11 TG-Ontwerpomgevingsvisie 16 december 2025-gecomprimeerd .pdf
Tekst van het document
Afbeelding 19. Circulaire transitie (bron: Stec groep, 2023)
88 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Benutten en beschermen HMC en kadegebonden bedrijventerreinen Bedrijventerreinen met mogelijkheden voor bedrijven met relatief veel milieuhinder (HMC) en kadegebonden bedrijven (waaronder bedrijven gericht op de overslag van goederen) zijn cruciaal voor de transitie naar een circulaire economie en voor circulaire functies als recycling, productie en bulkverwerking. Maar ook voor de verduurzaming van het goederenvervoer en voor het economisch vestigingsklimaat van de provincie. Deze locaties zijn echter schaars en nieuw aanbod creëren is niet eenvoudig. Het is daarom van belang om deze locaties te ‘borgen’ en zo optimaal mogelijk te gebruiken. De rol van handhaving, om te zorgen dat bedrijven op de juiste plek zitten, is daarin belangrijk. De bedrijventerreinen in de provincie met de grootste waarde voor de circulaire transitie en de verduurzaming van goederenvervoer zijn Laagraven-Liesbosch (Nieuwegein), Langshaven (Wijk bij Duurstede), Lage Weide (Utrecht), De Isselt (Amersfoort) en De Biezen (Vianen). Het is essentieel om deze terreinen te beschermen, zodat de huidige milieuruimte ook in de toekomst benut kan worden en bedrijven gebruik kunnen maken van een kade. We beschermen de bedrijventerreinen Langshaven, Lage Weide en De Biezen en hebben deze aangewezen als bedrijventerrein van strategisch belang voor de circulaire samenleving.
Bedrijventerreinen De Isselt (Amersfoort) en Laagraven-Liesbosch (Nieuwegein) hebben ook de potentie om als strategische locatie circulaire samenleving te worden benoemd. Binnen het bedrijventerrein Laagraven-Liesbosch kan de aanwezige haven een belangrijke rol spelen in de circulaire transitie door te fungeren als stadsdistributie of als bouwhub. Ook op het bedrijventerreinen De Isselt zien we potentie voor een circulaire schakel als een bouwhub. Voor beide bedrijventerreinen geldt dat de locaties van belang zijn in verband met werkgelegenheid, vervoer over water en circulaire economie, maar dat hier ook andere opgaven spelen. We onderzoeken daarom hoe het beschermen van de bedrijventerreinen Laagraven-Liesbosch en De Isselt samen kan gaan met andere opgaven in het gebied. Niet-watergebonden bedrijventerreinen met lagere milieucategorieën zijn geschikt voor lichtere vormen van circulaire bedrijvigheid, zoals reparatie, deelinitiatieven en biobased productie. Deze terreinen spelen een belangrijke rol voor het midden- en kleinbedrijf en vragen om voldoende betaalbare ruimte, vooral in de nabijheid van stedelijke gebieden. Daarom dient de ruimte op deze terreinen zo optimaal mogelijk ingevuld te worden met bedrijven die zich vanwege hun milieuhinder niet in gemengde gebieden kunnen vestigen.
Kaart 16. De beleidskaart toont de geografische ligging van de werkingsgebieden van ons beleid op het gebied van een circulaire samenleving
89 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Uitvoering geven aan beleid voor circulaire samenleving Vanuit de rollen Stimuleren Realiseren
Reguleren
Toelichting Bevorderen van circulaire principes in nieuwe ruimtelijke (gebieds)ontwikkelingen en planvorming. ▪ Beleidsvisie Circulaire Samenleving 2050. ▪ Middellange termijnstrategie Circulaire Samenleving 2025-2027. ▪ Uitvoeringsagenda Circulaire Samenleving 2025-2027. ▪ Opstellen ruimtelijk-economisch plan voor de circulaire samenleving. ▪ Verkennen welke kadegebonden en HMC bedrijventerreinen we aanvullend willen beschermen. ▪ Regels HMC en kadegebonden bedrijventerreinen beschermen. ▪
90 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
4.5
Goede bereikbaarheid
Wijzigingen ontwerp Omgevingsvisie 2025 paragraaf 4.5 - Inhoudelijke aanpassingen m.b.t. duurzame infrastructuur en toekomstbestendig vervoer, wandelen, gehele bereikbaarheidsketen, optimaliseren publieke mobiliteit - Update teksten De provincie Utrecht omvat één van de snelst groeiende stedelijke regio’s van ons land. Hierdoor zijn er meer woningen, banen en vrijetijdsvoorzieningen nodig die allemaal goed bereikbaar moeten zijn. Ook neemt door de groei de drukte op de wegen, fietspaden en in het ov toe. Dagelijks reizen vele honderdduizenden mensen uit heel Nederland via de nationale knooppunten en ‘mobiliteitsaders’ in de provincie Utrecht. Het gaat om Utrecht Centraal, Amersfoort Centraal, knooppunt Hoevelaken en de Ring Utrecht. Als het daar vastloopt, loopt het in een groot deel van Nederland ook vast. De provinciale weg-, fiets- en ov-netwerken functioneren in een samenhangend netwerk met Rijkswegen, gemeentelijke wegen en spoorwegen. We werken nauw samen met het Rijk, gemeenten, vervoerders, reizigers en andere stakeholders om de bereikbaarheid van Nederland en de regionale bereikbaarheid te kunnen blijven garanderen.
