04. Transitievisie Warmte Woudenberg def.pdf
Tekst van het document
Transitievisie warmte Gemeente Woudenberg
Inhoudsopgave
2
Colofon
Datum versie: oktober 2021
De visie is opgesteld door adviesbureau Over Morgen Sanne de Boer, Florian Sloots & Megan Visscher In opdracht van de gemeente Woudenberg, projectleider: José van Beeck De visie is opgesteld in nauwe samenwerking met partners en in samenwerking met inwoners van Woudenberg.
3
Voorwoord Woudenberg bereidt zich voor op een duurzame toekomst Voor u ligt de Transitievisie Warmte. In dit plan geven we stap voor stap aan hoe we in de gemeente Woudenberg duurzaam en aardgasvrij gaan verwarmen en koken. Dit alles om straks te voldoen aan de afspraak uit het Klimaatakkoord om in 2050 aardgasvrij te zijn. Een hele opgave waarin we gezamenlijk de verantwoordelijkheid moeten pakken. We kunnen natuurlijk niet in één keer het hele dorp aardgasvrij maken. Dat hoeft ook niet, want er is nog tijd. Onze grootste opgave ligt bij het aardgasvrij maken van de bestaande woningen, bedrijven en overige gebouwen. In het plan kijken we per buurt hoe en in welke volgorde dit het beste gedaan kan worden. Voor de wijken of buurten die voor 2030 als eerste gepland staan, maakt de gemeente ook al de mogelijke warmte-alternatieven bekend. Zo bereiden we ons als gemeente voor om ná 2030 de overstap naar duurzame alternatieven voor aardgas te maken. De eerste stap is besparen door goed isoleren om in de jaren daarna op een verstandige manier van het gas af te kunnen. Gevolgen klimaatverandering De opwarming van de aarde heeft over de hele wereld gevolgen voor de natuur, onze gezondheid en veiligheid en voor de beschikbaarheid van voedsel en water. Dit betekent dat we snel iets moeten doen, ook in Woudenberg. Duurzaamheid staat hoog in het vaandel bij de gemeente.
Samen met u wil de gemeente de komende jaren de schouders eronder zetten om wonen, werken en leven in Woudenberg te verduurzamen. En onze bijdrage leveren om klimaatverandering tegen te gaan en een aardgasvrije gemeente te worden. Haalbaar en betaalbaar De Transitievisie Warmte geeft een beeld van de warmteoplossingen en de route daarnaartoe voor u als inwoner en uw woning. Het is belangrijk dat het voor iedereen haalbaar en betaalbaar is. Benieuwd waar u als inwoner kunt starten? De energiecoaches van Energie in Woudenberg kunnen u hier verder mee helpen. Met voorbeeldwoningen uit verschillende buurten in Woudenberg en maatregelen die passen bij deze woning krijgt u een eerste beeld van de mogelijkheden. Daarnaast gaat de gemeente Woudenberg samen met betrokken partijen aan de slag met een aanpak om verschillende doelgroepen te informeren en te stimuleren op het gebied van energie besparen en isolatiemaatregelen. De ontwikkelingen gaan door en aan nieuwe inzichten zal het in de toekomst niet ontbreken. Wij verwachten dat dit nog vele innovatieve oplossingen met zich meebrengt. Dat houden wij als gemeente ook goed in de gaten. Daarom stellen we de transitievisie warmte elke 2 tot 5 jaar bij. Staat u op het punt om te verbouwen, te verhuizen of een nieuwe keuken te kopen? Denk dan aan isolatie, elektrisch koken en/of zonnepanelen.
Samen zijn we verantwoordelijk voor onze behoeften van nu en straks: minder weggooien, de leefomgeving aanpassen aan de natuur, nieuwe warmte- en energiebronnen aanboren. Alleen zo kunnen we ernaartoe werken om in 2050 duurzaam en CO 2-neutraal te zijn. Doet u mee!?
4
Pieter de Kruif
Marleen Treep
Wethouder Transitievisie Warmte
Wethouder Duurzaamheid
Samenvatting Waarom een Transitievisie Warmte in Woudenberg? In 2050 worden gebouwen in Nederland op een duurzame manier verwarmd. Dat is nodig om de uitstoot van CO 2 terug te dringen en klimaatverandering tegen te gaan. Ook dringen we de afhankelijkheid van aardgas, zowel uit Groningen als uit het buitenland, terug. Ook in Woudenberg gaan we op weg naar duurzame warmte. Deze overstap naar duurzame verwarming noemen we de warmtetransitie. Volgens het Nederlands Klimaatakkoord moeten gemeenten uiterlijk in 2021 hun Transitievisie Warmte vaststellen, waarin de mogelijkheden voor de komende jaren worden uitgewerkt. De Transitievisie Warmte zullen we iedere vijf jaar herijken om de nieuwste inzichten op het gebied van innovatie en wet- en regelgeving mee te nemen. Uitgangspunten voor de warmtetransitie Voordat we aan de slag zijn gegaan met het verkennen van de warmtealternatieven, hebben we samen met de projectgroep, en vanuit inbreng van de bewonersavond uitgangspunten voor de visie vastgesteld. Belangrijk uitgangspunt is dat overstap naar een aardgasvrije omgeving realistisch en betaalbaar is. We gaan, in lijn met het Klimaatakkoord, uit van oplossingen met de laagst maatschappelijke kosten. Daarnaast vinden we het van belang dat de keuzevrijheid van bewoners blijft gewaarborgd en we zullen, als gemeente, niet beslissen wat er achter de voordeur gebeurt.
Om bewoners mee te nemen in de warmtetransitie is een helder handelingsperspectief essentieel. De mogelijkheden die we bewoners bieden dragen bij aan het wooncomfort in Woudenberg en leveren een bijdrage aan het halen van de duurzaamheidsambities. Hierbij spelen energiebesparing en isolatie een belangrijke rol. Daarnaast zijn de maatschappelijke kosten van de verschillende warmtealternatieven in beeld gebracht. Belangrijkste bevindingen op weg naar een aardgasvrij Woudenberg In de gemeente Woudenberg zetten we in de periode tot 2030 in op het besparen van aardgas. We gaan nog geen concrete ‘startwijken’ aanwijzen zoals benoemd in het Klimaatakkoord. Aardgasvrij voor 2030 als gehele buurt of wijk is nu niet aan de orde. Dit concluderen we na het vergelijken van de verschillende analyses die voor onze gemeente zijn uitgevoerd. Deze uitkomsten passen namelijk nog niet in het uitgangspunt dat een warmtetransitie voor bewoners, bedrijven en instellingen realistisch en betaalbaar is. Een meer gefaseerde aanpak past hier beter bij en biedt ook kansen om aan te sluiten bij natuurlijke vervangingsmomenten en geleidelijke ontwikkeling van de benodigde infrastructuur. We gaan de komende jaren aan de slag om ons voor te bereiden om ná 2030 de overstap naar duurzame alternatieven voor aardgas te maken. Het inzetten op besparen is daarvoor een eerste logische stap.
Maar met alléén isoleren gaan we het niet redden. Zoals in de transitiekaart is weergegeven gaan we in een deel van de buurten en gebieden in Woudenberg de overstap naar all-electric warmte oplossingen op natuurlijke momenten stimuleren. Dit zijn de buurten die recenter gebouwd zijn en waar minder isolatiestappen nodig zijn om de overstap te kunnen maken. In de overige gebieden speelt besparen een belangrijke rol en zullen we voor een deel van de woningen gebruik maken van andere duurzame gas-alternatieven zoals groen gas of waterstof. De inzet hiervan willen we zoveel mogelijk beperken omdat de beschikbaarheid hiervan onzeker is. Daarom wordt waar mogelijk in deze buurten het gebruik van hybride oplossingen of de overstap naar all-electric ook gestimuleerd. Op de langere termijn, na 2030, gaan we in deze buurten opnieuw kijken naar het gebruik van de verschillende warmtealternatieven. Om isolatiemaatregelen de komende tijd te stimuleren beginnen we in drie focusgebieden met een aanpak om extra energiebesparing te realiseren. Voor het bedrijventerrein geldt dat een maatwerkaanpak gemaakt moet worden. Naar verwachting zal een combinatie van individuele all-electric oplossingen en kleinschalige collectieve warmtenetten in de toekomst het bedrijventerrein duurzaam verwarmen.
