09.b Bijlage 1 Gemeente Woudenberg - Evaluatie Armoedbeleid def.pdf
Tekst van het document
Dit extra bedrag komt bovenop de bedragen voor reserveringsuitgaven, huishoudelijke uitgaven en het minimumbudget voor sociale participatie van het Nibud, zoals in voorliggende inkomenseffectrapportage doorgerekend. Het uitgavenbedrag ligt hiermee, afhankelijk van het huishoudtype, circa 50 tot 300 euro hoger op bijstandsniveau. 2) De Commissie Sociaal Minimum rekent een ondergrens mee voor het gemiddelde totaalbedrag aan lokale regelingen waar minimahuishoudens aanspraak op kunnen maken, terwijl in voorliggende inkomenseffectrapportage de specifieke minimaregelingen worden doorgerekend. In de gemeente Woudenberg ligt het bedrag waar huishoudens aanspraak op kunnen maken hoger. Ter illustratie: een paar met twee kinderen van 14 en 16 jaar kan 23
KWIZ (2023) ‘’Rapport Behoeftepeiling minima – Gemeente Woudenberg’ p.14 KWIZ (2023) ‘Evaluatie Minimaregelingen Gemeente Woudenberg’ p.33 25 SCP (2023) ‘Advies Commissie sociaal minimum: landelijke aanpak bestaanszekerheid 24
23
volgens de berekeningen van de Commissie Sociaal Minimum aanspraak maken op een gemiddeld bedrag van € 160 aan gemeentelijke regelingen, in Woudenberg ligt dit op € 425 (exclusief energietoeslag: € 317). Dit verschil in totaalbedrag aan gemeentelijke regelingen verschilt per huishoudtype: voor huishoudens met kinderen is het verschil groter dan voor huishoudens zonder kinderen. 3) Tot slot: voor de kostenposten en inkomsten is in deze inkomenseffectrapportage, waar mogelijk, gewerkt met lokale bedragen zoals van toepassing in Woudenberg. Bijvoorbeeld de huurprijs, huurtoeslag, gemeentelijke- en waterschapsheffingen alsook de gemeentelijke regelingen. Dit betekent dat de resultaten kunnen afwijken van het rapport van de Commissie Sociaal Minimum, waarin gewerkt wordt met gemiddelden. Het budget dat na aftrek van de uitgaven overblijft is het zogenaamde vrij besteedbaar budget. Dit kan worden uitgegeven aan sociale en recreatieve activiteiten, in die zin is dit het bedrag waarvan mensen kunnen meedoen. Voor deze vrije bestedingen is eveneens uitgegaan van het normbedrag dat het Nibud per huishoudtype hanteert. De uitgaven die meegenomen zijn gecategoriseerd naar: • • • •
Vaste lasten. Dit zijn uitgaven die regelmatig terugkomen. Voorbeelden zijn huur, energiekosten verzekeringen; Reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet regelmatig voorkomen en waarvan de hoogte vooraf niet bekend is. Voorbeelden zijn kosten voor inventaris, kleding en het eigen risico voor de zorgverzekering; Huishoudelijke uitgaven. Dit zijn terugkerende uitgaven aan voeding, persoonlijke verzorging en dergelijke; Werkgerelateerde uitgaven. Dit zijn uitgaven die gemaakt worden als een persoon werkt. Voorbeelden zijn de kosten van woon-werkverkeer en werkkleding.
Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de huur en gemeentelijke belastingen. De andere bedragen zijn gebaseerd op normbedragen en berekeningen van het Nibud. De uitgaven betreffen de minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om in bepaalde kosten te kunnen voorzien. Het is mogelijk dat een huishouden maandelijks meer of minder uitgeeft dan de (norm)bedragen waarmee in deze rapportage wordt gerekend, bijvoorbeeld omdat het huishouden een ander bedrag per maand reserveert voor onregelmatige uitgaven. Individuele situaties kunnen daarom afwijken van de begrotingen zoals opgenomen in deze rapportage. In onderstaande grafieken staat het vrij te besteden bedrag voor verschillende huishoudens met en zonder gemeentelijke regelingen. De verticale rode lijn in de grafieken geeft aan wat nodig is om rond te komen inclusief sociale participatie. De grafieken zijn gebaseerd op de cijfers van 2022. Vanwege de koopkrachtmaatregelen van het Rijk kan dit afwijken van het vrij besteedbaar budget in 2025
24
Grafiek 2.2: Maandelijks vrij besteedbaar budget, AOW-gerechtigde huishoudens in Woudenberg. (Bron KWIZ)
Alleenstaande chronisch ziek, Alleenstaande AOW-leeftijd AOW-leeftijd
Vrij besteedbaar budget: huishoudens AOW gerechtigd Zonder gemeentelijke bijdrage Met alle gemeentelijke bijdragen Normbedrag sociale participatie € 111 100% Wsm € 208 € 192 € 344
110% Wsm
€ 473
120% Wsm
€ 135
€ 553
130% Wsm 100% Wsm
€ 135
€ 95
€ 201
€ 231
110% Wsm
€ 135
€ 360
120% Wsm
€ 135
€ 135
€ 440
130% Wsm €0
€ 200
€ 135 € 400
€ 600
€ 800
€ 1.000
€ 1.200
€ 1.400
Grafiek 2.3: Maandelijks vrij besteedbaar budget, huishoudens zonder kinderen in Woudenberg (Bron KWIZ)
Vrij besteedbaar budget: huishoudens zonder kinderen Zonder gemeentelijke bijdrage
Met alle gemeentelijke bijdragen
Paar zonder kinderen
Alleenstaan de chronisch Alleenstaan ziek de
Normbedrag sociale participatie € 111 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm
€ 130 € 177 € 182 € 135 € 304 € 135 € 418 € 135 € -22€ 177 € 30 € 135 € 151 € 135 € 266 € 135 € 121 € 225 € 225 € 161 € 339 € 161 € 409 € 161
-€ 100 € 100 € 300 € 500 € 700 Normbedrag sociale participatie € 181
€ 900
€ 1.100 € 1.300 € 1.500
Uit het onderzoek van KWIZ blijkt dat in Woudenberg paren met oudere kinderen, alleenstaanden met hoge zorgkosten en chronisch zieke alleenstaande inwoners met een AOW uitkering niet rond kunnen komen zonder gemeentelijke regelingen. Vanwege de relatief hoge vergoedingen van de kindregelingen van gemeente Woudenberg is het vrij te besteden bedrag van huishoudens met kinderen juist hoog ten opzichte van huishoudens zonder kinderen. De regelingen voor kinderen vergoeden maximaal €600 tot €700 per kind (afhankelijk van de leeftijd). In andere gemeente is op jaarbasis een bijdrage van gemiddeld €200 tot €250 gebruikelijk.26 Daarentegen zijn de regelingen voor chronisch zieken en hoge zorgkosten beperkt (zie voor een toelichting hoofdstuk 2.5). Hierdoor is het vrij te besteden budget van chronisch zieken en inwoners met hoge zorgkosten laag t.o.v. andere huishoudtypen als alle regelingen gebruikt worden.
