aan. Daar is allerlei dienstverlening voor nodig. Goed contact met de werkgever is daarvoor van belang. Het Werkgevers Servicepunt betrekt werkgevers steeds meer bij de opgave. En het is belangrijk dat iedereen zijn rol oppakt in het proces SROI. We zien de door de rekenkamer ingebrachte verbeteringen hierover als waardevol, o.a. over de inrichting van de controlefunctie en de inbedding van de rol van de contractmanager. De rekenkamer benoemt dat er de afgelopen jaren belangrijke stappen zijn gezet, maar dat er ook nog verbeteringen mogelijk zijn.

In het rapport geeft de rekenkamer zes aanbevelingen die gericht zijn op een betere sturing op beleidsniveau, het optimaliseren van het uitvoeringsproces en het versterken van de monitoring en verantwoording. We zien dat we met het recente nieuwe beleid de goede weg zijn ingeslagen én herkennen de ontwikkel- en verbeterpunten die de Rekenkamer benoemt en waar zij aanbevelingen over doet. Het college heeft de wens om alle zes waardevolle aanbevelingen van de Rekenkamer over te nemen. Diverse ontwikkelpunten waarvan we tijdens de implementatie afgelopen jaar al zagen dat ze noodzakelijk zijn, pakken we nu al op. Voor de andere aanbevelingen gaan we onderzoeken hoe we dat kunnen doen en maken dan een “Plan van aanpak voor de aanbevelingen SROI” met een tijdsplanning en benodigde capaciteit en kosten. Dit plan zal ter vaststelling worden voorgelegd aan het college en ter kennisname aan de raad verzonden. De Rekenkamer constateert dat de SROI-desk een krappe capaciteit heeft gezien haar huidige taken. De mogelijkheden voor het opstellen en met name uitvoeren van een plan van aanpak zijn daarom mede afhankelijk van de benodigde beschikbare middelen voor extra capaciteit voor SROI in de voorjaarsnota. Per aanbeveling geven we hier de reactie van het college.

Aanbeveling 1: Formuleer concrete doelstellingen • We gaan onderzoeken hoe en welke (relatieve) indicatoren we voor SROI kunnen gebruiken. • De rekenkamer geeft aan: Denk daarbij aan het aandeel van bepaalde activiteiten (betaalde dienstverbanden, co-creatieve projecten) of doelgroepen die de voorkeur hebben, en het percentage lokale kandidaten of vaste contracten. In het huidige

28

SOCIAL RETURN ON INVESTMENT - ONDER EMBARGO uitvoeringsplan WSP staan doelgroepen benoemd die de voorkeur hebben. Deze zullen we hierbij betrekken. • We maken een voorstel aan de raad om de prestatie-indicator voor SROI weer op te nemen in de jaarlijkse verantwoording. Het gaat hierbij om een realisatie gebaseerd op afgeronde projecten (contracten). Zie hiervoor aanbeveling 6. • We betrekken hierbij de 9 voorwaarden voor een goede indicator, uit het Amsterdamse onderzoek waar de rekenkamer naar verwijst. De oplossing start met onze houding, we gaan onderzoeken om streefwaarden in de vorm van (jaarlijkse) wenselijke prognoses te formuleren als stip op de horizon voor de SROI invulling. Aanbeveling 2: Werk de werkwijze verder uit en leg het vast • We gaan inventariseren welke onderdelen van de werkwijze nog verder uitgewerkt moeten worden. • Hierbij wordt de lijst voorbeelden van de Rekenkamer gebruikt. • Zaken die nu alleen nog informeel zijn geregeld met ketenactoren worden vastgelegd in de procesbeschrijving SROI. • We bekijken op welke wijze de Zaanse procesbeschrijving SROI wordt vastgelegd zodat deze een formele status krijgt. De rekenkamer geeft in de verwerkingstabel van het feitelijk wederhoor uitgebreide uitleg die relevante zinvolle input geeft voor de richting van de uitwerking van o.a. deze aanbevelingen.