5
Richting uitvoering De Transitievisie Warmte geeft u een beeld van de warmteoplossingen en de route daarnaartoe voor uw woning. Richting de uitvoering bent u aan zet. Benieuwd waar u kunt starten? De energiecoaches van Energie in Woudenberg helpen u graag verder. Met voorbeeldwoningen uit verschillende buurten in Woudenberg en maatregelen die passen bij deze woning krijgt u een eerste beeld van de mogelijkheden. Een energiecoach kan u vervolgens advies op maat bieden. Daarnaast gaat de gemeente Woudenberg samen met de betrokken partijen aan de slag met een aanpak om verschillende doelgroepen te informeren en stimuleren op het gebied van energiebesparen en isolatiemaatregelen.
6
1. Introductie 1.1. Warmtetransitie in Woudenberg Gemeente Woudenberg sluit aan bij de landelijke ambities en doelstellingen vanuit het klimaatakkoord: in 2050 nagenoeg CO2-neutraal, waarbij het gebruik van aardgas is uitgefaseerd, met in 2030 een tussentijds streven van 49% CO 2-reductie ten opzichte van 19901. Waar mogelijk wordt, door bij geplande werkzaamheden duurzaamheidsmaatregelen mee te nemen, binnen de schaal van Woudenberg vooruitgelopen op de landelijke ambities. In 2014 is in Woudenberg het eerste duurzaamheidsplan opgesteld: Expeditie Duurzaamheid Gemeente Woudenberg 2014 – 2018 om de opgave en plannen vanuit de gemeente vorm te geven. Enkele voorbeelden van resultaten vanuit dit plan zijn: het vervangen van de lantaarnpalen, het behalen van de titel ‘fairtrade gemeente’ en de ‘postcoderoos zonnepaneleninstallatie’ op de brandweerkazerne. In 2020 is dit plan geüpdatet en is er een uitvoeringsprogramma voor 2021 en 2022 opgesteld. Hierin speelt de energietransitie, waar de warmtetransitie onderdeel van is, een grote rol. Daarnaast is er ook aandacht voor de thema’s klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit. Een belangrijk uitgangspunt voor de gemeente is lokale betrokkenheid: in Woudenberg zijn inwoners actief betrokken bij het verduurzamen van hun dorp en de gemeente werkt nauw samen met onder andere stichting Duurzaam Woudenberg.
Vanuit deze Transitievisie Warmte (TVW) wordt het tijdspad en de route voor de warmtetransitie in alle woningen en gebouwen beschreven (ook wel gebouwde omgeving genoemd). Hoe kunnen we de overstap maken naar een duurzame energiebron voor ruimteverwarming, warm tapwater en koken zonder gas. Misschien klinkt 2050 nog ver weg, maar de overstap naar aardgasvrije gemeente is een enorme klus, die zorgvuldig en stap voor stap moet worden gerealiseerd. Daarom beschrijven we in deze visie de eerste stappen voor de verschillende buurten van de gemeente, voor wat betreft hun warmtevoorziening. De gemeente Woudenberg wil met de Transitievisie Warmte Woudenbergers zo goed mogelijk voorbereiden om stapsgewijs van het aardgas af te gaan, inzicht bieden in welke opties er zijn en bij welke buurt en voor welk type woning deze het best passen, en het tijdspad van deze ontwikkelingen.
1.2. Landelijke context In het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015, heeft Nederland samen met 194 landen afspraken gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen drastisch terug te dringen, om zo te proberen klimaatverandering tegen te gaan. Het mondiale Klimaatakkoord van Parijs heeft als doel om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius. Het mondiale Klimaatakkoord is vertaald naar een Nederlands Klimaatakkoord uit juni 2019. Vanuit dit akkoord heeft een breed scala aan organisaties samengewerkt aan een vijftal sectortafels 2 om tot een pakket van maatregelen te komen om de doelstelling te realiseren. Wanneer we kijken naar het energiegebruik in Nederland dan wordt meer dan de helft aangewend voor warmteverbruik, ruim een kwart is voor vervoer en het overige energieverbruik kan worden toegeschreven aan toepassingen met elektriciteit 3. Het warmtegebruik in de gebouwde omgeving heeft daarom een grote rol binnen de energietransitie.
1 Rijksoverheid, ‘Klimaatwet’, 1 september 2019, artikel 2. 2
Gebouwde Omgeving, Mobiliteit, Industrie, Landbouw en landgebruik, Elektriciteit.
3 CBS, ECN, TNO, ‘Warmtemonitor 2017’, 30 mei 2019, pag. 4.
7
De helft van de warmte wordt gebruikt als ruimteverwarming van woningen en gebouwen, hiervoor gebruiken we met name aardgas, daarnaast wordt 40% van de warmte gebruikt in industriële processen en zo’n 10% wordt gebruikt door de landbouw, bijvoorbeeld om in de warmtebehoefte van kassen te voorzien4. Om het gebruik van aardgas en bijbehorende emissies terug te dringen is daarom aan de de sectortafel Gebouwde Omgeving afgesproken dat er in 2030 1,5 miljoen bestaande woningen aardgasvrij moeten zijn, wat ongeveer 20% is van de totale opgave 5. In 2050 moeten alle 7 miljoen bestaande woningen en 1 miljoen gebouwen aangepakt zijn.
1.3. De rol van de gemeente Gemeenten hebben een regierol in deze transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. Het Klimaatakkoord vraagt gemeenten om te werken aan plannen op drie niveaus:
1.4. Regionale Energiestrategie Er zijn in Nederland 30 regio’s gevormd waarin een Regionale Energie Strategie (RES) en Regionale Structuur Warmte (RSW) wordt opgesteld. Woudenberg valt onder een van deze regio’s: regio Amersfoort. Vanuit de RSW is aandacht besteed aan beschikbare duurzame warmtebronnen in de regio. In dit traject zijn in Woudenberg twee belangrijke kansen geidentificeerd die ook in de regio een rol kunnen spelen: De Greef Agro Energy produceert jaarlijks 1,6 miljoen m3 groen gas, en daarnaast kan met de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) mogelijk thermische energie uit afvalwater (TEA) gehaald worden. Ook is er beperkte potentie voor thermische energie uit oppervlaktewater. Restwarmtebronnen geschikt voor een warmtenet zijn beperkt beschikbaar.
4
CBS, ECN, TNO, ‘Warmtemonitor 2017’, 30 mei 2019, pag. 10.
5 Rijksoverheid, ‘Klimaatakkoord, 2019, C1 Gebouwde Omgeving’, pag. 16 en 37.
8
Figuur 1: Deze afbeelding toont de samenhang tussen de verschillende niveaus binnen de warmtetransitie.
1.5. Transitievisie Warmte Gemeenten zijn vanuit het Klimaatakkoord de regisseurs van de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving. Samen met woning- en gebouweigenaren, bewoners, netbeheerders en medeoverheden moeten zij eind 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) opstellen en vast laten stellen door de gemeenteraad. Daarin staan voorstellen voor duurzaam aardgasvrij verwarmen en koken. De TVW geeft richting in de aanpak. Ook wordt vanuit de visie aangegeven wanneer buurten naar verwachting naar een duurzame warmteoplossing zullen overstappen. Voor buurten die al voor 2030 ‘aan de beurt’ zijn, wordt ook een uitvoeringsplan opgesteld. De TVW wordt elke 5 jaar herijkt. De TVW geeft inzicht in de voorkeursoplossing per buurt en beschrijft hoe we onze warmtevraag op een aardgasvrije en duurzame manier kunnen gaan invullen. Dit vraagt om een nieuwe energie-infrastructuur en aanpassingen aan gebouwen, zodat (lokale) duurzame bronnen ontsloten kunnen worden. In de TVW worden voor de warmteopties voorkeuren aangegeven, maar worden nog geen definitieve keuzes gemaakt. Dat gebeurt in de zogenoemde uitvoeringsplannen die samen met verschillende partijen en eigenaren in een buurt worden opgesteld.