26
KWIZ (2023) ‘Evaluatie Minimaregelingen Gemeente Woudenberg’ p.9
25
Grafiek 2.4: Maandelijks vrij besteedbaar budget huishoudens met kinderen in Woudenberg (Bron KWIZ)
Alleenstaande Alleenstaande Paar met vier Paar met Paar met ouder met ouder met kinderen (3, 5, kinderen (14 en kinderen (3 en kinderen (14 en kinderen (3 en 14 en 16 jaar) 16 jaar) 5 jaar) 16 jaar) 5 jaar)
Vrij besteedbaar budget: huishoudens met kinderen Zonder gemeentelijke bijdrage Met alle gemeentelijke bijdragen Normbedrag sociale participatie € 200 100% Wsm € 646 € 302 € 503
110% Wsm
€ 630
120% Wsm 130% Wsm 100% Wsm
€ 238 € 238
€ 640 € 238 Normbedrag sociale participatie € 251 € 292 € 399
€ 344
110% Wsm
€ 335
€ 465
120% Wsm
€ 335
€ 587 € 335 Normbedrag sociale participatie € 270 100% Wsm € 314 € 329 130% Wsm
€ 418
110% Wsm
€ 531
120% Wsm 100% Wasm € 130
120% Wsm 130% Wsm 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm
€0
€ 264
€ 602
130% Wsm
110% Wsm
€ 264 € 264
€ 425
€ 234
€ 361
€ 348
€ 361
€ 419
€ 235
€ 361
€ 529
€ 338
€ 464
€ 452
€ 464
€ 523
€ 200
€ 464
€ 400
€ 600
€ 800
€ 1.000
€ 1.200
€ 1.400
Werken vanuit de bijstand Wanneer huishoudens in de gemeente Woudenberg vanuit de bijstand gaan werken, gaan zij er in totaal inkomen altijd op vooruit ten opzichte van de bijstandssituatie (mits zij in voorkomende situaties gebruikmaken van alle Rijkstoeslagen en gemeentelijke minimaregelingen). Het totaal inkomen van een werkend persoon bestaat uit het netto-inkomen (inclusief vakantietoeslag), landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Er is echter niet altijd sprake van méér inkomensgroei als een persoon vanuit de bijstand aan het werk gaat en (substantieel) meer gaat verdienen dan het wettelijk sociaal minimum. Landelijke toeslagen lopen namelijk trapsgewijs terug bij een stijgend inkomen en het recht op gemeentelijke regelingen vervalt. Alle (voorbeeld)huishoudens kunnen inkomensvooruitgang tegemoetzien wanneer hun loon stijgt naar 110%, 120% of 130% van de bijstandsnorm. Tegelijkertijd ervaren niet alle huishoudtypen dezelfde mate van procentuele inkomensgroei. Relatief gezien gaan alleenstaanden en alleenstaande ouders met kinderen tot 18 jaar er het meest op vooruit bij ieder hoger loon, meer dan paren met of zonder kinderen tot 18 jaar. Paren met of zonder kinderen tot 18 jaar krijgen namelijk sneller en méér dan de andere huishoudtypen te maken met een daling van de toeslagen van het Rijk; de groei van het inkomen wordt hierdoor gedempt. Wel 26
hebben zij op ieder inkomensniveau tussen 100% en 130% van de bijstandsnorm meer totaal inkomen dan in de bijstand en gaan zij er op ieder hoger inkomensniveau meer op vooruit. 27 Indien de gemeentelijke regelingen een geleidende schaal zouden hanteren, ofwel hoe hoger het inkomen hoe lager de vergoeding, zou de beloning voor het inkomen relatief afnemen. Dit omdat het inkomen groeit waar de vergoedingen van de minimaregelingen daalt, waardoor het huishouden er relatief niet veel op vooruit gaat. Maar dit is niet het geval. De grootste inkomensterugval vindt plaats wanneer de regelingen van het Rijk, zoals bijvoorbeeld zorg-, kind- en huurtoeslagen sterk verminderen of volledig wegvallen. Aangezien gemeente Woudenberg een inkomensgrens van 130% van de bijstand hanteert, geldt dit niet voor de doelgroep van de minimaregelingen. Huishoudens met een inkomen onder de 130% van de bijstandsnorm hebben namelijk een inkomen dat onder de inkomensgrenzen van de toeslagen vallen. Een verhoging van het inkomen tot 130% van de bijstandsnorm kan daarom wel leiden tot een verlaging van de rijkstoelagen maar niet het volledig wegvallen van de gemeentelijk toeslagen. Hierdoor komt een grote inkomensterugval niet voor wanneer een huishouden meer inkomen krijgt, zolang het inkomen onder de 130% van de bijstandsnorm blijft.
Boven de 130% van de bijstandsnorm hebben inwoners überhaupt geen recht op de minimaregelingen.
2.3 Groepen met hoog risico op financiële problemen. Niet alleen inwoners met een laag inkomen, maar iedereen kan in de financiële problemen komen door allerlei omstandigheden en gebeurtenissen. Bepaalde groepen hebben echter een hoger risico. Mensen met een bijstandsuitkering en werkenden met een laag inkomen en onzeker werk (flexcontracten) hebben bijvoorbeeld een grotere kans om in armoede terecht te komen. Persoonlijke kenmerken, zoals een lage opleiding, zonder (verdienende) partner, migratieachtergrond en beperkte financiële vaardigheden, verhogen tevens het risico op financiële problemen. Daarnaast is er een aantal specifieke groepen die vaker financiële problemen hebben. De specifieke groepen die relevant zijn voor Woudenberg zijn onderstaand benoemd. Werkende armen Door de hoge inflatie en energieprijzen komt een stijgende groep van mensen in de financiële problemen. Dit betreft niet alleen mensen die een uitkering krijgen, maar ook mensen die werken. Vooral parttime werkende mensen met een laag loon hebben vaak een laag inkomen. Door de verhoging van de inkomensgrens van 110% (met uitzondering van de kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen) naar 130% van de bijstandsnorm in 2023 is de doelgroep van de minimaregelingen gegroeid.
Volgens de data van KWIZ is in Woudenberg de groep huishoudens met uit loon of zzp-werk gestegen van 51 huishoudens naar 109 huishoudens door de verhoging van de inkomensgrens. Werkende armen zijn vaak niet bekend bij de gemeente omdat zij geen uitkering ontvangen. Dit is tevens een groep die zelf ook niet bekend is met de minimaregelingen. Statushouders en anderstaligen Uit onderzoek van de Nationale Ombudsman blijkt dat statushouders financieel kwetsbaar zijn. 28 Deze groep loopt een verhoogd risico om langdurig financieel in de problemen te komen. Dit komt door een gebrek aan kennis van het Nederlandse systeem en de Nederlandse taal. Daarnaast hebben ze vaker geen, laag betaald of onzeker werk.29 Wanneer statushouders een woning krijgen, ontvangen ze inrichtingskrediet als lening en maken zij extra kosten voor gezinshereniging, taallessen 27
KWIZ (2023) ‘Evaluatie Minimaregelingen Gemeente Woudenberg’ p. 29 Nationale Ombudsman (2022) ‘Reflectie: Sociale minima in de knel’ p.8 29 Wijzer in gelzaken (2020) ‘Financieel kwetsbaar: literatuuronderzoek naar groepen in een financieel kwetsbare positie’ p. 2 28
27
daarbij ontbreekt het hen aan een financiële buffer.30 Zij beginnen hun zelfstandig leven buiten een asielzoekerscentrum dus met schulden en een gebrekkig inkomen. Van de 96 huishoudens met een bijstandsuitkering hebben circa 55 huishoudens een achtergrond als statushouder. Hiervan hebben ongeveer 30 huishoudens meer dan 5 jaar een verblijfsvergunning en 25 huishoudens minder dan 5 jaar. Landelijk is na vijf jaar 45% van de statushouders aan het werk uitgaande van de statushouders die in 2014 zijn gehuisvest. In 2019 waren de banen voor 86% deeltijdbanen en 92% van de mensen had een tijdelijk contract.31 Door het hoge aandeel in tijdelijke contracten hebben statushouders een verhoogd risico op het verliezen van een baan. Door het hoge aandeel in deeltijdwerk zijn de inkomsten van statushouders beperkt. 32 De maatschappelijke partners in Woudenberg hebben tijdens het Werkatelier Armoede onderstreept dat statushouders financieel kwetsbaar zijn. Jongeren tot 21 jaar met een bijstandsuitkering Jongeren tot 21 jaar vormen in de Participatiewet een aparte groep. Zij ontvangen in 2023 een bijstandsuitkering van netto €295 voor alleenstaanden en €590 voor gehuwden of samenwonenden.33 Ouders zijn verantwoordelijk voor de kosten van de verzorging en opvoeding tot hun kind(eren) 21 jaar zijn, ook wel de onderhoudsplicht genoemd.
Ouders komen niet in alle gevallen of in mindere mate deze plicht na. Hierdoor kunnen jongeren met een bijstandsuitkering vaak niet rondkomen of zelfstandig wonen.34 Ook het minimumloon van jongeren, dat lager is dan voor 21 jaar en ouder, is ontoereikend om van rond te komen. Jongeren onder de 21 jaar hebben dan ook niet de financiële ruimte om voor toekomstige uitgaven zoals witgoed of inventaris te sparen. Jongeren werden dan ook tijdens het Werkatelier Armoede genoemd als kwetsbare groep. 35 In Woudenberg zijn er 10 jongeren onder de 21 jaar met een bijstandsuitkering. Huishoudens met hoge zorgkosten Inwoners met een chronische ziekte of een beperking hebben vaak hoge zorgkosten. Naast de zorgpremie en het eigen risico, zijn er ook allerlei zorgkosten die mensen zelf moeten betalen zoals medicatie, fysiotherapie, hulpmiddelen en vervoer naar zorgaanbieders als zij geen aanvullende verzekering hebben. Uit de enquête van KWIZ blijkt dat de respondenten behoefte hebben aan extra ondersteuning voor zorgkosten.36 Woudenberg heeft weliswaar een tegemoetkoming van €100 per jaar voor de aanvullende zorgverzekering maar deze is ver van voldoende om de kosten van de premie van de aanvullende zorgverzekering te compenseren.
