04i. bijlage 4 YMCA Kampeerterrein Woudenberg_Bijlage bij de toelichting_Bijlage 4 Natuurtoets.pdf
Tekst van het document
6.5. Reptielen In Nederland komen zeven soorten inheemse reptielen voor. Het betreft drie slangen en vier hagedissen. Alle inheemse reptielen en hun leefgebied zijn beschermd vanuit de Wet natuurbescherming. Reptielen hebben hun leefgebied overwegend op de overgangen tussen bos en open gebied, in heide en veengebieden en in de randzones van zandverstuivingen. In het leefgebied moeten zowel plekken om te schuilen als om op te warmen aanwezig zijn. Voor de overwintering worden o.a. grondholen, stamvoetholten, liggend dood hout en takkenrillen gebruikt. Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
19
Leusden Van de directe omgeving van de locatie Leusden zijn waarnemingen van reptielen bekend. Het merendeel van de waarnemingen is gerapporteerd uit het gebiedsdeel ten westen van het projectgebied met heide en open bodemdelen. Voor de projectlocatie in Leusden is uitsluitend de randzone met bosovergangen en hagen als potentieel leefgebied voor reptielen beoordeeld. De nog in te richten akker is als ongeschikt beoordeeld. Het onderzoek naar reptielen in Leusden is uitgevoerd door driemaal bij geschikte weeromstandigheden het gehele terrein langs de randzone te inspecteren op de aanwezigheid van zonnende reptielen. Deze zijn niet aangetroffen. Woudenberg Tijdens de bureaustudie is vastgesteld dat hoewel er geen recente waarnemingen van reptielen uit het projectgebied bekend zijn er in de directe omgeving waarnemingen van zowel de hazelworm, de levendbarende hagedis als de zandhagedis zijn verricht (figuur 18). Deze waarnemingen bevinden zich overwegend aan de overzijde van de beide provinciale wegen die het gebied begrenzen. De meest nabij verrichte waarneming betreft een levendbarende hagedis ten westen van het projectgebied (rode pijl rechtboven in figuur 18).
Figuur 18. Uitkomsten bureaustudie reptielen (maart 2021)
Tijdens de gebiedsverkenning op de projectlocatie, in maart en april 2021, is het projectgebied beoordeeld als lokaal geschikt voor reptielen. Er zijn in potentie zowel leefgebied, foerageergebied, voortplantings- en overwintering habitats aanwezig. Tijdens een drietal verkennende terreinbezoek in maart en begin april 2021 is de gebiedshabitat verder in kaart gebracht. Hierbij is geconcludeerd dat er delen van het projectgebied een mogelijke habitat vormen voor genoemde reptielen. Er zijn zowel potentiële zonlocaties, schuilplaatsen voor overwintering als voortplantingsmogelijkheden voor alle drie de mogelijk aanwezige soorten aangetroffen. Deelgebieden met potentiële habitats, de gehanteerde looproute tijdens de inventarisatie en de locaties voor “platenonderzoek” zijn hierop bepaald en weergegeven in figuur 11. Platenonderzoeken en monitoringsroutes hebben geen waarnemingen van reptielen opgeleverd. De uitgelegde platen werden vrijwel allen kort na het uitleggen bezet door de kale rode bosmier of de gewone steekmier. Ook gekeerde stammen leverde in het merendeel van de situaties populaties (bos)mieren op. In de regel worden op plaatsen die worden bezet door (bos)mieren geen reptielen aangetroffen. De grote mate van aanwezigheid van bosmieren lijkt in het projectgebied een beperkend effect op de reptielenfauna te hebben.
Mogelijk vormt de beperkte aanwezigheid van liggend dood hout een beperkende factor voor de mierenpopulatie in het gebied, waardoor nieuwe mogelijkheden direct worden ingenomen. Ook zal de isolatie van het deelgebied door de omsluitende provinciale wegen een handicap kunnen vormen om het gebied te bereiken. Nieuwe mogelijkheden, zoals vastgesteld bij het uitleggen van reptielplaten, leidt tot een snelle bezetting door mieren waardoor ze niet beschikbaar komen voor reptielen. Een meer natuurlijk bosbeheer, dan tijdens het beheer door het recreatieschap in het verleden gevoerd, waarbij een toename van zowel staand als liggend dood hout wordt nagestreefd, kan de mogelijkheden voor reptielen in de toekomst vergroten. Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
20
Resultaten locatie Leusden
Resultaten locatie Woudenberg
In de directe omgeving van de locatie in Leusden zijn waarnemingen van meerdere soorten reptielen bekend. Voor het compensatie gebied zal de eventuele herinrichting van de huidige akker niet leiden tot aantasting van individuen en/of leefgebied. Bij het ontmantelen van de huidige YMCA tentenplaatsen en overige voorzieningen is er een mogelijkheid dat zich in het winterhalfjaar onder op de bodem aangebrachte materialen reptielen in winterrust aanwezig zijn. Het verwijderen van op het maaiveld aanwezige afdekkingen als vlonders, betonplaten of anderszins voorzieningen die als overwinteringshabitat kunnen worden benut dient hierdoor buiten de periode 1 oktober – 1 maart plaatst te vinden. Voor de locatie Woudenberg zijn geen reptielen waargenomen tijdens het uitgevoerde Onderzoek verricht. Ook het bronnenonderzoek geeft geen waarnemingen uit het gebied. Hoewel op basis van totale verspreiding binnen de Utrechtse Heuvelrug incidenteel voorkomen van soorten niet kan worden uitgesloten zal dit niet leiden tot aantasting van leefgebied en/of de duurzame staat van instandhouding in gevaar brengen. Dit komt o.a. voort uit het ontbreken van overwinteringshabitat voor reptielen binnen de te ontwikkelen delen van de YMCA projectlocatie.
6.6. Overige soorten en soortgroepen Leusden Voor de locatie Leusden zijn geen waarnemingen van overige beschermde soorten als insecten, ongewervelden, mollusken, etc. verricht. Op basis van habitat binnen de door het project beïnvloede locaties worden deze ook niet verwacht. Woudenberg In het projectgebied zijn op meerdere plaatsen nesten van de kale rode bosmier aangetroffen ook zijn er “mierenpaden” (vaste looproutes) van deze soort vastgesteld. De kale rode bosmier betreft een voormalig beschermde soort onder de Flora en Faunawet. Om te voldoen aan het zorgvuldigheidsbeginsel principe uit de Wnb (art. 1.11) zijn alle aangetroffen mierenhopen gekarteerd. Deze waren gelegen langs het zuidelijke bospad van de vakken Y2 & Y3. Door de registratie kunnen tijdens de gebiedsontwikkeling door toepassen van de mitigerende aanpak “ontwijken” de locaties gespaard worden.
Figuur 19. Mierenhopen in het gebied zijn allen van de kale rode bosmier
Door bij het uitzetten van de kampeervakken en overige voorzieningen de directe omgeving van mierenhopen te vrijwaren en mierenpaden niet te doorsnijden kunnen op eenvoudige wijze effecten op rode bosmieren worden voorkomen. Parallel voorkomt dit overlast op de kampplekken voor de gebruikers. Naast de kale rode bosmier zijn onder de, voor reptielen onderzoek, uitgelegde tegels ook regelmatig nesten van de gewone steekmier en grauwzwarte renmier aangetroffen. Beschermde soorten zijn niet aangetroffen.
Resultaten locatie Leusden
Op de locatie in Leusden zijn geen mierenhopen binnen de projectlocatie en/of het compensatiegebied aangetroffen. Resultaten locatie Woudenberg Binnen het projectgebied Woudenberg zijn de meeste mierenhopen aangetroffen in de zone langs het zuidelijk gelegen bospad en de aangrenzende voormalige parkeervakken net buiten het projectgebied. Meer centraal in het gebied was één mierenhoop aanwezig in de westrand van het voormalige NCC terrein en twee langs het noord-zuid pad aan de uiterste westzijde. Door tijdens de locatie keuze van de aan te brengen voorzieningen rekening te houden met de aanwezigheid van ‘mierenhopen’ en ‘mieren straten’ (mitigatiemethode “ontwijken”) . Kan op eenvoudige wijze effect op bosmieren worden voorkomen, waarmee wordt voldaan aan het zorgvuldigheidsartikel uit de Wnb.
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
21
7. Aanbevelingen De resultaten van het natuuronderzoek op de locaties YMCA Leusden en toekomstig YMCA Woudenberg lijden tot een aantal aanbevelingen. Deze aanbevelingen hebben deels betrekking op het ontmantelen dan wel inrichten van terreindelen, voorzieningen en het nieuwe gebouw in Woudenberg en deels op compenserende en mitigerende maatregelen voor dieren en habitats tijdens de ontwikkeling. 7.1. Locatie Leusden Ontmantelen huidig YMCA terrein a) Compenserende en/of mitigerende maatregelen o Ontmantelen terrein buiten het broedseizoen (15 maart/ 15 juli). Indien dit niet mogelijk blijkt voorafgaand aan werkzaamheden uitvoeren van een broedvogelcheck (ecoloog); o Verwijderen van funderingen en overige voorzieningen met een bodemafdekking buiten het overwinteringsseizoen van reptielen (oktober-maart); o Tijdens de ontmanteling niet werken in perioden dat verlichting noodzakelijk is; o Tijdens de ontmanteling van het terrein op afroep kunnen beschikken over een ecoloog bij het aantreffen van fauna.
b) Habitat verbeterende maatregelen vanuit ecologie o Na het verwijderen van voorzieningen en materialen het maaiveld ter plaatse in lichte mate verlagen zodat inunderende bodemdelen ontstaan met vocht gradiënten die sneller kunnen ontwikkelen tot aantrekkelijke vegetaties voor de reptielen en kleine zoogdierfauna; o Smalle paadjes ontstaan tijdens het kampeergebruik afsluiten of lokaal open trekken zodat versnelde vegetatie ontwikkeling ontstaat; Inrichten / ontwikkelen van huidige akker ten bate van natuurcompensatie werken o Aanplanten van streekeigen boom- en struiksoorten die kunnen ontwikkelen tot droog loofbos zonder productie; o Enkele vakken niet actief inplanten maar de bodem opentrekken ten bate van spontane bosontwikkeling; o Aanplanten met grote randlengten en lokaal open delen ten bate insecten en foerageerhabitat voor vleermuizen. 7.2. Locatie Woudenberg a) Compenserende en/of mitigerende maatregelen o Bouwrijp maken van het terrein buiten het broedseizoen (01 maart/ 01 augustus).
Indien dit niet mogelijk blijkt voorafgaand aan werkzaamheden uitvoeren van een faunacheck (ecoloog); o Binnen het voormalige NCC terrein sparen van zoveel mogelijk holtebomen op basis van een boomveiligheidscontrole (VTA); o Indien holtebomen moeten worden gerooid voor elke gerooide boom twee kunstnesten / nestkasten voor vogels plaatsen met vergelijkbare diameter van invliegopeningen en één vleermuiskast van een geschikt type als zomerverblijf voor boom bewonende vleermuizen; o Locaties van kampeervakken, sport en spel accommodaties, etc. zodanig positioneren dat ‘mierenhopen’ en ‘mierenstraten’ niet worden verstoord; o Tijdens de ontmanteling niet werken in perioden dat verlichting noodzakelijk is om verstoring van vliegroutes en foerageergebied voor vleermuizen te voorkomen; o Tijdens de ontmanteling van het terrein op afroep kunnen beschikken over een ecoloog bij het aantreffen van fauna.
b) Habitat verbeterende maatregelen vanuit ecologie o Overweeg om bij het oprichten van het nieuwe gebouw natuur inclusieve maatregelen op te nemen als vleermuis verblijven of vogel broedplaatsen; o Geef een deel van de stammen van gerooide bomen een passende plek in het bos waar zij als liggend doodhout een toegevoegde waarde kunnen leveren voor insecten, ongewervelden, kleine zoogdieren en reptielenfauna; o Maak van (een deel) van het vrijgekomen takhout een takkenril die deels zon gelegen en deels beschaduwd komt te liggen. Dit geeft extra habitat aan de kleine zoogdier en reptielenfauna; o Door verspreid in het bos buiten het ontwikkelingsgebied circa 15 bomen met een minimale diameter van 0.35 meter te ‘ringen’ wordt meer dood hout in het gebied ontwikkeld, wat op termijn leidt tot een betere habitat voor broedvogels die gebruik maken van boomholten en vleermuizen. Houdt hierbij rekening met een veilige afstand t.o.v. openbare paden; o Indien lokaal aanplant gewenst of noodzakelijk is binnen de projectlocatie kies dan voor streekeigen bloeiende struik- en struweelsoorten zodat de nectar beschikbaarheid voor insecten wordt vergroot in het gebied; o Pas bij de toekomstige terreinverlichting vleermuis vriendelijke verlichting toe met uitsluitend naar beneden stralende lichtbronnen en amberkleurige verlichting. Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP.
2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
22
8. Samenvatting De YMCA organisatie dient haar huidige locatie in Leusden uiterlijk per december 2023 te hebben verlaten. Om de verplaatsing mogelijk te maken is een locatie nabij het Henschotermeer ter beschikking gesteld. Indien voor de verplaatsing oppervlakte compensatie ten bate van natuur of herplant van bomen noodzakelijk is kan gebruik worden gemaakt van een akkerperceel direct grenzend aan de NNN in Leusden. Ten bate van deze voorgenomen ontwikkeling dienen ruimtelijke procedures te worden gevolgd en vergunningen dan wel ontheffing te worden aangevraagd. Om deze procedures te kunnen volgen is vanuit het onderdeel natuur informatie noodzakelijk met betrekking tot effecten op beschermde natuurwaarden vanuit de Wet natuurbescherming. In 2021 heeft Bui-TeGewoon | groenprojecten in opdracht van de YMCA organisatie natuuronderzoek uitgevoerd naar aanwezige natuurwaarden en effecten op de onderlinge samenhang van de voor genomen ontwikkeling op betrokken terreinen en hun omgeving. Het onderzoek bestaat zowel uit bureaustudies als veldonderzoek. De onderhavige rapportage heeft deze (mogelijke) effecten inzichtelijk gemaakt. Om tot een goede onderzoeksopzet te komen is in het vroege voorjaar vanuit een bureaustudie en habitattoets in het veld een overzicht opgesteld van te onderzoeken soorten, soortgroepen en habitats.
Op basis van dit onderzoek is een Plan van Aanpak voor het veldonderzoek opgesteld wat in de periode maart- augustus 2021 is uitgevoerd. De resultaten uit het natuuronderzoek leiden niet tot de noodzaak van aanvullend of vervolg onderzoek. De voorgenomen ontwikkeling wordt beoordeeld als veilig uitvoerbaar binnen de voorwaarden zoals gesteld in de Wet natuurbescherming mits aan enkele compenserende en mitigerende voorwaarden wordt voldaan. Vanuit dit onderzoek worden de volgende conclusies getrokken: Voor de locatie Leusden zal er een verbetering met betrekking tot zowel habitat als migratie mogelijkheden voor dieren optreden. Voor de locatie Woudenberg zullen de migratie mogelijkheden voor dieren niet wijzigen als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wel kan een kwaliteit vermindering van de habitat optreden; De compensatie plicht vanuit de Wet natuurbescherming zal voortkomen uit het onderdeel Bos en bomen van deze wet. Hiervoor is een perceel van 0,91 hectare in Leusden beschikbaar. Het betreft een actueel akkerperceel dat direct grenst aan bestaand NNN-gebied (groene contour); Bij het ontmantelen van de locatie Leusden worden geen beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming geschaad of anderszins aangetast. Door te werken met mitigerende maatregelen kan op eenvoudige wijze worden voldaan aan het zorgvuldigheid artikel (art.