Afbeelding 20. Collage met sfeerbeeld van een aantal beoogde ontwikkelingen vanuit het thema goede bereikbaarheid (bron: BRV i.s.m. provincie Utrecht, 2025)
91 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Opgaven Voor iedereen is het essentieel dat werk, school, winkels, vrijetijdsvoorzieningen, ontmoeting en sport gemakkelijk vanuit huis bereikbaar zijn. Een goede bereikbaarheid is noodzakelijk voor een goed functionerende samenleving en biedt mensen de kans om zichzelf te ontplooien en te ontspannen. Bereikbaarheid gaat daarmee ook over gelijke kansen, inclusie en een gezonde leefomgeving. Zo versterken wij de sociale samenhang, dragen we bij aan de klimaatopgave en zorgen we dat iedereen in de provincie Utrecht mee kan doen. Door slimme ruimtelijke inrichting én door goede mobiliteitsvoorzieningen maakt de provincie Utrecht dit mogelijk. Reizigers zijn daarin vrij om te kiezen tussen lopen, de fiets, het ov en de auto – of een combinatie daarvan. Als provincie verleiden we hen tot duurzame keuzes door samen met gemeenten, regio’s en Rijk in te zetten op actieve, gezonde en duurzame vormen van mobiliteit, zoals lopen en fietsen, gecombineerd met ov en deelmobiliteit. Ondanks onze beleidsinzet vraagt de groei in onze provincie in de toekomst ook maatregelen op de provinciale en Rijkswegen. De provincie omvat een van de snelst groeiende stedelijke regio’s van ons land. In 2040 verwachten we dat het aantal inwoners met 8,8% is gegroeid ten opzichte van 2025 (PRIMOS Online, 2025) en dat de werkgelegenheid met 100.000 banen zal zijn toegenomen.
Deze groei brengt uitdagingen met zich mee; zo moeten nieuwe woningen en banen goed bereikbaar zijn. Bovendien zien we nu al dat het drukker wordt op voetpaden, fietspaden, knooppunten, in het ov en op de weg. Dit leidt tot vertragingen, ongemak voor de reiziger en onveilige situaties. De centrale ligging van de provincie Utrecht gaat gepaard met specifieke uitdagingen. Onze netwerken kunnen de sterke groei op termijn niet meer bijbenen, wat ook consequenties heeft voor de nationale bereikbaarheid. We werken daarom in nauwe samenwerking met het Rijk, gemeenten, vervoerders, reizigers en andere partijen om de bereikbaarheid van Nederland én de regionale bereikbaarheid te kunnen blijven garanderen. Dit doen we door de bestaande netwerken (auto, fiets, openbaar vervoer) zo efficiënt mogelijk in te zetten en uit te breiden. In 2040 is het aantal reisbewegingen naar verwachting met 38% gestegen ten opzichte van 2015 (Mobiliteitsstrategie U Ned (2022)). Op meerdere plekken overschrijden het (provinciale) wegennet, het openbaar vervoer en het fietsnetwerk hun capaciteitsgrenzen. We werken daarom gezamenlijk aan het verbeteren van de bereikbaarheid in en rondom grote verstedelijkingslocaties. Ook bereiden we snelle tramlijnen (de Merwedelijn en Rijnenburglijn) voor, die noodzakelijk zijn voor het ontwikkelen van de woningbouwlocatie Groot Merwede en Rijnenburg.
Op dit moment is daar nog geen ov beschikbaar. Om de Utrechtse kwaliteiten te behouden en een bereikbare, leefbare, gezonde en veilige provincie te blijven zetten we in op een mobiliteitstransitie naar gezonde en duurzame vervoerswijzen en ander reisgedrag. We verkennen een hoogwaardig openbaar vervoer verbinding tussen Utrecht Science Park en Amersfoort en we dragen bij aan het verbeteren van de doorstroming en verkeersveiligheid op snelwegen (zie kaart 17: Opgavekaart Goede bereikbaarheid).
