CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

07b. Plan van aanpak transitiefase omgevingsplan vastgesteld.pdf

Raadscommissie 12 januari 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken13.744 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Zo kan de gemeente bijvoorbeeld aan de wijk Het Zeeland de functie 'wonen' of ‘woonwijk’ toedelen. Eén locatie kan ook meerdere functies hebben. Keuze: Vooralsnog gaan wij uit van het werken met functies én activiteiten. Door het toevoegen van functies kan de dienstverlening worden verbeterd want het sluit aan bij de huidige manier van denken over locaties. Functies fungeren als een oriëntatiemiddel, waarbij de visie op een bepaald gebied direct duidelijk is. Door de functie ‘wonen’ aan een woonwijk toe te kennen is 25

duidelijk dat de gemeente een dergelijke wijk ziet als woonwijk en dat daarmee binnen dit gebied alleen activiteiten zullen zijn toegestaan die passen bij een woonwijk.

Uitgangspunt 7: Flexibele, wendbare aanpak toepassen op bepalen activiteiten Zoals hiervoor aangegeven, is het denken in activiteiten niet nieuw. In de Wabo en het milieuspoor wordt reeds gewerkt met activiteiten. Voor een goede regulering in het omgevingsplan is echter de afbakening van activiteiten van belang. Soms kan één handeling meerdere activiteiten behelzen. Bijvoorbeeld de handeling het bouwen van een huis kan de activiteiten ‘bouwen’, ‘graven’ en ‘wonen’ omvatten. De afbakening van activiteiten is van belang om: • • •

uitsluitend de relevante regels te kunnen ontsluiten; herhaling te voorkomen (meerdere malen de basisregels voor ‘bouwen’); te voorkomen dat regels voor één activiteit op verschillende plaatsen in het omgevingsplan terecht komen. De vraag is vervolgens op welke wijze de afbakening van activiteiten en daarmee de te reguleren activiteiten bepaald worden. Dat kan op twee manieren. Met een flexibele, wendbare aanpak wordt gedurende de ontwikkeling van het omgevingsplan de lijst met te reguleren activiteiten steeds verder ontwikkeld. Het omgevingsplan is een nieuw en nog onbekend wetsinstrument, waardoor op dit moment nog weinig zicht is op alle activiteiten die gereguleerd moeten worden. Via een flexibele, wendbare aanpak kunnen inzichten die in de komende jaren zullen ontstaan continu worden meegenomen. Aan de andere kant van dit spectrum is een meer traditionele aanpak voor het opbouwen van een regeling: vooraf wordt een lijst met activiteiten vastgesteld. Indien tijdens het opstellen van het omgevingsplan meerdere activiteiten worden ‘ontdekt’ zal dit niet al werkende toegevoegd of aangepast worden. Keuze: Zoals in paragraaf 3.3 aangegeven, wordt voor het opstellen van de regelset een flexibele, wendbare aanpak gehanteerd. Passend in deze werkwijze, zal tijdens het opstellen van de regelset ook de lijst met activiteiten worden aangevuld.

Zonder een raamwerk voor het omgevingsplan en zonder daadwerkelijke ervaring met het maken van het omgevingsplan is het immers lastig om op voorhand al een volledige lijst met te reguleren activiteiten te ontwikkelen. Bij het opstellen van de lijst met activiteiten, hanteren we als randvoorwaarde dat de activiteiten worden opgesteld vanuit het perspectief van de gebruiker. Met aandacht voor de juridische zekerheid van plan en gebruiker. Uitgangspunt 8 : per te reguleren thema/activiteit bepalen of een open dan wel gesloten norm daarvoor het meest geschikte instrument is In de huidige bestemmingsplannen wordt voornamelijk gewerkt met 'gesloten normen'. Het is dan direct duidelijk wat met een regel in het plan wordt bedoeld. Bijvoorbeeld als de hoogte van een gebouw niet meer mag bedragen dan 8 meter dan weet iedereen dat een initiatief met een hoogte van 7,9 meter wel past en een hoogte van 8,1 meter niet past binnen de regels. 26

Met het omgevingsplan wordt het mogelijk om ook kwalitatieve beschrijvingen op te nemen in de regels. Dit worden ook wel 'open normen' genoemd. Maar hoe bepalen we of een aanvraag voldoet aan bijvoorbeeld ‘een goede ruimtelijke kwaliteit’? Niet iedereen zal hetzelfde beeld hebben bij een dergelijk begrip. Om toch bepaalde handvatten mee te geven hoe we als gemeente een bepaalde open norm bedoelen, worden deze regels uitgewerkt in beleidsregels. In de beleidsregel wordt aangegeven hoe de regel moet worden uitgelegd. In het voorbeeld van ‘een goede ruimtelijke kwaliteit’ zal in de beleidsregel bijvoorbeeld aangegeven worden welke bouwhoogte, welk bebouwingspercentage en/of welke dichtheid in een bepaald gebied passend geacht wordt. Het voordeel van het werken met open normen is dat: •

Open normen meer flexibiliteit bieden. Beleidsregels kunnen worden aangepast zonder dat het omgevingsplan hoeft te worden aangepast. Dat betekent een tijdsvoordeel in verband met kortere procedures.

