CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

03d.-toezeggingen-moties-en-aanvullende-zaken.pdf

Gemeenteraad 22 september 2022, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken15.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1 Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 1 7 juni 2022

Moties, toezeggingen en aanvullende zaken

Bijlage nummer H orend bij

Ons kenmerk -

2 Eerste Halfjaarbericht 2022

Inleiding In deze bijlage wordt ingegaan op de volgende toezeggingen: 1. Toezeggingen 1. De minister zegt toe een brief aan de Kamer te sturen waarin wordt ingegaan op de opvolging van de aanbeveling van de klachtencommissievoorzitters. In deze brief zal de minister tevens ingaan op de opvolging van de aanbevelingen uit het rapport ´Verkleurde Beelden´ van de Nationale ombudsman en de vraag hoe deze opvolging verbeteringen hebben opgeleverd 2. De minister zegt de Kamer toe in het voorjaar in een brief terug te komen op de wijkagenten en haar overleg hierover met het LOVP. 3. De minister zal de Kamer in het halfjaarbericht informeren over de inzet van wijkagenten in de buitengebieden n.a.v. de motie van het lid Bisschop. 4. De minister zegt toe de evaluatie v/d gemeentelijke driehoek naar het woonprotest in Rotterdam via een brief met de TK delen. 5. De minister zegt toe de Kamer in de halfjaarberichten steeds een zo gedetailleerd mogelijk overzicht te geven van de politiecapaciteit, met cijfers voor instroom en uitstroom, het aantal agenten in opleiding, politievrijwilligers, de interne doorstroom van politievrijwillig ers en de totale formatie. Cijfers die al eerder beschikbaar zijn, worden eerder per brief aan de Kamer toegestuurd. 6.

De minister informeert de Kamer in het eerstvolgende halfjaarbericht politie over de vervolgstappen inzake de afhandeling van restschade bij politiemensen met PTSS. 7. De minister stuurt voor het commissiedebat politie in juli een brief over hoe wordt omgegaan met het advies van de commissie PTSS 8. De minister informeert de Kamer over hoe de politie omgaat met de uitkomsten uit het rapport van Bureau Beke over fatale incidenten waar de politie bij betrokken was. 9. De minister stuurt volgende week een brief met informatie over het monitoren inclusief het duiden van de cijfers met betrekking tot zeden. 10. De minister zegt toe uit te zoeken in welke regio´s het lokaal bevoegd gezag extra administratieve lasten heeft opgelegd aan agenten naast het gebruik van de Proco-app bij het uitvoeren van controles (bijv. extra formulier naast applicatie) en de bevindingen te rapporteren aan de Kamer. 11. De minister stuurt voor de zomer een brief met informatie met betrekking tot de vrijwilligers, zij-instromers en het doorstromen, met daarin concrete doelstellingen

P agina 1 van 32

12. De minister zegt toe in gesprek te gaan met de politievrijwilligersorganisaties om te kijken welke alternatieven er zijn om politievrijwilligers bij politie-eenheden te begeleiden. Voorkeur MJenV is dat zij zoveel mogelijk door de eenheden worden begeleid en ingewerkt, zodat ze er kwalitatief ook echt bij gaan horen. (begrotingsbehandeling 25 november 2021) Daarnaast wordt er ingegaan op de volgende moties:

Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 2 0 juni 2022 Ons kenmerk -

1. Motie Bisschop c.s. over bespreken hoe het aantal wijkagenten in het buitengebied uitgebreid kan worden 2. Motie De Haan c.s. over een plan van aanpak voor de capaciteitsproblemen bij de politie 3. Motie Bisschop over een plan van aanpak voor het behalen van de norm van 10% politievrijwilligers vóór eind 2027 4. Motie van het lid Bikker c.s. over 0,6 miljoen vrijmaken voor initieel onderwijs van executieve politievrijwilligers in 2022 Ten slotte wordt er ingegaan op de volgende aanvullende zaken: 2. Aanvullende zaken 1. Geweldsmiddelen politie (politiehonden & stroomstootwapen) 2. Bloostellingsonderzoek en mitigerende maatregelen bij training met semiautomatisch schoudervuurwapen DSI 3. Veiligheidsagenda 4. Sensing technologie en gezichtsherkenning 5. Rapport Algoritmes Getoetst – Criminaliteits Anticipatie Systeem 6. Vernieuwd stelsel Integriteit en interne onderzoeken 7. Realisatie Politie voor Iedereen 8. Aanpak administratieve lasten (opvolging commissie Bruins) 9. Inspectierapport hackbevoegdheid 10. WODC evaluatie preventief fouilleren

P agina 2 van 32

1. Toezeggingen & moties 1.1 Toezegging - Opvolging aanbeveling Verkleurde beelden Zoals door mijn voorganger toegezegd in het 30-leden debat over etnisch profileren ga ik in deze brief in op de opvolging van de aanbevelingen uit het rapport ´Verkleurde Beelden´van de Nationale ombudsman door de politie en de onafhankelijke klachtencommissies voor de politie en de vraag hoe deze opvolging verbeteringen hebben opgeleverd.

Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 2 0 juni 2022 Ons kenmerk -

De Nationale ombudsman heeft de laatste jaren een belangrijke rol gespeeld bij de verbetering van de klachtbehandeling door de politie, ook bij klachten over etnisch profileren. Zo heeft de Nationale ombudsman op 30 maart 2021 het rapport “Verkleurde beelden” uitgebracht. De aanbevelingen uit dit rapport worden nu door de politie toegepast in de pilot klachtbehandeling etnisch profileren. Deze pilot is in januari 2022 gestart en loopt in ieder geval tot oktober 2022. Tijdens de pilot worden bij klachten over etnisch profileren de stappen uit de klachtenprocedure gevolgd en zijn bij die stappen op advies van de Nationale ombudsman extra aandachtspunten en vragen toegevoegd. Zo krijgt de klager meer ruimte om de klacht toe te lichten en zijn of haar ervaringen te delen e n worden aan de beklaagde medewerker vragen gesteld waarom de klager is gecontroleerd. Er is meer persoonlijke aandacht voor de klager en de beklaagde én voor het vastleggen van de informatie die nodig is om van deze klachten te kunnen leren. Om beter te kunnen leren van de klacht en de klachtbehandeling wordt in de pilot samengewerkt met de vertegenwoordigers van de politienetwerken voor divers vakmanschap. Deze politiecollega’s worden bij de klachtbehandeling betrokken vanwege hun expertise en hun diverse achtergrond.

Ik heb de voorzitters van de externe klachtencommissies gevraagd of zij mogelijkheden zien om de behandeling van klachten door de politie over etnisch profileren te verbeteren en of zij mogelijkheden zien om de toegankelijkheid van en het vertrouwen in de klachtenprocedure bij de politie te vergroten, vooral als het gaat om etnisch profileren. In hun reactie geven de voorzitters aan dat het rapport van de Nationale ombudsman helpt bij de bewustwording (ook bij hen) en dat zij de aanbevelingen die aan hen zijn gericht overnemen. Eén daarvan is het goed uiteenrafelen van de klacht om zeker te zijn van de echte pijnpunten die klager heeft ervaren. De klachtencommissies geven aan daarbij heel scherp door te vragen in een streven om te bereiken da t de klager zich gehoord voelt. De voorzitters van de externe klachtencommissies geven aan dat het rapport “Verkleurde beelden” goed in beeld brengt wat de ervaringen en gevoelens zijn van zowel klager als politieambtenaar kunnen zijn. Dit draagt bij aan de bewustwording ten aanzien van deze problematiek, ook bij de klachtencommissies. Genoemde bewustwording gaat volgens de genoemde voorzitters de klachtencommissies helpen om klachten over etnisch profileren beter te behandelen, met meer inzicht in en begrip voor de gevoelens van alle betrokkenen.

Om het gesprek over professioneel controleren, diversiteit en etnisch profileren te voeren, wordt door de voorzitters van de klachtencommissies in het najaar een klachtenconferentie met dit thema georganiseerd, bedoeld voor alle leden van de klachtencommissies voor de politie alsmede voor klachtencoördinatoren en – behandelaars van de politie.

