21.b Uitvoeringsplan duurzaamheid 2024-2030.pdf
Tekst van het document
De gemeente beschrijft dit ecologisch onderzoek en de maatregelen op gebiedsniveau in een SMP. Het opstellen van een SMP duurt ongeveer 1 à 2 jaar en wordt ingediend bij de provincie. Op basis van het SMP kan de provincie vervolgens aan de gemeente voor 10 jaar een gebiedsgerichte omgevingsvergunning verlenen. De rol van de gemeente is om toezicht te houden op de verstrekte vergunningen. Het SMP komt ten goede van alle eigenaren, dus ook van Omnia Wonen en bedrijven. Het SMP is in mei 2024 vastgesteld en bij de provincie ingediend.
Punten van aandacht in het huidige groenbeleid zijn verder: • Het streven naar 1% groei per jaar van het aantal bomen van de gemeente, zoals opgenomen in het klimaatakkoord. • Inventariseren van bomen die bekneld in verharding staan. • Kansrijke vergroeningsplekken inventariseren. • Andere manieren van maaien toepassen om de biodiversiteit te bevorderen door bijvoorbeeld minder te maaien (zowel qua frequentie als qua oppervlak) of het toepassen van sinusmaaien. • Duurzame mogelijkheden onderzoeken om gemeentelijk bladafval binnen de gemeente te verwerken.
20
6. Duurzaam ondernemen in Woudenberg De komende jaren komt er veel op ondernemers af. Duurzaamheid wordt steeds een belangrijker thema. In het coalitieprogramma 2022-2026 ‘BOUWEN MET VERTROUWEN’ en bijbehorend werkprogramma zijn samenwerking met de Woudenbergse bedrijven op het gebied van verduurzaming en het benutten van de daarvoor benodigde subsidiemogelijkheden als speerpunten genoemd. Ook in de vorm van wetgeving richting bedrijven gebeurt er het nodige. Enkele voorbeelden: • Het CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive). Met het CSRD moeten ondernemers gaan rapporteren over de duurzaamheidsdoelstellingen rondom hun bedrijfsvoering. Dit wordt gefaseerd ingevoerd tot aan 2026. Eerst de grotere bedrijven van 500+ medewerkers en daarna volgen de midden- en kleinbedrijven. • Kantoren dienen al enige tijd aan label C te voldoen en voor andere bedrijfsgebouwen komen nog andere duurzaamheidsdoelstellingen. De Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) houdt toezicht op het toepassen van de maatregelen en voert voor de gemeente de controles uit. Daarnaast adviseert de RUD bedrijven per sector en regio over passende energiebesparende maatregelen. Naast de wettelijke verplichtingen en branche eisen moeten ook bedrijven zich voorbereiden op aardgasvrij en CO2-reductie. Veelal zullen ondernemers dit binnen het eigen bedrijf en/of de sector uitwerken.
Toch kunnen wij als gemeente een ondersteunende rol bieden om het in samenhang met andere (duurzaamheids)thema’s uit te werken. Bij de inrichting van de fysieke locatie kunnen wij van meer belang zijn. Bedrijven hebben als groot energieverbruikers als eerste te maken met de gevolgen van netcongestie.
6.1. Duurzame bedrijventerreinen Op een bedrijventerrein komen alle duurzaamheidsthema’s samen. Gemeente Woudenberg werkt samen met de lokale ondernemersverenigingen, zoals BSW en DES, energiecoöperatie ZonopWoudenberg en lokale bedrijven. De gezamenlijke inspanningen zijn gericht op het verkennen van energiebesparende maatregelen, evenals opwekking en opslag van energie. Hiermee proberen we de piekbelasting van het net te verminderen en te voorkomen. Ook hier streven we de doelen uit het klimaatakkoord na. Deze samenwerking zal niet alleen helpen bij het identificeren van geschikte technologische oplossingen voor diverse bedrijfstakken, maar zal ook een solide basis bieden voor het realiseren van een duurzamere en veerkrachtigere zakelijke infrastructuur. De netcongestie op grondverbruik maakt dat de focus anno 2024 ligt op het onderzoeken van de mogelijkheden van een energiehub en het zelfvoorzienend worden. De verduurzaming van bedrijven en de terreinen vraagt veel van de ondernemers. Ook vraagt het om een intensieve samenwerking. De komende jaren worden op dit thema programma’s vanuit het Rijk verwacht. Deze kunnen kennis en middelen bieden, maar geven mogelijk ook verplichtingen in de vorm van parkmanagement. Met de provincie en gemeenten in de regio Amersfoort verkennen wij in 2024-2025 op welke wijze bedrijven en bedrijventerreinen het beste ondersteund kunnen worden.
Een uitbreiding van de EDC samenwerking is daarbij een optie.
6.2. Bewustwording ondernemers Voor het thema energie voelen de meesten ondernemers wel de urgentie. De gemeente wil ondernemers ook helpen om circulaire bedrijvigheid te stimuleren. Dit gaat hand in hand met de energietransitie. De ondernemer zal het zelf moeten doen, maar de gemeente kan wel faciliteren in bijvoorbeeld ruimte om samen te werken of het aanbieden van onderzoekstrajecten die inzichten geven in hoe de bedrijfsvoering verduurzaamd kan worden.
