04. Transitievisie Warmte Woudenberg def.pdf
Tekst van het document
25
Bijlage 1 Enquête over de transitie naar een duurzame warmtevoorziening Gemeente Woudenberg heeft inwoners gevraagd hoe zij denken over de transitie naar duurzame alternatieven voor de huidige warmtevoorziening. De enquête is zorgvuldig samengesteld aan de hand van ervaringen bij andere gemeenten en in samenspraak met de afdeling communicatie van de gemeente. Deze enquête is door ruim 70 inwoners ingevuld. Op die manier is aan het begin van dit traject een goed beeld gevormd van de mening, belangen en zorgen van bewoners ten opzichte van de warmtetransitie.
Belangrijke zorgen die uit de resultaten naar voren zijn: •
Is de oplossing betaalbaar?
•
Heb ik een keuze?
•
Krijg ik het nog warm?
•
Is de oplossing duurzaam?
Ook geven respondenten aan dat ze het belangrijk vinden dat:
26
•
Er genoeg aandacht voor isoleren is
•
Er in wijken gestart wordt waar veel winst te halen valt
•
Voorlopig gas blijven gebruiken ook een optie is
•
Bewoners vroeg meegenomen worden en een keuze krijgen
Bijlage 2 - Toelichting technisch-financiële analyse De vergelijking tussen verschillende modellen geeft inzicht in de eenduidigheid van bepaalde warmteoplossingen wat betreft de laagst maatschappelijke kosten voor verschillende oplossingen. In deze analyses worden zowel kosten voor de energiebron, energie infrastructuur en aanpassingen in de gebouwde omgeving meegenomen. De modellen die zijn vergeleken zijn het openingsbod warmtetransitie van Stedin, het warmtetransitie model van Over Morgen en de startanalyse aardgasvrije buurten van PBL. Het model Stedin kent drie scenario’s met een variatie in de toekomstige beschikbaarheid van duurzame warmte en duurzaam gas die elk zijn meegenomen in de analyse. Uit de vergelijking volgt dat het beeld voor de wijken in het buitengebied, en de wijk Het Groene Woud eenduidig is (elk van de 5 modellen geeft dezelfde uitkomst). Voor de overige wijken geldt dat de verschillende modellen wisselende opties geven (bijvoorbeeld 3 keer all-electric, maar ook een keer aardgas en warmtenet). Dit kan verklaard worden door de verschillende aannames die voor verschillende modellen gemaakt worden. Daarnaast blijkt ook dat voor Woudenberg voor een deel van de wijken verschillende warmteopties dicht bij elkaar liggen wat betreft maatschappelijke kosten. Dit is ook te zien op de kaart op de volgende pagina.
27
Vanuit de Warmtetransitie Analyse van Over Morgen blijkt dat in 4 wijken in de kern van Woudenberg de optie warmtenet en all-electric wat betreft maatschappelijke kosten dicht bij elkaar liggen.
28
Voor de meeste wijken in Woudenberg geldt namelijk dat de woningen in verschillende bouwperioden zijn gebouwd. Dat betekent dat in dezelfde wijk in de ene straat veel meer maatregelen nodig zijn om woningen aan te sluiten op een warmte oplossing dan in een andere straat. Dit verklaart ook waarom verschillende modellen dicht bij elkaar zitten, en dat er verschillende uitkomsten zijn voor dezelfde wijk in verschillende modellen. Mede daarom is besloten om op een hoger detailniveau naar de gebouwde omgeving te kijken.
.
29
Wanneer de analyse met het WTM op postcode buurt niveau wordt uitgevoerd wordt al duidelijk dat in een deel van sommige wijken all-electric lagere maatschappelijke kosten oplevert, terwijl in een ander deel de kosten dichter bij elkaar liggen voor verschillende opties. De blauwe en paarse categorieën komen direct terug als warmteopties in hoofdstuk 3. In de roodgekleurde buurten liggen verschillende opties dicht bij elkaar wat betreft kosten. In oranje buurten lijkt er voorlopig nog geen kansrijk alternatief voor verwarmen met gas. In beide gevallen ligt de nadruk de komende tijd op isolatiemaatregelen om gas te besparen, en op termijn is herijken van de verschillende opties voor deze buurten relevant. Omdat deze aspecten voor beide categorieën gelden komen deze samen terug in de warmteoptie ‘besparen en op termijn duurzaam gas’.
30
Bijlage 3 – Advies per woningtype Om wat meer perspectief te bieden voor het verduurzamen van uw woning biedt deze bijlage een beeld van de mogelijke maatregelen die genomen kunnen worden. Deze maatregelen zijn ook tijdens de tweede bewonersbijeenkomst in dit traject besproken. Hierbij gaat het om isolatiemaatregelen en andere maatregelen gerelateerd aan de warmtetransitie. In de volgende tabel is te zien welke maatregelen voor verschillende woningtypen en bouwperioden relevant zijn. Doordat in verschillende bouwperioden met andere standaarden gewerkt is zijn er bepaalde maatregelen die over het algemeen geschikt zijn voor woningen uit die periode. In het volgende overzicht gaan we uit van isoleren tot het basisniveau, dat is in lijn met de landelijke Standaard voor woningisolatie. Dit wordt ook wel transitiegereed genoemd. Indicatie basisniveau isolatiemaatregelen per bouwjaar.
Vloer
Gevel
Kozijnen en glas
Isolatie binnenzijde
Minimaal HR glas
Dak
Alle woningtypes < 1920 ≥ 1920 – 1950
Kruipruimte isoleren als aanwezig
≥ 1950 – 1975
Dak (na)isoleren Spouw (na)isoleren
Minimaal HR glas
Voldoet
Minimaal HR glas
≥ 1975 – 1990 ≥ 1990 - 2005 ≥ 2005
Voldoet
Voldoet
Met isoleren tot basisniveau binnen de bestaande schil bereid je een woning van na 1950 voor op een lage temperatuur warmtevoorziening, en een woning van voor 1950 op midden temperatuur. Om bij woningen na 1950 gebouwd daadwerkelijk naar lage temperatuur te gaan moeten nog wel de radiatoren vervangen worden door lage-temperatuur-radiatoren of extra radiatoren of vloerverwarming bij te plaatsen.
31
In het volgende overzicht zijn deze bouwperioden en maatregelen verder uitgewerkt en gekoppeld aan voorbeelden uit Woudenberg. Hierbij hebben we aangegeven om welke bouwperiode het gaat, in welk transitiepad deze woningen vallen in Woudenberg, of het particuliere woningen of woningcorporatiebezit is, en vervolgens welke maatregelen over het algemeen voor dit type woningen relevant is. Twee categorieën vindt u in het overzicht niet terug:
32
-
Voor woningen ouder dan 1950 is het adviseren van geschikte isolatiemaatregelen meer maatwerk. De maatregelen zijn mogelijk afhankelijk van de bouw van de woning.
-
Nieuwbouw wordt tegenwoordig volledig aardgasvrij gebouwd.
In onderstaande tabel is te zien welke isolatiemaatregelen passen bij verschillende type woningen en transitiepaden (de gele icoontjes zijn van toepassing): Bouwperiode Transitiepad Woningtype 1950 - 1975 besparen & op termijn duurzaam gas
Isolatiemaatregelen
1968 – woningcorporatie
1969 - particulier
33
1950 - 1975
besparen & op termijn duurzaam gas
1953 – woningcorporatie
1962- particulier
34
1975 - 1990
besparen & op termijn duurzaam gas
1982 – woningcorporatie
1982 - particulier
35
1990 – 2005
All-electric
1995 – woningcorporatie
1996 - particulier
36
– na 2005
All-electric
2006 – particulier
2006 - particulier
37
Bijlage 4 – Resultaat quick scan netimpact
De Quick Scan Netimpact is uitgevoerd op aanvraag van de gemeente Woudenberg. Dit formulier geeft op basis van het ingevulde energietransitie scenario de impact op het elektriciteitsnet voor Stedin weer. De impact van het scenario op het elektriciteitsnet is bepaald met behulp van de tool Vision Cloud Solutions. Tijdens de berekening is er geen rekening gehouden met andere ontwikkelingen in de toekomst. Het scenario is toegepast op de huidige netsituatie (2021). Voor meer technische informatie over het elektriciteitsnet van Stedin, klik hier.
Voor een gebouwencluster in de gemeente Woudenberg is aangegeven dat all-electric de verwachte warmteoplossing is (deze gebieden komen overeen met de blauw aangeduide all-electric gebieden op de transitiekaart op pagina 20 van de transitievisie). Voor de toename in het aantal zonnepanelen is een aanname gedaan:
38
-
Aantal woningen/aansluitingen: ongeveer 1500 woningen
-
Type ontwikkeling toegepast: warmtepomp (ingevoerd vermogen is afhankelijk van het aangeleverde type woning), elektrisch koken en zonnepanelen (2,4 kWp) voor woningen waar nog geen zonnepanelen zijn geregistreerd.
Op de vorige pagina is de huidige situatie weergegeven. Hier is te zien (volgens onderstaande legenda) dat er geen directe actie vereist is op de elektriciteitsnetten.
Daarnaast zijn twee situaties doorgerekend: 1. Linksboven: Na toevoeging van warmtepompen, elektrische koken en zonnepanelen. De overbelasting wordt veroorzaakt door afname (warmtepompen en elektrisch koken).
2. Linksonder: Na toevoeging van alleen zonnepanelen. De overbelasting wordt veroorzaakt door opwek (zonnepanelen). In die uitkomsten is te zien dat op sommige punten wel actie vereist is.
39
Aangezien de uitkomsten van het scenario aangeven dat het toepassen van de all-electric oplossing voor de aangegeven woningen in Woudenberg kan zorgen voor een aantal knelpunten in het elektriciteitsnet, is het noodzakelijk om met Stedin in contact te blijven over het vervolg van dit traject. Om (toekomstige) netcapaciteit te garanderen en problemen te voorkomen zijn tijd en de nodige investeringen nodig. Contact is bijvoorbeeld wenselijk als de precieze planning bekend is, de fasering van de overstap bekend is, en/of als er op het gebied van elektrisch laden en/of zonnepanelen (concretere) plannen ontstaan. Hiervoor kan Stedin tijdig bekijken wanneer welke aanpassingen aan het elektriciteitsnet nodig zijn. Zodra de plannen concreter worden of wijzigen, neem dan contact op met uw gebiedsregisseur of contactmanager om dit nader te bespreken.
40