P agina 3 van 32

1.2 & 1.3 Toezeggingen wijkagenten in het buitengebied en LOVP & Motie Bisschop over wijkagenten in het buitengebied Wijkagenten in het buitengebied In de afgelopen periode heb ik herhaaldelijk met uw Kamer gesproken over de zorgen die er zijn over de aanwezigheid van de politie in de wijken, en specifiek in het buitengebied. Naar aanleiding van de begrotingsbehandeling van mijn ministerie heeft uw Kamer eind 2021 een motie aangenomen van het lid Bisschop (SGP) c.s. waarin wordt gevraagd om in het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie oplossingsrichtingen te spreken over hoe het aantal wijkagenten in het buitengebied kan worden uitgebreid.1 Deze motie heb ik in het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie van 11 april jongstleden besproken met de gezagen en politie. Daarbij heb ik ook aandacht gevraagd voor de positie van kleine gemeenten conform het verzoek van het lid Helder (PVV).

Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 2 0 juni 2022 Ons kenmerk -

Norm één wijkagent per 5.000 inwoners In eerdere brieven aan uw Kamer heb ik benadrukt dat de lokale verankering van de politie een belangrijk uitgangspunt is van de Nederlandse politie, waarvoor zij ook internationaal bekend staat.2 Deze verankering kent een lange historie en wordt geborgd binnen de 168 basisteams. In deze context is ook eerder aangegeven dat de lokale nabijheid van de politie niet uitsluitend een aangelegenheid is van de wijkagent, maar dat het hele basisteam zich inspant om in de wijken van het eigen werkgebied de best mogelijke basispolitiezorg te leveren. Wel speelt de wijkagent een sleutelrol in de verbinding tussen het basisteam en de inwoners van de wijken. Deze positie heeft ertoe geleid dat in de Politiewet 2012 is vastgelegd dat er ten minste één wijkagent is per 5.000 inwoners.3 Dit betreft een landelijke norm die geldt als gemiddelde op eenheidsniveau. Op 31 december 2021 waren er 3.603 fte aan wijkagenten (bezetting) op een formatie van 3.567 fte. Daarmee is er landelijk een overbezetting in de wijkagentfunctie van 36 fte. Afgezet tegen de 17.591.394 inwoners die Nederland op dat moment volgens de cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek telde, zouden er conform de norm van één wijkagent per 5.000 inwoners ten minste 3.518 (17.591.394 / 5.000) wijkagenten moeten zijn.

Met 3.603 wijkagenten ligt de bezetting eind 2021 dus 85 fte boven de norm. Toepassing norm binnen de eenheden De brede capaciteitsproblematiek leidt ertoe dat wijkagenten op sommige plekken minder zichtbaar zijn in de wijken en het buitengebied. Hierdoor komt meer nadruk te liggen op de norm van één wijkagent per 5.000 wijkagenten. Volgend uit de Politiewet 2012 ben ik als Minister van Justitie en Veiligheid verantwoordelijk voor de verdeling van politiecapaciteit over de politie-eenheden.4 De norm is landelijk bezien op orde. Over de verdeling van de sterkte binnen de eenheden maken de gezagen, dus de hoofdofficier van justitie en alle burgemeester in de eenheid, gezamenlijk afspraken.5 Uw Kamer vroeg mij daarom in het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie aandacht te vragen voor de norm en het aantal wijkagenten in het buitengebied. Hierop hebben de regioburgemeesters mij geïnformeerd hoe zij aankijken tegen de verbinding van

1

Kamers tukken I I 2 021/22, 3 5 925 VI, nr. 9 6 . Kamers tukken I I 2 020/21, 2 9 628, nr. 1 0 3 0; Kamerstukken I I 2 021/22, 2 9 628, nr. 1 0 51. A rtikel 3 8a Politiewet 2 012. 4 A rtikel 3 6 P olitiewet 2 012. 5 A rtikel 3 9 P olitiewet 2 012. 2 3

P agina 4 van 32

politie met de w ijk en in dat verband de toepassing van de norm van één wijkagent per 5.000 inwoners binnen de eenheden (zie hun brief in bijlage 9). Ook de regioburgemeesters ervaren vanuit hun praktijk dat de verbinding van politie met de wijk momenteel onder druk staat vanwege met name de onderbezettings- en inzetbaarheidsproblematiek in basisteams in combinatie met de grote werkvraag vanuit onder andere het domein bewaken en beveiligen. In die context geven zij aan dat de norm niet ter discussie staat. en binnen de eenheden het richtinggevende vertrekpunt is bij het verdelen van de formatie. Wel verdient de norm volgens hen enige nuancering wanneer deze binnen de eenheden wordt toegepast. Er zijn namelijk legitieme redenen te benoemen waarom deze norm niet overal behaald kán worden, zo geven zij aan. In eerste instantie is het onmogelijk om een spreekwoordelijk ‘hek’ te plaatsen rond elke 5.000 inwoners en daar een wijkagent tegenover te zetten. Bijvoorbeeld in buurtschappen gebeurt dit ook niet en wordt er door de inwoners meer waarde gehecht aan het hebben van een ‘eigen gezicht’ als wijkagent. Door met deeltijdwijkagenten te werken wordt hier invulling aan gegeven en wordt de norm in een groter gebied gehaald. Belangrijker, daarnaast, is het bewust kunnen leveren van lokaal maatwerk door het bevoegde gezag, waarbij de context bepalend is.

Er zijn wijken en buitengebieden die meer inzet vragen (dan de norm) vanwege de zich daar afspelende specifieke problematiek. Het is voor de gezagen van belang dat zij in staat blijven daar afgewogen keuzes in te kunnen maken.

Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 2 0 juni 2022 Ons kenmerk -

De regioburgemeesters onderschrijven verder dat de wijkagent essentieel is om verbinding met de wijk, haar netwerken en de maatschappelijke partners te leggen, maar benadrukken tegelijkertijd dat deze verbinding niet uitsluitend door wijkagenten wordt gerealiseerd. Een te sterkte focus op de norm van één wijkagent per 5.000 inwoners lijkt hier de ogen voor te sluiten. Zij ervaren dat de basisteams vanuit verschillende disciplines waardevolle bijdragen leveren aan het wijkgericht werken en dat juist ook waar verbinding met scholen, jeugd of horeca wordt gelegd, er waardevolle contacten ontstaan die niet per se door de wijkagent tot stand komen, maar bijvoorbeeld door agenten met een taakaccent jeugd, netwerkagenten of een agent die zich bezighoudt met een ondermijningsaanpak in de buurt. Tot slot zien zij nog dat er naast de fysieke wijk ook een online wereld ontstaat waarin veel contacten plaatsvinden. Inzet daarop vanuit de politie, ondersteunend aan onder ander de wijkagenten, draagt uiteindelijk ook bij aan de informatiepositie en het wijkwerk van politie. Samenvattend constateer ik dat er landelijk bezien (ruim) wordt voldaan aan het wettelijk minimum wijkagenten en dat deze norm in beginsel ook binnen de eenheden bij de sterkteverdeling wordt bewaakt door de gezagen, zij het dat zij ruimte hebben om de norm contextgebonden in te vullen.

Net als de regioburgemeesters, hecht ik sterk aan deze mogelijkheid om lokaal maatwerk te kunnen leveren. Een uitbreiding van het aantal wijkagenten in het buitengebied ligt mijns inziens dan bijvoorbeeld ook niet in het strikter (op meer lokaal niveau) toepassen van de norm van één wijkagent per 5.000 inwoners. Het is mijn overtuiging, net als mijn ambtsvoorganger, dat de middelen die ingevolge de motie Hermans beschikbaar zijn gesteld voor extra (digitale) agenten in de wijk en opsporing in de basisteams een wezenlijk verschil gaan maken voor de lokale nabijheid van de politie.6 Ook het buitengebied moet hier in de komende ja ren van gaan profiteren. 6

Kamers tukken I I 2 021/22, 2 9628, nr. 1 0 5 1. P agina 5 van 32

Aspiranten in formatieve operationele sterkte eenheden In hun brief gaan de regioburgemeesters ook in op de 3000 fte aspiranten die nog na de uitbreiding met de middelen uit de motie Hermans in de formatieve operationele sterkte van de eenheden worden meegeteld. Ik geef daar graag een korte toelichting bij.

Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 2 0 juni 2022 Ons kenmerk -

Sinds 2009 maken aspiranten onderdeel uit van de operationele sterkte. Destijds is besloten om aspiranten volledig mee te tellen om een betere koppeling te maken tussen fte’s en het budget. Ik heb meermaals met uw Kamer gewisseld dat het meetellen van de aspiranten in de operationele sterkte van de eenheden ook nadelen heeft. Daarom heeft het kabinet, zoals toegelicht per brief van 15 juni 2018, besloten een deel van de aspiranten formatief te plaatsen bij het Politiedienstencentrum (PDC). Dit aantal bereikt in 2022 1.066 fte. In het position paper politie is de gezamenlijke ambitie uitgesproken om bij toekomstige uitbreidingen van de operationele formatie ook (een deel van) wederom formatieplaatsen uit de eenheden in te wisselen voor formatieplaatsen voor opgeleide medewerkers en gelijktijdig de formatieplaatsen voor aspiranten te verplaatsen naar het PDC. De eerstvolgende formatieuitbreiding waarmee deze exercitie verder wordt gebracht, is de uitbreiding met 700 fte vanuit de motie Hermans. In onderstaande tabel wordt de gerealiseerde en te verwachten ontwikkeling van het aantal aspiranten in de formatie van 2018 (voor start overheveling), 2022 (nu) en 2026/2027 (de formatie -uitbreidingen met de middelen uit de motie Hermans). Let wel, de tabellen onder Toezegging 1.5 geven de bezetting van het aantal aspiranten weer, die wel bij de eenheden en niet bij he t PDC zitten.

Aspiranten in formatie OS (in fte’s)

Eenheden PDC Nat. Politie

2018 4.642

4.642

2022 3.613

2026 3.243

2027 2.873

1.066

1.457

1.827

4.679

4.699

4.699

Het benodigde aantal aspiranten verschilt van moment tot moment en van eenheid tot eenheid. Op dit moment zijn er relatief veel aspiranten, omdat de politie veel operationele medewerkers moet vervangen en een uitbreiding moet realiseren. De politie kan deze aspiranten op dit moment allemaal betalen. Gegarandeerd moet worden dat de politie ook in de toekomst altijd over genoeg aspiranten kan beschikken om te voorzien in de steeds fluctuerende vervangingsen uitbreidingsvraag. Dit vraagt om stabiele financie ring en meer flexibiliteit in de begroting. Ik zal het komende jaar verkennen welke wijzigingen daartoe nodig en mogelijk zijn in de systematiek van de politiebegroting; hierbij zal ik ook de bekostiging van de Politieacademie betrekken. Het voorgaande raakt ook aan het Besluit verdeling sterkte en middelen politie. 1.4 Toezegging - Evaluatie woonopstand Rotterdam Bij de behandeling van de begroting van mijn ministerie op 25 november 2021 heb ik u toegezegd om de evaluatie van de woonopstand bij de drieh oek van Rotterdam op te vragen zodat ik die met uw Kamer kan delen. De evaluatiebrief P agina 6 van 32

van de burgemeester van Rotterdam aan de gemeenteraad is bijgevoegd , in bijlage 4.

Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s

1.5 Toezegging - Overzicht politiecapaciteit & motie Den Haan over een plan van aanpak voor de capaciteitsproblemen bij de politie

Datum 2 0 juni 2022

Ontwikkeling operationele capaciteit De operationele politiecapaciteit bestaat uit beroepskrachten. Politievrijwilligers vormen een aparte groep. In onderstaande tabellen zijn realisatiecijfers op eenheidsniveau uitgesplitst naar operationele functies (tabel 1) en aspiranten (tabel 2).

Ons kenmerk -

In tabel 1 is te zien dat de operationele bezetting exclusief aspiranten ultimo december 2021 landelijk met 15 fte is gestegen ten opzichte van 31 december 2020. Dat is het resultaat van de zij-instroom (+1.178 fte), de instroom van afgestudeerde aspiranten uit de opleiding (+1.708 fte), verminderd met het saldo van opgeleid personeel dat doorstroomt van een operationele naar een niet operationele functie en vice-versa (-277 fte), uitstromend personeel (-2.541 fte) en werktijdverkorting (-54 fte). Zoals ook in het vorig halfjaarbericht gemeld, zijn deze cijfers met name het gevolg van de omvangrijke vervangings- en uitbreidingsopgave waar de politie momenteel voor staat. Tegelijkertijd zien we in tabel 2 dat de bezetting van aspiranten in 2021 is gestegen met 327 fte. Er begonnen 2.148 fte (incl. interne doorstroom 2.267fte) aspiranten aan de basispolitieopleiding Dat is 1.257 fte meer dan in 2020. Ten opzichte van de verwachte instroom, deze was geraamd op 2.388 aspiranten, is dat een verschil van 240 aspiranten. De verwachte uitval was in 2021 geraamd op 278 aspiranten. Uiteindelijk zijn in 2021 236 aspiranten uitgevallen. Er zijn 42 aspiranten minder uitgevallen dan was verwacht. Voor de verwachte instroom- en uitvalcijfers bij de Politieacademie voor de periode 2022 tot en met 2026 verwijs ik naar tabel 4.

Het aantal zij-instromers dat in 2021 gestart is bij de politie is 1.178 fte. Dat is 120 fte meer dan geprognosticeerd. Daarnaast zien we een totaal van 1.712 fte bij afgestudeerden en uitgaande doorstroom, waarvan 3 fte doorstroomden naar een niet operationele functie. Daarnaast werden 8 fte gewonnen met werktijdaanpassing.

P agina 7 van 32

Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 2 0 juni 2022 Ons kenmerk -

Instroom: Zij-instroom (op de PA), geplaatst bij eenheid Doorstroom (in): * van OS/NOS naar aspirant * van aspirant naar aspirant (andere eenheid Doorstroom (uit): * van aspirant naar OS/NOS (opleiding afgerond) * van aspirant naar aspirant (andere eenheid) Uitstroom: gestopt met opleiding (uitval), organisatie verlaten Werktijdeffect: * aanpassing arbeidsomvang

De realisatiecijfers over 2021 plaats ik naast de meest actuele jaarprognose voor het gehele jaar 2021 en de jaren 2022-2026. Politie maakt geen maand- of halfjaarprognoses, onder meer omdat de personeelsstromen niet lineair verlopen gedurende het jaar. Wel bespreekt de korpsleiding de personeelsstromen viermaandelijks met de eenheden. Indien er sprake is van specifieke problematiek, worden in deze gesprekken besluiten genomen over maatregelen in individuele eenheden. De onderstaande vergelijking van de realisatiecijfers en de jaarprognose geeft een indicatief beeld van de ontwikkeling van de bezetting ten opzichte van de prognose. Een definitief beeld van de realisatie ten opzichte van de prognose wordt inzichtelijk in het jaarverslag. Het korps heeft de afgelopen jaren een forse groei van de formatie doorgemaakt, van een operationele formatie van 49.803 fte in 2016 naar 51.728 eind 2021. De totale operationele bezetting valt lager uit dan de formatie, doordat het opleiden van grote aantallen nieuwe me dewerkers voor de uitbreiding van de bezetting en de vervanging van vertrekkend personeel tijd kost. Deze groeit nog door tot 2026 en zal dan 52.254 bedragen. Dit is nog exclusief de 700 fte uit de motie Hermans.

Inzoomend op de uitstroom is in tabel 3 te zien we 1.701 fte voorziene uitstroom (tegenover 1.624 geprognosticeerd) en 840 fte onvoorziene uitstroom (tegenover 804 geprognosticeerd). De politie verwacht dat de operationele bezetting en formatie in 2024-2025 weer in balans komen. Ik onderstreep dat deze verwachting is gebaseerd op de meest actuele personeelsprognose. Momenteel is er een nieuwe meerjarige personeelsprognose in ontwikkeling ter onderbouwing van de meerjarige begroting en beheersplan 2023-2027 waarin recente arbeidsmarktontwikkelingen ook bekeken worden. Indien blijkt dat het beeld op basis van de nieuwe prognose significant afwijkt van onderstaande tabel, dan kom ik hier bij uw Kamer op terug.

