106578599 Kamerbrief Weer ruimte voor boer natuur en bouw
Tekst van het document
Het kabinet is zich ervan bewust dat na het afronden van het NNN er een aanvullende areaalopgave is richting 2050 om na- tuurdoelen te bereiken. Het daadwerkelijk bepalen van de langetermijnopgave en invulling daarvan vraagt de komende jaren nog aanvullend onderzoek, uitwerking en weging in de toekomst. Randvoorwaarden en governance Natuurbeheerders en provincies zijn cruciaal om resultaten te bereiken. Het kabi- net is met provincies in gesprek om te komen tot nieuwe langjarige bestuurlijke afspraken over de inrichting en invulling van het natuurbeleid in Nederland (Na- tuurpact 2.0). Het traject hiervoor is al gestart. Hierbij worden de resultaten van het recente onderzoek naar het gedecentraliseerde natuurbeleid meegenomen.30 In verdiepingsbijlage hoofdlijn 4 bij deze brief zijn de kabinetsreactie op dit rap- port en de beoogde procesaanpak voor het Natuurpact 2.0 opgenomen. HOOFDLIJN 5 – Ruimte voor vergunningverlening Nederland moet van het slot voor PAS-melders en interimmers, voor verduurza- ming van de landbouw, voor infrastructuur, energietransitie, woningbouw, het versterken van dijken en voor defensie. Voor het stapsgewijs op gang brengen van vergunningverlening zijn borging en onafhankelijke toetsing van belang. Deze 29 Kamerstukken II, 2025/26, 33 576, nr. 472. 30 Kamerstukken II, 2025/26, 33 576, nr. 477.
Pagina 20 van 27 Directoraat Generaal Landelijk Gebied en Stikstof Ons kenmerk DGLGS / 106578599 toetsing van het effect van de maatregelen is voor eind 2026 voorzien. Dan is het mogelijk voor concrete projecten, die nu stil liggen, meer juridische zekerheid te bieden. Het kabinet zorgt verder voor borging door in oktober 2026 het wetsvoor- stel naar de Tweede Kamer te sturen met de sectorale emissiereductiedoelstellin- gen. Dit wetsvoorstel voorziet in een gefinancierd en onafhankelijk getoetst pro- gramma van maatregelen, waarmee het kabinet er zorg voor draagt dat voor een aanzienlijk deel van de Natura 2000-gebieden verslechtering stopt en behoud wordt geborgd. Met een onderbouwing van dit programma is het mogelijk om de effecten van de maatregelen ook te gebruiken voor het verlenen van vergunnin- gen. Voorwaarde hiervoor is dat de noodzakelijke maatregelen en wetgeving op voldoende draagvlak kunnen rekenen. Rekenkundige ondergrens invoeren Het kabinet voert zo snel mogelijk, uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027, een wetenschappelijk onderbouwde rekenkundige ondergrens (RKO) in die standhoudt bij de rechter. Om dit op verantwoorde wijze te doen is een voldoende en geborgd pakket met aanvullende specifieke beheersmaatregelen een voorwaarde. Het ko- mende jaar werkt het kabinet, samen met provincies, deze maatregelen verder uit.
Het gevolg van de RKO daarvan is dat veel PAS-melders, interimmers, woning- bouw en andere projecten met een stikstofdepositiebijdrage onder de RKO worden geholpen, omdat zij geen vergunning meer nodig hebben. De inschatting is dat in- voering in 2027 op een verantwoorde wijze mogelijk is met het pakket en aanvul- lend enkele specifieke beheersmaatregelen. Met de invoering van de RKO ver- schuift de verantwoordelijkheid voor de depositiebijdragen onder de RKO van de initiatiefnemer naar de overheid. Alle depositiebijdragen onder de RKO tellen bij elkaar op en dragen ook bij aan de totale stikstofbelasting. Met het pakket dat wordt toegelicht in deze brief geeft het kabinet invulling aan de algemene ver- plichting die die de overheid heeft om een goede staat van instandhouding te be- reiken. De aanvullende beheersmaatregelen zijn nodig om te voorkomen dat lo- kaal en regionaal extra depositie als gevolg van invoering van de RKO kan leiden tot (dreigende) verslechtering in specifieke gebieden, waardoor de opgave juist verzwaard wordt. Deze benodigde beheersmaatregelen zijn aanvullend op het pakket en het voorge- nomen zoneringsbeleid. Er wordt onder andere gekeken naar mogelijkheden om ruimtelijk te sturen op het voorkomen van emissiestijging. Het kabinet werkt de borging van deze beheersmaatregelen met spoed verder uit.
