05 bijlage 3 ruimtelijke motivering R004-1289346MLR-V03-sss-NL.pdf
Tekst van het document
N224-N226 Rotonde Woudenberg Ruimtelijke motivering voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) 13 juni 2025
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Verantwoording Titel
N224-N226 Rotonde Woudenberg
Opdrachtgever
Provincie Utrecht
Projectleider
Matthijs Plijnaar
Auteur(s)
Tristan van Herk
Tweede lezer
Paul Lammers
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Aantal pagina’s
56 (exclusief bijlagen)
Datum
13 juni 2025
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Inhoud 1
Aanleiding en doel ..................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding .......................................................................................................................... 5
1.2
Ligging plangebied ............................................................................................................. 5
1.3
Omgevingsplan .................................................................................................................. 6
1.3.1
Geldende planologische situatie ................................................................................. 6
1.3.2
Strijdigheid met het omgevingsplan ............................................................................ 7
1.4
Motivering BOPA ................................................................................................................ 9
1.5
Procedure ........................................................................................................................... 9
1.6
Leeswijzer ........................................................................................................................ 10
2
Beschrijving huidige situatie .................................................................................................... 10
3
De beoogde ontwikkeling ........................................................................................................ 11
4
5
3.1.1
Rotonde..................................................................................................................... 14
3.1.2
Fietstunnel en onderdoorgang .................................................................................. 14
3.1.3
Busbaan .................................................................................................................... 17
3.1.4
Verbindingsweg N226 - Esso .................................................................................... 17
3.1.5
Ontsluitingspad volkstuinen ...................................................................................... 17
Beleidskader ............................................................................................................................ 18 4.1
Rijksbeleid ........................................................................................................................ 18
4.2
Provinciaal beleid ............................................................................................................. 20
4.3
Waterschapsbeleid ........................................................................................................... 26
4.4
Gemeentelijk beleid .......................................................................................................... 27
Aspecten fysieke leefomgeving ............................................................................................... 31 5.1
Verkeer ............................................................................................................................. 31
5.2
Cultureel erfgoed .............................................................................................................. 32
5.2.1
Archeologie ............................................................................................................... 32
5.2.2
Monumenten ............................................................................................................. 34
5.3
Landschap ........................................................................................................................ 36
5.4
Bodem .............................................................................................................................. 37
5.5
Water ................................................................................................................................ 39
5.6
Ecologie ........................................................................................................................... 43
3/56
Kenmerk
6
7
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
5.7
Stikstof ............................................................................................................................. 46
5.8
Geluid ............................................................................................................................... 48
5.9
Luchtkwaliteit .................................................................................................................... 49
5.10
Externe veiligheid ............................................................................................................. 50
5.11
Duurzaamheid .................................................................................................................. 51
5.12
Gezondheid ...................................................................................................................... 53
5.13
M.e.r.-beoordeling ............................................................................................................ 53
Uitvoerbaarheid ....................................................................................................................... 54 6.1
Economische uitvoerbaarheid .......................................................................................... 54
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................................... 54
6.2.1
Participatie ................................................................................................................ 54
6.2.2
Vergunningprocedure................................................................................................ 56
Samenvatting en conclusie...................................................................................................... 56
De volgende bijlages worden los toegevoegd bij de aanvraag. Bijlage 1 Overzichtstekening A Bijlage 1.1 Overzichtstekening B Bijlage 2 Bijlage 2a Bijlage 3
Verkeersonderzoek Actualisatie verkeersonderzoek betere doorstroming N224-N226 Woudenberg Archeologisch vooronderzoek
Bijlage 4 Bijlage 4.1 Bijlage 5
Landschapsvisie, BKP en groenontwerp Landschapsplan Groenontwerp Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8
Milieukundig onderzoek verharding en grond Notitie watercompensatie Toetsing aan de Wet natuurbescherming
Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11
Soortgericht onderzoek Bomeneffectanalyse (BEA) Stikstofdepositie-onderzoek aanlegfase
Bijlage 11a Bijlage 12 Bijlage 12a
Aerius berekening aanlegfase Stikstofdepositie-onderzoek gebruiksfase Aerius berekening gebruiksfase
Bijlage 12b Bijlage 13 Bijlage 13.1
Extra bijlage Aerius berekening gebruiksfase Akoestisch onderzoek Addendum – Bovenwettelijk geluidsbeleid
Bijlage 13.2 Bijlage 14
Addendum – Westerwoud 11 Aanvullende notitie geluid en luchtkwaliteit
4/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
1 Aanleiding en doel 1.1
Aanleiding
Het kruispunt tussen de provinciale wegen N224 en N226 ten zuiden van Woudenberg is vormgegeven als enkelstrooksrotonde met aan de oostzijde een gelijkvloerse parallelwegoversteek. De rotonde heeft onvoldoende capaciteit om de huidige en toekomstige verkeersstromen goed te kunnen verwerken. Hierdoor ontstaan er met name tijdens de spitsperioden wachtrijen op één of meerdere takken van de rotonde. Om de doorstroming te verbeteren is er in 2013 een rotondedoseerinstallatie geplaatst. Deze maatregel bleek niet voldoende om het verkeer ook op de langere termijn goed te laten doorstromen. Uit uitgevoerde kruispuntberekeningen is naar voren gekomen dat grootschalige maatregelen nodig zijn om een goede doorstroming te waarborgen. Daarnaast is de rotonde momenteel ook erg onveilig voor fietsers. De maatregelen gaan ervoor zorgen dat de rotonde veiliger wordt voor fietsers door het aanleggen van een fietstunnel. Op 17 november 2020 hebben de Provinciale Staten van provincie Utrecht besloten in te stemmen met de aanleg van een dubbelstrooks rotonde, een fietstunnel en busbaan bij de kruising N224/N226 in Woudenberg. De voorgenomen ontwikkeling omvat functies die strijdig zijn met het vigerend omgevingsplan. Om de herinrichting van de rotonde mogelijk te maken, wordt de procedure voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) doorlopen.
Voor deze vergunning moet de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) worden gemotiveerd en voldaan worden aan het Besluit kwaliteit leefomgeving en de provinciale omgevingsverordening.
1.2
Ligging plangebied
Het projectgebied is gelegen ten zuiden van Woudenberg (figuur 1.1). Het projectgebied ligt op de grens van de bebouwing van Woudenberg (ten noorden) en het buitengebied (ten zuiden). De N224 gaat in de richting van Zeist en Scherpenzeel. De N226 gaat in de richting van Leersum en Leusden.
5/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Figuur 1.1 Locatie projectgebied (Bron: Cyclomedia)
1.3
Omgevingsplan
1.3.1 Geldende planologische situatie Het geldende juridisch-planologisch kader van het projectgebied is bepaald in de bestemmingsplannen ‘Bebouwde Kom Woudenberg’ (vastgesteld op 21-12-2017) en ‘Buitengebied Woudenberg Geconsolideerd’ (geconsolideerd 12-09-2014), beide onderdeel van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan gemeente Woudenberg1. Voor bestemmingsplan ‘Bebouwde Kom Woudenberg’ kent het plangebied de functies: • Verkeer • Water • • •
Recreatie Bedrijf – 1 Bedrijf – 2
• •
Waarde – Archeologie 1 Waarde – Archeologie 2
Voor bestemmingsplan ‘Buitengebied Woudenberg Geconsolideerd’ zijn deze als volgt: • Verkeer • Agrarisch • •
1
Natuur Wonen
Geraadpleegd op 24 april 2025
6/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
•
Bedrijf
• • •
Water Waarde – Archeologie – 1 Waarde – Archeologie – 2
1.3.2 Strijdigheid met het omgevingsplan De voorgenomen ontwikkeling omvat functies die strijdig zijn met het vigerende omgevingsplan2. In tabel 1.1 zijn alle raakvlakken beschreven en is aangegeven per bestemming/functie of er sprake is van strijdigheid met behulp van letters ter aanduiding. Deze letters corresponderen met de kaart uit figuur 1.2.