P agina 8 van 32

Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 2 0 juni 2022 Ons kenmerk -

In de bijlage Kerncijfers Politie bij dit halfjaarbericht vindt u informatie over de ontwikkeling van de operationele bezetting, de verdeling naar werksoorten en de GGP Plan van Aanpak Politiecapaciteit (Motie Den Haan) Tijdens de begrotingsbehandeling van mijn ministerie in november jl. hebben de leden Den Haan, Kathmann, Azarkan en Omtzigt een motie ingediend waarin de regering wordt verzocht om te komen met een plan van aanpak om de capaciteitsproblemen bij de politie op te lossen en uw Kamer daarover te informeren. Mijn ministerie en het korps hebben de afgelopen jaren zowel landelijk, regionaal als lokaal allerhande maatregelen/initiatieven genomen om het capaciteitsvraagstuk aan te pakken. Eén van de belangrijkste maatregelen in dit verband is het uitbreiden van de formatie. Zoals bij uw Kamer bekend heeft het kabinet Rutte III gezorgd voor een uitbreiding van de formatie met 2400 fte , die momenteel in achtereenvolgende cohorten worden opgeleid. Deze aspiranten komen bovenop de aspiranten die worden opgeleid voor de vervangingsvraag, die momenteel extra groot is vanwege een piek in de leeftijdsgebonden uitstroom. Vanuit de motie Hermans komen daar nog eens 700 fte bij, die vanaf 2024 zullen worden opgeleid, mede ingegeven door het absorptievermogen van de Politieacademie.

Een andere belangrijke maatregel is het inkorten van de basispolitieopleiding (niveau 4) van 3 naar 2 jaar. Dit laatste is mogelijk door het onderwijs op een andere manier te organiseren, alsmede door intensiever gebruik te maken van

P agina 9 van 32

digitale leermiddelen 7, waardoor politiemensen een jaar eerder als volledig opgeleide beroepskracht ingezet kunnen worden voor de uitvoering van de politietaak. Verder zijn in opdracht van de korpschef landelijke maatregelen afgekondigd om de rooster- en werkdruk binnen de gebiedsgebonden politie te verlichten. Voorbeelden van maatregelen met effect op de korte termijn zijn: solidariteitsdiensten door collega’s van buiten de gebiedsgebonden politiezorg; werkzaamheden van de basisteams die opgepakt worden door andere onderdelen zoals de regionale servicecentra (RSC’s) en de Dienst Infra; teamoverschrijdend plannen; breder opleiden van (niveau 2-opgeleide) assistenten naar de functie van medewerker GGP om hen daarmee breder inzetbaar te maken voor de basisteams. Daarnaast zijn er nog maatregelen getroffen die naar verwachting op de middellange of lange termijn effect zullen sorteren. Hierover bent u uitgebreid geïnformeerd in het halfjaarbericht van december 2021.8 De landelijke maatregelen zijn bottom-up tot stand gekomen, via een proces waarin vanuit alle eenheden en portefeuilles is meegedacht en een groot beroep is gedaan op de creativiteit en inventiviteit van eenieder. Het is nu zaak dat de energie wordt gericht op het uitvoeren en waar nodig het verder uitwerken van al deze maatregelen en initiatieven.

Bij het nemen van maatregelen ligt het zwaartepunt in de eenheden, zodat steeds die maatregelen worden getroffen die het best passen bij de lokale situatie en problematiek.

Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 2 0 juni 2022 Ons kenmerk -

Capaciteitsmanagement lost capaciteitsproblemen niet op, maar helpt wel om vraag en aanbod beter in kaart te brengen. De korpschef werkt daarom continu aan de professionalisering van het capaciteitsmanagement. Bij de politie is momenteel de Basisvoorziening Capaciteitsmanagement (BVCM) in gebruik als rooster-applicatie. Dit systeem is verouderd. Er loopt momenteel een gunningstraject om een nieuw systeem aan te schaffen. Het streven is om dit systeem halverwege 2023 operationeel te hebben. Een nieuw – modern – capaciteitsmanagementsysteem stelt de politie in staat om eenduidig vraag naar politiecapaciteit en het aanbod ervan in kaart te brengen. Het systeem zal ook het proces van tactisch capaciteitsmanagement ondersteunen. Om de organisatie voor te bereiden op de komst van dit systeem en dit ten volle te kunnen benutten is momenteel het programma CM 3.0 actief. In dit programma worden de lijnen van proces (tactisch CM), systeem en gedrag samengebracht om zo toe te werken naar een constant lerende organisatie ten aanzien van capaciteitsmanagement. Uiteindelijk draait de inzet van politiecapaciteit om keuzes. O p de diverse niveaus (regionaal/landelijk) in de organisatie zijn CM-tafels ingericht.

Binnen deze overlegstructuur overleggen leidinggevenden, daarbij geadviseerd door medewerkers van de afdelingen Planning & Capaciteitsmanagement, over de uitdagingen bij het in balans brengen van vraag en aanbod. Dit draagt bij aan een transparanter keuzeproces. Hierdoor kunnen politiechefs en teamchefs zo goed mogelijk onderbouwd een advies voorleggen aan het lokale gezag voor de keuzes die zij moeten maken. Het lokaal gezag z al altijd keuzes moeten maken voor de inzet van politiecapaciteit. In tijden van onderbezetting zullen die keuzes echter scherper zijn dan anders. In reactie op de Motie Den Haan heb ik op een rij gezet wat zowel het vorige als het huidige kabinet en de korpschef doen om de capaciteitsproblematiek bij de 7 8

Kamers tukken I I, 2 0 21-2022, 2 9 6 28 nr. 1 0 5 1. Kamers tukken I I 2 021-2022, 2 9 628 nr. 1 0 53. P agina 10 van 32

politie aan te pakken voor de komende 3 jaar. In 2024-2025 zal de formatie en bezetting in het merendeel van de eenheden naar verwachting weer in balans zijn. Met de reeds getroffen maatregelen, waarvan ik enkele in deze reactie onder uw aandacht breng, zit de politie aan het maximaal haalbare qua absorptievermogen, spankracht en implementatievermogen. 1.6 & 1.7 Toezeggingen inzake Stelsel beroepsgerelateerd letsel en de afwikkeling van de restschadezaken

Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 2 0 juni 2022 Ons kenmerk -

Ik acht het van groot belang dat politiemedewerkers die als gevolg van hun werk te maken hebben met letsel gehoord en geholpen worden. Dit geldt in het bijzonder voor (voormalig) agenten die kampen met PTSS. Daarom wordt in nauwe afstemming met de politie, de vakorganisaties en de Centrale Ondernemeningsraad van de politie hard gewerkt aan de realisatie van een nieuw stelsel beroepsgerelateerd letsel. In het nieuwe stelsel ligt de nadruk meer op preventie en de zorg en begeleiding die nodig zijn voor herstel en re-integratie. In navolging op de Kamerbrieven van 23 april 2020 9, 14 oktober 2020 10, 18 december 2020 11, 12 maart 2021 12, het halfjaarbericht van 4 juni 2021 13, en de meest recente brieven van 29 juni 2021 14 en 19 november 2021 15, informeer ik uw Kamer over de actuele stand van zaken en vervolgstappen rondom de invoering van het stelsel en de afwikkeling van lopende restschadezaken. Daarnaast heb ik u in het Commissiedebat van 11 mei 2022 toegezegd om u te informeren over de opvolging van het eerste a dvies van de Commissie van Advies Restschade Afwikkeling Politie.16 In de Kamerbrief van 23 april 2020 is aangegeven dat de schadevergoeding gebaseerd zal worden op de normen uit het civiel recht. De doorvertaling van het civiele recht naar de publiekrechtelijke rechtspositie vereist nauwkeurigheid en zorgvuldigheid ten bate van de zorg voor de politiemedewerker.