De werkwijze en processen gaan we verder uitwerken en beter vastleggen. Het college merkt hierbij op dat de winkel open is en we al stappen zetten met diverse implementatie verbeteringen waarvan we tijdens de uitvoering al hebben gezien dat ze noodzakelijk zijn. Dit betreft bijvoorbeeld een strakkere sturing door het management op het gebruik van Kansenkaarten SROI en het gebruik van Meldingsformulieren SROI. Dit gebeurt o.a. door een recente aanvulling op de Inkoopkalender waardoor deze informatie voor iedereen inzichtelijk en daarmee te monitoren is. Aanbeveling 3: Onderzoek de benodigde capaciteit voor de SROI desk • Sta eerst stil bij de gewenste rol van de SROI desk • Bepaal vervolgens de bijbehorende ambtelijke capaciteit • Denk daarbij ook na over efficiëntere werkwijzen Met elkaar definiëren we waar we van zijn. Wanneer is SROI succesvol en welke randvoorwaarden horen daarbij. Wat valt onder bedrijfsvoering en excellente dienstverlening. We hebben niet voldoende capaciteit met 1,6 fte om iedereen te bedienen. Aanbeveling 4: Verbeter de kwaliteit van de registratie • Knel- en ontwikkelpunten van het registratiesysteem op korte termijn oppakken • Inventariseren welke andere ontwikkelpunten er nog bestaan voor het nieuwe registratiesysteem • Samen met de landelijke leverancier onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de Zaanse wensen door te voeren

29

REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM – ONDER EMBARGO • Systematisch sturen op registratie We onderkennen het belang van registratie. Een aantal zaken kunnen we nu uitvoeren en de overige gaan we inventariseren en oppakken. Voor het op maat maken van het registratiesysteem voor Zaanstad brengen we ook de kosten in kaart. Aanbeveling 5: Zorg voor meer inzicht in de effecten van SROI op de langere termijn. De rekenkamer noemt vier mogelijkheden om meer informatie te verzamelen over de duurzame effecten van SROI op de langere termijn. 1

Te onderzoeken of in het gebruikte registratiesysteem ook de duur van de arbeidsovereenkomst geregistreerd kan worden. En bij het afronden van het contract te onderzoeken welke vervolgstappen eventueel nog met de kandidaat zijn of worden gezet na de SROI-plaatsing; 2 Te onderzoeken welke mogelijkheden het nieuwe kandidaat-volgsysteem van Werkom biedt. 3 Met het WSP afspraken te maken om bij te houden welke activiteiten er nog meer samen met de opdrachtnemers worden ondernomen na afloop van het SROI-contract; 4 Na afloop van het contract en eventueel nog op een later moment de opdrachtnemer en/of de geplaatste kandidaat een korte enquête te laten invullen over de gemaakte stappen door de kandidaat en over het (verwachte) effect van de opgelegde SROIverplichting op toekomstige (na de opdracht) plaatsingen bij de opdrachtnemer van kandidaten met een afstand tot de arbeidsmarkt. Deze inzichten op langere termijn kunnen ons beleid ondersteunen. We gaan dit onderzoeken. We zien een aantal variabelen die invloed hebben op de mogelijkheden om dit uit te voeren: • Extra benodigde capaciteit: een longitudinaal onderzoek van de effecten van SROI op zowel kandidaten als op de ondernemers vraagt capaciteit.

Het is arbeidsintensief; • Registratiesysteem; de (on)mogelijkheden om te registreren in een contractmanagement systeem; • Privacywetgeving: een grondslag voor het verwerken van persoonsgegevens is noodzakelijk; • Wat kan het ons opleveren en wat kunnen we daar mee. Aanbeveling 6: Verbeter de informatievoorziening aan de gemeenteraad • De eerste begroting in een nieuwe bestuursperiode wordt doorgaans aangegrepen om veranderingen in inrichting of indeling van indicatoren door te voeren. Het college stelt voor om bij de begroting, na de verkiezingen in maart 2022 een voorstel te doen met betrekking tot de prestatie-indicator en streefwaarde SROI. Dit voorstel kan op basis van een advies van de raadswerkgroep indicatoren meegenomen worden bij de samenstelling van het nieuwe pakket aan indicatoren en streefwaarden.

