CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Definitief Rapport 'Toekomst van sportaccommodaties'.pdf

Gemeenteraad 10 juli 2025, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 18: Onderzoek Toekomst sportaccommodaties19.305 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Knelpunten en wensen ‘t Schilt In verband met de onlangs gerealiseerde groei en de verwachte groei vindt de tennis- en padelvereniging de omvang van de kantine en het aantal kleedkamers relatief beperkt.

20

6.

Overig aanbod

6.1

Overzicht aanbod

Sport en bewegen in de openbare ruimte Midden in de bossen van de Utrechtse Heuvelrug ligt het Henschotermeer. Dit recreatiegebied ligt deels op het grondgebied van Woudenberg en deels in de gemeente Utrechtse Heuvelrug. De Pyramide van Austerlitz is ook onderdeel van de gemeente Woudenberg. Meer recreatieve mogelijkheden (onder meer routes) liggen langs het Valleikanaal en de Grebbelinie en in de bossen en natuur in eigendom van de verschillende landgoederen. Rond de huidige locatie van de skatebaan moet op termijn een work-out veld gerealiseerd gaan worden. Woudenberg beschikt verder over (open) sport- en speelplekken, sportvelden en lokale wandel- en fietsroutes. Verder kan gespeeld worden op de schoolpleinen c.q. de schoolomgeving. Groene en blauwe ruimte In de openbare ruimte is op veel plekken veel ‘groen en blauw’ aanwezig. Blauwe ruimte (in de context van een beweegvriendelijke omgeving) is meestal oppervlaktewater (vijvers, plassen, kanalen) dat openbaar toegankelijk is. Het gaat daarbij ook om de nabije omgeving van dat water, zoals stranden, oevers of uiterwaarden. Daar kun je immers ook wandelen, hardlopen, fietsen, een balletje slaan of andere beweegfaciliteiten aanbieden. Water kent vele gebruiksfuncties zoals drinkwaterbeschermingszone, wateropslag viswater, zwemwater en scheepvaart (bron: Allesoversport.nl).

Hengelsport Hengelsportvereniging Ons Genoegen (met 1.200 leden de grootste sportvereniging van Woudenberg) maakt zich zorgen over de kwaliteit, de toegankelijkheid en bevisbaarheid van de vijvers in de gemeente. Een aantal van de gemeentelijke vijvers waarin gevist mag worden (met name de Wipperveldvijver en de Zeelandvijver) zijn volgens de vereniging in de zomer lastiger of niet te bevissen vanwege de sterke groei van waterplanten, al dan niet exotisch. De vereniging maait zelf in en onder het water (in met name de Westerwoud en Steenvijver) en ten behoeve van de visstekken, maar op sommige plekken is de begroeiing dusdanig dat dit handmatig niet (meer) te doen is. Tussen de hengelsportvereniging, de gemeente en het waterschap zijn afspraken gemaakt over het onderhoud. Het onderhoudsniveau van de vijvers is vastgelegd in het Beheer- en Onderhoudsplan Stedelijk Water. Daarin staat hoe, wanneer en hoe vaak de gemeente de watergangen onderhoudt. De Wipperveldvijver (gemeente) en de Westerwoudvijver (waterschap) worden bijvoorbeeld in september – oktober grotendeels ontdaan van onderwater begroeiing via een maaiboot. De hengelsportvereniging moet maandelijks begroeiing verwijderen, waarbij de gemeente de vegetatie afvoert. Als alle werkzaamheden conform planning worden uitgevoerd, zouden er in principe geen problemen moeten zijn.

De hengelsportvereniging ervaart echter wel knelpunten over de bevisbaarheid van de gemeentelijke vijvers en zou graag aanvullende afspraken maken over het verwijderen van begroeiing. De vijvers vervullen naast een recreatieve functie (zoals vissen) echter ook andere functies, zoals biodiversiteit en waterberging. Het onderhoud moet op al die functies worden afgestemd. Ondernemende sport De ondernemende sport speelt een steeds belangrijkere rol in het Nederlandse sportlandschap. De term verwijst naar sportaanbieders die op commerciële of zelfstandige basis sportactiviteiten organiseren, zoals sportscholen, personal trainers, commerciële sportclubs, sportevenementenorganisaties, indoorspeelhallen en sport gerelateerde bedrijven (zoals padelcentra of bootcamp-aanbieders). Ook in Woudenberg is deze ontwikkeling gaande en neemt het animo toe. Ondernemende sportaanbieders zijn een aanvulling op het traditionele verenigingsaanbod. Vooral onder doelgroepen die zich tegenwoordig minder snel bij een sportvereniging aansluiten (zoals jongvolwassenen, drukbezette ouders of senioren), speelt de ondernemende sport een belangrijke rol in het bevorderen van actieve leefstijl en de sportparticipatie. Zij zorgen voor dynamiek en vernieuwing binnen het sportlandschap en worden in toenemende mate betrokken bij lokaal sport- en beweegbeleid, buurtsportprogramma’s of gezondheidsbevordering.

21

De ondernemende sportsector draagt ook bij aan de lokale economie op het gebied van werkgelegenheid, het ondernemersklimaat, toerisme (denk aan grote sportevenementen) en het gebruik van vastgoed. Landelijk gezien zijn er in verschillende gemeenten uitdagingen rond ondernemers in de sport op het gebied van financiering, samenwerking met publieke partijen, huisvesting en regelgeving (zoals openingstijden, vergunningen, gebruik van de buitenruimte). In Woudenberg hebben de uitdagingen vooral betrekking op het bestemmingsplan en de vergunningen.. Sportondernemers hopen daarbij dat de gemeente Woudenberg een faciliterende rol kan vervullen bij het vestigen en behouden van de bestaande ondernemers en regelgeving rond bestemmingsplannen kan vereenvoudigen.

6.2

Landelijke richtlijnen inrichting openbare ruimte

Voor spelen, sporten en bewegen in de openbare ruimte is nauwelijks sprake van normen en richtlijnen, nog minder dan bij binnen- en buitensport. Wel zien gemeenten steeds meer het belang van sport en bewegen in de openbare ruimte voor onder meer vitaliteit en sportparticipatie. Daarnaast worden er door verschillende aanpalende organisaties richtlijnen opgesteld: •

de 3% speelnorm van Jantje Beton: 3% van de buitenruimte van woonwijken wordt ingericht als speelruimte.

•

de ‘100-70-50-norm’ voor inclusieve speelplekken van de Speeltuinbende: Iedereen is 100% welkom, 70% van de speeltoestellen is bereikbaar voor iedereen, 50% van de speeltoestellen is bespeelbaar voor ieder kind.

•

normen voor een minimale hoeveelheid buitensportruimte: de Rotterdamse norm voor buitenspeelruimte, de norm van minimaal 1 m² ruimte voor sport en bewegen in de openbare ruimte bij gebiedsontwikkelingen in Lelystad en Amsterdam of de beleidsdoelstelling van Leiden die 10% van de openbare ruimte inricht als speelruimte.

•

in het kader van een groene gezonde leefomgeving gaat tot slot steeds vaker de ‘3-30-300 regel’ rond: vanuit elk huis moeten 3 bomen te zien zijn, moet 30% van een wijk in de schaduw van een boom vallen en moet binnen 300 meter een park beschikbaar zijn.

Bestanddelen richtlijnen openbare ruimte Om sport en bewegen in de openbare ruimte structureel te verankeren, is een mix vanuit de diversiteit aan richtlijnen nodig: een slimme norm die verder kijkt dan traditionele kaders en ruimte voor sport en bewegen combineert met andere functies. Vanuit de handreiking voor een Integraal Huisvestingsplan Sport en Bewegen (Kenniscentrum Sport & Bewegen, 2025) worden vier hoofdbestanddelen van deze norm gesignaleerd: •

Voldoende ruimte (gegarandeerde m2 voor sport en bewegen) Iedereen moet voldoende ruimte hebben om te sporten en bewegen, waarbij zowel sportplekken als groene en openbare ruimtes meetellen. Bij nieuwe woningbouwprojecten wordt een percentage van de openbare ruimte gereserveerd voor sport, spel en multifunctioneel gebruik.

•

Op bereikbare afstand (in minuten of meters) Sport- en beweegruimte moet eenvoudig en veilig bereikbaar zijn, met plekken dicht bij huis en grotere sportfaciliteiten op iets ruimere afstand. Elke plek nodigt uit tot ontmoeting en verblijf, met voorzieningen zoals bankjes, drinkwaterpunten en schaduwplekken.

