CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

09.b Bijlage 1 Gemeente Woudenberg - Evaluatie Armoedbeleid def.pdf

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken21.687 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Evaluatie Armoedebeleid Gemeente Woudenberg 2023

Voorwoord In ons dorp hebben de meeste inwoners het goed: ze kunnen hun boodschappen doen, zetten de verwarming hoger wanneer het koud is, kopen een laptop voor hun kinderen als ze naar de middelbare school gaan, net als een warme winterjas en betalen contributie voor een (sport)vereniging, ook voor zichzelf. Helaas zijn er ook steeds meer Woudenbergers die moeilijk tot niet kunnen rondkomen. Die schulden opbouwen of dat nog maar net kunnen voorkomen. En dat zijn niet alleen inwoners met een uitkering. Dat zijn steeds vaker gezinnen met ouders die een baan hebben, gepensioneerden en inwoners met een chronische ziekte. En ook steeds vaker dorpsgenoten die (bijna) tot de middenklasse behoren. Aldus Woudenbergse huisartsen tijdens een overleg dat ik kortgeleden met ze heb gehad. Zij zien steeds vaker mensen die medische zorg uit de weg gaan door de hoge rekeningen die daaraan vastzitten en ouders die aangeven dat het steeds moeilijker betaalbaar is om een gezin met kinderen elke dag drie gezonde maaltijden voor te zetten, met ook nog voldoende fruit. Mensen zijn zelfredzaam, en de Woudenbergers zeker. Maar als het leven even, of langer, tegenzit en je het niet alleen redt, moet er een vangnet zijn om je door deze moeilijke periode te helpen en bijdraagt aan het beter maken van het leven.

Deze evaluatie van het minimabeleid heeft daarom als doelen: zorgen dat regelingen Woudenbergers zo effectief mogelijk helpen, bekend zijn bij de verschillende doelgroepen, uitgaande van vertrouwen in de mens en met ruimte voor maatwerk. Want: in Woudenberg hoort iedereen erbij. Willen we dat iedereen kan meedoen en kinderen kansen krijgen om het beste uit zichzelf te halen, ook als hun ouders geen dikke portemonnee hebben.

Moniek van de Graaf Wethouder Wonen, Sociaal Domein en Duurzaamheid Gemeente Woudenberg

1

Inhoud Samenvatting........................................................................................................................................... 3 Inleiding ................................................................................................................................................... 6 Werkwijze ................................................................................................................................................ 7 Hoofdstuk 1: De minimaregelingen......................................................................................................... 9 1.1 Gemeentelijke minimaregelingen in het geheel van inkomensondersteuning. ........................... 9 1.2 Minimaregelingen van de gemeente .......................................................................................... 11 1.2 Koopkrachtmaatregelen Rijk ....................................................................................................... 13 1.4 Doelgroep minimaregelingen ...................................................................................................... 15 1.6 Schuldhulpverlening .................................................................................................................... 18 1.6 Conclusie en aanbevelingen.

....................................................................................................... 20 Hoofdstuk 2: Doeltreffendheid van de minimaregelingen. .................................................................. 22 2.1 Effecten van de minimaregelingen.............................................................................................. 22 2.2 Vrij besteedbaar budget met en zonder minimaregelingen voor Woudenbergse huishoudens 23 2.3 Groepen met hoog risico op financiële problemen. ................................................................... 27 2.4 Levensgebeurtenissen ................................................................................................................. 29 2.5 Behoefte minima Woudenberg ................................................................................................... 30 2.6 Conclusie en aanbevelingen ........................................................................................................ 31 Hoofdstuk 3: Bereik van de minimaregelingen ..................................................................................... 33 3.1 Gebruik per regeling .................................................................................................................... 33 3.2 Bekendheid met de regelingen bij Woudenbergers die een uitkering ontvangen ....................

33 3.3 Huidig communicatiebeleid ........................................................................................................ 35 3.4 Landelijke en lokale ontwikkelingen ........................................................................................... 36 3.5 Conclusies en aanbevelingen ...................................................................................................... 38 Hoofdstuk 4. Toegankelijkheid van de minimaregelingen .................................................................... 39 4.1 Aanvraagprocedures en voorwaarden ........................................................................................ 39 4.2 Toegang via de Kleine Schans ...................................................................................................... 41 4.3 Digitalisering ................................................................................................................................ 41 4.4 Maatwerk .................................................................................................................................... 42 4.5 Maatschappelijke organisaties tegen armoede in Woudenberg. ............................................... 43 4.6 Landelijke en lokale ontwikkelingen ...........................................................................................

45 4.7 Conclusie en aanbevelingen ........................................................................................................ 46 Conclusie en aanbevelingen .................................................................................................................. 48

2

Samenvatting Bestaanszekerheid en de spreiding van welvaart is de verantwoordelijkheid van de overheid. Het Rijk speelt, met onder andere het uitkeringen- en toeslagensysteem, de grootste rol in inkomensondersteuning. De gemeentelijke minimaregelingen zijn aanvullend op de landelijke inkomensondersteuning van het Rijk. De minimaregelingen zijn een klein onderdeel van inkomensondersteunende maatregelen in verhouding tot de landelijke regelingen. De Woudenbergse minimaregelingen zijn geëvalueerd. Daarbij zijn de effecten, ervaringen en wensen van betrokken in kaart gebracht. Ook is gekeken naar het bereik en de toegankelijkheid van de regelingen. Op basis van deze bevindingen zijn aanbevelingen geformuleerd om de minimaregelingen te verbeteren. De minimaregelingen in Woudenberg Met ingang van 1 januari 2023 is de inkomensgrens van de minimaregelingen in Woudenberg verhoogd van 110% naar 130% van de bijstandsnorm. Hierdoor kan een grotere doelgroep bereikt worden en kunnen voornamelijk meer ouderen en werkende armen aanspraak maken op de minimaregelingen. In Woudenberg is het aantal inwoners en kinderen met een laag inkomen laag vergeleken met soortgelijke gemeenten. De vergoedingen van de Woudenbergse minimaregelingen komen veelal overeen met gemeenten van dezelfde grootte wat betreft hoogte van de vergoeding en het aanbod.

Wel is opvallend dat het Kindpakket en de Participatieregeling voor volwassen ruimhartig is maar de vergoeding van zorgkosten beperkt. Voor inwoners die ondanks de minimaregelingen in de schulden belanden biedt de gemeente schuldhulpverlening aan. Momenteel doen zij dit door schuldhulpverleningstrajecten waarbij de schuld deels wordt terugbetaald aan de schuldeisers en deels wordt kwijtgescholden. Een mogelijke verbetering van de schuldhulpverlening is de verstrekking van saneringskredieten waarbij de schuldenaar slechts één schuldeiser overhoudt. Aanbeveling: • Wanneer dit passend is voor de schuldenaar, bied saneringskredieten aan in plaats van minnelijke schuldhulptrajecten. Doeltreffendheid van de minimaregelingen Zonder de minimaregelingen kan niet elk huishouden rondkomen. Met volledig gebruik van alle landelijke en lokale regelingen zou elk huishoudtype wel rond moeten komen. Desondanks geeft driekwart van de respondenten van de, in de kader van dit onderzoek gehouden enquête, aan dat zij maandelijks niet altijd kunnen rondkomen. Dit kan zijn omdat zij niet volledig gebruik maken van de regelingen of uitzonderlijk hoge kosten hebben. Maar de belangrijkste redenen dat inwoners niet rond kunnen komen zijn de stijgende prijzen van bijvoorbeeld de boodschappen, zorgkosten en energiekosten. Wettelijk mogen gemeenten hier beperkt vergoedingen voor bieden.

Hoewel een gedeelte van de respondenten aangeeft dat de regelingen niet helpen met het rond komen, geven zij wel aan dat hun kinderen en zijzelf door de regelingen mee kunnen doen aan culturele-, sport- en schoolactiviteiten. Daarnaast zijn er bepaalde groepen die een verhoogd financieel risico lopen en kunnen levensgebeurtenissen leiden tot armoede. Aanbevelingen: • Door (hoge) inflatie kunnen de vergoedingen van het minimabeleid onvoldoende zijn om de daadwerkelijk kosten te vergoeden. Actualiseer de normbedragen voor de vergoedingen jaarlijks. • Momenteel vergoedt de laptopregeling één laptop per gezin terwijl meerdere kinderen binnen hetzelfde huishouden een laptop nodig hebben. Vergoed daarom één laptop per kind per huishouden. • Inburgeraars hebben een laptop nodig voor de inburgeringscursus. Vergoed laptops voor inburgeraars wanneer deze noodzakelijk is voor de inburgeringscursus.

