CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

04i. bijlage 4 YMCA Kampeerterrein Woudenberg_Bijlage bij de toelichting_Bijlage 4 Natuurtoets.pdf

Gemeenteraad 22 december 2022, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken11.868 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

IN OPDRACHT VAN

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

1

Natuuronderzoek Verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

R.J.S. Terlouw

COLOFON:

© Bui-TeGewoon | groenprojecten ◊ publicatie 2021/40-V4 Bergambacht, juli 2022 Status Auteur Foto’s In opdracht van Foto voorpagina

: Definitief : R.J.S. Terlouw : D. Buisman & R.J.S. Terlouw, Bui-TeGewoon | groenprojecten : YMCA – Nederland, de heer A. Huften : Voormalig NCC-terrein met boomweide, toekomstige kern van YMCA locatie

Disclaimer: De inhoud van dit rapport is met uiterste zorg samengesteld. De informatie in dit document wordt aangeboden zonder enige garantie. BUI-TEGEWOON | groenprojecten sluit alle aansprakelijkheid uit voor enigerlei directe of indirecte schade, van welke aard dan ook, die voortvloeit uit of verband houdt met het gebruik van dit document. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door middel van drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder schriftelijke toestemming van BUI-TEGEWOON | groenprojecten en de opdrachtgever, noch zonder toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

2

INHOUDSOPGAVE 1]. Inleiding en doel

1.

2]. Projectgebieden

2.

3]. Voorgenomen ontwikkeling 3.1. Locatie Leusden 3.2. Locatie Woudenberg

4. 4. 4.

4]. Bos en bomen

5.

5]. Beoordeling soortgroepen, beschermde soorten en habitats 5.1. Voorbereidend onderzoek 5.2. Soort specifieke onderzoeken 5.2.1. Algemeen 5.2.2. Hogere planten 5.2.3. Vleermuizen 5.2.4. Land zoogdieren 5.2.5. Broedvogels, inclusief jaarrond beschermde nesten 5.2.6. Reptielen 5.2.7. Overige soorten en soortgroepen

7. 7. 8. 8. 8. 9. 10. 11. 11. 12.

6].

Resultaten soort specifiek onderzoek 6.1. Hogere planten 6.2. Vleermuizen 6.3. Land zoogdieren 6.4. Broedvogels, inclusief jaarrond beschermde nesten 6.5. Reptielen 6.6. Overige soorten en soortgroepen

12. 12. 13. 15. 18. 19. 21.

7].

Aanbevelingen 7.1. 7.2.

22. 22. 22.

8].

Locatie Leusden Locatie Woudenberg

Samenvatting

23.

9]. Conclusie

24.

10]. Literatuur en bronnen

25.

BIJLAGEN 1. 2.

Lijst van mogelijk aan te treffen soorten Wnb op basis van bureaustudie maart 2021 Habitat kenmerken YMCA locatie Woudenberg

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

3

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

0

1].

Inleiding en doel

De vestiging van de YMCA locatie van de Paradijsweg in Leusden zal worden verplaatst naar het noordwesten van het Henschotermeer in Woudenberg. Op de huidige locatie in Leusden is een hoofdgebouw met voorzieningen, zaalruimten en groepsaccommodatie aanwezig. Op het terrein zijn meerdere kampplaatsen met centrale keukenplaats per kamplocatie en diverse speel- en sportelementen aanwezig. Het terrein wordt gebruikt voor bijeenkomsten en groepsvakanties met activiteiten programma. De locatie in Leusden dient per december 2023 geheel te zijn verlaten en ontmanteld m.u.v. het hoofdgebouw. Het is voor de YMCA organisatie van belang dat de locatie in Woudenberg vanaf dat moment operationeel kan zijn. Voor de locatie in Woudenberg zijn op hoofdlijnen dezelfde activiteiten voorzien als in Leusden worden aangeboden. Ten opzichte van deze situatie wordt de inrichting meer toegespitst op de gewijzigde vraag naar activiteiten. Ook zal meer worden ingespeeld op de mogelijkheden om de locatie jaarrond te kunnen benutten. Ten bate van de ruimtelijke plan voorbereiding en het beschikken over informatie ten bate van de ruimtelijke procedures dient o.a. een ecologisch onderzoek plaats te vinden. Dit onderzoek is in 2018 gestart door Bureau Van Den Bijtel, ecologisch onderzoek. Als gevolg van de beëindiging van dit bureau is dit onderzoek niet afgerond.

Gebleken is dat de verzamelde veldinformatie uit deze periode slechts fragmentarisch beschikbaar is. Om de vergunning procedure tijdig te kunnen opstarten zal in voorjaar en zomer van 2021 een integraal onderzoek naar (beschermde) flora en fauna worden uitgevoerd zoals bedoeld in de Wet Natuurbescherming (Wnb). De YMCA organisatie heeft Bui-TeGewoon | groenprojecten verzocht de noodzakelijke werkzaamheden en onderzoeken met betrekking tot het onderdeel ecologie uit te voeren. Om tijdig over voldoende informatie te kunnen beschikken voor de ruimtelijke procedure en aanvraag van vergunningen en ontheffingen is gestart met een algemene verkenning van het projectgebied die is omgezet in een Plan van Aanpak (BTG.PvA.20210420). In dit plan van aanpak is een tabelmatige uitwerking van de bureaustudie en veldverkenning opgenomen op basis waarvan de te onderzoeken soorten en habitats zijn bepaald (zie bijlage 1 & 2).

2]. Projectgebieden De betrokken projectgebieden vanuit de YMCA organisatie betreffen het huidige YMCA terrein in Leusden en de nieuwbouw locatie in Woudenberg. De locaties zijn onderstaand weergegeven in figuur 1. Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

1

De locatie Leusden wordt vooral beoordeeld op effecten, compenserende en mitigerende mogelijkheden i.r.t. de ontwikkelingslocatie in het Henschotermeer gebied en mogelijke effecten van het inrichten van het beschikbare compensatiegebied Leusden B nr. 1125 gedeeltelijk op (beschermde) natuurwaarden.

N16.03

Figuur 1. Betrokken locaties onderzoek flora & fauna

Figuur 2. Impressies Leusden (links) en Woudenberg (rechts)

Locatie Leusden Het door de YMCA gebruikte gebied in Leusden maakt deel uit van een groot complex aan droge en natte heide (deelgebied Hazewater) en bossen met een wisselende, maar overwegend hoge natuurkwaliteit. Het natuurcomplex is verbonden met aangrenzende natuurgebieden en heeft via het ecoduct “Treekerwissel” een directe verbinding met NNN gebied Leusderheide e.o. Het gebied bestaat uit van nature zure en voedselarme bodems. Laagten zijn overwegend vochtig door stagnerende bodemlagen en neerslag. Op delen, zoals bij het Hazenwater, komen hier natte heidevegetaties met o.a. dopheide tot ontwikkeling. Binnen het gebied is sprake van enig reliëf, met lokaal hoger opgestoven duinen. Het bos binnen het YMCA deelgebied heeft een open houtopstand met voornamelijk grove dennen en vliegdennen. Er is slechts een geringe ondergroei aanwezig. Meer naar het oosten is productiebos met lariks en Douglas aanwezig wat een aanzienlijk dichter begroeid bostype heeft. Verspreid binnen deze delen bevind zich enig loofhout. Locatie Woudenberg De locatie in Woudenberg betreft het voormalige kampeerterrein van de NCC (Nederlandse Caravan Club) en de aangrenzende bosdelen. Het voormalige NCC terrein heeft een zeer open boombestand, waardoor het wordt gekarakteriseerd als een boomweide. De ondergroei bestaat uit gras met een geringe bijmenging van algemene kruiden.

Lokaal zijn enkele cultuurplanten ingebracht vanuit het voormalige kampeergebruik door de NCC. Dit deel is geheel omheind met een hekwerk van een fijnmazig en ingegraven gaas (figuur 3), waardoor het niet toegankelijk is voor grotere zoogdieren. De overige delen hebben een afwisselend bosbestand met zowel dichte als wat meer open delen met ondergroei. Langs de noord- en westzijde van het gebied is een mountainbike pad aanwezig wat lokaal insnijd in de bosvakken en invloed uitoefent op het projectgebied. In dit gebiedsdeel is daarnaast een ruiterpad gelegen.

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

2

Figuur 3. Raster rondom voormalig NCC terrein, waar de ontwikkeling van het nieuwe YMCA complex is voorzien

Het gehele YMCA-terrein in Woudenberg heeft een gering bodemreliëf. Elders in het gebied rondom het Henschotermeer zijn daarentegen vrij grote hoogteverschillen aanwezig. De aangrenzende bosdelen hebben een wisselende houtopstand. Op delen betreft het een dichte opstand van lariks en lokaal Douglas. Op andere delen overheerst grove den en is het bos minder dicht. Verspreid staan berken en eiken tussen de naaldhoutsoorten. Open bodemdelen komen slechts in beperkte mate in het westen en noorden van het deelgebied voor. De ondergroei is gevarieerd. Aan de uiterste westzijde is de bodem vrij open en overheersen mossen, hier komt relatief veel spontane opslag van berk en lijsterbes in combinatie met een ondergroei van bosbes voor. In het centrale deel is een vak met een dichtere begroeiing van adelaarsvaren aanwezig. Op de wat vochtiger plekken als gevolg van een holle ligging vinden we lokaal kleine vlekjes met dopheide. Het deelgebied heeft een beperkte doorsnijding met paden. De recreatieve druk op dit deel van het bos is daardoor zeer gering. In het noordelijke en westelijke deel treedt verstoring op vanuit het mountainbike en ruiterpad. Het projectgebied maakt deel uit van een aaneengesloten NNN-gebied te samen met het Henschotermeer.

Het is gelegen in de oksel van twee provinciale wegen (N224 & N227), die ter hoogte van NNN Henschotermeer geen faunapassages hebben en leiden tot een verstoorde zone langs de buitenranden van het projectgebied. De verstoring van deze provinciale wegen valt voor een deel samen met bovengenoemde verstoring vanuit het mountainbike en ruiterpad. Het oostelijke en zuidelijke deel van het projectgebied heeft een minder verstoorde ruimte.

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

3

3]. Voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft het verplaatsen van de huidige YMCA vestiging aan de Paradijsweg in Leusden naar de noordoostzijde van het Henschotermeer gebied in Woudenberg. 3.1. Locatie Leusden De locatie in Leusden wordt geheel ontmanteld met uitzondering van het hoofdgebouw met erfperceel (Leusden sectie B nummer 598). De locatie wordt vrijgemaakt van alle kampeerterreinen, bouwwerken, speelwerktuigen, sport- en terreinvoorzieningen, kabels & leidingen, overige voorzieningen en niet natuurlijke elementen. Na de ontmanteling zal het terrein als volwaardig NNN gebied gaan functioneren. Op basis van werk met werk kunnen lokaal natuurversterkende maatregelen (natuurbouwstenen) worden toegevoegd aan het terrein om de ontwikkeling van natuurwaarden te versnellen/versterken of specifieke doelsoorten te faciliteren. Gedacht kan worden aan het opwerpen van een ‘stammenbult’ ten baten van reptielen en kleine zoogdieren, het op zonnige plaatsen opentrekken van bodemdelen ten bate van zandhagedis, alsmede gravende dieren uit de soortgroepen ongewervelden en insecten, het aanplanten van gewenste boomsoorten (“verloven van het bos”), het afsluiten van smalle paden door het gebied, etc.

Deze aspecten zullen in nader overleg met de beheerders en de ecoloog van landgoed den Treek nader moeten worden gespecificeerd tijdens de ontmanteling en bij de uitwerking van de herinrichting. Voorstellen voor een op natuur toegespitste inrichting en beheer in combinatie met een omvorming naar meer waardevolle natuurbeheertypen zijn opgenomen in een eerder (in opdracht van Landgoed Den Treek) opgestelde verkenning (Knol W.C., 2016).

3.2. Locatie Woudenberg De locatie in Woudenberg betreft de voorziene nieuwe vestiging van de YMCA. In dit gebied wordt op het voormalige kampeerterrein van de NCC het nieuwe hoofdgebouw gesitueerd. In dit deelgebied komen ook de meest intensief gebruikte perceeldelen voor activiteiten, een aantal kampeerplaatsen en zal de bestaande toegangsweg vanaf de Zeisterweg (N224) worden gehandhaafd. In het aangrenzende perceel deel met NNN beheertype “Droogbos met productie” (N16.03) zijn een aantal kampeerplaatsen met bijbehorende voorzieningen gesitueerd (figuur 4). Binnen dit deelgebied wordt er naar gestreefd zo min mogelijk habitat aan te tasten. Door bestaande open ruimten maximaal te benutten hoeven zo min mogelijk bomen te worden verwijderd om de kampeerplaatsen te kunnen realiseren. Door werk met werk te maken kunnen ook hier natuurversterkende maatregelen (natuurbouwstenen) worden toegevoegd aan het terrein om de ontwikkeling van natuurwaarden te versnellen/versterken of specifieke doelsoorten te faciliteren. Een concept inrichtingsschets is opgenomen als figuur 4.

Figuur 4. Concept terreinontwikkeling locatie Woudenberg (Bron: Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

4

4]. Bos en bomen In Woudenberg is de bouwlocatie van het hoofdgebouw voorzien in een deel van het gebied wat een bestaand gebruik heeft gekend als kampeerterrein. Dit (voormalige kampeerterrein) karakteriseert actueel als een boomweide (figuur 5). De boomopstand is zodanig dat de geplande inrichting van het terrein op vrijwel alle plaatsen zonder kap van bomen kan plaatsvinden. Slechts een beperkt aantal bomen zal moeten worden gerooid als gevolg van de bouwlocatie of vanuit veiligheidsoverwegingen voortkomend uit de actuele conditie van enkele bomen. Het lijkt verstandig voor dit wat intensiever te gebruiken deel een boominspectie (VTA) uit te (laten) voeren om ‘gevaarlijke bomen’ en/of bomen met dood kroonhout te bepalen. Een eerste visuele beoordeling leert dat dit naar verwachting op enkele delen binnen het voormalige NCC terrein noodzakelijk zal zijn. Langs de oostzijde is de toegang naar het YMCA terrein voorzien vanaf de Zeisterweg over een bestaande bosweg (figuur 6). Op basis van scheefstand van sommige bomen langs deze bosweg zullen hier eveneens enkele bomen moeten worden uitgenomen en/of gesnoeid om voldoende toegankelijkheid te waarborgen.

Figuur 5. Boomweide voormalig NCC terrein

Figuur 6. Beoogde toegangsweg

Voor het deelgebied binnen de NNN begrenzing Woudenberg waar tentplaatsen zijn voorzien karakteriseert het aanwezige bos zich overwegend als een dichte opstand van overwegend naaldhout met een wisselende ondergroei (figuur 7).

Figuur 7. Impressie bostypen in NNN gebied Woudenberg

Om hier kampeerplaatsen mogelijk te maken zal lokaal een vlak gekapt moeten worden en als gevolg van de op veel plekken aanwezige dichte ondergroei van jonge boomopslag, bosbes, etc. rooiwerkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Het natuurbeheertype betreft N16.03 (droog bos met productie) wat impliceert dat hier kap onder voorwaarden mogelijk is maakt dit goed uitvoerbaar. De belangrijkste voorwaarde hierbij is dat vervangende aanplant binnen drie jaar na kap zal plaatsvinden. Indien dit noodzakelijk blijkt is op de locatie Leusden een compensatielocatie beschikbaar van 0,91 hectare waar gekapte bomen terug kunnen worden geplaatst. Op basis van de detailbeoordeling, als de kampeerplaatsen in eerste fase zijn uitgezet, kan worden bepaald of er binnen deze vlakken beschermde situaties als jaarrond beschermde nesten, holtebomen, mierenhopen of anderszins te sparen situaties aanwezig zijn. Indien dit het geval is zullen de kampeerplaatsen zodanig worden verschoven dat deze buiten de effectzone van de beschermde situatie komen te liggen (mitigatie methode: “ontwijken”). Hiervoor is ruimte in het ontwikkelingsplan beschikbaar. Houtopstanden zijn enkel onder de Wet natuurbescherming beschermd wanneer deze buiten de bebouwde kom zijn gelegen.

De bescherming geldt voor opstanden die:  minimaal 10 are bedragen;  wanneer er meer dan 20 bomen in één of meerdere rijen staan;  wanneer de uitsluitingsregels niet van toepassing zijn. Voor dergelijke houtopstanden heeft de Wnb twee belangrijke instrumenten: “melding plicht” en “herplant plicht”. Wie (een deel van) dergelijke houtopstanden velt, moet dit tevoren melden en heeft de plicht om hetzelfde areaal te her planten. Dit geldt al wanneer er één boom uit bovengenoemde houtopstanden wordt gehaald. Ook is mogelijk een ontheffing en compensatieplan nodig. De exacte regels en procedures zijn per provincie geregeld en dienen op basis van een nadere detaillering worden bepaald. Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

5

Ten bate van het kunnen voldoen aan de herplant verplichting voortkomend uit de voorgenomen ontwikkeling is binnen de locatie Woudenberg mogelijk te weinig ruimte beschikbaar om de herplantplicht uit te voeren. Op de door Landgoed den Treek ter compensatie beschikbaar gestelde akker in Leusden (figuur 8) is dit echter goed mogelijk. Idealiter gebeurd dit met vanuit ecologie gewenste houtsoorten zodat het bostype naast aantalsmatige compensatie, tevens een compensatie geeft in kwaliteit van het NNN. Gedacht kan hierbij worden aan het compenseren van Droogbos met productie (N16.03) naar Dennen-, eiken- & beukenbos zonder productie (N15.02). Een aanleg met open ruimten en veel randlengte kan daarnaast de ecologische kwaliteit verder doen toenemen. Een plan voor detailinrichting van het compensatiegebied zal, nadat bekend is om welke aantallen/omvang bomen het gaat, in samenspraak met vertegenwoordigers en ecologen van landgoed den Treek en het bevoegd gezag worden opgesteld.

Figuur 8. Ter compensatie beschikbare akker in Leusden

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

6

5]. Beoordeling soortgroepen, beschermde soorten en situaties 5.1.] Voorbereidend onderzoek Om tot een Plan van Aanpak voor het aanvullende onderzoek te komen heeft in maart 2021 een bureaustudie plaatsgevonden naar mogelijk aanwezige (beschermde) planten en dieren. Naast verspreidingsgegevens uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) zijn websites van soorten organisaties als EIS-Nederland, FLORON, RAVON, SOVON, Vleermuisnet, VZZ en de waarnemingensite, waarnemingen.nl, geraadpleegd. Ook is via verschillende zoekmachines gericht gezocht naar voor de betrokken gebieden relevante rapportages en onderzoeksverslagen. In het projectgebied en de directe omgeving (beïnvloeding aspecten) worden op basis van dit bronnenonderzoek, archiefmateriaal, de regionale ligging, de aanwezige habitats en het migratiegedrag van diersoorten, een aantal beschermde soorten of situaties mogelijk aanwezig geacht. Om efficiënt te kunnen werken en locatie specifieke kenmerken beter te duiden is op basis van het eerste bezoek voor de locatie Woudenberg een vakken- & afdelingenkaart gemaakt. Deze kaart is benut om de habitatkenmerken op deelniveau vast te leggen en kan daarnaast worden benut voor het toekomstige beheer en onderhoudsplan i.r.t. de Wet natuurbescherming. De vakken- en afdelingenkaart is opgenomen als figuur 9. Voor de locatie Leusden is geen vakken en afdelingen kaart opgesteld a.g.v.

een overzichtelijke terreinsituatie.

Figuur 9. Vakken & afdelingen kaart YMCA-Woudenberg

Met behulp van de verkregen gegevens is een conceptlijst samengesteld van mogelijk aanwezige soorten, situaties en habitats in relatie tot de Wet natuurbescherming (bijlage 1). Aan de hand van deze verkenning heeft in beide deelgebieden een uitgebreide gebiedsverkenning plaatsgevonden tijdens twee velddagen in maart en april 2021. Tijdens deze veldbezoeken is een logische vak indeling van de gebieden opgesteld en zijn aanwezige habitats voor beschermde soorten en situaties in beeld gebracht en waar gewenst d.m.v. GPS coördinaten vastgelegd. Parallel aan de verkennende terreinbezoeken zijn inventarisatie- en karteringsroutes bepaald. De verkende omstandigheden, elementen, leefgebieden en situaties tijdens deze bezoeken betreffen: Bodem reliëf Boom holten Bos samenstelling Boskarakter Ondergroei / struiklaag Holte bomen Stamvoet holten Staand dood hout

Liggend dood hout Hogere planten Sporen/waarnemingen zoogdieren Zoogdier holen Geschikt vleermuis habitat Soortenlijst broedvogels

Nestkasten Habitat geschiktheid amfibieën Habitat geschiktheid reptielen Mierenhopen Bomen en houtopstanden

Jaarrond beschermde nesten

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

7

De beoordelingsresultaten van de habitat analyse zijn weergegeven in tabel 2 en bijlage 2.

Tabel 2. Resultaten habitat analyse maart 2021

Na afloop van de veldbezoeken is de conceptlijst van mogelijk aanwezige soorten en habitats definitief gemaakt (bijlage 1), waarna deze de basis heeft gevormd voor een Plan van Aanpak voor het vervolg onderzoek (Terlouw R.J.S., 2021a). Bovenstaande aanpak heeft geleid tot het opstellen van de volgende lijst van nader te onderzoeken soorten en situaties: Soort/situatie Broedvogels Jaarrond beschermde nesten Holen broeders Vleermuizen algemeen Vleermuis verblijfplaatsen Das Eekhoorn Boommarter Mierenhopen Hazelworm Levendbarende hagedis Zandhagedis Ringslang

Methode Samenstellen soortenlijst t.b.v. bepalen duur broedseizoen Twee vervolgbezoek in voorjaar/zomer op gekarteerde locaties in maart Twee vervolg bezoeken in voorjaar & zomer gekarteerde holte bomen in maart Vleermuis protocol en gegevens van de Bijtel ecologisch onderzoek 2020 Aandacht aan in maart gekarteerde locaties met holtebomen en tijdens vleermuis onderzoek Volgen aanwezige burchten (visueel of faunacamera)en gegevens van de Bijtel 2020 Zichtwaarnemingen en karteren nesten Geschikte holte bomen (Ø > 50 mm) volgen, bij twijfel faunacamera inzet Karteren tijdens alle bezoeken (determinatie soorten) Onderzoek m.b.v. reptielplaten conform soortenstandaard / RAVON en zichtwaarnemingen Reptielplaten conform soortenstandaard / RAVON en zichtwaarnemingen /route Zichtwaarnemingen tijdens gerichte bezoeken (route) conform soortenstandaard Zichtwaarnemingen en reptielplaten conform RAVON methode

Deelgebied *] L&W L&W L&W W L&W W L&W L&W L&W W W W W

*] L = Locatie Leusden / W = locatie Woudenberg

5.2. Soort specifieke onderzoeken 5.2.1. Algemeen Het doel van het onderzoek is om vast te stellen of de voorgenomen ontwikkeling mogelijk effecten heeft op (beschermde) flora en fauna en of hun leefgebied. Indien effecten niet kunnen worden uitgesloten dient een ontheffing aanvraag te worden verricht in het kader van de Wet natuurbescherming. Het onderzoek moet hierbij inzicht geven in de mate van aantasting, de omvang van de populatie en dient antwoord te geven op de vraag of de duurzame staat van instandhouding in gevaar komt. Om ontheffing te kunnen verkrijgen dienen in voorkomend geval aanvullend onderzoek en mogelijke compenserende en mitigerende maatregelen die zullen worden genomen in beeld te worden gebracht. De soort specifieke onderzoeken hebben allen plaatsgevonden conform de soorten standaards zoals hiervoor voorgeschreven. Indien geen specifiek protocol is voorgeschreven is steeds de werkwijze gehanteerd zoals geadviseerd vanuit de soorten organisaties (EIS-Nederland, FLORON, RAVON, SOVON, Vleermuisnet, VZZ, etc.). Ten bate van een aantal soorten en situaties zijn voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd. Het betreft o.a. het karteren van jaarrond beschermde nesten, holtebomen, grondholen, burchten, mierenhopen, etc.