Vanuit de bevoegd- heid van provincies is een snellere route mogelijk, indien zij dit gezamenlijk en te- gelijkertijd doen. Door provinciale gebiedsverordeningen aan te passen kan ruim- telijk gestuurd worden, ook voordat dat het rijk dit in een AMvB heeft vastgelegd. Met provincies bespreek ik de praktische uitwerking mogelijkheden hiervan. Parallel wordt er gewerkt aan de techniek van de invoering. Specifiek gaat hierbij aandacht uit naar de mogelijkheden voor intern en extern salderen met een RKO. Een advies van de Landsadvocaat hierover is bijgevoegd bij deze brief. Hierin wordt aangegeven dat dit vooral een vraag aan de wetenschap is. Daarom wordt deze vraag nu bij deskundigen voorgelegd om mee te nemen in de wetenschappe- lijke onderbouwing. Van belang daarbij is dat enerzijds recht wordt gedaan aan de wetenschappelijke onderbouwing van de RKO en anderzijds rekening wordt ge- houden met de praktische uitvoerbaarheid en het effect op de vergunningverle- ning in de agrarische sector, andere ondernemers en infrastructuur. Pagina 21 van 27 Directoraat Generaal Landelijk Gebied en Stikstof Ons kenmerk DGLGS / 106578599 Als de beheersmaatregelen eind 2027 nog onvoldoende geborgd blijken, zal het kabinet gaan inzetten op de invoering van gebiedsspecifieke drempelwaardes.
Zo- dat, daar waar het mogelijk is, Nederland toch verder van het slot kan totdat de beheersmaatregelen voldoende zijn vastgelegd om de RKO te kunnen invoeren. Spoedwet vervangen Kritische Depositiewaarde (KDW) Een belangrijke ambitie van het kabinet is het vervangen van de huidige op de KDW gebaseerde omgevingswaarden door een juridisch houdbaar alternatief in de vorm van wettelijke sectorale emissiereductiedoelstellingen. Het uit de wet halen van de KDW als omgevingswaarde sluit aan bij de wens van het kabinet om de omslag te maken van depositiedoelen naar emissiedoelen. Daarvoor is een overtuigend maatregelpakket noodzakelijk om zeker te stellen dat de wettelijke doelstellingen worden gehaald. In het wetsvoorstel (‘Spoedwet vervangen omgevingswaarde stikstof’) worden emissiedoelen voor 2035 opge- nomen voor de sectoren landbouw, industrie en mobiliteit. Het maatregelpakket in deze brief wordt mede met het oog op borging vastgelegd in een wettelijk verplicht programma. Het wetsvoorstel en het ontwerpprogramma worden eind oktober 2026 aan uw Kamer aangeboden. Op dat moment opent ook de ziens- wijzeprocedure voor het ontwerpprogramma. Het kabinet zal verzoeken om het wetsvoorstel met spoed te behandelen. Verduurzaming als vliegwiel Het kabinet gaat met voorrang waarborgen dat verduurzaming gericht op stik- stofemissiereductie door kan gaan.