3

• •

Hanteer passende hogere normbedragen voor huishoudens met kinderen waarbij de normen afhankelijk zijn van de leeftijd van de kinderen. De tegemoetkoming voor de aanvullende zorgverzekering van €100 per jaar dekt de kosten niet. Verhoog de vergoeding van de tegemoetkoming in 2024 en onderzoek de mogelijkheid voor aansluiting bij een collectieve zorgverzekering in 2025.

Bereik van de minimaregelingen Niet alle inwoners die recht hebben op de regelingen maken er gebruik van. Inwoners zijn vaak niet op de hoogte van de regelingen of de aanvraagprocedures schrikken af. Door de verhoging van de inkomensgrens kan een grotere groep werkenden met een laag inkomen aanspraak op de relingen maken. Het gebruik van de Woudenbergse minimaregelingen is grotendeels in lijn met soortgelijke gemeenten. Gemeente Woudenberg en CDKS gebruiken verschillende communicatiemiddelen om de minimaregelingen onder de aandacht te brengen en gebruik te stimuleren. Helaas blijkt de huidige communicatie onvoldoende om het gebruik te vergroten. Om dit te bereiken moet de taal, inhoud en vorm van de communicatie aansluiten bij de doelgroep en de maatschappelijke partners betrokken worden. Aanbevelingen: • Vergroot de bekendheid van de minimaregelingen bij de verschillende doelgroepen specifiek door middel van gerichte en generieke communicatie. Indien de huidige capaciteit en expertise van de gemeente beperkt is, huur een extern communicatiebureau in voor het opzetten van de campagnes. Zorg dat de communicatie uitingen en middelen aansluiten bij de verschillende subdoelgroepen. • Intensiveer de voorlichting aan maatschappelijke partners over de minimaregelingen en versterk de verbindingen tussen de maatschappelijke organisaties.

Hierdoor verkrijgen zij de kennis over de mogelijkheden van het minimabeleid en zijn zij beter in staat om inwoners te verwijzen. Toegankelijkheid van de minimaregelingen Het ondergebruik van de regelingen heeft verschillende oorzaken. Zo is niet iedereen bekend met de regelingen. Daarnaast maakt het grote aantal regelingen het onoverzichtelijk voor inwoners. Het aanvragen van de regelingen wordt als ingewikkeld ervaren en de verantwoording van de besteding van de vergoedingen schrikt mensen af. Er kan momenteel alleen fysiek aangevraagd worden tijdens beperkte openingsuren van CDKS. Verder moeten inwoners de kosten met bonnetjes verantwoorden. Aanbevelingen: Vereenvoudig de regelingen • Vereenvoudig het inlichtingenformulier van de minimaregelingen. • Controleer steekproefsgewijs of boven een bepaald bedrag, in plaats van het controleren van elke aanvraag en verantwoording. Voer de controle uit op onwillekeurige wijze waarbij geen focus op een bepaalde groep komt te liggen. • Verlaag de bewijslast door zo min mogelijk documenten op te vragen. • Neem de individuele omstandigheden van de aanvrager mee in de beoordeling van het vermogen. • Ken de regelingen zoveel mogelijk automatisch toe voor opvolgende jaren. • Houd rekening met de omstandigheden van de aanvrager bij het bepalen van wat tot vermogen wordt gerekend.

Verbeter de toegang tot de regelingen • Intensiveer de communicatie over de minimaregelingen naar de maatschappelijke partners die in contact staan met de doelgroep van de minima. • Digitaliseer de aanvraag van de minimaregelingen.

4

•

•

5

Vanwege de diversiteit aan doelgroepen en de levensgebeurtenissen vallen bepaalde noodzakelijke kosten niet altijd binnen de kaders van het minimabeleid. Onderzoek daarom de behoefte aan en de meest passende vorm van een maatwerkoplossing, rekening houdend met de huidige maatwerkoplossingen. Sluit aan bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur zodat contributies, voor inwoners met een inkomen dat binnen de inkomensgrens valt, betaald blijven worden en de contributies direct aan de verenigingen betaald worden i.p.v. maandelijks gedeclareerd moeten worden.

Inleiding In de Grondwet is vastgelegd dat bestaanszekerheid en spreiding van welvaart zorg zijn van de overheid. Hiermee heeft de overheid de taak om bestaanszekerheid te bevorderen.1 Het Centraal Planbureau voorspelde dat er in 2024 bijna een miljoen Nederlanders in armoede leven als het kabinet geen nieuwe inkomensmaatregelen treft. Dit is een stijging van ongeveer 200.000 mensen ten opzichte van dit jaar.2 Mensen die op de bijstandsnorm leven komen gemiddeld jaarlijks honderden euro’s tekort, aldus de Commissie Sociaal Minimum.3 Daarom zijn er maatregelen getroffen voor 2024 waardoor de koopkracht er gemiddeld 1.7% op vooruit gaat. Het Rijk heeft de grootste invloed op inkomensondersteuning. Immers, inkomenspolitiek is voorbehouden aan het Rijk. Gemeentelijke regelingen mogen het inkomensbeleid van het Rijk niet doorkruisen waardoor de mogelijkheid voor aanvullende inkomensondersteuning beperkt is.4 Gemeenten hebben wel de mogelijkheid om de gevolgen van armoede te verzachten door de minimaregelingen. Voor kinderen zijn dit regelingen voor bijvoorbeeld schoolkosten, vergoedingen voor sport- en cultuuractiviteiten, zwemlessen en een computer. Voor volwassenen zijn dit regelingen voor bijvoorbeeld sport- en culturele activiteiten, een tegemoetkoming voor de aanvullende zorgverzekering en de individuele inkomenstoeslag.

In verhouding tot de inkomensondersteunende maatregelen van het Rijk hebben de gemeentelijke regelingen beperkt effect. Desondanks biedt het de mogelijkheid om inwoners met een laag inkomen verlichting te bieden, maatschappelijk te kunnen deelnemen en schulden te voorkomen. In 2017 heeft de laatste evaluatie van het minimabeleid in Woudenberg plaatsgevonden. Sindsdien zijn er ontwikkelingen geweest die raken aan het minimabeleid, waaronder de stijgende armoede bij onder andere werkenden met laagbetaalde banen. De hoge energieprijzen en de inflatie versterken de stijging van armoede. Daarnaast heeft Woudenberg in 2023 de inkomensgrens van de minimaregelingen verhoogd van 110% (met uitzondering van de kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen) naar 130% van de bijstandsnorm met als doel om een grotere groep inwoners met een laag inkomen te bereiken. De ontwikkelingen op het gebied van armoede en de verhoging van de inkomensgrens van de minimaregelingen geven aanleiding om het minimabeleid opnieuw te evalueren. Daarbij is het bereik van de minimaregelingen ook in Woudenberg beperkt, zeker als het inwoners betreft die geen uitkering ontvangen. In het verleden gemaakte keuzes betreffende de uitvoering van het minimabeleid kunnen nu, na vijf jaar uitvoering, worden beoordeeld op de mate van effectiviteit.

In de evaluatie worden de effecten van het minimabeleid in kaart gebracht. Zo worden de effecten op het vrij besteedbaar inkomen in kaart gebracht. Maar ook de ervaren effecten van de doelgroep op bijvoorbeeld gezondheid, maatschappelijke participatie, sociale netwerk en deelname aan sport. Daarnaast worden de wensen van de mensen over wie het gaat in kaart gebracht. Ook worden vragen beantwoord als: Bereiken de minimaregelingen iedereen die er recht op heeft? Zijn de regelingen toegankelijk voor de inwoners die er recht op hebben? Het doel van de evaluatie is het in beeld brengen van de doeltreffendheid, het bereik en de toegankelijkheid van de minimaregelingen. Op basis van de bevindingen van de evaluatie worden aanbevelingen geformuleerd om de minimaregelingen te verbeteren.

1

Overheid.nl ‘Grondwet artikel 20’ NOS (2023) ‘Flinke stijging armoede verwacht volgend jaar als steun wegvalt’ 3 Commissie Sociaal Minimum (2023) ‘Forse verhoging van sociaal minimum nodig’ 4 Commissie Sociaal Minimum (2023), ‘Een zeker bestaan: Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum, Rapport II’ p.127 2

6

Werkwijze In deze evaluatie worden de lokale en landelijke trends die van invloed zijn op het minimabeleid geanalyseerd. De feiten en cijfers omtrent het Woudenbergse minimabeleid zijn in kaart gebracht door het onderzoeksbureau KWIZ. Dit bureau is gespecialiseerd in dataonderzoek binnen het sociaal domein. Daarnaast is het betrekken van de inwoners en de doelgroep een belangrijk onderdeel van de evaluatie: zij zijn immers de (potentiële) gebruikers van de regelingen. Ook is een breed spectrum aan vrijwillige en professionele maatschappelijke partners in Woudenberg bevraagd bij deze evaluatie en is Coöperatie de Kleine Schans bevraagd over de uitvoering van de regelingen en ervaringen uit de praktijk. Tot slot is de gemeenteraad betrokken door middel van een raadsinformatiebijeenkomst over het armoedebeleid. De conclusie en de aanbevelingen benoemd in deze evaluatie zijn gebaseerd op de bevindingen die voorvloeien uit onderstaande activiteiten. Landelijke en lokale ontwikkelingen Landelijke en lokale ontwikkelingen hebben effect op de bestaanszekerheid van inwoners. Momenteel zijn er verschillende ontwikkelingen omtrent inkomensondersteuning. Zo heeft het Rijk verschillende maatregelen getroffen om de gevolgen van gestegen prijzen te dempen.

Daarnaast is er ook de beweging naar een betrouwbare overheid die de menselijke maat toepast en waarbij meer wordt gekeken naar het individu5. Ook op lokaal niveau zijn er ontwikkelingen, zoals de verhoging van de inkomensgrens van de minimaregelingen. Deze ontwikkelingen hebben invloed op het minimabeleid. Om deze reden wordt in de evaluatie van het minimabeleid rekening gehouden met de lokale en landelijke trends, ontwikkelingen en maatregelen. Analyse van het bereik, de effecten en de behoefte van de minimaregelingen KWIZ heeft een onderzoek uitgevoerd voor gemeente Woudenberg. In dit onderzoek wordt het bereik van de minimaregelingen in kaart gebracht. Daarnaast wordt, per huishoudtype dat tot de doelgroep van het minimabeleid behoort, in beeld gebracht waar hun inkomsten uit bestaan, wat de opbouw is van de bedragen van de minimaregelingen en het maandelijks vrij te besteden bedrag. De minimaregelingen zijn bedoeld voor mensen met een laag inkomen. Om het effect en de behoefte van mensen met een laag inkomen omtrent de minimaregelingen in beeld te brengen, is het belangrijk om de doelgroep bij de evaluatie te betrekken. Een onderdeel van het onderzoek van KWIZ is een enquête onder de doelgroep. In deze enquête worden de minima bevraagd over het effect en de wensen van de minimaregelingen en de aanvraagprocedures.

In totaal hebben 49 respondenten de enquête ingevuld, ofwel 33% van de doelgroep. Voor de relatief kleine omvang van de aangeschreven groep, is een hoog respons percentage behaald. Helaas is de respons onvoldoende om betrouwbare uitspraken over de gehele doelgroep te doen aangezien de gehele groep van aangeschreven personen klein is. De antwoorden geven wel een indicatie van de mening van de doelgroep. Daarbij gaat het primair om inwoners met een laag inkomen die in ’t zicht zijn, en dat zijn inwoners met een uitkering. De wensen van bijvoorbeeld de doelgroep werkende armen komen in de uitslagen van deze enquête niet naar voren. Werkatelier Armoede In januari 2023 is het Werkatelier Armoede georganiseerd. Maatschappelijke partners die te maken hebben met het minimabeleid waaronder Schuldhulpmaatje, meerdere professionele organisaties, huisartsen, sportverenigingen en verschillende kerken hebben tijdens deze bijeenkomst waardevolle inbreng gegeven over onder andere de verschillende doelgroepen die in een financieel kwetsbare situatie verkeren. Ook gaven zij adviezen ter verbetering van het armoedebeleid en de uitvoering hiervan.

5

Coalitieakkoord 2021-2025 (2021) ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’

7

Inwonersbijeenkomst met de Adviesraad Sociaal Domein In juni 2023 heeft de Adviesraad Sociaal Domein, in samenwerking met de gemeente, een inwonersbijeenkomst georganiseerd over het Beleidskader Sociaal Domein. Het armoedebeleid was één van de vijf onderwerpen die besproken werd aan vijf tafels. Aan de hand van stellingen en dillema’s gaven inwoners hun mening over bijvoorbeeld maatwerk, strengheid van en toegang tot de minimaregelingen. Informatieavond gemeenteraad In september 2023 is er een informatieavond over het armoedebeleid voor de gemeenteraad georganiseerd. In de bijeenkomst is een aantal uitgangspunten en onderliggende waarden van het minimabeleid gedeeld met de raad, met als doel een beeld te krijgen van de mening van de gemeenteraad hierover. De aanwezige raadsleden hebben zich gebogen over een aantal stellingen, waaronder de mate van vertrouwen in de inwoner versus controleren, tegengaan van niet-gebruik van de regelingen en de mate van toepassen van de menselijke maat. Werkwijze en ervaringen van de Coöperatie de Kleine Schans Coöperatie De Kleine Schans (verder CDKS) is de uitvoeringsorganisatie voor Werk en Inkomen van de gemeente Woudenberg. Zij voeren de minimaregelingen uit en ervaren hoe beleid in de praktijk uitwerkt.

Samen met medewerkers van CDKS is de uitvoer van het minimabeleid, waaronder de aanvraag- en verantwoordingsprocedures en de voorwaarden van de minimaregelingen, geanalyseerd. Hierbij is gekeken hoe de procedures eenvoudiger vorm kunnen worden gegeven voor zowel de aanvrager als de uitvoerend medewerkers. Ook is gekeken hoe de minimaregelingen toegankelijker gemaakt kunnen worden voor verschillende doelgroepen.

8

Hoofdstuk 1: De minimaregelingen Gemeenten mogen, binnen de kaders van de Participatiewet, zelf bepalen hoe zij het minimabeleid vormgeven. De minimaregelingen kunnen daarom per gemeente veel verschillen qua omvang, doelgroepen, voorwaarden en ondersteuningsvormen.6 De vele verschillende mogelijkheden die een gemeente heeft bij het vormgeven van de minimaregelingen maakt dat gemeenten beperkt vergeleken kunnen worden. De minimaregelingen zijn een relatief klein onderdeel van de inkomensondersteunende regelingen van de overheid. Naar aanleiding van de gestegen energieprijzen en de inflatie zijn er in 2022 en 2023 verschillende incidentele en structurele maatregelen getroffen door het Rijk om armoede te voorkomen en tegen te gaan. De minimaregelingen in Woudenberg worden afgestemd op de inkomensmaatregelen van de landelijke overheid. In dit hoofdstuk wordt omschreven welke minimaregelingen er zijn in Woudenberg, wie er aanspraak op kunnen maken en komen de koopkrachtmaatregelen aan bod. Voor inwoners die al (hoge) schulden hebben is er schuldhulpverlening. De dienstverlening van de schuldhulpverlening wordt tevens omschreven in dit hoofdstuk.

1.1 Gemeentelijke minimaregelingen in het geheel van inkomensondersteuning. Het Rijk heeft een breed scala aan instrumenten om mensen met een laag inkomen te ondersteunen, waaronder het uitkeringsstelsel en het toeslagenstelsel. Waar landelijke regelingen vaak grote invloed hebben op het bestrijden van armoede, verzachten gemeentelijke minimaregelingen de gevolgen van armoede. Inkomenspolitiek is namelijk voorbehouden aan het Rijk. Dit betekent dat gemeenten niet zomaar extra geld mogen geven aan mensen met een laag inkomen. Landelijke inkomensondersteuning moet de basis bieden voor bestaanszekerheid. Gemeenten hebben de mogelijkheid tot aanvullend beleid en compensatie op individueel niveau voor bepaalde kosten. Dit doen zij door het voeren van het armoedebeleid. De minimaregelingen zijn een klein gedeelte van de totale maandelijkse inkomsten van inwoners met een laag inkomen. Dit staat weergegeven in onderstaande twee grafieken (figuur 1.1 en 1.2). De grafieken betreffen het gemiddelde inkomen van bepaalde huishoudtypen in 2023 en op basis van een inkomen van 100% van de bijstandsnorm. Hierbij zijn de uitkerings- en toeslagenbedragen landelijk bepaald en is de gemeentelijke bijdrage gemeentelijk bepaald.

6

Commissie Sociaal Minimum (2023), ‘Een zeker bestaan: Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum, Rapport II’ p. 125

9

Figuur 1.1: Maandelijks inkomen van huishoudens zonder kinderen in Woudenberg. (Bron KWIZ)

Maandelijks inkomen, huishoudens zonder kinderen Uitkering

Toeslagen Rijk

€ 2.500

€ 225

€ 2.000

€ 618

€ 1.500

€ 177

€ 177

€ 501

€ 501

€ 1.000 € 500

Bijdrage gemeente

€ 192

€ 177

€ 503

€ 501

€ 1.358

€ 1.358

Alleenstaande AOW-leeftijd

Alleenstaande chronisch ziek, AOW-leeftijd

€ 1.738 € 1.217

€ 1.217

Alleenstaande

Alleenstaande chronisch ziek

€0 Paar zonder kinderen

Figuur 1.2: Maandelijks inkomen huishoudens met kinderen in Woudenberg. (Bron KWIZ)

Maandelijks inkomen, huishoudens met kinderen Uitkering

Toeslagen Rijk

Bijdrag gemeente

€ 4.000 € 529

€ 3.500 € 3.000 € 2.500 € 2.000

€ 302

€ 399

€ 1.315

€ 1.432

€ 1.217

€ 1.217

€ 329

€ 425

€ 1.085

€ 1.202

€ 1.738

€ 1.738

€ 1.620

€ 1.500 € 1.000 € 500

€ 1.738

€Alleenstaande Alleenstaande Paar met Paar met Paar met vier ouder met ouder met kinderen (3 en 5 kinderen (14 en kinderen (3, 5, 14 kinderen (3 en 5 kinderen (14 en jaar) 16 jaar) en 16 jaar) jaar) 16 jaar)

10

1.2 Minimaregelingen van de gemeente Gemeente Woudenberg biedt veelal dezelfde minimaregelingen aan als andere gemeenten van soortgelijke grootte. Voor verschillende levensdomeinen (zorg, kosten voor maatschappelijke participatie e.d.) is ondersteuning beschikbaar. Met uitzondering van de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen, die bepaald is op 100% van de bijstandsnorm, geldt een inkomensgrens van 130% van de bijstandsnorm. De inkomensgrens van de kwijtschelding kan niet verhoogd worden omdat dit wettelijk is vastgelegd.7 In hoofdstuk 3 wordt het bereik per regeling omschreven. Onderstaande tabel (1.3) geeft weer welke minimaregelingen gemeente Woudenberg had in 2022 en hoe groot de doelgroep per regeling is. De doelgroep betreft het aantal inwoners dat recht heeft op de desbetreffende regeling in Woudenberg, dus niet de inwoners die er daadwerkelijk gebruik van maken. De bedragen in de tabel onder de kolom ‘toelichting’ zijn de maximale vergoedingen per jaar. Tabel 1.3: Minimaregelingen in Woudenberg

Categorie

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

Bijzondere bijstand

Individuele inkomenstoeslag

Tegemoetkoming premie aanvullende zorgverzekering

Verenigingsactiviteiten

Kindpakket

7

Toelichting Kwijtschelding voor afvalstoffenheffing, rioolheffing en Onroerend Zaken Belasting. Voor de kwijtschelding is de inkomensgrens wettelijke bepaald op 100% van de bijstandsnorm. Per huishouden: Afvalstofheffing: Vastrecht €238,80 Ledigingen maximaal €80,50 Rioolheffing: €82,53 Hondenbelasting: €77,26 Bijzondere bijstand is erop gericht om mensen die bijzondere noodzakelijke kosten hebben en deze niet zelf kunnen betalen, te ondersteunen. Dit zijn bijvoorbeeld bewindvoeringskosten, kosten voor rechtsbijstand, brillen en contactlenzen en andere kosten. Dit wordt per persoon vergoed Aanvulling bedoeld voor huishoudens die minstens 3 jaar op bijstandsniveau leven. Alleenstaanden: €378 per jaar Alleenstaande ouders: €615 per jaar Gehuwden: €683 per jaar De tegemoetkoming is bedoeld om een gedeelte van de extra kosten van een aanvullende zorgverzekering te dekken. €100 per jaar per persoon. Deze participatieregeling vergoedt het lidmaatschap van een culturele- of sportvereniging of muziekles. Daarnaast vergoedt het ook een badenkaart voor zwemmen, museumjaarkaart etc. €215 voor sportactiviteiten per jaar per persoon €390 voor culturele activiteiten per jaar per persoon Het Kindpakket vergoedt kosten voor sport en cultuur, recreatie en onderwijs, waaronder o.a.

lidmaatschappen, sportkleding, schoolkosten, internet, zwemmen, een fiets en bibliotheekabonnement €600 per kind op de basisschool

Overheid.nl Invorderingswet 1990

11

Doelgroep huishoudens 2022

191

231

107

231

231

70

€700 per kind op de middelbare school Eén keer per kind elke vijf jaar voor kinderen tussen de leeftijd van 8 en 16 jaar Gratis zwemles voor diploma A en B bij zwembad de Octopus in Leusden

Computerregeling Zwemregeling

14 13

Het type huishouden bepaalt de hoogte van de vergoedingen van de regelingen en voor welke regelingen een huishouden in aanmerking komt. Zo maakt het verschil of een huishouden kinderen heeft of niet. In onderstaande grafieken (figuur 1.4 en 1.5) staat de opbouw van de verschillende gemeentelijke regelingen met bijbehorende maximale bedragen per type huishouden: met en zonder minderjarige kinderen. Het gaat om de maandelijkse bijdrage per huishoudtype bij een inkomen op 100% van de bijstandsnorm. Voor de volledigheid is het bedrag voor de individuele inkomenstoeslag ook weergegeven. Minima die drie jaar of langer van een minimuminkomen tot 130% van de bijstandsnorm moeten rondkomen, hebben hier recht op. Figuur 1.4: Maandelijkse bedragen minimaregelingen voor huishoudens zonder kinderen in Woudenberg. (Bron KWIZ)

Maandelijkse gemeentelijke bijdragen, huishoudens zonder kinderen Kwijtschelding

Vergoeding aanvullende zorgverzekering

Verenigingsactiviteiten volwassenen

Gratis OV vervoer AOW-leeftijd

Energietoeslag

Individuele inkomenstoeslag

€ 300

€ 50

€ 250

€ 200

€ 35

€ 35 € 108

€ 150 € 108 € 108

€ 108

€ 100

€ 36 € 17

€ 50

€ 108

€ 18 €8

€ 18 €8

€ 43

€ 43

Alleenstaande

Alleenstaande chronisch ziek

€ 65

€ 15

€ 24

€ 18 €8

€ 18 €8

€ 43

€ 43

Alleenstaande AOW-leeftijd

Alleenstaande chronisch ziek, AOW-leeftijd

€0

12

Paar zonder kinderen

Figuur 1.5: Maandelijkse bedragen minimaregelingen voor huishoudens met kinderen in Woudenberg. (Bron KWIZ)

Maandelijkse gemeentelijke bijdragen, huishoudens met kinderen Kwijtschelding

Vergoeding aanvullende zorgverzekering

Verenigingsactiviteiten volwassenen

Kindpakket Kleine Schans

Jeugdfonds de Boom

Energietoeslag

Vergoeding peuterspeelzaal

Individuele inkomenstoeslag

€ 600 € 50 € 12

€ 500 € 50 € 35

€ 400

€ 300

€ 45 € 12 € 108

€ 108

€ 83

€ 200

€ 50 € 12 € 108 € 42

€ 42 € 100

€ 108

€ 108 € 125

€ 83 € 167 € 117

€ 117

€ 50

€ 18 €8

€ 18 €8

€ 36 € 17

€ 36 € 17

€ 36 € 17

€ 65

€ 65

€ 65

€ 65

€ 65

€ 50

€Alleenstaande Alleenstaande Paar met kinderen Paar met kinderen Paar met vier ouder met met kinderen (14 (3 en 5 jaar) (14 en 16) kinderen (3, 5, 14 kinderen (3 en 5 en 16) en 16 jaar) jaar)

1.2 Koopkrachtmaatregelen Rijk Landelijke inkomensondersteuning heeft invloed op het minimabeleid. De maatregelen van het Rijk hebben namelijk gevolgen voor het huishoudboekje. Daarmee heeft het ook invloed op wat er nog nodig is vanuit de gemeentelijke minimaregelingen. Hierbij gaat het zowel om maatregelen met een structureel karakter als om incidentele maatregelen. Om de gevolgen van de gestegen energieprijzen en inflatie te dempen heeft het kabinet in 2023 een pakket van structurele en incidentele maatregelen getroffen om armoede te voorkomen. In onderstaand tabel staan de belangrijkste maatregelen benoemd.

13

Tabel 1.6: Structurele en incidentele koopkracht maatregelen van het Rijk in 2023

Structureel Verhoging van het minimumloon en daaraan gekoppelde uitkeringen (waaronder de bijstand, Wajong en AOW) met 10%.

Huurverlaging naar maximaal €575 voor mensen met laag inkomen. Verhoging van zorgtoeslag (€40-€60), huur- en kinderopvangtoeslag en kinderbijslag (€21-€30) en kindgebondenbudget (€36 vanaf 3e kind €44). Stijging van algemene arbeidskorting met €182

Incidenteel Prijsplafond met maximale tarieven voor gas en elektra voor een maximaal verbruik (2023). Voor elektriciteit is dat €0,40 per kWh tot max. 2.900 kWh per jaar en voor gas €1,45 per m3 tot maximaal 1.200m3 per jaar. Energietoeslag van €1.300 voor huishoudens met een laag inkomen (2022&2023). Tijdelijk Noodfonds Energie voor lage inkomens tot 200% sociaal minimum (okt-2022 t/m maart 2023). Energiekosten boven de 10% of 13% van het bruto-inkomen wordt vergoed (afhankelijk van inkomen) Verlaging energierekening in november en december 2022 met €190 per maand.

Tarief van de eerste belastingschaal daalt van 37,07% naar 36,93% Stijging van de algemene heffingskorting met €182). 8

De incidentele maatregelen die het kabinet heeft getroffen vervallen vooralsnog in 2024. Op Prinsjesdag heeft het kabinet aangekondigd om €2 miljard extra maatregelen te treffen om de koopkracht van mensen met een laag- en middeninkomen te verbeteren. Belangrijke maatregelen zijn onder andere het verhogen van de huurtoeslag en het kindgebondenbudget.9 Verder stijgen de uitkeringen in gelijke mate mee met het minimumloon, stijgt de arbeidskorting en wordt het Tijdelijk Noodfonds Energie weer opengesteld. Het minimumloon stijgt met 3,75%. Met deze maatregelen stijgt de koopkracht gemiddeld met 1,7%. Tijdens de politieke beschouwingen is een aantal moties door de Tweede Kamer aangenomen om de koopkracht verder te verbeteren, waaronder het verlagen van de energiebelasting en het verhogen van de kinderopvangtoeslag en de kinderbijslag.10 Het Kabinet kan echter beslissen de moties naast zich neer te leggen.

8

Nibud (2022) ‘Koopkracht 2022-2023: de belangrijkste veranderingen’ Rijksoverheid (2023) ‘Prinsjesdag 2023: maatregelen voor meer bestaanszekerheid’ 10 Ministerie van Financiën (2023) ‘Aangenomen moties met budgettaire consequenties tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. 9

14

1.4 Doelgroep minimaregelingen Per 1 januari 2023 zijn de inkomensgrenzen van de minimaregelingen in Woudenberg verhoogd van 110% naar 130% van de bijstandsnorm. Voor gehuwden en samenwonenden betekent dit bijvoorbeeld dat zij recht hebben op minimaregelingen wanneer zij een inkomen hebben van maximaal €2.220 netto per maand. Voor deze verhoging hadden zij recht op de minimaregelingen als zij een maandelijks inkomen hadden tot €1.879. Door de verhoging van de inkomensgrenzen kunnen meer inwoners van Woudenberg gebruik maken van de minimaregelingen, waaronder ook inwoners die werken maar wel een laag inkomen hebben. Omdat gemeenten wettelijk gezien inwoners met een laag inkomen geen monetaire steun mogen geven zonder specifiek doel zoals maatschappelijke participatie, zijn de minimaregelingen gericht op het vergoeden van specifieke kosten voor deze groepen. Hierdoor zijn de regelingen bijvoorbeeld gericht op het vergoeden van maatschappelijk meedoen aan culturele- en sportactiviteiten voor kinderen en volwassenen en het vergoeden van hoge zorgkosten die niet door de zorgverzekering vergoed worden.

Minimahuishoudens in Woudenberg in 2017 en in 2023 Van alle huishoudens in de gemeente Woudenberg moet 3,5% rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau, waarbij zij een vermogen hebben dat binnen de grenzen van de Participatiewet valt.11 De vermogensgrens voor alleenstaanden is €7.605 en voor alleenstaande ouders en gehuwden €15.210.12 Het zijn in totaal 191 huishoudens. Dit aandeel ligt wat lager dan het gemiddelde aandeel van 5% tot 6% minimahuishoudens in vergelijkbare kleine gemeenten.13 In totaal hebben 379 huishoudens een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm, dit betreft 6,9% van alle huishoudens in de gemeente. Gemiddeld ligt dit aandeel bij andere kleinere gemeenten rond de 8% à 9%.14 Ondanks het feit dat het totaal aantal huishoudens in Woudenberg flink is gestegen ten opzichte van 2017, is het aandeel minimahuishoudens op de verschillende inkomensniveaus stabiel gebleven of zelfs licht gedaald.15 In 2022 was 21% van de Woudenbergse inwoners met een leeftijd tussen 18-64 jaar niet in staat om onverwachte uitgaven van boven de €1000 te betalen.16 In onderstaande tabel staan Woudenbergse inwoners met verschillende inkomensgrenzen en het aandeel dat zij vertegenwoordigen t.o.v. het totaal aantal huishoudens. Tabel 1.7: Huishoudens naar inkomen in Woudenberg. (Bron KWIZ)

Inkomen Tot 100% Bijstandsnorm Tot 110% Bijstandsnorm Tot 120% Bijstandsnorm Tot 130% Bijstandsnorm

Aantal 170 210 270 340

2017 Aandeel 3,5% 4,4% 5,6% 7,1%

Aantal 191 231 297 379

2023 Aandeel 3,5% 4,2% 5,4% 6,9%

Hogere inkomens Totaal

4.467 4.807

92,9% 100%

5.130 5.509

93,1% 100%

Woudenbergse kinderen uit minimahuishoudens tot 18 jaar in 2017 en in 2023 In 2022 groeien 143 er kinderen op in een minimahuishouden tot 100% van de bijstandsnorm en een laag vermogen. Dat betreft 4,2% van de Woudenbergse kinderen. Daarnaast leven 227 kinderen 11

KWIZ (2023) ‘Evaluatie Minimaregelingen Gemeente Woudenberg’ p.12 Participatiewet (2015) Artikel 34 lid a, b en c. 13 KWIZ (2023) ‘Evaluatie Minimaregelingen Gemeente Woudenberg’ p.4 14 KWIZ (2023) ‘Evaluatie Minimaregelingen Gemeente Woudenberg’ p.12 15 KWIZ (2023) ‘Evaluatie Minimaregelingen Gemeente Woudenberg’ p.13 16 GGD regio Utrecht (2023) ‘Armoede en gezondheid’ p.4 12

15

(6,7%) in een huishouden tot 130% van de bijstandsnorm en met een laag vermogen. Deze percentages liggen onder het gemiddelde van vergelijkbare kleinere gemeenten (7% á 8%). 17 In onderstaande tabel staat het aantal kinderen dat opgroeit in een huishouden met een inkomen van 100% tot 130% van de bijstandsnorm met daarbij het aandeel dat dit uitmaakt ten opzichte van het totaal aantal huishoudens in Woudenberg. In de tabel kan alleen een vergelijking gemaakt worden tussen 2017 en 2023 voor de inkomensgrens van 110% van de bijstandsnorm omdat dit de grens is die in die tijd is gehanteerd en daarom is opgenomen in het rapport van de KWIZ. Tabel 1.8: Kinderen naar inkomen in Woudenberg 2017 en 2023. (bron KWIZ)

Kinderen tot 18 jaar Tot 100% Bijstandsnorm Tot 110% Bijstandsnorm Tot 120% Bijstandsnorm Tot 130% Bijstandsnorm

Aantal 140 -

2017 Aandeel 4,6% -

Aantal 143 154 188 227

2023 Aandeel 4,2% 4,6% 5,6% 6,7%

Hogere inkomens Totaal

2.953 3.093

95,4% 100%

227 3.366

93,3% 100%

Effect van de verhoging van de inkomensgrens van 110% naar 130% van de bijstandsnorm op de doelgroep. Onderstaande tabel is een weergave van de inkomensbron van huishoudens met 110% en 130% van de bijstandsnorm. Daarnaast wordt bij beide inkomenscategorieën (100% en 130% van de bijstandsnorm) weergegeven wat het aandeel is van het type huishouden binnen de desbetreffende inkomenscategorie. Aan de hand van deze tabellen kan herleid worden hoe de doelgroep is veranderd door de verhoging van de inkomensgrens. Tabel 1.9: Kenmerken minima, inkomen tot 110% en 130% van de bijstandsnorm

2023 Categorie

inkomensgrens 110% van de bijstandsnorm

Inkomensgrens 130% van de bijstandsnorm

Aantal

Aandeel

Aantal

Aandeel

Inkomensbron Participatiewet AOW inkomen Ander inkomen: - Loon/werk - ZZP - WW, WAO, Wajong Totaal

90 59 82 35 16 31 231

39% 26% 36% 15% 7% 14% 100%

90 125 164 77 32 55 379

24% 33% 43% 20% 8% 15% 100%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

117 26 44 44 231

51% 11% 19% 19% 100%

198 39 78 64 379

52% 10% 21% 17% 100%

17

KWIZ (2023) ‘Evaluatie Minimaregelingen Gemeente Woudenberg’ p.13

16

Door de verhoging van de inkomensgrens van 110% naar 130% van de bijstandsnorm heeft een groter aandeel van de doelgroep een ander inkomen, bijvoorbeeld loon, zzp, WW, WAO of Wajong. Daarnaast is er een groter aandeel inwoners met inkomen uit een AOW uitkering. Dit geeft aan dat er meer werkende armen en ouderen recht hebben op de regelingen door de verhoging van de inkomensgrens. Dit zijn tevens de groepen die vaak niet bekend zijn bij de gemeente. Hier kan rekening mee worden gehouden in de communicatie door die meer aan te laten sluiten op deze groepen. Het aandeel van de verschillende huishoudtypen is nagenoeg niet veranderd door de verhoging van de inkomensgrens. Het valt op dat meer dan de helft van de inwoners in de doelgroep onder een alleenstaand huishouden valt en een relatief klein aandeel een huishouden betreft met kinderen. Hier kan rekening mee worden gehouden bij het bepalen van de hoogte van de vergoedingen van de alleenstaande huishoudens en de huishoudens met kinderen, door bijvoorbeeld de vergoedingen voor alleenstaande huishoudens te verhogen. Rondkomen In de enquête van KWIZ is aan de doelgroepen van de minimaregelingen gevraagd of zij kunnen rondkomen en als ze moeilijk rondkomen, wat daar dan de reden van is. Onderstaande grafieken (figuur 1.10 en 1.11) geven aan hoe de respondenten hebben geantwoord.

Figuur 1.10: Uitkomsten enquête over rondkomen (Bron KWIZ)

Figuur 1.11. Uitkomsten enquête reden dat inwoners niet kunnen rondkomen. (Bron KWIZ)

Kunt u iedere maand rondkomen?

Wat is de reden dat u moeilijk rondkomt van uw geld?

Ja 23%

25% Soms wel, soms niet

Alles is duurder… Weinig inkomsten

42%

Hoge vaste lasten

36%

Door een gebeurtenis… Nee 52%

83%

19%

Ik geef mijn geld te… 3% Ik heb geen moeite… 0% Anders

22%

Driekwart van de respondenten geeft aan dat zij niet altijd kunnen rondkomen. Als belangrijkste reden hiervoor geven zij aan dat alles duurder is geworden (83%). Daarnaast geeft 42% aan niet rond te kunnen komen door te weinig inkomsten. Ook geeft ruim een derde aan niet te kunnen rondkomen door hoge vaste lasten. Slechts 3% geeft aan niet te kunnen rondkomen omdat ze makkelijk geld uitgeven. Meer dan 20% geeft aan dat er andere redenen zijn, zoals onvoorziene kosten, vervoerskosten, schulden en dat de uitkering niet mee stijgt met de inflatie18. De meerderheid van de respondenten (80%) geeft aan niet alles te kunnen doen omdat ze er geen geld voor hebben. Ook geeft tweederde aan zorgen te hebben over zijn financiële situatie. Ruim de helft komt iedere maand geld tekort. Vier op de tien respondenten ervaart dat de regelingen van de gemeente hen helpt bij het rondkomen (40%), hoewel 13% het hiermee oneens is. Daarnaast beantwoordt 47% deze stelling met ‘neutraal’; van deze groep is niet vast te stellen welke invloed zij van de regelingen ervaren.19 18 19

KWIZ (2023) ‘’Rapport Behoeftepeiling minima – Gemeente Woudenberg’ p.15-16 KWIZ (2023) ‘’Rapport Behoeftepeiling minima – Gemeente Woudenberg’ p.17

17

1.6 Schuldhulpverlening De minimaregelingen verzachten de gevolgen van armoede. Dit voorkomt niet altijd dat inwoners in de schulden belanden. Voor mensen met schulden hebben we dienstverlening van de schuldhulpverlening ingericht. Schuldhulpverlening valt weliswaar niet onder de minimaregelingen maar heeft hier wel veel raakvlakken mee aangezien het beide ondersteuning biedt aan inwoners met financiële problemen. Inwoners met (hoge) schulden kunnen schuldhulpverlening aanvragen. In de schuldhulpverleningstrajecten worden afspraken gemaakt met de schuldeisers. Een deel van de schulden wordt afbetaald aan de schuldeisers. Het restant wordt door de schuldeisers kwijtgescholden. De hoogte van de afbetaling wordt bepaald aan de hand van wat de schuldenaar reëel kan terugbetalen gedurende de periode dat het schuldhulpverleningstraject duurt. Tijdens deze periode kan de schuldenaar (verplicht of vrijwillig) in budgetbeheer. De budgetbeheerder beheert een deel van de inkomsten en uitgaven van de schuldenaar en betaalt de schulden en vaste lasten van de rekening. De schuldenaar ontvangt periodiek een bedrag waarvan hij of zij kan leven. Schuldhulpverlening en budgetbeheer wordt voor de gemeente Woudenberg uitgevoerd door PLANgroep.

Naast de schuldhulpverleningstrajecten kunnen inwoners ondersteuning krijgen bij het organiseren van hun financiële administratie door IDH Schuldhulpmaatje en de Formulierenbrigade. Ondernemers kunnen ondersteuning krijgen door Menzing en Partners. Daarnaast voert de gemeente Woudenberg het project Vroeg Eropaf uit om inwoners met betalingsachterstanden op tijd in beeld te krijgen en hulp aan te bieden. Landelijke en lokale ontwikkelingen De schuldhulpverleningstrajecten zijn sinds 1 juli 2023 verkort van drie jaar naar anderhalf jaar. Hierdoor zijn de schulden eerder afbetaald en kunnen de schuldenaren hun leven eerder weer schuldenvrij oppakken. Demissionair Minister Carola Schouten voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen verwacht dat inwoners met problematische schulden zich eerder aanmelden vanwege de verkorte periode. Zij heeft in een kamerbrief aangegeven dat ze de drempel naar gemeentelijke schuldhulpverlening wil verlagen zodat de schulden niet opstapelen. Daarnaast wordt onderzocht hoe gegevensuitwisseling en digitalisering de schuldhulpverlening kan versnellen en verbeteren waardoor signalen eerder kunnen worden uitgewisseld en de inwoner eerder geholpen kan worden.20 Landelijke ontwikkeling: saneringskredieten Een relatief recente landelijke ontwikkeling zijn saneringskredieten. Saneringskredieten bieden een alternatief voor schuldhulptrajecten.

Met saneringskredieten worden schulden bij schuldeisers aan het begin van het traject in een keer volledig afgelost. Een sociale kredietbank verstrekt hiertoe een saneringskrediet. De schuldenaar moet het verleende krediet aflossen aan de kredietbank en heeft dus maar één schuldeiser. Hierdoor heeft de schuldenaar minder administratieve lasten en meer schuldrust. Ook de schuldhulpverlener heeft minder administratieve lasten waardoor er meer gewerkt kan worden aan coaching en begeleiding van de klant. Hierdoor kan de klant aan andere zaken werken, zoals werk en opleiding. Bij schuldbemiddeling wordt bovendien de aflossing van de klant hoger naarmate het inkomen van de klant hoger wordt. De gemeente staat garant voor het krediet dat verschaft wordt door de kredietbank. 97% van de klanten lost het saneringskrediet volledig af. Gemeenten kunnen via de kredietbanken ook gebruik maken van het Waarborgfonds. Het Waarborgfonds is een verzekering tegen wanbetaling van de schulden van de schuldenaar. Per traject bedragen de kosten hiervoor 1% van het totale schuldbedrag. De kosten worden betaald door de gemeente. Gemeenten kunnen een door de gemeente zelf bepaald maximaal aantal 20

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2023) ‘Stand van zaken implementatieplan Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden’.

18

saneringskredieten inzetten en/of bij een maximaal bedrag aan schuld een saneringskrediet inzetten. Gemeente Woudenberg verstrekt momenteel geen saneringskredieten.21 Om saneringskredieten aan te bieden moet er een contract aangegaan worden met een sociale kredietbank. Kredietbank Nederland is actief in de provincie Utrecht. Het proces om hierbij aan te sluiten als gemeente kan een paar maanden duren. Het college van burgemeester en wethouders kan hiertoe besluiten. Lokale dienstverlening Aantal Schuldhulpverleningstrajecten in Woudenberg in 2022 Begin 2022 waren er 16 openstaande schudhulpverleningstrajecten. Eind 2022 waren er nog 14 openstaande trajecten. Er zijn 3 nieuwe minnelijke schuldhulptrajecten gestart in 2022. Minnelijke schuldhulpverleningstrajecten zijn trajecten die zonder tussenkomst van een rechter zijn overeengekomen tussen de schuldenaar en de schuldeiser. Hierin wordt bemiddeld door PLANgroep. Twee trajecten zijn in 2022 positief beëindigd en 2 zijn beëindigd omdat de klant zich niet aan de afspraken heeft gehouden. Daarnaast is er bij 1 dossier het wettelijke saneringstraject ingezet. Een wettelijk saneringstraject is geen saneringskrediet. Bij een wettelijk saneringstraject is er een tussenkomst door de rechter. Dit gebeurt vaak wanneer één of meerder schuldeisers niet akkoord gaan met de minnelijke schuldregeling.

Voor de schuldhulpverlening is er geen inkomensgrens omdat iedereen problematische schulden kan oplopen, ook als er een hoog inkomen is. Circa 55% van de inwoners die in een schuldhulpverleningstraject zitten ontvangen inkomen uit loon, circa 9% uit een bijstandsuitkering, circa 9% uit een andere uitkering en circa 27% uit overig. Interkerkelijke Diaconale Hulpverlening (verder IDH) Schuldhulpmaatje en de Formulierenbrigade IDH Schuldhulpmaatje begeleidt inwoners van de gemeenten Renswoude, Scherpenzeel en Woudenberg met (dreigende) financiële problemen naar financiële zelfredzaamheid. IDH Schuldhulpmaatje is opgezet vanuit een aantal kerken in Woudenberg, Scherpenzeel en Renswoude. De begeleiding van IDH Schulpmaatje is niet beperkt tot kerkleden maar ook toegankelijk voor nietkerkleden. De vrijwilligers, die een training hiervoor hebben gevolgd, ondersteunen de inwoners met het op orde brengen van de financiële administratie, het regelen van schulden en budgetcoaching. In 2022 zijn er 22 inwoners uit Woudenberg aangemeld bij Schuldhulpmaatje waarvan er 4 zijn afgewezen. Er zijn 10 inwoners aangemeld door CDKS, 1 door VluchtelingenWerk, 5 vanuit uitdeschulden.nu Woudenberg, 1 door PLANgroep, 4 inwoners hebben zich telefonisch aangemeld, 3 via de folder van IDH en 1 via het contactformulier.

Met de overloop van de trajecten van 2021 zijn er in 2022 totaal 31 inwoners van Woudenberg begeleid. De formulierenbrigade helpt mensen met het lezen, begrijpen en invullen van formulieren voor allerlei regelingen. Woudenbergers kunnen om de twee weken op vrijdag tussen 10:00 en 11:00 terecht bij de formulierenbrigade in het Cultuurhuis. Vroeg Eropaf Na invoering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening in 2021 kunnen mensen met betalingsachterstanden eerder in beeld gebracht worden. In Woudenberg wordt dit gedaan met het project Vroeg Eropaf. Betalingsachterstanden bij woningverhuurders, energieleveranciers, waterleveranciers en de zorgverzekeraars worden doorgegeven aan de gemeente via een online portaal. De Schuldhulpverlener van PLANgroep en een medewerker van het Sociaal Team nemen vervolgens contact op met de inwoner om hulp aan te bieden. Afhankelijk van het aantal signalen, de hoogte van de signalen en het type signaal wordt er telefonisch, per brief, via een huisbezoek of een combinatie van voorgaande contact gezocht met de inwoner. Wanneer de inwoner hulp accepteert worden de incasso’s (tijdelijk) opgeschort. Naar aanleiding van de gestegen energieprijzen en hoge inflatie zijn er vanaf februari 2023 extra uren ingezet voor de schuldhulpverlener van PLANgroep. Hierdoor kan er vaker en op meer manieren contact opgenomen worden met de inwoner.

21

NVVK (2023) ‘Factsheet: Saneringskrediet & Sociale Kredietbanken Nederland’ p. 2

19

In 2022 is er 134 keer contact opgenomen met Woudenbergers naar aanleiding van een signaal van een betalingsachterstand. In 15 gevallen is er contact geweest met de schuldenaar, ofwel in 11% van de gevallen. In de overige 119 gevallen is er geen contact geweest. Deze inwoners hebben niet gereageerd op de contactverzoeken via de telefoon, de brief of het huisbezoek. Inwoners met schulden openen in veel gevallen de brieven niet meer of nemen de telefoon niet op omdat zij vaak worden benaderd door schuldeisers. Landelijk leidt 18% van de matches tot contact met de inwoner.22 Hierdoor lijkt het dat in Woudenberg een signaal minder vaak leidt tot een contactmoment dan elders in het land. Een signaal is echter anders dan een match, daarom kunnen deze cijfers niet met elkaar vergeleken worden. Immers, bij matches is er een combinatie van signalen en wordt er vaak op meerdere manieren van contact ingezet, waaronder een huisbezoek. Een signaal kan ook een eenmalige kleine betalingsachterstand zijn. In dat soort gevallen wordt er alleen een brief verstuurd. Hierdoor zijn de contactmomenten op basis van signalen niet te vergelijken met contactmomenten op basis van matches. Bijstand voor zelfstandigen (bbz) Zelfstandige ondernemers met schulden of (tijdelijk) weinig inkomen kunnen geen aanspraak maken schuldhulpverlening omdat zij een onderneming hebben.

Zij komen wel in aanmerking voor de bijstand voor zelfstandigen (bbz). Gevestigde ondernemers kunnen een beroep doen op een periodieke uitkering en/of bedrijfskrediet als het bedrijf levensvatbaar is. Startende ondernemers kunnen een bbz uitkering ontvangen als het bedrijf levensvatbaar is. Mensen die vanuit de bijstand een bedrijf op willen zetten, kunnen hun uitkering behouden. De bbz wordt uitgevoerd door gemeente Barneveld. Menzing en Partners Ondernemers met (hoge) schulden hebben vaak een complexere administratie dan particulieren. De hulp van IDH Schuldhulpmaatje is dan niet toereikend. Menzing en Partners biedt ondernemers onafhankelijk advies over o.a. het voortzetten op stoppen van de onderneming en het toeleiden naar schuldhulpverlening of de bbz. In 2022 is 1 ondernemer geholpen door Menzing en Partners.

1.6 Conclusie en aanbevelingen. Conclusie Gemeenten hebben de mogelijkheid om inwoners met een laag inkomen te ondersteunen met de gemeentelijke minimaregelingen. Deze regelingen zijn aanvullend op de landelijke inkomensondersteuning van het Rijk, waaronder het uitkeringen- en toeslagenstelsel. De gemeentelijke regelingen zijn een klein onderdeel van inkomensondersteuning ten opzichte van de landelijke regelingen. Vanwege de hoge energiekosten en de inflatie heeft het demissionair kabinet in 2023 incidentele en structurele koopkrachtmaatregelen getroffen. Aangezien de maatregelen in 2024 deels vervallen, heeft het demissionair kabinet een nieuw pakket van maatregelen getroffen. In Woudenberg is het aantal inwoners met een laag inkomen lager dan in vergelijkbare gemeenten. Ook het aantal kinderen dat opgroeit in huishoudens met een laag inkomen is lager dan in vergelijkbare gemeenten. De helft van de ondervraagden van de enquête van KWIZ geeft aan dat zij elke maand tekort komt. Tweederde geeft aan dat zij financiële zorgen heeft. De stijgende prijzen zijn de grootste oorzaak voor inwoners om niet rond te komen. Andere redenen zijn te weinig inkomsten, hoge vaste lasten en levensgebeurtenissen.

22

Divosa (2023) ‘Monitor Vroegsignalering Schulden: gemiddelde jaarcijfers 2022’

20

Gemeente Woudenberg biedt veelal dezelfde regelingen aan als andere gemeenten van soortgelijke grootte. Het Kindpakket en de verenigingsactiviteiten zijn ruimhartig, waar de vergoedingen voor zorgkosten beperkt is. Een klein gedeelte van de respondenten van de enquête geeft aan dat de minimaregelingen helpen met het rondkomen. Veel respondenten geven aan dat de minimaregelingen ervoor zorgen dat hun kinderen kunnen meedoen aan activiteiten op school en dat het helpt hun kinderen gezond op te laten groeien (zie hoofdstuk 2). Voor inwoners die in de schulden belanden is er naast de schuldhulpverlening ook ondersteuning bij lichte schulden door IDH Schuldhulpmaatje en ondersteuning voor zelfstandige ondernemers. Momenteel biedt gemeente Woudenberg alleen minnelijke schuldhulpregelingen aan en geen saneringskredieten. Bij een saneringskrediet heeft de schuldenaar maar één schuldeiser. Aanbevelingen: • Wanneer dit passend is voor de schuldenaar, biedt als gemeente saneringskredieten aan in plaats van minnelijke schuldhulptrajecten. • Onderzoek best practices van Vroeg Eropaf projecten in andere gemeenten en pas waar mogelijk het Vroeg Eropaf project hierop aan.

21

Hoofdstuk 2: Doeltreffendheid van de minimaregelingen. De minimaregelingen zijn bedoeld om de gevolgen van armoede te verzachten en ervoor te zorgen dat inwoners mee kunnen doen in de maatschappij. De doeltreffendheid van de minimaregelingen is niet alleen afhankelijk van het vrij te besteden bedrag dat de inwoners overhouden maar ook van de mate waarin het voldoet aan de behoeften van de inwoners. Verschillende doelgroepen hebben namelijk verschillende wensen en bepaalde doelgroepen hebben een verhoogd risico om in de financiële problemen te belanden. In dit hoofdstuk wordt in beeld gebracht wat de effecten zijn van de huidige minimaregelingen op onder andere het vrij te besteden inkomen en het effect van de regelingen op de gezondheid, de maatschappelijke participatie, het sociale netwerk en deelname aan sport. Daarnaast wordt in kaart gebracht wat de wensen zijn van de doelgroep en welke doelgroepen een verhoogd risico lopen om in de financiële problemen te komen. Tot slot wordt in kaart gebracht welke mate van complexiteit en toegankelijkheid de doelgroep ervaart bij het aanvragen van bijdrage vanuit de minimaregelingen en de behandeling van die aanvraag.

2.1 Effecten van de minimaregelingen KWIZ heeft een enquête uitgezet onder de doelgroep van de minimaregelingen om in beeld te brengen wat de effecten en behoefte van de doelgroep is. Een deel van de effecten kunnen inzichtelijke worden gemaakt door het analyseren van het effect op het vrij besteedbaar budget (zie hoofdstuk 2.2). Door het vrij besteedbaar budget te analyseren wordt echter niet inzichtelijk gemaakt hoe mensen de minimaregelingen ervaren en wat voor effect het heeft op hun leven. Daarom heeft KWIZ de doelgroep ondervraagd over de effecten die de minimaregelingen hebben op bijvoorbeeld maatschappelijke participatie, gezondheid en het sociale netwerk. In de enquête van de KWIZ is aan de ondervraagden een aantal stellingen voorgelegd over de effecten van de regelingen. In onderstaande grafiek zijn de resultaten weergeven. Figuur 2.1: De effecten van de minimaregelingen op maatschappelijke participatie, gezondheid en sociale contacten. (Bron KWIZ)

Door de regelingen kan ik... Eens

Neutraal

Oneens

mijn kinderen mee laten doen aan activiteiten op school

92%

meedoen aan sportieve of culturele activiteiten

70%

mijn kinderen gezond laten opgroeien

69%

mijn kinderen mee laten doen aan sportieve en culturele activiteiten

64%

leuke dingen doen in mijn vrije tijd

27% 8%

28%

mijn sociale contacten onderhouden

27%

Anders

25%

23%

37% 36%

7% 25%

36% 61%

25%

3%

29%

38%

gebruik maken van noodzakelijke medische zorg voor mijn kinderen

8%0%

12% 50%

Een meerderheid van de kinderen kan door de kindregelingen meedoen aan activiteiten op school (92%) en aan sportieve en culturele activiteiten (70%). Ook geeft 69% aan dat ze hun kinderen gezond kunnen laten opgroeien door de regelingen. 70% van de respondenten geeft ook aan zelf 22

door de regelingen betreffende verenigingsactiviteiten mee te kunnen doen aan sportieve en culturele activiteiten.23 Uit de enquête en gesprekken met CDKS blijkt overigens dat de hoogte van de vergoedingen niet altijd meer aansluit bij de kosten. Zo geeft een aantal respondenten van de enquête bij de tips en adviezen aan dat de hoogte van de vergoedingen niet meer aansluit bij de gestegen prijzen.24 Daarnaast geeft CDKS bijvoorbeeld aan dat de vergoedingen die verstrekt worden voor sportactiviteiten een gemiddeld lidmaatschap van een sportschool niet meer dekken. Ook zijn er nu zaken nodig die voorheen nog niet nodig waren, zoals laptops voor kinderen voor school of voor de inburgeringscursus. Eén laptop per huishouden is namelijk niet meer voldoende wanneer er meerdere kinderen in het huishouden zijn die een laptop nodig hebben voor school. Ook voor de inburgeringscursussen is het nu nodig dat de cursisten over een laptop beschikken. Deze kunnen zij momenteel niet aanvragen. Bij de overige stellingen zijn de antwoorden meer verdeeld. Een gedeelte van de respondenten (38%) heeft ‘eens’ of ‘neutraal’ geantwoord bij de stelling dat ze door de regelingen leuke dingen kunnen doen in hun vrije tijd. Van de ouders geeft 28% aan dat ze door de regelingen niet beter in staat zijn om noodzakelijke medische zorg voor hun kinderen te krijgen.

Opvallend is dat de meerderheid (61%) neutraal is over de stelling dat ze door de regelingen sociale contacten kunnen onderhouden.

2.2 Vrij besteedbaar budget met en zonder minimaregelingen voor Woudenbergse huishoudens KWIZ heeft onderzoek gedaan naar het vrij besteedbaar budget van inwoners met een laag inkomen. Hierbij worden de inkomsten afgezet tegen de gemiddelde kosten van bepaalde typen huishoudens. Alle huishoudtypen zouden gemiddeld rond moet kunnen komen volgens het onderzoek. Dit wijkt af van de bevindingen van de Commissie Sociaal Minimum die stelt dat huishoudens maandelijks honderden euro’s tekort komen. De Commissie is ingesteld naar aanleiding van een aangenomen motie van Tweede Kamerlid Omtzigt. De opdracht van demissionair Minister Schouten was om te onderzoeken wat verschillende huishoudtypen nodig hebben om rond te kunnen komen en mee te kunnen doen aan de maatschappij.25 In de Commissie Sociaal Minimum wordt de stelling geponeerd dat ‘huishoudens met een laag inkomen de komende jaren tot honderden euro’s tekort gaan komen iedere maand’. Dit wijkt af van de resultaten van KWIZ vanwege onderstaande redenen. 1) De Commissie Sociaal Minimum rekent een extra bedrag mee voor tegenvallers (afhankelijk van het huishoudtype gaat het om 3, 6 of 9 procent bovenop de reguliere uitgaven); oftewel een zekere marge voor onvoorziene omstandigheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2201/documents/50018