92 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Ambities ▪
▪
▪ ▪
▪ ▪
▪ ▪
▪
▪
▪ ▪ ▪
2040: alle belangrijke nieuwe en bestaande woon- en werklocaties, onderwijsinstellingen, en sociaalrecreatieve voorzieningen binnen de provincie Utrecht zijn bereikbaar. Daarbij is aandacht voor efficiënt ruimtegebruik, duurzaamheid, de volksgezondheid en veiligheid. 2040/2050: samen met het Rijk en gemeenten werken we aan 'groeiopgaven’, waaronder: ▪ realisatie van de Merwedelijn en de Rijnenburglijn voor de ontwikkeling van Groot Merwede en Rijnenburg; ▪ realisatie van een goede doorstroming op de Ring Utrecht, inclusief een aanpak voor de Noordelijke Randweg Utrecht. Hierbij willen we met het Rijk een verkeersveilige invulling geven aan Ring Utrecht. Wij zien een oplossing voor ons waarbij het aantal rijstroken bij Amelisweerd wordt uitgebreid zonder dat daarvoor de bak hoeft te worden verbreed; ▪ een gefaseerde aanpak van knooppunt Hoevelaken, in samenhang met knooppunt A1/A30 Barneveld. 2050: de transitieopgaven woningbouw, werken, klimaatadaptatie, energie, mobiliteit, sociale inclusie en gezondheid-voor-iedereen zijn in onderlinge samenhang tot stand gebracht. 2050: provinciale (vaar-)wegen, fietspaden, voetpaden en tram(infrastructuur) zijn beschikbaar voor een goede bereikbaarheid per auto, fiets, ov en ook te voet. We benutten de regionale mobiliteitsnetwerken beter, onder andere door toenemend gebruik van knooppunten en mobiliteitshubs.
2050: Voor 50% van de ritten onder de 15 kilometer wordt de fiets als vervoermiddel gebruikt. De ‘Schaalsprong Fiets’ heeft plaatsgevonden en een hoogwaardig netwerk van doorfietsroutes is gerealiseerd. 2050: er is een aantrekkelijk, volwaardig en samenhangend netwerk van ‘publieke mobiliteit’. Dat zijn collectieve vervoersmiddelen en/of diensten die op kostenefficiënte en klantvriendelijke wijze aan de mobiliteitsbehoefte van de reiziger voldoen. Belangrijke ov-verbindingen groeien en het publieke mobiliteitssysteem is meer toegankelijk. Ook in rustige gebieden met minder reizigers (zoals het landelijk gebied, natuur- en recreatieterreinen en bedrijventerreinen) is er ov beschikbaar. 2040: er zijn minder verkeersdoden en minder ernstige verkeersgewonden ten opzichte van 2024. 2030: het openbaar vervoer in onze provincie is ‘zero emissie’ en er is een impuls gegeven aan ander ‘zero emissie’-vervoer. Dat betekent dat het aantal laadpalen en waterstofvulpunten voldoende is om aan de toenemende vraag te voldoen. 2030: werken aan de provinciale infrastructuur doen we waar mogelijk circulair en we streven naar 50% minder gebruik van primaire abiotische grondstoffen in 2030. In 2030 stoten we bij het werken aan de provinciale infrastructuur 55% minder CO2 uit ten opzichte van 1990. 2035: gevaarlijke stoffen worden in beperkte mate vervoerd in de bebouwde kom.
De toename van risico’s voor mensen in de meest risicovolle zone rond stationslocaties en langs wegen wordt zo klein mogelijk gehouden. 2040: waar mogelijk willen we dat de geluids- en luchtbelasting als gevolg van ‘mobiliteit’ niet hoger is dan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). 2040: we streven zoveel mogelijk naar een klimaatneutraal mobiliteitssysteem. Dit betekent onder andere: terugdringen van het (fossiele) energieverbruik en van de CO₂-uitstoot. 2050: het goederenvervoer is schoon, slim en duurzaam georganiseerd. Corridors, hubs, vaarwegen en spoor worden optimaal benut en er is voldoende ruimte voor overslagpunten, ook voor stedelijke logistiek.
Deze ambities worden uitgewerkt in de volgende paragrafen.
