Begroting 2022-2025
Tekst van het document
2021/21513
Begroting 2022 - 2025
Een solide basis voor onze Zaanse toekomst
Inhoudsopgave Leeswijzer3 Samenstelling van het bestuur 5
1. Hoofdlijnen
6
1.1 Bestuurlijke hoofdlijnen 1.2 Financiële hoofdlijnen
7 13
2. Programma’s
21
2.1 Programma Onderwijs, jeugd en zorg 2.2 Programma Werk, inkomen en economie 2.3 Programma Maatschappelijke ontwikkeling 2.4 Programma Ruimtelijke en gebiedsontwikkeling 2.5 Programma Buitenruimte, vastgoed en bereikbaarheid 2.6 Veiligheid, handhaving en publieke dienstverlening 2.7 Programma Bestuur en financiën
3. Paragrafen
22 37 51 65 79 91 105
115
3.1 Lokale heffingen 3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.4 Financiering 3.5 Bedrijfsvoering 3.6 Verbonden partijen 3.7 Grondbeleid
116 126 135 141 148 154 192
4. Financiële begroting
199
4.1 Overzicht van baten en lasten 4.2 Grondslagen begroting 4.3 Overzicht van incidentele baten en lasten
200 202 204
5. Bijlagen
207
5.1 Investeringen 5.2 Overzicht van baten en lasten per product 5.3 Reserves 5.4 Voorzieningen 5.5 Subsidies 5.6 Taakvelden
208 225 230 233 235 240
2
Leeswijzer Met deze leeswijzer willen we u makkelijk door de begroting navigeren. Voor verschillende onderwerpen wordt aangeven waar u deze in de begroting kunt vinden. Via verschillende stappen kunt u steeds meer gedetailleerde informatie krijgen. De eerste stap is ‘De begroting 2022 - 2025 in één oogopslag’. Dit overzicht biedt een samenvatting van de begroting 2022 - 2025. Daarna worden in de bestuurlijke hoofdlijnen de speerpunten van de begroting toegelicht. In de financiële hoofdlijnen die daarna volgen, wordt in hoofdthema’s aangegeven welke mutaties in het meerjarenbeeld zijn opgenomen ten opzichte van de voorjaarsnota. Voor de meest gedetailleerde informatie wordt u verwezen naar de programmatoelichting en de paragrafen. In deze programmatoelichting is een prognose opgenomen van de corona-effecten per programma. Daarnaast zijn per prestatie de activiteiten toegelicht en wordt de financiële begroting op programmaniveau inclusief een toelichting weergegeven. De paragrafen zijn een soort dwarsdoorsnede van de programma’s. Hierin staat informatie over de financiële positie van de gemeente, over beheersmatige aspecten en over risico’s. Daarna treft u in het financiële deel van de begroting het overzicht van baten en lasten en een prognosebalans aan. Als laatste zijn bijlagen opgenomen die dieper ingaan op een aantal onderwerpen, met name financieel gerelateerd.
Hieronder volgt een verdere uitleg per onderdeel. De begroting 2022-2025 in één oogopslag Als losse bijlage is ‘De begroting 2022 in één oogopslag’ bijgevoegd. Hierin zijn de meest aansprekende financiële en beleidsmatige onderwerpen weergegeven. Op financieel gebied zijn de lasten en baten voor diverse onderwerpen opgenomen om inzicht in het volume en aard van de uitgaven en inkomsten te geven. Een aparte grafiek laat zien welke delen hiervan incidenteel en structureel zijn. Daarnaast is een tabel met de gemiddelde woonlasten opgenomen. Op beleidsmatig gebied zijn aansprekende zaken uitgelicht langs de acht lijnen van het coalitieakkoord.
te leggen, herstel op korte termijn mogelijk te maken en een goed perspectief te creëren voor een nieuwe collegeperiode. In de financiële hoofdlijnen worden de grotere financiële wijzigingen toegelicht. Er wordt uitgelegd hoe het saldo van de begroting tot stand komt, uitgaande van de beginstand bij de Voorjaarsnota 2021-2025. Het college is in staat een meerjarig sluitende begroting te presenteren. Programmabegroting De gemeenteraad stelt de begroting vast op programmaniveau. Per programma zijn in dit onderdeel de doelstellingen en prestaties opgenomen. Per prestatie zijn de activiteiten vermeld. De financiële begroting is voor het programma als geheel opgenomen, omdat de gemeenteraad op programmaniveau autoriseert.
Bestuurlijke en financiële hoofdlijnen In de bestuurlijke hoofdlijnen licht het college de overwegingen toe die geleid hebben tot de voorliggende begroting. De begroting 2022-2025 is de laatste begroting van dit college. Het college neemt verantwoordelijkheid voor de keuzes die nodig zijn om een solide financiële basis
3
• Bedrijfsvoering; geeft inzicht in de speerpunten van de interne bedrijfsvoering en in het personeelsbestand inclusief inhuur. • Verbonden partijen; geeft inzicht in de samenwerkingsverbanden die de gemeente heeft. • Grondbeleid; geeft inzicht in de wijze waarop het grondbeleid binnen de gemeente wordt ingezet.
Er zijn 7 programma’s: Programma 1: Onderwijs, jeugd en zorg Programma 2: Werk, inkomen en economie Programma 3: Maatschappelijke ontwikkeling Programma 4: Ruimtelijke en gebiedsontwikkeling Programma 5: Buitenruimte, vastgoed en bereikbaarheid Programma 6: Veiligheid, handhaving en publieke dienstverlening Programma 7: Bestuur en financiën
Financiële begroting De financiële begroting geeft inzicht in de financiële meerjarenbegroting. Hier is het overzicht van baten en lasten op programmaniveau weergegeven waarin de stortingen en de onttrekkingen aan de reserves per programma apart worden weergegeven. Ook wordt hier een toelichting op de incidentele baten en lasten gegeven. Inzicht hierin is belangrijk voor de structurele financiële houdbaarheid.
Paragrafen In de paragrafen staat informatie over de financiële positie van de gemeente, de beheersmatige aspecten en de risico’s. Er zijn 7 (verplichte) paragrafen: • Lokale heffingen; geeft inzicht in de opbrengsten van belastingen en heffingen. In deze paragraaf wordt ook inzicht verschaft in de gemiddelde woonlasten en hoe die zich verhouden tot andere gemeenten. • Weerstandsvermogen en risicobeheer; geeft inzicht in de risico’s en in welke mate de gemeente in staat is deze op te vangen. Hierin zijn onder andere kengetallen over de schuldpositie, solvabiliteit en structurele exploitatieruimte opgenomen. • Onderhoud kapitaalgoederen; geeft inzicht in de onderhoudsstaat van de gemeentelijke bezittingen en openbare ruimte. • Financiering; geeft inzicht in de schuldpositie en betaalde rente. In deze paragraaf wordt ook dieper ingegaan op de omvang en ontstaan van schulden. Er wordt uitgelegd met welk doel schulden zijn ontstaan, wat de hoogte van de schulden is en wat de vooruitzichten zijn.
Bijlagen In de bijlagen wordt informatie gegeven over de reserves en voorzieningen maar ook worden de investeringen verder toegelicht en wordt een overzicht van de subsidies verstrekt. Op de webversie worden ook de begrotingswijzigingen verder toegelicht.
4
Samenstelling van het bestuur Jan Hamming, burgemeester • Bestuurlijke organisatie • Openbare orde en veiligheid • Handhaving • Programmatische aanpak Poelenburg • Strategische ontwikkeling / beleidscoördinatie • Onderzoek en statistiek • Externe betrekkingen en internationaal beleid • Communicatie • Antidiscriminatiezaken • P&O, juridische kwaliteit, inkoop • ICT & informatievoorziening Hans Krieger (VVD), locoburgemeester • Financiën • Economische zaken, Markten & kermissen • Gebiedsontwikkeling, MAAK. Zaanstad • Grondzaken, grondbeleid • Wijkwethouder Zaandam Centrum, Oud Zaandijk en Oud Koog aan de Zaan Jan Willem Kradolfer, gemeentesecretaris a.i.
