CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

7.c Afschrift 2024.07.23 Def. Beroepschrift bp Henschotermeer GUH.pdf

Raadscommissie 10 september 2024, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken16.198 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NO T A RI A A T

AANTEKENEN Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Postbus 20019 2500 EA Den Haag

M.W . Holtkamp en R.E. Helder Advocaten Archimedeslaan 61 Postbus 85005 3508 AA Utrecht

Tevens per e-mail: bestuursrechtspraak.veiligmailen@raadvanstate.n1 Utrecht, 23 juli 2024 Onze referentie:

312015/52802199.2

Uw referentie:

202403976/2/R4

Betreft:

Bestemmingsplan Buitengebied, Henschotermeer

AANVULLEND BEROEPSCHRIFT Hoogedelgestreng College,

1

INLEIDING

1.1

O p 2 1 maart 2024 is door de gemeenteraad van de gemeente Woudenberg het bestemmingsplan 'Buitengebied, Henschotermeer' (hierna: 'het bestemmingsplan') vastgesteld.1 Namens onze client, de gemeenteraad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug (hierna: 'raad van GUH' of 'client'), hebben wij op 27 juni pro forma beroep ingesteld tegen vaststelling van dit bestemmingsplan.

1.2

Tegelijkertijd met het ingestelde beroep tegen het besluit tot vaststelling van het

1.3

De raad van GUH kan zich om verschillende redenen niet verenigen met de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan. Bij brief van 28 juni 2024 heeft uw Afdeling ons een termijn tot en met 26 juli 2024 gegeven om de gronden van het beroepschrift aan te vullen. In deze brief treft u de gronden van beroep aan.

1.4

Hierna zal in hoofdstuk 2 kort de situatie rond het Henschotermeer worden geschetst als

bestemmingsplan, is een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij uw Afdeling. Daarin is verzocht om een schorsing van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan totdat op het beroep is beslist.

bovenlokaal recreatiegebied. In hoofdstuk 3-5 wordt ingegaan op afspraken tussen de provincie Utrecht (hierna: 'provincie'), beide gemeenten en de eigenaar van het gebied over het beheer en de exploitatie van het Henschotermeer en het natuurbelang, evenals de strijdigheid van het

voorliggende plan met deze afspraken. In de hoofdstukken 6-13 worden de overige

1 Genneenteblad Woudenberg 2024, 229432.

Van Benthem & Keulen B.V. is gevestigd te Utrecht en staat ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel onder nummer 30241317. Uitsluitend Van Benthem & Keulen B.V. geldt als opdrachtnemer. Op haar dienstverlening zijn algemene voorwaarden van toepassing, waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen. De algemene voorwaarden zijn te raadplegen via www.vbk.n1 en worden op verzoek kosteloos toegezonden.

VAN BENTHEM & KEULEN A DV O CA T E N

I

NOTARIAAT

beroepsgronden nader uiteengezet. Het beroepschrift wordt afgesloten met het verzoek aan uw Afdeling om het bestreden besluit te vernietigen.

INHOUD 1 2 3

4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14

lnleiding ...................................................................................................................................... 1 Situatieschets Henschotermeer .................................................................................................2 In strijd met (interbestuurlijke) afspraken ligt er geen integrale beoordeling aan het plan ten grondslag ....................................................................................................................................4 De planbegrenzing is in strijd met een goede ruimtelijke ordening ............................................9 De aanwezige natuurwaarden in het gebied worden te weinig beschermd .............................10 Strijd met interim omgevingsverordening .................................................................................13 De behoefte aan de ontwikkelingen is niet aangetoond ...........................................................14 De mogelijkheden voor horeca tot en met categorie 2 zijn veel te ruim ..................................15 De parkeereffecten zijn niet zorgvuldig beoordeeld .................................................................

17 De verkeersgevolgen zijn niet zorgvuldig beoordeeld ..............................................................20 Er wordt veel meer bebouwing toegestaan dan is beoogd ......................................................21 De regeling van evenementen voldoet niet ..............................................................................23 Overige gebreken in de planregeling .......................................................................................24 Conclusie ..................................................................................................................................25

2

SITUATIESCHETS HENSCHOTERMEER Achtergrond

2.1

Het Henschotermeer is een bijzonder mooi gelegen bos- en recreatiegebied in het hart van de Utrechtse heuvelrug. Het is een van de populairste dagrecreatieve gebieden in de provincie Utrecht, met een jaarlijks bezoekersaantal van circa 300.000 in 2015 en dat aantal is gegroeid naar zo'n 400.000 bezoekers in 2021.

2.2

Een andere kenmerkende eigenschap van het Henschotermeer is dat het gedeeltelijk in de gemeente Woudenberg is gelegen en gedeeltelijk in de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Het zuidelijk deel van het plan (-40%) is gelegen op het grondgebied van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, terwijI het noordelijk deel (-60%) in de gemeente Woudberg ligt.

2.3

Als gevolg van de ligging van het Henschotermeer, hebben de gemeenten Woudenberg en Utrechtse Heuvelrug altijd constructief overleg gevoerd over de activiteiten rondonn het Henschotermeer. De effecten van de activiteiten hebben namelijk invloed op het grondgebied van beide gemeenten.

2.4

Voor een overzicht van het gebied is 'figuur 2' van pagina 13 van de plantoelichting aangevuld met (globaal) de belangrijkste parkeervoorzieningen, wegen en omliggende recreatiebedrijven:

312015/52802199.2

2/25

VAN BENTHEM & KEULEN A DV O CA T E N

NOTARIAAT

N224

Ontwikkelingen Henschotermeer Oktotsct 2022

tan F

13 .

7

.. . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . ... . ... .. .. . vs .

........ ....

VS

two. von orookicix ip<4.1

MIABISOKwet1,42.840.rat IA'.

rkut

spAitlitr....

taartsrepars,...xaa,* ..esma•

2.5

Deze afstemming over activiteiten rondom het Henschotermeer vond — en vindt — in gezannenlijk overleg met de eigenaar van het gebied plaats, Landgoed Den Treek Henschoten N.V. (hierna: 'de eigenaar'). Tot de opheffing van het recreatieschap per 1 januari 2018 was de exploitatie van het Henschotermeer in handen van het Recreatieschap Utrechtse Heuvelrug, Vallei- en Kromnne Rijngebied.

2.6

Toen de exploitatie door het recreatieschap stopte, hebben de provincie Utrecht, de gemeente Woudenberg, de gemeente Utrechtse Heuvelrug en de eigenaar afspraken gemaakt in een 'Samenwerkingsovereenkomst projectgebied Henschotermeer' (hierna: 'samenwerkingsovereenkonnst') en het 'Ontwikkelkader Henschotermeer' (hierna: 'het ontwikkelkader'). Mooi Meer B.V. is de huidige exploitant. Deze exploitant is tevens eigenaar van het nabijgelegen vakantiepark de Heigraaf.

2.7

Naar aanleiding van plannen van de huidige exploitant, heeft de gemeente Woudenberg besloten om voorliggend bestemmingsplan vast te stellen. Het bestemmingsplan

2.8

Het bestreden besluit heeft uitsluitend betrekking op het deel van het Henschotermeer dat gelegen is op het grondgebied van de gemeente Woudenberg. Uit de plantoelichting blijkt het voornemen van de huidige exploitant onn te investeren in de ondersteunende recreatieve voorzieningen bij het meer.

312015/52802199.2

3/25

VAN BENTHEM & KEULEN A DV O CA T E N

I

NOTARIAAT

2.9

Het doel van de beoogde investeringen is het recreatiegebied te behouden en te versterken als aantrekkelijke en financieel gezonde recreatie hub in de regio, op basis van een duurzame en functionele invulling van het terrein.

2.10

Verder bestaat de wens om de faciliteiten te bieden die bijdragen aan seizoensverlenging en die niet mogen leiden tot een verhoging van de piekbelastingmomenten, om op die manier een betere en een meer geleidelijke uitstroom van recreanten te realiseren. Daarmee zou de verkeersoverlast worden beperkt.

2.11

In dit kader maakt het bestemmingsplan de realisatie van een zelfstandige (jaarronde)

2.12

horecavoorziening aan de oostzijde van het Henschotermeer mogelijk.

