CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

05.e John F. Kennedylaan 6_Toelichting_Bijlage 1.pdf

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken14.256 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Integraal Huisvestingsplan Gemeente Woudenberg

Opdrachtgever Opgesteld door Kenmerk Datum

de heer A. van den Bovenkamp, gemeente Woudenberg Joyce Jansen, Bert Kampman en Marieke Stevering-Rutten U19381 8 oktober 2019

Postbus 2145 | 7302 EM Apeldoorn | T (055) 538 66 90 | info@pentarho.nl | www.pentarho.nl | KvK-nr. 08169718 | Btw-nr. NL8189.60.115.B01

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

7

8

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3

3 3 3

Algemeen Leeswijzer Het IHP in relatie tot de gemeentelijke Verordening

Wettelijk kader

4

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

4 4 5 6 6 7

Algemeen WPO Status van het IHP op landelijk niveau Regelgeving passend onderwijs Kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie Wmo, Jeugdwet en Participatiewet

Relevante thema’s

8

3.1 3.2 3.3

8 8 14

Algemeen Samenwerking Gebouw

Van visie naar huisvesting

21

4.1 4.2

22 22

Ambitieniveau Projectaanvragen

Situatiebeschrijving en huisvestingsvraagstukken

24

5.1 5.2

24 27

Algemene situatiebeschrijving Situatie/huisvestingsvragen per school

Meerjarenuitvoeringsplan

33

6.1 6.2

33 34

Status meerjarenuitvoeringsplan Prioritering uitvoering projecten

Meerjareninvesteringsplan

35

7.1 7.2 7.3

Kaders meerjareninvesteringsplan Meerjareninvesteringsplan Businesscases

35 35 36

Conclusies en aandachtspunten

39

8.1 8.2

39 39

Conclusies Aandachtspunten

Bijlage 1 - leerlingenontwikkeling 2015-2018

40

Bijlage 2 - leerlingenprognoses

41

Bijlage 3 - leerlingen buiten Woudenberg naar school

42

Bijlage 4 - Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Woudenberg 2015

45

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 2 van 45

1

Inleiding

1.1

Algemeen De schoolbesturen en de gemeente Woudenberg hebben de ambitie om een gedragen inhoudelijk kader te ontwikkelen voor de huisvesting van het primair onderwijs (PO) in de gemeente. Vanuit dit inhoudelijk kader worden adviezen gegeven voor plannen met betrekking tot onderwijshuisvesting in de gemeente. Dit samen vormt het Integraal Huisvestingsplan (hierna IHP) dat zicht geeft op de periode 2020-2035.

1.2

Leeswijzer In hoofdstuk 2 en 3 worden de reikwijdte, diepgang, doelstellingen en accenten van het IHP vastgesteld. In hoofdstuk 2 zijn de relevante wettelijke kaders opgenomen. In hoofdstuk 3 zijn de voor de schoolbesturen en de gemeente Woudenberg relevante thema’s uitgewerkt. Op die manier wordt het ‘speelveld’ bepaald waarop het IHP uitgewerkt wordt. De visie op de diverse thema’s is tot stand gekomen door bilaterale gesprekken met schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en de gemeente en één inhoudelijke sessie met deze partijen samen. In hoofdstuk 4 wordt de ambitie vertaald naar huisvesting. In hoofdstuk 5 wordt een algemene situatiebeschrijving gegeven en worden de huisvestingsvraagstukken per school behandeld. Hoofdstuk 6 en 7 omschrijven het meerjarenuitvoerings- en meerjareninvesteringsplan en in hoofdstuk 8 zijn tot slot de conclusies en aandachtspunten die bij de uitvoering van de projecten uit het IHP van belang zijn opgenomen.

1.3

Het IHP in relatie tot de gemeentelijke Verordening Specifieke huisvestingsaanvragen (bijvoorbeeld bij calamiteiten) dienen apart en conform de gemeentelijke Verordening ingediend te worden. Naast de eisen uit de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Woudenberg 2015 (zie separate bijlage), dienen de aanvragen in lijn te zijn met het op te stellen IHP. Onderwijshuisvesting heeft een wettelijke verankering in de Wet op het primair onderwijs (WPO). Als wettelijk document is de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs opgesteld. Een IHP kent vooralsnog géén wettelijke basis en is daarmee een document dat op basis van consensus opgesteld dient te worden. De schoolbesturen en de gemeente hebben met elkaar afgesproken dat de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Woudenberg als vangnet op de achtergrond fungeert. Het IHP is de leidraad voor de wijze waarop omgegaan wordt met onderwijshuisvesting en wordt in ieder geval iedere vier jaar en in geval van relevante (wettelijke) ontwikkelingen, geactualiseerd. Tot slot geldt een integrale afweging van de gemeenteraad bij de jaarlijkse begrotingsbehandeling als besluitvorming over huisvestingsaanvragen en -projecten die staan opgenomen in het IHP.

Dit betekent dat de schoolbesturen, voor de projecten opgenomen in het IHP, een aanvraag moeten indienen voor het huisvestingsprogramma waarbij verwezen kan worden naar het IHP.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 3 van 45

2

Wettelijk kader

2.1

Algemeen Dit hoofdstuk brengt het relevante wettelijk kader in beeld voor de onderwijshuisvesting in de gemeente Woudenberg. Een inhoudelijk kader op onderwijshuisvesting houdt rekening met huidige en toekomstige wet- en regelgeving en wordt opgesteld binnen reeds gestelde beleidskaders. Het onderhavig kader biedt de basis voor de onderwijshuisvesting in de gemeente Woudenberg op de korte, middellange en lange termijn. Naast de kaders voor onderwijs zijn ook de kaders voor kinderopvang en zorg en welzijn bepalend voor de inhoud van dit inhoudelijk kader. Het sociale domein is volop in ontwikkeling; nieuwe wetgeving en (uitvoerings)regels zijn nog maar recentelijk in werking getreden, dan wel worden binnenkort ingevoerd. Wet- en regelgeving die medebepalend zijn voor dit inhoudelijk kader, zijn: Wet op het primair onderwijs (WPO); Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang (IKK); Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Woudenberg (17-12-2015); Wet passend onderwijs; Wet kinderopvang; Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo); Participatiewet; Jeugdwet; Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool; wetsvoorstel meer ruimte voor nieuwe scholen; Wet maatregelen toekomstbestendig onderwijsaanbod. In de volgende paragrafen wordt van een aantal wetten en kaders die aan verandering onderhevig zijn of zijn geweest, een beknopte strekking uiteengezet.

2.2

WPO In de WPO is de verantwoordelijkheid van schoolbesturen en gemeenten ten aanzien van onderwijshuisvesting geregeld. Per 1 januari 2015 is de WPO gewijzigd. De wetswijziging houdt in dat de zorgplicht voor onderhoud en aanpassing van schoolgebouwen voor gemeenten vervalt. Vanaf 1 januari 2015 ontvangen de schoolbesturen de hiervoor benodigde vergoeding rechtstreeks van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Naast de taakverantwoordelijkheid die schoolbesturen al hadden, hebben zij vanaf dat jaar ook een financiële verantwoordelijkheid ten aanzien van onderhoud en aanpassing van gebouwen. Het betreft hier een koude overdracht. Vanuit het Rijk zijn geen afspraken gemaakt over de eventuele overdracht van de reserveringen van de gemeenten naar schoolbesturen. Situatie scholen voor het PO per 2015 De wetswijziging heeft betrekking op de bekostiging van buitenonderhoud en op aanpassingen aan het gebouw. Het schoolbestuur kan niet langer een beroep doen op de gemeente voor een vergoeding van deze kosten. Het schoolbestuur zal daar zelf voor moeten zorgen en ontvangt daartoe een extra component in de rijksvergoeding.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 4 van 45

Het bekostigde bedrag voor buitenonderhoud wordt gebaseerd op het aantal leerlingen dat een school heeft. De huidige omvang van een schoolgebouw is niet van invloed op de bekostiging. Dit betekent dat wanneer een school in leerlingenaantal krimpt, dit een verlaging van de vergoeding tot gevolg heeft. De gemeente blijft in de nieuwe situatie wel verantwoordelijk voor de bekostiging van de volgende voorzieningen: nieuwbouw; uitbreiding; medegebruik (verhuur); eerste inrichting meubilair en onderwijsleerpakket; constructiefouten; herstel in geval van bijzondere omstandigheden/calamiteiten (zoals brand, diefstal en stormschade); opstalverzekeringen en eigenaarsheffingen; klokurenvergoeding. Renovatie van scholen valt in een grijs gebied. Op dit onderwerp wordt later in dit stuk teruggekomen. Aanverwante thema’s Naast de directe effecten van de wetswijzigingen binnen de WPO, zijn tevens een aantal onderwerpen te benoemen die de huisvesting raken, maar deze niet of nauwelijks veranderen: gymnastiekvoorzieningen: er verandert niets aan de bekostiging van het onderhoud van de lokalen voor bewegingsonderwijs. Bekostiging van buitenonderhoud aan deze lokalen blijft de verantwoordelijkheid van gemeenten. renovatie: de wijziging van de genoemde wetten heeft vooralsnog niet geleid tot concretisering omtrent renovatie van een schoolgebouw.