Daarnaast zijn er nog vergoedingen mogelijk vanuit de Wmo, maar deze zijn uitsluitend voor specifieke kosten, waaronder medische hulpmiddelen zoals een rolstoel, traplift en een elektrische deuropener. Huishoudens met meerdere kinderen Stellen met kinderen hebben vaker moeite met rondkomen, met name kinderen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar. Ten opzichte van kinderen onder de 12 jaar liggen de kosten voor bijvoorbeeld voeding, kleding, onderwijs (laptop, excursies) en mobiele telefoon hoger voor kinderen boven de 12 jaar dan voor jongere kinderen. Het is opmerkelijk dat het vrij besteedbaar inkomen voor stellen met kinderen tot 18 jaar lager is dan bij alleenstaande ouders met kinderen tot 18 jaar. 37 Dit komt omdat
30
Wijzer in gelzaken (2020) ‘Financieel kwetsbaar: literatuuronderzoek naar groepen in een financieel kwetsbare positie’ p. 2 31 Rijksoverheid (2023) ‘Cijfers Statushouders en Werk’ 32 Rijksoverheid (2023) ‘Cijfers Statushouders en Werk’ 33 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2023) ‘Normenbrief 1 januari 2023’ 34 Nationale Ombudsman (2022) ‘Reflectie: Sociale minima in de knel’ p.9 35 Nibud (2021) ‘Analyse vijf jaar armoedebeleid in tachtig gemeenten’, p. 6 36 KWIZ (2023) ‘’Rapport Behoeftepeiling minima – Gemeente Woudenberg’ p.10 37 Nibud (2021) ‘Analyse vijf jaar armoedebeleid in tachtig gemeenten’, p. 5
28
de bijstandsuitkering voor alleenstaanden hoger is dan de bijstandsuitkering omgerekend per persoon voor gehuwden/samenwonenden. De vergoedingen van het minimabeleid voor stellen met kinderen tot 18 jaar zijn vanwege onder andere het Kindpakket, zwemlessen en laptop hoger dan voor stellen zonder kinderen. De gemeentelijke bijdragen voor huishoudens met kinderen in Woudenberg zijn relatief hoog waardoor zij een hoog vrij besteedbaar budget overhouden. Laaggeletterden De kans om in armoede te leven is voor laaggeletterden ruim twee keer zo groot als voor niet laaggeletterden. Ze hebben gemiddeld een significant lager inkomen.38 De financiële vaardigheden van laaggeletterden zijn vaak beperkt. Als gevolg van de gebrekkige lees- en rekenvaardigheden hebben ze moeite met het bijhouden van de financiën, het begrijpen van brieven en zijn ze minder bekend met de financiële regelingen.39 In Woudenberg is ongeveer 9% van de bevolking laaggeletterd.40 Landelijk leeft gemiddeld 19% van de laaggeletterden ten minste één jaar onder de armoede grens en is 6.2% van de laaggeletterden langdurig arm ten opzichte van 2,5% van de niet laaggeletterden.41
2.4 Levensgebeurtenissen Verder kunnen zich allerlei omstandigheden voordoen die vergaande gevolgen hebben voor de financiële situatie van mensen. Bijna één vijfde van de respondenten van de enquête geeft aan dat zij niet kan rondkomen vanwege een levensgebeurtenis.42 Voorbeelden hiervan zijn het overlijden van een partner, 18 worden, scheiden, werk verliezen en samenwonen. Levensgebeurtenissen kunnen leiden tot een daling van inkomen en een stijging van (bepaalde) kosten. Hoewel elke situatie verschillend is, is er een aantal levensgebeurtenissen dat veel voorkomt en een hoog risico vormt voor het ontstaan van financiële problemen. Vanaf 18 jaar zijn jongeren in principe zelf verantwoordelijk voor allerlei financiële zaken, zoals bijvoorbeeld het regelen van een zorgverzekering en zorgtoeslag en studiefinanciering. Voor jongeren die zelfstandig gaan wonen, verandert er nog meer. Ze krijgen te maken met kosten die zij voorheen niet hadden zoals de huur, andere vaste lasten en boodschappen. Bij scheidingen verandert de woonsituatie vaak. Naast de eventuele kosten van de scheiding zelf, zoals advocaatkosten, verdeling van de bezittingen en alimentatieverplichtingen, verandert vaak het inkomen van één van de twee of beide personen ook. Bij het verliezen van werk, arbeidsongeschiktheid en ziekte daalt het inkomen.
Terwijl het kostenplaatje van mensen vaak min of meer hetzelfde blijft, gaat het inkomen wel omlaag. In het geval van ziekte stijgen de medische kosten. Wanneer er een financiële buffer is, kan dit tijdelijk worden opgevangen. Wanneer er geen financiële buffer is, kunnen mensen in de financiële problemen komen. In Woudenberg is 21% van de inwoners tussen de 18 en 64 jaar niet in staat om onverwachte uitgaven boven de €1.000 te betalen.43 Het krijgen van kinderen heeft ook invloed op de financiën, omdat er kosten gemaakt worden voor het levensonderhoud van de kinderen. Hoewel er toeslagen zijn, zoals bijvoorbeeld kinderbijslag, kinderopvangtoeslag, kindgebonden budget en minimaregelingen, kunnen vaak niet alle kosten worden gedekt. De situatie en het effect op de financiën verschilt per situatie en levensgebeurtenis. De kosten die hieruit voortvloeien, kunnen niet in alle gevallen en kostendekkend worden vergoed uit de 38
Divosa (2016) ‘Over de relatie tussen laaggeletterdheid en armoede’ p. 6 Wijzer in gelzaken (2020) ‘Financieel kwetsbaar: literatuuronderzoek naar groepen in een financieel kwetsbare positie’ p. 28 40 Laaggeletterdheid in zicht (2023) ‘aandeel laaggeletterdheid per regio’ 41 Stichting Lezen en Schrijven (2016) ‘Over de relatie tussen laaggeletterdheid en armoede’ p. 6 42 KWIZ (2023) ‘’Rapport Behoeftepeiling minima – Gemeente Woudenberg’ p.16 43 GGD (2022) ‘Dashboard armoede en gezondheid’ p. 4 39
29
minimaregelingen. Alle specifieke situaties en levensgebeurtenissen kunnen niet worden ondervangen door het minimabeleid. De kaders van het minimabeleid bieden in sommige gevallen onvoldoende flexibiliteit om armoede te voorkomen.
