CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

05.d John F. Kennedylaan 6_TOELICHTING.pdf

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken21.418 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan John F. Kennedylaan 6 Gemeente Woudenberg TOELICHTING

Bestemmingsplan John F. Kennedylaan 6 Gemeente Woudenberg TOELICHTING

Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu

PLANGEGEVENS: IDN: Projectnummer: Titel:

NL.IMRO.0351.BP2023JFKennedyln6-ow01 John F. Kennedylaan 6

Status Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

Datum

Projectleider:

C.J.M. Hanse MSc

Auteur:

C.J.M. Hanse MSc

16 juni 2023 5 oktober 2023

Inhoudsopgave

TOELICHTING

6

Hoofdstuk1

Inleiding

6

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende planologische situatie Opzet bestemmingsplan en toelichting

6 6 7 8

Beschrijving van de situatie

10

Ruimtelijke en functionele structuur Historische ontwikkeling Ruimtelijke hoofdstructuur Huidige situatie Toekomstige situatie Stedenbouwkundige verantwoording

10 10 10 11 13 15

Beleidskader

17

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal beleid Omgevingsvisie Provincie Utrecht Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht Gemeentelijk beleid Structuurvisie Woudenberg 2030 (inclusief oplegger 2019) Kernrandvisie Woudenberg 2030 Integraal Huisvestingsplan 2020-2035 (IHP)

17 17 17 18 20 20 21 23 23 25 26

Uitvoeringsaspecten

28

Flora en fauna Wettelijk kader Gebiedsbescherming Soortenbescherming Conclusie Bodemkwaliteit Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Cultuurhistorie en archeologie Wettelijk kader

28 28 29 30 30 30 30 31 32 32 32

1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk2 2.1 2.1.1 2.1.2 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 Hoofdstuk4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1

John F. Kennedylaan 6

3

4.3.2 4.3.3 4.3.4

4.12

Cultuurhistorie Archeologie Conclusie Verkeer en parkeren Verkeer Parkeren Conclusie Luchtkwaliteit Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Geluidhinder Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Bedrijven en milieuzonering Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Conclusie Externe veiligheid Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Conclusie Kabels en leidingen Water Inleiding Beleidskader Watertoets Conclusie M.e.r.-beoordeling Wettelijk kader Vormvrije m.e.r.-beoordeling Conclusie Duurzaam bouwen

32 32 33 33 33 35 36 36 36 37 38 38 38 39 39 40 40 41 46 46 46 48 49 49 50 50 50 51 52 52 52 52 53 53

Hoofdstuk5

Juridische planbeschrijving

54

Inleiding Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Opbouw bestemmingen Bestemmingen Algemene regels Anti-dubbeltelregel Overige algemene regels Overgangs- en slotregels

54 54 54 54 55 55 55 56 56 56 56

4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6 4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.7 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.8 4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.9 4.10 4.10.1 4.10.2 4.10.3 4.10.4 4.11 4.11.1 4.11.2 4.11.3

5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.4 5.4.1 5.4.2 5.5

John F. Kennedylaan 6

4

5.5.1 5.5.2 Hoofdstuk6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3

Overgangsregel Slotregel

56 56

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

57

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Omgevingsdialoog Overleg met overheidsinstanties Zienswijzen

57 57 57 58 58

John F. Kennedylaan 6

5

TOELICHTING Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de John F. Kennedylaan 6 in Woudenberg bevindt zich basisschool De Olijfboom. In 2016 heeft er aan de zijde van de John F. Kennedylaan een uitbreiding plaatsgevonden en enkele jaren terug zijn er aan de oostzijde van het schoolgebouw twee noodlokalen geplaatst. In verband met de verdere groei van het aantal leerlingen bestaat er behoefte aan een (permanente) uitbreiding. Op basis van het aantal leerlingen mag de basisschool met 810 m2 BVO uitbreiden. Het nu voorliggende initiatief ziet op uitbreiding van basisschool De Olijfboom, inclusief een herinrichting van het omliggende openbaar gebied. Er zal worden voorzien in een compacte uitbreiding aan de noordzijde van het bestaande schoolgebouw met een nieuwe, herkenbare hoofdentree op de hoek van het gebouw. De nieuwbouw bestaat uit twee bouwlagen waarmee in totaal 7 leslokalen, één transparant / multifunctioneel speellokaal en enkele overige ruimten mogelijk worden gemaakt. Naast de beoogde uitbreiding voorziet het initiatief tevens in een oplossing voor het fietsparkeren van de school. Tot slot maakt een herinrichting van de omliggende openbare ruimte onderdeel uit van het initiatief. Met de nieuw te realiseren situatie wordt voorzien in de behoefte aan voldoende onderwijshuisvesting en wordt tevens voorzien in een duurzame herinrichting van de openbare ruimte.

In het geldende bestemmingsplan kennen de gronden waarop de beoogde uitbreiding is voorzien in hoofdzaak de bestemming 'Verkeer'. Het initiatief kan dan ook niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Om de beoogde uitbreiding inclusief herinrichting van de omliggende openbare ruimte juridisch-planologisch mogelijk te maken, is een procedure tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) noodzakelijk. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het ruimtelijk plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. Vanwege het feit dat de eerdere uitbreiding uit 2016 per abuis niet is opgenomen in het geldende bestemmingsplan 'Bebouwde Kom Woudenberg', wordt het hele schoolterrein voorzien van een actueel planologisch kader. 1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied betreft de huidige schoollocatie aan de John F. Kennedylaan 6 in Woudenberg, inclusief de gronden aan de noordzijde waarop de beoogde uitbreiding is voorzien en het omliggende openbaar gebied dat wordt heringericht. Daarnaast maken diverse gronden aan de west- noord- en oostzijde onderdeel uit van het plangebied (onder meer de gemeentewerf/milieustraat Woudenberg en kinderdagverblijf 'Happy Kids Woudenberg'). Deze gronden maken enkel onderdeel uit van het plangebied vanwege het verleggen van (een deel van) de aanwezige rioolwaterleiding. Dit leidt er namelijk toe dat (een deel van) de bestaande rioolwaterleiding met bijbehorende belemmeringenstrook moet worden 'wegbestemd', terwijl het beoogde nieuwe tracé met bijbehorende belemmeringenstrook juridisch-planologisch moet worden geborgd. Voor de gronden behorende tot het kinderdagverblijf 'Happy Kids Woudenberg' aan de Bosrand 25C in Woudenberg, is op 16 maart 2023 een omgevingsvergunning verleend ten behoeve van een uitbreiding aan de oostzijde van het bestaande gebouw. Nu de betreffende gronden onderdeel uitmaken van het plangebied is de omgevingsvergunning van 16 maart 2023 opgenomen in onderhavig bestemmingsplan. De schoollocatie ligt in de bebouwde kom van Woudenberg, aan de noordwestzijde van de kern op loopafstand van het centrum van Woudenberg.

