CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

05. Ruimtelijke onderbouwing Vijver Rumerlaarseweg 15.pdf

Gemeenteraad 22 december 2022, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 13: Verklaring geen bedenkingen Rumelaarseweg 1520.987 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

VISIE EN OMGEVINGSWET

De omgevingsvisie moet op basis van de Omgevingswet uiterlijk in 2025 gereed zijn. De gemeente heeft de ambitie om eerder al een omgevingsvisie op te stellen. Die omgevingsvisie in de eerste aanzet van de beleidscyclus, zoals die door het Rijk aan het instrumentarium van de Omgevingswet ten grondslag is gelegd. De omgevingsvisie heeft in die cyclus een nauwgezette relatie met programma’s en het omgevingsplan. Uiteindelijk

2 TERUG

omvat de beleidscyclus volgens de Omgevingswet het volledig wettelijke instrumentarium in een voortdurende dynamische cyclus die in kan spelen op ontwikkelingen. Inhoudelijk verhoudt de visie zich dan ook nadrukkelijk met de andere instrumenten. Omdat het omgevingsplan voor het hele eiland pas in 2029 klaar hoeft te zijn en er ook nog geen programma’s zijn gemaakt, functioneert de omgevingsvisie op dit moment, nu er nog geen omgevingsplan ligt dat juridische kaders stelt, anders dan straks wanneer alle instrumenten volwaardig functioneren onder de Omgevingswet. De omgevingsvisie die nu voorligt moet duidelijke kaders stellen en koers bepalen als (juridische) basis voor de toetsing van initiatieven, zolang de cyclus nog niet optimaal functioneert. Een deel van die kaders kan straks naar het omgevingsplan, waarna de omgevingsvisie uiteindelijk een meer strategisch abstractieniveau kan krijgen. De omgevingsvisie is daarmee eveneens een dynamisch document, dat binnen de beleidscyclus telkens om aanpassing en actualisatie vraagt aan ontwikkelingen en opgaves die zich voor gaan doen. Er zijn meer zaken die op dit moment nog niet duidelijk zijn of waarin de gemeente nog geen keuzes heeft gemaakt. Vraagstukken die pas bij het opstellen van het omgevingsplan aan de orde komen, zoals beleidsmatige keuzes met betrekking tot o.a.

de regels uit de Bruidsschat (vooral de gemeentelijke milieuregelgeving), de zorgplichten, de regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving uit de verschillende gemeentelijke verordeningen, en dergelijke. Onderdelen die op grond van artikel 3.2. en 3.3. van de Omgevingswet deel uit moeten maken van een omgevingsvisie, zoals bedoeld onder de Omgevingswet. Deze omgevingsvisie is om die reden nog niet volledig een omgevingsvisie zoals de Wet die voor zich ziet en zoals die in de toekomst binnen een optimale beleidscyclus moet gaan functioneren in relatie tot hogere regelgeving en het eigen gemeentelijke instrumentarium. Om die reden wordt deze omgevingsvisie gezien als een tussendocument, een eerste stap naar de toekomstige volwaardige omgevingsvisie.

BESTUURLIJKE CONTEXT

verder zou ik ook aangeven dat we met de visie aansluiting willen zoeken bij de 9 principes van de Omgevingsvisie van de provincie en tot slot zou ik ook de kamerbrief willen noemen waarbij het Rijk heeft aangegeven de regie te pakken in ieder geval op vier voor Leeuwarden relevante onderdelen, namelijk dat verbindingsverhaal van regio’s (ken jij beter dan ik), een nationaal programma voor het landelijk gebied (met name landbouw), een aanpak van de veenweideproblematiek en een beschouwing van het Nederlandse landschap en de betekenis daarvan. Kortom je zit straks met een sterke regie vanuit het Rijk, daaronder komt een zeer strakke regie vanuit de provincie, dus is de vraag wat er voor de gemeente resteert. Dat vraagt van ons wel de nodige creativiteit, maar ook aandacht voor de rol die Leeuwarden in de processen kan innemen en zo.

LOKALE KLEURING

De samenhang van thema’s – wat willen we per beleidsthema bereiken – met gebieden – hoe vindt de vertaling plaats per wijk, dorp of gebied – moet in de omgevingsvisie een goede plek krijgen. Juist voor Leeuwarden is dat ook bijzonder relevant: dragende groenen waterstructuren enerzijds en een veelzijdige stand en diverse dorpen met een eigen kleur en identiteit anderzijds. Een thematische aanpak voor bijvoorbeeld leefbaarheid of duurzaamheid die voor alle wijken en dorpen geldt, is weinig effectief. Er zal een gebiedsgerichte uitwerking nodig zijn die specifieke oplossingsrichtingen kan bieden. De omgevingsvisie zet daarbij vooral in op de meest dynamische gebieden. In het proces brengen wij dat onder door de themaambities te vertalen in een beperkt aantal leidende ambities per gebied. In focusgesprekken maken we daar een gebiedsgerichte uitwerking van.

INHOUD Plangebied 4 Huidige situatie vijver

5

Historie 6 Provinciaal beleid

8

Gemeentelijk beleid 10 Huidige structuren 12 Landschappelijke onderbouwing

14

PLANGEBIED Aan de Rumelaarseweg 15 in Woudenberg heeft de heer Dammers een vijver aangelegd. Deze vijver ligt op het kadastrale perceel wat bij de gemeente Woudenberg bekend is onder nummer 258, sectie H. Om de vijver juridisch-planologisch te legaliseren, is het belangrijk om de landschapswaarde van de vijver vast te stellen. Vooraf is een ana-lyse opgesteld waarin de karakteristieke elementen van het landschap, de historie van het gebied en de omliggende natuur uitgewerkt zijn. Aan de hand van de analyse is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld.

4

HUIDIGE SITUATIE VIJVER

1

2 3 6 5

1. Zicht vanaf het erf op naastgelegen perceel

4. Bij de woning is de vijver zichtbaar. De sterke groene rand versterkt de natuurlijke uitstraling

2. Vijver is niet zichtbaar door de groenelementen rondom de vijver

5. Het gemaaide pad tussen beide groenstructuren bevorderd die natuurwaarde van het perceel

4

5 5 Brede groenelementen zorgen voor afscherming van de vijver 3.

6. Het opgaande groen aan beide zijdes schemt de vijver af en zorgt voor een eigen natuurwaarde op het perceel.

HISTORIE

Circa 1880

• • • 6

Het Slagenlandschap (langgerekte percelen) en het Kamperlandschap is zichtbaar in het buitengebied van Woudenberg; Veel akkers worden voor landbouw ingezet; De huidige N244 is een belangrijke route tussen het oosten en het westen.

Circa 1900

• • •

In het Kampenlandschap liggen enkele erven; Deze erven liggen aan de rand van de landbouwakkers; De enkele bospercelen zijn verdwenen.

Circa 1930

• • •

Het landschap kent veel kleine onregelmatige verkavelingsstructuren; Diverse groenstructuren zijn aanwezig in het Kampenlandschap; De erven liggen verspreid in het landschap en zijn ontsloten aan kleine weggetjes.

Circa 1950

• •

Het is een duidelijke tweedeling te zien in de verkavelingstructuur; Slagenlandschap en Kampenlandschap; De Rummelaarseweg is een belangrijke route naar het oude lint dat naar de kern van Woudenberg leidt.

Circa 2010

• • •

De contouren van de vijver zijn zichtbaar; Het Slagenlandschap aan de noordzijde heeft plaats gemaakt voor een nieuwe woonwijk; Veel houtwallen die dienen als veekering of brandhout zijn verdwenen

Circa 2021

• •

Woudenberg breidt steeds meer uit waardoor het Slagenlandschap nauwelijk zichtbaar is aan de noordzijde Het Kampenlandschap met de onregelmatige verkaveling is in stand gehouden 7

PROVINCIAAL BELEID KWALITEITSGIDS UTRECHTSE LANDSCHAPPEN De provincie Utrecht kent verschillende landschappen. Om de kwaliteiten van het landschap samen te vatten is er een kwaliteitsgids opgesteld; Utrechtse Landschappen. In deze uitwerking komen al de zes landschappen met hun ontstaansgeschiedenis aan bod. Het plangebied ligt in het landschap De Gelderse Vallei. Een landschap dat herkenbaar is aan de grote afwisseling van bebouwing, bosjes, lanen en agrarische percelen met houtwallen en singels.

Naast kernkwaliteiten benoemd de gemeente ook de ambities voor dit landschap: • Het versterken van de gebiedsidentiteiten in de drie stroken of 76 deelgebieden (mozaïek, Kwalit e itsgid s ubinnenveld) t rechtse l an d schapp e n - ge ld e rse valle i • Het behouden van verborgen structuren MozaïeK drIe deeLGebIeden •6.3 Bijzondere aandacht voor drie gebieden (mozaïek, In essentie een halfopen landschap met een stroken of binnenveld)

grote diversiteit aan beplantingselementen. steeds in maat en vorm variërende ruimten vormen een mozaïek van kamers. bomenrijen, lanen, bospercelen, houtwallen en boomgroepen wisselen elkaar voortdurend af en omkaderen akkers, weilanden, tuinbouwpercelen en kwekerijen. beplante wegen en verscholen beken slingeren door dit mozaïek. dorpen en erven met oude en nieuwe gebouwen door elkaar liggen verscholen tussen het groen.

GELDERSE VALLEI Het open landschap varieert in schaal en wordt soms onderbroken wordt door bebouwing, bosjes en houtwallen. Lijnstructuren zijn kenmerkend voor het gebied. Deze lijnen kunnen bestaan uit beken, kanalen en griften. Watergangen zijn een belangrijk element in het landschap. De cultuurhistorische bebouwing ligt meer verstopt in het landschap. Natura 2000 of ontwikkelgebieden liggen ver van de locatie waardoor het onmogelijk is om hier een koppeling mee te maken De kernkwaliteiten van de Gelderse Vallei zijn door de provincie als volgt geformuleerd: • Een aaneenschakeling van kleinere en grotere ruimtes • Diversiteit aan beplantingsvormen • De open ruimtes en omranding zorgen samen voor een groen raamwerk.

8

MozaïeK

stroKen In essentie een halfopen landschap van langgerekte ruimten, omzoomd door beplante wegen en kavelgrenzen. een mix van lanen, rijen knotbomen, houtsingels, bospercelen, grasland en maïsakkers zorgen voor een gevarieerd landschapsbeeld. beplanteligt wegen en griften lopen met geknikte Plangebied in het deelgebied Mozaïek rechtstanden door het landschap. erven met oude en nieuwe gebouwen door elkaar liggen in open linten verscholen tussen het groen. bInnenVeLd

stroKen

bInnenVeLd

In essentie een overgangslandschap van de besloten heuvelrug naar een open weidegebied rond de Grift. Voortdurend zicht op de hoge beboste heuvelrug en de laaggelegen grote open ruimte geeft een sterke oost-westoriëntatie. de strokenverkaveling ligt haaks op het reliëf, met lange wegen die loodrecht op de verkaveling lopen en parallelle dwarswegen. de vele weg- en kavelrandbeplanting aan de hoge zijde van de helling verdwijnt in afwaartse richting, evenals de in open linten liggende agrarische bebouwing. het et gemengde landgebruik met weiden, akkers, kwekerijen en bosjes maakt in afwaartse richting van de helling plaats voor nat gras- en hooiland.

Kwaliteitsg ids u trec h tse l an dsc h a pp en

- gel derse val l ei

37

DEELGEBIED MOZAÏEK Het plangebied ligt in het deelgebied Mozaïek. Dit deelgebied kent Kampenverkaveling en is gekenmerkt door de onregelmatige kavels die omringd worden door greppels en verschillende beplantingselementen. Deze beplantingselementen dienden vroeger als veekering of voor brandhout.

verspreid staande boerderijen ontginningslint ontginningslint op kade historische kern buitenplaats

barok landgoed met as klooster

De dorpen en erven liggen verscholen achter het groen in het landschap. heuvel

kampenverkaveling strokenverkaveling volgorde van ontginnen

Het kleinschalige landschap heeft intern georienteerde binnenkamers. Maar op enkele plekken zijn er zichtlijnen naar buiten, naar het naast gelegen gebied. beek

K

kanaal

grens katern Gelderse Vallei

Om het gebied te versterken is het belangrijk om rekening te houden met de volgende onderdelen bij de ontwikkeling: • Intact houden van de onregelmatige mozaïekverkaveling • Verdichting van het landschappelijk raamwerk door: - Het intensiever accentueren van agrarische perceelsgrenzen met landschapselementen, zoals houtwallen; - Het stimuleren van meer afwisseling van weilanden, akkers en bospercelen in het landgebruik

grens provincie Utrecht

verspreid staande boerderijen ontginningslint ontginningslint op kade historische kern buitenplaats barok landgoed met as klooster heuvel kampenverkaveling strokenverkaveling volgorde van ontginnen beek kanaal

grens katern Gelderse Vallei grens provincie Utrecht

9

GEMEENTELIJK BELEID De gemeente Woudenberg heeft een structuurvisie opgesteld waarin zij hun wensen aangeven betreft de ruimtelijke invulling voor wonen, werken, recreëren en groen. De Gelderse Vallei is bij verschillende gemeenten van de provincie Utrecht een belangrijk aandachtspunt als het gaat om landschap en natuur. In de structuurvisie is de gemeente Woudenberg onderverdeeld in verschillende landschapstypen: • Slagenlandschap, herkenbaar aan de langgerekte en smalle kavels. • Kampenlandschap, herkenbaar aan de onregelmatige kavelvormen en houtwallen. Volgens het landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei is het landschap niet meer duidelijk aanwezig en wordt het ook wel aangeduid als diffuus kampenlandschap. En de gebiedsvisie die opgenomen is in het LOP, wordt het gebied aangewezen als landbouwontwikkelingsgebied. Het gebied heeft landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten en heeft potentie voor het behoud en versterken van het kleinschalige (kampen)landschap. Het is belangrijk dat ontwikkelingen aansluiten op het huidige diffuse kampenlandschap. De ontwikkelingen zorgen ervoor dat de ecologie versterkt wordt en vergroot het educatieve- en informatieve programma in het gebied.

10

Door middel van iconen is de gebiedsvisie van het diffuus kampenlandschap weergegeven.

11

HUIDIGE STRUCTUREN

Waterstructuren • •

Onregelmatige verkaveling Vormen de verkaveling

Groenstructuren • •

12

Diverse groenelementen; dicht struweel, bomenlanen en enkele solitaire bomen Door de diversiteit aan groenelementen is er voldoende aanbod voor voedsel- en schuilplaatsen

De waterstructuur bevestigd het kampenlandschap. De watergangen dienen als kavelgrenzen en hebben een onregelmatige structuur. Het plangebied ligt in de overgang van het Kampenlandschap en het Slagenlandschap. Aan de noordzijde is er sprake van strokenverkaveling dat kenmerkend is voor het Slagenlandschap. De omgeving van het plangebied varieert in groenstructuren dat de ecologie en de biodiversiteit versterkt. Door de verschillende groenelementen zijn er voor kleine vogels en zoogdieren voldoende schuil- en voedselplekken. Naast schuil- en voedselplekken zorgt het groen ervoor dat zichtlijnen naar het open gebied ontnomen worden. De oriëntatie is vooral inwendig en dat is kenmerkend voor het Kamperlandschap.

Landschapsstructuur • • •

Erven liggen in het open landschap zonder een stramien Verschillende landweggetjes vormen het landschap Kavels zijn niet aan vier zijdes groen ingesloten 13

LANDSCHAPPELIJKE ONDERBOUWING Het plangebied ligt in het halfopen landschap van langgerekte ruimten, omringt door groene wegen en kavelgrenzen. De combinatie van houtsingels, bospercelen, grasland, bomenlanen en maisakkers zorgen voor een gevarieerd beeld. Dit ruime aanbod aan diverse groenelementen zorgt ervoor dat er een grote diversiteit aan dieren en planten is ontstaan. De biodiversiteit in dit gebied is divers. De vijver, die aansluit op de groene kavelgrenzen, kent een grote biodiversiteit. Door de brede natuurvriendelijke oevers, hebben oeverplanten zich kunnen vestigen waardoor bijen, vlinders en andere insecten hier voedsel vandaan halen. Eenden zorgen ervoor dat de eitjes van vissen in deze vijver terecht komen waardoor ook vissen hier hun habitat creëren. Naast vissen en insecten is deze vijver in combinatie met de bomenlaan aan de westzijde een uitstekend foerageergebied voor vleermuizen. Vleermuizen vliegen graag boven het water en zijn dol op waterinsecten. Dat de vijver niet is aangesloten op de landschappelijke watergangen is geen probleem. Het geïsoleerde water zorgt voor een eigen biotoop. Rondom de vijver is in de loop van de jaren voldoende biodiversiteit ontstaan met een grote waarde.

14

Conclusie Zoals eerder aangegeven ligt het plangebied in het diffuus Kampenlandschap. De structuur van het historische Kampenlandschap is op veel plekken niet meer tot nauwelijks zichtbaar. Het kleinschalige landschap was kenmerkend aan de intern georiënteerde binnenkamers met enkele doorzichten naar het buitengebied. Op de locatie aan de Rumelaarseweg zijn deze kenmerken nog wel zichtbaar. De stevige groenstructuur zorgt voor een interne oriëntatie met her en der doorzichten naar het achtergelegen landschap. Naast het creëren van binnenkamers, zorgt de groenstructuur voor het versterken van natuur. De diversiteit van de landschapselementen, beplantingssoorten en de natuurlijke oevers van de huidige vijver verhogen de natuurwaarden van het gebied. Op kleine schaal wordt op diverse punten bijgedragen aan de ontwikkeling/versterken van het diffuus Kampenlandschap.

HART VAN DE OPGAVE

PM • Position paper • Stad en ommeland • Leeuwarden 2028 • Behoefte aan een omgevingsvisie die L helpt bij het maken van keuzes • Bewuste keuze voor die relatief korte termijn, mede bepaald door de uitkomsten van het lopende project LF2028 • Panorama 2028 [Herald] Visie op compleetheid van de positionpaper: de aanzet met drie lagen leefomgeving, samenleving, economie en de koppeling met de Global Goals biedt een interessant kader. Ik denk dat het onderdeel economie nog het minst geladen is met waarden en teveel associeert met de ‘oude’ begrippen van verdienen, groei, bereikbaarheid etc.. Leidraad voor de visie zou de waarde kunnen zijn en het onderscheidende in plaats van het op de kaart zetten en place to be mantra. Toerisme is bijvoorbeeld zoiets. Dit is een economische factor ook in de toekomst maar we moeten niet denken in aantallen [met alle problemen van dien] maar in onderscheidend aanbod op basis van waarden [rust, weidsheid, splendid isolation]. Een sterke economie is gebaseerd op een sterke identiteit en daar liggen de kansen voor de toekomst.

VISIE EN OMGEVINGSWET

De omgevingsvisie moet op basis van de Omgevingswet uiterlijk in 2025 gereed zijn. De gemeente heeft de ambitie om eerder al een omgevingsvisie op te stellen. Die omgevingsvisie in de eerste aanzet van de beleidscyclus, zoals die door het Rijk aan het instrumentarium van de Omgevingswet ten grondslag is gelegd. De omgevingsvisie heeft in die cyclus een nauwgezette relatie met programma’s en het omgevingsplan. Uiteindelijk

omvat de beleidscyclus volgens de Omgevingswet het volledig wettelijke instrumentarium in een voortdurende dynamische cyclus die in kan spelen op ontwikkelingen. Inhoudelijk verhoudt de visie zich dan ook nadrukkelijk met de andere instrumenten. Omdat het omgevingsplan voor het hele eiland pas in 2029 klaar hoeft te zijn en er ook nog geen programma’s zijn gemaakt, functioneert de omgevingsvisie op dit moment, nu er nog geen omgevingsplan ligt dat juridische kaders stelt, anders dan straks wanneer alle instrumenten volwaardig functioneren onder de Omgevingswet. De omgevingsvisie die nu voorligt moet duidelijke kaders stellen en koers bepalen als (juridische) basis voor de toetsing van initiatieven, zolang de cyclus nog niet optimaal functioneert. Een deel van die kaders kan straks naar het omgevingsplan, waarna de omgevingsvisie uiteindelijk een meer strategisch abstractieniveau kan krijgen. De omgevingsvisie is daarmee eveneens een dynamisch document, dat binnen de beleidscyclus telkens om aanpassing en actualisatie vraagt aan ontwikkelingen en opgaves die zich voor gaan doen. Er zijn meer zaken die op dit moment nog niet duidelijk zijn of waarin de gemeente nog geen keuzes heeft gemaakt. Vraagstukken die pas bij het opstellen van het omgevingsplan aan de orde komen, zoals beleidsmatige keuzes met betrekking tot o.a.

de regels uit de Bruidsschat (vooral de gemeentelijke milieuregelgeving), de zorgplichten, de regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving uit de verschillende gemeentelijke verordeningen, en dergelijke. Onderdelen die op grond van artikel 3.2. en 3.3. van de Omgevingswet deel uit moeten maken van een omgevingsvisie, zoals bedoeld onder de Omgevingswet. Deze omgevingsvisie is om die reden nog niet volledig een omgevingsvisie zoals de Wet die voor zich ziet en zoals die in de toekomst binnen een optimale beleidscyclus moet gaan functioneren in relatie tot hogere regelgeving en het eigen gemeentelijke instrumentarium. Om die reden wordt deze omgevingsvisie gezien als een tussendocument, een eerste stap naar de toekomstige volwaardige omgevingsvisie.

BESTUURLIJKE CONTEXT

verder zou ik ook aangeven dat we met de visie aansluiting willen zoeken bij de 9 principes van de Omgevingsvisie van de provincie en tot slot zou ik ook de kamerbrief willen noemen waarbij het Rijk heeft aangegeven de regie te pakken in ieder geval op vier voor Leeuwarden relevante onderdelen, namelijk dat verbindingsverhaal van regio’s (ken jij beter dan ik), een nationaal programma voor het landelijk gebied (met name landbouw), een aanpak van de veenweideproblematiek en een beschouwing van het Nederlandse landschap en de betekenis daarvan. Kortom je zit straks met een sterke regie vanuit het Rijk, daaronder komt een zeer strakke regie vanuit de provincie, dus is de vraag wat er voor de gemeente resteert. Dat vraagt van ons wel de nodige creativiteit, maar ook aandacht voor de rol die Leeuwarden in de processen kan innemen en zo.

LOKALE KLEURING

De samenhang van thema’s – wat willen we per beleidsthema bereiken – met gebieden – hoe vindt de vertaling plaats per wijk, dorp of gebied – moet in de omgevingsvisie een goede plek krijgen. Juist voor Leeuwarden is dat ook bijzonder relevant: dragende groenen waterstructuren enerzijds en een veelzijdige stand en diverse dorpen met een eigen kleur en identiteit anderzijds. Een thematische aanpak voor bijvoorbeeld leefbaarheid of duurzaamheid die voor alle wijken en dorpen geldt, is weinig effectief. Er zal een gebiedsgerichte uitwerking nodig zijn die specifieke oplossingsrichtingen kan bieden. De omgevingsvisie zet daarbij vooral in op de meest dynamische gebieden. In het proces brengen wij dat onder door de themaambities te vertalen in een beperkt aantal leidende ambities per gebied. In focusgesprekken maken we daar een gebiedsgerichte uitwerking van.

16

Bijlage 2 Hoogtemetingen Dammers

Rho adviseurs voor leefruimte

20211466.001

G:\2101-2200\2101\Rapportage\rapp-2101.docx

Opdrachtgever: Projectnummer: Rapportage: Betreft:

RUD Utrecht 2101 Datum: 2101-001 Versie: 2 Plas en omgeving Rumelaarseweg 15 Woudenberg.

15 juli 2019 concept

Vraag. Van Plas en omgeving Rumelaarseweg 15 Woudenberg: Hoogtemeting plas en aangrenzend terrein, en inmeting zichtbare grens aan westzijde perceel. Volumeberekening t.o.v. de situatie 2002, gesplitst in west en oost van centrale toegangsweg. Tekening inmeting en relevante dwarsdoorsnedes op duidelijke tekening met kadastrale ondergrond.

Uitgangspunten. Email ontvangen van OG met uitvraag dd 2 juli 2019 Email ontvangen van OG met geaccordeerde aanbieding dd 3 juli 2019 Email ontvangen van OG met vraag inmeting grens, hekwerk dd 5 juli 2019.

Gegevens. Meting. Op 10 juli 2019 is het gehele terrein ingemeten. De meting is verricht met GPS met basisstation in RTK mode (cm nauwkeurigheid). De grondslag is bepaald door inbellen met 06-GPS. Ook de gegraven plas is op deze wijze ingemeten. Varen met een boot was hier in verband met de lage waterstand en de aanwezige plantengroei niet mogelijk en ook niet nodig. In de plas is gemeten in profielen om de 3 ½ meter, met in het profiel ongeveer elke 1 ½ meter een hoogte. Op het land is minimaal elke 10 meter een hoogte genomen. Daar waar terreinsprongen zichtbaar waren zijn deze knikken ingemeten als kniklijnen en zijn extra hoogtematen genomen.

Bepalen situatie 2002. Voor de bepaling van de situatie voor ontgraven (2002) is gebruik gemaakt van het “Actueel Hoogtebestand Nederland”. De data zijn gedownload in een grid van 5x5 meter en de actualiteitsdatum is augustus 2000. Opmerking hierbij is dat eenheden smaller dan 5 meter (zoals greppels en sloten) niet goed worden weergegeven.

Kadastrale ondergrond. Via PDOK is digitaal de kadastrale kaart gedownload.

G:\2101-2200\2101\Rapportage\rapp-2101.docx

Volumes. OG heeft een kaart bijgevoegd met de situatie voor ontgronden met hier volgend titelblok:

Op deze tekening staan een 8-tal hoogtes weergegeven. Dat is niet veel voor een gebied ter grootte van 3 voetbalvelden. Daarom is door ons gekozen om uit te gaan van de hoogtes uit de AHN (zie voor beschrijving van deze data:

http://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/5a1adb58‐ 0bbe‐425d‐b0fe‐577a6c0a4228 Zowel van de inmeting van 10 juli 2019, als van het gebruikte hoogtebestand van de ANH is in het programma Civil3D een 3D model gemaakt middels triangulatie. Het verschil tussen beide modellen is bepaald door een triangulatie volume Surface.

WEST VAN CENTRALE WEG OOST VAN CENTRALE WEG TOTAAL

BODEM VERLAGING BODEM VERHOGING (m3) (m3) 4.680 1.860 30 2.680 4.710 4.540

Opmerkingen. Volumes zijn berekend over het op kaartblad 3 aangegeven ingekleurde gebied. De gebruikte AHN data van 2000 zijn van tranche 1 in een grid van 5 x 5 meter, zonder kniklijnen. OG heeft een kaart bijgevoegd met hoogten voor aanvang ontgraving

Tekeningen. nr 2101 001 0 2101 001 0 2101 001 0 2101 001 0 2101 001 0

blad 1 2 3 4 5

datum 15-07-19 15-07-19 15-07-19 15-07-19 15-07-19

status Concept Concept Concept Concept Concept

onderwerp Inmeting Inmeting met hoogten in kleuren Veranderingen 2000-2019 in kleuren Dwarsprofielen Situatie voor ontgronden

H 540

3.85 DP4'

3.90 H 478

3.81 4.07 DP6'

DP5'

3.72

DP1'

H 262

4.13 OOST DP1 DP2'

H 539 H 540

OPMERKINGEN - Coordinatensysteem RD(x,y) en NAP(z) - Maten in meters, tenzij anders vermeld - Hoogtematen in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld - Diameters in millimeters, tenzij anders vermeld

ONDERGROND

WEST

4.11

H 258

KADASTRALE GRENS EN PERCEELAANDUIDING (BRON: PDOK, JULI 2019)

TOPOGRAFIE BGT (BRON: PDOK, JULI 2019)

DP2

15

DP3'

3.85

TOPOGRAFIE BGT, BEBOUWING EN HUISNUMMER (BRON: PDOK, JULI 2019)

ACTUELE HOOGTEMAAT AANSLUITENDE PERCELEN (BRON: AHN, 2e en 3e TRANCHE)

INMETING 10 JULI 2019

TALUDLIJN (KNIKLIJN HELLING)

TALUDAANDUIDING

TOPOGRAFIE

HOOGTEMAAT

DP3

OVERIGEN

DP5

SCHEIDINGSLIJN VOLUMEBEREKENING

H 256

DWARSPROFIEL, MET KIJKRICHTING

3.93 DP6

4.12

HOOGTELIGGING 10-07-2019

5.105 5.000

4.18

3.95

15

4.500

H 318

4.250 4.000 3.750 3.500 3.250

DP4

a 5 1

3.000 2.750 2.500 2.250

4.08

4.13

2.000 1.750 1.500 1.355

H 257 3 2 1

wijz.

omschrijving

opdrachtgever:

door

datum

RUD Utrecht

kenmerk opdr.gever:

onderdeel:

Rumelaarseweg 15 en omgeving Woudenberg. Inmeting plas en aanliggend terrein.

omschrijving:

Hoogtemeting 7 juli 2019 in kleurenranges

project:

H 319 0

SITUATIE

SITUATIE

SCHAAL 1 : 250

SCHAAL 1 : 20.000

2.5

5

7.5

10m

0

200

400

600

800m

tek. nr. 2101 001 0 blad 2 bestand 21010010.dwg datum 15-07-2019 schaal 1 : 250 formaat A0 status concept getekend rm gezien © Landmeetkundig en Adviesbureau Meet B.V.

Locatie:G:\2101-2200\2101\Tekeningen

H 255

H 255

H 540

3.85 DP4'

3.90 H 478

3.81 4.07 DP6'

DP5'

3.72

DP1'

H 262

4.13 OOST DP1 DP2'

H 539 H 540

OPMERKINGEN - Coordinatensysteem RD(x,y) en NAP(z) - Maten in meters, tenzij anders vermeld - Hoogtematen in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld - Diameters in millimeters, tenzij anders vermeld

ONDERGROND

WEST

4.11

H 258

KADASTRALE GRENS EN PERCEELAANDUIDING (BRON: PDOK, JULI 2019)

TOPOGRAFIE BGT (BRON: PDOK, JULI 2019)

DP2

15

DP3'

3.85

TOPOGRAFIE BGT, BEBOUWING EN HUISNUMMER (BRON: PDOK, JULI 2019)

ACTUELE HOOGTEMAAT AANSLUITENDE PERCELEN (BRON: AHN, 2e en 3e TRANCHE)

INMETING 10 JULI 2019

TALUDLIJN (KNIKLIJN HELLING)

TALUDAANDUIDING

TOPOGRAFIE

HOOGTEMAAT

DP3

OVERIGEN

DP5

SCHEIDINGSLIJN VOLUMEBEREKENING

H 256

DWARSPROFIEL, MET KIJKRICHTING

3.93 DP6

4.12

HOOGTELIGGING 10-07-2019

5.105 5.000

4.18

3.95

15

4.500

H 318

4.250 4.000 3.750 3.500 3.250

DP4

a 5 1

3.000 2.750 2.500 2.250

4.08

4.13

2.000 1.750 1.500 1.355

H 257 3 2 1

wijz.

omschrijving

opdrachtgever:

door

datum

RUD Utrecht

kenmerk opdr.gever:

onderdeel:

Rumelaarseweg 15 en omgeving Woudenberg. Inmeting plas en aanliggend terrein.

omschrijving:

Hoogtemeting 7 juli 2019 in kleurenranges

project:

H 319 0

SITUATIE

SITUATIE

SCHAAL 1 : 250

SCHAAL 1 : 20.000

2.5

5

7.5

10m

0

200

400

600

800m

tek. nr. 2101 001 0 blad 2 bestand 21010010.dwg datum 15-07-2019 schaal 1 : 250 formaat A0 status concept getekend rm gezien © Landmeetkundig en Adviesbureau Meet B.V.

Locatie:G:\2101-2200\2101\Tekeningen

H 255

H 255

H 540

3.85 DP4'

3.90 H 478

3.81 4.07 DP6'

DP5'

3.72

DP1'

H 262

4.13 OOST DP1 DP2'

H 539 H 540

OPMERKINGEN - Coordinatensysteem RD(x,y) en NAP(z) - Maten in meters, tenzij anders vermeld - Hoogtematen in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld - Diameters in millimeters, tenzij anders vermeld

ONDERGROND

WEST

4.11

H 258

KADASTRALE GRENS EN PERCEELAANDUIDING (BRON: PDOK, JULI 2019)

TOPOGRAFIE BGT (BRON: PDOK, JULI 2019)

DP2

15

DP3'

3.85

TOPOGRAFIE BGT, BEBOUWING EN HUISNUMMER (BRON: PDOK, JULI 2019)

ACTUELE HOOGTEMAAT AANSLUITENDE PERCELEN (BRON: AHN, 2e en 3e TRANCHE)

INMETING 10 JULI 2019

TALUDLIJN (KNIKLIJN HELLING)

TALUDAANDUIDING

TOPOGRAFIE

HOOGTEMAAT

DP3

OVERIGEN

DP5

SCHEIDINGSLIJN VOLUMEBEREKENING

H 256

DWARSPROFIEL, MET KIJKRICHTING

3.93 DP6

4.12

VERANDERING IN BODEMHOOGTE PER METING 10-07-2019 TOV HOOGTELIGGING AUG 2000 BRON AHN

3.95

15

H 318

1.000 0.500 0.100 0.000 -0.100

ONTGRAVEN

4.18

OPGEHOOGD

1.248

DP4

-0.500 -1.000 -1.500

a 5 1

-2.000 -2.500 -2.697

4.08

4.13

H 257 3 2 1

wijz.

omschrijving

opdrachtgever:

door

datum

RUD Utrecht

kenmerk opdr.gever: project: onderdeel: omschrijving:

H 319 0

SITUATIE

SITUATIE

SCHAAL 1 : 250

SCHAAL 1 : 20.000

2.5

5

7.5

10m

0

200

400

600

800m

Rumelaarseweg 15 en omgeving Woudenberg. Inmeting plas en aanliggend terrein. Veranderingen in hoogte maaiveld. meting 10 juli 2019 t.o.v. hoogteligging AHN augustus 2000 2101 001 0 3 21010010.dwg 15-07-2019 1 : 250 A0 concept rm

tek. nr. blad bestand datum schaal formaat status getekend gezien © Landmeetkundig en Adviesbureau Meet B.V.

Locatie:G:\2101-2200\2101\Tekeningen

H 255

H 255

66.90

3.98

0 2.5

3.53

101.13

103.19 103.86 104.53 105.55

3.80 3.84 3.85 3.10

99.41 3.84

98.43

95.38

3.65

3.87

91.60 92.45

3.90

93.53

89.60

3.94

87.65 88.33

86.65

3.65

3.66

3.67

3.74 3.73

4.01

83.28

80.61

4.11

3.79

79.59

4.11

81.77

78.11

4.09

75.89

73.96

4.01

3.83

3.85

72.97

4.00

70.01

65.33

3.99

3.89

63.61

3.97

68.13

62.74

3.92

3.90

60.90

58.25

3.99

3.95

56.72

54.12 54.85

4.01

4.05 4.03

52.37

61.73

67.70

3.90

86.70

4.37

97.66

4.06 4.02

92.95

3.75

95.22 96.07 96.70

90.19

3.78

3.49 3.46

87.90

3.76

4.21

85.64

4.39

84.31

3.77

80.23

82.85

4.49

77.41 78.43

4.43

3.78

3.83

75.23

73.97

3.81 4.38

72.55

3.80

69.86 70.52

66.67

63.99

62.65

3.90

4.55 4.54

4.58

4.61

60.79

3.93 3.91

57.60

3.92

53.63

52.55

54.91

4.57 3.96

4.04

50.85

49.03

4.02 4.55

47.50

46.62

4.43 4.02

45.39

4.39

42.45 43.15

40.64 41.47

4.32 4.31

22.17 23.80

3.71 3.35

KADASTRALE GRENS KADASTRALE GRENS

H539 H258 H258 H478

5 7.5 10m

58.68

1.39

65.26

1.48

77.48 78.24

3.04 3.22

82.38

3.18

88.43 89.06 91.00 92.14 93.63 94.53 95.26 96.70

3.25 3.35 3.56 3.72 4.38 4.36 4.31 4.31

129.92 130.85

134.97 136.73

139.55 140.58

3.84 3.09

3.82 3.85

3.83

127.47

3.86

4.25

4.33

124.26 124.97

122.77

4.35

115.72 116.51

114.77

112.75

119.09 119.82 120.59

4.45 4.42

4.47

106.82

4.28

109.72

105.63

104.10

4.26 4.38

102.54

101.06 4.26

4.27

99.62

98.16

86.56

3.15

4.29

84.72 85.46

3.20 3.17

83.80

81.21

3.15

79.42

76.01

74.37

73.27

72.04

68.43 69.10

2.79

1.84

1.72 1.81

63.65 64.27

1.50

66.16

61.44

1.46

60.28

57.64

1.40

53.39

1.70 1.60

52.29

1.70

54.40 55.08

49.50

1.65

48.52

47.01

1.58

3.88

4.07 4.06

4.12 4.12

4.13

4.20

4.22

4.07

4.05

4.09

4.11

4.10

4.11

4.08

4.07

4.06

45.02

44.07

4.03 1.65

42.64

40.76

4.05

1.88

39.03

2.50

4.07

35.65

2.56 2.45

36.76

33.13 33.83

2.70

4.03

31.84

2.75 2.79

26.33 27.13 28.93 29.74 30.60

2.92 2.81

20.84

4.38

25.00

18.38 19.12

4.33

DP4

4.05

49.21

47.93

4.06 3.99

46.49

4.09

4.14 4.12

37.15 37.82

4.32 4.33

32.35

4.18

4.04

3.99

3.95

16.38 17.06

4.42

KADASTRALE GRENS H257 H258 4.10

4.16

4.15

20.45 21.85 22.61 23.54

3.31 3.06 2.86 2.76 2.72

28.19

2.44

34.60 36.09 37.46

1.73 1.63 1.58

46.70 47.52 49.27 50.20

1.69

1.92 1.92

54.50 55.29

1.87 1.90

58.76 59.85 60.55 61.78 63.43 64.90 65.62

2.21 2.33 2.48 2.61

2.89

73.04 73.70 74.52 76.07 77.60 78.49 79.13

4.33 4.25 4.21 4.30 4.20 4.53

92.69 93.58

4.38 4.35

113.89 114.58 115.39 116.03 4.11

120.14

4.07

130.54 131.32 132.50

4.17 4.18

142.93

4.19

4.25

4.16

4.20

4.18

141.81

4.20

176.98

175.83

174.70

170.94

170.03

166.98

165.89

164.57

162.56

160.84

158.13

156.94

155.79

153.71

150.74

149.28

147.97

144.86 145.69

140.08

138.97

136.59

4.16

4.16

128.18

4.10

135.59

126.49 127.16

4.07

125.49

122.74

117.48 118.31

4.11

4.08

112.93

109.46

106.14

105.04

4.14

4.10

99.74 100.61

4.14

103.24

98.81

4.14

96.19

95.19

90.14 90.85 91.61

86.52 87.34

85.09

82.92

4.39 4.38

4.41

71.45 72.15

3.70 3.98

80.04

69.17 69.95

3.44

67.50

57.89

2.24

56.37

53.01

1.94

51.95

44.07 44.69

43.10

42.04

39.65

1.77 1.77

1.88

31.77 32.60 1.96

38.67

30.43

2.42

29.55

26.42

2.51

25.40

11.47

4.93

3.76

24.65 26.01

2.64 2.70

29.62 30.89 31.61 32.52 33.52 34.79 35.47 37.33 38.67

2.57 2.44 2.46 2.41 2.36 2.35 2.24

2.02 1.86

42.49 43.20

2.09 2.11

46.98 47.66

2.45 2.49

61.99

3.80 4.04 4.30 4.32

92.76

97.35

4.45

4.40

179.11

4.03

172.62 173.39 174.06

171.01

169.01

167.83

177.05

3.95

3.92

4.08

4.00

3.91

3.88

3.84

166.06

4.18

163.78 164.90

4.19

3.85

160.69

158.92

157.65

154.93

153.76

150.50

162.44

3.97

4.07

3.91

3.97

148.82 149.50

145.25 145.96

3.85

3.86

3.89

3.91

3.90

4.00 3.99

141.63

3.96

143.77

140.74

3.98

3.94

138.72 139.41 4.04

3.90

134.84

137.23

4.11

131.18

4.12

132.80

129.70

128.38

125.84 126.71

4.13

4.27

122.17

4.29

123.57

120.90

4.21

119.53

3.90

3.90

3.91

3.91

3.89

3.90

3.91

115.11

3.88

117.83 118.52

113.47

3.87

108.26

106.26

104.81

110.68

4.29

4.25

4.34

101.46

4.32

103.37

100.58

4.34

98.32

90.36

88.22

85.97

84.14

82.66

4.48

4.60

4.56

79.71

77.58

4.46

3.87

3.91

3.97

3.99

4.18

4.36

4.31

76.62

4.46

75.29

4.29

71.14

4.41

73.07

70.26

4.41

4.36

69.23

4.41

68.02

4.39

65.18 66.44

64.24

4.41 4.44

62.97

57.16 57.92 58.61 59.46 60.32

3.48

51.52 52.14 52.78 53.61 54.33

3.01 3.06 3.08 3.11 3.13

55.24

50.15

2.76

48.74

45.32

2.42

44.32

41.36

1.84

39.89

27.62 28.37

2.49

21.26 21.89 22.57 23.33

2.76 2.63

3.18

16.25 17.24

4.35

19.51 20.14

14.70

4.34

12.47 13.35

10.35

4.87

8.92

4.39

4.33

4.21

4.20

4.19

4.08

4.11

4.04

3.99

4.01

3.96

3.76 3.76

3.78

KADASTRALE GRENS H256 H258

4.12

19.12

4.39 3.90

24.50

15.99 16.71

4.50

KADASTRALE GRENS H256 H258

4.09

4.08

4.10

4.08

4.00

4.00

4.04

4.05

4.06

4.12 4.11

4.06

4.09

4.08

4.04

4.06

4.08

4.06

4.05

4.05

4.12

4.21

4.19

4.16

4.24

4.27

4.40

4.40

4.40

4.34

4.34

4.31

4.13

4.19

4.24

4.12

4.10

4.09

4.11

4.09

4.02

4.02

3.99

3.95

3.93

3.92

14.18

4.72 4.67 4.58

DP3

45.06

42.88

4.05

4.13

40.61

4.09

35.84

4.21

37.83

34.29

4.26

32.78

28.84

4.41

31.38

26.88 27.57

4.42 4.41

25.50

22.16

4.42

4.20

4.38

20.93

4.41

19.62

18.57

4.40

3.96

14.26 15.05

4.67 4.69

13.24

11.22 12.04 12.69

4.74

7.00

4.70

DP2

4.09

4.12

27.67

4.40

4.36

24.33

4.32

28.84 29.62

21.91 22.68

4.22

4.39

16.69

4.40

3.99

11.55

4.52

9.25

4.76

5.64

4.67

4.53

3.75

6.53 7.51

4.53 4.54

26.47 27.23 27.89 28.58

2.74 2.79 2.90 3.00

53.58

4.40

74.15

97.13

101.84 102.52 103.38

139.19

3.84

3.81

3.76

3.74

3.73

3.69

3.66

3.69 3.69

3.66

3.67

147.68 149.33

3.93 3.92

3.83

3.94

3.96 3.97

164.11

3.94

181.05

175.88 176.65

173.31

171.60 172.34

167.92 168.54

166.55

161.50 162.32

159.68

3.93

3.92

153.70

3.87

155.61 156.45

152.26

3.87

151.19

145.58 146.36

3.95

141.31 142.34 143.20

3.72 3.92

137.29 137.91

136.26

135.27

3.91

3.96

130.77

3.77

133.49

128.28 129.06

3.86

126.16

124.28

118.63

4.04

3.96

117.02

4.13

120.22 120.87

115.65

4.12

3.94

113.89

4.11

111.01 112.10

4.17

3.73

3.72

3.71

3.73

3.76

3.75

3.74

3.73

108.33

105.96 106.94

3.78 4.33

4.42

100.83

4.43 4.44

98.09

4.40

3.77

3.78

3.83

95.69

4.38

93.67

92.32

90.81

3.89

3.81

89.24

3.93

4.48

85.76

88.08

84.82

82.74

3.96

4.56

4.56

80.40

3.98

3.96

78.17

4.03

79.05

75.66

4.11

4.57

72.88

4.52

71.55

4.13

4.54

70.61

4.14

68.12

67.12

4.15

61.90 62.70

60.51

58.25

65.56

4.50

4.44

4.45

51.08

4.51

55.46

49.42 50.09

47.32 48.06

4.26 4.26

4.43

45.00 45.63

4.28

4.28

42.16 43.07

4.27

4.01

38.61

37.05

3.64

39.68 40.31

33.72 34.46 35.26 36.00

3.11 3.28

4.19

32.47

3.11

4.20

31.47

3.14

30.21

23.59 24.47 25.16

20.81

2.50

22.53

19.60

2.53

18.38 2.61

2.54 2.56

17.42

14.78 15.50 16.32

4.21 3.74 3.49 3.11

12.82 13.56

4.17 4.14

2.79

10.86 11.72

4.78 4.47

9.60

4.39 5.18

4.67

4.16

4.17

4.20

4.19

4.26

4.23

4.17

4.20

4.07

4.01

3.87

3.79

3.67

2.98 3.53

1:250 1.00 NAP

4.07

20.59

3.96

17.63

16.71

3.94

13.74

4.45

11.12 12.15

4.39 4.45

10.38

4.48

8.73

4.02

7.07 7.70

4.80

3.38

3.73

1.74 2.60 3.34

3.80 2.98

DP1

4.11

3.92

14.91

12.58

3.89

3.96

11.20

9.47

4.39

3.76

5.85

3.60

1.99

3.05

0.00 0.73

Hoogte METING 2019

9.77

7.29

3.90

3.85

1.69

0.00 0.87

3.78 3.13

Afstand

3.91

3.95

7.10 7.86

4.48 4.47

6.22

4.60

Hoogte AHN 2000

7.53

3.67 4.36

4.57

1.73 2.77

1.72

3.50

KADASTRALE GRENS

H256 H258 H258 H262

KADASTRALE GRENS H258 H478

wijz.

SITUATIE SITUATIE

SCHAAL 1 : 250 SCHAAL 1 : 20.000

0 200 400 600 800m omschrijving

opdrachtgever:

project:

door

onderdeel:

Rumelaarseweg 15 en omgeving Woudenberg. Inmeting plas en aanliggend terrein.

omschrijving: Dwarsprofielen

tek. nr. 2101 001 0 blad 4 bestand 21010010.dwg datum 15-07-2019 schaal 1 : 250 formaat A0 status concept getekend rm gezien © Landmeetkundig en Adviesbureau Meet B.V. Locatie:G:\2101-2200\2101\Tekeningen

Hoogte AHN 2000 6.20

3.77

Hoogte METING 2019 2.09

0.00

Hoogte METING 2019

4.44

0.00

Afstand

1.18

Afstand

3.14

Hoogte AHN 2000

3.93

Afstand 1.98

Hoogte AHN 2000 4.40

Hoogte AHN 2000 3.92

Hoogte METING 2019

3.96

4.05

Hoogte METING 2019 0.00

Afstand

4.37

Afstand

5.32

2.13

4.01

Hoogte AHN 2000

3.95

0.00

Hoogte METING 2019

3.90

KADASTRALE GRENS

WATERSPIEGEL 2.97

KADASTRALE GRENS H258 H262

WATERSPIEGEL 2.97

1:250 0.00 NAP

KADASTRALE GRENS H258 H262

WATERSPIEGEL 2.97

1:250 0.00 NAP

OPMERKINGEN - Coordinatensysteem RD(x,y) en NAP(z) - Maten in meters, tenzij anders vermeld - Hoogtematen in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld - Diameters in millimeters, tenzij anders vermeld

WATERSPIEGEL 2.97

1:250 0.00 NAP

KADASTRALE GRENS H258 H478

DP5

1:250 2.00 NAP

DP6

1:250 2.00 NAP

3 2 1

datum

RUD Utrecht

kenmerk opdr.gever:

H 478

4.03 3.94 3.91 3.66 3.68 3.36 3.50

DP4'

H 262

H 539

H 478

DP6'

3.99 4.10 4.00 3.96 3.93 3.87 3.90 3.87 3.88 3.74 3.84 3.82 3.80 3.77 3.58 3.87 3.95

DP5'

4.12 3.96 3.68 3.62 3.81 3.31 3.86 3.78 3.84 3.81 3.94 3.94 3.99 3.59 3.75

3.91 4.00 4.11 4.16 4.11 4.13 3.99 4.10 4.06 4.01 3.98 4.02 4.07 4.03 3.93 4.08 4.17 3.79 3.81 3.68 3.66 3.67 3.65 3.67 3.60 3.60 3.64 3.70 3.56 3.60 3.55 3.48 3.53 3.46

3.53

3.89 3.97 4.13 4.14 4.15 4.19 4.17 4.15 4.13 4.04 4.11 4.12 3.97 4.04 4.09 4.01 4.02 3.87 3.76 3.76 3.75 3.69 3.73 3.77 3.76 3.68 3.72 3.71 3.66 3.59 3.66 3.63 3.62 3.67 3.71 3.74

DP1'

3.80 3.81 3.90 4.01 4.12 4.23 4.19 4.21 4.14 4.09 4.16 4.06 4.09 4.04 4.03 4.04 4.02 3.88 3.79 3.78 3.73 3.75 3.76 3.77 3.76 3.74 3.74 3.70 3.72 3.66 3.66 3.70 3.68 3.71 3.75 3.81 3.88 H 262 3.68 3.79 3.86 3.93 4.04 4.18 4.16 4.22 4.24 4.14 4.13 4.17 4.11 4.11 4.08 4.05 4.03 3.94 3.83 3.83 3.77 3.77 3.72 3.78 3.73 3.76 3.77 3.72 3.76 3.74 3.73 3.77 3.73 3.75 3.75 3.80 3.87

3.79 3.85 3.92 3.89 4.06 4.17 4.25 4.17 4.25 4.20 4.17 4.16 4.15 4.13 4.11 3.95 3.97 3.93 3.80 3.83 3.79 3.81 3.78 3.74 3.78 3.87 3.69 3.80 3.78 3.80 3.78 3.75 3.86 3.87 3.82 4.02 3.86 3.81 3.86 3.92 4.02 4.11 4.23 4.17 4.24 4.26 4.20 4.24 4.19 4.16 4.13 4.13 4.05 3.87 3.92 3.82 3.82 3.81 3.81 3.87 3.96 3.77 3.86 3.87 3.82 3.79 3.89 3.83 3.78 3.78 3.74 3.94

OOST

DP1

3.79 3.87 3.90 3.87 4.00 4.00 4.07 4.15 4.20 4.26 4.36 4.34 4.26 4.23 4.17 4.04 4.08 4.00 3.94 3.83 3.90 3.88 3.82 3.95 3.89 3.91 3.77 3.82 3.86 3.86 3.93 3.86 3.81 3.63 3.79 3.92 DP2'

3.73 3.79 3.77 3.83 3.94 3.99 4.01 4.05 4.07 4.16 4.28 4.27 4.30 4.27 4.20 4.15 4.14 4.14 3.93 3.91 3.91 3.89 3.90 3.86 3.88 3.89 3.88 3.88 3.88 3.91 3.90 3.89 3.85 3.85 3.85 3.91 4.05

H 539 H 540

3.77 3.80 3.84 3.92 3.97 4.02 4.02 4.06 4.13 4.20 4.36 4.32 4.26 4.30 4.19 4.17 4.20 4.12 3.98 3.95 3.90 3.87 3.86 3.91 3.90 3.91 3.91 3.91 3.96 3.91 3.92 3.91 3.90 3.84 3.96 4.05 3.68 3.74 3.84 3.94 3.93 3.99 3.99 4.03 4.12 4.11 4.20 4.32 4.31 4.33 4.28 4.28 4.36 4.17 3.97 4.00 4.01 3.92 3.88 3.92 3.84 3.94 3.82 3.93 4.03 3.99 4.05 3.99 3.91 3.91 3.98 4.05

3.79 3.73 3.85 3.93 3.97 3.99 4.02 4.09 4.10 4.18 4.20 4.20 4.33 4.42 4.43 4.30 4.36 4.35 4.11 4.03 3.91 4.02 3.92 3.86 3.92 3.92 4.00 3.94 3.96 4.06 3.98 3.98 4.10 4.02 4.06 4.13

WEST

3.77 3.75 3.92 4.01 3.99 4.02 4.05 4.13 4.05 4.21 4.20 4.26 4.16 4.28 4.31 4.39 4.33 4.17 4.03 3.96 4.16 3.93 4.01 3.89 3.94 3.95 4.04 4.02 4.10 3.94 3.96 4.00 4.05 4.04 4.11 H 258

H 255

DP2

3.73 3.82 3.83 3.90 3.99 4.05 4.06 4.13 4.09 4.09 4.14 4.12 4.20 4.21 4.30 4.33 4.33 4.19 4.13 4.05 4.01 4.05 3.96 4.00 3.99 3.97 3.94 4.01 4.05 4.05 4.04 3.95 4.10 4.08 4.12 4.16 DP3'

3.74 3.76 3.83 3.90 3.89 4.07 4.06 4.08 4.07 4.11 4.03 4.17 4.07 4.10 4.21 4.22 4.44 4.37 4.26 4.13 4.19 4.10 4.04 4.03 4.05 4.03 4.09 4.09 4.04 4.13 4.06 4.04 4.06 4.09 4.11 4.11

3.84 3.72 3.84 3.87 3.88 4.05 4.06 4.07 4.02 4.09 4.07 4.14 4.15 4.10 4.17 4.16 4.27 4.41 4.41 4.25 4.16 4.21 4.12 4.06 4.09 4.11 4.05 4.13 4.15 4.11 4.06 4.02 4.01 4.03 3.98 4.04 3.74 3.81 3.90 3.92 3.91 3.99 4.07 4.07 4.07 4.09 4.11 4.13 4.25 4.13 4.23 4.38 4.40 4.38 4.34 4.22 4.20 4.09 4.16 4.14 4.12 4.13 4.17 4.11 4.05 4.01 4.01 4.03 3.97 3.92 3.97 3.70 3.81 3.88 3.90 3.92 3.95 4.03 4.01 4.10 4.14 4.08 4.08 4.13 4.12 4.46 4.35 4.37 4.48 4.38 4.27 4.30 4.27 4.15 4.24 4.24 4.23 4.15 4.21 4.10 4.04 3.97 3.91 3.93 3.90 3.96 3.96 DP3

3.71 3.79 3.87 3.86 3.93 3.99 4.05 4.10 4.05 4.09 4.09 4.09 4.16 4.40 4.39 4.39 4.40 4.49 4.41 4.35 4.35 4.24 4.33 4.33 4.26 4.19 4.01 3.88 3.91 3.99 4.00 3.97 3.99 3.92 3.95 3.99 4.33 4.24 4.19 4.36 4.29 4.13 3.96 3.91 3.89 3.90 3.97 3.86 3.95 3.94 4.01

DP5

3.81 3.79 3.89 3.92 3.94 3.99 4.00 4.04 4.03 4.11 4.09 4.18 4.46 4.30 4.43 4.47 4.40

H 256

3.71 3.83 3.87 3.99 3.91 3.95 4.08 4.06 4.04 4.05 4.07 4.30 4.22 4.20 4.50 4.45

4.25 4.11 4.17 4.18 4.12 4.05 3.89 3.91 3.95 3.91 3.94 4.20 4.23 4.06 4.20 4.13 3.90 3.91 3.99 DP6

3.81 3.80 3.85 3.94 4.01 4.02 4.00 3.97 4.04 4.08 4.13 4.31 4.34 4.00 4.44 3.84 3.80 3.87 3.89 3.98 3.88 3.95 3.96 3.99 3.99 4.11 4.28 4.37 4.45 3.78 3.92 3.86 3.94 3.95 3.99 4.08 3.92

4.48 4.48

3.89 3.87 3.92 3.96 4.02 4.02 4.00

15

4.17 4.12 4.23 4.37 4.03

4.14 3.89

H 318

3.78 3.85 3.89 3.85 3.85

DP4

3.89 3.75 3.99 3.94 3.98 3.88

15a

3.93 4.05 3.87

H 257

H 319

OPMERKINGEN - Coordinatensysteem RD(x,y) en NAP(z) - Maten in meters, tenzij anders vermeld - Hoogtematen in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld - Diameters in millimeters, tenzij anders vermeld

HOOGTEPUNTEN AHN

HOOGTEPUNTEN ONTVANGEN VAN OG

ONDERGROND

H 255

KADASTRALE GRENS EN PERCEELAANDUIDING (BRON: PDOK, JULI 2019)

TOPOGRAFIE BGT (BRON: PDOK, JULI 2019)

15

TOPOGRAFIE BGT, BEBOUWING EN HUISNUMMER (BRON: PDOK, JULI 2019)

3 2 1

wijz.

omschrijving

opdrachtgever:

door

datum

RUD Utrecht

onderdeel:

Rumelaarseweg 15 en omgeving Woudenberg. Inmeting plas en aanliggend terrein.

omschrijving:

HOOGTEKAART VOOR ONTGRONDEN

project:

0

SITUATIE

SITUATIE

SITUATIE

SCHAAL 1 : 500

SCHAAL 1 : 500

SCHAAL 1 : 20.000

5

10

15

20m

0

5

10

15

20m

0

200

400

600

800m

tek. nr. 2101 001 0 blad 5 bestand 21010010.dwg datum 15-07-2019 schaal 1 : 250 formaat A0 status concept getekend rm gezien © Landmeetkundig en Adviesbureau Meet B.V.

Locatie:G:\2101-2200\2101\Tekeningen

kenmerk opdr.gever:

Bijlage 3 Geohydrologische quickscan

Rho adviseurs voor leefruimte

20211466.001

GEOHYDROLOGISCHE QUICKSCAN RUMELAARSEWEG 15 TE WOUDENBERG

Rapportage geohydrologische quickscan Rumelaarseweg 15 te Woudenberg Opdrachtgever

RHO Adviseurs voor leefruimte Weena 505 3013 AL Rotterdam

Rapportnummer Versienummer

18499.001 D1

Status

Eindrapportage

Datum

14 februari 2022

Vestiging

Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 088 - 5001600 boxmeer@econsultancy.nl

Opsteller

De heer ing. R. van den Berg

Paraaf

Kwaliteitscontrole

Mevrouw M.G. van Meijel, BSc

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

LOCATIEGEGEVENS ................................................................................................................ 2

3

OMGEVINGSASPECTEN .......................................................................................................... 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Hoogteligging .................................................................................................................... 3 Bodemopbouw .................................................................................................................. 3 Hydrogeologie................................................................................................................... 3 Grondwater ....................................................................................................................... 4 Oppervlaktewater.............................................................................................................. 6 Natuurbeleid ..................................................................................................................... 7

4

VIJVER ....................................................................................................................................... 7

5

EFFECT OP DE OMGEVING ..................................................................................................... 7 5.1 5.2 5.3 5.4

6

Algemeen.......................................................................................................................... 7 Weggraven slecht doorlatende laag ................................................................................. 7 Afvlakken grondwaterstand .............................................................................................. 8 Verdamping ...................................................................................................................... 8

CONCLUSIE ............................................................................................................................. 10

BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4. 5.

- Topografische ligging - Boorgegevens TNO - Appelboor GeoTOP v1.4 model TNO - Stijghoogtemetingen grondwaterpeilputten TNO - Tekeningen hoogtemetingen Dammers 2019 18499.001

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van RHO Adviseurs voor leefruimte opdracht gekregen voor het uitvoeren van een geohydrologische quickscan voor het kadastrale perceel WBD02-H-258 behorende bij het adres Rumelaarseweg 15 te Woudenberg. De geohydrologische quickscan is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een ontgrondingsvergunning en opstellen van een vorm vrije mer notitie. Doel van de quickscan is het verkrijgen van inzicht in de regionale geohydrologische situatie waarbij is ingegaan op aspecten als bodemopbouw, natuur, grondwater en grondwaterstroming, en waterbeheer (peilbeheer en aan- en afvoer van water). Voor het opstellen van deze rapportage is naast de beschikbare gegevens van TNO, provincie Utrecht, waterschap Vallei en Veluwe en de gemeente Woudenberg gebruik gemaakt van het document ‘Hoogtemeting plas en aangrenzend terrein, Rumelaarseweg 15 Woudenberg van Meet bv1.

1 Hoogtemetingen Dammers 2019, rapportage 2101-001 d.d. 15 juli 2019

Rapport 18499.001 versie D1

Pagina 1 van 10

2

LOCATIEGEGEVENS

De projectlocatie betreft een gegraven vijver die is gelegen aan de Rumelaarseweg 15, ten zuiden van de kern van Woudenberg. Het perceel waarbinnen de vijver is gelegen is kadastraal bekend gemeente Woudenberg, sectie H, nummer 258. De coördinaten van een centraal punt van de vijver zijn X = 158.320, Y = 453.975. In figuur 1 is de begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven. De topografische ligging is opgenomen in bijlage 1.

Figuur 1. Ligging en begrenzing projectlocatie

Rapport 18499.001 versie D1

Pagina 2 van 10

3

OMGEVINGSASPECTEN

In dit hoofdstuk wordt de regionale geohydrologische situatie van de projectlocatie beschreven. Hierbij wordt ingegaan op aspecten als bodemopbouw, grondwater en waterbeheer. 3.1

Hoogteligging

Door Meet bv2 is in 2019 een terreininmeting uitgevoerd. Volgens deze terreininmeting is het pad aan de westzijde van de vijver gelegen op een hoogte van gemiddeld 4,40 tot 4,50 m +NAP. Het pad aan de westzijde van de vijver ligt op een hoogte van gemiddeld 4,30 tot 4,40 m +NAP. 3.2

Bodemopbouw

De originele bodem bestaat, volgens de bodemkaart van Nederland, uit een Beekeerdgrond (pZF21), die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. Op basis van boringen uit het archief van TNO3 blijkt dat de bodem in de omgeving van de projectlocatie te zijn opgebouwd uit zeer fijn tot matig fijn. Lokaal komen tussen 3 en 4 meter beneden maaiveld kleien leemlagen voor. In bijlage 2 zijn de boorgegevens uit het archief van TNO opgenomen. 3.3

Hydrogeologie

Om inzicht te krijgen in de gelaagdheid van goed doorlatende en slecht doorlatende lagen (hydrogeologische eenheden) van de (diepe) bodem is gebruik gemaakt van het REGIS II v2.2 en GeoTOP v1.4 model van TNO. Beide modellen geven op een schematische wijze inzicht in de hydrogeologische opbouw en doorlatendheid van de ondergrond op een regionale schaal. Op basis van de gegevens uit de modellen van TNO blijkt het eerste watervoerend pakket te worden gevormd door de formatie van Boxtel. Het eerste watervoerende pakket heeft een dikte van ± 9 m en wordt tussen 4 en 6 m -mv doorsneden door een kleilaag. Op het eerste watervoerende pakket ligt, met een dikte van 1 m, een fijn zandige dekzandafzetting die behoord tot de Formatie van Boxtel, laagpakketten van Wierden, Singraven en Kootwijk. Het eerste watervoerend pakket wordt aan de onderzijde begrensd door veen afzettingen van de Formaties van Woudenberg en Eem. In tabel 1 is de hydrogeologische opbouw van de ondergrond op schematische wijze weergegeven. In bijlage 3 is het boorprofiel uit het GeoTOP van TNO opgenomen.

2 Hoogtemetingen Dammers 2019, rapportage 2101-001 d.d. 15 juli 2019 3 www.dinoloket.nl

Rapport 18499.001 versie D1

Pagina 3 van 10

Tabel 1. Geohydrologie Diepte m -mv

Formatie

Typering

Bodem

0-1

Formatie van Boxtel, laagpakketten van Wierden, Singraven en Kootwijk

DKL

Zand

1-4

Boxtel

WVL

Zand

4-6

Boxtel

SDL

kleiig zand, zandige klei en leem

4 - 10

Boxtel

WVL

Zand

10 - 18

Woudenberg

SDL

Veen

18 - 22

Eem

SDL

Veen

22 - 23

Eem

SDL

Zand

DKL = deklaag

3.4

WVL = watervoerendelaag

SDL = slecht doorlatende laag

Grondwater

Veranderingen in de grondwaterstand (stijghoogte) worden voornamelijk veroorzaakt door neerslag en verdamping, maar ook door ingrepen in de waterhuishouding. De stijghoogte kan daardoor van dag tot dag verschillen. Voor beleid, vergunningen en ontwateringsdieptes is het belangrijk om te weten wat de actuele karakteristieken zijn, zoals de GHG en de GLG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand). TNO-NITG voert het databeheer van in de omgeving aanwezige grondwaterpeilputten waarin de grondwaterstandstand in het eerste watervoerende pakket wordt gemonitoord. Middels de interactieve grondwatertools ‘Isohypsen’ en ‘Grondwaterdynamiek’ van de Geologische Dienst Nederland worden de historische grondwatermeetreeksen uit het archief van TNO gesimuleerd met behulp van dagelijkse metingen van neerslag en verdamping uit gegevens van het KNMI. In de omgeving van de projectlocatie zijn enkele grondwaterpeilput(ten) gelegen. Voor de bepaling van de locatiespecifieke grondwaterkarakteristieken van de projectlocatie is gebruik gemaakt van historische grondwaterdata van grondwatermeetpunten uit de omgeving. De historische meetreeksen van de gebruikte grondwatermeetpunten zijn geïnterpoleerd naar de planlocatie. In tabel 2 zijn de gegevens van de grondwaterpeilputten opgenomen. In figuur 2 is de situering van de grondwaterpeilputten weergegeven.

De stijghoogtemetingen van de grondwaterpeilputten zijn opgenomen in bijlage 4. Het grondwater van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de geraadpleegde bronnen in noordwestelijke richting. De projectlocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings-, grondwaterwin, attentiegebied of boringsvrijezone.

Rapport 18499.001 versie D1

Pagina 4 van 10

Tabel 2. Overzicht grondwaterpeilputten TNO

grondwaterpeilput

windrichting t.o.v. locatie

afstand t.o.v. locatie (m)

meetperiode

GLG (m +NAP)

GHG (m +NAP)

B32D0190

NO

970

29-05-1984 tot 14-08-2009

3,30

4,30

B32D1372

ZO

490

10-03-2012 tot 31-12-2019

3,50

4,30

B32D1391

NW

510

19-11-2010 tot 29-03-2020

2,70

3,30

B32D1393

NW

520

19-11-2010 tot 29-03-2020

2,70

3,30

Figuur 2. Situering grondwaterpeilputten TNO (GHG (m +NAP) in het zwart, GLG (m +NAP) in het rood)

Op basis van de gegevens van deze grondwaterpeilputten alsmede de grondwaterstromingsrichting is voor de projectlocatie ingeschat dat de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) is gelegen op circa 3,80 m +NAP (0,5 tot 0,7 m -mv) en de Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG) op 3,0 m +NAP (1,3 tot 1,5 m -mv). Ten tijde van de hoogtemeting van de plas en het aangrenzend terrein4, is op 10 juli 2019 in de vijver een waterpeil gemeten op 2,97 m +NAP. Deze waarneming is overeenkomstig met de GLG.

4 Hoogtemetingen Dammers 2019, rapportage 2101-001 d.d. 15 juli 2019

Rapport 18499.001 versie D1

Pagina 5 van 10

3.5

Oppervlaktewater

Voor het waterschap is de legger, samen met de keur, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een set van kaarten. Daarop staat welke rivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers, lijnvormige elementen, waterkeringen en kunstwerken (stuwen, sluisdeuren en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moet doen. Tot slot bevat de legger zones (zoneringen) voor toekomstige ontwikkelingen en bescherming van het watersysteem. Op de leggerkaart van waterschap Vallei en Veluwe zijn de in de directe omgeving van de planlocatie gelegen oppervlaktewateren weergegeven. Ten zuiden van de vijver, aangrenzend aan de aanwezige bebouwing, is B-watergang ‘De Dodestoksloot’ (OWL-42686) gelegen. Aan de noordoostzijde wordt de Dodestoksloot getypeerd als een A-watergang met code WL_18390. Uiteindelijk komt de Dodestoksloot in noordelijke richting uit in de Nieuwe Wetering (WL_18434) wat eveneens een A-watergang is. De beide watergangen zijn gelegen binnen het stroomgebied van de Heiligenbergerbeek. In figuur 3 is een uitsnede van de leggerkaart weergegeven.

Figuur 3. Uitsnede legger oppervlaktewater waterschap Vallei en Veluwe

Rapport 18499.001 versie D1

Pagina 6 van 10

3.6

Natuurbeleid

Volgens de Atlas van de provincie Utrecht is de projectlocatie niet gelegen als een gebied met een belangrijke ecologische functie. De projectlocatie is niet gelegen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Ook is de projectlocatie niet gelegen binnen een gebied ('Groene contour') die van belang worden geacht voor het functioneren van het NNN. Ook is binnen een straal van 1.000 meter geen Natura2000, water- of natuurparel gelegen. Ook is geen sprake van verdrogingsgevoelige natuur.

4

VIJVER

Op 10 juli 2019 is door Meetlab bv een hoogtemeting uitgevoerd van de vijver en het aangrenzend terrein. De meting is verricht met GPS met basisstation in RTK mode (cm nauwkeurigheid). De grondslag is bepaald door inbellen met 06-GPS. Op basis van de inmeetgegevens is aan de hand van gegeven uit het Actueel Hoogtebestand Nederland t.o.v. van de situatie 2002 de inhoud van vijver berekend. In bijlage 5 zijn twee tekeningen uit het rapport ‘Hoogtemeting Dammers 2019’ bijgevoegd. Voor de verdere detaillering van de inmeting wordt verwezen naar genoemde rapportage. Uit de inmeting blijkt dat de vijver op het diepste punt op 1,35 a 1,40 m +NAP is gelegen. Dit komt ten opzichte van maaiveld overeen met een diepte van circa 3,0 m. Ten opzichte van de GHG bedraagt de waterdiepte circa 2,45 m. De vijver heeft onder normale neerslagomstandigheden zowel in de zomer als in de winter geen afvoer.

5

EFFECT OP DE OMGEVING

5.1

Algemeen

Door de aanleg van een vijver kunnen effecten op de grondwaterstand ontstaan. Er is sprake van tijdelijke effecten tijdens de aanleg en permanente effecten. Tijdelijke effecten kunnen ontstaan doordat door het weggraven van grond water moet toestromen. Permanente effecten die na aanleg van de vijvers kunnen ontstaan zijn een gevolg van:  



5.2

Het afvlakken van de oorspronkelijke grondwaterstand. De vijver zal bovenstrooms het grondwater draineren en benedenstrooms zal water weer infiltreren naar het grondwater. Het weggraven van een slecht doorlatende laag. Afhankelijk van of het een infiltratie of drainage situatie betreft zal het peil in de vijver dan lager of hoger worden dan de oorspronkelijke grondwaterstand. Doordat de vijver open water bevat zal de verdamping groter zijn dan de oorspronkelijke verdamping. Weggraven slecht doorlatende laag

Uitgaande van een diepte van maximaal 3,0 meter is de bodem van de vijver boven de in het gebied voorkomende kleilaag gelegen die lokaal tussen de 3 en 4 meter beneden maaiveld kunnen voorkomen.

Rapport 18499.001 versie D1

Pagina 7 van 10

5.3

Afvlakken grondwaterstand

De stijghoogte van het openwater is nivellerend ten aanzien van de stijghoogte van het grondwater. De vijver heeft onder normale neerslagomstandigheden zowel in de zomer als in de winter namelijk geen afvoer. In de vijver zal dus een natuurlijk waterpeil aanwezig zijn, dat vrij kan fluctueren met de grondwaterstand. Doordat de vijver door het grondwater wordt gevoed is het waterpeil in de vijver gelijk aan het grondwaterpeil. Dit blijkt onder andere ook uit het gemeten waterpeil op 10 juli 2019 en de verwachtte GLG. Er kan echter een overgangstraject zijn ontstaan tussen de stijghoogte van het grondwater en de stijghoogte van het oppervlaktewater. Hierbij heeft de stijghoogte van het grondwater vanwege het wegvallen van de capillaire werking van de bodem iets kunnen afnemen tot het niveau van het openwater. Het grondwater stroomt ter plaatse van de planlocatie in noordwestelijke richting. De grondwaterstroming gaat gepaard met een verhang (verloop) van de grondwaterstijghoogten van zuidoost naar noordwest. Door het graven van de vijver is dit verhang wellicht iets afgevlakt. Er is namelijk sprake van een waterplas, die afgezien van eventuele opwaaiing een horizontaal waterpeil kent. Hierdoor ontstaat een stijghoogteverlaging aan de (zuid)oostzijde en een verhoging aan de (noord)westzijde. Het principe is in figuur 4 toegelicht.

Figuur 4: Stijghoogte grondwater t.o.v.. niveau oppervlaktewater (bron: www.ockhuizen.nl)

Er van uitgaande dat het oppervlaktewater waterpas ligt, zal stroomopwaarts (zuidzuidoost) het oppervlaktewater als gevolg van het ontstane oppervlaktepeil een verlaging van de grondwaterstand optreden. Aan de stroomafwaartse zijde treedt juist een verhoging van de grondwaterstand op. De mate waarin dit effect optreedt is afhankelijk van de grootte van het oorspronkelijke verhang. Op de locatie is het verhang noordwestelijk gericht en wordt de orde van grote op basis van isohypsekaarten en peilbuisgegevens van TNO over een afstand van 100 meter ingeschat op ca. 0,001 meter. Omdat in deze situatie sprake is van een zeer gering verhang in het grondwater is de verandering in het grondwater als gevolg van de vijver nihil. 5.4

Verdamping

Verdamping van water uit een vijver kan een effect kan hebben op de omgeving. Onderstaand is op basis van literatuurgegevens een berekening gemaakt van het te verwachtte effect. De berekening is gebaseerd op basis van informatie van o.a. het KNMI, Rioned en een onderzoek van Wetterskip Fryslând. De daadwerkelijke verdamping is onder invloed van weerfactoren zoals wind, zonlicht en temperatuur van uur tot uur en van dag tot dag sterk variabel.

Rapport 18499.001 versie D1

Pagina 8 van 10

In de zomer is de rol van de wind klein. Het is dan mogelijk om de gewasverdamping nauwkeurig te berekenen uit de etmaalgemiddelde temperatuur en de dagelijkse hoeveelheid zonnestraling. De berekeningswijze van het KNMI op basis van deze grootheden heet de methode Makkink. Met de methode Makkink berekent het KNMI de referentiegewasverdamping. De referentieverdamping is de theoretisch maximale verdamping van een ideale grasmat met een optimale beschikbaarheid van water. De referentiegewasverdamping hangt nauw samen met de beschikbare hoeveelheid zon en is daarmee in de zomermaanden belangrijk hoger dan gedurende de winter. In De Bilt verdampt er door het referentie-gewas normaal ongeveer 600 mm gedurende een heel jaar (tijdvak 1991-2020). Over de gehele maand januari bedraagt deze circa 9 mm tegen omstreeks 100 mm gedurende de gehele maand juli. Van jaar tot jaar varieert de grootheid echter weinig; gedurende de jaren 1961 t/m 1990 was de hoogste jaarsom 629 mm en de laagste 497 mm. Bij het KNMI is over de periode 1984-2021 de referentiegewasverdamping opgevraagd. Op basis van de beschikbare data is voor de maanden mei, juni en juli de gemiddelde referentiegewasverdamping berekend. Deze bedraagt gemiddeld 4,5 mm/dag. De verdamping uit plassen kan volgens Stichting Rioned5 voor de bepaling van de emissie via riooloverstorten benaderd worden met de openwaterverdamping van Penman.

Volgens Penman bedraagt de verdamping uit plassen voor de maanden mei, juni en juli gemiddeld 110 mm/maand wat overeenkomt met een verdamping van gemiddeld 3,7 mm/dag. Wetterskip Fryslând heeft in het verleden een onderzoek6 laten uitvoeren naar de openwaterverdamping om te komen tot een goede inschatting voor haar beheersgebied. In dit onderzoek zijn in totaal 5 methoden onderzocht. Uit het onderzoek kwam naar voren dat De Bruin-Keijman methode het meest geschikt was. Waar Penman een voor de zomermaanden uit kwam op een verdamping van 3,9 mm/dag, werd via de De Bruin-Keijman een verdamping berekend van 4,65 mm/dag. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de openwaterverdamping gedurende zomermaanden gelijk is aan de referentiegewasverdamping. Als gevolg van openwaterverdamping zijn er derhalve geen significante effecten te verwachten op de omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1701/documents/42278