2.5 Behoefte minima Woudenberg In de enquête van KWIZ konden respondenten aangeven waaraan ze maandelijks het meeste geld kwijt zijn en waardoor ze niet kunnen rondkomen. Boodschappen worden het vaakst als kostenpost benoemd. Energiekosten, en huur worden als voornaamste kostenposten benoemd. Ook zorg gerelateerde kosten zoals de zorgverzekering, eigen risico, ziektekosten en medicijnen worden vaker genoemd. De respondenten geven dan ook aan extra ondersteuning nodig te hebben voor huishoudelijke uitgaven, zorgkosten, energie en participatie.44 Daarnaast geeft vier op de tien respondenten aan behoefte te hebben aan aanvullende ondersteuning voor hun kinderen, onderverdeeld in ondersteuning voor huishoudelijke uitgaven, schoolkosten en sport.45 Gemeenten mogen wettelijk geen regelingen inzetten voor levensonderhoud, zoals huur, energie en boodschappen: hierin wordt voorzien door de inkomensondersteunende maatregelen van het Rijk. Daarentegen mogen gemeenten wel beperkt medische kosten vergoeden, mits dit niet door voorliggende voorzieningen vergoed kan worden. Een andere uitzondering hierop is de energietoeslag die gemeenten in 2022 en 2023 eenmalig mochten verstrekken. Tabel 2.5 Behoeften respondenten enquête
Onderwerp Boodschappen Energiekosten Huur Zorg, verzekering, ziektekosten, medicijnen Kinderen, schoolkosten Vervoer, brandstof, auto (Gemeentelijke) belasting
27 26 23
Percentage t.o.v. alle respondenten 55% 54% 47%
13
27%
5 4 2
10% 8% 4%
Aantal respondenten
Collectieve zorgverzekering - Zoals blijkt uit bovenstaande paragraaf heeft meer dan een kwart van de respondenten aangegeven meer ondersteuning nodig te hebben voor zorgkosten. De tegemoetkoming van de aanvullende zorgverzekering van €100 per jaar vergoedt vaak niet alle zorgkosten noch het verschil in de premie van een aanvullend pakket ten opzichte van de basisverzekering. Bovendien wordt het eigen risico van €385 niet vergoedt. Ruim een kwart van de mensen mijdt zorg vanwege het eigen risico.46 Het is aannemelijk dat dit percentage hoger ligt onder de minima omdat zij vaak niet het geld hebben om onverwachte uitgaven te betalen. Daarom bieden 95% van alle gemeenten een collectieve zorgverzekering aan.47 De collectieve zorgverzekering biedt een bredere dekking dan de reguliere basis zorgverzekeringen. Om de premie betaalbaar te houden, betaalde de gemeente een deel van de premie, ofwel de gemeentelijke bijdrage. Er zijn 3 verschillende pakketten mogelijk binnen de collectieve zorgverzekering. De gemeente kan zelf bepalen hoeveel pakketten zij wil aanbieden en hoe hoog de gemeentelijke premie is voor de pakketten. In 2019 is de collectieve zorgverzekering 44
KWIZ (2023) ‘Rapport Behoeftepeiling minima – Gemeente Woudenberg’ p.16 KWIZ (2023) ‘Rapport Behoeftepeiling minima – Gemeente Woudenberg’ p.10 46 Eén vandaag (2023) ‘ruim een kwart mijdt zorg vanwege verplicht eigen risico. 47 Gezonderverzekerd.nl (2023) ‘Wat is de gemeentepolis) 45
30
-
-
-
in Woudenberg vervangen door de tegemoetkoming voor de aanvullende zorgverzekering. De reden hiervoor is dat zorgverzekeraar Menzis de verzekering niet meer aanbood in Woudenberg en er geen andere zorgverzekeraars waren die het aanboden voor Woudenberg. Na onderzoek blijkt dat er nu wel zorgverzekeraars een collectieve zorgverzekering aanbieden voor Woudenberg. Hieronder staat een aantal belangrijke voordelen benoemd van de collectieve zorgverzekering: de collectieve zorgverzekering heeft doorgaans een groter bereik dan de tegemoetkoming. Van de tegemoetkoming voor de aanvullende verzekering maakten in 2022 73 inwoners gebruik Bij de collectieve zorgverzekering waren dat er destijds (2018) 135. De tegemoetkoming voor de aanvullende zorgverzekering bedraagt €100 per jaar, ofwel €8,33 per maand. De gemeentelijke bijdrage voor de collectieve zorgverzekering bepaalt de gemeente per pakket. Hierdoor kan een groter gedeelte van de premie vergoed worden afhankelijk van het pakket. De drie pakketten van de collectieve zorgverzekering bieden altijd meer dekking dan de basispakketten van regulier zorgverzekeraar. Er kan gekozen worden voor een collectieve zorgverzekering waar geen verplicht eigen risico bij zit. Door de tegemoetkoming te vervangen met de collectieve zorgverzekering vervallen de kosten van de tegemoetkoming.
Daarnaast worden een deel van de medische kosten die momenteel via de bijzondere bijstand gedeclareerd kunnen worden vergoed door de collectieve zorgverzekering. De keuze is makkelijker (en beperkter). Bij een normale aanvullende verzekering kan van alle zorgverzekeraars uit verschillende pakketten worden gekozen. Bij de collectieve zorgverzekering zijn er drie pakketten. Dit verhoogt waarschijnlijk het bereik.
2.6 Conclusie en aanbevelingen Uit het onderzoek van KWIZ blijkt dat paren met kinderen tussen 12 en 18 jaar, alleenstaanden met hoge zorgkosten en chronisch zieke alleenstaande inwoners met een AOW-uitkering niet rond kunnen komen zonder gemeentelijke regelingen. Met de minimaregelingen zouden alle huishoudens wel financieel moeten kunnen uitkomen. Opvallend is dat de groep gezinnen met meerdere kinderen vaak tekort komt. Echter door de relatief hoge vergoedingen van de kindregelingen van gemeente Woudenberg is het vrij te besteden bedrag van huishoudens met kinderen juist hoger ten opzichte van huishoudens zonder kinderen. Ondanks dat onderzoek van KWIZ uitwijst dat bijna alle huishoudens met de gemeentelijke regelingen rond kunnen komen, geeft driekwart van de respondenten van de enquête met een laag inkomen niet rond te kunnen komen. De reden hiervoor is dat het onderzoek uitgaat van gemiddelden. De bevindingen van KWIZ verschillen van de bevindingen van de Commissie Sociaal Minimum.
De Commissie Sociaal Minimum is door het Rijk ingesteld met de opdracht te onderzoeken wat verschillende huishoudtypen nodig hebben om rond te kunnen komen en mee te kunnen doen aan de maatschappij.48 Het verschil tussen de commissie en de KWIZ is dat de commissie extra uitgaven rekent voor tegenvallers, gemeente Woudenberg relatief hoge vergoedingen verstrekt en KWIZ zich richt op Woudenberg waar de Commissie zich richt op het landelijke gemiddelde (zie ook hoofdstuk 2.2) Een verklaring voor de verschillen is tevens dat niet alle huishoudens alle gemeentelijke regelingen gebruiken waar zij recht op hebben. (zie hoofdstuk 3 over het gebruik van de regelingen). Ook door 48
SCP (2023) ‘Advies Commissie sociaal minimum: landelijke aanpak bestaanszekerheid
31
uitzonderlijk hoge kosten kan het voorkomen dat bepaalde huishoudens toch niet kunnen rondkomen. De grootste reden die de respondenten aangeven voor het niet kunnen rondkomen zijn de gestegen prijzen. De bedragen van de Woudenbergse minimaregelingen zijn al jaren niet meer aangepast terwijl de prijzen wel zijn gestegen. Daarnaast zijn er omstandigheden waardoor bepaalde kosten gemaakt moeten worden die niet volledig vergoed worden uit de minimaregelingen. Denk hierbij aan kinderen die een laptop nodig hebben voor school. De Woudenbergse minimaregelingen vergoeden nu maximaal één laptop per huishouden terwijl er meerdere kinderen in een huishouden kunnen zijn die een laptop nodig hebben voor school of statushouders die een laptop nodig hebben voor een inburgeringscursus. Uit de resultaten van de enquête van KWIZ blijkt dat dat boodschappen, energiekosten en huur de voornaamste kostenposten zijn waardoor de respondenten niet rondkomen. De behoefte aan aanvullende ondersteuning is dan ook voor kosten voor huishoudelijke uitgaven, zorgkosten en energie. De mogelijkheid om als gemeenten hier aanvullende ondersteuning voor te verstrekken zijn wettelijk beperkt. Maatschappelijk meedoen De effecten van de regelingen gaan niet alleen over het al dan niet kunnen rondkomen.
De meerderheid van de respondenten geeft aan dat zij zelf door de minimaregelingen maatschappelijk kan meedoen met verenigingsactiviteiten. Hun kinderen kunnen door de regelingen meedoen aan school- , sportieve- en culturele activiteiten. Opvallend is dat het effect van de regelingen op sociale contacten voor volwassenen beperkt is. Bepaalde groepen zoals statushouders, jongeren, huishoudens met hoge zorgkosten of meerdere kinderen en laaggeletterden hebben een verhoogd risico om in financiële problemen te komen. Daarnaast zijn er bepaalde levensgebeurtenissen zoals het verliezen van een baan, scheiden en zelfstandig gaan wonen die mensen in armoede kunnen drukken. Door deze gebeurtenissen kan het voorkomen dat mensen net tussen wal en schip vallen voor bepaalde regelingen. Als de bestaande regelingen geen oplossing bieden, kan maatwerk een oplossing zijn. Aanbevelingen: • Door (hoge) inflatie kunnen de vergoedingen van het minimabeleid onvoldoende zijn om de daadwerkelijk kosten te vergoeden. Deze bedragen zijn sinds 2018 niet verhoogd. Actualiseer de normbedragen voor de vergoedingen jaarlijks. • Momenteel vergoedt de laptopregeling één laptop per gezin terwijl meerdere kinderen binnen hetzelfde huishouden een laptop nodig hebben. Vergoed daarom één laptop per kind in een huishouden dat in aanmerking komt voor de minimaregelingen.
• Inburgeraars hebben een laptop nodig voor de inburgeringscursus. Vergoed laptops voor inburgeraars wanneer deze noodzakelijk is voor de inburgeringscursus. • Hanteer passende hogere normbedragen voor gezinnen met kinderen tussen 12 en 18 jaar. • De tegemoetkoming voor de aanvullende zorgverzekering van €100 per jaar dekt de kosten niet. Verhoog de vergoeding van de tegemoetkoming in 2024 en onderzoek in de eerste helft van 2024 de mogelijkheid voor aansluiting bij een collectieve zorgverzekering vanaf 2025.