Standaard en Streefwaarden (2021) In 2021 worden op nationaal niveau ‘Standaard en Streefwaarden’ ingevoerd, die per woningtype inzicht geven in de manier waarop het no-regret niveau kan worden behaald. De Standaard is een basisniveau waarop de woning voldoende is voorbereid voor verschillende warmteopties. Dit niveau bereiken we als we tussen nu en
1.6. Buurtuitvoeringsplannen
2050 bij ieder natuurlijk moment maximaal ingrijpen
Vanuit het klimaatakkoord wordt voorschreven dat er na de TVW uitvoeringsplannen gemaakt worden om te voorzien in een zorgvuldige afweging en besluitvorming op buurtniveau. In deze plannen worden inwoners betrokken bij de keuze voor een alternatief. Vanuit de gemaakte analyse voorzien we in deze eerste transitievisie dat er in Woudenberg voor 2030 nog geen buurten volledig overstappen, en dat er de komende vijf jaar nog geen buurtuitvoeringsplannen gemaakt zullen worden, maar dat er eerst op een gemeentebrede aanpak ingezet wordt.
binnen de bestaande schil (de buitenkant van de woning).
Op dit moment is er vanuit de overheid geen verplichting om maatregelen te nemen om te besparen en isoleren, of de overstap naar een duurzame warmte oplossing te maken. De rol van de gemeente is daarom voorlopig met name stimuleren van een gemeenschappelijke aanpak. Om alvast perspectief te bieden wat betreft maatregelen die genomen kunnen worden in een woning zijn Standaard en Streefwaarden 6 opgesteld door de landelijke overheid. Deze worden in het kader rechts verder toegelicht.
oudere woningen moet er juist meer gebeuren, die
De streefwaarden geven voor afzonderlijke bouwdelen van het huis aan tot welk niveau je deze zou moeten isoleren, zodat dit later niet nog eens aangepakt hoeft te worden. Nieuwere woningen zitten soms al op het basisniveau. Bij woningen zullen dus meer tijd nodig hebben om het basisniveau te bereiken. Voor woningen van voor 1920 kan dit niveau misschien nooit helemaal bereikt worden, wat de keuze voor warmte opties beperkt. Naar verwachting wordt in 2025 geëvalueerd of de Standaard en Streefwaarden in de toekomst een verplichting gaan worden voor eigenaren.
6 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/03/18/kamerbrief-standaard-voor-woningisolatie
9
1.7. Wie zijn betrokken geweest? De Transitievisie Warmte voor Woudenberg is in samenwerking met verschillende partners tot stand gekomen in een projectgroep. In deze projectgroep zitten vertegenwoordigers vanuit de gemeente Woudenberg, de woningcorporatie Omnia, Stichting Huurdersbelangen Omnia Wonen (SHOW), netbeheerder Stedin, Stichting duurzaam Woudenberg en Waterschap Vallei en Veluwe. Daarnaast zijn ook inwoners geraadpleegd. In december 2020 is hun inbreng opgehaald via een online enquête. Deze is meegenomen bij het opstellen van uitgangspunten voor de warmtetransitie in Woudenberg. Vervolgens hebben inwoners de kans gekregen om twee online informatiebijeenkomsten, in februari en juni, bij te wonen om geïnformeerd te worden, reacties te geven en vragen te stellen. In bijlage 1 krijgt u een beeld van de opbrengst.
1.8. Leeswijzer In het volgende hoofdstuk worden de uitgangspunten toegelicht die een belangrijke rol hebben gespeeld in het opstellen van de visie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de techniek, bespreken we de verschillende warmteopties en beschrijven we de uitkomsten van de analyse voor Woudenberg. In hoofdstuk 4 leggen we uit hoe we zijn gekomen tot de transitiekaart, waarin de routes naar een bepaalde warmteoptie - de transitiepaden - per buurt worden toegelicht. In hoofdstuk 5 wordt toegelicht hoe de eerste stappen richting uitvoering van de visie zullen plaatsvinden en welke rol verschillende partijen hierbij spelen.
10
2. Uitgangspunten We hebben 6 uitgangspunten opgesteld die samen het afwegingskader vormen voor de keuzes die we maken in de Transitievisie Warmte. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op basis van input van betrokken partijen en de inbreng van inwoners via de enquête en de inwonersavond(en). 1. Realistisch en betaalbaar
Het uitgangspunt is een warmtetransitie die voor bewoners, bedrijven en instellingen realistisch en betaalbaar is. We gaan uit van de oplossingen met de laagste maatschappelijke kosten. In lijn met het klimaatakkoord streven we naar lastenneutraliteit voor inwoners en ondernemers van Woudenberg. Maar ook andere partijen (bijvoorbeeld de woningcorporatie, de netbeheerder en eventuele warmtebedrijven) moeten de investeringen kunnen verantwoorden. Uitgangspunt is daarom dat we kiezen voor oplossingen waarvan we verwachten dat de maatschappelijke kosten het laagst zijn. Dit bleek ook een van de belangrijkste punten vanuit de inbreng die inwoners tijdens het traject hebben meegegeven. 2. Betrokken inwoners Inwoners van Woudenberg worden geïnformeerd en betrokken bij zowel de Transitievisie Warmte als de vervolgstappen in de uitvoering, hierbij worden passende vormen van communicatie en participatie per buurt of gebied toegepast om tot gedragen besluiten te komen. We kiezen ervoor de komende jaren samen te werken aan de warmtetransitie. Zonder draagvlak bij inwoners en ondernemers in de gemeente Woudenberg zal de warmtetransitie namelijk niet slagen. Plannen voor de warmtetransitie komen daarom toegankelijk, participatief en democratisch tot stand. We werken aan draagvlak door eerlijk en duidelijk over de warmtetransitie te communiceren.
Dat doen we zowel tijdens het opstellen van de TVW als daarna. Hierbij richten we ons op particuliere woningeigenaren en op huurders van (corporatie)woningen. Voor elk van hen heeft deze transitie namelijk impact. We gaan de maatschappelijke dialoog aan en luisteren daarbij goed naar de wensen, zorgen en voorkeuren van onze inwoners en ondernemers. 3. Ruimte voor keuzevrijheid Er is ruimte voor keuzevrijheid bij de overstap naar een duurzame en aardgasvrije warmtevoorziening.
De transitievisie warmte is duidelijk over wat de warmtetransitie inhoudt, wat de richting per buurt is (welke alternatieve warmtevoorziening voor de hand ligt) in de gemeente Woudenberg en wat het verwachte tijdspad is. Maar in de TVW worden de uiteindelijke keuzes nog niet gemaakt. Dit gebeurt in de uitvoeringsplannen per buurt of gebied. Aan de hand van de TVW en binnen de kaders van de landelijke regelgeving kunnen gebouweigenaren beslissen over de keuzes voor een alternatief voor aardgas voor hun woning of bedrijf. Een gebouweigenaar blijft de optie houden om niet mee te doen met het voorkeursalternatief voor de buurt en zelf een gelijkwaardig of duurzamer alternatief te kiezen. Maar aardgas is daarbij op termijn geen optie meer. Dit betekent ook dat koplopers in de warmtetransitie de kans en ruimte krijgen om te beginnen op een manier die past in hun buurt.
11
4. Planningen sluiten op elkaar aan We houden rekening met bestaande (renovatie) planning en natuurlijke momenten om maatregelen te nemen. Zowel op het niveau van buurten als in gebouwen. Bij de fasering van de buurten in de transitievisie warmte creëren we zoveel mogelijk gelijktijdigheid van werkzaamheden. Hierbij zoeken we naar koppelkansen met werkzaamheden in de ondergrond door de netbeheerder of de gemeente. Denk aan riolering, gasnetten, nieuwbouw en aanpassingen van de openbare ruimte. Hiermee ontstaat efficiëntie en schaalvoordeel. Door gebruik te maken van natuurlijke momenten worden oplossingen zo betaalbaar mogelijk. Anderzijds houden we in de uitvoering óók de natuurlijke momenten van de individuele woningeigenaar in de gaten: wanneer we aan de slag gaan met isolatie etc. is het praktisch hier ook de natuurlijke momenten te benutten.
