CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

21.b Uitvoeringsplan duurzaamheid 2024-2030.pdf

Raadscommissie 10 september 2024, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken14.386 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitvoeringsplan Duurzaamheid Gemeente Woudenberg | 2024-2030 1

Inhoudsopgave

5. BIODIVERSITEIT

1. Inleiding 1.1. Het grote plaatje 1.2. Het klimaatakkoord – van wereldwijd naar landelijk 1.3. Duurzaamheid in Woudenberg 1.4. (regionale) samenwerkingen en netwerken 1.5. Leeswijzer

2. ENERGIE 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6.

3.1. 3.2. 3.3.

Klimaatadaptatie in Woudenberg Wateroverlast Hoogwaterbescherming Droogte Hittestress

6 6 9 12 13 14

6. Duurzaam ondernemen in Woudenberg 6.1 Duurzame bedrijventerreinen 6.2. Bewustwording ondernemers

21 21 21

7. Duurzaamheid in de gemeentelijke organisatie en openbare ruimte 7.1. Voorbeeldfunctie 7.2. Gemeentelijke organisatie

22 22 22

8. Communicatie 9. Capaciteit 10. Financiën 11. Bijlagen 11.1 Middelen (regelingen) 11.2.Beschrijving SDG's 11.3 Overzicht Uitvoeringsplan duurzaamheid 11.4 Uitvoeringsprogramma Circulaire economie

25 27 28 30 30 32 34 36

Pg. 15

Circulair ondernemen in Woudenberg Circulaire samenleving Ontwikkelingen buitengebied

4. KLIMAATADAPTATIE 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5.

Pg. 6

Netcongestie Regionale energie strategie regio Amersfoort De warmtetransitie (naar aardgasvrij) Onze partners Eneriearmoede Duurzame mobiliteit

3. CIRCULAIRE ECONOMIE

3 3 3 3 5 5

Pg. 20

15 16 16

Pg. 18 18 18 18 18 19

2

1. Inleiding Duurzaamheid is een breed begrip. In een duurzame wereld zijn mens, milieu en economie met elkaar in evenwicht, zodat we de aarde niet uitputten. Op deze manier blijft de aarde voor toekomstige generaties ook leefbaar en plezierig. In dit uitvoeringsplan is beschreven hoe gemeente Woudenberg uitvoering geeft aan (de bewustwording van) duurzaamheid. Het uitvoeringsplan is bedoeld als richting voor de komende jaren, te weten de periode 2024 – 2030. We blijven flexibel en haken aan bij ontwikkelingen die goed zijn voor Woudenberg.

1.1. Het grote plaatje Dat wat wij in Nederland doen, heeft effect op andere delen van de wereld. Als Nederland zijn we lid van de Verenigde Naties. De Verenigde Naties hebben de Sustainable Development Goals (SDG’s) opgesteld. De SDG’s zijn 17 doelen om van de wereld een betere plek te maken in 2030. Ze zijn een mondiaal kompas voor uitdagingen als armoede, onderwijs en de klimaatcrisis. Achter de 17 doelen zitten 169 targets, die de doelen concreter maken. In bijlage 12.2 is een verdere toelichting op de SDG’s gegeven.

1.2. Het klimaatakkoord – van wereldwijd naar landelijk Als resultante van het klimaatakkoord van Parijs (2015) is in Nederland het Klimaatakkoord opgesteld (2019) en daaraan verbonden de Klimaatwet. De Klimaatwet legt de nationale klimaatdoelen voor 2030 en 2050 vast: in 2030 moeten we 55% minder broeikasgassen uitstoten ten opzichte van 1990 en in 2050 zijn we klimaatneutraal.

1.3. Duurzaamheid in Woudenberg In dit uitvoeringsplan is beschreven hoe gemeente Woudenberg uitvoering geeft aan (de bewustwording van) duurzaamheid. De al eerder geschreven plannen Expeditie Duurzaamheid (2014) en de oplegger Aanpak Duurzaamheid Woudenberg (2020) vormen de basis. In Expeditie Duurzaamheid zijn we uitgegaan van 3 routes: • naar een duurzame gemeentelijke organisatie • naar duurzame inwoners • naar duurzame bedrijven en organisaties. De oplegger Aanpak Duurzaamheid Woudenberg uit 2020 laat zien op welke thema’s we de uitdaging aangaan en is daarmee overkoepelend, namelijk: • energietransitie • circulaire economie • klimaatadaptatie • biodiversiteit. We hebben ons in de eerdergenoemde beleidsplannen gecommitteerd aan de landelijke doelstellingen, zoals deze geformuleerd zijn in het Klimaatakkoord (2019) en het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2050. Dit zijn:

Inmiddels hebben provincie en Rijk op diverse onderdelen wetten vastgesteld en besluiten genomen. Voor de uitvoering gaan wij uit van hetgeen anno 2024 bekend is. Figuur 1 De SDG's van de VN

In het volgende overzicht wordt de integraliteit van duurzaamheid weergegeven en de doelen die de gemeente per thema heeft.

3

Als gemeente werken we aan een biodiverse omgeving Als gemeente implementeren we duurzame beheermethodes We werken samen om de openbare ruimte te vergroenen Als gemeente bestrijden we invasieve exoten Als gemeente streven we naar een duurzaam bomenbestand

Als gemeente geven we het goede voorbeeld. Ondernemers worden gestimuleerd om circulair te handelen. Inwoners worden gestimuleerd om circulair te handelen. We nemen het landelijke gebied mee in de transitie naar een Circulaire economie

Als gemeente geven we het goede voorbeeld Inwoners worden gestimuleerd hun regenwater af te laten koppelen waar dat kan Inwoners worden gestimuleerd om hun tuin minder te verharden Als gemeente houden we de mate van verdroging in de gaten Als gemeente beperken we de kans op wateroverlast

Als gemeente geven we het goede voorbeeld. Inwoners worden gestimuleerd om hun woning te verduurzamen Iedereen kan meedoen aan de energietransitie. We onderzoeken de mogelijkheden voor nieuwe energiebronnen

4

1.4. (Regionale) samenwerkingen en netwerken We zijn ons ervan bewust dat we deze opgaven niet alleen kunnen (en willen!) realiseren. We werken graag en constructief samen met zowel lokale als regionale, provinciale en landelijke stakeholders. Dat is door dit hele document heen terug te vinden. We werken samen met de verschillende overheden en samenwerkingsverbanden en met diverse belangengroepen, ondernemers en burgerinitiatieven.

1.5. Leeswijzer In dit Uitvoeringsplan Duurzaamheid Gemeente Woudenberg 2024-2030 zijn de hierboven beschreven routes en de benoemde thema’s de basis. De routes zoals beschreven in Expeditie Duurzaamheid worden herschreven met de 4 thema’s als uitgangspunt. Voor de route ‘Naar duurzame inwoners’ is de uitvoering beschreven onder de 4 thema’s in de hoofdstukken 2 t/m 5. De route ‘Naar duurzame bedrijven en organisaties’ is beschreven in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt het plan voor de gemeentelijke organisatie beschreven, gevolgd door hoofdstukken over communicatie, capaciteit en financiën.

5

2. ENERGIE De energietransitie is de overgang van een energiesysteem gebaseerd op fossiele energiebronnen naar een energiesysteem gebaseerd op duurzame en CO2-neutrale energiebronnen. In dit hoofdstuk beschrijven we de acties op het gebied van de energietransitie waar we als gemeente bij betrokken zijn. Hierbij maken we onderscheid tussen wat we regionaal doen en wat we lokaal doen. Daarnaast beschrijven we de lokale acties die (gaan) spelen.