Figuur 1.2 Planontwerp weergegeven op de verbeelding van het vigerende omgevingsplan, bestemmingsplan ‘Buitengebied Woudenberg Geconsolideerd (geconsolideerd 12-09-2014) en ‘Bebouwde Kom Woudenberg’ (vastgesteld 21-12-2017) Tabel 1.1 Strijdigheden van de voorgenomen ontwikkeling met het vigerend omgevingsplan Vigerende bestemming/functie
Strijdigheid met beoogde functie?
bestemmingsplan/omgevingsplan Agrarisch
Water Het verleggen van de N226 aan de zuidzijde van de rotonde maakt dat de huidige waterlichamen aan de linkerzijde van de N226 moeten opschuiven en in de functie agrarisch komen te liggen (A). Aan de zuidoostzijde van de rotonde schuiven ook waterlichamen op waardoor ook die waterlichamen de functie agrarisch kruisen (B). Het behoud, herstel en de ontwikkeling
2
Ten behoeve van de leesbaarheid van deze analyse en bijbehorende rapportage worden hier zowel de term ‘bestemming’ als de term ‘functie’ aangehaald.
7/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Vigerende bestemming/functie
Strijdigheid met beoogde functie?
bestemmingsplan/omgevingsplan van het waterhuishoudkundig systeem is toegestaan op deze gronden. Dit vormt geen strijdig gebruik. Verkeer De aanleg van de fietstunnel (functie verkeer) doorkruist aan de zuidoostzijde de functie ‘agrarisch’ (C). Tot slot worden nieuwe wegen aangelegd. Deze lopen ook door de functie agrarisch. Aan de zuidoostzijde is dit een pad om het huidige tankstation te kunnen blijven bereiken (D). Aan de zuidwestzijde is dit een pad om de volkstuinen te kunnen blijven bereiken (E). Het aanleggen van wegen die niet ten dienste staan van de functie agrarisch is niet toegestaan in de functie agrarisch. Het aanleggen van de beoogde infrastructuur is daarom strijdig met de functie agrarisch. Natuur
Water De watergangen die verschuiven langs de N226 doorkruisen ook de functie natuur aan de zuidwestelijke zijde van de rotonde (F). Water en waterhuishoudkundige voorzieningen zijn toegestaan in deze functie. Dit is niet strijdig. Verkeer De verlegging van de N226 aan de zuidzijde van de rotonde doorkruist aan de linkerzijde de functie ‘Natuur’. Het aanleggen of verharden van wegen is niet mogelijk binnen deze functie (F). Dit vormt strijdigheid.
Recreatie
Water Aan de noordoostzijde van het plangebied, bevindt zich een paardenweide. Doordat de watergangen worden opgeschoven, wordt hier de functie recreatie doorkruist (G). Dit geldt ook voor de watergangen die opschuiven aan de zuidwestelijke zijde van de rotonde (H). Water en waterhuishoudkundige voorzieningen zijn toegestaan in deze functie. Dit is niet strijdig. Verkeer Er wordt een weg aangelegd aan vanaf de Slappedel naar de volkstuinen (I). Hier is sprake van strijdigheid met de vigerende functie.
Verkeer
Water Aan de noordwestelijke zijde van de rotonde wordt een nieuwe watergang aangelegd in de functie verkeer (J). Aan de zuidwestelijke zijde wordt een stuk van de watergang eveneens een klein stuk door de functie ‘verkeer’
8/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Vigerende bestemming/functie
Strijdigheid met beoogde functie?
bestemmingsplan/omgevingsplan heen gelegd (K). Water en waterhuishoudkundige voorzieningen zijn toegestaan in de functie verkeer. Dit is niet strijdig. Water
Verkeer Aan de noordoostzijde wordt water gedempt om de weg te verleggen (L). Dit doorkruist de functie ‘water’. Het verleggen van wegen is niet toegestaan in de functie ‘water’ en is dus strijdig. Daarnaast wordt aan de westzijde een brug aangelegd voor de ontsluiting van de volkstuinen, deze brug gaat over het water heen (M) Groen Tussen de weg en de waterpartij aan de noordwestzijde van de rotonde wordt het water deels gedempt en wordt een nieuwe watergang aangelegd (N). Het hiervoor benodigde dempen van water is strijdig.
Waarde – Archeologie 1
Er worden verschillende wijzigingen aangebracht in de functie waarde – archeologie 1. Deze strijdigheden worden aangehaald in paragraaf 5.2.1 Archeologie.
Waarde – Archeologie 2
Er worden verschillende wijzigingen aangebracht in de functie waarde – archeologie 2. Deze strijdigheden worden aangehaald in paragraaf 5.2.1 Archeologie.
1.4
Motivering BOPA
Zoals toegelicht in paragraaf 1.3 zijn de voorgenomen functies strijdig met het geldende bestemmingsplan als onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan. Gemotiveerd afwijken van het omgevingsplan is daarmee noodzakelijk. Er kan medewerking worden verleend door het verlenen van een omgevingsvergunning met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het voorliggende document dient als ruimtelijke motivering voor deze vergunning. Hierbij is getoetst of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (hierna: ETFAL).
1.5
Procedure
Op grond van artikel 16.64 van de Omgevingswet geldt de reguliere procedure die 8 weken duurt en waarbij de beslistermijn nog met 6 weken. Wel zal op grond van het door de raad vastgesteld adviesrecht het plan worden voorgelegd aan de gemeenteraad voor (bindend) advies. Bij de reguliere procedure wordt een vergunning niet als ontwerpvergunning ter inzage gelegd. De bezwarenprocedure van 6 weken is na het verlenen van de omgevingsvergunning
9/56
Kenmerk
1.6
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteit die deze motivering mogelijk maakt. In hoofdstuk 2 wordt de huidige en situatie beschreven. In hoofdstuk 3 wordt de beoogde ontwikkeling omschreven. Hoofdstuk 4 gaat in op het Rijks-, provinciaal-, gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 wordt inzicht gegeven in diverse effecten op en voor de verschillende milieu- en ruimte thema’s die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 6 staat stil bij de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 7 is een samenvatting en conclusie van de ruimtelijke motivering.
2 Beschrijving huidige situatie Figuur 2.1 toont de ligging van het plangebied. Het gaat om de rotonde N224-N226 en de omliggende provinciale wegen ten zuiden van Woudenberg in de provincie Utrecht. Het plangebied bestaat voor een groot deel uit een geasfalteerde provinciale weg en rotonde. Hieromheen zijn binnen de grenzen van het plangebied enkele houtopstanden, weilanden, ruigtestroken, watergangen, bermen en een schuur in een paardenweide aanwezig. Daarnaast ligt het rijksmonument ‘Lichtenberg’, nummer 46146, in het plangebied (zie ster op figuur 2.1). Het omliggend gebied bestaat uit agrarisch gebied (ten zuiden en deels ten noordoosten van het plangebied, volkstuintjes (ten zuidwesten van de rotonde), een brede watergang (ten noordwesten van de rotonde) en de bebouwde kom van Woudenberg (ten noorden van het plangebied). Langs de provinciale weg N224 ligt buiten het plangebied een tankstation gesitueerd. In figuur 2.2 is een impressie van het plangebied in de huidige situatie weergegeven.