Beleid Goede bereikbaarheid Goede bereikbaarheid is méér dan de kwaliteit en capaciteit van de infrastructuur; het vraagt ook om slimme combinaties van wonen, werken en voorzieningen. Door woningen te bouwen in de nabijheid van werklocaties, functies in wijken te mengen (bijvoorbeeld woningen en winkels) en voorzieningen op buurt- of wijkniveau te behouden, wordt de leefkwaliteit verhoogd. Ook zijn reisafstanden korter, waardoor meer bestemmingen lopend en fietsend kunnen worden bereikt. Zo dragen we ook bij aan de klimaatopgave. 94 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Integrale afweging Niet overal kunnen dezelfde voorzieningen met gelijke bereikbaarheidskwaliteit worden aangeboden. In de integrale aanpak waar we voor kiezen is er aandacht voor ruimtelijke ordening, mobiliteit én de voorzieningen. Samen met gemeenten maken we gebiedsgerichte keuzes over de inrichting van routes en corridors, de verdeling van ruimte en de plek en functie van mobiliteitshubs (zoals P+R-faciliteiten). Bij het zoeken naar gebieden voor woningbouw is bereikbaarheid een belangrijk onderwerp. In het Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort 2040 'Gezond groeien in nabijheid' staat hoe we met het Rijk en gemeenten (binnen het programma U Ned) werken aan de ontwikkeling en bereikbaarheid van grote woningbouwlocaties. Voor kleinere woningbouwlocaties in het Provinciaal Programma Wonen en Werken voeren we een bereikbaarheidsanalyse uit. Hiermee zorgen we voor een goede kwaliteit van de bereikbaarheid in de regio en bewaken we de eisen die nood- en hulpdiensten stellen. De bereikbaarheidsanalyse is als instrument opgenomen in de Omgevingsverordening. Definitie van bereikbaarheid In ons beleid staat bereikbaarheid centraal. Mobiliteit zien wij als middel, niet als doel op zich.
Het stelt mensen in staat volwaardig deel te nemen aan de samenleving: een boterham te verdienen, zich te ontplooien, voor zichzelf en anderen te zorgen en sociale contacten te onderhouden. Ook bedrijven profiteren van een goede bereikbaarheid, omdat het hen in staat stelt medewerkers, klanten en goederen efficiënt te laten reizen of vervoeren. Bereikbaarheid gaat daarmee ook over gelijke kansen, inclusie en een gezonde leefomgeving. Om dat te waarborgen, zetten wij in op een mobiliteitssysteem waarin alle modaliteiten volwaardig worden meegenomen: te voet, per fiets (waaronder e-bike), per deelmobiliteit (zoals deelauto’s, deelfietsen, deelscooters en bakfietsen), per auto, per trein, tram of bus, én via goederenvervoer over weg, water of spoor. Elk van deze vormen draagt op zijn eigen manier bij aan een bereikbaar, inclusief en gezond Utrecht. We stimuleren slimme combinaties van vervoermiddelen, afgestemd op het moment, het reisdoel en de kenmerken van het gebied. Naast mobiliteit spelen ook andere factoren een rol, zoals de nabijheid en mix van wonen, werken en voorzieningen. Hierdoor kan bereikbaarheid nooit overal gelijk zijn en is mobiliteit niet altijd dé oplossing voor bereikbaarheidsproblemen. Daarom streven wij naar een duurzame, veilige en gezonde bereikbaarheid die recht doet aan de kenmerken van ieder gebied.
Zo versterken wij de sociale samenhang, dragen we bij aan de klimaatopgave en zorgen we dat iedereen in de provincie Utrecht mee kan doen. De bereikbaarheidsmaat van de provincie Utrecht laat zien dat de bereikbaarheid in de hele provincie Utrecht op dit moment goed is. Dat geldt voor zowel arbeidsplaatsen als voor de bereikbaarheid van het voortgezet onderwijs. In vrijwel de hele provincie zijn bijvoorbeeld 10.000 arbeidsplaatsen binnen 45 minuten te bereiken met alle modaliteiten (auto, ov en fiets). Ter vergelijking: de provincie telt in totaal circa 824.000 arbeidsplaatsen (cijfers PAR 2022). Onze provincie dankt deze goede bereikbaarheid vooral aan de korte onderlinge afstanden. Afbeelding 21. Reistijd naar 100.000 arbeidsplaatsen met auto, fiets en ov (bron: bereikbaarheidsmonitor provincie Utrecht, 2018)
95 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Ontwikkelperspectief bereikbaarheid We werken aan de bereikbaarheid op basis van de onderstaande vier principes. Deze zijn opgesteld in samenspraak met het Rijk en gemeenten, vanuit een gezamenlijke mobiliteitsvisie (‘Gezond groeien in nabijheid’ Ontwikkelperspectief 2040 NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort, september 2023). ▪ ▪
▪
▪
Verstedelijkingslocaties zo kiezen dat werklocaties, voorzieningen en ov-knooppunten op tien à vijftien minuten lopen en fietsen bereikbaar zijn. De vraag naar mobiliteit beïnvloeden door niet of anders reizen te stimuleren. Het verkeer wordt zowel in tijd gespreid (meer buiten de spits reizen) als qua netwerken (andere manier van vervoer, bijvoorbeeld fietsen of het ov). Ook gemeentelijk parkeerbeleid en andere vormen van betalen-naar-gebruik spelen mogelijk in de toekomst een rol in het voorkomen van ‘vermijdbare mobiliteit’. We verbeteren de netwerken voor de fiets, het ov en de auto. We zetten in op een ‘schaalsprong’ voor de fiets en het ov. De fietsinfrastructuur wordt verbeterd en we investeren in hoogwaardige ov-infrastructuur, zoals ‘Bus Rapid Transit’ (een snelle, flexibele en hoogfrequente busservice), de Merwedelijn en de binnenstads-as. Bij groei van wonen en werken zijn ook investeringen in de bereikbaarheid per auto nodig. Wij richten ons in de eerste plaats op de ontsluiting van nieuwe woon- en werklocaties. Soepel reizen van deur tot deur stimuleren met mobiliteitshubs: centrale locaties waar verschillende manieren van vervoer samenkomen.