32
Hoofdstuk 3: Bereik van de minimaregelingen Inwoners met een laag inkomen hebben vaak recht op een groot aantal landelijke en lokale regelingen. Niet iedereen die recht heeft op de regelingen maakt hier ook gebruik van. Om een goed beeld van het gebruik te krijgen, is het van belang om het bereik van de verschillende regelingen in kaart te brengen. In dit hoofdstuk wordt omschreven hoeveel mensen er gebruik maken van de regelingen afgezet tegen de grootte van de doelgroepen en hoe zich dit verhoudt tot andere gemeenten. Daarnaast wordt omschreven wat de lokale en landelijke ontwikkelingen zijn om niet-gebruik van de regelingen tegen te gaan. Tevens wordt beschreven hoe de gemeente het gebruik van de regelingen nu stimuleert.
3.1 Gebruik per regeling Vanaf 1 januari 2023 heeft de gemeente Woudenberg de inkomensgrens voor het recht op minimaregelingen verhoogd van 110% (met uitzondering van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen) naar 130% van de bijstandsnorm. Hierdoor kan potentieel een grotere groep aanspraak maken op de minimaregelingen, waaronder de groep werkende armen. In Woudenberg is nog geen toename gezien in het gebruik van de regelingen door de verhoging van de inkomensgrens. De groep werkende armen is moeilijk te bereiken omdat zij vaak niet bekend zijn met de regelingen en ook niet bekend zijn bij de gemeente. Veel inwoners die recht hebben op de minimaregelingen, maken er geen gebruik van, zoals blijkt uit onderstaande tabel. In onderstaande tabel is het percentage aan huishoudens dat gebruik maakt van de desbetreffende minimaregeling afgezet tegen de huishoudens die recht hebben op de desbetreffende minimaregeling. Tabel 3.1: Bereik minimaregelingen Woudenberg ten opzichte van het landelijke bereik (Bron KWIZ)
Regeling (2022) Kwijtschelding gem. belastingen Individuele bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Tegemoetkoming premie aanvullende zorgverzekering Verenigingsactiviteiten Kindpakket Computerregeling Energietoeslag
Gebruik 81 huishoudens 49 huishoudens 46 huishoudens 68 huishoudens 9 huishoudens 39 huishoudens 6 huishoudens 288 huishoudens
Bereik 42% 21% 43% 29%
Landelijk gemiddelde 70-75% 20-25% 45-50% Onbekend
4% 56% 43% 60%
35-40% 50-55% Onbekend 80-95%
Het gebruik van de minimaregelingen in Woudenberg komt grotendeels overeen met het gebruik in gemeenten van soortgelijke grootte. Alleen het gebruik van de regelingen die verenigingsactiviteiten voor volwassenen vergoeden, is lager dan bij gemeenten van dezelfde grootte. Daarentegen is het gebruik van het Kindpakket hoger dan bij soortgelijke gemeenten Daarnaast biedt gemeente Woudenberg een tegemoetkoming voor de aanvullende ziektekostenverzekering in plaats van een collectieve zorgverzekering. In het verleden heeft gemeente Woudenberg wel een collectieve zorgverzekering aangeboden. Het gebruik van deze verzekering destijds was hoger dan het bereik van tegemoetkoming voor de aanvullende zorgverzekering nu (68 inwoners).
3.2 Bekendheid met de regelingen bij Woudenbergers die een uitkering ontvangen In de enquête van KWIZ is uitgevraagd in hoeverre de ondervraagden bekend zijn met de minimaregelingen. Zoals eerder gesteld in deze evaluatie, gaat het in deze enkel om de groep die bekend is met en bij de gemeente en CDKS omdat zij een uitkering ontvangt. Hier is geen vergelijking gemaakt met het landelijk gemiddelde. 33
Grafiek 3.2: Bekendheid en gebruik gemeentelijke regelingen bij Woudenbergers die een uitkering ontvangen (Bron KWIZ)
Bekendheid en gebruik gemeentelijke regelingen bij Woudenbergers die een uitkering ontvangen Ja, gebruik ik
Nee, maar ken ik wel
Nee, ken ik niet
Kwijtschelding gemeentelijke heffingen
60%
17%
23%
Kindpakket
58%
16%
26%
Tegemoetkoming aanvullende ziektekostenverzekering
48%
13%
Bijzondere bijstand
46%
21%
Individuele inkomenstoeslag
38%
Sport- en verenigingsactiviteiten
32%
Regeling culturele activiteiten
28%
Computerregeling
27%
Jeugdfonds de Boom Schuldhulpverlening
17%
40% 34% 45%
42% 23% 16%
18%
29%
10%
26% 50% 57% 53%
51%
39%
Uit de resultaten blijkt dat lang niet alle inwoners in de doelgroep bekend zijn met de regelingen. Daarnaast geeft een aanzienlijk gedeelte van de respondenten, dat de regelingen wel kent, aan dat ze er geen gebruik van maakt. In onderstaande grafiek wordt weergeven hoeveel procent van de respondenten bekend zijn met de verschillende regelingen. Daarnaast is uitgevraagd op welke wijze de respondenten op de hoogte zijn gesteld van de regelingen die de gemeente aanbiedt. Grafiek 3.3: Manier van bekendheid met de regelingen (Bron KWIZ)
Hoe wist u (uitkeringsgerechtigden) dat de gemeente regelingen aanbiedt? Via Coöperatie de Kleine Schans Via familie/vrienden/bekenden Via het Sociaal team Via een brief van de gemeente Via de website van de gemeente Via Schuldhulpmaatje Via de kerk Via sociale media (Facebook of Instagram) Via de school of het kinderdagverblijf Via de krant Anders
34
47% 18% 18% 18% 16% 6% 2% 2% 0% 0%
16%
Veruit het grootste gedeelte van de respondenten is bekend met de regelingen door informatie van de afdeling Werk en Inkomen van CDKS. Daarnaast zijn de respondenten vooral bekend met de regelingen door familie en vrienden, het Sociaal Team of via de gemeente. Ruim de helft van de respondenten geeft aan informatie het liefst te ontvangen via de consulent van de gemeente of CDKS. Een derde geeft daarnaast aan informatie te willen ontvangen via de website van de gemeente of die van CDKS. Een ander gewild informatiekanaal is de informatiefolder. Slechts 2% van de respondenten geeft aan de krant te willen gebruiken.49 Een paar respondenten van de enquête geeft aan dat ze graag meer of betere informatie over de verschillende minimaregelingen zou willen krijgen.50 Grafiek 3.4: Voorkeur voor het ontvangen van de informatie (Bron KWIZ)
Informatie wordt het liefst ontvangen via Via de consulent van de gemeente of Coöperatie de Kleine Schans
55%
Website van de gemeente of Coöperatie de Kleine Schans
33%
Informatiefolder
31%
Digitale nieuwsbrief Krant Regionale oproep (televisie) Anders
20% 2% 0% 12%
3.3 Huidig communicatiebeleid Een duidelijke communicatie over het minimabeleid is van belang om ervoor te zorgen dat inwoners die in aanmerking komen voor bepaalde regelingen en voorzieningen op de hoogte zijn van hun rechten en mogelijkheden. Communicatiemiddelen: de gemeente Woudenberg en haar uitvoeringsinstantie CDKS van onder andere participatie- en minimaregelingen, verstrekken informatie aan inwoners over de verschillende regelingen en voorzieningen voor inwoners met een laag inkomen. Dit wordt gedaan via de respectievelijke websites, sociale mediakanalen, brochures, digitale nieuwsbrieven, persberichten, interviews, artikelen en advertenties in de lokale kranten (De Woudenberger en de LetOp Woudenberg) en bijeenkomsten met partners, werkateliers, .etc. Zoals aangegeven in paragraaf 3.2 zijn er nog veel inwoners die behoren tot de doelgroep niet bekend met de regelingen. De communicatiemiddelen van de gemeente Woudenberg en CDKS sluiten niet goed aan bij de doelgroep. Er wordt bijvoorbeeld veel gebruik gemaakt van berichten in de krant en op sociale media terwijl uit paragraaf 3.2 is beschreven dat 0% van de respondenten de regelingen kent via de krant en 2% via sociale media. Daarnaast werken de gemeente Woudenberg en CDKS samen met maatschappelijke organisaties, zoals welzijnsorganisaties, om de communicatie over minimabeleid te versterken.