•

Voor iedereen (behoeften van diverse doelgroepen) Iedereen – ongeacht leeftijd, geslacht, beperking of sportvoorkeur – wordt uitgenodigd tot bewegen. Sportplekken zijn toegankelijk voor iedereen, inclusief mensen met een beperking. De plekken worden mede vormgegeven door vrouwen en meisjes. De ruimte wordt evenwichtig verdeeld over traditionele sporten, opkomende sporten en flexibel in te zetten plekken.

•

Multifunctioneel (secundaire functie ‘sport en bewegen’ in combinatie met een primaire functie als klimaatadaptatie of actieve mobiliteit)

Er dient onderzocht te worden hoe Woudenberg zich verhoudt tot deze landelijke richtlijnen en hoe de openbare ruimte verder binnen deze kaders ontwikkeld kan worden. Binnen dit onderzoek heeft er nog geen toets van de Woudenbergse situatie plaatsgevonden.

22

7.

Toekomstige vraag – aanbod verhoudingen

7.1

Uitgangspunten berekening toekomstige behoefte

Voor het berekenen van de ontwikkeling van de behoefte aan sportaccommodaties in Woudenberg worden de volgende uitgangspunten gehanteerd. Groei van de gemeente Uit de Woonvisie 2024 – 2030 en gesprekken met de gemeente komt naar voren dat met de verdere ontwikkeling van Hoevelaar (tot en met fase 3) nog ongeveer 920 woningen gerealiseerd worden. Met een woningbezetting van 2,6 komt dat neer op ongeveer 2.400 nieuwe inwoners. Omdat in andere studies eerder nog werd uitgegaan van een groei tot 19.760 inwoners, wordt bij de toekomstige vraag – aanbod verhoudingen ook naar een (theoretische) verdere groei gekeken. Gebruik en sportparticipatie Voor het gebruik van de binnen- en buitensportaccommodaties wordt met name gekeken naar het gebruik door het onderwijs en de sportverenigingen. Daarbij zijn een aantal uitgangspunten van belang: •

Bij het bewegingsonderwijs wordt uitgegaan van de vastgestelde leerlingenprognoses uit 2024. Eventuele extra woningbouw kan leiden tot een groei van de leerlingenprognoses. Daar is nu geen rekening mee gehouden.

•

We gaan uit van een gelijkblijvende sportparticipatie.

•

De verenigingsgraad in Woudenberg is 25%. Dat betekent dat 1 op de 4 inwoners georganiseerd in verenigingsverband sport. Dat aandeel is medebepalend voor het sportgebruik van de binnen- en buitensportaccommodaties. We gaan er van uit dat het aandeel inwoners dat lid is van een sportvereniging gelijk blijft.

•

Bij groei van het aantal inwoners is sprake van een evenredige groei per tak van sport, conform de huidige populariteit van de verschillende sporten.

•

Er ontstaat geen vraag naar nieuwe takken van sport (bijvoorbeeld hockey, basketbal of een andere sport die niet in Woudenberg wordt beoefend).

De gemeente Woudenberg groeit de komende jaren (tot en met 2040) met in ieder geval 16,8%. Bij de ontwikkeling van de vraag naar georganiseerde sport wordt daarom rekening gehouden met een stijging van de vraag met 16,8%. Locatie voor sportaccommodaties Er loopt nog een verkenning, maar voor dit onderzoek zijn we er vanuit gegaan dat er geen nieuwe school of een dependence komt in Hoevelaar. Mocht dat wel het geval zijn, dan is het afhankelijk van de omvang van de school of een aparte locatie voor bewegingsonderwijs in Hoevelaar gerealiseerd moet worden. Voor een efficiënte exploitatie is een concentratie van de binnensportaccommodaties wenselijk. Dat geldt ook voor eventueel dubbelgebruik van bestaande voorzieningen, zoals kleedkamers of een horecavoorziening.

7.2

Consequenties voor de vraag

Binnensport Onderwijs In 2024 – 2025 is 58,5 uur bewegingsonderwijs nodig, op basis van 60 groepen en 39 ‘gymgroepen’. In de roosters wordt nu rekening gehouden met ongeveer 50,5 uur. 4 uur van dit verschil wordt verklaard doordat De Jan Ligthartschool een bewuste keuze maakt om het bewegingsonderwijs aan de groepen 3 en 4 via het eigen beweeglokaal en onder meer het schoolplein aan te bieden. Er is derhalve ten opzichte van de huidige roosters in ieder geval een mogelijke latente behoefte van 4 uur. Richting 2040 tellen de scholen in Woudenberg in totaal 65 groepen, conform de leerlingenprognose. De piek van het aantal groepen wordt voorzien in 2031 (68 groepen). Met behulp van de splitsingstabel uit de Modelbeleidsregel bekostiging lokalen bewegingsonderwijs resulteert dit in 43 ‘gymgroepen’ in 2040 en 45 gymgroepen in 2031. Deze groepen dienen 1,5 klokuur per week bewegingsonderwijs te krijgen. Voor 2040 wordt die behoefte derhalve 64,5 uur (en voor de piek in 2031 67,5 uur). 23

Dat betekent dat er structurele ruimte in de roosters moet zijn voor in ieder geval 6 uur extra ten opzichte van de beoogde huidige situatie (58,5 uur). Met de potentiële latente behoefte van 4 uur gaat het dan om ongeveer 10 uur extra.

De Olijfboom De Wartburg De Griftschool De Jan Ligthartschool Kindcentrum Koningin Juliana Totaal

Groepen afgerond 15 16 7 11

2025 Speellokaal 5 5 3 4

Gymzaal 10 11 4 7

Klokuren 15,0 16,5 6,0 10,5

2031 Klokuren 16,5 18,0 6,0 13,5

2040 Klokuren 16,5 18,0 6,0 12,0

11

4

7

10,5

13,5

12,0

58,5

67,5

64,5

Tabel 4: Klokuren bewegingsonderwijs tot en met 2040

In de leerlingenprognoses wordt uitgegaan van een structurele groei van 5 groepen op basis van de huidige woningbouwontwikkelingen. Als de gemeente extra groeit kan een extra groei van 75 leerlingen ontstaan (ongeveer 3 groepen extra). In dat geval kan nog een extra behoefte ontstaan van 3 klokuren bewegingsonderwijs. Uit de huidige roosters wordt duidelijk dat de meeste scholen hele sporthaluren (niet één zaaldeel, maar twee zaaldelen) afnemen. De scholen maken hierbij zelf het rooster voor het gebruik van de sporthallen. De scholen hebben in principe recht op 1 zaaldeel per groep. Voor De Valleihal is het wenselijk om uit te gaan van gebruik van de totale hal (vanwege beschikbaar materiaal en akoestiek). Voor De Grifthal kan gebruik gemaakt worden van een zaaldeel. De ruimte voor de 10 extra uren bewegingsonderwijs kan gevonden worden: •

Beschikbare bestaande ruimte: Op maandag is nog vrije ruimte in De Valleihal. Het gaat om 4 uur de hele hal (twee zaaldelen). Er zijn daarnaast nog losse uren beschikbaar op dinsdag tot en met vrijdag in De Grifthal (8 uur een zaaldeel). In totaal gaat het om ongeveer 12 uur een zaaldeel of de gehele hal..

•

Eén in plaats van twee zaaldelen: Er kan ruimte gecreëerd worden wanneer scholen 1 zaaldeel gebruiken in plaats van 2: daarmee is nogmaals zo’n 8 uur een zaaldeel vrij te spelen.

Er lijkt derhalve nog voldoende ruimte te zijn voor de latente vraag bij het onderwijs (vooralsnog vastgesteld op 4 uur) en de extra vraag naar aanleiding van de groei van de gemeente (10 uur één zaaldeel in totaal). In de huidige roosters worden de sportvoorzieningen echter intensief gebruikt op dinsdag tot en met vrijdag. Het verder inplannen van de vrije ruimte, zowel op maandag als op de vrije beschikbare uren, vergt daarom wel de nodige aandacht en zorgvuldigheid. Er moet (ook organisatorisch bij de planning van vakleerkrachten) tijd zijn voor lunchpauzes en schoonmaak. Daarnaast is de beschikbaarheid van (vak)leerkrachten een nadrukkelijk aandachtspunt. Voor het komende schooljaar wordt al efficiënter gebruik gemaakt van de sporthallen. Als de bestaande beschikbare capaciteit verder wordt ingepland, is sprake van een intensief rooster van maandag tot en met vrijdag. Een eventuele extra vraag naar bewegingsonderwijs, hetzij door verdere groei vanuit de gemeente, hetzij door veranderende regelgeving in de toekomst (bijvoorbeeld extra bewegingsonderwijs) kan dan alleen opgevangen worden als overgegaan wordt van 2 zaaldelen naar 1 zaaldeel per groep. Verenigingen Uit de analyses komt naar voren dat het huidige gebruik van de sporthallen intensief is, vooral op het gebied van avondgebruik (trainingen).

