04 Ontwerp Bestemmingsplan Hoevelaar fase 2.pdf
Tekst van het document
HOEVELAAR FASE 2 Woudenberg bestemmingsplan 25 mei 2022
1/1
Hoevelaar fase 2
Woudenberg
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.0351.BP2021hoevelaar2‐OW01
03‐06‐2021 21‐12‐2021 25‐05‐2022
concept voorontwerp ontwerp vastgesteld
projectnummer:
035100.20201245 opdrachtleider:
I. de Feijter
Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
3
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
9
1.1
Aanleiding
9
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
9
1.3
Vigerend bestemmingsplan
10
1.4
Leeswijzer
10
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
11
2.1
Huidige situatie
11
2.2
Gewenste ontwikkelingen
11
2.3
Duurzaamheid
14
Hoofdstuk 3
Ruimtelijke beleidskader
15
3.1
Inleiding
15
3.2
Rijksbeleid
15
3.3
Provinciaal beleid
18
3.4
Gemeentelijk beleid
23
3.5
Conclusie
28
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
29
4.1
Inleiding
29
4.2
M.e.r‐beoordeling
29
4.3
Verkeer en parkeren
30
4.4
Geluid
31
4.5
Bodem
33
4.6
Bedrijven en milieuhinder
34
4.7
Milieuhinder agrarische bedrijven
36
4.8
Ecologie
37
4.9
Water
41
4.10
Luchtkwaliteit
44
4.11
Externe veiligheid
45
4.12
Kabels en leidingen
49
4.13
Archeologie en cultuurhistorie
49
Hoofdstuk 5
Juridische planbeschrijving
53
5.1
Inleiding
53
5.2
Juridische planbeschrijving
53
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
57
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
57
6.2
Economische uitvoerbaarheid
57
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
4
Bijlagen toelichting Bijlage 1
Vormvrije m.e.r.‐beoordeling
Bijlage 2
Masterplan Hoevelaar
Bijlage 3
Mobiliteitstoets
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek fase 2 en 3
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 6
Verkennend (water)bodem en asbestonderzoek
Bijlage 7
Geuronderzoek rioolgemaal
Bijlage 8
Quickscan flora en fauna
Bijlage 9
Quickscan externe veiligheid fase 1
Bijlage 10
Advies veiligheidsregio
Bijlage 11
Historisch vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten
Bijlage 12
Archeologisch onderzoek
Bijlage 13 inspraakreacties
Nota van beantwoording vooroverleg en
Bijlage 14
Beeldkwaliteitplan
Bijlage 15
Waterhuishoudkundig plan
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
5
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
93
Artikel 1
Begrippen
93
Artikel 2
Wijze van meten
98
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
99
Artikel 3
Agrarisch
99
Artikel 4
Groen
103
Artikel 5
Tuin
104
Artikel 6
Water
105
Artikel 7
Woongebied
106
Artikel 8
Leiding ‐ Gas
109
Artikel 9
Leiding ‐ Riool
111
Artikel 10
Waarde ‐ Archeologie 2
113
Hoofdstuk 3
Algemene regels
115
Artikel 11
Anti‐dubbeltelregel
115
Artikel 12
Algemene bouwregels
116
Artikel 13
Algemene gebruiksregels
117
Artikel 14
Algemene aanduidingsregels
118
Artikel 15
Algemene afwijkingsregels
119
Artikel 16
Algemene wijzigingsregels
120
Artikel 17
Overige regels
121
Hoofdstuk 4
Overgangs‐ en slotregels
123
Artikel 18
Overgangsrecht
123
Artikel 19
Slotregel
124
Bijlagen regels Bijlage 1
Standaard SvB
Bijlage 2
Staat van Horeca‐activiteiten
Bijlage 3
Besluit hogere waarden
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
6
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
TOELICHTING
9
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
De woningbouwlocatie Hoevelaar ligt ten oosten van de kern Woudenberg, binnen het gebied dat wordt omsloten door de provinciale weg N224 (Stationsweg Oost), de Zegheweg en de Spoorlaan. Het gebied zal conform het Masterplan Hoevelaar, vastgesteld in 2015, fasegewijs en organisch worden ontwikkeld. Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van de tweede fase juridisch‐planologisch mogelijk. Het betreft het realiseren van 275 woningen.
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
Hoevelaar fase 2 is het middelste gedeelte van de nieuwe woonwijk en grenst aan de zuidkant aan Hoevelaar fase 1. Ten noordoosten van het plangebied ligt het bedrijventerrein Parallelweg. Ten westen grenst het plangebied aan de Zegheweg. Het plangebied voor de in totaal 275 woningen omvat grofweg de gronden ten zuiden van de Spoorlaan tussen de twee houtwallen. In figuur 1.1 is de globale ligging van het plangebied aangegeven.
Figuur 1.1 Ligging plangebied indicatief (bron: Google Earth)
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
10
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Bebouwde Kom Woudenberg’, vastgesteld op 21 december 2017. Teven geldt ter plaatse van het plan het plangebied het bestemminsplan 'Correctieve herziening Bebouwde Kom Woudenberg', vastgesteld op 20 december 2018. Een uitsnede van het bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is weergegeven in figuur 1.2 en 1.3.
Figuur 1.2 Uitsnede bestemmingsplan 'Bebouwde Kom Woudenberg' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Figuur 1.3 Uitsnede bestemmingsplan 'Correctieve herziening Bebouwde Kom Woudenberg' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) De gronden in het plangebied zijn bestemd als 'Agrarisch'. Gedeeltelijk geldt een dubbelbestemming ter bescherming van mogelijke archeologische waarden in het gebied. In het plangebied ligt tevens een hogedruk gastransportleiding van de Gasunie die als zodanig is bestemd. Tevens geldt een dubbelbestemming Leiding ‐ Riool.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie beschreven en wordt vervolgens ingegaan op de gewenste ontwikkelingen. In hoofdstuk 3 zijn de gewenste ontwikkelingen getoetst aan het relevante rijks‐, provinciaal en gemeentelijk beleid. Vervolgens is in hoofdstuk 4 de toetsing van de gewenste ontwikkelingen aan de relevante omgevingsaspecten beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. Ten slotte is in hoofdstuk 6 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid nader toegelicht. Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
11
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Het plangebied voor de woningbouwontwikkeling Hoevelaar fase 2 ligt ten oosten van de bestaande kern Woudenberg. Het plangebied grenst aan de westzijde aan de Zegheweg. De houtwallen en watergangen vormen de noord‐ en zuidgrens van het plangebied. Ook de gronden behorend bij de Stationsweg Oost 239 zijn onderdeel van het gebied waar in de toekomst woningbouw voorzien is. De identiteit van het plangebied wordt bepaald door de agrarische gronden en de bijbehorende bebouwing in het plangebied. Kenmerkend voor dit landschap zijn de voormalige strokenverkaveling en de bomen die de perceelgrenzen aanduiden.
Figuur 2.1 Ligging plangebied Hoevelaar fase 2
2.2
Gewenste ontwikkelingen
De kern Woudenberg heeft een rijke geschiedenis en is een populaire plek om te wonen, centraal gelegen, goed ontsloten en in een fraaie afwisselende omgeving. Ten noorden van Hoevelaar fase 1 zal fase 2 tot woningbouwlocatie worden ontwikkeld. De realisatie van plan Hoevelaar is een logische stap in de ruimtelijke ontwikkeling van Woudenberg in een gebied met gewaardeerde landschappelijke en groene waarden en met veel potentie voor een zeer aantrekkelijk woon‐ en leefmilieu. De bebouwing in het westen van het plangebied wordt gehandhaafd (Stationsweg 239). Hier bevindt zich een intensieve veehouderij met fruitteelt.
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
12
Uitgangspunt is een gevarieerd woningaanbod afgestemd op de marktvraag. De vormgeving richt zich op een aantrekkelijke woonwijk in een passende dichtheid met dorpse principes waar groen en water een prominente plek krijgen. In de structuurvisie Woudenberg 2030 is de nieuwe ruimtelijke invulling van het gebied ten oosten van Woudenberg beschreven. In vervolg op de structuurvisie is het Masterplan Hoevelaar vastgesteld, zie Bijlage 2 Masterplan Hoevelaar. In het masterplan is geschetst op welke wijze de woningbouwontwikkeling Hoevelaar zal worden vormgegeven. De woningbouwlocatie Hoevelaar omvat in totaal de realisatie van maximaal 1.000 woningen in de periode tot 2030 binnen het gebied dat wordt omsloten door de provinciale weg N224, de Zegheweg en de voormalige spoordijk. Hoevelaar sluit aan op de in 2018 afgeronde nieuwbouwwijk Het Groene Woud. In figuur 2.2 is de masterplankaart afgebeeld.
Figuur 2.2 Masterplan Hoevelaar Het masterplan stelt op structuurniveau randvoorwaarden voor de ontwikkeling van het gebied. Het masterplan schetst, door middel van uitgangspunten en impressies, een beeld van de inrichtingsmogelijkheden van het gebied. Ook geeft het inzicht in de wijze waarop het gebied zich (gefaseerd) kan ontwikkelen. Het plan is geen blauwdruk maar een kaderstellend document, waarin de ruimtelijke uitgangspunten zijn vastgelegd. Het masterplan biedt de flexibiliteit om binnen het raamwerk organische ontwikkeling mogelijk te maken.
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
13
Het masterplan heeft geen juridische status, maar vormt wel het gemeentelijke beleidskader op basis waarvan het stedenbouwkundig plan en het bestemmingsplan is opgesteld. Het plangebied maakt onderdeel uit van de totaalontwikkeling van Hoevelaar als woongebied. De hoofdkenmerken en de visie van het masterplan worden vertaald in een stedenbouwkundig plan. Dit bestemmingsplan biedt het juridische kader waarin is gekozen voor een globale bestemming om ruimte te geven aan de stedenbouwkundige invulling, de locaties van de beoogde woningen en ruimtereservering voor wegen, water en groenstructuren. De hoofdstructuur voor het gemotoriseerd verkeer wordt aangesloten op de Stationsweg Oost. Vanaf deze weg wordt het plangebied voor fase 1 en 2 ontsloten. De ligging van de gasleiding in de noord‐zuid richting wordt ingepast in dit verkeerskundige raamwerk. De langzaam verkeersverbindingen worden ingevoegd om een relatie te kunnen leggen met het omringende landschap, de kern met de voorzieningen en Hoevelaar te voorzien van slingerende noord‐zuid routes waaraan de nieuwe buurten ook met elkaar verbonden kunnen worden. De bestaande houtwallen en sloten zijn oost‐west georiënteerd en vormen de noordelijke en zuidelijke grens van fase 2. Deze noordelijke grens zal in de nieuwe planvorming behouden en versterkt worden.
De huidige groenstructuren van oost naar west blijven behouden en worden versterkt. Hiernaast wordt een verticale groenverbinding toegevoegd. De sloten in het gebied worden omgezet naar traditionele singels. De Zegheweg wordt versterkt als rustige en historische route met bomenlaan. Er wordt een mix aan woningtypes gerealiseerd. De verschillende grondgebonden woningen worden afgewisseld met appartementen. Voor het gehele gebied geldt een goot‐ en bouwhoogte van respectievelijk maximaal 6 en 11 meter. In de regels is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor de realisatie van appartementengebouwen met maximaal 4 lagen. Enkel aan de oostzijde van het plangebied is deze afwijking toegestaan tot een bouwhoogte van 11 meter. Er worden 3 verschillende woonmilieus toegepast: de erven, de singels en de gaarden. Bij alle woonmilieus zijn groen en water erg belangrijk. Beeldkwaliteitplan Om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te bereiken bij de ontwikkeling van Hoevelaar, fase 2 is een beeldkwaliteitplan opgesteld, zie bijlage 14. Het beeldkwaliteitplan wordt vastgesteld als toetsingskader als onderdeel van de gemeentelijke Nota Ruimtelijke Kwaliteit, zodat de bouwplannen hieraan getoetst worden (welstandstoets).
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
14
2.3
Duurzaamheid
Expeditie Duurzaamheid gemeente Woudenberg 2014‐2018 en Oplegger Aanpak Duurzaamheid In de Expeditie Duurzaamheid gemeente Woudenberg 2014‐2018 zijn de milieu‐ en duurzaamheidsambities van de gemeente Woudenberg beschreven en wordt ook speciaal aandacht besteed aan Hoevelaar (Woudenberg Oost). De volgende ambities zijn verwoord: Hoevelaar moet duurzaam ontwikkeld worden; Duurzaamheid is uitgangspunt voor het gehele gebied, dus niet alleen voor de woningen, maar ook voor de openbare ruimte. Dit betekent dat wanneer bijvoorbeeld gestreefd wordt naar energieneutraliteit (EPC = 0), niet alleen de woningen energieneutraal moeten worden ontwikkeld, maar ook de gehele openbare ruimte; Alle specifieke kansen voor duurzaamheid moeten worden onderzocht, zoals bijvoorbeeld voor duurzame energieopwekking (zonnepanelen‐ en collectoren, WKO, zongericht bouwen, etc.), duurzaam waterbeheer (grijswatercircuit, afkoppeling etc.) en duurzame mobiliteit (aandacht voor langzaam verkeer, parkeerplaatsen etc.). Bij het uitwerken van het stedenbouwkundige plan worden de duurzaamheidsambities meegenomen en worden de duurzaamheidsmaatregelen voor de ontwikkeling uitgewerkt.
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
15
Hoofdstuk 3
3.1
Ruimtelijke beleidskader
Inleiding
De beoogde ontwikkelingen moeten getoetst worden aan het relevante rijks‐, provinciaal en gemeentelijk beleid. Hieronder is het beleid nader beschreven.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.
dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem‐verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
16
Voor dit project relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. De belangrijkste keuzes zijn: Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit Ruimte voor overgang naar een circulaire economie Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen Wonen is voor dit project het meest relevant. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets‐ en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd.
Toetsing De ontwikkeling woningbouw Hoevelaar fase 2 past binnen de nationale ambities om de omgevingskwaliteit van Nederland te versterken. Duurzame energie wordt in dit woningbouwproject ingepast met oog voor omgevingskwaliteit. 3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro) Het Barro is de juridische vertaling van het nationaal ruimtelijk beleid. Dit beleidsdocument bevat regels die doorwerken naar lagere overheden. Dit betekent dat de regels uit het Barro ook geïmplementeerd moeten worden in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Het Barro wordt gekenmerkt door een hoog abstractie‐ en schaalniveau. Het kabinet heeft vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen, bijvoorbeeld voor defensie en waterveiligheid, de bevoegdheid om algemene regels te stellen moet worden ingezet. Het gaat daarbij om het beschermen van de nationale belangen. Naar aanleiding van een advies van de Raad van State voorziet het Barro ook in een bij dit besluit behorende ministeriële regeling (Rarro). Toetsing Het Barro kent geen concrete kaders, directe uitgangspunten of uitvoeringsprogramma's die op het voorliggende bestemmingsplan en de daarin voorziene ontwikkelingen van toepassing zijn. Het plangebied ligt vanuit de Rarro in het radarverstoringsgebied van het radarstation Soesterberg.
Binnen deze zone geldt een beperking voor de hoogte van windturbines. Omdat hiervan in het plangebied geen sprake is, is de ontwikkeling ook passend binnen de Rarro. 3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en ladder voor duurzame verstedelijking Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe beter te borgen is in 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Hieruit volgt dat alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, aandacht moeten besteden aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
17
Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt voor de wijziging is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat te worden gemotiveerd in de toelichting. Toetsing De beoogde ontwikkeling voorziet in het toevoegen van maximaal 275 nieuwe woningen en betreft daarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Uit jurisprudentie blijkt dat in dit geval sprake is van een locatie buiten bestaand stedelijk gebied omdat het plangebied nu een agrarische bestemming heeft (ondanks dat de provincie het gebied heeft aangemerkt als stedelijk gebied). Beschrijving behoefte De woningbehoefte wordt jaarlijks onderzocht. Het meeste recente onderzoek is van mei 2020 (WBO Woudenberg 2020, stec groep). In de komende jaren groeit het aantal inwoners in Woudenberg van 13.170 in 2019, naar circa 16.200 inwoners in 2040. Deze groei is resultaat van natuurlijke aanwas enerzijds, en een positief migratiesaldo anderzijds.
Het aantal huishoudens groeit onder invloed van de huishoudensverdunning en een relatief sterke toename van het aantal eenpersoonshuishoudens sneller dan het aantal inwoners. In 2019 waren er in totaal 5.050 huishoudens in Woudenberg. Dit aantal groeit in 2030 naar 6.420 en in 2040 naar 7.430 huishoudens. Daarbij is er sprake van een vergrijzing van de Woudenbergse bevolking. Dit zien we aan de sterke groei van het aantal oudere huishoudens tot 2040. Omdat het aantal jonge huishoudens en hun aandeel op de totale bevolking tot 2030 nog toeneemt zal pas na 2030 sprake zijn van ontgroening. Daarmee heeft Woudenberg een unieke positie ten opzichte van andere gemeenten in Nederland waar gemiddeld sneller sprake is van ontgroening. In de sociale voorraad in Woudenberg neemt het aantal actief woningzoekenden jaarlijks toe, voornamelijk door de groei van het aantal jonge actief woningzoekenden met een laag en middeninkomen. Tegelijkertijd zijn er in 2019 minder sociale huurwoningen verhuurd ten opzichte van vorige jaren. Woningen worden in toenemende mate verhuurd aan de lage middeninkomens. De (hoge) middeninkomens in Woudenberg hebben het in de huidige woningmarkt moeilijk door de opgelopen prijzen voor woningen en strengere eisen voor het verkrijgen van een hypotheek.
Daarnaast komen de (hoge) middeninkomens door de verplichting om passend toe te wijzen steeds minder vaak in aanmerking voor een sociale huurwoning. Doordat de betaalbaarheid van koopwoningen onder druk staat is op de korte termijn vooral vraag naar betaalbare woningen voor middeninkomens. Het zal niet alleen gaan om compacte en daardoor betaalbare koopwoningen, maar in mindere mate ook om passende (midden)huurwoningen voor zowel jong als oud. Er is daarnaast ruimte voor toevoeging van woningen in het (sociale) huursegment als het midden en hogere koopsegment. Op basis van deze ontwikkelingen is de additionele woningvraag in totaal 2.245 woningen tot 2040, waarvan circa 1.115 (reguliere) grondgebonden en circa 1.130 levensloopbestendige woningen (zoals patiowoningen, benedenwoningen of appartementen met lift). Belangrijk is niet alleen de toegankelijkheid van woningen, maar ook de omgevingskwaliteit en daarmee de locatie van de woningen. De jaarlijkse behoefte komt de komende twintig uit op 50 tot 60 grondgebonden woningen en 50 tot 60 levensloopbestendige woningen. De vraag naar grondgebonden koopwoningen blijft tot 2040 dominant. Ten aanzien van levensloopbestendige woningen is er een forse behoefte in alle segmenten.
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
18
De totale additionele woningvraag voor de periode 2020‐2040 is vastgesteld op 2.245 woningen. Op basis de actuele planlijst van de gemeente Woudenberg (oktober 2020) is er voor de periode 2020‐2040 plancapaciteit voor de toevoeging van 1.744 woningen, waarvan 925 woningen in plan Hoevelaar (fase 1 t/m 3) en 500 woningen in Woudenberg Zuid Oost. Op basis hiervan is er een mogelijk plantekort van 501 woningen. In Hoevelaar fase 2 werd nog uitgegaan van 250 woningen. Inmiddels is duidelijk dat hier 275 woningen kunnen worden gerealiseerd. Motivering locatiekeuze Het is niet mogelijk om 275 grondgebonden woningen binnen het bestaand stedelijk gebied van Woudenberg te realiseren. Daarom is er voor gekozen om uit te breiden op Hoevelaar. Deze keuze is ook vastgelegd in de provinciale omgevingsvisie en verordening. Conclusie De ontwikkeling van Hoevelaar fase 2 is in de planning opgenomen en moet mede voorzien in het oplossen van de grote woningbehoefte. Er is nu onvoldoende harde plancapaciteit om in de behoefte te kunnen voorzien.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie provincie Utrecht (maart 2021) De provincie Utrecht werkt met de Omgevingsvisie en interim Omgevingsverordening. Met de interim Omgevingsverordening wordt de periode tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet overbrugd. De visie laat zien wat de provincie wil in de fysieke leefomgeving. Daarnaast bevat de Omgevingsvisie ook alle sociale aspecten die hierbij horen. Het is van belang dat iedereen mee kan doen in de samenleving (inclusieve samenleving) en de provincie wil blijven werken aan het verbeteren van de welvaart en het gezonder en veiliger maken van de leefomgeving. De komende 30 jaar pakt de provincie omvangrijke, complexe en urgente opgaven aan. Er is veel ruimte nodig voor duurzame ontwikkeling van diverse functies, zoals wonen, werken, mobiliteit, energie, recreatie, natuur en landbouw. Tegelijkertijd is het haar ambitie om de bestaande Utrechtse kwaliteiten verder te versterken. Het is belangrijk om nu al na te denken over de juiste balans tussen opgaven en Utrechtse kwaliteiten en keuzes te maken die daarvoor nodig zijn. De Omgevingsvisie van de provincie Utrecht bevat een uitwerking in thema's en in gebieden. Met zeven beleidsthema's wordt richting gegeven aan de ontwikkeling en de bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving.
In 2050 is er een inclusieve en circulaire provincie Utrecht: waarin Stad en land gezond zijn; die Klimaatbestendig en waterrobuust is; waarin Duurzame energie een plek heeft; met Vitale steden en dorpen; die Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; met een Levend landschap, erfgoed en cultuur; die een Toekomstbestendige natuur en landbouw heeft. Thema's: Vitale steden en dorpen Het thema vitale steden en dorpen is voor deze woningbouwontwikkeling het meest relevant. De locatie is in het provinciale beleid op de kaart 'Vitale steden en dorpen' aangemerkt als stedelijk gebied.
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
19
Basisprincipes voor verstedelijking Prognoses wijzen uit dat de provincie de komende decennia nog fors gaat groeien, en dat er extra ruimte nodig is om deze groei op te vangen. De toekomstige ontwikkeling van woon‐ en werklocaties wordt in samenhang bezien met bereikbaarheid, en in samenhang met de overige opgaven en kwaliteiten zoals in deze visie verwoord. Daarom hanteert de provincie bij de locatiekeuze voor nieuwe verstedelijking de volgende basisprincipes: zo veel mogelijk binnenstedelijk/binnendorps (binnen het stedelijk gebied) nabij knooppunten; daarnaast in overig stedelijk gebied; eventuele nieuwe (grootschalige) uitleg koppelen aan hoogwaardig openbaar vervoer en aan (bestaande of nieuwe) knooppunten van de belangrijkste infrastructurele corridors. In aanvulling hierop wordt onder voorwaarden ruimte geboden aan kernen voor kleinschalige uitbreiding van het stedelijk gebied om de lokale vitaliteit of ruimtelijke kwaliteit te vergroten (lokaal maatwerk). Ruimte voor wonen en leven Ambities: 2050: het realiseren van circulaire woningen of woonwijken. 2040: een sterke provincie met een duurzaam, gezond en divers woon‐ en leefklimaat. 2040: behoud en versterking van de inclusiviteit van de Utrechtse samenleving, zodat alle inwoners kunnen wonen, werken of ontmoeten waar en wanneer zij dat wensen.
2040: iedereen die in de provincie Utrecht wil wonen kan beschikken over passende woonruimte. Dit betekent onder andere een voldoende aanbod aan woningen in het sociale en middeldure segment. 2040: behoud en versterking kwaliteit van de woonomgeving; gevarieerd en met aandacht voor de openbare ruimte met groen en blauw en ruimte om te bewegen en laagdrempelige en goed bereikbare voorzieningen. 2040: het realiseren van energieneutrale woningen of woonwijken. 2030: alle nieuwbouw in de provincie Utrecht gebruikt 50% minder primaire abiotische grondstoffen. Om volledig te voldoen aan de woningbehoefte in de provincie Utrecht, is het nodig om tot 2040 in totaal nog ongeveer 165.000 woningen te bouwen. Dit is een grote opgave, die alleen kan worden gerealiseerd door als overheden onderling en met andere partners in de bouwwereld samen te werken. Voor deze opgave is al veel plancapaciteit in beeld, maar veel daarvan heeft nog de status 'zacht' en 'potentieel' en het is dus zaak om daarin keuzes te maken en te werken aan 'harde', uitvoerbare, plannen. Deze woningen kunnen voor een groot deel binnen het bestaande stedelijke gebied (van steden en dorpen) via inbreiding en transformatie worden gerealiseerd, maar niettemin verwacht de provincie dat er op de langere termijn een of meer nieuwe grootschalige woningbouwlocaties nodig zijn.
Voor de locatiekeuze voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen worden de hiervoor aangegeven basisprincipes gehanteerd, maar daarnaast staat deze onder invloed van de effecten van klimaatverandering, van bereikbaarheid, van nabijheid van functies en behoud van de leefbaarheid, van behoud van landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten, van behoud van biodiversiteit en van de energie‐infrastructuur. Omdat er nu al spanning is op de woningmarkt, is het noodzakelijk om de woningbouwproductie te versnellen.
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
20
Figuur 3.1 Woningbouwopgave (Bron: Omgevingsvisie Provincie Utrecht) Naast voldoende woningen is de kwaliteit van de te bouwen woningen belangrijk. Eenieder moet in de provincie Utrecht een woning kunnen vinden die past bij de persoonlijke voorkeur, gezinssituatie en portemonnee. Daarbij wordt gestreefd naar een inclusieve samenleving, bijvoorbeeld door menging van typen woningen en woonmilieus in stadsdelen, wijken en kernen. Omdat de koop‐ en huurprijzen van de bestaande woningvoorraad relatief hoog zijn, stuurt de provincie er op dat van de toe te voegen woningen ten minste 50% moet worden gerealiseerd in de segmenten 'middelduur' en 'sociaal'. Dit percentage wordt op regionaal niveau bezien. Om te voldoen aan de ambitie van een CO2‐neutrale provincie in 2050, is het uitgangspunt dat alle woningbouwplannen die worden gerealiseerd energieneutraal zullen zijn dan wel gebruik maken van duurzame vormen van energie. Stedelijke kwaliteit Gezien de grote ruimtevraag die op de provincie afkomt, is het zaak om zorgvuldig om te gaan met de ruimte. Een groot gedeelte van de mensen woont graag in een stedelijke of dorpse omgeving. De menging en aanwezigheid van functies zoals wonen, werken en voorzieningen draagt bij aan deze aantrekkelijkheid.
Binnen het stedelijk gebied van steden en dorpen is nog veel ruimte aanwezig die kan worden benut voor verdichting, herontwikkeling of intensivering. In de afgelopen jaren zijn er weliswaar al veel binnenstedelijke locaties ontwikkeld, maar er zijn nog steeds binnenstedelijke mogelijkheden en er komen continu nieuwe mogelijkheden bij. Door structurele economische veranderingen verliezen veel gebouwen en locaties hun oorspronkelijke functie en komen daarmee voor herontwikkeling in beeld. Deze drie aspecten maken dat de provincie primair blijft inzetten op binnenstedelijke ontwikkeling. Daarbij wordt aandacht gevraagd voor de wijze van verdichting. Om te kunnen voldoen aan de toekomstige behoefte aan wonen en werken zal in alle kernen, innovatiever en compacter moeten worden gebouwd. De mate van compactheid is afhankelijk van de locatie, en hangt ook af van hetgeen mogelijk is relatie tot de opgaven en ambities op het gebied van onder andere binnenstedelijke kwaliteit, energieneutraliteit en gezondheid. De provincie zet in op een efficiënt gebruik van de ruimte, zodat het benodigde aantal extra hectares voor de woningbouwopgave zo veel mogelijk beperkt blijft. Ook is er aandacht nodig voor de kwaliteit van de openbare ruimte: klimaatverandering en gezondheid vragen om een stedelijke omgeving waar tevens ruimte is voor groen, waaronder bomen, en blauw en voor bewegen.
Tevens wordt aandacht gevraagd voor het op peil houden van het niveau, de beschikbaarheid en de bereikbaarheid van culturele en recreatieve voorzieningen. Op die manier blijft de binnenstedelijke kwaliteit op een goed niveau. Systematiek locaties voor wonen De huidige dynamiek op de woningmarkt vraagt om meer adaptiviteit en samenwerking. Voor de woningbouwprogrammering wordt overgegaan op een gezamenlijke regionale programmering. Samen met gemeenten onderzoeken en overleggen we in regionaal verband welke woonlocaties op welk moment ontwikkeld kunnen worden om tegemoet te komen aan de vraag. Voorafgaand daaraan stellen Provinciale Staten een Kader vast voor deze regionale programmering. Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
21
In dat Kader zijn onder andere de kwantitatieve bandbreedtes per regio opgenomen, maar ook kwalitatieve ambities op het gebied van bijvoorbeeld bepaalde prijssegmenten, energieneutraliteit en klimaatadaptiviteit van de te realiseren woningen. Om goed in te kunnen spelen op mogelijke planuitval bieden de kwantitatieve bandbreedtes ook ruimte voor overprogrammering. Ten behoeve van de continuïteit van beleid zal dit kader ook een overzicht bevatten van de reeds planologisch afgewogen maar nog niet tot ontwikkeling gekomen locaties die in de programmering moeten worden meegenomen. Gemeenten nemen het initiatief om nieuwe (potentiële) woningbouwlocaties aan te dragen voor dit programma. De hoofdlijnen van deze regionale samenwerking worden door Gedeputeerde Staten opgenomen en vastgesteld in een provinciaal programma. De hoofdlijnen van deze regionale programma's worden door Gedeputeerde Staten opgenomen in een provinciaal programma. In de Omgevingsverordening is bepaald dat een omgevingsplan voor woningbouwontwikkeling moet passen binnen het provinciale programma. Voorts stelt de Omgevingsvisie regels ter borging van de Utrechtse kwaliteiten. Nieuwe locaties voor verstedelijking moeten integraal en op regionaal niveau worden bezien: er moet ook gekeken worden naar de aanwezigheid van groen en blauw ter plaatse en in de nabijheid, de bereikbaarheid en de energie‐opgave.
De provincie zet in op het stimuleren van duurzaam en circulair bouwen, slimme combinaties en 'meekoppelkansen' van deze opgaven in combinatie met de woningbouwontwikkeling. Gebieden Woudenberg ligt binnen de Regio Amersfoort en is beleidsmatig aangemerkt voor "binnenstedelijke en binnendorpse ontwikkeling". De ontwikkeling past hiermee binnen het provinciale beleid.
Figuur 3.2 Kaart Vitale steden en dorpen
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
22
3.3.2 Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht (maart 2021) Het plangebied is in de omgevingsverordening aangemerkt als Stedelijk gebied.
Figuur 3.3 Kaart wonen, werken en recreëren Artikel 9.15 Instructieregel verstedelijking 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Stedelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten voor verstedelijking. 2. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Stedelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten voor woningbouw mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken; b. de woningbouw leidt niet tot extra bodemdaling; 3. Een motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Toetsing De woningbouwontwikkeling ligt binnen stedelijk gebied, past binnen het programma wonen en werken en leidt niet tot extra bodemdaling. 3.3.3 Verordening en Beleidsregels Natuur en Landschap provincie Utrecht 2017 Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet zijn drie oude wetten, te weten de Flora‐ en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet geïntegreerd. De provincie krijgt met deze wet in belangrijke mate de regie over het natuurbeleid. Op grond hiervan is het noodzakelijk om, bij verordening, voor verschillende onderwerpen nadere regels te stellen.
In de Verordening Natuur en Landschap provincie Utrecht 2017 (VNL) staan eisen en regels voor de bescherming van gebieden, soorten en bomen en bossen (houtopstanden). De regels voor de uitvoering zijn opgenomen in de Beleidsregels Natuur en Landschap provincie Utrecht 2017 (BNL). De verordening en de beleidsregels vormen samen het Beleidskader Wet natuurbescherming van de provincie Utrecht, genaamd 'Natuurlijk Waardevol'.
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
23
In het beleidskader staan onder meer de eisen en regels om de bijzondere waarden in het landschap te beschermen. Dit zijn bijvoorbeeld natuurwetenschappelijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden. Toetsing In de Verordening zijn onder andere regels opgenomen over het vellen van houtopstanden en het dempen van watergangen. Bij werkzaamheden zal rekening worden gehouden met deze regels die verdere doorwerking hebben gekregen in de beleidsregels. Ter hoogte van het plangebied zijn beschermde kleine landschapselementen aanwezig die vorm geven aan het landschap, bepalend zijn voor de identiteit van een streek en om deze reden behouden moeten blijven.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Woudenberg 2030 (inclusief oplegger 2019) De Structuurvisie 2030 is op 23 mei 2013 door de gemeenteraad van Woudenberg vastgesteld. Met een beperkte actualisatie, in de vorm van deze oplegger is de Structuurvisie in 2019 geactualiseerd. In de structuurvisie is op hoofdlijnen de ruimtelijke inrichting en ontwikkeling van de gemeente uiteengezet. De structuurvisie is het instrument om gemeentelijke beleidskeuzen te motiveren. De visie is een richtinggevend maar niet een juridisch bindend instrument voor het bestuur. De Structuurvisie zet in op het verbinden, combineren en vernieuwen van de kwaliteiten van Woudenberg. Voor wat betreft het wonen staat het behoud van de bestaande woonkwaliteit centraal. Dit houdt in dat de gemeente voldoende woningbouwmogelijkheden wil behouden om in de eigen behoefte te voorzien. Ten aanzien van de agrarische sector wordt in de structuurvisie ingezet op voldoende uitbreidingsmogelijkheden voor bestaande bedrijven en op een sterke en multifunctionele agrarische sector. Het plangebied is in de structuurvisie aangewezen als onderdeel van de grootschalige ontwikkellocatie Woudenberg Oost waarbij de volgende visie van toepassing is: 'De toekomstige ontwikkelingen voor Woudenberg Oost hebben een zodanig ruimtebeslag dat de kern Woudenberg en Woudenberg Oost aan elkaar groeien. Daarmee verdwijnt het tussengelegen agrarisch landschap.
De N224 zal binnen de bebouwde kom komen te liggen. Deze behoud haar stroomfunctie en krijgt twee nieuwe ontsluitingen. De spoordijk en de Grebbelinie zijn belangrijke cultuurhistorische elementen in het landschap en blijven behouden bij de ontwikkeling van Woudenberg Oost. De spoordijk snijdt dwars door het gebied en begrenst het bedrijventerrein aan de westzijde. De Grebbelinie vormt de grens aan de oostzijde. Beide zijn tevens ecologische verbindingszone. Ter hoogte van Woudenberg Oost heeft de spoordijk haar functie als ecologische verbindingszone verloren en wordt er ten noorden (via de Zegheweg) en ten zuiden (onder de N224, buiten het plangebied) een bypass gemaakt naar de Grebbelinie.' In de opgave voor het gebied wordt ingezet op: Herstructurering van bedrijventerrein Parallelweg en transformatie van bedrijven op de spoorzone (bedrijven langs de spoordijk); Initiatief voor ontwikkeling van een concentratie consument georiënteerde bedrijven; Op de lange termijn uitbreiding van 20 ha bedrijventerrein; Bouw van maximaal 1.000 woningen in een nieuwe woonwijk; Ontwikkeling van een bij de bovenstaande opgaven passende verkeersontsluiting op de N224.
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
24
Figuur 3.4 Visiekaart ontwikkeling Woudenberg Oost Toetsing De voorliggende ontwikkelingen passen binnen de herstructureringsopgave van het gebied, namelijk de bouw van een nieuwe woonwijk waar maximaal 1.000 woningen worden toegevoegd. Met de aanwezigheid van de spoordijk en de Grebbelinie is waar noodzakelijk rekening gehouden in de planvorming. De locatie van de beoogde ontsluitingsweg is gelegen op de locatie zoals aangegeven in de structuurvisie.
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
25
3.4.2 Kernrandvisie Woudenberg 2030 De provincie Utrecht vraagt gemeenten kernrandzones met kwaliteit te realiseren. Middels het opstellen van een zogenaamde Kernrandvisie, kan aangeven worden welke gebieden in een kernrandzone waarom wel of niet kunnen worden ontwikkeld en hoe. Op 7 juli 2016 heeft de gemeente Woudenberg de Kernrandvisie gemeente Woudenberg 2016 vastgesteld. De kernrandvisie is een uitwerking van de Structuurvisie Woudenberg 2030. In die structuurvisie zijn de ideeën en ontwikkelingen beschreven die moeten bijdragen aan de kwaliteit van Woudenberg als kern om te wonen, te werken en te recreëren. In de kernrandvisie wordt op basis van de structuurvisie verder ingegaan op het toekomstbeeld en de kwaliteitscriteria om te beoordelen of ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan een integrale verbetering van de gebiedskwaliteit. Uitgangspunt is daarbij dat de kwaliteit van de gebieden in de kernrandzone mede bepaald en beïnvloed worden door het omliggende landschap. De gemeente Woudenberg behoort tot de Gelderse Vallei, een voornamelijk agrarisch landschap. Toetsing In de Kernrandvisie zijn vier gebieden aangewezen waar onder voorwaarden ontwikkelingen mogen plaatsvinden buiten de 'rode contour'. Eén van deze gebieden wordt gevormd door de percelen ten oosten van de Zegheweg. Deze vormen het overgangsgebied tussen de woonwijk Het Groene Woud en Hoevelaar.
De komende jaren zal het gebied Hoevelaar worden ontwikkeld tot een nieuwe woonwijk. Uitgangspunt is dat de inrichting aansluit bij het omliggende slagenlandschap en dat het buitengebied kan worden beleefd vanuit de woonwijk. 3.4.3 Woonvisie Woudenberg 2019+ (+ oplegger 2020) De Woonvisie 2019+ is op 24 januari 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. De Woonvisie is uitgewerkt aan de hand van vier focuspunten. Deze vormen samen de kern van de Woonvisie 2019+. 1. Nieuwbouw op basis van behoeften; 2. Betaalbare woningvoorraad; 3. Wonen, zorg en welzijn laten aansluiten op ambities; 4. Duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad. Op basis van het recent (2020) uitgevoerde woningbehoefteonderzoek, dat elke 2 jaar geactualiseerd wordt, blijkt dat er behoefte is aan nieuwbouw voor alle doelgroepen. In de Woonvisie is opgenomen dat er 90 – 100 woningen per jaar gerealiseerd worden. Bij projecten van meer dan 20 woningen wordt er minimaal 20% sociale huur gerealiseerd. Uit het WBO 2020 blijkt dat de woningvraag voor de komende jaren toeneemt, waarbij voor de sociale huurwoningen de vraag in eerste instantie afneemt en na 2025 weer stijgt. Om in te spelen op deze stijgende vraag wordt het aantal woningen dat per jaar gebouwd dient te worden aangepast naar 90 – 110 woningen.
Ook al is er de komende jaren sprake van een licht dalende vraag naar sociale huurwoningen, het is wenselijk vast te houden aan het streefpercentage van 20% (bij projecten van meer dan 20 woningen). Zo zijn er ook in de toekomst, wanneer de vraag weer toeneemt, voldoende sociale huurwoningen beschikbaar. In onderstaande tabel is de ontwikkelstrategie voor de aankomende plannen inzichtelijk gemaakt en is te zien welke nieuwbouwplannen er ontwikkeld worden en bij welke doelgroep deze projecten aansluiten. Tevens zijn in de tabel potentiële locaties toegevoegd. (Met 'Kern' wordt de bebouwde kom bedoeld.) Hoevelaar kan voorzien in de behoefte van alle doelgroepen.
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
26
Figuur 3.5 Tabel Potentiële voorkeurslocaties (bron: Woonvisie 2019+, oplegger 2020). Conclusie De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het realiseren van woningen in diverse typologieën en daarmee voor diverse doelgroepen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de gewenste differentiatie in woonaanbod en kan doorstroming bevorderd worden. Ook wordt voldaan aan de eis minimaal 20% sociale huurwoningen te realiseren. Hoevelaar fase 2 is onderdeel van de geplande woningbouw. In de overzichtscijfers van oktober 2020 is in de planning rekening gehouden met 250 woningen in fase 2. 3.4.4 Groenbeleidsplan De gemeente Woudenberg heeft in het groenbeleidsplan onderverdeeld in de volgende vier thema's: Klimaatadaptatie Natuur en biodiversiteit Innoveren en verduurzamen Burgerparticipatie in groenbeheer Voor klimaatadaptatie zijn de volgende ambities verwoord: Behoud van het huidige groenareaal (delen hiervan zijn wat betreft locatie uitwisselbaar). Versterken van groenstructuren en de samenwerking tussen groen en water. Bij ruimtelijke ontwikkelingen borgen van voldoende groen en water, waar mogelijk aaneengesloten en met inpassing van de oorspronkelijke situatie. Een zo optimaal mogelijke (klimaatadaptieve) functievervulling van de groeninrichting. Slim benutten van beperkte hoeveelheid buitenruimte door het combineren van functies.
Draagvlak en participatie onder inwoners en belanghebbenden voor te treffen maatregelen
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
27
Voor biodiversiteit zijn de volgende ambities verwoord. Bestaande natuurwaarden (soorten, vestigingsplaatsen en leefgebieden) beschermen en ontwikkelen. Behouden van (beschermde) natuurgebieden en landschapselementen met een hoge soortenrijkdom. De biodiversiteit verhogen zowel in de bebouwde kom als in het buitengebied. Een protocol voor aanpak van woekerende soorten (veelal invasieve exoten) waarbij geldt: bestrijden waar dit nodig is, beheersen waar dit kan. Naleving van de Wet natuurbescherming en borging hiervan in de praktijk. Behoud van belangrijke groenelementen en verbindingen (ook in relatie tot waterstructuren) bij ontwerp en uitvoering van ruimtelijke opgaven. Behoud van waardevolle groenelementen in particuliere tuinen. Voor innoveren en verduurzamen zijn de volgende ambities verwoord: Een duurzaam en gevarieerd bomenbestand. Bomen met voldoende boven‐ en ondergrondse groeiruimte. Duidelijke ‘spelregels’ ten aanzien van bomen en eigentijdse vormen van duurzame energiewinning, waaronder het toepassen van zonnepanelen op daken. Inrichting van de buitenruimte met materialen die (als grondstof) herbruikbaar zijn. Vrij te komen snoeimaterialen benutten voor duurzaam (her)gebruik. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt inzetten in het groenonderhoud. Stil en schoon werken in het groenonderhoud.
Voor Burgerparticipatie in groenbeheer zijn de volgende ambities verwoord: Besef onder inwoners van de urgentie om Woudenberg voor de toekomst gezond en veilig te houden en op welke manier zij zelf hierop positief invloed kunnen uitoefenen. Meer groene ambassadeurs onder de inwoners van Woudenberg. Voor elk groenproject in de buitenruimte bepalen of en op welke manier burgerparticipatie invulling kan krijgen en hierbij het juiste schaalniveau aanhouden: voor projecten op straatniveau betrekken van de direct omwonenden. Hiermee wordt inzichtelijk wat de verschillende belangen zijn en op welke manier het mogelijk is hier rekening mee te houden. Borgen van korte lijnen tussen inwoners en gemeente, waarbij er geen drempel bestaat voor het aanreiken van (groene) initiatieven en ideeën. Zo samen vorm geven aan burgerparticipatie, wat resulteert in meer onderling omzien naar en samenwerken met elkaar. Betrokkenheid en deelname vanuit agrariërs, landgoedeigenaren en natuurbeheerders om plannen voor het buitengebied invulling te geven. Toetsing Ter plaatse van het plangebied is sprake van de aanwezigheid van het kenmerkend landschapstype slagenlandschap. De Grebbelinie bevindt zich op basis van het Groenbeleidsplan ten oosten van het bedrijventerrein Parallelweg en daarmee ook ten oosten van plangebied.
Ten westen van het plangebied, op de grens met de ontwikkelingslocatie Het Groene Woud loopt een ecologische verbindingszone. De beoogde ontwikkelingen laten deze verbindingszone in stand.
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
28
Figuur 3.6 Uitsnede kaart Groenstructuur Woudenberg (bron: Groenbeleidsplan). De bomenrijen langs de Zegheweg zijn onderdeel van de groene hoofdstructuur. Deze bomen blijven behouden. De twee houtwallen in het gebied zijn onderdeel van de nevengroenstructuur. De praktische inrichtingsrichtlijnen voor duurzaam groenbeheer zoals opgenomen in het Groenbeleidsplan vormen voor de verdere uitwerking de basis.
3.5
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat het plan past binnen het gestelde in het nationale, provinciale en gemeentelijke beleid. De ontwikkelingen zijn niet mogelijk binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan. Voor onderhavig plan dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Het beleid staat de uitvoering van deze ontwikkeling niet in de weg.
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
29
Hoofdstuk 4
4.1
Omgevingsaspecten
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de voor dit bestemmingsplan relevante milieuaspecten beschreven. Dit hoofdstuk bevat de uitkomsten van de onderzoeken met conclusies. Voor de toetsing van het planvoornemen voor wat betreft milieuaspecten is uitgegaan van de maximale variant die planologisch mogelijk gemaakt wordt. Dit betekent dat in de onderzoeken voor wat betreft de woningbouwontwikkeling is uitgegaan van maximaal 275 woningen en waarbij de exacte locatie van wegen en woningen niet is vastgelegd op de verbeelding. Om anderzijds ook rechtszekerheid voor omwonenden en andere belanghebbenden te borgen en te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening zijn bepaalde randvoorwaarden opgenomen in de regels en de verbeelding.
4.2
M.e.r‐beoordeling
Normstelling en beleid In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer‐plichtig, projectmer‐plichtig of mer‐beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG‐richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie De omvang van de ontwikkelingen blijft ver onder de drempelwaarde van 2.000 woningen en 200.000 m² bedrijfsvloeroppervlakte die geldt voor een stedelijk ontwikkelingsproject. Wel dient een vormvrije m.e.r.‐beoordeling te worden uitgevoerd als blijkt dat er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarde uit het Besluit m.e.r. voor categorie D 11.2), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden.
Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de volgende paragrafen zijn opgenomen. Voor dit bestemmingsplan is dan ook geen mer‐procedure of mer‐beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een m.e.r‐beoordelingsnotitie opgesteld (zie bijlage 1). Op basis van deze m.e.r‐beoordelingsnotitie besluit het college van B&W besloten of een milieueffectrapportage voor de voorgenomen planontwikkeling noodzakelijk is. Dit besluit wordt bijgevoegd in bijlage PM.
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
30
4.3
Verkeer en parkeren
Normstelling en beleid De parkeerbehoefte van de ontwikkeling is bepaald op basis van de gemeentelijke parkeernormen uit het Parkeerbeleidsplan Woudenberg uit 2006. De basis van de parkeernormen opgenomen in deze nota vormen de richtlijnen gehanteerd door het CROW (ASVV 2012). Uitgangspunt bij de toepassing van de parkeernormen is een gebiedsgerichte aanpak. In plaats van afzonderlijke functies te beschouwen wordt de parkeervraag van verschillende functies met elkaar in verband gebracht. Om de parkeerbehoefte te berekenen is aangesloten bij de meest recente normen gehanteerd door het CROW (publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren', 2018). Ook de verkeersgeneratie van de ontwikkeling is bepaald op basis van deze kencijfers. Uitgangspunt hierbij is dat Woudenberg valt in de categorie "weinig stedelijk". Voor de ligging van het plangebied wordt uitgegaan van "rest bebouwde kom". Voor het berekenen van zowel de parkeernorm als de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de gemiddelde norm. Onderzoek Ontsluiting gemotoriseerd verkeer De woningbouwontwikkeling Hoevelaar fase 2 wordt in de toekomstige situatie afgewikkeld op het kruispunt met de Stationsweg Oost (N224). Het verkeer dat wordt afgewikkeld op de Parallelweg wordt uiteindelijk ook op de Stationsweg Oost afgewikkeld. De Stationsweg Oost (N224) is een provinciale weg tussen de kernen Woudenberg en Scherpenzeel.
Ter hoogte van het plangebied geldt op deze provinciale weg een maximumsnelheid van 50 km/u. De Stationsweg Oost (N224) sluit in oostelijke richting aan op de N226 waardoor de A12 bereikt kan worden. Ontsluiting langzaam verkeer De nieuwe woonwijk is in de toekomstige situatie te bereiken via de vrijliggende fietspaden die gelegen zijn langs de Stationsweg Oost (N224). En fietspaden vanuit fase 1. Fietsers worden ook gescheiden van het gemotoriseerde verkeer. Vanuit het plangebied worden fietsroutes aangelegd die aansluiten op de kern en richting het buitengebied, dit nabij de Zegheweg en richting de Laagerfseweg. Tevens wordt een deel van de Zegheweg heringericht als fietsstraat. Door middel van deze fietsroutes zijn de kernen van Woudenberg, Scherpenzeel en de omgeving op veilige wijze te bereiken. Ontsluiting openbaar vervoer Langs de Stationsweg Oost (N224) is een bushalte gelegen op circa 350 meter vanaf de toegang van het plangebied. Bij deze halte wordt gehalteerd door buslijn 80 van Syntus welke een verbinding biedt tussen Amersfoort Centraal Station ‐ Rhenen Ouwehands Dierenpark. De buslijn heeft een frequentie van twee keer per uur. Verkeersgeneratie en afwikkeling In totaal zullen maximaal 275 woningen worden ontwikkeld. Aangezien het woningbouwprogramma nog flexibel is, wordt uitgegaan van een worst‐case situatie van de categorie "koop, vrijstaand".
Het gehanteerde kencijfer bedraagt, op basis van de in het toetsingskader genoemde uitgangspunten, 8,2 mvt/weekdagetmaal. Voor 275 woningen bedraagt de maximale verkeersgeneratie dan 2.460 mvt/weekdagetmaal. De huidige intensiteit op de Stationsweg Oost (N224) tussen de Rumelaarseweg en de Laagerfseweg bedroeg in 2021 13.246 mvt/weekdagetmaal. Door de autonome groei, van 1% per jaar, bedraagt de intensiteit op dit wegvak in 2031 naar verwachting 15.926 mvt/weekdagetmaal. De toekomstige intensiteit in 2031, inclusief planontwikkeling fase 2, bedraagt op dit wegvak 18.411 mvt/etmaal.
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
31
In bijlage 3 is de mobiliteitstoets opgenomen waarin de toekomstige verkeersafwikkeling wordt beoordeeld. Hieruit blijkt dat de autonome en plansituatie niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Verkeersveiligheid In de toekomstige situatie zullen de wegen in het plangebied (fase 1 en 2) worden ingericht als erftoegangswegen. Op deze wegen deelt het fietsverkeer de rijbaan met het autoverkeer. Ter hoogte van de aansluiting met de Stationsweg Oost ligt de verkeersintensiteit op circa 5.000 mvt. Met deze intensiteiten is het nog mogelijk om fietsers en gemotoriseerd verkeer van dezelfde rijbaan gebruik te laten maken, maar de verkeersintensiteit van het gemotoriseerde verkeer is wel van dien aard dat op drukke momenten fietsers zich niet altijd veilig voelen. Om die reden is in fase 1 reeds besloten om vanaf de rotonde ten noorden van de aansluiting het fietsverkeer op een vrijliggend fietspad te leiden naar het kruispunt met de Stationsweg Oost. Hiermee is de verkeersveiligheid voor fietsers voldoende geborgd. Ook voetgangers hebben een trottoir zodat vanaf de rotonde langs het fietspad veilig gelopen kan worden in de richting van de aansluiting op de Stationsweg Oost. De verkeersveiligheid is hiermee voldoende geborgd en leidt dan ook niet tot knelpunten. Parkeren De parkeerbehoefte van de nieuwe woningen zal geheel binnen het plangebied opgevangen worden.
Het parkeren wordt voor een deel voorzien op eigen terrein van de grondgebonden woningen. Daarnaast voorziet het plan in parkeerkoffers, parkeerpleinen en parkeerplaatsen langs de openbare weg. Op basis hiervan is het aannemelijk dat binnen het plangebied voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd kan worden om in de parkeerbehoefte te voorzien. Om te borgen dat er voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd wordt is in de regels van dit bestemmingsplan een parkeerregeling opgenomen. Conclusie De ontsluiting van het plangebied is goed en de beoogde ontwikkelingen leiden niet tot een onevenredige verkeersgeneratie. Er zijn voldoende mogelijkheden voor parkeren op eigen terrein en in het openbaar gebied. Het aspect verkeer en parkeren staat de beoogde ontwikkeling dan ook niet in de weg.
4.4
Geluid
Normstelling en beleid Woningen zijn op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidsgevoelige functies waarvoor, indien deze gelegen zijn binnen de geluidszone van een gezoneerde weg, akoestisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km/uur wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder geluidszones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen of buiten stedelijke ligging. De geluidhinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day‐evening‐night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal.
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
32
Tabel 4.1 Geluidszones wegen (bron: Wet geluidhinder)
Nieuwe situaties Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen binnen de wettelijke geluidszone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. De gemeente heeft in een aantal situaties de bevoegdheid om van deze waarde van 48 dB af te wijken en een hogere grenswaarde vast te stellen tot een maximum van 53 dB tot respectievelijk 63 dB. De maximum grenswaarde van 53 dB is van toepassing indien sprake is van een buitenstedelijk gebied of van een auto(snel)weg; de maximum grenswaarde van 63 dB geldt indien sprake is van een binnenstedelijk gebied. Aftrek artikel 110g Wgh Krachtens artikel 3.4 van het Reken‐ en Meetvoorschrift Geluidhinder (RMG) 2012 mag het berekende geluidsniveau van het wegverkeer worden gecorrigeerd in verband met de verwachting dat motorvoertuigen in de toekomst stiller zullen worden. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/h geldt een aftrek van 5 dB.
Gemeentelijk beleid De gemeente Woudenberg heeft de 'Beleidsregels hogere waarden Wet geluidhinder Gemeente Woudenberg 2012' vastgesteld. Deze beleidsregels zijn de lokale uitwerking van de bevoegdheid van burgemeester en wethouders tot het vaststellen van hogere waarden voor geluid op basis van de Wet geluidhinder. In het beleid zijn voor de nieuwbouw van woningen de volgende criteria opgenomen voor het vaststellen van een hogere waarde: 1. De woningen worden gesitueerd als vervanging van bestaande bebouwing; 2. De gekozen bouwvorm of situering vervult een doelmatige functie als akoestische afscherming voor bestaande of nieuwe te bouwen geluidgevoelige bestemmingen; 3. De woningen vullen een open plaats op tussen bestaande bebouwing; 4. Het betreft een grond‐ of bedrijfsgebonden woning; 5. Het betreft verspreid liggende woningen buiten de bebouwde kom; 6. De woningen zijn opgenomen in een uitbreidings‐, inbreidings‐ of herstructureringsplan. Aanvullend moet de woningen ten minste één geluidsluwe zijde hebben en moeten buitenruimte(n) die als verblijfsruimte word(t)(en) gebruikt aan de geluidsluwe zijnde zijn gesitueerd.
Rho adviseurs voor leefruimte
035100.20201245
33
Onderzoeken In bijlage 4 is het akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai voor fase 2 en 3 opgenomen. In bijlage 5 zijn de berekeningen herzien op basis van nieuwe verkeerscijfers. Uit het onderzoek blijkt dat als gevolg van het wegverkeer op de gehele Zegheweg, Randweg en de Interne weg de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden. Uitstralingseffect interne weg In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het uitstralingseffect van de verkeersaantrekkende werking van fase 2 op de bestemming woongebied in fase 1 met geluidcontouren in beeld gebracht. Het betreft contouren die uitgaan van een intensiteit op de interne ontsluitingsweg met en zonder de realisatie van de woningen in fase 2. Gebleken is dat de intensiteit met meer dan 40% toeneemt op deze weg door de realisatie van fase 2. Bij deze verkeerstoename geldt de vuistregel, bij gelijkblijvende overige variabelen, dat de geluidbelasting met 3 dB zal toenemen. Een verdubbeling van de intensiteit is voor het gehoor geen verdubbeling van het geluid maar een toename van 3 dB. Deze toename is dusdanig gering dat deze niet wordt opgemerkt met het menselijk gehoor. Over het algemeen wordt verondersteld dat een toename van 3 dB net kan worden opgemerkt met het menselijk gehoor en dat een toename met 10 dB wordt ervaren als een verdubbeling van het geluid.