CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Financiele scan provincie Utrecht.pdf

Raadscommissie 22 juni 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 4: Kaderbrief 2022-202535.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Aan het college van B&W van de gemeente Woudenberg Postbus 16 3930 EA WOUDENBERG

DATUM NUMMER

10 mei 2021 822555B5

TEAM REFERENTIE

UW BRIEF VAN

DOORKIESNUMMER

UW NUMMER

E-MAILADRES

BIJLAGE

Rapport financiële scan

ONDERWERP

BEI / IBT Financieel Toezicht Maria van den Broek 06 – 361 034 55 maria.van.den.broek@provincieutrecht.nl Aanbieding rapport financiële scan

Geacht College,

Uw gemeente heeft deelgenomen aan de pilot financiële scans. Inmiddels heeft de onderzoeker de scan voor uw gemeente afgerond. Hierbij bieden wij u het rapport aan met de onderzoeksresultaten. Op donderdag 20 mei zal de onderzoeker een presentatie verzorgen voor u en (een gedeelte van) uw raadsleden over de conclusies en aanbevelingen. Aanleiding van de pilot financiële scans De financiële scan is onderdeel van het programma Sterk Utrechts Bestuur. Het programma Sterk Utrechts Bestuur is opgesteld door de provincie Utrecht met betrokkenheid van de gemeenten en waterschappen. Er zijn steeds meer opgaven die worden gerealiseerd op een regionale schaal, waarbij een goede onderlinge samenwerking belangrijk is. Sterk Utrechts Bestuur wil bijdragen aan een succesvolle en slagvaardige samenwerking tussen gemeenten, waterschappen en provincie om zo maatschappelijke opgaven verder te brengen. Het programma bevat een vijftal programmalijnen en een instrumentenkoffer. Eén van de onderdelen uit de instrumentenkoffer is de financiële scan. Middels de pilot, waar u deel van uitmaakt, wordt gekeken of de financiële scan voldoende meerwaarde heeft om ook bij andere gemeenten aan te bieden. Op korte termijn vindt er dan ook een evaluatie plaats over hoe uw gemeente de scan ervaren heeft. Vervolg op de aanbevelingen De financiële scan levert een aantal aanbevelingen op voor uw gemeente.

U kunt ervoor kiezen om niet alle aanbevelingen op te volgen; daartoe verplichten wij u niet. Wij verwachten wel dat u hier een bewuste keuze in maakt. Vanzelfsprekend zijn wij nieuwsgierig over de wijze waarop u, samen met uw raad, de voorgestelde aanbevelingen zult gaan oppakken.

College van Gedeputeerde Staten Archimedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH Utrecht T 030-2589111

De financiële scan is openbaar Wij hebben u geïnformeerd dat de financiële scan een openbaar document is en dat wij deze zullen publiceren op de site van de provincie. De scans worden toegankelijk via de site www.provincieutrecht.nl/interbestuurlijktoezicht nadat deze zijn toegelicht aan (een gedeelte van) uw raadsleden en niet eerder dan 1 juli 2021. We verwachten dat ook andere gemeenten hun voordeel kunnen doen met de verschillende scans. De provincie zal verder niet actief naar buiten communiceren dat een financiële scan voor een bepaalde gemeente heeft plaatsgevonden. Wij hopen dat de financiële scan voor u meerwaarde heeft gehad en zien uw reactie met belangstelling tegemoet. Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht, namens hen,

R.C.L. (Robert) Strijk Gedeputeerde Financiën, Organisatie, Economie en Europa

2

ABCOUDE, APRIL 2021

FINANCIËLE SCAN

GEMEENTE WOUDENBERG

PROVINCIE UTRECHT Afdeling Bestuurs- en Directieondersteuning Team Bestuur, Europa en Interbestuurlijk toezicht

FINANCIËLE SCAN

GEMEENTE WOUDENBERG

Abcoude, april 2021

1

Samenstellers Opdrachtgever Uitvoerder Extern bureau Met medewerking van: Gemeente Woudenberg Provincie Utrecht

Provincie Utrecht Welconsult Gemeentefinanciën te Abcoude Welconsult Gemeentefinanciën, H.F.M. van der Wel, Strategisch adviseur financiën, A. van de Bovenkamp Financieel adviseur sociaal domein, Z. van den Boogaard Financieel toezichthouder, M.W.J. van den Broek Financieel toezichthouder, D. den Ouden

2

Inhoudsopgave Leeswijzer .................................................................................................................... 5 Bestuurlijke samenvatting financiële scan gemeente Woudenberg ....................................... 6 Inleiding, belangrijkste bevindingen en aanbevelingen ....................................................... 8 FINANCIËLE SCAN GEMEENTE WOUDENBERG .................................................................. 19 1 De ontwikkeling van de financiële positie in historisch perspectief ............................... 20 1.1 Financiële positie in historisch perspectief ................................................................ 20 1.2 Weerbaarheid en wendbaarheid financiële positie ..................................................... 25 1.2.1 Weerbaarheid ................................................................................................... 27 1.2.2 Wendbaarheid ................................................................................................... 35 1.3 Weerstandsvermogen (beleid, risico’s, weerstandscapaciteit) ..................................... 39 1.4 Overhead ............................................................................................................. 42 1.5 Onderhoud kapitaalgoederen ..................................................................................

44 2 De eigen inkomsten vergeleken .............................................................................. 49 2.1 Inleiding .............................................................................................................. 49 2.2 De opbrengsten van de belangrijkste heffingen vergeleken met de normen artikel 12 van de Fvw ........................................................................................................................ 49 2.3 Gemeentelijke woonlastendruk ............................................................................... 50 2.4 Overige heffingen ................................................................................................. 52 3 De nettolasten vergeleken ..................................................................................... 54 3.1 Inleiding .............................................................................................................. 54 3.2 Nettolasten begroting 2021 ten opzichte van de clusters algemene uitkering 2021 ....... 56 3.3 Toelichting inkomstenclusters ................................................................................. 59 3.4 Toelichting uitgavenclusters ...................................................................................

63 Bijlagen ...................................................................................................................... 72 Bijlage 1 De vergelijking van Woudenberg met zichzelf (op basis van structurele lasten) ..... 73 Bijlage 2 Clustervergelijking op taakveldenniveau tussen de structurele nettolasten per inwoner van Woudenberg en van de selectiegroep............................................................ 74 Bijlage 3 Clusterindeling 2021 gemeentefonds ............................................................... 78 Bijlage 4 Financiële positie in historisch perspectief ........................................................ 79

3

Leeswijzer De financiële scan begint met de bestuurlijke samenvatting van 1A 4tje, met daarin de kern van het beeld van de financiële positie en van de bevindingen. Vervolgens vindt u de inleiding, een wat uitgebreidere samenvatting en de conclusies en aanbevelingen. Na lezing daarvan heeft u een goed beeld van de hoofdlijnen en de bevindingen. Daarna vindt u de feitelijke financiële scan, waarin voor een nadere verdieping in drie hoofdstukken uitgebreider wordt ingegaan op de in de inleiding geformuleerde onderzoeksvragen. Een uitgebreide beschrijving van de financiële positie van de gemeente aan de hand van de begrotingen en jaarstukken vanaf 2017 vindt u in een aparte bijlage. De drie hoofdstukken worden steeds afgesloten met conclusies en aanbevelingen. De conclusies betreffen een opsomming van de belangrijkste bevindingen die in het betreffende hoofdstuk naar voren komen. De conclusies en aanbevelingen vindt u ook terug bij de bestuurlijke samenvatting. Bij de conclusies wordt in principe de volgende driedeling aangehouden: Algemeen Wat kan er beter? Welke risico’s zijn er? De aanbevelingen zijn snel terug te vinden omdat deze zijn ingekaderd in een gekleurd vlak.

