CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Herziening Hoevelaar Fase 1_ontwerp (toelichting, regels en verbeelding).pdf

Raadscommissie 12 april 2022, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 10: Vaststellen bestemmingsplan Herziening Hoevelaar fase 116.870 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

HERZIENING HOEVELAAR FASE 1 Woudenberg 20-07-2021

1/2

2/2

DATUM KENMERK

20-07-2021 NL.IMRO.0351.BP2021hoevelrhz1-ow01

PROJECT PROJECTLEIDER

Herziening Hoevelaar Fase 1 I. De Feijter

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Gemeente Woudenberg 20201245.001

AUTEUR STATUS

E. Barendregt Ontwerp

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

3

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Doelstelling en planvorming

7

1.3

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

9

2.1

Geldend bestemmingsplan en plangebied

9

2.2

Wijziging ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan

9

Hoofdstuk 3

Beleidskader

11

Hoofdstuk 4

Juridische planbeschrijving

13

4.1

Inleiding

13

4.2

Juridische planbeschrijving

13

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

17

5.1

Milieutechnische uitvoerbaarheid

17

5.2

Economische uitvoerbaarheid

17

5.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

17

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

4

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

21

Artikel 1

Begrippen

21

Artikel 2

Wijze van meten

26

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

27

Artikel 3

Bedrijf

27

Artikel 4

Groen

30

Artikel 5

Verkeer

31

Artikel 6

Water

32

Artikel 7

Woongebied

33

Artikel 8

Leiding ‐ Gas

37

Artikel 9

Waarde ‐ Archeologie 2

39

Hoofdstuk 3

Algemene regels

41

Artikel 10

Anti‐dubbeltelregel

41

Artikel 11

Algemene bouwregels

42

Artikel 12

Algemene gebruiksregels

43

Artikel 13

Algemene afwijkingsregels

44

Artikel 14

Algemene wijzigingsregels

45

Artikel 15

Overige regels

46

Hoofdstuk 4

Overgangs‐ en slotregels

47

Artikel 16

Overgangsrecht

47

Artikel 17

Slotregel

48

Bijlagen regels Bijlage 1

Standaard SvB

Bijlage 2

Staat van Horeca‐activiteiten

Bijlage 3

Besluit hogere waarden

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

TOELICHTING

7

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Het bestemmingsplan 'Hoevelaar Fase 1' is op 26 september 2019 door de gemeenteraad van Woudenberg vastgesteld. Sinds het van kracht zijn van het bestemmingsplan 'Hoevelaar fase 1' zijn enkele omissies aan het licht gekomen, die om reparatie vragen. De omissies hebben betrekking op aan‐ en bijgebouwen. Grondslag De voorliggende herziening beperkt zich tot de regels van het bestemmingsplan. De visie op de ruimtelijke ordening van Hoevelaar Fase 1 die aan het geldende bestemmingsplan ten grondslag ligt, blijft daarbij leidend. Dat geldt ook voor de conclusies voor de verschillende milieuaspecten. De planologische wijzigingen die met deze herziening mogelijk worden gemaakt, zijn van een dusdanige aard en schaal dat van milieueffecten anders dan beschreven en onderzocht in het bestemmingsplan 'Hoevelaar Fase 1' geen sprake is.

1.2

Doelstelling en planvorming

Deze herziening richt zich uitsluitend op de wijziging van de regels. De voorliggende herziening laat de bestemmingslegging uit het bestemmingsplan 'Hoevelaar Fase 1' in stand. Wel worden de planregels op enkele onderdelen aangevuld en/of gewijzigd. In hoofdstuk 2, paragraaf 2.2 wordt nader ingegaan op de wijzigingen. Voor het opstellen van herzieningen zijn geen standaarden beschikbaar. Bij herzieningen die betrekking hebben op verschillende onderdelen van de regels is het wenselijk een systematiek te hanteren die de raadpleger en diegene die de regels gaat toepassen, duidelijkheid geeft over de voorgestelde veranderingen in relatie tot de onveranderde regels. Om deze reden hebben wij voor de hierna beschreven werkwijze gekozen. Verbeelding Dit bestemmingsplan bestaat uit regels en een verbeelding die vergezeld gaan van deze toelichting. Bij het opstellen van de verbeelding is ervoor gekozen om de contouren van het hele plangebied over te nemen. De bestemmingslegging uit het bestemmingsplan 'Hoevelaar Fase 1' blijft in stand, met dien verstande dat de dubbelbestemming Waarde‐Archeologie komt te vervallen.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

8

Regels Voor de regels geldt dat de totale regels zijn opgenomen in dit plan, maar dat alleen de gemarkeerde regels deel uitmaken van deze herziening. Door deze werkwijze is in één oogopslag duidelijk hoe de aanvullingen op de regels passen in die van het 'moederplan' 'Hoevelaar Fase 1'. De wijzigingen dan wel aanvullingen/verwijderingen als gevolg van deze herziening zijn in de regels aangegeven met arceringen: een doorhaling met groene arcering voor een vervallen tekst (voorbeeld) en een gele arcering voor een toevoeging (voorbeeld). Alleen de geel of groen gemarkeerde aanpassingen maken dus juridisch‐planologisch onderdeel uit van deze parapluherziening. De niet gemarkeerde regels zijn enkel ter informatie opgenomen zodat een goed beeld ontstaat van de nieuwe regels en hoe deze ingepast zijn in de (bestaande) regels van het moederplan. In de regels is in artikel A een schakelbepaling opgenomen waarin bepaald is welke wijzingen onderdeel zijn van dit plan:  de regels van het bestemmingsplan 'Hoevelaar Fase 1' met IMRO‐code NL.IMRO.0351.BP2017hoevelaar‐vg03 zijn van toepassing op dit plan, met uitzondering van een aantal wijzigingen en toevoegingen. De wijzigingen en toevoegingen zijn in dit plan als volgt gemarkeerd: 1. verwijderingen in de regels zijn aangegeven door middel van doorhaling met groene arcering (voorbeeld); 2.

toevoegingen in de regels zijn aangegeven door middel van een gele arcering (voorbeeld).

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 3 is het planvoornemen getoetst aan het relevante rijks‐, provinciaal en gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 4 gaat in op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. Ten slotte is in hoofdstuk 5 de milieutechnische, economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid nader toegelicht.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

9

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Geldend bestemmingsplan en plangebied

Dit bestemmingsplan herziet het moederplan c.q. geldend bestemmingsplan 'Hoevelaar Fase 1' (NL.IMRO.0351.BP2017hoevelaar‐vg03), vastgesteld door de gemeenteraad op 26 september 2019. Het plangebied van deze herziening komt dan ook overeen met die van het moederplan.

Figuur 1. Uitsnede vigerend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

2.2

Wijziging ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan

Met de voorliggende herziening blijft de regeling van het bestemmingsplan 'Hoevelaar Fase 1' grotendeels ongewijzigd. Onderstaande punten zijn aangepast om de omissie ten aanzien van de regels voor aan‐ en bijgebouwen te repareren.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

10

1.

Minimale afstand voor vrijstaande en twee‐onder‐een‐kapwoningen tot aan de zijdelingse perceelsgrens In het huidige plan is voor vrijstaande en twee‐onder‐een‐kapwoningen geen minimale afstand opgenomen tot aan de zijdelingse perceelsgrens. In de regels wordt dit gerepareerd. De minimale afstand voor vrijstaande en twee‐onder‐een‐kapwoningen tot aan de zijdelingse perceelsgrens wordt 3 meter. Tevens wordt er een mogelijkheid opgenomen om hiervan af te wijken indien dit stedenbouwkundig aanvaardbaar/ wenselijk is. 2. Minimale afstand tot de voorste perceelgrens In het huidige plan is geen afstand voor woningen tot de voorste perceelgrens opgenomen. In de regels wordt dit gerepareerd. De aftand tot de voorste perceelgrens wordt 3 meter. Tevens wordt er een mogelijkheid opgenomen om hiervan af te wijken indien dit stedenbouwkundig aanvaardbaar/ wenselijk is. 3. Oppervlakte beperking voor aan‐ uit‐ en bijgebouwen binnen het bouwvlak Omdat het bouwvlak om het hele plangebied ligt, mag op dit moment zonder oppervlaktebeperking aan‐ uit en bijgebouwen gebouwd worden. Hierdoor is het bijna volledig vol bouwen van het perceel mogelijk. Aangezien dit onwenselijk is, wordt daarom de regeling aangepast zodat er een oppervlaktenbeperking geldt binnen het bouwvlak voor aan‐ uit‐ en bijgebouwen. 4.

Bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde voor de voorgevel beperken Het huidige plan kent een ruimere regelgeving voor het bouwwerken geen gebouw zijnde voor de voorgevel. De regeling wordt zo aangepast, zodat deze aansluit bij de regeling in het bestemmingsplan 'Bebouwde Kom'. 5. Ondergronds bouwen toestaan onder bebouwing Het ondergronds bouwen is nu zo geformuleerd dat het is toegestaan geheel of gedeeltelijk onder bebouwing, waardoor een kelder onder het gehele perceel zou kunnen. De regeling wordt zo aangepast dat de kelder onder het hoofdgebouw moet zitten. Tevens wordt er een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het deels buiten de bebouwing ondergronds te bouwen ten behoeve van de realisatie van parkeervoorzieningen. 6. Verplaatsing regeling voor ondergeschikte bouwdelen In huidige plan is in artikel 11.3 bepaald dat de maximale bouwhoogte overschreden kan worden voor ondergeschikte bouwdelen. Vanwege de leesbaarheid is deze bepaling verplaatst naar artikel 2 Wijze van meten. 7. Vervallen archeologische dubbelbestemming In het huidige bestemmingsplan is middels de dubbelbestemming Waarde ‐ Archeologie bepaald dat voorafgaand aan werkzaamheden archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Omdat dit onderzoek inmiddels is uitgevoerd en het gebied archeologisch is vrijgegeven komt de dubbelbestemming te vervallen. 8.

Bedrijfswoning In het huidige bestemmingsplan is middels de aanduiding bedrijfswoning binnen de bestemming Groen een bedrijfswoning toegestaan. Vanwege het belang van het groen worden de aanduiding en bijhorende bouwregels verwijderd.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

11

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke aangelegenheden. Het planvoornemen omvat vijf kleinschalige reparaties in de regels ten opzichte van het moederplan 'Hoevelaar Fase 1' van de gemeente Woudenberg. Er is geen beleid op rijks‐, provinciaal, regionaal of gemeentelijk niveau dat, gezien de aard van het plan, een belemmering vormt voor het planvoornemen.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

12

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

13

Hoofdstuk 4

4.1

Juridische planbeschrijving

Inleiding

Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen moeten in onderlinge samenhang worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot maken de bijlagen bij de toelichting en regels onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.