RES 3.0 wordt voor de zomer van 2025 vastgesteld in de raden. Voorbereiding van deze RES vindt plaats in de regio. De RES regio Amersfoort blijft momenteel zowel achter in het behalen van de ambitie doelstellingen als in het behalen van de basis doelstellingen. Hiervoor zijn acties van de deelnemende gemeenten nodig. Deze acties kunnen deels in gezamenlijkheid en deels door de verschillende gemeenten zelf gedaan worden. 2024

2.1. Netcongestie Door de snelgroeiende hoeveelheid duurzaam opgewekte energie, elektrificatie van bedrijfsprocessen en economische groei is de grens bereikt van wat het landelijke hoogspanningsnet van TenneT in de provincie Utrecht aan kan. Ook delen van het regionale elektriciteitsnet bereiken hun limiet. Naast netuitbreidingen zijn flexibele oplossingen noodzakelijk, omdat ze versneld extra (tijdelijke) ruimte opleveren. Als gevolg van netcongestie moet de komende jaren continu een afweging gemaakt worden tussen wat gewenst is voor de duurzaamheidsdoelstelling en wat mogelijk is binnen het elektriciteitsnet. In dat kader blijft het essentieel om zuinig om te gaan met energie en woningen, bedrijfsgebouwen en de openbare ruimte klaar te maken voor de toekomst. Daarnaast moeten we alert zijn op acties die netcongestie verder kunnen vergroten. De komende jaren zal provincie Utrecht via de Energievisie en de P-MIEK (Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat) hier invulling aan geven. Omdat netcongestie diverse beleidsvelden raakt, hebben wij intern een netcongestiecoördinator benoemt en een bestuurder netcongestie. We gaan verschillende maatregelen en oplossingen verkennen, bijvoorbeeld de (on)mogelijkheden van energiehubs. 2024

2025

2026-2030

2025

2026-2030

2030-2050

Voorbereiden RES 3.0 Acties uit RES 2.2.1. Actiepunten uit de RES in Woudenberg - opwek Afwegingskader zon en wind Om de doelstellingen van het Klimaatakkoord te behalen is het, naast energiebesparing, onder andere nodig om ruimte te geven aan zonneparken en windturbines. Ter uitvoering van de RES is op 23 maart 2023 door de gemeenteraad van Woudenberg een afwegingskader vastgesteld met daarin opgenomen de verschillende aspecten: • Voorkeursvolgorde voor het opwekken van duurzame energie uit zon en wind • Inzicht in de kansen en belemmeringen voor zonneparken en windturbines in Woudenberg • Voorwaarden rondom kansrijke gebieden en uitsluitingsgebieden met een samenvatting van de afweging die hieraan ten grondslag ligt • Een procesbeschrijving voor het indienen en in behandeling nemen van initiatieven, waaronder de verplichtingen ten aanzien van lokaal eigendom en lokale zeggenschap.

2030-2050

Netcongestiecoördinator

2.2. Regionale Energiestrategie (RES) regio Amersfoort In de Regionale Energiestrategie (RES) regio Amersfoort (vastgesteld 1 juli 2021) beschrijven we hoe en waar we kansen zien voor grootschalige duurzame elektriciteit (zon en wind), hoe we de warmtetransitie (duurzame alternatieven voor aardgas) mogelijk maken en hoe we CO2 besparen. In de RES regio Amersfoort werken de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg, de provincie Utrecht, waterschap Vallei en Veluwe en netbeheerder Stedin nauw samen. De RES wordt elke 2 jaar herijkt, zodat we kunnen aansluiten bij recente ontwikkelingen en innovaties. De RES 2.0 is in 2023 in de vorm van een voortgangsrapportage vastgesteld. De

Zon op grote daken Ook binnen Woudenberg zijn nog diverse particuliere, bedrijfs- en gemeentedaken die niet optimaal benut worden voor opwek. Om aan de doelstellingen van de RES regio Amersfoort te voldoen, is het nodig dat voor 2030 de potentie van de grote daken zoveel mogelijk benut wordt. In Q2 2024 wordt een actieplan opgesteld met een passende aanpak bij de 4 verschillende type daken: maatschappelijk vastgoed, verenigingen van eigenaren (VvE’s), bedrijven en agrarische bedrijven. Netcongestie bemoeilijkt het benutten van de potentie, toch zijn voorbereidingen tot het moment dat het net weer grootschalige levering aankan en het samenbrengen van gebruik en levering ook nu al mogelijk. Voor het maatschappelijk en gemeentelijk vastgoed zal de gemeente samen met de maatschappelijke partners opnieuw onderzoeken op welke wijze daken geschikt te maken zijn voor grootschalige opwek. Indien mogelijk wordt direct bekeken welke

6

gebruiksoplossingen, om de opgewekte energie gelijk te benutten, toegepast kunnen worden. VvE’s hebben begin 2024 een brief van de provincie ontvangen. Als gemeente gaan we hier een vervolg aan geven. Voor de grote daken op het bedrijventerrein is het project Verduurzaming bedrijventerrein gestart dat met hoge prioriteit onderzoek doet naar het wegnemen van obstakels voor de ondernemers. Hierin is de provincie ook aan zet om schuifruimte te realiseren voor vernieuwing en intensivering van het bedrijventerrein. Een deel van de agrarische daken wordt al voor eigen gebruik benut. Netcongestie, gebrek aan een goede regeling voor het delen van opgewekte energie en de onzekerheid van de landbouwtransitie, maakt dat deze daken vooral op de lange termijn potentie hebben en niet zozeer de komende jaren. Wij zullen de agrariërs blijvend aandacht geven, maar uitgaande van bovengenoemde onzekerheden ligt de prioriteit tot 2030 bij de kansen in de bebouwde kom. Solar carports In Woudenberg zijn geen of onvoldoende grootschalige parkeerterreinen aanwezig om via solar carports bij te dragen. Samen met energiecoöperatie ZonopWoudenberg onderzoeken wij de optie van kleinschalige solar carports. Voor meer informatie, zie paragraaf 2.3.5. Pilots. Zon op land Het Afwegingskader zon en wind geeft het kader voor de realisatie van zonnevelden en windturbines.

Hierbinnen is de keuze gemaakt om eerst zon op dak, zon langs de kern, zon op pauzegronden en op restgronden te stimuleren, voordat agrarische gronden in aanmerking komen. De Zonnebrief van het kabinet (2023) past geheel in die lijn. Wij staan open voor initiatieven van eigenaren en zullen onder andere samen met ZonopWoudenberg actief onderzoeken welke locaties geschikt zijn. Zon langs provinciale wegen Hoewel de provincie Utrecht aangegeven heeft geen prioriteit te stellen aan een verkenning van de potentie van de gronden langs provinciale wegen, blijven wij hier aandacht voor vragen. De provincie als wegbeheerder is echter primair verantwoordelijk. Opwek van Energie op Rijksgronden (OER) A12 Vanuit de RES 1.0 en de motie Zonnelint, is, onder leiding van Rijkswaterstaat en samen met alle gemeenten binnen het traject Woerden – Veenendaal, een verkenning gestart. Naar aanleiding van de eerste verkenning blijkt het hele tracé voldoende kansrijk en is na ondertekening van de intentieovereenkomst de onderzoeksfase gestart.

Bestuurlijk en ambtelijk nemen wij actief deel aan dit project. Binnen de RES regio Amersfoort en onze eigen doelstellingen zijn wij van mening dat het gebied kansrijk is. Of de realisatie voor 2030 plaats zal vinden, hangt echter af van andere factoren in het project OER-A12. Binnen het tracé zijn locaties waar de afstand tot de gebruiker kleiner is dan bij locaties in Woudenberg. Daarmee is de investering in het energienetwerk daar goedkoper. We blijven de ontwikkelingen actief volgen, omdat het later alsnog kansrijk kan worden. Windenergie In de RES 1.0 staat een zoekgebied voor windenergie bij de A12, met de nuancering dat deze alleen kansrijk is in samenhang met een ontwikkeling in de buurgemeenten langs deze weg. Binnen het traject van het project OER-A12 was geen bestuurlijk draagvlak om ook wind te verkennen. De PlanMER Windenergie provincie Utrecht (januari 2024) maakt zichtbaar dat er verschillende belemmeringen zijn (zoals een hoogspanningsleiding en een ecoduct). Inzet op wind langs de A12 is op dit moment dan ook niet kansrijk. De planMER maakt ook zichtbaar dat er op het grondgebied van Woudenberg geen ruimte is voor een zelfstandig grootschalig windpark. Vooralsnog sluiten wij voor wind aan bij de adviezen van de RES.

Wij zien wind als een noodzaak voor een stabiel elektriciteitssysteem en een alternatief voor de hectaren agrarische grond die anders ingezet kunnen worden dan voor zon op land. Voor de korte en middellange termijn zien wij geen actieve inzet op dit onderdeel. Kleinschalige wind Voor het behalen de RES-doelstellingen is kleinschalige wind niet van belang, maar wordt het wel als een passende mogelijkheid voor Woudenberg gezien. Te denken valt aan boerderijmolens en andere vormen van kleinschalige opwek met wind. Hiervoor is in het Afwegingskader zon en wind een regeling opgenomen. De komende jaren volgen wij de markt en ontwikkelingen of ook voor andere type kleinschalige wind een regeling gewenst is. 2.2.2. Actiepunten uit de RES in Woudenberg – warmte Onderdeel van de RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW). Het doel van de RSW is het inzichtelijk maken van de warmtevraag, het warmte-aanbod en de mogelijkheden voor een nieuw te ontwikkelen, bovengemeentelijke warmte-infrastructuur. De RSW wordt opgenomen in de RES 3.0 en moet dus in de zomer van 2025 actueel zijn. De regio zal in de RSW de haalbaarheid en verdeling van bovenlokale warmtebronnen in beeld brengen, scenario’s opstellen voor financiering, gemeenten faciliteren bij het opstellen warmteprogramma’s en governance en inzet van boven lokale warmtebronnen en collectieve warmteoplossingen.

Dit gebeurt aan de (ambtelijke) warmtetafel waar elke gemeente van de RES regio Amersfoort aan deelneemt.

7

Alle gemeenten hebben daarnaast een eigen Transitievisie Warmte (TVW) die elke 5 jaar herijkt wordt. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet de volgende versie (uiterlijk 2026) in de vorm van een Warmteprogramma worden vastgesteld. Binnen de RSW zijn afgelopen jaren diverse verkenningen gestart, mede ten behoeve van de lokale warmtetransitie. Dit heeft een relatie met de herijking van de TVW van de gemeente. In het Warmteprogramma moeten gemeenten per wijk een oplossing kiezen voor de verwarming van gebouwen als alternatief voor aardgas. Vervolgens wordt per wijk een uitvoeringsprogramma (WUP) opgesteld om dit te realiseren. Dit kost gemiddeld 8 jaar per wijk en moet voor alle 66 wijken van regio Amersfoort gedaan worden. Daarmee wordt duidelijk dat het tijdpad voor de verplichting om in regio Amersfoort in 2030 25.000 woningen en in 2050 alle 135.000 woningen aardgasvrij te maken, scherp is. In Figuur 2is de tijdlijn voor het opstellen van het Warmteprogramma opgenomen. De tijdlijn laat zien dat om het Warmteprogramma per eind 2026 vast te stellen, de doorlooptijd beperkt is. Dit komt door de gemeenteverkiezingen en de potentiële MERplicht.

Figuur 2 Tijdlijn Warmteprogramma De wetsvoorstellen Wet collectieve warmte en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (invoering waarschijnlijk per januari 2025) geven gemeenten nieuw instrumentarium voor alternatieve verwarming van de bebouwde omgeving en verplichten gemeenten een Warmteprogramma vast te stellen voor 2027. Dit is de opvolging en borging van de TVW (2021) onder de Omgevingswet. De komende jaren wordt doorgegaan op de ingeslagen weg, zie daarvoor paragraaf 2.3.2. Gelijktijdig wordt in 2024 gestart met de herijking van de TVW en omzetting naar een Warmteprogramma. Alle opgedane kennis wordt daarin verwerkt en tevens wordt invulling gegeven aan de (nieuwe) wettelijke taakstellingen.

Daarnaast zijn er regionale ontwikkelingen die voor Woudenberg interessant kunnen zijn, deze lichten we hieronder toe. Aquathermie Ten behoeve van de regionale warmtetransitie, onderdeel van de RES, onderzoekt de RES regio Amersfoort samen met het waterschap Vallei en Veluwe op welke wijze de gemeenten Rhenen, Veenendaal, Scherpenzeel, Woudenberg, Leusden en Amersfoort de warmte uit het Valleikanaal kunnen benutten. Het onderzoek zal in 2025 duidelijkheid geven of het mogelijk is dat elke gemeente gebruik maakt van de potentie of dat er extra onderzoek nodig is. Geothermie Geothermie kan een bron zijn voor warmte. Er is echter nog veel onbekend. De voorlopige onderzoeken lijken aan te geven dat de potentie rond Woudenberg hoog is. Om duidelijkheid te krijgen, zullen eerst proefboringen gedaan moeten worden. Deze vinden waarschijnlijk plaats in 202). Naast deze proefboringen blijven wij ook de ontwikkelingen rond Veenendaal en Scherpenzeel actief volgen om tijdig te kunnen inspelen op de potenties voor Woudenberg. Geothermie kan alleen rendabel worden geëxploiteerd wanneer het om een groot aantal woningen gaat. Bovendien vraagt geothermie om een warmtenet in de hele bebouwde kom. Pas op lange termijn zal blijken of geothermie als bron geschikt is.

8

2024

2025

2026-2030

2030-2050

Opstellen plan van aanpak Zon op grote daken Uitvoering Zon op grote daken Zon op land (OER A12) Windenergie Volgen ontwikkelingen kleinschalige wind Aquathermie Valleikanaal Geothermie Herijking TVW → Warmteprogramma

2.3.

De warmtetransitie (naar aardgasvrij)

2.3.1. Transitievisie Warmte Ons doel is om Woudenbergers en ondernemers zo goed mogelijk voor te bereiden om van het aardgas af te gaan. De gemeenteraad van Woudenberg heeft in 2021 de Transitievisie Warmte (TVW) vastgesteld (november 2021). Belangrijk uitgangspunt is dat iedereen kan meedoen en daar waar mogelijk eigen initiatief kan nemen. Om in 2050 Woudenberg volledig aardgasvrij te laten zijn, moeten we de komende jaren versnellen naar gemiddeld 171 woningen per jaar. Elk jaar dat we later starten, moeten we ca. 6 woningen extra per jaar verduurzamen. De TVW maakt zichtbaar dat het voor de gemêleerde wijken van Woudenberg lastig te bepalen is wat de beste transitie is. Voor de meeste wijken is nog geen passend alternatief beschikbaar. We starten in de focusgebieden (zie 2.3.3.) om te leren, te versnellen en koppelkansen te benutten, zie Figuur . Daarnaast maken we een globale planning wanneer er in welke wijk actie wordt ondernomen.

Figuur 3 Warmtetransitiekaart gemeente Woudenberg (2021)

Inclusieve warmtetransitie Woudenberg De afgelopen jaren is de inzet gericht geweest op het verkrijgen van inzicht in de opties die er zijn voor de verschillende type wijken en woningen, het verkrijgen van draagvlak door voorlichting en participatie, het stimuleren van besparen en voorbereiden van woningen (no-regret) en de eerste verkenning van de opties van de focuswijken. Om vaart te kunnen maken, is een plan ingediend bij de provincie Utrecht over hoe we deze warmtetransitie inclusief aan gaan pakken; De Inclusieve Warmtetransitie Woudenberg. Het plan heeft als doel om kwetsbare inwoners mee te nemen in de warmtetransitie, waarbij zelfredzame inwoners gemakkelijk op een later moment gestimuleerd kunnen worden hun woning te verduurzamen. Na het akkoord van de provincie wordt dit plan uitgevoerd in 2024 en 2025. Samen met onze partners geven we succesvol vorm en inhoud aan de warmtetransitie. 2024

2025

2026-2030

2030-2050

Uitvoeren inclusieve warmte 2.3.2. Acties uit de TVW Om het nationale doel, aardgasvrij in 2050, te bereiken, is er veel actie vereist. We vinden het belangrijk dat een warmtetransitie voor alle Woudenbergers toegankelijk is: de mensen die (financiële) hulp het hardst nodig hebben, ontvangen deze als eerste.

