CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

8.b Uitvoeringsplan regionale werkgevers en werkzoekendendienstverlening 2025 - definitief.pdf

Gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken14.228 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Middels landelijke lobby zetten we zoveel mogelijk in op structurele financiën voor de trajecten om dit ook toekomstbestendig te maken. Wanneer er geld vrij komt voor projectleiding zullen we hier een extra impuls aan geven vanaf 2026.

6.2.4 Sollicitatievideo’s De afgelopen twee jaar hebben we als pilot binnen de werkzoekendendienstverlening sollicitatievideo’s gemaakt van werkzoekenden die hulp kunnen gebruiken bij hun sollicitaties en het bijvoorbeeld moeilijk vinden om zichzelf te presenteren. Omdat deze video’s in die jaren succesvol zijn gebleven om kandidaten voor te stellen aan werkgevers, willen we ze niet meer als pilot

22

benoemen maar opnemen in onze regionale dienstverlening aan werkzoekenden. De kosten komen ten laste van het regionale budget (zie 10.2).

6.2.5 Leren en ontwikkelen in de praktijk In het Werkcentrum regio Amersfoort werken gemeenten, UWV, sociale partners, beroepsonderwijs, SBB en Doorstroompunt Jongeren samen om (beroeps)onderwijs en arbeidsmarkt beter met elkaar te verbinden en meer leerwerktrajecten te ontwikkelen, aansluitend op de maatschappelijk relevante (krapte)sectoren en de mogelijkheden van de beroepsbevolking in onze arbeidsmarktregio. Niet alleen voor jongeren en werkzoekenden, maar ook voor toekomstige en zittende werknemers en mensen zonder uitkering. Gezamenlijk wordt gezocht naar baanopeningen met scholingsmogelijkheden en samen met werkgevers en het beroepsonderwijs worden op maat oriëntatie- en leerwerktrajecten ontwikkeld. Net als in de afgelopen jaren, zal worden ingezet op het ontwikkelen van doorlopende leerlijnen (alle niveaus) in de kanssectoren en op maatwerk voor werkzoekenden waarvoor een regulier leerwerktraject niet passend is.

In 2025 willen we de samenwerking versterken rondom de volgende sporen: • Leven Lang Ontwikkelen, voor iedereen toegankelijk en haalbaar, passend bij zijn talent, capaciteit en behoefte: o Voor degenen voor wie het mbo-diploma nog niet haalbaar is, is er Praktijkleren (branche erkende certificaten en mbo praktijkverklaringen); o Door het aanbieden van flexibel onderwijs door het beroepsonderwijs, verkrijgen en/of behouden studenten, werkenden en werkzoekenden een goede positie op de regionale arbeidsmarkt; o Samen met werkgevers ontwikkelen we passende leerroutes, die aansluiten op ontwikkelingen en behoeften op de arbeidsmarkt. • Sectorale ontwikkelpaden, het ontwikkelen van loopbaanpaden, inclusief voorschakeltrajecten, om mensen instroom -en doorstroommogelijkheden te bieden binnen (krapte)sectoren. • Loopbaanoriëntatie en loopbaanadvies in het regionaal werkcentrum. • Bovenregionale samenwerking voor meer scholingsmogelijkheden onder andere door samenwerking in de Utrecht Talent Alliantie het Regionaal Talentfonds Utrecht. • Het meer gezamenlijk optrekken bij het ophalen van de vragen die leven bij de werkgevers. Medio 2024 is een regionaal projectleider mbo Praktijkleren gestart die samen met onder meer het beroepsonderwijs en SBB het Praktijkleren in het mbo een impuls moet geven.

De kansen die deze vorm van praktijkleren biedt worden in onze regio nog maar beperkt benut. Inmiddels is met alle partijen die mogelijk hier een rol in spelen gesproken en zijn de grootste kansen om hier een impuls aan te geven in beeld gebracht en activiteiten voor 2025 uitgestippeld. Gezamenlijk zijn de processen herschreven, is er nieuw communicatiemateriaal ontwikkeld en worden er veelvuldig, in- en extern, presentaties gegeven over de kracht van het praktijkleren. In 2023/2024 is ook een regionaal projectleider gestart voor het aanjagen en nader vormgeven van ontwikkelpaden in onze arbeidsmarktregio. Dit is onderdeel van een landelijke aanpak waarvoor gemeente Amersfoort, als aanjager, in eerste instantie ook subsidie heeft ontvangen, die benut is voor het ontwikkelpad kinderopvang. In 2025 wil het Rijk ook ontwikkelpaden in verschillende kraptesectoren, waaronder Techniek, Zorg & Groen. Hierin heeft gemeente Amersfoort als centrumgemeente een aanjagende rol toegewezen gekregen voor de sector Techniek. Op basis van de situatie in onze regio zullen we gezamenlijk komen tot de juiste invulling voor werkgevers en toekomstige en zittende werknemers. Zowel voor het praktijkleren, als de ontwikkelpaden als het stimuleren van Taal en op Werkvloer (zie 7.5) zijn werkgevers hard nodig. Bij deze onderwerpen speelt de onbekendheid hiermee vaak een rol.