De uitwerking hiervan heeft langer geduurd dan in eerste instantie werd verwacht. Recent is echter tussen de werkgever, vakorganisaties en de CO R overeenstemming bereikt over de hoofdlijnen van schadevaststelling- en afwikkeling. Hiervoor is door de betrokken partijen constructief en intensief samengewerkt. Parallel aan de besluitvorming door de sociale partners over het totale stelsel, naar verwachting in juli 2022, wordt de regelgeving uitgewerkt en de uitvoering voorbereid. Gezien het belang van een goede uitvoering van het nieuwe stelsel is met de politievakorganisaties afgesproken dat zij en de Centrale Ondernemingsraad de voorbereidingen nauwgezet zullen volgen. Stand van zaken lopende restschadezaken Zoals ook in mijn vorige brief gemeld, worden lopende (restschade)zaken op dit moment afgedaan conform de richtlijn van de politie. De contouren van het nieuwe stelsel vormen hierbij het uitgangspunt. De politie heeft 216 lopende dossiers in behandeling genomen. Daarvan zijn inmiddels 137 dossiers afgerond. In 132 van de 137 gevallen is overeenstemming bereikt over een minnelijke schikking. Met vijf betrokkenen is geen overeenstemming bereikt over de 9

Kamers tukken I I, 2 0 19-2020, 2 9 6 28, nr. 9 4 5 Kamers tukken I I, 2 0 20-2021, 2 9 6 28, nr. 9 8 3 11 Kamers tukken I I, 2 0 20-2021, 2 9 6 28, nr. 9 9 3 12 Kamers tukken I I, 2 0 20-2021, 2 9 6 28, nr. 1 0 0 8 13 Kamers tukken I I, 2 0 20-2021, 2 9 6 28, nr. 1 0 1 5 14 Kamers tukken I I, 2 0 21-2022, 2 9 6 28, nr. 1 0 3 1 15 Kamers tukken I I, 2 0 21-2022, 2 9 6 28, nr. 1 0 5 1 16 Kamers tukken I I, 2 0 21-2022, 2 9 6 28, nr. 1 0 9 4 10

P agina 11 van 32

minnelijke schikking. 48 restschadezaken zijn van de lijst afgevoerd om diverse redenen. Momenteel zijn nog 31 dossiers in behandeling. Advies Commissie van Advies Restschade Afwikkeling Politie In juli 2021 is een Commissie van Advies Restschade Afwikkeling Politie (CARAP) samengesteld.17 Betrokkenen kunnen zich wenden tot deze commissie als zij met de werkgever geen overeenstemming hebben bereikt over het voorstel voor de afwikkeling van hun lopende (restschade) zaak. Hierbij kan het ook gaan over zaken waarin reeds uitgekeerd smartengeld in het voorstel is betrokken. Sinds november 2021 neemt deze commissie zaken in behandeling. Tot op heden hebben zeven betrokkenen zich tot de commissie gewend. In drie zaken heeft de commissie inmiddels advies uitgebracht.

Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 2 0 juni 2022 Ons kenmerk -

Eén van deze adviezen is onder mijn aandacht gebracht door een lid van uw Kamer. Hierin merkt de commissie op dat juridisch gezien uitgekeerd smartengeld niet eenzijdig mag worden verrekend bij de afhandeling van de restschade. Dat is slechts anders indien de betrokkene daarmee instemt. In de onderbouwing van dit advies verwijst de commissie naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRVb), waar door werkgever een zaak was aangespannen om stapeling van aanspraken te voorkomen. In die uitspraak van de CRvB is opgenomen dat het smartengeld juridische gezien niet mag worden verrekend met een materiële schadevergoeding. De CRvB merkt op dat het smartengeld destijds formeel is uitgekeerd onder de noemer van immateriële schadevergoeding en zou daarom in een juridische procedure niet mogen worden verrekend. De commissie geeft aan dat verrekening wel is toegestaan, mits de betrokkene hiermee instemt. In vrijwel alle lopende, inmiddels afgeronde dossiers is dit gebeurd en is het voorstel van de werkgever geaccepteerd. De gesprekken die plaatsvinden op basis van de richtlijn zijn altijd vrijwillig en een alternatief voor een juridische procedure. Dit geldt ook voor het uiteindelijke aanbod tot schadevergoeding van de werkgever.Daarbij blijft een juridische procedure ook altijd een optie.

In haar advies doet de commissie nu een algemene uitspraak over het al dan niet toestaan van verrekening van smartengeld. In dit advies wordt niet beoordeeld of, in het individuele geval waarvoor betrokkene zich tot de paritaire commissie gewend heeft, het specifieke voorstel voor de minnelijke schikking dat aan betrokkene was meegedeeld alles overwegend redelijk en billijk was. Of dat er sprake is van omstandigheden die voor deze casus afwijking van de interne richtlijn rechtvaardigen. Om hier alsnog een onafhankelijk oordeel over te verkrijgen is de paritaire commissie gevraagd om hier aanvullend advies over te geven. Tevens heb ik de paritaire commissie verzocht om in de zaken die zij in behandeling heeft voorstellen te doen om alsnog te komen tot een minnelijke schikking, indien zij hiertoe mogelijkheden zien bij beide partijen. 1.8 Toezegging – Uitkomsten rapport Beke In het CD politie van 11 mei jl. heb ik naar aanleiding van vragen van de heer Azarkan toegezegd bij de politie te informeren over hoe de politie omgaat met de uitkomsten en aanbevelingen uit het in opdracht van de korpschef uitgevoerde onderzoek van Bureau Beke. In dat onderzoek zijn 50 fatale incidenten waar de 17

Kamers tukken I I, 2 021- 2022, 2 9 6 28, nr. 1 0 4 5. P agina 12 van 32

politie bij betrokken w as onderzocht. In 84% van de onderzochte zaken was sprake van een vorm van verward gedrag. Dit zijn uitkomsten die mij en de politie raken. Zoals de heer Azarkan ook aangaf was er in deze 50 zaken een oververtegenwoordiging van personen met een niet-westerse achtergrond. Er is echter geen primaire relatie van etnische achtergrond en fatale afloop onderzocht of gebleken.

Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 2 0 juni 2022 Ons kenmerk -

De politie oriënteert zich nu op de onderzoeksresultaten. In algemene zin geldt dat de politie continu het opleidingsaanbod beziet of het nog aansluit bij de vragen en behoeften. In dat kader wordt ook bekeken of het bijvoorbeeld wenselijk is om nadere stappen te zetten om de deskundigheid van politieagenten ten aanzien van de samenwerking met het sociaal domein te bevorderen en of daarop het opleidingsaanbod van de politie zou moeten worden aangepast. In het kader van de uitwerking van het coalitieakkoord wordt hierop onder het onderdeel Preventie nader ingegaan. Het is op dit moment nog onbekend of er een vervolgonderzoek wordt gestart. Dat wordt nog bekeken; het is niet uitgesloten maar er moet goed worden bekeken wat we kunnen doen met deze data zodat de politie er ook echt mee verder kan. Ik zal u zodra dat mogelijk is hier verder over informeren. 1.9 Toezegging – Duiding cijfers & monitoring Zeden In het Commissiedebat politie van 11 mei heb ik uw Kamer toegezegd uw Kamer te informeren over het monitoren inclusief het duiden van het aantal meldingen van zedenzaken. Wat zijn zedenincidenten precies? Geregistreerde zedenincidenten zijn niet allemaal strafbare feiten want niet elke vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag is strafbaar en zedenincidenten bestaan niet alleen uit meldingen van burgers.

Situaties zoals een wijkagent die in de wijk een bezoek brengt aan een veroordeelde zedendelinquent of de uniformdienst die een bekende schennispleger in een afgelegen gebied aantreft worden ook vastgelegd en als incident geregistreerd door de politie. Dit verklaart waarom lang niet alle geregistreerde zedenincidenten (zoals bovengenoemde situaties en meldingen) resulteren in een informatief gesprek. De zedenpolitie onderneemt waar nodig wel actie. Zoals een gesprek met een melder over een verontrustende situatie (bijv. in een school of instelling), doorverwijzing naar de hulpverlening, overleg met de wijkagent of een onderzoek naar een verdachte situatie. Tevens wordt de informatie vastgelegd zodat deze informatie wellicht op een later moment gebruikt kan worden door de politie. Daarnaast wordt iedere melding met een verdenking van een zedenmisdrijf waarop geen informatief gesprek volgt, getoetst op de noodzaak van een ambtshalve opsporingsonderzoek. De leiding van het Team Zeden stuurt op de toetsing van dit soort meldingen in overleg met de Zedenofficier van Justitie van het Openbaar Ministerie.