Figuur 2.1 Ligging van het plangebied
10/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Figuur 2.2 Impressie van het plangebied in de huidige situatie (Bron: TAUW 2024)
3 De beoogde ontwikkeling Figuur 3.1 en figuur 3.2 geven de beoogde ontwikkeling weer. Het gaat om de herinrichting van de rotonde N224-N226. De herinrichting vindt plaats om de rotonde veiliger te maken, onder andere voor fietsers. Er vinden diverse aanpassingen plaats aan de rotonde zelf, zo wordt de rotonde wat richting het westen verlegd. Ten oosten van de rotonde wordt een fietstunnel gerealiseerd. Een inen uitrit ten zuiden van de rotonde verdwijnen. Hiervoor wordt een nieuwe toegangsweg aangelegd richting de volkstuintjes vanaf de weg Slappedel. Ten oosten van de rotonde wordt een busbaan aangelegd. Ten zuiden van de N224 wordt vanaf de rotonde een nieuwe toegangsweg richting het tankstation gerealiseerd. Diverse watergangen rondom de rotonde worden vergraven en verlegd. Voor de benodigde watercompensatie zijn ruimtelijke ingrepen beoogd ten noorden van de N224, ten oosten van de rotonde en bij een lange watergang tussen de N226 en de weg ‘Slappedel’. Binnen de werkvlakken is het namelijk noodzakelijk om bomen te kappen. Deze compensatieopgaven bevinden zich binnen de begrenzing van het plangebied en zijn zodoende meegenomen in deze toetsing.
11/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Figuur 3.1 Overzichtstekening beoogde ontwikkeling 1/2, opgenomen in bijlage 1 in groter formaat (In deze overzichtstekening is niet de plangrens BOPA opgenomen).
12/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Figuur 3.2 Overzichtstekening beoogde ontwikkeling 2/2, opgenomen in bijlage 1 in groter formaat (In deze overzichtstekening is niet de plangrens BOPA opgenomen).
Figuur 3.3 Impressie toekomstige rotonde en fietstunnel N224-N226 Woudenberg (bron: provincie Utrecht)
13/56
Kenmerk
3.1.1
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Rotonde
Voor een betere doorstroming is een knierotonde ontworpen die vooral de drukste verkeersstromen van het zuiden naar het westen zal bevorderen en in deze richting is voorzien met twee rijstroken. Vanuit het zuiden en westen komend wordt het verkeer rechtsaf via een bypass geleid om het verkeer op de Randweg en de zuidelijke Maarsbergseweg soepel door te laten stromen. Deze komen los van de rotonde te liggen. Daarmee heeft elke toerit naar de rotonde uiteindelijk twee gescheiden rijstroken en monden op elke tak, met uitzondering van de meest noordelijke naar Woudenberg, twee afritstroken.
Figuur 3.4 Visualisatie nieuwe rotonde
3.1.2
Fietstunnel en onderdoorgang
Als gevolg van de ombouw tot knierotonde met extra bypasses neemt het aantal rijstroken toe dat op de oostelijke aansluiting van de rotonde (N224 van en naar Woudenberg / Scherpenzeel) gekruist moet worden. Om de verkeersveiligheid van het doorstromend langzaam verkeer op de noord-zuid-as te verbeteren is in het ontwerp een fietstunnel en onderdoorgang voor voetgangers voorzien. Deze maakt in het oosten een ruime bocht van 180 graden, waarna de verbinding weer aansluit bij de parallelweg (figuur 3.5). De tunnel bestaat voornamelijk uit twee open gedeeltes met daartussen een gesloten stuk bij de onderdoorgang van de N224. Het voetpad ligt in de binnenbocht. Op figuur 3.6 en figuur 3.7 zijn visualisaties te zien van de fietstunnel.
14/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Figuur 3.5 Uitsnede ontwerp fietstunnel met blauw omlijnd
15/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Figuur 3.6 Visualisatie fietstunnel vanuit zuiden
Figuur 3.7 Visualisatie fietstunnel vanuit noorden (Woudenberg)
16/56
Kenmerk
3.1.3
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Busbaan
Om doorstroom van OV-diensten te verbeteren, wordt in het oosten van het plangebied, aan de noordkant van de N224 tussen de brandweerkazerne en de rotonde, een aanliggende busbaan gerealiseerd. Het gaat om een lengte van circa 765 meter. Hierdoor kan de bus langs het verkeer rijden en vanaf circa 100 meter voor de rotonde weer invoegen op de gewone rijbaan. 3.1.4
Verbindingsweg N226 - Esso
Ten zuidenoosten van de rotonde en parallel verlopend aan de N224 wordt langs de kavelgrens evenredig aan het slagenlandschap een nieuwe verbindingsweg aangelegd die de N226 met het parkeerterrein van de benzinepomp verbindt. Het betreft een fiets- en voetpad van circa 250 meter lang, zie figuur 3.8 aangegeven met een rode pijl.
Figuur 3.8 Uitsnede verbindingsweg N226 - Esso
3.1.5 Ontsluitingspad volkstuinen Ten zuidwesten van de rotonde en parallel lopend aan de N224 wordt ter hoogte van de volkstuinen van de Hervormde Gemeente Woudenberg een nieuw ontsluitingspad aangelegd. Deze weg verbindt Slappedel met de volkstuinen. De huidige inrit aan de N226 wordt afgesloten omdat deze aansluiting niet meer haalbaar is, de weg wordt alleen nog ontsloten via de Slappedel. Het water bij de Slappedel wordt overgestoken via een betonbrug. Verdeeld over de lengte van de nieuwe weg worden drie passeerplaatsen voorzien, deze zijn weergegeven op figuur 3.9.
Uitbreiding grens tbv ontsluiting
Figuur 3.9 Uitsnede nieuwe ontsluitingspad volkstuinen met drie passeerplaatsen.
17/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Onderhoudspad pompkelder In het zuidoosten van de rotonde wordt met de aanleg van een circa honderd meter lang pad parallel aan de fietstunnel op maaiveld een onderhoudspad aangelegd naar de pompkelder. Dit loopt deels gecombineerd met de verbindingsweg tussen de N226 naar het Esso-terrein, zie figuur 3.10 aangegeven met rode pijl.
Figuur 3.10 Uitsnede onderhoudspad pompkelder
4 Beleidskader 4.1
Rijksbeleid
Besluit kwaliteit leefomgeving Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is een van de vier AMvB’s die vallen onder de Omgevingswet. In het Bkl heeft het Rijk regels opgenomen over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Met name de instructieregels zijn voor deze BOPA relevant. De instructieregels, opgenomen in hoofdstuk 5 van het Bkl, geven aan hoe decentrale overheden om moeten gaan met onder meer relevante milieuthema’s. Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het BkI volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: 1. De activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s 2. 3.
De omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit) De omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is
vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert De instructieregels hebben onder meer betrekking op de verschillende milieuregelgeving. Hier wordt bij deze thema’s in hoofdstuk 4 op ingegaan.
18/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Nationale omgevingsvisie Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: 1. Een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het
2.
stellen van opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainports, greenports en valleys Over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld
3.
het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed Een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. 3. 4.
Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren, dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte 2.
3.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: Wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere Afwentelen wordt voorkomen: Het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties
19/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Beoordeling en conclusie De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de prioriteiten en afwegingsprincipes zoals verwoord in de NOVI. Nationaal Water Programma 2022-2027 Nederland heef te maken met grote wateropgaven die bovendien in de toekomst steeds groter en complexer worden. Dit komt door een aantal samenhangende uitdagingen: klimaatverandering, bodemdaling, milieuverontreiniging, biodiversiteitsverlies en ruimtedruk. In de uitvoering ligt bovendien een grote opgave om verouderde infrastructuur zoals bruggen en sluizen in stand te houden en waar nodig te vervangen of te renoveren. De wateropgaven waar Nederland op dit moment voor staat, de uitdagingen richting de toekomst en de noodzaak van een integrale aanpak vormen de basis voor 3 hoofdambities van het Nationaal Water Programma (NWP): 1.
Een veilige en klimaatbestendige delta
2. 3.
Een concurrerende, duurzame en circulaire delta Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur
De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving, zoals de energietransitie, de woningbouw, herstel natuur en de landbouwtransitie is noodzakelijk. Het bodem- en watersysteem stelt randvoorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen. Om deze randvoorwaarden ook juridisch te laten doorwerken zijn inhoudelijke kaders nodig voor de inrichting en gebruik van wateren alsook voor ruimtelijke inrichting, landgebruik en de wijze van bouwen. In Nederland komen veel opgaven voor de leefomgeving bij elkaar op een klein oppervlak. Niet alles kan, soms moeten keuzes worden gemaakt. Daarvoor zijn in het NWP een aantal afwegingsprincipes voor het waterbeleid en -beheer opgenomen. Conclusie Er heeft voor onderhavige ontwikkeling een weging van het waterbelang plaatsgevonden, zie paragraaf 5.5. Hierbij is rekening gehouden met de afwegingsprincipes voor het waterbeleid en – beheer. Uit de uitgevoerde weging blijk dat de voorgenomen ontwikkeling bezien vanuit het thema water uitvoerbaar is.
4.2
Provinciaal beleid
Provinciale omgevingsvisie De Omgevingsvisie van de provincie Utrecht is vastgesteld door Provinciale Staten op 10 maart 2021, op 1 april 2021 in werking getreden en voor het laatst gewijzigd op 1 januari 2024. De provincie Utrecht is, vooruitlopend op de Omgevingswet, aan de slag gegaan met de uitvoering van het omgevingsbeleid, zoals beschreven is in de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie geeft aan hoe de provincie Utrecht wenst dat de provincie er in 2050 uitziet.
20/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
De Omgevingsvisie gaat over de fysieke leefomgeving. Dit omvat alle aspecten van de fysieke leefomgeving op, onder en boven de grond. Dit is inclusief sociale aspecten die fysiek neerslaan, zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. De Omgevingsvisie van de provincie Utrecht is uitgewerkt in thema's en gebieden. Het betreft de volgende beleidsthema's: 1) Stad en land gezond 2) Klimaatbestendig en waterrobuust 3) Duurzame energie 4) Vitale steden en dorpen 5) Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar 6) Levend landschap, erfgoed en cultuur 7) Toekomstbestendige natuur en landbouw Beoordeling en conclusie De beoogde ontwikkeling draagt bij aan het beleidsthema: Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan het behalen van de subambitie van dit thema: ‘De provincie Utrecht is goed bereikbaar per fiets, openbaar vervoer en auto in een gezonde en verkeersveilige omgeving’. Het aanleggen van een fietstunnel zorgt voor extra veiligheid en bereikbaarheid met de fiets, een busbaan zorgt voor een snelle verbinding met de bus en het opwaarderen van de rotonde zorgt ervoor dat er minder knelpunten ontstaan met de auto. De ontwikkeling draagt ook bij aan het landschap, dit is in lijn met het beleidsthema: Levend landschap, erfgoed en cultuur.
Dit wordt gedaan door verschillende aanpassingen om het cultuurhistorische landschap weer te herstellen of verwijzingen terug te brengen. Bijvoorbeeld door de eikenlaan te herstellen, bepaalde beplanting toe te passen en zichtlijnen open te houden. Hoe dit exact invulling krijgt wordt nader behandeld in paragraaf 5.3 Landschap. De beoogde ontwikkeling past binnen de provinciale Omgevingsvisie want het sluit aan bij de beleidsthema’s ‘ Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar’ en ‘Levend landschap, erfgoed en cultuur’ en er zijn geen strijdigheden tussen de visie en de ontwikkeling. Bereikbaarheidsprogramma 2024-2029 Het bereikbaarheidsprogramma 2024-2029 van de provincie Utrecht is op 18 november 2024 in werking getreden. Het bereikbaarheidsprogramma is het programma voor het thema duurzaam, gezond en veilig bereikbaar uit de Omgevingsvisie. Het programma vertaalt lange termijn ambities uit de Omgevingsvisie naar concrete doelen voor mobiliteit en bereikbaarheid voor de periode 2024-2029 De hoofdambities in de Omgevingsvisie zijn een combinatie van: 1) Een goede bereikbaarheid 2) Een gezonde en veilige bereikbaarheid 3) Een duurzame bereikbaarheid
21/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
In de uitvoering van het bereikbaarheidsbeleid staan deze drie ambities altijd centraal. Deze drie ambities zijn vertaald naar de volgende zeven doelstellingen: 1) Inwoners van de provincie beschikken over een goede bereikbaarheid die past bij de kenmerken van het gebied 2) De huidige infrastructuur is op orde en de doorstroming is multimodaal geoptimaliseerd 3) Er is sprake van minder vervoersarmoede, door een voor iedereen toegankelijker mobiliteitssysteem 4) Reizigers kiezen vaker voor slimmer reizen, meer lopen en fietsen. Ze maken ook meer gebruik van openbaar vervoer en deelmobiliteit (gedeeld gebruikmaken van vervoersmiddelen zonder deze zelf te bezitten) 5) Provinciale bijdrage vanuit mobiliteit aan de (inter)nationale klimaatafspraken en energietransitie 6) De verkeersveiligheid verbetert 7) De negatieve effecten van de mobiliteit op de omgeving nemen af Beoordeling en conclusie De ontwikkeling sluit aan bij het behalen van de doelstellingen 2, 4 en 6. Daarnaast zijn er geen strijdigheden met het programma en de ontwikkeling. Daarmee past de ontwikkeling binnen het bereikbaarheidsprogramma 2024-2029. Provinciale omgevingsverordening De Omgevingsverordening van de provincie Utrecht is vastgesteld door de Provinciale Staten op 10 maart 2021. De omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen.
Daarnaast voorziet de verordening in regels die doorwerking van de beleidsdoelstellingen uit de Omgevingsvisie een juridische basis geven waarmee concrete uitwerking wordt gegeven aan de doelstellingen. In figuur 4.1 is de begrenzing weergegeven zoals die is toegepast om de relevante regels uit de omgevingsverordening te selecteren. Tabel 4.1 geeft vervolgens een korte beschouwing van de inhoud van de werkingsgebieden en de relevantie hiervan voor het initiatief.
22/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Figuur 4.1 Toegepaste begrenzing van het plangebied vanuit het omgevingsloket (regels op de kaart) Tabel 4.1 Beschouwing van de effecten van de werkingsgebieden die van toepassing zijn op het plangebied Werkingsgebied – relevante
Beschouwing
Relevant voor initiatief
Alleen relevant wanneer agrarische bedrijven
Niet relevant
regels Agrarische bedrijven
mogelijk worden gemaakt • •
•
Beperkingengebied beheer
Alleen relevant bij activiteiten op of rond
De regels gelden niet voor
provinciale weg
provinciale wegen die de staat, veiligheid en
activiteiten die worden
Beperkingengebied
werking van de weg kunnen beïnvloeden,
verricht door of namens de
bouwwerken provinciale
inclusief eventuele wijzigingen of uitbreidingen
wegbeheerder in het kader
weg
van de weg.
van de aanleg, de wijziging
Beperkingengebied vrij
of het beheer van een weg
zicht provinciale weg
of de regeling van het verkeer over die weg.
Buffer luchtvaartterrein
Alleen relevant wanneer een luchtvaartterrein
Niet relevant
mogelijk worden gemaakt Detailhandel buiten bestaand
Alleen relevant wanneer detailhandel mogelijk
winkelgebied
worden gemaakt
•
Energie uit biomassa
Alleen relevant wanneer biomassa-installaties
landelijk gebied
mogelijk worden gemaakt
•
Niet relevant Niet relevant
Energie uit biomassa stedelijk gebied
Gebied dempen
Alleen relevant wanneer
In de ontwikkeling worden
oppervlaktewaterlichaam
oppervlaktewaterlichamen gedempt worden
oppervlaktewaterlichamen gedempt, deze worden echter gecompenseerd zie paragraaf 5.5 water.
23/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Werkingsgebied – relevante
Beschouwing
Relevant voor initiatief
Gebied landschappelijke
Alleen relevant bij het plaatsen en behouden
Niet relevant
waarden
van borden, spandoeken, vlaggen,
regels
informatiezuilen en vergelijkbare objecten Gebied ligplaatsen
Alleen relevant voor woonschepen, vaartuigen
Niet relevant
en andere drijvende voorwerpen Gebied saneringsregels voor
Alleen relevant bij de saneren van
grondwater
verontreinigd grondwater met een
Niet relevant
onaanvaardbaar verspreidingsrisico • •
Geluidcontour binnen de
Alleen relevant voor bestaande gebouwen die
In de ontwikkeling is
bebouwde kom
getransformeerd worden tot geluidgevoelige
rekening gehouden met de
Geluidcontour buiten de
gebouwen en geluidgevoelige gebouwen in de
geluidscontour, dit is nader
bebouwde kom
geluidscontour van provinciale wegen
uitgewerkt in paragraaf 5.8 geluid.
Glastuinbouw niet toegestaan
Alleen relevant wanneer glastuinbouw mogelijk
Niet relevant
worden gemaakt Grondwaterbeschermingszone
Alleen relevant bij activiteiten waarvan men
•
Kwetsbare strategische
weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die
grondwatervoorraad
activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor
Niet relevant
de bescherming van het grondwater in verband met de winning daarvan voor menselijke consumptie Houtopstand
Alleen relevant bij het geheel of gedeeltelijk
Voor het vellen van
vellen van een houtopstand
houtopstanden in het plangebied is een omgevingsvergunning van de gemeente Woudenberg en de Provincie Utrecht nodig.
Kernrandzone
Alleen relevant wanneer verstedelijking
Niet relevant
mogelijk wordt gemaakt Klein open
Alleen relevant wanneer een open
bodemenergiesysteem
bodemenergiesysteem mogelijk wordt
Niet relevant
gemaakt Kleine windturbine
Alleen relevant wanneer een kleine
Niet relevant
windturbine mogelijk wordt gemaakt Landbouwontwikkelingsgebied
Alleen relevant bij uitbreiding van een
Niet relevant
bestaand agrarisch bouwperceel voor nietgrondgebonden landbouw Landbouwstabiliseringsgebied
Alleen relevant bij uitbreiding van een
Niet relevant
agrarisch bouwperceel van een bestaand nietgrondgebonden agrarisch bedrijf
24/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Werkingsgebied – relevante
Beschouwing
Relevant voor initiatief
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het
De regels die vallen onder
oog op het behoud van landschappelijke,
Landelijk gebied en
natuurwetenschappelijke, cultuurhistorische en
relevant zijn voor de
archeologische waarden
ontwikkeling worden
regels Landelijk gebied
behandeld in hoofdstuk 5 onder de verschillende thema’s Landschap Gelderse Vallei
Alleen relevant voor nieuwe activiteiten die de
De ontwikkeling tast de
kernkwaliteiten onevenredig aantasten
kernkwaliteiten niet onevenredig aan, dit is nader uitgewerkt in paragraaf 5.3 landschap
Luchtvaartterrein
Alleen relevant wanneer een luchtvaartterrein
Niet relevant
mogelijk wordt gemaakt Neder-Rijn
Alleen relevant bij waterschaarste of dreigende
Niet relevant
waterschaarste Overstroombaar gebied
Alleen relevant bij kwetsbare en vitale objecten
Niet relevant
en woonwijken en bedrijventerreinen Provinciaal
Alleen relevant bij nieuw ontwikkelingen die
bereikbaarheidsnetwerk
het Provinciaal bereikbaarheidsnetwerk
Niet relevant
belemmeren Provinciaal OV-netwerk
Alleen relevant bij nieuw ontwikkelingen die
Niet relevant
het Provinciaal OV-netwerk belemmeren Recreatiewoning
Alleen relevant bij het recreatief gebruik van
Niet relevant
recreatiewoningen en bijbehorende gronden garanderen en omvorming van deze recreatiewoningen en gronden ten behoeve van permanente bewoning uitsluiten Regionaal fietsnetwerk
Alleen relevant bij nieuw ontwikkelingen die
Niet relevant
het Regionaal fietsnetwerk belemmeren Stedelijk gebied
Alleen relevant voor verstedelijking door
Niet relevant
middel van woningbouw of bedrijventerreinen Uitbreiding bedrijventerrein
Alleen relevant wanneer uitbreiding van
onder voorwaarden mogelijk
bedrijventerreinen mogelijk wordt gemaakt
Uitbreiding woningbouw onder
Alleen relevant wanneer uitbreiding van
voorwaarden mogelijk
woningbouw mogelijk wordt gemaakt
•
Waterschap Vallei en
Alleen relevant voor de bergings- en
Bij de ontwikkeling is
Veluwe binnen de
afvoercapacteit van een gebied.
rekening gehouden met de
bebouwde kom
Niet relevant Niet relevant
bergings- en afvoercapaciteit volgens de regels van Waterschap
25/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Werkingsgebied – relevante
Beschouwing
Relevant voor initiatief
regels •
Waterschap Vallei en
Vallei en Veluwe, dit wordt
Veluwe buiten de
nader toegelicht in
bebouwde kom
paragraaf 5.5 water
Windenergie
Alleen relevant wanneer opwek van
Niet relevant
windenergie mogelijk wordt gemaakt Zonneveld
Alleen relevant wanneer zonnevelden mogelijk
Niet relevant
wordt gemaakt
Beoordeling en conclusie De ontwikkeling past binnen de bestaande ruimtelijke structuur, is conform regelgeving van de omgevingsverordening en tast de ruimtelijke kwaliteit niet aan.