Om ervoor te zorgen dat de projectleiders ook echt resultaten kunnen gaan boeken hebben we in de 23

begroting voor 2025 ook extra formatie accountmanagement opgenomen alsmede scholingsmiddelen voor de deelnemers aan deze trajecten (zie 10.2). Zowel het WSP, het beroepsonderwijs, SBB en de werkgeversorganisaties hebben contacten met werkgevers. In 2025 willen we meer samen optrekken bij het in kaart brengen van de vragen die bij werkgevers leven en hierop gezamenlijk activiteiten te organiseren als onderdeel van de werkgeversdienstverlening. Beoogd meetbaar resultaat: • Verdrievoudiging van het aantal jongeren die het PrO/VSO-onderwijs verlaten met een mbo praktijkverklaring in het schooljaar 24/25 ten opzichte van het schooljaar 23/24. • Vervijfvoudiging van het aantal MBO praktijkverklaring dat wordt afgegeven via de MBO route in kalenderjaar 2025 ten opzichte van 2024. • Een voorschakeltraject (pilot) als onderdeel van het ontwikkelpad voor Kinderopvang en Techniek in samenwerking met het beroepsonderwijs. • Informatie over de mbo praktijkverklaring en de scholingsmogelijkheden is te vinden op de websites van de mbo-instellingen in onze regio en op de site van Maak je stap.

6.2.6 Statushouders en asielzoekers Conform de impuls die het Rijk wil geven aan het naar werk ondersteunen van statushouders (kamerbrief van 11 juli 2023) is in de tweede helft van 2024 in onze arbeidsmarktregio een regionaal verbinder statushouders aan de slag gegaan. De regionaal verbinder zal samen met een werkgroep met deelnemers vanuit verschillende gemeenten en regionale partners pilots opzetten, geïnspireerd door goede landelijke voorbeelden. Op dit moment wordt gewerkt aan het in beeld brengen van de nulsituatie en het ontwikkelen van pilots, in aansluiting op wat er al in onze regio gebeurt in het kader van inburgering en integratie van statushouders naar werk. We onderzoeken niet alleen de kansen en belemmeringen voor statushouders, maar ook voor de inwoners van de AZC’s in onze regio. We werken aan het vergroten van de bekendheid van statushouders bij werkgevers. Enerzijds door het organiseren van een banenmarkt voor deze doelgroep, maar ook door het geven van trainingen (zie 5.5). Op 24 oktober 2024 was er een banenmarkt specifiek voor deze doelgroep, waarbij 14 werkgevers kennis konden maken met 250 statushouders en asielzoekers. Voorafgaand aan de banenmarkt kregen de werkgevers een korte training over wat er aan administratieve voorbereiding nodig is om asielzoekers aan te nemen.

We onderzoeken ook de mogelijkheden om scholing te verbinden aan de werkplek, wat bijdraagt aan een duurzame plek op de arbeidsmarkt. We verkennen of we een pilot kunnen starten in het kader van de subsidieregeling ESF sociale innovatie, die in de loop van 2025 door het Rijk zal worden opengesteld. De voorwaarden hiervan zijn nog niet in detail uitgewerkt door het Rijk. Voor de pilots voor statushouders is een bedrag gereserveerd in de begroting voor 2025 (zie 10.2). Beoogd meetbaar resultaat: • Nulsituatie in beeld van werkzoekende statushouders • Samenwerkingsafspraken met het COA

7. Overige activiteiten in het kader van de regionale dienstverlening voor werk 7.1 Professionaliseren medewerkers Eén van de randvoorwaarden die is geformuleerd in de Toekomstagenda van het Werkbedrijf is dat we inzetten op wat effectief is. Dit houdt in dat we inzetten op: Leren wat (niet) werkt in interventies en beleid. Dit betreft onder andere het ontsluiten en delen van best-practices en wetenschappelijke 24

kennis en innovaties. En het evidence-based werken in de uitvoering. In 2025 zetten we de volgende stappen: • De medewerkers worden regelmatig bijgeschoold op (nieuwe) relevante ontwikkelingen. Om dit mogelijk te maken wordt regionaal een budget van € 20.000,- beschikbaar gesteld (zie 10.2). • Voor verschillende onderwerpen willen we het netwerk van samenwerkingspartners van het werkcentrum beter benutten om kennis uit te wisselen over best practices en gezamenlijk evenementen te organiseren op basis van de behoeftes die we ophalen bij zowel werkgevers als werkzoekenden. In 2025 geven we verder vorm aan deze samenwerking, dit betreft onder andere de uitwisseling van ervaringen in de ondersteuning van statushouders en anderstaligen (zie 6.2.6) en hoe meer gebruik te maken van elkaars netwerk en expertise in de werkgeversdienstverlening. Om onze dienstverlening te professionaliseren nemen we ook deel aan ontwikkeltrajecten. Zo nemen we in verschillende samenwerkingsverbanden deel aan onderzoeks- en ontwikkeltrajecten met partners als het ministerie van SZW, onderzoeksinstellingen en hogescholen en universiteiten om onze werkwijze te verbeteren en te onderbouwen. Een voorbeeld hiervan is een onderzoek naar het ontwikkelen van een methodische aanpak werkgeversdienstverlening voor mensen met een arbeidsbeperking.

Dit is een vierjarig onderzoekstraject vanuit TNO in samenwerking met de HAN University en de universiteit van Tilburg. Dit wordt mede mogelijk gemaakt door subsidie vanuit ZonMW. Het WSP regio Amersfoort en WSP Helmond-De Peel zijn de twee WSP’s die hieraan deelnemen. Beoogd meetbaar resultaat: • Verschillende kennisbijeenkomsten en/of scholingen voor medewerkers

7.2 Ontwikkeling nieuwe instrumenten werkzoekenden- en werkgeversdienstverlening Regionaal is een werkwijze afgesproken waarbij verbetervoorstellen vanuit de werkvloer kunnen worden gedaan met als doel nieuwe instrumenten te ontwikkelen om de werkzoekenden- en werkgeversdienstverlening te verbeteren. De managers en teamcoördinatoren vanuit de gemeenten en UWV hebben een belangrijke rol in het samen met de uitvoerende professionals signaleren van hiaten in het aanbod en in de dienstverlening. Ze stimuleren en faciliteren het ontwikkelen van nieuwe ideeën en pilots en werken hierbij regionaal samen. Voor de bekostiging van deze pilots wordt incidenteel regionaal budget ingezet dat nog beschikbaar is uit voorgaande jaren (zie 10.2). Voor ieder kansrijk initiatief wordt een projectvoorstel vastgesteld. (Tussentijdse) Evaluaties worden opgesteld om na afloop van de pilot te kunnen besluiten tot borging in de reguliere dienstverlening. Een aantal pilots is in 2025 opgenomen in de dienstverlening aan werkgevers (zie 5.5) en werkzoekenden (zie 6.2.4). We streven naar een sluitend netwerk waarin we alle inwoners kunnen bedienen. Daarom is regionaal afgesproken dat wanneer er hiaten in de dienstverlening worden ondervonden, waardoor inwoners niet geholpen kunnen worden door de gezamenlijke partners, ook aanspraak gemaakt kan worden op deze middelen.