Hoe worden slachtoffers betrokken in het proces? De slachtoffers van een vermoedelijk strafbaar feit worden op basis van hun behoeften passend geïnformeerd over een eventueel strafrechtelijk traject en ook over de mogelijkheden van hulpverlening, herstelrecht (bemiddeling/mediation), slachtofferrechten en over juridische bijstand. Dit gebeurt bijvoorbeeld in een informatief gesprek. Het kan ook op andere contactmomenten met het slachtoffer plaatsvinden. Passende opvolging aanbieden aan het slachtoffers van zedenmisdrijven is belangrijk. De slachtoffers

P agina 13 van 32

kunnen naast of in plaats van een aangifte geholpen worden door andere organisaties om de juiste hulp te ontvangen. De slachtoffers beslissen zelf over het doen va n aangifte. Het slachtoffer mag direct beslissen of gebruik maken van bedenktijd. Elke aangifte wordt met een plan van aanpak zeden aan de Officier van Justitie voorgelegd. De politie rondt geen zaak af zonder dat dit met de zedenofficier van Justitie van het Openbaar Ministerie is overlegd.

Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 2 0 juni 2022 Ons kenmerk -

Wat gebeurt er na een informatief gesprek? Als een slachtoffer na een informatief gesprek besluit geen aangifte te doen vraagt de politie naar de reden van dit besluit en legt dit vast in het politieregistratiesysteem. Vervolgens wordt door de leiding van het Team Zeden en de zedenofficier van justitie van het Openbaar Ministerie afgewogen of ambtshalve onderzoek mogelijk en noodzakelijk is. Duiding van de cijfers De politie registreerde in de periode 2019-2020 gemiddeld ruim 12.000 zedenincidenten en in 2021 12.900. Het gaat om aanranding, verkrachting, incest, ontucht met minderjarigen, grooming en daarnaast incidenten die als “overige zedenmelding” worden geregistreerd. Dit is exclusief kinderporno, openbare schennis en sexting. “Overige zedenmeldingen” zijn geen strafbare feiten, maar bestaan uit signalen, zorgen en adviezen In het najaar van 2022 verwacht de politie halfjaarcijfers over 2022 te kunnen geven. De zedenrecherche voerde in 2021 5.155 informatie ve gesprekken. Dit gesprek wordt de slachtoffers aangeboden bij het vermoeden van een strafbaar feit. Ongeveer 60 % van de slachtoffers deed in 2021 na het informatieve gesprek aangifte. Dit resulteerde in 3.059 aangiften.

In het najaar informeer ik uw Ka mer over de halfjaarcijfers 2022.Ten opzichte van de eerste 4 maanden in 2021, is in de eerste 4 maanden van 2022 een flinke toename te zien van het aantal geregistreerde zedenincidenten namelijk ruim 1.300. Een deel van de melders in 2022 geeft aan door de uitzending van BOOS aangemoedigd te zijn om de politie te bellen. Sommige meldingen hebben jaren geleden plaatsgevonden. Monitoring Iedere maand ontvangen de teamchefs Zeden en het OM vanuit het Landelijk Programma Zeden Kinderpornografie Kindersekstoerisme een overzicht met de resultaten, de doorlooptijden en de werkvoorraad. Deze overzichten worden onder meer in het Landelijk Overleg Zeden besproken. Ook worden de resultaten besproken tussen de teamchefs zeden van de eenheden en de coördinerend zedenofficier van de betreffende eenheid. De resultaten worden periodiek besproken met de portefeuillehouder. De eenheden zijn zelf verantwoordelijk voor de resultaten. 1.10 Toezegging Proco app & administratieve lasten Mijn ambtsvoorganger heeft naar aanleiding van een vraag van de heer van Nispen tijdens het dertigledendebat over etnisch profileren van 9 september 2021 toegezegd om na te gaan of en in welke regio’s het lokaal bevoegd gezag extra administratieve lasten heeft opgelegd aan agenten naast het geb ruik van de Proco-app bij het uitvoeren van controles (bijv.

extra formulier naast gebruik van de applicatie) en de bevindingen te rapporteren aan de Kamer. Navraag bij politie heeft geleerd dat het gebruik van extra formulieren, naast gebruik van bijvoorbeeld de Proco-app niet wordt herkend. De inzet van politie is om - waar mogelijk - administratieve lasten juist te verminderen. Hiermee doe ik deze toezegging gestand.

P agina 14 van 32

In hoofdstuk 2.7 ga ik verder in op het professioneel controleren en gebruik van de Proco-app. 1.11

& 1.12 Toezegging Politievrijwilligers, motie Bisschop en motie Bikker

In het Commissiedebat Politie van 17 februari 2022 en 11 mei 2022 heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over politievrijwilligers: in-, zij en doorstroom. Naar aanleiding van de motie Bisschop, over een plan van aanpak voor het streven naar de norm van 10% politievrijwilligers voor eind 2027, worden de mogelijkheden voor behoud, verbreding en vergroting van de inzet van politievrijwilligers geschetst. In de komende maanden wordt dit plan van aanpak gemaakt.

Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 2 0 juni 2022 Ons kenmerk -

Inzet politievrijwilligers Politievrijwilligers werken samen met beroepscollega’s aan de veiligheid van Nederland en zorgen voor aanvullende capaciteit, specialisme en ondersteuning binnen de politieorganisatie. Ze verrijken het politiewerk met hun specifieke kennis, kunde en ervaring en met de frisse blik waarmee ze naar de organisatie kijken. De politievrijwilligers maken geen onderdeel uit van de formatie en bezetting van de politieorganisatie. Politievrijwilligers mogen daarmee niet gezien worden als oplossing voor de capaciteitsproblematiek. Politievrijwilligers zijn binnen de politie werkzaam op verschillende taken zowel in de operatie (voornamelijk in de GGP) als ook in de ondersteuning (bedrijfsvoering). De politievrijwilligers zijn zoveel mogelijk onder dezelfde rechtspositionele regelingen als beroepskrachten gebracht, waarbij de inzet is om hen zoveel mogelijk dezelfde bevoegdheden te geven. De politievrijwilligers worden ingezet op basis van drie verschillende soorten aanstellingen: 1. De executieve aanstelling als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak met generieke inzetbaarheid, met volledige opsporingsbevoegdheid (Generiek). Deze politievrijwilligers zijn werkzaam in de GGP/basisteams. 2. De executieve aanstelling als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak met specifieke inzetbaarheid (ESI).

Met deze aanstelling zijn politievrijwilligers onder andere werkzaam binnen de forenische opsporing en intelligence. 3. De aanstelling als ambtenaar voor de uitvoering van administratieve, technische of andere taken voor de politie (ATH). De politie telt op dit moment 2619 politievrijwilligers. Hiervan hebben 12 44 politievrijwilligers een executieve aanstelling, 1325 een ATH aanstelling en 103 een ESI aanstelling.18 In-, uit- en doorstroom In 2011 heeft de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie voor politievrijwilligers de doelstelling van 5000 politievrijwilligers gesteld. Dit komt neer op 10% van de operationele beroepsmatige sterkte. De realisatie van deze afspraak staat onder druk. Op dit moment is de politie genoodzaakt om voorrang te geven aan het opleiden van beroepskrachten vanwege de onderbezetting in de basisteams. Politievrijwilligers zijn, in tegenstelling tot beroepskrachten, maar 18

P eildatum is 3 1-12-2021. P agina 15 van 32

maximaal 576 uur per jaar inzetbaar. Gezien deze grote instroom van beroepsaspiranten in de nieuwe basispolitieopleiding wordt de capaciteit van de Politieacademie ten volle belast. Daarmee is in de politieorganisatie de absorptiecapaciteit van zowel de politieacademie voor het opleiden als de politieorganisatie voor begeleiding ten volle belast. Bovendien staat de begeleiding van de reeds aangestelde politievrijwilligers onder d ruk vanwege de onderbezetting in verschillende eenheden die de komende jaren nog zal aanhouden.

Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 2 0 juni 2022 Ons kenmerk -

Op basis van de maximale beschikbare opleidingscapaciteit bij de Politieacademie hebben politie en Politieacademie afgesproken om in 2022 in totaal 168 politievrijwilligers op te leiden. Het gaat hierbij om 72 politievrijwilligers voor de doorstroomopleiding (van niveau 2 naar niveau 4) voor reeds aangestelde politievrijwilligers. Met deze doorstroomopleiding, die aansluit bij de nieuwe basispolitieopleiding voor beroepskrachten, zijn politievrijwilligers bredere inzetbaar. En 24 politievrijwilligers voor de deeltijdvariant van de nieuwe basispolitieopleiding en 72 politievrijwilligers voor de deeltijdvariant opleiding Politiemedewerker Specifieke Inzet, beiden voor nieuw in te stromen politievrijwilligers. De geplande instroom in 2023 is 72 politievrijwilligers in de doorstroomopleiding voor reeds aangestelde politievrijwilligers en 96 nieuw te werven politievrijwilligers voor de deeltijdvariant opleiding Politiemedewerker Specifieke Inzet. In 2023 zijn er geen plekken gereserveerd voor nieuw in te stromen politievrijwilligers in de basispolitieopleiding, gezien de voorrang die aan de opleiding voor beroeps moet worden gegeven. In 2021 zijn er in totaal 512 politievrijwilligers ingestroomd en 342 politievrijwilligers uitgestroomd. Hierdoor is het aantal politievrijwilligers ten opzichten van 2020 licht toegenomen.

In 2021 zijn er 136 beroepskrachten doorgestroomd als politievrijwilliger.19 Behoud, vergroten en verbreden inzet politievrijwilligers Door de beperkte opleidingsmogelijkheden bij de Politieacademie in de komende jaren en de vergrijzing onder politievrijwilligers zal, met een ongewijzigd beleid ten aanzien van de inzet van politievrijwilligers, de a fgesproken groei niet gerealiseerd kunnen worden. Wel kan hiernaar worden gestreefd. Hierom wordt, mede in navolging van Motie Bisschop om te streven naar de 10% norm, bekeken welke mogelijkheden er zijn om de instroom en inzet van politievrijwilligers te borgen, te vergroten en te verbreden. Hiervoor wordt in overleg met de Landelijke Organisatie van Politievrijwilligers (LOPV) een plan van aanpak gemaakt waarbij de motie Bikker, over 0,6 miljoen vrijmaken voor initieel onderwijs van executieve politievrijwilligers, wordt betrokken. De volgende opties worden onderzocht en/of uitgewerkt: Behoud en vergroten inzet politievrijwilligers:  Bevorderen doorstroomopleiding voor politievrijwilligers: Om de inzet van de huidige politievrijwilligers uit te bereiden en voor behoud van het huidige bestand is het van belang dat politievrijwilligers de mogelijkheid krijgen om de doorstroomopleiding te volgen. Met deze doorstroomopleiding worden politievrijwilligers opgeleid naar het niveau van de nieuwe 19

P eildatum is 3 1-12-2021. P agina 16 van 32

basispolitieopleiding, waardoor zij breder inzetbaar zijn en gemakkelijker kunnen overstappen naar beroeps. De Politieacademie verzorgt dit onderwijs met externe docenten. Extra inzet van politievrijwilligers: In het arbeidsvoorwaardenakkoord sector Politie 2022-2024 is afgesproken om tot een tijdelijke regeling te komen die op een eenvoudiger wijze extra inzet van politievrijwilligers op reguliere taken mogelijk maakt. Deze afspraak wordt in overleg met de politie en de politievakorganisaties verder uitgewerkt en hiervoor is aanpassing van regelgeving nodig.

Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 2 0 juni 2022 Ons kenmerk -

Vergroten van de instroom politievrijwilligers:  Vergroten van de instroom van ESI politievrijwilligers : Politievrijwilligers met een specialistische expertise , zoals forenische opsporing en intelligence, worden met de opleiding Politiemedewerker Specifieke Inzet in korte tijd voorbereid op specifieke inzetbaarheid. Deze opleiding wordt extern ingekocht, waardoor de belasting van de Politieacademie gering is. Inzetten op het vergroten van de instroom van ESI politievrijwilligers levert in korte tijd (ongeveer 6 maanden) extra specialiseerde politievrijwilligers op. Van belang is om deze instroom aan te laten sluiten bij de behoefte van de organisatie en dit dient, naast de haalbaarheid, onderzocht te worden.  Politievrijwilligers met ATH boa aanstelling: Op dit moment is het niet mogelijk om politievrijwilligers aan te stellen als ATH boa in tegenstelling tot beroeps. In de politieorganisatie bestaat de wens en de mogelijkheid om politievrijw illigers in te zetten op taken waarvoor een ATH boa aanstelling voldoende is. Verkend wordt of aanpassing van regelgeving mogelijk is. De ATH boa-opleiding voor beroepskrachten wordt, net als de ESI opleiding, extern aangeboden. Mocht de ATH-boa aanstelling voor politievrijwilligers mogelijk worden, kan in het onderwijs aangesloten worden bij deze ATH boa opleiding.

 Inzet op werving van uitgestroomde beroepskrachten: Politiemedewerkers die buiten de politieorganisatie hun loopbaan voortzetten en gepensioneerde politiemedewerkers die breed opgeleid zijn, kunnen op vele verschillende taken en werkzaamheden worden ingezet. De politie blijft investeren in campagnes om deze doelgroep te werven als politievrijwilligers. Van politievrijwilliger naar beroeps In het arbeidsvoorwaardenakkoord sector Politie 2018-2020 is de afspraak gemaakt om de toegang tot interne vacatures voor politievrijwilligers te verbeteren. Zij worden als interne kandidaten gezien als er bij het beroepspersoneel geen geschikte kandidaat wordt gevonden. In 2021 stroomden 44 politievrijwilligers door naar beroeps. Sinds 1 januari 2021 is het voor politievrijwilligers mogelijk in tijdelijke executieve dienst aangesteld te worden als beroepskracht. Hiervoor moeten de politievrijwilligers beschikken over het vereiste diploma (N3-N4). De mogelijkheden worden bekeken om ook politievrijwilligers met een politiediploma N2 als tijdelijke beroepskrachten aan te stellen, waarbij hun takenpakken onveranderd blijft. De politievrijwilligers die meer willen w erken, dan het maximaal aantal uren dat een vrijwilliger mag worden ingezet, komen hiervoor in aanmerking. Deze doorstroommogelijkheid naar beroepskracht dient nog te worden bekrachtigd in het overleg met de politievakorganisaties.

P agina 17 van 32

2. Aanvullende zaken 2.1 Geweldsmiddelen politie Politiehonden De inzet van de politiehond is nog altijd onmisbaar binnen het politiewerk vanwege de unieke kwaliteiten van de hond. Politiehonden worden op basis van deze kwaliteiten in de dagelijkse praktijk grofweg op drie manieren ingezet: als geweldsmiddel (veelal werkt de hond al de-escalerend), als detectiemiddel en in de rechercheondersteuning.

Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 2 0 juni 2022 Ons kenmerk -

Recent is binnen de politie een visie vastgesteld om te komen tot verdere professionalisering en uniformering van het gehele taakveld politiehonden. Dierenwelzijn, veiligheid voor burgers, het verhogen van heterdaadkracht en behouden van legitimiteit voor de inzet zijn hierin belangrijke uitgangspunten. Zo wordt er met en bij de Politieacademie een landelijke opleiding ontwikkeld voor hondengeleiders en instructeurs. Daarnaast is een landelijke vaste structuur opgesteld voor opleiden, oefenen, trainen en ontwikkelen. Mijn ambtsvoorganger heeft eerder – naar aanleiding van de vragen van de leden Recourt (PvdA), Dittrich (D66) en Baay-Timmerman (50PLUS)- aandacht gevraagd voor het inzetten van de politiehond in de nek en het gezicht. 20 Bij de opleiding en training wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de juiste manier van inzet van de hond ten behoeve van geweldsreductie of, indien noodzakelijk, als geweldsmiddel en welke impact dat heeft op de omgeving. Verder wordt het toezicht op de kwaliteit van de opleidingen en toetsing opnieuw ingericht. Waarbij ook externe deskundigen worden ingezet en toetsers van buiten de politie ten behoeve van betere en meer onafhankelijke toetsing. In bovengenoemde visie hanteert de politie een gewijzigd uitgangspunt voor de surveillancehond waarbij de nadruk meer op de speurkwaliteiten komt te liggen en minder op kwaliteiten als geweldsmiddel.