9

We blijven inzetten op bewustwording en op het toepassen van zogenoemde no-regret maatregelen. Dat zijn maatregelen die genomen worden bij het aardgasvrij maken van wijken, waarvan de voordelen op lange termijn duidelijk zijn, ongeacht verdere ontwikkelingen in het energiesysteem. De werkzaamheden van de energiecoaches zijn hierbij van groot belang. In de eerste versie van de TVW lag nadruk op bewustwording en voorbereiding. Dat blijft, maar wordt in de volgende versie, het Warmteprogramma, meer concreet gemaakt in de opmaat naar wijkuitvoeringsplannen (WUP’s). 2024

2025

2026-2030

2030-2050

Opstellen WUP’s Uitvoeren WUP’s Waar mogelijk koppelen wij onze acties aan andere initiatieven, zoals de inclusieve warmtetransitie van kwetsbare groepen, wijkaanpassingen vanuit klimaatadaptie, biodiversiteit, etc. Doel is de boodschap continu en eenduidig te verkondigen om zo de beweging in gang te zetten en te houden. We passen onze communicatie aan aan de hand van de verschillende doelgroepen: • Woningeigenaren: Gemeente Woudenberg werkt samen met 11 andere gemeenten uit de provincie en het EnergieDienstenCentrum (EDC). Hier worden middelen en krachten gebundeld om zoveel eigenaar-bewoners als mogelijk te ontzorgen en te ondersteunen in het verduurzamen van hun woning. Hierbij wordt ook rekening gehouden met lage inkomens en lage WOZ-waardes. Deze doelgroepen krijgen meer ondersteuning dan mensen met een hoog budget. • Huurders: Woningcorporatie Omnia Wonen is een belangrijke samenwerkingspartner voor gemeente Woudenberg om duurzaamheidsambities te kunnen realiseren. In de prestatieafspraken en via periodiek overleg vindt de afstemming tussen de plannen van Omnia Wonen en de gemeentelijke planvorming plaats. Omnia Wonen gaat op korte termijn in Woudenberg 212 woningen isoleren (vergelijkbaar met label A). • Particuliere verhuurders: Ook particuliere verhuurders dienen hun panden te verduurzamen.

De provincie Utrecht heeft communicatiemiddelen (OERAF) ter beschikking gesteld aan gemeenten om deze verhuurders aan te sporen. Als gemeente maken wij hiervan regelmatig gebruik om verhuurders te informeren en te stimuleren. Vanaf 2029 mogen geen woningen met label E of slechter worden verhuurd. • Vereniging van Eigenaren (VvE): Voor verenigingen van eigenaren bestaat er de mogelijkheid subsidie aan te vragen voor onderzoek en advies, verduurzamingsmaatregelen, oplaadpuntenadvies en laadinfrastructuur. Er is inmiddels een landelijk VvE verduurzamingsloket, geleidt door de Provincie

Utrecht. De ambtelijke inzet vanuit de gemeente blijft hierin dus beperkt. VvE’s in Woudenberg worden naar het loket verwezen. 2.3.3. Focusgebieden In de TVW zijn 3 focusgebieden aangewezen: De Grift, Laanzicht en Nico Bergsteijn. In deze gebieden bekijken wij op welke wijze de overgang naar aardgasvrij het beste kan plaatsvinden. We zijn gestart bij de focusgebieden De Grift en Laanzicht met het onderzoeken van alternatieve energiebronnen. Daarnaast blijven we focus houden op informeren over en stimuleren van isolatiemaatregelen, net als in de andere wijken van Woudenberg. De Grift De Grift is een gemêleerde wijk met diverse type woningen. Binnen deze wijk zijn we bezig met verschillende onderzoeken om duurzame energieopwekking en -opslag (buurtaccu) te realiseren. Het gaat om een verkenning van aquathermie met warmte uit het water van de Grift als bron voor een lokaal warmtenet. Daarnaast wordt onderzocht wat de (on)mogelijkheden van een solar carport is (zie ook paragraaf 2.3.5. Pilots). Deze onderzoeken zijn geïnitieerd door ZonopWoudenberg. Ook is een verkenning naar riothermie in deze wijk gestart. Aan de hand van de pilots wordt in de volgende fase van het Warmteprogramma bekeken of een compleet wijkuitvoeringsplan voor deze wijk al mogelijk is. Nico Bergsteijn In deze focuswijk is een grote concentratie huurwoningen.

Samen met woningcorporatie Omnia Wonen, gaan wij onderzoeken op welke wijze een verbetering van het energielabel van huurwoningen mogelijk is. Het doel is deze woningen geschikt te maken voor aardgasvrij. Daarnaast onderzoeken we op welke wijze de verbetering van de huurwoningen de omliggende koopwoningen kan stimuleren. Ook de lokale energiecoaches spelen hier een belangrijke rol (zie 2.4. Onze partners). Laanzicht Binnen het focusgebied in deze wijk richten we ons volledig op het verduurzamen van woningen. We richten ons op het toepassen van no-regret maatregelen om deze huizen voor te bereiden op een toekomst zonder aardgas. Daarnaast is een onderzoek naar een alternatieve warmtebron noodzakelijk. Ook de lokale energiecoaches spelen hier een belangrijke rol (zie 2.4 Onze partners). In alle 3 de focusgebieden ligt relatief veel woningcorporatiebezit. Woningcorporatie Omnia Wonen werkt graag mee aan een aanpak gericht op kleine maatregelen die huurders de komende tijd zelf kunnen nemen om energie te besparen. Op langere termijn worden bij de planning van het onderhoud en bij renovaties van corporatiewoningen ook

10

isolatiemaatregelen genomen om deze woningen naar een hoger isolatieniveau te brengen. Daarnaast kan Omnia Wonen kennis over het isolatieniveau en de aanpak van deze woningen delen met de energiecoaches. In deze buurten zijn enkele inwoners al actief bezig zijn op het gebied van duurzaamheid. Vanuit Energie in Woudenberg is ook al informatie en kennis beschikbaar over zogenaamde standaard woningen en bijbehorende isolatiemaatregelen voor woningen in 2 van deze gebieden. De ervaringen die we bij de 3 focusgebieden opdoen, dienen als voorbeeld en inspiratie voor de andere wijken en dus voor de volgende fase van het Warmteprogramma. 2024

2025

2026-2030

2030-2050

2024

2025

2026-2030

2030-2050

Starten participatietraject allelectric wijken Onderzoek gewenste oplossingen Hoevelaar 2.3.4. Bedrijventerrein Ook bedrijven moeten aardgasvrij kunnen opereren in 2050. Dit is een grote uitdaging. Om deze transitie succesvol te maken, bijvoorbeeld door samen actie te ondernemen voor Zon op dak en een energiehub, is een aanzienlijke mate van samenwerking en coördinatie tussen bedrijven en andere belanghebbenden essentieel. Zie verdere toelichting in paragraaf 6.1. Duurzame bedrijventerreinen.

De Grift Nico Bergsteijn Laanzicht All-electric wijken De wijken Het Groene Woud en 't Zeeland zijn in de TVW aangemerkt als geschikt om van het aardgas af te stappen en over te gaan op all-electric oplossingen. Dit zijn relatief nieuwe wijken en de woningen zijn voldoende geïsoleerd. Voor een overgang naar aardgasvrij is het essentieel dat de technologie in de woningen wordt aangepast, zoals het installeren van warmtepompen ter vervanging van cv-ketels. Om een realistisch plan te ontwikkelen en een specifiek jaartal voor het afschakelen van aardgas te bepalen, is het cruciaal om verschillende belanghebbenden te betrekken. Stedin heeft aangegeven dat het netwerk in Woudenberg tegen 2028 voldoende versterkt zal zijn voor all-electric oplossingen. Om inwoners voldoende tijd te geven om hun woning aan te passen, wordt ten minste 10 jaar van tevoren kenbaar gemaakt wanneer er geen aardgas meer beschikbaar zal zijn in de wijk. We betrekken inwoners op tijd om een gezamenlijke buurtaanpak op te kunnen stellen. Lokale installateurs en loodgieters worden ingeschakeld om de technologieën binnen de huizen te evalueren. Eind 2025 willen wij dan ook het participatieproces in de wijken beginnen om tot een concreet plan te komen met bewoners, gemeente en installateurs.

Uit dit participatieproces en plan van aanpak zal een realistisch moment volgen wanneer de wijken van het aardgas af kunnen. Naar aanleiding van netcongestie wordt onderzocht of in de all-electric wijken, met name Hoevelaar, meer collectieve systemen van verwarming nodig en gewenst zijn om elektriciteit te besparen.

11

2.3.5. Pilots In Woudenberg zijn er een aantal pilots, met name in focuswijk De Grift, die wij de komende jaren willen uitvoeren om het gebruik van fossiele energiebronnen zo snel en verantwoord mogelijk terug te dringen. Aquathermie de Grift Water kan een bron van warmte en koude zijn die in een warmte- koudeopslag (WKO) kan worden opgeslagen, of direct worden geleverd aan huizen, kantoren of andere gebouwen in de omgeving. In de (focus)wijk de Grift werkt de gemeente samen met de energiecoöperatie ZonopWoudenberg om een haalbaarheidsonderzoek uit te laten voeren door een ingenieursbureau. Voor de financiering moet nog een plan van aanpak worden opgesteld en worden ingediend bij de provincie voor subsidie. In het geval van een positieve businesscase werken we het proces verder uit en betrekken we de bewoners en de provincie. Afhankelijk van het haalbaarheidsonderzoek moet de gemeente in de komende jaren personeel met technische kennis inzetten om deze en andere pilots te begeleiden. Pilot riothermie Voor de omgeving van De Camp en de Olijfboom is een verkenning gedaan voor riothermie. Riothermie is aquathermie specifiek toegepast op afvalwater. Deze verkenning gaf aan dat riothermie ook een bron zou kunnen zijn voor Hoevelaar fase 3 of delen van het bedrijventerrein. Deze optie wordt de komende jaren voor meer gebieden bezien en meegenomen in het nieuwe Warmteprogramma.

Solar carports Gemeente Woudenberg en de energiecoöperatie ZonopWoudenberg willen energieopwekking, slim ruimtegebruik, energieopslag en laadinfrastructuur van auto’s bundelen in een oplossingsgericht concept Solar Carport Woudenberg. Ten behoeve daarvan wordt een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. Het Solar Carport Woudenbergproject is een cruciale stap in de versnelling van de energietransitie en het verminderen van netcongestie. De integratie van zonnepanelen, energieopslag, en laadinfrastructuur biedt niet alleen een duurzame mobiliteitsoplossing, maar draagt ook bij aan een inclusieve samenleving door multifunctioneel ruimtegebruik te bevorderen. Op basis van de haalbaarheidsstudie ontstaat inzicht op welke wijze een positieve businesscase mogelijk is en wat nodig is voor de realisatiefase. De gemeente draagt hiervoor ook financieel bij. De verkenning richt zich op diverse parkeerterreinen rond De Camp (focuswijk De Grift), maar zal antwoorden geven die ook bij andere parkeerterreinen bruikbaar zijn en inzicht geven in de kleinschalige oplossingen. De resultaten van deze studie zullen eind 2024 of begin 2025 bekend zijn.

Volgen ontwikkelingen biogas Biogas kan worden gezien als goed alternatief voor aardgas, maar hiervoor is wel maatschappelijk draagvlak nodig. Bij blijvend agrarisch gebruik is mestvergisting in Woudenberg kansrijk. De afstand van realisatie van het gas en elektra tot de bebouwde omgeving zal mede bepalend zijn voor de haalbaarheid om het in te zetten. Op de korte termijn is mestvergisting nog duur en een grote ingreep in de omgeving. We volgen de actuele ontwikkelingen en staan open voor vragen van ondernemers. Mestvergisting is waarschijnlijk een oplossing voor een deel van de warmtevraag, maar geen oplossing voor het totaal. 2024

2025

2026-2030

2030-2050

Aquathermie De Grift Pilot riothermie Solar carports Volgen ontwikkelingen biogas

2.4.

Onze partners

In Woudenberg besteden we veel aandacht aan bewustwording van de energie- en warmtetransitie. Dit kunnen we niet alleen. We werken samen met maatschappelijke partners, zoals basisscholen en kerken, met andere gemeenten en met duurzame initiatieven. Ook nemen we waar nodig zelf het initiatief om samen te werken. We lichten hier een aantal van deze samenwerkingen toe. Stichting Duurzaam Woudenberg Onder de projectnaam ‘Energie in Woudenberg’ werken de gemeente en de vrijwillige energiecoaches van Stichting Duurzaam Woudenberg (SDW) samen om de inwoners van Woudenberg te ondersteunen bij het verduurzamen van hun woning. De energiecoaches organiseren periodiek energiecafés waar verschillende verduurzamingsmogelijkheden worden aangeboden en toegelicht. Op de website van Energie in Woudenberg kunnen inwoners zich inschrijven voor een gratis energieadvies op maat. De energiecoaches leveren een belangrijke bijdrage aan participatie, bewustwording en voorbereiding onder onze inwoners. Zij helpen inwoners om alvast no-regret maatregelen te nemen. We gaan door waar we al mee bezig zijn en intensiveren waar dit kan. We houden voor ogen dat we met enthousiaste vrijwilligers werken en betrekken hun bij verschillende acties vanuit de gemeente. De gemeente faciliteert en ondersteunt de energiecoaches o.a. met het programma OERAF (Ondersteuning Energie initiatieven Regio Amersfoort/Foodvalley).

12

Provincie Utrecht Binnen de provincie Utrecht hebben we verschillende samenwerkingen. Hieronder twee relevante samenwerkingen voor de komende jaren. Soorten Management Plan Ter ondersteuning van het isoleren van woningen hebben wij een Soorten Management Plan (SMP) laten opstellen. Een SMP is een gebiedsdekkend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming naar de aanwezigheid van beschermde dieren in gebouwen. Door in één keer voor de gehele gemeente een ecologisch onderzoek te doen en maatregelen te nemen op gebiedsniveau, kan een grote efficiëntieslag gemaakt worden. Op basis van het SMP kan de provincie vervolgens aan de gemeente voor 10 jaar een gebiedsgerichte omgevingsvergunning verlenen. Voor meer informatie, zie hoofdstuk 5 Biodiversiteit. Energie Diensten Centrum Het Energie Diensten Centrum (EDC) is een samenwerking tussen de provincie en 21 gemeenten gericht op het verduurzamen van particuliere woningen. Met behulp van het EDC kunnen de gemeenten particuliere woningeigenaren in hun gemeente beter ondersteunen bij het verduurzamen. Het EDC ontwikkelt concrete programma's en projecten die praktische perspectieven bieden aan gemeenten. Ook worden binnen het EDC kennis, ervaring, data, tools en middelen gedeeld. Dat bespaart menskracht en geld. Zo kunnen, met een vergelijkbare investering, meer woningen worden verduurzaamd.

Het EDC kan ook optreden als penvoerder bij gezamenlijke inkoop, subsidieaanvragen en het afsluiten van contracten met marktpartijen. Het gezamenlijk inkopen van data, tools en (ICT-) systemen behoort ook tot de mogelijkheden. Energiecoöperatie ZonopWoudenberg Energiecoöperatie ZonopWoudenberg is de lokale energiecoöperatie voor en door inwoners. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat energieprojecten voor minimaal 51% lokaal eigendom zijn (zoals solarprojecten of collectieve warmtenetten). In het Afwegingskader zon en wind is dit opgenomen. ZonopWoudenberg kan een mogelijkheid zijn om invulling te geven aan dit uitgangspunt. Iedereen in Woudenberg kan deelnemen aan deze projecten via de website van ZonopWoudenberg. Er zijn veel ideeën en daadkracht binnen de coöperatie. Projecten waar we momenteel onderzoek naar doen, zijn solar carports en aquathermie (zie voor meer informatie 2.3.5. Pilots). De gemeente faciliteert en ondersteunt de enthousiaste vrijwilligers van de coöperatie. In 2024 wordt de onderlinge samenwerking nader beschreven. Energieloket Inwoners die vragen hebben over energiebesparing en eventuele subsidiemogelijkheden kunnen terecht bij Duurzaam Bouwloket, het officiële energieloket. Woudenberg heeft een overeenkomst met Duurzaam Bouwloket tot eind 2024. De informatievoorziening op de

website dienen we te actualiseren en uit te breiden. Er wordt een afweging gemaakt om in 2025 aan te sluiten bij het regionale energieloket Jouw Huis Slimmer. Voorwaarden voor overstappen zijn de kosten, de uren die worden vereist voor onderhoud en de meerwaarde dat het met zich brengt. Woningcorporatie Omnia Wonen Woningcorporatie Omnia Wonen is een belangrijke samenwerkingspartner voor gemeente Woudenberg om duurzaamheidsambities te kunnen realiseren. In de prestatieafspraken en via periodiek overleg vindt de afstemming tussen de plannen van Omnia Wonen en de gemeente plaats. Omnia Wonen heeft een verduurzamingsprogramma voor 2024-2028 en heeft enkele verduurzamingsmaatregelen naar voren gehaald. In deze periode worden 212 woningen geïsoleerd naar een vergelijkbaar niveau als het huidige label A. In de TVW hebben we samen met Omnia Wonen focusgebieden bepaald om nu eerst invulling aan te geven. Huurdersbelangenvereniging Om huurders goed te informeren en mee te nemen in de warmtetransitie wordt ook in samenwerking met Stichting Huurdersbelangen Omnia Wonen (SHOW) en huurderscommissie Woudenberg gekeken hoe zij goed bereikt kunnen worden. Een eventueel warmtebedrijf Wanneer een warmtenet in Woudenberg een mogelijkheid is, moet ook worden nagedacht over het oprichten van een warmtebedrijf.