•

Open normen meer beoordelingsvrijheid bieden, op basis van de omstandigheden van het concrete geval.

Het nadeel van het werken met open normen is dat: •

Open normen zich moeilijk laten vertalen in toepasbare regels. Daarmee zal een initiatiefnemer op basis van een open norm niet met zekerheid kunnen beoordelen of zijn of haar plan voldoet aan de regels van het omgevingsplan. Een gemeentelijke toets is in (vrijwel) alle gevallen noodzakelijk.

•

Open normen minder duidelijkheid bieden dan gesloten normen, omdat de gemeenten nog een afweging moet maken.

•

Open normen niet in alle gevallen toepasbaar zijn. Met name bij (handhavings)bepalingen waaraan een boetebepaling wordt gekoppeld, moet terughoudend worden omgegaan met het gebruik van open normen.

Keuze: Voorgesteld wordt om per te reguleren thema/activiteit te bepalen of een open norm dan wel gesloten norm daarvoor het meest geschikte instrument is. Het is niet mogelijk om hiervoor generiek een keuze te maken. Voor bijvoorbeeld een bestaande woonwijk waar slechts in beperkte mate ruimte wordt geboden voor nieuwe ontwikkelingen is het gebruik van veelal gesloten normen meer voor de hand liggend dan in een gebied als Hoevelaar waar ruimte nodig is om in te spelen op ontwikkelingen. Ook de behoefte van gebruikers van een gebied aan duidelijkheid versus vrijheid moet meegenomen worden. Voor een thema als vergunningsvrij bouwen ligt het gebruik van gesloten normen meer voor de hand dan voor een thema als parkeren. Voor laatstgenoemd thema wordt in veel bestemmingsplannen al gebruik gemaakt van open normen. Uitgangspunt 9: zoveel als mogelijk werken met doelvoorschriften in plaats van middelvoorschriften Het stellen van regels om nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving te voorkomen, kan op twee manieren: door het opnemen van doelvoorschriften of door het opnemen van middelvoorschriften. Een doelvoorschrift is bijvoorbeeld een bepaling dat een maximaal 27

aantal decibel geluid is toegestaan. Het is daarmee een voorschrift met een norm. Bij het uitvoeren van een activiteit kan een initiatiefnemer zelf bepalen welke techniek of maatregel wordt gebruikt om aan de norm te voldoen. Het voordeel van een doelvoorschrift is dat innovatie wordt bevorderd. Een middelvoorschrift is bijvoorbeeld de bepaling dat bebouwing alleen mag worden gerealiseerd als deze voorzien wordt van een dove gevel. De initiatiefnemer mag daarmee alleen deze techniek/maatregel toepassen en niet bijvoorbeeld de toepassing van een geluidsscherm. Het voordeel is dat deze wijze van reguleren beter controleerbaar is. Wel is in de wet nog de mogelijkheid van gelijkwaardigheid opgenomen. Indien een initiatiefnemer kan aantonen dat een andere techniek of maatregel tot een gelijkwaardige oplossing leidt als de voorgeschreven maatregel, is dit alternatief toch mogelijk. Belangrijk is in dat geval dat voor het betreffende middelvoorschrift is opgenomen met welk motief die regel is gesteld, om daarmee af te kunnen wegen of er sprake is van gelijkwaardigheid. Het uitgangspunt van de Omgevingswet is om zoveel mogelijk te werken met doelvoorschriften. Keuze: In lijn met de Omgevingswet wordt voorgesteld om zoveel als mogelijk te werken met doelvoorschriften in plaats van middelvoorschriften.

Dit geeft initiatiefnemers de ruimte om zelf te bepalen welke maatregelen of technieken worden toegepast om aan een doel te voldoen en sluit daarmee aan op het leidende principe om de gebruiker centraal te stellen. Daarnaast zorgt deze keuze voor een meer toekomstbestendig omgevingsplan dat niet hoeft te worden aangepast bij iedere innovatie. Bovendien past deze keuze bij het werken in lijn met de bedoeling. Uitgangspunt 10 : Bestaande bebouwing wordt juridisch vastgelegd in of op grond van het omgevingsplan Net als een bestemmingsplan, reguleert een omgevingsplan in ieder geval nieuwe activiteiten (bijvoorbeeld de bouw van een nieuw huis, roeren van de grond, etc.). Een bestemmingsplan regelt daarnaast ook bestaande bebouwing en bestaand gebruik, bijvoorbeeld door de bouwvlakken rondom bestaande bebouwing. Door het verordenend karakter van het omgevingsplan zijn er gemeente die er voor kiezen om bestaande bebouwing niet vast te leggen in het omgevingsplan. Keuze: Bestaande bebouwing wel juridisch vast te leggen in of op grond van het omgevingsplan Voorgesteld wordt om bestaande bebouwing wel juridisch vast te leggen in of op grond van het omgevingsplan om de volgende redenen: •