De aankoop van de honden vindt plaats via landelijke kaders en is gericht op landelijke benodigde volumes. Voorheen vond de aankoop op regionaal niveau plaats en waren de landelijke kaders minder duidelijk. Afwegingskader gebruik elektronische dressuurmiddelen Ter bevordering van dierenwelzijn is, bij de wijziging van de Wet Dieren die op 1 januari 2022 is ingegaan,21 het gebruik van elektronische middelen voor het trainen van honden verboden. Het uitgangs punt van deze wijziging onderschrijf ik. Het verbod op deze korte termijn levert bij de politie knelpunten op waardoor de operatie in gevaar zou komen. Om het gebruik van die middelen bij hoge uitzondering, in individuele gevallen wel mogelijk te maken voo r de inzet en training van politiehonden, is in de wet een uitzondering opgenomen. In de toelichting op het Besluit is opgenomen dat de overheidsdiensten er aan werken het gebruik van stroomstootapparatuur binnen 6 jaar te beëindigen. 22 Om er voor te zorgen dat tot die tijd deze middelen in uitzonderlijke gevallen zorgvuldig worden gebruikt, heeft de politie recent een afwegingskader opgesteld waarin is voorgeschreven welke stappen de instructeur moet doorlopen voordat een elektronisch middel wordt ingezet. Het gebruik wordt ook geregistreerd. Toezicht hierop is reeds ingericht en wordt in het kader van de Koers Politiehonden opnieuw ingericht.

Ook in de opleiding en training van de 20

Zie voor deze toezegging H andelingen I 2 020/21, 3 2 , 5 . Stb. 2 0 2 1, 3 99. Bes luit houdende wijziging van het Besluit houders van dieren vanwege een aanpassing van het verbod op het gebruik van s trooms tootapparatuur. 21 22

P agina 18 van 32

instructeurs wordt aandacht besteed aan het juiste gebruik van deze elektronische middelen en goede registratie daarvan. Onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek naar gezondheidseffecten Stroomstootwapen Op 30 januari 2020 heeft mijn ambtsvoorganger aan uw Kamer bericht dat bij de voorbereiding van de invoer van het stroomstootwapen, de opzet van het onafhankelijke wetenschappelijk onderzoek wordt betrokken.23 In bijlage 2 van het halfjaarbericht politie van 5 november 2020, is nader ingegaan op de opzet van het onafhankelijke medisch wetenschappelijke onderzoek naar gezondheidseffecten van het stroomstootwapen.24 Sinds 1 januari 2022 waarschuwt de politie in alle gevallen waarin daadwerkelijk stroom is afgegeven aan een doelpersoon, een Medisch Arrestanten Zorg (MAZ)arts.

Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 2 0 juni 2022 Ons kenmerk -

De situaties waarin medische data van personen aan wie stroom is afgegeven wordt verzameld zijn kortweg in te delen in twee categorieën. Het meest voorkomend is dat de persoon die stroom heeft ontvangen van een stroomstootwapen naar een politiebureau wordt gebracht, en een beoordeling krijgt van een Medische Arrestanten Zorg (MAZ)-arts. Sinds 15 maart jl. is deze medische data verzameling ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek door het onderzoeksteam van het NIVEL en de GGD van start gegaan. De uitvoering hiervan blijkt in de praktijk complexer te zijn dan verwacht. In de eerste plaats speelt de hoge werkdruk bij de forensische artsen een rol. Dat maakt dat zij niet altijd naar het politiebureau gaan, zich genoodzaakt zien om op afstand een triage uit te voeren en alleen een persoon die stroom he eft ontvangen van een stroomstootwapen onderzoeken indien daar, op basis van hun medische inschatting, aanleiding voor is. Verder is er van de persoon die medisch is onderzocht persoonlijke toestemming nodig voor het verstrekken van diens medische gegevens voor wetenschappelijk onderzoek. Daar komt bij dat de betreffende persoon op het moment waarop de toestemming wordt gevraagd, niet altijd aanspreekbaar is.

Daarnaast maakt privacywetgeving dat de betrokken persoon ook niet op een ander later moment rechtstreeks door de onderzoekers van het NIVEL om toestemming kan worden verzocht. De politie heeft aangegeven daar om verschillende redenen niet als tussenpersoon in te kunnen optreden. In algemene zin trekt een forensisch arts geen conclusies over de medische toestand van een persoon die stroom heeft ontvangen van het stroomstootwapen. Dit beperkt de onderzoekers van het NIVEL in hun mogelijkheden om op basis van het verzamelde onderzoeksmateriaal uitspraken te kunnen doen over eventuele effecten op de gezondheid van categorieën (kwetsbare) doelpersonen. Tot slot kan in het onderzoek geen uitsluitsel worden gegeven over het effect op de langere termijn omdat dat niet besloten ligt in het onderzoek. Minder vaak voorkomend is de situatie waarbij de persoon die s troom heeft ontvangen van het stroomstootwapen naar het ziekenhuis wordt overgebracht of in een GGZ-instelling verblijft. De GGZ instelling verstrekt op grond van privacyoverwegingen geen medische informatie van GGZ patiënten aan de onderzoeksgroep die het onafhankelijke onderzoek uitvoert en het is lastig 23 24

Kamers tuk 2 9 6 28, nr. 9 3 4 . Kamers tuk 2 9 6 28, nr. 9 8 6 . P agina 19 van 32

gebleken om de personen die stroom hebben ontvangen van het stroomstootwapen in deze groep om vrijwillige toestemming te vragen voor het gebruik van de medische data voor wetenschappelijk onderzoek . Situaties waarin de persoon die stroom heeft ontvangen van een stroomstootwapen wordt overgebracht naar een ziekenhuis en/of sprake was van een inzet in een GGZ-instelling zijn daarom moeilijk of niet te includeren conform wetenschappelijke standaarden. Er wordt op dit moment onderzocht of op een andere wijze onderzoek zou kunnen worden gedaan naar de mentale impact als gevolg van het gebruik van het stroomstootwapen in de context van GGZinstellingen.

Directoraat -Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 2 0 juni 2022 Ons kenmerk -

2.2 Bloostellingsonderzoek en mitigerende maatregelen bij training met semi-automatisch schoudervuurwapen DSI Op 14 juni 2019 is uw Kamer geïnformeerd over klachten door vrijkomende schietgassen tijdens de omscholing naar een nieuw semi-automatisch schoudervuurwapen25. Politie en Defensie hebben gezamenlijk daarin aanleiding gezien om twee onderzoeken te laten verrichten naar de blootstelling aan deze munitie gerelateerde stoffen tijdens het trainen met dit wapen. Mede namens de staatssecretaris van Defensie informeer ik u over de uitkomst van de onderzoeken en de getroffen maatregelen. Uit de twee onderzoeken is gebleken dat van de onderzochte concentraties stoffen die tijdens intensieve schietoefeningen en onder bepaalde omstandigheden vrijkomen, alleen overschrijding van de wettelijke grenswaarde voor koolmonoxide plaatsvindt. Daarvoor zijn mitigerende maatregelen getroffen. De eerste en belangrijkste maatregel houdt in dat bij trainingen en scholing door schutters en instructeurs een koolmonoxide-meter wordt gebruikt. De tweede maatregel ziet op het pauzeren van het schieten, wanneer deze koolmonoxidemeter tijdens de training of scholing aangeeft dat de grenswaarde is bereikt. Tijdens de pauze kan de concentratie koolmonoxide door mechanische afzuiging of luchtverplaatsing dalen. Daarna kan de schietoefening weer veilig worden hervat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1698/documents/39470