4.3
Waterschapsbeleid
Waterschapsverordening In de Waterschapsverordening van Waterschap Vallei en Veluwe zijn beleidsregels vastgelegd waarin beschreven is hoe omgegaan dient te worden met water bij ruimtelijke ontwikkelingen. Bij de geplande herinrichting zal water worden gedempt en aangelegd, en zal er verhard oppervlak worden gecreëerd. Voor deze ingrepen is waterberging compensatie vereist en de regels hiervoor zijn beschreven in de beleidsregels 3.2.1 en 3.2.13. Beleidsregel 3.2.1 heeft betrekking op compensatie bij demping van oppervlaktewater, beleidsregel 3.2.13 heeft betrekking op compensatie bij toename verhard oppervlak. Beoordeling en conclusie Beleidsregel 3.2.1 Aanleg, verlengen, verbreden, dempen en overige taludaanpassingen In het plan worden aanpassingen gedaan aan watergangen. Het dempen van watergangen dient 1 op 1 gecompenseerd te worden. Dit dient gedaan te worden in hetzelfde peilvak. Indien compensatie niet mogelijk is in hetzelfde peilvak kan in uitzonderingsgevallen hiervan worden afgeweken. In dat geval dient gecompenseerd te worden in een aangrenzend bovenstrooms peilvak (met hoger peil), indien dit ook niet mogelijk is dient gecompenseerd te worden in een aangrenzend benedenstrooms peilvak (met lager peil).
Indien in de praktijk het bovenstaande niet mogelijk is kan met goede motivering alternatieve waterberging in de vorm van ondergrondse waterberging gerealiseerd worden. Beleidsregel 3.2.13 Brengen van water vanaf verhard oppervlak Door de verbredingen van de provinciale weg neemt het verhard oppervlak toe in de toekomstige situatie, hiervoor is waterberging compensatie benodigd. In de beleidsregel wordt ingegaan hoe omgegaan dient te worden met het brengen van water in oppervlaktewater vanaf verhard oppervlak. Doordat er meer verhard oppervlak gecreëerd wordt kan hierdoor de neerslag ter plaatse niet langer in de (voorheen onverharde) grond infiltreren. Daardoor treedt er een versnelde afvoer van de neerslag op. Bij de compensatie dient rekening gehouden te worden met een T=100 situatie. Hiervoor geldt dat er 60 millimeter per m2 nieuw verhard oppervlak
26/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
gecompenseerd te worden. Hierbij geldt hetzelfde als beleidsregel 3.2.1, compensatie dient gedaan te worden in hetzelfde peilvak en indien niet mogelijk kan afgeweken worden. Indien aan bovenstaande maatregelen wordt voldaan wordt geconcludeerd dat het voorgenomen plan overeenkomstig is met de waterschapsverordening. Verdere toetsing en ‘weging van het waterbelang’ vindt plaats in paragraaf 3.5 van dit document.
4.4
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Woudenberg 2030 De Structuurvisie Woudenberg 2030 is in 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van Woudenberg. De structuurvisie Woudenberg is een instrument om gemeentelijke beleidskeuzen te motiveren. Daarin is het een richtinggevend maar geen juridisch bindend instrument voor het bestuur. De Structuurvisie zet in op het verbinden, combineren en vernieuwen van de kwaliteiten van Woudenberg. Aan de hand van zes thema’s wordt op hoofdlijnen de ruimtelijke inrichting en ontwikkeling van de gemeente uiteengezet. Naast het thema verkeer zijn binnen dit project veder de thema’s landschap en groen en recreatie van belang. Thema verkeer Onder het thema verkeer wordt in de opgave voor het gebied ingezet op het versterken van de Bajonetverbinding tussen de A12 en A28 om het kerngebied van Woudenberg te ontlasten en sluipverkeer tegen te gaan. De visie streeft naar een veiligere verkeerssituatie met speciale aandacht voor voetgangers en fietsers en dus ook naar het verbeteren van fietspaden om de bereikbaarheid op een duurzame manier te vergroten. De verkeersstructuur is een essentieel element om de kwaliteiten van Woudenberg onderling met elkaar te verbinden en om knelpunten op het gebied van veiligheid, leefbaarheid en doorstroming op te lossen. De opgave is vierledig: 1.
Verbeteren van het fietsnetwerk: • Samenhang: verbindingen moeten aansluiten op de herkomsten en bestemmingen van •
•
fietsers. Iedere woning of functie moet per fiets bereikbaar zijn Directheid: voor een kwalitatief hoogwaardig fietsnetwerk is het van belang dat een goede directheid in afstand en tijd geboden wordt. Fietsverbindingen moeten in afstand redelijk direct naar de bestemming leiden. Wanneer dit niet zo is maken fietsers minder gebruik van de bewuste fietsverbinding Veiligheid: elke ontmoeting met een kruisende verkeersstroom creëert (mogelijk)
verkeersonveiligheid voor de fietser. Het aantal conflictpunten met ander verkeer moet dan ook zoveel mogelijk beperkt worden Het fietsnetwerk in Woudenberg voorziet komende jaren in verschillende nieuwe verbindingen. In de bebouwde kom betreft dit verbindingen die de belangrijkste functies in de kern ontsluiten: het dorpscentrum, de concentratie aan sportvoorzieningen aan de Bosrand, de scholen, ouderenvoorzieningen en de woninguitbreiding in Woudenberg Oost. .
27/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Een andere opgave is om het buitengebied en de kern vice versa, beter met elkaar te verbinden: fietspaden binnen de bebouwde kom verknopen met de recreatieve fietspaden vanuit het buitengebied. Doel is om bewoners meer en gemakkelijker van het buitengebied te kunnen laten genieten (directer bereikbaar). Recreanten moeten vervolgens vanaf bestaande verbindingen en knooppunten (officiële knooppunten van de Fietsersbond) gemakkelijker naar het centrum van Woudenberg worden geleid. 2. Aanpak van de verkeersknelpunten op de N224 en N226 De N224 geldt als verkeersknelpunt in Woudenberg. De weg heeft een hoge intensiteit en heeft te kampen met veel afslaand verkeer door de vele erfaansluitingen. De verkeersafwikkeling levert daardoor problemen op. In combinatie met de N226 streeft de gemeente samen met de provincie Utrecht naar een aanpak van dit knelpunt. Het verbeteren van de N224 geldt bovendien als randvoorwaarde voor de geplande ontwikkelingen in Woudenberg Oost. De plannen voor de aanpak van de provinciale wegen zijn een integrale opgave en bestaan uit: • Het verbeteren van de ontsluiting en verkeersafwikkeling op de N224 en N226 • Het omleggen van de doorgaande verbinding tussen de A12 en A28 via de N226.
In de toekomst wenst Woudenberg in samenwerking met de provincie Utrecht de zogenaamde ‘Bajonetroute’ te realiseren, waarin de A12 en A28 verbonden worden via de N226, N224 en N227. De verbinding richting Amersfoort over de Geeresteinselaan blijft hiermee bestaan, maar deze verliest zijn functie voor het doorgaande verkeer. De Geeresteinselaan wordt bovendien door verkeerskundige maatregelen afgewaardeerd 3. Verbeteren van het verblijfsklimaat in het dorpscentrum 4.