Deze organisaties staan beter in contact met specifieke 49 50
KWIZ (2023) ‘’Rapport Behoeftepeiling minima – Gemeente Woudenberg’ p.10 KWIZ (2023) ‘’Rapport Behoeftepeiling minima – Gemeente Woudenberg’ p.5
35
doelgroepen en bieden waardevolle inzichten om de communicatie effectiever te maken. In grafiek 3.3 is te zien dat 6% bekend is met de regelingen door Schuldhulpmaatje, 0% via de scholen en kinderdagverblijven en 2% door de kerken. Er bestaat daarom een mogelijkheid om de bekendheid van de minimaregelingen te vergroten door het beter betrekken van maatschappelijke organisaties. Daarnaast sluit de taal en inhoud niet altijd aan bij de doelgroep. Het effectief aanpakken van communicatie over het gemeentelijk armoedebeleid vereist een doordachte en strategische aanpak. Dit vraagt om aandacht, tijd en capaciteit. In het najaar van 2023 gaat een extern communicatiebureau in opdracht van de gemeente aan de slag met het ontwikkelen van een kernboodschap. Vervolgens gaan ze aan de slag met het verbeteren van de (online) communicatiemiddelen van de gemeente en CDKS. Zo wordt er een ‘toolbox’ ontwikkeld waarmee de medewerkers van het sociaal team en partners de minimaregelingen op een toegankelijke wijze onder de aandacht van de doelgroep kunnen brengen.
3.4 Landelijke en lokale ontwikkelingen Landelijke ontwikkelingen Het tegengaan van niet-gebruik van regelingen is een speerpunt van het Rijk. In opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is er een onderzoek uitgevoerd over het niet-gebruik van voorzieningen. Het rapport is in januari 2023 gepubliceerd.51 Een belangrijke conclusie uit het onderzoek is dat aanvraagprocedures en voorwaarden versimpeld, aantrekkelijker en laagdrempeliger gemaakt kunnen worden.52 Daarnaast wordt verwacht dat het automatisch toekennen, het aanpassen van financiële voorwaarden en het samenvoegen van verschillende regelingen het niet- gebruik kan voorkomen.53 Lokale ontwikkelingen In Woudenberg zijn de regelingen die samengevoegd kunnen worden al samengevoegd, zoals in het Kindpakket. Hierdoor hoeft er niet voor verschillende kosten een nieuwe aanvraag ingediend worden maar hoeven alleen de bonnetjes ingeleverd worden. Ook via de communicatie kunnen de regelingen beter bekend worden gemaakt bij de inwoners die hier recht op hebben (zie paragraaf communicatie). Een belangrijke ontwikkeling is de verhoging van de inkomensgrens van de minimaregelingen naar 130% van de bijstandsnorm. Voor de verhoging van de inkomensgrens in 2023 was de inkomensgrens voor het merendeeldeel van de minimaregelingen 110%, met uitzondering van de individuele inkomenstoeslag en kwijtschelding.
Door de verhoging van inkomensgrens kunnen meer mensen aanspraak maken op de minimaregelingen, waaronder inwoners die werken met een laag inkomen. Inwoners met een uitkering zijn in beeld bij de gemeente. Werkende inwoners met een laag inkomen zijn vaak niet in beeld van bij de gemeente. Zij zijn ook niet altijd bekend met de dienstverlening van de gemeente. Gemeenten geven aan dat werkende armen moeilijk te bereiken zijn.54 Dit blijkt ook uit de uitkomsten van het Werkatelier Armoede. Mogelijkheden tot verbetering van het bereik Landelijk bereiken gemeenten lang niet iedereen voor wie de regelingen bedoeld zijn. Er is onvoldoende voorlichting aan inwoners over de minimaregelingen en informatie op de gemeentelijke websites is niet specifiek genoeg.55 Uit een onderzoek over niet-gebruik van regelingen, in opdracht van het Ministerie van SZW komen verschillende mogelijkheden om de 51
Significant APE (2023) ‘Niet-gebruik inkomensondersteunende regelingen SZW: Een synthesestudie’ Significant APE (2023) ‘Niet-gebruik inkomensondersteunende regelingen SZW: Een synthesestudie’ p.34 53 Significant APE (2023) ‘Niet-gebruik inkomensondersteunende regelingen SZW: Een synthesestudie’ p.34 52
55
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2022) ‘Spiegel Bestaanszekerheid 2022’ p. 63
36
bekendheid van de regelingen te vergroten naar voren. Enerzijds kan een grootschalige informatiecampagne in korte tijd veel inwoners bereiken. Anderzijds kunnen specifieke doelgroepen met een hoge mate van niet-gebruik bereikt worden door gerichte campagnes. Om deze gerichte campagnes uit te voeren zijn de kenmerken van de niet-gebruikers nodig. Deze zijn niet altijd te herleiden uit de informatie van de gemeente. Daarnaast kunnen de privacy regels van de AVG belemmeringen opwerpen.56 Zowel het inzetten van brede als gerichte informatievoorziening kwamen ook uit de adviezen van het Werkatelier Armoede. Informatiecampagnes door bijvoorbeeld het verspreiden van folders of posters op plekken die bekend zijn bij de inwoners zoals scholen, buurtcentra of supermarkten, wordt aanbevolen. Maatschappelijke organisaties Maatschappelijke organisaties zijn een belangrijke schakel tussen de inwoner en de gemeente. Uit het onderzoek van het Ministerie van SWZ blijkt dat het gebruik maken van bekenden die wat verder van de inwoner afstaan een effectieve manier is om inwoners te informeren.57 Dit kan bijvoorbeeld door vrijwilligers en medewerkers van sport- en cultuurverenigingen, kerken, scholen, huisartsen en andere partners te informeren over de regelingen.
Tijdens het Werkatelier Armoede en de inwoners participatie bijeenkomst van ASD hebben verschillende maatschappelijke organisaties aangegeven behoefte te hebben aan voorlichting over de minimaregelingen. Daarnaast achten zij het wenselijk om financiële lessen op school te geven en stellen zij voor verbinding binnen de netwerken te faciliteren door bijvoorbeeld het organiseren van netwerkbijeenkomsten. Ook is mond-tot-mond reclame, door bijvoorbeeld (huis)artsen, sociaal werkers en buurthuizen een effectieve manier om regelingen onder de aandacht te brengen. 58 Tijdens de raadsinformatieavond over het armoedebeleid gaven de raadsleden aan dat er behoefte is aan een sociale kaart voor maatschappelijke organisaties en inwoners. Ook gaven de raadsleden aan dat de maatschappelijke organisaties meer betrokken moeten worden in de communicatie over de minimaregelingen en mag dit ook meer worden verwacht van organisaties die subsidies ontvangen van de gemeente. Taal, vorm en inhoud van de communicatie Om niet-gebruik tegen te gaan moeten taal en communicatiemiddelen toegankelijk zijn voor inwoners, ongeacht hun opleidingsniveau of taalvaardigheid. Het is belangrijk om te overwegen welke informatie nuttig is en wat kan worden weggelaten.
Ook moet het duidelijk, eenvoudig en in meerde gangbare talen beschikbaar zijn.59 Voor verschillende doelgroepen kan een andere toon, taal of vorm beter aansluiten. Anderstaligen, laaggeletterden, mensen met een licht verstandelijke beperking, ouderen en jongeren worden het best bereikt met verschillende type communicatiemiddelen. Ook komt uit het onderzoek van het Ministerie van SZW het advies naar voren om gebruik te maken van visuele informatie.60 Daarbij kan gebruik worden gemaakt van reeds bestaande communicatie. Zo heeft de Nationale Schuldhulp Route (NSR) de gemeente benaderd om lid te worden van Geldfit. Geldfit verstrekt communicatiematerialen aan gemeenten en brengt schuldenproblematiek landelijk onder de aandacht via campagnes. Hierdoor worden inwoners met schulden via een landelijke hulplijn en website doorverwezen naar verschillende financiële hulpmogelijkheden in de desbetreffende gemeente. Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst over het armoedebeleid gaven de raadsleden aan dat Geldfit een bijdrage kan leveren om verschillende regelingen onder de aandacht van de doelgroepen te brengen.