Activiteiten die leiden tot stikstofreductie, zo- als verduurzaming in industrie of een nieuwe stal, lopen nu vaak vast op het addi- tionaliteitsvereiste. Terwijl dit een effectieve manier is om de drukfactor stikstof te verminderen. We identificeren verschillende routes. Vergunningverlening is moge- lijk voor projecten met effect op gebieden waar door dit pakket behoud is ge- borgd. Daarnaast is er de route van de passende maatregel. Die kan nu al, maar het kabinet gaat hier ook samen met provincies uitvoering aan geven. Daarnaast bespreekt het Rijk met provincies welke routes zij zien voor toestemming voor verduurzamingactiviteiten. Zo wordt verduurzaming weer een onderdeel van de oplossing. Bij de Europese Commissie zet het kabinet zich ervoor in om verduur- zaming te vergemakkelijken. Natuurinformatie op orde De provincie neemt in veel gevallen het voortouw voor Natura 2000-gebieden en is het bevoegd gezag voor de natuurvergunningverlening. Voor vergunningverle- ning wordt gewerkt aan interbestuurlijke afspraken over het verbeteren van de kenbaarheid en bruikbaarheid van natuurinformatie. Daarnaast zet het Rijk erop in dat voortouwnemers per Natura 2000-gebied komen tot een gebiedsanalyse en -plan.
Hierin wordt onderbouwd dat de maatregelen uit dit pakket en eventuele extra gebiedsmaatregelen verslechtering voorkomen of stoppen en perspectief be- staat op het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen. Het Rijk zal daartoe met provincies afspreken dat dit met de grootst mogelijke spoed op wordt gepakt in de tweede helft van 2026. Dit geeft de basis voor de onderbouwing van additio- naliteit per gebied. Ook via een aantal gebiedsgerichte processen wordt gekeken naar onderbouwen van additionaliteit. Daarnaast worden andere manieren ver- kend om additionaliteit aan te tonen, zoals met een meer generieke onderbou- wing. Een geschikte oplossing voor PAS-melders Het kabinet voelt zich verantwoordelijk om alle PAS-melders weer in een legale si- tuatie te brengen en stelt met een besluit ook de definitieve opvolger van het Pagina 22 van 27 Directoraat Generaal Landelijk Gebied en Stikstof Ons kenmerk DGLGS / 106578599 legalisatieprogramma PAS-melders vast: het Programma Maatwerk PAS-melders (PMP).31 Het programma heeft als doel om PAS-meldingen op te lossen, zodat PAS-melders in een legale situatie kunnen komen. Het kabinet is en blijft ervoor verantwoordelijk om deze ondernemers, die buiten hun schuld in een illegale situ- atie zijn gekomen, te helpen.
Het programma bestaat uit begeleiding, juridische instrumenten, inzet van innovatieve technieken en financiële oplossingen. Het ka- binet wil hiervoor €350 miljoen reserveren. Het Rijk werkt nauw samen met het bevoegde gezag om zoveel mogelijk ondernemers van een passende oplossing te voorzien. Het maatregelpakket dat in deze brief wordt aangekondigd gaat ook meer perspectief bieden voor PAS-melders, als op basis van het maatregelpakket additionaliteit kan worden aangetoond. Vanuit artikel 22.21a Omgevingswet ligt daarnaast een taak voor andere onderne- mers (interimmers) die door onrechtmatig overheidshandelen geen toereikende Natura 2000-vergunning hebben. Het kabinet voert een verkenning uit om deze opgave goed in beeld te krijgen en om te bekijken welke maatregelen effectief kunnen zijn. Voor deze verkenning zal Bart Krol als verkenner optreden. Over de verdere vormgeving van de verkenning zal uw Kamer na de zomer worden geïn- formeerd. Daarnaast verkent het kabinet of het mogelijk is en zo ja, onder welke voorwaar- den, de systematiek van natuurvergunningverlening in lijn te brengen met de ver- gunningverlening onder milieuregelgeving (Omgevingswet). Uiterlijk eind dit jaar zal het kabinet de Kamer hierover informeren. In deze periode zullen we samen met de provincies, enkele auteurs van het WUR- rapport en de agrarische partijen (o.a.