De directe omgeving van het plangebied laat zich kenmerken als een gemengd gebied, waarbij de reguliere woonfunctie wordt afgewisseld met enkele maatschappelijke functies, functies ten behoeve van sport, cultuur en ontspanning en enkele bedrijfsfuncties, zoals de milieustraat en een manege.

John F. Kennedylaan 6

6

Direct aan de noordzijde van de schoollocatie ligt de milieustraat van Woudenberg. De schoollocatie grenst aan de oostzijde aan gronden met een maatschappelijke functie waar een kinderdagverblijf is gevestigd. Aan de zuidzijde van het plangebied loopt de John F. Kennedylaan welke geldt als een belangrijke wijkontsluitingsweg vanaf N226/Geeresteinselaan. De westzijde van het plangebied wordt gevormd door De Bosrand met aan de overzijde aaneengebouwde woningen. Het plangebied John F. Kennedylaan 6 e.o. is kadastraal bekend als gemeente Woudenberg, sectie B, nummers 697, 4816, 4833 (gedeeltelijk), 4928 (gedeeltelijk), 5085 (gedeeltelijk), 5377, 5378, 5560 (gedeeltelijk) en 6058 (gedeeltelijk) met een totale oppervlakte van ruim 20.000 m2. In onderstaande figuur is de begrenzing van het plangebied globaal weergegeven.

Globale ligging plangebied (bron: www.kadastralekaart.com) 1.3

Vigerende planologische situatie

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Bebouwde Kom Woudenberg' dat op 21 december 2017 door de gemeenteraad van Woudenberg is vastgesteld. Op 20 december 2018 is door de gemeenteraad een correctieve herziening vastgesteld. Tot slot is op 26 maart 2020 een herstelbesluit genomen naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 november 2019 over het bestemmingsplan 'Bebouwde Kom Woudenberg'. Conform het geldende bestemmingsplan kent de bestaande schoollocatie de bestemming 'Maatschappelijk'. Ter plaatse van het bestaande schoolgebouw ligt een bouwvlak waarop een maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 meter en 7 meter op van toepassing is. De gronden waarop de beoogde uitbreiding van basisschool De Olijfboom is voorzien, kennen in hoofdzaak de bestemming 'Verkeer'. Daarnaast is aan de noordzijde van het bestaande schoolgebouw de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' van toepassing op grond waarvan het realiseren van nieuwe gebouwen niet is toegestaan. Gelet op het voorgaande past de beoogde uitbreiding van basisschool De Olijfboom niet rechtstreeks binnen de regels van het geldende bestemmingsplan De voorgenomen herinrichting van de openbare

John F. Kennedylaan 6

7

ruimte is wel grotendeels in overeenstemming met de geldende planologische situatie.

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Bebouwde Kom Woudenberg' met aanduiding plangebied 1.4

Opzet bestemmingsplan en toelichting

Het bestemmingsplan 'John F. Kennedylaan 6' bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding; planregels. De toelichting is niet juridisch bindend, maar vormt een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot heeft de toelichting als doel om het bestemmingsplan te begrijpen en de regels op een correcte manier na te leven. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied; in Hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk

John F. Kennedylaan 6

8

4 beschreven; in Hoofdstuk 5 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; Hoofdstuk 6 behandelt ten slotte de economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hierin worden de resultaten beschreven van de gevolgde inspraakprocedure en het vooroverleg conform artikel 3.1.1 Bro.

John F. Kennedylaan 6

9

Hoofdstuk 2

Beschrijving van de situatie

2.1

Ruimtelijke en functionele structuur

2.1.1

Historische ontwikkeling

Woudenberg is oorspronkelijk ontstaan als een agrarisch dorp. Het is gelegen op de grens van de Utrechtse Heuvelrug met haar bosrijke, besloten landschap en de Gelderse Vallei die gekenmerkt wordt door een half-open, kleinschalig agrarisch landschap. In beide gebieden verrijken landgoederen het landschap met cultuur, landschapsschoon en natuur. Het oudste en meest structuurbepalende element binnen de ruimtelijke ontwikkeling van Woudenberg is de langgerekte oost west route: Voorstraat - Dorpsstraat - Stationsweg West. Deze route maakt deel uit van de weg Utrecht - Arnhem en is ontstaan op een dekzandrug te midden van bossen en moerasgronden. De naam Woudenberg herinnert hier nog aan. Langs deze route werden boerderijen gesticht samen met een primitieve omwalling. In het midden van de 13e eeuw werd het land ontgonnen langs een centrale noord zuid gerichte as, de huidige Geeresteinselaan - Maarsbergseweg. Deze zogenaamde 'cope'-ontginningen zorgen voor de in het gebied zo karakteristieke strokenverkaveling. Rond 1850 kreeg deze centrale ontginningsas de huidige functie van verkeersverbinding. De oorspronkelijke dorpsbebouwing van Woudenberg ontstond als een kort en relatief compact bebouwingslint aan weerszijden van de Voorstraat en de Dorpsstraat.

Na de bouw van een laat-Romaanse kerk iets ten noordwesten van de Voorstraat en een kasteel (ter vervanging van een ouder kasteel ten zuidwesten van het dorp), vond een zekere geconcentreerde kernvorming plaats rond deze huidige Nederlands Hervormde kerk, in een gebied ter hoogte van de Burgwal, Schoolstraat, Geeresteinselaan, Voorstraat en 't Schilt. In de 16e eeuw werden plannen ontwikkeld voor de aanleg van een vijftal Schansen tussen Amersfoort en Rhenen. Deze Schansen dienden de belangrijkste routes door de moerassige Vallei af te sluiten. Eén van deze Schansen werd aangelegd iets ten oosten van de oude kern. Vanaf dat moment vond enige verdichting van de oude nederzetting plaats in het gebied direct ten noorden van de inmiddels tot ontwikkeling gekomen Dorpsstraat. Gaandeweg is het dorp zich steeds meer oostwaarts gaan uitbreiden. Door ruimtegebrek aan de einden van het gestrekte dorpslint was de verdichting van de bestaande bebouwing en de aanleg van nieuwe wegen noodzakelijk. Aanvankelijk gebeurde dit aan de noordzijde van de Voorstraat, later ook langs de Dorpsstraat en de Stationsweg West, waarbij ook de zuidzijde in de ontwikkeling betrokken werd. Aan het einde van de 20e eeuw leidde de verdere uitbreiding van Woudenberg (en Scherpenzeel) tot een sterke toename van het verkeer door de Voorstraat en Dorpsstraat.

De aanleg van de Randweg zorgde nadien voor een ontlasting van deze twee wegen. Daarbij werd ter hoogte van de aansluiting Rumelaarseweg/ Zegheweg/ Randweg een knip gemaakt in de Stationsweg, waardoor doorgaand verkeer van en naar de Stationsweg Oost via de Stationsweg West niet meer mogelijk is. 2.1.2

Ruimtelijke hoofdstructuur

Ondanks de sterke toename van het bebouwde dorpsgebied zijn de hoofdlijnen van de oorspronkelijke kern goed bewaard gebleven binnen de huidige ruimtelijke structuur. Het oorspronkelijke patroon van de oudere ontsluitingswegen en verbindingen met de daaraan gelegen oudere bebouwing op relatief grote kavels is nog goed herkenbaar. De bebouwing langs deze tracés onderscheidt zich qua dichtheid, ouderdom en architectuur van de latere dorpsuitbreidingen. Het zwaartepunt van de huidige woonkern strekt zich momenteel uit tussen de Griftdijk, de Zegheweg, de Randweg N224 en de oorspronkelijke landgoederen Geerestein en Groenewoude. De ruimtelijke hoofdstructuur wordt bepaald door de twee oudere, elkaar bij het oorspronkelijke centrum kruisende, verkeersverbindingen. Deze kruisende wegen verdelen het dorpsgebied van Woudenberg globaal in een viertal kwadranten met naoorlogse uitbreidingswijken. Deze woonwijken zijn deels ontworpen op basis van de verkaveling van het oorspronkelijke veenontginningslandschap. Dit geldt met

John F. Kennedylaan 6

10

name voor de woonwijken gelegen binnen de noordoostelijke en zuidoostelijke kwadranten; met uitzondering van de meer diagonaal ontworpen woonwijk Het Zeeland. Gedurende deze ruimtelijke ontwikkeling is het karakter van Woudenberg geleidelijk aan veranderd van een agrarisch dorp naar een forensendorp in een agrarische omgeving. Deelgebied Noordwest Dit woongebied ontleent zijn identiteit in belangrijke mate aan de groenstructuur (omgeving van het sportveldencomplex, Karel Doormanlaan en De Grift). Het woongebied bestaat uit meerdere afzonderlijk goed herkenbare woonbuurten met veel rijwoningen en vooral in de randen (half)vrijstaande woningen. Kenmerkend zijn de licht geknikte, bij het voormalig verkavelingspatroon aansluitende, wegen en de blokvormige verkaveling van de woonbuurten. De belangrijkste structuurbepalende wegen zijn de J.F. Kennedylaan, de Voorstraat, de Middenstraat - Piet Heynlaan en de Burgwal. Bijzonder karakteristiek is de ten westen van de Van Speijklaan gelegen woonbuurt met sterk verticaal gelede rijwoningen in twee bouwlagen met kap. Mede door de groenstructuur en de repeterende architectonische opzet van de woningen, is hier sprake van een duidelijke ruimtelijke samenhang.

Ook de aan het westelijk deel van de Burgwal/Middenstraat gerealiseerde woningen kennen - mede door de historiserende bouwstijl - een sterke ruimtelijke samenhang die goed aansluit bij de oostelijk aansluitende oude kern van Woudenberg. In de groenzone ten noorden van de J.F. Kennedylaan zijn enkele kleinschalige woonbuurten met vooral (half)vrijstaande woningen gerealiseerd. Hoewel hier sprake is van een bijzonder woonmilieu voor deze woningen, moet, om een onevenredige afbreuk van de kwaliteiten van het parkgebied te voorkomen, aandachtig worden omgegaan met de ontwikkeling van toekomstige woningbouw binnen deze groenstructuur. 2.2

Huidige situatie

Planlocatie Het plangebied betreft de huidige schoollocatie aan de John F. Kennedylaan 6 in Woudenberg, inclusief de gronden aan de noordzijde waarop de beoogde uitbreiding is voorzien en het omliggende openbaar gebied dat wordt heringericht. Daarnaast maken diverse gronden aan de west-, noord- en oostzijde onderdeel uit van het plangebied (onder meer de gemeentewerf/milieustraat Woudenberg en kinderdagverblijf 'Happy Kids Woudenberg'). Zoals aangegeven beslaat het plangebied de percelen kadastraal bekend als gemeente Woudenberg, sectie B, nummers 697, 4816, 4833 (gedeeltelijk), 4928 (gedeeltelijk), 5085 (gedeeltelijk), 5377, 5378, 5560 (gedeeltelijk) en 6058 (gedeeltelijk) met een totale oppervlakte van ruim 20.000 m2. In de bestaande situatie bevindt zich ter plaatse van het plangebied de basisschool De Olijfboom met bijbehorend schoolplein. Het hoofdgebouw is oorspronkelijk in 1989 gebouwd. In 2016 heeft er aan de zijde van de John F. Kennedylaan een uitbreiding plaatsgevonden en enkele jaren terug zijn er aan de oostzijde van het schoolgebouw twee noodlokalen geplaatst. Het hoofdgebouw kent een oppervlakte van ruim 1.300 m2 en bestaat voor het grootste deel uit één bouwlaag met een kap. De eerdere uitbreiding uit 2016 bestaat uit twee bouwlagen met een platte afdekking. Zowel aan de west- als aan de oostzijde van het schoolgebouw bevindt zich een entree.

Onderstaand is een luchtfoto opgenomen van de bestaande situatie.

John F. Kennedylaan 6

11

Luchtfoto bestaande situatie (bron: Arcom Partners B.V.) Het noordelijk deel van het plangebied, waar de beoogde uitbreiding is voorzien, betreft het openbaar gebied ten noorden van de schoollocatie. Dit openbaar gebied bestaat uit het fietspad De Maat welke overgaat in het deel van De Maat waar tevens autoverkeer is toegestaan. Dit gedeelte van De Maat wordt gebruikt als toegangsweg richting de ingang van de milieustraat aan De Bosrand 19. Ter plaatse van het openbaar gebied aan de noordzijde van het schoolgebouw bevinden zich voorts 17 openbare autoparkeerplaatsen welke in hoofdzaak in gebruik zijn ten behoeve van de school en het naastgelegen kinderdagverblijf. Daarnaast wordt het fietsparkeren van de school momenteel grotendeels opgelost in het openbaar gebied aan de noordzijde.

Links: gevel eerdere uitbreiding 2016, rechts: bestaande situatie noordzijde plangebied (bron: Arcom Partners B.V.)

John F. Kennedylaan 6

12

Links: bestaande hoofdentree, rechts: tussenzone met fietsparkeren en noodlokalen (bron: Arcom Partners B.V.) Omgeving Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Woudenberg, aan de noordzijde van de kern op loopafstand van het centrum van Woudenberg. De directe omgeving ontleent zijn identiteit in belangrijke mate aan de groenstructuur (onder andere de omgeving van het sportveldencomplex). Daarnaast betreft de John F. Kennedylaan een belangrijke structuurbepalende weg. De directe omgeving van het plangebied laat zich kenmerken als een gemengd gebied, waarbij de reguliere woonfunctie wordt afgewisseld met enkele maatschappelijke functies, functies ten behoeve van sport, cultuur en ontspanning en enkele bedrijfsfuncties, zoals de milieustraat en een manege. 2.3

Toekomstige situatie

In verband met de verdere groei van het aantal leerlingen van basisschool De Olijfboom bestaat er behoefte aan een (permanente) uitbreiding. Op basis van het aantal leerlingen mag de basisschool met 810 m2 BVO uitbreiden. Het nu voorliggende initiatief ziet op een compacte uitbreiding aan de noordzijde van het bestaande schoolgebouw met een nieuwe, herkenbare hoofdentree op de hoek van het gebouw. Ten behoeve van de uitbreiding wordt een beperkte oppervlakte van circa 30 m2 gesloopt. Ter illustratie is onderstaand een situatietekening van de beoogde nieuwe situatie opgenomen.

John F. Kennedylaan 6

13

Situatietekening beoogde nieuwe situatie (bron: Arcom Partners B.V.) De nieuwbouw voorziet in een uitbreiding die bestaat uit twee bouwlagen met een goot- en bouwhoogte van circa 8,5 meter. De begane grond van de nieuwbouw kent een BVO van 391,3 m2 en de 1e verdieping een BVO van 430,8 m2. Met inachtneming van de te slopen oppervlakte wordt daarmee voldaan aan de totale toegestane uitbreiding van 810 m2 BVO. Het programma van de beoogde uitbreiding bestaat uit 7 leslokalen, waarbij het gewenste 7e lokaal gerealiseerd kan worden door de lichte verdraaiing van de uitbreiding. Daarnaast voorziet de uitbreiding in één transparant / multifunctioneel speellokaal en enkele overige ruimten.

Westgevel met links de nieuwe hoofdentree (bron: Arcom Partners B.V.) Met het beoogde initiatief wordt tevens voorzien in een oplossing voor het fietsparkeren van de school. In de tussenzone tussen de school en het kinderdagverblijf en ten noorden van het kinderdagverblijf wordt in totaal voorzien in 275 m2 fietsparkeren. Door het plaatsen van 40 fietsnietjes worden circa 200 fietsparkeerplaatsen mogelijk gemaakt. Tot slot maakt een herinrichting van de omliggende openbare ruimte onderdeel uit van het initiatief. Om te voorzien in een duurzame herinrichting van de openbare ruimte, wordt de toegang tot de milieustraat / gemeentwerf (enigszins) gewijzigd. Zowel de huidige hoofdtoegang als de toegang op de hoek van de milieustraat / gemeentewerf komt in de beoogde nieuwe situatie te vervallen. De hoofdtoegang van de milieustraat / gemeentewerf wordt circa 25 meter in westelijke richting verplaatst. De personeelsingang komt aan de zijkant van de milieustraat / gemeentewerf, ter hoogte van de parkeerplaats bij De Camp. Het bestaande fietspad wordt, vanaf de bocht op de hoek met het kinderdagverblijf, deels verlegd en

John F. Kennedylaan 6

14

verder doorgetrokken in westelijke richting. De bestaande auto- en fietsparkeerplaatsen ten noorden van de schoollocatie komen te vervallen. Het autoparkeren ten behoeve van zowel medewerkers als ten behoeve van het halen en brengen, vindt in de beoogde nieuwe situatie nagenoeg volledig plaats op de bestaande parkeerplaats bij De Camp. Ten behoeve van kort parkeren worden aan de zuidzijde van basisschool De Olijfboom en aan de zuidzijde van het kinderdagverblijf, door middel van markering op de rijbaan, Kiss and Ride-zones aangegeven. Het betreft in totaal 6 Kiss and Ride-parkeerplaatsen voor halen en brengen. In de doodlopende straat De Maat wordt 'de knip' verplaatst. De huidige 'knip' in De Maat bevindt zich bij de aansluiting op de John F. Kennedylaan. Deze 'knip' wordt opengemaakt en komt in de beoogde nieuwe situatie aan de andere zijde bij de aansluiting op De Bosrand. Hiermee wordt onder meer voorkomen dat verkeer voor de school gaat parkeren op De Maat in plaats van op de parkeerplaats bij De Camp. Voor omwonenden worden er op de hoek van De Maat en De Bosrand twee nieuwe openbare parkeerplaatsen aangelegd. Met voorgaande maatregelen in de openbare ruimte wordt bijgedragen aan een veilige schoolomgeving.

Gelet op het voorgaande wordt met de nieuw te realiseren situatie voorzien in de behoefte aan voldoende onderwijshuisvesting en wordt tevens voorzien in een duurzame herinrichting van de openbare ruimte.

Impressie beoogde nieuwe situatie (bron: Arcom Partners B.V.) 2.4

Stedenbouwkundige verantwoording

Met het voorgenomen initiatief wordt het bestaande schoolgebouw aan de noordzijde uitgebreid. Onderstaand wordt het initiatief stedenbouwkundig verantwoord. Met de beoogde uitbreiding aan de noordzijde van het bestaande schoolgebouw wordt aangesloten op de eerdere uitbreiding uit 2016 aan de zuidzijde van het bestaande schoolgebouw. De nu voorliggende uitbreiding voorziet eveneens in twee bouwlagen. De uitbreidingen dienen als 'boekensteunen' voor de oorspronkelijke bebouwing. Er is sprake van eenheid in materiaal en schaal. Verder zorgt de hoekverdraaing voor een mooie stedenbouwkundige inpassing en volgt deze de richting van het nieuwe fietspad. Als gevolg van de hoekverdraaiing ontstaat er ook ruimte voor een nieuwe hoofdentree.

John F. Kennedylaan 6

15

Stedenbouwkundig concept (bron: Arcom Partners B.V.)

John F. Kennedylaan 6

16

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Conclusie Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. De ontwikkeling is passend binnen de NOVI. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit het nationale beleid te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit het nationale beleid. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen;

John F. Kennedylaan 6

17

Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Conclusie Het initiatief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door de gewenste ontwikkeling zal geen nationaal belang worden geschaad. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Het nationale beleid vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1. er dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2.

indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Stedelijke ontwikkeling Om aan deze verplichting uit het Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie blijkt dat wanneer wordt voorzien in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto vloeroppervlakte groter dan 500 m2, er in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Onderhavig initiatief voorziet in de uitbreiding van een basisschool met een (extra) brutovloeroppervlakte van circa 800 m2. Derhalve is er in beginsel sprake van een stedelijke ontwikkeling en dient de laddertoets te worden doorlopen.

Behoefte Stap 1 vraagt een beoordeling door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte aan extra onderwijshuisvesting. In het kader van de behoefte wordt ten eerste verwezen naar het Integraal Huisvestingsplan (hierna: IHP),

John F. Kennedylaan 6

18

zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Woudenberg bij besluit van 28 mei 2020 (Bijlage 1). Besloten is onder meer om te kiezen voor uitbreiding van De Olijfboom en hiervoor een businesscase op te stellen. In het IHP wordt geconstateerd dat onder meer De Olijfboom in de periode 2015-2018 te maken had met een stijging van het leerlingenaantal. In november 2018 heeft Planning Verband Groningen leerlingenprognoses opgesteld voor het BO in de gemeente Woudenberg. Hieruit is gebleken dat De Olijfboom t/m schooljaar 2030/2031 het snelst stijgt in leerlingenaantal. Vanaf het schooljaar 2024/2025 is er een formeel tekort aan capaciteit voor alle scholen samen. Specifiek voor De Olijfboom geldt dat de prognoses uit 2018 een toename van het aantal leerlingen lieten zien tot 350 leerlingen in schooljaar 2030/2031. Daarna stabiliseert het leerlingenaantal. De school heeft te maken met een oplopend tekort aan capaciteit. Dat was de reden dat destijds twee noodlokalen bij de school zijn geplaatst. In de onderstaande tabel is de ontwikkeling van het leerlingenaantal en de ruimtebehoefte in relatie tot de capaciteit van de school weergegeven.

Het grootste vraagstuk van De Olijfboom is het capaciteitsvraagstuk. Er sprake van een tekort aan capaciteit dat in de loop der jaren verder oploopt. In het IHP uit 2019 werd gesproken over een extra ruimtebehoefte op termijn van ongeveer 500 m2. Concluderend is er in het IHP uit 2019 rekening gehouden met een permanente uitbreiding van De Olijfboom met in totaal 550 m2 BVO, op basis van 350 leerlingen en rekening houdend met een inpassingsverlies door aanbouw aan het bestaande gebouw. In het raadsbesluit van 28 mei 2020 is eveneens besloten om na de leerlingenprognoses van eind 2020 een definitief besluit te nemen over de uitbreiding van onder meer De Olijfboom. Dit vormt een laatste controle of het aantal leerlingen op de betreffende scholen daadwerkelijk zal stijgen zoals aangegeven bij de leerlingenprognoses van oktober 2018. In november 2020 heeft Planning Verband Groningen wederom leerlingenprognoses opgesteld voor het BO in de gemeente Woudenberg (Bijlage 2). Met betrekking tot De Olijfboom wordt geconstateerd dat tot en met het schooljaar 2022-2023 het aantal leerlingen minder stijgt dan in de prognose van 2 jaar eerder. Vanaf het schooljaar 2024-2025 stijgt het aantal leerlingen veel meer dan 2 jaar geleden was voorzien. In de prognose van 2018 is rekening gehouden met een maximaal aantal jaren van 350.

De prognose 2020 laat zien dat het maximaal aantal leerlingen stijgt naar 405 in schooljaar 2029-2030 en daarna iets daalt naar 384. In het IHP is rekening gehouden met maximaal 350 leerlingen. In onderstaande tabellen is de ontwikkeling van het leerlingenaantal en de ruimtebehoefte weergegeven.

John F. Kennedylaan 6

19

Mede op grond van de leerlingenprognoses 2020 heeft het college van B&W van gemeente Woudenberg op 16 maart 2021 besloten om een startnotitie op te stellen voor de businesscase De Olijfboom, waarbij ondezocht zal worden hoe in de toekomst 410 leerlingen gehuisvest kunnen worden. Dit aantal leerlingen komt overeen met de benodigde uitbreiding van circa 800 m2 BVO waar onderhavig initiatief op ziet. Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied De ontwikkeling vindt plaats in het noordwestelijk deel van de kern Woudenberg in aansluiting op het bestaande schoolgebouw van De Olijfboom. Het betreft een locatie in een gebied dat reeds bestemd is voor stedelijke functies (wonen/maatschappelijke voorzieningen/sport). Hiermee is sprake van een locatie binnen bestaand stedelijk gebied en is sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, indachtig het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking, waarbij wordt gestreefd naar een optimale benutting van de ruimte in stedelijk gebied. Met de ontwikkeling is een passende invulling van het plangebied gevonden. Conclusie Voorliggend plan voorziet in een behoefte en wordt gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied. Hiermee voldoet het plan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Provincie Utrecht

Provinciale Staten hebben de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht op 10 maart 2021 vastgesteld. Dat betekent dat de provincie Utrecht - vooruitlopend op de Omgevingswet - vanaf 1 april 2021 aan de slag is gegaan met de uitvoering van het omgevingsbeleid, zoals verwoord in de Omgevingsvisie. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en geeft mee dat lokale afwegingen mogelijk zijn als een veilige en gezonde omgeving daarbij gebaat is. Het beleid voor die gezonde en veilige leefomgeving is in de Omgevingsvisie opgedeeld in zeven beleidsthema's. De sociale en veilige leefomgeving loopt als een rode draad door de beleidsthema's heen. Het betreft de volgende beleidsthema's: 1. Stad en land gezond; 2. Klimaatbestendig en waterrobuust; 3. Duurzame energie; 4. Vitale steden en dorpen; 5. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; 6. Levend landschap, erfgoed en cultuur; 7. Toekomstbestendige natuur en landbouw. Daarnaast is de Omgevingsvisie uitgewerkt aan de hand van drie regio's. Dit betreft de U16, Amersfoort en Foodvalley. Met het omgevingsbeleid wil de provincie Utrecht bijdragen aan een gezonde en veilige leefomgeving in de provincie Utrecht. Het gaat daarbij in de eerste plaats om de fysieke omgeving.

Denk aan woonmilieus (dichtheid en type bebouwing), de aanwezigheid van voorzieningen (winkels, openbaar vervoer, scholen, ziekenhuizen, etc.), de mate van functiemenging voor aantrekkelijke woon-, werk- en

John F. Kennedylaan 6

20

leefmilieus en de kwaliteit van groen en water in de leefomgeving. Maar zeker zo belangrijk is de sociale omgeving en de veiligheid van de leefomgeving. Om prettig te kunnen wonen, moeten mensen zich thuis kunnen voelen. En mensen moeten zich veilig voelen, zowel sociaal als in het verkeer. Ook een gezonde leefomgeving is belangrijk. Het gaat dan zowel om zaken die te maken hebben met het milieu, als om de mate waarin de openbare ruimte de bewoners uitnodigt om gezonde keuzes te maken in wonen, werken, recreatie en vervoer. Het plangebied betreft een binnenstedelijke locatie. In haar verstedelijkingsbeleid richt de provincie zich primair op de ontwikkelingsmogelijkheden in het stedelijk gebied. Op deze manier blijven de steden, dorpen en kernen aantrekkelijk om te wonen, te werken en te ontmoeten en blijft het landelijk gebied gevrijwaard van onnodige ruimteclaims. Voor het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving is samenhang tussen ruimtelijke ordening en milieu belangrijk. Daarom zijn milieukwaliteiten als externe veiligheid, geluid, geur, lucht, bodem en water voor de provincie integraal onderdeel van gebiedsontwikkelingen. De provincie vraagt gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen aandacht te besteden aan de leefomgevingskwaliteit. Uit Hoofdstuk 4 van deze toelichting blijkt dat de milieukwaliteiten in het plangebied niet in het geding zijn. 3.2.2

Interim OmgevingsverordeningProvincie Utrecht

Provinciale Staten hebben eveneens op 10 maart 2021 de interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht vastgesteld. De interim omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de interim omgevingsverordening direct werkende regels. Dit zijn regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit. Andere voorbeelden van direct werkende regels zijn de meld- en informatieplichten en de specifieke zorgplichten. Regels over bijvoorbeeld een vergunningplicht gelden ook voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers. De volgende onderwerpen uit de Interim omgevingsverordening zijn direct relevant voor onderhavige ontwikkeling. Stedelijk gebied Het plangebied behoort in de Interim omgevingsverordening tot het stedelijk gebied. Artikel 9.15 van de Interim omgevingsverordening bepaalt dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het stedelijk gebied, bestemmingen en regels kan bevatten voor verstedelijking. Van verstedelijking is sprake als een bestemmingsplan ten opzichte van het vigerende regime nieuwe mogelijkheden biedt voor vestiging of uitbreiding van stedelijke functies. Onderstaand is een uitsnede van de kaart 'Wonen, werken en recreëren' opgenomen, behorende bij de Interim omgevingsverordening.

John F. Kennedylaan 6

21

Uitsnede kaart 'Wonen, werken en recreëren, kaart 2' (bron: Interim omgevingsverordening) Landschap Gelderse Vallei Uit de kaart 'Cultuurhistorie en landschap, kaart 2' blijkt dat het plangebied valt binnen het 'Landschap Gelderse Vallei'. De Interim Omgevingsverordening geeft aan dat een landschap geen statisch plaatje is: landschap is altijd in ontwikkeling en dynamiek hoort daarin. In het werken met landschapskwaliteit wordt uitgegaan van een samenspel tussen beeld (wat zie je), functies (wat gebeurt er) en robuuste structuren (samenhang, relaties). Voor elke ontwikkeling in het landelijk gebied moet aansluiting gevonden worden bij de kernkwaliteiten. Voor het landschap Gelderse Vallei wil de provincie Utrecht de volgende kernkwaliteiten behouden en versterken: rijk gevarieerde kleinschaligheid; stelsel van beken, griften en kanalen; Grebbelinie; overgang van Vallei naar stuwwal (luwe Flank). Deze kernkwaliteiten hebben in de verschillende deelgebieden van de Gelderse Vallei verschillende accenten. Het betreft hier een binnenstedelijke locatie, waar de genoemde kernkwaliteiten niet aanwezig zijn. Van aantasting van die kernkwaliteiten kan dan ook geen sprake zijn. Overstroombaar gebied Het plangebied ligt binnen de aanduiding 'overstroombaar gebied'.

Conform artikel 2.10 dient een bestemmingsplan bestemmingen en regels te bevatten die rekening houden met overstromingsrisico’s. Binnendijks is dit van toepassing op kwetsbare en vitale objecten en woonwijken en bedrijventerreinen. Buitendijks is dit ook van toepassing op individuele woningen en bedrijven. Grote delen van de provincie Utrecht liggen in overstroombare gebieden van Nederrijn, Lek en het Eemmeer. Het is belangrijk dat kwetsbare en vitale objecten en grootschalige woonwijken en bedrijventerreinen bestand zijn tegen overstromingen. Voor buitendijkse gebieden geldt dit ook voor kleinschalige woonwijken en bedrijventerreinen. Door een goed bedachte locatiekeuze en inrichting kunnen gevolgen van een overstroming aanzienlijk beperkt worden. In dit kader is de ‘Handreiking

John F. Kennedylaan 6

22

Overstromingsrobuust Inrichten’ opgesteld. Bij het verdere ontwerp van de nieuwbouw wordt rekening gehouden met de richtlijnen zoals gesteld in de handreiking om gebieden met overstromingsrisico’s veiliger te maken. Overig Verder bevat de toelichting op het ruimtelijk plan een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 4.12 van deze toelichting. Tot slot dient de toelichting een mobiliteitstoets te bevatten. Hierin worden het aantal verplaatsingen beschreven dat deze ruimtelijke ontwikkeling tot gevolg heeft. Ook wordt de wijze waarop het plangebied wordt ontsloten beschreven. In paragraaf 4.4 is een beschrijving van de verkeersaspecten opgenomen. Conclusie Onderhavig plan maakt de uitbreiding van basisschool De Olijfboom, inclusief een herinrichting van het omliggende openbaar gebied, mogelijk. De uitbreiding van de basisschool wordt binnen het stedelijk gebied gerealiseerd. Daarnaast draagt de ontwikkeling bij aan voldoende (onderwijs)voorzieningen in de kern Woudenberg. Daarmee past de ontwikkeling binnen het beleid en de regels uit de Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening van de provincie Utrecht. 3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Woudenberg 2030 (inclusief oplegger 2019)

Op 23 mei 2013 heeft de gemeenteraad van Woudenberg de Structuurvisie Woudenberg 2030 vastgesteld. Op 24 januari 2019 is daarbij ook de oplegger vastgesteld. In de ruimtelijke visie wordt aangegeven hoe de gemeente denkt over de ruimtelijke invulling voor het wonen, werken en recreëren voor de jaren tot 2030. Met de oplegger is geconstateerd dat de huidige structuurvisie op hoofdlijnen nog voldoet, wel is deze geactualiseerd op een aantal onderdelen. In de Structuurvisie worden de volgende thema's beschreven: landschap en groen, wonen, economie, recreatie, verkeer, maatschappelijke voorzieningen. Het relevante thema voor onderhavige ontwikkeling is 'maatschappelijke voorzieningen'. Onderstaand wordt ingegaan op het betreffende thema en worden de overige relevante zaken benoemd uit de Structuurvisie. Maatschappelijke voorzieningen Ten aanzien van het thema 'Maatschappelijke voorzieningen' staat opgenomen dat het goede maatschappelijke en culturele voorzieningenniveau in Woudenberg mede bepalend is voor de aantrekkelijke woonkwaliteit in de gemeente. Het op peil houden van deze voorzieningen is dan ook het uitgangspunt. Dit betreft: Levensvatbare onderwijsvoorzieningen (basisonderwijs); Sportvoorzieningen voor alle Woudenbergers; Voldoende (maatschappelijke) voorzieningen voor jongeren, volwassenen en ouderen.

Aan levensvatbare scholen wordt concreet invulling gegeven in de Structuurvisie. Verschillende scholen met een teruglopend leerlingenaantal worden samengevoegd. Het gaat om de Willem de Zwijgerschool, Jan Ligthartschool, Rehobothschool (tegenwoordig De Olijfboom) en de Prangelaar. In de oplegger uit 2019 is opgenomen dat de huisvestingsopgave van scholen verder is uitgewerkt. De huisvesting is inmiddels aangepast, waarbij de functie van de locatie van de oude locatie van de Jan Ligthartschool en de Willem van Oranjeschool inmiddels gewijzigd is ten behoeve van woningbouw en is afgezien van de voorkeurslocatie. Bij de uitwerking van de schoollocaties is besloten de locatie Rehobothschool (tegenwoordig De Olijfboom) te behouden. Ontwikkellocaties De Structuurvisie vormt het ruimtelijk kader voor verschillende projecten in de gemeente en andere nieuwe initiatieven in de toekomst. Deze dragen bij aan de ontwikkeling van het ruimtelijk-economisch

John F. Kennedylaan 6

23

structuurbeeld 2030. Een deel van de projecten betreft concrete ontwikkellocaties. Dit zijn verschillende plekken in de gemeente waar de komende jaren ruimtelijke veranderingen plaatsvinden en/of gewenst zijn. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen grootschalige en kleinschalige ontwikkelingslocaties. Het onderhavige plangebied grenst aan de ontwikkellocatie 'Rehobothschool en Bosrand'. De Rehobothschool (tegenwoordig De Olijfboom) betrof één van de vier scholen die destijds de ambitie had om samen te gaan in het kader van de huisvestingsopgave scholen. Hierdoor ontstaat er ruimte voor een opvanglocatie voor de Wartburgschool. Daarnaast ligt de Rehobothschool in de Bosrand. Dit multifunctionele gebied met woon-, werk-, sport en maatschappelijke voorzieningen vormt de noordwestelijke grens van Woudenberg en ligt direct tegen landgoed Geerestein. De opgave voor de Bosrand bestaat uit: Behoud van het multifunctionele karakter met de geclusterde sportvoorzieningen als belangrijkste gebruiker. Het sportcluster is voor iedereen bereikbaar en ontwikkelt zich door intensief en multifunctioneel gebruik; Nieuwvestiging van tafeltennisvereniging Smash. De toekomstige ontwikkeling van de Bosrand gaat uit van: Landschappelijke inpassing van nieuwe functies in groene 'kamers'; Een nieuwe recreatieve noordzuid-wandelverbinding die landgoed Geerestein toegankelijk maakt via de Bosrand.

Deze ligt in het verlengde van de groene wig tussen de Bron en de Maat; De Bosrand wordt een openbaar toegankelijk, groen gebied waar sport en spel de belangrijkste functies zijn.

Ontwikkellocatie 'Rehobothschool en Bosrand (bron: Structuurvisie Woudenberg 2030) In de oplegger uit 2019 is opgenomen dat bij de uitwerking van de schoollocaties is besloten de locatie Rehobothschool (tegenwoordig De Olijfboom) te behouden. De kaders voor het gebied Bosrand blijven ongewijzigd. Conclusie Onderhavig plan maakt de uitbreiding van basisschool De Olijfboom, inclusief een herinrichting van het omliggende openbaar gebied, mogelijk. Daarmee draagt de ontwikkeling bij aan de ambitie uit de

John F. Kennedylaan 6

24

Structuurvisie Woudenberg 2030 om het maatschappelijke voorzieningenniveau in Woudenberg op peil te houden. In dit geval door voldoende (levensvatbare) onderwijsvoorzieningen voor basisonderwijs. De uitbreiding van De Olijfboom betreft een vervolg op het besluit in het kader van de uitwerking van de schoollocaties om de locatie Rehobothschool (tegenwoordig De Olijfboom) te behouden. Voorts past de ontwikkeling binnen de opgave voor De Bosrand die onder meer bestaat uit het behoud van het multifunctionele karakter. In de Structuurvisie Woudenberg 2030 staat reeds benoemd dat het schoolgebouw wellicht een functie kan krijgen binnen de toekomstige ontwikkeling van de Bosrand, passend bij het multifunctionele karakter van het gebied. 3.3.2

Kernrandvisie Woudenberg 2030

De provincie Utrecht vraagt gemeenten kernrandzones met kwaliteit te realiseren. Middels het opstellen van een zogenaamde Kernrandvisie, kan aangegeven worden welke gebieden in een kernrandzone waarom wel of niet kunnen worden ontwikkeld en hoe. Op 7 juli 2016 heeft de gemeente Woudenberg de Kernrandvisie gemeente Woudenberg 2016 vastgesteld. De kernrandvisie is een uitwerking van de Structuurvisie Woudenberg 2030. In die structuurvisie zijn de ideeën en ontwikkelingen beschreven die moeten bijdragen aan de kwaliteit van Woudenberg als kern om te wonen, te werken en te recreëren. In de kernrandvisie wordt op basis van de structuurvisie verder ingegaan op het toekomstbeeld en de kwaliteitscriteria om te beoordelen of ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan een integrale verbetering van de gebiedskwaliteit. Uitgangspunt is daarbij dat de kwaliteit van de gebieden in de kernrandzone mede bepaald en beïnvloed worden door het omliggende landschap. De gemeente Woudenberg behoort tot de Gelderse Vallei, een voornamelijk agrarisch landschap. Het plangebied grenst aan het gebied dat in de Kernrandvisie staat omschreven als 'De Bosrand'. De visie voor dit gebied is tweeledig: Het gebied heeft aan de westelijke zijde een groene uitstraling door de sportvelden, dit moet zeker worden behouden en waar mogelijk worden versterkt.

Omdat het achtergelegen landgoed niet bereikbaar is moet worden gestreefd naar de realisatie van een recreatieve langzaam verkeersroute(s) tussen het dorp en het landgoed (noord/zuid). Aansluiting van een dergelijke route op de oostelijke gelegen recreatieve route is wenselijk, zodat een recreatieve rondgang aan de noordelijke zijde mogelijk wordt gemaakt. Deze ontsluitingen moeten het slagenlandschap maar vooral het landgoed beleefbaar maken en uitnodigen om het landgoed te bezoeken. In het geval van wezenlijke ingrepen in dit gebied dient met deze voorwaarde nadrukkelijk rekening te worden gehouden

John F. Kennedylaan 6

25

Kaart Kernrandvisie Woudenberg 2030 Conclusie Onderhavig initiatief betreft de uitbreiding van een bestaand schoolgebouw. Gezien de relatief beperkte omvang van de ontwikkeling en de locatie tussen de gemeentewerf en het bestaande schoolgebouw, maakt het plangebied geen wezenlijk onderdeel uit van de kernrandzone. Met de uitbreiding wordt geen afbreuk gedaan aan de ambities uit de Kernrandvisie Woudenberg 2030. 3.3.3

Integraal Huisvestingsplan 2020-2035 (IHP)

Op 28 mei 2020 is het Integraal Huisvestingsplan (hierna: IHP) door de gemeenteraad van Woudenberg vastgesteld. De schoolbesturen en de gemeente Woudenberg hebben de ambitie om een gedragen inhoudelijk kader te ontwikkelen voor de huisvesting van het primair onderwijs (PO) in de gemeente. Vanuit dit inhoudelijk kader worden adviezen gegeven voor plannen met betrekking tot onderwijshuisvesting in de gemeente. Dit samen vormt het IHP dat zicht geeft op de periode 2020-2035. In het IHP wordt onder meer geconcludeerd dat de gemeente Woudenberg de afgelopen jaren heeft geïnvesteerd in de uitbreiding en aanpassing van enkele schoolgebouwen. Het leerlingenaantal in de gemeente groeit de komende jaren, waardoor huisvestingsvragen ontstaan. Vanuit de leerlingenontwikkeling en het inhoudelijk kader zijn de volgende projecten bepaald:

John F. Kennedylaan 6

26

Op 28 mei 2020 is besloten om te kiezen voor uitbreiding van De Olijfboom en hiervoor een businesscase op te stellen. Eveneens is besloten om na de leerlingenprognoses van eind 2020 een definitief besluit te nemen over de uitbreiding van onder meer De Olijfboom. De prognose 2020 liet zien dat het maximaal aantal leerlingen van De Olijfboom stijgt naar 405 in schooljaar 2029-2030. Mede op grond hiervan heeft het college van B&W van gemeente Woudenberg op 16 maart 2021 besloten om een startnotitie op te stellen voor de businesscase De Olijfboom, waarbij ondezocht zal worden hoe in de toekomst 410 leerlingen gehuisvest kunnen worden. Dit aantal leerlingen komt overeen met de benodigde uitbreiding van circa 800 m2 BVO waar onderhavig initiatief op ziet. Conclusie Onderhavig initiatief is passend binnen het IHP 2020-2035 en de daarop volgende leerlingenprognoses van eind 2020. De beoogde uitbreiding van De Olijfboom vormt daarmee een uitwerking van het IHP 2020-2035.

John F. Kennedylaan 6

27

Hoofdstuk 4

Uitvoeringsaspecten

In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. 4.1

Flora en fauna

4.1.1

Wettelijk kader

Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten. Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen.

Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor beschermde soorten op voorwaarde dat gehandeld wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de plantenen diersoorten die in het plangebied voorkomen. Zorgplicht Voorts geldt bij uitvoering van werkzaamheden ten allen tijde een de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming). Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden een algemeen beschermde soort als konijn, veldmuis of gewone pad wordt aangetroffen zij de ruimte en tijd moet krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren verplaatst worden naar een naastgelegen ruimte waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden.

Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het NNN liggen onder andere bestaande natuurgebieden en alle Natura 2000gebieden. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt en middels ruimtelijke nota's en verordeningen voorzien van juridische doorwerking. In sommige provincies bestaan er naast het NNN ook nog andere groene zones die een zekere mate van bescherming genieten. Stikstofdepositie Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS), welke in juli 2015 van kracht werd, berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit tot een significante toename leidde van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.

John F. Kennedylaan 6

28

Onder het PAS golden enkele drempel- en grenswaarden. Deze waarden bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Door te rekenen met het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator werd automatisch met die drempelwaarden rekening gehouden. In het geval van de meldingsplicht kon de planontwikkeling aanspraak kan maken op benutting van de ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied gold, totdat deze niet meer voorradig was. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hierdoor kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunningplichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb). Dit betekent dat ook relatief kleinschalige projecten zorgvuldig dienen te worden getoetst op hun stikstofdepositie, om zo aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep).

Sinds de vernieuwing van de AERIUS Calculator op 16 september 2019, en na de laatste update van 26 januari 2023, kan correct berekend worden of er überhaupt sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Daarbij dient zowel de gebruikersfase als de realisatiefase doorgerekend te worden. Zolang er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/jaar zijn, is er geen belemmering voor een plan op het gebied van stikstofdepositie. 4.1.2

Gebiedsbescherming

Het plangebied ligt op circa 9,6 kilometer afstand van het Natura-2000 gebied 'Kolland & Overlangbroek'. Op grotere afstand liggen De Rijntakken, het Binnenveld en de Veluwe. Het plangebied is geen onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde onderdeel ligt op circa 122 meter afstand ten noorden van het plangebied. Dit betreft een groenstrook aan de zuidrand van Landgoed Geerestein. Het plangebied is voorts niet gelegen in de Groene Contour of in een Weidevogelkerngebied.

Uitsnede kaart 1 'Natuur' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

John F. Kennedylaan 6

29

In het verkennend ecologisch onderzoek dat is uitgevoerd door Ecoresult (Bijlage 3) wordt geconcludeerd dat op voorhand is uit te sluiten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland, de Groene Contour en het Weidevogelkerngebied. Een nadere beoordeling en aanvullend onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Met betrekking tot stikstof is er wel een nadere berekening noodzakelijk. Stikstofdepositie Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied betreft 'Kolland & Overlangbroek ' op een afstand van circa 9,6 kilometer. Er is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd met behulp van de AERIUS Calculator. Hieruit blijkt dat de gewenste ontwikkeling zowel in de gebruiks- als bouwfase niet leidt tot een stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee zijn er voor wat betreft het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. De stikstofdepositieberekening met bijbehorende bijlagen is opgenomen in Bijlage 4 bij deze toelichting. 4.1.3

Soortenbescherming

Quick scan flora en fauna Om de effecten van de voorgenomen wijziging op de aanwezige flora en fauna te bepalen is in 2023 een verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd door Ecoresult (Bijlage 3). Dit verkennend onderzoek zoomt in op de (mogelijke) schadelijke effecten door de activiteiten en op welke wijze in het kader van de wet gehandeld kan worden. Uit de Quick scan blijkt dat: Negatieve effecten op de volgende beschermde soorten en functies zijn uit te sluiten mits wordt gehouden aan de maatregelen, zoals benoemd in de Quick scan. Vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger): (essentieel) functioneel leefgebied (foerageergebied en vliegroute). Negatieve effecten op overige soorten die vallen onder de bescherming van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, of die nationaal beschermd zijn kunnen op voorhand worden uitgesloten. De maatregel met betrekking tot vleermuizen betreft dat, indien er 's avonds wordt gewerkt, eventuele bouwlampen van de groenstrook aan de noordzijde afgericht dienen te worden. 4.1.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2201/documents/49668