21
7. Duurzaamheid in de gemeentelijke organisatie en de openbare ruimte
is. Ook wordt actief gemotiveerd als op bepaalde locaties niet aan het convenant voldaan kan worden.
7.1 Voorbeeldfunctie
Als gemeente hebben we invloed op ons eigen gedrag. Door het goede voorbeeld te geven, bijvoorbeeld door zuinig om te gaan met energie en grondstoffen en door deze duurzaam in te kopen, kunnen we grote invloed uitoefenen. Daarnaast kunnen we onze medewerkers meenemen in de transitie naar een duurzame werk- en leefwijze.
7.2. Gemeentelijke organisatie Als we van onze inwoners en bedrijven verwachten dat zij werk maken van duurzaamheid, zullen we als gemeentelijke organisatie bovenal het goede voorbeeld moeten geven. Ons duurzaamheidsbeleid en daaraan gekoppelde programma’s mogen voor hen als inspiratie gaan dienen. Naast eigen beleid hebben we ook bij verschillende convenanten ondertekend.
7.1.2. Schone Lucht Akkoord Het Schone Lucht Akkoord (SLA) (2020) is een akkoord tussen het Rijk, de provincies en een groot aantal gemeenten. Samen streven de deelnemende partijen naar een gezondheidswinst van minimaal 50% in 2030 ten opzichte van 2016. Een andere afspraak uit het SLA is dat partijen toewerken naar de WHO-advieswaarden in 2030. Woudenberg heeft in 2022 het SLA ondertekend. Tot nu toe wordt vooral aan houtstook aandacht besteed. Voor wat betreft emissie-eisen in vergunningen sluiten wij aan bij de resultaten van de verkenning en de mogelijkheden die de RUD heeft om op te treden. De SLA zal worden meegenomen in de nog op te stellen Omgevingsvisie en waar van toepassing in het Omgevingsplan. Van 1 maart 2024 tot en met september 2024 is de Specifieke Uitkering Schone Lucht Akkoord (SpUk SLA) opengesteld. Deze SpUK biedt financiële steun (50% cofinanciering van de gemeente) voor projecten die zorgen voor schonere lucht en gezondheidswinst. Alleen provincies en gemeenten die het Schone Lucht Akkoord (SLA) hebben ondertekend, komen in aanmerking voor deze uitkering. We onderzoeken of deze SpUK voor onze gemeente relevant is.
7.1.3. Convenant Toekomstbestendige Woningbouw Het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw (CTW) is de nieuwe naam van het Convenant Duurzaam bouwen (Woudenberg 2022) en is tot stand gekomen via een samenwerking tussen overheden in de provincies Utrecht, Noord- en Zuid-Holland en Flevoland en marktpartijen en leveranciers. Het convenant bevat een pakket publiekprivate afspraken met meetbare ondergrenzen op het gebied van energie, circulariteit, klimaatadaptatie, natuurinclusief bouwen, duurzame mobiliteit en gezondheid. Het convenant wordt minimaal vanuit de ambitie Brons (versie 2022) toegepast en binnen de gebiedsontwikkeling wordt bezien of op onderdelen of geheel zilver danwel goud haalbaar
7.2.1. Duurzaam inkopen Duurzaam inkopen is op dit moment nog te vrijblijvend. Want hoe maak je dit meetbaar en wat is duurzaam inkopen? Als gemeente heb je een voorbeeldfunctie en daar hoort ook duurzaam inkopen bij. Maar alleen eisen stellen aan duurzaam inkopen, maakt niet dat er duurzaam wordt ingekocht. Hier moeten de medewerkers van de gemeentelijk organisatie ook in meegenomen worden. Het doel is om met de ambitiewebsessies, zie ook paragraaf 7.2.3, inzicht te geven in de mogelijkheden die er zijn en welke ambities er zijn. Het doel is om in het inkoopbeleid duurzaamheid als apart thema op te nemen in de begroting 2025 en verder komt er een nieuwe paragraaf duurzaamheid op basis van de nieuwe BBV eisen.
7.2.2 CO2-voetafdruk Gemeenten hebben een belangrijke rol bij het behalen van de doelen van het Klimaatakkoord. Als gemeentelijke organisatie is het goed om een compleet inzicht te hebben in het eigen C02-verbruik en de mogelijkheden om de C02-uitstoot te verminderen. Door het bepalen van een C02-voetafdruk worden de belangrijkste CO2-emissiebronnen in kaart gebracht en krijgen wij inzicht in de uitstoot van onze eigen organisatie. Door hier een reductieplan aan te koppelen met acties om het CO2-verbruik naar beneden te krijgen, kunnen stappen worden gezet naar een duurzame organisatie, geven we het goede voorbeeld en kunnen we als inspiratie dienen voor inwoners, organisaties en ondernemers. In 2024 wordt de CO2-voetafdruk en bijbehorend reductieplan voor scope 1 en 2 opgesteld. Scope 1 betekent de directe CO2-uitstoot veroorzaakt door eigen bronnen binnen de organisatie. Hieronder valt bijvoorbeeld de uitstoot door eigen gebouwen-, vervoer- en productiegerelateerde activiteiten. Bij scope 2 gaat het om de indirecte CO2-uitstoot door opwekking van ingekochte en verbruikte elektriciteit of warmte. Door medewerkers te betrekken, kunnen ook maatregelen worden voorgesteld die buiten deze scope liggen. Op een later moment wordt dit onderwerp integraler benaderd en verbreed naar de andere duurzaamheidsthema’s.
