CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Ontwerp Bestemmingsplan Hoevelaar fase 2.pdf

Gemeenteraad 23 maart 2023, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 17: Bestemmingsplan Hoevelaar fase 221.044 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Vormvrije m.e.r.‐beoordeling

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245

BP HOEVELAAR FASE 2 WOUDENBERG Vormvrije m.e.r.-beoordeling 22 oktober 2021

1/17

2/17

DATUM KENMERK

22 oktober 2021 035100

PROJECT PROJECTLEIDER

BP Hoevelaar fase 2 Woudenberg I. de Feijter

OPDRACHTGEVER

gemeente Woundeberg

AUTEUR

E.E. Barendregt

INHOUD 1.

2.

3.

4.

3/17

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? Leeswijzer

4 4 4

Plaats en kenmerken van het project

5

2.1 2.2 2.3 2.4

5 8 9 10

Plaats van het plan Kenmerken van het plan Cumulatie met andere projecten Criteria bijlage III van de EEG-richtlijn

Kenmerken van de milieueffecten

11

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11

11 11 12 12 13 13 14 14 15 16 16

Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodem Water Ecologie Cultuurhistorie en archeologie Gezondheid Sloop- en aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen

Conclusies

17

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Ten oosten van de kern van Woudenberg wordt de wijk Hoevelaar gerealiseerd. De ontwikkeling past niet binnen de vigerende bestemmingsplan ‘Rottezoom’. Om de ontwikkeling van fase 2 mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het planvoornemen kan worden gezien als ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ zoals bedoeld in onderdeel D11.2 van de bijlagen van het Besluit milieueffectrapportage. Voor deze activiteit geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer, of; 3. een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 m² of meer. De beoogde ontwikkeling betreft maximaal 275 woningen in een gebied van circa 115.000 m² (11,5 ha). Er wordt geen drempelwaarde overschreden. Daarom kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling. Dit document bevat die beoordeling.

1.2

Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: ● de plaats van het plan; ● de omvang van het plan; ● de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden de plaats en omvang van het project beschreven. In hoofdstuk 3 worden de verwachte milieueffecten voor de verschillende omgevingsaspecten beschreven. Hoofdstuk 4 bevat de conclusie van de m.e.r.-beoordeling.

4/17

2. PLAATS EN KENMERKEN VAN HET PROJECT 2.1

Plaats van het plan

Hoevelaar fase 2 is het middelste gedeelte van de nieuwe woonwijk en grenst aan de zuidkant aan Hoevelaar fase 1. Ten noordoosten van het plangebied ligt het bedrijventerrein Parallelweg. Ten westen grenst het plangebied aan de Zegheweg. Het plangebied voor de in totaal 275 woningen omvat grofweg de gronden ten zuiden van de Spoorlaan tussen de twee houtwallen. In de huidige situatie is de locatie in agrarisch gebruik en is dus volledig onverhard. De locatie heeft een grondoppervlakte van circa 115.000 m2. Zie figuur 1 voor de ligging en begrenzing van het plangebied.

Figuur 1: Ligging en begrenzing plangebied (bron: google maps luchtfoto, 2021)

Ligging plangebied ten opzichte van beschermde/bijzondere gebieden Archeologie Op de locatie ligt grotendeels de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2'. De dubbelbestemming voor archeologie beschermt de archeologische waarden die mogelijk in de grond aanwezig zijn. Hier geldt dat uitsluitend bebouwing is toegestaan die niet dieper reikt dan 0,3 meter beneden maaiveld of die een grondoppervlakte bestrijkt die niet groter dan 100 m2 is. Indien deze maten worden overschreden, dient er eerst archeologisch onderzoek te worden verricht. Natuur Het plangebied ligt niet in of in directe nabijheid van natuurgebieden, zie figuur 2 en 3. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op 360 meter. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied (Rijntakken) ligt op grote afstand (circa 9 kilometer), dit Natura 2000-gebied is niet stikstofgevoelig. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van circa 14 km vanaf het plangebied.