LTO en NAJK) verkennen voor welke gebie- den de aanpak vanuit het WUR-rapport praktisch uitvoerbaar zou kunnen zijn (in- clusief het idee van een nieuwe referentiesituatie). Onderzocht wordt of, en zo ja hoe, door aanpassing van beleidsregels voor vergunningverlening een permanente vergunningsoplossing voor PAS-melders en interimmers zou kunnen worden gebo- den. Uiterlijk eind dit jaar zal het kabinet de resultaten van deze verkenning aan de Kamer presenteren, hiermee wordt de motie Grinwis beschouwd als afge- daan.32 Het pakket is effectief De maatregelen zijn geborgd Het maatregelpakket is gericht op het stapsgewijs en per gebied op gang brengen van vergunningverlening, onder andere door het bereiken van de sectorale emis- siedoelen voor de landbouw, industrie en mobiliteit. Het kabinet heeft diverse ge- borgde maatregelen opgenomen voor zekerheid op het behalen van de doelen. Voor de sectoren industrie en mobiliteit leiden de bestaande normerende maatre- gelen in het klimaat- en milieubeleid tot geborgde emissiereductie. Om de inzet voor de landbouw te borgen, is onder meer gekozen voor afrekenbare bedrijfsspe- cifieke emissienormen, een norm voor grondgebondenheid en de verplichte afro- ming van productierechten bij verhandeling.
Tabel 2 geeft voor de maatregelen gericht op de landbouwsector weer wat de ver- wachte emissiereductie (NH3) is op basis van ambtelijke inschattingen. Het kabi- net acht het op basis van de cijfers in deze tabel reëel dat met het voorliggende pakket de emissiereductie van 42-46% in 2035 ten opzichte van 2019 in de sector 32 Kamerstukken II, 2025/26, 35 334, nr. 436. Pagina 23 van 27 Directoraat Generaal Landelijk Gebied en Stikstof Ons kenmerk DGLGS / 106578599 landbouw wordt gehaald. Dat komt neer op 45-50 kton emissiereductie ten op- zichte van 108 kton aan ammoniakemissie in 2019. In de periode 2019-2024 is hiervan 13,1 kton gerealiseerd. De stikstofreductie die wordt gehaald in de zones telt ook mee voor dit nationaal geldende percentage. Voor de reductie in de zone geldt daarnaast dat deze in het bijzonder van groot belang is om vergunningverlening weer op gang te brengen. Het PBL komt in september met een reflectie op de ambtelijke inschattingen in ta- bel 2. Monitoring en bijsturing Om de voortgang richting doelbereik bij te houden, gebruiken we de bestaande monitoringssystematiek, waarin de realisatiecijfers jaarlijks worden gerapporteerd en de ramingen iedere twee jaar worden geactualiseerd. Waar nodig actualiseren we deze bestaande systematiek en richten we aanvullende monitoring in.
Daar- naast zal het PBL voorafgaand aan de begrotingsbehandeling in de Tweede Ka- mer, een reflectie op het maatregelpakket publiceren. Het kabinet gebruikt deze reflectie bij de verdere uitwerking van de verschillende maatregelen en besluiten. Met deze reflectie op het maatregelpakket, dat ook ziet op de synergie tussen de verschillende opgaven, wordt ook invulling gegeven aan de motie Bromet.33 Het is van belang om inspanningen die door ondernemers worden geleverd, mee te nemen in de nationale monitoringscijfers. Dit is nog niet voor alle inspanningen het geval. Emissiereductie wordt momenteel op nationaal niveau gemonitord met het model NEMA (National Emission Model for Agriculture). De inzet is om NEMA te actualiseren met de recente emissiereducerende maatregelen. Emissieregistra- tie opent een loket waar initiatiefnemers maatregelen kunnen voorleggen. Als op termijn tóch blijkt dat de sectorale emissiedoelen in 2035 niet worden ge- haald, worden aanvullende maatregelen getroffen. Dit krijgt ook een plek in het ontwerpprogramma. Voor de industrie en mobiliteit geldt dat het eerdergenoemde Europese klimaat- en milieubeleid voor een geborgde reductie van de NOx-emis- sies in deze sectoren en is het NH3-industriedoel met een extra inzet van de Aan- pak Piekbelasting binnen bereik.