7.2.3. Ambitiewebsessies Het Ambitieweb is een visualisatietool die in 1 oogopslag de duurzaamheidsambities van een organisatie of inkoopopdracht laat zien, verdeeld over verschillende thema’s en
22
uitgedrukt in 3 ambitieniveaus. De tool helpt om ambities gestructureerd te vertalen naar concrete duurzaamheidsmaatregelen voor een inkoopopdracht. Door binnen de gemeentelijke organisatie regelmatig ambitiewebsessies te houden, wordt duurzaamheid inzichtelijk gemaakt voor een bredere groep medewerkers en komt duurzaamheid nadrukkelijker in beeld als gunningscriteria. Door dit te verankeren in het inkoopbeleid zorgen we dat het geborgd wordt in de werkwijze.
7.2.4. Sustainable Development Goals De Sustainable Development Goals (SDG’s) zijn een manier om duurzaamheid zichtbaar en meetbaar te maken. Met behulp van de SDG’s kunnen vanuit een breed perspectief integrale keuzes en afwegingen worden gemaakt bij grote ontwikkelingen en projecten. We onderzoeken hoe we dit kunnen bereiken. Enkele denkrichtingen zijn: SDG’s opnemen in college- en raadsvoorstellen, SDG’s integreren in de financiële stukken, SDG’s opnemen in beleid(stukken) en natuurlijk communiceren over de SDG’s. Als eerste stap hebben we ons 22 april 2024 aangesloten bij Gemeenten4GlobalGoals. Gemeenten4GlobalGoals is een initiatief van de VNG en adviseert gemeenten, organiseert ontmoetingen, stimuleert kennisuitwisseling en ontwikkelt hulpmiddelen voor bestuurders, raadsleden en ambtenaren.
7.2.5. Betrekken van de medewerkers Duurzaamheid is niet alleen iets van het team Duurzaamheid, maar gaat de hele organisatie aan. Dat blijkt bijvoorbeeld al uit het kopje ‘Duurzaamheid’ in de college- en raadsvoorstellen. Om duurzaamheid meer te laten leven, willen we regelmatig medewerkers op de hoogte brengen van aspecten van duurzaamheid en de projecten waar we mee bezig zijn of gaan. Door bijvoorbeeld een ideeënbus (de vorm staat nog vrij) dagen we collega’s uit om mee te doen. Uit deze acties volgt een uitvoeringsplan voor het verduurzamen van de gemeentelijke organisatie. Bovenstaande acties dragen bij aan draagvlak bij de medewerkers, waardoor een goede uitvoering mogelijk is. We streven naar een uitvoeringsplan gemeentelijke organisatie in 2024 met een stappenplan tot en met 2030.
Monitoring resultaten op duurzame woningbouw in Hoevelaar fase 2 Time2learn houden over circulaire economie Kennissessies voor beleidsadviseurs Input leveren voor het herschrijven van beleid, zodat CE hier meer onderdeel van gaat zijn Onderzoeken hoe sociaal domein mee kan werken aan de circulaire doelstellingen 2024
2025
2026-2030
2030-2050
CO2-voetafdruk opstellen Uitvoeren en monitoren CO2reductieplan Ambitiewebsessies gemeentelijke organisatie Duurzaamheidseisen in inkoopbeleid opnemen SDG’s implementeren Betrekken medewerkers Opstellen uitvoeringsplan gemeentelijke organisatie Uitvoeren uitvoeringsplan gemeentelijke organisatie Onderzoeken van mogelijkheden voor ambachtcentrum op de gemeentewerf
23
24
8. Communicatie Duurzaamheid is belangrijk voor ons. Zowel binnen de organisatie, waar een groeiend team werkt aan de thema’s uit dit plan, als in de gemeente zelf, waar we de krachten bundelen met inwoners en ondernemers die groene initiatieven starten. Een gezamenlijk doel daarvan is gedragsverandering. Duurzame gedragsverandering ontstaat alleen door maatschappelijk draagvlak en brede participatie. Dit vraagt om doorlopende en effectieve communicatie.
communicatieagenda houden we inzicht in de activiteiten die er spelen rondom het thema duurzaamheid. Per activiteit is vermeld op welke manier we communiceren met de verschillende doelgroepen. De communicatieadviseur duurzaamheid zorgt voor het effectief en consistent communiceren met de verschillende doelgroepen en ontwikkelt een communicatiestrategie, passend bij de gemeentelijke communicatie.
Belangrijke elementen daarvoor zijn: • Goede voorbeelden een podium geven (goed voorbeeld doet goed volgen). • Kruisbestuiving: inwoners, bedrijven en collega’s inspireren elkaar. Wanneer we zichtbaar maken hoe een steeds grotere groep bijdraagt aan duurzaamheid, werkt dat stimulerend voor anderen. • We communiceren in een mix van online en offline. De 2 mogelijkheden vullen elkaar aan en dragen bij aan de kracht van herhaling. De online communicatie dient wel meer aandacht te krijgen (meer informatie, maar ook sneller reageren) op onze website en/of social media. • We communiceren positieve realistische boodschappen. • Gemotiveerde inwoners en bedrijven geven we een actieve rol in de communicatie over duurzaamheidsinitiatieven in Woudenberg (denk bijvoorbeeld aan de maandelijkse energie- en repaircafés). We maken onderscheid tussen interne en externe communicatie. We gaan dit uitvoeringsplan samen met onze partners, inwoners, leveranciers en ondernemers realiseren. Dat stelt hoge eisen aan communicatie. We informeren onze inwoners en bedrijven regelmatig, bijvoorbeeld als het gaat over de Regionale Energiestrategie, het Soorten Management Plan, de Transitievisie Warmte, isolatieacties, voorgenomen bouwactiviteiten of over het vervangen van het riool. In de planperiode communiceren we ook veelvuldig met onze partners en leveranciers.
We gaan hen, indien nodig, inspireren en aanmoedigen werk te maken van duurzaamheid. In Figuur 4 is het boodschappenhuis voor communicatie over duurzaamheid weergegeven. In ‘het dak’ is de kernboodschap geformuleerd. Acties en bijzondere momenten Gedurende het jaar zijn er bijzondere momenten die aangegrepen kunnen worden om over duurzaamheid te communiceren, zoals voorafgaand aan de Week van de Circulaire economie (maart) en de Dag van de Duurzaamheid (oktober). Met een
25
Figuur 2 Boodschappenhuis
26
9. Capaciteit Duurzaamheid, en dan in het bijzonder de energie- en grondstoffentransitie die nodig is om als Nederland en Woudenberg invulling te geven aan het klimaatakkoord, zal de komende jaren veel inspanning en geld kosten. Hoeveel dat is, is op dit moment nog niet goed in te schatten. Voor een belangrijk deel van deze transitie zijn wij afhankelijk van nieuwe technieken. Duidelijk is wel dat wij ons daar als gemeente goed op moeten voorbereiden. Deze voorbereiding bestaat voor de energietransitie uit 2 hoofdlijnen: • Gedragsverandering en het aanmoedigen (activeren) tot isoleren. • De voorbereiding op technische aanpassingen in de samenleving (waarschijnlijk vooral in de openbare ruimte). Dit vraagt om een ruime hoeveelheid capaciteit, kwaliteit en kunde. Zowel op inhoud, als in de tijd. De vraag is welke kunde een gemeente in huis moet hebben en voor welke onderdelen beter uitgegaan kan worden van tijdelijke inhuur of het aansluiten bij een samenwerkingsverband.
Gelet op de ervaringen van de afgelopen 10 jaar en het feit dat de doelen vóór 2050 behaald moeten worden, zijn wij van mening dat de onderstaande formatie het meest passend is: • Duurzaamheidscoördinator/ strategisch beleidsadviseur/ programmatrekker: om alle nieuwe ontwikkelingen een plek in de uitvoering te geven en zicht te hebben op subsidies, rijksgelden, samenwerkingsverbanden en de politiek bestuurlijke vraagstukken. • Communicatieadviseur: voor het borgen van een interne en externe communicatiestrategie en voor een eenduidige uitvoering vanuit de diverse inhoudelijke beleidsvelden. • Medewerker uitvoering en (beleids)advisering (zowel samen met vrijwilligers als ook fysieke uitvoering, inhuur van deskundigheid op onderdelen).
•
De verwachting is dat de aandacht de komende jaren zal verschuiven van de proceskant naar de technische beleidskant, waarbij een meer civieltechnische beleidsmedewerker warmtesystemen van 0,75 fte nodig zal zijn.
Daarnaast zal op onderdelen specialistische inhuur nodig zijn, welke door bovenstaande functionarissen aangestuurd worden. In hoeverre dit op lange termijn voldoende is, zal onder andere moeten blijken uit de resultaten van de focuswijken. De financiering (CDOKEgelden) moet komen uit de rijksmiddelen. Het geniet de voorkeur om zoveel mogelijk eigen mensen in te zetten en zo de lokale kennis te borgen. Gelijktijdig zal op dit werkveld specialistische kennis nodig zijn. In de loop der jaren wordt steeds duidelijker welke structurele aanpak en dus ook uitgaven nodig zijn en zal de begroting dus meer op maat gemaakt kunnen worden.
Verwachting ten aanzien kosten personeel duurzaamheid Wij schatten in dat de komende jaren de volgende personeelsbehoefte is: • Formatie van 0,75 fte duurzaamheidscoördinatie, om zicht te hebben op alle incidentele middelen en ontwikkelingen op gebied van duurzaamheid. • Formatie van 0,66 fte communicatieadviseur, om invulling en uitvoering te kunnen geven aan de noodzakelijke besparingen en gedragsveranderingen van onze inwoners en eigen organisatie. • Formatie van 0,75 fte medewerker uitvoering en (beleids)advisering, om invulling te geven aan alle lopende en startende projecten.
27
In dit uitvoeringsplan wordt een overzicht gegeven van de werkzaamheden die worden gefinancierd uit het budget duurzaamheid en de bestemmingsreserve duurzaamheid. Voor de overige werkzaamheden (klimaatadaptatie, grondstoffenbeleid, biodiversiteit, etc.) wordt verwezen naar budgetten van de genoemde uitvoeringsprogramma’s.
Bestemmingsreserve duurzaamheid De beschikbare bestemmingsreserve wordt benut voor de noodzakelijke acties op het gebied van bewustwording, voorlichting en uitvoering van verduurzaming waarvoor binnen de nieuwe rijksmiddelen vrijwel geen budget opgenomen is. Ook wordt het ingezet als cofinanciering van onderzoeken en om een eerste voorbereiding te treffen voor de te verwachten fysieke aanpassing van kabels en leidingen. Dit zijn geen structurele uitgaven en variëren per jaar.
Anno 2024 wordt duurzaamheid vrijwel geheel bekostigd uit incidentele gelden vanuit het Rijk, waarmee het lastig is om voor de lange termijn inhoudelijk en op personeel gebied beleid te maken. Het is echter wel nodig om over voldoende financiële middelen te kunnen beschikken. De afgelopen jaren ontvingen wij regelmatig incidentele middelen, die breed in te zetten waren en die ter zekerstelling opgenomen werden in de bestemmingsreserve duurzaamheid. Deze reserve is recent aangevuld met het overschot van de jaarrekening. Vanuit deze bestemmingsreserve worden de vaste posten van de begroting bekostigd.
Subsidies 2023-2027 De tabel subsidies 2023-2027 maakt zichtbaar welke lopende en in het uitvoeringsplan benoemde startende acties uit welke regeling bekostigd worden. De subsidies zijn t/m 2026 definitief, alleen de USET subsidie Inclusieve warmte is nog niet definitief toegekend. Op dit moment is er nog geen zekerheid of er nieuwe subsidies of andere financieringen komen om vanaf 2027 de werkzaamheden en acties op vergelijkbare wijze uit te kunnen blijven voeren.
Begroting 2024-2026 De volgende posten zijn opgenomen in de begroting:
Regeling
2023
2024
2025
2026
Isolatievoucher actie Provincie Inclusieve Warmte (USET) SpUk Energiearmoe de SpUk Lokale Aanpak Isolatie (NIP) CDOKE Totaal
€39.000
€40.800
-
-
€70.380
-
10. Financiën
Onderwerp
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Uitvoeren beleidsplannen (duurzaamheid) Natuur- en milieueducatie
€4.500
€4.500
€4.500
€2.000
€2.000
€2.000
Klimaatdoelstellingen (structureel) Bijdrage RAP Totaal
€20.000 €3.000 €29.500
€20.000 €3.000 €29.500
€20.000 €3.000 €29.500
Tabel 1: begroting duurzaamheid 2024-2026
Beleidsplannen (duurzaamheid) | Huur repaircafé, programma NMU heuvelrugtuinen. Natuur- en milieueducatie | Acties die gedaan worden door stichting Duurzaam Woudenberg (anders dan Energie in Woudenberg). Klimaatdoelstellingen (structureel) | Energie in Woudenberg, energieloket (digitaal). Bijdrage RAP | Uitvoering regionaal adaptatie plan. Tot 2027 kunnen diverse vaste posten nog gefinancierd worden uit de bestemmingsreserve duurzaamheid. Bezien zal moeten worden of deze vanaf 2027 uit de reguliere begroting dienen te komen en dus ten laste komen van de algemene middelen.
Totaal
-
2027 e.v. PM
€17.560
€17.560
PM
€105.500
€40.000
€136.904
-
PM
€176.904
-
€40.000
€118.652
€118.652
PM
€277.304
€193.794 €232.794
€193.764 €384.974
€193.764 €466.910
€193.764 €330.006
PM PM
€775.176
€79.800
Tabel 2: subsidies 2023-2027
De nieuwste rijksmiddelen worden geoormerkt en vooral beschikbaar gesteld voor personeel, dus voor het opzetten van de aanpak en inrichting van organisaties. De rijksmiddelen voor personeel (CDOKE) wordt benut voor eigen personeel en inhuur van deskundigheid.
28
De kosten van de RES worden betaald uit het regio Amersfoort budget en de rijksuitkering die de regio daarvoor krijgt. De lokale acties en ambtelijke uren komen ten laste van de begroting. In het verleden kregen wij ook middelen voor uitvoering. Naar verwachting zal dat in de toekomst weer beschikbaar komen, gezien de grote kostenpost voor aanpassing van de ondergrondse infrastructuur. Planmiddelen vanaf 2024 zijn aangekondigd, maar concreetheid vanuit het ministerie is er nog niet.
29
11. Bijlagen 11.1. Middelen (regelingen) Het Rijk en de provincie stellen middelen ter beschikking om verschillende (kwetsbare) groepen te ondersteunen en energiereductie te bevorderen. USET isolatievouchers Provincie Utrecht heeft de isolatievoucher als een stimulering voor het aanvragen van een SMP ingezet. De actie houdt in dat de provincie in samenwerking met het Duurzaam Bouwloket de huizen van minima actief isoleert en hiervoor 100% van de kosten op zich neemt. Geschat is dat er in Woudenberg 30 woningen zijn, die in aanmerking komen voor een voucherwaarde van €2.100. De uitvoeringskosten gericht op communicatie, coördinatie en compenserende maatregelen worden gevraagd aan de gemeente. Er is door de gemeente een plan/subsidieaanvraag ingediend bij de provincie Utrecht om 38 woningen te isoleren van financieel kwetsbare inwoners. In 2023 zijn de eerste 20 woningen daadwerkelijk geïsoleerd. De overige groep neemt vooralsnog een afwachtende houding aan. In 2024 zal deze groep nogmaals benaderd worden om gebruik te maken van de isolatievouchers. Het resterende bedrag van de subsidie mag mee worden genomen in een andere aanpak (zie hiervoor NIP lokale isolatie). Er is door de provincie een budget verstrekt ter grootte van €79.800. Daarbovenop komen de kosten voor Duurzaam Bouwloket (€11.970), welke de gemeente uit eigen middelen heeft bekostigd.
woningen voor 2031. Vanuit 4 actielijnen worden gemeenten geholpen bij de lokale aanpak. Een van de actielijnen is de regeling lokale aanpak. Via deze regeling kan de gemeente geld aanvragen voor na-isolatie van woningen (met een D, E, F, of G energielabel van mensen met een inkomen onder modaal). Via een verdeelsleutel is met een projectplan een SPuK aangevraagd. De verplichte verdeelsleutel bevat minimaal 75% van in Woudenberg 157 te isoleren woningen. Over meerdere tranches is er een bedrag van €277.305 beschikbaar voor isolatie van woningen. De gemeente Woudenberg werkt voor de uitvoering van deze SpUk samen met het Energie Diensten Centrum (EDC) waardoor we onze inkoopkracht bundelen. Op deze manier kunnen meer inwoners dan vereist worden voorzien van ondersteuning en ontzorging. De uitwerking van dit plan vindt plaats tussen 2024 en 2026. De uitkering is te besteden tot en met Q4 2026. Er zijn geen eigen middelen benodigd. SPuK energiearmoede In 2022 heeft de gemeente 3 betalingen vanuit het rijk ontvangen ten behoeve van de aanpak energiearmoede. Het betreft een specifieke uitkering energiearmoede en additionele middelen vanuit het rijk en het nationaal isolatieplan. CDOKE Het ministerie van BZK heeft gemeenten voor 3 jaar structureel ondersteund met middelen ten behoeve van de uitvoering van het Klimaatakkoord (2019). Deze middelen kunnen vormvrij in gezet worden.
USET inclusieve warmtetransitie Het programma energie in Woudenberg loopt al een aantal jaar. In de periode 2023-2024 richt het programma zich op continuering en het slaan van een grote slag op het gebied van duurzaamheid. We doen dit door de provinciale USET subsidie aan te vragen. De USET regeling gaat uit van 20% cofinanciering van de gemeente. De gemeente Woudenberg heeft een plan ingediend bij de provincie Utrecht genaamd Inclusieve Warmtetransitie Woudenberg. Het plan heeft als doel om kwetsbare groepen nu mee te nemen in de warmtetransitie, waarbij zelfredzame doelgroepen gemakkelijk op een later moment gestimuleerd kunnen worden hun woning te verduurzamen. Er wordt een koppeling gemaakt met het onderwijs en kerken. Er wordt een grote inzet gevraagd van de energiecoaches. Dit zal gepaard gaan met het opstellen van een communicatiestrategie en een grote publiekscampagne. De uitwerking van dit plan zal plaats vinden in 2024 en 2025. De gevraagde subsidie bedraagt €105.508. De gemeente zal €35.169 bijdragen uit eigen middelen. NIP lokale isolatie Het doel van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) is het isoleren van 2,5 miljoen
30
11.2 Sustainable Development Goals (SDG’s) SDG 1 Geen armoede Het streven van SDG 1 is dat er in 2030 niemand meer in extreme armoede leeft. Hierbij gaat het ook om sociale bescherming, gelijke economische rechten en hogere weerbaarheid tegen schokken, vooral voor arme en kwetsbare mensen. SDG 2 Geen honger Het streven van SDG 2 is dat in 2030 niemand meer honger lijdt en dat iedereen toegang heeft tot veilig, voedzaam en voldoende voedsel. In rijkere landen komen ondervoeding en voedselonzekerheid weinig voor. Er is juist sprake van voedselverspilling. Daarom gaat het hier om de duurzaamheid van de voedselproductie. SDG 3 Goede gezondheid en welzijn SDG 3 gaat over goede gezondheid voor mensen van alle leeftijden. Vroege sterfte moet worden voorkomen door behandeling van lichamelijke ziektes en psychische problemen. Hierbij hoort ook betere zorg voor moeder en kind, het voorkomen en behandelen van verslaving, en het terugbrengen van het aantal verkeersdoden. SDG 4 Kwaliteitsonderwijs Goed en toegankelijk onderwijs is voor iedereen belangrijk, in alle leeftijden en alle levensfasen, van kinderopvang en basisschool tot ‘leven lang leren’. SDG 4 draait om de zorg dat mensen de kennis en vaardigheden hebben om te kunnen werken en om mee te doen in de maatschappij.