Annette Baerveldt (D66), wethouder • Duurzaamheid, energietransitie en circulaire economie • Toerisme, evenementen en streekmarketing • Democratische kwaliteit • Warmtenet vanuit opdrachtgeverschap • Cultuur • Wijkwethouder Peldersveld Hoornseveld en Poelenburg Wessel Breunesse (GL), wethouder • Ruimtelijke ordening • Natuur en Landschap • Milieu • Klimaatadaptie • Wijkwethouder Rooswijk, Westerkoog en Nieuw West Natasja Groothuismink (ROSA), wethouder • Werk & inkomen • Werkom vanuit opdrachtgeverschap • Zorg • Monumenten en erfgoed • Dierenwelzijn • Onderwijs • Wijkwethouder Wormerveer, Westknollendam, Zaandam Noord en Kogerveld 5
Songül Mutluer (PvdA), wethouder • Wonen en bouwen • Jeugd(zorg) • Ouderenbeleid • Minimabeleid • Wijkwethouder Oude Haven, Zaandam West en Rosmolenwijk Rita Noordzij (CU), wethouder • Dienstverlening • Actief burgerschap & buurthuizen • Integratie en LHBTI-emancipatie • Burger- en raadsparticipatie • Wijkwethouder Krommenie en Westzaan Gerard Slegers (CDA), wethouder • Bereikbaarheid, mobiliteit en parkeren • Openbare ruimte • Havens & vaarwegen • Sport • Wijkwethouder Zaandam Zuid en Assendelft
1. Hoofdlijnen 1.1 Bestuurlijke hoofdlijnen 1.2 Financiële hoofdlijnen
6
1.1 Bestuurlijke hoofdlijnen De voorliggende begroting 2022-2025 is de laatste begroting van het huidige college. In deze bestuursperiode heeft dit college, ondanks financiële onzekerheden en de coronacrisis, Zaanstad verder gebracht. Zowel fysiek als sociaal maatschappelijk op het gebied van jeugd, onderwijs, werk en zorg. We hebben het grootste deel van onze ambities uit het coalitieakkoord (‘de molen op de wind zetten’) kunnen realiseren. We hebben geïnvesteerd in meer groen in de openbare ruimte, het bouwen van woningen, de bereikbaarheid en infrastructuur, duurzaamheid én klimaatadaptatie. We zetten in op preventie bij jeugd, armoede, veiligheid en zorg, het bevorderen van kansengelijkheid én voldoende werkgelegenheid voor al onze inwoners. We hebben er daarom voor gekozen om het huidige beleid Participatie naar werk voort te zetten, volop door te gaan met het uitvoeren van onze ambities op het gebied van duurzaamheid en extra financiële middelen vrij te maken voor wijken waar de meest kwetsbare inwoners wonen, zoals in Poelenburg en Peldersveld. Met als doel een vitaal, economisch sterk en sociaal Zaanstad. In de voorliggende begroting heeft het college belangrijke afwegingen moeten maken om het beste te doen voor de inwoners van Zaanstad. Met als uitgangspunt een sluitende en toekomstbestendige begroting.
Geen drastische bezuinigingsmaatregelen die onomkeerbare maatschappelijk schade in de samenleving toebrengen, maar daar waar het mogelijk is de basis leggen voor een solide herstel om van daaruit verder te kunnen investeren. Ook is er voor gekozen om de algemene lasten van onze inwoners, zoals OZB en parkeertarieven, niet verder te verhogen dan de inflatiecorrectie. Dat betekent wel dat
we sommige ambities nog niet kunnen realiseren. Onze stevige lobby richting Rijk heeft extra rijksmiddelen opgeleverd om te investeren in een aantal noodzakelijke maatregelen in de jeugdzorg. De inzet op de Woningbouw impuls en het Volkshuisvestingsfonds voor kwetsbare wijken levert de komende 30 jaar een forse investering van extra financiële middelen van honderden miljoenen op voor gebiedsontwikkeling, maatschappelijke voorzieningen en de kwaliteit van de openbare ruimte. Een nieuw bestuur heeft daarmee een mooi toekomstperspectief.
7
We hebben ‘de molen op de wind’ gezet De coronapandemie vroeg begin 2020 onverwacht om grote wendbaarheid van ons als inwoner, ondernemer, maatschappelijke instelling, bestuur en organisatie om de stad vitaal te houden. Alle analyses wijzen erop dat de crisis grote impact heeft op de inwoners van Zaanstad, nu en in de toekomst. Inwoners die het al moeilijk hadden, zijn nóg kwetsbaarder geworden. Als college hebben we daar voortvarend op ingespeeld door inwoners, ondernemers en instellingen met financiële regelingen te ondersteunen, zoals de TOZO, TONK en vanuit het programma ‘de Vitale Stad’. We zien dat de werkeloosheid laag is gebleven in Zaanstad en de economische en culturele sector voorzichtig uit het dal klimt. Op dit moment kunnen we de effecten van corona opvangen met de middelen die het Rijk ons daarvoor geeft.
Met het uitvoeringsplan Klimaatadaptatie geven we richting aan hoe we Zaanstad gezond, leefbaar en veilig houden tegen de achtergrond van klimaatverandering. En ook in het landelijk gebied pakken we grote vraagstukken van bodemdaling, stikstof, natuurherstel, biodiversiteit en klimaatverandering op bij het opstellen van een gebiedsvisie voor de polder Westzaan. Andere concrete voorbeelden zijn de investeringen in het onderwijs en het uitvoeringsplan Cultuurvisie. Hiermee leggen we de basis voor een toekomstbestendig Zaanstad. De huidige financiële onzekerheid is groot Het moment waarop deze begroting is opgesteld, kenmerkt zich door onzekerheid. Onzekerheid over de (lange termijn) gevolgen van de coronacrisis, onzekerheid over de financiële bijdragen die wij van het Rijk mogen verwachten en over de keuzes die het nieuwe kabinet gaat maken. Op verschillende dossiers is overleg met het Rijk gaande over financiële compensaties, herverdeling van middelen of stelselwijzigingen waardoor gemeenten beter op de uitvoering en uitgaven kunnen sturen. Dat speelt onder meer bij de herijking van het gemeentefonds en de roep om de zogeheten opschalingskorting terug te draaien.
Breder is er onzekerheid bij de duurzaamheidsopgave en de invoering van de omgevingswet waar op beide thema’s onderzoeken plaatsvinden naar de omvang van de bedragen die gemeenten hiervoor van het Rijk zouden moeten ontvangen voor de uitvoering van deze opgaven.
Bijzonder is de veerkracht van Zaankanters tijdens deze pandemie. Als we iets geleerd hebben van de impact van corona, is het de ‘kracht van de gemeenschap’. Veel vrijwilligers en instanties hebben geholpen met bijvoorbeeld het organiseren van alternatieve sportactiviteiten, de bestrijding van eenzaamheid in de buurt of het ondersteunen van de voedselbank. Ondanks de coronacrisis is het gelukt om veel van onze ambities uit het coalitieakkoord te realiseren, we hebben ‘de molen op de wind gezet’ én gehouden. Dat hebben we kunnen doen met hulp van en in nauwe samenwerking met onze partners.
De Voorjaarsnota 2022 had geen financieel sluitend meerjarenbeeld, dit in afwachting van financiële bijdragen van het Rijk. Het uitgangspunt bij het opstellen van deze begroting is een sluitend financieel meerjarenbeeld in de begroting 2022-2025. Enerzijds om een solide begroting door te geven voor de nieuwe bestuursperiode, anderzijds om ook een inhoudelijke begroting te realiseren die juist nu goed is voor Zaanstad. Door het Rijk zijn extra middelen beschikbaar gekomen voor de Jeugdzorg. Deze middelen komen samen met een taakstelling en maatregelen van het Rijk om de kosten in de toekomst verder aan banden te leggen en de hulp aan te bieden die echt nodig is. Om alle maatregelen te kunnen nemen is nog extra aanvulling van het Rijk nodig. Conform landelijke afspraken tussen gemeenten en Rijk kunnen we deze extra middelen nog niet in de begroting verwerken. Dit is afhankelijk van een nieuw kabinet.
In de afgelopen periode is de basis gelegd voor het versneld bouwen voor onze toekomstige Zaankanters. Er staan circa 15.000 woningen tot 2040 in de planning. Tot 2030 zullen we in de versnellingsgebieden 10.000 woningen start bouw realiseren. Een groot aantal mensen is aan werk geholpen door de aanpak ‘Op weg naar werk of meedoen’. Sinds 2018 heeft in 2020 84% van de uitkeringsgerechtigden een plan van aanpak en is het percentage huishoudens met een bijstandsuitkering gedaald van 6,0 % naar 5,2%. Voor de Zaanse infrastructuur, mobiliteit en het leefbaar houden van onze wijken zijn is de basis gelegd met het Zaans Mobiliteits Plan en trajecten zoals de Thorbeckeweg en de Guisweg. Met het vaststellen van het bomenbeleidsplan ‘Bomen, De longen van de stad 2020 – 2050’ is het belang van bomen en de mate waarin onze bomen bijdragen aan een gezond, aangenaam en aantrekkelijk leefklimaat in de stad, onderstreept. Op het gebied van ondermijning is met het BOT 075 (Back on Track) programma een duurzame aanpak tegen ondermijnende jeugdcriminaliteit opgezet. De aanpak van drugshandel op straat en het bezit van messen laat zien dat dit nodig is. Binnen de aanpak van veiligheid hebben we ingezet op preventief fouilleren, inzet van cameratoezicht bij verschillende incidenten.