5. De Transitievisie Warmte schetst een realistisch en betrouwbaar verhaal We stippelen een route uit die uitvoerbaar is en realistische alternatieven voor aardgas bevat. De stapsgewijze aanpak is duidelijk, goed uitlegbaar en geeft inwoners inzicht in het handelingsperspectief. We zorgen voor begrijpelijke informatie en overzicht ten aanzien van het proces van het opstellen van de TVW en de daaruit volgende vervolgstappen. We gaan uit van maatregelen en oplossingen die nu en de komende tijd realistisch toegepast kunnen worden.
6. Rekening houden met de natuur Woudenberg kenmerkt zich als een gemeente met mooie natuurgebieden. De natuur biedt kansen in de energietransitie die we kunnen benutten, maar dit mag niet ten koste gaan van het natuurlijke systeem. Verschillende warmte-oplossingen kunnen gebruik maken van natuurlijke warmte, denk aan Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO), bodemwarmtepompen, warmte-koude opslag systemen (WKO) die gebruik maken van de ondergrond om warmte (en koude) op te slaan (natuurlijke bufferfunctie). Wanneer we deze oplossingen toepassen houden we de bestaande wet- en regelgeving in het oog en zorgen we ervoor dat het natuurlijke systeem niet nadelig beïnvloed wordt. Anderzijds bieden maatregelen ten behoeve van de warmtetransitie ook kansen om meer groen in de gebouwde omgeving te verwerken en klimaat adaptieve maatregelen mee te nemen. Zo kan in de inrichting van een straat meer groen verwerkt worden wanneer de straat opengebroken moet worden voor vervangen van gasleidingen, verzwaren van het elektriciteitsnet of aanleg van warmteinfrastructuur.
12
3. Beeld van duurzame warmteopties In dit hoofdstuk gaan we in op de verschillende duurzame warmteopties die we op dit moment in de warmtetransitie onderscheiden om onze woningen en andere gebouwen te verwarmen. Welke aardgasvrije en duurzame warmteoptie is in welk type buurt het meest logisch, met de kennis van nu? Hierbij beginnen we met een toelichting op het belang van isoleren.
3.1.
Als eerste stap: warmtevraag beperken door isoleren
In de transitie naar een duurzame warmteoptie is het van belang om eerst energie te besparen voordat we overstappen naar een alternatieve warmteoplossing. Ongeacht van de warmteoplossing waarop een gebouw uiteindelijk wordt aangesloten, is het van belang om de warmtevraag terug te dringen door isolatiemaatregelen. Isolatiemaatregelen zijn belangrijk voor efficiëntie, zowel om energie als kosten te besparen. De maatregelen aan het gebouw kunnen we onderscheiden in: -
maatregelen in de schil (daarmee bedoelen we de buitenzijde van de woning of het gebouw), zoals isolatie van gevel, dak en vloer en vervanging van het glas,
-
en aanpassingen in de binnen-installatie, zoals radiatoren of andere warmte-afgiftesystemen, ventilatie, het dichten van kieren en elektrisch koken.
Met deze maatregelen maken we de gebouwen klaar voor de overstap naar aardgasvrij: ook wel ‘transitiegereed’ genoemd. Bij gebouwgebonden maatregelen is het de vraag hoe ver we moeten gaan om gebouwen naar een basisniveau te brengen waarin ze klaar zijn voor de transitie. Het uitgangspunt is dat aan het einde van de transitieperiode zoveel mogelijk gebouwen geschikt zijn voor de overstap naar aardgasvrij.
Op dit moment verwarmen we onze woningen gemiddeld met 60 tot 90 graden, terwijl we niet warmer douchen dan zo’n 40°C en niet warmer verwarmen dan zo’n 23°C. Met het basisniveau van isolatie kan een woning in ieder geval met 70°C verwarmd worden en ook met 40°C als de radiatoren worden vervangen
13
door radiatoren die geschikt zijn voor lagere temperatuur warmte afgifte of vloerverwarming. Dit zijn maatregelen waar je geen spijt van krijgt (zogenaamde ‘no-regret’ maatregelen): wat het alternatief voor aardgas ook wordt voor je woning of gebouw, het isolatieniveau is er voor geschikt. Het basisniveau voor de isolatie van onze woningen bereiken we als we tussen nu en 2050 bij ieder natuurlijk moment maximaal inzetten op verduurzaming. Nieuwere woningen, zoals de woningen die recent gebouwd zijn in Het Groene Woud en Hoevelaar en komende jaren nog gebouwd worden in Hoevelaar zitten doorgaans al op het basisniveau. Bij oudere woningen, zoals veel woningen langs de Dorpsstraat, Voorstraat, Schoutstraat en oudere woningen buiten de dorpskern, moet er juist meer gebeuren. Die woningen zullen dus meer tijd nodig hebben om het basisniveau te bereiken. Sommige gebouwen, van voor 1920, zijn zo oud dat je een relatief hoge warmtevraag overhoudt, ook als maximale isolatiemaatregelen binnen de bestaande schil worden getroffen. Voor monumentale panden geldt ook dat er vaak minder maatregelen mogelijk zijn binnen de bestaande schil.
3.2. Verschillende warmteopties Deze paragraaf beschrijft in de verschillende beschikbare warmteopties. Met een warmteoptie beschrijven we een oplossing waarmee een buurt in 2050 op een duurzame manier van warmte kan worden voorzien, als alternatief voor aardgas. De manier waarop de verschillende warmteopties in Woudenberg worden toegepast, wordt in hoofdstuk 4 verder toegelicht.
3.2.1.All-electric ‘All-electric’ betekent dat er in de toekomst in principe alleen nog een elektriciteitsnet in de buurt aanwezig is. Er is dan een warmte-opwekinstallatie in de woning of het gebouw nodig die alleen elektriciteit gebruikt. Bijvoorbeeld een warmtepomp die warmte haalt uit de buitenlucht of de bodem. Iedere individuele woningeigenaar kan op ieder moment de keuze maken om zijn huis niet alleen te isoleren, maar ook de CV-ketel te vervangen door een warmtepomp. De individuele woningeigenaar is dus niet afhankelijk van keuzes en beperkingen van andere woningeigenaren in de straat, of in de buurt. De capaciteit in het bestaande elektriciteitsnet is een aandachtspunt. Niet alleen voor de warmtetransitie is het net nodig, maar bijvoorbeeld ook voor de realisatie van laadpalen voor elektrische mobiliteit, en het toenemende aantal zonnepanelen op daken. Hierbij is het dus van belang om de ontwikkeling van elektriciteitsvraag en -aanbod goed in de gaten te houden en regelmatig af te stemmen met de netbeheerder - Stedin. Op die manier kunnen knelpunten in het net voortijdig gevonden worden en kan gekeken worden hoe deze met netverzwaringen verholpen kan worden. Buurten waar all-electric oplossingen de laagste maatschappelijke kosten hebben zijn meestal buurten met veel eengezinswoningen, gebouwd na 1990 (zie ook de analyses in bijlage 2).
In deze buurten hoeven vaak nog maar beperkte gebouwgebonden maatregelen te worden genomen om de overstap naar all-electric te kunnen maken. Vervanging van radiatoren is dan nodig om de binneninstallatie geschikt te maken voor lage temperatuur afgifte. Er zijn ook redenen te bedenken om niet op korte termijn in deze buurten de overstap te maken. Het gasnet is in deze buurten doorgaans nog nieuw. Doordat de buurt al goed geïsoleerd is valt er ook relatief weinig klimaatwinst te behalen. Dit pleit ervoor om in deze buurten in een niet al te hoog tempo de transitie te doorlopen, gebruik te maken van de natuurlijke momenten en te beginnen met isolatiestappen. Wanneer de CV-ketel op korte termijn aan vervanging toe is kan dan gekeken worden of het al mogelijk is over te stappen naar een hybride warmtepomp als tussenstap, of op wat langere termijn waar mogelijk gelijk naar een all-electric warmtepomp.