SDG 5 Gendergelijkheid SDG 5 draait om gelijke behandeling en een gelijkwaardige positie van mannen en vrouwen in de samenleving. In 2030 moeten vrouwen en mannen ook in de praktijk gelijke rechten hebben op onderwijs, gezondheidszorg en werk. Vrouwen moeten evenveel kansen krijgen als mannen om mee te beslissen in de politiek, de economie en het openbare leven. Ook moet er een einde komen aan het geweld tegen vrouwen en meisjes. SDG 6 Schoon water en sanitair Toegang tot drinkwater en sanitaire voorzieningen en duurzaam beheer van water vormen de kern van SDG 6. Iedereen in Nederland beschikt over drinkwater. In Nederland gaat het vooral om de betaalbaarheid van drinkwater, de waterkwaliteit en de efficiëntie van watergebruik.
SDG 7 Betaalbare en duurzame energie In 2030 moet iedereen toegang hebben tot betaalbare, betrouwbare en duurzame energie. Energie is onmisbaar in onze maatschappij, maar komt nog vaak uit kolen, olie en gas. Voor Nederland gaat het in SDG 7 vooral over energiezekerheid, verduurzaming en energieefficiëntie. SDG 8: Eerlijk werk en economische groei SDG 8.1 Economie en productiefactoren Hoe maak je economische groei duurzamer en efficiënter? Daar gaat het eerste deel van SDG 8 over. Op de korte termijn zorgt economische groei voor meer materiële welvaart. Op de lange termijn kunnen economische activiteiten schadelijk zijn voor de brede welvaart. SDG 8.2 Arbeid en vrije tijd Het streven van het tweede deel van SDG 8 is om iedereen die wil werken die mogelijkheid te geven, onder goede omstandigheden en met voldoende vrije tijd. Werk is belangrijk om geld te verdienen, om deel te nemen aan de samenleving en om een gevoel van eigenwaarde te krijgen. SDG 9 Industrie, innovatie en infrastructuur SDG 9.1 Infrastructuur en mobiliteit In het eerste deel van SDG 9 gaat het om de voorzieningen om personen en informatie te vervoeren (infrastructuur) en het gebruik daarvan (mobiliteit). Mobiliteit stelt mensen in staat om te werken, sociale contacten te onderhouden en hun vrije tijd in te vullen.
Mobiliteit heeft ook nadelen, zoals tijdverlies door files, onveiligheid in het verkeer en druk op het milieu. SDG 9.2 Duurzame bedrijvigheid Het tweede deel van SDG 9 richt zich op een sterker en duurzamer bedrijfsleven. Kleine bedrijven moeten betere toegang krijgen tot hoogwaardige markten en financiering. Het gaat in Nederland vooral om de relaties tussen bedrijven en werknemers, de rol van het midden- en kleinbedrijf (mkb) en de grote bedrijven, en duurzaamheid van productieprocessen en producten. SDG 9.3 Kennis en innovatie Kennis is enorm belangrijk voor de economie en voor het vinden van oplossingen voor grote maatschappelijke problemen. Het derde deel van SDG 9 gaat over investeringen in kennis door bedrijven en overheden, over technologische ontwikkeling, en over toegang tot ICT en internet.
31
SDG 10 Ongelijkheid verminderen SDG 10.1 Sociale samenhang en ongelijkheid Het eerste deel van SDG 10 gaat in op sociale samenhang, inclusie en gelijkheid. Sociale samenhang is onontbeerlijk voor het goed functioneren van een samenleving. Familie, buren, vrienden, verenigingen, hulp en ondersteuning vormen de basis. Mensen moeten in staat zijn hieraan mee te doen, zodat ze zich deel van een groep kunnen voelen. SDG 10.2 Financiële houdbaarheid Het tweede deel van SDG 10 draait om het verminderen van ongelijkheid. In Nederland worden collectief en individueel schulden en vermogens opgebouwd. Deze hebben invloed op de brede welvaart van volgende generaties. Grote uitdagingen zijn vergrijzing, economische crises, globalisering, en veranderingen in solidariteit tussen generaties en tussen bevolkingsgroepen. SDG 11 Duurzame steden en gemeenschappen SDG11.1 Wonen Een groot deel van het leven speelt zich af in en rond de woning. Het eerst deel van SDG 11 is gericht op geschikte huisvesting. Een goed en betaalbaar huis in een veilige omgeving en op een redelijke afstand van het werk verhoogt de brede welvaart. SDG 11.2 Leefomgeving In het tweede deel van SDG 11 gaat het om de omgeving waarin mensen wonen en werken.
Hoe zorg je ervoor dat de lokale leefomgeving veilig, betaalbaar, toegankelijk en duurzaam wordt? In Nederland is ruimte schaars en staan de leefomgeving en de beschikbare ruimte onder druk. SDG 12 Verantwoorde consumptie en productie Bij SDG 12 gaat het om het verminderen van afval, voedselverspilling en vervuiling, en het zuiniger omgaan met materialen. Door anders te consumeren en produceren kunnen bedrijven, overheden en consumenten de druk op het milieu verminderen. SDG 13 Klimaatactie SDG 13 is gericht op de aanpak van klimaatverandering die wordt veroorzaakt door mensen. In het klimaatakkoord van Parijs uit 2015 hebben landen afgesproken dat de opwarming van de aarde minder dan 2 graden moet zijn. Om dit te bereiken moeten fors minder broeikasgassen worden uitgestoten. Daarvoor moeten minder fossiele brandstoffen en meer hernieuwbare energie worden gebruikt.