Hierover worden in januari nadere procesafspraken gemaakt. Dit als vangnet voor de eerste maanden van 2025 en ter overbrugging tot ontvangst van de middelen die we verwachten via de meicirculaire. Bij het bestuurlijk overleg van Q2 zal besloten worden op deze middelen uit de meicirculaire en verwachten we meer duidelijkheid te hebben over eventuele hiaten in onze gezamenlijke dienstverlening.

25

Regionaal is een werkwijze afgesproken waarbij verbetervoorstellen vanuit de werkvloer kunnen worden gedaan met als doel nieuwe instrumenten te ontwikkelen om de werkzoekenden- en werkgeversdienstverlening te verbeteren. De managers en teamcoördinatoren vanuit de gemeenten en UWV hebben een belangrijke rol in het samen met de uitvoerende professionals signaleren van hiaten in het aanbod en in de dienstverlening. Dit geldt ook voor de aanspreekpunten vanuit het beroepsonderwijs en de sociale partners binnen het RWC. Ze stimuleren en faciliteren het ontwikkelen van nieuwe ideeën en pilots en werken hierbij regionaal samen. Voor de bekostiging van deze pilots wordt incidenteel regionaal budget ingezet dat nog beschikbaar is uit voorgaande jaren (zie 10.2). Voor ieder kansrijk initiatief wordt een projectvoorstel vastgesteld. (Tussentijdse) Evaluaties worden opgesteld om na afloop van de pilot te kunnen besluiten tot borging in de reguliere dienstverlening. Een aantal pilots is in 2025 opgenomen in de dienstverlening aan werkgevers (zie 5.5) en werkzoekenden (zie 6.2.4).

7.3 Social Return On Investment Social Return Of Investment (SROI) is het opnemen van een voorwaarde in een aanbesteding en/of opdracht ten behoeve van het creëren van extra werk(ervarings)plaatsen voor inwoners met een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt. Het SROI-beleid van de gemeenten in onze arbeidsmarktregio heeft ten doel: - meer ontwikkelkansen en (leer)werkplekken te creëren voor mensen die nu nog niet aan het werk zijn, - sociaal ondernemerschap te stimuleren en faciliteren, en - bedrijven te stimuleren op het gebied van diversiteit en inclusie. De gemeenten leggen bij inkoopopdrachten boven €221.000 aan opdrachtnemers een uitvoerings- of inspanningsverplichting op om kansen te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, dan wel om op een andere wijze inclusief werkgeverschap te stimuleren. Dit kan door bijvoorbeeld het creëren van een stageplek, werkervaringsplek of (leer)werkplek, door te investeren in een maatschappelijke activiteit of in te kopen bij een sociale onderneming. De SROI-waarde die door een opdrachtnemer wordt gerealiseerd wordt berekend door gebruik te maken van bouwblokken. De waarde van een bepaald bouwblok staat niet in relatie tot werkelijke loonkosten of uitkeringen, maar hangt samen met de afstand van de doelgroep tot de arbeidsmarkt en de inspanning die geleverd moet worden om deze inwoners naar duurzaam werk te geleiden.

We noemen deze waarde de inspanningswaarde. De gemeenten bereiden een aanpassing van het beleid voor, om vanaf 2025: - ook rekening te kunnen houden met de mate waarin een opdrachtnemer al inclusief werkgever is, - bouwblokken te kunnen toevoegen voor o.a. snuffelstages en stages van inburgeraars in het kader van de MAP2 en voor leertrajecten praktijkleren voor de mbo-praktijkverklaring, en - opdrachtnemers uit te dagen zelf creatief te zijn om een extra stap te zetten op het gebied van social return on investment, diversiteit en inclusie. De gemeenten werken op dit moment een pilot uit, om regionaal meer te gaan samenwerken bij de uitvoering van het SROI-beleid. Dit gaat onder andere over het regionaal beleggen van de opvolging van de SROI-verplichtingen en het monitoren van de resultaten. Tot en met 2024 zijn alle kosten voor de opvolging voor de gemeenten Amersfoort, Baarn en Soest door gemeente Amersfoort gedragen. In 2025 zal het grootste deel van de kosten nog ten laste komen van Amersfoort, maar voor de pilot is ook regionaal budget gereserveerd voor de inzet voor de andere gemeenten en de kosten van de benodigde licenties (zie 10.2).

2

MAP= module arbeidsmarkt en participatie, verplichte participatie van 40 uur binnen inburgeringstraject

26

7.4 Anti-discriminatie In regio Amersfoort is anti-discriminatie een belangrijk onderwerp waar we ook in 2025 aandacht voor hebben. In 2024 is gewerkt aan de Amersfoortse aanpak stagediscriminatie aan de hand van het Stagepact MBO 2023-2027. Daarbij zijn Hogeschool Utrecht, ROC Midden Nederland, MBO Amersfoort, SBB, Discriminatie.nl provincie Utrecht en Gemeente Amersfoort gekomen tot 3 pijlers; 1. Sociale normstelling 2. Het stelsel inrichten om stagediscriminatie te voorkomen en tegen te gaan 3. Aanpakken van stagediscriminatie In 2025 zal door de desbetreffende organisaties hier verder vorm aan gegeven worden. Vanuit onze werkgeversdienstverlening zetten we ons in op het voorkomen van discriminatie. We doen dit vanuit een integrale visie op diversiteit en inclusie binnen het werkgeverschap. Het gaat om gerichte acties richting werkgevers en het eigen personeel. We adviseren, ondersteunen en stimuleren inclusief werkgeverschap (continu); • Door ondersteuning bij werving en selectie van divers personeel, o.a. door: ➢ Ontmoetingen realiseren tussen werkgevers en werkzoekenden - bv. via evenementen ➢ Met de inzet van de kandidatenverkenner ➢ Met de inzet van bedrijfsadvies inclusieve arbeidsorganisatie ➢ Uitvoering te geven aan SROI (social return on investment) opgaven • Door positieve beeldvorming bij het werven van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, o.a.

door: ➢ Publiciteit en evenementen (zie 4.3) ➢ Keurmerk “Inclusief werkgever” ➢ Ambassadeurs die hun ervaringen delen • Door de inzet van jobcoaches als inclusiecoaches op de werkvloer • Werkgevers adviseren en wijzen op trainingen inclusie en anti-discriminatie Ons eigen personeel wordt regelmatig geschoold over inclusie (vanuit bijvoorbeeld Discriminatie.nl provincie Utrecht) waarbij ingegaan wordt op: inclusief communiceren en inclusief handelen (preventief en hoe te handelen als discriminatie daadwerkelijk voorkomt). Ook staat het onderwerp anti-discriminatie structureel op de agenda bij de accountmanagers, zodat hier aandacht voor blijft en ervaringen uitgewisseld kunnen worden. Daarnaast worden er onder andere samenwerkingsafspraken gemaakt tussen de gemeente, het UVW en GGZ Centraal over doorlopende lijnen bij toeleiding naar werk van mensen met een psychische Kwetsbaarheid. Ook worden leerpunten bij ontwikkelingen in andere regio’s en uit onderzoeken op anti-discriminatie besproken en zo mogelijk meegenomen in de eigen werkwijze/samenwerking.

7.5 Aandacht voor de basisvaardigheden van werknemers Aandacht voor taal op de werkvloer bevordert de ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid van werknemers, wat tevens bijdraagt aan betere producten en dienstverlening. In het regionale programma volwasseneneducatie van de arbeidsmarktregio Amersfoort ligt dan ook de nadruk op het versterken van basisvaardigheden om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Werkgevers kunnen hierin een belangrijke rol spelen door taal bespreekbaar te maken en medewerkers te scholen. Dit vergroot niet alleen de vaardigheden van werknemers maar verhoogt ook het bewustzijn bij werkgevers over de uitdagingen die laaggeletterdheid met zich meebrengt. 27

Voor een werkgever is het belangrijk te begrijpen hoe laaggeletterdheid van invloed kan zijn op zaken zoals het volgen van instructies of het lezen van brieven. Het werkcentrum speelt een actieve rol in het informeren van werkgevers over de impact van laaggeletterdheid en plaatst relevante informatie op de website om zowel werkgevers als werkzoekenden te informeren over de ondersteuning van basisvaardigheden op de werkvloer. Daarmee stimuleren we werkgevers om laaggeletterdheid te herkennen en bespreekbaar te maken. Ter ondersteuning van de werkgever en werkenden om hier stappen in te zetten is er regionaal een stimuleringssubsidie "Taal op de Werkvloer" beschikbaar, gefinancierd uit zowel de regionale WEBmiddelen als uit de incidentele middelen van het Werkbedrijf (zie 10.2). Vanuit onze werkgeversdienstverlening worden werkgevers ondersteund bij dit traject.

7.6 Regionale dienstverlening in een grotere context Onderdeel van de Toekomstagenda van het Werkbedrijf is dat we sturen op een toekomstbestendige arbeidsmarkt. Daarbij is het noodzakelijk om oog te houden voor de bredere context waarin we met onze regionale dienstverlening een bijdrage leveren. Regio Amersfoort valt onder de economische regio Utrecht. Vanuit de Utrecht Talent Alliantie (UTA) wordt ingezet op een sterke regionale arbeidsmarkt. Vanuit onze eigen opgaven hebben we oog voor de verbindingen die we hierin kunnen maken en waar we elkaar kunnen versterken voor arbeidsmarktregio Amersfoort. Zoals beschreven hoofdstuk 3.2 is bij het ondersteunen van mensen die nu nog aan de kant staan naar werk meer nodig vanuit zowel de werkgeverskant als werkzoekendenkant. We hebben daarbij aandacht voor de zorg component (o.a. vanuit Hoofdzaak } Werk) en het zonder belemmeringen kunnen switchen tussen dagbesteding, beschut werk, de banenafspraak en alles wat daar tussen zit. Waar nodig wordt in de ondersteuning naar werk de link gelegd met de lokale sociale wijkteams en zorgaanbieders.

8. Evaluatie en actualisatie van het meerjarenplan In hoofdstuk 2.1 wordt aangegeven dat we toewerken aan een nieuw Regionaal Beraad voor arbeidsmarktregio. Onderdeel daarvan is dat er na 2025 gewerkt gaat worden vanuit een nieuw meerjaren- en uitvoeringsplan. In 2025 zal dan ook een herijking van de opdracht van het Regionaal Beraad plaatsvinden en zal aan de hand daarvan vorm gegeven worden aan het uitvoeringsplan. 2025 staat dan ook in het teken van deze (door)ontwikkeling. In het derde kwartaal zal door het Werkbedrijf terug gekeken worden op het lopende jaar en naar de resultaten die (tot dan) zijn bereikt. Dit zal input gaan geven aan de nieuw op te stellen plannen vanaf 2026. Het nieuwe uitvoeringsplan zal conform wetgeving ter besluitvorming worden aangeboden aan het UWV en de colleges van de gemeenten in de arbeidsmarktregio. In de evaluatie wordt gekeken naar: - De in dit plan opgenomen beoogde (meetbare) resultaten over de speerpunten; - De speerpunten Uitvoering Toekomstagenda Werkbedrijf (zie 3.3); - De aandachtspunten vanuit de jaarlijkse werkgeverstevredenheidmonitor; - De regionale capaciteit/bezetting; - Nieuwe (regionale) opdrachten vanuit het rijk; - De (regionale) economische ontwikkelingen.

28

9. Governance 9.1 Regionale organisatie Arbeidsmarktregio Amersfoort is regionaal volgens onderstaand plaatje georganiseerd. Op bestuurlijk niveau zetten regiogemeenten, UWV, beroepsonderwijs, werkgevers-, werkgeversorganisaties en werknemersvertegenwoordigingen in samenwerking met SBB samen de lijnen uit. Op tactisch niveau zijn regiogemeenten, UWV, , werkgeversvertegenwoordiging, werknemersvertegenwoordiging, het regionaal SW-bedrijf en SBB betrokken bij de aansturing van de gezamenlijke uitvoering in één regionaal werkcentrum waarin de verschillende regionale loketten opereren.

In 2025 zullen we ons regionaal gaan beraden op de huidige structuur zoals bestuurlijk, ambtelijk als in de regionale uitvoering (zie opdracht vanuit het rijk in hoofdstuk 2.1). De herijking op onze regionale opdracht zal daarbij leidend zijn op de structuur.

29

9.2 Personele bezetting Werkcentrum regio Amersfoort Voor 2025 is de volgende bezetting uitgangspunt (de personele inzet vanuit de sociale partners en het beroepsonderwijs in het werkcentrum is hierin nog niet opgenomen): Herkomst / functie Coördinatie werkcentrum* Gidsen gemeenten* Gidsen UWV Teamcoördinator werkgeversdienst-verlening gemeenten1 Operationeel manager UWV Accountmanagers/Jobhunt/Matcher gemeente Amersfoort en Leusden2 Jobhunt regionaal (2025)3 Accountmanagers/Jobhunt gemeente Baarn/Bunschoten/Soest Accountmanagers/Jobhunt gemeente Nijkerk Accountmanagers/Jobhunt gemeente Woudenberg Adviseurs werkgeversdiensten /Matcher UWV Loopbaanadvies UWV Administratieve ondersteuning4 SROI5 Webredactie/communicatie/organisatie events6 Totaal

in fte 2025 1,3 1,5 1,5 1,0

in fte 2024 1,3 1,5 1,4 1,0

0,6 13,2

0,6 12,3

2,1 2,8 1,3 0,3 10,6 1,0 1,02 2,0 1,3 41,52

1,5 2,8 1,3 0,3 10,75 1,7 1,02 1,2 1,2 39,87

*Over de invulling en structurele kostendekking worden in de eerste helft van 2025 nadere afspraken gemaakt bij de implementatie van de kamerbrief (zie 2.1) en wijziging van de structurele middelen voor de versterking van de arbeidsmarktregio van de centrumgemeente bij de meicirculaire 2025. Ook over de overige dekking vanuit deze versterkingsgelden zoals toegelicht bij de voetnoten hieronder geldt dat deze afspraken worden herijkt naar aanleiding van de kamerbrief en meicirculaire van 2025. 1 Hiervan komt 0,22 fte ten laste van versterkingsgelden arbeidsmarktregio, het overige van gemeente Amersfoort. 2 Hiervan komt 1 fte ten laste van de versterkingsgelden arbeidsmarktregio. 3 Zie 6.2.1 en 6.2.2 4 Hiervan komt 0,44 fte ten laste van versterkingsgelden arbeidsmarktregio, 0,42 fte administratie/secretariaat UWV, overige ten laste van gemeente Amersfoort. 5 Zie 7.3 6 Hiervan komt 0,67 fte ten laste van versterkingsgelden arbeidsmarktregio, over het meerdere moeten nog afspraken worden gemaakt naar aanleiding van de kamerbrief en meicirculaire 2025.

30

10. Financiën 10.1 Beschikbare structurele en incidentele middelen Het Werkbedrijf is een netwerkorganisatie zonder eigen begroting, de deelnemende partijen (gemeenten en UWV) leveren formatie voor de uitvoeringsorganisatie die voor rekening komen van de deelnemende partijen zelf. De gemeente Amersfoort ontvangt als centrum gemeente structureel en incidenteel regionale middelen voor de uitvoering van opdrachten voor de arbeidsmarktregio Amersfoort. Deze middelen zetten we in om onze (regionale) dienstverlening te versterken. Het betreft: - Versterkingsgelden arbeidsmarktregio (structureel) - Incidentele subsidies zoals Subsidie Perspectief op Werk, de decentralisatie-uitkering Dichterbij dan je denkt en de tijdelijke Coronamiddelen - (tot 1 januari 2025 aanvullende subsidies voor personele inzet door UWV en gemeenten binnen het Regionaal Mobiliteitsteam (RMT) en het Leerwerkloket) - Voor de periode tot en met 2026 middelen voor de inzet van een regionaal verbinder statushouders (zie 6.2.6) Versterkingsgelden arbeidsmarktregio Voor het versterken van de arbeidsmarktregio's heeft het Rijk in 2020 incidenteel en vanaf 2021 meerjarig (met een structurele intentie) geld beschikbaar gesteld aan de centrumgemeenten. Het doel van deze uitkering is het duurzaam ondersteunen en versterken van de regiefunctie van de centrumgemeente.

De centrumgemeente bepaalt samen met de relevante partners in de arbeidsmarktregio hoe de middelen worden ingezet. De regio’s ontvingen tot en met 2023 een bedrag van €400.000 per regio. Naar aanleiding van een evaluatie begin 2023 is deze uitkering gecontinueerd. Deze financiering zal in 2025 opgaan in financiering van de hervormde arbeidsmarktinfrastructuur vanaf 1-1-2026. Dit wordt pas door het Rijk geëffectueerd bij de meicirculaire van 2025. Het bedrag wordt dan verhoogd naar €650.000 per arbeidsmarktregio (hierin zit ongeveer €100.000 die voorheen onder voorwaarden als subsidie aan het regionaal Leerwerkloket werd verstrekt). In december 2020 heeft in het BO Werkbedrijf afstemming plaatsgevonden over de inzet van de middelen door de gemeente Amersfoort. Voor de jaren 2021-2024 heeft de gemeente Amersfoort deze middelen ingezet voor (structurele formatie voor): - Regievoering en ondersteuning/versterking regionale dienstverlening en communicatie (inzet 2 fte) - Versterking Leerwerkloket (inzet 1 fte) - Regievoering regionale aanpak jeugdwerkloosheid (inzet 0,33 fte) Voor de inzet en begroting voor 2025 is nu uitgegaan van het continueren van bovenstaande bezetting, uitgaande van de huidige structurele uitkering van €400.000.

Inzet saldo Perspectief op Werk/Dichterbij dan je denkt/Coronamiddelen Zoals beschreven in paragraaf 3.1 zijn in onze regio afspraken gemaakt op welke wijze we tot afspraken komen over de wijze waarop we tot besteding van incidentele middelen komen. In onze regio resteren nog middelen uit eerdere incidentele subsidies (het saldo dat eind 2024 resteert wordt geprognotiseerd op € 1,8 mln). Conform de doelstelling waarvoor deze middelen zijn verstrekt zal het Werkbedrijf deze middelen steeds inzetten voor extra (regionale) activiteiten voor de mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. In juli 2024 is in het BO Werkbedrijf ermee ingestemd om €300.000 uit deze reserve in te zetten voor het jaarplan 2025, aangevuld met €750.000 impulsbudget (te ontvangen bij de meicirculaire 2025).

31

Meicirculaire 2025 en overgangsjaar 2025 Toen de uitgangspunten voor de begroting van 2025 in juli 2024 werden besproken in het BO Werkbedrijf (zie vorige alinea) was nog niet exact bekend welke budgetten door het Rijk bij de meicirculaire 2025 beschikbaar zullen worden gesteld voor de arbeidsmarktregio Amersfoort. Dit betekent dat op dat moment is uitgegaan van een voorzichtige schatting van de impulsmiddelen ter hoogte van €750.000 en zijn we in de begroting van dit jaarplan werkgevers- en werkzoekendendienstverlening uitgegaan van dit beschikbare budget. We weten inmiddels dat het structurele budget (de versterkingsgelden arbeidsmarktregio voor de centrumgemeente) met ongeveer €200.000 zal worden opgehoogd bij de meicirculaire 2025 en dat de impulsmiddelen in 2025 €910.000 zullen bedragen (dus €160.000 meer dan waarvan is uitgegaan in onderstaande begroting). In dit jaarplan zijn nog geen afspraken gemaakt over deze verhogingen. Echter over de kostendekking van de inzet van de gidsen door de gemeenten (1,5 fte) en de kostendekking van de aansturing van het werkcentrum in 2025 zijn nog geen nadere afspraken gemaakt, noch over het eventueel inzetten van ontschot budget voor aanvullende dienstverlening in verband met het wegvallen van de RMT-budgetten.

In 2025 worden, voor zolang er nog geen afspraken zijn gemaakt over de definitieve invulling van de aansturing van het werkcentrum, de kosten voor de coördinatoren eenmalig gedekt uit de regionale reserve participatiegelden (hiertoe is een onttrekking uit deze reserve opgenomen in de begroting van de gemeente Amersfoort ter hoogte van €200.000). Vanaf 2026 moet de kostendekking van de aansturing van het werkcentrum structureel worden gemaakt. In 2025 is er geen RMT-budget (zogenaamd ontschot budget) meer voor aanvullende dienstverlening. In 2024 is dit vooral ingezet voor scholing (60%), loopbaancoaching (18%), werkfittrajecten (12%) en jobcoaching (5%). In 2025 zijn er op gebied van scholing voor inwoners in onze regio middelen via het werkcentrum beschikbaar door een subsidie van de provincie Utrecht en het Regionaal Talentfonds Utrecht. Dit betreft scholing binnen de prioritaire sectoren zoals ze in de regio Utrecht zijn onderscheiden. Hierdoor wordt een groot deel van het wegvallen van het RMTbudget opgevangen. Voor de andere aanvullende dienstverlening onderzoeken alle partners wat vanuit de primaire verantwoordelijkheid voor de eigen doelgroepen mogelijk is om het wegvallen van het RMT-budget voor aanvullende dienstverlening op te vangen. Is het mogelijk om dit anders, slimmer, al dan niet in gezamenlijkheid structureel vorm te geven.

Het impulsbudget is tijdelijk en door het Rijk niet bedoeld als oplossing van tekorten bij afzonderlijke partijen, maar voor het samen slimmer organiseren van de dienstverlening, aansluitend bij de vraag van de inwoner of werkgever. Dit is in lijn met de tot nu toe ontwikkelde samenwerking in het kader van het RMT en de gewenste doorontwikkeling van het werkcentrum; de vraag van de klant staat centraal en niet het belang van een uitvoerende partner. Mochten er voor de meicirculaire binnen onze gezamenlijke dienstverlening toch hiaten worden ondervonden dan is het mogelijk aanspraak te maken uit de middelen zoals opgenomen onder hoofdstuk 7.2. Na de meicirculaire 2025 zal besluitvorming worden voorbereid voor de budgetten die dan aanvullend beschikbaar komen en die nog niet zijn opgenomen in de begroting in 10.2. Het betreft €200.000 structurele middelen en €160.000 impulsmiddelen. Op dat moment worden de huidige uitgaven uit de versterkingsgelden arbeidsmarktregio (€400.000) ook heroverwogen, gezien de gewijzigde en aanvullende taken die bij de centrumgemeente zijn gelegd. In ieder geval gaat het om het borgen van de werkzaamheden ten behoeve van het regionaal beraad, de aansturing van het werkcentrum en inzet van gidsen, en de organisatie van alle evenementen en communicatie vanuit het werkcentrum.

Streven is om voor de zomer van 2025 hiertoe een voorstel te doen aan het BO Werkbedrijf. Omdat deze middelen via de centrumgemeente lopen, ligt het budgetrecht bij de gemeenteraad van Amersfoort, die uiteindelijk moet instemmen met het voorstel voor de aanwending van deze aanvullende middelen die lopende het begrotingsjaar pas beschikbaar komen. 32

10. 2 Begroting incidentele uitgaven 2025 Zoals toegelicht in voorgaande paragraaf is voor de begroting uitgegaan van €750.000 impulsmiddelen in 2025 en €300.000 onttrekking uit de regionale reserve participatiegelden. De kosten van de extra regionale activiteiten die in dit plan zijn opgenomen worden voor 2025 geraamd op: Paragraaf 4.2

4.3

5.5 6.2.1 en 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.5

6.2.6 7.1

7.2

7.3 Totaal

Omschrijving Inzet en activiteiten voor implementatie kamerbrief en doorontwikkeling Werkcentrum regio Amersfoort Alle PR, communicatie, events vanuit allesomvattende Werkcentrum regio Amersfoort Trainingen werkgevers: Werk Onbeperkt en Werk Onbegrensd Extra inzet doelgroep Banenafspraak Hoofdzaak}Werk Sollicitatievideo’s Extra inzet voor Leren en ontwikkelen: - Projectleider mbo Praktijkleren - Projectleider Ontwikkelpaden - Extra accountmanagement - Scholingsmiddelen mbo Praktijkleren - Subsidie voor werkgevers voor Taal op de werkvloer (zie 7.5) Pilots statushouders en asielzoekers Regiobrede toerusting trajectbegeleiders / adviseurs / accountmanagers werkgeversdienstverlening Pilots ontwikkeling instrumenten werkzoekenden- en werkgeversdienstverlening en voor het ondervangen van hiaten in de gezamenlijke dienstverlening Pilot regiobrede inzet en opvolging SROI

Geraamde kosten € 65.000

€ 70.000

€ 50.000 € 210.000 € 30.000 € 10.000 € 330.000

€ 100.000 € 20.000

€ 75.000

€ 90.000 € 1.050.000

33

Bijlage I Wet SUWI Naast de wens van gemeenten en het UWV om een gezamenlijke regionale werkgeversdienstverlening uit te voeren, geldt er ook een wettelijke verplichting om regionaal samen te werken binnen de 35 arbeidsmarktregio’s die Nederland telt. De arbeidsmarktregio Amersfoort is één van die 35 arbeidsmarkregio’s. De wettelijke verplichting om regionaal samen te werken is vastgelegd in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI). De wet SUWI draagt gemeenten en het UWV op om met een één gezicht naar werkgevers op te treden, waarbij zij gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor registratie van werkzoekenden en vacatures. In 2016 constateerde de Inspectie SZW in het rapport “Werk…aan de uitvoering” dat de uitvoering van de publieke werkgeversdienstverlening van de gemeenten en het UWV in de 35 arbeidsmarktregio’s nog niet overal goed van de grond komt. Dit was aanleiding voor de (toenmalige) staatsecretaris van SZW om de regelgeving van de wet SUWI op het vlak van samenwerking en werkgeversdienstverlening te actualiseren, met als doel de werkgeversdienstverlening en het matchen in de arbeidsmarktregio’s structureel te versterken. De wijziging heeft ervoor gezorgd dat de verplichting van arbeidsmarktregio’s om een gezamenlijke werkgeversdienstverlening vorm te geven en uit te voeren een stevige juridische basis heeft gekregen.

Per 1 januari 2021 zijn de volgende wijzigingen van toepassing: • Er moet één gezamenlijk aanspreekpunt - het WerkgeversServicepunt (WSP) - zijn voor werkgevers in de regio. • Er moet een uitvoeringsplan zijn voor de regionale werkgeversdienstverlening. • Gemeenten en het UWV moeten voor hun arbeidsmarktregio samen een ‘basispakket publieke werkgeversdienstverlening’ aanbieden. Dit betekent dat zij verplicht zijn om werkgevers: o passende kandidaten voor te dragen; o nazorg te leveren aan die kandidaten en werkgevers (zoals: vragen hoe de plaatsing bevalt en of er nog iets nodig is); o voorlichting en advies te geven over werkgeversinstrumenten en belastingvoordelen; o te adviseren over het organiseren van werk en het creëren van functies; o arbeidsmarktinformatie te bieden. • Gemeenten en het UWV moeten samen zorgen voor de monitoring van de kwaliteit van de werkgeversdienstverlening. Het uitvoeringsplan beschrijft hoe in de regio Amersfoort invulling gegeven wordt aan deze eisen.

34

Bijlage II Basispakket publieke werkgeversdienstverlening Passende kandidaten voordragen en ontsluiting kandidaten via systemen Voor de matching naar werk wordt door de gemeenten en UWV gewerkt in één gezamenlijk registratiesysteem van werkzoekendengegevens en werkgeversgegevens met als doel: 1. alle werkzoekenden bemiddelen vanuit één werkzoekendenbestand 2. alle werkgevers en vacatures in één bestand 3. alle werkzoekenden in beeld en op alle vacatures kunnen matchen 4. één gezamenlijk CRM systeem voor het accountbeheer Voorlichting en advies geven over werkgeversinstrumenten en belastingvoordelen Bij het invullen van vacatures zal de werkgeversdienstverlening de werkgever informeren over mogelijke belastingvoordelen. Ook kan in samenspraak met de gemeenten en UWV (die dit instrument dan inzetten) gebruik gemaakt worden van een aantal instrumenten: Proefplaatsing Tijdens een proefplaatsing werkt een inwoner met behoud van uitkering op proef bij een werkgever. De proefplaatsing kan voorafgaand aan een arbeidsovereenkomst worden ingezet als er onzekerheid bestaat of er wel echt een match is tussen werkgever en werknemer. Loonkostensubsidie Een loonkostensubsidie (LKS) wordt toegekend aan werkgevers ten behoeve van kandidaten met een verminderde arbeidsproductiviteit (loonwaarde), waardoor zij niet in staat zijn om 100% van het wettelijk minimumloon (WML) te verdienen.

De loonkostensubsidie is voor werkgevers bedoeld om productiviteitsverlies te compenseren. Werkvoorzieningen Werkvoorzieningen zijn voorzieningen die worden ingezet voor personen met een arbeidshandicap die de voorziening nodig hebben om te kunnen werken. Er zijn vier soorten werkvoorzieningen waarbij UWV of gemeente kunnen ondersteunen: vervoersvoorzieningen, aanpassingen werkplek, intermediaire voorzieningen (voor personen met een auditieve, visuele of motorische handicap) en jobcoaching (zie hieronder). Jobcoaching en begeleiding Een jobcoach ondersteund zowel de nieuwe werknemer als de werkgever op de werkvloer vanaf het moment van (proef)plaatsing. De jobcoach houdt daarbij ook aandacht voor de ontwikkeling van de werknemer. Inzet experts De werkgeversdienstverlening kan experts inzetten om arbeidsdeskundig advies te geven in relatie tot werkvoorzieningen en experts die loonwaardemetingen kunnen verrichten. Verder heeft onze werkgeversdienstverlening de beschikking over experts die in staat zijn om bedrijfsadviezen te geven aan werkgevers over welke stappen zij dienen te doorlopen om een inclusieve bedrijfsorganisatie te worden.

35

Scholing Leven Lang Leren Krediet Bij DUO kunnen inwoners tussen 30 en 55 jaar onder bepaalde voorwaarden geld lenen om het collegegeld of lesgeld te betalen voor een universitaire, HBO- of MBO opleiding, wanneer er geen recht meer is op reguliere studiefinanciering (lening, aanvullende beurs en/of reisproduct). Scholingsbudget WW met baanintentie/garantie Inwoners met een WW-uitkering kunnen een opleiding volgen die leidt tot een landelijk of regionaal beroep met moeilijk vervulbare vacatures. In sommige gevallen kan het budget ook benut worden als er afspraken met een werkgever worden gemaakt over een baanintentie of baangarantie. Belastingvoordelen Loonkostenvoordeel (LKV) Het loonkostenvoordeel betreft een premiekorting voor werkgevers om oudere werknemers of werknemers met een beperking in dienst te nemen. Lage inkomensvoordeel (LIV) Het lage inkomensvoordeel is bedoeld voor werkgevers die werknemers met een relatief laag loon in dienst nemen of hebben. Adviseren over het organiseren van werk en het creëren van functies De adviseur werkgeversdienstverlening of accountmanager gaan met de werkgever in gesprek over het creëren van baanmogelijkheden. Daarbij wordt met de werkgever meegedacht in het anders organiseren van werk, waarbij op basis van bestaande taken nieuwe functies worden gecreëerd die beter aansluiten bij het arbeidspotentieel.

Dit is een manier om de mismatch op de arbeidsmarkt te overbruggen. Daarnaast wordt er jobcarving toegepast, waarbij bestaande functies waar een vacature voor is zodanig aangepast worden dat deze passend wordt voor de kandidaten die er zijn. Arbeidsmarktinformatie bieden Om richting te geven aan de regionale werkgeversbenadering is het belangrijk dat onze werkgeversdienstverlening beschikt over betrouwbare en actuele feiten en cijfers. Het UWV levert hier een bijdrage aan door middel van zijn jaarlijkse publicatie Regio in Beeld3, trendrapportages4 over het aantal plaatsingen van inwoners met een arbeidsbeperking en verschillende dashboards5. Het UWV geeft extra arbeidsmarktinformatie6 over kanssectoren. Vanuit de marktbewerking analyseert onze werkgeversdienstverlening binnen de brancheteams het werkzoekendenbestand. Bovendien wordt gemonitord op relevante wet- en regelgeving voor werkgevers en geeft hen waar nodig advies. Via een nieuwsbrief en via social media (zie 4.3) besteeden we7 aandacht aan de trends, actuele projecten en successen en is het een manier om activiteiten en evenementen waarbij onze werkgeversdienstverlening betrokken is, onder de aandacht te brengen.

3

Regio in Beeld 2024 (werk.nl) Trendrapportages (werk.nl) 5 Dashboards (werk.nl) 6 Arbeidsmarktinformatie (werk.nl) 7 https://www.wspregioamersfoort.nl en https://werkcentrumregioamersfoort.nl/ 4

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/3244/documents/61975