30

SOCIAL RETURN ON INVESTMENT - ONDER EMBARGO De planning om het “Plan van aanpak voor de aanbevelingen SROI” klaar te hebben is april 2022. De onderdelen waar we al mee begonnen zijn, nemen we daarin op. We bedanken de rekenkamer voor de inzichten over verbetering van ons SROI proces. Deze sluiten aan bij waar we nu staan, na de invoering vorig jaar mei. We kunnen verder met het ontwikkelen en verbeteren van de sturing, het optimaliseren van het uitvoeringsproces en het versterken van monitoring en verantwoording van het SROI beleid.

Hoogachtend, namens burgemeester en wethouders van Zaanstad, Wethouder Werk en Inkomen N. Groothuismink

11 Nawoord rekenkamer Wij danken het college voor de bestuurlijke reactie. Het college onderschrijft de conclusies en neemt alle zes aanbevelingen over. Er zal een integraal plan van aanpak worden opgesteld waarin wordt aangegeven hoe aan de aanbevelingen uitvoering zal worden gegeven. Dit plan van aanpak zal tevens een tijdsplanning en een inschatting van de benodigde capaciteit en kosten bevatten. Daarbij zal dan zowel aandacht worden besteed aan de knel- en ontwikkelpunten die reeds zijn opgepakt als aan zaken die nog opgepakt gaan worden. Ten aanzien van het plan van aanpak maakt het college een voorbehoud. Het college stelt dat de mogelijkheden voor de inhoud van het plan afhankelijk zijn van de benodigde beschikbare middelen voor extra capaciteit voor SROI bij de voorjaarsnota. Het college verwijst daarbij naar onze constatering dat wij de indruk hebben dat gegeven het takkenpakket de capaciteit van de SROI-desk krap is. Dit is inderdaad onze indruk. Maar we gaven in aanbeveling 3 (onderzoek de benodigde capaciteit voor de SROI-desk) ook aan dat het niet alleen gaat om extra capaciteit. Het gaat ook om het beantwoorden van de vraag welke rol de SROI-desk moet hebben, welk takenpakket daarbij hoort en welke mogelijkheden er zijn om efficiënter te werken.

Pas nadat ook deze vragen in het onderzoek beantwoord zijn, kan een goede afweging worden gemaakt tussen het takenpakket van de SROI-desk, de benodigde capaciteit en de beschikbare middelen, voor zowel de reguliere taken als extra activiteiten in het kader van het leren en ontwikkelen. We raden aan om de uitkomst van het onderzoek en de op basis daarvan gemaakte keuzes op te nemen in het plan van aanpak. In de reactie aanbeveling 1 (formuleer concrete doelen) geeft het college in de bestuurlijke reactie aan te gaan onderzoeken welke prestatie-, resultaat- en effectindicatoren met streefwaarden voor SROI gebruikt kunnen gaan worden. Daarbij zal het college het

31

REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM – ONDER EMBARGO Amsterdamse onderzoek naar indicatoren raadplegen. Wij vinden het buitengemeen positief dat het college wil onderzoeken welke indicatoren met streefwaarden voor SROI gebruikt kunnen worden en dat het daarbij gebruik zal maken van de negen voorwaarden voor een goede indicator uit ons Amsterdamse onderzoek naar bruikbare indicatoren. Naast het ontwikkelen van indicatoren met streefwaarden geeft het college in zijn reactie op aanbeveling 6 (verbeter de informatievoorziening aan de gemeenteraad) aan bij de Begroting 2023 te komen met een voorstel voor een prestatie-indicator voor de jaarlijkse verantwoording. Ook dit voornemen van het college om weer een prestatie-indicator in de jaarlijkse verantwoording op te nemen is positief. We vinden het echter wel te beperkt. Naast een goede prestatie-indicator zijn ook resultaat- en effectindicatoren belangrijk. We zouden graag zien dat het college ook deze indicatoren in de begroting opneemt en zich daarover jaarlijks verantwoordt. Door betere informatie in de begroting en jaarrekening over SROI kan de gemeenteraad beter invulling geven aan zijn kaderstellende en controlerende taak. Tegelijkertijd komt het college dan ook tegemoet aan de door raadsleden in de aanloop naar ons onderzoek geuite wens om meer inzicht te krijgen in de resultaten en effecten van SROI.