In het omgevingsplan worden regels opgenomen over vergunningvrije bouwwerken. Daarvoor is het van belang vast te leggen ten opzichte waarvan dat geldt. Als in het omgevingsplan wordt opgenomen dat bijgebouwen tot een bepaalde omvang vergunningvrij zijn, dan relateert dat begrip bijgebouw aan een hoofdgebouw. Als dan 28

in het omgevingsplan niet duidelijk is wat het hoofdgebouw is, wordt het lastig om bijgebouwen vergunningvrij te maken. •

Een inwoner of ondernemer die een pand wil kopen, moet kunnen controleren of het betreffende pand legaal aanwezig is. Dat kan nu door in het bestemmingsplan te controleren of bijvoorbeeld de betreffende bebouwing is opgenomen binnen een bouwvlak. Indien de regels in het omgevingsplan alleen betrekking hebben op nieuwe activiteiten, is niet meer te controleren of de betreffende bebouwing legaal aanwezig is. Dat kan alleen door contact op te nemen met de gemeente om vergunningen op te vragen. Dat past niet bij het leidende principe om de gebruiker centraal te stellen en dus zelf over alle informatie te kunnen laten beschikken. Vanuit toezicht en handhaving is het eenvoudiger om bestaande bebouwing te kunnen controleren op basis van het omgevingsplan, dan om in alle gevallen de verleende vergunningen op te moeten zoeken.

Uitgangspunt 11: We nemen in het omgevingsplan algemene zorgplichten op maar het gebruik van specifieke zorgplichten hangt af van het concrete geval In de Omgevingswet is een algemene zorgplicht opgenomen. Dit houdt in dat naast de overheid ook inwoners en ondernemers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Deze algemene zorgplicht is vooral een vangnet als er geen specifieke gemeentelijke regels of rijksregels van toepassing zijn. Als deze specifieke gemeentelijke of rijksregels er wel zijn, geldt de algemene zorgplicht niet meer. In de AMvB’s zijn specifieke zorgplichten opgenomen. Deze borduren voort op de algemene zorgplicht, maar zijn concreter. Een specifieke zorgplicht is toegespitst op specifieke activiteiten voor concreet genoemde belangen. Zowel in het Besluit activiteiten leefomgeving als het Besluit bouwwerken leefomgeving staan specifieke zorgplichten. Het gaat bijvoorbeeld om zorgplichten voor milieubelastende activiteiten, het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden en brandveilig gebruik van bouwwerken. Deze specifieke zorgplichten maken duidelijk wat er wel en niet moet gebeuren. Bijvoorbeeld dat degene die verantwoordelijk is voor een activiteit, de best beschikbare technieken gebruikt. De specifieke zorgplichten zijn algemene regels. Deze regels gelden direct voor inwoners en bedrijven.

Daarnaast kunnen ook in het omgevingsplan nog specifieke zorgplichten worden opgenomen. Het handhaven op een (specifieke) zorgplicht is mogelijk. Wel vraagt de eis van de rechtszekerheid dat inwoners en ondernemers slechts kunnen worden aangesproken op naleving van de zorgplicht, als zij vooraf hadden kunnen weten dat hun handelen of nalaten onmiskenbaar in strijd is met de zorgplicht. Het bevoegd gezag moet een in het kader van bestuurlijke handhaving gegeven last concreet invullen, zodat degene tot wie de last is gericht niet in het duister hoeven te tasten over wat te doen of na te laten. Het is niet voldoende om in de last uitsluitend aan te geven dat de zorgplicht moet worden nageleefd. Het is om de volgende redenen wenselijk om ook in het omgevingsplan Woudenberg specifieke zorgplichten op te nemen:

29

•

De zorgplichten in het Besluit activiteiten leefomgeving en Besluit bouwwerken leefomgeving hebben alleen betrekking op de daarin gereguleerde activiteiten. Het is wenselijk om in aanvulling daarop de zorgplicht ook toe te passen op de in het omgevingsplan gereguleerde activiteiten. Dat maakt het bijvoorbeeld mogelijk om op grond van die activiteiten handhavend op te treden en daarmee ook voor die activiteiten een vangnet te hebben.

•

De zorgplichten in de AMvB’s houden bewust geen rekening met onderdelen van de fysieke leefomgeving die zijn gedecentraliseerd. Een voorbeeld daarvan is het thema mobiliteit. Door het opnemen van een specifieke zorgplicht voor mobiliteit kan op grond van het omgevingsplan worden gestuurd op het gebruik van de weg en daarmee het plaatsen van ongewenste voorwerpen op de weg worden tegengaan. Een zorgplicht verdient in dit geval de voorkeur, omdat het ondoenlijk is om vooraf te bedenken welke ongewenste voorwerpen op de weg geplaatst kunnen worden en die in regels vast te leggen.

Keuze: (De wijze van) het opnemen van een zorgplicht laten afhangen van het concrete geval. Voorgesteld wordt om bij het opstellen van de bibliotheek te beoordelen in welke gevallen of voor welke activiteiten specifieke zorgplichten worden opgenomen in het omgevingsplan. Op voorhand is namelijk nog niet aan te geven in welke gevallen een zorgplicht noodzakelijk of wenselijk is om op te nemen. Daarbij hanteren we tenminste de volgende criteria: • de zorgplicht is en blijft een vangnetartikel voor zaken die bij het opstellen van het omgevingsplan niet of onvoldoende zijn te overzien/in te schatten; • •

indien een specifieke regeling, maatwerkvoorschriften of –regels mogelijk zijn, hebben deze de voorkeur boven een specifieke zorgplicht; de zorgplicht blijft voldoende concreet en handhaafbaar.

Uitgangspunt 12: Het opnemen van niet verplichte omgevingswaarden hangt af van de ambities en het uitvoeringsprogramma van de omgevingsvisie Omgevingswaarden zijn normen voor de kwaliteit die een gemeente, provincie of Rijk voor (een onderdeel van) de fysieke leefomgeving wil bereiken. Omgevingswaarden kunnen ook volgen uit Europese of andere internationale verplichtingen. Dit zijn de verplichte omgevingswaarden. Een voorbeeld van een verplichte omgevingswaarde is bijvoorbeeld een maximale hoeveelheid fijnstof of maximale hoeveelheid geluid, gemeten binnen een bepaalde tijdseenheid. Voor deze omgevingswaarden moeten de minimale waarden worden aangehouden maar mogen overheden deze plaatselijk aanscherpen. Zo kan er bijvoorbeeld gekozen worden om de WHO norm voor de luchtkwaliteit aan te houden. Daarnaast kan de gemeente er ook voor kiezen om een niet verplichte omgevingswaarde op te nemen in het omgevingsplan, zoals een omgevingswaarde voor lichthinder. Omgevingswaarden is één van de instrumenten waarmee we als gemeente het beleid van de omgevingsvisie kan uitvoeren. De omgevingswaarde schept altijd een zelfbindende verplichting. Dit kan een resultaatsverplichting, een inspanningsverplichting of een andere verplichting inhouden. We moeten onze taken en bevoegdheden zo uitvoeren dat we de omgevingswaarden die we in het omgevingsplan hebben opgenomen behalen. Dat kan 30

bijvoorbeeld door het stellen van algemene regels voor activiteiten, maar ook kan door feitelijk handelen of door het nemen van besluiten buiten de reikwijdte van de Omgevingswet, zoals verkeersmaatregelen. We zijn voor alle omgevingswaarden die we opnemen in het omgevingsplan ook verplicht om te meten en te beoordelen of aan die waarde voldoen. Dit geldt dus ook voor de niet verplichte omgevingswaarden. Wordt de waarde niet gehaald of dreigt deze niet te worden gehaald, dan moeten we een zogenoemd programma bij (dreigende) overschrijding vaststellen. In dat programma staan dan de acties om de omgevingswaarde alsnog te halen. Keuze: Voorgesteld wordt om de keuze om niet verplichte omgevingswaarden op te nemen in het omgevingsplan en de waarde van de omgevingswaarden af te laten hangen van de ambities en het uitvoeringsprogramma van de omgevingsvisie. Omgevingswaarden zijn namelijk sterk afhankelijk van de ambities voor onze gemeente, die zullen landen in de omgevingsvisie. Door in de visie en het daarin opgenomen uitvoeringsprogramma deze keuzes te maken, kunnen vervolgens deze keuzes juridisch vertaald worden in het omgevingsplan. Wij zijn echter ook verplicht om een aantal verplichte omgevingswaarden op te stellen, deze worden beleidsarm opgenomen.

3.5

Uitgangspunt voor het gebruiksgemak omgevingsplan ten behoeve van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)

Uitgangspunt 13: Annotatiestrategie met een zo hoog mogelijk niveau van dienstverlening als randvoorwaarde Om het omgevingsplan op een simpele manier te kunnen gebruiken is het onder andere van belang dat mensen regels kunnen lezen en kunnen zien op welk gebied de regel van toepassing is. Daarnaast kunnen regels makkelijker doorzoekbaar worden gemaakt als er zoektermen worden gebruikt. Om dit mogelijk te maken, zullen de regels uit het omgevingsplan moeten worden geannoteerd. Annoteren is het toevoegen van informatie aan een gedeelte van de tekst van het omgevingsplan. Een markering (label, tag, etc.) heet een annotatie. Het feitelijk ‘markeren’ of van een (ken)merk voorzien van tekst, kan handmatig of geautomatiseerd gedaan worden. Met het annoteren kan je regels filteren: je kan een selectie van regels oproepen op basis van de aan de teksten toegekende annotatie. Daarbij zorgt het annoteren van de regels ervoor dat de aanvrager in het DSO gewezen wordt op mogelijke andere vergunning- en/of meldingplichtige activiteiten. Het kappen van een boom kan bijvoorbeeld ook een aanlegactiviteit behelzen. Het is van belang dat de aanvrager hier gewezen wordt omdat de onlosmakelijkheid komt te vervallen. 31

Om uniformiteit te bevorderen kan je de annotaties niet vrij kiezen. Er is landelijk een aantal standaard annotaties geformuleerd. Denk daarbij aan de annotatie ‘onderwerp’ waarbij je uit een aantal waarden kan kiezen zoals ‘bodem’ of ‘natuur’. Een annotatie kan een limitatieve waardelijst hebben of een uitbreidbare waardelijst: •

limitatieve waardelijst: er moet een waarde gekozen worden uit een lijst met vooraf gedefinieerde waarden, er mag geen waarde gebruikt worden die niet op de lijst voorkomt;

•

uitbreidbare waardelijst: er is een lijst met vooraf gedefinieerde waarden. Wanneer de gewenste waarde op de waardelijst voorkomt, wordt die gebruikt. Als de gewenste waarde niet op de waardelijst voorkomt, wordt een eigen waarde gekozen.

Annoteren is niet nieuw. Ook in het huidige stelsel van ruimtelijke plannen wordt reeds geannoteerd. Door op ruimtelijkeplannen.nl te klikken op de verbeelding worden de relevante planregels getoond. Dat is mogelijk doordat onderdelen van de bestemmingsplannen zijn voorzien van annotaties. Op dit moment is er nog veel onduidelijk rondom annoteren. Zo zijn de landelijke standaarden voor het omgevingsplan, waarin ook standaarden voor annoteren worden opgenomen, nog niet definitief. Het voorliggende document is gebaseerd op interpretatie van conceptstandaarden die in de komende tijd nog verder vorm moeten krijgen. Drie vormen van annotaties Een aantal annotaties is verplicht. Dat betreft Bekendmakingwet-annotaties. Bekendmakingswet-annotaties zijn verplichte annotaties die nodig zijn om besluiten te kunnen publiceren op de Landelijke voorziening. Het gaat hierbij om gegevens zoals het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen, de datum waarop het besluit is genomen en de gebruikte versie van de standaard alsmede de annotatie die de (regel)tekst verbindt met het bijbehorende werkingsgebied. Dit is het juridisch minimumniveau waarop bevoegde gezagen dienen te annoteren. De Bekendmakingswet-annotaties zijn verplicht om een besluit te kunnen publiceren, bekend te maken en te consolideren. Een aantal andere annotaties is (deels) optioneel.

Het gaat dan om zogenaamde Omgevingswetannotaties en Service-annotaties. Omgevingswet-annotaties zijn deels optionele en deels onder voorwaarden verplichte annotaties. Deze annotaties maken het mogelijk dat het DSO op de beoogde wijze kan functioneren, daarom worden ze ook wel aangeduid als “functionele annotaties”. Voorbeelden zijn het annoteren van activiteiten, functies en omgevingswaarden en bijvoorbeeld functies. Deze annotatiesoort zorgt er ook voor dat de werkingsgebieden van regels op een kaart worden weergegeven. Door middel van deze annotaties wordt automatisch bepaald met welk symbool (kleur, lijntype, vlakarcering, etc.) het werkingsgebied wordt weergegeven. 32

Zoals aangegeven is een gedeelte van deze annotaties verplicht. Welke annotaties hier precies onder vallen is nog niet helemaal duidelijk. Als voorbeeld worden de annotaties voor “functie” en “activiteiten” genoemd. Deze annotaties zijn alleen verplicht als je besluit je omgevingsplan functiegericht respectievelijk activiteitengericht op te stellen. Een ander onder voorwaarde verplichte annotatie lijkt het werkingsgebied te zijn. Als je besluit in de tekst van het omgevingsplan geen coördinaten op te nemen waar de regel van toepassing is, is dit verplicht. Service-annotaties zijn optionele annotaties. Deze annotaties bieden gebruikers een meer gedetailleerd inzicht, maar zijn niet noodzakelijk om het DSO op de beoogde wijze te laten functioneren. Voorbeelden van deze annotatiesoort zijn de annotaties: Regelkwalificatie (geeft bv. aan dat een regel een vergunningplicht of een meldingsplicht bevat), thema of onderwerp. Keuze: Bij het uitwerken van de annotatiestrategie uit te gaan van een zo hoog mogelijk niveau van dienstverlening. Dat betekent dat niet alleen gebruik wordt gemaakt van Bekendmakingswetannotaties en Omgevingswet-annotaties, maar ook van Serviceannotaties. Dat maakt het traject van het opstellen van het omgevingsplan weliswaar arbeidsintensiever, maar verhoogt het gebruiksgemak en de toegankelijkheid van het omgevingsplan in grote mate.

Hierbij kan de keuze worden gemaakt om een ingroeimodel te hanteren, maar het is veel efficiënter alle annotaties direct te doen. Daarbij is het van belang om te benadrukken dat het omgevingsplan geen actualisatieplicht kent waardoor de investering bijdraagt aan een duurzaam digitaal product. In de uitwerking zal in ieder geval ingegaan moeten worden op: •

het soort annotaties dat we willen gebruiken: enkel de bekendmakingswet-annotaties of ook (een aantal van) de Omgevingswet- en service annotaties?;

• •

wanneer we de annotaties gereed willen hebben; afstemming met (keten) partners: willen we onze annotatiestrategie afstemmen op de annotatiestrategie van onze partners?; het niveau van annoteren: annoteren we op het niveau van het niveau van artikelen of van regels?;

• • • • •

de waarden die we willen invoeren: willen we uitbreidbare waardenlijsten uitbreiden?; de weergaven van gebieden waarop de regel van toepassing is: willen we gebruik maken van afwijkende weergaven in de viewer?; verwijzingen en relaties tussen artikelen: willen we hier gebruik van maken?; als dit mogelijk blijkt: willen we gebruik maken van toelichtingsvelden bij regels?

33

34

Bijlage 1 Wat is de bruidsschat Onder de Omgevingswet krijgen gemeenten meer ruimte om lokaal afwegingen te maken. Het gaat dan bijvoorbeeld over horeca en huishoudelijk afvalwater, zaken die nu nog door het Rijk worden geregeld. Met de inwerkingtreding van de wet kunnen gemeenten deze keuzes maken. Het is echter onmogelijk dat gemeenten deze keuzes direct in hun omgevingsplan hebben verwerkt. Daarom zorgt de rijksoverheid voor een pakket regels dat automatisch onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan wordt. Deze regels worden de bruidsschat genoemd. Gemeenten krijgen door de bruidsschat de tijd om zelf een afweging te maken over onderwerpen die ze wel of niet willen regelen.

Er zijn op hoofdlijnen 4 soorten onderwerpen die worden opgenomen in de bruidsschat: • regels voor milieubelastende activiteiten waaronder horeca, recreatie en detailhandel; • regels over lozingen; •

regels over de gevolgen van emissies van geluid, geur en trillingen door bedrijven; regels op het gebied van bouwen.

Tijdens de transitiefase (2021 tot 2029) mogen we de regels uit de bruidsschat intrekken en wijzigen. Daarnaast zullen nog niet alle regels in de bruidsschat helemaal voldoen aan de kaders van de Omgevingswet. Een voorbeeld zijn de instructieregels voor geluid in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Daarmee is de opgave drieledig: • •

specificeren: om lokaal maatwerk te kunnen regelen; schrappen: voor onderdelen uit de bruidsschat die voldoende zijn geborgd via een specifieke zorgplicht en waarvoor geen lokale knelpunten bestaan; 35

•

afstemmen: het afstemmen van regels uit de bruidsschat op de gewijzigde regels in de Omgevingswet.

36

Bijlage 2 Wat zijn Toepasbare regels Digitalisering is een belangrijk instrument om de Omgevingswet tot een succes te maken. Onder meer daarom wordt het DSO ontwikkeld. Het DSO zal voor initiatiefnemers toegankelijk worden via één digitaal loket waar je kan kijken wat er qua ontwikkelingen op een locatie mogelijk is, waar je kan toetsen of er juridische vereisten zijn voor een ontwikkeling (denk aan het aanvragen van een omgevingsvergunning of het doen van een melding) en waar je een omgevingsvergunning kan aanvragen of een melding kan doen. Om de juridische vereisten inzichtelijk te maken, zullen vragenbomen worden ingericht. Met een vragenboom krijgt een gebruiker, zoals een initiatiefnemer, concreet antwoord op bijvoorbeeld de vraag: “Mag ik hier (op deze locatie) mijn initiatief starten of heb ik daar bijvoorbeeld een vergunning voor nodig?” Om deze vragenbomen zo gebruiksvriendelijk mogelijk te laten werken moeten de juridische regels over de fysieke leefomgeving vertaald worden naar ‘toepasbare regels’. Vanuit het Digitaal Stelsel worden toepasbare regels gezien als regels die de gebruiker en zijn activiteiten centraal stellen, waar de juridische regels het (lokale) beleid centraal stellen. Toepasbare regels worden daarmee gezien als niet juridische regels. Toepasbare regels zijn er dan ook in aanvulling op de juridische regels.

Om de website van het Digitaal Stelsel op de juiste manier te kunnen ontsluiten, zal in ieder geval gebruik gemaakt moeten worden van toepasbare regels. Daar hebben gemeenten geen keuze in: een minimumniveau is verplicht. Waar we wel keuzes in kunnen maken is voor welke producten (denk aan specifieke vergunningen/ meldingen) we toepasbare regels opstellen en hoe uitvoerig we deze toepasbare regels maken. Het minimumniveau gaat uit van een simpele tekst waar voor meer informatie over de juridische vereisten voor het initiatief verwijzen wordt naar een telefoonnummer of de website van de gemeente. Indien we geen toepasbare regels opstellen, dan krijgen inwoners en ondernemers geen antwoord op de vraag waar ze op de website voor komen, namelijk welke juridische vereisten op hun initiatief van toepassing zijn. Het opnemen van een dergelijke simpele toepasbare regel (minimumniveau) is dan ook verplicht. We kunnen ook kiezen om verder te gaan dan dit minimumniveau. Dat kan voor alle producten of slechts een deel van de producten. Sommige juridische teksten lenen zich juist meer of minder voor het doorlopen van een vragenboom dan anderen. Hoe langer en complexer de vragenboom, hoe moeilijker de vragenboom te doorlopen is voor een eenmalige initiatiefnemer.

Soms is het ook juist in nadeel van de inwoner of ondernemer als een tekst in een vragenboom wordt vervat, omdat er in de juridische tekst juist ruimte wordt gelaten om initiatieven na afweging toch toe te staan. Daarbij speelt ook het inschakelen van juridisch advies een rol: voor de aanvraag van sommige producten wordt door initiatiefnemers vaak een juridische dienstverlener ingeschakeld. Zal deze juridische dienstverlener gebruik maken van een vragenboom?

37

Bijlage 3. Inventarisatie verordeningen Onderstaand is een globaal overzicht van de verordeningen die moeten, mogen of niet mogen worden opgenomen in het omgevingsplan. Gelet op de omvang van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), is deze verordening in het overzicht opgesplitst. Het komt voor dat delen van verordeningen die nu onder het rijtje wel staan niet meegenomen mogen worden. Dit hebben wij in beeld gebracht maar voor de leesbaarheid van dit document laten wij dat hier achterwege. Daarnaast is schematisch in beeld gebracht welke verordeningen en beleid gerelateerd zijn aan de APV. Voor de inventarisatie van de verordeningen zijn de volgende vragen gesteld: 1) Gaat de verordening/ het artikel over de fysieke leefomgeving en brengt de activiteit een langdurige en/of permanente wijziging teweeg?; 2) Is dit ook het hoofdmotief? (Is het motief de openbare orde en veiligheid en/of een burgemeester bevoegdheid dan mag de verordening/ artikel niet in het omgevingsplan); 3) Gaat het artikel over kosten/ lokale belastingen etc. ( zo ja, dan mag dit niet worden opgenomen). Voor het vervolg is het van belang om voor de ‘mag’ lijst te bekijken wat het hoofdmotief van de verordening of het artikel is. Daarnaast is de volgende stap om per verordening te kijken hoe deze opgenomen dient te worden in het omgevingsplan.

Daarbij moet er ook goed worden gekeken naar de overlappingen met de bruidsschat en de instructieregels van de provincie. In eerste instantie zal er in het projectteam geoefend worden met de topactiviteiten.

38

Wel Beleidsregels ontheffing hogere grenswaarde Beleidsregels planologische afwijkingen Afvalstoffenverordening (deels) Beheersverordening begraafplaatsen Bouwverordening Nota Ruimtelijke kwaliteit/ Erfgoedverordening (archeologie) Nota Bodembeheer Verordening kabels en leidingen * Kapverordening/ bomenverordening Geur, geluid en trillingenverordening Verordening Geurhinder en veehouderijen Milieuverordening Routering gevaarlijke stoffen Standplaatsen verordening/ beleid 2012 Telecomverordening Wegsleepverordening Beleidsregels oplaadinfrastructuur gemeente Woudenberg APV

Mag Niet Doelgroepenverordening Parkeerverordening Destructieverordening Verordening lijkbezorgingsrechten 2015 Nota Ruimtelijke kwaliteit (procedure welstandscommisie) Verordening reinigingsheffingen 2015 APV Verordening afvoer hemel- en grondwater/ rioolheffing 2.25, 4.1, 4.2,4.3 Evenementen (onderdeel geluid), explotaitievergunning blijft Winkeltijdenverordening Woudenberg 2015 2.42 Plakken en kladden (aanwijzen locaties aanplakborden) Verordening toeristenbelasting 2015 2.45 Bescherming van groenvoorzieningen Verordening speelautomatenhal 5.33 Beperking verkeer in natuurgebieden I Drank- en Horecaverordening Woudenberg 2013 Huisvestingsverordening Woudenberg 2017 - 2021 Verordening Starterslening 2014 Verordening hondenbelasting 2015 APV 2.1 Samenscholing en ongeregelheden 2.3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 2.28 Exploitatie openbare inrichting 2.29 Sluitingstijd 2.31 Verboden gedragingen 2.32 Handel binnen openbare inrichtingen

2.10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg

2.39 Speelgelegenheden

2.11 Omgevingsvergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

2.40 Kansspelautomaten

2.12 Maken veranderen van een uitweg

2.41 Betreden gesloten woning of lokaal

2.72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk

2.44 Vervoer inbrekerswerktuigen

3.10 Sekswinkels

2.47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen

4.5 Onversterkte muziek

2.48 Verboden drank gebruik

4.6 Overige geluidhinder

2.49 Verboden gedrag bij of in gebouwen

4.15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame

2.50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten

4.18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

2.57 Aanlijnen van honden

4.19 Aanwijzing kampeerplaatsen

2.58 Verontreiniging van honden

5.2 Te koop aanbieden van voertuigen

2.59 Gevaarlijke honden

5.4 Defecte voertuigen I (via zorgplicht?)

2.60 Gevaarlijke honden op eigen terrein

5.5 Voertuigwrakken II (via zorgplicht?)

2.67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister

5.6 Kampeermiddelen en andere voertuigen

2.73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling

5.7 Parkeren van reclame voertuigen II

2.73A Verbod carbidschieten

5.8 Parkeren van grote voertuigen II

2.75 Bestuurlijke ophouding

5.12 Overlast van fiets of bromfiets (via zorgplicht)

2.76 Veiligheidsrisicogebieden

5.18 Standplaatsvergunning en weigeringgronden

2.77 Cameratoezicht oop openbare plaatsen

5.19 Toestemming rechthebbende

2.79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet

5.34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderzins vuur te stoken

3.4 Seksinrichtingen

Nadere regels 2.10 APV

3.5 Gedragseisen exploitant en beheerder 3.6 Sluitingstijden

* Verordening kabels en leidingen heeft in Woudenberg geen jurdische status

3.7 Tijdeljik afwijking sluitngstijden 3.8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder 3.9 Straatprositutie 5.13Inzameling van geld of goederen 5.14 Venten e.d. 5.35 Verstrooing van as

39

Bijlage 4. Topactiviteiten In dit plan van aanpak wordt er meermaals gesproken over de zogenoemde topactiviteiten. Deze topactiviteiten vallen uiteen in drie categorieën: 1. Topactiviteiten die worden gereguleerd door rijksregelgeving en waarvoor gemeenten zijn aangewezen als bevoegd gezag. 2. Topactiviteiten die worden gereguleerd in de bruidsschat. (De topactiviteiten in de bruidsschat vallen uiteen in: a) activiteiten waarvoor de bruidsschat zowel de plichten als de indieningsvereisten regelt en b) activiteiten waarvoor de bruidsschat alleen de indieningsvereisten regelt en de plichten zijn geregeld in lokale verordeningen). 3. Topactiviteiten die worden gereguleerd in lokale regelgeving van gemeenten. Onderstaand tabel laat zien voor waar de verantwoordelijkheid ligt per categorie:

Onderstaand tabel geeft de topactiviteiten per categorie weer: Topactiviteiten waarvoor rijksregels niet worden gedecentraliseerd (waar gemeenten VTH-bevoegd voor zijn) Normaal onderhoud uitvoeren Bouwwerk brandveilig gebruiken

Topactiviteiten waarvoor rijksregels deels worden gedecentraliseerd (waar gemeenten VTH-bevoegd voor zijn en deel regelbevoegd) Bijbehorend bouwwerk/ overig bouwwerk** Slopen*

Topactiviteiten waarvoor rijksregels volledig worden gedecentraliseerd (waar gemeenten VTH- en regelbevoegd voor zijn) Kappen* ** Uitweg maken of veranderen* **

40

Rijksmonument veranderen of slopen Diverse milieubelastende activiteiten (in hoofdstuk 3 Bal)

Dakkapel plaatsen**

Alarminstallatie aanleggen*

Overige veranderingen aan bestaand bouwwerk

Opslaan van roerende goederen, zoals voorwerpen op of aan de weg* ** Diverse milieubelastende activiteiten (in de bruidsschat)

Overige bouwwerken

Nieuw kozijn plaatsen of bestaand kozijn of gevelpaneel veranderen Zonnepaneel of collector plaatsen Erfafscheiding plaatsen Dakraam, lichtkoepel of lichtstraat plaatsen Woning bouwen Zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of vijver plaatsen Zonwerking, rolluik of rolhek bevestigen Tuinmeubilair plaatsen (roerende goederen) Gemeentelijk monument veranderen Afwijken van bestemmingsplan /omgevingsplan De activiteiten zijn per kolom gesorteerd van hoog naar laag landelijke aantal checks, met uitzondering van de milieubelastende activiteiten. *Voor deze activiteiten bevat de bruidsschat alleen indieningsvereisten **Voor deze activiteiten maak de VNG staalkaarten

41

De keuzes in het Plan van aanpak transitiefase omgevingsplan zijn vanuit deze strategie tot stand gekomen. Andere belangrijke dimensies bij de keuzes in dit Plan van aanpak zijn :

Verandertempo invoering Omgevingswet dienstverlening

Ontwikkelprincipe Behoud van een zo goed mogelijke

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1215/documents/27223