Als blijkt dat het doel voor de industrie (NH3) en/of mobiliteit (NOx) voor 2035 niet wordt gehaald, worden tijdig aanvullende maatregelen getroffen. Met het voorliggend pakket acht het kabinet het reëel dat de reductiedoelen wor- den gehaald. Voor de borging van het effect van het pakket consulteert het kabi- net provincies en maatschappelijke partijen met als doel om een borgingsinstru- ment vast te leggen in het programma bij de spoedwet vervangen omgevings- waarde stikstof. Indien daarbij geen consensus wordt bereikt, kiest het kabinet als ultieme remedie voor een korting op productierechten in 2035. Voor de streef- waarde in 2030 maakt het kabinet in het najaar afspraken met de sector gericht op hoe via publiek-privaat stimulerings- en beloningsbeleid. Hiertoe wordt de op- gave verdeeld over de deelsectoren en worden er op bedrijfsniveau voor de melk- veehouderij streefwaarden vastgesteld. Ook voor het streefdoel van 2030 acht het kabinet borging van belang. Een pas- send borgingsmechanisme draagt bij aan de houdbaarheid van de aanpak en ver- kent mogelijkheden daartoe. Voor het einde van 2026 komt het kabinet met een borgingsmechanisme, waarbij op basis van monitoring tijdig aanvullende 33 Kamerstukken II, 2025/26, 35 334, nr. 433.
Pagina 24 van 27 Directoraat Generaal Landelijk Gebied en Stikstof Ons kenmerk DGLGS / 106578599 maatregelen kunnen worden genomen wanneer blijkt dat (deel)sectorale doelen niet binnen bereik zijn. De eerste monitoring vindt plaats in 2027/2028. Indien nodig, wordt dan ook bij- gestuurd. Bijsturing vindt plaats nadat een analyse is uitgevoerd van de oorzaken van het achterblijven van de emissiereductie of het niet halen van de streef- waarde. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om aanpassingen van het stimulerings- en beloningsbeleid. Maar ook om het na overleg met relevante partijen treffen van aanvullende maatregelen, juist om daarmee een eventuele korting op dierrechten achteraf te voorkomen. Uitvoerbaarheid is essentieel Het maatregelpakket leidt alleen tot het gewenste resultaat en ruimte in vergun- ningverlening als de maatregelen ook daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd. In dit kader hebben de Rijksuitvoeringsorganisaties een aantal aanbevelingen ge- daan gericht op uitvoerbaarheid, die zijn gebruikt bij de vormgeving van dit pak- ket. Overheden voeren daarnaast een uitvoeringstoets uit. In het kader van uit- voerbaarheid gaat het kabinet ook verder het gesprek aan met de medeoverheden over de Uitvoeringsaanpak Landelijk Gebied die zij begin juni hebben gepresen- teerd. Het kabinet wil ook de uitvoeringskracht van de sector vergroten.
Daarom start het kabinet met de oprichting van een nieuwe publiek-private structuur (pro- ductschappen 2.0). De SER brengt begin juli een advies uit waarin ook dit onder- werp wordt betrokken. Die inzichten worden meegenomen in de verdere uitwer- king van deze ambitie. De uitvoering is al gestart In maart is uw Kamer geïnformeerd over de uitgangspunten en belangrijkste on- derdelen van de aanpak.34 Sindsdien is het kabinet verdergegaan met de uitvoe- ring van de reeds lopende maatregelen en besteding van de middelen die al in de Voorjaarsnota beschikbaar zijn gekomen. Om u mee te nemen in de voortgang hiervan is de Uitvoeringsrapportage Maatregelen stikstofreductie meegestuurd met deze brief (Bijlage III). Via deze rapportage wordt uw Kamer ook op de hoogte gehouden van de uitvoering van de nieuwe maatregelen. Tabel 2. Voorziene maatregelen en te verwachten emissiereductie in de landbouw Voorziene maatrege- len Kton reduc- tie NH3 in 2035 t.o.v. 2019 Toelichting Generieke maatregelen gericht op emissies op alle bedrij- ven (ook in de zones) 30 - 33 kton • Beperken van stal- en opslagemissies in melkvee-, pluimvee-, varkens- en kalver- houderij via bedrijfsspecifieke emissienor- men (doelsturing).
• Beperken veldemissies door verlies van de- rogatie en een systeem van dagontmes- ting, vergisten en strippen van melkvee- mest dat bijdraagt aan emissiereductie bij het uitrijden van dierlijke mest. Daarnaast wordt ingezet op een combinatie van sti- mulering en (op termijn) middelvoorschrif- ten voor het verder beperken van veld- emissies. Dit betreft onder andere een 34 Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 XIV, nr. 80. Pagina 25 van 27 Directoraat Generaal Landelijk Gebied en Stikstof Ons kenmerk DGLGS / 106578599 verplichting tot emissiearm uitrijden van ureumhoudende minerale meststoffen en verder onderzoek naar emissiereductie door het emissiearm aanwenden op bouw- land en onderzoek naar mogelijkheden van aanzuren mest op grasland op zandgron- den. Aanvullende generieke maatregelen (ook in de zones) 15 kton • Al gerealiseerde krimp sinds 2019, waaron- der die door beëindigingsregelingen en af- romen rechten bij overdracht. • Beëindiging (via beëindigingsregelingen). • Extensivering (via extensiveringsregeling melkveehouderij). • Afroming van rechten bij overdracht buiten familieverband.
Aanvullende gebiedsge- richte maat- regelen (aanvullend op reducties in de gene- rieke maat- regelen) 1 - 2 kton* • Onder voorbehoud van nadere concretise- ring aanpak: o Extensivering van veebezetting o Verlaagde mestplaatsingsruimte o Omzetting landbouwgronden naar na- tuur o Verplaatsen en beëindigen bedrijven Totaal 46 - 50 kton *Emissiereductie in de zones is 2,5 – 3 keer effectiever dan buiten de zones. Daarom worden extra maatregelen in de zoneringsaanpak bovenop de generieke maatregelen in de zones genomen. Samenwerking en vooruitblik Samen met maatschappelijke partijen en de wetenschap Bij de totstandkoming van de aanpak en het maatregelpakket heeft het kabinet lessen getrokken uit diverse rapporten van kennisinstellingen en voorstellen van medeoverheden en maatschappelijke partijen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de voorstellen ‘Een stabiele route uit de stikstofcrisis’, de Bouwsteen Emissiereductie Landbouw, de Bouwsteen Natuur en de Bouwsteen Agrarisch Natuur- en Land- schapsbeheer. De gewijzigde motie-Bromet35 om de voorstellen van VNO-NCW, Bouwend Nederland, Natuurmonumenten en Natuur & Milieu mee laten wegen in de nationale stikstof-aanpak is hiermee afgedaan.
In aanloop naar deze brief heb ik veel gesproken met maatschappelijke organisa- ties: tijdens het brede maatschappelijke overleg (zeventien organisaties onder lei- ding van onafhankelijk voorzitter Elbert Dijkgraaf), de bilaterale gesprekken, en de werkbezoeken. Uit de gesprekken bleek het gezamenlijke belang dat al deze partijen voelen om nu daadwerkelijk stappen te zetten. Vrijwel iedereen bena- drukte de noodzaak van natuurherstel en urgentie om de vergunningverlening weer vlot te trekken. 35 Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 XIV, nr. 33. Pagina 26 van 27 Directoraat Generaal Landelijk Gebied en Stikstof Ons kenmerk DGLGS / 106578599 Met deze aanpak zijn we er nog niet. De uitwerking vraagt nog veel en daarbij zijn al deze partijen nodig. In samenspraak met de deelnemende partijen heb ik daarom besloten het maatschappelijk overleg voort te zetten. Daarnaast worden ook de gesprekken over de diverse onderdelen voortgezet. Ik vertrouw erop ook in het vervolg te kunnen rekenen op hun constructieve bijdrage en betrokken- heid.
In lijn met het rapport ‘Van verwarring naar verbinding’ is ervoor gekozen om de milieukundige, ecologische en juridische uitdagingen parallel aan te pakken met 1) een robuust en (deels gebiedsgericht) emissiereductiebeleid met doelsturing en zones rondom Natura 2000-gebieden, 2) behoud en herstel van de kwaliteit van de natuur in Natura 2000-gebieden, en 3) vergunningverleningsinstrumenten als een integraal onderdeel. Ik verken ook de mogelijkheden om een aantal weten- schappers, zoals bijvoorbeeld betrokkenen bij het WUR-rapport, via een expert- pool actief te blijven betrekken bij de vervolguitwerking, om reflecties op te halen, de aanpak te toetsen en waar mogelijk aan te scherpen met goede ideeën. Vanuit diezelfde optiek zal het kabinet ook de landsadvocaat betrekken bij de verdere uitwerking. Samen als één overheid werken aan de opgaven Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten staan als overheden voor de uitda- ging om invulling te geven aan de opgaven. Dat kunnen Rijk en medeoverheden alleen samen. Iedere overheidsinstantie vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijk- heden. In goede afstemming en overleg. Het Rijk steunt daarom waar mogelijk stappen van medeoverheden, neemt goede plannen over en bouwt voort op de energie in de regio. Over het pakket aan maatregelen vindt uitvoerig overleg plaats met de Europese Commissie.
Ook bij verdere uitwerking is consultatie van en uiteindelijk toestem- ming voor een aantal regelingen van de Europese Commissie noodzakelijk. Tot slot Met dit pakket komt er weer ruimte voor vergunningverlening. Het is de sleutel voor wat al zo lang op slot zit. Samen met uw Kamer, medeoverheden, boeren, ondernemers en anderen in de samenleving kunnen we die sleutel omdraaien. We kunnen de vergunningverlening weer lostrekken. Daarmee werken we concreet aan verduurzaming van de landbouw, oplossingen voor PAS-melders en interim- mers, de verduurzaming van de industrie en mobiliteit, aan infrastructuur en nieuwe woningbouw, en projecten voor onze nationale veiligheid. Kortom, zo krij- gen we Nederland weer in beweging. Dan steeds steviger op gang. En uiteindelijk in volle vaart, vol vertrouwen vooruit.
Hoogachtend, Jaimi van Essen Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Pagina 27 van 27 Directoraat Generaal Landelijk Gebied en Stikstof Ons kenmerk DGLGS / 106578599 VERDIEPINGSBIJLAGEN • Verdiepingsbijlage Hoofdlijn 1 – Emissiereductie in de landbouw, industrie en mobiliteit • Verdiepingsbijlage Hoofdlijn 2 – Samen met boer, keten en regio vooruit • Verdiepingsbijlage Hoofdlijn 3 – Inzet in en rond kwetsbare natuur- en water- gebieden • Verdiepingsbijlage Hoofdlijn 4 – Aan de slag met natuurherstel BIJLAGEN • Bijlage I: Overzicht belangrijkste vervolgstappen • Bijlage II: Wetgevingsagenda • Bijlage III: Uitvoeringsrapportage maatregelen stikstofreductie 2026 • Bijlage VI: Reactie essay ‘Van stikstof naar systeemfout’ • Bijlage V: Advies Landsadvocaat op consequenties invoering RKO • Bijlage VI: Concept Ontwerp-Natuurplan PARALLEL VERSTUURDE KAMERBRIEVEN • De appreciatie van het rapport ‘De Nederlandse stikstofcrisis: Van verwarring naar verbinding.’ • Een nadere toelichting op het programma legalisatie PAS-melders en het defi- nitieve programma.