4.2

Juridische planbeschrijving

De juridische regeling bestaat uit vier hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk bevat de definities van begrippen die voor het algemene begrip, de leesbaarheid en uitleg van het plan van belang zijn. In dit eerste hoofdstuk is ook uitleg over de wijze van meten opgenomen. In het tweede hoofdstuk wordt op de bestemmingen en hun gebruik ingegaan. Het derde hoofdstuk gaat in op de algemene regels, zoals een algemene regel voor het gebruik van de gronden die op vrijwel alle bestemmingen van toepassing zijn. De overgangs‐ en slotregels maken onderdeel uit van het vierde hoofdstuk. 4.2.1 Inleidende regels Conform SVBP 2012 en de gemeentelijke standaard bevatten de inleidende regels artikelen met de begripsbepalingen en de wijze van meten. 4.2.2 Bestemmingsregels In deze paragraaf komen alle (enkel)bestemmingen aan de orde. Het betreft een indeling van bestemmingen in hoofdgroepen waarin de meest voorkomende functies kunnen worden ondergebracht. De indeling in hoofdgroepen maakt het raadplegen van een bestemmingsplan en het zoeken naar bepaalde functies eenvoudiger. De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is.

Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen heeft verleend. Hieronder volgt per toegepaste bestemming een korte toelichting.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

14

Artikel 3 Bedrijf De bedrijfsgronden gelegen aan de Stationsweg Oost 211‐213 en Zegheweg 6 zijn onderdeel van voorliggend bestemmingsplan. De gronden zijn bestemd ten behoeve van bedrijfsdoeleinden in de milieucategorie 1 en 2 zoals opgenomen in de bij dit bestemmingsplan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten. Ten behoeve van deze bedrijfsactiviteiten zijn onzelfstandige kantoren toegestaan. Ook mag er één bedrijfswoning, al dan niet in combinatie met ruimte voor de uitoefening van aan‐huis‐gebonden beroepen, per bedrijf aanwezig zijn ter plaatse van de daarvoor opgenomen aanduidingen. Voor de bedrijfswoning aan de Stationsweg Oost 211‐213 geldt dat deze bedrijfswoning uitsluitend op de eerste verdieping aanwezig mag zijn. Ter plaatse van de Stationsweg Oost 211‐213 is een ruim bouwvlak opgenomen met een bebouwingspercentage van 75% en een maximum bouwhoogte van 12 meter voor bedrijfsgebouwen. Ter plaatse van de Zegheweg 6 is er sprake van een bebouwingpercentage van 100% en geldt een maximum bouwhoogte van 6 meter voor bedrijfsgebouwen. Voor overkappingen geldt een lagere toegestane bouwhoogte. Artikel 4 Groen Rondom het bedrijf aan de Zegheweg 6 is een groenbestemming opgenomen om een groene zone richting de woningen te borgen.

Artikel 5 Verkeer De gronden behorend bij de Stationsweg Oost (N224) en benodigd ten behoeve van de voorziene herinrichting (met ruimte voor fietspaden, voetpaden en groenvoorzieningen) zijn bestemd als 'Verkeer'. Gebouwen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van het openbaar vervoer, nutsvoorzieningen en fietsenstallingen. Artikel 6 Water De reeds bestaande watergang op de noordgrens van het plangebied is als zodanig bestemd. Door de watergang ruim te bestemmen is een verbreding voor de benodigde waterberging mogelijk. Op deze gronden zijn bouwwerken, geen gebouwen toegestaan ten behoeve van waterhuishoudkundige voorzieningen zoals keermuren, duikers en bruggen. Artikel 7 Woongebied Ten behoeve van de gewenste flexibiliteit ten aanzien van de toekomstige inrichting van het nieuwe woongebied, is in dit bestemmingsplan gekozen voor de bestemming 'Woongebied'. De bestemming 'Woongebied' betreft een globale eindbestemming. Binnen de bestemming zijn de gronden bestemd voor woondoeleinden, maar ook voor andere doeleinden die binnen het woongebied passen, zoals wegen en paden, groenvoorzieningen, water en openbare nutsvoorzieningen. Voorzieningen ten behoeve van het opwekken, transporteren en vasthouden van duurzame energie zijn tevens expliciet toegestaan binnen deze bestemming.

Binnen de bestemming is niet gedetailleerd vastgelegd waar de woningen gesitueerd mogen worden, wel is vastgelegd dat dit er maximaal 272 mogen zijn. De andere 8 woningen om te komen tot 280 woningen zijn bestemd aan de Stationsweg Oost. Binnen de gehele bestemming zijn zowel vrijstaande, twee‐aaneen, aaneengebouwde of gestapelde woningen toegestaan, zolang deze worden gebouwd binnen het bouwvlak. Onder andere in verband met de omliggende bedrijven aan de Stationsweg Oost en de Zegheweg is het bouwvlak tussen de 5 en 15 meter teruggelegd. Voor de plaatsing van bijbehorende bouwwerken, bouwwerken geen gebouwen zijnde (zoals overkappingen) en erf‐ en terreinafscheidingen zijn regels opgenomen ten aanzien van locatie, hoogte en/of oppervlakte.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

15

Ook ten behoeve van aan‐huis‐gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijn regels opgenomen in dit bestemmingsplan. Artikel 8 Leiding ‐ Gas Binnen deze dubbelbestemming valt de leiding zelf alsmede de bebouwingsvrije zone van 4 meter die aan weerszijden van het hart van de leiding aangehouden moet worden. Op deze gronden mogen geen gebouwen en/of bouwwerken worden gerealiseerd die niet ten diensten staan van de leiding. Van deze bouwregels kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken. Hiervoor dient vooraf advies ingewonnen te worden bij de leidingbeheerder. Artikel 9 Waarde ‐ Archeologie 2 Deze dubbelbestemming is opgenomen ter bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden in het plangebied. 4.2.3 Algemene regels De algemene regels betreffen regels die voor het hele plangebied gelden en bestemmingsoverschrijdend zijn. Het gaat hierbij om de algemene bouwregels, de algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en overige regels. Artikel 10 Anti‐dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

