CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

09.c Bijlage 2 KWIZ Evaluatie Minimaregelingen - Gemeente Woudenberg.pdf

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken17.958 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

EVALUATIE MINIMAREGELINGEN GEMEENTE WOUDENBERG

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

Evaluatie minimaregelingen Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroep voor het armoedebeleid, het gebruik en bereik van minimaregelingen, de invloed van het landelijke en lokale beleid en de ervaringen van inwoners in de gemeente Woudenberg.

Colofon Opdrachtgever Gemeente Woudenberg Datum November 2023 Auteurs Michelle Ellens Jitske Kooistra – van der Wijk Xiaochang Campmans Maaike Bonnema KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en / of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en / of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ 1

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................... 2 Conclusie en aanbevelingen ......................................................................................................... 4 S.1 Samenvatting....................................................................................................................... 4 S.2. Conclusie en aanbevelingen .............................................................................................. 7 1. Minimahuishoudens in Woudenberg ....................................................................................... 12 1.1. Alle huishoudens .............................................................................................................. 12 1.2. Minimahuishoudens .......................................................................................................... 12 2. Gebruik inkomensondersteunende voorzieningen .................................................................. 16 2.1. Regelingen voor het minimabeleid ................................................................................... 16 2.2. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen ........................................................................ 16 2.3.

Bijzondere bijstand ........................................................................................................... 16 2.4. Individuele inkomenstoeslag ............................................................................................. 17 2.5. Tegemoetkoming premie aanvullende zorgverzekering ................................................... 17 2.6. Verenigingsactiviteiten ...................................................................................................... 17 2.7. Kindpakket ........................................................................................................................ 18 2.8. Computerregeling voor kinderen ...................................................................................... 18 2.9. Zwemlesregeling voor kinderen ........................................................................................ 19 2.10. Energietoeslag ................................................................................................................ 19 3. Inkomenseffecten .................................................................................................................... 20 3.1. Bijdrage Rijk hoger dan bijdrage gemeente ..................................................................... 20 3.2.

Specificatie gemeentelijke bijdragen op 100% Wsm ........................................................ 21 3.3. De gemeentelijke bijdragen zorgen voor (meer) vrij besteedbaar budget ....................... 24 3.4. Werken vanuit de bijstand loont........................................................................................ 27 3.5. Vergelijking resultaten met rapport Commissie Sociaal Minimum ................................... 30 4. Behoeftepeiling minimadoelgroep ........................................................................................... 32 Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen ........................................................................................ 34 Bijlage 2. Onderzoeksmethodiek Armoede Index ....................................................................... 35 Bijlage 3: Onderzoeksmethodiek inkomenseffectrapportage ...................................................... 36 Voorbeeldhuishoudens ............................................................................................................ 36 Opbouw totaal inkomen ........................................................................................................... 36 Uitgaven ...................................................................................................................................

37 Vrij besteedbaar budget ........................................................................................................... 38 Aannames ................................................................................................................................ 38 Bijlage 4. Opbouw totaal inkomen 100 tot 130% Wsm ............................................................... 40 Bijlage 5. Financieel maandoverzicht .......................................................................................... 43

1

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

Inleiding Ook in de gemeente Woudenberg zijn armoede en schuldhulpverlening actuele thema’s. De gemeente houdt periodiek de vinger aan de pols als het gaat om inzicht in de minimapopulatie en het bereik en de effecten van de minimaregelingen. Voor een actualisatie van dit inzicht heeft de gemeente KWIZ de opdracht gegeven om onderzoek uit te voeren naar de volgende onderwerpen: • De omvang en kenmerken van de (potentiële) doelgroep voor het minimabeleid. • Het gebruik en bereik van de inkomensondersteunende regelingen. • De effecten van het landelijke en gemeentelijke minimabeleid op de inkomenssituatie van minimahuishoudens. • De ervaringen en tevredenheid van de minimadoelgroep. In 2017 en 2022 voerde KWIZ eerder onderzoek uit voor de gemeente Woudenberg. Waar mogelijk worden resultaten hiermee vergeleken. Opzet van het onderzoek Het onderzoek naar het minimabeleid in de gemeente Woudenberg bestaat uit verschillende onderdelen: een Armoede Index, een inkomenseffectrapportage en een behoeftepeiling onder de minimadoelgroep In dit voorliggende rapport zijn de resultaten van de verschillende onderdelen weergegeven en voorzien van een conclusie. Onderzoeksmethode Armoede Index Het onderzoek is uitgevoerd met behulp van een door KWIZ ontwikkeld analysemodel.

Deze Armoede Index wordt samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. De peildatum van voorliggend onderzoek is 1 januari 2023; hierop is de schatting van het aantal minimahuishoudens gebaseerd. Voor het gebruik en bereik van de minimaregelingen wordt gekeken naar het volledige kalenderjaar van 2022. Over de periode 1 juli 2016 tot 1 juli 2017 heeft KWIZ tevens onderzoek gedaan voor de gemeente Woudenberg naar het gebruik en bereik van de minimaregelingen. Waar mogelijk worden de resultaten vergeleken met 2017. Onderzoeksmethode inkomenseffectrapportage De inkomenseffectrapportage geeft inzicht in de effecten van de landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen op de inkomens van minimahuishoudens. We berekenen voor zes verschillende huishoudtypen met vijf verschillende inkomensniveaus (van 100 tot 130 procent van het Wettelijk sociaal minimum, en voor langdurige minimahuishoudens) hoeveel zij maandelijks aan gemeentelijke regelingen en landelijke toeslagen kunnen ontvangen en geven inzicht in het effect van de inkomensstijging. Daarvoor is per huishoudtype een overzicht van de inkomsten en uitgaven per maand gemaakt.

Met behulp van landelijke inkomensnormen, landelijke toeslagen en informatie over gemeentelijke regelingen is per huishoudtype het inkomen bepaald. Voor de vaste uitgaven is uitgegaan van cijfers en normen van het Nibud 1. Voor de andere uitgaven is waar mogelijk gebruikgemaakt van lokale tarieven (zoals huur en waterschapsbelasting). Tenslotte worden de gemeentelijke regelingen omgezet in een maandbedrag. Op die manier ontstaat per huishoudtype een overzicht van de inkomsten en uitgaven per maand. Onderzoeksmethode behoeftepeiling onder minimadoelgroep De doelgroep bestaat uit 145 huishoudens in de gemeente Woudenberg die in 2022 een bijstandsuitkering ontvingen of gebruikmaakten van één of meerdere minimaregelingen. De 1 Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is een onafhankelijke stichting die informeert en

adviseert over financiën van huishoudens.

2

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

volledige doelgroep is aangeschreven. De vragenlijst is verstuurd in augustus 2023 en was zowel op papier als online in te vullen. In de vragenlijst staan de volgende thema’s centraal: • • • • • •

Bekendheid en gebruik van de regelingen. Toegang en vindbaarheid. De ondersteuningsbehoefte. Informatievoorziening en aanvragen. Effect van de minimaregelingen. Financiële situatie.

Respons In totaal hebben 49 respondenten de enquête ingevuld (7 op papier en 42 online). Dat brengt de respons op 33 procent van de doelgroep. Voor de relatief kleine omvang van de aangeschreven groep, is een hoog respons percentage behaald; doorgaans ligt het gemiddelde percentage op 20 tot 25 procent bij vergelijkbaar onderzoek onder een soortgelijke doelgroep. Toch is de respons onvoldoende om betrouwbare uitspraken over de gehele doelgroep te doen 2. De antwoorden geven een indicatie weer van de mening van de doelgroep maar kunnen niet gegeneraliseerd worden naar de volledige populatie. De volledige weergave en analyse van de resultaten is opgeleverd als aparte rapportage van de behoeftepeiling. Hiervoor verwijzen wij u graag naar het rapport ‘Rapport behoeftepeiling minima – Gemeente Woudenberg, opgeleverd in oktober 2023. Voor een uitgebreide weergave van de resultaten, diagrammen en analyse verwijzen wij u graag naar die rapportage. Beleidswijzigingen per 2023 Per 1 januari 2023 heeft de gemeente Woudenberg de inkomensgrens van verschillende regelingen voor inwoners met een laag inkomen verruimd. De inkomensgrens is verhoogd van 110 naar 130 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm).