Daarnaast volgt uit het bestemmingsplan en de plantoelichting dat de bestaande strandhoreca

aan de westzijde jaarrond zal worden uitgebreid. Verder zal een bestaande kiosk worden vernieuwd tot expositieruimte met uitkijktoren, welke onderdak zal bieden aan culturele en educatieve dagrecreatieve doeleinden.

2.13

Ook wordt in de plantoelichting gewezen op de 'Schaapskooi', gelegen op gemeentelijk

3

IN STRIJD MET (INTERBESTUURLIJKE) AFSPRAKEN LIGT ER GEEN INTEGRALE BEOORDELING AAN HET PLAN TEN GRONDSLAG

3.1

Het bestemmingsplan bevat ten onrechte geen integrale benadering van het gebied. Niet alleen was dit uit het oogpunt van parkeren, verkeer en natuur noodzakelijk geweest, het ontbreken hiervan is ook in strijd met de geldende interbestuurlijke afspraken. In de plantoelichting wordt in het kader van de voorliggende plannen nneerdere keren gerefereerd aan een samenwerkingsovereenkomst tussen de provincie, beide genneenten en de eigenaar van het gebied. Voor een beter begrip van de beroepsgronden van de raad van GUH, is het van belang

grondgebied van de Utrechtse Heuvelrug. Deze Schaapskooi zal dienen als multifunctioneel gebouw conform het aldaar geldende bestemmingsplan.' Dit gebouw is dus niet meegenomen in het voorliggende bestemmingsplan.

om in hoofdstuk 3 eerst nader in te gaan op deze samenwerkingsovereenkomst en de strijdigheid van het voorliggende plan met de hierin gemaakte afspraken.

Samenwerkingsovereenkomst 3.2

ben de exploitatie door het recreatieschap stopte is een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen de provincie, beide gemeenten en de eigenaar van het gebied. Met deze samenwerkingsovereenkomst werd het eerder vastgestelde ontwikkelkader bekrachtigd en nader ingevuld.

3.3

In artikel 1 van de samenwerkingsovereenkomst is de visie op het Henschotermeer weergegeven:

"1.1 Partijen willen het projectgebied ontwikkelen tot een financieel gezond

recreatieterrein in de regio, op basis van een duurzame en functionele invulling van het terrein, waarbij private partners de ruimte wordt geboden te ondememen; 1.2 Het terrein blUft openbaar toegankelijk voor bezoekers, maar niet per definitie gratis; 1.3 De huidige uitstraling van het meer en boslandschap blifft behouden."

312015/52802199.2

4/25

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

3.4

NOTARIAAT

In artikel 3 van de samenwerkingsovereenkonnst is opgenomen dat ontwikkelingen rondom het Henschotermeer uitsluitend zijn toegestaan als dit bijdraagt aan de duurzame instandhouding van het Henschotermeer en noodzakelijk is voor een rendabele business case. "Partijen spannen zich over en weer in om: 3.1 De (gewenste) ontwikkelingen in het gebied integraal af te wegen, dat wil zeggen: rekening houdend met in ieder geval de omliggende verblijfsrecreatieterreinen, de natuurkwaliteit, de recreatiebedrijven en functies in de omgeving, de zonering van de Heuvelrug; 3.2. Positief en welwillend te staan tegenover ontwikkelingen op en rond projectgebied Henschotermeer, binnen de bestaande wet- en regelgeving, en zo mogelijk ook daarbuiten (door aanpassing) wanneer dit bijdraagt aan de duurzame instandhouding en rendabele business case. [..]"

3.5

In artikel 5 van de samenwerkingsovereenkomst is over de uitwerking van de afspraken opgenomen:

"5.1 Gezien de ligging van het projectgebied Henschotermeer in twee gemeenten, de voorkeur voor een integrale afweging, de bovenregionale functie en het bovenlokaal belang van het projectgebied dient in de uitwerking het planologisch kader een integrale ruimtelijke onderbouwing te bevatten. Het in te zetten planologisch instrument wordt gekozen op basis van deze integrale onderbouwing. Hierbij kan de keuze worden gemaakt voor een provinciaal inpassingsplan als aftematief voor een (gezamenlijk) bestemmingsplan en/of projectbesluiten." Ontwikkelkader 3.6

Het ontwikkelkader is als bijlage 1 bij de plantoelichting toegevoegd. In het ontwikkelkader2 is een duidelijke taakonnschrijving voor de (nieuwe) exploitant opgenomen met betrekking tot het Henschotermeer: • De nieuwe exploitant wordt verantwoordelijk voor de (recreatieve) ontwikkeling, het onderhoud en het beheer van het terrein. ° Een nieuwe exploitant wordt geacht een rendabele exploitatie te presenteren en realiseren zonder

enige vorm van overheidsbijdragen. Betrokken partijen kiezen er dan ook voor geen uitgebreid eisenen wensenpakket op te leggen aan de nieuwe exploitant, maar hier zoveel mogelijk flexibiliteit in open

te laten voor de ondernemer.

3.7

In het hoofdstuk 'Algemene kaders Programma van eisen en wensen' van het ontwikkelkader zijn onder andere de volgende eisen opgenomen:

2 'Ontwikkelkader Henschotermeer', pagina 15.

312015/52802199.2

5/25

VAN BENTHEM & KEULEN A DV O CA T E N

•

I

NOTARIAAT

Een belangrijk uitgangspunt is dat mogelijke nieuwe functies in het gebied vooral aanvullend moeten zijn aan de bestaande verblijfsrecreatie direct rondom het meer.

• Nieuwe activiteiten op en rondom het Henschotermeer mogen niet leiden tot verhoging van de piekbelastingsmomenten (zie bijlage), maar dienen bij te dragen aan seizoensverlenging. 3.8

En over de mogelijkheden voor een duurzaam rendabele exploitatie is op pagina 16 en 17 opgenomen: • Bezoek en gebruik van het Henschotermeer is momenteel gratis (met uitzondering van verhuur voor

evenementen etc.). Om een duurzaam rendabele exploitatie te genereren is het de nieuwe exploitant toegestaan een bijdrage te introduceren van badgasten cq. partijen die commercieel belang hebben

bij gebruik van het meer. Deze mogelijkheid tot het heffen van een bijdrage kan voor het geheel of voor een deel van het gebied gelden.

Momenteel geldt dat het gebied toegankelijk is tussen zonsopgang en —ondergang. Voor een nieuwe exploitant zullen slechts enkele beperkingen worden opgelegd aan de toegankelijkheid. Toegankelijkheid na zonsondergang is beperkt tot bestemmingsverkeer gekoppeld aan de activiteiten van de exploitant. Uitzonderingen hierop is te verkrijgen na toestemming van landgoed DTH en een ontheffing bij de gemeente (Woudenberg). Nadrukkelijk gelden er vanuit het vigerend bestemmingsplankader wel beperkingen gekoppeld aan het toegestane soon activiteiten en functies (zie deel II van dit ontwikkelkader). • Er is sprake van betaald parkeren op de parkeerplaatsen direct aan en rondom het meer. Het staat de nieuwe

exploitant vrij om de hoogte van de parkeertarieven te bepalen.

3.9

Op pagina 19 komt nog een keer terug dat er geen verhoging van de piekbelasting moet plaatsvinden: • Er dient aantoonbaar geen intentionele verhoging plaats te vinden van de piekbelasting van bezoekers. Bij te

grote drukte op piekmomenten dient vanuit overwegingen rondom openbare orde en veiligheid verdere toegang tot het gebied geweigerd te worden.

3.10

Op

pagina

29

van

het

ontwikkelkader

is

ten

slotte

het

volgende

opgenomen:

Op basis van de Structuurvisie 2030 Woudenberg en het bestemmingsplan is de gemeente Woudenberg

bereid om het bestemmingsplan zodanig aan te passen dat de beschikbare vierkante meters voor ontwikkeling worden verplaatst van de Heygraaf naar percelen nabij het meer. De gemeente is bereid om het bestemmingsplan aan te passen om additionele ontwikkelruimte op te nemen die niet concurrerend is ten opzichte van de al vergunde ontwikkelruimte in het bestaande bestemmingsplan, mits wordt voldaan aan het programma van eisen en wensen (zie deel I ontwikkelkader).