SDG 14 Leven in het water SDG 14 is gericht op bescherming en duurzaam gebruik van zeeën en oceanen. De mens is sterk afhankelijk van de zee. Zeeën en oceanen zijn onmisbaar voor de opvang van CO2 en de productie van zuurstof. Ze zijn cruciaal voor klimaat, voedsel en drinkwater. Klimaatverandering, overbevissing en vervuiling vormen een bedreiging voor het ecosysteem en voor het gebruik dat ervan wordt gemaakt. SDG 15 Leven op het land SDG 15 betreft bescherming, herstel en duurzaam beheer van alle vormen van leven op het land. Natuur en gezonde ecosystemen zijn onmisbaar voor de brede welvaart en de leefbaarheid op aarde. Als ecosystemen en biodiversiteit eenmaal verwoest zijn, kan de schade onherstelbaar zijn. SDG 16 Vrede, justitie en sterke publieke diensten SDG 16.1 Veiligheid en vrede Het eerste deel van SDG 16 wil een veilige samenleving bevorderen waarin iedereen toegang heeft tot het rechtssysteem. Het gaat daarbij om het verminderen van alle vormen van geweld, vooral tegen kinderen, en het terugdringen van corruptie, georganiseerde misdaad en illegale wapenhandel. SDG 16.2 Instituties Het tweede deel van SDG 16 gaat over instituties, zoals de Tweede Kamer, politie, rechters, en de overheid in het algemeen.
In een open en democratische samenleving is het belangrijk dat instituties verantwoording afleggen, dat informatie goed toegankelijk is en dat fundamentele vrijheden worden beschermd. Zo kunnen burgers vertrouwen op de overheid en gemakkelijker meedoen in de samenleving. SDG 17 Partnerschap om doelstellingen te bereiken SDG 17 heeft een ander karakter dan de andere SDG’s. Voor het bereiken van de SDG’s is samenwerking tussen landen, overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties enorm belangrijk. Het is moeilijk om die samenwerking te meten.
32
11.3 Overzicht Uitvoeringsplan duurzaamheid In deze bijlage staan de acties die in dit plan zijn beschreven nog eens onder elkaar. Hier zijn dus niet de acties opgenomen die in de overige uitvoeringsplannen zijn beschreven. ENERGIETRANSITIE Netcongestie-coördinator Voorbereiden RES 3.0 Acties uit RES Opstellen plan van aanpak Zon op grote daken Uitvoering Zon op grote daken Zon op land (OER A12) Windenergie Volgen ontwikkelingen kleinschalige wind Aquathermie Valleikanaal Geothermie Herijking TVW → warmteprogramma Uitvoeren inclusieve warmte Opstellen WUP’s Uitvoeren WUP’s De Grift Nico Bergsteijn Laanzicht Starten participatietraject allelectric wijken Onderzoek gewenste oplossingen Hoevelaar Aquathermie De Grift Riothermie Basisschool Olijfboom Solar carports Volgen ontwikkelingen biogas PvA energiearmoede huurders PvA energiearmoede woningeigenaren Opstellen mobiliteitsvisie Uitvoering mobiliteitsvisie
2024
2025
2026-2030
2030-2050
UITVOERINGSPLAN CIRCULAIRE ECONOMIE Circulair ondernemen Bijeenkomsten organiseren om ondernemers te informeren over de laatste stand van zaken omtrent weten regelgeving circulair ondernemen Greendish traject met de horeca ondernemers Circulaire samenleving Aansluiten op campagne: Zet je restjes in bloei van AVU Boost geven aan de communicatie omtrent wasbare zwemluiers Ontwikkelingen buitengebied Onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om circulaire economie ook in het buitengebied te stimuleren
2024
2025
2026-2030
2030-2050
33
DUURZAAMHEID IN DE GEMEENTELIJKE ORGANISATIE EN DE OPENBARE RUIMTE 2024
2025
2026-2030
2030-2050
CO2-voetafdruk opstellen Uitvoeren en monitoren CO2reductieplan Ambitiewebsessies gemeentelijke organisatie Duurzaamheidseisen in inkoopbeleid opnemen SDG’s implementeren Betrekken medewerkers Opstellen uitvoeringsplan gemeentelijke organisatie Uitvoeren uitvoeringsplan gemeentelijke organisatie Onderzoeken van mogelijkheden voor ambachtcentrum op de gemeentewerf
Monitoring resultaten op duurzame woningbouw in Hoevelaar fase 2 Time2learn houden over circulaire economie Kennissessies voor beleidsadviseurs Input leveren voor het herschrijven van beleid, zodat CE hier meer onderdeel van gaat zijn Onderzoeken hoe sociaal domein mee kan werken aan de circulaire doelstellingen
34
11.4.
Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie
Uitvoeringsprogam ma Circulaire economie 2024-2026.pdf
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47