Het totale gebruik van beide sporthallen is met gemiddeld 2.100 uur per hal goed te noemen. Met name in de wintermaanden (22 weken) is sprake van veel druk op de trainingsavonden. Het wedstrijdgebruik is goed in te passen en concentreert zich vooral op de zaterdagen in De Grifthal (zaalkorfbal). Een groei van ongeveer 2.400 inwoners leidt tot een groei bij de verenigingen van ongeveer 600 leden. Op basis van de huidige populariteit van de sporten, leidt dat tot de volgende ledenontwikkeling per tak van sport:

24

Turnen en gymnastiek Tafeltennis Dans Badminton Bridge Volleybal SNO Voetbal Korfbal Tennis en padel Totaal

Aantal leden 2019 400 35 380 37 89 190 500 589 297 450 2.967

Aantal leden 2024 318 45 520 32 89 210 500 680 351 815 3.560

Groei 2040 53 8 87 5 15 35 84 114 59 137 598

Tabel 5: Groei verenigingen tot en met 2040

Toelichting op de ledenontwikkeling en consequenties voor het gebruik van binnensportaccommodaties •

Op basis van de populariteit van de zaalsporten verwachten we ongeveer 350 extra leden voor de zaalsportverenigingen.

•

De groei bij bridge, dans en tafeltennis vindt plaats in de beweegruimte en in zaalruimte in De Camp. Met name in De Bosrand is nog ruimte beschikbaar om in extra vraag te voorzien.

•

De groei bij turnen/gymnastiek en badminton leidt tot een extra vraag van ongeveer 200 uur per jaar.

•

Bij zaalvoetbal is sprake van een bedrijvencompetitie. De vraag is daarom of een groei van de gemeente direct effect heeft op een extra vraag naar ruimte voor zaalvoetbal.

•

De groei heeft vooral consequenties bij korfbal en bij volleybal.

•

Volleybal: o

De volleybalvereniging heeft aangegeven een latente vraag te hebben van ongeveer 60 leden. Met 12 spelers per team komt dit neer op ongeveer 5 teams. Omgerekend naar trainings- en wedstrijdcapaciteit komt dit neer op 120 uur trainingscapaciteit en 44 uur wedstrijdcapaciteit.

o

Daarnaast ontstaat door de groei van de gemeente een groei van de volleybalvereniging van ongeveer 35 leden. Omgerekend naar teams (12 spelers per team) komt dit neer op 3 extra teams en daarmee 80 uur trainingscapaciteit en 44 uur wedstrijdcapaciteit. Daarbij wordt uitgegaan dat minimaal 3 tot 4 teams gelijktijdig wedstrijden en trainingen kunnen afwerken.

o

In totaal betekent dit ongeveer 200 uur trainingscapaciteit en 90 uur wedstrijdcapaciteit, inclusief de latente behoefte, oftewel 300 uur extra gebruik. In de correspondentie verwacht de volleybalvereniging ongeveer 400 uur extra gebruik; het huidige gebruik van de volleybalvereniging is ongeveer 540 uur per jaar.

•

Korfbal: o

Het huidige gebruik van de korfbalvereniging (wedstrijden en trainingen) is ongeveer 700 uur: 420 uur trainingscapaciteit, 275 uur wedstrijdcapaciteit.

o

De latente behoefte wordt geraamd op ongeveer 80 uur per jaar.

o

Op basis van de groei van de gemeente ontstaat een ledengroei van ongeveer 60 leden. Dit komt neer op ongeveer 6 teams. Daarbij gaan we uit van een extra trainingsbehoefte van 130 uur en een extra wedstrijdcapaciteit van 80 uur.

o

De totale extra vraag, inclusief de latente huidige behoefte, is daarmee ongeveer 290 uur (80 uur wedstrijdcapaciteit, 210 uur trainingscapaciteit).

De totale extra vraag naar binnensportaccommodaties (sportzaal- en/of sporthalruimte) wordt daarmee geraamd op ongeveer 800 uur (170 uur wedstrijdcapaciteit en 610 uur trainingscapaciteit). In de wedstrijdcapaciteit kan worden voorzien met het huidige complex. In de extra trainingscapaciteit kan niet worden voorzien met de bestaande zaalruimte. Er is derhalve sprake van een substantiële extra vraag naar binnensportaccommodaties. Tegelijk is de extra vraag onvoldoende om een derde sporthal te rechtvaardigen. NOC*NSF hanteert hiervoor een jaargebruik van ongeveer 1.400 uur door verenigingen, de VNG een totaalgebruik van minimaal 1.600 uur per jaar (verenigingen en onderwijs). Buitensport Bij een groei van 2.400 inwoners is een groei van de veldsportverenigingen (voetbal, tennis/padel, korfbal) te verwachten van ongeveer 310 leden. De groei bij korfbal is ook meegenomen bij de ontwikkeling van de zaalsportverenigingen.

25

Benodigde capaciteit voetbal 2040 Een groei van ongeveer 114 leden bij vv Woudenberg leidt tot een stijging van het aantal normteams. Bij een groei van ongeveer 16,5% groeit het aantal normteams en stijgt daarmee het aantal benodigde wedstrijdvelden naar 4,77. Dat zijn afgerond 5 wedstrijdvelden. Met het huidige aanbod is er daarmee voldoende wedstrijdcapaciteit beschikbaar. Aandachtspunt is het dubbele gebruik in relatie tot de bespeelbaarheid van de natuurgras wedstrijdvelden. De natuurgras velden worden (nu ook al) ingezet voor trainingen, waardoor vanwege de maximale bespeelbaarheid niet de volledige wedstrijdcapaciteit ingezet kan worden. Omdat er 5,5 wedstrijdvelden beschikbaar zijn, kunnen trainingen en wedstrijden verdeeld worden over beschikbare natuurgrasvelden (het hoofdveld kan daarbij niet gebruikt worden voor trainingen). Als het benodigd aantal wedstrijdvelden stijgt (door stijging van het aantal leden en daarmee het aantal teams), is dat dubbelgebruik niet meer mogelijk. Om de beschikbare wedstrijdvelden maximaal in te kunnen zetten, zal binnen nu en vijf jaar minimaal één van de natuurgrasvelden vervangen moeten worden door een kunstgrasveld. De wedstrijdcapaciteit blijft gelijk, maar door de hogere bespelingsnorm wordt de trainingscapaciteit verhoogd.

Omdat nu al sprake is van een slechte afwatering van natuurgrasvelden geven we in overweging om de vervanging van één van de velden voor kunstgras eerder uit te voeren (binnen nu en 2 jaar). Op basis van de berekende belasting van de velden voor de trainingscapaciteit kan op termijn (vanaf 2034) sprake zijn van het omzetten van een tweede natuurgrasveld naar een kunstgrasveld. Dit is afhankelijk van de verdere ontwikkeling van het aantal leden. Door deze ontwikkeling te monitoren, kan over 5 jaar bekeken worden in hoeverre sprake zal zijn van verdere druk op de wedstrijd- en trainingscapaciteit. Het huidige aantal wedstrijdvelden is voor de toekomst derhalve voldoende. Binnen nu en twee jaar zal één van de natuurgras wedstrijdvelden vervangen moeten worden voor een kunstgrasveld om de trainingscapaciteit te vergroten. Benodigde capaciteit korfbal 2040 Bij een groei van de gemeente met 2.400 inwoners zal het aantal leden bij korfbal stijgen met 60 leden. Bij zaalkorfbal is sprake van een latente behoefte doordat trainingen van teams op externe locaties (De Jan Ligthartschool, KNVB Centrum in Zeist) worden georganiseerd. Bij veldkorfbal worden trainingen en wedstrijden allemaal op het eigen complex georganiseerd, waardoor geen sprake is van een latente behoefte voor veldkorfbal. De stijging van het aantal leden leidt tot een stijging naar ongeveer 21 normteams.