5

Bestuurlijke samenvatting financiële scan gemeente Woudenberg Voor u ligt de financiële scan gemeente Woudenberg. De scan geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente en in de risico’s en de kansen. De uitkomsten kunnen worden gebruikt als ondersteuning bij het formuleren van toekomstig (financieel) beleid. Als wordt gekeken naar de weerbaarheid van de financiële positie van de gemeente dan kan worden geconcludeerd dat de schuldpositie relatief laag is en de boekwaarde van de grondexploitaties door verkoop van gronden afnemen. Beiden zijn positief. Echter, de ontwikkeling van de reservepositie geeft wel reden tot zorg. Tussen 2017 en 2019 zijn de reserves met € 3,4 miljoen (27%) afgenomen. Dit betreft vooral de algemene reserves (algemene reserve en de reserve grondbedrijf). Ook de bestemmingsreserves zijn afgenomen als gevolg van het dekken van afschrijvingslasten ten laste van reserves en de inzet van de reserve sociaal domein. De afhankelijkheid van de exploitatiebegroting van de reservepositie maakt de financiële positie kwetsbaar en minder wendbaar. Bij noodzakelijke vervanging van activa of uitputting van deze reserves moet alsnog dekking in de exploitatiebegroting worden gevonden. Vooral bij het sociaal domein is hier nu sprake van.

Daarnaast is er sprake van een negatieve uitgangspositie in de begroting 2021-2024 (in alle begrotingsjaren een tekort) en als gevolg daarvan nog in te vullen taakstellingen en bezuinigingsopgaven. De gemeente staat dus voor grote (financiële) uitdagingen. Woudenberg wordt, net als de meeste gemeenten, geconfronteerd met tekorten op de nieuwe taken van het sociaal domein (jeugdzorg en Wmo), waarvan de uitvoering vanaf 2015 naar de gemeenten is overgegaan. Tot en met de meerjarenbegroting 2019-2022 heeft de gemeente de lasten hiervan budgettair neutraal geraamd, waarbij tot en met 2021 ook de reserve sociaal domein werd ingezet als dekking voor deze structurele lasten. Vanaf 2022 wordt deze onttrekking niet meer als baat geraamd, omdat de bestemmingsreserve sociaal domein is uitgeput. Deze reserve wordt in 2019 tot en met 2021 nog aangevuld ten laste van de bestemmingsreserve dorpsvoorzieningen. De gemeente heeft de, per saldo positieve, financiële effecten van de verwachte groei van de gemeente al ingeboekt. Een tegenvallende groei heeft daardoor een negatief effect op de financiële positie. Vanaf 2022 raamt de gemeente ook de te verwachten negatieve effecten van de herijking gemeentefonds (€ 0,22 miljoen in 2022, oplopend naar € 0,66 miljoen vanaf 2024). De gemeente wil een reëel meerjarenperspectief schetsen en neemt dit effect daarom al mee.

De raming is overigens wel gebaseerd op voorlopige informatie. De consultatie van de Raad Openbaar Bestuur (ROB) is nog niet afgerond en die van de VNG moet nog starten. Met betrekking tot het onderhoud van de kapitaalgoederen is er een risico met betrekking tot (onderhoud van) wegen en het gemeentehuis. Voor de benodigde verhoging van het onderhoudsbudget wegen is nog geen structurele dekking in de begroting opgenomen. Daarnaast is er bij het gemeentehuis sprake van achterstallig onderhoud. Bij de vergelijking van de gemeentelijke woonlastendruk blijkt dat het totaal van de gemeentelijke woonlasten (OZB-woningen, afvalstoffenheffing en rioolrecht) van zowel een meerpersoonshuishouden als eenpersoonshuishouden in Woudenberg in 2021 hoger is dan de gemiddelde woonlastendruk in de selectiegroep. Dit wordt vooral veroorzaakt door de afvalstoffenheffing en de onroerende zaakbelasting. Uit de vergelijking van de structurele nettolasten 2021 met de gemeentefondsuitkering 2021 komt naar voren, dat er bij de clusters Bestuur en algemene ondersteuning, Infrastructuur en gebiedsontwikkeling, Openbare orde en veiligheid, clusters Sociaal Domein, Educatie en Riolering en Reiniging sprake is van hogere lasten ten opzichte van de algemene uitkering. Bij de clusters Cultuur en ontspanning en Inkomen en participatie is sprake van lagere lasten ten opzichte van de algemene uitkering.

6

      

In deze financiële scan is een aantal aanbevelingen opgenomen. De aanbevelingen hebben onder meer betrekking op: Sturen op het realiseren en behouden van structureel begrotingsevenwicht. Definiëren van de term “tekort sociaal domein” en het opnemen van de berekening daarvan in de begroting en in de jaarrekening. Toelichten (meerjarige) reservemutaties in de begroting. Opnemen meerjaren-investeringsplan in de (meerjaren)begroting. Versterken van de reservepositie. Kaders stellen voor bandbreedte weerstandsratio. Het opnemen van structurele dekking voor structurele onderhoudslasten.

7

Inleiding, belangrijkste bevindingen en aanbevelingen Aanleiding voor de financiële scan De financiële scan is onderdeel van het programma Sterk Utrechts Bestuur. Dit programma is opgesteld door de provincie Utrecht met betrokkenheid van de gemeenten en waterschappen. Sterk Utrechts Bestuur wil bijdragen aan een succesvolle en slagvaardige samenwerking tussen gemeenten, waterschappen en provincie om zo opgaven verder te brengen. Er zijn steeds meer opgaven die worden gerealiseerd op een regionale schaal, waarbij een goede onderlinge samenwerking belangrijk is. Het programma bevat een vijftal programmalijnen en een instrumentenkoffer. Vanuit het programma “Sterk Utrechts Bestuur” wil de provincie gemeenten en waterschappen o.a. ondersteunen door het aanbieden van instrumenten uit de instrumentenkoffer. De provincie wil gemeenten ondersteunen op het gebied van slagkracht en het openbaar bestuur en biedt daarom een drietal instrumenten aan. Een mogelijk instrument daarbij is de financiële scan. Om te onderzoeken of de financiële scan meerwaarde heeft voor gemeenten, is de provincie een pilot gestart en konden vier gemeenten binnen de provincie Utrecht van de mogelijkheid gebruik maken om een financiële scan te laten uitvoeren. De pilot wordt vervolgens geëvalueerd en afhankelijk van de resultaten, wordt dit instrument eventueel aan meer Utrechtse gemeenten aangeboden.

De gemeente Woudenberg is één van de vier gemeenten die hebben aangegeven de financiële scan, in deze pilotfase, te willen laten uitvoeren De financiële scan is toekomstgericht. De scan geeft inzicht in de financiële positie, de kansen en de risico’s. De uitkomsten kunnen worden gebruikt als ondersteuning bij het formuleren van toekomstig (financieel) beleid. De financiële scan verschaft inzicht in de eigen financiële positie van de gemeente en hoe die positie zich verhoudt tot vergelijkbare gemeenten. Bovendien wordt inzicht gegeven in de cijfermatige afwijkingen die zich op de verschillende taakvelden ten opzichte van de algemene uitkering en een selectiegroep van gemeenten voordoen. Focus op financiën In de financiële scan wordt de financiële positie van de gemeente belicht, de focus ligt dan ook op de financiën van de gemeente. Dat betekent dat het door de gemeente geformuleerde beleid en de gemaakte beleidskeuzes geen onderdeel uitmaken van het onderzoek. Voor het realiseren van de vastgestelde beleidsdoelstellingen zijn uiteraard wel financiële middelen nodig. Het effect hiervan op de financiële positie van de gemeente ziet u terug in deze financiële scan. Net als overigens het effect van beslissingen op rijksniveau die de financiële positie van de gemeente kunnen raken, zoals de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

Financiële scan versus Begrotingsscan De financiële scan is voor wat betreft de opzet en inhoud vergelijkbaar met een begrotingsscan1. Het grote verschil met de scan die nu voorligt is, dat een begrotingsscan normaal gesproken alleen door gemeenten kan worden aangevraagd die door hun financiële positie onder preventief toezicht staan. Bij deze financiële scan is dit niet aan de orde. De financiële scan is daarmee voor gemeenten veel meer een preventief hulpmiddel om inzicht te krijgen in hoe zij er voor staan. Een ander verschil is dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), in tegenstelling tot de begrotingsscan, geen directe rol heeft in de totstandkoming van de financiële scan. De financiële scan komt tot stand onder regie van de provincie Utrecht. Voor het vervaardigen van de scan heeft de provincie een externe deskundige ingeschakeld. De financiële scan wordt bekostigd vanuit de provincie. Om die reden is de scan ook niet vrijblijvend voor de gemeente. Gedeputeerde Staten verwachten van de raad of het college een schriftelijke reactie, in het bijzonder met betrekking tot de eventuele aanbevelingen. Daarbij verwacht de provincie, dat de gemeente aangeeft wat er met de aanbevelingen 1

Zie voor voorbeelden van begrotingsscans: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeentenen-provincies/financieel-toezicht-gemeenten-en-provincies/financiele-scans-gemeenten

8

wordt gedaan. De conclusies en aanbevelingen kunnen daarnaast input zijn voor overleg tussen de gemeente en de provincie in het kader van het begrotingstoezicht. De financiële scan is een openbaar document en daardoor ook voor andere gemeenten te raadplegen. Behalve de gemeente Woudenberg kunnen ook andere gemeenten gebruik kunnen maken van de aanbevelingen en adviezen die de onderzoeker in de scan benoemt. Doel van de financiële scan Uitgangspunt voor de financiële scan is de volgende vraag: Geef inzicht in de financiële positie van Woudenberg, zodat de uitkomsten kunnen worden gebruikt als ondersteuning bij het maken van prioriterings- en beleidskeuzes. Om deze vraag te kunnen beantwoorden is de centrale probleemstelling opgedeeld in drie onderzoeksvragen. Deze luiden als volgt: Onderzoeksvraag 1 Wat kan over de financiële positie van de gemeente worden gezegd aan de hand van de (meerjaren)begrotingen 2017 tot en met 2021 en de jaarrekeningen 2017 tot en met 2019? Deze onderzoeksvraag wordt in hoofdstuk 1 “Een analyse van de financiële positie van de gemeente in historisch perspectief” beantwoord. Naast het beschrijven van de ontwikkeling van de financiële positie, wordt ook ingegaan op eventueel doorgevoerde of geplande bezuinigingen en de belangrijkste oorzaken van een, ten opzichte van de begroting, afwijkend rekeningssaldo.

Waar relevant worden ook bevindingen van de accountant naar aanleiding van de controle van de jaarrekeningen meegenomen en opmerkingen van de toezichthouder naar aanleiding van de financiële beleidsstukken. Aan de hand van vijf financiële kengetallen wordt inzicht gegeven in de “wendbaarheid” en de “weerbaarheid” van de gemeentelijke begroting. Daar wordt onder meer ingegaan op de ontwikkeling van de schuldpositie, de ontwikkeling van het eigen vermogen en de grondexploitaties. Vervolgens wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de investeringen, het weerstandsvermogen, de overhead, onderhoud kapitaalgoederen. Dit onderdeel wordt afgesloten met conclusies en aanbevelingen. Bij de conclusies wordt in principe de volgende driedeling aangehouden: Algemeen Wat kan er beter? Welke risico’s zijn er? Daar waar de driedeling niet relevant is wordt alleen het onderdeel ‘algemeen’ opgenomen. Terugkijken en Vooruitkijken Bij de 1e onderzoeksvraag wordt enkele jaren “teruggekeken”. Zo kan de ontwikkeling van bijvoorbeeld de reservepositie, de schuldpositie en de rekeningsaldi vanaf 2017 goed worden gevolgd en kunnen opvallende zaken nader worden onderzocht en toegelicht. Ook zal er nadrukkelijk worden “vooruitgekeken” aan de hand van de meest recente begroting: de begroting 2021-2024.

9

Onderzoeksvraag 2 Doen zich tussen de gemeente en de selectiegroep verschillen voor ten aanzien van de belastingen en rechten in 2021 en zo ja, in welke mate zijn deze verschillen te verklaren? Deze onderzoeksvraag wordt in hoofdstuk 2 “De eigen inkomsten vergeleken” beantwoord. Er wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste eigen inkomstenbronnen van de gemeente en de woonlasten in 2021. Verder wordt aandacht besteed aan de heffingen in relatie tot de selectiegroep. Dit onderdeel wordt afgesloten met een aantal conclusies naar aanleiding van hetgeen in dit hoofdstuk naar voren is gekomen. Onderzoeksvraag 3 Hoe verhouden de eigen inkomsten en de structurele nettolasten van de gemeente zich in 2021 ten opzichte van de clusters van de algemene uitkering en hoe is dat beeld ten opzichte van de (gemeenten in de) selectiegroep? Deze vragen worden in hoofdstuk 3 “De nettolasten vergeleken” beantwoord. Uitgangspunt is de vastgestelde begroting over het jaar 2021. Dit onderdeel wordt afgesloten met een aantal conclusies naar aanleiding van hetgeen in dit hoofdstuk naar voren is gekomen. Selectiegroep Bij de beantwoording van de onderzoeksvragen 2 en 3 wordt uitgegaan van een selectiegroep. Ook in onderdelen van hoofdstuk 1 worden vergelijkingen gemaakt met deze groep van gemeenten.

Op basis van de belangrijkste structuurkenmerken van de gemeente Woudenberg is in overleg met de gemeente gezocht naar een groep van gemeenten die gemiddeld genomen vergelijkbaar is, verder te noemen de selectiegroep. Voor deze scan zijn vijf gemeenten geselecteerd met vergelijkbare structuurkenmerken (en vergelijkbare opbouw van de algemene uitkering) die daardoor zoveel mogelijk lijken op de gemeente Woudenberg. Het betreft de Gelderse gemeente Hattem, de Zeeuwse gemeente Kapelle, de Utrechtse gemeenten Lopik en Montfoort en de Noord-Brabantse gemeente Reusel-de Mierden.

Gemeente Hattem Kapelle Lopik Montfoort Reusel-de Mierden Woudenberg

Sociale CentrumStructuur functie Inwoners* Provincie Goed Weinig 12.309 Gelderland Goed Redelijk 12.799 Zeeland Goed Zonder 14.586 Utrecht Goed Zonder 14.031 Utrecht Goed Weinig 13.219 Noord-Brabant Goed Weinig 13.471 Utrecht

*Het aantal inwoners voor de gemeenten in de selectiegroep is het meest recente aantal, gebaseerd op de gegevens die BZK bij de septembercirculaire 2020 voor het jaar 2021 gebruikt. Dit aantal kan afwijken van het aantal dat de gemeente zelf in de begroting 2021 hanteert. Bij het omrekenen van bedragen naar een bedrag per inwoner kan dat kleine afwijkingen geven, maar deze zijn zo klein dat dit de uitkomsten en conclusies in deze financiële scan niet beïnvloeden.

10

Belangrijkste bevindingen 1. Wat kan over de financiële positie van de gemeente worden gezegd aan de hand van de (meerjaren)begrotingen 2017 tot en met 2021 en de jaarrekeningen 2017 tot en met 2019? Financiële positie in historisch perspectief (hoofdstuk 1.1 en bijlage 4) Nadat de gemeente in de eerste jaren van de raadsperiode 2014-2018 nog genoodzaakt was om bezuinigingen door te voeren, is er in 2017 weer enige ruimte voor nieuw beleid. Na een eerdere bezuinigingsronde over de periode 2008-2014 van in totaal € 1 miljoen is er in 2013 een 2e bezuinigingsronde van € 0,6 miljoen gestart. Van de 2e bezuinigingsronde moet vanaf 2017 nog circa € 0,2 miljoen worden gerealiseerd, waarvan het grootste deel op bedrijfsvoering. In de (meerjaren)begrotingen 2017 tot en met 2020 sluiten alle begrotingsjaren met een positief saldo. Er moet echter sprake zijn van structurele batige saldi. De gemeente maakt het structurele saldo in de begrotingen tot en met 2020 echter niet zichtbaar, waardoor niet meteen is vast te stellen of er sprake is van structureel sluitende begrotingsjaren. In de begroting 2021-2024 verslechtert het financieel perspectief zodanig dat er in alle jaren sprake is van structurele tekorten. Op basis van de begroting 2021-2024 komt Woudenberg daarom in aanmerking voor preventief toezicht.