Gelijktijdig met het wetsvoorstel over het verplicht opstellen van een IHP, wordt ook een wetsvoorstel verwacht over renovatie. Dit thema wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk 3. 2.3

Status van het IHP op landelijk niveau Eind 2016 is door de Commissie Nijpels – een bestuurlijke commissie van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), PO-Raad en VO-Raad – aan (destijds) staatssecretaris Dekker het Huisvestingsvoorstel verzonden. In dit Huisvestingsvoorstel (2016) hebben de partijen een voorstel gedaan richting het ministerie van OCW naar aanleiding van het rapport ‘De praktijk gecheckt’ (2016) van de Algemene Rekenkamer (ARK). De ARK heeft in dit rapport een aantal tekortkomingen in het bestaande huisvestingsstelsel gesignaleerd, waardoor gemeenten en schoolbesturen onvoldoende worden geprikkeld om publiek geld efficiënt en doelmatig in te zetten voor onderwijshuisvesting. Op 9 mei 2018 hebben de VNG en de sectorraden op basis van het Huisvestingsvoorstel (2016) een rapport uitgebracht waarin een voorstel gedaan wordt voor drie wetswijzigingen: De jaarcyclus (op basis van de Verordening) maakt plaats voor een IHP met een looptijd van minimaal zestien jaar. Renovatie (levensduurverlengend) wordt een onderwijshuisvestingsvoorziening en is daarmee een taak van de gemeente. Schoolbesturen voor PO en (V)SO mogen zelf investeren in het gebouw als dit leidt tot een financieel voordeel. Dit voorstel is nog niet besproken in de Tweede Kamer. De invoeringsdatum is daarmee nog onduidelijk.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 5 van 45

2.4

Regelgeving passend onderwijs Op 1 augustus 2014 is de Wet passend onderwijs in werking getreden. Passend onderwijs gaat over alle leerlingen in het PO, voortgezet onderwijs (VO), speciaal onderwijs (SO) en middelbaar beroepsonderwijs (mbo). In de praktijk gaat het vooral over alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Deze ondersteuning kan nodig zijn vanwege een lichamelijke of verstandelijke beperking, chronische ziekte, gedragsprobleem of leerstoornis. Na invoering van de Wet passend onderwijs is het onderwijs in cluster 1 en 2 nog steeds in een landelijk systeem georganiseerd. Cluster 1 is er voor leerlingen die blind of slechtziend zijn. Cluster 2 is er voor leerlingen die doof of slechthorend zijn of ernstige spraaken taalmoeilijkheden hebben. Scholen die onder deze clusters vallen, maken geen deel uit van de regionale samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs. Het onderwijs binnen cluster 3 en 4 maakt door de invoering van het passend onderwijs wel deel uit van de regionale samenwerkingsverbanden. Voormalig cluster 3 is er voor leerlingen met een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking of een chronische ziekte. Voormalig cluster 4 is er voor leerlingen met gedragsstoornissen, ontwikkelingsstoornissen of psychiatrische problemen. Ook het overig PO en VO maakt deel uit van de regionale samenwerkingsverbanden.

De gevolgen voor onderwijshuisvesting zijn merkbaar met betrekking tot zowel de omvang als de kwaliteit. Er zullen meer leerlingen binnen de ‘reguliere’ scholen onderwijs genieten, waardoor minder kinderen aan het (voortgezet) speciaal (basis)onderwijs deelnemen. Scholen dienen maximaal toegerust te zijn op een veranderende ‘onderwijsvraag’ (toegankelijkheid, veiligheid, MIVA-toiletten, lift, time-out ruimten/ zorgruimten, etc.). Dit heeft vooralsnog niet geleid tot aanpassingen van de regelgeving en vergoedingen rondom onderwijshuisvesting. In de praktijk lopen schoolbesturen hierdoor tegen specifieke problemen ten aanzien van toegankelijkheid of andere extra voorzieningen aan.

2.5

Kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie Per 1 januari 2018 is de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk van kracht. Deze wet zorgt ervoor dat peuterspeelzalen aan dezelfde kwaliteitseisen moeten voldoen en dezelfde juridische status krijgen als kinderopvang. Dit betekent dat ouders kinderopvangtoeslag kunnen ontvangen voor peuteropvang mits zij hier recht op hebben. Gelijktijdig met deze wet is ook de Wet IKK geïmplementeerd. Deze wet zorgt ervoor dat de kinder- en peuteropvang aan hogere kwaliteitseisen moet voldoen dan voorheen verplicht was. Een deel van de maatregelen uit de Wet IKK is tot 1 januari 2019 of 1 januari 2023 uitgesteld (www.veranderingenkinderopvang.nl). Vanuit het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (goab) ontvangt de gemeente rijksmiddelen om onderwijsachterstanden bij kinderen vroegtijdig te signaleren en te bestrijden. Op grond van artikel 165, 166 en 167 van de WPO is de gemeente verantwoordelijk voor het aanbieden van een passend aanbod van voor- en vroegschoolse educatie (VVE). De gemeente is verplicht om afspraken te maken met VVE-aanbieders en het PO over welke kinderen in aanmerking komen voor voorschoolse educatie, hoe de toeleiding naar de voor- en vroegschoolse educatie verloopt en hoe de doorlopende leerlijn van voor- en vroegschoolse educatie verloopt. De uitvoering hiervan gebeurt door de kinderopvangorganisaties.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 6 van 45

2.6

Wmo, Jeugdwet en Participatiewet De gemeenten hebben sinds 1 januari 2015 extra taken door drie grote decentralisaties. Het gaat om de overheveling van taken uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet. De decentralisaties zijn een ontwikkeling naar een steeds grotere verantwoordelijkheid van de gemeenten. De Wmo geeft kaders aan voor de invulling van diverse met elkaar samenhangende beleidsthema’s zoals ouderen, jeugd, gezondheid, sport, welzijn, werken in de wijken en fysieke toegankelijkheid. In de Wmo staat integraliteit van beleid centraal. De gemeente is inhoudelijk en financieel verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wmo. De Jeugdwet regelt dat de gemeenten verantwoordelijk zijn voor bijna alle zorg aan kinderen tot 18 jaar met opgroei- en opvoedproblemen en kinderen en jongeren met een duidelijk ziektebeeld of handicap die extra zorg of begeleiding nodig hebben. Met de Participatiewet wil het kabinet bereiken dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die kunnen werken, participeren in de samenleving door middel van vrijwilligerswerk, dagbesteding of betaald werk.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 7 van 45

3

Relevante thema’s

3.1

Algemeen Na het relevante wettelijk kader in het vorige hoofdstuk, gaat dit hoofdstuk in op de thema’s welke op dit moment actueel zijn in de gemeente Woudenberg. Tijdens de bilaterale gesprekken en de interactieve sessie zijn diverse thema’s gedefinieerd als actueel binnen de gemeente. In grote lijnen zijn deze op te delen in de thema’s ‘samenwerking’ en ‘gebouw’. In de volgende paragrafen worden de thema’s verder toegelicht met de visie/ ambitie aangaande het thema, de ruimtelijke component en de verantwoordelijkheid realisatie/financiering. Alvorens de thema’s inhoudelijk behandeld worden, is geconstateerd dat bij bijna alle thema’s sprake moet zijn van maatwerk. In de thema’s wordt de visie/ambitie geformuleerd. In de vertaling naar huisvesting wordt later in dit proces getracht om zo concreet mogelijk te zijn. In die uitwerking zal blijken dat veel factoren een rol spelen, waarbij de verantwoordelijkheden bij verschillende partijen/instanties liggen. Dit komt met name door de toenemende integraliteit tussen de diverse beleidsvelden. De onderwijssectoren worden bijvoorbeeld inhoudelijk met elkaar verbonden en er is steeds meer sprake van een samenwerking met bijvoorbeeld opvang, sport, welzijn en cultuur. Een schoolbestuur of gemeente kan binnen de betreffende thema’s bijna niet autonoom handelen. In het verleden kon dit wel.