56
Significant APE (2023) ‘Niet-gebruik inkomensondersteunende regelingen SZW: Een synthesestudie’ p. 36 Significant APE (2023) ‘Niet-gebruik inkomensondersteunende regelingen SZW: Een synthesestudie’ p. 37 58 Significant APE (2023) ‘Niet-gebruik inkomensondersteunende regelingen SZW: Een synthesestudie’ p. 37 59 Significant APE (2023) ‘Niet-gebruik inkomensondersteunende regelingen SZW: Een synthesestudie’ p. 37 60 Significant APE (2023) ‘Niet-gebruik inkomensondersteunende regelingen SZW: Een synthesestudie’ p. 37 57
37
3.5 Conclusies en aanbevelingen Conclusie: De minimaregelingen zijn van belang om inwoners en kinderen mee te laten doen in de samenleving. Hoewel het gebruik van de minimaregelingen relatief laag is in Woudenberg, is dit grotendeels in lijn is met het gebruik van gemeenten van soortgelijke grootte. Wat opvalt is het flink lagere aandeel volwassenen dat gebruik maakt van de minimaregelingen voor maatschappelijke deelname. Door de verhoging van de inkomensgrens voor de minimaregelingen van 110% naar 130% van de bijstandsnorm sinds 1 januari 2023 kan een grotere groep aanspraak maken op de minimaregelingen, waaronder werkende armen. Helaas is er geen grote stijging van aanvragen. Werkenden met een laag inkomen kennen de regelingen vaak niet en zijn ook niet bekend bij de gemeente. De belangrijkste reden dat inwoners met een laag inkomen geen gebruik maken van de minimaregelingen is omdat zij er niet bekend mee zijn. Inwoners die wel bekend zijn met de regelingen zijn hiervan veelal op de hoogte door CDKS, de gemeente, vrienden of familie. Gemeente Woudenberg en CDKS informeren de inwoners websites, sociale media, brochures, digitale nieuwsbrieven, persberichten, interviews en advertenties in de lokale krant bijeenkomsten met partners en werkateliers etc.
Uit de enquête van de KWIZ blijkt dat de huidige communicatiemiddelen van de gemeente en CDKS onvoldoende aansluiten op de behoefte van de doelgroep. Momenteel bereiken we onder andere werkende armen en inwoners met een AOW uitkering onvoldoende. Er is een andere aanpak nodig om niet-gebruik tegen te gaan. Hierbij is het belangrijk dat er een communicatiestrategie wordt bepaald waarbij de taal, vorm en inhoud van de communicatie aansluit bij de doelgroep en maatschappelijke partners betrokken worden om de doelgroep te bereiken. Aanbevelingen: • Vergroot de bekendheid van de minimaregelingen bij de doelgroep door middel van gerichte en/of generieke communicatie. Indien de huidige capaciteit en expertise van de gemeente te beperkt is, huur een extern communicatiebureau in voor het opzetten van de campagnes. Zorg dat de communicatie uitingen en middelen aansluiten bij de verschillende subdoelgroepen die nu niet bekend zijn, zoals werkende armen en inwoners met een AOW uitkering. • Intensiveer de voorlichting aan maatschappelijke partners over de minimaregelingen door hen periodiek op de hoogte te brengen over nieuwe ontwikkelingen met bijvoorbeeld nieuwsbrieven, een sociale kaart, folders, posters, digitale informatie of via bijeenkomsten.
• Versterk de verbindingen tussen de maatschappelijke organisaties door bijvoorbeeld het organiseren en faciliteren van bijeenkomsten en trainingen. Hierdoor hebben zij de kennis over de mogelijkheden die het minimabeleid biedt en zijn zij beter in staat om inwoners te verwijzen.
38
Hoofdstuk 4. Toegankelijkheid van de minimaregelingen Zowel de landelijke als lokale overheden hebben een groot aantal regelingen voor mensen met een laag inkomen. In hoofdstuk 3 is in beeld gebracht wat het bereik is van de minimaregelingen in Woudenberg. Lang niet iedereen die recht heeft op een uitkering op grond van de minimaregelingen maakt er ook daadwerkelijk gebruik van. Om het bereik van de regelingen te vergroten, is het ook van belang dat de minimaregelingen toegankelijk zijn voor inwoners die er aanspraak op kunnen maken. De mate van toegankelijkheid van de regelingen wordt bepaald door de omvang van het aantal regelingen, de aanvraag- en verantwoordingsprocedures en de voorwaarden voor toetreding. In dit hoofdstuk worden de aanvraagprocedures, de voorwaarden voor toetreding tot de regelingen en de omvang van de minimaregelingen in Woudenberg, toegelicht. Daarnaast worden digitalisering van de aanvraag en de mogelijkheden tot maatwerk in beeld gebracht. Tot slot, komen de landelijke en lokale ontwikkelingen aan bod.
4.1 Aanvraagprocedures en voorwaarden De voorwaarden Voor alle Woudenbergse minimaregelingen geldt zowel een inkomensgrens als een vermogensgrens. Sinds 1 januari 2023 is de inkomensgrens van de minimaregelingen verhoogd van 110% naar 130% van de bijstandsnorm. Inwoners met een laag inkomen en een te hoog vermogen kunnen geen aanspraak maken op de minimaregelingen. In sommige gevallen wordt hier met maatwerk van afgeweken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan vermogen in een elektrische fiets voor iemand met een beperking die gebruikt wordt om naar het werk te komen. Als diegene dan de elektrische fiets zou moeten verkopen om recht te hebben op de minimaregelingen zou dit contraproductief werken omdat die persoon dan niet meer naar het werk zouden kunnen. Een ander voorbeeld is een duur erfstuk met een emotionele waarde. Het kan onredelijk zijn om te verlangen dat een inwoner met een laag inkomen het erfstuk verkoopt om aanspraak te maken op de minimaregelingen te hebben die nodig zijn om rond te komen verschillende regelingen gelden nog aanvullende voorwaarden. Zo geldt voor de bijzondere bijstand dat individuele onvoorziene noodzakelijke kosten moeten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en mogen er geen voorliggende voorzieningen zijn. Dit is wettelijk bepaald.
Hierdoor kunnen kosten die niet binnen deze strikte criteria passen niet onder de bijzondere bijstand vergoed worden. Daarnaast zijn voor bepaalde kostenposten van de bijzondere bijstand ook nog extra voorwaarden opgenomen. Voor de Individuele Inkomenstoeslag moet de aanvrager bijvoorbeeld 3 jaar een laag inkomen hebben en moet er geen zicht zijn op inkomensverbetering. Strenge voorwaarden moeten er voor zorgen dat inwoners die de regeling eigenlijk niet nodig hebben deze ook niet ontvangen. Door strenge aanvullende voorwaarden te stellen aan de minimaregelingen kan het echter ook gebeuren dat inwoners die de regeling wel nodig hebben door deze voorwaarden buiten de boot vallen. Tijdens de Inwonersbijeenkomst met de Adviesraad Sociaal Domein gaven de inwoners aan dat de regelingen terecht moeten komen bij degenen die het nodig hebben en niet bij de mensen die het niet nodig hebben. De inwoners erkenden ook dat je er soms niet aan ontkomt dat mensen het krijgen die het eigenlijk niet nodig hebben. De aanvraag Woudenberg heeft zeven minimaregelingen. Deze zijn aanvullend aan de landelijke regelingen die er zijn voor de doelgroepen. Het grote aantal lokale en landelijke regelingen, met verschillende voorwaarden per regeling, maakt het voor de doelgroep onoverzichtelijk (zie hoofdstuk 4.6).
Door meerdere regelingen in een pakket aan te bieden kan de aanvraag overzichtelijker gemaakt worden en hoeft de aanvraag maar één keer ingediend te worden. Gemeente Woudenberg heeft de gemeentelijke regelingen voor kinderen samengevoegd in het Kindpakket. De andere minimaregelingen zoals de individuele inkomenstoeslag, verenigingsactiviteiten en de bijzondere bijstand kunnen niet in een pakket worden aangeboden omdat er verschillende voorwaarden gelden 39
voor de regelingen. Bij inwoners met een (bijstands)uitkering zijn veel gegevens al bekend bij de gemeente. Zij hoeven voor de regelingen maar één formulier van één pagina in te vullen met daarop de persoonsgegevens van de aanvrager en eventuele gezinsleden. Inwoners zonder uitkering moeten naast dit formulier ook een inlichtingenformulier invullen. Het inlichtingenformulier is een document van zes pagina’s en vraagt naast de persoonsgegevens onder andere ook naar de bron van inkomsten, eventuele aanvullende inkomsten, type woning, bankrekening(en), type hypotheek (indien van toepassing) en schulden (indien van toepassing). Veel van deze vragen staan in het aanvraagformulier omdat het vermogen van de aanvrager getoetst moet worden. Voor de individuele inkomenstoeslag bestaat een ander formulier. Deze regeling is via de Participatiewet geregeld en er is wettelijk vastgelegd welke gegevens moeten worden opgevraagd. Bij de aanvraag van alle regelingen moeten bewijsstukken aangeleverd worden zoals legitimatie, bankpas, inkomensgegevens, vermogensgegevens, bewijs van schulden en eventueel de zorgpolis. In de enquête van KWIZ is de doelgroep gevraagd hoe zij het aanvragen van de regelingen ervaren.