Daarmee ontstaat een behoefte van minimaal 3 velden. Met de huidige capaciteit is goed te voorzien in die behoefte. Vanaf het gebruik van 3 velden wordt door het KNKV geadviseerd om twee extra kleedkamers te realiseren. Voor KV Woudenberg zou dat 6 kleedkamers in totaal inhouden. Als de gemeente Woudenberg maximaal groeit naar 19.760 inwoners, is sprake van ongeveer 24 normteams en een veldbehoefte van ongeveer 3,5 velden. Afgerond is die behoefte dan 4 velden. Met de huidige capaciteit kan ook in die groei worden voorzien. Daarmee zit ruimte in de bestaande capaciteit van KV Woudenberg om een extra groei op te vangen. Benodigde capaciteit tennis en padel 2040 Op basis van de beoogde groei van de gemeente en de verwachte groei van de tennisvereniging ontstaat voor tennis een veldbehoefte van ongeveer 3,9 banen. Met het huidige aantal tennisbanen (5) is in die groei te voorzien. Ook in een scenario van groei naar 19.760 inwoners is het aantal tennisbanen voldoende. De veldbehoefte wordt dan ongeveer 4,53, afgerond 5, waarin met 5 tennisbanen nog steeds is te voorzien. Omdat het animo voor tennis (en padel) de afgelopen jaren behoorlijk gestegen is, is het goed om rekening te houden met mogelijk een extra groei ten opzichte van de verwachting op basis van de huidige verdeling. Voor padel is er op dit moment al een knelpunt qua capaciteit: er is een hoge druk op de vijf banen.

Met het huidige aantal padellende leden (ongeveer 515 leden) ligt er een baanbehoefte van 5,7, afgerond 6 banen. Als de gemeente de komende jaren groeit, zal de vraag stijgen naar in ieder geval 6,7 banen (afgerond 7 banen). Dit is nog los van een eventuele verdere extra impuls aan populariteit van padel. De gemeente is primair niet verantwoordelijk voor het faciliteren of financieren van padel. Wel kan de gemeente Woudenberg overwegen om te kijken naar extra mogelijkheden om ruimte te vinden voor padel in relatie tot het stimuleren van de algehele sportparticipatie, bijvoorbeeld in de omgeving van De Camp. 26

8.

Scenario’s

8.1

Constateringen

Op basis van de huidige en de toekomstige vraag – aanbod verhoudingen hebben we het volgende geconstateerd: •

De gemeente Woudenberg groeit de komende jaren met ongeveer 2.400 inwoners.

•

De groei van de gemeente leidt een hoger aantal leerlingen en daarmee meer gebruik door bewegingsonderwijs. De capaciteit bewegingsonderwijs is in de toekomst in principe afdoende, mits gebruik gemaakt wordt van zaaldelen in plaats van gehele sporthallen voor groepen. Als scholen ook in de toekomst dubbele zaaldelen mogen gebruiken (gehele sporthal), kan op termijn wel een behoefte ontstaan aan een extra zaaldeel voor bewegingsonderwijs.

•

Zolang geen rekening wordt gehouden met een school of dependance in Hoevelaar, hoeft geen accommodatie voor bewegingsonderwijs in Hoevelaar te worden gerealiseerd. Voor de efficiency van de exploitatie en de interne logistiek en organisatie van verenigingen is het wenselijk als de sportvoorzieningen geconcentreerd zijn op één locatie.

•

Er is op dit moment een latente behoefte bij een aantal verenigingen aan meer zaalcapaciteit, met name bij volleybal en korfbal. Met de groei van de gemeente zullen vermoedelijk zo’n 600 mensen in georganiseerd verband gaan sporten, waarvan ongeveer 350 bij zaalsportverenigingen. Door de latente behoefte en de groei ontstaat een extra behoefte aan zaaluren van ongeveer 800 uur. Deze 800 uur leidt niet tot een noodzaak van een derde permanente sporthal: VNG hanteert een norm van minimaal 1.600 uur per jaar (onderwijs en verenigingen), NOC*NSF een norm van ongeveer 1.400 uur verenigingsgebruik. Het gebruik van 800 uur leidt wel tot de behoefte aan extra trainingscapaciteit (600 uur) die niet kan worden ondergebracht in de bestaande sporthallen. De extra benodigde wedstrijdcapaciteit (200 uur voor volleybal en korfbal) kan wel ondergebracht worden in de bestaande sporthallen, met name in De Valleihal.

•

De verwachte groei van het aantal leden bij de buitensportverenigingen (voetbal, korfbal, tennis/padel) kan opgevangen worden met de huidige capaciteit aan velden. Bij voetbal ontstaat op korte termijn (binnen nu en drie jaar) wel druk op de trainingscapaciteit, omdat de natuurgrasvelden voor zowel wedstrijden als trainingen worden gebruikt.

•

Een deel van de sport- en beweegactiviteiten, in Nederland en in Woudenberg, wordt anders georganiseerd: via sport- en bewegen in de openbare ruimte en/of via sportondernemers (bijvoorbeeld fitness). Voor de sportparticipatie zijn deze voorzieningen daarmee van belang. o

Uit de enquêtes komt naar voren dat inwoners behoefte hebben aan meer mogelijkheden in de buitenruimte.

o

Met name volwassenen zijn lid van fitness-scholen. De ondernemers in de sport in Woudenberg geven aan meer mogelijkheden te willen om te kunnen ondernemen en in te spelen op de wensen van de inwoners.

8.2

Uitwerking in opties

Op basis van de analyses, de toekomstige vraag en de uitgangspunten komen we tot de volgende voorstellen en de uitwerking daarvan in investeringskostenramingen. Het gaat om stichtingskostenramingen (bouwkosten en bijkomende kosten zoals projectmanagement en onvoorziene kosten). Alle bedragen zijn inclusief BTW geraamd. Binnensport Als basisvariant stellen we een renovatie en verduurzaming van De Camp voor (kosten € 8,7 miljoen), plus een eventuele esthetische upgrade. Dit betreft maatregelen aan de buitengevel (golfplaten vervangen door sandwichpanelen, houten gevelbekleding en schilderen buitenmuren). Die kosten zijn vooralsnog gesteld op € 1 miljoen aan extra bouwkosten; bij keuzes voor eventuele esthetische maatregelen moeten die bouwkosten omgezet worden in stichtingskosten. In bijlage 4 is de stichtingskostenraming van de renovatie en verduurzaming opgenomen. De Camp is een kwalitatief goed complex, met De Grifthal als relatief nieuw deel (15 jaar). Renovatie is vooral noodzakelijk voor De Valleihal (inclusief de sportvloer, waardoor wedstrijden ook makkelijker te faciliteren zijn). Daarnaast wordt uitgegaan van vervanging van de sportvloer van De Grifthal. Met een levensduur verlengende renovatie is het complex geschikt om nog eens 20 – 25 jaar dienst te doen. Verder is er in de toekomst vooral behoefte aan trainingscapaciteit.

Met een beperkte groei van bewegingsonderwijs (die opgevangen kan worden in de huidige zaaldelen) gaat het dan vooral om extra capaciteit voor verenigingen (ongeveer 800 uur per jaar extra) inclusief het invullen van latente behoefte. Voor trainingen gaat het om 600 uur extra, voor wedstrijdcapaciteit gaat het om 200 uur. De extra wedstrijdcapaciteit kan opgevangen worden binnen de bestaande sporthalcapaciteit. Voor de extra trainingscapaciteit is het niet nodig om een extra permanente sporthal van 45 x 25 x 7 meter 27

te realiseren. De investeringskosten van een reguliere permanente sporthal (afhankelijk van de nevenvoorzieningen) bedragen al snel € 10 - € 11 miljoen. Wel moet voorzien worden in extra trainingscapaciteit voor verenigingen. Om te kunnen voorzien in die extra behoefte worden drie opties onderscheiden. Die opties worden gepresenteerd in de onderstaande tabel.

Tabel 6: Opties uitbreiding zaalcapaciteit

Toelichting •

Bij de tijdelijke hal wordt uitgegaan van een modulaire trainingshal met een hoogte van 7 meter, zonder voorzieningen als tribunes en kleedkamers. Voor de stichtingskosten van een dergelijke hal zijn we uitgegaan van referentiegegevens van soortgelijke hallen in andere gemeenten en bureaugegevens. De Stichting ABC heeft aangegeven te willen opteren voor een goedkopere variant (bouwkosten van ongeveer € 1 miljoen). De nadrukkelijke vraag daarbij is wel wat de aanvullende kosten zijn om te komen tot stichtingskosten en in hoeverre met lagere bouwkosten kan worden gerekend.

