CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij beantwoording TV IS VAB_RFV_beleid_Regio_FoodValley_functieveranderingsbeleid_2016.pdf

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken10.961 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

6.2.1 Functieverandering naar werken Functieverandering naar ‘werken’ omvat mogelijkheden voor nieuwe niet-agrarische bedrijven, uitbreiding van niet-agrarische bedrijven, maatschappelijke en recreatieve functies in het buitengebied. Het landschap is daarbij de belangrijkste drager van de nieuwe ontwikkelingen, waarbij behoud en versterking van de kwaliteit van het buitengebied voorop staat. Niet-agrarische functies zien de regiogemeenten als een mogelijke aanvulling op de bestaande voornamelijk landbouwfunctie. Het buitengebied fungeert daarmee ook als een soort ‘kraamkamer’ van nieuwe niet-agrarische bedrijven. De aard en omvang van de niet-agrarische bedrijven moet echter wel passend zijn voor het buitengebied. Bedrijven tot een oppervlakte van 500m² worden daarbij qua omvang gezien als passend in het buitengebied. Grotere bedrijven moeten gestimuleerd worden zich te vestigen op een lokaal of regionale bedrijventerrein. Met een zwaardere sloopeis zijn bedrijven tot een oppervlakte van 1.000m² bedrijfsbebouwing echter wel bespreekbaar. Afhankelijk van de aard van het bedrijf en van de beoogde locatie moet worden beoordeeld of medewerking al dan niet mogelijk is. Hebben bedrijven behoefte aan een grotere oppervlakte bij aanvang of bij uitbreiding dan horen deze in principe niet thuis in het buitengebied. 2

Wanneer bedrijven in het buitengebied met een grotere oppervlakte dan 1.000 m bedrijfsbebouwing behoefte hebben aan uitbreiding en wanneer zij kunnen aantonen dat verplaatsing naar een bedrijventerrein in redelijkheid niet mogelijk is, kan een gemeente onderzoeken of een maatwerkoplossing mogelijk is, bijvoorbeeld met gebruikmaking van het gedachtengoed van de ‘menukaart’. Dat valt echter buiten de reikwijdte van dit functieveranderingsbeleid. Aangezien er veel verschillende typen niet-agrarische bedrijfsfuncties zijn waar beleidsmatig andere voorwaarden aan zijn verbonden wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën bedrijfsfuncties: 1. Gebiedspassende bedrijven; 2. Gebiedsgebonden bedrijven; 3. Autonome ontwikkelingen. Gebiedspassende bedrijven Gebiedspassende bedrijven zijn kleinschalige bedrijven die in beginsel thuis horen op een bedrijventerrein of binnen de bebouwde kom, maar die ruimtelijk verantwoord passen of in te passen zijn in de (delen van) het buitengebied. Het kan bijvoorbeeld gaan om aannemersbedrijven, constructiebedrijven, aan agrarische functies verwante bedrijven, zoals paardenpensions, hoveniers, ambachtelijke bedrijven zoals dakdekker, rietdekker, schildersbedrijf, meubelmaker of zakelijke dienstverlening zoals een adviesbureau.

Functieveranderingsbeleid Regio FoodValley 2016

28

Gebiedsgebonden bedrijven Gebiedsgebonden bedrijven zijn bedrijven die vanuit de aard van hun bedrijfsvoering in principe geplaatst kunnen worden in (bepaalde delen van) het buitengebied, dan wel die vanouds aan het buitengebied gerelateerd kunnen worden. Deze bedrijven hebben naar hun aard een zekere relatie met het buitengebied. Hier worden ook de agrarische verwante bedrijven (landelijke bedrijven) onder verstaan. Het kan bijvoorbeeld gaan om loonwerkbedrijven, veevoederbedrijven of landbouwmechanisatiebedrijven en dergelijke. Autonome ontwikkelingen Indien bestaande bedrijfsmatige functies willen uitbreiden, mogen deze zich in hun uitbreiding autonoom ontwikkelen. Dit gaat om bedrijven die vanuit de aard van hun bedrijfsvoering, maar ook vanuit de bedrijfsuitstraling gebonden zijn aan (hun locatie in) het buitengebied. Tevens gaat het om gevallen waarbij de ontwikkelingsvraag moeilijk in te passen is binnen de beleidsvisie over bestaande niet-agrarische bedrijfsfuncties. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een recreatiepark, dierenpension, manege, kalvergierinstallatie of andere daarmee vergelijkbare niet-agrarische bedrijfsfuncties. 1.