Preventie heeft nog meer aandacht gekregen door de inzet van persoonsgerichte aanpakken op risico jongeren en zwaardere criminelen (Aanpak 075).
Als zittend college nemen wij juist nu onze verantwoordelijkheid om zo een solide financiële basis te leggen, herstel op korte termijn mogelijk te maken en een goed perspectief te creëren voor een nieuwe collegeperiode. De toekomst echter ziet er veelbelovender uit, onze inspanningen op het binnenhalen van externe financiering betaalt zich de komende jaren uit. De financiële onzekerheid belemmert ons in het uitvoeren van een aantal aanvullende ambities die horen bij de groei
8
Investeren in Jeugd Met de aangekondigde middelen vanuit het Rijk voor de jeugdhulp kunnen wij door met de ingezette maatregelen om jeugdigen de hulp te bieden die zij nodig hebben. Na de decentralisatie van de jeugdzorg van het Rijk naar de gemeente zien wij een toenemende vraag van jeugdigen en de inzet van zorg. We bieden laagdrempelige zorg aan en bereiken dus veel jeugdigen. De keerzijde daarvan is dat kosten de afgelopen jaren behoorlijk zijn opgelopen; het aantal kinderen neemt toe, maar ook de behandelkosten nemen toe. Dit speelt niet alleen in Zaanstad, vele gemeenten kampen met dezelfde problematiek. Op basis van een stevige lobby richting het Rijk zijn er nu middelen vanuit het Rijk beschikbaar gesteld. Bij een nieuw kabinet worden meer maatregelen verwacht om kosten van de jeugdzorg beheersbaar te krijgen, bijvoorbeeld de aanpassing van de Jeugdwet. Met deze middelen kunnen we verdergaande stappen zetten in de preventie om het aantal jeugdigen dat in de jeugdhulp terecht komt te verkleinen, uitstroom te bevorderen en te zorgen dat hulp daar terecht komt waar hij het meest nodig is.
die Zaanstad doormaakt. We hebben moeten bijsturen om tot een sluitende begroting te komen en dat betekent simpelweg dat niet alles kan. Bestuurlijke aandachtspunten, zoals bijvoorbeeld handhaving van ons vastgestelde beleid op het gebied van Woningsplitsing en verkamering, het opstellen van beleid rond woonwagens en woonschepen of het inlopen van achterstanden in de openbare ruimte, zijn belangrijke zaken die de raad in diverse moties van ons gevraagd heeft en wij volledig onderschrijven. De realiteit is echter dat hiervoor geen financiële ruimte is te vinden zonder óf de rekening bij de inwoners neer te leggen óf op andere punten financieel uit de pas te gaan lopen en daarmee toekomstige investeringen in gevaar te brengen. Dit zelfde geldt voor het verlagen van de leges grafrechten, het bio divers maaibeleid en de extra toiletten in de openbare ruimte. Onze financiële mogelijkheden zijn op dit moment beperkt. Zodra de actuele financiële ontwikkelingen het mogelijk maken, bijvoorbeeld bij de december circulaire of extra middelen van het Rijk, komen wij met voorstellen naar de raad. Zaanstad groeit en dit biedt kansen De komende jaren staan in het teken van de groei van Zaanstad. Voor de groei van de stad zijn middelen beschikbaar voor woningbouw, zoals de rijksmiddelen voor de bouwimpuls en ons eigen Transformatiefonds.
De afspraak is hierbij dat de verstedelijkingsopgave kwaliteit moet toevoegen. De groei van Zaanstad moet hand-in-hand gaan met een evenredige groei van de maatschappelijke voorzieningen, de dienstverlening aan de burgers, het beheer van de openbare ruimte en het duurzaam en groener maken van de stad. Via ons maatschappelijke voorzieningenmodel krijgen we steeds beter zicht op welke voorzieningen nodig zijn in onze groei-wijken. De verstedelijking vraagt ook om een evenredige groei van de dienstverlening en het beheer van de openbare ruimte en sportaccommodaties. Hier ligt een opgave voor de komende jaren om die evenwichtige groei mogelijk te maken. In 2022 start Zaanstad met de bouw van 2.000 woningen. Grote nieuwbouwprojecten zijn Poelenburg Oost, Meneba, Zaanse Helden, Houthavenkade, Hofwijk Noord (waaronder Kan Palen) en Oostzijderpark. Sociale huuren betaalbare koopwoningen vormen een belangrijk onderdeel van deze plannen. Daarnaast kijken we bij bouwprojecten steeds meer naar klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen.
9
Indicatoren Elk begrotingsprogramma bevat een set indicatoren en kerncijfers. Een totaaloverzicht van de indicatoren is hieronder gepresenteerd. Bij de start van deze bestuursperiode heeft het college bij alle indicatoren streefwaarden voor 2022 vastgesteld. De streefwaarden geven de bewegingsrichting en ontwikkeling aan die het college voor ogen heeft. Het college heeft hiermee beoogd het gesprek met de raad over de ambities te faciliteren. Veelal is het behalen van een streven echter van meer factoren afhankelijk dan van het handelen van het college alleen. De indicatoren en realisaties vormen daarmee de start van het gesprek over de mate waarin de ontwikkelingen naar wens verlopen en of verder ingrijpen of bijsturen nodig is.
Inmiddels is 2022 het komende begrotingsjaar en heeft het college goed zicht op de haalbaarheid van de eerder vastgestelde streefwaarden. Hieronder wordt dat duidelijk wanneer de waarden in de kolommen ‘Begroting 2022’ en ‘Streefwaarde 2022’ met elkaar vergeleken worden. Opvallende verschillen worden toegelicht in de betreffende begrotingsprogramma’s (dat geldt ook voor de asterisks).
Indicatoren Realisatie 2017
Realisatie 2018
Realisatie 2019
Realisatie 2020
Begroting 2022
Streefwaarde 2022
Bron
% Doelgroepkinderen dat deelneemt aan voorschoolse educatie, reguliere opvang of opvang bij gastouder
81,0%
Ntb
82%
80%
83,5%
83,5%
GGD
% Schooladviezen basisschool havo/vwo
45%
Ntb
46%
44%
44%
48%
DUO
% Jeugdigen dat ondersteund wordt door jeugdteam
8,6%
8,7%
9,3%
8,7%
8,8%
8,9%
Gemeentelijke registratie
% Jeugdigen met specialistische jeugdhulp
7,4%
8,1%
8,4%
9,4%
9,4%
8,3%
Gemeentelijke registratie
% Inwoners 18+ dat wordt ondersteund door wijkteam
7,8%
8,3%
8,4%
nnb
9,0%
9,0%
Gemeentelijke registratie
% Inwoners 18+ met een WMO voorziening/begeleiding
7,0%
7,2%
7,3%
7,4%
8,0%
7,4%
Gemeentelijke registratie
81%
Gemeentelijke registratie (cliënt-ervaringsonderzoek)
Onderwijs, jeugd en zorg
% Inwoners dat zich beter kan redden door de specialistische ondersteuning
81%
81%
83%
nnb
81%
81%
82%
86%
nnb
81%
81%
Gemeentelijke registratie (cliënt-ervaringsonderzoek)
% Uitkeringsgerechtigden met een plan van aanpak (meting vanaf 2019)
nvt
N.B.
35%
84%
85%*
90%
Gemeentelijke registratie
% Plannen van aanpak waarvan de resultaten zijn gehaald (meting vanaf 2018)
nvt
N.B.
60%
29%
60%*
70%
Gemeentelijke registratie
% Uitstroom uit de bijstand t.o.v. het totaal aantal mensen in de bijstand
22%
22%
20%
14%
20%*
35%
Gemeentelijke registratie
% Inwoners dat de kwaliteit van de specialistische ondersteuning goed vond Werk, inkomen en economie
10
Vestigingsbegeleiding (aantal)
86
75
82
70
70
100
Gemeentelijke registratie
Acquisitie van bedrijven (aantal)
15
12
11
15
15
15
Gemeentelijke registratie
Aantal circulaire aanbestedingen
0
N.B.