Partnerschap, denken in een gemeenschappelijk belang en over eigen grenzen en regels stappen, vormt nu de basis. Daarbij is meer informatie en afstemming nodig en het creëren van nieuwe methoden van werken/regels/ modellen is van belang. Om die reden is in hoofdstuk 4 een kader opgenomen om vanuit de inhoudelijke visie tot een integrale huisvestingsoplossing te komen in plaats van een enkelvoudige oplossing. Hierin staat tevens beschreven op welke manier de afstemming moet plaatsvinden en wie hierin de regie voert.

3.2

Samenwerking In de gesprekken met de gemeente, onderwijs- en kinderopvangpartners is gesproken over samenwerking in verschillende vormen: 1. doorgaande leer- en ontwikkelingslijn 0-12 jaar; 2. doorgaande leer- en ontwikkelingslijn 10-18 jaar; 3. passend onderwijs met verbreding naar welzijns- en zorgpartijen. Per onderdeel wordt in deze paragraaf de ambitie/visie, de ruimtelijke component en de verantwoordelijkheid voor realisatie/financiering beschreven. 1. Doorgaande leer- en ontwikkelingslijn 0-12 jaar In de gemeente Woudenberg is kinderopvang veelal separaat van het onderwijs gehuisvest. De doorgaande leer- en ontwikkelingslijn voor kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar wordt georganiseerd middels samenwerking, onder andere door een warme overdracht. Bij één van de scholen is de kinderopvang intern georganiseerd met als doel een IKC te vormen. Bij enkele andere scholen is buitenschoolse opvang in de school gehuisvest.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 8 van 45

Ambitie en visie Zowel vanuit het onderwijs als vanuit de kinderopvang bestaat de wens om een intensievere samenwerking aan te gaan in het belang van een doorgaande leerlijn. Partijen onderschrijven de maatschappelijke relevantie van een meer intensieve samenwerking middels bijvoorbeeld voor- en vroegschoolse educatie. De schoolbesturen zien ook kansen als het gaat om versterking van de samenwerking tussen de scholen en schoolbesturen onderling. De kinderopvangorganisaties willen zich niet binden aan één school of schoolbestuur, maar openstaan voor een breed publiek. Dit heeft te maken met de verschillen in denominatie in het onderwijsaanbod, welke een belangrijke rol spelen in de keuze van ouders voor een school. De kinderopvangorganisaties willen toegankelijk blijven voor alle kinderen. Vanuit dit perspectief is samenwerken aan een doorgaande leer- en ontwikkelingslijn - en niet direct samenwonen - de ambitie. Vanuit de gemeente vormt het Beleidskader Sociaal Domein 2019-2022 de basis voor de doorgaande leer- en ontwikkelingslijn van 0-18 jaar. Specifiek voor jeugdigen is in de visie opgenomen dat zij gezond en veilig kunnen opgroeien. In het beleidskader zijn de volgende maatschappelijke doelen geformuleerd: Meer inwoners hebben een gezonde leefstijl en zijn sociaal en maatschappelijk actief.

Samen met inwoners wordt gekomen tot meer lokale, passende en integrale antwoorden op hun ondersteuningsvragen. Er wordt gekomen tot minder inzet van specialistische zorg door het stimuleren van innovatie en adequate zorgverlening. Het integreren van verschillende vormen van preventie, zorg en voorzieningen op lokaal niveau, kunnen hieraan bijdragen. Een Integraal Kindcentrum is hiervan een voorbeeld. Dit moet echter wel passen binnen de financiële mogelijkheden en er moet voldoende draagvlak zijn. In het kader van de voor- en vroegschoolse opvang hebben de kinderopvangorganisaties met VVE, de scholen, de GGD regio Utrecht (GGDrU) en de gemeente een convenant ondertekend met als doel om de onderwijsachterstanden bij kinderen in groep 1 en 2 in het basisonderwijs (BO) te voorkomen en - waar nodig - effectief te bestrijden. De gemeente streeft ernaar om het aantal VVE-uren in de kinderopvang per 1 januari 2020 uit te breiden. Twee keer per jaar vindt een LEA-overleg (Lokaal Educatieve Agenda) plaats waarin de doorgaande leerlijn op bestuurlijk niveau wordt besproken. Daarnaast vindt drie keer per jaar een integraal onderwijsoverleg op uitvoerend niveau plaats. In beide overleggen zijn de kinderopvang-organisaties, de basisscholen, de GGDrU, het samenwerkingsverband en de gemeente vertegenwoordigd.

Voor de uitvoering van de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet en voor het stimuleren van de transformatie in het sociaal domein, heeft de gemeente samen met twee zorginstellingen Coöperatie De Kleine Schans opgericht. Hierin is ook het sociaal team ondergebracht. Samenwerking met de scholen op het gebied van preventie en zorg is één van de speerpunten van het sociaal team. Dit heeft onder andere geleid tot spreekuren op de scholen voor leerkrachten, IB’ers en ouders.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 9 van 45

Ruimtelijk component De gemeente en schoolbesturen streven bij nieuwbouw en renovatie in het BO naar de inrichting van een school met ondersteunende sociale functies. Wanneer er een nadrukkelijke wens tot samenwonen met een kinderopvangorganisatie is, wordt daarnaar gekeken. Gezien het feit dat de kinderopvangorganisaties graag hun eigen, onafhankelijke identiteit willen behouden, is samenwonen met de scholen geen logische keuze. De kinderopvangorganisaties hebben aangegeven dat de uitbreiding van het aantal VVE-uren geen invloed heeft op de ruimtebehoefte. Verantwoordelijkheid realisatie/financiering De gemeente ziet voor zichzelf vooral een regisserende, faciliterende rol in een beleidsveld waarvan de gemeente de maatschappelijke relevantie ondersteunt. Zij is gesprekspartner bij vraagstukken en initiatieven vanuit de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties om te komen tot een passende huisvestingsoplossing (maatwerk) en de bekostiging daarvan. De beschikbare financiële middelen zijn beperkt, waardoor buiten de wettelijke kaders geen ruimte tot investeren is. Constructies waarin de financiële risico’s voor een termijn van minimaal tien jaar afgedekt zijn, zijn wel bespreekbaar. Hieronder wordt de relatie van de gemeente ten opzichte van de verschillende partners beschreven.

Relatie gemeente - onderwijs Ten aanzien van de component onderwijs worden gemeente en schoolbesturen bekostigd door de rijksoverheid. De relatie tussen gemeente en onderwijs richt zich met name op het onderwijshuisvestingsbeleid. De gemeente heeft de wettelijke taak en verplichting om onderwijshuisvesting ((vervangende) nieuwbouw en uitbreiding) te faciliteren. Deze wettelijke verantwoordelijkheid is vastgelegd in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Woudenberg 2015. Bij onderwijshuisvestingsvraagstukken en de zoektocht naar passende huisvesting van scholen, zijn een aantal principes. Allereerst wordt gezocht naar oplossingen binnen bestaande gebouwen van het bevoegd gezag. Wanneer de oplossing hierin niet gevonden wordt, dan geldt: het zoeken naar (huisvestings)oplossingen binnen twee kilometer voor een (voor de leerlingen) voldoende begaanbare en veilige weg, zoals beschreven in bijlage I van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs; het voorkomen en/of benutten van leegstand; het toepassen van de meest kostenefficiënte oplossing in geval van nieuwbouw of uitbreiding. De bovenstaande uitgangspunten staan op gespannen voet met de onderwijskundige visies van scholen die vragen om specifieke ruimten en niet per se om lokalen.

Relatie gemeente - kinderopvang De gemeente heeft geen wettelijke taak voor wat betreft de huisvesting van kinder- en peuteropvang. Wel kan de gemeente vanuit de (wettelijke) betrokkenheid bij onderwijshuisvesting een intensievere samenwerking tussen de scholen en kinderopvangorganisaties bevorderen en stimuleren bij (toekomstige) vraagstukken en aanvragen omtrent dit beleidsonderwerp.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 10 van 45

De mogelijkheden om te sturen op kinderopvang zijn zeer beperkt, aangezien deze sector privaat georganiseerd is. Uiteraard heeft de gemeente hier de rol van toezichthouder. De gemeente investeert in principe niet in ruimte voor kinderopvang. De verantwoordelijkheid voor de realisatie en exploitatie van kinderopvangruimten ligt bij de desbetreffende aanbieder. Vanaf 1 januari 2018 heeft het peuterspeelzaalwerk dezelfde formele status als de kinderopvang. Dit betekent dat ouders recht kunnen hebben op kinderopvangbijslag voor peuteropvang. De gemeente heeft ook binnen de peuteropvang de rol van toezichthouder. Zij biedt de mogelijkheid om subsidie voor peuteropvang beschikbaar te stellen voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, zoals eenverdieners of nietwerkenden. Net als bij kinderopvang, investeert de gemeente in principe ook niet in ruimte voor peuteropvang. De verantwoordelijkheid voor de realisatie en exploitatie van peuteropvangruimten ligt bij de desbetreffende aanbieder. Relatie gemeente - jeugdbeleid Voor het jeugdbeleid als geheel heeft de gemeente een regiefunctie die als gevolg van de transitie jeugdzorg verder is versterkt. Vanuit het domein onderwijshuisvesting ligt hier geen huisvestingsverantwoordelijkheid van de gemeente. De gemeente heeft een zorgplicht voor onderwijshuisvesting.

Zij heeft geen taak met betrekking tot het huisvesten van kinderopvang.

2. Doorgaande leer- en ontwikkelingslijn 10-18 jaar Ambitie en visie De meeste leerlingen verlaten het PO op twaalfjarige leeftijd. Als zij in groep 8 zitten, maken hun ouders, de school en zijzelf een keuze voor het type vervolgonderwijs. De kinderen uit de gemeente Woudenberg zijn aangewezen op voorzieningen voor VO buiten de gemeentegrenzen. De overgang naar het VO verloopt echter niet voor alle leerlingen vlekkeloos. De overgangsproblematiek kent verschillende oorzaken, om te beginnen het moment van kiezen. Leerlingen zijn pas elf of twaalf jaar wanneer bepaald wordt of zij naar het vmbo, de havo of het vwo gaan. Het steeds definitievere karakter van de keuze speelt ook mee.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 11 van 45

De overstapmogelijkheden in de praktijk zijn tegenwoordig beperkt. Voor leerlingen die niet op de goede plek zitten, is het lastig om in te stromen in een ander onderwijstype. Daar komt bij dat het onderwijsaanbod in de klas niet altijd past bij alle leerlingen. In het VO heerst bovendien een heel ander pedagogisch klimaat dan op de basisschool. Niet alle leerlingen gedijen daarbij. Landelijk is het junior college (decennia terug: middenschool) weer in beeld en de behoefte aan een dergelijke voorziening neemt toe. Het PO in Woudenberg en het VO in de regio werken goed samen om voor individuele leerlingen een passend aanbod te doen. Op dit moment zijn er geen concrete initiatieven om deze samenwerking om te zetten naar een voorziening voor meerdere kinderen in de vorm van een junior college. Vanuit de gemeente geldt ook voor deze groep het beleidskader sociaal domein (zie pagina 8 van dit rapport). Coöperatie De Kleine Schans zoekt met de scholen naar mogelijkheden om de sociale competenties en weerbaarheid van kinderen te stimuleren. Daarnaast subsidieert de gemeente Woudenberg de organisatie Jeugd-Punt met als doel jongeren van 10 tot 23 jaar te ondersteunen in hun ontwikkelingsproces naar volwassenheid als onderdeel van hun sociale omgeving.

De jongerenwerkers van Jeugd-Punt leveren diensten zoals het vergroten van weerbaarheid, coaching van jongeren, activering en participatie en vindplaatsgericht werken. Jeugd-Punt zoekt daarin bewust de samenwerking met het onderwijs op. Ruimtelijk component Vanuit de maatwerkgedachte streeft men in de gemeente Woudenberg niet naar een aparte voorziening zoals een junior college. De schoolbesturen staan wel open voor een op de behoefte van het kind afgestemde samenwerking. Voor de toekomst ligt er bij enkele schoolbesturen wel een ambitie voor een doorontwikkeling richting een junior college. Verantwoordelijkheid realisatie/financiering De gemeente Woudenberg ondersteunt een eventuele intensivering van de samenwerking tussen het PO in Woudenberg en het VO in de regio. Er is geen sprake van een wens bij de gemeente tot het realiseren van huisvesting voor het VO vanwege de aanwezigheid van een dekkend aanbod in de regio. De samenwerking tussen de onderwijssectoren PO en VO wordt geïntensiveerd. Deze samenwerking leidt niet direct tot een huisvestingsvraag.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 12 van 45

3. Passend Onderwijs met verbreding naar welzijns- en zorgpartijen De scholen in de gemeente Woudenberg vallen onder twee samenwerkingsverbanden PO: SWV de Eem (Jan Ligthartschool, de Griftschool, De Olijfboom en de Koningin Julianaschool) en Berséba (de Wartburg). Passend onderwijs wordt door de schoolbesturen en de gemeente binnen het brede perspectief van ontwikkelingen in het Sociaal Domein bekeken (zie hiervoor ook pagina 8 van dit rapport). Ambitie en visie Binnen de gemeente Woudenberg zijn geen separate voorzieningen voor (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) en speciaal basisonderwijs (SBO). Wanneer de basisscholen geen passend aanbod kunnen doen, zijn kinderen aangewezen op voorzieningen buiten de gemeente. Binnen SWV de Eem wordt gewerkt met een samenwerkingsagenda voor 2019-2020. Daarin staan thema’s als ‘thuisnabij onderwijs’, samenhang passend onderwijs en zorg voor jeugd, aansluiting lokale teams en mbo, dyslexie, ‘ieder kind een onderwijsplek’ en doorlopende ontwikkellijnen. De schoolbesturen in de gemeente Woudenberg hebben de intentie uitgesproken om te verkennen of het mogelijk is om op bepaalde thema’s in het kader van passend onderwijs lokaal samen te werken. Het eerste thema dat in dit kader besproken gaat worden, is hoogbegaafdheid. SWV de Eem is hierbij betrokken.

Naast samenwerking met onderwijspartijen gaat het bij het doen van een passend aanbod ook om aansluiten met zorg- en welzijnspartijen. Binnen de gemeente Woudenberg is het sociaal team als onderdeel van Coöperatie De Kleine Schans actief om de verbinding met de scholen op het gebied van preventie en zorg te leggen. Ruimtelijk component De ontwikkelingen op het gebied van passend onderwijs en eventueel daaraan gerelateerde huisvestingsconsequenties, zijn niet te voorspellen. Dat betekent dat het gewenst is om flexibele schoolgebouwen te hebben waarin op een eenvoudige wijze aanpassingen doorgevoerd kunnen worden. De flexibiliteit wordt gezocht in: extra gespreksruimten voor professionals (zorg/ondersteuning) die (zo nodig) bij toerbeurt gebruik maken van de ruimte; extra (kleinere) lesruimten waar leerlingen in een klein groepje separaat les kunnen krijgen; toegankelijkheid en bereikbaarheid van zowel de locatie als de individuele ruimten voor leerlingen met lichamelijke beperkingen; specialistische voorzieningen, inrichting en inventaris gericht op de zorgvraag. Naast flexibiliteit is het besef dat de invoering van passend onderwijs bij de reguliere scholen om meer ruimte vraagt. De variatie in het lesaanbod neemt toe, inclusief het aanbod aan ondersteunende functies.

Vanuit deze ontwikkeling is een beleidsrijke keuze nodig door reguliere scholen letterlijk meer ruimte te bieden dan normatief. Wetgeving biedt hiervoor nog geen handvatten. Het integrale preventieve beleid van de gemeente vraagt niet direct om meer ruimte in de scholen, maar wel om aandacht voor de fysieke leefomgeving. De scholen kunnen voorzien in voldoende speelruimte en ontmoetingsplekken en voldoende groen in de wijk. Zorg- en welzijnspartijen zoals het sociaal team kunnen - indien gewenst - gebruikmaken van ruimten in de scholen. Wellicht leidt dit tot huisvestingsvragen.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 13 van 45

Verantwoordelijkheid realisatie/financiering De gemeente Woudenberg is een volwaardige samenwerkingspartner met betrekking tot passend onderwijs en ziet daarbij een duidelijke koppeling en verbinding tussen haar taken ten aanzien van jeugdbeleid en het sociaal domein en de opgave van passend onderwijs. Ook wil de gemeente op projectniveau meedenken over de gevolgen van passend onderwijs voor de huisvesting. De ontwikkeling van passend onderwijs en ontwikkelingen binnen het sociaal domein leiden niet direct tot een huisvestingsvraag, maar vragen wel om flexibiliteit en andersoortige ruimten.

3.3

Gebouw Naast samenwerking zijn er ook een aantal gebouwelijke thema’s relevant ten behoeve van het IHP voor de gemeente Woudenberg: 1. duurzaamheid; 2. renovatie versus vervangende nieuwbouw; 3. normvergoeding versus kwaliteitsniveau huisvesting. Per onderdeel wordt in deze paragraaf het beleid of de beleidsvisie beschreven, evenals de vertaling naar het IHP. 1. Duurzaamheid Beleid of beleidsvisie De gemeente Woudenberg heeft nog geen breed geformuleerd duurzaamheidsbeleid. In dit binnenkort op te stellen duurzaamheidsbeleid zullen drie belangrijke thema’s centraal staan: energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie. In het duurzaamheidsbeleid zullen de ambities van de gemeente om deze thema’s uitgewerkt worden. De actuele wet- en regelgeving vormt daarom op dit moment de basis voor de uitwerking van huisvestingsvraagstukken. Duurzaamheidsmaatregelen/-doelstellingen met betrekking tot gebouwen, vragen naast een veranderend gedrag om extra investeringen. Deze investeringen leiden tot betere gebouwen en tot een besparing op de exploitatielasten. Door de genoemde besparing is het noodzakelijk dat schoolbesturen en de gemeente gezamenlijk optrekken om de duurzaamheidsambities te kunnen realiseren. De schoolbesturen en de gemeente hebben daarin ieder hun eigen verantwoordelijkheid, maar ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 14 van 45

Partijen zijn van mening dat het per gebouw om maatwerk gaat; de duurzaamheidsmogelijkheden verschillen per school(gebouw). Zo kunnen de schoolbesturen middelen inzetten ten gunste van een duurzamer/beter exploiteerbaar gebouw wanneer dit binnen afzienbare termijn terugverdiend wordt. Vertaling naar IHP De gemeente Woudenberg heeft nog geen plan opgesteld om de wettelijke doelen te halen. In het op te stellen duurzaamheidsbeleid zal ook beleid ten aanzien van schoolgebouwen opgenomen worden. Tot het bepalen van het beleid zal op projectbasis samen opgetrokken worden om per school maatwerk te kunnen bieden. De wettelijk vastgestelde eisen met betrekking tot duurzaamheid, vormen de basis voor de uitwerking van de plannen per school.

2. Renovatie versus vervangende nieuwbouw Beleid of beleidsvisie Door de overheveling van het buitenonderhoud in het PO naar de schoolbesturen, is een scherpere verdeling ontstaan tussen de verantwoordelijkheden van gemeente en schoolbesturen. De gemeente is verantwoordelijk voor het bieden van voldoende capaciteit/adequate huisvesting en de schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het beheren en exploiteren van de schoolgebouwen. De geldstromen zijn gescheiden. Bij oudere schoolgebouwen speelt de vraag hoe om te gaan met de voortzetting van de locatie: verlengen (lees: renoveren) of vervangende nieuwbouw? Renovatie is een begrip dat geen plek/status in de huidige regelgeving kent. Dit is het zogenaamde ‘grijze gebied’. Voormalig staatssecretaris Dekker riep gemeenten en schoolbesturen op om hieromtrent samen naar oplossingen te zoeken. Landelijk wordt/worden op meerdere fronten beleid/plannen gemaakt (VNG, PO-Raad, VO-Raad, LVO) om een oplossing te bieden voor het ‘grijze gebied’. Dit is nog geen wet, maar op basis van de kern van deze plannen wordt elke gemeente straks verplicht gesteld om met de schoolbesturen een IHP op te stellen voor een periode van minimaal zestien jaar. Daarnaast worden schoolbesturen verplicht gesteld om voor elk schoolgebouw een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) op te stellen.

Voor zowel het IHP als de MJOP’s gelden de kwaliteitskaders vanuit de WPO, Wet op de expertisecentra (WEC), WVO en het Bouwbesluit. De doelstelling is om met beide plannen afwegingen te kunnen maken over wat het meest optimaal is: renoveren of vervangende nieuwbouw (geldstromen en kwaliteitseisen worden naast elkaar gelegd).

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 15 van 45

De term ‘renovatie’ moet nader uitgewerkt worden en daarover zijn nog gesprekken/ onderzoeken gaande. Zo wordt bijvoorbeeld gesteld dat renovatie gelijk staat aan levensduurverlenging: de betreffende renovatiemaatregel zorgt voor een verlenging van de levensduur van het gebouw met ten minste 25 jaar. Het voorstel van de sectorraden en VNG wordt vooralsnog als volgt geïnterpreteerd: renovatie wordt geen aparte voorziening, maar bij recht op vervangende nieuwbouw (conform de bepalingen in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs) wordt de afweging gemaakt om voor renovatie dan wel vervangende nieuwbouw te gaan op basis van een businesscase die in gezamenlijkheid door de gemeente en het schoolbestuur opgesteld wordt. Renovatie moet dan wel een volwaardig alternatief zijn voor vervangende nieuwbouw. De keuze voor renovatie wordt bijvoorbeeld gemaakt bij een monumentaal of beeldbepalend gebouw. Onderhoud Schoolbesturen hebben ten aanzien van huisvesting een instandhoudingsplicht. Dit betekent dat scholen verplicht zijn om het gebouw ‘behoorlijk’ te gebruiken en te onderhouden. Al het onderhoud en alle noodzakelijke aanpassingen aan schoolgebouwen vallen onder de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. De schoolbesturen ontvangen een zogenaamde lumpsumvergoeding het Rijk op basis van het aantal leerlingen om tal van taken mee uit te kunnen voeren.

Eén van deze taken betreft de materiële instandhouding. De verdeling van de lumpsumvergoeding over de verschillende taken bepaalt het schoolbestuur zelf. Het is echter wettelijk niet toegestaan om middelen van de lumpsumvergoeding aan te wenden voor taken anders dan waarvoor ze bedoeld zijn. Strikt formeel mogen schoolbesturen met deze middelen dan ook niet investeren in gebouwuitbreiding of nieuwbouw (WPO, artikel 148). Een uitzondering hierop vormen investeringen die verder reiken dan het Bouwbesluit en andere wetgeving én die terugverdiend worden in de exploitatie. Naar verwachting wordt dit in de toekomst formeel vastgelegd in wetgeving. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat de vergoeding voor materiële instandhouding, volgens onderzoek, niet toereikend is voor de taken die schoolbesturen moeten uitvoeren. Nieuwbouw Ten aanzien van nieuwbouw en/of uitbreiding van onderwijshuisvesting is de gemeente Woudenberg financieel verantwoordelijk. De gemeente ontvangt middelen in het gemeentefonds voor onderwijshuisvesting. Het bedrag dat de gemeente hierin voor onderwijshuisvesting ontvangt, is niet geoormerkt. Dit betekent dat deze middelen vrij ingezet mogen worden. Vertaling naar IHP Uitgangspunt voor het IHP voor de gemeente Woudenberg, is dat gemeente en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van de scholen.

Dit geldt voor zowel renovatie als nieuwbouw. In de gemeente Woudenberg zijn enkele basisscholen gevestigd die ‘op leeftijd’ zijn. De schoolbesturen hebben de gebouwen al die tijd zo goed als mogelijk onderhouden. Bij de vraag of renovatie dan wel nieuwbouw in een bepaalde situatie het beste past, zijn verschillende afwegingen te maken. De keuze in de gemeente Woudenberg is op dit moment per situatie maatwerk, vooruitlopend op de nieuwe wetgeving. In sommige gevallen is het de beste oplossing om een levensduurverlengende renovatie uit te voeren, in andere gevallen heeft vervangende nieuwbouw de meeste toegevoegde waarde.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 16 van 45

Aan de hand van een businesscase kan bepaald worden of renovatie dan wel vervangende nieuwbouw gunstiger is. Vanuit de PO-Raad is daartoe met diverse instellingen een afwegingskader ontwikkeld. Het afwegingskader is vooral een middel tot gesprek om samen tot gefundeerde keuzes te komen. Het betreft een instrument om gezamenlijk per opgave scherp te krijgen wat het beste aansluit, renovatie of vervangende nieuwbouw. Het instrument kent acht afwegingsfactoren: 1. ruimtelijk/locatie/planologisch; 2. onderwijs-/samenwerkingsconcept; 3. gebouw; 4. maatschappelijk; 5. financieel; 6. bestuurlijk/politiek; 7. juridisch; 8. planning en overige risico’s. Deze factoren worden beoordeeld met 1 (laag), 2 (neutraal) of 3 (hoog). Op basis van deze score komt nieuwbouw dan wel renovatie als beste oplossing naar voren. Naast het genoemde afwegingskader adviseren wij om bij schoolgebouwen rond de 30/40 jaar oud het volgende in beeld te brengen: onderhoudsplanning - uitgaven - relatie begroting; exploitatielasten: energie, water etc.; bezetting schoolgebouw (leegstand). Daarnaast kunnen schoolbesturen eventuele andere onderhouds-/exploitatievoordelen (van duurzaamheidsmaatregelen) kapitaliseren en investeren in renovatie. Dit is alleen mogelijk bij maatregelen met een beperkte terugverdientijd.

Hierbij wordt gedacht aan de volgende mogelijkheden: bijdrage aan onderhoud/exploitatievoordelen bij levensduurverlenging (25 jaar); in het verlengde van het vorige punt: onderhoudsdosering aanpassen. Vijf jaar voor renovatie/nieuwbouw. Dan wordt het onderhoudsniveau teruggeschroefd naar het ‘voorkomen van gebreken’. Geld dat hiermee bespaard wordt, wordt benut ten gunste van de investering. Zolang het investeringsverbod voor het PO niet opgeheven is, maken de bovenstaande mogelijkheden onderdeel uit van een grijs gebied. Tevens is het van belang om op te merken dat de door schoolbesturen ontvangen middelen voor onderhoud, in veel gevallen niet voldoende zijn voor de werkelijke kosten die met het onderhoud gemoeid zijn. De manier waarop dit exact gedefinieerd wordt, zal te zijner tijd per project nader uitgewerkt moeten worden. Een aandachtspunt hierbij is om de afweging met betrekking tot vervangende nieuwbouw dan wel renovatie, zo tijdig mogelijk (minimaal vijf jaar voor de geplande uitvoering) te maken. Dit in relatie tot het wel of niet uitvoeren van groot onderhoud in verband met het voorkomen van kapitaalvernietiging. Onder regie van de gemeente wordt in voorkomende gevallen een businesscase uitgevoerd voor het maken van een keuze voor vervangende nieuwbouw of renovatie.

Kaders voor de businesscase worden aan de voorkant gezamenlijk vastgesteld, evenals afspraken over de kosten voor het opstellen van een businesscase.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 17 van 45

De keuze voor renovatie dan wel vervangende nieuwbouw wordt gemaakt op basis van een businesscase onder regie van de gemeente waarin beleid, financiën en duurzaamheid meegenomen worden. Afspraken over een gedeelde (financiële) verantwoordelijkheid tussen schoolbestuur en gemeente, worden per project gemaakt.

3. Normvergoeding versus kwaliteitsniveau huisvesting De normbedragen voor nieuwbouw en uitbreiding van schoolgebouwen worden jaarlijks geïndexeerd. Al jaren wordt door vrijwel alle betrokkenen die actief zijn binnen onderwijshuisvesting, gepleit voor een flinke positieve bijstelling van de normbedragen. De normbedragen zijn namelijk onvoldoende om een maatschappelijk verantwoorde, duurzame school te bouwen. Ambitie en visie Voor onderhavig IHP wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: BENG Overheidsgebouwen moeten hieraan voldoen per 1 januari 2020 (datum aanvraag omgevingsvergunning); derhalve is dit geen optionele keuze. Frisse Scholen klasse B (ventilatie) Voor ventilatie van schoolgebouwen is klasse B min of meer de standaard. Deze standaard voldoet aan algemeen geaccepteerde eisen. Voor ventilatie is dit het uitgangspunt. Aardgasvrij In het kader van het Klimaatakkoord is voor woningbouw wettelijk vastgesteld dat woningen waarvan na 1 juli 2018 een omgevingsvergunning aangevraagd wordt, aardgasvrij moeten zijn. Voor onderwijshuisvesting wordt per project afgewogen of dit haalbaar is. Marktwerking De jaarlijks vastgestelde normkosten hebben geen indexregeling gedurende de ontwikkel- en realisatietermijn. De norm gaat ervan uit dat het vastgestelde bedrag in jaar x gedurende de gehele ontwikkel- en realisatietermijn van kracht is.

Het uitgangspunt is dat rekening gehouden wordt met indexering gedurende de ontwikkel- en realisatietermijn, welke gemiddeld ten minste drie jaar bedraagt. Overige (locatie- of omgevingsgebonden) invloedfactoren die geen onderdeel uitmaken van het bedrag per m² a. architectuur en stedenbouw (beeldkwaliteitsplan, bestemmingsplanprocedure); b. infrastructuur en terreininrichting; c. voorzieningenniveau (vaste inrichting, ICT, projectiescherm, toegangscontrole, camerabeveiliging, specifieke ruimten zoals keuken en werkatelier); d. extra duurzaamheid (> BENG; energieneutraal/nul op de meter, geluidswerende voorzieningen t.b.v. luchtwarmtepompen e.d., extra zonnepanelen, groen schoolplein, sedumdak e.d.).

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 18 van 45

Vertaling naar IHP De VNG-norm is voor 2019 - naast de indexering - met 40% verhoogd. Uit ervaring is gebleken dat hier nog 30% bij opgeteld moet worden om een maatschappelijk verantwoorde, duurzame school te kunnen realiseren. Bij scholen van grotere omvang (vanaf 300 leerlingen) kan dit percentage lager uitvallen, namelijk tussen de 20 en 25%. Om die reden adviseren wij om de norm op projectniveau te bepalen op basis van de navolgende procedure: 1. Stel op basis van de actuele norm (VNG 2019 + 30%) een richtbedrag vast voor een gebouw met een duurzaam basisniveau (BENG, aardgasvrij etc.). 2. Voer een analyse uit naar de locatie- of omgevingsfactoren en stel ambities en het projectbudget zo nodig bij. 3. Voor definitieve vaststelling van het projectbudget adviseren wij om een businesscase uit te voeren waarbij wordt getoetst of het projectbudget in overeenstemming is met het ambitieniveau en de locatie- of omgevingsfactoren. Desgewenst kan het projectbudget na aanbesteding nog één keer worden bijgesteld. De businesscase is onderdeel van het uiteindelijke bouwplan en daarmee ook onderdeel van het totale investeringskrediet. 4. Voor sommige projecten is het noodzakelijk om meerdere scenario’s te onderzoeken om tot een voorkeursscenario te komen. Dit speelt bijvoorbeeld bij herschikkingsoperaties en plannen als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen.

Wij adviseren om hiervoor een apart budget toe te kennen, omdat dit niet direct gerelateerd is aan onderwijshuisvesting. Onderzoek wordt vervolgens onder regie van de gemeente uitgevoerd.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 19 van 45

Op deze wijze worden aan het begin van het project realistische kaders vastgesteld voor zowel de gemeente als het schoolbestuur en/of andere partijen zoals kinderopvangorganisaties. De gemeente gaat bij nieuwbouw van scholen uit van een reële kostenraming op basis van actuele bouwkosten.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 20 van 45

4

Van visie naar huisvesting

In hoofdstuk 3 zijn de van belang zijnde thema’s uitgewerkt en vertaald naar consequenties voor de huisvesting en per thema samengevat in een kader. In de uitwerking is te lezen dat de thema’s niet op zichzelf staan en dus met elkaar verbonden zijn. Zo is het beleid op de doorgaande leer- en ontwikkelingslijn direct gekoppeld c.q. van eenzelfde orde/opgave als passend onderwijs. Alle relevante thema’s uit hoofdstuk 3 geven gezamenlijk het volgende beeld:

Vanuit de thema’s samenwerking en gebouw zijn de volgende uitgangspunten voor het IHP geformuleerd: De gemeente heeft een zorgplicht voor onderwijshuisvesting. De gemeente heeft geen taak met betrekking tot het huisvesten van kinderopvang. De ontwikkeling van onderwijs in het algemeen, passend onderwijs en zorg en welzijn (sociaal domein) leiden niet direct tot een huisvestingsvraag, maar vragen wel om meer flexibiliteit en andersoortige ruimten. Het wettelijk vastgestelde kader voor duurzaamheid is het uitgangspunt en wordt vanuit de gezamenlijke verantwoordelijkheid per school uitgewerkt. De keuze voor renovatie dan wel vervangende nieuwbouw wordt gemaakt op basis van een businesscase waarin beleid, financiën en duurzaamheid meegenomen worden. Afspraken over een gedeelde (financiële) verantwoordelijkheid tussen schoolbestuur en gemeente worden per project gemaakt. De gemeente gaat bij nieuwbouw van scholen uit van een reële kostenraming.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 21 van 45

In het IHP worden straks vanuit de bestaande huisvestingssituatie, in relatie tot de thema’s, aangegeven wat de benodigde maatregelen zijn om in de planningsperiode van het IHP (t/m 2035) de onderwijshuisvesting op orde te krijgen. De maatregelen die opgenomen zullen worden, zijn primair gericht om te zorgen dat de huisvesting voor het onderwijs op orde komt (bijvoorbeeld uitbreiding, renovatie of vervangende nieuwbouw). Dat is enigszins een enkelvoudige opgave en veelal een opgave per schoollocatie. Het voorgaande komt onder meer voort uit het voldoen aan de regelgeving rondom onderwijshuisvesting (leerlingenprognoses, normatieve ruimtebehoefte etc.) als wettelijk minimum (zorgplicht). Het past bij hoe we in Nederland voor elke doelgroep een eigen regelgeving, bekostiging en systemen hebben georganiseerd (zelfs binnen het onderwijs). Het is in de praktijk daarmee moeilijk om over deze grenzen heen de (zo gewenste) verbindingen te leggen of zelfs te integreren zonder dat niet aan de regels voldaan wordt (bijvoorbeeld verantwoording over bestedingen aan de autoriteiten). Vanuit de thema’s is het juist van belang om wel te verbinden/verbreden/integreren vanuit de verschillende doelgroepen. In dit hoofdstuk is het kader opgenomen om vanuit deze inhoudelijke visie in de gemeente Woudenberg tot integrale huisvestingsoplossingen dus geen enkelvoudige oplossing) te komen. 4.1

Ambitieniveau Met de in hoofdstuk 3 uitgewerkte inhoudelijke thema’s is een ambitieniveau vastgelegd. Gemeenten en schoolbesturen streven naar een goede spreiding van onderwijs over de gemeente. Deze voorzieningen hebben een aanbod dat past bij de vragen uit het dorp. Er wordt maatwerk geleverd, waarbij een inhoudelijke verbinding tussen onderwijs, opvang, wijkwerk en (jeugd)zorg het kader is. Daarnaast streven partijen naar een zo passend mogelijk aanbod voor zoveel mogelijk kinderen in de nabijheid van hun woonadres. Samenwerking in aanbod tussen BO, S(B)O en V(S)O is een ambitie. De gemeente en de schoolbesturen streven een balans na tussen vraag en aanbod in de gemeente Woudenberg, waarbij het bestaande vastgoed het vertrekpunt is. Trends in leerlingenontwikkeling worden in principe door de scholen in een gebied samen opgevangen conform de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Groei van een school wordt niet zonder meer gefaciliteerd wanneer in het dorp voldoende capaciteit is. Het verwijzen van de ene school naar leegstand bij een andere school conform de Verordening is een mogelijkheid. De opgave is om duurzame oplossingen gemeenschappelijk te formuleren. Daarnaast zijn ook de bereikbaarheid van de voorzieningen en de ruimtelijke inpassing in het dorp van belang. Ook dat moet passend zijn voor het dorp.

4.2

Projectaanvragen Zoals beschreven zullen in het IHP de enkelvoudige/basale opgaven voor de planningsperiode van dit IHP opgenomen worden. Dat wil zeggen: de wijzigingen aangaande de onderwijshuisvesting voor een school. Dit dient gezien te worden als het basisingrediënt en is daarmee niet compleet. Dit betekent dat het betreffende schoolbestuur aan de hand van voornoemde integrale visie dient te komen tot een complete opgave op het moment dat hun project ten uitvoering komt. ‘Enkelvoudige’ opgaven worden daarmee in principe niet in behandeling genomen.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 22 van 45

Projecten voor een school volgend uit het IHP worden door het betreffende schoolbestuur bij de businesscase aangekleed met deze algemene visie. Dit gebeurt in overleg met de andere schoolbesturen en onder regie van de gemeente. Huisvesting wordt een vast agendapunt op de LEA en daarmee wordt de afstemming met andere schoolbesturen geborgd. Daarna zal er formeel Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) gevoerd worden. De achterliggende gedachte hierbij is dat de schoolbesturen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor een passend aanbod in het gebied waarbinnen ze opereren. Naast de schoolbesturen worden ook andere partners bij de aanvraag betrokken. In de aanvraag wordt de visie van het aanvragende schoolbestuur op alle thema’s uitgewerkt en vertaald naar een huisvestingsopgave middels de volgende onderdelen: wijkanalyse, waarin: a. in afstemming met de andere schoolbesturen zichtbaar gemaakt is hoe in de wijk de ontwikkeling van de school of scholen is en hoe duurzame huisvesting geformuleerd wordt; b. samenwerking met kinderopvang. passend onderwijs in relatie met welzijns- en zorgpartijen; duurzaamheid. Het aanvragende schoolbestuur voert regie in nauwe samenwerking met de gemeente, die vanuit haar zorgplicht het totale overzicht heeft. Het schoolbestuur vervult de rol van bouwheer, tenzij gemeente en schoolbestuur anders overeenkomen (conform de WPO).

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 23 van 45

5

Situatiebeschrijving en huisvestingsvraagstukken

In dit hoofdstuk wordt een algemene situatiebeschrijving gegeven van het onderwijs in de gemeente Woudenberg, de leerlingenontwikkeling over de afgelopen jaren en de prognoses voor de komende jaren. Daarnaast wordt per school ingezoomd op de situatie per gebouw en de eventuele huisvestingsvragen die er spelen. 5.1

Algemene situatiebeschrijving In deze paragraaf zijn de leerlingenontwikkelingen (t/m 2018) en de prognoses voor de komende vijftien jaar beschreven. De prognoses van Planning Verband Groningen van november 2018 zijn uitgangspunt bij de planvorming. Ontwikkeling leerlingenaantal 2015 t/m 2018 In de gemeente Woudenberg zijn vijf scholen voor BO gehuisvest. Er zijn vier schoolbesturen actief in de gemeente, te weten: Vereniging Basisonderwijs op Gereformeerde Grondslag (reformatorische basisschool de Wartburg); Stichting PCO Gelderse Vallei (Koningin Julianaschool); Stichting Eem-Vallei Educatief (Jan Ligthartschool en Griftschool); VPCO De Viermaster (De Olijfboom). In de onderstaande grafiek is de ontwikkeling van het leerlingenaantal in de periode 2015 t/m 2018 op de vijf scholen samen weergegeven.

Leerlingenontwikkeling gemeente Woudenberg 2015 -2018 1.400

aantal leerlingen

1.200 1.000 800

600 400 200 0 2015

2016

2017

2018

Uit de grafiek blijkt dat er sprake is van een redelijk stabiele situatie. De afgelopen vier jaar is het aantal leerlingen licht gestegen met 3%. Voor alle scholen in de gemeente samen geldt dat zij in 2015 gezamenlijk 1.261 leerlingen hadden. In 2018 is dit gezamenlijke aantal leerlingen gestegen tot 1.296.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 24 van 45

In de onderstaande grafiek is het aantal leerlingen per school weergeven over de jaren 2015 t/m 2018.

De ontwikkelingen in het aantal leerlingen tussen 2015 en 2018 verschilt per school. Zo hebben de Wartburg en De Olijfboom te maken met een stijging van het leerlingenaantal, de Koningin Julianaschool is stabiel gebleven en de Jan Ligthartschool en de Griftschool zijn licht gedaald in leerlingenaantal. In bijlage 1 is de bij deze grafieken behorende tabel opgenomen. Leerlingenprognoses Planning Verband Groningen heeft in november 2018 leerlingenprognoses opgesteld voor het BO in de gemeente Woudenberg. In de onderstaande grafiek zijn de prognoses voor de vijf scholen voor de komende jaren opgenomen.

Leerlingenprognoses gemeente Woudenberg 1.600

Aantal leerlingen

1.400 1.200 1.000 800

600 400 200

0

Uit de grafiek blijkt dat het aantal leerlingen op de scholen t/m schooljaar 2030/2031 licht zal stijgen en dat daarna een stabilisatie plaatsvindt. De verwachte stijging is t/m schooljaar 2030/2031 ongeveer 14%. In de navolgende grafiek zijn deze gegevens uitgesplitst per school.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 25 van 45

Uit deze grafiek blijkt dat alle scholen profiteren van de stijging, maar dat er met name op de korte termijn wel verschillen zijn. De Olijfboom stijgt het snelst in leerlingenaantal, samen met de Wartburg en de Koningin Julianaschool. Volgens de prognoses daalt het leerlingenaantal op de Jan Ligthartschool en de Griftschool eerst nog en zal dit aantal daarna pas stijgen. In bijlage 2 is de bij deze grafieken behorende tabel opgenomen. Ruimtebehoefte versus capaciteit In de onderstaande tabel is de ruimtebehoefte van de vijf scholen in totaal afgezet tegen de beschikbare capaciteit. Hieruit blijkt dat er op termijn (vanaf schooljaar 2024/2025) een formeel tekort aan capaciteit is voor alle scholen samen. Verderop in dit hoofdstuk is dit tevens per school in beeld gebracht.

Ruimtebehoefte vs. capaciteit scholen Woudenberg Aantal leerlingen Ruimtebehoefte in m² bvo Capaciteit in m² bvo Verschil

19/20 20/21 21/22 22/23 23/24 24/25 25/26 26/27 27/28 28/29 1.296 1.307 1.322 1.369 1.375 1.401 1.422 1.428 1.440 1.465 7.519 7.574 7.650 7.886 7.916 8.047 8.153 8.183 8.243 8.369 7.813 7.813 7.813 7.813 7.813 7.813 7.813 7.813 7.813 7.813 294 239 163 -73 -103 -234 -340 -370 -430 -556

Overige vormen van onderwijs In de gemeente Woudenberg zijn geen andere voorzieningen voor onderwijs. Kinderen die het speciaal basisonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs bezoeken, gaan naar scholen in omliggende gemeenten. De meeste leerlingen die een school voor voortgezet onderwijs bezoeken, bezoeken het Van Lodenstein College in Amersfoort of het Corderius College in Amersfoort. Een aantal leerlingen gaan naar De Amersfoortse Berg in Amersfoort, het Ichtus College in Veenendaal en het Vakcollege Maarsbergen in Maarsbergen. 83 leerlingen die woonachtig zijn in de gemeente Woudenberg bezoeken een school voor speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs buiten de gemeentegrenzen. Deze leerlingen zijn verdeeld over 34 scholen. Daarnaast bezoeken 86 leerlingen die woonachtig zijn in de gemeente Woudenberg een reguliere basisschool buiten de gemeentegrenzen. Deze leerlingen gaan in totaal naar 17 verschillende scholen. Het grootste deel van deze leerlingen bezoekt een van de scholen in Scherpenzeel.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 26 van 45

In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van alle scholen buiten de gemeentegrenzen van Woudenberg die door leerlingen die woonachtig zijn in de gemeente Woudenberg bezocht worden, inclusief het aantal leerlingen. 5.2

Situatie/huisvestingsvragen per school In deze paragraaf wordt allereerst een situatiebeschrijving van de school gegeven. Vervolgens wordt per school aangegeven of er sprake is van een huisvestingsvraag en indien mogelijk wordt een voorstel voor beantwoording van deze vraag gedaan. In de analyse in dit hoofdstuk is gerekend met de onderwijscapaciteit en het formele tekort of overschot op basis van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Woudenberg. Hierbij wordt uitgegaan van de formele onderwijscapaciteit. In de praktijk wordt de leegstand veelal gebruikt door de school zelf, dan wel door medegebruikers zoals huurders. De Wartburg Reformatorische basisschool de Wartburg is gevestigd in een gebouw dat oorspronkelijk in 1992 is gebouwd, maar enkele jaren geleden is uitgebreid en verbouwd. De school valt onder het bevoegd gezag van Vereniging Basisonderwijs op Gereformeerde Grondslag.

De Wartburg telde op de teldatum 1 oktober 2018 392 leerlingen en heeft een capaciteit van 2.111 m² ten opzichte van een ruimtebehoefte van 2.267 m². In de komende jaren laten de prognoses een toename van het aantal leerlingen zien tot 452 leerlingen in schooljaar 2030/2031. Daarna stabiliseert het leerlingenaantal. De school heeft te maken met een oplopend tekort aan capaciteit. In de onderstaande tabel is de ontwikkeling van het leerlingenaantal en de ruimtebehoefte in relatie tot de capaciteit van de school weergeven.

de Wartburg Aantal leerlingen Ruimtebehoefte in m² bvo Capaciteit in m² bvo Verschil

19/20 20/21 21/22 22/23 23/24 24/25 25/26 26/27 27/28 28/29 392 406 415 418 416 424 430 432 436 443 2.172 2.242 2.287 2.303 2.292 2.333 2.363 2.373 2.393 2.428 2.111 2.111 2.111 2.111 2.111 2.111 2.111 2.111 2.111 2.111 -61 -131 -176 -192 -181 -222 -252 -262 -282 -317

Huisvestingsvragen Bij de Wartburg speelt met name een capaciteitsvraagstuk. Op dit moment is er een tekort aan capaciteit dat de komende jaren verder oploopt. Op termijn is sprake van een extra ruimtebehoefte van ruim 300 m². Voor de korte termijn heeft het schoolbestuur in overleg met de gemeente een interne aanpassing in het gebouw gedaan waardoor een extra groepslokaal gecreëerd kon worden.

ruimte om te zijn

U19381

Pagina 27 van 45

Op korte termijn is uitbreiding van de Wartburg in een permanente uitvoering noodzakelijk. Aandachtspunten hierbij zijn: Verloopt de groei van de school conform prognoses, of stijgt het aantal leerlingen forser en wellicht tot boven de 500 leerlingen? Is het ten aanzien van de logistiek mogelijk om de school op de huidige locatie verder te laten groeien? Is het verplaatsen van de school naar de wijk Hoevelaar een optie? In het IHP is rekening gehouden met de uitbreiding van de Wartburg met in totaal 400 m² bvo, op basis van 450 leerlingen en rekening houdend met een inpassingsverlies door aanbouw aan het bestaande gebouw. Koningin Julianaschool De Koningin Julianaschool is gevestigd in een gebouw uit 1951. De school is later uitgebreid en aangepast en valt onder het bevoegd gezag van Stichting PCO Gelderse Vallei. De Koningin Julianaschool telde op de teldatum 1 oktober 2018 228 leerlingen en heeft een capaciteit van 1.667 m² ten opzichte van een ruimtebehoefte van 1.358 m². In de komende jaren laten de prognoses een toename van het aantal leerlingen zien tot 274 leerlingen in schooljaar 2030/2031. Daarna stabiliseert het leerlingenaantal. Het formele overschot aan vierkante meters op deze school, neemt door de stijging van het aantal leerlingen af. Deze vierkante meters worden op dit moment al gebruikt door de kinderopvang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2201/documents/49669