in de vroege voorjaarssituatie (maart) wanneer de geringste kroonbedekking aanwezig is en de terrestrische vegetatie zich nog niet heeft ontwikkeld (zie ook tabel 2). Door deze locaties met GPS vast te leggen konden later in het seizoen op eenvoudige wijze controle bezoeken aan verblijfplaatsen van mogelijk beschermde soorten en/of potentieel beschermde locaties worden gebracht. 5.2.2. Hogere planten Op basis van de gevonden habitat tijdens de verkennende bezoeken, de verspreidingskaarten uit de NDFFdatabase, FLORON gegevens en het raadplegen van de waarnemingensite (waarneming.nl) worden geen beschermde hogere planten en of vegetaties in het gebied verwacht. Het onderzoek aan hogere planten heeft bestaan uit het tijdens alle veldbezoeken alert waarnemen van de vegetatietypen en mogelijk aanwezige soorten die speciale aandacht verdienen dan wel een beschermde status hebben.

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

8

5.2.3. Vleermuizen Voor de locatie Leusden heeft in maart een verkennend bezoek plaatsgevonden langs de bosrand en de aangrenzende laan, waarbij specifiek is gelet op voor vleermuizen geschikte bomen (holten/scheuren/loshangende schors/etc.) waar mogelijk effecten kunnen optreden bij aanplant van de als compensatie voor herplantplicht beschikbare akker. In de late avond/nacht zijn drie bezoekronde gemaakt (voorjaar en zomer) daar op deze locatie geen (vaste) verblijfplaatsen zullen worden aangetast (geen kap van bomen) is uitsluitend het beoogd compensatiegebied beoordeeld op gebruik als vliegroute en/of foerageergebied. Op de locatie Woudenberg zijn vleermuizen onderzocht door het uitvoeren van onderzoek naar vliegroutes, foerageergebieden en verblijfplaatsen met behulp van een batdetector. Naast voor vleermuizen als kansrijke beoordeelde routes langs randstructuren als bospaden en open plekken, zijn gekarteerde holtebomen tijdens de verkennende bezoeken in maart en april tijdens alle inventarisatiebezoeken in de uitvlieg periode bezocht. In totaal is vijfmaal een ronde door het gebied gemaakt waarbij met behulp van een vleermuisdetector bij geschikte weer omstandigheden gericht is gezocht naar verblijfplaatsen en gebied gebruik door vleermuizen. Het betrof vier late avond/nacht bezoeken en één nacht/vroege ochtend ronde.

Tijdens alle bezoeken is tevens gelet op mogelijke aanwezigheid van andere nachtactieve (beschermde) soorten als uilen, en zoogdieren.

Tabel 3. Overzicht bezoekdata en omstandigheden onderdeel vleermuizen

Figuur 10. Routes bij vleermuiskartering Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

9

5.2.4. Land zoogdieren In het projectgebied zijn op basis van verkennende bezoeken en het bureauonderzoek een groot aantal landzoogdieren (vleermuizen worden afzonderlijk besproken) als mogelijk aanwezig beoordeeld. Tot de zwaarder beschermde soorten die mogelijk voorkomen in het gebied behoren boommarter, das en eekhoorn. Naast deze soorten zijn ook vaste verblijfplaatsen (holen) van konijn en vos gekarteerd om maximaal rekening te kunnen houden bij de voorgenomen gebiedsontwikkeling met de verblijfplaatsen / kernlocaties van deze soorten zoals bedoeld in het zorgvuldigheidsartikel uit de Wet natuurbescherming (art. 1.11 Wnb). Genoemde vijf soorten worden onderstaand afzonderlijk beschreven. In de omgeving van de locatie Woudenberg (bungalow parken) is daarnaast de steenmarter vastgesteld (Achterberg, 2020). Voor deze soort is geen geschikt habitat binnen het projectgebied aanwezig, waardoor er geen gericht onderzoek naar deze soort heeft plaatsgevonden. Van een aantal andere, niet specifiek beschermde soorten, is de aanwezigheid van mol, bosmuis, bosspitsmuis, egel en ree door middel van bureauonderzoek vastgesteld. Hoewel niet expliciet in beschikbare bronnen vermeld zullen naar verwachting meerdere soorten muizen, bruine rat en kleine marters als bunzing en wezel in het gebied aanwezig kunnen zijn.

Voor deze soorten zal conform het zorgvuldigheidsbeginsel Wnb (artikel 1.11) worden gehandeld door middel van het hanteren van een ecologisch werkprotocol. Toelichten werkwijze onderzoek afzonderlijke soorten landzoogdieren: Boommarter In maart en april 2021 is het gebied integraal onderzocht o.a. op de aanwezigheid van holte bomen. Voor de boommarter zijn in het bijzonder (voormalige) holten van groene- en zwarte specht van belang. De holten dienen een diameter te hebben groter dan 50 millimeter, beuken van een wat hogere leeftijd lijken hierbij favoriet. Gevonden holtebomen die aan de habitateisen van de boommarter voldoen worden gedurende het onderzoek meerdere malen geïnspecteerd. Das Met betrekking tot de das in het Henschotermeer gebied is een rapportage beschikbaar uit januari 2021 die informatie verstrekt over de aanwezigheid en het gebiedsgebruik van de das in de periode 2016-2021 (Achterberg, 2021). De in deze rapportage vermelde locaties zijn gedurende het onderzoek allen meermalen bezocht, waarbij actief is gezocht naar sporen en overige aanwijzingen van actueel gebruik. Naast gerichte bezoeken aan locaties uit het onderzoek van 2016-2020 is het gehele onderzoeksgebied onderzocht op sporen en verblijfplaatsen die wijzen op de aanwezigheid van de das in maart en april 2021.

Alle bekende en gevonden locaties zijn gedurende de onderzoeksperiode in 2021 regelmatig bezocht. Bij twijfel over bewoning/gebruik is gedurende enige tijd een faunacamera geplaats om zekerheid over bewoning van burchten en of benutten van terreindelen als foerageergebied te kunnen verkrijgen. Eekhoorn Eekhoornnesten zijn karakteristiek: bolvormig, vaak met duidelijke aanwezigheid van verdroogde bladeren en/of dennennaalden en tegen de stam of een dikke tak gepositioneerd. In de maand maart, voordat het blad aan de loofbomen komt is het gehele projectgebied intensief doorkruist om eventueel aanwezige ‘nesten’ van de rode eekhoorn te karteren. De talrijk aanwezige grove dennen hebben hierbij specifiek aandacht gekregen vanwege de lastige zichtbaarheid. Door de bosvakken te doorkruisen en de bomen vanaf meerdere kijkrichtingen te inspecteren kan een goede basisregistratie worden uitgevoerd. Daarnaast is tijdens alle veldbezoeken gelet op aanwezigheid van eekhoorns, of sporen die wijzen op de aanwezigheid van eekhoorns. Konijn Tijdens alle bezoeken is gelet op de aanwezigheid van konijnen en of sporen die wijzen op de gebiedsgebruik door konijnen. Het konijn heeft zijn foerageergebied in de regel in de directe nabijheid van zijn burchten (holen). De actieradius is klein omdat het dier bij gevaar direct in een hol wil kunnen vluchten.

Waarnemingen van graafwerk en mest worden hierdoor steeds in nabijheid van burchten aangetroffen en zijn hiermee eenvoudig te registreren. Tijdens alle bezoeken is aandacht besteed aan sporen en waarnemingen van konijnen en zijn verblijfplaatsen en foerageergebied op kaart geregistreerd. Vos Tijdens het verkennend veldbezoek is het projectgebied intensief doorkruist waarbij alle grondholen en burchten zijn gekarteerd. Gedurende het seizoen zijn de tijdens de verkenning gevonden burchten, en grotere grondholen regelmatig bezocht om de aanwezigheid van de vos te kunnen volgen. Daarnaast is steeds gelet op aanwezigheid van dieren, sporen, mest en recent opgeworpen zand dat op graafactiviteit kan duiden.

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

10

5.2.5. Broedvogels, inclusief jaarrond beschermde nesten en holenbroeders Alle inheemse vogels in Nederland zijn ongeacht de soort beschermd op het moment dat er nesten in gebruik zijn. “In gebruik” dient te worden geïnterpreteerd als: nestbouw, eifase, kleine jongen fase in het nest en de periode dat uitgevlogen jongen nog regelmatig terugkeren naar het nest. Voor het onderdeel broedvogels is tijdens alle veldbezoeken een streeplijst van aanwezige soorten bijgehouden, met een aanduiding of de soort territoriaal gedrag vertoond, foeragerend of passerend werd aangemerkt. Doel van de op deze wijze tot stand gekomen totaal soortenlijst aan het einde van het onderzoek is om op basis van de ‘indicatieve broedvogelkalender’ het broedseizoen voor het projectgebied vast te stellen, wat van belang is om veilige perioden voor werkzaamheden of toe te passen ecologische werkprotocols te kunnen bepalen. Een deel van de vogelsoorten heeft een status als jaarrond beschermd nest. Het betreft soorten die niet zelfstandig een nestbouwen, soorten die jaarlijks naar dezelfde nestlocatie terugkeren waaronder ‘holenbroeders’ en sommige koloniebroedvogels. In het vroege voorjaar van 2021 is het gebied intensief doorkruist waarbij alle aanwezige grote nesten en bomen met holten m.b.v. een GPS zijn gekarteerd, zodat ze later in het seizoen eenvoudig kunnen worden teruggevonden.

Controlebezoeken op deze locaties hebben plaatsgevonden eind april, eind mei en eind juni. 5.2.6. Reptielen Uit het bureauonderzoek is geconcludeerd dat binnen de onderzoeksgebieden mogelijk de soorten hazelworm, levendbarende hagedis en zandhagedis aanwezig kunnen zijn. Om aanwezigheid van genoemde reptielen nader te onderzoeken en indien aanwezig (enig) inzicht in de aantallen te kunnen verkrijgen heeft in het voorjaar en de zomer van 2021 aanvullend onderzoek plaatsgevonden. Dit aanvullend onderzoek heeft bestaan uit twee aan elkaar complementaire methoden, namelijk:  Gerichte bezoeken naar zonnende dieren tijdens gunstige weer omstandigheden in de ochtend als de dieren opwarmen. Hiervoor zijn een aantal trajecten bepaald binnen het onderzoekgebied die op basis van de verkennende bezoeken in maart en april 2021 als de meest kansrijke habitat voor reptielen zijn beoordeeld. Langs de looproute is steeds een strook van circa vijf meter breedte onderzocht. Tijdens de inventarisatieronden en veldbezoeken is regelmatig dood stamhout gekeerd en zijn takkenrillen en compost en bladhopen extra beoordeeld. In totaal zijn zes gerichte inventarisatie bezoeken uitgevoerd. Hierbij is een vaste route (figuur 11) gelopen volgens een tijdens de verkennende bezoeken als potentieel leefgebied beoordeelde locaties.  “Platenonderzoek”.

Bij platenonderzoek worden gedurende langere tijd kunstmatige schuilplaatsen uitgelegd in de vorm van tapijttegels van 50*50 cm. Reptielen benutten deze schuilplaatsen om beschut te kunnen opwarmen. Evenals het vleermuisonderzoek heeft het reptielenonderzoek in samenhang met het onderzoek voor het overige gebied van het Henschotermeer plaatsgevonden. De routes a en b en drie plaatlocaties met in totaal 9 platen hebben specifiek betrekking op het projectgebied van YMCA. De platen zijn op 28 april 2021 in groepjes van drie tot vijf bijeen, op als kansrijk beoordeelde locaties die in de ochtend door de zon worden beschenen, uitgelegd. De platen werden goed aangesloten op de bodem geplaatst en vast gepind met tentharingen. Van alle locaties zijn de coördinaten m.b.v. GPS bepaald en is de omgeving fotografisch vastgelegd (figuur 12). De platen zijn om de twee á drie weken gecontroleerd op gebruik door reptielen.

Figuur 11. Locaties reptielenplaten en looproutes tijdens reptielen onderzoek Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

11

Figuur 12. Foto impressie reptielen platen

Tabel 4. Gegevens reptielen onderzoek

5.2.7. Overige soorten en soortgroepen Tot de overige soortgroepen worden aspecten als mierenhopen, beschermde insecten en onvoorziene soorten en habitats die tijdens het veldwerk zijn aangetroffen gerekend. Tijdens de bezoeken in het vroege voorjaar van 2021 is het gebied intensief doorkruist waarbij alle aangetroffen mierenhopen met GPS zijn vastgelegd. Tijdens vervolg bezoeken zijn eventueel nog niet geregistreerde mierenhopen eveneens vastgelegd. Half mei zijn de geregistreerde mierenhopen bezocht om daadwerkelijke bewoning en soort vast te kunnen stellen. Losse waarnemingen van overige beschermde soorten, rode lijst soorten of anderszins van belang geachte soorten, habitats en omstandigheden zijn tijdens alle locatiebezoeken geregistreerd. 6].

Resultaten soort specifiek onderzoek 6.1. (Hogere) planten Zowel in het projectgebied Leusden als Woudenberg zijn geen zwaarder beschermde planten aangetroffen. Ook zijn er geen habitats vastgesteld die een potentiele groeiplaats vormen voor beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming. Op de locatie Woudenberg werd in een klein deel van het bosvak een hoge bedekking met adelaarsvaren aangetroffen (figuur 13). Er wordt geadviseerd deze deellocatie te vrijwaren van kap- en rooiwerkzaamheden vanwege het potentiele belang als dag rustplaats voor reeën.

Figuur 13. Bosvak met ondergroei van adelaarsvaren

Resultaten Leusden

Resultaten Woudenberg

Op de locatie Leusden zijn zowel op het huidige YMCA terrein als het beoogd compensatie gebied geen beschermde planten en/of vegetatietypen aangetroffen. Op de locatie Woudenberg zijn geen beschermde planten en/of vegetatie typen aangetroffen.

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

12

6.2. Vleermuizen Tijdens de voorjaarkartering in maart en april is intensief gezocht naar holtebomen en bomen met scheuren en loshangende schors. Alle gevonden ‘holtebomen ’zijn gekarteerd met GPS om ze bij het toenemen van de vegetatie en de bladvorming van de loofgewassen eenvoudig te kunnen terugvinden. Tijdens deze kartering is gebleken dat in het gebied zeer weinig holte bomen en liggend dood hout aanwezig zijn. Dit komt voort uit de jarenlange exploitatie als bos met productie en het terughoudende beheer op doodhout, holtebomen etc. tijdens de beheerperiode van het recreatieschap. Het betrof enerzijds een beheer vanuit veiligheid en voorkomen van risico van vandalisme (in het bijzonder brandstichting) op doodhout en takkenrillen en anderzijds een gevolg van de bosexploitatie vanuit kosten/baten afwegingen door het recreatieschap. Doordat de ‘holtebomen’ bekend waren kon zeer gericht worden gemonitord op de tijden van in- en uitvliegen vleermuizen. Dit onderdeel van de vleermuiskartering heeft steeds rond zonsondergang en bij vroege ochtend bezoeken rond zonsopgang plaatsgevonden. Overige delen van de nacht heeft de focus gelegen op het vastleggen van vliegroutes en foerageergebieden. Op deze wijze is met een kostenbesparende werkwijze een goed beeld ontstaan van de aanwezigheid van mogelijke vleermuisverblijfplaatsen in het algemeen en kraamkolonies in het bijzonder.

Met betrekking tot de waarneem intensiteit i.r.t. de oppervlakte wordt opgemerkt dat, circa 13 hectare wordt ingenomen door de zwemplas en nog eens 15 hectare door strand en open ruimte langs de plas. De resterende ruim veertig hectare bestaat deels als uit vrij dichte bostypen (Larix/Douglas) die niet toegankelijk /aantrekkelijk zijn voor vleermuizen en goed zijn ontsloten door een fijnmazig netwerk van bospaden. Juist deze bospaden worden overwegend gebruikt door vleermuizen als vliegroute en voor het foerageren, waardoor hier de nadruk in de overige delen van de nacht heeft gelegen. Leusden Binnen het projectgebied in Leusden worden geen bomen gerooid en zijn geen opstallen waarin zich vleermuizen op kunnen houden betrokken. De werkzaamheden zullen hier uitsluitend bestaan uit het verwijderen van elementen en voorzieningen die niet kunnen worden gerelateerd aan vleermuizen. Indien de werkzaamheden zonder werkplek verlichting worden uitgevoerd zijn er geen effecten op vleermuizen te verwachten. Voor het potentiele compensatiegebied ten bate van een mogelijke herplant op de huidige akker bestaat de mogelijkheid dat hierdoor vliegroutes of foerageergebied verloren gaan. Om het gebruik door vleermuizen van deze akker en haar directe omgeving te beoordelen zijn hier een drietal late avond / nachtbezoeken gebracht.

Tijdens de bezoeken is vastgesteld dat de laan aan de noordzijde van de akker een frequent gebruikte vliegroute van vleermuizen betreft. Het betreft de soorten gewone dwergvleermuis en Laatvlieger. Kort na zonsondergang is er een duidelijke vliegrichting van oost naar west. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de dieren hun verblijfplaatsen in de bebouwing rond de Buurtweg of Leusden zuid zullen hebben. Incidenteel werd tijdens de migratie kort foerageren boven de heg die de laan van de akker scheidt waargenomen. Eenmaal werd een jagende franjestaart boven het pad gezien die regelmatig uitstapjes maakte boven de heg en de noordelijke helft van de akker. Langs de zuidelijk gelegen bosrand werd niet gemigreerd door vleermuizen. Later in de nacht werden hier tweemaal solitaire exemplaren van de rosse vleermuis jagend aangetroffen (figuur 14).

Figuur 14. resultaten vleermuiskartering YMCA Leusden (compensatie gebied) Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

13

Woudenberg Tijdens de bezoeken is gelet op de aanwezigheid van verblijfslocaties. Als potentiele locaties zijn uitsluitend holtebomen beschikbaar binnen het projectgebied. De in het vroege voorjaar gekarteerde holte bomen zijn tijdens de bezoeken, bij aanvang van de kartering, bezocht om eventueel uitvliegende dieren en/of zwermgedrag rond de verblijfslocatie niet te missen. Vrijwel alle holtebomen in het gebied zijn aanwezig op het deelgebied van de voormalige NCC (vak Y-1). Er zijn geen verblijfslocaties van vleermuizen vastgesteld. Binnen het projectgebied van de YMCA werd voornamelijk gefoerageerd door vleermuizen rond het voormalige NCC-terrein en langs de randzone van het ten westen hiervan gelegen voormalige parkeerterrein. Daarnaast werd een enkele foeragerende vleermuis waargenomen boven de hoofdpaden in het gebied. De overige gebiedsdelen, waaronder smalle bospaden, zijn te besloten om een effectieve vliegroute of foerageerhabitat voor vleermuizen te bieden. Hier werden geen foerageergedrag of vliegbewegingen vastgesteld. Er werd een vrij breed soortspectrum aan vleermuizen foeragerend aangetroffen op bovengenoemde deel locaties. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger waren het meest talrijk. Ruige dwergvleermuis werd voornamelijk in de nazomer aangetroffen. Franjestaart en Rosse vleermuis incidenteel.

Een kaart weergave van de waargenomen vleermuizen is weergegeven als figuur 15.

Figuur 15. resultaten vleermuiskartering YMCA Woudenberg

Resultaten Leusden

Resultaten Woudenberg

Op de locatie Leusden zijn vier soorten vleermuizen aangetroffen. De noordelijk gelegen laan heeft een belangrijke functie als vliegroute voor gewone dwergvleermuizen en laatvliegers vanuit het dorp (Leusden) naar het westen. Incidenteel wordt hierbij kort jacht gedrag vertoond waarbij ook de akker deels wordt benut. De vliegroute bevindt zich boven de weg en wordt niet beïnvloed door de (compenserende) inrichting van het gebiedsdeel. Als foerageergebied heeft de akker een zeer geringe betekenis. Bij inrichting van de akker kan foerageergebied worden verkleind. Als gevolg van het totaal areaal aan beschikbaar foerageergebied in de directe omgeving en de geringe vermindering van het foerageergebied leidt dit niet tot aantasting van de duurzame staat van instandhouding van soorten of beperking van foerageergebied en/of vliegroutes. Op de locatie Woudenberg zijn 5 soorten aangetroffen. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger waren het meest talrijk. Beide soorten benutten geen bomen als verblijfplaats. In de nazomer werd de soort ruige dwergvleermuis enkel malen aangetroffen. Tijdens twee bezoeken werd een exemplaar franjestaart vastgesteld. Eveneens tijdens twee bezoeken enkele exemplaren rosse vleermuis. Beide zijn boom bewonende soorten. Binnen het projectgebied zijn 8 holtebomen gekarteerd. Rond deze holte is geen zwermgedrag of uitvliegen van vleermuizen vastgesteld.

Geconcludeerd wordt dat er geen aanwijzingen zijn voor aantasting van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen bij de voorgenomen ontwikkeling. Wel is het gebied een frequent gebruik foerageergebied en zijn er vliegroutes aanwezig. Tijdens de ontwikkeling van de projectlocatie dient terughoudend met bouwplaats verlichting te worden omgegaan. Bij de keuze voor terreinverlichting dient dit passend voor vleermuizen te worden uitgevoerd (lage armaturen zonder uitstraling naar boven).

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

14

6.3. Land zoogdieren Boommarter Voor de locatie in Leusden is de bosrand, die mogelijk effect heeft van een eventuele herinrichting onderzocht op geschikte holtebomen deze zijn niet aangetroffen. Voor de boommarter zijn in het bijzonder (voormalige) holten van groene- en zwarte specht van belang. De holten dienen een diameter te hebben groter dan 50 millimeter, beuken van een wat grotere leeftijd zijn hierbij favoriet, maar zijn niet in het deelgebied Woudenberg, waar de YMCA haar ontwikkelingsplan heeft, aanwezig. Grondholen, stamvoetholen zijn geïnspecteerd, hierbij zijn geen aanwijzingen voor aanwezigheid van de boommarter gevonden. Ook elders in het Henschotermeer gebied komt de beuk slechts sporadisch voor. Binnen het YMCA deelgebied in Woudenberg is slechts één in potentie geschikte holte aangetroffen. Dit wordt mede veroorzaakt door de leeftijd en het soortspectrum van het boombestand. De aangetroffen holte was aanwezig in een grove den. Bij de vondst van de holte is onder de boom gezocht naar mestsporen die wijzen op aanwezigheid van boommarter. De holteranden zijn geïnspecteerd met een stokcamera op krab- of nagelsporen en haarresten. Ook de stam onder de holte is geïnspecteerd op krab- en/ of nagelsporen. Er zijn geen aanwijzingen of sporen gevonden die wijzen op de aanwezigheid van boommarters in het gebied.

De boommarter wordt hiermee uitgesloten als aanwezig binnen het projectgebied. Evenmin kan het gebied worden aangemerkt als potentieel leefgebied door de afwezigheid van voldoende geschikte verblijfplaatsen. De aanwezige holteboom is aangemerkt als te sparen boom tijdens de gebiedsontwikkeling. 

Resultaten Leusden

Op de locatie Leusden zijn geen geschikte holte bomen voor de boommarter aangetroffen in de mogelijk beïnvloede delen bij herinrichting. De soort kan worden uitgesloten vanuit de Wet natuurbescherming.

Resultaten Woudenberg

Op de locatie Woudenberg is één, in potentie, geschikte holte voor de boommarter aangetroffen in een grove den. De holte is meerdere keren geïnspecteerd op bewoning door de boommarter. Vastgesteld is dat de holte niet in gebruik is. In de ruime omgeving van het projectgebied zijn geen waarnemingen gedaan of aanwijzingen verkregen van aanwezigheid van boommarters. De soort kan worden uitgesloten voor het projectgebied.

Das Voor de locatie Leusden is de als potentiele locatie voor natuurcompensatie aangemerkte akker tijdens meerdere bezoeken onderzocht op sporen die wijzen op gebiedsgebruik door de das. Er is gezocht naar wissels in het bijzonder onder en langs de heg aan de noordzijde en naar haren bij mogelijke onder doorgangen van hagen en rasters. De akker zelfs is nagelopen op de aanwezigheid van mest- en krabputjes en de aangrenzende bosrand is onderzocht op aanwezigheid van burchten. Tijdens deze onderzoeken zijn geen sporen van de das aangetroffen op de voor compensatie beschikbare locatie Leusden. Woudenberg Tijdens de bezoeken voor het onderhavige onderzoek is het gehele projectgebied in Woudenberg onderzocht op de aanwezigheid van burchten van de das. Binnen het projectgebied van de YMCA werden geen burchten of voormalige verblijfslocaties aangetroffen. Op circa 430 meter ten zuiden van de projectlocatie werd tijdens bezoeken in maart een belopen burcht gevonden. Tijdens latere inspecties was deze burcht niet bewoond. Controle met een monitoringscamera gedurende en periode van tien dagen in mei leverde geen registraties van de das op deze locaties op. Langs het hoofdpad aan de zuidzijde van het projectgebied werden tijdens verschillende bezoeken enkele mestputjes en krabplaatsen die worden toegeschreven aan de das aangetroffen.

Het meer open terreindeel van de voormalige NCC is tijdens de verkennende bezoeken aangemerkt als mogelijke foerageerlocatie voor de das. Tijdens het veldseizoen is de locatie meerdere keren onderzocht op het gebruik door de das. Op deze locatie zijn geen mestputjes, krabplaatsen of wissels door ons aangetroffen. Waarschijnlijk is het perceel niet of onvoldoende toegankelijk als gevolg van het fijnmazige en ingegraven gaasraster wat rondom de voormalige NCC locatie is aangebracht. Het voormalige NCC terrein is met twee inspectie camera’s met kruisende beeldhoeken gedurende driemaal vijf dagen (mei, juni en juli) onderzocht op gebruik als foerageergebied door de das. De camera’s zijn zo opgesteld dat de gehele noordzijde, van welke zijde een mogelijke das kon worden verwacht op basis van ligging van N wegen en de geregistreerde burcht, werd bestreken. Er zijn hierbij geen waarnemingen gedaan van gebruik door de das van het projectgebied. Naar verwachting is het terrein niet toegankelijk voor de soort door het rondom geplaatste fijnmazige raster wat is ingegraven in de bodem. De overige delen van het projectgebied zijn als gevolg van de aanwezige habitat en onderbegroeiing als marginaal tot ongeschikt foerageergebied voor de das beoordeeld. Een totaal overzicht van aan de soort das gerelateerde waarnemingen en locaties is weergegeven als figuur 16.

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

15

Figuur 16. Samenvatting waarnemingen gerelateerd aan das YMCA terrein 2021

Resultaten Leusden

Op de locatie Leusden zijn geen activiteiten van de das aangetroffen.

Resultaten Woudenberg

Op de locatie Woudenberg is buiten het projectgebied een burcht aangetroffen die in maart bewoond was. Langs de noordrand, buiten het projectgebied, zijn mestputjes en krabplaatsen die worden toegeschreven aan de das gevonden. De als mogelijk foerageergebied beoordeelde voormalige kampeerterrein van de NCC is regelmatig visueel onderzocht op sporen die wijzen op gebruik door de das. Daarnaast heeft driemaal gedurende een periode van 5 dagen een inspectie met een faunacamera plaatsgevonden. Er zijn geen waarnemingen van de das of sporen die wijzen op gebiedsgebruik door de das gedaan. Er wordt geconcludeerd dat er geen effecten op de soort das in het gebied zijn te verwachten.

Eekhoorn Leusden De beoogde compensatielocatie in Leusden betreft een akker. Langs de randzone zijn lanen of bosvakken aanwezig. De gehele randzone met boombegroeiingen is over een breedte van circa 10 meter vanuit de akkerrand tweemaal nagelopen op de aanwezigheid van eekhoorn nesten. Deze zijn niet aangetroffen. Woudenberg Er werd tijdens de uitgebreide gebiedskartering in maart uitsluitend een eekhoornnest gekarteerd op ruime afstand buiten het gebiedsdeel van de YMCA in het Henschotermeer gebied. Dit sluit aan bij het beperkt aantal waarnemingen die bekend zijn van het projectgebied (waarneming.nl / NDFF / VZZ). Binnen een druk bezocht natuur- recreatiegebied als het Henschotermeer wordt een grotere waarneming intensiteit verondersteld voor een goed herkenbare en bij het publiek ‘populaire’ soort als de rode eekhoorn wanneer deze een regelmatig voorkomen heeft. Tijdens de veldbezoeken voor het onderhavige onderzoek is eenmaal een zichtwaarneming van de rode eekhoorn gedaan. De rode eekhoorn wordt hiermee als beperkt aanwezig / uitsluitend als passant binnen het projectgebied beoordeeld. 

Resultaten Leusden

Op de locatie Leusden zijn geen activiteiten van de eekhoorn aangetroffen.

Resultaten Woudenberg

Op de locatie Woudenberg zijn geen nesten of voortplantingsplaatsen van de rode eekhoorn aangetroffen. De zeer beperkte mate van het waarnemen van de soort wijst op een gebruik als passage gebied zonder permanente vestiging.

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

16

Konijn Leusden Tijdens bezoeken aan de locatie Leusden zijn meerdere waarnemingen van het konijn gedaan. Binnen het beoogd compensatie gebied zijn verspreid enkele sporen in de vorm van mest en ‘krabbels’ waargenomen. Het konijn kan worden beoordeeld als aanwezig binnen de projectlocatie Leusden. Woudenberg Het konijn heeft een lage dichtheid en een verspreid voorkomen in het totale Henschotermeer gebied (Bron: bureaustudie en verkennende veldbezoeken Bui-TeGewoon | groenprojecten).

Binnen het deelgebied waar de beoogde ontwikkeling van de YMCA zal plaatsvinden waren enkele zeer beperkte foerageer en krabplekken aanwezig langs de rand van het open gebied met boomweide (vak Y-1). Hoewel dit deelgebied visueel een geschikte habitat lijkt en op de aangrenzende voormalige parkeerplaatsen aan de zuidzijde buiten het YMCA projectgebied, meerdere burchten van het konijn zijn aangetroffen wordt de deellocatie beperkt gebruikt. Een oorzaak hiervan kan worden gevonden in het omsluitende gaasraster met een kleine maasdiameter (5 bij 5 cm) wat is ingegraven in de bodem. Hierdoor is het betreffende deelgebied slechts zeer beperkt toegankelijk voor (grotere) dieren van buiten het omrasterde gebied. De bosvakken die tot het YMCA projectgebied behoren hebben een (te) dicht boombestand en weinig foerageerbare vegetatie voor de soort konijn. De direct aan de westzijde grenzende voormalige parkeerplaats buiten het projectgebied heeft een aantal burchten. Hier is op basis van sporen en zichtwaarnemingen een duidelijk grotere activiteit van konijnen vastgesteld. De verwachting is dat de foerageerplekken (begraasd gewas/keutels en graafputjes) langs de randzone van het projectgebied door dieren uit deze aangrenzende populatie zijn aangebracht. Tijdens de bezoeken ten bate van het onderhavige onderzoek is de aanwezigheid van konijnen en sporen van konijnen gekarteerd.

Hieruit zijn geen nieuwe inzichten gekomen. Geconcludeerd wordt dat binnen het ontwikkelingsgebied van de YMCA geen holen of permanente verblijfplaatsen aanwezig zijn. Wel wordt door een beperkt aantal dieren nabij het deelgebied met de boomweide gefoerageerd. De voorgenomen ontwikkeling zal geen aantasting van dit gebruik veroorzaken en/of de nabij gelegen populatie op andere wijze schaden.  

Resultaten Leusden Resultaten Woudenberg

Op de locatie Leusden zijn geen foerageergebieden of burchten van het konijn aanwezig. Op de locatie Woudenberg werden enkele waarnemingen van aanwezigheid van het konijn gedaan. Deze waren voornamelijk aanwezig in de randzone met de westelijk gelegen parkeerplaats waar een populatie werd vastgesteld. Het konijn is geen zwaarder beschermde soort in de Wet natuurbescherming. Door bij de inrichting van het terrein te werken volgens een vigerende gedragscode en met ecologische werkprotocols wordt conform het zorgvuldigheidsbeginsel (art. 1 lid 11) van de wet geopereerd.

Vos Leusden In verschillende brondocumenten worden waarnemingen van de vos in en rond de locatie Leusden vermeld. De soort is tijdens de bureaustudie beoordeeld als een regelmatig en vrij algemeen aanwezige soort voor dit gebied. De beoogd projectlocatie zal naar verwachting daardoor onderdeel uit maken van het foerageergebied van de soort vos. De randzone van het beoogd compensatie gebied is in het bijzonder langs de bosrand en haag tweemaal gecontroleerd op de aanwezigheid van (bewoonde) burchten van deze soort. Deze zijn niet aangetroffen. Woudenberg Binnen het Henschotermeer gebied worden relatief weinig waarnemingen van de vos gedaan zo blijkt uit de registraties op waarneming.nl, NDFF en VZZ databases. Tijdens het integrale gebiedsonderzoek in maart werden twee recent belopen holen aangetroffen die beide buiten het projectgebied van de YMCA zijn gelegen. Binnen het projectgebied werd op één locatie (vak Y- 4) aan de vos toegeschreven mest gevonden (figuur 17), waaruit blijkt dat de soort gebruik maakt van de projectlocatie als foerageergebied. Tijdens het bezoek van 5 augustus werd een (op)nieuw uitgegraven hol in één van de middenbermen van de grote parkeerplaats direct ten westen van de projectlocatie gevonden. De projectlocatie wordt op basis van de gevonden informatie beoordeeld als onderdeel uitmakend van het leefgebied van de vos.

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

17

Figuur 17. Aan vos toegeschreven mest op bospad YMCA locatie (Y4) 

Resultaten Leusden

Resultaten Woudenberg

Op de locatie Leusden zijn in de randzone geen burchten van de vos aanwezig. Er wordt geen effect van de voorgenomen inrichting verwacht op verblijfplaatsen van de vos. Het foerageergebied wordt niet aangetast. Op de locatie Woudenberg zijn geen burchten van de vos binnen het projectgebied waargenomen. Wel wordt gefoerageerd binnen het projectgebied. Het leefgebied voor de soort wordt niet aangetast.

6.4. Broedvogels, inclusief jaarrond beschermde nesten en holenbroeders Bij de verkennende bezoeken in maart en april is het gebied intensief doorkruist om holtebomen en jaarrond beschermde nesten op te sporen. Bij aantreffen van deze locaties zijn ze met GPS vastgelegd om later in het seizoen eenvoudig controle bezoeken te kunnen uitvoeren. Grove dennen zijn hierbij van meerder kanten beoordeeld. Dichtere opstanden van Larix en Douglas zijn doorkruist om de mogelijke aanwezigheid van nesten van sperwer (en havik), die veelal een voorkeur hebben voor deze dichtere opstanden, vast te stellen of uit te sluiten. Naast clusters van nesten uit vorige jaren (sperwer) en karakteristieke locaties voor havik nesten is tevens gelet op plukresten in de opstanden die een aanwijzing voor een mogelijk aanwezige broedlocatie kunnen geven en is steeds gelet op de aanwezigheid en territoriaal gedrag van soorten met jaarrond beschermde nesten. Tijdens de nachtbezoeken ten bate van vleermuizen is gelet op roep van uilen. Tijdens alle bezoeken is een soortenlijst van waargenomen vogels samengesteld. Vogels die territoriaal gedrag vertoonden zijn hierbij gemarkeerd, zodat een broedvogellijst kon worden opgesteld aan de hand waarvan het broedseizoen met beperkingen voor werkzaamheden kon worden bepaald. Leusden In totaal zijn 29 vogelsoorten tijdens de verschillende bezoeken waargenomen.

Hiervan worden 17 soorten tot de broedvogels gerekend. Op basis van deze resultaten wordt het broedseizoen bepaald op 1 maart tot 15 juli. Woudenberg In totaal zijn 38 verschillende vogelsoorten tijdens de bezoeken waargenomen. Hiervan zijn 13 soorten als overvliegend zonder binding met het gebied geïnterpreteerd. Waardoor er 25 soorten met enige vorm van gebiedsbinding zijn aangemerkt. Van 12 soorten is daadwerkelijk territoriaal of broedindicatief gedrag waargenomen (tabel 4). Op basis van het aangetroffen soortspectrum wordt het broedseizoen bepaald op 1 maart – 31 juli. Omdat sommige soorten soms al vroeg in het jaar tot broeden komen en /of meerdere legsels grootbrengen is het in de periode 1 februari – 1 maart en 31 juli – 31 augustus uitsluitend mogelijk om werkzaamheden uit te voeren na een vogelcheck met vrijgave door een ecoloog. Op het voormalige NCC terrein zijn enkele holtebomen en nestkasten aanwezig. Holtebomen dienen waar mogelijk te worden gehandhaafd. Indien bomen met holten als nog dienen te worden gerooid dient vooraf een vogelcheck te worden uitgevoerd. Indien de bomen niet bewoond zijn betreft het geen beschermde situatie. Vanuit het zorgvuldigheidsbeginsel uit de Wet natuurbescherming zal echter voor elke gerooide holteboom twee nestkasten voor een potentiele soort worden teruggeplaatst.

Indien het een bewoonde locatie betreft zal in eerste instantie worden gepoogd de betreffende locatie te handhaven door de beoogde ontwikkeling te verschuiven. Indien dit niet mogelijk is zal een ontheffingstraject worden gestart. Indien bomen waaraan nestkasten zijn bevestigd moeten worden gerooid dienen de nestkasten vooraf en buiten het broedseizoen op een geschikte nieuwe locatie te worden herplaatst. 

Resultaten locatie Leusden

Voor de locatie Leusden worden geen bomen gekapt, of anderszins ingrijpende werkzaamheden aan potentieel broedgebied uitgevoerd. Niet kan worden uitgesloten dat binnen de invloedsfeer van nesten in bomen en of struiken moet worden gewerkt. Op basis van het gevonden soortspectrum wordt het broedseizoen bepaald op 1 maart tot 15 juli.

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg

18

Resultaten locatie Woudenberg

Voor de locatie Woudenberg is op basis van het aangetroffen soortspectrum in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling het broedseizoen bepaald op 1 maart tot 31 juli. Voor werkzaamheden in de periode 1 februari – 1 maart en 31 juli – 31 augustus dient steeds een vogelcheck van de (deel) werklocatie te worden uitgevoerd. Indien holte bomen vanuit veiligheidsoverwegingen moeten worden gekapt dient dit steeds in de periode 1 oktober – 1 februari plaats te vinden. Voor elke gekapte holte bomen dienen twee kunstnesten te worden terug geplaatst van een type met een vergelijkbaar vlieggat diameter zodat de beschikbare broedhabitat voor holenbroeders niet wordt beperkt.

Tabel 5. Overzicht vogelwaarnemingen YMCA terrein Woudenberg 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1701/documents/42134