Combinatie van vervoerwijzen Onze ambitie is dat iedere inwoner en bezoeker de mogelijkheid heeft om per situatie de meest passende manier van reizen te kiezen. Hierbij wordt de kwaliteit van de bereikbaarheid bepaald door de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en aantrekkelijkheid van de manier van reizen. Ook is het fijn als er slimme combinaties van vervoer kunnen worden gemaakt, afgestemd op het moment, het reisdoel en de locatie. Voor korte afstanden en verplaatsingen binnen de bebouwde kom zijn lopen en fietsen, al dan niet elektrisch, vaak de meest gezonde, efficiënte en duurzame keuze. Lopen en fietsen zijn landelijk gezien de meest gebruikte manieren van vervoer in het voor- en natransport van het ov. Daarom investeren we in veilige, comfortabele en goed bereikbare fietsroutes, inclusief extra brede ‘doorfietsroutes’ en stallingen. Er komen ook meer toegankelijke en aantrekkelijke looproutes naar knooppunten en ov-haltes. Tussen steden en voor grote vervoerstromen is het ov heel belangrijk. Reizigers moeten eenvoudig kunnen overstappen, bijvoorbeeld van fiets op trein, via toegankelijke en uitnodigende knooppunten (zie beleidskaart 18: multimodaal knooppunt). Op die plekken moet heldere informatie beschikbaar zijn, bijvoorbeeld over vertragingen, en er moeten voorzieningen zijn die de overstap vergemakkelijken.
De auto is voor veel mensen een belangrijke vervoerwijze, en in het landelijk gebied vaak noodzakelijk. We stimuleren combinaties waarbij reizigers kunnen overstappen op het ov. Ook deelmobiliteit wordt aangemoedigd (zoals deelfietsen en deelauto’s). Samenhang Rijksnetwerken Rijkswegen en spoorwegen zijn niet alleen van nationaal belang, maar ook onmisbaar voor de regionale bereikbaarheid en leefbaarheid. Richting 2040 zetten wij samen met het Rijk, ProRail, NS en gemeenten in op een samenhangend netwerk dat duurzaam, veilig en toekomstbestendig is. Op het spoor werken we samen binnen de Spooragenda Utrecht aan projecten zoals ‘corridorstudies’ en capaciteitsuitbreiding op de drukste lijnen. Daarnaast dragen we bij aan het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer, waarmee nieuwe woonwijken beter bereikbaar moeten worden en reizen met de trein binnen Europa makkelijker wordt. En we maken afspraken over een optimale dienstregeling. Al deze opgaven benaderen we integraal, dus ook met oog voor andere thema’s, zoals de ‘gezonde verstedelijking’, de energietransitie en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing. Dit zodat ook in 2040 de Rijksinfrastructuur bijdraagt aan een gezonde en goed verbonden provincie.
Ondanks onze beleidsinzet op verstedelijken in de nabijheid van voorzieningen en het stimuleren van lopen, fietsen en het gebruik van openbaar vervoer, is de mobiliteitsgroei zo groot dat er in de toekomst ook maatregelen op de provinciale en Rijkswegen nodig zijn. We willen dit samen met onze regionale partners realiseren.