Functieverandering naar gebiedspassende bedrijven Voor de mogelijkheden voor functieverandering naar gebiedspassende bedrijven is de uiteindelijk benodigde oppervlakte aan sloopmeters afhankelijk van de te bestemmen oppervlakte van het nietagrarische bedrijf. Als de bestaande bebouwing ongeschikt is voor het verbouwen naar een nietagrarische bedrijfsfunctie, dan is nieuwbouw van een bedrijfsgebouw mogelijk. De trend op het gebied van stoppende agrarische bedrijven is dat er naar verwachting nog een groot aantal zullen stoppen. Daardoor zal een groot potentieel aan sloopmeters in de gemeenten de komende jaren beschikbaar komen. Om de buitengebieden leefbaar en vitaal te houden vraagt dit om een juiste balans tussen de verschillende functies in het buitengebied. Om in te kunnen spelen op de trend van het groter wordende aanbod van vrijkomende agrarische bebouwing is daarom een stijging voorzien in de gevraagde compensatie voor functieverandering. Deze stijging is onder meer voorzien in de toevoeging van een ‘bedrijfsrecht’ voor functieveranderingen, dat ook voor de kleinere nietagrarische bedrijfsfuncties geldt. Daarnaast is een stijging voor de grotere niet-agrarische bedrijven al voorzien in de korting op de sloopmeters voorafgaand aan de inzetbaarheid daarvan.

Om ervoor te zorgen dat de korting voorafgaand aan de inzetbaarheid niet leidt tot een te grote stijging ten opzichte van de voorgaande systematiek, is de compensatie-eis aangepast. Het systeem is opgezet volgens een basis, het ‘bedrijfsrecht’ aangevuld met compensatie van sloopmeters voor de gevraagde oppervlakte per m² vloeroppervlakte van het niet-agrarische bedrijf. Hierbij zijn twee categorieën van bedrijven aangegeven, afhankelijk van de oppervlakte. De regeling voor functieverandering naar gebiedspassende bedrijven ziet er als volgt uit: Gebiedspassende bedrijven Bedrijfsrecht Tot 500m² per m² vloeroppervlakte bedrijfsbebouwing 501 – 1.000m² per m² vloeroppervlakte bedrijfsbebouwing

Compensatie sloopmeters 100m² 2m² sloopmeters 3m² sloopmeters

Functieveranderingsbeleid Regio FoodValley 2016

29

Twee categorieën bedrijven De regeling voor functieverandering naar werken is opgedeeld in twee categorieën. De eerste categorie kleinschalige bedrijven tot een oppervlakte van 500m² worden gezien als goed in het buitengebied passende bedrijven. De tweede categorie (grotere bedrijven) zijn bedrijven die in principe wel passend kunnen zijn in het buitengebied, maar wellicht beter op een bedrijventerrein kunnen worden gevestigd. Tot een maximale oppervlakte van 1.000m² wordt daar wel (uitbreidings)ruimte voor geboden, maar dan onder meer strikte voorwaarden van meer (ruimtelijke) compensatie door sloopmeters. Het bedrijfsrecht Het bedrijfsrecht (en het woningrecht voor functieverandering naar wonen) biedt de regiogemeenten de mogelijkheid om in de toekomst in te kunnen spelen op structurele veranderingen in de markt van sloopmeters. Het biedt de gemeenten een ‘tool’ of ‘knop’ om bij te sturen mocht dit nodig zijn (verhoging/verlaging van het aantal benodigde sloopmeters), zonder dat de systematiek als geheel moet worden aangepast. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn als in de toekomst veel meer sloopmeters beschikbaar komen dan nu worden verwacht, waardoor de waarde van sloopmeters dusdanig kan dalen dat het bouwen in het buitengebied goedkoper wordt dan in de bebouwde kom of zelfs minder tot niet rendabel..