1.11 Wnb) voor niet (zwaarder) beschermde soorten. Separaat aan de ontmanteling van het terrein in Leusden is het mogelijk habitat verbeterende maatregelen tot stand te brengen in dit gebied; Het compensatieperceel in Leusden heeft goede mogelijkheden om naast compensatie van de oppervlakte bos en bomen tevens een extra kwaliteitsimpuls aan de NNN ter plaatse leveren; Op de locatie Woudenberg zijn enkele aandacht vragende situaties en beschermde soorten vastgesteld tijdens het natuuronderzoek. De vastgestelde soorten en habitats leiden niet tot beperkingen op de mogelijkheden voor de herontwikkeling mits wordt voldaan aan compenserende en mitigerende maatregelen en steeds wordt gewerkt met ecologische werkprotocols. Dit betreft in het bijzonder: o De uitvoeringsperiode van de verschillende werkzaamheden zowel in de tijd als op de dag; o Het zo min mogelijk verwijderen van holte bomen en waar dit noodzakelijk is deze te compenseren met vervangende broed- en verblijfsvoorzieningen; o Het ontwijken van waardevolle situaties als ‘mierenhopen’ en ‘mierenstraten’, een jaarrond beschermd nest, etc.
door deze locaties tijdens de ontwikkeling te markeren als “Blijf-af locaties” en het waar nodig het anders positioneren van kampplaatsen of sportvoorzieningen; o Het voorkomen van bouwplaats verlichting of dit zodanig te plaatsen dat uitstraling van verlichting naar boven en zijkanten wordt voorkomen; o Het zorgdragen voor ecologische begeleiding tijdens de werkzaamheden en dit borgen in de totale project organisatie. Naast voorwaarden voor compenserende en mitigerende maatregelen vanuit de Wnb zijn er in alle betrokken deelgebieden mogelijkheden om natuurwaarden te verstreken door aanvullende, veelal eenvoudig inpasbare maatregelen die separaat aan de terreinmaatregelen zijn uit te voeren. Deze maateregel zijn als aanbeveling opgenomen in de rapportage.
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
23
9. Conclusie Natura 2000 Op basis van de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling in relatie tot de afstand tot Natura 2000 gebieden zullen vanuit de voorgenomen ontwikkeling geen effecten optreden. Leusden Op basis van het uitgevoerde natuuronderzoek in 2021, zowel op basis van een bureaustudie als een uitgebreid veldonderzoek, wordt geconcludeerd dat de voorgenomen verplaatsing van de YMCA locatie van Leusden naar Woudenberg zal leiden tot een verbetering van de natuurwaarden en een netto toename van het functioneel NNN gebied ter plaatse. Er zal geen aantasting van beschermde soorten uit de Wet natuurbescherming en/of van tot de categorieën ‘bedreigd’, ‘ernstig bedreigd’ of ‘op het punt van verdwijnen’ gerekende soorten optreden bij de voorgenomen ontmanteling van het huidige YMCA terrein en/of de (bos)compensatie locatie op de huidige akker. Woudenberg Op basis van het uitgevoerde natuuronderzoek in 2021 zowel op basis van een bureaustudie als een uitgebreid veldonderzoek voor de locatie Woudenberg wordt een geringe kwalitatieve en kwantitatieve afname van de NNN berekend die kleiner is dan de toename aan ecologische kwaliteit in habitat en oppervlakte in Leusden.
Daarnaast wordt op basis van het uitgevoerd soorten onderzoek, de aangetroffen soorten en de tolerantie van deze soorten op recreatief medegebruik geen tot mogelijk een geringe afname van de natuurkwaliteit verwacht. Er zal geen aantasting van beschermde soorten in de Wet natuurbescherming en/of van tot de categorieën ‘bedreigd’, ‘ernstig bedreigd’ of ‘op het punt van verdwijnen’ gerekende soorten optreden, mits rekening wordt gehouden met de locatie van een jaarrond beschermd nest, de vliegroute van vleermuizen en mierenhopen en holtebomen worden gespaard of gecompenseerd tijdens de realisatie. Tijdens de exploitatie dient passend te worden omgegaan met terreinverlichting. Deze aspecten zijn benoemd als mitigerende en compenserende maatregelen. Samenvattende tabel
Tabel 6. Samenvatting onderzoek en conclusies Natuuronderzoek YMCA Leusden en Woudenberg Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
24
10. Literatuur:
Literatuur en bronnen
Achterberg C. van, 2020 – Natuurwaardenonderzoek Het Panhuis - BEO-publicatie 202019 Achterberg C. van, 2021a – Dassen Henschotermeer – Briefrapport d.d. 13 januari 2021 Beek, J.G. van & BIJ12-schrijfgroep [2014]: Werkwijze Monitoring en Beoordeling Natuurnetwerk en Natura 2000 / PAS - BIJ12, 2014 Bosch A. van den, 2020 - Antmaps Bosmierenproject Utrechtse Heuvelrug 2020 – Eigen uitgave A. van den Bosch Bijtel H. van den, zonder jaar – De Utrechtse Heuvelrug en zijn betekenis voor vogels – digitale bronnen Bijtel H. van den, 19/03-2019 – Verkennende toetsing verplaatsing YMCA in het licht van de Wnb – briefvermelding BEO BIJ12 Soort inventarisatie protocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017; Dietz Chr., O von Helversen & D. Hill, 2009 – Vleermuizen van Europa en Noordwest Afrika – VZZ, Nederland Dietz Chr. & A. Kiefer, 2017 – Veldgids vleermuizen van Europa – KNNV uitgeverij Knol W.C. 2016 – Natuurontwikkeling YMCA terrein, Paradijsweg Leusden – Eqosens-nl ecologisch advies, Lathum nr. 2016-02 Netwerk Groene Bureaus, 2017 - Werkgroep 'Standaarden en protocollen', versie juli 2017 Netwerk Groene Bureaus , 2021 - Protocol vleermuizen’, Vakberaad vleermuizen, versie januari 2021 Provincie Utrecht, 2021 - Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht - vastgesteld PS d.d.
10 maart 2021 SOVON, Vogelonderzoek Nederland 2019 - Vogelatlas van Nederland TBVA vastgoed advies 28/11-2019 – Schetsontwerp terreininrichting YMCA Woudenberg [Concept] TBVA vastgoed advies 14/06-2021 – DO boekje YMCA Henschotermeer Woudenberg [Concept] Terlouw R.J.S., 20210515 – Plan van aanpak natuuronderzoek YMCA locaties Henschiotermeer & Leusden - V2-20210515 Terlouw R.J.S., 2021 – Monitoring gebruik dassenburcht nabij vml boerderij Panhuis te Woudenberg– Bui-TeGewoon | rapport 2021/43
Geraadpleegde websites: www.ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ www.bodemdata.nl www.boerenbunder.nl www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/ www.EIS-nederland.nl www.googleearth.nl www.natuurloket.nl www.ndff.nl www.opentopo.nl www.pdok/viewer.nl - onderdelen AHN3, bodemkaart, cultuurhistorische waardenkaart www.ravon.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.soortenbank.nl www.sovon.nl www.vleermuisnet.nl www.vzz.nl www.waarneming.nl www.webkaart .provincie-utrecht.nl/viewer/app/
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
25
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
26
BIJLAGE 1.
Lijst van mogelijk aan te treffen soorten op basis van bureaustudie
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
27
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
28
BIJLAGE 2.
Analyse veldverkenningen locatie Woudenberg (februari-maart 2021)
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
29
IN OPDRACHT VAN
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
30