96 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
De auto is en blijft een belangrijk onderdeel van het mobiliteitssysteem. De auto heeft immers het grootste aandeel in de mobiliteit (circa 70% van alle kilometers) en heeft de hoogste bereikbaarheid van locaties en voorzieningen (zie ook afbeelding 20, reistijd naar arbeidsplaatsen). Publieke mobiliteit Publieke mobiliteit zijn collectieve vervoersmiddelen en/of diensten die op kostenefficiënte en reizigersvriendelijke wijze aan de mobiliteitsbehoefte van de reiziger voorzien. Publieke mobiliteit gaat behalve over het reguliere ov ook over flexibel vervoer, doelgroepenvervoer, deelmobiliteit, taxi’s, hubs en services voor reizigers zoals reisplanners. Het is een inclusief systeem waarmee mobiliteit voor iedereen toegankelijk is en moet blijven.
Afbeelding 22. Publieke mobiliteit (bron: CROW)
Ontwikkelperspectief publieke mobiliteit De provincie zet in op een aantrekkelijk, volwaardig en samenhangend netwerk (zie beleidskaart 18: provinciaal ovnetwerk). Dit is in lijn met het OV Netwerkperspectief 2025-20235. Het doel daarin is om het aantal belangrijke ovverbindingen te laten groeien en het publieke mobiliteitssysteem meer toegankelijk te maken. Daarbij willen we het ov in rustige gebieden koesteren en waar mogelijk versterken met de inzet van publieke mobiliteit. Het ov-netwerk moet meegroeien met de vraag en bijdragen aan: ▪ betere, betrouwbaardere en snellere netwerken voor de ov-reiziger; ▪ gezonde, toekomstbestendige verstedelijking en leefbaarheid en goede beschikbaarheid van het ov in landelijke gebieden; ▪ de sociale functie van het ov-netwerk; ▪ betere bereikbaarheid van belangrijke werklocaties zoals Utrecht Science Park en voorkomen van overbelasting in de omgeving van station Utrecht Centraal.
97 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Dit doen we door: ▪ nieuwe ov-verbindingen te realiseren en bestaande verbindingen op te waarderen, te verleggen of te verlengen. Bestaande verbindingen op een betere manier gebruiken heeft in deze fase de voorkeur. Het realiseren van hoogwaardige busverbindingen tussen Utrecht Science Park en Amersfoort, richting Vianen en op het OV-Anker in de regio Amersfoort (de centrale corridor tussen Amersfoort CS en het noorden en zuiden van de stad) is hierin een belangrijke stap; ▪ duurzaam concessiemanagement, waarbij de concessies flexibel en wendbaar zijn. Dit om uitbreiding en verandering van het ov mogelijk te maken als gevolg van technische, ruimtelijke ontwikkelingen of nieuwe infrastructuur. Doel is een ov dat voor iedereen, van stad tot regio, toegankelijk en betaalbaar is; ▪ aantrekkelijke mobiliteitshubs in te richten. Voor de mobiliteitstransitie is het essentieel dat mobiliteithubs een goede kwaliteit hebben. Hiervoor moet de bereikbaarheid van het knooppunt te voet, per (deel-)fiets en (deel-)auto en met het ov verbeterd worden. Het verblijven moet aangenamer worden en de ruimtelijke en economische potentie van de mobiliteitshub moet beter benut worden; ▪ duurzaam beheer en duurzame realisatie van de ov-infrastructuur. Waar mogelijk is die klimaatneutraal, klimaatadaptief en circulair.
We gebruiken herbruikbare materialen, vergroenen haltes en knooppunten en houden rekening met hittestress, wateroverlast en biodiversiteit. Zo dragen investeringen in het ov bij aan zowel de mobiliteit als aan een gezonde, toekomstbestendige leefomgeving; ▪ de Merwedelijn aan te leggen. Dit om grootschalige ontwikkellocaties zoals Groot Merwede en Rijnenburg duurzaam te ontsluiten en te verbinden met het bestaande stedelijk en regionaal publieke mobiliteitsnetwerk. Openbaar vervoer voor iedereen, van stad tot regio: toegankelijk en betaalbaar Als mobiliteit voor iedereen toegankelijk is, voorkomt dat sociale uitsluiting en wordt ‘vervoersarmoede’ (waarbij het ov voor mensen te moeilijk, niet toegankelijk of niet betaalbaar is) tegengegaan. We werken aan duidelijkere reisinformatie, verbetering van de fysieke toegankelijkheid van haltes en perrons, meer comfort (bijvoorbeeld toiletten) en meer hulp op locatie zodat iedereen met het openbaar vervoer kan reizen. Meer fietsen over een sterk netwerk Fietsen speelt een belangrijke rol in de bereikbaarheid en leefbaarheid van de provincie Utrecht. Een goed functionerend fietsnetwerk draagt bij aan duurzame mobiliteit in een gezonde leefomgeving (zie beleidskaart 19: regionaal fietsnetwerk). De provincie Utrecht streeft naar een sterk en toekomstbestendig fietsnetwerk, waarbij veilig, comfortabel en aantrekkelijk fietsen de norm is.