7
10
12
10
Gemeentelijke registratie
861.900
858.631
806.300
nnb
800.000
800.000
De nationale klimaatmonitor
% Inwoners dat zegt te sporten
64%
65,1%
64%
66%
67%*
68%
Zaanpeiling
% Inwoners dat zegt (zeer) tevreden te zijn over de sportvoorzieningen in de eigen buurt
55%
56%
54%
53%
57%
61%
Zaanpeiling
% Inwoners dat zegt (zeer) tevreden te zijn over de culturele voorzieningen in de hele gemeente
52%
47%
53%
47%
50%**
65%
Zaanpeiling
% Inwoners dat zegt (zeer) tevreden te zijn over de voorzieningen basisonderwijs in de eigen buurt
74,3%
71%
71%
72%
72%
63%
Zaanpeiling
Aantal woningen start bouw (meting vanaf 2019)
n.b.
n.b.
501
635
2.000
1.000
Gemeentelijke registratie
Aantal intentie en anterieure overeenkomsten om nieuwe ontwikkellocaties van de woningbouwopgave te faciliteren
1
7
6
8
3
3
Gemeentelijke registratie
Aantal door woningcorporaties jaarlijks op te leveren huurwoningen
88
50
26
10
228*
300
Monitor prestatieafspraken
Aantal verbeterde funderingen van particuliere woningen per jaar
113
98
159
143
150**
300
Gemeentelijke registratie
% Inwoners dat tevreden is over de verkeersveiligheid in de eigen buurt
38%
45%
49%
43%
60%
70%
Zaanpeiling
% Inwoners dat tevreden is over bereikbaarheid van de buurt per fiets
88%
92%
91%
92%
90%
90%
Zaanpeiling
% Inwoners dat tevreden is over bereikbaarheid van de buurt per auto
73%
79%
79%
79%
80%
80%
Zaanpeiling
% Inwoners dat parkeren als grootste probleem in de buurt ziet
13%
20%
21%
19%
20%
10%
Zaanpeiling
% Areaal openbare ruimte met een onderhoudsachterstand
20%
18%
19%
18%
19%
19%
Gemeentelijke registratie
% Hoeveelheid gescheiden afval als aandeel van de totale hoeveelheid ingezameld afval
50%
44%
46%
54%
56%
60%
HVC
CO-2 uitstoot (ton) Maatschappelijke ontwikkeling
Ruimtelijke en gebiedsontwikkeling
Buitenruimte, vastgoed en bereikbaarheid
11
Veiligheid, handhaving en publieke dienstverlening Oordeel inwoners over de veiligheid in het uitgaansgebied in het centrum van Zaandam, overdag
7,3
7,3
7,5
7,4
7,3
7,3
Zaanpeiling
Oordeel inwoners over de veiligheid in het uitgaansgebied in het centrum van Zaandam, 's avonds
5,9
5,7
5,9
5,6
5,8*
6,1
Zaanpeiling
Totaal aantal misdrijven
6.924
6.429
7.109
7.038
7.000
7.000
Politie.nl/ politiecijfers
Aantal misdrijven High Impact (inbraak, geweld, straatroof, overval)
1.157
1.076
1.130
1.028
1.000
1.200**
Politie.nl/ politiecijfers
% Terugbelverzoeken afgehandeld binnen termijn
77%
75%
77%
70%
77%***
85%
Gemeentelijke registratie
Waarderingscijfer website zaanstad.nl en telefonie
7,1
7,5
7,4
8,0
8,0
7,7
Gemeentelijke registratie
Oordeel van inwoners in welke mate zij betrokken worden bij de totstandkoming van gemeentelijke plannen
5,7
5,9
5,7
n.b.
6,0
6,5
Zaanpeiling
% Openstaande debiteuren einde van het jaar*
4,6%
5,7%
6,1%
12,6%
9%*
<4,0%
Gemeentelijke registratie
% Gehonoreerde WOZ-bezwaren t.o.v. totaal aantal WOZ objecten
0,3%
0,5%
0,6%
0,7%
0,7%
<0,5%
Gemeentelijke registratie
Bestuur en financiën
12
1.2 Financiële hoofdlijnen Dit hoofdstuk bevat een overzicht van de financiële wijzigingen die in deze begroting zijn doorgevoerd. Het overzicht begint met de stand zoals de raad heeft vastgesteld bij de Voorjaarsnota 2021-2025. Toen zag het financieel meerjarenbeeld er niet gunstig uit. Het college zag zich genoodzaakt een niet sluitende meerjarenbegroting te presenteren. Dat is een bewuste keuze geweest. Het college vond dit een verantwoorde keuze in de verwachting dat het Rijk extra middelen aan gemeente zou toekennen voor de kosten van jeugdzorg. Het college is blij dat die middelen inderdaad gekomen zijn. Voor 2022 middels een toezegging, voor 2023 nog onder voorbehoud van besluitvorming door een nieuw kabinet. Een toelichting op het financieel meerjarenbeeld We starten bij de Voorjaarsnota 2021-2025. Vanaf dat punt worden de wijzigingen toegelicht. We beginnen met de ontwikkelingen aan de batenkant van de gemeente begroting: het gemeentefonds. Daarna volgen de wijzigingen in de uitgaven die verband houden met jeugdhulp en we sluiten af met de overige autonome ontwikkelingen.
Dat neemt niet weg dat er nog altijd zorgen op financieel gebied zijn. Er zijn verschillende opgaven die het college niet op adequate en gewenste wijze kan oppakken. Dit geldt voor onder andere voor handhavingstaken op diverse gebieden, de aanpak van overlast, het inlopen van achterstanden in onderhoud openbare ruimte, inzet op duurzaamheidsopgaven, maar ook het uitvoeren van diverse moties van de raad. Voor geen van de bestuurlijke aandachtspunten die college en raad bij de voorjaarsnota hebben benoemd, is op dit moment financiële ruimte gevonden om deze op te pakken. Daartegenover staat dat het college nu wel een sluitende meerjarenbegroting kan presenteren, zonder de woonlasten voor de inwoners (meer dan de indexatie) te verhogen en zonder nieuwe bezuinigingsvoorstellen.
13
Financieel meerjarenbeeld De financiële meerjarenbegroting ziet er als volgt uit:
Meerjarenbegroting (bedragen x € 1.000) Voorjaarsnota 2021 - 2025
2022
2023
2024
2025
939
2.652
-1.325
1.222
A. Gemeentefonds December- en meicirculaire gemeentefonds
294
3.591
5.104
-1.351
Extra middelen voor jeugdhulp
-14.454
-11.996
-11.261
-10.379
Reeds verwachte extra middelen jeugdhulp
3.690
7.126
7.126
7.126
Autonome groei
1.100
1.100
1.100
1.100
Taakstelling op uitgaven jeugd
1.737
-23
-1.003
-2.180
Noodzakelijke maatregelen voor realisatie taakstelling
1.860
1.650
1.650
1.650
B. Bijstelling uitgaven jeugdhulp
C. Overige autonome ontwikkelingen Loon/prijs ontwikkelingen
499
499
499
499
Actualisatie salarisbegroting
-1.198
-300
-300
-300
Actualisatie investeringen
-1.061
-603
125
50
Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging Bouw
99
197
197
197
Proceskosten Nauerna
560
Bijstellingen < € 100.000
95
18
18
-43
Subtotaal
-5.840
3.910
1.930
-2.410
Verevening via een reserve Totaal Begroting 2022-2025 (+ = nadeel, - = voordeel)
5.840 0
-3.910 0
-1.930 0
-2.410
Mede dankzij de extra middelen die we van het rijk in 2022 ontvangen voor jeugdhulp, sluit het saldo 2022 voordelig op € 5,8 miljoen. We gebruiken dit voordeel om de tekorten op de begroting in 2023 en 2024 op te vangen. Zodoende stellen wij het nieuwe bestuur na de gemeenteraadsverkiezingen in staat om met een sluitende meerjarenbegroting te starten.
Omdat het een harde toezegging is, verwerken we deze extra baten nu al in onze gemeentebegroting. Toekenning van extra middelen voor jeugdhulp voor 2023 en verder wordt overgelaten aan een nieuw kabinet. Tegelijk hebben gemeenten en rijk zich gecommitteerd aan de Hervormingsagenda en aan het nu al maken van afspraken over maatregelen waarmee het jeugdstelsel op de lange termijn beter houdbaar wordt. Rijk, VNG en IPO hebben in juli 2021 afgesproken dat alle gemeenten in de jaarschijven 2023 tot en met 2025 van de meerjarenraming de bedragen onder de Hervormingsagenda van de Commissie van Wijzen als stelpost mogen opnemen in de begroting. Vanuit behoedzaamheid geldt hiervoor een maximum van 75% van het deel dat gemeenten op basis van de verdeling zouden krijgen. Voor Zaanstad komt dit neer op een extra bate van € 12 miljoen in 2023 aflopend naar ruim € 10 miljoen in 2025 en daarna nog verder afnemend. De aflopende reeks is mede gebaseerd op de te nemen maatregelen om de uitgaven structureel te verlagen.
A. Gemeentefonds De doorrekening van de decembercirculaire 2020 en de meicirculaire gemeentefonds 2021 resulteert in een nieuwe stand van de algemene uitkering. Voor een toelichting op de circulaires wordt verwezen naar de raadsinformatiebrieven (2021/1609 en 2021/15214). Medio 2021 heeft de Commissie van Wijzen een zwaarwegend advies (zie rapport Jeugdzorg: een onderwerp van aanhoudende zorg) uitgebracht over de financiële tekorten op jeugdzorg. Uit dit advies heeft het demissionaire kabinet voor het jaar 2022 een incidentele bijdrage aan gemeenten toegekend (zie kamerbrief Afspraken VNG-Rijk naar aanleiding van oordeel Commissie van Wijzen). Het gaat om in totaal ruim € 1,3 miljard, waarbij gemeenten zich gelijktijdig committeren aan de invulling van een set aan maatregelen die in 2022 een besparing van € 214 miljoen opleveren. Voor Zaanstad gaat het (naar rato omgerekend) om een bedrag van € 14,5 miljoen. Deze extra middelen 2022 zullen worden verwerkt in de komende septembercirculaire gemeentefonds.
In onze meerjarenbegroting hielden we al rekening met extra structurele middelen voor jeugdhulp, in totaal voor een bedrag van € 3,7 miljoen in 2022 en € 7,1 miljoen vanaf 2023. Nu het kabinet zich uitgesproken heeft over de bijdrage in 2022 en Rijk, IPO en VNG een richtlijn heeft gegeven over de baten in de jaren 2023 vervallen deze eerdere eigen inschattingen. 14
B. Bijstelling uitgaven jeugdhulp De laatste ontwikkelingen in de jeugdzorg laten zien dat de uitgaven nog altijd toenemen. Op basis van de realisaties in 2021 verwachten we in 2022 een toename van € 1,1 miljoen meer dan nu begroot. Deze toename trekken we structureel door naar de jaren na 2022.
daarvan. Er wordt later begonnen met afschrijven. Dat geeft in de eerste jaren een voordeel op de kapitaallasten. Zie bijlage investeringen voor meer informatie. Na jaren van voorbereiding en herhaaldelijke uitstel treden met ingang van 1 juli 2022 de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging Bouw (Wkb) in werking. Beide wetten raken het (bouw)proces van planvorming tot oplevering en het gebruik van de fysieke leefomgeving. De nieuwe wet- en regelgeving vereist diverse aanpassingen in de gemeentelijke werkwijze. Met de Wkb valt de bouwtechnische toets door gemeenten weg, waar de gemeente dan ook geen leges meer voor in rekening kan brengen. Dit geeft een financieel nadeel. Daar staat tegenover dat de Omgevingswet de mogelijkheid geeft om milieuleges in te voeren, wat voorheen niet mogelijk was. Zaanstad zal de leges 100% kostendekkend gaan heffen. Milieuleges zijn niet van toepassing voor individuele bewoners/ huiseigenaren, maar staan in relatie tot milieuvergunningen bij met name grote bedrijven. Per saldo leidt de invoering van de Omgevingswet en Wkb tot een structureel nadeel van € 0,2 miljoen. De claim van de VNG voor compensatie van het rijk voor de structurele effecten ligt op de formatietafel van het nieuwe kabinet.
Een stuurgroep van Rijk en gemeenten onder voorzitterschap van mevrouw drs. M. Sint heeft een reeks maatregelen in kaart gebracht die moeten leiden tot een toekomstbestendig jeugdstelsel. Deze maatregelen zijn vertaald financiële besparingsmogelijkheden. Zowel rijk als gemeenten staan aan de lat om de besparingen te realiseren. De bedragen in het rapport Sint zijn omgerekend naar het aandeel van Zaanstad en afgezet tegen de ingeboekte besparingen zoals we die eerder al aan onszelf hadden opgelegd. Dat heeft tot gevolg dat de taakstelling in 2022 is verlaagd en in latere jaren, ook na 2025, verder oploopt (tot € 11 miljoen in 2027). De maatregelen die genomen moeten worden om de taakstelling te realiseren vereisen investeringen. Vooralsnog is hiervoor € 1,9 miljoen gereserveerd in 2022 en € 1,65 miljoen vanaf 2023. Het heeft onze voorkeur en intentie om meer dan dit te doen. Dat is ook nodig om meer zekerheid te hebben over het realisatie van de taakstelling. Zodra het rijk duidelijkheid geeft over de resterende 25% aan extra middelen jeugdzorg zal het college een voorstel doen om aanvullende maatregelen te kunnen nemen.
De verwachting was dat het dossier Nauerna richting afronding zou gaan met het vaststellen van het bestemmingsplan in 2017. Dat is niet gebeurd: het bestemmingsplan is door de Raad van State gedeeltelijk vernietigd, het park gesloten, er zijn gezondheidszorgen bij bewoners en sterfte onder schapen, een beroepsprocedure tegen het reparatieplan en een onderzoek van het RIVM naar veilig recreëren. Deze tegenvallers waren niet voorzien. Ook voor 2022 en 2023 worden nog activiteiten verwacht, die onvermijdbaar leiden tot proceskosten en kosten voor externe adviseurs, juridische expertise (publiek en privaatrechtelijk) en onderzoeken. Om de voortgang op het dossier op een zorgvuldige manier te borgen, wordt voor komende jaren een totaalbedrag van € 0,56 miljoen in de begroting opgenomen.
C. Overige autonome bijstellingen Bij de voorjaarsnota is een totaalbedrag berekend dat nodig is om de gehele gemeentelijke begroting te indexeren naar prijspeil 2022. Bij de begroting wordt dit bedrag verdeeld over de betreffende budgetten. Daarbij is geconstateerd dat de indexatie van de budgetten specialistische jeugdhulp niet goed is doorgerekend. Dit moet gecorrigeerd en heeft een nadeel van structureel € 0,5 miljoen tot gevolg. Als gevolg van lagere inschaling van nieuwe medewerkers en voordelen op de toelagen en onregelmatigheidstoeslagen/wachtdienst laat de salarisbegroting een incidenteel voordeel zien van € 1,2 miljoen in 2022. Het blijkt dat elk jaar dergelijke incidentele voordelen optreden. Daarom kan de salarisbegroting vanaf 2023 structureel verlaagd kan worden met € 0,3 miljoen.
Tot slot zijn er in de begroting enkele kleine aanpassingen gedaan. De Financiële verordening schrijft voor in de Voorjaarsnota alleen substantiële aanpassingen van baten en/of lasten (groter dan € 0,1 miljoen) worden verwerkt vanwege het kaderstelllende karakter van deze nota. Kleinere begrotingsbijstellingen zijn toen buiten beschouwing gebleven en worden nu bij de begroting verwerkt. Het gaat onder andere om incidentele kosten voor de organisatie van de gemeenteraadsverkiezingen in 2022, kosten voor de uitvoering van wettelijke taken dierenwelzijn, het gelijkzetten van specifieke onderwijsinkomsten en –uitgaven en opname van het budget voor het Zorg en Veiligheidshuis conform de regionale afspraken.
Voor de begroting 2022 zijn de uitgaven aan vervangings investeringen en de daarbij horende kapitaallasten geactualiseerd. De grootste bijstellingen van budgetten zijn de indexatielasten van investeringen in wegen en riolen en de indexatie van het krediet Zaanbrug (€ 0,5 miljoen conform raadsinformatiebrief 2021/10825). Herfaseringen (verschuivingen van uitgaven in de tijd) treden vooral op bij investeringen in onderwijshuisvesting en de verduurzaming
15
Weerstandsvermogen
Momenteel lopen er gesprekken tussen de politie en de gemeente over de (vervolg) inzet, met name in de avonduren. De politie heeft aangegeven in de laatste week van augustus iets minder intensief in het park aanwezig te zijn. Er zijn incidenten elders in de stad die om extra inzet vragen en de situatie in het park is volgens politie nu rustig. Zowel handhaving als de politie kunnen niet 24/7 in ‘t Veldpark aanwezig zijn in verband met de bezetting, andere prioriteiten of spoedeisende zaken. Gelet op de aard van de problematiek en de veiligheidsrisico’s is niet wenselijk om gemeentelijke boa’s zelfstandig in te zetten richting deze groep op het moment dat er boetes worden uitgedeeld of in het geval dat er een aanhouding plaatsvindt. Het al dan niet door kunnen pakken is dus ook afhankelijk van de capaciteit van de politie.
Om inzicht in de risico’s van de gemeente te verkrijgen, wordt bij de begroting en jaarrekening een risico-inventarisatie uitgevoerd. Ten opzichte van de jaarrekening 2020 is het totaal aan financiële risico’s iets afgenomen. De ratio weerstandsvermogen stijgt daardoor van 1,4 naar 1,5. Deze ratio ligt mooi binnen de bandbreedte van 1,4 en 1,8, zoals vastgelegd in de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2021. Bij de jaarrekening 2021 wordt de ratio opnieuw berekend. In de genoemde nota is vastgelegd dat alleen bij de jaarrekening de algemene reserve wordt afgeroomd indien er buiten de bandbreedte wordt getreden of aangevuld indien er een tekort is. Het college volgt dit vastgestelde beleid. Een van de oorzaken van de verbetering van het weerstandsratio zijn de ontwikkelingen op het gebied van jeugdzorg. Voor de bepaling van het financieel risico kijken we doorgaans slechts één jaar vooruit, in dit geval naar het jaar 2022. Voor 2022 is het financieel risico op jeugdzorg naar beneden bijgesteld omdat we de oorspronkelijke taakstelling op de uitgaven hebben verlaagd en budget van het rijk hebben gekregen om te starten met enkele maatregelen om de uitgaven in de toekomst te beheersen. Om het volledige pakket aan maatregelen te kunnen nemen en daarmee meer zekerheid te kunnen geven over de ontwikkeling van de jeugdzorgkosten is meer geld nodig.
Daarvoor rekenen wij op aanvullende middelen van het rijk. Het Rijk moet zich hier nog definitief over uitspreken. Zolang dat niet is gebeurt, blijven de financiële risico’s op het gebied van jeugdzorg op de langere termijn bestaan en substantieel van omvang. Dit zal zich dan bij de jaarrekening vertalen in een toename van het risico.
Wat betreft de persoonsgerichte aanpak zijn reeds stappen gezet, onder meer door middel van inzet van een veldwerker van het Leger des Heils. Aanvullend hierop zijn recent vernieuwde afspraken gemaakt met het Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH) om de groep beter in beeld te krijgen en tezamen met de betrokken partners op individueel niveau vervolgstappen te bepalen ten behoeve van de persoonsgerichte aanpak. Dit valt binnen de reguliere samenwerkingsafspraken met het ZVH en leidt niet tot extra kosten. Inzet van ervaringsdeskundigen die contact kunnen leggen met de groepsleden, om hen los te weken van de groep, te stimuleren een andere weg te kiezen en te begeleiden naar dagbesteding, zorg of ondersteuning, is op dit moment niet financieel haalbaar. Bovengenoemde activiteiten zijn een goede aanzet, maar er zijn meer interventies nodig om blijvend verschil te maken. Hiervoor wordt gewerkt aan een breder, integraal plan van aanpak. In motie 12 Ontzorgingsprogramma Verduurzaming woningen wordt het college verzocht om met lokale leveranciers van duurzame technologie, energiecoöperaties en financiële instellingen in gesprek te gaan en te onderzoeken hoe de verschillende private en publieke partijen elkaar kunnen versterken in het aanjagen van de energietransitie en het verduurzamen van woningen.
In het vervolgproces van het Klimaatakkoord zal een bijeenkomst met genoemde partijen en andere partners opgenomen worden waarin over deze onderwerpen het gesprek gevoerd zal worden. De verkenning van samenwerkingsvormen om inwoners te ontzorgen bij de verduurzaming van hun woningen zal daarin centraal staan. Hieruit resulterende haalbare ideeën zullen in co-creatie met partners verder uitgewerkt worden.
Bij de bepaling van het weerstandsvermogen is nog geen rekening gehouden met de niet sluitende begroting over 2021. Indien het nu begrote tekort van € 2 miljoen zich daadwerkelijk voor gaat doen, gaat dit ten koste van de algemene reserve waardoor het weerstandsratio zal dalen. Ook dit wordt bij de jaarrekening opnieuw bepaald. Het college ziet nu geen mogelijkheid om een onttrekking aan de algemene reserve voor te stellen.
Moties Op 29 juni 2021 zijn bij de vaststelling van de Voorjaarsnota 2021-2025 vier moties door de raad aangenomen. Hieronder geeft het college aan hoe zij invulling aan deze moties geeft.
Motie 22 maaibeleid draagt het college op om voor de begroting 2022 de raad te informeren over het huidig maaibeleid, de kosten ervan en methodes ter bevordering van de biodiversiteit om met deze informatie samen met de raad te komen tot een structureel maaibeleid. Het college is voornemens om deze informatie in oktober beschikbaar te hebben voor de raad.
Motie 1 Grenzen stellen en perspectief bieden in ’t Veldpark draagt het college op om meer te handhaven in het park en om de persoonsgerichte aanpak te intensiveren. De politie en de gemeentelijke boa’s hebben in de zomerperiode gedurende 5 weken intensiever samen opgetrokken om ter plaatse te gaan handhaven. 16
Dashboard financiën
Met motie 25 Wonen boven scholen draagt de raad het college op om te onderzoeken te onderzoeken of gezamenlijke projectontwikkeling bij de bouw of renovatie van schoolgebouwen kan leiden tot het genereren van de extra geldstromen om de ambities uit het Integrale Huisvestingsplan (IHP) waar te maken en te onderzoeken of woningbouw boven scholen te realiseren is en als mogelijkheid opgenomen kan worden in het IHP.
In juli 2021 heeft het college de raad geïnformeerd (zie Rib 2021/15713) over de resultaten van de werkgroep die zich heeft gebogen over de invulling van motie 5B Deltaplan Financiën. Het college heeft daarbij aangegeven het advies van de werkgroep, bestaande uit raadsleden en ambtelijke ondersteuning, over te nemen. Dat betekent dat met ingang van deze begroting onderstaande informatie, het Dasboard financiën, over de gemeentelijke financiën bij elke begroting en elke jaarrekening geactualiseerd wordt en onderdeel vormt van de financiële hoofdlijnen.
Voor zowel het primair als voortgezet onderwijs liggen er IHP’s waarin de plannen voor (ver)nieuwbouw en renovatie voor de komende jaren zijn vastgelegd. Bij de uitwerking van de diverse projecten zal het college nagaan of de businesscase van wonen boven scholen financieel haalbaar is en of de specifieke situatie (karakter van het PvE, locatie, samenwerkingspartners) zich leent voor het combineren met woningen. Beide haalbaarheidsvragen leiden tot de afweging of de ruimtewinst, door woningen op de school te bouwen, maatschappelijk noodzakelijk en/of gewenst is. Hierbij zijn aandachtspunten: de betekenis van een dergelijke combinatie of ontwikkeling voor de (juridische) complexiteit, de kosten overschrijdende grondexploitatie en de doorlooptijd van een project. Over de voortgang van de uitvoering van IHP’s en dus ook van de genoemde onderwerpen wordt de raad twee keer per jaar geïnformeerd.
Om goed zicht te krijgen op de financiële situatie en ontwikkeling van de gemeente wordt op drie onderdelen informatie gegeven in het dashboard. Deze drie onderdelen zijn: • Exploitatie • Vermogen en schuld • Weerbaarheid en wendbaarheid In het dashboard wordt zowel teruggekeken als vooruit. Met terugkijken laten we de realisatie van de afgelopen vier jaar zien. Dit zijn de ‘harde’ cijfers. De cijfers die voor je jaren 2021 en 2022 zijn opgenomen zijn de schattingscijfers op basis van de begrotingen 2021 en 2022.
Exploitatie Resultaten en omvang rekening/begroting
600
30
15 10 5
Jaarrekeningresultaat (* € 1 miljoen)
20
Omvang totale begroting (* € 1 miljoen)
25
0 -5 R2017
R2018
R2019
R2020
B2021
De grafiek laat drie resultaatberekeningen per jaar zien. 1. De eerste berekening is het totaal resultaat. Het jaarrekeningresultaat is voor de afgelopen jaren positief. Voor 2021 is nog geen sluitende begroting vastgesteld. Hierover komt bij de Narap 2021 nadere informatie. De
500 400 300 200
Jaarrekeningresultaat Jaarrekeningresultaat gecorrigeerd voor incidentele baten en lasten
100
Jaarrekeningresultaat gecorrigeerd voor stortingen en onttrekkingen reserves ( = saldo van baten en lasten)
0
Omvang totale begroting
B2022
begroting 2022 sluit positief, maar dit voordeel is nodig om de begroting in de twee jaar daarna ook sluitend te houden. Het begrotingssaldo 2022 is daarom 0.
17
2. Bij de tweede berekening wordt het resultaat gecorrigeerd voor de incidentele baten en lasten. Dit geeft dus het resultaat weer van de structurele baten en lasten en geeft daarmee een beeld van het structurele begrotingsevenwicht. Structureel geeft de begroting in alle jaren een positief beeld. Na een afvlakking richting 2021, is er weer een stijging waarneembaar in 2022.
Dit is, behalve in 2018, in alle jaren het geval. Dat komt vooral door de stortingen in het Transformatiefonds (en in 2022 de egalisatiereserve). Onttrekkingen hieruit worden pas in latere jaren verwacht.
3. Bij de derde berekening zijn de stortingen en dotaties aan de reserves niet opgenomen (het zogenaamde resultaat voor bestemming). Dat het resultaat voor bestemming hoger is dan het resultaat na bestemming betekent dat er per saldo meer stortingen zijn gedaan dan onttrekkingen en dat het reservesaldo is toegenomen/toeneemt. Indien het jaarrekeningresultaat gecorrigeerd voor stortingen en onttrekkingen uit de reserves (de grijze kolom), groter is dan het reguliere jaarrekeningresultaat (de blauwe kolom), betekent dit dat de reserves in totaliteit zijn toegenomen.
Voor de eerste drie punten is de schaalverdeling aan de linkerkant van de grafiek van belang.
Stortingen en onttrekkingen aan reserves worden ook als incidentele baten en lasten beschouwd.
In de grafiek is ook de lijn van de begrotingsomvang te zien. De schaalverdeling hiervoor staat aan de rechterkant. We zien een jaarlijkse stijging van de begrotingsomvang. Dit heeft te maken met de groei van de stad en de projecten die we uitvoeren waarvoor extra middelen beschikbaar zijn gekomen.
Vermogen en schuld Ontwikkeling vaste activa en schuld 900 800 700 600
Omvang materiele vaste activa met economische nut, al dan niet met heffing gedekt (geen erfpacht) (* € 1 miljoen)
500 400 300
Omvang vaste activa (* € 1 miljoen)
200 Omvang schuld: totaal leningen gecorrigeerd voor versterkte leningen (* € 1 miljoen)
100 0 R2017
R2018
R2019
R2020
B2021
B2022
Ontwikkeling reserves vreemd vermogen en rentelast De onderstaande grafiek laat de verhouding tussen het eigen vermogen (de reserves) en het vreemd vermogen zien. De grafiek laat een redelijk constant beeld zien van de reservepositie en een licht groeiend vreemd vermogen. De investeringen in de stad zijn hiervan de oorzaak. Een groot deel wordt gefinancierd met vreemd vermogen. Het bedrag dat betaald wordt aan rentelasten daalt nog steeds. De bedragen staan op de rechter as). Dit komt door het lage rentepercentage, waardoor herfinanciering gunstig uitpakt.
Het overzicht laat zien dat de omvang van de vaste activa stijgt ten opzichte van de begroting 2021. De omvang van de materiële vaste activa met economisch nut daalt iets. De schuldpositie stijgt niet mee met de groei van de vaste activa en kent een daling. Deze wordt met name veroorzaakt door de rijkssubsidies die al ontvangen zijn, maar over een termijn van 10 jaar worden uitgegeven. Denk hierbij aan de woningbouwimpuls en het volkshuisvestingsfonds.
18
Ontwikkeling reserves vreemd vermogen en rentelast 900
14,0
800
12.0
700 10,0
600 500
8,0
400
6,0
300
Totaal reserves (* € 1 miljoen)
4,0
Totaal vreemd vermogen (* € 1 miljoen)
200 2,0
100
Totale netto externe rentelasten (* € 1 miljoen)
0,0
0 R2017
R2018
R2019
R2020
B2021
B2022
Overige kengetallen
Vermogen en schuld R2017
R2018
R2019
R2020
B2021
B2022
14,7%
13,0%
16,9%
17,7%
16,1%
16,4%
Renterisiconorm
9%
8%
8%
8%
9%
10%
Investeringsuitgaven, toename nieuw bezit * 1 mln
55
70
62
60
68
62
Solvabiliteit
De solvabiliteit is niet hoog in Zaanstad. Dat komt deels doordat er enkele jaren terug vervroegd is afgeschreven. Daardoor daalde de omvang van de activa, terwijl het vreemd vermogen onveranderd bleef. We zien de solvabiliteit heel langzaam stijgen. De VNG geeft aan 20% als signaalwaarde aan.
boven de 20% uitkomen (rijksregelgeving). Met het herfinancieren van leningen en de lage rentestand willen we toegroeien naar een norm van 5%. De investeringsuitgaven betreffen zowel de vervangingsinvesteringen als nieuwe investeringen.
De renterisiconorm geeft aan hoeveel procent van de langlopende leningen er gedurende een jaar vervalt. Het percentage blijft redelijk stabiel. Deze norm mag niet
Weerbaarheid en wendbaarheid Weerbaarheid R2017
R2018
R2019
R2020
B2021
B2022
Benodigde weerstandscapaciteit bij zekerheidspercentage 90% en ratio 1,4 (* € 1 miljoen)
23,2
17,8
16,7
19,6
22,5
17,9
% rijksbudget (algemene uitkering) van totale baten
54%
52%
55%
53%
55%
56%
35%
36%
1,6%
-
Percentage niet beïnvloedbare kosten (wordt miv B2021 gemeten) Onbenutte belastingcapaciteit
nb
1,8%
19
1,0%
1,5%
Beïnvloedbaarheid van de kosten Een belangrijk aspect van transparantie in de begroting is de beïnvloedbaarheid van de lasten. De gemeentelijke lasten zijn in 2022 totaal afgerond € 600 miljoen. Niet al deze uitgaven zijn op korte termijn te beïnvloeden. In de begroting 2022 wordt per begrotingsprogramma inzicht gegeven in de mate van beïnvloedbaarheid van de lasten in het programma. Daar wordt ook toegelicht welke soort kosten onder welke categorie vallen. Onderstaand overzicht geeft een totaalbeeld.
We zien dat de financiële risico’s iets zijn afgenomen ten opzichte van de berekening bij de jaarrekening 2020. Hierdoor is ook het benodigde weerstandvermogen wat lager. Elders in deze financiële hoofdlijnen is dit onderwerp aan de orde geweest in relatie tot het weerstandsratio en de benodigde reserves. Een verdere uitleg is te vinden in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Het percentage rijksbudget ten opzichte van het totaal van de uitgaven blijft redelijk constant. De lichte stijging ten opzichte van de jaarrekening 2020 komt met name door de extra middelen voor jeugd die aan het gemeentefonds zijn toegevoegd.
Bij de begroting 2022 is 36% van de totale lasten gekwalificeerd als niet beïnvloedbaar en 35% als (beperkt) beïnvloedbaar.
De onbenutte belastingcapaciteit kan alleen achteraf berekend worden. Hiervoor zijn ook landelijke gegevens nodig. Dit kengetal wordt berekend via de houdbaarheidstest van de VNG. Dit kengetal geeft aan hoeveel een gemeente bij een slechtweer-scenario zijn inkomsten kan verhogen. Een negatieve uitkomst voor het kengetal betekent dat de belastingdruk hoger is dan wat als een aanvaardbaar belastingtarief wordt gezien. Een negatieve uitkomst geeft aan dat een gemeente in principe geen ruimte heeft voor ombuigingen op zijn belastingbaten, binnen de grenzen van een aanvaardbaar belastingtarief. Zaanstad heeft de afgelopen jaren een positieve uitkomst gehad.
Beïnvloedbaarheid van de lasten Totaal van alle programma’s € 38 miljoen; 6% € 171 miljoen; 29% Beïnvloedbaar Beperkt beïnvloedbaar € 177 miljoen; 29% Niet beïnvloedbaar Op middellange termijn beïnvloedbaar
€ 214 miljoen; 36%
20
2. Programma’s 2.1 Programma Onderwijs, jeugd en zorg 2.2 Programma Werk, inkomen en economie 2.3 Programma Maatschappelijke ontwikkeling 2.4 Programma Ruimtelijke en gebiedsontwikkeling 2.5 Programma Buitenruimte, vastgoed en bereikbaarheid 2.6 Programma Veiligheid, handhaving en publieke dienstverlening 2.7 Programma Bestuur en financiën
21
2.1 Programma Onderwijs, jeugd en zorg Portefeuillehouders: Groothuismink, Mutluer
Programmadoelstelling en de rol van de gemeente In Zaanstad willen we dat alle inwoners kunnen meedoen, zo veel mogelijk op eigen kracht, met behulp van het eigen netwerk en een krachtige buurt. Goed en toegankelijk onderwijs is het fundament waarop kinderen en jongeren hun talenten kunnen ontplooien en leren om in een context van diversiteit samen te leven. Leefbare wijken zijn een belangrijke voorwaarde om Zaankanters gezond en waardig ouder te laten kunnen worden. Waar bewoners, jong en oud, hindernissen ervaren in het meedoen, of
dreigen te vereenzamen, bieden we ondersteuning; licht waar mogelijk, zwaarder en specialistisch indien nodig. Er ligt een stevige opgave om de zorg betaalbaar en toekomstbestendig te houden.
22
Het programma is als volgt opgebouwd: Prestatie 1.1.1 Kansen voor ieder kind door goed onderwijs
Doelstelling 1.1 Optimale ontwikkeling voor kinderen en jeugd
Prestatie 1.1.2 Gezond en veilig opgroeien
Prestatie 1.1.3 Passende ondersteuning waar nodig voor ouderen en jeugdigen
Programma 1 Onderwijs, jeugd en zorg Prestatie 1.2.1 Versterken van de eigen kracht van inwoners en buurtkracht
Doelstelling 1.2 Inwoners leven en wonen zo lang mogelijk zelfstandig en prettig thuis, met ondersteuning daar waar nodig
Prestatie 1.2.2 Specialistische ondersteuning wanneer nodig
Prestatie 1.2.3 Iedereen heeft een thuis en voelt zich daar veilig
23
Doelstelling 1.1 Optimale ontwikkeling voor kinderen en jongeren
de onderwijsagenda. Taal is hierin ons speerpunt. Ook blijven we inzetten op de acht ontwikkelthema’s. Deze thema’s gaan over de schoolloopbaan van kinderen en jongeren: 1. Doorontwikkeling van integrale kindcentra 2. Onderwijsachterstandenbeleid 3. Meer leerlingen in havo en vwo 4. Onderwijs en economische ontwikkeling 5. Onderwijs en zorg 6. Gezonde levensstijl en gezonde school 7. Veiligheid in en om de school 8. Betrokken samenleving en burgerverantwoordelijkheid
Investeren in de toekomst van Zaanstad is investeren in haar jeugd. Behalve de ouders hebben ook de onderwijspartijen en de gemeente daarin gezamenlijk een verantwoordelijkheid. We streven er naar dat kinderen gelijke kansen op ontwikkeling ervaren doordat zij op extra steun kunnen rekenen als hun uitgangspositie minder gunstig is. Samen met de bewoners en professionals dragen we zorg voor een goed pedagogisch klimaat in de buurten en wijken, immers ‘it takes a village to raise a child’.
Invoering VVE en OAB beleid 2020-2024 Meer leerkrachten VVE krijgen scholing in 2022. Dit geeft hen meer handvatten om kinderen in groep 1 en 2 een breed aanbod te geven. De kinderopvangorganisaties die VVE bieden, werken vanaf 1 januari 2022 met een Pedagogisch beleidsmedewerker/coach Voorschoolse Educatie. Voor de coaching van deze professionals maken zij gebruik van een stedelijk ambitiekader. Dit kader is in 2021 samen opgesteld.
Om deze doelstelling te bereiken leveren we de volgende prestaties Prestatie 1.1.1 Kansen voor ieder kind door goed onderwijs Alle kinderen volgen onderwijs met als doel dat zij hun talenten optimaal kunnen ontwikkelen. Voor een deel van de kinderen geldt dat zij extra aandacht nodig hebben. We zoeken die kinderen actief op en daarin werken we samen met kinderopvangorganisaties en de onderwijsbesturen. Die samenwerking is vastgelegd in de Onderwijsagenda Zaanstreek, gespecificeerd in acht ontwikkelthema’s die bij elkaar betrekking hebben op de hele schoolloopbaan van kinderen en jongeren, vanaf de voorschoolse fase tot aan de eerste echte baan of een studie in het hoger onderwijs (zie ook programma 2). Zaanstad blijft inzetten op gelijke kansen in het onderwijs voor iedereen. We investeren het meest op die plekken waar dat het hardst nodig is. Taalontwikkeling en het tegengaan van taalachterstanden is ons speerpunt. Het Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) heeft hierbij een belangrijke rol. De afgelopen jaren hebben we veel ervaring opgedaan in het Pact Poelenburg-Peldersveld. Deze ervaringen nemen we mee in het reguliere onderwijsbeleid.
De toeleiding tot het voorschoolse aanbod krijgt in 2022 extra aandacht. Tijdens de COVID- pandemie is het bereik afgenomen. Daarom is het belangrijk om hier op in te zetten. De VVE-monitor biedt de GGD voldoende inzicht hierin. In Poelenburg en Peldersveld gebruiken we een systematisch toeleidingsprogramma zodat het bereik van de voorschoolse voorzieningen stijgt, en de betrokkenheid van ouders toeneemt. Voorkomen van schooluitval door Leerplicht, RMC (regionale meld- en coördinatiefunctie) en het Jongerenloket Met het onderwijs werken Leerplicht, RMC en het Jongerenloket aan het voorkomen van schooluitval en het begeleiden van jongeren in een kwetsbare positie. Het komende jaar zetten we verder in op de momenten dat jongeren de overstap maken van het VO naar het MBO en van het MBO naar werk. We trekken zoveel mogelijk samen op in de regio Zaanstreek-Waterland.
Corona heeft grote invloed gehad op de jeugd. Het kabinet heeft het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) in het leven geroepen. Dit is bedoeld om de achterstanden die in het onderwijs zijn ontstaan in te lopen. De gemeente heeft hierin een rol met aanvullende interventies op de plannen van het onderwijs. Zaanstad ontwikkelt de plannen samen met de (onderwijs)partners. Bovendien kiest Zaanstad ervoor om de invulling van het NPO te benaderen vanuit een integrale visie op alle steunpakketten die het rijk beschikbaar stelt ten behoeve van jeugd na Corona.
Nieuwe verordening en beleidsregels leerlingenvervoer In 2021 is een nieuwe verordening voor leerlingenvervoer vastgesteld. We zetten steviger in op het stimuleren van de eigen kracht van ouders en de zelfredzaamheid van de leerling. Dit doen we om de bewegingsvrijheid en ontwikkeling van kinderen te stimuleren. Ook willen we zorgen dat de kosten voor leerlingenvervoer niet meer stijgen. Sinds het schooljaar 2020-2021 zijn onder andere intake-gesprekken, het beschikbaar stellen van andere mogelijkheden van vervoer– zoals e-bikes – en inzet van OV-coaches om leerlingen en ouders te ondersteunen ingevoerd. In 2022 is dit de reguliere werkwijze.
Activiteiten Uitvoering onderwijsagenda 2019 -2022 Zaanstreek In de Zaanstreek werken we samen met het onderwijs aan
24
Aannamebeleid PO-scholen We ronden in 2022 een nieuw aannamebeleid voor PO-scholen af. Met ingang van het schooljaar 2022-2023 gaan we hiermee aan de slag.
schooljaar 2021/2022 willen we deze samenwerking verbeteren en ook verder uitbouwen met andere partners (zoals het Sociaal Wijkteam, Centrum Jong, etc.). Dit is één van de taken voor de stichting Jeugdteam, die op 1 januari 2022 start.
Nationaal Programma Onderwijs In 2022 en 2023 geeft Zaanstad (samen met onze partners) uitvoering aan het Nationaal Programma Onderwijs na Corona. Hiermee gaan we de achterstanden en vertragingen tegen die jeugdigen hebben opgelopen door de (maatregelen rondom) Corona.
Inzet conflict scheidingen Steeds meer zorg- en ondersteuningsvragen van jeugdigen komen door ruzies tussen gescheiden ouders of ouders die in scheiding liggen. We ondersteunen en stimuleren de samenwerking op dit thema. We werken hierin samen met de Sociale Wijkteams, het Jeugdteam, de GI’s en Veilig Thuis. We zorgen ook dat de hulp die we kunnen bieden beter bekend is bij ouders en professionals. Ook ontwikkelen we waar nodig extra hulp voor kinderen en/of hun scheidende ouders.
Prestatie 1.1.2 Gezond en veilig opgroeien We willen steeds beter kunnen voorkomen dat kleine problemen en risicovolle en onveilige gezinssituaties uitgroeien tot grotere problemen, waarbij professionele hulp noodzakelijk wordt. Door dicht op de leefomgeving van jeugdigen en ouders te werken, maken we het hen makkelijker om gezonde en positieve keuzes te maken. Professionals werken goed met ouders en met elkaar samen in de wijk. We bevorderen betrokkenheid van vrijwilligers en ervaringsdeskundigen bij de ondersteuning van ouders en jeugdigen.