Blijvend investeren in verkeersveilige woonwijken
Thema’s landschap, groen en recreatie • • • • • •
Behoud en versterken van de bestaande landschappelijke kwaliteiten, zoals de openheid van het landschap en de karakteristieke elementen zoals houtwallen en waterlopen Versterking van de biodiversiteit door nieuwe natuurgebieden en het verbeteren van bestaande ecologische verbindingen Duurzaam beheer van groen met aandacht voor zowel ecologische als economische aspecten Vergroten van recreatieve waarden door wandel en fietspaden te ontwikkelen en het verbeteren van de toegankelijkheid van natuurgebieden Verbinding en toegankelijkheid van recreatiegebieden verbeteren, ook voor mensen met een beperking Minimaliseren van de ecologische voetafdruk van recreatieve activiteiten en bevorderen van milieuvriendelijke activiteiten
Beoordeling en conclusie De geplande herinrichting van de rotonde sluit goed aan bij de visie. De herontwikkeling van de rotonde N224-N226 draagt bij aan de aanpak van de verkeersknelpunten op de N224 en N226 en aan de verbetering van het fietsnetwerk in de gemeente Woudenberg door de fietsverbindingen
28/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
tussen de bebouwde kom en het buitengebied te verknopen. Daarnaast worden door de herinrichting en inpassing zowel de ecologische als ook recreatieve verbinding versterkt. Groenbeleidsplan Woudenberg 2020 De bomen binnen het projectgebied vallen grotendeels binnen de bebouwde kom houtopstanden van de gemeente Woudenberg. Dit betekent dat de Algemene Plaatselijke Verordening van toepassing is op het bomenbestand. De gemeente Woudenberg heeft in het groenbeleidsplan vier thema’s benoemd met bijbehorende ambities: 1.
Klimaatadaptatie -
Behoud van het huidige groenareaal (delen hiervan zijn wat betreft locatie uitwisselbaar): gekapte bomen worden gecompenseerd en waar mogelijk worden er extra bomen aangeplant
-
Versterken van groenstructuren en de samenwerking tussen groen en water: mogelijk aansluiten bij het Water Keten Plan Bij ruimtelijke ontwikkelingen borgen van voldoende groen en water, waar mogelijk
-
aaneengesloten en met inpassing van de oorspronkelijke situatie Een zo optimaal mogelijke (klimaatadaptieve) functievervulling van de groeninrichting Slim benutten van beperkte hoeveelheid buitenruimte door het combineren van functies
-
2.
Biodiversiteit Bestaande natuurwaarden (soorten, vestigingsplaatsen en leefgebieden) beschermen en ontwikkelen -
3.
Draagvlak en participatie onder inwoners en belanghebbenden voor te treffen maatregelen
Behouden van (beschermde) natuurgebieden en landschapselementen met een hoge soortenrijkdom De biodiversiteit verhogen zowel in de bebouwde kom als in het buitengebied Een protocol voor aanpak van woekerende soorten (veelal invasieve exoten) waarbij geldt: bestrijden waar dit nodig is, beheersen waar dit kan Naleving van de Wet natuurbescherming en borging hiervan in de praktijk Behoud van belangrijke groenelementen en verbindingen (ook in relatie tot waterstructuren) bij ontwerp en uitvoering van ruimtelijke opgaven Behoud van waardevolle groenelementen in particuliere tuinen
Innoveren en verduurzamen Een duurzaam en gevarieerd bomenbestand -
Bomen met voldoende boven- en ondergrondse groeiruimte Duidelijke ‘spelregels’ ten aanzien van bomen en eigentijdse vormen van duurzame energiewinning, waaronder het toepassen van zonnepanelen op daken
-
Inrichting van de buitenruimte met materialen die (als grondstof) herbruikbaar zijn Vrij te komen snoeimaterialen benutten voor duurzaam (her)gebruik Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt inzetten in het groenonderhoud
29/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
-
Stil en schoon werken in het groenonderhoud
4.
Burgerparticipatie en groenbeheer Besef onder inwoners van de urgentie om Woudenberg voor de toekomst gezond en -
veilig te houden en op welke manier zij zelf hierop positief invloed kunnen uitoefenen Meer groene ambassadeurs onder de inwoners van Woudenberg Voor elk groenproject in de buitenruimte bepalen of en op welke manier burgerparticipatie invulling kan krijgen en hierbij het juiste schaalniveau aanhouden: voor projecten op straatniveau betrekken van de direct omwonenden. Hiermee wordt inzichtelijk wat de verschillende belangen zijn en op welke manier het mogelijk is hier rekening mee te
-
houden Borgen van korte lijnen tussen inwoners en gemeente, waarbij er geen drempel bestaat voor het aanreiken van (groene) initiatieven en ideeën Zo samen vorm geven aan burgerparticipatie, wat resulteert in meer onderling omzien naar en samenwerken met elkaar Betrokkenheid en deelname vanuit agrariërs, landgoedeigenaren en natuurbeheerders om plannen voor het buitengebied invulling te geven
Bomenverordening 2024 en Bomenkaart Woudenberg Zoals gesteld in artikel 2 is de Bomenverordening van toepassing op onder meer ‘bomen en houtopstanden binnen de bebouwingscontour houtkap, als bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving’, maar ook buiten de bebouwingscontour houtkap op ‘bomen en houtopstanden op erven en in tuinen’, op “lanen of bomenrijen waarvan het totaal over de rijen niet meer dan 20 stuks bedraagt’, of op ‘houtopstanden welke een afzonderlijke eenheid vormen’ met een kleiner oppervlakte dan 10 are. Zoals in artikel 6 lid 2.e van de Bomenverordening Woudenberg 2024 wordt benoemd moet de aanvraag van een omgevingsvergunning kap ‘een beplantingsplan voor de herbeplanting, op hetzelfde kadastrale perceel als waar de beschermde boom of houtopstand teniet zal worden gedaan, met soort- en locatieaanduiding op een kaart’ bevatten. Op de Bomenkaart Woudenberg staan bomen, lanen en singels die belangrijk zijn voor het groene karakter van Woudenberg en daarom een beschermde status hebben. Ook de zogenaamde hoofd groenstructuur is erin opgenomen. Voor het kappen is een omgevingsvergunning nodig. Conclusie Om te voldoen aan de ambities uit het Groenbeleidsplan en de voorwaarden uit de bomenverordening is een beeldkwaliteitsplan en groenontwerp opgesteld. In paragraaf 4.1 is nader beschreven hoe dit opgepakt is.
30/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
5 Aspecten fysieke leefomgeving 5.1
Verkeer
Aanleiding Zoals in de aanleiding (paragraaf 1.1) aangegeven hebben de Provincie Utrecht en gemeente Woudenberg vastgesteld dat de rotonde N224-N226 in Woudenberg een knelpunt vormt in de doorstroming van het verkeer. Besloten is de rotonde tussen de N224 (Maarsbergseweg) en de N226 (Randweg) opnieuw in te richten. Herinrichting van de rotonde vindt plaats om de rotonde veiliger te maken, onder andere voor fietsers. Door middel van een onderzoek (bijlage 2) is gezocht naar een oplossing die voldoende waarborging biedt voor de verkeersveiligheid (ook van fietsers), een acceptabele verkeersdoorstroming oplevert en ruimtelijk inpasbaar is. Daarbij is rekening gehouden met de te verwachten verkeersstromen in 2030. In 2024 is een actualisatie uitgevoerd (bijlage 2a) van het onderzoek uit 2017. Deze actualisatie is uitgevoerd omdat de informatie uit 2017 mogelijk achterhaald is en er sprake is van een nieuw regionaal verkeersmodel (Stravem) dat mogelijk andere inzichten geeft in de verkeersbelasting in de toekomst. Deze actualisatie is uitgevoerd op basis van een verkeerstelling op de rotonde (mei 2023) en actuele verkeerscijfers voor de toekomst vanuit het Stravem-model. Uit de actualisatie zijn de volgende conclusies getrokken: • •
De geprognosticeerde verkeersbelasting conform het meest recente Stravem-model in 2040 is lager dan de verkeercijfers vanuit het VRU-model die in de eerdere studie is gehanteerd. De ontworpen knierotonde met bypass biedt bij de verkeersbelasting conform het Stravemmodel in 2040 ruim voldoende capaciteit om een goede doorstroming te garanderen.
Op basis van deze twee onderzoeken is de definitieve rotonde ontworpen. Hieronder wordt benoemd wat dit ontwerp betekent voor het autoverkeer, openbaar vervoer en fietsverkeer. Autoverkeer De huidige enkelstrooksrotonde wordt omgebouwd tot een meerstrooksrotonde met rijbaanscheiding in de vorm van een zogenaamde 'knierotonde'. Ten behoeve van de doorstroming is er naast de bypass N224-west ➔ N226-zuid een extra bypass toegevoegd voor verkeer in de richting N226-zuid ➔ N224-oost. Daarnaast draagt de fietstunnel bij aan een verbetering van de autodoorstroming doordat de gelijkvloerse oversteek voor fietsers (en landbouwvoertuigen) verdwijnt. Openbaar vervoer Verwachting is dat door de constante groei van woningbouw en gemotoriseerd verkeer (na 2030) alsnog stagnaties ontstaan. Daarom is voorsorterend hierop ervoor gekozen om langs de oostelijke toerit op de N224 tussen de brandweerkazerne en de rotonde N224 - N226 een aanliggende (vrije) busbaan te maken zodat het openbaar vervoer minimaal gehinderd wordt door (toekomstige) filevorming. De bus kan op deze manier langs het verkeer (de file) op de N224 rijden om vlak voor de rotonde in te voegen met het overige verkeer. Dit levert reistijdwinst en zekerheid op voor het OV.
31/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Fietsverkeer De huidige rotonde is voorzien van een gelijkvloerse fietsoversteek/parallelweg. Als gevolg van de ombouw tot knierotonde met extra bypasses neemt het aantal rijstroken dat door fietsers gekruist moet worden toe van twee rijstroken in de huidige situatie naar vier rijstroken in de toekomstige situatie. Volgens de CROW-richtlijnen Basiskenmerken Kruispunten en rotondes is een ongelijkvloerse kruising (tunnel of brug) van fietsers het veiligst. De aanleg van de fietstunnel zorgt ten opzichte van de huidige situatie voor een iets langere fietsroute, maar biedt voor de fietser een veiligere oplossing en een comfortabelere route door het vervallen van de gelijkvloerse oversteek. Om de fietsveiligheid in de tunnel ook zoveel mogelijk te waarborgen zijn verschillende maatregelen toegepast. Het fietspad is 4,0 meter breed met een helling van circa 3,3 %, waardoor de fietser bij het dalen wat minder natuurlijke snelheid meekrijgt dan bij de gangbare 4 %. De boogstraal is 37 meter, terwijl het minimum bij 30 km/u 25 meter is (zie Ontwerpwijzer Fietsverkeer). In de binnenbocht ligt een verhoogd voetpad van 1,5 m-1,7 m breed (variërend i.v.m. het creëren van voldoende zicht in de tunnel). In de buitenbocht ligt naast het fietspad nog een obstakelvrije ruimte van 0,5 m tot aan de tunnelwand.
5.2
Cultureel erfgoed
De Omgevingswet gaat ondermeer over cultureel erfgoed. Onder cultureel erfgoed kunnen als monument aangewezen gebouwen, stedenbouwkundige structuren en (groen)aanleg vallen maar ook erfgoed onder het maaiveld (archeologie). In onderstaande paragrafen wordt op deze onderdelen van het cultureel erfgoed nader ingegaan. 5.2.1 Archeologie Wettelijk kader In het Bkl is bepaald dat gemeenten in hun omgevingsplan een beschermingsregime moeten opnemen voor cultureel erfgoed. Hierbij moeten de instructieregels uit paragraaf 5.1.5.5 van het Bkl in acht worden genomen. Dit gaat onder meer over: • Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische • •
monumenten Verplaatsing van beschermde monumenten Gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand
• • •
Aantasting van de omgeving van een beschermd monument Aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen; en Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten
Tot dat de gemeentes regels over cultureel erfgoed in het omgevingsplan hebben opgenomen, geldt het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Dit bestaat uit de geldende ruimtelijke regelingen zoals bestemmingsplannen, de gemeentelijke erfgoedverordening en de regels uit de bruidsschat. Omgevingsplan Woudenberg
32/56
Kenmerk
R004-1289346TKH-V03-sss-NL
Het archeologisch beleid van de gemeente Woudenberg voor toepassing van de Wet op de archeologische monumentenzorg (WAMZ) is vastgelegd in de beleidskaart. Volgens de beleidskaart ligt het plangebied grotendeels op een gebied met ‘Waarde Archeologie 2’ en ‘Waarde Archeologie 6’. Een deel van het plangebied langs de N244 is weergegeven als reeds onderzocht en archeologisch vrijgegeven. ‘Waarde Archeologie 2’ geldt voor het gebied rond kasteel Lichtenberg vanwege de status als archeologisch rijksmonument. Hiervoor geldt dat er bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv een archeologisch vooronderzoek nodig is. ‘Waarde Archeologie 6’ houdt in dat er een lage archeologische verwachting is. Hier geldt een onderzoeksverplichting bij ingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 30 cm -mv. Meldingsplicht toevalsvondsten De aanwezigheid van archeologische sporen of resten kan nooit volledig worden uitgesloten. Bij bodemverstorende activiteiten dient alert te zijn op de aanwezigheid van archeologische waarden (zoals vondstmateriaal en grondsporen). Bij het aantreffen van deze waarden dient men hiervan, volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet en afdeling 19.2 Omgevingswet, zo spoedig mogelijk melding te maken bij de minister van OC&W en bij de gemeente.
Toetsing BAAC heeft in 2024 een archeologisch vooronderzoek, in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek), uitgevoerd in het plangebied (zie bijlage 3). Bureauonderzoek Het plangebied ligt deels op het oude buitenterrein van kasteel Lichtenberg. In het overige deel van het plangebied zijn geen archeologische resten bekend. In de omgeving van het plangebied zijn losse vondsten uit het mesolithicum/neolithicum en de nieuwe tijd bekend. De verwachte bodemopbouw in het plangebied bestaat uit beekeerdgronden die zijn ontwikkeld in verspoeld dekzand. Het plangebied overlapt grotendeels met de huidige infrastructuur waardoor de bodem hier waarschijnlijk al deels verstoord is. Het grootste deel van het plangebied overlapt met het huidige wegdek en de rotonde waar al reeds onderzoek heeft plaatsgevonden. Het plangebied heeft een lage archeologische verwachting voor alle periodes met uitzondering van een klein deel dat langs het monument kasteel Lichtenberg loopt. Voor dit specifieke gebied geldt een hoge archeologische verwachting op resten uit de periode late middeleeuwen B – nieuwe tijd. Ter plaatsen van de fietstunnel heeft het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’.