14
3.2.2.Duurzaam gas In oudere buurten is zowel een warmtenet als all-electric met de huidige stand van de techniek vaak kostbaar of niet inpasbaar. Dat komt door de oude, soms monumentale staat van de bebouwing die werkzaamheden kostbaar en technisch ingewikkeld maken. Daarnaast kan drukte in de ondergrond ook een rol spelen. Met de kennis van nu is het daarom logisch om het bestaande gasnet hier te handhaven en op termijn te gebruiken voor duurzaam gas. Randvoorwaarde is dan wel dat er op termijn voldoende duurzaam gas beschikbaar is, zoals groengas of waterstofgas. Daarbij moet er rekening mee gehouden worden dat duurzaam gas ook voor andere doeleinden nodig is, zoals in de industrie, zwaar transport en voor de piekvoorziening van warmtenetten. Aangezien duurzaam gas zeer schaars is en voorlopig ook zal blijven, is in deze buurten waar het gasnet wordt gehandhaafd de inzet op gasbesparing noodzakelijk. Door middel van isolatiemaatregelen, hybride warmtepompen en door woningen die na 1950 gebouwd zijn wel zoveel mogelijk op een volledig aardgasvrije oplossing over te laten stappen kan een gasbesparing van 60% tot 70% worden gerealiseerd in deze buurten.
3.2.3.Warmtenet Deze warmteoptie zien we op dit moment nog niet als een voor de hand liggende optie in Woudenberg, maar lichten we voor de volledigheid wel toe. Een warmtenet is een infrastructuur van ondergrondse, geïsoleerde leidingen die warm water vervoert naar meerdere gebouwen. Er is dan dus sprake van een collectieve warmtevoorziening. De woning heeft in vergelijking met all-electric minder ingrepen aan de schil en de binneninstallatie nodig en in de woning is qua techniek alleen een afleverset aanwezig. De temperatuur van het aangeleverde warme water moet voldoende zijn om de woningen te kunnen verwarmen en in samenhang zijn met de temperatuur van de warmtebron. Voor veel woningen zal een middentemperatuurwarmtenet dat 70°C levert op de koudste dagen van het jaar de laagste maatschappelijke kosten hebben. Bij dit temperatuurniveau is er een technisch en economisch optimum met de warmtevraagbeperking die hoort bij het basisniveau van isolatie en een eventuele aanpassing van de binneninstallatie. Warmtenetten hebben als belangrijk kenmerk dat er grote investeringen in de infrastructuur nodig zijn. Hierdoor zijn warmtenetten alleen haalbaar in gebieden met een hoge bebouwingsdichtheid. Dichtheden die een warmtenet kansrijk maken zien we op dit moment in Woudenberg nog niet terug.
Daarnaast is vanuit de analyse van de Regionale Structuur Warmte geconcludeerd dat restwarmtebronnen maar beperkt beschikbaar zijn in de regio. In woonwijken van Woudenberg zien we deze niet terug. Een ander belangrijk kenmerk van warmtenetten is dat een warmtenet in een relatief kort tijdsbestek moet worden ontwikkeld, om zodoende snel voldoende aansluitingen te krijgen waarmee je voorinvesteringen voorkomt en zo snel mogelijk de bron kunt verduurzamen. Mogelijk zou een combinatie van bronnet en WKO op het bedrijventerrein wel een interessante optie kunnen zijn. De combinatie met warmte vanuit de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) biedt mogelijk potentie, en kan verder onderzocht worden. Daarnaast zou thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) als mogelijke warmtebron vanuit het Valleikanaal bij het bedrijventerrein verder onderzocht kunnen worden.
3.2.4.Variatie binnen buurten: opt-out Een belangrijke nuance bij de verschillende warmteopties is dat de inkleuring van een buurt zelden betekent dat de hele buurt volledig en in een keer op één warmteoptie over gaat. Om uiteenlopende financiële, technische of andere, lokale redenen kunnen gebouweigenaren kiezen voor andere
15
warmteopties dan de optimale warmteoptie in een buurt. Dit is ook in lijn met de eerder beschreven uitgangspunten van deze Transitievisie Warmte. Eigenaren hebben en behouden keuzevrijheid om te kiezen voor een warmteoptie van hun eigen voorkeur. Eigenaren kunnen dus kiezen om niet mee te gaan in de oplossing die voor de buurt de voorkeur krijgt. Dit noemen we ook wel opt-out (letterlijk ‘niet meer meedoen’). In deze context houdt dat in dat een eigenaar kiest voor een alternatief; een gasvrije, individuele of kleinschalig collectieve warmteoptie. In de praktijk gaat het dus om een individuele all-electric oplossing, of om lokale bronnetten in combinatie met WKO. Om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden is het bij collectieve oplossingen belangrijk dat zoveel mogelijk gebouweigenaren aansluiten, bij buurten waar all-electric de voorkeur heeft is opt-out wat dat betreft geen bezwaar. Uiteindelijk zullen alle gebouweigenaren die kiezen voor een alternatief een gasvrije warmteoptie moeten kiezen. Binnen de buurten waar het gasnet voorlopig blijft liggen, is het wenselijk de keuze om naar een aardgasvrij alternatief over te stappen aan te moedigen.
Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de verschillende warmteopties. All electric
Duurzaam gas
Isolatie
Zoveel mogelijk op natuurlijke momenten het maximale doen binnen de bestaande schil (basisniveau).
Zoveel mogelijk op natuurlijke momenten het maximale doen binnen de bestaande schil (basisniveau).
Techniek in de woning
Laag-temperatuur afgiftesysteem en een warmtepomp. Relatief veel impact in de woning. Extra verzwaard elektriciteitsnet, waardoor meer impact op de ondergrond dan duurzaam gas. Landelijke bron, op termijn steeds meer duurzame elektriciteitsmix
Midden-temperatuur afgiftesysteem en een hybride warmtepomp. Relatief veel impact in de woning. (Bestaande) gasnet. Relatief weinig impact in de ondergrond.
Lokale bronnetten
All electric en lokale bronnetten. Optout is in dit geval wenselijk.
Warmtenet (op basis van huidige analyses nog niet actueel in Woudenberg)
Infrastructuur
Bronnen
Opt-out
Tabel 1: Samenvatting van verschillende warmteopties
16
Op termijn duurzaam gas, afhankelijk van beschikbare bronnen evt. ook lokaal
Zoveel mogelijk op natuurlijke momenten het maximale doen binnen de bestaande schil (basisniveau) vóór de komst van de duurzame bron. Midden-temperatuur afgiftesysteem en een afleverset. Relatief weinig impact in de woning. Warmtenet. Relatief veel impact in de ondergrond. Mix van duurzame, lokale bronnen. Wanneer deze lagere temperaturen leveren is aanvullend een (collectieve) warmtepomp nodig. All electric en lokale bronnetten. Optout is onwenselijk.
3.3. De verschillende opties in Woudenberg Om een beeld te krijgen van de warmteopties voor Woudenberg zijn we gestart met een vergelijking van drie rekenmodelstudies: het Openingsbod van Stedin, de Startanalyse aardgasvrije buurten van PBL en het Warmte Transitiemodel (WTM) van Over Morgen. Deze studies geven op basis van financiële en technische gegevens over de gebouwde omgeving inzicht in de meest gunstige optie per wijk wat betreft maatschappelijke kosten (Over Morgen, PBL en Stedin). Deze vergelijking biedt inzicht in welke wijken er een robuuste uitkomst is van meerdere modellen en waar er geen of minder consensus is tussen de modellen. Uitkomsten van deze analyse zijn samengevat in verschillende kaarten die worden toegelicht in bijlage 2. Voor de wijken in de kern van Woudenberg geven de verschillende analyses een gemêleerd beeld. Voor de wijken buiten de kern van Woudenberg en voor de wijk Het Groene Woud en Hoevelaar geldt dat er wel (of verhoudingsgewijs meer) een eenduidig beeld naar voren komt. Voor de wijken buiten de kern komt dit doordat woningen verder uit elkaar liggen en vaak uit eerdere bouwperioden afkomstig zijn. Daarom zijn all-electric of een warmtenet voor deze wijken niet de optie met de laagst maatschappelijke kosten.
Voor de wijk Het Groene Woud en Het Zeeland geldt dat deze relatief recent zijn gebouwd en er minder isolatiemaatregelen nodig zijn om naar all-electric over te stappen. Een deel van de woningen in Het Groene Woud werd bij de bouw al als all-electric uitgevoerd. Voor de overige wijken in de kern geeft een deel van de modellen all-electric als optie met de laagst maatschappelijke kosten weer. Dit komt voor die wijken met name door het deel van de gebouwde omgeving dat in de periode na 1990 is gebouwd. Voor het overige deel van de woningen dat ouder is, zijn over het algemeen meer isolatiemaatregelen nodig om ze klaar te maken voor een overstap naar een all-electric oplossing, waardoor die warmteoptie voorlopig niet voor de hand ligt. Door de beperkte dichtheid van woningen en gebouwen in deze wijken komt ook een warmtenet niet duidelijk als optie met de laagst maatschappelijke kosten naar voren. Gebieden met meer hoogbouw hebben bijvoorbeeld een hogere dichtheid waardoor op een locatie meer warmte nodig is. Deze zijn in Woudenberg niet aanwezig. Voor warmtenetten als oplossing is het mogelijk interessant om bij de herijking van de Transitievisie Warmte in 2025 opnieuw te kijken naar de potentie in verschillende wijken. Door technologische ontwikkeling zouden oplossingen meer of minder kansrijk kunnen worden.
Rekenmodellen werken op basis van inputdata en aannames en bevatten diverse onzekerheden. Daarom zijn de uitkomsten gevalideerd en aangevuld met de projectgroep van betrokken partijen en gecorrigeerd op basis van lokale afwegingen en informatie. Zo is de analyse op wijkniveau bijgesteld naar een hoger detailniveau naar specifieke buurten en gebieden (zie ook de laatste kaart in bijlage 2 voor een analyse op postcodebuurt niveau). Daarmee is de uitkomst op wijkniveau een tussenstap geworden. Vanuit deze uitkomsten en een analyse op meer gedetailleerd schaalniveau, is vervolgens gekeken wat per buurt en gebied een passende eindoplossing is. Welke oplossingen dit zijn en hoe de route daarnaartoe, het transitiepad, eruit ziet wordt in hoofdstuk 4 verder toegelicht.
17
4. De routes voor de warmtetransitie in Woudenberg Nu we een beeld hebben van de mogelijke warmteopties in Woudenberg, is de vraag welke stappen gaan we zetten in de route naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in Woudenberg? In dit hoofdstuk wordt toegelicht hoe een buurt naar een specifieke warmteoplossing toe kan ontwikkelen. Dit geeft meer perspectief voor gebouweigenaren op de stappen die de komende tijd relevant zijn. Hierbij besteden we aandacht aan lokale kansen en ontwikkelingen en onzekerheden waar we mee om moeten gaan. Na toelichting van de verschillende transitiepaden wordt in dit hoofdstuk de transitiekaart met de verschillende routes voor verschillende buurten en gebieden gepresenteerd en lichten we toe hoe we in Woudenberg tot dit resultaat zijn gekomen.
4.1. Verschillende transitiepaden We onderscheiden drie transitiepaden in Woudenberg namelijk: all-electric, besparen en op termijn duurzaam gas en een aparte route voor het bedrijventerrein. In de volgende alinea’s worden de routes toegelicht. Transitiepad
All-electricbuurt(en)
Gebouwen
Alle gebouwen gaan zoveel mogelijk op natuurlijke momenten naar het basisniveau van isolatie, installatie en elektrisch koken. Daarnaast zetten deze gebouwen een extra stap om de binneninstallatie (bijvoorbeeld radiatoren) geschikt te maken voor all-electric. Individueel all-electric door middel van een warmtepomp in de woning en een extra verzwaard elektriciteitsnet in de wijk. Deze buurten stappen gestaag over op all-electric, in het tempo van gebouweigenaren. Een te hoog tempo is in deze buurten ongewenst door: • De extra stap die deze gebouwen moeten zetten in de binneninstallatie, die bij voorkeur op een natuurlijk moment (verbouwing / verhuizing) wordt gezet.
Warmteoptie Tempo
Netverzwaring
18
•
Het feit dat dit vaak relatief jonge wijken zijn waar gasleidingen en riolering vaak nog lang niet afgeschreven zijn.
•
Het feit dat er nog veel inpandige innovaties verwacht worden die de kosten verlagen en netverzwaring wellicht voorkomen.
•
Het feit dat deze buurten vaak al redelijk geïsoleerd zijn, waardoor er relatief weinig klimaatwinst te behalen valt.
Op een gegeven moment zijn zoveel gebouwen overgestapt op een warmtepomp dat netverzwaring in een aantal gebieden onvermijdelijk is. De netbeheerder monitort de capaciteit op het net, en kiest samen met de gemeente een natuurlijk moment om het elektriciteitsnet te verzwaren en het gasnet te verwijderen, zoals bij rioleringsvervanging. Netverzwaring en gasnetverwijdering zijn niet per definitie op hetzelfde moment.
Transitiepad
Besparen en op termijn duurzaam gas
Gebouwen
Alle gebouwen gaan zoveel mogelijk op natuurlijke momenten naar het basisniveau van isolatie, installatie en elektrisch koken. In deze buurten kan om verschillende reden gekozen worden dat gasnet in principe voorlopig blijft liggen. In deze buurten is een deel van de gebouwen relatief oud en zijn de alternatieven voor de meeste gebouwen nog te kostbaar. Voor een ander deel van de gebouwen is het nog onduidelijk welke warmteoptie zij krijgen, bijvoorbeeld omdat er gebouwen uit verschillende bouwperioden in een buurt liggen en uit analyse blijkt dat de kosten van de verschillende warmteopties erg dicht bij elkaar liggen.
Warmteoptie en herijking
Tempo
De komende tijd is het in deze buurten van belang om de nadruk te leggen op het spoedig terugbrengen van het gasverbruik. Natuurlijke momenten worden aangegrepen om naar het basisniveau van isolatie, installatie en elektrisch koken te gaan. De buurten met een gasnetroute stappen gestaag over op hybride oplossingen in het tempo van de aanpassingen die door de gebouweigenaren worden uitgevoerd. Op termijn zal de resterende gasvraag ingevuld worden met duurzaam gas. Realistisch gezien zal het basisniveau voor vooroorlogse buurten niet voor alle gebouwen mogelijk blijken. Deze buurten maken isolatiestappen naar het basisniveau in het tempo van gebouweigenaren en eventueel de overstap naar hybride warmtepompen.
Transitiepad
Bedrijventerreinen
Gebouwen
Voor bedrijfsbebouwing geldt dat inregeling van de binneninstallatie vaak belangrijker is dan het maken van bouwkundige aanpassingen. Dit is echter ook sterk afhankelijk van de gebruiksfunctie van het bedrijfspand. Op bedrijventerreinen zullen individuele en kleinschalig collectieve warmteopties voorkomen. Het gaat daarbij om allelectric maar ook om WKO-netten die naast warmte ook koude kunnen leveren. De energie-infrastructuur op een bedrijventerrein is echter in hoge mate maatwerk, zeker als er procesindustrie op het terrein aanwezig is. Deze buurten volgen het tempo van de gebouweigenaren. Het tempo zal mede bepaald worden door de verplichtingen die bedrijven hebben onder de Wet milieubeheer om energie te besparen, en de handhaving van de Omgevingsdienst hierop.
Warmteoptie
Tempo
Inzet van een klein collectief warmtenet. In alle transitiepaden is de inzet van een klein collectief warmtenet mogelijk. Denk aan de optie voor een gezamenlijke WKO installatie die gevoed wordt met bijvoorbeeld warmte uit oppervlaktewater of de lucht. De inzet van een klein collectieve oplossing, zoals een klein warmtenet, is vanuit het oogpunt van de maatschappelijke kosten waarschijnlijk niet de voordeligste, maar kan wel een mooie oplossing zijn om wel samen te werken in een buurt of straat, of toepassing voor een complex van woningen. De beschreven routes voor de warmtetransitie staan de ontwikkeling van deze lokale initiatieven niet in de weg.
19
4.2. Transitiekaart en toelichting Per buurt en gebied heeft de projectgroep gekozen voor een transitiepad dat vanuit verschillende perspectieven goed past. Hierbij is gekeken naar de lokale omstandigheden in Woudenberg, goede aansluiting op de uitgangspunten uit hoofdstuk 2 en aansluiting bij planning vanuit verschillende stakeholders. Hierbij is op basis van de eerder beschreven analyse op basis van verschillende financieel-technische modellen een eerste voorstel gemaakt wat vervolgens bijgesteld en aangevuld is door de projectgroep. Op basis dit proces zijn we gekomen tot de warmtetransitiekaart van Woudenberg:
20
Waarom welk transitiepad? Zoals in de transitiekaart te zien is zijn er in Woudenberg drie verschillende transitiepaden. Per transitiepad lichten we toe waarom we in verschillende buurten en gebieden tot deze route zijn gekomen: -
All-electric: De buurten Het Groene Woud, Het Zeeland, een strook in het noorden van de buurt Nico Bergsteijn en een gebied in het zuiden van Nieuwoord vallen onder het transitiepad all-electric. Voor woningen en gebouwen in deze gebieden geldt dat ze relatief recent zijn gebouwd, over het algemeen na 1995. Dit maakt dat het isolatieniveau bij realisatie al beter was ten opzichte van de bouw, de jaren hiervoor, waardoor het isolatieniveau van deze woningen al hoger ligt. Dit maakt het mogelijk om met isolatiemaatregelen tot een niveau te komen waarop een all-electric warmteoplossing geschikt is om aardgasvrij te verwarmen. De lagere dichtheid van woningen maakt dat een warmtenet hier minder voor de hand ligt omdat deze optie hogere maatschappelijke kosten met zich meebrengt. Een geleidelijke isolatieverbetering en overstap in deze buurten maakt dat de elektriciteitsvraag naar verwachting geleidelijk toeneemt. Uit analyses van Stedin (zie bijlage 4) blijkt dat de capaciteit van het elektriciteitsnet in Woudenberg op dit moment nog voldoende is. Door de toename van de elektriciteitsvraag door warmtepompen en elektrisch koken zullen op een gegeven moment wel knelpunten ontstaan. Ook de toename van zonnepanelen kan door een toenemend elektriciteitsaanbod voor knelpunten zorgen.
Wanneer op termijn een groter deel van de woningen in een buurt de overstap maakt naar all-electric dan zal het elektriciteitsnet verzwaard moeten worden. De analyse laat zien waar benodigde netverzwaring en aanpassing van transformatoren is voorzien op laagspanning- en middenspanningsniveau, en wat de verwachte doorlooptijd is voor de benodigde aanpassingen. Op korte termijn kan gestart worden met het stimuleren van isolatiemaatregelen om woningen klaar te maken voor de overstap. Vervolgens kan gerichter de overstap van het gas af gestimuleerd worden wanneer het elektriciteitsnet hier ook gereed voor is. Het voordeel van deze geleidelijke ontwikkeling is dan dat dit beter aansluit op de planning voor de benodigde netverzwaring, en dat innovaties die verwacht worden bij all-electric, zoals betere warmtepompen en energieopslag in de woning ook meegenomen kunnen worden. Voor de wijk Hoevelaar en andere recente nieuwbouw in Woudenberg geldt dat deze woningen reeds gasloos zijn bij realisatie. Daarmee is er voor deze woningen geen transitie meer nodig en zijn ze al all-electric.
21
-
Besparen en op termijn duurzaam gas: De buurten Laanzicht, De Grift, huidige bebouwing in Woudenberg Oost, een groot deel van de buurten Nico Bergsteijn en Nieuwoord, en voor de buurten buiten de kern: Voskuilen, Rumelaar-Lambalgen, Geerestein en Den Treek-Henschoten vallen onder transitiepad Besparen en op termijn duurzaam gas. Voor deze gebieden geldt dat er woningen en gebouwen uit verschillende bouwperioden staan, maar over het algemeen voor 1995. Voor oudere gebouwen geldt vaak dat het nog te kostbaar is om over te stappen op een alternatieve warmteoplossing. Daarnaast zorgt de mix van bouwperioden dat de verschillende warmteopties in deze buurten dicht bij elkaar liggen. Daardoor geldt dat het gasnet in principe voorlopig blijft liggen, waardoor het van belang is om de nadruk te leggen op het spoedig terugbrengen van het gasverbruik door isolatiemaatregelen. Waar mogelijk wordt opt-out door over te stappen op een hybride of all-electric warmtepomp, of een klein collectief warmtenet, aangemoedigd.
-
Bedrijventerreinen: Het bedrijventerrein Parallelweg valt logischerwijs onder het transitiepad Bedrijventerreinen. Naar verwachting kan de warmtevraag door een combinatie van individuele en kleinschalig collectieve warmteopties op termijn duurzaam voorzien worden. De meest geschikte optie is in hoge mate maatwerk. Verder onderzoek naar het type warmtevraag en de meest geschikte warmteoplossingen per bedrijf, en mogelijk als collectief, moeten verder onderzocht worden. Mogelijk biedt de rioolwaterzuivering kansen als energiebron voor een warmtenet, daarnaast laat een eerste analyse zien dat er mogelijk potentie is voor thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) vanuit het valleikanaal.
Focusgebieden Naast deze verschillende transitiepaden zijn ook drie focusgebieden gekozen. In deze gebieden starten we met een aanpak gericht op informeren over en stimuleren van isolatiemaatregelen. Energie besparen door middel van isolatiemaatregelen heeft de komende jaren prioriteit, en is een voorbereiding op de verdere transitie die naar verwachting later zal plaatsvinden. De focusgebieden gebieden zijn met een markering aangegeven en liggen in de buurten De Grift, Laanzicht en Nico Bergsteijn. Deze gebieden kenmerken zich op de volgende manier: -
De meeste woningen en gebouwen in deze gebieden komen uit eenzelfde bouwperiode en hebben daardoor vergelijkbare kenmerken in bouwstijl en isolatieniveau. Voor de focusgebieden in De Grift is dat in de jaren 1960 en 1970, en het noordelijkste deel recenter tussen 1980 en 1995. Het gebied Laanzicht is tussen 1980 en 1985 gebouwd, en de woningen in het focusgebied in Nico Bergsteijn in de periode 1950-1960.
-
In alle drie gebieden ligt relatief veel woningcorporatiebezit. Woningcorporatie Omnia werkt graag mee aan een aanpak gericht op kleine maatregelen die huurders de komende tijd zelf kunnen nemen om energie te besparen. Op langere termijn worden bij de planning van het onderhoud en bij renovaties van corporatiewoningen ook isolatiemaatregelen genomen om deze woningen naar een hoger isolatieniveau te brengen. Daarnaast kan Omnia kennis over het isolatieniveau en aanpak van woningen in deze buurten delen met energiecoaches.
-
Ook zien we dat sommige bewoners in deze buurten al actief bezig zijn op het gebied van duurzaamheid. Vanuit Energie in Woudenberg is ook al informatie en kennis beschikbaar over zogenaamde standaard woningen en bijbehorende isolatiemaatregelen voor woningen in twee van deze gebieden.
-
Focus gebieden en ervaringen daar kunnen als voorbeeld en inspiratie dienen voor de andere wijken.
Waar kan ik mee starten in mijn woning? Benieuwd naar de specifieke maatregelen die passen bij uw woning? Bijlage 3 geeft voor verschillende type woningen een beeld van de maatregelen die u de komende jaren kunt treffen om energie te besparen, uw huis beter te isoleren en voor te bereiden op de overstap naar een duurzame warmtevoorziening. Kijk voor meer informatie ook op de website https://energie-in-woudenberg.nl/
22
5. Op weg naar uitvoering Het opstellen van de transitievisie warmte is de eerste stap op weg naar een aardgasvrij Woudenberg. Uit de kaart in hoofdstuk 4 blijkt dat voor veel buurten in Woudenberg de eerste stappen richting duurzaam verwarmen bestaan uit het nemen van isolatie- en energiebesparende maatregelen. De komende periode zullen we hier ook vol op inzetten. Zodat we zoveel mogelijk gaan voorbereiden richting woningen en gebouwen die klaar zijn voor de transitie. Tegelijkertijd houden we ook onze ogen open voor innovatie en stimuleren we de individuele of kleinschalige vormen van collectieve overstap naar aardgasvrij verwarmen. Er spelen nog veel vragen bij inwoners. Waarom moeten we de overstap naar aardgasvrij wonen maken? Waar en wanneer gaan we van het gas af? Wat betekent dit voor inwoners? En voor ondernemers? Hoe kan de gemeente hierbij faciliteren? Vragen waar we onze inwoners graag verder mee helpen. De TVW biedt daarbij houvast en is hiervoor een eerste stap. Het is daarom belangrijk dat we inwoners blijven informeren en betrekken.
5.1. Organisatie en samenwerken De warmtetransitie vraagt om nieuwe vormen van samenwerken met gebouweigenaren, met inwoners en met het bedrijfsleven. Samenwerken in de warmtetransitie betekent meer dan enkel het naast elkaar uitvoeren van de projecten van de individuele stakeholders. Het is belangrijk dat ambities en plannen worden afgestemd met de ambities en plannen op andere thema’s. Het gaat dan om thema’s als klimaatadaptatie, renovatieplannen vanuit woningcorporatie Omnia Wonen en verbetering van de inrichting van de openbare ruimte. Wij zullen als vervolg op deze Transitievisie Warmte samen met de belangrijkste partners in de Woudenberg de komende jaren aan een structurele aanpak en uitvoeringsagenda werken, in lijn met de doelstellingen uit het duurzaamheidsplan. Hierin krijgen de verschillende stappen in de routes naar een duurzame warmtevoorziening vorm. Ook zoeken we naar mogelijkheden om richting uitvoering de thema’s klimaatadaptatie en circulariteit mee te nemen.
5.2. Aan de slag met communicatie! Zoals gezegd: deze visie is de eerste stap. Om de bewustwording voor deze opgave te vergroten en onze inwoners en ondernemers te enthousiasmeren is communicatie van groot belang. Nog voordat er aan de slag gegaan wordt met het doelgroepgerichte campagnes of gebiedsgericht aan de slag gegaan wordt met collectieve inkoopacties en haalbaarheidsonderzoeken is het van groot belang dat bewoners meegenomen worden. Een deel van de inwoners in Woudenberg is al actief bezig is met de warmtetransitie. Zo wordt met behulp van energiecoaches en warmtescans inzicht gegeven in de mogelijkheden om woningen te verduurzamen en worden de eerste maatregelen getroffen. Daarnaast is er echter ook een grote groep die nog niet met het onderwerp bekend is. Zij weten nog niet waar informatie en advies in te winnen is, wat het nut en de noodzaak van de warmtetransitie is en welke voordelen het voor henzelf kan opleveren. Daarom zal er na de Transitievisie Warmte een gemeente brede communicatie aanpak ontwikkeld worden om verschillende doelgroepen te bereiken. Op basis van bijvoorbeeld type bouwjaar van de woningen, het transitiepad of de aanwezigheid van bewonersinitiatieven kan elke doelgroep of elk gebied op de juiste manier bereikt worden.
Energiecoaches en inwoners die al actief bezig zijn kunnen hierin een belangrijke functie vervullen door kennis te delen en een voorbeeld te vormen voor anderen. Om huurders goed te informeren en mee te nemen in de warmtetransitie wordt ook in samenwerking met Stichting Huurdersbelangen Omnia Wonen (SHOW) en huurderscommissie Woudenberg gekeken hoe zij goed bereikt kunnen worden.
23
5.3. Aan de slag met besparen, stappen richting transitiegereed en de overstap naar all-electric oplossingen Vanuit de transitiepad ‘besparen en duurzaam gas’ gaan we inzetten op het fors terugdringen van onze gasvraag door voortvarend aan de slag te gaan met isolatie en andere vormen van energiebesparing. Hier valt veel winst te behalen in Woudenberg. Om het gebruik van de natuurlijke momenten zoveel mogelijk te stimuleren houden we in ons uitvoeringsprogramma rekening met de volgende aspecten: •
We gaan met onze partners de zogenoemde koppelkansen in kaart brengen. Vanuit de rol van de gemeente in projecten in de openbare ruimte zoeken we naar kansen. Door verschillende uitdagingen met elkaar te combineren en gezamenlijk te tackelen, zorgen we voor efficiënt gebruik van capaciteit en middelen. Denk hierbij aan de planning van de gemeente Woudenberg, Stedin, Waterschap Vallei en Veluwe, woningcorporatie Omnia Wonen, en andere organisaties in Woudenberg.
•
We zorgen voor goede voorlichting en communicatie in Woudenberg. Uit de inwonersavonden is gebleken dat inwoners sterk gemotiveerd zijn om te isoleren. Zowel voor het comfort dat het oplevert, de financiële besparingen als de klimaatwinst. Maar men wil beter inzicht krijgen in welke maatregelen ze moeten nemen en wat daarvoor natuurlijke momenten zijn. Inwoners willen objectieve adviezen, het liefst georganiseerd vanuit de gemeente. In deze adviezen moet duidelijk worden waarom specifiek deze maatregelen nodig zijn en wat de voordelen ervan zijn, zoals meer comfort en lagere woonlasten. Als startpunt voor de isolatie aanpak beginnen we in de eerder beschreven focusgebieden.
•
We gaan faciliteren waar we kunnen. We zorgen dat gebouweigenaren weten bij welke middelen ze terecht kunnen om de maatregelen te nemen, zoals rekentools, woningscans, (digitale) loketten, subsidies, leningen en voorbeeldwoningen. We informeren woningeigenaren over de diverse regelingen waar ze gebruik van kunnen maken.
•
Waar mogelijk is de ambitie van de gemeente ook om lokaal gericht aanvullend te stimuleren. De RREW subsidie waarmee eigenaren en huurders eerste isolatiemaatregelen kunnen uitvoeren is hiervan een mooi voorbeeld. De gemeente Woudenberg is echter afhankelijk van landelijk beleid en beschikbare budgetten vanuit het Rijk om bewoners en ondernemers financieel te ondersteunen en zo te stimuleren om maatregelen te nemen. Op dit moment zijn deze middelen nog niet beschikbaar.
In de transitiekaart in hoofdstuk 4 zijn een aantal gebieden aangewezen waar we mogelijkheden zien voor elektrisch verwarmen. Hier staan relatief nieuwe woningen, die reeds goed zijn geïsoleerd. Deze gebieden hebben veel met elkaar gemeen: de woningen zijn ongeveer in dezelfde periode gebouwd, ze bestaan voor het grootste gedeelte uit koopwoningen en ze bestaan uit een mix van vrijstaande, rij- en twee onder één kapwoningen. Daarnaast komen dit soort woningen verspreid in de gemeente voor. Vanuit dit transitiepad voorzien we de volgende acties:
24
•
We moedigen iedereen die dat wil aan om de overstap naar elektrisch verwarmen te maken. Specifiek in de aangegeven gebieden in de transitiekaart ontwikkelen we een gebiedsgerichte aanpak. Niet iedereen in deze gebieden zal op hetzelfde moment klaar zijn om de overstap te maken. De woningen gaan daarom niet allemaal te gelijk van het aardgas af. Zo voorkomen we problemen met de uitvoering zoals het verzwaren van het elektriciteitsnet en de beschikbare capaciteit bij de gemeente, netbeheerder en installateurs.
•
Om deze ontwikkelingen goed in de gaten te houden worden deze ontwikkelingen gemonitord en besproken in het halfjaarlijks overleg tussen Stedin en de gemeente Woudenberg.
•
Voor bijvoorbeeld appartementengebouwen en clusters van utiliteit kunnen kleinschalige, collectieve technieken zoals WKO-netten of aquathermie een oplossing zijn. We proberen VvE’s en eigenaren die hiermee aan de slag willen te ondersteunen.
5.4. Vervolgstappen korte termijn Na het vaststellen van de Transitievisie Warmte wil de gemeente Woudenberg een rol spelen in de vervolgstappen in de warmtetransitie. Zoals beschreven bestaat deze rol uit verschillende onderdelen, gericht op informeren, faciliteren, stimuleren en de regie houden in het proces. In de uitvoering zijn we echter afhankelijk van alle betrokken stakeholders en eigenaren. De hiervoor beschreven stappen worden verder uitgewerkt in een uitvoeringsagenda die wordt vastgesteld samen met de betrokken stakeholders en samenwerkingspartijen. Wanneer plannen op lokaal niveau concreter worden dan word iedereen daar steeds meer bij betrokken. We gaan stapsgewijs aan de gang met een aanpak gericht op verschillende doelgroepen en gaan de aanpak in de focusgebieden uitrollen, samen met stichting Duurzaam Woudenberg. Ten slotte zoeken we in de uitvoering kansen op het gebied van duurzaamheid en andere thema’s die spelen op lokaal niveau mee te nemen.