Dit geldt voor de bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag, tegemoetkoming premie aanvullende zorgverzekering, verenigingsactiviteiten (volwassenen), kindpakket, computerregeling en zwemregeling. Ook de inkomensgrens van de tijdelijke energietoeslag is verruimd van 120 procent Wsm (2022) naar 130 procent Wsm (2023). Voor de gebruikscijfers van dit onderzoek wordt teruggekeken over het jaar 2022 (1 januari 2022 tot 1 januari 2023). Dit betekent dat in de berekening van het bereik van de minimaregelingen de inkomensgrens wordt meegenomen zoals die in 2022 gold. De verruiming naar 130 procent Wsm is daarmee nog niet terug te zien in de cijfers, maar wordt wel benoemd wanneer van toepassing. Leeswijzer In de samenvatting geven we de belangrijkste bevindingen weer. Vervolgens brengt het eerste hoofdstuk van deze rapportage de doelgroep voor het minimabeleid in beeld. In het tweede hoofdstuk gaan we in op het gebruik en bereik van de minimaregelingen in het aanbod van de gemeente Woudenberg. Het derde hoofdstuk geeft een overzicht van de inkomenseffecten van het landelijke en gemeentelijke minimabeleid. De resultaten van de behoeftepeiling onder de minimadoelgroep staan in hoofdstuk 4. Het rapport wordt afgesloten met een vijftal bijlagen. De eerste bijlage geeft een overzicht van de minimaregelingen in de gemeente Woudenberg.

In bijlage 2 staat de onderzoeksmethodiek van de Armoede Index beschreven. Bijlage 3 beschrijft vervolgens de onderzoeksmethodiek van de Inkomens effectrapportage. Bijlage 4 geeft de opbouw van het totale inkomen van huishoudens weer op verschillende inkomensniveaus en bijlage 5 toont de financiële maandoverzichten per huishoudtype.

2 Voor een doelgroep van deze omvang is bij een betrouwbaarheidsniveau van 90 procent een respons

nodig van 106 ingevulde enquêtes (72 procent) om betrouwbare uitspraken te kunnen doen. Het huidige betrouwbaarheidspercentage ligt rond de 60 procent.

3

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

Conclusie en aanbevelingen In de samenvatting geven we het aantal (geschatte) minimahuishoudens en minimakinderen in de gemeente weer op 1 januari 2023, evenals het bereik van de verschillende minimaregelingen in 2022. Daarnaast worden de belangrijkste bevindingen omtrent de inkomenseffecten en vanuit de behoeftepeiling onder de doelgroep weergegeven. Tot slot formuleren we de hieruit voortvloeiende conclusies en aanbevelingen.

S.1 Samenvatting S1.1 Minimahuishoudens en minimakinderen Van alle huishoudens in de gemeente Woudenberg hebben naar schatting 191 huishoudens een inkomen tot 100 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm) en 379 huishoudens een inkomen tot 130 procent Wsm 3. Respectievelijk vormen zij 3,5 procent en 6,9 procent van alle huishoudens in de gemeente. Het aandeel minimahuishoudens op 100 procent Wsm ligt in Woudenberg lager dan gemiddeld in vergelijkbare kleine gemeenten (5 à 6 procent). Op 130 procent Wsm ligt het aandeel minimahuishoudens met 6,9 procent lager dan in vergelijkbare kleine gemeenten. Verder groeien 143 kinderen op in een huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm (4,2 procent) en 227 kinderen tot een inkomen van 130 procent Wsm (6,7 procent). Deze aantallen liggen iets onder het gemiddelde van op inwoneraantal vergelijkbare gemeenten (7 à 8 procent). Tabel S.1.1. Minimahuishoudens en kinderen tot 18 jaar naar inkomen (cumulatief), vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet Huishoudens Kinderen Huishoudinkomen Aantal Aandeel Aantal Aandeel Tot 100% Wsm 191 3,5% 143 4,2% Tot 110% Wsm 231 4,2% 154 4,6% Tot 120% Wsm 297 5,4% 188 5,6% Tot 130% Wsm 379 6,9% 227 6,7% Hogere inkomens Totaal

5.130 5.509

93,1% 100%

227 3.366

93,3% 100%

S1.2 Bereik inkomensondersteunende regelingen De gemeente Woudenberg biedt voor verschillende levensdomeinen (zorgkosten, participatie e.d.) ondersteuning aan in de vorm van minimaregelingen. Gekeken naar het bereik van deze regelingen valt het volgende op: • Het bereik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, bijzondere bijstand en individuele inkomenstoeslag ligt in lijn met het vergelijkbare gemeenten. • De participatieregelingen hebben een wisselend bereik: o De regeling Verenigingsactiviteiten voor volwassenen kent een laag bereik, ook in vergelijking tot andere gemeenten; o Het Kindpakket heeft een hoog bereik en ligt in lijn met vergelijkbare gemeenten. • De energietoeslag heeft een lager bereik in vergelijking tot andere gemeenten.

3 De normbedragen voor een inkomen op 100 procent Wsm (inclusief vakantietoeslag) zijn als volgt: € 1.217

voor een alleenstaande en € 1.738 voor een (echt)paar. De vermogensgrens vanuit de Participatiewet bedraagt € 7.605 voor een alleenstaande en € 15.210 voor een (echt)paar.

4

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

Tabel S.1.2. Gebruik en bereik minimaregelingen Regeling Kwijtschelding gem. belastingen Individuele bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Tegemoetkoming premie aanvullende zorgverzekering Verenigingsactiviteiten Kindpakket Computerregeling (kinderen) Zwemregeling (kinderen) Energietoeslag

130 huishoudens 49 huishoudens 46 huishoudens 68 huishoudens

68% 21% 43% 29%

Landelijk gemiddelde 70-75% 20-25% 45-50% Onbekend

9 huishoudens 39 huishoudens 6 kinderen 19 kinderen 288 huishoudens

4% 56% 43% n.t.b. 60%

35-40% 50-55% Onbekend Onbekend 80-95%

Gebruik

Bereik

S1.3 Bevindingen inkomenseffecten Financieel effect Het bedrag dat minima vanuit het Rijk aan toeslagen kunnen ontvangen is hoger dan het bedrag dat ze aan gemeentelijke regelingen kunnen ontvangen. Financieel gezien is de invloed van de gemeente dan ook kleiner dan de invloed van het Rijk. Het bedrag aan landelijke toeslagen neemt voor de meeste huishoudens geleidelijk af bij een hoger inkomen. De gemeentelijke regelingen zorgen ervoor dat huishoudens (meer) ruimte overhouden voor het doen van vrije bestedingen. Dit komt met name alleenstaanden met een zorgvraag, paren zonder kinderen en paren met oudere kinderen op bijstandsniveau 4 ten goede, die zonder de gemeentelijke regelingen onvoldoende vrij besteedbaar budget overhouden om op een minimaal niveau sociaal te kunnen participeren. Alleenstaande ouders zijn gemiddeld minder afhankelijk van de gemeentelijke bijdragen om sociaal te participeren dan (ouder)paren, omdat zij langer recht hebben op landelijke toeslagen. Het vrij besteedbaar budget neemt, voor bijna alle voorbeeldhuishoudens, toe wanneer zij gaan werken tegen een inkomen van 110 procent en stijgt verder bij hogere inkomensniveaus. De loonstijging kan in de meeste gevallen de dalende toeslagen vanuit het Rijk compenseren. Dit geldt echter niet voor alleenstaanden met een zorgvraag en alleenstaande ouders met jonge kinderen (3 en 5 jaar).