•

Omdat sprake is van (vooral) een piekbehoefte in de wintermaanden (als korfbal de zaal in gaat) is een variant uitgewerkt met een blaashal over een korfbalveld heen (45 x 25 x 7 meter). Voordeel is dat tijdelijke capaciteit gerealiseerd wordt tijdens de wintermaanden, nadeel is dat vooral door KV Woudenberg gebruik gemaakt kan worden van een dergelijke voorziening en dat er bij realisatie over bestaande velden van KV Woudenberg geen sprake is van permanente extra capaciteit voor zaalsport (en eventuele overcapaciteit). Er kan eventueel gekozen worden voor realisatie van een blaashal op een andere locatie. Dan zal ook naar de aanvullende kosten (ondergrond etc.) gekeken moeten worden.

•

Een derde optie is realisatie van een sportzaal van 32 x 26 meter met een hoogte van 7 meter. Realisatie van een permanente sportzaal is een goedkopere oplossing dan een permanente sporthal (45 x 25 x 7 meter). Met een sportzaal ontstaat extra permanente capaciteit voor zowel verenigingen als onderwijs. Die extra capaciteit voor onderwijs is tegelijk niet per se nodig.

In bijlage 5, 6 en 7 zijn de stichtingskostenramingen voor de drie opties opgenomen, inclusief de uitgangspunten voor de ramingen. Met alle drie de opties wordt de extra benodigde trainingscapaciteit gerealiseerd voor de verenigingen. Buitensport De verwachte groei van de gemeente kan opgevangen worden met de beschikbare veldcapaciteit voor voetbal, korfbal en tennis. Voor voetbal is de wedstrijdcapaciteit afdoende, maar moet de trainingscapaciteit binnen nu en drie jaar wel uitgebreid worden. Dat kan door één natuurgras voetbalveld om te zetten naar een kunstgras voetbalveld. De investeringskosten hiervan bedragen ongeveer € 900.000, inclusief lichtmasten, VAT-kosten, onvoorziene kosten en BTW, prijspeil 2025. De vraag is of nieuwe 28

lichtmasten noodzakelijk zijn. Afhankelijk van de populariteit van voetbal zou op langere termijn (rond 2035) mogelijk een tweede natuurgrasveld omgezet moeten worden naar een kunstgras voetbalveld (eveneens in relatie tot de bespeelbaarheid en de trainingscapaciteit). Op dit moment is er een tekort aan padelbanen op basis van het huidige aantal leden en het aantal padelbanen (in ieder geval 1 baan). Dat tekort zal met de groei van Woudenberg verder stijgen naar in ieder geval 2 banen. De gemeente heeft geen financiële rol bij de realisatie van padel, maar zou wel mee kunnen denken over ruimtelijke mogelijkheden bij de uitbreiding van padel. Aandachtspunt daarbij is de efficiency als padelbanen geconcentreerd bij elkaar gesitueerd zijn. De tennis- en padelvereniging geeft aan dat de club- en kleedaccommodatie te klein is. De gemeente Woudenberg heeft geen (financiële) rol bij een eventuele uitbreiding. Een uitbreiding is dan ook de verantwoordelijkheid van de vereniging zelf. Sport en bewegen in de openbare ruimte Uit de analyse van de sport- en beweegbehoefte komt naar voren dat vooral volwassenen gebruik maken van voorzieningen voor sporten en bewegen in de openbare ruimte en dat inwoners van Woudenberg met name in de openbare ruimte extra voorzieningen zouden willen hebben.

Vanuit andere gemeenten komt naar voren dat specifiek onderzoek nodig is om te bepalen op welke vormen van sport en bewegen in de openbare ruimte ingezet moet worden. Tegelijk is vanuit andere gemeenten en vanuit verschillende onderzoeken duidelijk geworden dat slimme combinaties met andere disciplines zorgen voor kansen. We onderscheiden daarmee vier kansrijke combinaties voor Woudenberg: •

Combineren met spelen en recreatie: Sportvelden, speeltuinen, wandelroutes en recreatieplekken kunnen elkaar versterken in een multifunctionele omgeving. Door deze slimme combinaties wordt niet alleen ruimte voor sport en ontspanning gecreëerd, maar ook voor sociale verbinding, inclusiviteit en duurzaamheid. Een buurtpark kan bijvoorbeeld tegelijkertijd een plek zijn voor hardlopers, kinderen die spelen en ouderen die bewegen op fitnesstoestellen. Zo wordt schaarse ruimte optimaal benut (meer multifunctionele sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte).

•

Combineren met actieve mobiliteit: De koppeling tussen sport, bewegen en mobiliteit biedt unieke kansen. Fietspaden en trottoirs zijn niet alleen transportverbindingen, maar ook perfecte plekken voor actieve recreatie zoals hardlopen, skaten en wielrennen. Denk aan routes die ontworpen zijn met een dubbele functie: veilig voor dagelijks woon-werkverkeer én aantrekkelijk voor sportievelingen. In Woudenberg wordt op dit moment bijvoorbeeld minder dan gemiddeld gefietst. Een combinatie van mobiliteit en sportieve recreatie maakt bewegen laagdrempelig en geïntegreerd in het dagelijks leven. Door verkeersroutes beter af te stemmen op sport en recreatie, kunnen mensen gestimuleerd worden om gezonder te leven zonder dat het extra ruimte kost. Dat kan door te investeren in markering (routes van verschillende lengten), verlichting, verbinding en verbreding van wandel- en fietsroutes.

•

Combineren met onderwijs: Groene en open schoolpleinen kunnen niet alleen kinderen uitnodigen om te spelen en te bewegen, maar ook een bijdrage leveren aan een aantrekkelijke en functionele wijk. Denk aan speelplekken die ’s middags het schoolplein zijn en ’s avonds een ontmoetingsplek voor de buurt. In Woudenberg is de ambitie om alle schoolomgevingen uitnodigend te laten zijn voor spelen (en bewegen). Op termijn kan onderzocht worden in hoeverre schoolpleinen ook kunnen transformeren tot ontmoetingsplek. Routes rondom scholen kunnen daarnaast ingericht worden als veilige zones die zowel kinderen als buurtbewoners uitnodigen tot bewegen.

•

Combineren met klimaatadaptatie: Landelijk gezien misschien wel het meest urgent zijn de mogelijkheden op het gebied van klimaatadaptatie. Groene en multifunctionele ruimtes kunnen niet alleen wateroverlast tegengaan, maar ook verkoeling bieden en hittestress verminderen. Denk aan speeltuinen die fungeren als wadi’s of waterpleinen die bij droogte ruimte bieden voor sport en spel. Door groen en water slim te combineren met sport en recreatie, worden plekken gecreëerd die weerbaar zijn tegen klimaatverandering én uitnodigen tot actief gebruik. De delen van de vijvers die fungeren als waterberging en voor biodiversiteit onderwater worden in dat opzicht ook al gecombineerd gebruikt als visvijver.

Bij de ontwikkeling van toekomstig beleid kunnen deze kansen door de gemeente Woudenberg worden overwogen. Business cases dienen dan te worden uitgewerkt bij de herinrichting.

29

Ondernemende sport De ondernemende sport in Woudenberg vervult een nadrukkelijke en steeds grotere rol bij de sportparticipatie in de gemeente. Met name volwassenen maken gebruik van onder meer fitness scholen en soortgelijk sportaanbod. Vanwege het belang voor de sportparticipatie, zal bij de op te stellen Omgevingsvisie in 2026 nagedacht kunnen worden hoe ondernemers in de sport gefaciliteerd kunnen worden in hun bedrijfsvoering, onder meer via (ruimere) mogelijkheden rond vestiging en vergunningen, waarbij vervolgens ook binnen de geldende kaders geopereerd moet worden. Dit vraagt om nader overleg met de ondernemers in de sport.

30

9.

Conclusies en aanbevelingen

9.1

Beantwoording deelvragen

Voor het onderzoek zijn de volgende deelvragen gesteld. Hoe ziet de huidige en toekomstige vraag naar sportaccommodaties (binnensport en buitensport) eruit? De vraag naar sport(accommodaties) richt zich in Woudenberg op een aantal facetten. Er zijn ongeveer 20 sportaanbieders die gebruik maken van de binnensportvoorzieningen van Sportcomplex De Camp, de buitensportfaciliteiten van vv Woudenberg, KV Woudenberg en tennis- en padelvereniging ’t Schilt en van de openbare ruimte. Bij de verenigingen zijn ongeveer 25% van de inwoners van Woudenberg aangesloten als lid. Daarnaast wordt (vooral door volwassenen) ook gesport bij één van de ondernemers in de sport (fitness scholen) en ongeorganiseerd of anders georganiseerd in de openbare ruimte (hardlopen, wielrennen etc.). Door de groei van Woudenberg (met ongeveer 2.400 inwoners) zal het aantal leden van sportverenigingen met ongeveer 600 stijgen de komende jaren. Op basis van de huidige populariteit leidt dat tot een stijging bij de zaalsporten van ongeveer 350 leden. De verwachting is verder dat ook anders georganiseerd sporten en bewegen in populariteit zal stijgen de komende jaren.

Hoe toekomstbestendig zijn de huidige sportaccommodaties? In hoeverre moeten sportaccommodaties vernieuwd of verduurzaamd worden? Sportcomplex De Camp is gerealiseerd in verschillende fasen: het eerste deel van het gebouw in 1989, het tweede deel in 2008. Daarnaast is in 2022 een beweegruimte gerealiseerd in plaats van squashbanen. Op basis van een scan van het MJOP en een kwalitatieve scan van het benodigde onderhoud en investeringen constateren we dat sprake is van een goed onderhouden sportcomplex, zeker in relatie tot de levensduur van delen van het gebouw. Mede met het oog op de jonge leeftijd van De Grifthal achten we levensduur verlengende renovatie van het gehele sportcomplex, inclusief verduurzamingsmaatregelen, realistisch. Met een dergelijke renovatie is het complex nog 20 tot 25 jaar in stand te houden. In hoeverre is er, nu en in de toekomst, een balans in vraag en aanbod? Binnensport: •

Voor bewegingsonderwijs is er ruim voldoende aanbod om te voorzien in de vraag, zowel nu als in de toekomst;

•

Voor sportverenigingen is er nu een latente behoefte, met name vanuit volleybal en korfbal. Voor wedstrijden kan vanuit het huidige aanbod worden voorzien, voor trainingen niet volledig. Voor de toekomst ontstaat door de groei van de gemeente een capaciteitstekort van 800 uur, met name voor trainingen (600 uur).

Buitensport: •

Op dit moment is er een balans in wedstrijd- en trainingscapaciteit voor voetbal, veldkorfbal en tennis.

•

In de nabije toekomst ontstaat behoefte aan extra trainingscapaciteit bij vv Woudenberg, waar met behulp van kunstgras in kan worden voorzien.

•

Er is nu onvoldoende aanbod om in de vraag naar padel te voorzien. Er is één padelbaan te kort. In de toekomst leidt dat tot een tekort van minimaal twee banen. De gemeente heeft echter geen financiële bemoeienis met padel (en tennis), waardoor investeringen niet voor de hand liggen.

Sport- en bewegen in de openbare ruimte: •

Bij sport en bewegen in de openbare ruimte is sprake van anders georganiseerde sport. Daarmee is minder eenvoudig te bepalen in hoeverre sprake is van een balans. Uit de enquêtes onder de inwoners van Woudenberg komt wel naar voren dat behoefte is aan (extra) voorzieningen in de openbare ruimte.

31

9.2

Aanbevelingen

De laatste deelvraag van het onderzoek gaat in op de benodigde investeringen. Met welke investeringen moet rekening gehouden worden (instandhouding en verduurzaming van huidige accommodaties en/of realisatie van nieuwe accommodaties). Bij de beantwoording van deze deelvraag verwerken we onze aanbevelingen voor de gemeente Woudenberg. Op basis van de analyses van de huidige en toekomstige vraag – aanbod verhoudingen en de ontwikkelingen (demografie, sportparticipatie) adviseren we rekening te houden met de volgende maatregelen en investeringen: Binnensport Renovatie en verduurzaming van het kwalitatief goede sportcomplex De Camp leidt tot het verlengen van de levensduur van het complex met minimaal 20 jaar. De stichtingskosten worden geraamd op € 8,7 miljoen. Daarnaast adviseren we om een business case uit te werken voor de realisatie van een modulaire hal naast De Camp (stichtingskosten vooralsnog PM). Nu en in de toekomst is met name behoefte aan extra trainingscapaciteit voor verenigingen, maar is de extra vraag onvoldoende om over te gaan tot realisatie van een derde permanente sporthal. Een modulaire hal kan voorzien in de extra trainingscapaciteit en biedt een kwalitatieve oplossing voor de binnensport voor de komende jaren. Een permanente sportzaal biedt iets minder mogelijkheden op het gebied van zaalcapaciteit en kent hogere stichtingskosten.

Een blaashal is minder multifunctioneel inzetbaar voor alle zaalsportverenigingen. De kosten van de modulaire hal zijn op PM gezet omdat de minimale uitgangspunten vastgesteld moeten worden evenals de wijze hoe de modulaire hal gerealiseerd wordt. Die uitgangspunten zijn bepalend voor de definitieve stichtingskosten. De verwachting is dat de stichtingskosten tussen de raming van de bouwkosten van Stichting ABC en de door ons geraamde stichtingskosten van de modulaire hal zullen uitkomen. In de uit te werken business case kan ook ingegaan worden op de gebouw gebonden jaarlasten (met name onderhoud en energie). Die zijn eveneens afhankelijk van de uitgangspunten van een voorziening. Buitensport Met de realisatie van een kunstgras voetbalveld (in plaats van een natuurgras voetbalveld) binnen nu en twee jaar wordt de trainingscapaciteit uitgebreid en kan worden voldaan aan de toekomstige vraag. De stichtingskosten worden geraamd op € 900.000 (€ 835.000 als de huidige verlichting kan worden gebruikt). Sport en bewegen in de openbare ruimte We adviseren om nader onderzoek te doen naar specifieke wensen op het gebied van sport en bewegen in de openbare ruimte.

Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte kunnen business cases uitgewerkt worden en combinaties met andere disciplines (spelen, onderwijs, mobiliteit, klimaatadaptatie) onderzocht worden, inclusief de (co)financiering vanuit die andere disciplines. Ondernemende sport We adviseren om bij het komen tot de Omgevingsvisie in 2026 in gesprek te gaan en blijven met de ondernemers in de sport over mogelijkheden rond vestiging en vergunningen.

32

Bijlage 1

Trends en ontwikkelingen

Algemeen Demografisch Sport en bewegen zijn sterk verbonden met bevolkingskenmerken. Nederland ziet een groei van migranten, eenpersoonshuishoudens en ouderen, terwijl het aantal jongeren afneemt. Ook stijgen de levensverwachting en het opleidingsniveau, met meer aandacht voor leefstijl en een zorgwekkende toename van overgewicht. Deze trends beïnvloeden de sportdeelname en vrijwilligerswerk, waarbij vrijwilligers zich vaker richten op specifieke projecten. Om de sport- en beweegdeelname te bevorderen, is het essentieel om rekening te houden met de behoeften en belemmeringen van verschillende doelgroepen, zoals minder sportcommitment bij jongeren en tijdgebrek bij volwassenen. Alternatieve sportaanbieders en aanpakken kunnen helpen om meer mensen aan het bewegen te krijgen. In 2023 voldoen wekelijkse sporters ruim twee keer zo vaak aan de beweegrichtlijnen als mensen die niet wekelijks sporten. In 2024 ligt de wekelijkse sportdeelname rond 57%, met variaties per leeftijdsgroep en provincie. Nieuwe generaties ouderen sporten meer dan eerdere generaties, maar verschillen in sportdeelname nemen toe, vooral tussen mensen met lage en hoge inkomens en opleidingsniveaus. Laagopgeleiden en mensen met een laag inkomen sporten minder vaak, vaak vanwege gezondheidsproblemen, financiële beperkingen, schaamte of een gebrek aan kennis over gezonde leefstijl.

Hetzelfde geldt voor mensen met een beperking, met obstakels zoals vervoer en ontoegankelijke voorzieningen. Economisch Ondanks onrustige omstandigheden, zoals stijgende energieprijzen en dalend consumentenvertrouwen, blijft de Nederlandse economie weerbaar. De arbeidsmarkt blijft krap, met een lichte stijging van de werkloosheid. De werkdruk neemt toe, wat leidt tot meer verzuim, aandacht voor mentale gezondheid en het positieve effect van sport en bewegen hierop. De koopkracht fluctueert, afhankelijk van onder andere inflatie en loongroei, maar steeds meer mensen leven onder de armoedegrens. Kansenongelijkheid in de sport is zichtbaar, vooral voor mensen met een laag inkomen. Belemmeringen zoals gebrek aan bekendheid met regelingen zoals het Jeugdsport- en cultuurfonds of Stichting Leergeld maken deelname lastig. In 2023 gaven Nederlandse gemeenten 2 miljard euro uit aan sport. Dat is 15 procent meer dan een jaar eerder. Het merendeel gaat naar sportaccommodaties. Het belang van deze investeringen wordt onderstreept door een Social Return On Investment (SROI) van 2,76, wat betekent dat de maatschappelijke opbrengsten bijna drie keer zo hoog zijn als de kosten. Sporters besteden jaarlijks 2,8 miljard euro aan activiteiten, met 1,8 miljard voor commerciële aanbieders en 1 miljard voor sportverenigingen.

De georganiseerde sport in Nederland draait grotendeels op vrijwilligers, wat een economische waarde vertegenwoordigt van meer dan 2 miljard euro. Zonder deze vrijwilligers zou verenigingssport vrijwel onbetaalbaar worden. Sociaal/technologisch Er is steeds meer aandacht voor gezondheidsverschillen en de aanpak daarvan vereist een brede strategie waarbij sport en bewegen een belangrijke rol spelen. Sportbeoefening is de laatste jaren individueler en informeler geworden, met een toename van ongeorganiseerde/ anders georganiseerde en alternatieve vormen. Mensen zoeken meer naar beleving, vrijheid en flexibiliteit in hun vrijetijdsbesteding. Verenigingslidmaatschappen blijven stabiel, terwijl de ‘ondernemende’ sportsector, zoals fitness, groeit. Tegelijkertijd winnen activiteiten in de openbare ruimte, zoals wandelen en hardlopen, aan populariteit. Eén van de groepen die je hier over het algemeen minder ziet, zijn tienermeiden. De vraag is of er bij het ontwerp van de omgeving wel voldoende rekening wordt gehouden met de wensen en behoeften van meiden en vrouwen. Jongeren kiezen steeds vaker voor gamen en tablets boven traditionele sport. We bewegen te weinig en eenzijdig, zitten meer en de motorische vaardigheden van kinderen nemen al jaren af. Dit is zorgwekkend, omdat dit de gezondheid, sportdeelname en persoonlijke ontwikkeling negatief beïnvloedt.

De uitdaging ligt in het combineren van technologie met beweging en het aanpassen van sport- en beweegaanbod aan de moderne leefwereld.

33

Minder dan de helft van de Nederlanders voldoet aan de beweegrichtlijnen, met specifieke groepen waar gezondheidswinst te behalen is, zoals kleuters, jongeren, sportende volwassenen die overdag te veel zitten, sociaal kwetsbare mensen en thuiswonende ouderen. Vitale aanbieders kunnen niet alleen een goed georganiseerd sport- en beweegaanbod bieden, maar ook bijdragen aan maatschappelijke uitdagingen, bijvoorbeeld als opleidingsinstituut of accommodatiebeheerder. Ecologisch De fysieke omgeving beïnvloedt ons sport- en beweeggedrag, maar helaas ontwikkelt zich een obesogene omgeving die inactiviteit bevordert en overeten stimuleert. Nederland beschikt over een rijke sportinfrastructuur, maar gebruikers stellen steeds hogere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen. In stedelijke gebieden neemt de druk op ruimte en milieu toe, wat sportdeelname beïnvloedt. Terwijl sportdeelname in stedelijke gebieden groeit, daalt deze op het platteland, waar voorzieningen verdwijnen door leegloop. Dit vraagt om clustering en multifunctionaliteit om sportmogelijkheden te behouden. Klimaatverandering, voedsel- en grondstoffenschaarste en vervuiling vereisen gedragsverandering en duurzame aanpassingen, vooral bij sportaccommodaties. Energiebesparende maatregelen zoals ledverlichting en zonnepanelen worden al toegepast, maar warmtepompen en circulaire maatregelen krijgen nog te weinig aandacht.

Nieuwbouw moet voldoen aan strenge BENG-eisen voor energiezuinigheid. De vraag naar bewegen in het groen groeit, wat vraagt om een gezonde, groene leefomgeving met minder auto's en meer ruimte om te bewegen. Dit bevordert betere luchtkwaliteit, vaker fietsen en lopen en meer sociale interactie. Het realiseren van zo’n omgeving vereist een brede aanpak en aanzienlijke investeringen vanuit gezondheid, verkeer en milieu. Politiek Politieke ontwikkelingen beïnvloeden de sport- en beweegsector aanzienlijk. Met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 krijgt gezondheid (inclusief sport en bewegen) meer prioriteit bij ruimtelijke beslissingen. Het Integraal Zorgakkoord (IZA), Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), Sportakkoord (SA) en de brede SPUK vergroten de aandacht voor sport, bewegen en preventie en bevorderen de verbinding tussen sport en de maatschappelijke agenda. Decentralisatie van zorgtaken naar gemeenten vergroot lokaal de focus op sport en sociaal welzijn, maar verdere ondersteuning en maatwerk zijn nodig. Overheidsfinanciën staan onder druk, met zorgen over budgetkortingen (het ravijnjaar) waardoor gemeenten volgens VNG bijvoorbeeld in een onmogelijke positie komen om IZA uit te voeren. De veelbesproken BTW-verhoging is van de baan.

Gemeenten spelen een rol in het aanbieden van bewegingsonderwijs, dat sinds augustus 2023 minimaal 1,5 uur per week moet worden gegeven door bevoegde leerkrachten, wat leidt tot meer gebruik van accommodaties. Onderzoek toont aan dat herinvoering van schoolzwemmen veel kost en weinig draagvlak heeft in het onderwijs. Daarom wordt ingezet op doelgroepgerichte oplossingen buiten schooltijd. De participatiesamenleving biedt kansen, maar niet iedereen kan meedoen. Sport wordt soms gezien als wondermiddel voor maatschappelijke problemen, terwijl ook negatieve aspecten, zoals verruwing van omgangsvormen, zichtbaar zijn. Bewijslast blijft nodig om de waarde van sport en bewegen te onderbouwen. Ruimte voor sport en bewegen Middels het Hoofdlijnen Sportakkoord II wordt er, naast vitale sport- en beweegaanbieders, ingezet op (het behouden van) kwalitatief goede en duurzame sportaccommodaties en een sport- en beweegvriendelijke openbare ruimte. Deze omgevingen bieden voorwaarden om te sporten en te bewegen, maar om tot (meer) beweeg- en sportgedrag te komen is een combinatie van fysieke, sociale en individuele elementen noodzakelijk plus afstemming op de lokale context. Het gebruik van sportaccommodaties is verschillend per leeftijdsgroep. Kinderen maken vooral gebruik van sporthallen, sportvelden en openbare plekken.

Bij een toename van de leeftijd neemt het gebruik van dit soort voorzieningen af. Ook maken kinderen het vaakst gebruik van zwembaden. Vanaf 18 jaar blijft dit redelijk stabiel. Sporters van 18-34 jaar maken meer gebruik van fitnesscentra. We sporten en bewegen steeds vaker in de openbare ruimte. Qua algemene ontwikkelingen met betrekking tot accommodaties voor bewegingsonderwijs, binnen- en buitensportaccommodaties en sport en bewegen in de openbare ruimte zien we het volgende: 34

Accommodaties voor bewegingsonderwijs De gemeente speelt een wettelijke rol in het realiseren van accommodaties voor bewegingsonderwijs. Waar vroeger gymnastieklokalen gebruikelijk waren, zien we tegenwoordig een trend naar grotere gymzalen, sportzalen en sporthallen. Deze grotere accommodaties kunnen dubbel worden gebruikt door verenigingen en andere sportaanbieders. Bijna alle scholen in Nederland hebben binnen 1 km een gymnastieklokaal. Landelijk daalt het aantal leerlingen, maar in grote steden wordt juist een toename verwacht. Verouderd materiaal en slecht onderhoud vormen grote belemmeringen voor scholen. Innovaties zoals de Beweegbox, het Athletic Skills Model (ASM) en de Buitengymzaal worden geïntroduceerd om bewegingsonderwijs te verbeteren. Het optimaliseren van gymaccommodaties en schoolpleinen draagt bij aan een beweegvriendelijke omgeving en kan helpen tegen de achteruitgang van motorische vaardigheden en toenemend overgewicht bij kinderen. Binnen- en buitensportaccommodaties In Nederland zijn er ongeveer 25.000 sportaccommodaties en binnen 2 kilometer vindt de gemiddelde Nederlander een fitnesscentrum, sporthal, zwembad, voetbal- en tennisaccommodatie. Over het algemeen zijn Nederlanders zeer tevreden over deze voorzieningen, vooral wat betreft bereikbaarheid, kwaliteit, diversiteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid.