De markt van de sloopmeters zal door de regiogemeenten goed worden gemonitord. Daarbij gelden de volgende aanvullende voorwaarden:  Bij de bedrijfswoning is een maximale oppervlakte aan bijgebouwen toegestaan zoals dat in de betreffende gemeente bij recht is toegestaan;  in kwetsbare gebieden zoals de Groene Ontwikkelingszone (GO), Gelders Natuurnetwerk (GNN), extensiveringsgebieden (en toekomstige opvolger daarvan), waardevolle landschappen, waardevol open gebied en het gebied ‘Veluwe’, zoals weergegeven in hoofdstuk 4, is de maximale oppervlakte begrensd op 750m² waarbij tevens hoge eisen aan landschappelijke inpassing worden gesteld;  de ligging van de locatie waar de functieverandering plaatsvindt ten opzichte van de beschikbare infrastructuur speelt een belangrijke rol. Een onevenredige toename van (vracht)verkeersbewegingen naar slecht ontsloten locaties (zand- en halfverharde, smalle wegen) is ongewenst;  de algemene voorwaarden uit hoofdstuk 4 zijn eveneens van toepassing.

Functieveranderingsbeleid Regio FoodValley 2016

30

2. Functieverandering naar gebiedsgebonden bedrijven De rekenmethode voor functieverandering naar gebiedsgebonden bedrijven gaat uit van de onderstaande regeling. Gelet op de grotere ruimtelijke aanvaardbaarheid van gebiedsgebonden bedrijven in het buitengebied, wordt een lagere compensatie-eis met sloopmeters gehanteerd dan voor gebiedspassende bedrijven. De maximale vloeroppervlakte voor gebiedsgebonden nietagrarische bedrijven bedraagt 1.000m² (in sommige gebieden 750m²). Als de bestaande bebouwing ongeschikt is voor het verbouwen naar een niet-agrarische bedrijfsfunctie, dan is nieuwbouw van een bedrijfsgebouw mogelijk op de locatie of in de daarvoor door gemeenten aangewezen gebieden. De regeling voor gebiedsgebonden bedrijven ziet er als volgt uit: Gebiedsgebonden bedrijven Bedrijfsrecht Tot 1.000m² per m² vloeroppervlakte bedrijfsbebouwing

Compensatie sloopmeters 100m² 2m² sloopmeters

Daarbij gelden dezelfde aanvullende voorwaarden zoals beschreven onder ‘gebiedspassende bedrijven’. Verplaatsing nieuwe niet-agrarische bedrijfsfuncties De nieuwe niet-agrarische bedrijfsfuncties kunnen ter plaatse van de vrijgekomen bedrijfsbebouwing worden gerealiseerd. Indien het wenselijk is, kunnen niet-agrarische bedrijfsfuncties ook verplaatst worden naar daarvoor door gemeenten aangewezen gebieden waar dit ruimtelijk aanvaardbaar is. Bijvoorbeeld omdat sprake is van een kwetsbaar gebied, gebieden waar de functie teveel belemmeringen aan de omgeving oplegt aan bestaande functies of waarbij de locatie niet goed ontsloten is door infrastructuur. Dit kunnen locaties zijn die in of nabij de bebouwde kom of bestaande bebouwingsclusters zijn gesitueerd. Om hier nadere invulling aan te geven moeten gemeenten een gebiedsvisie/gebiedsuitwerking opstellen.