Verkenningen in Nederland geven aan dat het nodig is om te bezien of een lokaal energie- en warmtebedrijf al dan niet samen met een warmtenet voor de toekomst gewenst en nodig is. Provincie Utrecht doet eerst onderzoek naar de mogelijkheden. We volgen dit de komende jaren zowel ambtelijk als bestuurlijk.

2.5.

Energiearmoede

Door de gestegen energieprijzen kampen steeds meer huishoudens met energiearmoede. In 2022 en 2023 ontvingen 338 huishoudens in Woudenberg van het Rijk een energietoeslag om te helpen bij het betalen van hun energierekening. Binnen de gemeente Woudenberg vinden we het belangrijk om inwoners structureel te helpen bij het verlagen van hun energiekosten, bewustwording te vergroten en no-regret acties in te zetten daar waar deze het meest effectief zijn. Hierbij maken we onderscheid tussen huurders en woningeigenaren, met name omdat de behoeftes, het gedrag en de aanpak erg verschillen. Huurders Voor huurders wordt er een plan opgesteld dat resulteert in een verlaagd energieverbruik en daarmee ook de energiekosten. Dit plan, afgerond in Q2 2024, is opgesteld in

13

samenwerking met de betreffende stakeholders: de gemeente, Energie in Woudenberg, Omnia Wonen, bewoners en commerciële aanbieders. De uitvoering, in samenwerking met de energiecoaches, vindt plaats vanaf Q3 2024 en loopt tot en met Q4 2025. Er zijn 3 verschillende maatregelen waar huishoudens gebruik van kunnen maken: (1) €70 aan energiebesparende producten, (2) energiemonitors voor slimme meters, en (3) een witgoedvervangingsregeling. De witgoedvervangingsregeling geldt alleen voor mensen met 130% minima inkomen. Al deze maatregelen zijn in combinatie met een energieadvies van een energiecoach van Energie in Woudenberg. De maatregelen zullen resulteren in een verlaagd energieverbruik en dus leiden tot een lagere energierekening voor de huurders. Ze dragen daardoor bij aan een inclusief beleid voor de energietransitie, wat belangrijk is om te voorkomen dat de energietransitie de kloof tussen arm en rijk vergroot. Om het plan te bekostigen, zijn er meerdere specifieke uitkeringen (SpUk) vanuit het Rijk beschikbaar, zoals beschreven in hoofdstuk 10 Financiën. Die middelen kunnen tot en met 31 december 2025 besteed worden. Woningeigenaren Voor koopwoningen is er een plan opgesteld in samenwerking met 11 andere gemeenten en het EDC in het kader van het Nationaal Isolatie Programma (NIP).

In dit programma worden mensen ondersteund en/of ontzorgd bij het nemen van een isolatiemaatregel (muur, vloer of dak). De uitvoering van dit plan zal plaats vinden tussen 2024 en 2026. Terwijl alle woningeigenaren in Woudenberg gebruik kunnen maken van deze actie, zijn er 3 verschillende doelgroepen waarop gefocust wordt. De eerste doelgroep bestaat uit huishoudens met een laag inkomen (130%) en een lage WOZ-waarde (lager dan gemiddeld). Deze doelgroep krijgt een gratis advies en een gratis maatregel. De tweede doelgroep bestaat uit huishoudens met een lage WOZ-waarde, maar een hoger inkomen. Zij krijgen een voucher van €750. De derde en laatste doelgroep bestaat uit huishoudens met een hoge WOZ-waarde en een hoger inkomen. Zij worden volledig ontzorgd in het proces, maar krijgen geen speciale korting. Bij alle groepen is het doel om mensen te stimuleren in actie te komen om hun huis met no-regret maatregelen te verduurzamen. 2024 2025 2026-2030 2030-2050 PvA energiearmoede huurders PvA energiearmoede woningeigenaren

2.6.

Duurzame mobiliteit

Het coalitieakkoord 2022-2026 van het college van de Woudenberg legt de nadruk op mobiliteit, met de focus op de ontwikkeling van een Mobiliteitsvisie als belangrijkste doel voor de komende 4 jaar. Om het alternatief voor autogebruik te stimuleren, de veiligheid te bevorderen, verkeerscongestie te voorkomen, de luchtkwaliteit te verbeteren en gezondheid te bevorderen, wordt blijvend gewerkt aan het stimuleren van het fietsgebruik door verbetering van fietsstructuren en voorzieningen. De gemeente richt zich daarnaast op deelmobiliteit, de plaatsing van laadpalen en de verdere uitwerking daarvan, met als doel de uitstoot, verkeersdrukte en parkeerdruk te verlagen. Het beleid op het gebied van laadinfrastructuur, deelmobiliteit en de grotere mobiliteitsvisie zijn nog in ontwikkeling en zijn in 2024 gereed. Dit betekent niet dat er tot die tijd niets gebeurt. Zo wordt het aantal fietsparkeerplaatsen in het dorpscentrum uitgebreid en verbeterd en wordt er in samenwerking met burgerinitiatieven nagedacht over de verbetering van fietsinfrastructuur en verkeersveiligheid. 2024

2025

2026-2030

2030-2050

Opstellen mobiliteitsvisie, beleid laadinfrastructuur en deelmobiliteit Uitvoering mobiliteitsvisie, beleid laadinfrastructuur en deelmobiliteit

14

3. CIRCULAIRE ECONOMIE Circulaire economie gaat over de balans houden tussen de basisbehoefte van iedere wereldbewoner en de grenzen van de aarde. Dat wat wij in Nederland doen heeft effect op andere delen van de wereld. In 2017 heeft Nederland het Grondstoffenakkoord getekend waarin 180 partijen afspreken samen te werken om zuiniger en slimmer om te gaan met grondstoffen. In Nederland hebben we het Nationaal Programma Circulaire Economie. Hierin is als doelstelling opgenomen dat we 50% circulair in 2030 en 100% circulair zijn in 2050. Wat we willen bereiken met dit nationaal programma, is: • grote levenszekerheid van grondstoffen • schoner milieu en schonere leefomgeving • tegengaan van klimaatverandering • herstel van biodiversiteit In het Nationaal Programma Circulaire Economie is de focus gelegd op sectoren waar vooral het Rijk invloed op heeft en gemeenten wat minder, namelijk: bouw, biomassa en voedsel, consumptiegoederen, maakindustrie en kunststoffen. In 2024 komt het Rijk met concretere doelstellingen voor gemeenten, zodat zij ook weten waar ze aan kunnen werken.

Circulaire economie gaat dus over heel veel onderwerpen en gaat als een satéprikker door verschillende beleidsthema’s heen. Binnen Nederland wordt de focus aangebracht op de grondstoffentransitie. Provincie Utrecht is bezig om in 2024 een middellange- en langetermijnvisie op te stellen zodat zij de gemeenten binnen de provincie richting kunnen geven. Tot die tijd heeft de kwartiermaker circulaire economie 4 pijlers aangewezen waar gemeente Woudenberg zich de aankomende jaren op kan richten en alvast aan kan gaan werken: • gemeentelijke organisatie • circulair ondernemen in Woudenberg • circulaire samenleving • ontwikkelingen buitengebied De uitwerking van deze 4 pijlers zijn opgenomen in het Uitvoeringsplan Circulaire Economie 2024-2026 (zie bijlage 11.4). In dit uitvoeringsplan is de toelichting opgenomen over de 4 pijlers. Gemeentelijke organisatie valt echter onder hoofdstuk 7 Duurzaamheid in de gemeentelijke organisatie en openbare ruimte en zal daarom hier niet verder worden toegelicht.

3.1.

Circulair ondernemen in Woudenberg

Er komt steeds meer wetgeving aan voor ondernemers. Het Rijk is bezig met de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UVP), waarbij een bedrijf verantwoordelijk blijft voor het afgedankte of opgebruikte product, dat voor sommige bedrijven al een aantal jaar geldt. Daarnaast is begin dit jaar een wet tegen greenwashing aangenomen binnen het Europees Parlement. Binnen deze wet worden eisen gesteld aan het gebruik van de term duurzaamheid in je bedrijfsvoering en marketing. Ook het CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive) wordt vanaf dit jaar verplicht voor bedrijven. Dit wordt gefaseerd ingevoerd tot aan 2026. Eerst mogen de grotere bedrijven van 500+ medewerkers en daarna volgen de midden- en kleinbedrijven. Binnen dit CSRD moeten bedrijven rapporteren over waar hun grondstoffen vandaan komen en op welke manier zij hun product en/of dienst in de markt zetten. Ook moet het rapport informatie bevatten over de duurzaamheidsdoelstellingen van het bedrijf, de aanpak daarvan en hoe ze een positieve bijdrage gaan leveren aan het milieu. Het resultaat van deze rapportages is dat er hele (grondstof)ketens in kaart gebracht kunnen worden. Als gemeente willen we ondernemers helpen om circulaire bedrijvigheid te stimuleren.

De ondernemer zal het zelf moeten doen, maar de gemeente kan wel faciliteren in bijvoorbeeld ruimte om samen te werken of onderzoekstrajecten aan te bieden zodat ze inzichten krijgen hoe ze hun bedrijfsvoering kunnen verduurzamen. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld CIRCO tracks. Dit is een analyse van de bedrijfsvoering waarin er gekeken

15

wordt naar het gebruik en verspilling van materialen, bewustwording en kennis van medewerkers aan het proces. Aan de hand van deze analyse kan een gerichte aanpak opgesteld worden om bedrijfsprocessen te verduurzamen. Voor gemeente Woudenberg ligt er een kans bij de horecaondernemers. Dit is niet een hele grote groep binnen de gemeente, maar wel een zichtbare groep voor de inwoners. Greendish biedt trajecten aan waarin ze met de horecaondernemer kijken naar hoe ze de verspilling van voedsel kunnen verminderen en hoe dit zichtbaar kan worden gemaakt op de menukaart. Zo kan de impact van de onderneming verlaagd worden. Doordat dit ook zichtbaar wordt op de menukaart, vergroot je de bewustwording van de consument en heb je een win-win situatie. Daarnaast zal de gemeente de ondernemers blijven informeren over de laatste stand van zaken omtrent wet- en regelgeving.

3.2.

Circulaire samenleving

De maatregelen voor de verwerking en de kwaliteit van het huishoudelijk afval zijn opgenomen in het grondstoffenbeleidsplan. Hoewel dit raakvlakken heeft met circulaire economie, omdat dit gaat over de grondstofstromen die binnen de gemeente plaatsvinden, zal dit voor nu geen onderdeel zijn van dit plan. Preventie op afval wordt wel opgenomen als onderdeel van het Uitvoeringsplan Circulaire Economie 2024-2026 (zie bijlage 11.4). Het afgelopen jaar heeft gemeente Woudenberg ingezet op preventie door middel van 4 campagnes binnen de gemeente. Dit waren de volgende campagnes: • Wasbare zwemluier • PMD • Stof tot nadenken • Pieken doe je zo Vooral Stof tot nadenken, een kledingruilmarkt, was een groot succes. Vanuit verschillende hoeken kwamen er positieve reacties op de campagnes. Het is lastig te meten hoeveel inwoners er daadwerkelijk met deze campagnes zijn bereikt, er is in ieder geval via verschillende mediakanalen aandacht geweest voor dit thema. Het blijft belangrijk om als gemeente in te zetten op preventie en dit onder de inwoners te blijven herhalen. Afval van Utrecht draait regelmatig een campagne in opdracht van de provincie. Hier kunnen gemeenten vaak kosteloos op aanhaken. In het najaar van 2024 wordt de campagne Zet je restjes in bloei gestart; een mooie manier om inwoners er bewust van te maken wat er mogelijk is met hun GFT afval.

Een andere manier om de circulaire samenleving een boost te geven, is door jonge Woudenbergers al op school iets mee te geven over circulaire economie. Educatie zorgt ervoor dat zij hier nu al enthousiast over worden en dit thuis op hun ouders overbrengen. Binnen de PMD-campagne van 2023-2024 heeft gemeente Woudenberg meegedaan met de World Clean-up Day. Het zou mooi zijn als dit de aankomende 2 jaar wordt voortgezet. Op die manier blijven inwoners zien hoeveel afval er nog in de openbare ruimte belandt en vergroot dit de bewustwording en uiteindelijk motivatie om minder verpakkingsmateriaal te gebruiken. Dit is deels ook meegenomen in de aanpak van het grondstoffenbeleidsplan. Er wordt binnen deze uitvoeringsplannen nauw samengewerkt. Uit de evaluatie van de campagne de Wasbare zwemluier blijkt dat luiers nog niet heel actief worden opgehaald op het gemeentehuis. Het plan is om aankomend jaar op communicatievlak een boost aan de campagne te geven. Tijdens de zomer is er meer kans dat inwoners wellicht een wasbare zwemluier willen proberen. Relatie grondstoffenbeleidsplan 2024-2025 Naast het Uitvoeringsplan Circulaire Economie 2024-2026 (zie bijlage 11.4) is in 2020 een grondstoffenbeleidsplan opgesteld met daarin de circulaire ambities van de gemeente. Dit is vooral gericht op inwoners.

De uitvoering van het grondstoffenbeleidsplan is belegd in het Uitwerkingsplan Grondstoffenbeleid 2024-2025. In dit uitwerkingsplan koppelen wij de realisatie van de afgelopen periode terug en zetten we de stand van zaken in Woudenberg af tegen beleidsdoelstellingen. Ook geven we een overzicht van nieuw geplande maatregelen in 2024 en 2025.

3.3.

Ontwikkelingen buitengebied

Dit thema is tot nu toe wat onderbelicht geweest. Aangezien er binnen gemeente Woudenberg veel agrariërs zijn, is het de moeite waard om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om als gemeente hier een bijdrage aan te kunnen leveren (Bron: https://allecijfers.nl/gemeente/woudenberg/). Vanuit het waterschap wordt, in samenwerking met Building Balance, onderzocht in hoeverre de waterrijke gemeente gewassen voor de bouw kunnen gaan kweken. Gemeente Woudenberg zal in ieder geval in het gesprek met de agrariërs nagaan hoe zij hun bedrijven op de toekomst voorbereiden. Op deze manier kan er gepeild worden in hoeverre de agrariërs open staan om deel te nemen aan deze ketensamenwerking. Hiernaast staat het uitvoeringsplan voor circulaire economie van de aankomende 2 jaar weergegeven.

16

Uitvoeringsplan Circulaire Economie Circulair ondernemen Bijeenkomsten organiseren om de ondernemers te informeren over de laatste stand van zaken omtrent weten regelgeving circulair ondernemen Greendish traject met de horeca ondernemers Circulaire samenleving Aansluiten op campagne Zet je restjes in bloei van AVU Boost geven aan de communicatie omtrent wasbare zwemluiers Ontwikkelingen buitengebied Onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om circulaire economie ook in het buitengebied te stimuleren

2024

2025

2026-2030

2030-2050

17

4. KLIMAATADAPTATIE 3. KLIMAATADAPTATIE Klimaatadaptatie is het proces waarbij de samenleving zich aanpast aan het veranderende klimaat en de schadelijke gevolgen ervan probeert te beperken. Klimaatadaptatie is 1 van de maatschappelijke opgaven waar voor overheden een taak ligt. Een groot deel van de werkzaamheden rond klimaatadaptatie wordt uitgevoerd via specifieke beleidsterreinen. In dit uitvoeringsplan wordt de samenhang met de andere duurzaamheidsthema’s gezocht. Het groene deel van klimaatadaptatie komt aan de orde in het Uitvoeringsprogramma Groenbeleidsplan, de overige delen worden hier benoemd. Bij klimaatadaptatie staan 4 onderwerpen centraal: • wateroverlast • hoogwaterbescherming • droogte • hittestress Het is belangrijk dat gebouwen en de directe omgeving bestand zijn tegen wateroverlast, droogte, hitte, afname van de biodiversiteit en bodemdaling. Het Rijk heeft daarom de Landelijke Maatlat voor een klimaat adaptieve groene Gebouwde Omgeving opgesteld. Deze maatlat geeft duidelijkheid aan overheden en bouwers hoe te bouwen in een veranderend klimaat.