Behalve een verbeterde verantwoording over de resultaten en effecten van SROI in de jaarstukken vinden wij ook dat er meer zicht moest komen op de effecten van SROI op de langere termijn (aanbeveling 5). In zijn reactie stelt het college na te gaan of dit kan, maar noemt tevens een aantal aspecten die de mogelijkheid om dit onderzoek uit te voeren beperken. We snappen dat een dergelijk onderzoek ingewikkeld is, maar vinden wel dat een onderzoek naar de langetermijneffecten van SROI nuttig is en goed past binnen de verplichting van het college om periodiek onderzoek te doen naar de doeltreffendheid en doelmatigheid (artikel 213a). Tot slot, het college geeft aan het “Plan van aanpak voor de aanbevelingen SROI” in april 2022 klaar te hebben. Met het oog op een voortvarende aanpak van de aanbevelingen adviseren we de gemeenteraad om er bij het college op aan te dringen dat het plan van aanpak er komt vóór de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022.

32

SOCIAL RETURN ON INVESTMENT - ONDER EMBARGO

Onderzoeksverantwoording Dit is het concept-bestuurlijk rapport van het onderzoek van de rekenkamer naar Social return on investment. Het volledige rapport bestaat naast dit bestuurlijk rapport, ook uit het onderzoeksrapport dat vanaf 28 oktober 2021 staat op de projectpagina.

12 Onderzoeksteam Rekenkamer Zaanstad Directeur

dr. Jan de Ridder

Onderzoekers

Erik Oppenhuis (projectleider) Danielle van der Wiel (projectleider) Caroline van Zon (onderzoeker)

13 Afbakening en aanpak Dit onderzoek richt zich op de toepassing en resultaten van SROI. Daartoe zijn de volgende hoofdvraag en deelvragen beantwoord: In hoeverre is de SROI-aanpak van de gemeente Zaanstad adequaat georganiseerd en is er voldoende inzicht in de doeltreffendheid? 1 Wat is kwaliteit van het Zaanse SROI-beleid? 2 In hoeverre is het uitvoeringsproces adequaat ingericht? a In hoeverre leidt de werkwijze tijdens de aanbesteding tot realistische SROIverplichtingen? b In hoeverre leidt de werkwijze na de gunning tot passende afspraken met de opdrachtnemers over de invulling van de SROI-verplichting? c In hoeverre heeft de ondersteuning tijdens de uitvoering de opdrachtnemers geholpen om de SROI-afspraken te realiseren? d In hoeverre draagt de sturing tijdens de uitvoering bij aan de realisatie van de SROI-verplichtingen? 3 Rapporteert de gemeente adequaat over de realisatie van de doelen en wordt dit met de raad gedeeld? 4 Wat zijn de prestaties, resultaten en effecten van de SROI-aanpak?

33

REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM – ONDER EMBARGO Het onderzoek richt zich primair op de periode waarin de nieuwe werkwijze is ontwikkeld en geïmplementeerd (eind 2018-nu). We hebben gebruikgemaakt van verschillende onderzoeksmethoden. We hebben documenten bestudeerd en aanvullende gesprekken gevoerd met de betrokken ketenpartners (SROI-desk, adviseurs van het WSP/Werkom, inkopers en contractmanagers). Bovendien zijn ter verdieping zes casussen bekeken. Daarnaast zijn door middel van een enquête de ervaringen van opdrachtnemers gepeild. Tot slot hebben we een data-analyse uitgevoerd om na te gaan wat er op basis van de gemeentelijke registratie bekend is over de prestaties, resultaten en effecten van SROI (sinds 2013).

34

SOCIAL RETURN ON INVESTMENT - ONDER EMBARGO

Bijlage 1 - Werkwijze rondom SROI Bij de werkwijze maken we een onderscheid naar drie onderdelen. Het maken van afspraken over de SROI-verplichting, de ondersteuning van opdrachtnemers tijdens de uitvoering en de sturing op de realisatie van de SROI-verplichting. 1. Werkwijze bij het maken van afspraken over SROI-verplichting Het maken van de afspraken valt uiteen in twee onderdelen: 1) het bepalen van de SROIverplichting tijdens de aanbesteding en 2) het kiezen van de invulling van de SROIverplichting na de gunning. Bepalen SROI-verplichting Om tot een realistische SROI-uitvraag te komen, moet per aanbesteding een inschatting worden gemaakt van een proportionele SROI-verplichting. Bij Europese aanbestedingen (vanaf € 214.000)h geeft de SROI-desk hierover een advies aan de inkoopadviseur (die het weer meeneemt naar het aanbestedingsteam). De inkoopadviseur vult daartoe een kansenkaart in, met input van de contractmanager. Indien relevant wordt door de SROIdesk ook input gevraagd aan het Werkgevers Servicepunt Zaanstreek-Waterland (WSP)/Werkom over de arbeidsmarktsituatie en beschikbaarheid van (potentiële) kandidaten en/of wordt door de inkoopadviseur een marktconsultatie uitgevoerd. Na de gunning moeten contracten met een SROI-verplichting worden gemeld bij de SROI-desk.

Kiezen SROI-invulling Het streven is om in dialoog met de opdrachtnemer tot een passende invulling van de SROI-verplichting te komen. Na de gunning wordt een adviesgesprek gevoerd tussen SROIdesk, WSP/Werkom en de opdrachtnemer. De gemaakte afspraken worden vervolgens vastgelegd in een plan van aanpak, wat de SROI-desk goedkeurt. 2. Werkwijze bij de ondersteuning van opdrachtnemers tijdens de uitvoering Opdrachtnemers kunnen indien gewenst ondersteuning krijgen van het WSP/Werkomi bij de uitvoering van de gemaakte SROI-afspraken. De ondersteuning bij arbeidsparticipatie vindt doorgaans plaats door het WSP; ondersteuning bij sociaal inkopen en co-creatieve projecten kan ook plaatsvinden door een strategisch adviseur van Werkom. Sinds 2020 vinden tussen de SROI-desk en WSP-adviseurs vierwekelijkse overleggen plaats, waarbij gezamenlijk wordt nagedacht over de (verdere) invulling van de SROI-verplichtingen en

h Bij niet-Europese aanbestedingen van werken die door het Ingenieursbureau zelf worden

uitgevoerd wordt een andere werkwijze gevolgd. Bij standaardopdrachten wordt het SROIpercentage namelijk door het Ingenieursbureau zelf bepaald aan de hand van de regionale beleidsnotitie en vindt dus geen advisering door de SROI-desk plaats. Ook de meldprocedure van een SROI-contract bij de SROI-desk is bij het Ingenieursbureau wat anders ingericht dan bij het gemeentelijke inkoopteam. i Daarnaast kan bij leerwerkplekken of stages het Jongerenloket een rol spelen, maar deze is in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten.

35

REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM – ONDER EMBARGO de voortgang en knelpunten bij opdrachtnemers worden besproken. Tijdens ons onderzoek waren deze voor de drie belangrijkste branches ingericht. 3. Werkwijze bij sturing op realisatie van SROI-afspraken tijdens de uitvoering De SROI-desk is verantwoordelijk voor het monitoren van de voortgang. Sinds medio 2020 wordt daarbij volledig gebruikgemaakt van het landelijk digitaal registratiesysteem WIZZR (voorheen een gemeentelijke Excel-registratie). Opdrachtnemers moeten daarin hun uitgevoerde activiteiten registreren binnen de vastgestelde termijnen. De SROI-desk controleert vervolgens de opgevoerde activiteiten en stuurt tevens op het registeren. De contractmanagers zijn verantwoordelijk om de voortgang en knelpunten met de opdrachtnemers te bespreken, aan het einde van het contract te controleren of de SROIverplichting volledig is gerealiseerd en indien nodig te handhaven. De SROI-desk kan input aanleveren over de voortgang en adviseren bij knelpunten.

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10784220/1