Artikel 11 Algemene bouwregels In dit artikel zijn twee algemene regels opgenomen met betrekking tot bestaande maatvoering en ondergronds bouwen. Artikel 12 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene bepalingen over strijdig gebruik opgenomen. Artikel 13 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn algemene afwijkingsregels opgenomen met betrekking tot maatvoering, antenne‐installaties en kleine gebouwen. Artikel 14 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen ter plaatse van de bedrijfsgronden aan de Stationsweg 211‐213 en ter plaatse van een gedeelte van de bestemming Woongebied. Bij beëindiging van de bedrijfsactiviteiten en indien alle aanwezige bebouwing wordt gesloopt, mogen hier, na vaststelling van een wijzigingsplan, ook grondgebonden woningen gerealiseerd worden. Ten behoeve van een betere positionering van deze woningen is het onder andere toegestaan de bouwvlakken te wijzigen. Tevens is een algemene wijzigingsbevoegdheid opgenomen om, onder voorwaarden, de bestemmingsgrenzen te wijzigen. Artikel 15 Overige regels In dit artikel zijn bepalingen opgenomen wat betreft het moeten voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen de verschillende enkelbestemmingen.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

16

4.2.4 Overgangs‐ en slotregel In artikel 3.2.1 van het Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan. De slotregel geeft aan op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

17

Hoofdstuk 5

5.1

Uitvoerbaarheid

Milieutechnische uitvoerbaarheid

De voorliggende herziening beperkt zich tot een paar regels van het bestemmingsplan uit 2019. De planologische wijzigingen die met deze herziening mogelijk worden gemaakt, zijn van een dusdanige aard en schaal dat van milieueffecten anders dan beschreven en onderzocht in het bestemmingsplan 'Hoevelaar Fase 1' geen sprake is.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

Ingevolge het Bro heeft de gemeente de onderzoeksverplichting om de financieel‐economische uitvoerbaarheid van het plan te toetsen (artikel 3.1.6 lid 1 sub f Bro). In dit geval is het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk en is de economische uitvoerbaarheid voldoende gewaarborgd. Er wordt immers geen nieuw bouwplan mogelijk gemaakt.

5.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) wordt het concept ontwerpbestemmingsplan voor vooroverleg toegezonden aan diverse overleginstanties. Mogelijke vooroverlegreacties worden te zijner tijd in deze paragraaf behandeld. Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken zal gedurende een periode van 6 weken ter inzage liggen. Gedurende deze periode is het voor eenieder mogelijk om mondeling of schriftelijk een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan te geven. De binnengekomen zienswijzen zullen in deze paragraaf behandeld worden. Vaststelling Vervolgens stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan al dan niet gewijzigd vast. Uiteindelijk is tegen het bestemmingsplan beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

18

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

REGELS

21

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel A Toepassingsbereik Het bestemmingsplan 'Hoevelaar Fase 1' met IMRO‐code NL.IMRO.0351.BP2017hoevelaar‐vg03 (vastgesteld op 26 september 2019 ) is onverkort van toepassing op het plangebied van dit plan met NL.IMRO‐code NL.IMRO.0351.BP2021hoevelrhz1‐ow01 met uitzondering van:  verwijderingen in de regels in dit plan; deze zijn aangegeven door middel van doorhaling met groene arcering (voorbeeld);  toevoegingen in de regels in dit plan; deze zijn aangegeven door middel van een gele arcering (voorbeeld);

Artikel 1

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Herziening Hoevelaar Fase 1 met identificatienummer NL.IMRO.0351.BP2021hoevelrhz1‐ow01 van de gemeente Woudenberg. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waar gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan‐ en uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in directe verbinding staat met het hoofdgebouw en in bouwkundig opzicht te onderscheiden is en ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.6 aan‐huis‐gebonden beroep een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.7 achtererf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.8 afhankelijke woonruimte een bijbehorend bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van het huishouden uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

22

1.9 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit oude tijden. 1.10 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.11 bebouwingspercentage een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwperceel, bedrijfsperceel of bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.12 bed & breakfast het bieden van de, ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte, mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt binnen bestaande gebouwen aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.13 bedrijf een onderneming gericht op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen, verhuren, opslaan, distribueren en verhandelen van goederen, waarbij ondergeschikte detailhandel uitsluitend plaatsvindt in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende bedrijfsvoering. 1.14 bedrijfsgebouw een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf of de huisvesting van meerdere bedrijven al dan niet met gezamenlijke voorzieningen.

1.15 bedrijfsperceel een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf of de huisvesting van meerdere bedrijven al dan niet met gezamenlijke voorzieningen. 1.16 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, vanwege de bestemming van het gebouw of het terrein. 1.17 bedrijfsvloeroppervlakte de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten. 1.18 bestaande afstands‐, hoogte‐, inhouds‐ en oppervlaktematen de afstands‐, hoogte‐, inhouds‐ en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.19 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.20 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.21 bevoegd gezag het bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

23

1.22 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.23 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.24 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, met inbegrip van de begane grond met uitsluiting van de kelder. 1.25 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.26 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.27 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.28 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.29 bijbehorend bouwwerk een uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.

1.30 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten behoeve van verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps‐ of bedrijfsactiviteit en anders dan voor gebruik ter plaatse. Onder detailhandel vallen niet: afhaalpunten (locaties ten behoeve van internetdetailhandel die uitsluitend bedoeld zijn voor het afhalen of terugbrengen van goederen door de consument). 1.31 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.32 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.33 horecabedrijf een onderneming gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, waaronder niet begrepen wordt het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

24

1.34 huishouden een samenwoning van een groep mensen in gezinsverband of daarmee vergelijkbare samenstelling, waarbij geen sprake is van een van tevoren vaststaande tijdelijkheid van de samenwoning. 1.35 kantoor een gebouw of een deel van een gebouw in de vorm van een ruimtelijk en bouwkundig zelfstandige eenheid dat geheel of grotendeels in gebruik is of te gebruiken is voor bureaugebonden werkzaamheden of daaraan ondersteunende activiteiten. 1.36 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, voor zover sprake is van een inrichting type A, zoals bedoeld in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit), waarbij het maximum vloeroppervlak voor kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten 50 m² bedraagt; tot kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten wordt tevens het bieden van bed & breakfast gerekend tot een maximum van 3 kamers en internetverkoop (geen webwinkels). 1.37 kunstobject voortbrengsel van de beeldende kunst in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw zijnde.

1.38 mantelzorg langdurende zorg die wordt geboden aan iedereen die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, door personen uit diens sociale omgeving, waarbij de zorgverlening de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt, op vrijwillige, niet afdwingbare basis en buiten organisatorisch verband. 1.39 nutsvoorzieningen de voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, een buurtaccu, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.40 ondergeschikt een activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt en ten dienste is aan de volgens het bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie. De activiteit is van zulke beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang dat de functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie duidelijk herkenbaar blijft. 1.41 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.42 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport. 1.43 peil a.

Voor bouwwerken waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. In andere gevallen: het vloerpeil zoals vastgesteld door burgemeester en wethouders.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

25

1.44 prostitutie het zich beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.45 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch‐pornografische aard plaatsvinden. 1.46 Staat van Bedrijfsactiviteiten de in de bijlage bij deze regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten. 1.47 Staat van Horeca‐activiteiten de in de bijlage bij deze regels opgenomen Staat van Horeca‐activiteiten. 1.48 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel. 1.49 voorgevelrooilijn de lijn die gelijk loopt aan de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan. Van een hoofdgebouw gelegen op de hoek van twee straten moeten beide gevels van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan, gelegen aan de straatkant, gezien worden als voorgevelrooilijn(en). 1.50 woning een complex van ruimten geschikt voor de huisvesting van één huishouden.

1.51 zelfstandig kantoor een gebouw of een deel van een gebouw in de vorm van een ruimtelijk en bouwkundig zelfstandige eenheid dat geheel of grotendeels in gebruik is of te gebruiken is voor bureaugebonden werkzaamheden of daaraan ondersteunende activiteiten, met uitzondering van een ondergeschikt kantoor. 1.52 zijerf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor‐ en achtergevel. 1.53 dakkapel een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich bevindt tussen de dakgoot en de nok van het dakvlak, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst. 1.54 vloeroppervlak de oppervlakte van een ruimte of een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de begrenzende opgaande scheidingsconstructies van de afzonderlijke ruimten.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

26

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen,bouwonderdelen ten behoeve van duurzaamheid zoals zonnepanelen en windturbines (wokkels), antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 ondergeschikte bouwdelen De maximale bouwhoogte zoals bepaald in de regels mag voor het bouwen van ondergeschikte bouwonderdelen zoals liftkokers, trappenhuizen, liftschachten en ondergeschikte technische installaties en leidingen met ten hoogste 3 m worden overschreden. 2.4 breedte, lengte en diepte van een gebouw tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. 2.5 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.7 inhoud van een bouwwerk tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen, exclusief van het betrokken gebouw deel uitmakende kelders en andere ondergrondse ruimten. 2.8 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

27

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Bestemmingsregels

Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. onzelfstandige kantoren ten behoeve van de ter plaatse van de aanwezige bedrijven; c. ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf ‐ bedrijfswoning 1' en 'specifieke vorm van bedrijf ‐ bedrijfswoning 2': één bedrijfswoning per bedrijf al dan niet in combinatie met ruimte voor de uitoefening van aan‐huis‐gebonden beroepen; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf ‐ showroom en kantoor': tevens een showroom voor het bedrijf / de bedrijven danwel beperkt zelfstandige kantoorruimte; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf ‐ werkplaats uitgesloten' zijn werkplaatsen niet toegestaan; f. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein': uitsluitend ten behoeve van parkeren; g. tuinen, terreinen en erven; met daaraan ondergeschikt: h. reclame‐uitingen; i. nutsvoorzieningen; j. geluidswerende voorzieningen; k. groenvoorzieningen; l. verkeers‐ en verblijfsvoorzieningen; m. parkeervoorzieningen; n. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met de daarbij behorende: o. bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, waaronder kunstwerken en kunstobjecten.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. het maximum bebouwingspercentage binnen het bouwvlak mag per bedrijfsperceel niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)'; c. de maximum bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, niet zijnde bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; d. de maximum bouwhoogte van overkappingen bedraagt 4 m; e. in afwijking van het bepaalde onder d. geldt dat de maximum bouwhoogte van overkappingen ten behoeve van het (droog) laden en lossen van vrachtwagens 6 meter bedraagt, mits direct verbonden met het hoofdgebouw;

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

28

f.

de maximum diepte van overkappingen ten behoeve van het (droog) laden en lossen van vrachtwagens bedraagt 6 meter, mits direct verbonden met het hoofdgebouw; g. de maximum goot‐ en bouwhoogte van gebouwen (gedeeltelijk) ten behoeve van bedrijfswoningen bedragen 6 m respectievelijk 9 m; h. de bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf ‐ bedrijfswoning 2' is uitsluitend toegestaan op de eerste verdieping met een maximale inhoud van ten hoogste 150 m3; i. de gezamenlijke maximum oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen bedraagt 50 m² per bedrijfswoning; j. de maximum goot‐ en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen bedragen 3,3 m respectievelijk 5,5 m; k. de minimum afstand tussen gebouwen (inclusief overkappingen) bedraagt 3 m; l. de minimum afstand tot de achterste en zijdelingse perceelsgrens bedraagt 3 m; m. kantoren ten behoeve van de bedrijfsuitoefening worden vooraan op het perceel gebouwd, met de voorgevel georiënteerd op de openbare weg. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van erf‐ en terreinafscheidingen bedraagt 2,5 m, mits transparant uitgevoerd; b. de maximum bouwhoogte van geluidschermen bedraagt 2,3 m; c.

reclame‐uitingen mogen maximaal 0,6 m uit de gevel van een gebouw worden gebouwd; d. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt 20 m; e. het bouwen van erf‐ en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn van een bedrijfswoning (grenzend aan openbaar toegankelijk gebied) hoger dan 1 m is niet toegestaan; f. in afwijking van het bepaalde in lid e zijn erf‐ en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn (grenzend aan openbaar toegankelijk gebied) toegestaan tot een maximum bouwhoogte van 2 m indien het een erfafscheiding betreft die vanaf een hoogte van 1 m voor minimaal 50 % transparant is en, indien gewenst, van beplanting wordt voorzien. 3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Afstand tot perceelsgrenzen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in 3.2.1 onder l. voor het bouwen van gebouwen en overkappingen binnen 3 m van de achterste en zijdelingse perceelsgrenzen, mits: a. van de brandweer een positief advies is ontvangen dat het perceel te allen tijde op een andere wijze voldoende bereikbaar is voor hulpdiensten; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat‐ en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

29

3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor: a. bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen; b. geluidhinderlijke inrichtingen; c. een groothandel in consumentenvuurwerk met opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk; d. zelfstandige detailhandel; e. zelfstandige kantoren tenzij anders aangegeven op de verbeelding; f. het gebruik van bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en/of afhankelijke woonruimte; g. de opslag van oude metalen, schroot, lompen, papier, puin of vuilnis; h. de opslag van rij‐ of voertuigen die voor de sloop bestemd zijn of reeds gedeeltelijk gesloopt zijn, of de opslag van daaruit reeds gesloopte materialen; i. opslag voor de voorgevelrooilijn. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 3.1 onder a.: a. om bedrijven toe te laten in maximaal één categorie hoger dan de huidige categorie, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 3.1 onder a. genoemd; b.

om bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 3.1 onder a. genoemd.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

30

Artikel 4

Groen

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. speelvoorzieningen; c. voet‐ en fietspaden langzaamverkeersverbindingen; d. parkeervoorzieningen; e. voorzieningen ten behoeve van openbaar vervoer f. water‐ en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning': één bedrijfswoning al dan niet in combinatie met ruimte voor de uitoefening van aan‐huis‐gebonden beroepen; h. tuinen, terreinen en erven; i. geluidswerende voorzieningen; met daaraan ondergeschikt: j. nutsvoorzieningen; met de daarbij behorende: k. bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, waaronder kunstwerken en kunstobjecten. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van de bedrijfswoning gelden de volgende regels: a. de maximum goot‐ en bouwhoogte van een bedrijfswoning bedraagt 6 m respectievelijk 9 m; b. de maximum inhoud van een bedrijfswoning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken bedraagt 600 m3; c. de gezamenlijke maximum oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt 50 m² per bedrijfswoning; d. de maximum goot‐ en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning bedraagt 3,3 m respectievelijk 5,5 m. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a.

het bouwen van erf‐ en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn van een bedrijfswoning (grenzend aan openbaar toegankelijk gebied) hoger dan 1 m is niet toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde in lid a zijn erf‐ en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn (grenzend aan openbaar toegankelijk gebied) toegestaan tot een maximum bouwhoogte van 2 m indien het een erfafscheiding betreft die vanaf een hoogte van 1 m voor minimaal 50 % transparant is en, indien gewenst, van beplanting wordt voorzien; c. de maximum bouwhoogte van licht‐ en vlaggenmasten bedraagt 10 m; d. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt 3 m. Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, toegestaan, met dien verstande dat wel gebouwen en overkappingen in de vorm van voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer zijn toegestaan; b. de maximum bouwhoogte van licht‐ en vlaggenmasten bedraagt 10,0 m; c. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt 3,0 m.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

31

Artikel 5

Verkeer

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met ten hoogste 2 x 1 doorgaande rijstrook, waarbij opstelstroken en busstroken niet worden meegeteld; b. voet‐ en fietspaden; c. overige verkeers‐ en verblijfsvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: d. reclame‐ uitingen; e. nutsvoorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. parkeervoorzieningen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met de daarbij behorende: i. bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, waaronder kunstwerken en kunstobjecten. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Gebouwen en overkappingen Gebouwen en overkappingen ten behoeve van het openbaar vervoer, nutsvoorzieningen en fietsenstallingen zijn toegestaan met een maximum bouwhoogte van 3 m. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van licht‐ en vlaggenmasten bedraagt 10 m; b. de maximum bouwhoogte van reclame‐uitingen bedraagt 4 m, met dien verstande dat de maximum oppervlakte voor verlichte reclame‐uitingen 0,5 m² bedraagt; c. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt 6 m.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

32

Artikel 6

Water

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor a. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; b. groenvoorzieningen; c. bruggen en duikers; met daaraan ondergeschikt: d. recreatief medegebruik; e. kaden en oevers; met de daarbij behorende: f. bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, waaronder kunstwerken en kunstobjecten. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Op deze gronden zijn bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, toegestaan ten behoeve van waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals keermuren voor de waterbeheersing, oeverbeschoeiingen, duikers en bruggen.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

33

Artikel 7

Woongebied

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen met bijbehorende erven en in samenhang daarmee voor de uitoefening van aan‐huis‐gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; b. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel': tevens detailhandel tot 250 m2, opslag tot 50 m2 en ondergeschikte horeca tot en met categorie 1a van de bijgevoegde Staat van Horeca‐activiteiten; c. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting': tevens de hoofdontsluiting van het woongebied, waarbij de rijbanen voor autoverkeer uitsluitend het aanduidingsvlak 'ontsluiting' aan de zuidzijde mogen doorkruisen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer – rijbanen'; d. wegen en paden; e. geluidwerende voorzieningen; f. parkeervoorzieningen; g. speelvoorzieningen; h. voorzieningen ten behoeve van het opwekken, transporteren en vasthouden van duurzame energie; i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van verkeers‐ en verblijfsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterpartijen en watergangen en duurzame energie; j. wateraanvoer en ‐afvoer, waterberging en sierwater. 7.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 7.2.1 Hoofgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a.

het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is weergegeven; b. woningen mogen vrijstaand, twee‐aaneen, aaneengebouwd of gestapeld worden gebouwd; c. woningen worden binnen het bouwvlak gebouwd; d. de goot‐ en bouwhoogte van woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangeduid; e. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen dient ten minste 3,0 m te bedragen, bij aaneengebouwde woningen betreft het alleen de zijde waar het hoofdgebouw niet aaneengebouwd is; f. de afstand van voorgevels van woningen tot de voorste perceelgrens dient minimaal 3,0 m te bedragen. 7.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken, geen inclusief overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken worden gebouwd op minimaal 3 m achter de voorgevelrooilijn; b. de maximum diepte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de gevel waaraan wordt gebouwd bedraagt 3 m; c.

in afwijking van het bepaalde onder a mag vóór de voorgevel van het hoofdgebouw een bijbehorend bouwwerk worden opgericht met een maximum oppervlakte van 6,0 m² en een maximum diepte van 1,0 m, mits minimaal 1,5 m voortuin, gemeten vanaf de voorgevel van het bijbehorend bouwwerk tot het openbaar gebied, aanwezig blijft; het bijbehorend bouwwerk mag gebouwd worden aan maximaal 2/3 van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw;

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

34

d.

de gezamenlijk te bebouwen maximum oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken op het bij het hoofdgebouw behorende zij‐ en achtererf wordt bepaald aan de hand van de in de navolgende tabel opgenomen staffel, met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het gezamenlijke zij‐ en achtererf onbebouwd en onoverkapt blijft; bij het bepalen van de maximum oppervlakte wordt de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak niet meegerekend: Oppervlakte perceel (m²) Maximum oppervlakte bijbehorende bouwwerken (m²) Tot en met 300 50 Vanaf 300 tot en met 500 70 Vanaf 500 tot en met 750 80 Groter dan 750 100

e.

de maximum oppervlakte per bijbehorend bouwwerk bedraagt 50 m²;, met dien verstande dat de oppervlakte binnen het bouwvlak niet wordt meegerekend; bij meer dan twee‐aaneengebouwde woningen bedraagt de maximum goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken 3,3 m en bedraagt de maximum bouwhoogte 0,3 m boven de hoogte van de eerste verdiepingsvloer met een absoluut maximum van 4 m; in afwijking van het bepaalde onder f. bedraagt de maximum bouwhoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken aan de zijgevel van het hoofdgebouw bij meer dan twee‐aaneengebouwde woningen 5,5 m; bij vrijstaande en twee‐aaneengebouwde woningen bedragen de maximum goot‐ en bouwhoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken 3,3 m respectievelijk 5,5 m; de maximum goot‐ en bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedragen 3,3 m respectievelijk 5,5 m.; de maximum bouwhoogte van overkappingen bedraagt 3 m; de gezamenlijke maximum oppervlakte aan overkappingen bedraagt 20 m² per bouwperceel.

f.

g.

h. i. j. k.