4.1. Klimaatadaptatie in Woudenberg In Woudenberg is klimaatadaptatie belegd in Vallei en Veluwe Klimaatbestendig en het bijbehorende Regionaal Adaptatie Plan, de regionale Klimaateffectatlas (regionale kwetsbaarheden in beeld op gebied van wateroverlast, hitte en droogte) en de Blauwe Omgevingsvisie 2050. Het Waterschap Vallei en Veluwe is een belangrijke partner. De uitvoering is belegd in: • Klimaatbestendige wijk /Waterberging/ afkoppelen • Uitvoering Basiswaterketenplan (BWKP) (max. variant) > Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) (financieel gedekt in het Waterplan (rioolheffing)) • Groenbeleidsplan + speerpunten: klimaatadaptatie, natuur en biodiversiteit, verduurzaming en innovatie en burgerparticipatie

4.2.

Wateroverlast

Door de klimaatverandering vallen vaker heftige regenbuien in korte tijd. Dit kan leiden tot wateroverlast, doordat het riool en het oppervlaktewater de grote hoeveelheid regenwater niet aankunnen. Er zijn verschillende oplossingen om wateroverlast tegen te gaan.

Bijvoorbeeld de aanleg van waterdoorlatende bestrating, extra waterberging en groene daken. Bij nieuwbouwplannen worden wadi’s en vijvers aangelegd. De gemeente heeft een hemelwaterzorgplicht en een zorgplicht voor het riool. Het waterschap en het Rijk hebben een taak als waterbeheerder. De maatregelen uit het BasisWaterKetenPlan (BWKP) worden tot en met 2029 uitgevoerd. De wijk Laanzicht Oost wordt in verschillende fases aangepast (tot 2026/2027), waarna het geheel klimaatrobuust is. Indien mogelijk wordt een combinatie gemaakt met eventuele wijkaanpakken van de warmtetransitie (zie hoofdstuk 2 Energie).

4.3. Hoogwaterbescherming Een hoge waterstand van de zee of van rivieren kan de veiligheid in gevaar brengen. Het Rijk is verantwoordelijk voor het kustbeheer, de primaire waterkeringen en het beheer van de rijkswateren. De provincie is verantwoordelijk voor secundaire waterkeringen en de overstromingsgebieden voor regionale wateren. Het waterschap is als waterbeheerder verantwoordelijk voor de afvoer van regionale wateren. In het Regionaal Adaptatie Plan (RAP) staat opgenomen wat we regionaal doen om de gevolgen van een overstroming te beperken.

4.4. Droogte Droogte ontstaat door een tekort aan regen, maar ook omdat we water te snel afvoeren. Door klimaatverandering neemt in de zomer enerzijds de watervraag toe, bijvoorbeeld voor beregening en koelwater, terwijl anderzijds de neerslag afneemt. Dit neerslagtekort leidt tot een lager waterpeil in rivieren en sloten, maar ook tot vermindering van het beschikbare grondwater. Dit heeft gevolgen voor waterafhankelijke sectoren als landbouw, natuur en landschap. Woudenberg ligt in een kwelgebied tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. Een te lage grondwaterstand komt hierdoor niet gauw voor. De gemeente heeft vooral een taak bij de hemelwaterafvoer. Er wordt actief gewerkt aan afkoppelen door aan te sluiten op een regenwaterriool. Het regenwater stroomt dan af naar sloten en vijvers, waar het vastgehouden en gedoseerd afgevoerd kan worden. Een regenwaterriool is nog niet overal in Woudenberg aanwezig. Bij de herinrichting van de wijk Laanzicht Oost is extra waterberging aangelegd. Het regenwaterriool loost op deze berging, dit voorkomt verdroging van het watersysteem. Bij nieuwbouw wordt dit, waar mogelijk, direct aangelegd. De gemeente kan ook actief sturen op het verminderen van de hoeveelheid verhard oppervlakte. Bijvoorbeeld door te stimuleren dat mensen hun tuin vergroenen (tegel eruit, plantje erin).

Dan kan het regenwater verspreid in de grond zakken in plaats van geconcentreerd op 1 plaats.

18

Het waterschap en het Rijk hebben een taak als waterbeheerder. Bij droogte kunnen ze water vasthouden of water omleiden naar een gebied dat zwaarder te lijden heeft van de droogte. De provincie heeft een taak bij het toezicht houden op het beheer van watersystemen door de waterschappen. Er zijn plannen voor een extra waterbuffer aan de Zuidelijke Randzone. In 2024 zal de ontwerpvoorbereiding plaats vinden met mogelijk realisatie in 2025/2026.

4.5. Hittestress Wanneer er veel verharding aanwezig is en weinig groen, kan de temperatuur op zeer warme dagen als onaangenaam ervaren worden en zelfs tot gezondheidsklachten leiden. Dit noemen we hittestress. Oplossingen liggen in de herinrichting van gebieden, de openbare ruimte, het groen en de waterhuishouding. De inrichting van de openbare ruimte, met een juiste balans tussen verharding, groen en water, is een taak voor de gemeente. Daarnaast is er een (maatschappelijk) hitteplan. Dit valt buiten de scope van dit uitvoeringsplan. In het Regionaal Adaptatie Plan (RAP) staat opgenomen wat we regionaal doen om de gevolgen van hittestress te beperken. Zo worden er afspraken gemaakt met bouwers en woningcorporaties over het klimaatbestendig bouwen. Daarnaast wordt er gekeken naar voorbeelden van stimuleringsregelingen voor klimaatbestendige maatregelen. Ook de aanwezigheid van groen kan bijdragen aan het verminderen van hittestress. Zie hiervoor het groenbeleidsplan en bijbehorend uitvoeringsprogramma. De provincie heeft aangeboden te ondersteunen bij opstellen van een gemeentelijk hitteplan. Het doel is dat alle gemeenten in 2024 een hitteplan hebben.

19

5. BIODIVERSITEIT 4. BIODIVERSITEIT ` Met biodiversiteit wordt al het leven op aarde bedoeld: van planten en dieren tot micro-organismen en schimmels. Biodiversiteit is een cruciale factor in de gezondheid van een ecosysteem. Hoe groter de variatie in een ecosysteem, hoe groter de capaciteit van dat ecosysteem om schokken te weerstaan en leven te ondersteunen. Het werken om biodiversiteit te beschermen en ondersteunen is daarom een vitaal aspect in het beschermen van de planeet en het veiligstellen van ons eigen voortbestaan.

Soorten Management Plan Een Soorten Management Plan (SMP) is een gebiedsdekkend onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming naar het voorkomen van beschermde dieren in gebouwen, die mogelijk geïsoleerd gaan worden. Als er bekend is dat er geen beschermde soorten in een te isoleren gebouw aanwezig zijn, kan de provincie een ontheffing Wet Natuurbescherming verlenen. Gemeente Woudenberg is één van de eerste gemeenten die een SMP heeft opgesteld en ingediend.

In het huidige gemeentelijke beleid is aandacht voor biodiversiteit in het groenbeleidsplan en bijbehorende uitvoeringsplan. In het groenbeleidsplan van gemeente Woudenberg (2020) worden 4 beleidsthema’s uitgewerkt: • klimaatadaptatie • natuur en biodiversiteit • innoveren en verduurzamen • burgerparticipatie

Om aan te tonen of en welke soorten aanwezig zijn, is eerst een ecologisch onderzoek nodig. Wanneer er beschermde soorten aanwezig zijn, moet er een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Het ecologisch onderzoek, de maatregelen en de omgevingsvergunning kunnen per project uitgevoerd en aangevraagd worden. Als gemeente hebben we echter in één keer voor de gehele gemeente een ecologisch onderzoek laten doen. Dit maakt het voor bewoners en ondernemers veel efficiënter en eenvoudiger om vergunningen aan te vragen voor het isoleren van woningen of gebouwen.

Voor het vergroten van de biodiversiteit worden in het Uitvoeringsplan Groen 2021-2025 een aantal projecten genoemd die bijdragen aan het behoud en de versterking van landschapselementen. Ook het ontwikkelen van nieuwe soortenrijke elementen kan bijdragen, zoals bijvoorbeeld kikkerpoelen, Tiny forests, kruidenrijk grasland en bijenlinten. Daarnaast worden inwoners gestimuleerd om een Heuvelrugtuin aan te leggen met planten die oorspronkelijk in dit gebied voorkomen en weinig verharding toe te passen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2594/documents/55181