Deze huishoudtypen hebben namelijk hogere kosten: medische kosten of opvangkosten voor hun kinderen. Indien huishoudens van alle landelijke en lokale regelingen gebruikmaken, houden zij op alle inkomensniveaus voldoende budget over voor sociale participatie. In de praktijk is de ervaring echter dat huishoudens niet of gedeeltelijk gebruik maken van de regelingen. In werkelijkheid kan het vrij besteedbaar budget daarom lager uitvallen, dan weergegeven in deze rapportage. Werken loont voor sommige huishoudens meer dan voor andere Wanneer huishoudens in de gemeente Woudenberg vanuit de bijstand gaan werken, gaan zij er in totaal inkomen altijd op vooruit ten opzichte van de bijstandssituatie. Dit is ook het geval als zij gebruikmaken van alle toeslagen en regelingen5. (mits zij gebruikmaken van alle toeslagen en regelingen). Het totaal inkomen bestaat uit het netto-inkomen (inclusief vakantietoeslag),

4 Voor paren met oudere kinderen geldt dit bovendien ook nog bij een inkomensniveau van 110 procent

Wsm. Zij zijn pas vanaf 120 procent Wsm niet meer (volledig) afhankelijk van de gemeentelijke regelingen om voldoende budget te hebben voor vrije bestedingen. 5 Het daadwerkelijk gebruik van de lokale regelingen ligt echter lager; huishoudens maken niet van alle regelingen gebruik waar ze aanspraak op kunnen maken. Huishoudens hebben in de praktijk dus mogelijk minder te besteden, terwijl hun inkomen meer gaat stijgen (omdat er minder regelingen wegvallen) dan in deze rapportage berekend.

5

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Alle (voorbeeld)huishoudens kunnen inkomensvooruitgang tegemoetzien wanneer hun loon stijgt naar 110, 120 of 130 procent Wsm. Tegelijkertijd gaan niet allle huishoudtypen er even sterk op vooruit bij een inkomensstijging; ze ervaren niet dezelfde sterke van procentuele inkomensgroei.Relatief gezien gaan alleenstaanden en alleenstaande ouders er het meest op vooruit bij ieder hoger loon. Paren (met en zonder kinderen) krijgen namelijk sneller en méér dan de andere huishoudtypen te maken met een daling van de toeslagen van het Rijk; de groei van het inkomen wordt hierdoor gedempt. Wel hebben paren op ieder inkomensniveau tussen 100 en 130 procent Wsm meer totaal inkomen dan in de bijstand en gaan zij er op ieder hoger inkomensniveau meer op vooruit. S.1.3. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding

Inkomensgroei 110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

4%

Alleenstaande

11%

4%

Alleenstaande chronisch ziek

11%

4%

Paar zonder kinderen

9%

3%

Alleenstaande ouder met kinderen (3 en 5 jaar)

2%

Alleenstaande ouder met kinderen (14 en 16 jaar)

6%

3%

Paar met kinderen (14 en 16)

3%

Paar met vier kinderen (3, 5, 14 en 16 jaar)

12% 10%

7% 7% 6%

17%

11%

8%

3%

Paar met kinderen (3 en 5 jaar)

17%

9% 9%

8%

S1.4 Behoeftepeiling onder minimadoelgroep Kennis en gebruik regelingen De bekendheid en het gebruik verschilt per regeling. De kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, regeling verenigingsactiviteiten en het kindpakket zijn de meest bekende regelingen. De kwijtschelding van gemeentelijke heffingen, kindpakket en tegemoetkoming aanvullende ziektekostenverzekering vormen de meest gebruikte regelingen. De voornaamste reden voor het niet-gebruiken van regelingen is dat inwoners de regelingen niet kennen. Vanuit de Armoede Index blijkt dat de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, individuele inkomenstoeslag en het Kindpakket het meest worden gebruikt onder de betreffende doelgroep. Dit resultaat komt deels overeen met de behoeftepeiling. Vanuit de behoeftepeiling komt de tegemoetkoming aanvullende ziektekostenverzekering ook naar voren als veel gebruikte regeling; het daadwerkelijke gebruik ligt op 29 procent. Dit verschil kan verklaard worden doordat

6

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

het daadwerkelijke gebruik wordt afgezet tegen de volledige doelgroep, terwijl de behoeftepeiling niet door de volledige doelgroep is ingevuld. Informatievoorziening Respondenten willen informatie over de regelingen het liefst ontvangen via een consulent van de gemeente of de Kleine Schans. Vanuit de doelgroep geeft 80 procent aan dat ze veel bewijsstukken moeten inleveren voor het doen van een aanvraag. Slechts een derde van de respondenten geven aan dat ze de aanvraagformulieren zonder hulp kunnen invullen. Daarentegen is 82 procent tevreden over hulp van de Kleine Schans bij het aanvragen van regelingen. Financiële situatie Driekwart van de respondenten kan niet (23 procent) of soms wel en soms niet rondkomen (52 procent). De meerderheid wijt dit aan stijgende prijzen en te weinig inkomsten. Twee derde van de respondenten geeft aan zorgen te hebben over hun financiële situatie. Tips en adviezen De respondenten hadden de gelegenheid om tips en adviezen te delen. Deze zijn onder te verdelen in vier categorieën: • Uitbetaling: Het is voor inwoners niet altijd handig als ze zelf eerst geld moeten voorschieten voor bepaalde kosten en het daarna pas terugkrijgen van de gemeente. • Informatievoorziening/aanvragen: Respondenten geven aan dat ze graag meer of betere informatievoorziening zouden willen krijgen.

Voorbeelden hiervan zijn het verspreiden van een nieuwsbrief of het verbeteren van de informatie op de website. Ook wordt het aanvraagproces door enkele respondenten als lastig ervaren. • Hoogte van de bedragen: Een aantal respondenten zou graag meer budget willen vanuit de gemeentelijke regelingen. Respondenten geven aan dat het vanwege de gestegen prijzen niet altijd mogelijk is om de kosten te dekken (bijvoorbeeld voor sport, kleding en vervoer). • Complimenten: Een paar respondenten hebben complimenten achtergelaten voor de ondersteuning van gemeente of de Kleine Schans.

S.2. Conclusie en aanbevelingen Op basis van de onderzoeksresultaten formuleren we een relevante conclusies. In het onderstaande zetten we per thema de conclusies op een rij met bijbehorende aanbevelingen. Huidig aanbod minimaregelingen Het huidige aanbod aan minimaregelingen in de gemeente Woudenberg ondersteunt verschillende doelgroepen in hun financiële situatie, namelijk langdurige minima, volwassenen, kinderen en inwoners met een zorgvraag. Ook voor de verschillende levensdomeinen is ondersteuning beschikbaar (zorgkosten, participatie, huishoudelijke uitgaven). Het aanbod aan ondersteuning op verschillende levensdomeinen is van belang voor de inwoners. Uit de onderzoeksresultaten (inkomenseffectrapportage) is de noodzaak hiervan ook duidelijk geworden, in het bijzonder voor huishoudens met een zorgvraag door chronische ziekte en huishoudens met oudere kinderen. Zij zijn tot een inkomen van 120 procent Wsm afhankelijk van de gemeentelijke bijdragen om budget voor sociale participatie te hebben. Aanbeveling 1 Blijf de minimadoelgroep breed ondersteunen op verschillende levensdomeinen.

7

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

Breng daarnaast focus aan in het aanbod van minimaregelingen, afgestemd op de doelgroepen die als kwetsbaar zijn geïdentificeerd. Bijvoorbeeld langdurige minima, paren met kinderen en inwoners met een zorgvraag. Uit de inkomenseffectrapportage is naar voren gekomen dat deze huishoudtypen afhankelijk zijn van de gemeentelijke regelingen om sociaal te participeren (zie ook hoofdstuk 3). Het is daarom van belang om deze doelgroepen in beeld te houden en ondersteuning te richten op deze doelgroepen. Binnen het huidige aanbod is aanbod beschikbaar voor meerdere van deze doelgroepen (individuele inkomenstoeslag, tegemoetkoming aanvullende zorgverzekering, het Kindpakket en Jeugdfonds de Boom). Vanuit de behoeftepeiling is naar voren gekomen dat de ondersteuning echter nog niet altijd toereikend is. Respondenten geven bijvoorbeeld aan dat ze budget tekort komen voor het betalen van zorgkosten. Houd kwetsbare doelgroepen in beeld, sluit daarin aan bij de beleidsvisie van de gemeente6 en op de behoeften van inwoners. Aanbeveling 2 Houd kwetsbare doelgroepen in beeld. Sluit daarin aan bij de beleidsvisie van de gemeente en de behoeften van inwoners.