Gemeenteraad Woudenberg acht zich gebonden aan de samenwerkingsovereenkomst en het ontwikkelkader 3.11

Uit paragraaf 3.4 van de plantoelichting en bijvoorbeeld ook het raadsvoorstel volgt dat het gemeentebestuur van Woudenberg zich gehouden acht om binnen de kaders van het ontwikkelkader en de sannenwerkingsovereenkomst te blijven. Zo staat op pagina 2 van het raadsvoorstel:

312015/52802199.2

6/25

VAN BENTHEM & KEULEN A DV O CA T E N

I

NOTARIAAT

Beoogd resultaat (wat) Toekornst gericht maken en instant houden van het dagrecreatieterrein het Henschotermeer, passend in de uitgangspunten van het Ontwikkelkader. Kader

Bestemmingsplan Buitengebied 2010/2013, Structuurvisie Woudenberg 2030, Pnovinciale interim omgevingsverordening, POVI, Ontwikkelkader Henschotermeer, samenwerkingsafspraken en overige wet- en regelgeving. Ten onrechte geen integrale beoordeling uitgevoerd

3.12

De raad van GUH wenst voorop te stellen dat de huidige wijze van planvorming niet strookt met het gemeenschappelijke karakter van het Henschotermeer en de gemaakte afspraken. In artikel 5.1 van de samenwerkingsovereenkomst staat immers klip en klaar dat voor de uitwerking van

de plannen voor een integrale ruimtelijke onderbouwing moet worden gezorgd en is het

provinciaal inpassingsplan of een gezamenlijk bestemnningsplan het in te zetten planologisch instrument. Deze afspraken worden niet nagekomen. Dit is ten onrechte niet onderkend door de raad van Woudenberg, dit terwijI men zich gebonden acht aan de samenwerkingsafspraken.

3.13

Sterker nog, de raad van GUH is in het geheel niet betrokken in de planvorming. Zelfs als de (bindende) afspraken uit de samenwerkingsovereenkomst zouden worden weggedacht is het

onduidelijk waarom niet is gekozen voor een integrale ruimtelijke onderbouwing die dan gebruikt kan worden als kader voor het gehele gebied. De ruimtelijke effecten van het

voorliggende plan zijn immers ook genneentegrens overstijgend (een en ander wordt verder in

dit beroepschrift uitgewerkt). De gemeenteraad was zich van dit overstijgende karakter overigens ook bewust gelet op artikel 3.4 onder d van de planregels: hier wordt als het inrichtingsgebied van het Henschotermeer gesproken over Utrechtse Heuvelrug (Maarn) en Woudenberg. 3.14

De gemeenteraad van Woudenberg heeft de afspraken uit de samenwerkingsovereenkomst en het ontwikkelkader, en ook de belangen van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, bovendien

onvoldoende betrokken in de planvorming. Daarmee is het besluit tot vaststelling van dit bestemnningsplan in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en is er geen goede belangenafweging uitgevoerd. 3.15

Het plan is bovendien in strijd met een goede ruimtelijke ordening, omdat de ruimtelijke effecten van het plan ten aanzien van effecten die op gronden van de Utrechtse Heuvelrug optreden niet, althans onvoldoende, zijn betrokken in de besluitvorming. Er is ten onrechte niet onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen noodzakelijk zijn voor

een duurzame exploitatie

3.16

Volgens de raad van GUH blijkt uit de gemaakte afspraken dat nieuwe ontwikkelingen rondom het Henschotermeer enkel zijn toegestaan, indien deze ontwikkelingen bijdragen aan een duurzame instandhouding van het Henschotermeer en noodzakelijk zijn voor een rendabele business case. lmmers, op meerdere plaatsen in het ontwikkelkader is opgenomen dat er geen verhoging van de piekbelasting van bezoekers mag optreden. Bij de mogelijkheden voor de exploitant heeft het ontwikkelkader vooral gedacht aan een bijdrage vragen van badgasten en

312015/52802199.2

7/25

VAN BENTHEM & KEULEN A DV O CA T E N

I

NOTARIAAT

het bepalen van de hoogte van de parkeertarieven (zie artikel samenwerkingsovereenkomst of pagina 16 en 17 van het ontwikkelkader). 3.17

1

van

de

In de plantoelichting wordt — ten aanzien van de realisatie van een restaurant — het volgende opgemerkt3: "Behalve dagrecreanten, kunnen ook andere bezoekers gebruik maken van deze horeca. (...).

Een en ander zal bijdragen aan een gezonde en meer duurzame exploitatie van het meer nu het meer zo aantrekkelijk wordt voor andere doelgroepen en in andere seizoenen." 3.18

Kennelijk is de realisatie van een grootschalig restaurant noodzakelijk voor de exploitatie van het Henschotermeer. In de plantoelichting wordt echter op geen enkele wijze onderbouwd waarom (onder meer) de realisatie van een restaurant noodzakelijk is voor de (recreatieve) ontwikkeling, het onderhoud en het beheer van het terrein. Ook zijn zonder toelichting de toegankelijkheidsbeperkingen van de dagrecreatieve functie (het gebied is toegankelijk tussen

zonsopgang en zonsondergang) voor het nieuwe restaurant losgelaten. Dit is niet in

overeenstemming met pagina 17 van het ontwikkelkader, waarin immers de dagrecreatieve

functie gehandhaafd blijft en de toegankelijkheid na zonsondergang wordt beperkt tot bestemmingsverkeer.

3.19

Bovendien volgt uit het plan dat de bestaande horeca aan de westzijde ook wordt uitgebreid en vernieuwd. De noodzakelijkheid hiervan wordt ook niet onderbouwd. Daarnaast is op geen enkele wijze inzichtelijk gemaakt welke inkomsten momenteel worden gegenereerd uit het betaald parkeren ter plaatse en de reeds aanwezige horeca.

3.20

Kortom: in de plantoelichting is weliswaar opgemerkt dat de nieuwe ontwikkelingen noodzakelijk zijn voor een duurzame exploitatie van het Henschotermeer, maar dit wordt op geen enkele

wijze onderbouwd. Dat is in strijd met de afspraken welke zijn gemaakt tussen beide

genneenten, de provincie en de eigenaar van het gebied. 3.21

Daarbij merkt de raad van GUH op dat er een alternatief plan is opgesteld door verschillende partijen om tot een rendabele exploitatie te komen. In dit plan is onder meer onderzoek gedaan naar gegenereerde inkomsten uit entree- en parkeergelden. Volgens dit plan is de realisatie van een restaurant niet noodzakelijk om tot een rendabele exploitatie van het gebied te komen (zie bijlage 1).

Ten onrechte heeft er geen uitwisseling plaatsgevonden met plancapaciteit van De Heigraaf

3.22

Op pagina 29 van het ontwikkelkader is opgenomen dat de gemeente Woudenberg bereid is om het bestennmingsplan zodanig aan te passen dat beschikbare vierkante meters voor nieuwe bebouwing worden verplaatst van de Heigraaf naar percelen nabij het meer. Echter, dat het moest gaan om een verplaatsing van vierkante meters bebouwing lijkt vervolgens vergeten te

3 Plantoelichting, paragraaf 4.2.1 'Restaurant'.

312015/52802199.2

8/25

VAN BENTHEM & KEULEN A DV O CA T E N

NO T A RI A A T

zijn door de gemeente Woudenberg. In het bestreden besluit wordt er in ieder geval nergens gesproken over de afspraak. 3.23

Er lijkt sowieso weinig reden om te kunnen aannemen dat er op enig moment sprake is geweest van een sanering/uitwisseling van ontwikkelmogelijkheden met vakantiepark de Heigraaf. Immers, in 2021 is het wijzigingsplan De Heigraaf vastgesteld door het college van B&W van Woudenberg.4 Dit wijzigingsplan wijzigde gronden naast vakantiepark de Heigraaf met de

bestemming 'agrarisch met waarden — landschapswaarde — relief' in een bestemming 'Recreatie — Verblijfsrecreatie'. Concreet werden er maximaal 270 staanplaatsen en/of recreatiewoningen extra toegestaan. In zoverre kan er dus alleen gesproken worden van een verdere verstening van het gebied, terwijI dit uitdrukkelijk niet de bedoeling is geweest in het ontwikkelkader. Tussenconclusie

3.24

Aldus is het bestemmingsplan in strijd met het ontwikkelkader en de samenwerkingsovereenkomst vastgesteld. Er is geen sprake van een integrale ruimtelijke onderbouwing, noch van een gezamenlijk (inpassings)plan. Het bestreden besluit gaat voorts verder dan noodzakelijk om tot een rendabele exploitatie van het Henschotermeer te komen en er is geen rekening gehouden met de met de gemaakte afspraak dat sprake zou zijn van een verplaatsing van ontwikkelnnogelijkheden. Op geen enkele wijze is in de plantoelichting onderbouwd waarom de beoogde activiteiten noodzakelijk zijn voor een rendabele exploitatie van het gebied, terwijI d it op grond van de afspraken wel is vereist. Bovendien zijn de belangen van de Utrechtse Heuvelrug, waar de ruimtelijke effecten van deze plannen voelbaar zijn, niet, althans onvoldoende, betrokken in de besluitvorming.

3.25

Het bestemmingsplan plan kan alleen al hieronn niet in stand blijven, nu het in strijd met het vereiste zorgvuldigheidsbeginsel is vastgesteld.

4

DE PLANBEGRENZING IS IN STRIJD MET EEN GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

4.1

Het is vaste jurisprudentie van uw Afdeling dat de raad beleidsruimte toekomt bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. Deze ruimte is echter niet zo groot dat de raad een begrenzing kan vaststellen die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.5 In deze specifieke situatie heeft de raad van Woudenberg een begrenzing vastgesteld in strijd met een goede ruimtelijke ordening.

4.2

Uit de plattegrond zoals opgenomen in hoofdstuk 2 volgt duidelijk het 'gemeente-overstijgende' karakter van het Henschotermeer. Zo ligt het zwaartepunt van de parkeerplaatsen (fiets en auto) op het grondgebied van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Voldoende capaciteit van

deze parkeerplaatsen is cruciaal om te kunnen spreken van een bestemming die in

overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Om de vraag te kunnen beantwoorden of de capaciteit voldoende is, is een beoordeling nodig die de genneentegrenzen overstijgt. En bovendien moeten daarbij dan ook de plannen van de exploitant en de directe omgeving op het 4 Identificatie NLIMR0.0351.WZheigraaf-Vg01

5 Raad van State 16 novennber 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3312

312015/52802199.2

9/25

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

NOTARIAAT

grondgebied van Utrechtse Heuvelrug worden betrokken. De aangekondigde ontwikkeling van 'de Schaapskooi' (een multifunctioneel gebouw) springt daarbij in het bijzonder in het oog. 4.3

Voor de verkeersafwikkeling — voor een belangrijk deel over grondgebied van de Utrechtse Heuvelrug — geldt grosso modo hetzelfde.

4.4

Het is dan ook onduidelijk waarom de gemeente Woudenberg niet heeft gekozen voor een gezamenlijke planologische aanpak van dit gebied.

4.5

In de praktijk wordt vaker gekozen voor een samenwerking met omliggende genneenten in het

geval een plan een gemeente-overstijgend effect heeft. Zo wordt bijvoorbeeld door de

genneenteraden van Zeist en GUH gezamenlijk een nieuw bestemmingsplan ontwikkeld voor het "Stationsgebied" Driebergen Zeist. Beide raden hebben gezamenlijk een plan van aanpak gemaakt en het plandeel voor hun grondgebied in beide raden vastgesteld. Hiermee kan letterlijk worden voorkomen dat een fietspad op het grondgebied van de een niet doorloopt op het grondgebied van de ander. De raad van Woudenberg had moeten inzien dat het bestreden besluit eenzelfde aanpak vergt en dat zonder een dergelijke aanpak de vaststelling van het plan in strijd zou zijn met een goede ruimtelijke ordening. 4.6

Bovendien geldt dat ook zonder de keuze voor een integrale aanpak ten aanzien van plannen rondom het Henschotermeer, de gemeente Woudenberg in ieder geval de ruimtelijke effecten

op het grondgebied van de gemeente Utrechtse Heuvelrug in de plannen had moeten betrekken. Dat heeft de gemeente ten onrechte nagelaten. Zoals in de hoofdstukken over natuur, parkeren en verkeer naar voren zal worden gebracht is de motivering in de plantoelichting daarvoor te kort door de bocht. Een en ander brengt mee dat de gemeenteraad

van Woudenberg onder de huidige onnstandigheden niet had mogen kiezen voor deze planbegrenzing en het plan daarmee niet had kunnen vaststellen.

5

DE AANWEZIGE NATUURWAARDEN IN HET GEBIED WORDEN TE WEINIG BESCHERMD Bijzonder mooi bos- en recreatiegebied

5.1

Het hoofdstuk 'Kenschets' in het ontwikkelkader Henschotermeer (p. 7) begint met de volgende opnnerking:

• Het Henschotermeer is een bijzonder mooi gelegen bos- en recreatiegebied in het hart van de Utrechtse Heuvelrug, gelegen tussen Utrecht/Zeist en Woudenberg/Leusden, ten zuiden van Amersfoort. 5.2

Ook in de samenwerkingsovereenkomst komt direct in artikel 1.3 naar voren dat de huidige uitstraling van het meer en boslandschap behouden moet blijven (zie randnummer 3.3 van dit aanvullend beroepschrift). Integrale benadering

5.3

Een en ander kan ook niet los worden gezien van de integrale benadering van natuurwaarden (ecologie en biodiversiteit) die terugkomt in een aantal (provinciale) beleidsstukken. Hierin

speelt een integrale gemeente overschrijdende 'gebiedsaanpak' een grote rol en deze beleidskaders zijn ook veelal in samenwerking met de gemeenten opgesteld, zoals de

312015/52802199.2

10/25

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

Bossenstrategie en de Samenwerkingsagenda van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Natuur 'ontsnipperen' is daarbij een terugkerend doel.

5.4

Voor het Henschotermeer is daarbij van belang dat het meer met het intensieve gebruik in de

dagperiode in de zomer aan de ene kant een barriere vormt bij het bevorderen van ecologie en biodiversiteit, maar dat het meer buiten het zomerseizoen rustig is en waar het jaarrond na zonsondergang rustig en donker is.

5.5

In dat licht kan het ook niet als een verrassing konnen dat

uit de provinciale natuurkwaliteit-biodiversiteit kaarten (2022) over aanwezige beschermde en aandacht vragende soorten, het Henschotermeer bijvoorbeeld hoog scoort (donkerste kleur) op de aanwezigheid van vleermuizen (zie uitsnede hiernaast). Onvoldoende bescherming in bestreden besluit

5.6

5.7

Volgens de gemeenteraad van GUH beschermt het

bestreden besluit onvoldoende de aanwezige natuur- en landschapswaarden van het gebied.

De plantoelichting volstaat met de opmerking dat het Natuurnetwerk Nederland langs het plangebied loopt, dat daar geen ontwikkelingen plaatsvinden en dat het NNN geen externe werking heeft. Maar vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening en de gemaakte afspraken in het ontwikkelder en de sannenwerkingsovereenkomst had de gemeenteraad van Woudenberg zelf moeten kiezen voor een sterker beschermingsniveau van de aanwezige natuurwaarden in het bestemmingsplan, zeker gezien de omvang van de ontwikkelingen die worden mogelijk gemaakt. Functieaanduiding "Natuur- en landschapswaarden" biedt te weinig bescherming

5.8

In artikel 3.1 onder e van de planregels is opgenomen dat gronden ter plaatse van de

aanduiding "natuur- en landschapswaarden" tevens voor behoud en herstel van de aanwezige natuur- en landschapswaarden zijn bestennd. Deze functieaanduiding geldt voor het hele plangebied. Vervolgens wordt deze aanduiding in de planregels verder alleen gekoppeld aan het in artikel 3.5 van de planregels opgenomen aanlegverbod voor werken of werkzaamheden

als het graven van water, het planten/verwijderen van bomen en het uitvoeren van grondbewerkingen. 5.9

Door alleen een vergunningenstelsel in het !even te roepen in het geval van ingrepen wordt onvoldoende zeker gesteld wat de aanwezige natuurwaarden zijn en hoe deze zich verhouden

tot de andere functies. Regels ten aanzien van de instandhouding van aanwezige natuurwaarden ontbreken derhalve.

5.10

Bijvoorbeeld ten aanzien van de aantrekkelijkheid van het gebied voor vleermuizen had er meer gedaan kunnen worden. Zo is algemeen bekend dat een aantal vleermuissoorten zeer gevoelig is voor kunstlicht en dat het plaatsen van verlichting met de verkeerde kleur het jachtgebied en

de vliegroutes ongeschikt kan maken. In de Actualisatie Natuuronderzoek Henschotermeer

312015/52802199.2

11/25

VAN BENTHEM & KEULEN A DV O CA T E N

NOTARIAAT

2023 wordt in dit kader alleen vermeld: "Binnen het ontwikkelingsplan wordt o.a. nagedacht welke verlichtingsmogelijkheden passend zijn em vliegroutes en foerageergebieden voor vleermuizen te ontzien." Dit citaat geeft goed de vrijblijvendheid weer en dat de planwetgever hier ten onrechte geen nadere invulling aan heeft gegeven. P4 ligt wel in het NNN en de mogelijk gemaakte ontwikkelingen zullen zorgen voor een intensiever gebruik van P4

5.11

Daarnaast gaat het bestreden besluit eraan voorbij dat parkeerplaats P4 wel degelijk in NNN gebied ligt. Ook dit parkeerterrein zal in ieder geval noodzakelijk zijn om in de parkeerbehoefte

te voorzien. Vanwege de nieuwe ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt, is het

aannemelijk dat dit parkeerterrein ook vaker in gebruik zal zijn. Zeker als daarbij in ogenschouw wordt genomen dat P4 ook tijdens evenementen wordt ingezet. Bovendien is in de planregels ook geen beperking gesteld in welke volgorde en voor welke functies de parkeerterreinen moeten worden ingezet.

5.12

In de plantoelichting en ook in de actualisatie van het natuuronderzoek uit 2023 gaat men hier ten onrechte aan voorbij. Het illustreert bovendien dat het een verkeerde keuze was cm niet te werken met een integrale ruimtelijke onderbouwing. Het zorgvuldigheidsbeginsel is met andere woorden geschonden. Onduidelijk welke houtopstanden er gekapt moeten worden voor de ontwikkelingen

5.13

In de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht ("Interim Omgevingsverordening", hierna: 10V) zijn regels opgenomen voor het vellen van houtopstanden. In artikel 4.3, eerste lid, van de Wnb is bepaald dat ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de rechthebbende zorgdraagt voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond. In artikel 4.5, eerste lid, van de Wnb is bepaald dat gedeputeerde staten hiervan ontheffing kunnen verlenen ten behoeve van herbeplanting op andere grond, indien de herbeplanting voldoet aan bij provinciale verordening gestelde regels. In paragraaf 6.2.2 van de 10V zijn nadere regels gesteld over het vellen van houtopstanden.

5.14

Uit bijvoorbeeld uw uitspraak van 24 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:249 volgt dat de

5.15

De plantoelichting en de daarbij behorende onderzoeken geven geen duidelijkheid of en zo ja hoeveel houtopstanden er moeten wijken em de ontwikkelingen die zijn voorzien mogelijk te maken. Het lijkt echter — gezien de locatie van de bouwvlakken — zeer aannemelijk dat er behoorlijk wat houtopstanden zullen moeten worden gekapt. Onndat de plantoelichting hier geen inzicht in geeft, kan ook de vraag niet worden beantwoord of er een herbeplantingsplicht geldt en of aan de regels kan worden voldaan die daarvoor gelden. Nu dat is nagelaten, heeft de raad van Woudenberg zich niet op het standpunt kunnen stellen dat de Wnb op dit punt niet

gemeenteraad, als hij met een bestennmingsplan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk nnaakt op gronden waar houtopstanden staan en voor die houtopstanden een herbeplantingsplicht geldt, moet onderzoeken of op voorhand meet worden ingezien dat niet aan de regels daarvoor uit de Wnb en de toepasselijke provinciale verordening kan worden voldaan.

312015/52802199.2

12/25

VAN BENTHEM & KEULEN A DV O CA T E N

I

NOTARIAAT

aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Het plan is in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid.

6

STRIJD MET INTERIM OMGEVINGSVERORDENING

6.1

De beoogde ontwikkelingen zijn in strijd met de 10V zoals deze luidde op 31 december 2023. Oude recht van toepassing

6.2

Van 6 september tot en met 17 oktober 2023 heeft het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. Op dat moment was de Omgevingswet nog niet in werking getreden. In artikel 4.6, tweede lid, van de lnvoeringswet Omgevingswet juncto artikel 1.7 van de Vangnetregeling Omgevingswet is (voor zover hier relevant) geregeld dat als vOor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een ontwerp ter inzage is gelegd van een bestennmingsplan het oude recht van toepassing blijft tot het besluit van kracht is.

6.3

De term "oud recht" moet volgens de memorie van toelichting van de lnvoeringswet

Omgevingswet een ruime uitleg krijgen. Zo is op pagina 448 van deze memorie van toelichting opgenomen:

"Met het oude recht wordt geduid op het recht, zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Bij concrete besluiten betreft dit het recht dat gold op het moment dat het besluit is genomen. Het oude recht omvat zowel inhoudelijke als procedurele bepalingen. Het omvat het recht op grond van de wetten die opgaan in de Omgevingswet, zoals de Wro, maar kan ook betrekking hebben op andere we (ten die van toepassing zijn,

zoals de Awb."

6.4

Dit brengt mee dat — ook al is nu de Omgevingswet in werking getreden — gedurende de rest van de procedure hierop het recht van toepassing blijft zoals dat gold op 31 december 2023. Dit geldt niet alleen voor de Wro, maar ook voor het Barro en de 10V Anders gezegd, het recht dat van toepassing is op (de rest van) deze bestemmingsplanprocedure is als het ware bevroren op 31 december 2023. Artikel 9.20 van de Interim Omgevingsverordening: bovenlokaal dagrecreatieterrein

6.5

Het terrein rondom het Henschotermeer is aangewezen als 'Bovenlokaal dagrecreatieterrein' in

de 10V. In de toelichting wordt het Henschotermeer als voorbeeld van een bovenlokaal dagrecreatieterrein genoemd.

6.6

Op grond van artikel 9.20 van de 10V geldt dat planregels, die betrekking hebben op een 'bovenlokaal dagrecreatieterrein', recreatief gerelateerde voorzieningen mogen toestaan, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Met name sub b en c van artikel 9.20 zijn hier van belang:

312015/52802199.2

13/25

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

NOTARIAAT

Artikel 9.20 Instructieregel bovenlokaal dagrecreatieterrein 1. In afwijking van artikel 9.2 Verstedelijkingsverbod landelijk gebied kan een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Sovenlokaal dagrecreatieterrein ten behoeve van de dagrecreatieve functie

2.

bestemmingen en regels bevatten die ontwikkeling van aan het recreatieve gebruik gerelateerde voorzieningen op bestaande bovenlokale dagrecreatieterreinen toestaan, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de recreatieve waarde van het gebied wordt versterkt; b. de voorzieningen zijn noodzakelijk voor de duurzame exploitatie van het bestaande bovenlokale dagrecreatieterrein; en c. de voorzieningen worden zo veel mogelijk op den plek geconcentreerd, op zodanige wijze dat nabij gelegen natuurgebieden worden ontzien. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.

6.7

Vanuit de provincie wordt daarmee de eis gesteld dat nieuwe ontwikkelingen noodzakelijk moeten zijn voor een duurzame exploitatie en dat de voorzieningen zoveel mogelijk op een plek worden geconcentreerd.

6.8

Met betrekking tot de noodzakelijkheidseis geldt dat in de plantoelichting een specifieke

toelichting ontbreekt waarom de — in het plan — opgenomen beoogde (extra) voorzieningen noodzakelijk zijn voor de duurzame exploitatie van het Henschotermeer. In de toelichting wordt alleen aangegeven dat het restaurant "zal bijdragen aan een gezonde en meer duurzame

exploitatie van het meer, nu het meer zo aantrekkelijk wordt voor andere doelgroepen en in andere seizoenen."6

6.9

Het is bovendien de vraag of nieuwe doelgroepen niet juist tot extra bezoekers zullen leiden, terwijI in de huidige situatie qua verkeersbewegingen al sprake is van overbelasting. In zoverre is geen sprake van een duurzame exploitatie.

6.10

Daarnaast geldt dat met de realisatie van een horecafunctie aan de oostzijde van het Henschoternneer, ook sprake is van strijd met artikel 9.20, lid 1 sub c van de 10V. Van een

concentratie van voorzieningen op een plek is namelijk geen sprake. Aan de westzijde van het Henschoternneer is al een bestaande horecafunctie aanwezig, welke horecafunctie op grond van het bestemmingsplan nog zal worden vergroot. De nieuwe expositieruimte op het eiland staat ook in contrast met de concentratiegedachte. Ook dit wordt niet gennotiveerd in de plantoelichting.

6.11

Kortom, naar mening van de raad van GUH voldoet het bestemmingsplan niet aan artikel 9.20 van de 10V en had het plan ook om die reden niet vastgesteld mogen worden.

7

DE BEHOEFTE AAN DE ONTWIKKELINGEN IS NIET AANGETOOND Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening

7.1

Op grond van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: 'Bro') moet een gemeenteraad in de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke

ontwikkeling mogelijk maakt buiten bestaand stedelijk gebied, de behoefte aan deze

voorgenomen ontwikkeling beschrijven. Daartoe nnoet inzichtelijk worden gemaakt dat het plan niet tot onnodig nieuw ruimtebeslag leidt en dat het plan niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien.

6 Paragraaf 2.4.1 van de plantoelichting.

312015/52802199.2

14/25

VAN BENTHEM & KEULEN A DV O CA T E N

I

NOTARIAAT

Plantoelichting

7.2

In paragraaf 3.1.2 van de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven dat de verruiming van de ondersteunende dagrecreatieve voorzieningen moeten worden beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Verder bevat deze paragraaf enkele stellingen dat de verruiming noodzakelijk is voor het realiseren van een kwaliteitsslag en het in stand kunnen houden van

voorzieningen en landschappelijke waarden in het gebied. Een verdere (cijfermatige) onderbouwing van bijvoorbeeld de behoefte aan het restaurant ontbreekt. De laddertoets is ondermaats 7.3

De raad van GUH is het met de raad van Woudenberg eens dat de mogelijkheden die het plan biedt, kwalificeren als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In het bijzonder vanwege de extra horecavoorziening(en) en de evenementenregeling. Beide zorgen immers voor een ruimtebeslag van meer dan 500 bvo.

7.4

Het bestreden besluit bevat geen onderbouwing die voldoet aan de eisen van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro. Immers, er is niet op objectieve wijze, aan de hand van voldoende actuele, concrete (cijfermatige) gegevens de behoefte aan de ontwikkeling beschreven. Laat staan dat de behoefte is afgewogen tegen het bestaande aanbod in de omgeving. In dit verband wordt verwezen naar uw overzichtsuitspraak van 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724. Gelet op het voorgaande heeft de raad van Woudenberg het plan vastgesteld in strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro en heeft de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

8

DE MOGELIJKHEDEN VOOR HORECA TOT EN MET CATEGORIE 2 ZIJN VEEL TE RUIM

8.1

In de plantoelichting is opgenomen dat het de bedoeling is om aan de oostzijde van het Henschoternneer nabij de hoofdentree en buiten de omheining een zelfstandige (jaarrond) horecavoorziening te realiseren als onderdeel van een nieuw op te richten centrumgebouw waar ook plaats is voor een overdekte speelruimte.

8.2

Voor deze functie is op de verbeelding een bouwvlak opgenomen van bijna 10.000 m2 en de functieaanduiding "horeca tot en met categorie 2". In artikel 3.1 onder f van de planregels is ten aanzien van deze functieaanduiding aangegeven dat hij is bedoeld voor horeca uit categorie 1 en/of 2 uit de Staat van Horeca-activiteiten die behoort bij de regels. In deze Staat van Horecaactiviteiten is als categorie 1 onder meer opgenomen een cafetaria, lunchroom, restaurant en

als categorie 2 een café, restaurant, maar ook een gelegenheid tot dansen: danscafe partycentrum en zaalverhuur.

8.3

In aanvulling op hetgeen eerder in dit aanvullend beroepschrift is opgenomen dat de behoefte aan de ontwikkelingen niet is aangetoond, geldt dat zich ook nog andere problemen voordoen. In plaats van 550 m2 wordt er 2.200 aan bed rijfsvloeroppervlakte toegestaan

8.4

In artikel 3.2.2 is voorzien in aparte bouwregels die gelden voor de functieaanduiding "horeca tot en met categorie 2". In dit kader is een maximale bebouwingsoppervlakte opgenomen van gebouwen en overkappingen van 550 m2 en 2 toegestane bovengronds gelegen bouwlagen.

312015/52802199.2

15/25

VAN BENTHEM & KEULEN A DV O CA T E N

1

NOTARIAAT

Maar omdat in artikel 9.1.1 van de planregels ook nog een ondergrondse bouwregeling is opgenomen voor bouwwerken die binnen een bouwvlak warden opgericht, kan er ter plaatse van de horecavoorziening oak nog twee verdiepingen ondergronds warden gerealiseerd. 8.5

Dit alles brengt mee dat de footprint van het gebouw weliswaar 550 m2 is, maar dat de bedriffsvloeroppervlakte (waarbij immers rekening moet warden gehouden met alle vier bouwlagen) veel grater is. De bedrijfsvloeroppervlakte die de planregels voor de zelfstandige horecavoorziening rechtstreeks mogelijk maken is daarmee 2.200 bvo. Nu de raad van

Woudenberg lijkt te hebben beoogd am een functie van 550 bvo toe te staan, zijn de planregels in strijd met de bedoeling van de raad tot stand gekomen. Een en ander natuurlijk nog los van het feit dat de ruimtelijke impact van een gebouw met een bvo van 2.200 ten onrechte niet is meegenomen in de onderzoeken naar parkeren en verkeer. Onduidelijk of terrassen zijn toegestaan

8.6

De planregels maken niet duidelijk of er terrassen zijn toegestaan bij de horecagelegenheden.

Dit geldt voor alle horecagelegenheden, maar zeker oak voor de gronden met de

functieaanduiding "horeca tot en met categorie 2". Eens te meer omdat de functieaanduiding zich uitstrekt over een ruim terrein van bijna 10.000 m2 kan het al dan niet toegelaten zijn van terrassen en daarmee de impact van deze zelfstandige horecafunctie veel betekenen voor de ruimtelijke uitstraling en effecten. De gemeenteraad van Woudenberg heeft hier ten onrechte geen rekening mee gehouden. Ten onrechte generieke uitzondering op dagrecreatieve bestemming gemaakt

8.7

In randnummer 3.18 van dit aanvullend beroepschrift is al aangegeven dat zonder toelichting de toegankelijkheidsbeperkingen van de dagrecreatieve functie (het gebied is toegankelijk tussen zonsopgang en zonsondergang) voor het nieuwe restaurant zijn losgelaten. Dit is niet in overeenstemming met het ontwikkelkader.

8.8

Bovendien zal het tot gevolg hebben dat de dagrecreatieve functie van de rest van het gebied heel lastig handhaafbaar wordt. lmmers, het lijkt erop dat de bezoekers van het restaurant gaan parkeren op dezelfde parkeerplaatsen als oak de dagrecreatieve functies, die zich grotendeels op het grondgebied van GUH bevinden. Daarmee zijn de verschillende bezoekersstromen niet

uit elkaar te halen. Oak het gegeven dat in de toelichting wordt gesteld dat de nieuwe

horecavoorziening "buiten de omheining" wordt gerealiseerd, is geen onderscheidend element

omdat dit geen publiekrechtelijke vertaling heeft gekregen in de planregels. Met andere

woorden, als de exploitant besluit am de omheining aan te passen, dan verzetten de planregels zich hier niet tegen en dan is er geen onderscheid meer tussen de dagrecreatieve functie van het gebied en het restaurant. De raad van Woudenberg heeft zich dit onvoldoende gerealiseerd. Gebruiksmogelijkheden zijn te ruim

8.9

De plantoelichting spreekt uit dat er ter plaatse een restaurant zou moeten komen (althans, het kopje van paragraaf 2.4.1 van de plantoelichting heeft dat als titel). Dit gaat eraan voorbij dat de Staat van Horeca-activiteiten oak horeca van categorie 2 in de vorm van een danscafe, partycentrum en zaalverhuur mogelijk maakt. De ruimtelijke effecten van deze rechtstreeks

312015/52802199.2

16/25

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

toegelaten vormen van horecavoorzieningen zijn echter van heel andere aard en zijn niet onderzocht. 8.10

Zo komt de locatie ter plaatse van de functieaanduiding "horeca tot en met categorie 2" ineens nadrukkelijk in beeld als gelegenheid voor bijvoorbeeld trouwfeesten. Dat het ook geen irreele gedachte is, blijkt wel uit het gegeven dat de exploitant van het gebied op dit moment het Henschotermeer (en zijn bestaande locaties aan de Heygraeff 9) al aanbiedt als trouwlocatie7:

Trouwen op het Henschotermeer Fitt Fleincliottonet ice,. Idniasiinn lie pick in,., die &mini n.nininrini ic Mei iiin

noiden. i Jill

inat {dig.- vihmi. de KAM,' en de Innlinilhelle 110nien

is

idealt 11,111e 10111

efeln011ie en, pl.nilligelf011,10111.s..

1.)ok ten lierrink i,nffel sainen mei de ilisgasten inlet i.Insinilend ten getellig feeNi in ten Nfeei,olle localie op loopaisiatid nun elkam E5

en Mien oin Cu gia.ag,00r in nun hei

1.1Iserell. We dela,ni w.f.; Did nuiiiu nice &omen ,,eiLelijklivid In latent ,Noiden'

Bekiik bier de mogelijkheden )

8.11

Naast een trouwfeest, wordt de locatie overigens ook aangeboden voor lasergamen in de bossen:8

LASERGAMEN IN DE BOSSEN Lasergamen Woudenberg? Dat kan en is zeker een aanrader als je op zoek bent naar een leuke activiteit voor een feestje.Zin in een leuke outdooractiviteit? Ga buiten lasergamen bij Gotcha Outdoor Lasergames! Wij hebben onze locatie op recreatiegebied Henschotermeer. Dit is immers centraal gelegen tussen Utrecht en Amersfoort. Vanzelfsprekend hebben wij daar de beschikking over een prachtig lasergame gebied. Spanning en fun verzekerd!

Tussenconclusie

8.12

Hiervoor is toegelicht dat de planregels voor het gebied dat is aangeduid met de

9

DE PARKEEREFFECTEN ZIJN NIET ZORGVULDIG BEOORDEELD

9.1

Het is vaste jurisprudentie van uw Afdeling dat een gemeenteraad in het kader van de

functieaanduiding "horeca tot en met categorie 2" veel ruimere mogelijkheden biedt dan waar de gemeenteraad van Woudenberg rekening mee lijkt te hebben gehouden in de onderbouwing van het plan. Het plan is daarom vastgesteld in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.

vaststelling van een bestemmingsplan moet beoordelen of zich een parkeertekort voordoet en in hoeverre door het plan mogelijk gemaakte nieuwe ontwikkelingen zich daartoe verhouden.

7 https://henschotermeer.nl/trouwen

8 https://vvww.gotcha.nu/lasergamen-woudenberg/

312015/52802199.2

17/25

VAN BENTHEM & KEULEN A DV O CA T E N

I

NO T A RI A A T

Bij het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen dient de raad uit te gaan van een representatieve invulling van het hetgeen ingevolge het plan planologisch maximaal mogelijk is. Zie bijvoorbeeld uw uitspraak van 9 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3235 (r.o. 12). Er is niet beoordeeld of zich (in de huidige situatie) een parkeertekort voordoet

9.2

Feitelijk komt de beoordeling die in de plantoelichting is gemaakt ten aanzien van parkeren erop neer dat er geen sprake kan zijn van een tekort doordat een digitaal parkeersysteem wordt gehanteerd. Bezoekers moeten zich digitaal aannnelden en hierdoor wordt overbelasting van de verkeers- en parkeerinfrastructuur voorkonnen.

9.3

Dit is als beoordeling niet voldoende. Uit de plantoelichting volgt Oberhaupt geen beoordeling van de bestaande parkeerplaatsen en het functioneren daarvan in de bestaande situatie en wordt ook geen rekening gehouden met het feit dat een groot deel van de parkeerplaatsen is

gelegen op grondgebied van de gemeente GUH. Maar ook om andere redenen is de beoordeling onvoldoende. 9.4

In de eerste plaats borgen de planregels niet dat dit digitale systeem door de exploitant gebruikt

moet worden. Mocht de exploitant morgen besluiten om te stoppen met het systeem van reserveren vooraf, dan kan daar niets van worden gezegd.

9.5

In de tweede plaats geldt dat het niet de ervaring is dat het toegangssysteem van de afgelopen jaren ervoor zorgt dat het aantal voertuigen wordt gemaximeerd. Mensen blijven ook bij voile parkeerplaatsen komen en parkeren — als blijkt dat daar geen plek meer is — in de berm langs de smalle weg naar Maarn. Dit zorgt voor gevaarlijke situaties en dit heeft er (ook in de zomer van 2023) nog voor gezorgd dat de politie op stranddagen oproepen moest doen om niet meer naar het Henschotermeer te komen.9

9.6

in de derde plaats is niet bekeken wat de (autonome) parkeervraag is van de nieuw mogelijk gemaakte ontwikkelingen. Sowieso is er geen rekening gehouden met een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden, nu in dit beroepschrift ook wordt aangegeven dat de bouwregels veel meer bvo aan voorzieningen mogelijk maken dan waar de gemeenteraad van Woudenberg vanuit lijkt te gaan.

9.7

Gelet op dit alles is de gegeven motivering onvoldoende. Er wordt ten onrechte gesteld dat de nieuwe ontwikkelingen geen extra parkeerbehoefte zouden meebrengen

9.8

in de mobiliteitstoets is ten aanzien van het verkeerseffect — en in verlengde daarvan het parkeereffect — van de nieuw mogelijke gemaakte voorzieningen aangegeven dat deze zullen

zorgen voor een spreiding van de piekintensiteit dan wel dat de ontwikkelingen geen/verwaarloosbaar extra verkeersbewegingen met zich brengen.

https://www.ad.nl/amersfoort/extreme-drukte-bij-henschotermeer-kom-niet-op-de-bonnefooi-met-deauto—a9304283/ 9

312015/52802199.2

18/25

VAN BENTHEM & KEULEN A DV O CA T E N

9.9

I

NOTARIAAT

Deze stelling gaat eraan voorbij dat er forse ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt — zie opnieuw ook de zeer ruime bouwmogelijkheden — die ook op een autonome manier (dus los van het meer) zullen worden gebruikt. Second opinion Mobycon: onderbouwing voor parkeren schiet tekort

9.10

Op verzoek van de gemeenteraad van GUH heeft onderzoeksbureau Mobycon naar het verkeer-en parkeeronderzoek van het bestreden besluit gekeken. De resultaten van hun beoordeling zijn opgenomen in de rapportage: 'Second opinion verkeer en parkeren bestemnningsplan 'Buitengebied Henschotermeer' (bijlage 2). Ten aanzien van de onderbouwing van de parkeereffecten schrijft Mobycon:

"Er wordt gesteld dat de piek in parkeervraag kan worden gereguleerd met het parkeersysteem, maar er wordt nergens een cijfermatig inzicht geboden in de te verwachten toename in parkeervraag en of hier voldoende parkeercapaciteit voor beschikbaar is. Ook wordt niet ingegaan op maatregelen die worden genomen om parkeeroverlast vlak voor het betaald parkeerterrein tegen te gaan. Er kan dus niet worden vastgesteld of vanuit het aspect parkeren sprake is van een goede ruimtelijke

ordening." 9.11

En ook hun conclusie is duidelijk: "Samengevat kan gesteld worden dat de onderbouwing van de aspecten 'verkeer' en parkeren' tekort schiet en er dus niet kan worden vastgesteld of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Met name de onderbouwing van de mate waarin de extra

functies extra verkeer en parkeervraag aantrekken, de mate waarin de parkeerfaciliteiten voldoende capaciteit hebben voor de extra parkeervraag en de manier waarop eventuele knelpunten in het verkeer of parkeren worden opgelost schieten te kort." De planregels over parkeren voldoen niet

9.12

Om meerdere redenen voldoen de planregels over parkeren niet:

•

•

Artikel 3.1 onder j van de planregels kent een specifieke functieaanduiding voor 'parkeren en ontsluiting', echter het artikel erna (dat overigens ook artikel 3.1 onder j heet) maakt ook parkeervoorzieningen (waaronder fietsenstallingen) mogelijk op bile gronden met de bestemming recreatie. Daarmee is het eerste artikel 3.1 onder j zinledig en zouden (worstcase) overal op gronden met de bestemming recreatie parkeervoorzieningen zijn toegestaan. Het lijkt de raad van GUH evident dat dit niet de bedoeling is. Artikel 3.4 onder d (specifieke gebruiksregels) van de planregels bevat een gebod op het beschikbaar hebben van 2.450 parkeerplaatsen. Onder de Wro kan er nog geen gebod worden opgenomen in planregels. Daarnaast is deze parkeerregel ook onvoldoende

omdat het bijvoorbeeld op geen manier verplicht tot het in stand houden van het

parkeermonitor systeem. Ook ziet deze regel alleen op parkeerplaatsen voor

personenwagens: voor fietsparkeren is op deze manier niets geregeld. Ten slotte geeft de regeling niet aan ten dienste van welke functies deze parkeerplaatsen beschikbaar

moeten zijn. De regeling van artikel 3.4 onder d van de planregels is eens te meer

312015/52802199.2

19/25

VAN BENTHEM & KEULEN A DV O CA T E N

I

NO T A RI A A T

onvoldoende als wordt bedacht dat de algemene regeling voor parkeren in artikel 8 van de planregels alleen van toepassing is wanneer er een onngevingsvergunning moet worden aangevraagd voor een bouw- of gebruiksactiviteit. Dit artikel reguleert het parkeren met andere woorden, maar zeer beperkt. 10

DE VERKEERSGEVOLGEN ZIJN NIET ZORGVULDIG BEOORDEELD

10.1

De verkeersgevolgen die het bestreden besluit zal hebben, zijn niet zorgvuldig beoordeeld. Daar was wet alle aanleiding voor omdat in 2019 al werd vastgesteld dat het kruispunt Zesterweg-De Heygraeff overbelast is (ook opgenomen in de "Update Mobiliteitstoets ontwikkelingen Henschotermeer").

10.2

In de 'Second opinion verkeer en parkeren bestemmingsplan 'Buitengebied Henschotermeer'

brengt Mobycon daarnaast ook een aantal duidelijke punten naar voren waarop het mobiliteitsonderzoek niet voldoet, deze worden hierna besproken.

Ten onrechte geen rekening gehouden met extra vraag nieuwe functies

10.3

Mobycon is kritisch op de stelling in het mobiliteitsonderzoek, dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt, dat de nieuwe functies geen extra bezoekers aantrekken. Mobycon zegt in dit kader: "Nieuwe functies hebben een latente vraag en trekken daardoor altijd extra verkeer aan,

waarbij ook nieuwe doelgroepen aangetrokken kunnen worden. Mensen die het

Henschotermeer op dit moment niet bezoeken, kunnen dat in de toekomst bijvoorbeeld wel gaan doen, omdat er dan (een beter) aanbod van horeca of andere voorzieningen is. Het onderzoek houdt hier geen rekening mee en brengt de gevolgen van dit extra verkeer dus niet in beeld. Er kan dus niet worden vastgesteld of vanuit het aspect verkeer sprake is van een goede ruimtelijke ordening." De toename in verkeer verschilt per onderzoek

10.4

Mobycon memoreert dat in de Aerius berekening van het bestreden besluit wordt uitgegaan van een toename van 500 voertuigen per etmaal, terwijI in het mobiliteitsonderzoek wordt uitgegaan van een toename van 100 tot 200 voertuigen. Een verklaring voor dit verschil is er niet. Bovendien schrijft Mobycon dat niet duidelijk is waar de aanname in het

mobiliteitsonderzoek op is gebaseerd dat het aantal verkeersbewegingen buiten het hoogseizoen stijgt en tijdens het hoogseizoen daalt.

Ontwikkelingen in directe omgeving zijn buiten beschouwing gelaten

10.5

Volgens Mobycon zijn in het bestreden besluit ten onrechte ontwikkelingen in de directe onngeving buiten beschouwing gelaten bij het bestreden besluit. De geplande activiteitenhal

'Schaapskooi', het wijzigingsplan Heigraaf uit 2021, de wijzigingen op de parken Europarcs en Eijkelenburg.

312015/52802199.2

20/25

VAN BENTHEM & KEULEN A DV O CA T E N

I

NOTARIAAT

11

ER WORDT VEEL MEER BEBOUWING TOEGESTAAN DAN IS BEOOGD

11.1

Zoals op pagina 12 van de plantoelichting ook is opgenomen is het de bedoeling van het bestreden besluit dat met het nieuwe bestemmingsplan een uitbreiding van de bebouwing in het gebied van 1.060 m2 naar 1.500 m2 en een bedrijfswoning van 600 m3 wordt toegestaan. Op pagina 13 van de toelichting is in dit kader onderstaande tabel opgenomen:

VoorzlenIng

Kaart In aanduldlng

Sanitair

Kleeth uimten Kiosk Foodtrucks Beheerdersfaciliteiten Zeffstandige horeca Kantoot Beheerderswoning Expositieru imte Strandhoreca Seizoensgebonden Evenementen Br uggen

A B B F D

E

Overal in recreatiebesternming Overal in recreatiebestemming Overal in recreatiebestemming Over al in recreatiebestemming Overal in recreatiebestemming Horeca -2 Kantoor en beheerderswoning Kantoor en beheerderswoning Expositieruimte Strandhoreca Overal in recreatiebestemming Overal in recreatiebestemming Overal in recreatiebestemming

totaal oppervlak bebouwing totaal Inhoud bedrIfswonIng

Status

wordt vernieuwd wordt vernieuwd bestaand bestaand bestaand nieuw wordt vernieuwd nieuw worth vernieuwd worth vernieuwd bestaand bestaand 1 nieuw, 2 bestaand

bestemd bestemd besternd niet bestemd bestemd met bestemd bestemd niet bestemd bestemd bestemd niet bestemd niet bestemd bestemd

Tabel 1: overzicht bestaande, te vernteuwen, bestemde en te bestemmen bebouwing Henschotermeer

11.2

Omvang 200

m2

550 200 600 200 350 tijdelijk tijdelijk n.v.t.

m2 m2 m3 m2 m2

1.500 600

m2 m3

In strijd met deze kennelijke bedoeling van de raad van Woudenberg staat het bestreden besluit

echter veel meer bouwmogelijkheden toe. En een en ander kan ook zorgen voor een aanzienlijke (en volgens de raad van GUH ongewenste) verhoging van de bebouwde oppervlakte/bvo. Het gaat om de volgende planregels en ontwikkelingen:

•

Artikel 3.2.1 van de planregels bevat algemene bouwregels. De volgende kanttekeningen kunnen bij dit artikel worden geplaatst:

-

-

-

Artikel 3.2.1 onder b, onder 1 (bebouwingsoppervlakte voor gebouwen en

overkappingen: 200 m2) stelt ten onrechte niet zeker dat het hier gaat om een keer 200 m2 voor het hele plangebied. Dit artikellid wijkt in dit opzicht ook af van artikel 3.2.1 onder b, onder 5 waar dit voor bouwwerken, geen gebouwen, overkappingen, speeltoestellen of bruggen wel is geregeld door de opnanne van de woorden "in

totaal"; artikel 3.2.1 onder b, onder 5 op zijn beurt roept vragen op omdat hierin een generieke vrijstelling van de oppervlaktemaat is opgenomen voor bouwwerken waarvan het individuele oppervlak minder dan 3,5 m2 en de bouwhoogte minder dan 1 m bedraagt. Veel kleine bouwwerken samen hebben natuurlijk alsnog een impact op het landschap en zijn in strijd met de afspraken over concentratie van bebouwing. De plantoelichting maakt niet duidelijk wat de reden is voor deze vrijstelling;

artikel 3.2.1 onder c en d beoogt een regeling te geven om uit te sluiten dat er

vergunningvrije bouwwerken kunnen worden opgericht, en dat voor de toepassing

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2594/documents/55155