5/17

Figuur 2: Ligging projectgebied (oranje cirkel) t.o.v. Natura-2000 gebieden (bron: AERIUS calculator)

Figuur 3: Ligging projectgebied (rode cirkel) t.o.v. NNN (bron: Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028)

Het plangebied ligt niet in waterwin- of grondwaterbeschermingsgebieden (figuur 4).

6/17

Figuur 4: Ligging plangebied t.o.v. waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden (bron: Atlas Leefomgeving)

Op de Cultuurhistorische Atlas van de provincie Utrecht wordt het plangebied aangeduid als agrarisch cultuurlandschap, zie figuur 5. Aan de rand van de locatie was vroeger een schaapskooi aanwezig (groene punt).

Figuur 5: Uitsnede Gemeentelijke Cultuurhistorische Waardenkaarten (provincie Utrecht)

De milieukwaliteit binnen het plangebied wordt mede bepaalde door de infrastructuur in de omgeving (spoor en wegen) en de omliggende bedrijven. In hoofdstuk 3 is nader ingegaan op de milieusituatie (waaronder de optredende geluidbelasting).

7/17

2.2

Kenmerken van het plan

Hoevelaar fase 2 is het middelste gedeelte van de nieuwe woonwijk en grenst aan de zuidkant aan Hoevelaar fase 1. Ten noordoosten van het plangebied ligt het bedrijventerrein Parallelweg. Ten westen grenst het plangebied aan de Zegheweg. Het plangebied voor de in totaal 275 woningen omvat grofweg de gronden ten zuiden van de Spoorlaan tussen de twee houtwallen.

Figuur 6: Plangebied

ONTSLUITING De woningbouwontwikkeling Hoevelaar fase 2 wordt in de toekomstige situatie afgewikkeld op het kruispunt met de Stationsweg Oost (N224). Het verkeer dat wordt afgewikkeld op de Parallelweg wordt uiteindelijk ook op de Stationsweg Oost afgewikkeld. De Stationsweg Oost (N224) is een provinciale weg tussen de kernen Woudenberg en Scherpenzeel. Ter hoogte van het plangebied geldt op deze provinciale weg een maximumsnelheid van 50 km/u. De Stationsweg Oost (N224) sluit in oostelijke richting aan op de N226 waardoor de A12 bereikt kan worden. De nieuwe woonwijk is in de toekomstige situatie te bereiken via de vrijliggende fietspaden die gelegen zijn langs de Stationsweg Oost (N224). En fietspaden vanuit fase 1. Fietsers worden ook gescheiden van het gemotoriseerde verkeer. Vanuit het plangebied worden fietsroutes aangelegd die aansluiten op de kern en richting het buitengebied, dit nabij de Zegheweg en richting de Laagerfseweg. Tevens wordt een deel van de Zegheweg heringericht als fietsstraat. Door middel van deze fietsroutes zijn de kernen van Woudenberg, Scherpenzeel en de omgeving op veilige wijze te bereiken.

VERKEER EN PARKEREN Aan de hand van kencijfers van het CROW is voor het plangebied de verkeersgeneratie berekend. De huidige functie genereert momenteel geen verkeer. Uit de berekening blijkt dat de verkeersgeneratie maximaal 2.460 mvt/etmaal (motorbewegingen per etmaal) bedraagt. De parkeerbehoefte van de nieuwe woningen zal geheel binnen het plangebied opgevangen worden.

8/17

2.3

Cumulatie met andere projecten

De woningbouwlocatie Hoevelaar omvat in totaal de realisatie van maximaal 925 woningen in de periode tot 2030 binnen het gebied dat wordt omsloten door de provinciale weg N224, de Zegheweg en de voormalige spoordijk. De totale ontwikkeling is in het Masterplan uit 2015 toegelicht. De woningen in fase 1 worden op dit moment ontwikkeld.

Figuur 7: Deelgebieden ontwikkeling Hoevelaar

Het aantal woningen blijft in totaal ruimschoots onder de grenswaarde.

9/17

2.4

Criteria bijlage III van de EEG-richtlijn

Voor de realisatie van de beoogde woningen en herinrichting van het terrein worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Verontreiniging en hinder, optredende risico’s en eventuele gezondheidseffecten komen aan de orde in hoofdstuk 3.