Vergelijkend perspectief Als het aanbod aan minimaregelingen in vergelijkend perspectief wordt geplaatst met andere Nederlandse gemeenten7 waar KWIZ onderzoek heeft uitgevoerd, valt het volgende op: • De ondersteuning voor huishoudens met een zorgvraag is relatief beperkt. De meeste gemeenten bieden een collectieve zorgverzekering aan8, dikwijls ook met een uitgebreide pakketoptie waarbij het wettelijk eigen risico kan worden meeverzekerd. Soms bieden gemeenten de collectieve zorgverzekering aan in combinatie met een aanvullende regeling voor chronisch zieken (met een wisselend budget). Gemiddeld wordt voor een regeling voor chronisch zieken een bedrag van € 150 tot € 250 beschikbaar gesteld op jaarbasis. In Woudenberg kunnen huishoudens (met een zorgvraag) aanspraak maken op € 100 om de kosten van de aanvullende verzekering te dekken. Dat is een beperkt aanbod op gebied van zorgkosten in vergelijking tot andere gemeenten. Om dit aanbod te verruimen behoort een collectieve zorgverzekering tot de mogelijkheden. De meeste inwoners zullen kiezen voor de meest uitgebreide pakketoptie in de collectieve zorgverzekering 9. Voor sommige huishoudens sluit dit aan bij hun zorgbehoefte, maar voor andere huishoudens betekent dit dat ze zich oververzekeren in verhouding tot hun zorgvraag.

Het is daarom van belang om inwoners te ondersteunen bij een passende keuze (bijvoorbeeld via de Poliswijzer). In de huidige situatie ondersteunt de gemeente alle inwoners bij hun zorgvraag (ongeacht de verzekering die ze kiezen). Als de gemeente echter kiest voor een collectieve zorgverzekering, zonder een regeling voor chronisch zieken of andere aanvullende regeling, is het aanbod alleen beschikbaar voor inwoners die aanspraak gaan maken op de collectieve zorgverzekering. Ook hierbij is het van belang om alle doelgroepen in beeld te houden.

6 Een analyse van de beleidsstukken van de gemeente Woudenberg behoort niet tot dit onderzoek. 7 Deze vergelijking is uitgevoerd op verzoek van de gemeente Woudenberg. 8 Bijna alle gemeenten bieden op dit moment een collectieve zorgverzekering aan. Een intergemeentelijke

vergelijking op het gebied van de manier waarop de collectieve zorgverzekering wordt aangeboden is niet mogelijk. Het aanbod aan verzekeringen verschilt per zorgverzekeraar en per pakket verschilt tevens de gemeentelijke bijdrage. 9 Dit ziet KWIZ in de meeste gemeenten terug. De verhouding is vaak minimaal 60 procent (uitgebreide pakketoptie) om 40 procent (minder uitgebreide pakketoptie).

8

Gemeente Woudenberg

•

•

Versie 1.0

Kinderen kunnen aanspraak maken op een ruimhartig aanbod aan participatieregelingen: o Het Kindpakket is met een budget van € 600 voor basisschoolkinderen en € 700 voor kinderen op het voortgezet onderwijs ruimhartig 10. Dit komt de participatie van kinderen en jongeren ten goede, zeker in combinatie met het hoge bereik van de regeling (56 procent). o Daarnaast is via Jeugdfonds de Boom ook gemiddeld € 500 per kind beschikbaar, bovenop de ondersteuning vanuit het Kindpakket via de Kleine Schans. o Het aanbod is ruimhartig te noemen omdat in Woudenberg aanspraak kan worden gemaakt op twee regelingen met in totaal een bijdrage van € 1.100 tot € 1.200 per kind op jaarbasis. In andere gemeenten is op jaarbasis gemiddeld een bijdrage van € 200 tot € 350 per kind gangbaar. Steeds meer gemeenten bieden ook ondersteuning aan via het Jeugdfonds Sport & Cultuur voor sportieve (€ 250 per kind) of culturele activiteiten Volwassenen kunnen tevens aanspraak maken op een relatief ruimhartig participatiebudget (regeling verenigingsactiviteiten). Het gebruik van deze regeling is relatief echter erg laag, waardoor in de praktijk maar weinig inwoners hiermee worden ondersteund. Aanbeveling 3 Overweeg om de bijdrage voor zorgkosten te verruimen. Bijvoorbeeld door de regeling voor aanvullende verzekering te verhogen en/of een collectieve zorgverzekering aan te bieden.

Bestaanszekerheid Vanuit de behoeftepeiling is gebleken dat 67 procent van de respondenten een aanvullende ondersteuningsbehoefte heeft. Zij specificeren deze op de volgende kostensoorten: huishoudelijke uitgaven (boodschappen, kleding, huishoudelijke apparaten), zorgkosten (zorgpremie, medicatie en hulpmiddelen), energierekening en participatie (reizen, sport en computer). Voor hun kinderen missen respondenten met name ondersteuning voor huishoudelijke uitgaven (fiets, laptop, kleding), schoolkosten (vervoer, schoolkosten) en sport. De aanvullende ondersteuningsbehoefte betreft meerdere levensdomeinen. Op het gebied van participatie, geldt dat het huidige aanbod al relatief ruimhartig is. Kansen hiervoor liggen op de manier waarop de participatieregelingen worden verstrekt. In de huidige situatie dienen inwoners namelijk hun kosten voor te schieten en achteraf te declareren bij de gemeentelijke participatieregelingen. Voor de minimadoelgroep is dit echter lastig dan wel onmogelijk; respondenten geven in de behoeftepeiling ook aan dat het voorschieten van deze kosten niet haalbaar is. Het gebruik van de regeling verenigingsactiviteiten voor volwassenen is dan ook laag. Het zou een overweging kunnen zijn om aan te sluiten bij het Volwassenfonds Sport & Cultuur.

Zij betalen de kosten voor een lidmaatschap (sport en cultuur) direct aan de betreffende vereniging, zodat inwoners geen kosten hoeven voor te schieten. Voor kinderen is dit ook mogelijk (Jeugdfonds Sport & Cultuur), maar gezien het hoge bereik van het Kindpakket weten ouders deze ondersteuning te vinden. Aanbeveling 4 Overweeg om kosten voor sport en cultuur (van volwassenen) te vergoeden via het Volwassenfonds Sport & Cultuur om de ondersteuning voor participatie niet meer op declaratiebasis beschikbaar te stellen. Dit komt de bestaanszekerheid van inwoners ten goede. 10

Bovendien wordt met de huidige opzet ook onderscheid gemaakt tussen huishoudens met jongere kinderen (basisschoolleeftijd) en oudere kinderen (voortgezet onderwijs). In de inkomenseffectrapportage komt naar voren dat huishoudens met oudere kinderen te maken hebben met hogere kostenposten. Een hoger budget vanuit het Kindpakket voor kinderen op het voortgezet onderwijs sluit hierbij aan.

9

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

Verder hebben inwoners behoefte aan aanvullende ondersteuning op een divers scala aan kostensoorten. Dat blijkt ook uit de behoeftepeiling; 75 procent van de respondenten kunnen niet (altijd) rondkomen. De diversiteit aan doelgroepen leidt ertoe dat bepaalde noodzakelijke kostensoorten niet altijd binnen de huidige kaders van het minimabeleid vallen. Een maatwerkbudget zou hiervoor een oplossing kunnen zijn.

Aanbeveling 5 Overweeg de mogelijkheden om maatwerk te verlenen middels een maatwerkbudget.

Tot slot: de inkomenssituatie van (minima)huishoudens is aan economische ontwikkelingen onderhevig. Inflatie, tijdelijke stijgingen van bijvoorbeeld energiekosten (zoals in 2022) of huurprijzen kunnen ervoor zorgen dat inwoners niet meer kunnen rondkomen. Vanuit dit perspectief heeft de gemeente Woudenberg de inkomensgrens van de minimaregelingen per 1 januari 2023 verhoogd van 110 tot 130 procent Wsm. Het is aan te bevelen om de economische situatie in beeld te houden en de normbedragen voor de minimaregelingen jaarlijks te actualiseren (bijvoorbeeld middels indexatie). Aanbeveling 6 Actualiseer/indexeer de normbedragen voor de minimaregelingen jaarlijks.

Bereik minimaregelingen Het gebruik en bereik van de minimaregelingen verschilt per regeling. Het bereik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, bijzondere bijstand, kindpakket en individuele inkomenstoeslag ligt in lijn met vergelijkbare gemeenten. Het bereik van de regeling verenigingsactiviteiten voor volwassenen is echter laag in vergelijking tot andere gemeenten. Het gebruik en bereik van minimaregelingen heeft invloed op de inkomenssituatie van inwoners. Uit de inkomenseffectrapportage blijkt dat alle huishoudens meer ruimte voor vrije bestedingen krijgen wanneer ze gebruikmaken van de gemeentelijke regelingen en dat hun totale inkomen toeneemt. Als huishoudens gebruikmaken van alle regelingen waar zij aanspraak op mogen maken, hebben zij bovendien voldoende budget om sociaal te participeren. Echter, de praktijk is weerbarstiger. Ervaringscijfers11 laten zien dat huishoudens gemiddeld van één of twee minimaregelingen gebruikmaken. Vele huishoudens zullen daarom minder vrij besteedbaar budget hebben dan weergegeven in de inkomenseffectrapportage. Het is daarom cruciaal om in te zetten op het maximaliseren van het gebruik van de huidige regelingen. Aanbeveling 7 Maximaliseer het gebruik van de minimaregelingen door in te zetten op informatievoorziening en doorverwijzing naar andere regelingen door consulenten.

Toegankelijkheid van de minimaregelingen Om gebruik te kunnen maken van minimaregelingen is het cruciaal dat inwoners weten dat de minimaregelingen worden aangeboden (informatievoorziening) en dat de regelingen eenvoudig aan te vragen zijn (aanvraagprocedure); oftewel de toegankelijkheid van minimaregelingen. In de behoeftepeiling geven respondenten aan dat zij informatie het liefst ontvangen via een consulent van de gemeente of de Kleine Schans (persoonlijk contact), via de website of een informatiefolder. Een duidelijk overzicht van de regelingen is hierbij wenselijk. Op dit moment wordt informatie zowel via de gemeentelijke website, als via de website van de Kleine Schans en 11 Gebaseerd op recente onderzoeken van KWIZ.

10

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

Jeugdfonds de Boom verstrekt. Om het bereik van de minimaregelingen te laten toenemen, is het van belang om de bekendheid van de regelingen te vergroten en met gerichte communicatie aan te sluiten bij de verschillende doelgroepen. Aanbeveling 8 Stel een centraal overzicht op van de beschikbare regelingen en ondersteuning van externe organisaties. Neem als gemeente een regisserende rol en zorg voor regelmatige updates en verspreiding van deze sociale kaart. Voor alle communicatie-uitingen geldt: B1-niveau en pictogrammen of filmpjes spreken tot de verbeelding.

In de behoeftepeiling zijn meerdere signalen gegeven dat de aanvraagprocedure vereenvoudigd dient te worden. Zo kan slechts een derde van de respondenten de formulieren zonder hulp invullen, vindt 80 procent dat er (te)veel bewijsstukken moeten worden aangeleverd en geeft minder dan de helft aan dat het makkelijk is om een aanvraagformulier in te vullen. Verlaag daarom de bewijslast aan de kant van de inwoner door zo weinig mogelijk documentatie op te vragen, regelingen automatisch toe te kennen voor opvolgende jaren én de inwoner te attenderen op overige regelingen in het aanbod en deze ook direct aan te vragen. Aanbeveling 9 Verlaag de bewijslast aan de kant van de inwoner door zo weinig mogelijk documentatie op te vragen, regelingen automatisch toe te kennen voor opvolgende jaren én de inwoner te attenderen op overige regelingen in het aanbod en deze ook direct aan te vragen.

11

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

1. Minimahuishoudens in Woudenberg In dit hoofdstuk beschrijven we de omvang en samenstelling van de groepen huishoudens met inkomens tot 110 procent12 van het wettelijke sociale minimum in de gemeente Woudenberg.

1.1. Alle huishoudens In de gemeente Woudenberg wonen 14.358 personen waarvan er 3.366 (23 procent) jonger zijn dan 18 jaar. Deze inwoners zijn verdeeld over 5.509 huishoudens. De gemiddelde huishoudgrootte komt daarmee uit op 2,6 personen, hoger dan het landelijke gemiddelde van 2,2. Ten opzichte van 2017 is het aantal inwoners met ruim 1.800 inwoners toegenomen. Het aantal kinderen tot 18 jaar is eveneens gestegen met een kleine 300 kinderen. Naar huishoudtype zien we de volgende verdeling (zie tabel 1.1.2). De huishoudsamenstelling in Woudenberg wijkt enigszins af van het landelijke beeld. Zo zijn er in de gemeente duidelijk minder alleenstaanden en wonen er meer paren met kinderen. Dit beeld sluit ook aan bij de huishoudgrootte die hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. Tabel 1.1.1 Aantal huishoudens en inwoners Woudenberg 2017 4.807 12.550 3.093 2,6

Aantal huishoudens Aantal personen Waarvan kinderen tot 18 jaar Gemiddelde huishoudgrootte

2023 5.509 14.358 3.366 2,6

Tabel 1.1.2 Huishoudens naar type Huishoudtype Alleenstaand Alleenstaande ouder Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

2017 Aantal Aandeel 1.289 27% 265 6%

2023 Aantal Aandeel 1.502 27% 316 6%

1.514

31%

1.727

32%

29%

1.739

36%

1.964

35%

25%

4.807

100%

5.509

100%

100%

Aandeel landelijk 39% 7%

1.2. Minimahuishoudens Minimahuishoudens in 2017 en 2023 (laag tot geen vermogen) Van alle huishoudens in de gemeente Woudenberg moet 3,5 procent rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau en een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet 13. Dit zijn in totaal 191 huishoudens. Dit aandeel ligt wat lager dan het gemiddelde aandeel van 5 tot 6 procent minimahuishoudens in vergelijkbare (kleinere) gemeenten). In totaal hebben 379 huishoudens een inkomen tot 130 procent Wsm (6,9 procent van alle huishoudens in de gemeente). Gemiddeld ligt dit aandeel bij andere kleinere gemeenten rond de 8 à 9 procent. Ten opzichte van 2017 is het aantal minimahuishoudens gestegen. Omdat het totale aantal huishoudens meer is gestegen dan het aantal minimahuishoudens (ten opzichte van 2017), is het 12 De totale doelgroep huishoudens met een minimuminkomen wordt geschat tot een inkomensniveau van

130 procent Wsm. De kenmerken van de minimahuishoudens worden weergegeven tot een inkomensniveau van 110 procent Wsm, omdat minimaregelingen over de terugkijkperiode (1 januari 2022 tot 31 december 2022) tot 110 procent Wsm werden verstrekt). Per 1 januari 2023 is de inkomensgrens overigens verhoogd tot 130 procent Wsm voor de meeste minimaregelingen. 13 De vermogensgrens vanuit de Participatiewet bedraagt € 7.605 voor een alleenstaande en € 15.210 voor een paar (met of zonder kinderen).

12

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

aandeel minimahuishoudens op de verschillende inkomensniveaus stabiel gebleven of zelfs licht gedaald. Tabel 1.2.1 Huishoudens naar inkomen in Woudenberg (cumulatief) 14 Inkomen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm

2017 Aantal 170 210 270 340

Aandeel 3,5% 4,4% 5,6% 7,1%

2023 Aantal 191 231 297 379

Aandeel 3,5% 4,2% 5,4% 6,9%

Hogere inkomens Totaal

4.467 4.807

92,9% 100%

5.130 5.509

93,1% 100%

Minimakinderen tot 18 jaar in 2017 en 2023 (laag tot geen eigen vermogen) Er groeien 143 kinderen op in een minimahuishouden tot 100 procent Wsm (4,2 procent) en 227 kinderen (6,7 procent) tot 130 procent Wsm (en een laag vermogen). Deze aandelen liggen onder het gemiddelde van andere kleinere gemeenten. Ten opzichte van 2017 is alleen een vergelijking mogelijk op 110 procent Wsm; destijds is die groep kinderen in beeld gebracht. Het aantal kinderen dat opgroeit in een minimahuishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm is gestegen. Het aandeel daarentegen is stabiel gebleven. Dit heeft te maken met een toename van het totale aantal kinderen in de gemeente tussen 2017 en 2023. Tabel 1.2.2 Kinderen naar inkomen in Woudenberg (cumulatief) Kinderen tot 18 jaar Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm

2017 Aantal 140 -

Aandeel 4,6% -

2023 Aantal 143 154 188 227

Aandeel 4,2% 4,6% 5,6% 6,7%

Hogere inkomens Totaal

2.953 3.093

95,4% 100%

227 3.366

93,3% 100%

Verdeling naar kenmerken: minimahuishoudens op 100% Wsm In de volgende tabel worden de kenmerken van de doelgroep minimahuishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm (en een laag of geen vermogen) in 2023 weergegeven 15. De doelgroep minimahuishoudens op bijstandsniveau bestaat voor 47 procent uit bijstandsgerechtigden en voor 27 procent uit huishoudens met een overig inkomen, zoals inkomen werk of een WW-uitkering. Een kwart van de huishoudens heeft een AOW-uitkering. Naar huishoudtype is 49 procent van de huishoudens met een inkomen op bijstandsniveau alleenstaand in 2023. Verder bestaat ruim een derde uit een huishoudens met kinderen: 13 procent van deze huishoudens betreft een eenoudergezin en 21 procent een tweeoudergezin.

14 Het gaat hier om minimahuishoudens met een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. 15 Een vergelijking met de kenmerken van deze doelgroep uit 2017 is niet mogelijk; destijds zijn deze

kenmerken niet weergegeven in de rapportage.

13

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

Tabel 1.2.3 Kenmerken minima, inkomen tot 100% Wsm Categorie

2023 Aantal

Aandeel

Inkomensbron Participatiewet AOW inkomen Ander inkomen: - Loon/werk - ZZP - WW, WAO, Wajong Totaal

90 48 53 20 12 21 191

47% 25% 27% 10% 6% 10% 100%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

93 25 32 40 191

49% 13% 17% 21% 100%

Verdeling naar kenmerken: minimahuishoudens op 110% Wsm Het inkomensondersteunend beleid van de gemeente Woudenberg is primair gericht op de doelgroep van huishoudens met inkomens tot maximaal 110 procent Wsm16. In de volgende tabel worden daarom de kenmerken van de doelgroep minimahuishoudens tot 110 procent Wsm (en een laag of geen vermogen) in 2023 vergeleken met de situatie in 2017. Tabel 1.2.4 Kenmerken minima, inkomen tot 110% Wsm Categorie Inkomensbron Participatiewet AOW inkomen Ander inkomen: - Loon/werk - ZZP - WW, WAO, Wajong Totaal Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

2023

2017 Aantal

Aandeel

Aantal

Aandeel

110 60 40 210

52% 29% 19% 100%

90 59 82 35 16 31 231

39% 26% 36% 15% 7% 14% 100%

104 39 34 33 210

50% 18% 16% 16% 100%

117 26 44 44 231

51% 11% 19% 19% 100%

Ten opzichte van 2017, valt in 2023 op dat het aantal en aandeel huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet is afgenomen. Het aantal en aandeel huishoudens met een overig inkomen (zoals inkomen uit werk, ondernemerschap of een WW-uitkering) is daarentegen toegenomen. Dit beeld sluit aan bij het beeld van de landelijke ontwikkelingen; steeds meer werkende huishoudens krijgen te maken met geldzorgen terwijl tegelijkertijd het aantal bijstandsuitkeringen daalt. Ten opzichte van 2017 valt tevens op dat de huishoudverdeling anders is; er zijn in verhouding meer minder eenoudergezinnen en meer meerspersoonshuishoudens (zowel met als zonder kinderen). Dit is te verklaren door het toegenomen aantal huishoudens met een overig inkomen; een nieuwe doelgroep waarbij meer meerpersoonshuishoudens naar voren komen. 16 Vanaf 1 januari 2023 is de inkomensgrens opgehoogd tot 130 procent Wsm.

14

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

Verdeling naar kenmerken: minimahuishoudens op 130% Wsm Vanaf 1 januari 2023 is de inkomensgrens van de meeste minimaregelingen verruimd tot 130 procent Wsm. In de volgende tabel worden daarom de kenmerken van de doelgroep minimahuishoudens tot 130 procent Wsm (en een laag of geen vermogen) weergegeven. De kenmerken van deze doelgroep kunnen niet in vergelijkend perspectief worden geplaatst met 2017; destijds is hiervan geen beeld gegeven omdat de doelgroep minimahuishoudens was vastgesteld op 110 procent Wsm. Ten opzichte van de kenmerken van de minimadoelgroep op 100 en 110 procent Wsm (tabel 1.2.3 en 1.2.4) valt naar inkomensbron op dat het aandeel huishoudens met een uitkering uit de Participatiewet afneemt en het aandeel huishoudens met een overig inkomen (inkomen uit loon/ondernemerschap of een WW-uitkering) toeneemt. Verder neemt het aandeel alleenstaanden en meerpersoonshuishoudens zonder kinderen toe, terwijl het aandeel huishoudens met kinderen afneemt. Tabel 1.2.5 Kenmerken minima, inkomen tot 130% Wsm 2023 Categorie Aantal

Aandeel

Inkomensbron Participatiewet AOW inkomen Ander inkomen: - Loon/werk - ZZP - WW, WAO, Wajong Totaal

90 125 164 77 32 55 379

24% 33% 43% 20% 8% 15% 100%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

198 39 78 64 379

52% 10% 21% 17% 100%

15

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

2. Gebruik inkomensondersteunende voorzieningen In dit hoofdstuk gaan we nader in op het gebruik en bereik onder de doelgroep van de gemeentelijke regelingen. Het gaat daarbij om het totale gebruik in 2022 en (waar mogelijk) in 2017. De doelgroep komt uit hoofdstuk 1.

2.1. Regelingen voor het minimabeleid De volgende tabel geeft de inkomensgrens en doelgroep per regeling weer. Tabel 2.1.1 Inkomensgrenzen regelingen en omvang doelgroep Categorie Kwijtschelding gem. belastingen Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Premie aanvullende zorgverzekering Verenigingsactiviteiten Kindpakket Computerregeling (kinderen) Zwemregeling (kinderen) Energietoeslag

Inkomensgrens 2022

Doelgroep 2022

100% Wsm 110% Wsm 3 jaar of langer op 100% Wsm 110% Wsm 110% Wsm 110% Wsm 110% Wsm 110% Wsm 120% Wsm

191 huishoudens 231 huishoudens 107 huishoudens 231 huishoudens 231 huishoudens 70 huishoudens 14 kinderen Niet te bepalen 480 huishoudens

2.2. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Huishoudens kunnen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing17, rioolheffing en Onroerende Zaak Belasting OZB). De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm. In 2022 is aan 81 huishoudens geheel of gedeeltelijk kwijtschelding van lokale heffingen verstrekt. Met elkaar is dit een bereik van 68 procent onder de primaire doelgroep. In gemeenten van vergelijkbare grootte ligt het gemiddelde bereik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen tussen de 70 en 75 procent. Het bereik binnen de gemeente Woudenberg ligt daarmee in lijn en is iets toegenomen ten opzichte van 2017. Tabel 2.2.1 Bereik kwijtschelding van gemeentelijke belastingen Doelgroep Gebruik kwijtschelding Percentage bereik

2017

2022

170 huishoudens 106 huishoudens 63%

191 huishoudens 130 huishoudens 68%

2.3. Bijzondere bijstand Het bijzondere bijstandsbeleid van de gemeente Woudenberg is erop gericht om mensen die bijzondere noodzakelijke kosten hebben en deze niet zelf kunnen betalen, te ondersteunen. De gemeente beoordeelt bij iedere aanvraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden. De doelgroep bestaat uit 213 huishoudens met inkomens tot 10 procent van de bijstandsnorm. In 2022 hebben 49 huishoudens gebruikgemaakt van een verstrekking vanuit de individuele bijzondere bijstand. Daarmee komt het bereik van de bijzondere bijstand uit op 21 procent. Dit ligt in lijn met het gemiddelde bereik van 20 tot 25 procent dat gangbaar is in gemeenten van vergelijkbare grootte. In totaal zijn er in 2022 419 unieke verstrekkingen gedaan.

17 Voor de afvalstoffenheffing geldt dat het vaste tarief (€ 250) plus een bedrag van € 96 aan aanbiedingen

wordt kwijtgescholden. Als de variabele kosten hoger liggen dan € 96 (door het aanbieden van meer afval) wordt dit deel niet kwijtgescholden.

16

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

Tabel 2.3.1 Bereik bijzondere bijstand Categorie Doelgroep Gebruik bijzondere bijstand Percentage bereik

2017 210 huishoudens 85 huishoudens 40%

2023 231 huishoudens 49 huishoudens 21%

2.4. Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als inkomensondersteuning voor mensen die langdurig afhankelijk zijn van een minimuminkomen. In de gemeente Woudenberg behoort iedereen tussen de 21 jaar en pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende drie jaar een inkomen heeft tot 100% Wsm procent Wsm, tot de doelgroep. Verder geldt als voorwaarde voor toekenning dat er in de afgelopen drie jaar geen mogelijkheden waren voor inkomensverbetering. De doelgroep bestaat dan uit 107 huishoudens. In 2022 hebben 46 huishoudens gebruik gemaakt van deze toeslag. Afgezet tegen de groep die drie jaar een inkomen tot 100 procent Wsm heeft is dit een bereik van 43 procent. Het bereik ligt in lijn met vergelijkbare gemeenten waar een bereik van rond de 40 tot 45 procent gangbaar is. Ten opzichte van 2017 is het bereik licht gestegen. Tabel 2.4.1 Bereik individuele inkomenstoeslag Categorie Doelgroep Gebruik individuele inkomenstoeslag Percentage bereik

2017

2023

90 huishoudens 36 huishoudens 40%

107 huishoudens 46 huishoudens 43%

2.5. Tegemoetkoming premie aanvullende zorgverzekering Huishoudens kunnen aanspraak maken op een tegemoetkoming voor de premie van hun aanvullende zorgverzekering. In totaal gaat het om een tegemoetkoming van € 100 op jaarbasis per meerderjarige verzekerde per kalenderjaar. De tegemoetkoming is beschikbaar voor huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm. In 2022 hebben 68 huishoudens gebruikgemaakt van deze tegemoetkoming. Dit komt neer op een bereik van 29 procent 18. Er is geen vergelijking mogelijk met het gebruik en bereik van deze regeling in 2017. Destijds werd een collectieve zorgverzekering aangeboden met een inkomensgrens van 120 procent Wsm als ondersteuning voor zorgkosten. Tabel 2.5.1 Bereik tegemoetkoming premie aanvullende zorgverzekering Categorie Doelgroep Gebruik tegemoetkoming premie aanvullende zorgverzekering Percentage bereik

2023 231 huishoudens 68 huishoudens 29%

2.6. Verenigingsactiviteiten Deze participatieregeling vergoedt € 215 per volwassene op jaarbasis om te kunnen sporten of het lidmaatschap van een vereniging te bekostigen. Tevens kunnen inwoners een badenkaart voor vrij zwemmen, een museumjaarkaart en een bibliotheekabonnement aanvragen. Daarnaast kunnen inwoners maximaal € 390 op jaarbasis aanvragen voor muziekles.

18 Het bereik van de tegemoetkoming voor de premie van de aanvullende zorgverzekering kan niet worden

vergeleken met eenzelfde regeling in vergelijkbare gemeenten. Hiervoor zijn niet voldoende vergelijkingscijfers beschikbaar omdat niet iedere gemeente deze regeling aanbiedt.

17

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

De regeling is bedoeld voor huishoudens met inkomens tot maximaal 110 procent van de bijstandsnorm. De doelgroep bestaat uit 231 huishoudens. In 2022 hebben 9 huishoudens gebruikgemaakt van deze regeling. Het bereik van de regeling Verenigingsactiviteiten ligt lager dan in vergelijkbare gemeenten. Gemiddeld is een bereik van 35 tot 40 procent gangbaar voor een dergelijke participatieregeling voor volwassenen. Er is geen vergelijking mogelijk met 2017. Destijds was er geen onderscheid te maken naar de verschillende participatieregelingen (computerregeling, sport en cultuur, onderwijs e.d.). Toen is het totale gebruik voor de participatieregelingen (65 huishoudens) afgezet tegen de doelgroep van 210 huishoudens (110 procent Wsm). Het bereik kwam toen uit op 31 procent. Tabel 2.6.1 Bereik regeling Verenigingsactiviteiten Categorie

2022

Doelgroep Gebruik regeling Verenigingsactiviteiten Percentage bereik

231 huishoudens 9 huishoudens 4%

2.7. Kindpakket Het Kindpakket vergoedt kosten voor deelname aan sport en cultuur, recreatie en onderwijs. Huishoudens met kinderen kunnen aanspraak maken op deze regeling met een inkomen tot maximaal 110 procent van de bijstandsnorm. Kinderen kunnen een vergoeding krijgen voor sportieve of culturele activiteiten, sportkleding, schoolkosten (schooltas, schoolkamp e.d.), een fiets, internetabonnement, dagjes uit, een ID-kaart, bibliotheekabonnement en een zwembadabonnement. De doelgroep bestaat uit huishoudens met kinderen tot 18 jaar en een inkomensniveau van 110 procent Wsm. Het gaat om 70 huishoudens. In 2022 maakten 39 huishoudens gebruik van het Kindpakket; aan deze huishoudens zijn in totaal 177 verstrekkingen gedaan. Afgezet tegen de totale doelgroep heeft het Kindpakket een bereik van 56 procent. Het bereik van het Kindpakket in Woudenberg ligt in lijn met andere gemeenten; gemiddeld is een bereik van 50 tot 55 procent gangbaar. Sinds 2018 is het Kindpakket beschikbaar gesteld voor huishoudens met kinderen die moeten rondkomen van een laag inkomen. Daarom is geen vergelijking mogelijk met 2017. Tabel 2.7.1 Bereik Kindpakket Categorie Doelgroep Gebruik Kindpakket Percentage bereik

2022 70 huishoudens 39 huishoudens 56%

2.8. Computerregeling voor kinderen Huishoudens met schoolgaande kinderen tussen 8 en 16 jaar kunnen eens per vijf jaar een computer vergoed krijgen tot maximaal € 400. De totale doelgroep bestaat uit jaarlijks 14 huishoudens. In 2022 hebben 6 kinderen gebruikgemaakt van de computerregeling. Dit brengt het bereik op 43 procent. Er kan geen vergelijking met 2017 worden gemaakt, omdat destijds het gebruik van verschillende participatieregelingen niet uitgesplitst kon worden (zie 2.6).

18

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

Tabel 2.8.1 Bereik computerregeling Categorie Doelgroep Gebruik Computerregeling Percentage bereik

2022 14 kinderen 6 kinderen 43%

2.9. Zwemlesregeling voor kinderen De kosten van een zwemdiploma kunnen worden vergoed vanuit het Kindpakket tot een inkomensgrens van 110 procent Wsm. In totaal hebben 19 kinderen gebruikgemaakt van de zwemlesregeling. De doelgroep van deze regeling kan niet worden vastgesteld omdat kinderen slechts eenmaal een zwemdiploma behalen en het onbekend is hoeveel kinderen dit reeds hebben behaald en daarom niet meer tot de doelgroep behoren. Tabel 2.9.1 Bereik zwemregeling Categorie

2022

Doelgroep Gebruik Zwemregeling Percentage bereik

Niet te bepalen 19 kinderen Onbekend

2.10. Energietoeslag Het Rijk heeft in 2022 geld beschikbaar gesteld om inwoners met een laag inkomen tegemoet te komen in hun energiekosten. Door verschillende redenen waren de prijzen van energie in 2022 fors gestegen. Gemeenten hebben deze regeling uitgevoerd. In de gemeente Woudenberg konden huishoudens met een inkomen van maximaal 120 procent Wsm (ongeacht de hoogte van hun vermogen) aanspraak maken op een energietoeslag van € 1.300. Omdat er geen vermogenstoets werd gedaan is de doelgroep van deze regeling anders dan de ‘reguliere’ regelingen van het minimabeleid. De totale doelgroep is vastgesteld op 480 huishoudens. In totaal hebben 126 huishoudens gebruikgemaakt van de energietoeslag in 2022 19. Het bereik komt daarmee op 26 procent. Dit ligt aanzienlijk lager dan het gemiddelde bereik in vergelijkbare gemeenten: 80 tot 95 procent. Tabel 2.10.1 Bereik Energietoeslag Categorie Doelgroep Gebruik Energietoeslag Percentage bereik

2022 480 huishoudens 288 huishoudens 60%

19 In 2023 is het aantal gebruikers van de energietoeslag opgelopen tot 328 huishoudens, de

inkomensgrens is ook verhoogd naar 130 procent Wsm.

19

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

3. Inkomenseffecten In dit hoofdstuk staan de inkomenseffecten. De eerste paragraaf schetst de verhouding tussen de uitkering, landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen per huishoudtype per maand. In paragraaf 3.2 wordt de gemeentelijke bijdrage uitgesplitst naar de verschillende minimaregelingen. Daarna wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van het vrij besteedbaar budget (paragraaf 3.3) en de ontwikkeling van het totale inkomen (paragraaf 3.4).

3.1. Bijdrage Rijk hoger dan bijdrage gemeente In figuur 3.1.1. is de opbouw van het maandelijks totaal inkomen bij een inkomen van 100 procent Wettelijk sociaal minimum (Wsm) per huishoudtype weergegeven. Hier is te zien dat het totale bedrag dat huishoudens van het Rijk maximaal kunnen ontvangen (zoals bijstandsuitkering, huurtoeslag, zorgtoeslag en de kinderbijslag) hoger is dan de totale gemeentelijke bijdrage die men kan ontvangen als men gebruik maakt van alle regelingen. In de praktijk is dit bedrag lager, omdat, zoals geschetst in het voorgaande hoofdstuk, niet alle huishoudens daadwerkelijk gebruik maken van de beschikbare regelingen. Omdat de aanname is gedaan dat deze huishoudens kortdurend minima zijn hebben is de individuele inkomenstoeslag niet meegenomen in de gemeentelijke bijdragen. Huishoudens met kinderen kunnen een hoger bedrag aan toeslagen vanuit het Rijk en gemeentelijke bijdragen ontvangen dan huishoudens zonder kinderen. Dit komt omdat er regelingen beschikbaar zijn voor specifiek gezinnen dan wel kinderen. Als voorbeeld: een alleenstaande ontvangt maandelijks € 1.217 aan bijstandsuitkering (inclusief vakantietoeslag). Daarbovenop kan hij maximaal € 501 landelijke toeslagen ontvangen. Vanuit de gemeentelijke regelingen kan hij maximaal € 177 ontvangen.

Dit is voor kwijtschelding gemeentelijke belastingen, tegemoetkoming voor de aanvullende zorgverzekering, verenigingsactiviteiten en energietoeslag. Figuur 3.1.1. Maandelijks inkomen op 100% Wsm, huishoudens zonder kinderen

Maandelijks inkomen, huishoudens zonder kinderen Uitkering

Toeslagen Rijk

€ 2.500

€ 225

€ 2.000

€ 618

€ 1.500

€ 177

€ 177

€ 501

€ 501

€ 1.000 € 500

Bijdrage gemeente

€ 192

€ 177

€ 503

€ 501

€ 1.358

€ 1.358

Alleenstaande AOW-leeftijd

Alleenstaande chronisch ziek, AOW-leeftijd

€ 1.738 € 1.217

€ 1.217

Alleenstaande

Alleenstaande chronisch ziek

€0 Paar zonder kinderen

20

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

Figuur 3.1.2. Maandelijks inkomen op 100% Wsm, huishoudens met kinderen

Maandelijks inkomen, huishoudens met kinderen Uitkering

Toeslagen Rijk

Bijdrag gemeente

€ 4.000 € 529

€ 3.500 € 3.000 € 2.500 € 2.000

€ 302

€ 329

€ 399

€ 1.315

€ 1.432

€ 1.217

€ 1.217

€ 425

€ 1.085

€ 1.202

€ 1.738

€ 1.738

€ 1.620

€ 1.500 € 1.000 € 500

€ 1.738

€Alleenstaande Alleenstaande Paar met Paar met Paar met vier ouder met ouder met kinderen (3 en 5 kinderen (14 en kinderen (3, 5, 14 kinderen (3 en 5 kinderen (14 en jaar) 16 jaar) en 16 jaar) jaar) 16 jaar)

3.2. Specificatie gemeentelijke bijdragen op 100% Wsm Uit de vorige paragraaf blijkt dat de (maximale) maandelijkse gemeentelijke bijdrage verschilt per huishoudtype. Figuren 3.2.1. en 3.2.2. laten zien uit welke onderdelen de maximale gemeentelijke opbouw bestaat. Het gaat om de maandelijkse bijdrage per huishoudtype bij een inkomen op 100 procent Wsm. Voor de volledigheid geven we ook het bedrag voor de individuele inkomenstoeslag weer. Minima die drie jaar of langer een van een minimuminkomen tot 101 procent Wsm moeten rondkomen, hebben hier recht op. Als voorbeeld: een alleenstaande ouder met twee jonge kinderen van 3 en 5 jaar ontvangt maandelijks (maximaal) € 65 voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, € 8 als tegemoetkoming voor de aanvullende zorgverzekering, € 18 voor de regeling Verenigingsactiviteiten en € 108 als energietoeslag vanuit de gemeente. Voor zijn kinderen ontvangt hij € 12 als vergoeding voor de peuterspeelzaal, € 50 vanuit het Kindpakket via de Kleine Schans en € 42 via Jeugdfonds De Boom. In totaal ontvangt hij dan € 302 per maand vanuit de gemeentelijke regelingen. Als hij al drie jaar of langer een inkomen op bijstandsniveau heeft, krijgt hij daar bovenop € 45 voor de individuele inkomenstoeslag. Bij een langdurig minimuminkomen ontvangt hij € 348 als gemeentelijke bijdrage.

21

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

Figuur 3.2.1. Maandelijks bedrag per regeling op 100% Wsm, huishoudens zonder kinderen

Maandelijkse gemeentelijke bijdragen, huishoudens zonder kinderen Kwijtschelding

Vergoeding aanvullende zorgverzekering

Verenigingsactiviteiten volwassenen

Gratis OV vervoer AOW-leeftijd

Energietoeslag

Individuele inkomenstoeslag

€ 300

€ 50

€ 250

€ 200

€ 35

€ 35 € 108

€ 150

€ 108 € 108

€ 108

€ 100

€ 36 € 17

€ 50

€ 108

€ 18 €8

€ 18 €8

€ 43

€ 43

Alleenstaande

Alleenstaande chronisch ziek

€ 65

€ 15

€ 24

€ 18 €8

€ 18 €8

€ 43

€ 43

Alleenstaande AOW-leeftijd

Alleenstaande chronisch ziek, AOW-leeftijd

€0 Paar zonder kinderen

22

Gemeente Woudenberg

Versie 1.0

Figuur 3.2.2. Maandelijks bedrag per regeling op 100% Wsm, huishoudens met kinderen

Maandelijkse gemeentelijke bijdragen, huishoudens met kinderen Kwijtschelding

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2201/documents/50019