Zonering niet-agrarische bedrijfsfuncties Indien het ruimtelijk gezien wenselijk is om onderscheid te maken naar de grootte van de nietagrarische bedrijfsfuncties ten opzichte van de locatie waar het bedrijf zich vestigt, bijvoorbeeld vanwege de ontsluiting door infrastructuur, landschappelijke waarden van de omgeving of verkeersaantrekkende werking, kan een gemeente ervoor kiezen om gebieden/zones aan te wijzen in een gebiedsvisie/ gebiedsuitwerking waar voor niet-agrarische bedrijfsfuncties een bepaalde maximale oppervlakte wordt toegestaan. Ontwikkelingsfonds Platteland Functieverandering moet ook leiden tot een kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Naast de landschappelijke inpassing moet daarom verevend worden. Een deel van de verevening kan plaatsvinden door een bijdrage te leveren aan een in te stellen/of ingesteld Ontwikkelingsfonds Platteland/Landschapsontwikkelingsfonds. De gemeente moet de mogelijkheid voor dit fonds vastleggen in een structuurvisie, met een projectenlijst voor mogelijke initiatieven/projecten. De bijdrage die wordt gevraagd voor functieverandering naar werken bedraagt € 10,- per m² op te richten bedrijfsbebouwing. De gelden van dit fonds worden gebruikt voor investeringen in de kwaliteit van het landelijke gebied.

Functieveranderingsbeleid Regio FoodValley 2016

31

6.2.2 Uitbreiding niet-agrarisch bedrijf De aard en omvang van de niet-agrarische bedrijven moet zoals eerder vermeld passend zijn voor het buitengebied. Bedrijven tot een oppervlakte van 500m² worden daarbij gezien als passend, qua omvang in het buitengebied. Grotere bedrijven moeten gestimuleerd worden zich te vestigen op het lokale of regionale bedrijventerrein. Met een zwaardere sloopeis zijn bedrijven tot een oppervlakte van 1.000m² echter wel bespreekbaar. Daarbij is uitbreiding van bestaande niet-agrarische bedrijfsfuncties in het buitengebied ook mogelijk volgens de mogelijkheden en randvoorwaarden in dit functieveranderingsbeleid tot maximaal 1.000m² (respectievelijk 750m²) oppervlakte aan bedrijfsbebouwing. Daarvoor worden dezelfde berekeningen gehanteerd als bij de vestiging van nietagrarische bedrijven (zie paragraaf 6.2.1).Afhankelijk van de aard van het bedrijf en van de beoogde locatie wordt beoordeeld of medewerking al dan niet mogelijk is. Daarnaast bestaat de vraag hoe om te gaan met uitbreidingsvraagstukken van niet-agrarische bedrijfsfuncties die nu al groter zijn dan de toegestane 750m² of 1.000m² of boven die grens willen 2 uitgroeien.

Wanneer bedrijven met een grotere oppervlakte dan 1.000m die in het buitengebied gevestigd zijn behoefte hebben aan uitbreiding en aan kunnen tonen dat verplaatsing naar een bedrijventerrein in redelijkheid niet mogelijk is, kan een gemeente onderzoeken of een maatwerkoplossing mogelijk is, bijvoorbeeld met gebruikmaking van het gedachtengoed van de ‘menukaart’. Dat valt echter buiten de reikwijdte van dit functieveranderingsbeleid. Omgevingsvisie provincie Gelderland ‘Verdieping FoodValley’ “Het landelijk gebied in de FoodValley heeft dynamiek nodig om zijn economische waarde te behouden. Het landschap vormt als het ware de drager van nieuwe ontwikkelingen. De regio ziet het landschap als een collectief bouwwerk. Voor het collectief bouwen aan het landschap is meer kennis nodig over landschap, ondergrond, ecologie en economie, zodat gerichte ruimtelijke ordening en verantwoorde investeringen mogelijk zijn. Bouwen aan landschap is gericht op beeldkwaliteit, cultuurhistorie en biodiversiteit. Deze begrippen bepalen dan ook waar de provincie middelen en instrumenten gaat inzetten. Verder bouwen aan het landschap moet bijdragen aan duurzaamheid, versterking van de natuur, klimaatadaptatie en waar mogelijk (ja, mits) aan dynamiek en ontwikkeling. Hiervoor gaat de regio een 'menukaart' ontwikkelen.

Deze is gebaseerd op een verbijzondering van de provinciale ambitiekaart en vraagt van ondernemers om bij een uitbreiding of nieuwe vestiging van hun bedrijf nader te bepalen prestaties te leveren voor landschap, milieu en dierenwelzijn”.

Functieveranderingsbeleid Regio FoodValley 2016

32

6.2.3 Omzetting gebiedsgebonden bedrijf naar gebiedspassend bedrijf Volgens het functieveranderingsbeleid is omzetting van een niet-agrarische bedrijfsfunctie geen functieverandering. In voorkomende gevallen komt het echter voor dat gevraagd wordt om gebiedsgebonden bedrijven om te zetten naar een gebiedspassend bedrijf. Volgens het functieveranderingsbeleid is onderscheid gemaakt in de sloopeis voor nieuwvestiging van gebiedsgebonden bedrijven, waarvoor de sloopeis lichter is. Gelet daarop is op de betreffende locatie al een gebiedsgebonden bedrijf gerealiseerd dat naar een zwaarder belastende, gebiedspassende bedrijfsfunctie wordt omgezet. Het is, gelet op dit uitgangspunt, dan ook redelijk om te kiezen voor een lichtere sloopeis dan bij functieverandering van een agrarisch bedrijf naar een gebiedspassend bedrijf, er zijn immers al bestaande rechten voor het gebiedsgebonden bedrijf. Daardoor wordt de volgende regeling voorgesteld.

Omzetting gebiedsgebonden naar gebiedspassend bedrijf Tot 500m² per m² vloeroppervlakte bedrijfsbebouwing 501 – 1.000m² per m² vloeroppervlakte bedrijfsbebouwing

Compensatie sloopmeters 1m² sloopmeters 2m² sloopmeters

6.2.4 Brede inzet sloopmeters voor werkfuncties 1. Buitenopslag Het functieveranderingsbeleid staat bij functieverandering naar werken geen buitenopslag toe. Toch zijn acceptabele niet-agrarische bedrijfsfuncties denkbaar, waarbij een zekere mate van buitenopslag nodig is. In voorkomende gevallen kan het daardoor acceptabel zijn dat onder voorwaarden buitenopslag mogelijk wordt gemaakt. Hieronder wordt overigens niet verstaan de kleinschalige en tijdelijke functionele opslag van materiaal/materieel behorend bij de erf-functie van een niet-agrarisch bedrijf op verharding in de nabijheid van de bedrijfsbebouwing . De volgende voorwaarden worden voor buitenopslag gesteld:  Aangetoond moet worden waarom de buitenopslag noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering;  de buitenopslag wordt gesitueerd op een landschappelijke aanvaardbare locatie en wordt landschappelijk ingepast;  er wordt een maximale maat verbonden aan de grootte van wat voor de functie noodzakelijk is;  als tegenprestatie een sloopeis geldt zoals onderstaand is weergegeven: Oppervlakte buitenopslag Per 1m² buitenopslag

Compensatie sloopmeters 1m² sloopmeters

Functieveranderingsbeleid Regio FoodValley 2016

33

2. Niet agrarisch bedrijf bij burgerwoning In de algemene voorwaarden van hoofdstuk 4 is aangegeven dat uitsluitend indien de sloopmogelijkheden op het betreffende perceel van de functieverandering volledig zijn benut, de sloopoppervlakte van meerdere locaties mag worden meegerekend om aan de vereiste sloopoppervlakte te komen (salderen). Op percelen waar nu géén tot weinig (voormalige) bedrijfsgebouwen aanwezig zijn, zoals bij burgerwoningen, is het ruimtelijk niet wenselijk om per saldo meer bebouwing toe te voegen dan er in de huidige situatie aanwezig is. In dergelijke gevallen kan functieverandering naar een niet-agrarische bedrijfsfunctie worden toegestaan, maar met een maximale oppervlakte aan te bestemmen bedrijfsbebouwing van 300m². Deze voorwaarde is niet van toepassing voor functieveranderingen naar werken in de daarvoor door gemeenten aangewezen gebieden waarnaar verplaatsing en/of zonering van niet-agrarische bedrijfsfuncties mogelijk is.

Functieveranderingsbeleid Regio FoodValley 2016

34

7

Overgangsregeling

Het is wenselijk dat vanuit de regio een heldere overgangsregeling geldt voor lopende verzoeken om functieverandering en de inzet van sloopmeters die nog onder de ‘voorgaande’ beleidskaders vallen van “Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten 2008” en “Nadere Invulling 2012” en ‘nieuwe’ situaties die onder het geactualiseerde beleidskader ‘Regio FoodValley Functieveranderingsbeleid 2016’ vallen. Dit vanwege de voorgestelde beleidsmatige wijzigingen die met deze actualisering mogelijk worden gemaakt. De overgangsregeling geldt voor de lopende principeverzoeken voor functieveranderingen als voor de inzet van sloopmeters. Het moment voor lopende situaties voor functieverandering waarop het geactualiseerde functieveranderingsbeleid van toepassing is wordt gelegd bij de datum waarop het principeverzoek tot medewerking bij het college van burgemeester en wethouders is ingediend. Regionaal is de afspraak gemaakt dat 17 januari 2017 (datum van de eerste gemeente die het collegebesluit voor het raadsvoorstel, ter vaststelling van het Functieveranderingsbeleid 2016 door de raad, heeft genomen) wordt gehanteerd als grens tussen toepassing van het voorgaande en het geactualiseerde beleid.

In de tussenperiode van de genoemde datum tot vaststelling van het “Functieveranderingsbeleid 2016” door de betreffende gemeenteraad geldt voor nieuwe verzoeken een wachtperiode. Lopende principeverzoeken voor functieveranderingen Voor functieveranderingen geldt dat indien vóór of op het moment van de genoemde datum van 17 januari 2017 door initiatiefnemer een principeaanvraag tot medewerking is ingediend bij het college van burgemeester en wethouders en deze geeft helder inzicht in het te realiseren plan, dan valt deze onder de ‘voorgaande’ beleidskaders. Indien de aanvraag na de genoemde datum van 17 januari 2017 is ingediend of niet voldoende inzicht geeft in het te realiseren plan, dan is het geactualiseerde beleidskader door de dit beleidskader van toepassing.

Sloopmeters Voor de overgangsregeling met betrekking tot de inzet van sloopmeters is een opdeling te maken in:  Sloopmeters van locaties die zijn ingezet/geregistreerd voor functieveranderingen;  Sloopmeters van locatie die nog niet of niet geheel zijn ingezet/geregistreerd voor functieveranderingen; Sloopmeters die zijn ingezet/geregistreerd voor functieveranderingen Voor sloopmeters die vóór of op het moment van de datum 17 januari 2017 onderdeel uitmaken van een plan voor functieverandering, waarvoor een principeverzoek tot medewerking of een aanvraag omgevingsvergunning is ingediend bij het college van burgemeester en wethouders, gelden de ‘voorgaande’ beleidskaders, conform de overgangsregeling voor functieveranderingen. Sloopmeters die niet of niet geheel zijn ingezet/geregistreerd voor functieveranderingen Sloopmeters die vóór of op het moment van de datum 17 januari 2017 géén onderdeel uitmaken van een functieverandering en dus nog als inzetbare sloopmeters zijn geregistreerd, vallen onder het geactualiseerde beleidskader. Dit geldt ook voor restmeters. Deze sloopmeters zullen na vaststelling van het beleid, indien van toepassing, worden herberekend conform het geactualiseerde beleidskader.

Functieveranderingsbeleid Regio FoodValley 2016

35

Regionaal verhandelen sloopmeters Voor het regionaal verhandelen van sloopmeters tussen initiatiefnemers in de regiogemeenten geldt dat sloopmeters alleen regionaal inzetbaar zijn, indien in de beide gemeenten waartussen de transactie van sloopmeters plaatsvindt, het Functieveranderingsbeleid 2016 is vastgesteld door de gemeenteraad.

Functieveranderingsbeleid Regio FoodValley 2016

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2201/documents/50487