Fietsen zien we ook als volwaardig onderdeel van een ‘multimodaal’ mobiliteitssysteem (waarin reizigers op verschillende manieren reizen). Daarom willen we fietsen beter integreren met het ov en met mobiliteitshubs. Dan ontstaat een netwerk waarin reizigers flexibeler kunnen kiezen hoe ze zich verplaatsen. Voor met name korte en middellange afstanden is de fiets dan ook echt een aantrekkelijk alternatief voor de auto. De provincie Utrecht gaat voor: ▪ de uitbouw en verbetering van regionale fietsverbindingen, waaronder doorfietsroutes; ▪ hoogwaardige en slimme fietsvoorzieningen, waaronder voorrang bij verkeerslichten en veilige oversteekplaatsen; ▪ een fietsnetwerk dat naadloos aansluit op andere manieren van vervoer, zoals een goede stalling bij ovknooppunten en in de stad Lopen als onderdeel van mobiliteitssysteem Naast de fiets verdient ook lopen een volwaardige plek binnen het mobiliteitssysteem. Het is namelijk een duurzame, gezonde en ruimte-efficiënte manier van verplaatsen. Wij zetten daarom in op een betere en veiligere infrastructuur voor voetgangers: bredere trottoirs, veilige oversteekplaatsen en aantrekkelijke looproutes naar knooppunten en voorzieningen. Door lopen actief te stimuleren en voetgangers beter te faciliteren, versterken we niet alleen de bereikbaarheid, maar ook de leefbaarheid en gezondheid in de provincie.
98 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Veilige infrastructuur en verkeersveilig gedrag Een veilige infrastructuur beschermt alle verkeersdeelnemers, voorkomt ongevallen en draagt bij aan een gezonde en toegankelijke leefomgeving. Wegen en fietspaden worden zó ontworpen en ingepast in de omgeving dat ze overzichtelijk, voorspelbaar en veilig zijn. Dat betekent: ▪ Een duurzame weginrichting waarbij snelheid, wegtype en functie op elkaar zijn afgestemd. ▪ Goede bescherming van kwetsbare verkeersdeelnemers door veilige oversteekplaatsen, gescheiden fietspaden en veilige schoolroutes. ▪ Met zorg aangelegde infrastructuur waarbij is gekeken naar de effecten op de openbare ruimte en de verkeersveiligheid. De provincie Utrecht investeert in meer verkeerseducatie en bewustwording en dat doen we in samenwerking met scholen, gemeenten en maatschappelijke partners. Samen gezonde groei bereikbaar maken Tot 2040 komen er meer dan honderdduizend woningen en arbeidsplaatsen bij. Deze groei biedt kansen, maar vraagt ook om keuzes. We werken aan de bereikbaarheid van deze groei volgens de eerdergenoemde 4 principes. Een gezonde groei vraagt om samenwerking tussen overheden, vervoerders, marktpartijen en inwoners. Alleen samen kunnen we zorgen dat groei bijdraagt aan een gezonde, verbonden en toekomstbestendige provincie.
Verschonen mobiliteit De provincie Utrecht streeft ernaar om in 2040 een klimaatneutraal, toekomstbestendig en duurzaam mobiliteitssysteem te hebben. Dit krijgen we voor elkaar door minder reizen te bevorderen, andere manieren van vervoer te stimuleren en de uitstoot te verminderen. Dit geldt zowel voor personenmobiliteit als goederenvervoer. Personenmobiliteit is verantwoordelijk voor het grootste deel van de uitstoot. Samen met de Utrechtse gemeenten en Rijkswaterstaat werken we aan het verduurzamen van mobiliteit met het Regionaal Mobiliteitsprogramma MiddenNederland (RMP). Goederenvervoer heeft een belangrijke rol in de economie en maakt impact op het leefklimaat. Er is ruimte voor nodig, zowel binnen de mobiliteitsnetwerken als in de openbare ruimte als geheel. Samen met gemeenten, het bedrijfsleven en brancheorganisaties werken we ook aan het verduurzamen van goederenvervoer. We stimuleren de ‘modal shift’ van vervoer over weg naar spoor of water en het bundelen van goederenstromen. De aanwezigheid van watergebonden bedrijventerreinen helpt om deze verandering mogelijk te maken. We gaan voor zero emissie goederenvervoer, werken aan het schoner maken van de binnenvaart, de aanleg van waterstofvulpunten en de aanschaf van waterstofvoertuigen. Afstemming wordt gedaan in het Logistiek Platform Utrecht.
Beter benutten van onze netwerken Een manier om de huidige infrastructuur efficiënter te benutten, is verkeer gelijkmatiger verdelen, zowel over de verschillende netwerken als over de dag. Hiervoor is gedragsverandering nodig, zoals niet in de spits reizen en meer thuiswerken. Optimaal benutten van onze netwerken bereiken we ook door de inzet van multimodaal verkeersmanagement en incidentmanagement. We ontwikkelen goede mobiliteitsdata en zetten in op de beschikbaarheid van veilige en goed werkende technologie en digitale toepassingen. Deze willen we breed beschikbaar stellen aan multimodale reizigers en aanbieders van vervoersdiensten. Klimaatneutraal en circulair realiseren van aanpassingen aan de infrastructuur Elk jaar doen we kleine en grote aanpassingen aan onze infrastructuur (zie beleidskaart 19: regionaal wegennet). Bij deze projecten hebben we oog voor de veiligheid van de wegwerkers en -gebruikers en houden we ook de hinder voor de omgeving in de gaten. Daarnaast hebben we als doel om werkzaamheden zoveel mogelijk klimaatneutraal en circulair uit te voeren.
99 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Duurzaam beheren van infrastructuur Onderhoud van wegen, paden en een aantal vaarwegen gebeurt risico-gestuurd. Dat betekent dat de prioriteit ligt bij het beschikbaar houden van de infrastructuur, op veiligheid en op een goede doorstroming. Preventief onderhoud kan problemen voorkomen, schade door bijvoorbeeld stormen of overstromingen wordt zo snel mogelijk hersteld. Kwaliteit assets De onderdelen van de provinciale infrastructuur worden assets genoemd. Landelijk zijn afspraken gemaakt over hoe we de staat van deze assets meten. Zonder te veel op details in te gaan, is het streven een gemiddeld niveau van B, oftewel basiskwaliteit. Dat betekent dat er gebruikssporen mogen zijn, maar geen achterstallig onderhoud. Voor onze bruggen, viaducten en tunnels betekent dit een conditiescore 3 volgens NEN 2767. Hiervoor is gekozen na een afweging van verschillende belangen: veiligheid, bereikbaarheid, kosten, comfort, leefbaarheid en de staat van het milieu. Beheer van de assets gebeurt zo duurzaam en circulair mogelijk. Streven is een klimaatbestendige inrichting van de leefomgeving en het vergroten van de biodiversiteit in bermen en op de oevers langs provinciale vaarwegen. X
X
X
R1
R1
R3
R4
R5
Kwaliteitsniveau
Conditiescore
omschrijving
nihil
verwaarloosbaar
beperkt
ernstig
catastrofaal
A+
1
Uitstekende conditie (indicenteel geringe gebreken)
1
1
1
1
1
A
2
Goede conditie (incidenteel beginnende veroudering)
2
2
2
2
2
B
3
Redelijke conditie (plaatselijke veroudering, functievervulling niet in gevaar)
3
3
3
3
3
C
4
Matige conditie (functievervulling incidenteel in gevaar)
3
3
4
4
4
D
5
Slechte conditie (veroudering is onomkeerbaar)
3
3
5
5
5
D
6
Zeer slechte conditie (technisch rijp voor sloop)
3
3
6
6
6
Tabel: Kwaliteitsmatrix risicogestuurd beheer (bron: CROW). R betreft het risiconiveau (functiefalen met betrekking tot prestatie-eisen)
Vaarwegklassen De A-vaarwegen in de provincie Utrecht zijn bedoeld voor beroepsvaart, de andere vaarwegen zijn vooral voor recreatief gebruik. Daarnaast kennen de vaarwegen een grootteclassificering voor beroepsvaart (CEMT) en recreatievaart (BRTN). We houden de vaarwegen op diepte en breedte, zodat ze aan deze classificering blijven voldoen. De provincie heeft de vaarwegen Eem en Oude Rijn (tussen Woerden en de provinciegrens) in beheer (zie beleidskaart 19: vaarweg in beheer bij provincie Utrecht). Behalve voor de beroepsvaart doen we het onderhoud ook in het belang van de recreatie, de natuurontwikkeling en de waterkwaliteit. Het beheer van enkele provinciale vaarwegen, zoals de Linge, het Merwedekanaal ten zuiden van de Lek en de Amstel, is overgedragen aan andere bestuursorganen. Operationele diensten Naast het onderhoud verrichten we ook andere diensten: incidentmanagement, gladheidsbestrijding en herstel van storingen. Deze operationele diensten worden door het jaar heen uitgevoerd, onze weginspecteurs hebben hierin een belangrijke rol.
100 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht