04a. Zegheweg 8a_TOELICHTING.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Zegheweg 8a Gemeente Woudenberg TOELICHTING
Bestemmingsplan Zegheweg 8a Gemeente Woudenberg TOELICHTING
GEGEVENS VAN DE AANVRAGER De heer K. Pater Huygenslaan 11 3931 VG Woudenberg
Kerkewijk 117 3904 JB Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu
PLANGEGEVENS: IDN: Projectnummer: Titel:
NL.IMRO.0351.BPZegheweg8a-ow01 K20339 Zegheweg 8a
Status Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
Datum
Projectleider:
C.J.M. Hanse MSc
Auteur:
C.J.M. Hanse MSc
23 februari 2021 26 maart 2021
Inhoudsopgave
TOELICHTING
6
Hoofdstuk1
Inleiding
6
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende planologische situatie Wijzigingsbevoegdheid Opzet bestemmingsplan en toelichting
6 6 7 8 10
Beschrijving van de situatie
12
Huidige situatie Toekomstige situatie
12 13
Beleidskader
16
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal beleid Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013 - 2028 (herijking 2016) Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 - 2028 (herijking 2016) Conclusie Gemeentelijk beleid Structuurvisie Woudenberg 2013 - 2030 en oplegger Woonvisie Woudenberg 2019+
16 16 16 17 18 18 19 20 20 20 21
Uitvoeringsaspecten
22
Flora en fauna Wettelijk kader Gebiedsbescherming Soortenbescherming Ontheffing soortenbescherming Conclusie Bodemkwaliteit Wettelijk kader Resultaten onderzoek Conclusie Cultuurhistorie en archeologie Wettelijk kader Cultuurhistorie Archeologie
22 22 23 24 25 25 25 25 26 26 26 26 26 26
1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.4 Hoofdstuk2 2.1 2.2 Hoofdstuk3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 Hoofdstuk4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3
Zegheweg 8a
3
4.3.4
4.12 4.13
Conclusie Luchtkwaliteit Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Parkeren en verkeer Parkeren Verkeer Conclusie Geluidhinder Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Conclusie Bedrijven en milieuzonering Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Conclusie Externe veiligheid Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Verantwoording Conclusie Kabels en leidingen Water Inleiding Beleidskader Watertoets Conclusie M.e.r.-beoordeling Wettelijk kader Vormvrije m.e.r.-beoordeling Conclusie Niet gesprongen explosieven Duurzaam bouwen
28 28 28 29 29 29 29 29 30 30 30 30 31 31 31 32 32 33 33 34 36 37 37 38 38 38 39 40 40 40 41 41 41 42
Hoofdstuk5
Juridische planbeschrijving
43
Inleiding Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Opbouw bestemmingen Bestemmingen Algemene regels Anti-dubbeltelregel Overige algemene regels Overgangs- en slotregels
43 43 43 43 44 44 44 44 44 44 44
4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6 4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.7 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.8 4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.8.4 4.9 4.10 4.10.1 4.10.2 4.10.3 4.10.4 4.11 4.11.1 4.11.2 4.11.3
5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.4 5.4.1 5.4.2 5.5
Zegheweg 8a
4
5.5.1 5.5.2 Hoofdstuk6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3
Zegheweg 8a
Overgangsregel Slotregel
44 45
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
46
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Omgevingsdialoog Overleg met overheidsinstanties Zienswijzen
46 46 46 46 48
5
TOELICHTING Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Op het perceel Zegheweg 8a in Woudenberg is een vrijstaand bedrijfsgebouw aanwezig. Voorheen was ter plaatse een bedrijf in administratieve dienstverlening gevestigd. Initiatiefnemer is voornemens om, in aansluiting op de ontwikkelingen rondom zijn eigendom, het perceel Zegheweg 8a te gaan herontwikkelen. In het plan wordt de bestaande bedrijfsfunctie omgezet naar een woonfunctie. Haaks op de Zegheweg wordt een woongebouw ten behoeve van zeven seniorenwoningen gerealiseerd. Het betreft vijf grondgebonden wooneenheden en twee gestapelde wooneenheden. Ten behoeve van het initiatief wordt het bestaande bedrijfsgebouw gesloopt. In het geldende bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemmingen 'Bedrijf-1' en 'Tuin'. Het initiatief kan dan ook niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Om het nieuwe woongebouw planologisch mogelijk te maken, is een procedure tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) noodzakelijk. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het ruimtelijk plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. 1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is momenteel ten oosten van de kern Woudenberg gelegen, op de rand met het buitengebied. Ten oosten van de kern Woudenberg is echter de woningbouwlocatie Hoevelaar voorzien. Hoevelaar fase 1 betreft de gronden direct rondom het perceel Zegheweg 8a. Deze fase 1 behelst de bouw van maximaal 272 wooneenheden en is reeds planologisch mogelijk gemaakt met de vaststelling van het bestemmingsplan 'Hoevelaar fase 1' op 5 juli 2018. Met de ontwikkeling van de woningbouwlocatie Hoevelaar, zal het plangebied opgaan in de kern Woudenberg. De directe omgeving van het plangebied laat zich dan ook hoofdzakelijk kenmerken als bestaand woongebied. Op enige afstand van het plangebied ligt, aan de Zegheweg 6, een sanitair- en installatiebedrijf. Aan de voorzijde (westzijde) van het plangebied loopt de Zegheweg met aan de overzijde de meest recente woonwijk van Woudenberg, Het Groene Woud. Het plangebied grenst aan de oost- en zuidzijde direct aan gronden behorende tot Hoevelaar fase 1. Hier zullen in de nabije toekomst nieuwe woningen worden gerealiseerd. Aan de noordzijde van het plangebied ligt het perceel Zegheweg 8. Voor dit perceel is op 28 mei 2020 het bestemmingsplan 'Zegheweg 8' vastgesteld. Dit bestemmingsplan heeft ter plaatse de realisatie van een zorgcomplex bestaande uit 36 zorgappartementen mogelijk gemaakt.
Het perceel Zegheweg 8a waarop ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, is kadastraal bekend als gemeente Woudenberg, sectie G, nummer 558 met een oppervlakte van circa 1.210 m2. In onderstaande figuur is de begrenzing van het plangebied globaal weergegeven.
Zegheweg 8a
6
Globale ligging plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) 1.3
Vigerende planologische situatie
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Bebouwde Kom Woudenberg' dat op 21 december 2017 door de gemeenteraad van Woudenberg is vastgesteld. Op 20 december 2018 is door de gemeenteraad een correctieve herziening vastgesteld. Tot slot is op 26 maart 2020 een herstelbesluit genomen naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 november 2019 over het bestemmingsplan 'Bebouwde Kom Woudenberg'. Conform het geldende bestemmingsplan kent een groot deel van het plangebied de bestemming 'Bedrijf-1'. Als gevolg van de functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2' zijn ter plaatse bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 toegestaan.Binnen de bestemming 'Bedrijf' ligt een bouwvlak van circa 580 m2 welke voor 75% mag worden bebouwd. De maximum bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen bedraagt 8 meter. De voorzijde van het plangebied kent de bestemming 'Tuin'. Tot slot is het voorste deel van het plangebied de dubbelstemming 'Waarde-Archeologie 2' van toepassing. Gelet op het voorgaande past het beoogde initiatief niet rechtstreeks binnen de regels van het geldende bestemmingsplan.
Zegheweg 8a
7
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Bebouwde Kom Woudenberg' 1.3.1
Wijzigingsbevoegdheid
Op het plangebied is in het geldende bestemmingsplan tevens de gebiedsaanduiding 'wetgevingzone wijzigingsgebied 3 van toepassing'. De bijbehorende wijzigingsbevoegdheid in artikel 34.3 luidt als volgt:
Artikel 34.3 bestemmingsplan 'Bebouwde Kom Woudenberg' Met genoemde wijzigingsbevoegdheid wordt duidelijk dat de gemeente Woudenberg voor het perceel Zegheweg 8a een herontwikkeling naar wonen heeft voorzien. Het initiatief voorziet in een woongebouw
Zegheweg 8a
8
ten behoeve van zeven seniorenwoningen, deels bestaande uit één bouwlaag met kap en deels bestaande uit twee bouwlagen met kap. Omdat het aantal wooneenheden het maximum van vier overschrijdt, kan geen gebruik worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid. Onderstaand wordt beschreven dat aan de overige voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid wordt voldaan. Aansluitend wordt de wenselijkheid van het grotere aantal wooneenheden (zeven in plaats van vier) onderbouwd. Voorliggend initiatief voldoet als volgt aan de gestelde voorwaarden: a. De geschiktheid van de bodem wordt behandeld in paragraaf 4.2 van deze toelichting. Hierin wordt geconcludeerd dat de bodem geschikt is voor het toekomstige woongebruik. b. In Hoofdstuk 4 van deze toelichting worden de betreffende uitvoeringsaspecten behandeld. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van belemmeringen. c. In paragraaf 4.7 van deze toelichting wordt beschreven en geconcludeerd dat de ontwikkeling de uitoefening van bestaande bedrijven en hun bedrijfsvoering niet onevenredig belemmert. d. De betreffende aspecten komen in deze toelichting aan de orde. De ontwikkeling past in de, veranderende, omgeving van het perceel Zegheweg 8a. De parkeerbalans is sluitend, zoals wordt beschreven in paragraaf 4.5. e. Ten behoeve van de ontwikkeling is een digitale watertoets uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn verwoord in paragraaf 4.10. f.
De bevindingen ten aanzien van flora en fauna zijn verwoord in paragraaf 4.1. Omdat er een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aanwezig is in het bestaande bedrijfsgebouw, is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk. Deze ontheffing is inmiddels aangevraagd bij de provincie Utrecht, waarmee de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling is gewaarborgd. g. Onderhavig initiatief ziet op een herontwikkeling naar wonen, waarbij een bedrijfsbestemming met een groot bouwvlak temidden van woningen verdwijnt. Hiermee wordt een kwaliteitsverbetering bereikt en draagt er aan bij dat er geen (onevenredige) aantasting van de belangen, zoals genoemd in de wijzigingsbevoegdheid, plaatsvindt. Daarnaast laat onderhavige toelichting bij het bestemmingsplan zien dat aan de betreffende gestelde voorwaarden wordt voldaan. Onderbouwing aantal wooneenheden Het beoogde initiatief wijkt voor wat betreft het aantal wooneenheden af van het maximum van vier woningen, zoals genoemd in de wijzigingsbevoegdheid. Bij de keuze voor zeven wooneenheden is met name de woningbehoefte in Woudenberg leidend geweest. In het 'Woningbehoefteonderzoek Woudenberg 2020' van 20 mei 2020 wordt geconcludeerd dat het onderzoek geen aanleiding geeft tot grote beleidsaanpassingen, maar wel tot het ophogen van het aantal nieuwe woningen dat jaarlijks wordt toegevoegd.
Inzet op het faciliteren van doorstroming is daarbij nog belangrijker geworden om iedereen passend te kunnen huisvesten. Verder zijn de volgende conclusies uit woningbehoefteonderzoek van belang voor onderhavig initiatief: "In de komende jaren groeit het aantal inwoners in Woudenberg van 13.170 in 2019, naar circa 16.200 inwoners in 2040." "Het aantal huishoudens groeit onder invloed van de huishoudensverdunning en een relatief sterke toename van het aantal eenpersoonshuishoudens sneller dan het aantal inwoners. In 2019 waren er in totaal 5.050 huishoudens in Woudenberg. Dit aantal groeit in 2030 naar 6.420 en in 2040 naar 7.430 huishoudens. Daarbij is er sprake van een vergrijzing van de Woudenbergse bevolking. Dit zien we aan de sterke groei van het aantal oudere huishoudens tot 2040." "Doordat de betaalbaarheid van koopwoningen onder druk staat is op de korte termijn vooral vraag naar betaalbare woningen voor middeninkomens. Het zal niet alleen gaan om compacte en daardoor betaalbare koopwoningen, maar in mindere mate ook om passende (midden)huurwoningen voor zowel jong als oud." "Op basis van deze ontwikkelingen voorzien wij een additionele woningvraag van in totaal 2.245 woningen tot 2040, waarvan circa 1.115 (reguliere) grondgebonden en circa 1.130 levensloopbestendige
Zegheweg 8a
9
woningen (zoals patiowoningen, benedenwoningen of appartementen met lift). Belangrijk is niet alleen de toegankelijkheid van woningen, maar ook de omgevingskwaliteit en daarmee de locatie van de woningen. De jaarlijkse behoefte komt de komende twintig uit op 50 tot 60 grondgebonden woningen en 50 tot 60 levensloopbestendige woningen. De vraag naar grondgebonden koopwoningen blijft tot 2040 dominant. Ten aanzien van levensloopbestendige woningen is er een forse behoefte in alle segmenten." "Nieuwbouw moet bijdragen aan de doorstroming in de woningmarkt en inwoners van Woudenberg de mogelijkheid bieden wooncarrière te maken. Maak verhuisketens daarbij zo lang mogelijk door aan het eind van de keten woningen toe te voegen. Door woningen toe te voegen die aansluiten bij de voorkeuren van oudere huishoudens komen elders in de voorraad woningen vrij voor jongere huishoudens." Op grond van voorgaande conclusies in het woningbehoefteonderozek heeft initiatiefnemer niet gekozen voor vier grote grondgebonden woningen, maar juist voor zeven meer compacte seniorenwoningen met een kleine tuin of balkon. Het betreft levensloopbestendige eenheden met een lift voor de twee gestapelde wooneenheden. In de kelder is eveneens een lift aanwezig. De woningen zijn, inclusief sanitaire ruimte, volledig rolstoeltoegankelijk en er is een directe verbinding tussen de slaapkamer en woonkamer.