De belangrijkste oorzaak voor de tekorten is de ontwikkeling van de lasten binnen het sociaal domein en dan vooral voor jeugdzorg. Met ingang van het jaar 2015 zijn nieuwe taken in het sociaal domein (jeugdzorg, participatiewet en de transitie van de AWBZ) naar de gemeente overgedragen. Het financiële uitgangspunt van de gemeente was in eerste instantie om de uitvoering van de taken in het kader van de Wmo en de Jeugdwet budgettair neutraal te laten plaatsvinden. Dit betekent, dat de uitgaven in principe volledig gedekt moeten worden door de door het Rijk beschikbaar gestelde budgetten en de al in de gemeentebegroting aanwezige middelen voor deze domeinen (o.a. jeugd en welzijn). Eventueel geraamde tekorten werden ten laste gebracht van de bestemmingsreserve sociaal domein en deels ten laste van de algemene middelen. In dat laatste geval raamde de gemeente overigens een taakstelling2 tot eenzelfde bedrag. Tot en met de meerjarenbegroting 2019-2022 zijn de lasten van de nieuwe taken binnen het sociaal domein dus budgettair neutraal geraamd, waarbij tot en met 2021 ook de reserve sociaal domein werd ingezet als dekking voor deze structurele lasten. Vanaf 2022 wordt deze onttrekking niet meer als baat geraamd. Dit kan ook niet, omdat de bestemmingsreserve sociaal domein is uitgeput.

Deze reserve wordt in 2019 tot en met 2021 nog aangevuld ten laste van de bestemmingsreserve dorpsvoorzieningen. Naast oplopende tekorten bij jeugdzorg en ook bij Wmo is er ook sprake van stijgende lasten voor leerlingenvervoer en ICT. Daarnaast boekt de gemeente vanaf de jaarschijf 2022 de te verwachten negatieve effecten van de herijking gemeentefonds in (door de gemeente geschat op € 0,22 miljoen in 2022, oplopend naar € 0,66 miljoen vanaf 2024). De tekorten worden enigszins gedempt door het feit dat de gemeente al rekening houdt met de (per saldo) positieve financiële effecten van de verwachte groei van de gemeente. Om vanaf 2022 weer een structureel en reëel sluitende (meerjaren)begroting te kunnen realiseren start de gemeente in 2021 een bezuinigingsdialoog. De geraamde tekorten hebben ook invloed op de reservepositie en dan vooral op de ontwikkeling van de algemene reserve. Deze staat onder druk. Bij de jaarrekening 2017 was nog sprake van een batig saldo (echter na verrekening van de incidentele baten en lasten is sprake van een structureel nadelig saldo), vanaf 2018 is sprake van (structurele) nadelige rekeningsaldi. Tekorten die zich op de nieuwe taken binnen het sociaal domein voordoen worden uit de reserve sociaal domein gedekt. Hierdoor komen deze tekorten niet (volledig) tot uitdrukking in het jaarresultaat.

In 2017 betreft dit een bedrag van € 0,8 miljoen, in 2018 van € 0,6 miljoen en 2019 € 0,6 miljoen. 2

Onder taakstelling wordt in het algemeen verstaan: een uitvoeringsopdracht om binnen de aangegeven beleidsvelden maatregelen te nemen die leiden tot lagere lasten of tot hogere baten.

11

De financiële stukken zijn duidelijk en goed leesbaar. De ontwikkeling van de begrotingssaldi vanuit de vorige begroting, kadernota naar de nieuwe begroting is goed te volgen. Wel kan de informatiewaarde nog verder toenemen door het in de (meerjaren)begroting opnemen van een toelichting op de (meerjarige) reservemutaties en het opnemen van een (integraal) meerjarig overzicht van de voorgenomen investeringen. Met ingang van de begroting 2021-2024 wordt ook het structurele begrotingssaldo (meerjarig) berekend. Dit is een goede vooruitgang maar ook zeer noodzakelijk, omdat de raad daardoor beter in staat zal zijn om te sturen op het structurele begrotingsevenwicht. De raad dient er namelijk op grond van artikel 189 gemeentewet ook op toe te zien, dat de begroting of meerjarenbegroting structureel en reëel in evenwicht is. Weerbaarheid en wendbaarheid (hoofdstuk 1.2) Als wordt gekeken naar de ratio’s die inzicht geven in de weerbaarheid van de financiële positie, dan komt naar voren dat de schuldpositie relatief laag is (en nog verder zal afnemen) en de boekwaarde van de grondexploitaties afneemt door verkoop van gronden. Echter de ontwikkeling van de reservepositie geeft reden tot zorg. De solvabiliteit (reservepositie) is naar objectieve maatstaven niet zeer sterk en zit in 2019 dicht bij classificatie “meest risicovol”.

De solvabiliteit uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal neemt in de komende jaren toe, niet zozeer doordat de reserves toenemen (tussen 2019 en 2023 wordt een daling van de stand van de reserves met € 0,5 miljoen geprognosticeerd) maar vooral doordat het balanstotaal lager wordt. Dit is het gevolg van de verwachte afname van de schulden en afname van de boekwaarde van de grondexploitaties. De boekwaarde van de in exploitatie zijnde grondexploitaties is in 2019 nog relatief hoog, maar neemt in de komende jaren af doordat diverse grondexploitaties worden afgesloten. Bij de wendbaarheid van de financiële positie gaat het om de structurele exploitatieruimte en de belastingcapaciteit. De begroting van de gemeente Woudenberg bevat weinig flexibiliteit als gevolg van een negatieve uitgangspositie in de begroting 2021-2024 (in alle begrotingsjaren een tekort) en als gevolg daarvan nog in te vullen taakstellingen en bezuinigingsopgaven. De exploitatiebegroting was de afgelopen jaren ook afhankelijk van de reservepositie, bijvoorbeeld door inzet van de reserves ter dekking van afschrijvingslasten en de reserve sociaal domein. Ook de, per saldo positieve, financiële effecten van de groei van de gemeente zijn al ingeboekt. Een tegenvallende groei heeft daardoor een negatief effect op de financiële positie.

Naast het verlagen van lasten kan de gemeente nog financiële ruimte vinden door het verhogen van de onroerende zaakbelasting (OZB), ervan uitgaande dat de leges, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing al kostendekkend zijn. Uit het kengetal belastingcapaciteit komt naar voren dat de woonlasten hoger zijn dan het landelijk gemiddelde. Desondanks heeft de gemeente op dit punt nog ruimte om structurele tegenvallers op te vangen. In vergelijking met de normen die in het kader van artikel 12 financiële verhoudingswet gelden is er nog een ”onbenutte belastingcapaciteit” van € 1,0 miljoen. In hoofdstuk 2 wordt hier dieper op ingegaan. Weerstandsvermogen: beleid, risico’s, weerstandscapaciteit (hoofdstuk 1.3) In de begroting 2021-2024 is de weerstandsratio voor het jaar 2021 voor de risico’s, inclusief de risico’s grondexploitatie, 1,46. Daarmee is deze ruim voldoende te noemen. De gemeente rekent de onbenutte belastingcapaciteit ook tot de weerstandscapaciteit. De algemene reserve alleen is niet toereikend voor het kunnen opvangen van het totaalbedrag aan geïnventariseerde en gekwantificeerde risico’s. Bij eventuele toekomstige verhoging van de opbrengst onroerende zaakbelasting zal het aandeel van de onbenutte belastingcapaciteit in de weerstandscapaciteit afnemen.

Het risicobedrag omgerekend naar een bedrag per inwoner is lager dan het gemiddelde per inwoner van de selectiegroep. De hogere risicobedragen bij enkele van de gemeenten in de selectiegroep zijn echter te verklaren uit specifieke kenmerken van die gemeenten, zoals de aanwezigheid van een bedrijvenpark of een groot volume aan boekwaarde grondexploitaties.

12

Overhead (hoofdstuk 1.4) Bij de vergelijking van de overhead komt naar voren dat de overhead van Woudenberg (als percentage van de omzet en als bedrag per inwoner) lager is dan het gemiddelde van de gemeenten in de selectiegroep. Het relatief lage percentage overhead bij Woudenberg is wel enigszins vertekend, gelet op het relatief hoge bedrag aan lasten in 2021 door het ramen van de grondexploitaties. Het gemiddelde van de overhead per inwoner van de gemeenten in de selectiegroep bedraagt € 363. Woudenberg zit daar ruim onder met € 284 per inwoner. De overhead is mede afhankelijk van de mate waarin een gemeente taken heeft uitbesteed. Een gemeente die veel taken uitbesteedt, heeft minder eigen overhead. De overhead van de organisatie waaraan taken zijn uitbesteed, is onderdeel van de aan de gemeente in rekening gebrachte uurbedragen. Deze worden direct op de betreffende taakvelden verantwoord en niet op de post overhead. Uit hoofdstuk 1.2.2 komt naar voren dat Woudenberg relatief veel taken heeft uitbesteed. Onderhoud kapitaalgoederen (hoofdstuk 1.5) Voor de kapitaalgoederen geldt dat de door de raad vastgestelde (beleids)plannen actueel zijn. De nota IBOR dateert echter wel al uit 2014.

De gemeente werkt voor de meeste kapitaalgoederen met een onderhoudsvoorziening of onderhoudsreserve (met uitzondering van openbare verlichting en openbaar groen) en spaart daarmee dus voor toekomstig onderhoud. De gemeente geeft aan, dat er bij het gemeentehuis sprake is van achterstallig onderhoud. Als sprake is van kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties moet de gemeente hiervoor direct een voorziening achterstallig onderhoud vormen. Er kan echter ook sprake zijn van achterstallig onderhoud zonder dat dit leidt tot kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties. Daar is sprake van wanneer de onderhoudstoestand van een kapitaalgoed lager is dan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau. Wanneer dit veroorzaakt wordt door onvoldoende beschikbaar gesteld budget door de raad is het noodzakelijk dat de raad een besluit neemt om of meer budget beschikbaar te stellen of het gewenste kwaliteitsniveau naar beneden bij te stellen zonder dat dit leidt tot kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties. Voor de, op basis van het wegenbeheerplan 2019-2023, benodigde verhoging van het onderhoudsbudget wegen is nog geen structurele dekking in de begroting opgenomen. 2.

Doen zich tussen de gemeente en de selectiegroep verschillen voor ten aanzien van de belastingen en rechten in 2021 en zo ja, in welke mate zijn deze verschillen te verklaren? (hoofdstuk 2) Redelijk peil artikel 12 Fvw voor 2021 en omvang onbenutte belastingcapaciteit De feitelijke belastingopbrengst 2021 van de gemeente Woudenberg is vergeleken met die van het zogenaamde belastingpakket zoals dat wordt gehanteerd bij de toelating tot artikel 12 van de Fvw voor 2021. Uit deze vergelijking blijkt dat de gemeente een opbrengst aan OZB genereert die circa € 1,0 miljoen lager is dan het normbedrag dat bij toelating voor art. 12 wordt gehanteerd. Woonlasten 2021 voor meerpersoonshuishoudens Bij de vergelijking van de gemeentelijke woonlastendruk voor burgers blijkt dat het totaal van de gemeentelijke woonlasten (OZB-woningen, afvalstoffenheffing en rioolrecht) van een meerpersoonshuishouden in Woudenberg in 2021 € 22 hoger is dan de gemiddelde woonlastendruk in 2021 in de selectiegroep. Dit wordt vooral veroorzaakt door de hogere afvalstoffenheffing. Het rioolrecht is lager dan het gemiddelde van de gemeenten in de selectiegroep. Bij de afvalstoffenheffing valt vooral het relatief lage tarief bij een van de gemeenten in de selectiegroep (Reusel-de Mierden) op, dat het gemiddelde van de selectiegroep sterk positief beïnvloedt.

Het OZB-tarief woningen is lager dan het gemiddelde tarief van de gemeenten in de selectiegroep. Echter door de hogere gemiddelde woningwaarde in Woudenberg (€ 363.107 tegenover € 318.827 gemiddelde van de gemeenten in de selectiegroep) is de belastingaanslag voor de inwoners van deze gemeente wel (gering) hoger.

13

Woonlasten 2021 voor eenpersoonshuishoudens Het totaal van de gemeentelijke woonlasten (OZB-woningen, afvalstoffenheffing en rioolrecht) van een eenpersoonshuishouden in Woudenberg is in 2021 € 120 hoger dan het gemiddelde van de selectiegroep. Ook hier is de afvalstoffenheffing hoger dan het gemiddelde van de selectiegroep, maar daarnaast ook de rioolheffing. Het verschil met de tarieven voor meerpersoonshuishoudens is relatief groot. Bij de rioolheffing is de invloed van het (relatief) lage tarief bij Reusel-de Mierden groot. De rioolheffing is in Woudenberg voor meerpersoonshuishoudens en eenpersoonshuishoudens gelijk, net als overigens bij twee andere gemeenten in de selectiegroep (Hattem en Montfoort). Drie gemeenten in de selectiegroep (Kapelle, Lopik en Reusel-de Mierden) kiezen voor differentiatie in deze tarieven. Er is dus ook sprake van een beleidsmatige eigen keuze van de gemeenten over hoe de lasten over meer- en eenpersoonshuishoudens worden verdeeld. 3. Hoe verhouden de eigen inkomsten en de nettolasten van de gemeente Woudenberg zich in 2021 ten opzichte van de clusters van de algemene uitkering en hoe is dat beeld ten opzichte van de (gemeenten in de) selectiegroep? (Hoofdstuk 3) Net als alle gemeenten heeft Woudenberg meer nettolasten dan waar de vergoeding uit het gemeentefonds in voorziet.

In de systematiek van de verdeling van het gemeentefonds wordt daar ook al rekening meegehouden. Het Rijk gaat ervan uit dat de gemeente naast de inkomsten uit het gemeentefonds ook inkomsten uit andere bronnen (waaronder OZB) kan genereren. De structurele nettolasten zijn circa € 2,0 miljoen hoger dan waar het gemeentefonds van uitgaat. Dit komt neer op € 152 per inwoner. Dit is als volgt verdeeld over de clusters van de algemene uitkering: Structurele nettolasten begroting 2021 in vergelijking met uitkering gemeentefonds 2021

Bedragen per inwoner Bestuur en algemene ondersteuning Openbare orde en veiligheid Infrastructuur en gebiedsontwikkeling Educatie Cultuur en ontspanning Inkomen en participatie Clusters sociaal domein Riolering en reiniging Overig (afrondingen) Totaal

Minder Meer nettolasten nettolasten 10 22 54 5 23 3 53 33 1 178 26

Met ingang van de begroting 2019 is vergelijking van de lasten met betrekking tot de Wet Maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugdzorg niet meer één op één mogelijk met de rijksvergoeding, omdat de integratie-uitkering sociaal domein met ingang van 2019 onderdeel is van de algemene uitkering. In verband daarmee adviseert het Rijk om de clusters in het gemeentefonds die betrekking hebben op het sociaal domein (te weten Samenkracht en burgerparticipatie, Jeugd, Maatschappelijke ondersteuning en Volksgezondheid) in samenhang te bezien. Uit de vergelijking van de in deze clusters te ontvangen algemene uitkering uit het gemeentefonds en de nettolasten van de gemeente komt naar voren, dat de in de begroting 2021 geraamde nettolasten binnen de clusters sociaal domein in totaliteit hoger zijn dan de vergoeding die de gemeente hiervoor via de algemene uitkering uit het gemeentefonds ontvangt. Binnen het hoofdcluster Bebouwing en omgeving (infrastructuur en gebiedsontwikkeling, riolering en reiniging en openbare orde en veiligheid) doen zich de grootste verschillen met de algemene uitkering voor.

14

De financiële omvang van de clusters ligt echter ver uit elkaar. Zo hebben de clusters sociaal domein in totaal een omvang van € 8,8 miljoen aan algemene uitkering (€ 651 per inwoner) en bijvoorbeeld het cluster bestuur en algemene ondersteuning een omvang van € 1,8 miljoen (€ 134 per inwoner). Om de in bovenstaande tabel weergegeven verschillen meer in perspectief te kunnen plaatsen is onderstaande grafiek opgenomen.  De linker staven (blauw van kleur) betreffen de omvang van de algemene uitkering 2021 (bedragen per inwoner) in de betreffende clusters.  De rode (meer netto lasten ten opzichte van het cluster) of groene staven (minder netto lasten ten opzichte van het cluster) zijn de nettolasten 2021 van de gemeente gebaseerd op de ramingen 2021 in de begroting 2021-2024.

Hogere nettolasten ten opzichte van de algemene uitkering doen zich voor bij de clusters Bestuur en algemene ondersteuning, Openbare orde en veiligheid, Infrastructuur en gebiedsontwikkeling, Educatie, clusters sociaal domein en Riolering en Reiniging. Van lagere nettolasten ten opzichte van de algemene uitkering is sprake bij de clusters Cultuur en ontspanning en Inkomen en participatie. Naast de uitkering uit het gemeentefonds genereren gemeenten ook eigen inkomsten, zoals opbrengsten uit het heffen van onroerende zaakbelastingen (OZB). Structurele nettobaten begroting 2021 in vergelijking met uitkering gemeentefonds 2021 Meer Minder Bedragen per inwoner nettobaten nettobaten Onroerendezaakbelastingen 50 Overige eigen middelen (OEM) 23 Mutaties reserves 17 Totaal 90 0

Te zien is dat de gemeente een deel van de hogere structurele nettolasten vooral door de onroerende zaakbelastingen bekostigt. Een deel, omdat de begroting 2021 met een tekort sluit en dus niet alle structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Het vergelijken van de structurele nettolasten van de gemeente met andere gemeenten geeft inzicht in het lastenniveau ten opzichte van de gemeenten in de selectiegroep. Het geeft echter geen oordeel over het feit of de gemeente “te

15

veel” of “te weinig” uitgeeft aan de diverse taakvelden. De lasten die zichtbaar zijn, zijn het uitvloeisel van het door de raad vastgestelde beleid. Deels echter is ook sprake van taken die gemeenten hebben overgenomen van Rijk en Provincie (zoals Jeugdzorg). Ook op dat gebied maken gemeenten uiteraard hun eigen beleid, maar voor het beschikbare budget zijn gemeenten wel afhankelijk van de naar hen overgehevelde budgetten. In hoofdstuk 3 wordt uitgebreid op het bovenstaande ingegaan.

16

Aanbevelingen Hoofdstuk 1 -

-

-

-

-

-

Begroting en jaarstukken Stuur nadrukkelijk op het realiseren en behouden van structureel begrotingsevenwicht en neem in zowel begroting als jaarrekening een berekening van het (meerjarig) structureel saldo op. Definieer de term “tekort sociaal domein” i.c. Jeugdzorg en Wmo (hogere werkelijke lasten ten opzichte van de geraamde lasten, hogere geraamde lasten ten opzichte van de in de vorige begroting geraamde lasten, inclusief of exclusief gedeeltelijke compensatie uit eventuele groei algemene uitkering e.d.?) om zo een eenduidig beeld te verkrijgen wat daarmee wordt bedoeld. Neem de berekening van het saldo sociaal domein (Jeugdzorg en Wmo) volgens de door de gemeente gehanteerde definitie op in de begroting en de jaarrekening zodat dit tekort beter kan worden geduid. Licht de in het meerjarig overzicht van reserves in de begroting ook de (meerjarige) reservemutaties toe. Neem in de meerjarenbegroting ook een meerjarig overzicht van voorgenomen investeringen (MIP) en de dekking hiervan op. Weerbaarheid en weerbaarheid van de financiële positie Zet in op het verbeteren van de reservepositie (de solvabiliteit) en ontwikkel daar beleid op. Weerstandsvermogen Stel kaders vast voor de bandbreedte waarbinnen de weerstandsratio zich moet bevinden.

Stel vast of de in de algemene reserve grondbedrijf gereserveerde gelden voldoende zijn voor de toekomstige ontwikkelingen in Woudenberg-Oost en welke impact dit eventueel heeft op het weerstandsvermogen van de gemeente. Actualiseer de Notitie risicomanagement 2006. Stuur op het versterken van het weerstandsvermogen, bijvoorbeeld door verkoop van bezit of inzet van een deel van de geraamde hogere baten door groei van de gemeente hiervoor. Overhead Stel op regelmatige basis aan de hand van de “Notitie Overhead” van de commissie BBV, vast of de aan overhead toegerekende lasten en baten conform de in die notitie opgenomen definitie van overhead plaatsvindt. Blijf de ontwikkeling van de overhead ten opzichte van bijvoorbeeld regiogemeenten en eventueel landelijk beschikbaar komende cijfers volgen. En doe, voor zover dit nog niet gebeurt en voor zover door de gemeente zelf gewenst, op termijn onderzoek naar de hoogte van de overhead in vergelijking tot andere gemeenten. Onderhoud kapitaalgoederen Neem voor structurele onderhoudslasten ook structurele dekking op in de begroting. Stel vast of er maatregelen nodig zijn om het tot en met 2039 totaal benodigde budget voor onderhoud van gebouwen ook daadwerkelijk beschikbaar te hebben.

Stel vast of er bij het gemeentehuis inderdaad sprake is van achterstallig onderhoud (of van achterstanden in de uitvoering van het geplande onderhoud, zonder dat dit leidt tot onveilige situaties). Hoofdstuk 2

-

Belastingen en rechten Neem kennis van het feit dat de gemeente een onbenutte belastingcapaciteit heeft van € 1,0 miljoen ten opzichte van het normbedrag dat bij toelating voor artikel 12 (Financiëleverhoudingswet) wordt gehanteerd.

17

Hoofdstuk 3 -

De nettolasten vergeleken Substantiële en eventueel niet direct door de gemeente te verklaren verschillen die uit dit hoofdstuk naar voren komen kunnen voor de gemeente eventueel aanleiding zijn hierop een verdieping toe te passen. Dit is uiteraard aan de gemeente zelf.

18

FINANCIËLE SCAN GEMEENTE WOUDENBERG

19

1

De ontwikkeling van de financiële positie in historisch perspectief

In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de volgende vraag. ‘Wat kan over de financiële positie van de gemeente worden gezegd aan de hand van de (meerjaren)begrotingen 2017 tot en met 2021 en de jaarrekeningen 2017 tot en met 2019?’

1.1

Financiële positie in historisch perspectief

In dit hoofdstuk is, ten behoeve van de leesbaarheid, een samenvatting opgenomen. Voor een uitgebreide beschrijving per begrotings- en rekeningsjaar wordt verwezen naar bijlage 4. In de volgende hoofdstukken wordt dieper ingegaan op diverse onderwerpen, zoals schuldpositie, reserves, weerstandsvermogen, grondexploitaties en flexibiliteit van de begroting. Samenvatting financiële positie in historisch perspectief In tabel 1.1.1 is op basis van de begrotingen en de meerjarenramingen vanaf 2017 het begrotingsbeeld weergegeven. Tevens zijn de rekeningssaldi vanaf 2017 weergegeven. De begrotings- en rekeningssaldi zijn niet gecorrigeerd ten aanzien van eventuele incidentele componenten. Dat betekent dat het saldo ook “eenmalige baten en lasten” bevat zoals te verwachte verkopen van groenstroken of een eenmalig project. Tabel 1.1.1 gepresenteerde begrotings- en rekeningssaldi vanaf 2017 Bedragen x € 1 miljoen (+ is positief saldo) 2017 2018 2019 2020 Gepresenteerd begrotingssaldo Begroting 2017-2020 0,1 0,1 0,1 0,2 Begroting 2018-2021 0,2 0,2 0,1 Begroting 2019-2022 0,1 0,2 Begroting 2020-2023 0,0 Begroting 2021-2024 Gepresenteerde jaarrekeningssaldi

0,5

-0,3

2021

2022 2023

2024

0,1 0,2

0,2

0,0

0,0

0,3

-0,7

-0,7

-0,7

-0,7

Nadat de gemeente in de eerste jaren van de raadsperiode 2014-2018 nog genoodzaakt was om bezuinigingen door te voeren is er in 2017 weer enige ruimte voor nieuw beleid. Na een eerdere bezuinigingsronde over de periode 2008-2014 van in totaal € 1 miljoen is er in 2013 een 2e bezuinigingsronde van € 0,6 miljoen gestart. Van de 2e bezuinigingsronde moet vanaf 2017 nog circa € 0,2 miljoen worden gerealiseerd, waarvan het grootste deel op bedrijfsvoering. In de begroting 2016-2019 is besloten een (positieve) stelpost op te nemen van € 0,1 miljoen voor eventueel niet te realiseren bezuinigingen. Met ingang van het jaar 2015 zijn nieuwe taken in het sociaal domein (jeugdzorg, participatiewet en de transitie van de AWBZ) naar de gemeenten overgedragen. De overdracht van de taken ging gepaard met een korting op het bijbehorende budget. Voor de uitvoering van deze taken is in 2015 het budget van de begroting van Woudenberg verhoogd met ongeveer € 4,6 miljoen. Daarnaast is er een budget van € 0,8 miljoen voor de “oude” Wmo taken. Het financiële uitgangspunt van de gemeente was in eerste instantie om de uitvoering van de taken in het kader van de Wmo en de Jeugdwet budgettair neutraal te laten plaatsvinden.

Dit betekent, dat de uitgaven in principe volledig gedekt moeten worden door de door het Rijk beschikbaar gestelde budgetten en de al in de gemeentebegroting aanwezige middelen voor deze domeinen (o.a. jeugd en welzijn). Eventueel geraamde tekorten werden ten laste gebracht van de bestemmingsreserve sociaal domein en deels ten laste van de algemene middelen. In dat laatste geval raamde de gemeente overigens een taakstelling tot eenzelfde bedrag.

20

-0,8

In de jaarrekening 2015 is sprake van een gering tekort op het sociaal domein (Jeugdzorg en Wmo) en in de jaarrekening 2016 is sprake van een overschot ten opzichte van de geraamde lasten. In de jaarrekening 2017 is er echter sprake van een tekort van € 0,9 miljoen op Jeugdzorg en Wmo wat grotendeels werd gedekt uit de reserve sociaal domein. In 2017 was er ook sprake van voordelen (onder meer algemene uitkering 2017, hogere opbrengst leges bouwvergunningen en vrijval deel reserve cultuurhuis) waardoor er per saldo een batig jaarresultaat kon worden gerealiseerd. De jaarrekening 2018 sluit met een nadelig saldo van € 0,3 miljoen, grotendeels veroorzaakt door extra verplichte toevoegingen aan pensioen- en wachtgeldvoorzieningen van (oud-) wethoudershogere lasten en hogere lasten bedrijfsvoering. Op het sociaal domein is ook sprake van een nadeel van € 0,4 miljoen, maar dit wordt in 2018 gecompenseerd door een eenmalige incidentele bijdrage van het rijk inzake knelpunten sociaal domein3. De jaarrekening 2019 sluit met en nadelig saldo van € 0,7 miljoen. Het uiteindelijke resultaat is voor een belangrijk deel nadelig beïnvloed door een hoger tekort sociaal domein (vooral afrekening voorgaande jaren ad € 0,3 miljoen) en extra verplichte toevoegingen aan pensioen- en wachtgeldvoorzieningen van (oud-) wethouders als gevolg van de lage rentestand.

Een deel van het tekort sociaal domein wordt ook in 2019 gedekt uit de reserve sociaal domein (€ 0,6 miljoen). Ook over het jaar 2020 verwacht de gemeente een tekort op Jeugdzorg en Wmo. Overigens wordt in dit kader met “tekort sociaal domein” bedoeld: het verschil tussen de geraamde lasten en de werkelijke lasten. Een eventuele compensatie door een hogere algemene uitkering wordt in de begroting wel verrekend met de hogere lasten maar in de jaarrekening wordt dit niet zichtbaar gemaakt. De integratie-uitkering sociaal domein wordt met ingang van 2019 grotendeels geïntegreerd in de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Daardoor is niet meer zuiver te berekenen hoeveel de gemeente voor de in 2015 overgedragen taken op het gebied van het sociaal domein ontvangt. Om te bewerkstelligen dat iedereen hetzelfde bedoeld met de term “tekort op het sociaal domein” is het dan ook raadzaam dit te definiëren. Uit tabel 1.1.1 komt naar voren dat de begrotingen 2017 tot en met 2020 batige saldi laten zien4, maar dat het financieel perspectief vanaf de begroting 2021-2024 sterk verslechtert. In de begroting 2019-2022 raamt de gemeente de te verwachten hogere lasten op het sociaal domein tot een bedrag van € 1,3 miljoen. Onderdeel van de hogere lasten in de begroting 2019-2022 is het laten vervallen van de in de begroting 2018 opgenomen taakstelling binnen het sociaal domein van € 263.000.

Een deel van de hogere lasten wordt gedekt uit de stijging van de algemene uitkering. Ook zet de gemeente een bedrag van € 0,3 miljoen, oplopend naar € 0,6 miljoen, uit het accres algemene uitkering in. Daarnaast is er een taakstelling ingeboekt van € 0,05 miljoen in 2019, oplopend naar € 0,4 miljoen in 2022. Het nadelig saldo dat dan nog overblijft, dekt de gemeente uit de reserve sociaal domein. Deze onttrekking vindt plaats in de jaren 2019 tot en met 2021 en loopt af van € 0,6 miljoen in 2019, € 0,37 miljoen in 2020 naar € 0,15 miljoen in 2021. Vanaf 2022 wordt deze onttrekking niet meer als baat geraamd. In de (meerjaren)begroting 2019-2022 zijn de lasten van de nieuwe taken binnen het sociaal domein dus budgettair neutraal geraamd. In de begroting 2020-2023 verslechtert het financieel perspectief, niet alleen door stijgende lasten van Jeugdzorg en Wmo maar ook door hogere lasten op de overige programma’s, zoals bij Leefomgeving (onderhoud, kosten afval), Ruimte en Wonen (bijdrage RUD) en Dienstverlening (extra budget flexibele schil). 3

In 2018 is eenmalig de decentralisatie-uitkering (DU) “Voorziening knelpunten sociaal domein” van € 200 miljoen gevormd. Deze DU is voor € 100 miljoen gevoed vanuit de algemene uitkering en voor € 100 miljoen door het Rijk. 4 Het gaat om het formele saldo en niet om het structurele saldo. Dit is van belang voor het financieel toezicht. Uit de toezichtsbrieven blijkt namelijk dat bij de begrotingen 2019 en 2020 de eerste jaarschijven niet structureel sloten volgens de toezichthouder.

21

-

In de begroting is dan ook een bezuinigingsopgave opgenomen van € 0,25 miljoen structureel. Deze is als volgt uitgewerkt: Programma samenleving € 0,09 miljoen Overige beleidsprogramma’s € 0,16 miljoen. Met ingang van de begroting 2019-2022 raamt de gemeente een “stelpost inkomstenstijging woningen en inwoners” en daar tegenover een stelpost voor eenzelfde bedrag aan uitgaven. Dit in verband met de relatief forse groei van aantal woningen en inwoners die de gemeente verwacht. Vanaf de begroting 2020 zijn de stelposten afgebouwd en wordt de groei zoveel mogelijk verwerkt in de uitgaven van de diverse programma’s en bij de inkomsten in de algemene uitkering en OZB-opbrengsten. Per saldo raamt de gemeente een positief effect (dus meer inkomsten dan uitgaven) door de verwachte groei. In de begroting 2021-2024 verslechtert het financieel perspectief zodanig dat er in alle begrotingsjaren sprake is van een structureel nadelig saldo. De gemeente komt daardoor onder preventief toezicht van de provincie Utrecht te staan. De belangrijkste oorzaken van het verslechterde financieel perspectief zijn de oplopende tekorten bij Jeugdzorg en Wmo, stijgende lasten voor leerlingenvervoer en ICT en het ramen van de te verwachten negatieve effecten van de herijking gemeentefonds.

Voor het verwachte nadelige effect herijking gemeentefonds raamt de gemeente in 20225 een nadeel van € 0,22 miljoen, oplopend naar € 0,66 miljoen vanaf 2024. Dit komt neer op circa € 50 per inwoner. Overigens komt uit de op 2 februari 2021 gepubliceerde “Adviesaanvraag verdeelvoorstel herijkt gemeentefonds” van minister Ollongren6 naar voren, dat bij de nieuwe verdeling van het gemeentefonds de gemeente Woudenberg inderdaad een nadeelgemeente zal zijn, maar de algemene uitkering met een minder hoog bedrag zal afnemen (te weten € 20 per inwoner) dan nu is geraamd. De begroting 2021-2024 is de eerste begroting vanaf 2015 waar geen dekking van lasten Jeugdzorg en Wmo vanuit de reserve sociaal domein plaatsvindt. Vanaf 2022 is deze reserve uitgeput waardoor de tekorten vanaf dat moment volledig ten laste van de exploitatiebegroting komen. De tekorten waren er dus (deels) al wel, maar kwamen niet (volledig) tot uiting in de begrotingssaldi. De gemeente houdt rekening met een toename van de algemene uitkering uit het gemeentefonds als gevolg van de toename van inwoners en woningen en loon- en prijsstijgingen met € 0,65 miljoen structureel en een stijging van de OZB-opbrengst met € 0,08 miljoen in 2021, oplopend naar € 0,2 miljoen in 2024 door de groei van de gemeente.

Daartegenover staat het aframen van de “stelpost inkomsten bij stijging woningen en inwoners” van € 0,39 miljoen structureel. Om vanaf 2022 weer een sluitende begroting te kunnen realiseren start de gemeente een bezuinigingsdialoog en boekt de beoogde opbrengst daarvan in op programma 1, Samenleving (€ 0,72 miljoen structureel vanaf 2022) en daarnaast een taakstellende bezuiniging op bedrijfsvoering/dienstverlening van € 0,035 miljoen in 2022, oplopend naar € 0,1 miljoen vanaf 2024. De in de begroting 2019-2022 opgenomen taakstelling op sociaal domein (€ 0,4 miljoen in 2022) is nog niet volledig gehaald en wordt daardoor meegenomen in de bezuinigingsdialoog 2021 programma 1 Sociaal Domein. De gemeente anticipeert alvast op de verwachte verdere stijging van de lasten binnen het sociaal domein en wil de bezuinigingsopgave laten oplopen tot € 1,5 miljoen in 2024. Overigens wordt een deel van deze lastentoename veroorzaakt door loon- en prijsstijgingen. Deels wordt dit door de algemene uitkering uit het gemeentefonds gecompenseerd. De salarisstijgingen in de cao’s Jeugdzorg en Sociaal Werk zijn de afgelopen jaren evenwel hoger gebleken dat de compensatie welke uit het gemeentefonds is ontvangen. Omdat zorgkosten een hoog looncomponent kennen, houdt de gemeente er zodoende rekening mee dat niet alles in dit kader gecompenseerd wordt.

De geraamde tekorten hebben ook invloed op de reservepositie. In oktober 2020 heeft de raad de “Notitie herschikking reserves” behandeld. Bij de behandeling van de kaderbrief 2021-2024 is ook de reservepositie van de gemeente besproken waarbij geconstateerd

5 6

Inmiddels is bekend, dat de herijking in 2023 wordt doorgevoerd in plaats van in 2022. https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2021Z02143&did=2021D04698

22

werd, dat de stand van de algemene reserve, gelet op de verwachte tekorten in de begroting, te laag is. Daarom is besloten om de volgende bestemmingsreserves in te zetten voor het versterken van de algemene reserve: Reserve kapitaallasten cultuurhuis tot een bedrag van € 1,2 miljoen Reserve kunstwerken tot een bedrag van € 0,1 miljoen Algemene reserve grondbedrijf tot een bedrag van € 0,4 miljoen De financiële stukken zijn duidelijk en goed leesbaar. De ontwikkeling van de begrotingssaldi vanuit de vorige begroting, kadernota naar de nieuwe begroting is goed te volgen. In de (meerjaren)begroting wordt de meerjarige ontwikkeling van de reserves weergegeven, maar ontbreekt er een toelichting op de (meerjarige) mutaties. Alleen de mutaties in het begrotingsjaar (eerste jaarschijf) worden toegelicht. Voor het goed kunnen duiden van de ontwikkeling van zowel het begrotingsaldo als de reservepositie kan dit van toegevoegde waarde zijn. Met ingang van de begroting 2021-2024 wordt ook het structurele begrotingssaldo (meerjarig) berekend. Dit is een goede vooruitgang, omdat de raad daardoor beter in staat zal zijn te sturen op het structurele begrotingsevenwicht. De raad dient er op grond van artikel 189 gemeentewet ook op toe te zien, dat de begroting of meerjarenbegroting structureel en reëel in evenwicht is.

In de begroting ontbreekt een (integraal) meerjarig overzicht van de voorgenomen investeringen (meerjaren investeringsplan). Gelet op de impact daarvan (kapitaallasten, onderhoudslasten) is het raadzaam een dergelijk overzicht in de begroting op te nemen.

Conclusies

-

-

-

-

-

-

Algemeen De gemeente Woudenberg is er vanaf 2017 in geslaagd sluitende begrotingen te realiseren (en indien dat niet het geval was werd in ieder geval aangetoond dat het structureel evenwicht in volgende begrotingsjaren werd hersteld), vanaf 2021 is er echter sprake van structurele tekorten in alle begrotingsjaren. Belangrijke oorzaak van de tekorten zijn de lasten van Jeugdzorg en Wmo en het ramen van het nadelig effect van de herijking algemene uitkering. Daarnaast is ook sprake van hogere lasten bij GGD, RUD, ICT, personeel flexibele schil, leerlingenvervoer en een correctie van de stelpost BTW-compensatiefonds en de stelpost effecten inkomsten bij stijging van woningen en inwoners. De begroting 2021-2024 is de eerste begroting vanaf 2015 waar geen (gedeeltelijke) dekking van lasten Jeugdzorg en Wmo vanuit de reserve sociaal domein plaatsvindt. Vanaf 2022 is deze reserve uitgeput waardoor de tekorten vanaf dat moment volledig ten laste van de exploitatiebegroting komen. De tekorten waren er dus (deels) al wel, maar kwamen niet (volledig) tot uiting in de begrotingssaldi. Feitelijk zijn de lasten en baten Jeugdzorg en Wmo tot en met de begroting 2019-2022 budgettair neutraal geraamd: tekorten werden ten laste van de reserve sociaal domein gebracht, ten laste van de groei van de algemene uitkering (accres) en er werden taakstellingen in geboekt.

Met tekort op Jeugdzorg en Wmo wordt vooral bedoeld: hogere lasten ten opzichte van de raming (van vorig jaar). Niet altijd is duidelijk welk deel daarvan wordt gecompenseerd door een hogere algemene uitkering. Door de nagenoeg volledige integratie van de gelden voor Jeugdzorg en Wmo in de algemene uitkering vanaf 2019 is dit ook niet meer (volledig) ter herleiden. De begroting van de gemeente Woudenberg kent een afhankelijkheid van de reservepositie, niet alleen bij het sociaal domein maar ook voor het dekken van kapitaallasten (reserves ter dekking van kapitaallasten). Er is in de komende jaren minder ruimte in de reserves om (kapitaal)lasten te dekken. Om vanaf 2022 weer een sluitende begroting te kunnen realiseren start de gemeente een bezuinigingsdialoog.

23

Aanbevelingen -

Stuur nadrukkelijk op het realiseren en behouden van structureel begrotingsevenwicht en neem in zowel begroting als jaarrekening een berekening van het (meerjarig) structureel saldo op.

-

Definieer de term “tekort sociaal domein” i.c. Jeugdzorg en Wmo (hogere werkelijke lasten ten opzichte van de geraamde lasten, hogere geraamde lasten ten opzichte van de in de vorige begroting geraamde lasten, inclusief of exclusief gedeeltelijke compensatie uit eventuele groei algemene uitkering e.d.?) om zo een eenduidig beeld te verkrijgen wat daarmee wordt bedoeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1222/documents/30862