10/17

3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen.

3.1

Verkeer en parkeren

Aangezien het woningbouwprogramma nog flexibel is, wordt uitgegaan van een worst-case situatie van de categorie "koop, vrijstaand". Het gehanteerde kencijfer bedraagt, op basis van de in het toetsingskader genoemde uitgangspunten, 8,2 mvt/weekdagetmaal. Voor 275 woningen bedraagt de maximale verkeersgeneratie dan 2.460 mvt/weekdagetmaal. Voor de beoordeling van de toekomstige verkeersafwikkeling is een mobiliteitstoets opgesteld. Hieruit blijkt dat de autonome en plansituatie niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Op het moment van realisatie van fase 3 zal een extra ontsluiting van Hoevelaar worden gerealiseerd op de Parallelweg ten oosten van het plangebied. Op dat moment zal er minder verkeer rechtsreeks op de Stationsweg Oost ten zuiden van fase 1 ontsluiten en neemt de intensiteit op dit gedeelte van de Stationsweg Oost af. De parkeerbehoefte van de nieuwe woningen zal geheel binnen het plangebied opgevangen worden. Het parkeren wordt voor een deel voorzien op eigen terrein van de grondgebonden woningen. Daarnaast voorziet het plan in parkeerkoffers, parkeerpleinen en parkeerplaatsen langs de openbare weg. Op basis hiervan is het aannemelijk dat binnen het plangebied voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd kan worden om in de parkeerbehoefte te voorzien.

Om te borgen dat er voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd wordt is in de regels van het bestemmingsplan een parkeerregeling opgenomen.

3.2

Geluid

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is akoestisch onderzoek uitgevoerd met als doel na te gaan of kan worden voldaan aan een (blijvend) goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen. Uit het onderzoek blijkt dat als gevolg van het wegverkeer op de gehele Zegheweg, Randweg en de Interne weg de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden. Uit het onderzoek blijkt dat als gevolg van het wegverkeer op de gehele Zegheweg, Randweg en de Interne weg de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden. Uitstralingseffect Uit de resultaten blijkt dat na de realisatie van fase 2, in het plangebied fase 1 ongeveer 3 dB toename van de geluidbelasting plaats zal vinden. Voor een toename aan verkeersbewegingen op een bestaande weg zijn geen wettelijke voorwaardes. Voor de beoordeling van het uitstralingseffect wordt aangesloten bij normstelling die de Wgh kent voor reconstructiesituaties. Daarbij geldt een geluidstoename tot 1,5 dB als acceptabel. Voor geluidstoenames tussen 2 en 5 dB zou op grond van de Wgh een hogere waarde vastgesteld moeten worden. Met een toename van 3 dB zou op grond van de Wgh hogere waarde vastgesteld moeten worden. Omdat bij eenzelfde geluidniveau voor een reconstructieonderzoek hogere waarde kan worden vastgesteld, wordt voor het uitstralingseffect deze toename aanvaardbaar bevonden.

Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.

11/17

3.3

Luchtkwaliteit

Het bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 275 woningen mogelijk, de totale ontwikkeling maximaal 925 woningen. Het aantal woningen valt onder de drempelwaarde van 1.500 woningen, die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Er wordt dan ook voldaan aan de luchtkwaliteitseisen en nader onderzoek is niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2020 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Stationsweg Oost (N224), ten zuiden van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat direct langs deze weg in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof ruimschoots onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer zijn gelegen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedragen 19,7 µg/m3 voor NO2, 20,3 voor PM10 (met 7,9 overschrijdingsdagen per jaar) en 11,5 voor PM2,5. De concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen af naar gelang de afstand tot de weg. Ter hoogte van de locatie van het plangebied is hierdoor sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

3.4

Externe veiligheid

De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. Risicorelevante bedrijven Van Apeldoorn B.V. Voor Van Apeldoorn is een QRA opgesteld. Als gevolg hiervan is geen noemenswaardige stijging van het groepsrisico waarneembaar. Gelet op de ruime afstand tussen het bedrijf en de beoogde woningen zal ook het toevoegen nieuwe woningen zeer beperkt van invloed zijn op de hoogte van het groepsrisico. Autobedrijf Van Aalten Voor het tankstation is de doorzet aan LPG beperkt tot maximaal 1.000 m3 per jaar. Voor het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar gelden de afstanden uit tabel 1. Tabel 1: Veiligheidsafstanden voor het PR, bijlage 1 van de Revi

Doorzet (m3 per jaar) Afstand (m) vanaf vulpunt Afstand (m) vanaf ondergronds Afstand (m) vanaf afleverzuil of ingeterpt reservoir 1.000 of meer 110 25 15 500 - 1000 45 25 15 Voor het groepsrisico moet rekening worden gehouden met een invloedsgebied van 150 meter. Daarnaast wordt in de Circulaire LPG-tankstations verzocht om naast het hanteren van de afstanden voor het plaatsgebonden risico bij het nemen van een nieuw ruimtelijk besluit rekening te houden met een effectafstand van 60 meter als gevolg van een fakkelbrand tot (beperkt) kwetsbare objecten. Dit wil zeggen dat deze afstand in beginsel aangehouden moet worden, maar dat gemotiveerd afwijken is toegestaan op grond van veiligheidsargumenten. Daarnaast wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 150 meter als gevolg van een BLEVE tot zeer kwetsbare objecten. De effectafstanden worden gemeten vanaf het vulpunt van het LPG-tankstation. Aangezien het tankstation op ruim 200 meter afstand van het plangebied is gelegen, wordt er ruim voldaan aan bovengenoemde afstanden.

12/17

V.O.F. F. Hazeleger Laagerfseweg 12a Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van de aanwezige opslagtank (25 meter). Andere inrichtingen liggen op dermate grote afstand van het plangebied dat deze niet relevant zijn. Vervoer van gevaarlijke stoffen Provinciale weg N224 In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) zijn vuistregels opgenomen waarmee inzicht kan worden gegeven in de risicosituatie langs transportroutes zoals de N224. Op basis van de vuistregels volgt dat 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet wordt overschreden. Hoge druk aardgastransportleidingen De hogedruk aardgasleiding W-520-01 heeft een invloedsgebied van 95 meter. Deze leiding is op circa 150 meter afstand gelegen en vormt dan ook geen belemmering. De hogedruk aardgasleiding W-520-01 ligt in het plangebied en heeft een invloedsgebied van 200 meter. Door LievenseCSO is daarom een QRA uitgevoerd. Daaruit blijkt dat het groepsrisico 0,022 * de oriëntatiewaarde bedraagt. Deze toename van het aantal personen leidt niet tot een overschrijding van de oriëntatiewaarde. Vanwege de ligging binnen het invloedsgebied van verschillende bronnen is een (beknopte) verantwoording van het groepsrisico uitgevoerd. Daaruit blijkt dat de bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid voldoende zijn. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.

De verantwoording van het groepsrisico is opgenomen in de toelichting op het bestemmingsplan.

3.5

Bodem

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in de bijlagen bij het bestemmingsplan. Uit het onderzoek blijkt dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor het voorgenomen gebruik (wonen). De onderzoeksresultaten leveren geen beperkingen op ten aanzien van het gebruik en de ontwikkeling van de locatie tot woonbestemming. Negatieve effecten door, en ten gevolge van, de beoogde ontwikkeling kunnen worden uitgesloten.

3.6

Water

Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van het oppervlakte- en grondwater worden duurzame, niet-uitloogbare materialen gebruikt, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het watersysteem ter plaatse kunnen dan ook worden uitgesloten. Voor waterberging in stedelijk gebied is volgens de uitgangspunten van het waterschap 600 m3 berging per hectare verharding nodig. De exacte inrichting van het plangebied is nog onbekend. Hierdoor is de oppervlakte verharding en benodigde watercompensatie in deze planfase lastig te bepalen. Naast de benodigde watercompensatie als gevolg van de toename in verharding dient ook het oppervlak aan te dempen watergangen gecompenseerd te worden. Het te graven oppervlak dient minimaal gelijk te zijn aan het te dempen oppervlak. In de algemene uitgangspunten notitie van het waterschap is aangegeven dat voor situaties waar in de eerste fase van het proces de exacte oppervlakte aan verharding nog onbekend is een vuistregel kan worden gehanteerd. Het waterschap adviseert om in dit geval 10% van het oppervlak van het plangebied te 'reserveren' voor waterberging. Uit de praktijk blijkt dit

13/17

vaak nodig is om de benodigde hoeveelheid water in het plangebied te kunnen vasthouden en zo de afvoer vanuit het gebied niet te laten toenemen. Door het 'reserveren' van ruimte voor waterberging (al dan niet in combinatie met groen) worden moeilijke keuzes later in het proces voorkomen. Risico’s op rampen door klimaatverandering De ontwikkeling betreft de ontwikkeling van een locatie in bestaand stedelijk gebied. Risico’s op rampen door klimaatverandering nemen ten gevolge van de beoogde ontwikkeling dan ook niet toe.

3.7

Ecologie

GEBIEDSBESCHERMING Het plangebied is buiten beschermde natuurgebieden gelegen. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien afstand kunnen tevens verstoring van het natuurgebied als verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Qua stikstofdepositie genereert het plan geen problemen, het dichtstbijzijnde stikstofgevoelig habitat ligt op een afstand van circa 14 kilometer.

SOORTENBESCHERMING Voor de realisatie van de woonwijk is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Er is een potentiële essentiële vliegroute voor vleermuizen aanwezig in het plangebied en er kan verstoring op verblijfplaatsen van vleermuizen in het onderzoeksgebied optreden. Daarnaast kan het plangebied deel uitmaken van het leefgebied van steenuil en kerkuil. Nader onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van bovengenoemde soorten is nodig. Dit onderzoek wordt in een latere fase van het plan uitgevoerd. Indien blijkt dat mitigerende maatregelen nodig zijn worden deze opgevolgd.

3.8

Cultuurhistorie en archeologie

CULTUURHISTORIE Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waardes aanwezig.

EXPLOSIEVEN

In het kader van het bestemmingsplan is een vooronderzoek uitgevoerd naar het risico op het aantreffen van conventionele explosieven in het plangebied. Het was namelijk niet bekend of er rekening gehouden dient te worden met het aantreffen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in deze gebieden. Op basis van de geraadpleegde bronnen, de beoordeling en evaluatie van de indicaties is vastgesteld dat er geen indicaties gevonden zijn die erop wijzen dat binnen het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden, waardoor conventionele explosieven in de bodem kunnen zijn achtergebleven.

ARCHEOLOGIE In verband met de beoogde ontwikkeling is een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat er in plangebied alleen archeologische waarden worden verwacht in de waterbron en op, en mogelijk rondom, de noordwestelijke en noordoostelijke dekzandkop. In figuur 8 zijn de gebieden voor nader onderzoek weergegeven.

14/17

Figuur 8: Uitsnede verdeling resultaten verkennend archeologisch onderzoek

Op basis van de resultaten het verkennend onderzoek wordt een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek worden indien gereed opgenomen in deze paragraaf. Vooralsnog worden de eventuele mitigerende maatregelen die uit dit onderzoek komen opgevolgd. Hierdoor vormt het aspect archeologie geen belemmering voor de bestemmingswijziging.

3.9

Gezondheid

Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit en verkeer blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit.

15/17

3.10 Sloop- en aanlegwerkzaamheden Gelet op de tijdelijkheid van sloop- en aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.

3.11 Mitigerende maatregelen Voor de beoogde ontwikkeling zijn mogelijk aanvullende mitigerende maatregelen noodzakelijk. Dit is afhankelijk van de resultaten van de nadere onderzoeken naar archeologie en flora en fauna. Indien mitigerende maatregelen nodig zijn, worden deze opgevolgd.

16/17

4. CONCLUSIES Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet ligt in een kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieueffecten. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is zodoende niet noodzakelijk.

17/17

Bijlage 2 Masterplan Hoevelaar

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2194/documents/43700