7.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van woningen Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, ten dienste van woningen gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van erf‐ en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt 1 m; b. de maximum bouwhoogte van erf‐ en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn (niet grenzend aan openbaar toegankelijk gebied) bedraagt 2 m; c. de maximum bouwhoogte van erf‐ en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn (grenzend aan openbaar toegankelijk gebied) bedraagt 1 m; d. de maximum bouwhoogte van pergola's bedraagt 2,5 m; e. de maximum bouwhoogte van overkappingen bedraagt 3 m; f. de gezamenlijke maximum oppervlakte aan overkappingen bedraagt 20 m² per bouwperceel; g. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3 m. 7.2.4 Specifieke bouwregels a. het bouwen en/of gebruiken van woningen is uitsluitend toegestaan indien de geluidbelasting op de gevel lager of gelijk is aan: 1. de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder of; 2. de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting (de hogere waarde) ingevolge het besluit hogere waarde zoals opgenomen in bijlage 3 bij deze regels; b. in aanvulling op het bepaalde in lid a. moet de woning voorzien zijn van minimaal één geluidluwe gevel indien blijkt dat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

35

7.3 Afwijken van de bouwregels 7.3.1 Goot‐ en bouwhoogte Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 7.2.1 onder d ten behoeve van de realisatie van gestapelde woningen met een hogere goot‐ en of bouwhoogte, met dien verstande dat: a. er sprake is van ten hoogste 4 bouwlagen; b. de realisatie vanuit stedenbouwkundig oogpunt toelaatbaar is. 7.3.2 Erf‐ en terreinafscheidingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 7.2.3 onder a en c ten behoeve van hogere erfafscheidingen die liggen voor de voorgevelrooilijn respectievelijk erf‐ en terreinafscheidingen grenzend aan openbaar (toegankelijk) gebied, met dien verstande dat: a. de maximum bouwhoogte van erf‐ en terreinafscheidingen 2 m bedraagt; b. het een erfafscheiding betreft die vanaf een hoogte van 1 m voor minimaal 50 % transparant is en, indien gewenst, van beplanting wordt voorzien; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat‐ en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 7.3.3 Minimale afstand zijdelingse perceelgrens Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 7.2.1 onder e ten behoeve van de minimale afstand tot aan de zijdelingse perceelsgrens, met dien verstande dat: a. de realisatie vanuit stedenbouwkundig oogpunt toelaatbaar is.

7.3.4 Minimale afstand voorste perceelgrens Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 7.2.1 onder f ten behoeve van de minimale afstand tot aan de voorste perceelsgrens, met dien verstande dat: a. de realisatie vanuit stedenbouwkundig oogpunt toelaatbaar is. 7.4 Specifieke gebruiksregels 7.4.1 Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' komen de gronden als eerste in aanmerking voor realisatie van parkeerplaatsen ten behoeve van detailhandel.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

36

7.4.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gedeelten van de woning voor het uitoefenen van aan‐huis‐gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, voor zover: 1. aan‐huis‐gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten gerealiseerd worden buiten het hoofdgebouw; 2. het vloeroppervlak ten behoeve van kantoor‐ en praktijkruimten en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten groter is dan 30% van het vloeroppervlak van de woning, met dien verstande dat een absoluut maximum van 50 m² geldt, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken; 3. ten behoeve van de kantoor‐ en praktijkruimten en de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten niet in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien; 4. de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten een nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en gepaard gaan met horeca en detailhandel, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is aan de uitoefening van de betrokken kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. b. het gebruik van bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en/of afhankelijke woonruimte; c. het gebruik van een woning door twee of meer huishoudens.

7.5 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 7.4.2 onder a om aan‐huis‐gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toe te staan in bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat een bed & breakfast niet is toegestaan in bijbehorende bouwwerken.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

37

Artikel 8

Leiding ‐ Gas

8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding – Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een hogedrukaardgastransportleiding. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 8.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m ten dienste van de in lid 8.1 genoemde leiding; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag ‐ met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels ‐ uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 8.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 8.2 onder b, voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde die zijn toegelaten krachtens de aan de gronden gegeven bestemming dan wel gebouwen ten dienste van leiding, met dien verstande dat: a.

door de bouw en situering van het bouwwerk geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de in lid 8.1 genoemde leiding en de veiligheid niet wordt geschaad; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de desbetreffende leidingbeheerder; c. er geen kwetsbare objecten worden toegelaten. 8.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan van goederen, met uitzondering van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding; b. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten. 8.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.5.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden op de gronden met de bestemming ‘Leiding ‐ Gas’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; c. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem en het aanleggen van kabels en leidingen; e.

het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; f. het rooien van diepwortelende beplantingen en/of bomen.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

38

8.5.2 Uitzonderingen Het in lid 8.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor ontheffing is verleend, zoals in lid 8.3 bedoeld; b. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 8.5.3 Toelaatbaarheid De in lid 8.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad. Voor de verlening van de omgevingsvergunning wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder.

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245.001

39

Artikel 9

Waarde ‐ Archeologie 2

9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde ‐ Archeologie 2' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen en het behouden van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 9.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mag geen bebouwing worden opgericht, met uitzondering van: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering, of: 2. bebouwing waarvoor de grondwerkzaamheden niet dieper dan 0,3 m reiken. 9.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2 voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien: a. bebouwing plaatsvindt ter plaatse van een evident eerder verstoorde bodem, of; b.

op basis van een archeologisch vooronderzoek blijkt dat geen verstoring plaatsvindt van archeologische waarden of mogelijke verstoring van archeologische waarden kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem of het verrichten van archeologisch vervolgonderzoek. 9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1 Algemeen Het is verboden op of in gronden met de bestemming 'Waarde ‐ Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen, waaronder ontgronden, afgraven, diepploegen en het aanbrengen van leidingen, op een grotere diepte dan 0,3 m, behalve indien deze in het kader van onderzoek naar mogelijke archeologische vindplaatsen worden uitgevoerd; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het verlagen of het verhogen van het waterpeil; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een andere wijze voorwerpen in de grond drijven. 9.4.2 Voorwaarden De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 9.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. de werken of werkzaamheden plaatsvinden in een evident eerder verstoorde bodem, of; b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1681/documents/36815