In dunbevolkte gebieden neemt het voorzieningenniveau toe, terwijl sportaccommodaties in gebieden met een lage sociaaleconomische status vaak ontbreken. Hier zijn wel meer speelplekken. De toenemende druk op ruimte, vooral in stedelijke gebieden, vraagt om creatieve oplossingen zoals stapeling van voorzieningen. In landelijke gebieden zijn bereikbaarheid en leefbaarheid belangrijker. Door stijgende kosten staan sportaccommodaties onder druk en het beter benutten ervan is een complexe uitdaging vanwege de balans tussen maatschappelijke waarde en exploitatie. Sinds 2017 is het eigenaarschap van sportaccommodaties stabiel gebleven, met een grotere rol voor verenigingen in het onderhoud. Multifunctionaliteit en meervoudig gebruik, zoals voor maatschappelijke activiteiten, worden steeds belangrijker. Publiek-private samenwerkingen en clustering bieden voordelen. Stedelijkheid beïnvloedt de huurtarieven, maar vooralsnog zijn er geen sterke stijgingen in die huurtarieven. Sportvoorkeuren fluctueren: zaalsporten (op basketbal na) zien een daling in ledenaantallen, terwijl damesvoetbal, sportvissen, en golf in populariteit toenemen. Ook padel groeit snel en veel tennisverenigingen leggen padelbanen aan om nieuwe leden aan te trekken. Dit gaat soms gepaard met uitdagingen zoals geluidsbeperkingen en concurrentie van commerciële aanbieders.

Naast padelbanen is ook het aantal blaashallen en beachvelden de afgelopen jaren sterk toegenomen, wat bijdraagt aan de diversiteit van sportmogelijkheden in Nederland. Sport en bewegen in de openbare ruimte De omvang van sport en bewegen in de openbare ruimte is de afgelopen jaren sterk toegenomen en is nu de meest populaire vorm van lichaamsbeweging, versterkt door de COVID-19-pandemie. In 2022 waren wandelen, hardlopen en fietsen de topactiviteiten, vooral onder volwassenen. Kinderen spelen echter minder buiten dan voorheen. Gemeenten richten zich steeds meer op het creëren van beweegvriendelijke omgevingen om gezondheidsproblemen zoals overgewicht tegen te gaan. Dit gebeurt door de openbare ruimte sportiever te maken en sportvoorzieningen toegankelijker. Lokaal beleid moet maatwerk bieden, afgestemd op de specifieke context en behoeften van de bevolking. Het ‘wat werkt voor wie en wanneer’ moet duidelijk zijn, want als gelegenheid, aanbod en het proces achter het aanbod op elkaar zijn afgestemd, kan het sport- en beweeggedrag gemaximaliseerd worden. Het Mulier Instituut heeft aangetoond dat verschillende groepen de openbare ruimte anders gebruiken: mannen voor hardlopen en fietsen, vrouwen voor groepsfitness, ouderen om te wandelen en jongeren als sociale ontmoetingsplaats.

Gemeenten spelen een cruciale rol in het planmatig ontwikkelen van deze beweegvriendelijke omgevingen, waarbij de Omgevingswet en diverse nationale akkoorden belangrijke kaders vormen. Factoren zoals verkeersveiligheid, toegankelijkheid, nabijheid van voorzieningen en de kwaliteit van de openbare ruimte beïnvloeden het gebruik ervan. Trendsporten zoals skatebanen, outdoor fitness en calisthenics zijn populair, maar vereisen goede locatiekeuze, onderhoud en begeleiding om ‘duurzaam’ in gebruik te zijn.

35

Bijlage 2

Infographic Kenniscentrum Sport & Bewegen

36

Bijlage 3

Roosters binnensportaccommodaties

Rooster De Valleihal

37

Rooster De Grifthal

38

Rooster De Bosrand

39

Bijlage 4

Stichtingskosten renovatie De Camp

40

opdrachtgever: projectnaam: scenario projectfase: versie: datum: opgesteld door:

Gemeente Woudenberg Sportcomplex renoveren en verduurzamen Scenarioonderzoek 1 17-apr-25 B de Poorter

opdrachtgever: projectnaam: scenario projectfase: versie: datum: opgesteld door:

Gemeente Woudenberg Sportcomplex renoveren en verduurzamen Scenarioonderzoek 1 17-apr-25 B de Poorter

Stichtingskosten renoveren en verduurzamen excl. BTW Kosten gemeente 100 Grondkosten 200 Projectbegeleiding 300 Renten 400 Bijkomende kosten 500 Interieur Totaal Kosten gemeente

0 282.739 0 111.757 150.000 544.495

Kosten marktpartij 1100 Bouwkosten 1300 Honoraria 1500 Prijsstijgingen Totaal Kosten marktpartij

5.140.703 436.960 405.000 5.982.663

ONVOORZIEN 2000 onvoorzien Totaal

Stichtingskosten renoveren en verduurzamen

BTW Totaal

10,00% van 100 t/m 1600 excl. BTW

652.716 7.179.873 1.507.773

Stichtingskosten (incl. BTW)

8.687.647

opdrachtgever: projectnaam: scenario projectfase: versie: datum: opgesteld door:

Gemeente Woudenberg Sportcomplex renoveren en verduurzamen Scenarioonderzoek 1 17-apr-25 B de Poorter

Kosten gemeente 100 110 120 130 140 100

Grondkosten grondkosten boekwaarde bestaand notaris grondonderzoekskosten Totaal Grondkosten

200 210 220 230 240 250

Projectbegeleiding reeds gemaakte kosten interne kosten gemeente projectmanagement directievoering en toezicht overige adviseurs Totaal Projectbegeleiding

300 310 320 330

Renten rente grond rente voorbereiding rente uitvoering Totaal Renten

400 410 420 430 440 450 460 470 480 490

Bijkomende kosten promotiekosten (artist impressions etc) aansluitkosten aansluitkosten restwarmte verzekeringen (car en ontwerprisico) festiviteiten (opstart)kosten exploitatie tijdelijke huisvesting rekenvergoeding leges en welstand Totaal Bijkomende kosten

500 510 520 530 540

Interieur inrichting sport (vast verplaatsbaar en los) inrichting cultuurzaal overige inrichting advieskosten inrichting Totaal Interieur

0 0 0 0 0

3,00% van bouwkosten 2,50% van bouwkosten

0 excl. 154.221 128.518 150.000 282.739

excl. excl. excl. 0

0,50% van bouwkosten

10%

0 0 0 25.704 0 pm pm 0 86.053 111.757

150.000 0 0 0 150.000

opdrachtgever: projectnaam: scenario projectfase: versie: datum: opgesteld door:

Gemeente Woudenberg Sportcomplex renoveren en verduurzamen Scenarioonderzoek 1 17-apr-25 B de Poorter

1000

Kosten marktpartij

1100 1110 1120 1130 1120 1130 1120 1130 1120 1140 1150

Bouwkosten Sloopkosten en tijdelijke voorzieningen Renovatiekosten Valleihal Verduurzamingskosten Valleihal Renovatiekosten Grifthal Verduurzamingskosten Grifthal Renovatiekosten Algemeen Verduurzamingskosten Algemeen Renovatiekosten Horeca Terreininrichtingskosten Extra kosten voor toegankelijkheid Subtotaal

1200 1210 1220 1230 1240 1250 1260 1270

200.000 561.273 462.500 328.059 446.723 212.843 1.917.279 55.242 100.000 0 4.283.919

Totaal Algemene Bouwplaatskosten

10,00%

Algemene Kosten

7,00%

Winst en Risico

3,00%

Marktwerking Totaal Bouwkosten

0,00%

Honoraria architekt constructeur adviseur installaties adviseur zwemwaterinstallatie adviseur bouwfysica adviseur duurzaamheid adviseur bestemmingsplan oveige adviseurs / diverse ondezoeken Totaal Honoraria

4,50% van bouwkosten 0,75% van bouwkosten 1,50% van bouwkosten 0,75% van bouwkosten 0,50% van bouwkosten 0,50% van bouwkosten 8,5%

1500 1510 1520

Prijsstijgingen prijsstijgingen voorbereidingskosten prijsstijgingen uitvoeringskosten Totaal Prijsstijgingen

3,50% 3,50%

1600 1610

Marktwerking Marktwerking Totaal Marktwerking

0,00% van 1100 t/m 1400

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/3259/documents/64442