Daarbij is gevraagd of ze de aanvraagformulieren zelf hebben ingevuld of hulp nodig hadden, hoe ze de ondersteuning van CDKS bij de aanvraag ervaren, op welke wijze zij de aanvraag het liefst indienen en of ze de bewijsstukken zelf konden verzamelen. Grafiek 4.1: Ervaringen met het aanvragen van de minimaregelingen (Bron KWIZ)
Het aanvragen van regelingen Ja
Nee
Coöperatie de Kleine Schans heeft mij goed geholpen bij het aanvragen van regelingen.
82%
18%
Ik moet veel bewijsstukken aanleveren bij mijn aanvraag.
80%
20%
Ik heb wel eens hulp gehad van Coöperatie de Kleine Schans bij het aanvragen van regelingen.
72%
28%
Ik doe mijn aanvraag het liefst op papier.
69%
31%
Ik kan zelf alle bewijsstukken verzamelen.
68%
32%
Ik vind het makkelijk om een aanvraagformulier in te vullen.
46%
54%
Ik doe mijn aanvraag het liefst digitaal (via de computer).
44%
56%
Ik kan het formulier zonder hulp invullen.
37%
63%
Uit de enquête van KWIZ blijkt dat respondenten het aanvraagproces als lastig ervaren. Bijna de helft van de respondenten vindt het niet makkelijk om een aanvraagformulier in te vullen, meer dan 60% heeft hulp nodig bij de aanvraag en 80% vindt dat zij veel bewijsstukken moeten inleveren. In bovenstaande grafiek wordt weergeven hoe de respondenten de aanvraag ervaren. Bonnetjes Voor het merendeel van de regelingen moet de aanvrager vooraf betalen waarna een declaratieformulier en de bonnetjes ingeleverd moeten worden voor uitbetaling aan de aanvrager. Dit geldt bijvoorbeeld voor vergoedingen uit de computerregeling, het Kindpakket, bijzondere bijstand en culturele- en verenigingsactiviteiten voor volwassenen.
40
Voor de regeling voor de zwemlessen neemt de aanvrager de beschikking mee naar het zwembad in Leusden, waarna de factuur door het zwembad wordt verstuurd naar CDKS. Mensen met een laag inkomen hebben niet altijd het geld om vooraf te betalen. Na het indienen van declaraties duurt het maximaal vijf werkdagen tot uitbetaling plaatsvindt. Het aanleveren van bonnetjes kan een drempel zijn voor het aanvragen van de regelingen. Daarnaast hebben de respondenten van de enquête van KWIZ aangegeven dat het niet altijd handig is dat ze eerst het geld moeten voorschieten en het daarna pas terugkrijgen van de gemeente.61 Tijdens de raadsinformatieavond over het armoedebeleid suggereerden verschillende raadsleden om de controle steekproefsgewijs of boven een bepaald bedrag uit te voeren. Hierdoor hoeven alleen de inwoners die gecontroleerd worden de bonnetjes in te leveren. Het voorschieten door de inwoner kan voorkomen worden door hen vooraf een declaratie in te laten dienen (zonder bon) en de kosten uit te betalen.
4.2 Toegang via de Kleine Schans Aanvragen voor de minimaregelingen kunnen uitsluitend fysiek worden gedaan bij de balie van CDKS. CDKS is van maandag tot en met vrijdag geopend en telefonisch bereikbaar van 8:30 tot 12:00 uur. Woudenbergers kunnen vooraf een afspraak maken maar kunnen ook dagelijks tussen 10:00 en 12:00 uur zonder afspraak binnenlopen. Tijdens het Werkatelier Armoede en de Participatiebijeenkomst met de Adviesraad Sociaal Domein adviseerden maatschappelijke partners dat aanvragen voor alle regelingen toegankelijk moeten zijn via één loket. Omdat niet iedereen weet welke regelingen er aan te vragen zijn, is het belangrijk dat inwoners ook via andere maatschappelijke organisaties naar CDKS doorverwezen kunnen worden. De maatschappelijke partners gaven aan dat zij ook behoefte hebben aan direct contact met medewerkers van CDKS en aan de mogelijkheid om binnen te lopen om advies in te winnen. Daarnaast gaven zij aan de openingsuren van CDKS beperkt te vinden.
4.3 Digitalisering Uitkeringen vanuit de minimaregelingen kunnen in Woudenberg uitsluitend fysiek en in de ochtenduren op werkdagen worden aangevraagd bij CDKS. Dit kan een drempel zijn voor mensen die werken omdat zij tijd vrij moeten nemen om aanvragen te doen. Ook voor ouderen, anderstaligen of mensen met een beperking die hulp krijgen van anderen kan dit een drempel zijn als de familieleden die hen bijstaan moeten werken. Daarnaast kan het fysiek aanvragen van de uitkering schaamte opwekken voor mensen met een laag inkomen. Deze drempels ontmoedigen inwoners om een aanvraag in te dienen. Het digitaliseren van de aanvraag van de minimaregelingen kan de toegang tot de minimaregelingen verbeteren door deze schaamte weg te nemen en tevens de mogelijkheid bieden om buiten openingstijden van CDKS aanvragen in te dienen. Bovendien kan digitalisering voordelen opleveren voor de uitvoering van de minimaregelingen. Meer dan de helft van de respondenten van de enquête van KWIZ heeft aangegeven dat zij de aanvraag het liefst digitaal indienen.62 Voordeel van een fysieke gang naar CDKS is dat inwoners met een laag inkomen tevens kunnen worden gewezen op andere (financiële) hulp die zij mogelijk nodig hebben zoals schuldhulpverlening, hulp bij het invullen van aanvragen, Wmo voorzieningen en hulp van het Sociaal Team.
Vrijwel alle gemeenten hebben de minimaregelingen gedigitaliseerd.63 In 2023 is gemeente Woudenberg gestart met een oriëntatie van de mogelijkheden van het digitaliseren van de 61
KWIZ (2023) ‘’Rapport Behoeftepeiling minima – Gemeente Woudenberg’ p.7 KWIZ (2023) ‘’Rapport Behoeftepeiling minima – Gemeente Woudenberg’ p.13 63 Commissie Sociaal Minimum (2023), ‘Een zeker bestaan: Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum, Rapport II’p. 126 62
41
minimaregelingen. De verschillende opties en aanbieders voor het digitaliseren zijn in kaart gebracht en er zijn gesprekken gevoerd met twee aanbieders: Schulinck en BerekenUwRecht. Het inregelen van de systemen voor de digitalisering kost veel tijd. Het digitaliseren van de aanvragen kost bij de opzet veel capaciteit voor zowel gemeente als CDKS. Eenmaal goed werkend kan het digitaliseren juist veel werkzaamheden besparen voor CDKS. Daarnaast brengt het digitaliseren eenmalige kosten met zich mee bij de opzet en jaarlijkse abonnementskosten.
4.4 Maatwerk Maatwerk via de bijzondere bijstand Het Rijk heeft als wetgever de primaire verantwoordelijkheid voor bestaanszekerheid en spreiding van welvaart.64 Inkomenspolitiek is daarom voorbehouden aan het Rijk. Gemeenten hebben wel de ruimte om maatwerk te leveren als er vanwege bijzondere omstandigheden van de hoofdregel moet worden afgeweken. Dit kan in de vorm van bijzondere bijstand. Hierdoor kan er in individuele situaties maatwerk geleverd worden. Echter, de bijzondere bijstand is wettelijk beperkt omdat het alleen mag worden verstrekt voor noodzakelijke kosten die uit bijzondere omstandigheden voortvloeien en waar geen voorliggende voorzieningen voor zijn. Kosten die worden gezien als levensonderhoud zoals eten en drinken, huur, energiekosten en witgoed vallen hier niet onder. Maatwerk anders dan via de bijzondere bijstand Gemeenten kunnen ook buiten de bijzondere bijstand maatwerk inzetten. Het uitgangspunt is dat deze generieke regelingen goed moeten aansluiten bij de burger. Maatwerk komt aan de orde wanneer de generieke regeling niet heeft gewerkt.65 In individuele gevallen, onder bijzondere omstandigheden, zou maatwerk een oplossing kunnen bieden om armoede te voorkomen waar de generieke regelingen tekortschieten.