Hiermee sluit de ontwikkeling aan op de grote vraag naar compacte, levensloopbestendige koopwoningen. De ontwikkeling sluit bovendien goed aan bij de ambitie om doorstroming te bevorderen. Door het mogelijk maken van zeven seniorenwoningen, worden aan het eind van keten woningen toegevoegd waardoor elders in de voorraad woningen vrij komen voor jongere huishoudens. Het programma van vijf grondgebonden wooneenheden en twee gestapelde wooneenheden betreft een mooie mix voor senioren die wel en voor senioren die geen behoefte hebben aan een (kleine) tuin. Door het uitgangspunt van maximaal twee bouwlagen met kap aan te houden, behoudt het woongebouw de uitstraling van grondgebonden woningbouw. Met het huidige (woon)programma is de ontwikkeling optimaal afgestemd op de marktvraag. Uit de eerste contacten van initiatiefnemer met potentiële kopers is ook al gebleken dat er sprake is van een grote behoefte aan dit type woniningen. Aanvullend geldt dat er door het realiseren van zeven seniorenwoningen een cluster ontstaat met het naastgelegen geplande zorgcomplex aan de Zegheweg 8. Ter plaatse is op basis van marktvraag ook afgeweken van de wijzigingsbevoegdheid. Er zijn, in afwijking van de wijzigingsbevoegdheid voor maximaal acht grondgebonden woningen, 36 gestapelde zorgappartementen mogelijk gemaakt.
Conclusie De beoogde ontwikkeling past niet rechtstreeks binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voorziet wel in een wijzigingsbevoegdheid waarbij de gewenste ontwikkeling, met uitzondering van het aantal wooneenheden, voldoet aan de daarin gestelde voorwaarden. Omdat het aantal wooneenheden het maximum van vier overschrijdt, is een procedure tot vaststelling van een nieuwe bestemmingsplan noodzakelijk. 1.4
Opzet bestemmingsplan en toelichting
Het bestemmingsplan 'Zegheweg 8a' bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding; planregels. De toelichting is niet juridisch bindend, maar vormt een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot heeft de toelichting als doel om het bestemmingsplan te begrijpen en de regels op een correcte manier na te leven. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen
Zegheweg 8a
10
aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied; in Hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk 4 beschreven; in Hoofdstuk 5 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; Hoofdstuk 6 behandelt ten slotte de economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hierin worden de resultaten beschreven van de gevolgde inspraakprocedure en het vooroverleg conform artikel 3.1.1 Bro.
Zegheweg 8a
11
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van de situatie
Huidige situatie
Planlocatie Het plangebied betreft het bestaande vrijstaande bedrijfsgebouw Zegheweg 8a met de direct omliggende gronden. Zoals aangegeven beslaat het plangebied het perceel kadastraal bekend als gemeente Woudenberg, sectie G, nummer 558 met een oppervlakte van circa 1.210 m2. In de bestaande situatie is op de locatie Zegheweg 8a een vrijstaand bedrijfsgebouw aanwezig met een deels verhard buitenterrein. Op het perceel was voorheen een bedrijf in administratieve dienstverlening gevestigd. Onderstaand is het aanzicht op het plangebied vanaf de Zegheweg opgenomen.
Aanzicht plangebied vanaf de Zegheweg (bron: Street View) Omgeving Het plangebied is momenteel ten oosten van de kern Woudenberg gelegen, op de rand met het buitengebied. Ten oosten van de kern Woudenberg is echter de woningbouwlocatie Hoevelaar voorzien. Hoevelaar fase 1 betreft de gronden direct rondom het perceel Zegheweg 8a. Deze fase 1 behelst de bouw van maximaal 272 wooneenheden. De maximale goot- en bouwhoogte van de woningen binnen Hoevelaar fase 1 bedraagt respectevelijk 6 meter en 11 meter. Aan de noordzijde van het plangebied ligt het perceel Zegheweg 8 waar een zorgcomplex voor 36 zorgappartementen zal worden gerealiseerd. Voor het te realiseren zorgcomplex geldt eveneens een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 11 meter. Aan de overzijde van de Zegheweg ligt de meest recente woonwijk van Woudenberg, Het Groene Woud. De directe omgeving van het plangebied laat zich dan ook hoofdzakelijk kenmerken als bestaand woongebied. Op enige afstand van het plangebied ligt, aan de Zegheweg 6, een sanitair- en installatiebedrijf.
Zegheweg 8a
12
2.2
Toekomstige situatie
In de gewenste toekomstige situatie wordt de bedrijfsfunctie van het perceel Zegehweg 8a omgezet naar een woonfunctie. Op de locatie wordt het bestaande bedrijfsgebouw gesloopt en wordt een woongebouw ten behoeve van zeven seniorenwoningen gerealiseerd. Het betreft vijf grondgebonden wooneenheden met een (kleine) tuin en twee gestapelde wooneenheden met een balkon. Het woongebouw wordt haaks op de Zegheweg gerealiseerd op minimaal 3 meter vanaf de Zegheweg. Om de bouwmassa van het woongebouw te doorbreken, zijn er twee openingen in het ontwerp opgenomen. In het plan zoals het op dit moment wordt beoogd, bestaan de uiteinden van het woongebouw uit twee bouwlagen met een kap. Op de verdieping bevinden zich de (twee) gestapelde wooneenheden. Op de begane grond van de uiteinden bevinden zich twee grondgebonden wooneenheden. Het tussendeel van het woongebouw bestaat uit één bouwlaag met een kap. Hier bevinden zich drie grondgebonden wooneenheden. De kap van het tussendeel van het woongebouw betreft een (verspringend) lessenaarsdak. Door maximaal twee bouwlagen met kap aan te houden heeft het woongebouw de uitstraling van grondgebonden woningbouw. Daarnaast zal het woongebouw, mede door de verspringende hoogte, ondergeschikt zijn aan de nieuwbouw ter plaatse van Zegheweg 8 en Hoevelaar fase 1.
Door het lagere tussendeel blijft er voor de (toekomstige) bewoners van het zorgcomplex Zegheweg 8 zicht bestaan in zuidelijke richting. Voor het overige is er sprake van moderne, warme vormgeving die aansluit op de ontwikkelingen aan de Zegheweg 8 en Hoevelaar fase 1. Het betreffen seniorenwoningen, omdat vijf wooneenheden hun volledige woning op de begane grond hebben. De twee wooneenheden op de verdieping zijn met een lift te bereiken. De woningen zijn, inclusief sanitaire ruimte, volledig rolstoeltoegankelijk en er is een directe verbinding tussen de slaapkamer en woonkamer. Het hele woongebouw wordt onderkelderd om het maaiveld verder vrij te houden. In de kelder zijn optioneel bergingen opgenomen die tevens gebruikt kunnen worden als hobbyruimte. Ook zijn er 12 parkeerplaatsen gesitueerd voor bewoners en bezoekers. In de kelder is eveneens een lift aanwezig. De kelder is toegankelijk via een hellingbaan aan de noordzijde van het perceel. Om problemen met inen uitgaand verkeer te voorkomen, zal worden gewerkt met een verkeerslicht. Op het maaiveld is één parkeerplaats aanwezig ten behoeve van pakketdiensen en voor verkeer dat wacht om toegelaten te worden in de garage. Onderstaand is een impressie van het beoogde nieuwe woongebouw, alsmede een situatietekening van kelder en begane grond opgenomen.
Zegheweg 8a
13
Impressie beoogde nieuwe woongebouw (bron: Ooms architecten)
Plattegrond kelder beoogde nieuwe woongebouw (bron: Ooms architecten)
Zegheweg 8a
14
Plattegrond begane grond beoogde nieuwe woongebouw (bron: Ooms architecten)
Zegheweg 8a
15
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Conclusie Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. Het rijksbeleid is voor het toevoegen van zeven wooneenheden in Woudenberg niet relevant. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie;
Zegheweg 8a
16
Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Conclusie Het initiatief valt niet onder één van de projecten uit het Barro. Door de gewenste ontwikkeling zal geen nationaal belang worden geschaad. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De verplichte toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1. er dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2.
indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Stedelijke ontwikkeling Om aan deze verplichting uit het Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie blijkt dat er in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vanaf de realisatie van 12 woningen. Onderhavig initiatief betreft de bouw van 7 woningen. Conclusie Gelet op het voorgaande is er derhalve geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en hoeft de laddertoets niet te worden doorlopen. Wellicht ten overvloede wordt verwezen naar paragraaf 1.3.1 waar uiteen is gezet dat de ontwikkeling voorziet in een behoefte.
Zegheweg 8a
17
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013 - 2028 (herijking 2016)
Provinciale Staten van Utrecht hebben op 4 februari 2013 de Provinciale Structuurvisie 2013-208 (PRS) vastgesteld. In deze structuurvisie is het ruimtelijk beleid voor de provincie Utrecht beschreven voor de periode tot 2028. De PRS is opgesteld om te zorgen voor een blijvend aantrekkelijke provincie. Via haar ruimtelijk beleid draagt de provincie bij aan een kwalitatief hoogwaardige fysieke leefomgeving, waarin het ook in de toekomst plezierig wonen, werken en recreëren is. De PRS geeft de ruimtelijke ambities weer van de provincie Utrecht. Hierin staat welke doelstellingen de provincie van provinciaal belang acht, welk beleid bij deze doelstellingen hoort én hoe dit beleid uitgevoerd wordt. Deels loopt deze uitvoering via de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 (PRV) die tegelijk met de PRS is opgesteld. De PRS is een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op grond van de Wro heeft de PRS alleen een zelfbindende werking. Het is bindend voor de provincie, niet voor andere partijen. De PRV zorgt voor doorwerking van het beleid in de verordening, welke bindend is voor de gemeenten. In paragraaf 3.2.2 wordt nader ingegaan op de verordening. In de PRS is het ruimtelijk beleid voor de periode tot 2028 beschreven.
De provincie geeft aan welke doelstellingen van provinciaal belang worden geacht, welk beleid bij deze doelstellingen hoort én hoe uitvoering wordt gegeven aan dit beleid. De PRS richt zich op de volgende drie pijlers: een duurzame leefomgeving; vitale dorpen en steden; landelijk gebied met kwaliteit. Deze pijlers leiden tot twee belangrijke beleidsopgaven, namelijk het accent op de binnenstedelijke opgave en het behouden en versterken van de kwaliteiten van het landelijk gebied. Dit zijn opgaven die nodig zijn om Utrecht aantrekkelijk te houden als vestigingsplaats. Voor onderhavig plan is voornamelijk het accent op de binnenstedelijke opgave van belang. Accent op de binnenstedelijke opgave In het ruimtelijk beleid maakt de provincie de hoofdkeuze om in te zetten op de binnenstedelijke ontwikkeling. Het streven is dat ten minste tweederde van het woningbouwprogramma binnen de actuele rode contouren gerealiseerd wordt. Deze binnenstedelijke opgave biedt kansen om de leefbaarheid in de steden en dorpen te verbeteren, als er voldoende aandacht is voor de kwaliteit van de woningen en de woonomgeving. Daarom is het belangrijk dat er aandacht is voor deze kwaliteit. De provincie wil stimuleren dat overheden en marktpartijen zich gezamenlijk inspannen om de binnenstedelijke opgave te realiseren.
Verstedelijking (duurzame verstedelijkingsladder) De provincie Utrecht richt zich in haar verstedelijkingsbeleid primair op de ontwikkelingsmogelijkheden in het bestaand stedelijk gebied: op die manier blijven steden, dorpen en kernen aantrekkelijk om te wonen, te werken en te ontmoeten en blijft het landelijk gebied gevrijwaard van onnodige ruimteclaims. Ten behoeve van de leefbaarheid en bereikbaarheid wordt verstedelijking zoveel mogelijk gekoppeld aan haltes en knopen van het openbaar vervoersnetwerk. Voor een aantrekkelijke provincie zijn vitale steden en dorpen belangrijk. De combinatie van historische bebouwing, de aanwezigheid van onder andere culturele voorzieningen, winkels, horeca en uitgaansmogelijkheden, diverse woningtypes, verschillende vormen van werkgelegenheid, sport- en ontspanningsmogelijkheden groen in de nabijheid draagt bij aan deze vitaliteit. Het beleid sluit aan bij de zogenaamde duurzame verstedelijkingsladder uit het Besluit ruimtelijke ordening zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1.3. Concreet hanteert de provincie Utrecht de volgende voorkeursvolgorde voor stedelijke ontwikkelingen: eerst de mogelijkheden van herstructurering of transformatie, dan de mogelijkheden in de nabijheid van halten en knopen van het OV-netwerk, dan de overige mogelijkheden in het stedelijk gebied (binnen de rode contouren), en als
Zegheweg 8a
18
laatste uitbreiding. Wonen De algemene beleidsopvatting is dat de woningmarkt niet in een tijdelijke dip zit, maar structureel aan het veranderen is. Op welke manier en in welke mate is nog onzeker. Er is een flexibele insteek van alle betrokken partijen nodig om beter te kunnen beantwoorden aan de huidige en toekomstige woningvraag. Voor wat betreft woonmilieus is er vooral vraag naar centrumstedelijke, dorpse en groenstedelijke woonmilieus. Door de toenemende vergrijzing is er een toenemende vraag naar 'nultreden'-woningen, levensloopbestendige woningen en woningen met zorg. Voor een concurrerend vestigingsmilieu is een selectieve aanvulling van het aanbod van een extensiever woonmilieu in een groene omgeving van belang. 3.2.2
Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 - 2028 (herijking 2016)
De Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 (PRV) is op 4 februari 2013 vastgesteld door de Provinciale Staten van Utrecht en herijkt op 12 december 2016. De PRV bevat algemene regels die gemeenten in acht moeten nemen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In de PRV staan geen regels die direct doorwerken naar de burgers. In de PRV zijn alleen de algemene regels opgenomen, die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de provinciale belangen zoals opgenomen in de structuurvisie. Verstedelijking Onder verstedelijking wordt nieuwe vestiging van woningen, niet-agrarische bedrijven, detailhandel en voorzieningen verstaan. Verstedelijking is in principe alleen toegestaan binnen de rode contour (de begrenzing van het stedelijk gebied). Onderstaand is een uitsnede van de kaart 'Wonen en werken' opgenomen, behorende bij de PRV. Hierop is de rode contour weergegeven. Het plangebied is globaal aangeduid middels een rode druppel. Het plangebied ligt buiten de rode contour maar binnen het gebied voor 'toekomstige woonlocaties'. Hiermee worden uitbreidingslocaties aangeduid die aansluiten op het bestaand stedelijk gebied. De stedenbouwkundige plannen zijn hiervoor inmiddels uitgewerkt en het plangebied ligt buiten de nieuwe plannen. Wel wordt het plangebied aan drie zijden ingesloten door de nieuwe woonwijk. Daarmee komt het ingesloten in het stedelijk gebied te liggen.
Via artikel 3.8 van de PRV is omzetting van een bestaande en als zodanig bestemde stedelijke functie toelaatbaar als aan die voorwaarde wordt voldaan. Het betreffende deel van dat artikel luidt als voIgt (art. 3.8, lid a PRV): "percelen bestemd voor specifieke stedelijke functies een andere stedelijke functie krijgen, niet zijnde permanente bewoning van een recreatiewoning, kantoor of detailhandel, onder de voorwaarde dat de functiewijziging naar aard en omvang, op basis van een integrate afweging, niet leidt tot een toename van de invloed op de omgeving, dat bestaande cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden behouden en dat omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd." Op het perceel zelf zijn geen bijzondere cultuurhistorische en landschappelijke waarden die verstoord worden met deze ontwikkeling. De omgeving bestaat straks aan alle zijden uit woningbouw. De ontwikkeling zal daarom geen omliggende agrarische bedrijven in hun bedrijfsvoering belemmeren. De invloed op de omgeving wordt beschreven in hoofdstuk 4. Hieruit volgt dat er geen onevenredige nadelige invloed door de ontwikkeling zal plaatsvinden. In vergelijking met de huidige bedrijfsbestemming met een bouwvlak en bedrijfsopstallen, zal de beoogde ontwikkeling binnen een woonomgeving een positieve impact hebben op de omgeving.
Verder bevat de toelichting op het ruimtelijk plan een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 4.13. Tot slot dient de toelichting een mobiliteitstoets te bevatten. Hierin worden het aantal verplaatsingen beschreven dat deze ruimtelijke ontwikkeling tot gevolg heeft. Ook wordt de wijze waarop het plangebied wordt ontsloten beschreven. In paragraaf 4.5 is een beschrijving van de verkeersaspecten opgenomen.
Zegheweg 8a
19
Uitsnede kaart 'Wonen en Werken' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) 3.2.3
Conclusie
Onderhavig plan maakt het mogelijk om op de locatie aan de Zegheweg 8a zeven wooneenheden te realiseren. De woningen worden binnen het gebied voor 'toekomstige' woonlocaties' gerealiseerd. Door de uitvoering van het plan wordt een bedrijfslocatie getransformeerd naar een woonfunctie. Tevens sluit de ontwikkeling aan bij de duurzame verstedelijkingsladder op grond waarvan eerst gekeken dient te worden naar de mogelijkheden van herstructurering of transformatie. Daarmee past de herontwikkeling binnen het beleid en de regels uit de PRV en PRS. 3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Woudenberg 2013 - 2030 en oplegger
Op 23 mei 2013 heeft de gemeenteraad van Woudenberg de Structuurvisie Woudenberg 2013 – 2030 vastgesteld. Op 24 januari 2019 is daarbij ook de oplegger vastgesteld. In de ruimtelijke visie wordt aangegeven hoe de gemeente denkt over de ruimtelijke invulling voor het wonen, werken en recreëren voor de jaren tot 2030. Met de oplegger is geconstateerd dat de huidige structuurvisie op hoofdlijnen nog voldoet, wel is deze geactualiseerd op een aantal onderdelen. Met betrekking tot de onderhavige planlocatie staan de volgende relevante zaken opgenomen in de Structuurvisie. Wonen Middels de oplegger is deze paragraaf komen te vervallen en wordt verwezen naar het Woningbehoefte onderzoek 2018 en het beleid zoals opgenomen in de Woonvisie 2019+. Dit beleid komt in paragraaf 3.3.2 aan bod. Woudenberg Oost De regio Amersfoort heeft een hoge verstedelijkingsdruk en zal ook de komende jaren nog sterk groeien (Noordvleugel Utrecht). Het programma binnen de regio Amersfoort is ruim 16.000 woningen waarvan er 73% binnen de huidige rode contour kan worden gerealiseerd. Binnen de regio Amersfoort wordt momenteel onderzocht op welke wijze woningbouwprogramma's verder op elkaar afgestemd kunnen
Zegheweg 8a
20
worden. De Woonvisie 2019+ gaat uit van een groei van 4.910 huishoudens in 2017 naar 6.050 huishoudens in 2030. De bouw van 90-100 woningen per jaar is nodig om in de woningbehoefte te kunnen voorzien. Woudenberg Oost wordt gebouwd voor eigen behoefte. De structuur met radialen (spinnenweb) biedt flexibiliteit in ontwikkelrichting en in ontwikkeltempo. De wijk kan schilsgewijs worden opgebouwd, startend aan de westzijde, in aansluiting op de bebouwde kom. Voor de eerste fases volstaat één ontsluiting. In de latere fases wordt de tweede ontsluiting gerealiseerd en de ontsluitingslus afgerond. In de voorgestelde fasering hoeft het bouwverkeer van latere fases de reeds gerealiseerde delen niet te belasten. Het plangebied ligt op gronden in particulier eigendom welke ingepast dienen te worden binnen de ontwikkeling van Woudenberg Oost. Met het voorliggende initiatief wordt hier invulling aan gegeven door een bedrijfslocatie te transformeren naar een woonfuctie. Dit is meer passend in de nieuwe woonwijk Hoevelaar. 3.3.2
Woonvisie Woudenberg 2019+
Op 24 januari 2019 is de Woonvisie 2019+ door de gemeenteraad vastgesteld. Veranderende marktomstandigheden, demografische ontwikkelingen en recente beleidswijzigingen vragen om een actualisatie van de laatste woonvisie (2013). De woonvisie is uitgewerkt aan de hand van vier focuspunten. Deze vormen samen de kern van de woonvisie 2019+. 1. Nieuwbouw op basis van behoeften; 2. Betaalbare woningvoorraad; 3. Wonen, zorg en welzijn laten aansluiten op ambities; 4. Duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad. Op basis van het recent (2018) uitgevoerde woningbehoefteonderzoek, dat elke 2 jaar geactualiseerd wordt, blijkt dat er behoefte is aan nieuwbouw voor alle doelgroepen. Levensloopbestendig en duurzaamheid zijn van belang. Omdat de vergrijzing in Woudenberg toeneemt, zetten we in op meer geschikte woningen voor ouderen, zowel in nieuwbouw als in de bestaande bouw. We bieden ruimte voor initiatieven gericht op ouderen. Nieuwe levensloopbestendige en zorgwoningen plannen we zoveel mogelijk nabij voorzieningen op toegankelijke locaties. We zijn flexibel en faciliteren initiatiefnemers in de zorg, aansluitend bij de groeiende vraag, in onder andere de somatische zorg. Onderhavig project sluit aan bij de boodschap van de Woonvisie: flexibiliteit is gewenst en er dient kleinschaliger te worden ontwikkeld.
Er is sprake van zeven seniorenwoningen direct naast de bestaande kern en in het ontwikkelingsgebied van Woudenberg Oost. De onderhavige ontwikkeling draagt bij aan de ambities uit de Woonvisie en sluit aan bij de vraag naar woningen, zoals deze naar voren komt in het woningbehoefteonderzoek.
Zegheweg 8a
21
Hoofdstuk 4
Uitvoeringsaspecten
In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. Hierin is aandacht voor de verschillende milieuaspecten zoals flora en fauna en luchtkwaliteit. Tevens is er aandacht voor milieuzonering, verkeer en parkeren en externe veiligheid. 4.1
Flora en fauna
4.1.1
Wettelijk kader
Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten. Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen.
Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor beschermde soorten op voorwaarde dat gehandeld wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de plantenen diersoorten die in het plangebied voorkomen. Zorgplicht Voorts geldt bij uitvoering van werkzaamheden ten allen tijde een de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming). Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden een algemeen beschermde soort als konijn, veldmuis of gewone pad wordt aangetroffen zij de ruimte en tijd moet krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren verplaatst worden naar een naastgelegen ruimte waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden.
Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het NNN liggen onder andere bestaande natuurgebieden en alle Natura 2000gebieden. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt en middels ruimtelijke nota's en verordeningen voorzien van juridische doorwerking. In sommige provincies bestaan er naast het NNN ook nog andere groene zones die een zekere mate van bescherming genieten.
Zegheweg 8a
22
4.1.2
Gebiedsbescherming
Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied (Vogel- of Habitatrichtlijngebieden). In de omgeving van het plangebied ligt een aantal Natura 2000-gebieden, te weten het Binnenveld, Uiterwaarden Rijntakken en Kolland & Overlangbroek. Alle gebieden zijn aangewezen als Habitatrichtlijngebied. De Uiterwaarden Rijntakken zijn daarnaast ook aangewezen als Vogelrichtlijngebied. De gebieden maken derhalve deel uit van het Europese netwerk van natuurgebieden (Natura 2000). Het plangebied is ook geen onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland, zoals vastgelegd in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) en weergegeven in navolgende figuur.
Uitsnede kaart 'Natuur' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Beoordeling Het plangebied is buiten beschermde natuurgebieden gelegen. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand kunnen tevens verstoring van het natuurgebied als verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Voorgaande conclusie wordt bevestigd in de Quick scan Wet natuurbescherming en Verordening ruimte die door Ecoresult is uitgevoerd (Bijlage 1). Op basis van de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden valt voorhand uit te sluiten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op Natura 2000-gebieden. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een ontheffing of vergunning is niet nodig. Op basis van de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden valt op voorhand uit te sluiten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op het Natuurnetwerk Nederland (NNN), Groene Contour en Weidevogelkerngebieden. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig. Stikstofdepositie
Zegheweg 8a
23
Sinds 2015 was het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) van kracht. Het programma bevatte een integrale beoordeling van de bron- en gebiedsgerichte maatregelen voor de aanpak van de stikstofproblematiek. Deze maatregelen werden getroffen in en nabij de Natura 2000-gebieden die onderdeel zijn van het PAS. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) geldt het PAS voor geen enkel Natura 2000-gebied meer. Dit betekent ook dat de collectieve passende beoordeling via het PAS door de uitspraak is komen te vervallen. Met de AERIUS Calculator kunnen de effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op Natura 2000-gebieden worden bepaald. Door de uitspraak is in het kader van dit bestemmingsplan ook gekeken naar de mogelijk te verwachten effecten. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied ligt op een afstand van ruim 9 kilometer. Er is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd met behulp van de AERIUS Calculator. Hieruit blijkt dat de gewenste ontwikkeling zowel in de gebruiks- als bouwfase niet leidt tot een stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee zijn er voor wat betreft het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. De stikstofdepositieberekening is opgenomen in Bijlage 2 bij deze toelichting. 4.1.3
Soortenbescherming
Quick scan Wet natuurbescherming en Verordening ruimte Om de effecten van de voorgenomen wijziging op de aanwezige flora en fauna te bepalen is in 2018 een Quick scan Wet natuurbescherming en Verordening ruimte uitgevoerd door Ecoresult (Bijlage 1). Dit verkennend onderzoek zoomt in op de (mogelijke) schadelijke effecten door de activiteiten en op welke wijze in het kader van de wet gehandeld kan worden. Uit de Quick scan blijkt dat het plangebied geschikt is als voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaats van gebouwbewonende vogels met jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen. Aanwezigheid van huismus in het plangebied is niet uit te sluiten. De voorgenomen ontwikkelingen en werkzaamheden kunnen effect hebben op eventueel aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus in het plangebied. Daarnaast kunnen de voorgenomen ontwikkelingen leiden tot een negatief effect op potentieel aanwezige zomer- en paarverblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, baardvleermuis en laatvlieger). Gelet op het voorgaande is aanvullend veldonderzoek nodig om te bepalen of voortplantings- en vaste rust-en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van huismus in het plangebied aanwezig zijn.
Daarnaast is aanvullend onderzoek nodig om te bepalen of voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied aanwezig zijn. Aanvullend onderzoek huismus en vleermuis Naar aanleiding van voorgaande conclusies heeft Ecoresult in 2019 aanvullend onderzoek uitgevoerd naar huismus en vleermuis ter plaatse van het plangebied. De rapportage is als Bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd. In het aanvullend onderzoek wordt geconcludeerd dat er in het plangebied geen voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus aanwezig zijn. Ook is er geen functioneel leefgebied van huismus in het plangebied aanwezig. Ten aanzien van vleermuis is geconstateerd dat er één paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aanwezig is in het vrijstaande bedrijfsgebouw Zegheweg 8a. Ten behoeve van de ontwikkeling zal het bedrijfsgebouw worden gesloopt, waardoor de paarverblijfplaats wordt verwijderd. Hiervoor is ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Binnen het plangebied zijn foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Het plangebied zelf wordt marginaal gebruikt als foerageergebied. De dieren maken gebruik van allerlei structuren in en rondom het plangebied. De waargenomen dieren waren voornamelijk op doortrek naar boven gelegen
Zegheweg 8a
24
groenstructuren zoals het ten noorden gelegen park. Het plangebied maakt derhalve geen essentieel deel uit van vliegroutes en is geen essentieel foerageergebied. Ecoresult heeft in 2021 aanvullend aangegeven dat de wijzigingen in de directe omgeving (nieuwbouw Hoevelaar) niet negatief van invloed zijn op deze eerder getrokken conclusie. Het plangebied was geen essentieel foerageergebied tijdens de onderzoeken en het is geen essentieel foerageergebied in de huidige situatie. Tijdens het onderzoek was er een kaal erf met weinig beplanting en veel steen omgeven door weiland. Hierdoor vormde het geen aantrekkelijk foerageergebied. Gewone dwergvleermuizen foerageren het liefst rond bomen en boven watergangen. De vleermuizen vliegen daarom langs de Zegheweg naar het noorden. In de huidige situatie is het erf en het omliggende weiland nog steeds geen aantrekkelijk foerageergebied en zullen de dieren nog steeds via de Zegheweg naar het noorden vliegen om te foerageren. Voedseltochten tot 3 kilometer afstand zijn heel gebruikelijk voor gewone dwergvleermuizen. Indien er woningen gebouwd worden met groen in de tuinen en laanbeplanting langs de straten, vormt dit beter foerageergebied dan een weiland. Naar verwachting zal de hoeveelheid foerageergebied in de toekomst dus toenemen in plaats van afnemen. 4.1.4
Ontheffing soortenbescherming
De benodigde ontheffing soortenbescherming is op 15 december 2020 aangevraagd bij de provincie Utrecht. De verblijfplaats is inmiddels gemitigeerd doordat er tijdelijk vier alternatieve verblijfplaatsen in de directe omgeving van het plangebied zijn geplaatst. Daarnaast worden permanent minimaal vier verblijfplaatsen geïntegreerd in de nieuwbouw. Bij de sloop van het bedrijfsgebouw wordt rekening gehouden met de aanwezige verblijfplaats. Door de ontwikkelingen ter plaatse van Zegheweg 8 en Hoevelaar fase 1, is er een grote kans op verstoring van de paarverblijfplaats. Door bij de voorgenomen ontwikkeling permanente verblijfplaatsen voor vleermuizen te integreren in de nieuwbouw, ontstaan duurzame rust- en verblijfplaatsen voor gewone dwergvleermuizen. Op grond van het voorgaande is in redelijkheid te verwachten dat een eventuele ontheffing zal worden verleend en is het beoogde plan haalbaar in het licht van de Wet natuurbescherming. 4.1.5
Conclusie
Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd er vanuit de Wet natuurbescherming geen beperkingen worden opgelegd aan deze planontwikkeling. De noodzakelijke ontheffing wordt aangevraagd en het is in redelijkheid aannemelijk dat deze zal worden verleend. De geplande ruimtelijke ingrepen kunnen pas plaatsvinden nadat de ontheffing is verleend. Initiatiefnemer draagt hiervoor zorg en neemt de verantwoordelijkheid dat wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming. De in de rapporten genoemde aanbevelingen en (voorzorgs)maatregelen zullen worden overgenomen c.q. in acht worden genomen. 4.2
Bodemkwaliteit
4.2.1
Wettelijk kader
De Wet Bodembescherming schrijft voor dat in het kader van een ruimtelijk planologische procedure moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het gewenste nieuwe gebruik. De bodemkwaliteit kan (negatief) van invloed zijn op de gewenste nieuwe ontwikkeling. Indien op een planlocatie sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Door middel van een dergelijk onderzoek kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. Met voorliggend initiatief zal het gebruik van de gronden worden gewijzigd naar een woonfunctie. Er zal dan ook een bodemonderzoek moeten plaatsvinden. Hunneman Milieu-Advies heeft een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de locatie Zegheweg 8a (Bijlage 4).
Zegheweg 8a
25
4.2.2
Resultaten onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd in september en oktober 2020, naar aanleiding van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de locatie. Het onderzoek heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. De resultaten van het onderzoek luiden als volgt: Zintuiglijk zijn in de vaste bodem geen noemenswaardige bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. In de bodem is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetroffen. In de vaste bodem zijn, na uitsplitsing, geen tot licht verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan chroom aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis van de analyseresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd en bestaan, milieutechnisch gezien, geen bezwaren voor de voorgenomen bestemmingswijziging van en nieuwbouw op de locatie. Geadviseerd wordt om bij eventuele ontwikkeling van de locatie te werken met een gesloten grondbalans. Indien grond vrijkomt en van de locatie wordt afgevoerd is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing (Bbk). De aangetoonde verhogingen in de bovengrond kunnen, bij toetsing aan het Bbk, beperkingen opleveren ten aanzien van het (her)gebruik elders.
Af te voeren grond dient eventueel AP-04 te worden ingekeurd, voor de bepaling van de definitieve afzetmogelijkheden. 4.2.3
Conclusie
Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek blijkt er vanuit het aspect bodem geen belemmeringen zijn voor onderhavig initiatief. Er zullen geen risico's voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de voorgenomen activiteiten op het onderhavige perceel. 4.3
Cultuurhistorie en archeologie
4.3.1
Wettelijk kader
Vanaf 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Doelstelling van de wet is de bescherming en het behoud van archeologische en cultuurhistorische waarden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met het erfgoed van nationaal belang wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarin heeft en hoe het toezicht wordt geregeld. Als gevolg van deze wet wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het erfgoed meegewogen zoals alle andere aspecten die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. 4.3.2
Cultuurhistorie
Het pand kent geen aanduiding als rijks- of gemeentelijk monument en is niet aangemerkt als beeldbepalend of karakteristiek in het geldende bestemmingsplan. Ook worden de omgeving en het landschap niet aangeduid als cultuurhistorisch waardevol. Geconcludeerd kan worden dat met de gewenste ontwikkeling geen schade wordt toegebracht aan bestaande cultuurhistorische panden of structuren. 4.3.3
Archeologie
Gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Voorts geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. Aan een deel van het plangebied is in het geldende bestemmingsplan 'Bebouwde Kom Woudenberg' de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' toegekend. Dit houdt in dat deze gronden mede bestemd zijn voor het beschermen en het behouden van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden.
Zegheweg 8a
26
Verder toetst de gemeente Woudenberg initiatieven aan de archeologische beleidsadvieskaart. Op deze kaart geldt voor het westelijk deel van het plangebied een hoge archeologische verwachting (AWG3). Een archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen dieper dan 30 cm beneden huidig maaiveld over een oppervlakte groter dan 100 m2. Voor het oostelijke deel van het plangebied geldt een lage verwachting (AWV3) en is pas onderzoek nodig bij bodemingrepen dieper dan 30 cm over een oppervlakte groter dan 10.000 m2.
Uitsnede archeologische beleidsadvieskaart met aanduiding plangebied Gelet op de oppervlakte en de onderkeldering van de beoogde nieuwbouw is archeologisch onderzoek benodigd. In september 2020 is een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase uitgevoerd door het bureau De Steekproef (Bijlage 5).De resultaten van het onderzoek luiden als volgt: Voor het plangebied geldt een middelhoge verwachting voor resten van bewoning uit de steentijd. Dergelijke resten worden in het plangebied met name verwacht op dekzandkoppen. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn in het plangebied zeven boringen uitgevoerd met een zandguts waarvan er zes zijn nageboord met een megaboor. De boordichtheid bedraagt ruim vijftig boringen per hectare. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied van nature slecht ontwaterd is. Hierdoor wordt de C-horizont gekenmerkt door gleyverschijnselen en lijkt oorspronkelijk in elk geval langs de oostrand van het plangebied veenvorming te zijn opgetreden. Resten hiervan zijn aangetroffen in de vorm van moerig zand. Van nature lijkt het plangebied te slecht te zijn ontwaterd om
Zegheweg 8a
27
een aantrekkelijk locatie voor bewoning te kunnen vormen. Het op alle boorpunten naboren met een megaboor en het zeven van het daarmee opgeboorde zand heeft geen relevante archeologische indicatoren opgeleverd. In verband met het ontbreken van relevante archeologische indicatoren, alsmede in verband met de van nature slechte ontwatering die het plangebied in de steentijd ongeschikt maakte voor bewoning, geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding tot het adviseren van vervolgonderzoek. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Geadviseerd wordt om dit te doen bij de gemeente Woudenberg. 4.3.4
Conclusie
Met de gewenste ontwikkeling worden cultuurhistorische panden of structuren niet aangetast. Voorts vindt de ontwikkeling weliswaar plaats in beschermd archeologisch gebied, maar blijkt uit locatiespecifiek onderzoek dat er geen archeologische waarden in de grond ziten. Er zijn dan ook geen belemmeringen vanuit cultuurhistorie en archeologie voor onderhavig initiatief. 4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1
Wettelijk kader
Wet milieubeheer Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van de luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). In de Wet milieubeheer zijn onder andere regels en grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen. Omdat titel 5.2 van de Wm ingaat op de luchtkwaliteit, staat dit ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Hierin wordt gesteld dat ruimtelijke plannen doorgang kunnen vinden indien aan één van de onderstaande voorwaarden is voldaan: de plannen leiden niet tot het overschrijden van een grenswaarde; de luchtkwaliteit verbetert tengevolge van de plannen (per saldo) of blijft ten minste gelijk; de plannen dragen niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de concentratie van NO2 en PM10 in de buitenlucht. Vanaf het in werking treden van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit op 1 augustus 2009 wordt onder een NIBM bijdrage een bijdrage van minder dan 3% van de grenswaarde verstaan; het project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL). AMvB en Regeling niet in betekenende mate (NIBM) De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten.