03. (concept)Begroting 2026-2029 gemeente Woudenberg.pdf
Tekst van het document
26
• •
•
Daarnaast leiden demografische en maatschappelijke ontwikkelingen in alle leeBijdsgroepen tot een toenemende vraag aan Wmo-voorzieningen. Er is vooral meer vraag naar woningaanpassingen, rolstoelvoorzieningen en vervoersoplossingen. De begro=ng is op deze onderdelen aangepast. Dezelfde ontwikkelingen leiden ook tot een toenemende vraag aan Jeugdwet-voorzieningen. Voor de Jeugdwet heeB dit geleid tot een nadelige bijstelling van € 647.680. Voor Wmo tot een nadelige bijstelling van € 541.250 en voor de uitvoeringskosten Amersfoort een voordelige bijstelling van € 66.055. Dit is een totaal van € 1.122.875. Jeugd en Wmo maatregelen € 72.000 lagere kosten oplopend naar € 676.000 vanaf 2028 : BetreB door de raad vastgestelde maatregelen n.a.v. de recente kerntakendiscussie. Een specifica=e van de maatregelen vindt u aan het einde van programma 1. Coöpera=e De Kleine Schans hogere kosten € 265.180 structureel : Zoals elk jaar heeB Coöpera=e de Kleine Schans de subsidieaanvraag voor het komende jaar ingediend. Als gevolg van de salariss=jging conform cao wordt in deze begro=ng een hoger budget voor personeelskosten aangevraagd. Naast de lonen s=jgen ook de overige kosten bedrijfsvoering. Voor 2026 wordt een hogere subsidie aangevraagd van € 265.180. Coöpera=e De Kleine Schans hogere kosten € 90.000 structureel (extra Be) : BetreB een door de raad vastgestelde wens.
Coöpera=e De Kleine Schans speelt een belangrijke rol in het bevorderen van sociaal-culturele ac=viteiten binnen de gemeente. Vanwege toenemende vraag en verbreding van het takenpakket is de wens geuit om de subsidie structureel uit te breiden ten behoeve van een extra Be (jaarlijkse kosten € 90.000). Hiermee kan CDKS haar rol als maatschappelijke partner versterken en beter inspelen op lokale behoeBen. We willen deze wens honoreren gelet op de zorgen over de maatregelen in het Sociaal Domein en de impact daarvan op de wachtlijsten.
10.Overige kosten (hogere kosten variërend tussen € 269.911 en € 359.350) • Loonkosten : De totale loonkosten worden jaarlijks toegerekend aan de diverse programma’s en projecten. Ten opzichte van 2025 wordt in 2026 € 253.300 meer loonkosten toegerekend aan programma 1. Dit is exclusief de kosten voor opvang van Oekraïners. De loonkosten worden toegelicht bij de paragraaf Bedrijfsvoering verderop in de begro=ng. • Afschrijvingslasten : S=jging afschrijvingslasten op basis van actualisering investeringen programma 1 (hogere kosten gemiddeld € 85.524). Het betreB hier investeringen in: - Het sportpark van € 11.474 (gedekt uit reserve sportpark de GriB) - Onderwijshuisves=ng € 74.050 (gedekt uit reserve huisves=ng onderwijs)
Overzicht verwerkte maatregelen kerntakendiscussie programma 1 Verwerkte maatregelen kerntakendiscussie programma 1 Bijstelling van het budget onafhankelijke clientondersteuning Geen ambulante begeleiding Jeugd meer door zorgaanbieder Meer inzetten op collectieve voorzieningen (Jeugd) Beperken toegang jeugdzorg Besparing door transformatie jeugdzorg Strengere toegang huishoudelijke hulp Ambulante begeleiding door Sociaal Team Procesverbetering aanvraag leerlingenvervoer / Langere beschikkingen Totaal
2026 15.000 0 0 0 57.000 0 0 0 72.000
2027 15.000 100.000 50.000 0 57.000 100.000 35.000 0 357.000
2028 15.000 200.000 100.000 69.000 57.000 200.000 35.000 10.000 686.000
2029 15.000 200.000 100.000 69.000 57.000 200.000 35.000 10.000 686.000
27
2. Leefomgeving – Programma 2
Visie van het programma Inwoners en ondernemers voelen zich thuis en participeren in een veilige leefomgeving. Een ruimte waar eenieder vrij in kan bewegen, die ook beleefd en gevoeld wordt als gemeenschappelijk, als openbaar, als van ons allen.
Wat houdt het programma in? Het programma leefomgeving omvat een diversiteit aan beleidsterreinen op het gebied van een veilige, functionele en een toekomstbestendige leefomgeving. Het gaat om lokaal beleid en de uitvoering van diverse wettelijke taken. De integraliteit van het beleid en uitvoering krijgt steeds meer vorm in een nieuw wettelijk kader sinds de invoering van de Omgevingswet. Het programma heeft diverse raakvlakken met onderdelen van andere programma’s.
28
Trends en ontwikkelingen
Maatschappelijke ontwikkelingen en vraagstukken raken de fysieke leefomgeving. Dit is de ruimte waar we met z’n allen gebruik van maken en ook benut kan worden om bij te dragen aan de oplossing(en) rondom deze vraagstukken. Voorbeelden van trends en ontwikkelingen hierin zijn: • • • • • • •
energietransitie; circulaire economie; klimaatverandering; omgevingswet; inclusieve samenleving; inzet op afvalpreventie en op het verhogen van kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen; beleefbare natuur en een groene leefomgeving.
Ontwikkelingen op gebied van energietransitie Er is met Stedin een samenwerkingsovereenkomst gesloten om het bestaande energienet in Woudenberg te verzwaren. De komende 10 jaar (2025-2035) zal op basis van deze overeenkomst per wijk samen met Stedin bepaald worden waar extra verdeelstations geplaatst gaan worden. Hiermee wordt het energienet verzwaard, waardoor verdere ontwikkelingen in de energietransitie mogelijk wordt. 2026 zullen de wijken Het Groene Woud en ‘t Zeeland aangepast worden. De andere wijken volgen later.
Ontwikkelingen op gebied van afval en grondstoffen Er zijn een aantal ontwikkelingen welke de richting en reikwijdte van het gemeentelijk beleid mede bepalen. We benoemen enkele belangrijke ontwikkelingen: • Van een wegwerp-economie naar een circulaire economie. In de laatste 10 jaar is er vanuit de overheid een beweging op gang gekomen om de Nederlandse economie te transformeren van een wegwerp-economie naar een circulaire economie. Dit doel, gedreven vanuit een op termijn te verwachten grondstoffenschaarste, betekent dat Nederland haar economie wilt laten draaien zonder dat eenmaal gewonnen grondstoffen vernietigd worden. Het vraagt van de gemeente en haar partners een integrale aanpak van afvalpreventie, inzameling van kwalitatief goede grondstoffen en zo min mogelijk te verbranden restafval en regie op hoogwaardige verwerking/recycling. •
De kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen PMD en GFT blijft aandacht vragen.
29 Daarom gaan we ook vanaf 2026 en de daarop volgende jaren door met de uitvoering van controles op de kwaliteit van PMD en starten we met de uitvoering van controles van GFT. De verwachting is dat de inzet op verbetering kwaliteit er aan bijdraagt dat de kosten minder stijgen dan wanneer hier niet op ingezet wordt. • Producentverantwoordelijkheid Europese wetgeving vraagt van producenten dat ze verantwoordelijk blijven voor de producten die zij op de markt hebben gezet, ook nadat de producten zijn gebruikt. Dit maakt dat producenten de verplichting hebben om zorg te dragen dat producten langdurig gebruikt kunnen worden, repareerbaar zijn en, na afdanking, op een goede manier ingezameld en verwerkt kunnen worden. Door deze wetgeving krijgen de producenten direct belang bij en invloed op de zorgplicht van gemeenten. Producentenorganisaties en publieke spelers, waaronder de gemeenten, zullen ook de komende jaren, gezamenlijk vorm en inhoud moeten geven aan de circulaire doelstellingen én aan producenten-verantwoordelijkheid. • Invoering 2026 - nieuw pakket van afspraken voor de inzameling van PMD-verpakkingen De VNG heeft medio 2024 de overeenkomst met Verpact (de verpakkende industrie) opgezegd. Inzet van gemeenten was te komen tot het vergroten van de circulariteit van vergoedingenstructuur, die inspanningen vergoedt en kwaliteit beloont.
Na een lang onderhandelingstraject tussen VNG/NVRD en Verpact, is er in juni 2025 een nieuw pakket van afspraken voor de inzameling van PMDverpakkingen gedeeld. Tijdens de Algemene Ledenvergaderingen op 28 juni 2025 van de VNG werd ingestemd met het onderhandelingsresultaat. De afspraken vervangen de afspraken uit de Ketenovereenkomst Verpakkingen die in 2024 is opgezegd. De komende tijd wordt verder gewerkt aan de uitwerking van de juridische overeenkomst en het vertalen van de afspraken in concrete uitvoeringsafspraken. Daarmee lijkt de weg open te liggen voor invoering op 1 januari 2026. • Te betalen CO2-heffing per verbrande ton restafval, bovenop de afvalstoffenbelasting Deze CO2-heffing loopt na 2026 naar verwachting verder op. Daardoor loopt het tarief per ton te verbranden restafval ook verder op. • Lachgasproblematiek Sinds het lachgasverbod per 1 januari 2023, treft de sector lachgascilinders aan in de openbare ruimte, op de milieustraat en in het restafval. De jaarlijkse kosten voor verwijdering uit de openbare ruimte, van milieustraten en uit het restafval vallen toe aan gemeenten.
30
Effect 1- Een veilige openbare ruimte
Maatschappelijk effect 1 - Een veilige openbare ruimte Openbare ruimte: Wat willen we bereiken? De openbare ruimte vervult belangrijke functies die bijdragen aan het welzijn van mens, milieu, economie en natuur. Het beheer van de openbare ruimte dient een evenwichtig verdeelde aandacht te geven aan deze functies. We richten ons op integraal en kwaliteit gestuurd beheren van de openbare ruimte. Hiermee wordt een goed ingerichte, optimaal en duurzaam beheerde openbare ruimte beoogd die intact, schoon, veilig en groen is. De term ‘IBOR’ (‘Integraal Beheer Openbare Ruimte’) is de noemer waaronder gemeente Woudenberg deze ontwikkelingen schaart en deze dragen bij aan de visie van het programma Leefomgeving.
Integraal beheer openbare ruimte staat voor alle maatregelen om de openbare ruimte op het gewenste kwaliteitsniveau te krijgen en in stand te houden. Deze benadering gaat ervan uit dat de openbare ruimte als één geheel wordt ervaren en dat de inrichtings-, onderhouds- en gebruikskwaliteit bij elkaar moeten passen. Kwaliteit van onderhoud, inrichting en gebruik openbare ruimte (alle aspecten): CROW Woudenberg “gemiddeld”
A+
A
B
A+=Zeer goed, A=Goed, B= voldoende, C=matig, D=slecht
We hanteren de B/C-norm voor de kwaliteit van de openbare ruimte.
C
D
31 In het groenbeleidsplan wordt onderscheid gemaakt in de volgende beeldkwaliteitsniveaus Beeldkwaliteit: Functie: A Kijkgroen B Groenaankleding B/C Recreatiegroen C Natuurgroen Wat gaan we ervoor doen? We blijven ons inzetten om de gehanteerde streefwaarde B/C voor de kwaliteit van de openbare ruimte te behouden. Dit doen we door middel van regulier beheer. We geven uitvoering het beheer van de heringerichte speelruimten in woonwijken. Oude toestellen en ondergronden die dateren uit de eerste herinrichtingen en de wijk Het Groene Woud die technisch zijn afgeschreven zullen de komende jaren worden vervangen. Bij de ontwikkeling van Hoevelaar fase 2 wordt in samenspraak met jonge en oudere bewoners speelruimte gecreëerd in de woonrijpmaakfase van de wijk. De speelruimte in de zuidelijke dorpsrand waar sport en spel een prominente plek krijgt, zal in 2026 worden voltooid. Bij de ontwikkeling van nieuwe plekken is inclusiviteit een belangrijk thema. Hierdoor ontstaan plekken die voor alle lagen van de samenleving aantrekkelijk zijn en waarin iedereen kan meedoen. Samen met onze inwoners gaan we, op basis van het Groenbeleidsplan, werken aan de thema’s die ons vandaag de dag bezighouden: klimaatadaptatie, natuur en biodiversiteit, innoveren en verduurzamen en burgerparticipatie.
In het uitvoeringsplan staan de maatregelen om de doelen voor eerdergenoemde thema’s op het gebied van openbaar groen en landschap te halen. Een deel van de maatregelen is door bezuinigingsmaatregelen on hold gezet tot er financieel betere tijden aanbreken. Wel gaan wij verder met het op een duurzame wijze bestrijden van invasieve exoten in onze gemeente. Dit doen wij samen met de inwoners; zij zijn onze ogen buiten en helpen ons bij het opsporen van exoten. Fixi gebruiken wij voor de registratie. Particulieren bestrijden invasieve exoten op hun eigen grond, de gemeente beheerst of bestrijdt dit op openbare grond. Bij de bestrijding kiezen we altijd voor de omgeving minst schadelijke methode en houden we rekening met overige flora en fauna. Zo roepen we samen de opmars van ongewenste soorten een halt toe.
Afval en grondstoffen: Wat willen we bereiken? De gemeente Woudenberg wil een gemeente zijn waarin afval zoveel mogelijk beperkt wordt en het afval dat toch ontstaat zoveel mogelijk wordt hergebruikt als grondstof voor nieuwe producten.
32 Wat gaan we ervoor doen? Omdat het huidige beleidsplan aan herijking toe is, pakt de gemeente de evaluatie van het huidige beleid en de beschrijving van het nieuwe beleid na de raadsverkiezingen in de tweede helft van 2026 op met de nieuwe gemeenteraad. In het na de raadsverkiezingen geplande traject zullen eventueel nog niet benutte opties verkend worden. Hierbij kunnen maatregelen overwogen worden om de hoeveelheid te verbranden restafval verder terug te dringen door afvalpreventie en verdergaande scheiding in grondstoffen. Welke maatregelen de gemeente inzet om haar doelstellingen te behalen zullen vervolgens in het (in 2026 door het college vast te stellen) uitwerkingsplan Grondstoffenbeleid 2026 – 2027 uiteengezet worden.
Begraven Wat willen we bereiken? Voldoende ruimte voor het begraven van Woudenbergers
Wat gaan we ervoor doen? We zien dat het aantal begravingen op het oude gedeelte terugloopt terwijl er anderzijds een onderhoudsvraag is, om deze historie van Woudenberg voor de toekomst te bewaren. Hiervoor zal een adviesrapport worden opgesteld.
Wandelpaden Wat willen we bereiken? Aantrekkelijke recreatieve wandelroutes door het buitengebied van Woudenberg en de regio. Om hiermee zowel in de inwoners als de (dag)toeristen te stimuleren tot een gezonde wandeling door het buitengebied van Woudenberg.
Wat gaan we ervoor doen? Wij zullen, samen met de betrokken partijen, aandacht blijven houden voor het verbeteren van de wandelroutes in onze gemeente. Het klompenpad Broekerweg zal bijvoorbeeld aangepast worden zodat er een aantrekkelijkere route ontstaat. In de plaats van over het bedrijventerrein van Scherpenzeel zal de route meer door het landelijke gebied gaan.
33
Effect 2- Borgen verkeersveiligheid
Maatschappelijk effect 2 - Borgen verkeersveiligheid Wat willen we bereiken? Vrijwel iedereen komt dagelijks in aanraking met verkeer en daarmee automatisch met verkeersveiligheid. Het belang van een goede verkeersveiligheid wordt onderstreept door de landelijke statistieken van stijgende verkeersdoden onder fietsongevallen met 75-plussers. Binnen het (landelijk) kader van ‘duurzaam veilig’ zetten alle overheden zich in voor een verbetering van de verkeersveiligheid. De gemeente Woudenberg heeft aandacht voor alle weggebruikers, waaronder de meer kwetsbare verkeersdeelnemers zoals fietsers en voetgangers. In Woudenberg zien we sinds 2014 een lichte daling van het aantal verkeersslachtoffers. • •
In 2022 zijn er binnen Woudenberg 16 verkeersslachtoffers geregistreerd. In 2023 zijn er binnen Woudenberg 15 verkeersslachtoffers geregistreerd, waarvan 1 dodelijk slachtoffer. • In 2024 zijn er binnen Woudenberg 13 verkeersslachtoffers geregistreerd, waarvan 0 dodelijke slachtoffers. Deze cijfers zijn gebaseerd op geregistreerde ongevallen door de politie. Wat gaan we ervoor doen? Conform het wegbeheerplan (2023-2027) en de landelijke normen van het CROW voert de gemeente Woudenberg onderhoud uit aan bestaande wegen en paden. Dit onderhoud komt ten goede aan de verkeersveiligheid. Behalve door onderhoud aan bestaande wegen worden ook middelen ingezet voor de realisatie van nieuwe verkeersmaatregelen gericht op verkeersveiligheid zoals bijvoorbeeld verkeersdrempels, verkeerstellers met display en fietsparkeervoorzieningen. Tevens zal in de komende jaren de aanpak van verkeersveiligheid en infrastructuur worden geïntensiveerd, dit resulteert in de volgende projecten/acties: • • • • •
Rotonde N224/N226, herinrichting met vrijliggende busbaan en fietstunnel Herinrichting verkeer en afwatering van het oostelijk deel van de bestaande wijk Laanzicht te combineren met uitvoering van de rioolvervangingen in het kader van de klimaatadaptatie. Per jaar wordt een gedeelte van de beschreven wijk aangepakt. De rotonde Europaweg – Stationsweg West wordt veiliger ingericht voor fietsers en voetgangers Op een aantal wegen in het buitengebied het verharden van de bermen met grasbetonblokken. Aan de slag met het opstellen van een mobiliteitsvisie waarin het beleid van de afgelopen jaren wordt samengebracht.
34 Deze projecten/acties zijn noodzakelijk om de verkeersveiligheid en de verkeersinrichting te borgen en het wegennet klaar te maken voor de toekomstige groei afkomstig van de nieuwe woonwijken. Daarnaast werken de gemeente Woudenberg en de Provincie Utrecht nauw samen om overlast van zowel de N224 alsmede N226 zoveel mogelijk te voorkomen. De aanpassing van de rotonde N224/N226 komt tot uitvoering. De provincie is trekker van het project en daarmee initiatiefnemer van de procedures. Naast het onderhoud van bestaande wegen en renovaties, is binnen diverse projecten (Rembrandtlaan, Hoevelaar, Griftdijk en diverse inbreidingslocaties) nadrukkelijk aandacht voor het ontwikkelen van een verkeersveilige leefomgeving. Verder zijn we in 2024 door middel van participatie in gesprek getreden met inwoners om meer zicht te krijgen op verkeersonveilige knelpunten in het dorp en verwerken we uitkomsten hiervan vervolgens in ons beleid. Deze informatie zal worden gebruikt bij het opstellen van de mobiliteitsvisie, waar in 2025 de eerste hand aan wordt gelegd. Handhaving valt onder programma 3 ‘veiligheid’. De politie en de gemeentelijke Boa besteden aandacht aan verkeersveiligheid door, waar nodig, verkeersdeelnemers op gedrag aan te spreken en eventueel te handhaven. Hierbij wordt gehandeld vanuit het uitvoeringsprogramma integrale veiligheid.
In samenwerking met de provincie Utrecht, Veilig Verkeer Nederland, Fietsersbond en andere gemeenten wordt ingezet op het aanbieden van permanente verkeerseducatie. Per jaar worden verkeer educatieve activiteiten georganiseerd die zich richten op verschillende leeftijdsgroepen. Met subsidies van het Rijk en de provincie Utrecht kan de gemeente uitvoering brengen aan de verbreding van Fietspad de Groep, om deze route zo veilig mogelijk te maken.
35
Effect 3- Geen toename van wateroverlast
Maatschappelijk effect 3 - Geen toename van wateroverlast door klimaatontwikkelingen. Wat willen we bereiken? Als gevolg van klimaatontwikkelingen ontstaan de laatste jaren in Nederland steeds vaker, steeds hevigere regenbuien. Als gevolg hiervan komt het vaker voor dat het rioolstelsel de neerslag tijdelijk niet kan verwerken, waardoor gedurende een korte tijd “water op straat” ontstaat. Het idee dat de neerslag altijd door het riool verwerkt kan worden, moet worden losgelaten. In de plaats hiervan wordt bij hevige regenbuien gekeken naar berging van de neerslag in de openbare ruimte (wegen, groenstroken, etc.) zonder schade aan gebouwen. Ook zetten we in op vergroening van de leefomgeving om de gevolgen van klimaatverandering niet toe te laten nemen.
Wat gaan we ervoor doen? De maatregelen uit het BWKP worden in de komende jaren (2020-2029) verder uitgevoerd. Herinrichting en daarmee aanleg regenwater riool in de wijk Laanzicht Oost wordt naar verwachting in 2027 afgerond. Herinrichtingen van straten zal, na afronding van de herinrichting van de wijk Laanzicht Oost, in de wijk De Grift West verder opgepakt worden naar verwachting vanaf 2029 tot en met 2035. Tevens wordt er extra waterberging gerealiseerd in de zuidelijke randzone, waarmee de kans op wateroverlast in de bebouwde kom afneemt. Acties om de waterkwaliteit te verbeteren, en daarmee positief bij te dragen aan de doelstellingen uit de KRW (kaderrichtlijnwater), zijn in het nieuwe Waterplan opgenomen en worden de komende jaren uitgevoerd. Zo worden de foutaansluitingen (afvalwater op regenwater) opgespoord en opgeheven en wordt met de campagne “Hier begint de zee” bewoners ervan bewust gemaakt dat alleen regenwater in een rioolput (kolk) thuis hoort (en bijvoorbeeld geen afval en hondenpoep). De samenwerkingen binnen het Platform Water Vallei en Eem, de gemeente Scherpenzeel en het Waterschap Vallei en Veluwe worden verder voortgezet, met name om de kwetsbaarheid binnen de regio te verminderen en kennis te vergroten op het gebied van onder andere klimaatadaptatie.
36
Indicatoren
Indicatoren
Definitie
Wijze van meten
Norm
2026 2027 2028 2029
Beeldkwaliteit
Kwaliteit van onderhoud, inrichting en gebruik openbare ruimte (A= goed, B= voldoende, C= matig, D=slecht).
CROW-monitor openbare ruimte (jaarlijks in de maand oktober).
B/C
B/C
B/C
B/C
B/C
Beleving beeldkwaliteit
Beleving van fysieke leefbaarheid openbare ruimte uitgedrukt in een rapportcijfer.
Onderdeel van de gemeentemonitor Woudenberg, om de twee jaar.
7,5
7,5
-
7,5
-
35%
-
30%
-
Verkeersveiligheid Welk percentage van Inventarisatie als Norm het gemeentelijk onderdeel van nog wegennet voldoet wegencategorisering bepalen aan de inrichtingskenmerken van Duurzaam Veilig? Beleving verkeersveiligheid
Percentage bewoners dat te hard rijden als belangrijkste buurtprobleem aanduidt
Onderdeel van de Gemeentemonitor Woudenberg, om de twee jaar.
29% (2013) 26% (2017) 41% (2019) 40% (2021)
37 Indicatoren
Definitie
Wijze van meten
Norm
2026 2027 2028 2029
Wateroverlast
Berekende oppervlak bebouwde kom dat voldoet aan het gestelde toetsingskader BWKP
Jaarlijks aanpassingen verwerken in rioleringsmodel en berekenen conform BWKP-methode.
75% (2018) 97% (2023)
98%
98%
99%
99%
38
Verbonden partijen/ samenwerkingspartners
Verbonden partijen: ROVA, AVU. Relevante samenwerkingspartners: Amfors, Waterschap, Platform Water Vallei en Veluwe, Provincie Utrecht.
Wat gaat het kosten?
Bedragen in euro's (Lasten en nadelen worden met een “min” teken gepresenteerd) Programma 2 Leefomgeving Lasten
Begroting
Begroting
Begroting
2026
2027
2028
Begroting 2029
-6.427.220
-6.152.522
-6.048.625
-5.953.115
Baten
3.847.124
3.851.089
3.851.089
3.851.089
Resultaat programma 2 voor bestemming
-2.580.096
-2.301.433
-2.197.536
-2.102.026
Resultaat in begroting 2025
-2.187.832
-2.166.481
-2.167.226
-2.167.226
-392.264
-134.952
-30.310
65.200
Verschil begroting t.o.v. meerjarenbegroting 2025
39
Financiële toelich+ng programma 2 Bedrag in euro's (Lasten en nadelen worden met een “min” teken gepresenteerd) Programma 2 Leefomgeving
Verwerkt + kadernota
1. IBOR Verkeer en vervoer (extra afschrijvingslasten) Verkeer en vervoer Verkeer en vervoer en speelvoorzieningen Wegen (onvoorzien verlagen) Wegen (vegen wegen) Onderbesteding Openbare Ruimte Openbaar groen (inhuur derden) Openbaar groen (extern bestek) Openbaar groen (hoogsnoei) Openbaar groen (hondenlosloop velden) Speelvoorzieningen (correctie investeringen) 2. Overige leefomgeving Wegen (groot onderhoud) Wegen onderhoud trottoirs 3. Begraven Begraven (inhuur derden) Begraven (begrafenisrechten) 4. Afval en riolering Afval (hogere kosten) Afval (opbrengst dividend ROVA) Afval (aanwending voorziening afval) Afval (opbrengst afvalstoffenheffing) Afval saldo is dekking extra kosten BTW en overhe Riool (hogere kosten) Riool (opbrengst rioolheffenheffing) Riool (lager toevoegingen voorziening Riool) Riool saldo is dekking extra kosten BTW en overhe 5. Overige kosten Loonkosten (verdeling per programma) Afschrijvingslasten Totaal
Budgettair neutraal
Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee Nee Nee Nee
Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Nee Nee
Nee Ja
Ja Ja
Nee Nee
Ja Ja Ja Ja Nee Nee Nee Nee Nee
Ja Ja Ja Ja Nee Ja Ja Ja Nee
Nee Nee
Nee Nee
2026
2027
2028
2029
-165.615 -325.000 -5.625 19.000 20.000 0 150.000 -15.000 -6.000 -5.000 -2.800 4.810 -125.927 -75.927 -50.000 -6.000 -16.000 10.000 72.861 -123.697 33.188 124.200 33.691 -188.216 34.000 193.386 39.170 -167.583 -161.375 -6.208 -392.264
169.385 0 -5.625 19.000 20.000 10.000 150.000 -15.000 -6.000 -5.000 -2.800 4.810 -175.927 -75.927 -100.000 -6.000 -16.000 10.000 71.836 -127.959 -40.000 -60.742 266.160 37.459 -159.462 34.000 159.839 34.377 -194.246 -191.508 -2.738 -134.952
169.385 0 -5.625 19.000 20.000 10.000 150.000 -15.000 -6.000 -5.000 -2.800 4.810 -175.927 -75.927 -100.000 -6.000 -16.000 10.000 72.046 -127.263 -40.000 -60.108 266.160 38.789 -154.129 34.000 153.386 33.257 -89.814 -81.508 -8.306 -30.310
165.385 0 -5.625 19.000 20.000 10.000 150.000 -15.000 -6.000 -5.000 -2.800 810 -75.927 -75.927 -6.000 -16.000 10.000 71.856 -127.243 -40.000 -60.108 266.160 38.809 -153.129 34.000 152.176 33.047 -90.114 -81.508 -8.606 65.200
1. IBOR (hogere kosten € 165.615 in 2026 daarna structureel lagere kosten € 165.385) De verschillende mutaPes betreffen: • Verkeer en vervoer extra afschrijvingslasten (eenmalig in 2026 hogere kosten € 325.000) : In de raad van januari 2025 is besloten een nieuw krediet van € 550.000 beschikbaar te stellen voor de herinrichPng van de rotonde Europaweg – StaPonsweg West. De nieuwe investering is een relevante aanpassing op de in 2023 afgeronde investering ”Verkeersmaatregelen Europaweg/StaPonsweg-West” van circa € 900.000 (excl. subsidie). Aangezien de investering van 2023 opnieuw wordt ingericht, dient deze investering deels versneld moeten worden afgeschreven volgens de financiële regelgeving. Besloten is € 325.000 versneld af te schrijven van de investering van € 900.000. Het versneld afschrijven gaat in zodra de nieuwe herinrichPng is afgerond (planning 2026). De versnelde afschrijving in 2026 ad. € 325.000 zijn eenmalige kosten die worden gedekt via eenmalige uitname uit de algemene reserve. • Afschrijvingslasten nieuwe investering Europaweg-StaPonsweg € 5.625 (raadsbesluit jan 2025). • Verkeer en vervoer/ speelvoorzieningen € 19.000 lagere kosten : BetreT een door de raad vastgestelde maatregel n.a.v. de recente kerntakendiscussie. De geraamde kapitaalslasten voor de nieuwe fietsverbinding (11K) en speelvoorzieningen (8K) kunnen komen te vervallen.
De investering is uitgevoerd en opgenomen in werkelijke lasten.
40 •
• •
• • • •
Wegen € 20.000 lagere kosten (verlagen onvoorzien) : BetreT een door de raad vastgestelde maatregel n.a.v. de recente kerntakendiscussie. Onvoorzien wegen verlagen naar van € 40.000 naar € 20.000. Eventuele overschrijdingen, dekken uit reserve wegen. Stand reserve wegen kan hierdoor zakken. Jaarlijks monitoren of de reserve toereikend gevuld blijT. Wegen € 10.000 lagere kosten vanaf 2027 : BetreT een door de raad vastgestelde maatregel n.a.v. de recente kerntakendiscussie. Het vegen van de goten wordt niet meer door extern bureau gemonitord. Onderbesteding Openbare ruimte € 150.000 lagere kosten : BetreT een door de raad vastgestelde maatregel n.a.v. de recente kerntakendiscussie. Het realiseren van lagere kosten IBOR door scherper te begroten op werkelijke bestedingen voor verkeersmaatregelen, onderhoud wegen, openbare verlichPng, onderhoud groen, gladheidsbestrijding en energiekosten. Openbaar groen € 15.000 hogere kosten : BetreT aanpassing budget inhuur derden als gevolg van sPjging lonen over de periode 2025/2026. Openbaar groen € 6.000 hogere kosten : BetreT aanpassing budget extern bestek als gevolg van indexering 2026. Openbaar groen € 2.800 hogere kosten : BetreT afschrijvingslasten drie nieuwe locaPes hondenlosloopvelden. De investering bedraagt € 42.000 en wordt in 15 jaar afgeschreven.
Speelvoorzieningen € 4.810 lagere kosten : BetreT aanpassing afschrijvingslasten nieuwe investeringen.
2. Overige leefomgeving (hogere kosten variërend tussen € 75.927 en € 175.927) • Voor groot onderhoud wegen wordt een nieuw bestek gemaakt en zal een nieuwe aanbesteding worden voorbereid. De verwachPng is dat vanwege loon - en prijssPjgingen van de afgelopen periode de kosten voor groot onderhoud flink zullen sPjgen. Voorlopig wordt alvast een sPjging van de kosten meegenomen van € 75.927 (= sPjging van c.a. 16,5 %). • Tijdens de behandeling van de jaarrekening 2024 is besloten om €250.000 uit het posiPeve resultaat van de jaarrekening 2024 beschikbaar te stellen voor het herstel en onderhoud van troVoirs, zodat het kwaliteitsniveau weer op peil wordt gebracht. Concreet is hiervoor in 2026 € 50.000 gereserveerd en in zowel 2027 als 2028 telkens € 100.000 uit de reserve vrijgemaakt. 3. Begraven (hogere kosten € 6.000) • Inhuur derden € 16.000 hogere kosten : Om de conPnuïteit te kunnen waarborgen wordt voorgesteld het grafdelven in z’n geheel uit te besteden aan derden, zodat de benodigde ondersteuning alPjd beschikbaar is. De kosten voor het uitbesteden worden jaarlijks geraamd op € 16.000. Tegenover de extra kosten staat een bedrag van € 8.000 aan lagere personeelskosten. Op jaarbasis is 200 uur minder capaciteit nodig bij de buitendienst aangezien deze werkzaamheden komen te vervallen.
• Begrafenisrechten € 10.000 hogere opbrengsten : BetreT hogere opbrengsten als gevolg van indexering van de tarieven (inflaPecorrecPe). 4. Doorberekening afval en riool (overhead en andere (indirect) toerekenbare kosten € 72.861 voordelig) SPjging van de directe kosten voor afval en riolering wordt verwerkt in de tarieven. Aanpassingen hierin hebben in principe geen invloed op het begroPngsresultaat. Dat geldt dus ook voor de verhoging van de toerekening van loonkosten aan afval en riolering. De hogere toerekening van loonkosten leidt indirect echter ook tot een hogere toerekening van overhead aan afval en riolering en de tarieven daarvan. Omdat de kosten van overhead reeds elders in de begroPng staan, leidt de hogere toerekening van loonkosten aan afval tot een posiPef effect op
41 de begroPng. Hogere directe kosten op afval en riolering hebben ook een indirect effect op bijvoorbeeld de BCF toerekening (op inkopen), kwijtscheldingen en toerekeningen vanuit bijvoorbeeld invordering belasPngen en het vegen van wegen. In totaal betreT dit een posiPef effect van € 72.861. Afval: Vanaf 2024 sPjgen de indexeringen van lonen en prijzen harder dan wij meegenomen hebben in de afvaltarieven. Dit is opgevangen binnen de egalisaPe voorziening afvalstoffenheffing. De verwachPng is dat deze voorziening stapsgewijs zal dalen naar € 100.000. Gezien de sPjgende kosten en alle ontwikkelingen zal de komende jaren de tarieven voor afvalstoffenheffing sPjgen aangezien dekking via de voorziening afvalstoffenheffing dan niet meer mogelijk is. We verwachten in 2026 de extra kosten deels (€ 98.000) nog ten laste te kunnen brengen van de egalisaPevoorziening en deels (€ 98.000) te dekken via aanpassing van de afvaltarieven. Dit is € 17,20 per huishouden. Vanaf 2027 zullen de extra kosten volledig gedekt worden via aanpassing van de afvaltarieven. Op basis van de huidige ramingen betekent dit een nog extra verhoging van € 25. 5. Overige kosten (hogere kosten variërend tussen € 89.814 en € 194.246) • Loonkosten : De totale loonkosten worden jaarlijks toegerekend aan de diverse programma’s en projecten.
Ten opzichte van 2025 wordt in 2026 € 161.375 meer loonkosten toegerekend aan programma 2. De loonkosten worden toegelicht bij de paragraaf Bedrijfsvoering verderop in de begroPng. • Afschrijvingslasten : SPjging afschrijvingslasten op basis van actualisering investeringen programma 2 (hogere kosten € 6.208). -
Wagenpark buitendienst € 5.700. (gedekt uit reserve wagenpark)
Overzicht verwerkte maatregelen kerntakendiscussie programma 2 Verwerkte maatregelen kerntakendiscussie programma 2 Onderbesteding Openbare Ruimte Niet meer monitoren van het vegen van de goten door extern bureau Onvoorzien wegen verlagen Vervallen kapitaalslasten nieuwe fietsverbinding en speelvoorzieningen Totaal
2026 150.000 20.000 19.000 189.000
2027 150.000 10.000 20.000 19.000 199.000
2028 150.000 10.000 20.000 19.000 199.000
2029 150.000 10.000 20.000 19.000 199.000
42
3. Veiligheid – Programma 3
Visie van het programma Woudenberg is een gemeente waarin inwoners zich veilig voelen, weerbaar zijn, omzien naar elkaar en waar respect de basisnorm is. Overlast en (ondermijnende) criminaliteit zijn een uitzondering en worden integraal aangepakt. Wat houdt het programma in? Onder programma veiligheid valt de brandweerzorg (Veiligheidsregio Utrecht), voorbereidingen met betrekking tot rampen en crisisbeheersing, toezicht in het publieke domein en diverse samenwerkingsvormen, zoals Bureau Regionale Veiligheidsstrategie, het Veiligheidshuis en het RIEC. Kosten die verbonden zijn aan uiteenlopende initiatieven, maatregelen of projecten op het gebied van veiligheid worden gedekt uit het programma veiligheid.
43
Trends en ontwikkelingen
•
•
• •
• •
• •
•
Digitalisering is diep doorgedrongen in het dagelijks leven. Tegelijkertijd nemen de risico’s toe: cybercriminaliteit is constant in ontwikkeling en kent steeds nieuwe verschijningsvormen, zoals identiteitsfraude, digitale oplichting, misbruik van AI-technologie en aanvallen op essentiële infrastructuur. Het maatschappelijk klimaat verhardt. Wederzijds begrip en tolerantie nemen af en uitingen van ongenoegen gaan niet zelden gepaard met intimidatie, het plegen van strafbare feiten en bedreiging van mensen met een publieke taak, zoals hulpverleners, politiemensen, ambtenaren, politici en bestuurders. De georganiseerde drugscriminaliteit is verankerd in Midden-Nederland. Criminele netwerken maken structureel gebruik van jonge aanwas, geweld en intimidatie, en opereren steeds professioneler. Jeugd blijft kwetsbaar voor ondermijnende criminaliteit. Jongeren worden op steeds jongere leeftijd benaderd, geronseld en betrokken bij criminele activiteiten. De combinatie van lokale drugsnetwerken, groepsdruk, sociale media en de aantrekkingskracht van snel geld vergroot dit risico. Mensenhandel blijft een groot maatschappelijk probleem. Arbeidsuitbuiting, criminele uitbuiting en seksuele uitbuiting komen landelijk in wisselende vormen voor, zowel zichtbaar als onzichtbaar, vaak verweven met andere vormen van ondermijning. De jeugd in Woudenberg vraagt bijzondere aandacht.
Er wordt intensief samengewerkt met ketenpartners zoals wijkagenten, Jeugd-Punt, De Kleine Schans en de afdeling Sociaal Domein. Wij richten ons op vroegsignalering, preventie van escalatie en versterking van de binding met jongeren, waarbij elke partner vanuit eigen taken en bevoegdheden bijdraagt aan een gezamenlijke aanpak. De capaciteit van de hele veiligheidsketen - politie, Openbaar Ministerie en Rechtbank - staat sterk onder druk. Hierdoor moeten scherpe keuzes worden gemaakt aan welke zaken opvolging wordt gegeven. In 2024 is het Integraal Veiligheidsplan voor het basisteam Zeist, Bunnik, Leusden en Woudenberg vastgesteld, met thema’s als georganiseerde ondermijnende (drugs)criminaliteit inclusief mensenhandel, verbetering van digitale veiligheid, aanpak van cybercriminaliteit, maatschappelijke onrust en versterking van maatschappelijke verbinding. Het Integraal veiligheidsplan ZBLW sluit aan op het Veiligheidsstrategie 2023-2026. Voor 2024-2025 is hierbij een gezamenlijk uitvoeringsplan opgesteld. In 2026-2027 volgt een nieuw uitvoeringsplan met gerichte acties op bovenstaande thema’s, waarbij het vergroten van de meldingsbereidheid onder inwoners van Woudenberg één van de speerpunten blijft.
44
Maatschappelijk effect 1
Maatschappelijk effect 1 - Gezamenlijk aanpakken cybercrime Wat willen we bereiken? Cybercriminaliteit blijft zich snel ontwikkelen en neemt steeds complexere vormen aan. Bij cybercriminaliteit worden misdaden gepleegd met een ICT middel die gericht zijn op ICT. Bij digitale veiligheid gaat het om klassieke delicten die via een ICT-middel gepleegd worden en op de mens gericht zijn. Het is onze ambitie om de digitale weerbaarheid van inwoners, ondernemers en eigen organisaties te versterken. Wat gaan we ervoor doen? We zetten hiervoor in op bewustwording, preventie, opsporing en vervolging. Daarnaast blijven we ons ontwikkelen op het gebied van kennis, samenwerking met andere partijen en het herkennen van nieuwe vormen van digitale criminaliteit en cybercrime. Dit bereiken we door: • Weerbaarheid: we verhogen de bewustwording en weerbaarheid van onze inwoners, zoals bij ouderen, ondernemers en jongeren. We vergroten de kennis rond dit thema bij onze interne medewerkers, maar ook bij externe partners. Hierbij maken wij gebruik van nieuwe en innovatieve instrumenten en werken wij samen met partners, zoals Platform Veilig Ondernemen (PVO) en het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV). • Meer inzicht vanuit de politie en het OM rond daders en slachtoffers. Een aanpak met de veiligheidspartners rond preventie, repressie en nazorg voor de slachtoffers.
Hieronder zijn de acties voor 2026 toegelicht. Jeugd 8-12 jaar HackShield onder de aandacht brengen van basisscholen binnen het basisteam. In gemeente Woudenberg wordt er eerst met scholen gesproken of zij er belangstelling voor hebben. HackShield is een cybersecuritygame die kinderen tussen de 8 en 12 jaar weerbaar maakt tegen cybercriminaliteit. Het spel traint kinderen tot ambassadeur, die niet alleen zichzelf, maar ook hun omgeving beschermen tegen online criminaliteit. Jongeren 12-25 jaar re_B00TCMP is een event voor jongeren van 12 tot 25 jaar met interesse en vaardigheden op het gebied van IT, waarbij zij via uitdagende online opdrachten worden ondergedompeld in de wereld van cybersecurity, gaming en digitale veiligheid. Tijdens het programma leren zij omgaan met digitale risico’s, ontdekken zij waar online grenzen liggen, en worden zij voorbereid op kansen binnen de ITsector. Ook maken zij kennis met professionals uit onder andere de cybersecurity-industrie en de politie. Jongeren kunnen zich kwalificeren via een online challenge, terwijl er voor ouders en docenten een apart informatief programma wordt aangeboden. De re_B00TCMP wordt georganiseerd door de politie, in samenwerking met gemeenten, bedrijven en/of scholen. Wij zijn
45 voornemens dit te organiseren, en gaan onderzoeken op welke wijze wij dit het beste kunnen vormgeven, bijvoorbeeld binnen ZBLW-verband. Senioren Om senioren cyberweerbaar te maken organiseren we in samenwerking met RVS een interactieve workshop. In de workshop helpen we inwoners zich online beter te beschermen, door diverse vormen van fraude te leren herkennen. Op een toegankelijke, laagdrempelige en interactieve manier wordt per type fraude aangegeven hoe dit wordt toegepast in de praktijk, wat je eraan kunt doen om het te voorkomen en welke stappen je kunt ondernemen als je er ingetrapt bent. Ondernemers Samen met het Platform Veilig Ondernemen Midden-Nederland organiseren we cybercrimetrainingen voor ondernemers. Tijdens de training leren ondernemers meer over cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit en hoe zij zich hiertegen kunnen wapenen. De trainingen geven inzicht in wat er op dit moment speelt bij MKB-bedrijven, wat collega-ondernemers is overkomen en wat daarvan de gevolgen zijn geweest. Ook krijgen deelnemers praktische preventietips. Doorontwikkeling cyberbeeld In 2025 is in Zeist, Bunnik, Leusden en Woudenberg de pilot ‘doorontwikkeling cyberbeeld’ gestart. Met ketenpartners willen we meer inzicht krijgen in gedrag van daders en slachtoffers door aangifteen meldingsbereidheid te vergroten.
Op basis van voornoemde inzichten kan de aanpak van cybercrime verder doorontwikkeld worden.
46
Maatschappelijk effect 2
Maatschappelijk effect 2 – Bestrijding ondermijnende criminaliteit Wat willen we bereiken? Samen met professionals signaleren, voorkomen en bestrijden van de onzichtbare criminaliteit die het gezag ondermijnt en het vertrouwen van de samenleving in de autoriteiten aantast. Daarnaast willen we de gemeente Woudenberg en haar inwoners weerbaarder maken tegen ondermijnende criminaliteit. Wat gaan we ervoor doen? Een persoonsgerichte aanpak op de toename van jonge criminelen en doorgroeiers; preventief en meer aan de voorkant komen samen met partners als het onderwijs en sociaal domein. Als het om complexe casuïstiek gaat, wordt er samengewerkt met onder andere het Zorg- en Veiligheidshuis. De politie en het Openbaar Ministerie houden zich bezig met de strafrechtelijk aanpak rond ondermijning: • Het verstoren en terugdringen van criminele geldstromen door cruciale rollen aan te pakken en barrières op te werpen om drugsgeld in de bovenwereld te investeren. Gemeenten dragen bij via vergunningen, toezicht en handhaving, Wet Bibob en andere bestuursrechtelijk instrumentarium. Politie en het OM zorgen via strafrecht en bestuurlijke rapportages voor naleving van juridische eisen. • We richten ons op het aanpakken van branches en locaties die betrokken zijn bij of kwetsbaar zijn voor criminele samenwerkingsverbanden (csv) die drugs en geld produceren en opslaan.
We delen signalen over deze branches en locaties in het lokale signaleringsoverleg en organiseren integrale controles om meer inzicht te krijgen in illegale activiteiten. Op deze manier willen we de invloed van csv's op deze sectoren en gebieden verminderen. • We gaan meer zicht krijgen op de problematiek van mensenhandel binnen het Basisteam ZBLW. Het is van groot belang dat we ons bewust zijn van de gevaren en het feit dat slachtoffer- en daderschap vaak in elkaar overlopen. Om dit aan te pakken, gaan we de juiste expertise inschakelen en slachtoffers de juiste zorg bieden terwijl we daders ontmoedigen. Daarom werken we samen met het Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC) en ontwikkelen we beleid rondom dit thema. We streven ernaar om binnen het Basisteam ZBLW tot een uniform beleid te komen en zetten in op bewustwording van signalen, met name onder leden van het sociaal wijkteam en toezichthouders/Boa's die veel zien en signalen kunnen opvangen en delen. • Wij gaan in ieder geval één keer per jaar een integrale controle organiseren in het kader van ondermijning. Dat vergt goede samenwerking en afstemming binnen het gemeentehuis en met de vele externe partners, zoals de politie, het Openbaar Ministerie, het RIEC, de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit en de Arbeidsinspectie.
47 Hieronder zijn de acties voor 2026 toegelicht. Digitaal Opkopers Register (DOR) en Digitaal Opkopersloket (DOL) Beschikken over een uitgewerkt en uitvoerbaar beleid voor het Digitaal Opkopers Register (DOR). Alle ondernemingen binnen de goudbranche zijn opgenomen in het Digitaal Opkopersloket en aangesloten op het DOR. Uitvoeringsplan mensenhandel Het ZBLW-basisteam (Zeist, Bunnik, Leusden en Woudenberg) stelt, met ondersteuning van de RIECprojectleider, een concreet handelingskader en (handhavings)beleid op tegen mensenhandel. Dit plan richt zich op een uniforme aanpak van overtreders én op bescherming van slachtoffers. Integrale controle mensenhandel Binnen het ZBLW-basisteam worden minimaal twee integrale controles uitgevoerd op signalen van illegale prostitutie. Het doel is het tijdig signaleren en stoppen van mogelijke mensenhandel. Integrale controle of preventieve interventie buitengebied of industrieterrein In iedere gemeente binnen het ZBLW-basisteam wordt minimaal één integrale controle of preventieve interventie uitgevoerd, zoals knock & talk-gesprekken of een bijeenkomst met ondernemers in het buitengebied of op een industrieterrein. Dit kan eventueel in samenwerking met het Platform Veilig Ondernemen.
Ondermijning in de zorg We investeren in de awareness op dit thema, delen kennis en opgedane ervaringen met elkaar en stimuleren elkaar – al dan niet in samenwerkingsverbanden – expertise en capaciteit te realiseren om zowel preventieve als repressieve inzet mogelijk te maken. Dit gaan we doen door dit thema als vast agendapunt op de agenda te zetten bij de werkgroep ondermijning. Gemeentelijk Signalenoverleg Ondermijning (GSO) Elke gemeente binnen het ZBLW-basisteam richt een structureel GSO in. Een GSO draagt bij aan versterking van de informatiepositie, juridische borging, weerbaarheid, ketensamenwerking, daadkracht, en daarmee ook de effectiviteit van de aanpak. SVO-buitengebied In het vorige uitvoeringsplan stond de actie Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) buitengebied. Na overleg met Platform Veilig Ondernemen (PVO), hebben wij besloten van start te gaan met Samen Veilig Ondernemen (SVO) in plaats van KVO. Het SVO is net als het KVO een initiatief gericht op het creëren van een veilige en gezonde omgeving voor bedrijven, waarbij publieke en private partijen samenwerken. Echter biedt SVO meer mogelijkheden om in te spelen op de specifieke lokale situatie, meer flexibiliteit in de opzet van de samenwerking en minder regeldruk en administratieve lasten.
48
Maatschappelijk effect 3
Maatschappelijk effect 3 - Verbindingen tussen zorg en veiligheid Wat willen we bereiken? De onderlinge verbinding tussen het zorg- en veiligheidsdomein versterken en verbeteren. We kennen elkaars aanpak, we maken afspraken en leren van casuïstiek en leggen lokaal en bovenlokaal benodigde verbindingen. Wat gaan we ervoor doen? Sommige inwoners hebben te maken met complexe problemen op het snijvlak van zorg en veiligheid. Denk aan personen met onbegrepen gedrag, slachtoffers van huiselijk geweld of jongeren die in een kwetsbare situatie verkeren. Door vroegtijdig signalen op te vangen en samen te werken met zorginstellingen, wijkteams en de politie, willen we ervoor zorgen dat niemand tussen wal en schip valt. Dit vraagt om maatwerk en een persoonsgerichte aanpak. • Jeugd is een belangrijk thema binnen de gemeente Woudenberg. Jongeren die in aanraking komen met criminaliteit of risicovol gedrag vertonen, vragen om een gerichte en preventieve benadering. Binnen de regio zetten we in op nauwe samenwerking tussen scholen, jeugdteams, jongerenwerkers, boa’s, de politie en – waar nodig – het Openbaar Ministerie. Door vroegtijdig signalen op te vangen en interventies op maat toe te passen, kunnen we escalatie voorkomen.
De gezamenlijke inzet van onderwijs, zorg en veiligheid maakt het mogelijk om risicogedrag tijdig te herkennen en jongeren de juiste ondersteuning te bieden, zodat zij zich positief kunnen ontwikkelen en op het juiste pad blijven. • Op casusniveau versterken we de inzet op persoonsgerichte interventies rondom thema’s zoals onbegrepen gedrag, nazorg voor ex-gedetineerden, radicalisering, huiselijk geweld en overlastgevende of criminele personen. Verdere ontwikkeling op de aanpak rond personen met onbegrepen gedrag onder regie van het sociaal domein. We werken op casuïstiek nauw samen met het Zorg- en veiligheidshuis. • We investeren in preventie door vroegtijdige signalen van problematiek in de wijk actief op te pakken. Door snel hulpverlening te organiseren en het strafrecht waar nodig als ondersteunend middel in te zetten, voorkomen we escalatie naar overlast en criminaliteit. • Een verdere kwaliteitsslag in de samenwerking tussen ketenpartners, zoals de GGZ, de politie, Regionale Sociale Dienst, woningbouwcoöperaties en zorg rond de thema’s zorg en veiligheid. Door een goed traject op te zetten en gezamenlijk een plan te maken. • We verdiepen onze kennis op de bovengenoemde thema’s door het analyseren van casussen en trends.
Door te reflecteren op de praktijk en hiervan te leren, verbeteren we continu onze aanpak en vergroten we onze effectiviteit in het zorg en veiligheidsdomein.
49 Hieronder zijn de acties voor 2026 toegelicht. Lokale persoonsgerichte aanpak Iedere gemeente binnen het ZBLW-basisteam heeft een lokale persoonsgerichte aanpak georganiseerd. In het PGA-overleg wordt periodiek en in afstemming met ketenpartners lokale casuïstiek besproken. Elke gemeente kan complexe casuïstiek, wanneer nodig, opschalen naar het Zorg- en Veiligheidshuis. Lokaal jeugdoverleg Iedere gemeente richt, voor zover deze nog niet binnen de gemeente is gestart, een integraal binnengemeentelijk jeugdoverleg in. Dit overleg heeft een signaalfunctie als het gaat om beter zicht te krijgen op de jeugd binnen een gemeente en potentieel risicovolle jeugdigen, die tot de groep jonge aanwas kunnen gaan behoren. De gemeente betrekt hierbij het jongerenwerk, de scholen, de politie en de (jeugd)boa’s. Learning Community Zorg & Veiligheid De vier gemeenten binnen het basisteam en betrokken ketenpartners hebben een Learning Community Zorg & Veiligheid ingericht. Binnen deze leeromgeving delen we actief kennis, ervaringen en leerpunten uit casuïstiek en aanpakken, om zo gezamenlijk te groeien in effectiviteit en samenwerking. Jeugd Sinds het UVP van 2024-2025 is er meer aandacht gekomen voor jeugd in Woudenberg, vanwege een overlastgevende jeugdgroep. Voor specifiek deze jeugdgroep is het 7-stappenmodel toegepast.
Ondanks dat deze aanpak effect heeO gehad, zijn er nog steeds zorgen over jeugd in Woudenberg. Om acPef in te blijven zeQen op problemaPek met betrekking tot jeugd, werken we nauw samen met verschillende ketenpartners, zoals de wijkagenten, De Kleine Schans, afdeling sociaal domein van de gemeente en Jeugd-Punt. Deze partners zijn aanwezig bij het casusoverleg acPeteam jeugd, welke één keer in de acht weken plaatsvindt. Tijdens dit casusoverleg wordt de stand van zaken met betrekking tot jeugdoverlast/overlastlocaPes besproken. Bij deze bespreking kan, indien nodig, overgegaan worden tot de volgende maatregel: aanwezigheid van jongerenwerker, wijkagent of boa op overlastlocaPes. Deze maatregel richt zich op vroegPjdige signalering en directe aanpak van jeugdoverlast en dit kan zorgen voor binding met jongeren, prevenPe van escalaPe en snellere opvolging bij ongewenst gedrag. Daarnaast kan er gezamenlijk een plan van aanpak opgesteld worden, waar elke partner zijn eigen bevoegdheden en taken in kan zeQen. Op deze manier wordt er zo breed mogelijk samengewerkt en ingezet op de jeugd in Woudenberg.
50
Maatschappelijk effect 4 & 5
Maatschappelijk effect 4 & 5 – Adequaat reageren op maatschappelijke onrust & Verhogen meldingsbereidheid Wat willen we bereiken? Een wendbare en stabiele samenleving in vrijheid en verbondenheid. Daarnaast is vergeleken met eerdere periodes al vooruitgang te zien in de meldingsbereidheid. Er wordt meer gemeld via Meld Misdaad Anoniem dan voorheen, daarnaast zijn inwoners ook zelf op de lijn gekomen bij de gemeente. Maar we blijven ons inzetten op een nog betere meldingsbereidheid. Meldingen helpen bij het gericht kunnen nemen van maatregelen. Wat gaan we ervoor doen? We willen als gezamenlijke overheid weten wat er speelt in onze buurten en wijken. We gaan de dialoog aan met onze bewoners en we willen in verbinding zijn met de personen (en organisaties) die maatschappelijk ongenoegen ervaren. We streven naar een gedeeld basisniveau waarmee we op een effectieve manier met maatschappelijke onrust omgaan. We delen kennis, organiseren oefeningen en overleggen met lokale veiligheidspartners over rollen en samenwerking. Radicalisering en extremisme vallen ook onder maatschappelijke onrust. Behouden, herstellen en versterken van de verbinding met de samenleving en groepen daarbinnen is een continu proces. Mogelijke maatschappelijke dreiging willen we vroegtijdig signaleren en een effectief overheidsoptreden bewerkstelligen.
Dit betekent samenwerken als één overheid en als collectieven verbinding leggen met de groepen waar het om gaat: langs de lijnen die verbinden, met een open houding. Hieronder zijn de acties voor 2026 toegelicht. Maatschappelijke verbinding Voor het inwinnen van signalen over maatschappelijke onrust, extremisme en radicalisering gaan de ZBLW-gemeenten een lokaal overleg inrichten. Hierdoor kunnen gemeenten inspelen op toekomstige maatschappelijke onrust en zorgen voor maatschappelijke verbinding in de gemeente en samenleving. Onderzoek Regionale Veiligheidsstrategie (RVS): online onderzoek door gemeenten Bureau RVS doet onderzoek naar hoe gemeenten online onderzoek kunnen doen naar maatschappelijke onrust en hoe daar vervolgens tegen te kunnen interveniëren. Dit onderzoek is in 2024 begonnen en de voortgang is in februari 2025 besproken tijdens een themabijeenkomst. Hier werden praktijkcases van verschillende gemeenten in de regio besproken en werd informatie opgehaald van diverse gemeenten om het vervolgonderzoek vorm te geven. De ZBLW-gemeenten gaan in 2026-2027 vervolg geven aan de resultaten van dit onderzoek.
51 Handreiking Radicalisering en Extremisme Bureau RVS gaat een handreiking schrijven voor gemeenten in Midden-Nederland om te leren om te gaan met signalen van radicalisering en extremisme. Ook gaan er door Bureau RVS kennissessies gegeven worden aan professionals binnen de gemeentelijke- en politieorganisatie om deze signalen te herkennen en handelingsperspectieven te bieden. In 2026 gaan de ZBLW-gemeenten uitvoering geven aan de handreiking. Trainingen Radicalisering en Extremisme We investeren in het uitbreiden van de kennis over radicalisering en extremisme, delen kennis en opgedane ervaringen met elkaar. Dit doen de ZBLW-gemeenten om goed onderbouwde beleidskeuzes te kunnen maken, waarbij ook de kennis van professionals over het herkennen en melden van signalen over radicalisering getraind blijft worden. Deze trainingen worden aangevraagd via de versterkingsgelden. Analyse radicalisering, extremisme en terrorisme Het binnen het wettelijk kader laten uitvoeren van een analyse van uiteenlopende radicale en extremistische bewegingen en trends in het lokale of regionale domein, met als doel de informatiepositie van de gemeente Woudenberg te verbeteren en het kennisniveau van betrokken professionals bij de lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme te vergroten.
Hierbij is de wens ook de thema’s soevereinen en extreemrechts mee te nemen in de analyse. Bondgenoten Het opzetten van het bondgenotenoverleg. De bondgenotenmethodiek bestaat uit een belangrijk netwerk van sleutelfiguren op lokaal niveau. Het doel is om ervoor te zorgen dat in tijden van onrust partijen als politie, gemeente en gemeenschap niet tegenover maar juist naast elkaar staan. Communicatie Samen met andere partners willen wij ons inzetten op het vergroten van de meldingsbereidheid van inwoners, ondernemers en bezoekers. Dit gaan wij doen door te communiceren hoe en waar meldingen gedaan kunnen worden. Gemeente en politie werken interactief Het opbouwen van vertrouwen door middel van warme contacten is essentieel. Een goed interactie tussen inwoners en overheid speelt hierbij een belangrijke rol. Het is van belang dat dit contact op een laagdrempelige en toegankelijke manier tot stand komt. Meld Misdaad Anoniem campagnes Campagnes van Meld Misdaad Anoniem kunnen ingezet worden om de meldingsbereidheid in Woudenberg te vergroten. We sluiten aan bij Meld Misdaad Anoniem campagnes die passend zijn voor de gemeente.
52
Overige ontwikkelingen
Een belangrijke partner die een bijdrage levert aan een veilige fysieke leefomgeving is de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). Samen met VRU wordt de brandweerzorg in Woudenberg en de crisisbeheersing georganiseerd, en verder organiseert de VRU advies en toezicht bij de leefomgeving. Bestuursagenda De wet veiligheidsregio’s schrijft voor dat het bestuur van de veiligheidsregio eenmaal in de vier jaar een beleidsplan (bestuursagenda) vaststelt. De bestuursagenda beschrijft de koers voor de komende jaren. In 2023 is naast de bestuursagenda tevens het Regionaal Crisisplan (RCP) 2024 -2027 vastgesteld. De bestuursagenda is gebaseerd op het Regionaal Risicoprofiel (RRP) uit 2023. Daaruit blijkt dat: • Naast de klassieke flitsramp zal er steeds vaker sprake zijn van langdurige/dreigende crises. • Onder invloed van klimaatverandering worden weersomstandigheden extremer en minder voorspelbaar, zo vormt natuurbrand een grotere veiligheidsrisico. • De energietransitie leidt tot de introductie van nieuwe energiebronnen en -dragers met nieuwe risico’s. • Als gevolg van extramuralisatie en vergrijzing krijgt de VRU tijdens een crisis vaker te maken met verminderd zelfredzame mensen. • De verdergaande digitalisering leidt tot meer digitale verstoringen.
Veerkracht en weerbaarheid Naast de hierboven genoemde risico’s is er het afgelopen jaar veel aandacht gekomen voor crises die veel veerkracht en weerbaarheid van de samenleving vragen. Dit houdt in dat een crisis zo’n grote impact heeft dat iedereen er mee te maken kan krijgen. Een voorbeeld van zo’n risico is een langdurige grootschalige stroomuitval. De regio Utrecht kan hiermee volgens de netbeheerder geconfronteerd worden de komende jaren. Maar hier wordt ook gedacht aan risico’s met een mogelijk grote impact zoals extreem weer, cyberrisico’s en verslechterde veiligheidssituatie door geopolitieke spanningen. De NCTV heeft alle burgemeesters in een brief gevraagd aandacht te hebben voor veerkracht van de samenleving. De VRU is een project Veerkracht gestart, ook wordt landelijk door de VRU en de andere Veiligheidsregio’s gewerkt aan veerkracht. De komende jaren zal door pilots steeds beter duidelijk worden hoe je de samen- en zelfredzaamheid van de samenleving vergroot. Er wordt o.a. ingezet op noodsteunpunten voor inwoners en versterken van netwerken en samenwerken met bedrijven en organisaties. Voor Woudenberg wordt ingezet op bewustwording en planvorming. Hiernaast wordt de gebiedsgerichte aanpak natuurbrand uitgevoerd (zie hieronder) en wordt geoefend met langdurige stroomuitval in de bevolkingszorgprocessen. Toekomstige financiële koers
53 De VRU is bezig met het uitwerken van financiële toekomstscenario’s voor de jaren vanaf 2026. In deze toekomstscenario’s worden verschillende bestuurlijke keuzes gemaakt t.a.v. besparingen en investeringen. Naast investeringen (op orde en op koers scenario) is gevraagd om een scenario waarbij de gemeentes komende jaren niet meer gaan betalen (nullijn) en een scenario met een besparing van 3%. De bestuurlijke keuze voor deze investeringen en/of besparingen en de financiële gevolgen hiervan zullen als zienswijze aan de raad worden voorgelegd in de loop van 2025. Hiermee wordt inzicht gegeven in hoeverre de bovengenoemde bestuursagenda verder kan worden uitgevoerd. Hiernaast vergelijkt de VRU nu op verzoek van het bestuur een aantal scenario’s waarbij de huisvesting in toenemende mate samen gedragen wordt. Als er besloten wordt tot een implementatie van één van deze scenario’s, dan speelt dit in 2026 en verder. Ook wordt in 2025 het dekkingsplan van de VRU (verdeling inzet brandweerposten en aanrijtijden) geactualiseerd. Team OKT permanent voor de crisisbeheersing De regionale organisatie van de crisisbeheersing wordt uitgebreid met een operationeel kernteam permanent (OKT-p). Dit is een team dat wordt ingericht om met langdurige/dreigende crises om te gaan . In 2025 wordt de rol van bevolkingszorg in dit team via werkwijzes vastgesteld. Het rijk kort op gelden voor dit team.
Dit wordt meegenomen in de toekomstige financiële koers. Bevolkingszorg De gemeente en de veiligheidsregio organiseren samen bevolkingszorg. Bevolkingszorg is de zorg bij een crisis voor de inwoners en omgeving. Voorbeelden zijn opvang van inwoners wiens huis verwoest is, nazorg zoals een herdenking, omgevingszorg zoals hekken om een gevaarlijke situatie, en crisiscommunicatie. Crisiscommunicatie wordt een eigenstandig proces binnen bevolkingszorg. In 2025 wordt onderzocht of er samenwerking tussen gemeentes voor een hard piket voor crisiscommunicatie mogelijk is, dit wordt dan geïmplementeerd in 2026 en verder. In 2025 wordt de nieuwe inrichting van bevolkingszorg geïmplementeerd, o.a. door een nieuw handboek en tabletops. Natuurbrandbeheersing Er loopt een groot regionaal project waarbij de voorbereiding en bestrijding op natuurbrand verbeterd wordt. Negen natuurbrandgemeentes, waaronder Woudenberg, en de VRU bundelen de krachten om de voorbereiding op een onbeheersbare natuurbrand op de Utrechtse Heuvelrug te versterken. Onderdeel is een gebiedsgerichte aanpak van de 17 risicogebieden op de Utrechtse Heuvelrug met een gestapeld risico. De gebiedsgerichte aanpak van het Henschotermeer en omgeving zal in 2025 plaatsvinden. In 2026 en verder zullen de maatregelen die uit deze aanpak komen worden uitgevoerd, dit is een meerjarenaanpak.
54
Indicatoren
Doel
Omschrijving
Bron
Realisatie Realisatie 2022 2023
Realisatie 2024
Raming 2025
Raming 2026
1.
Bureau Halt
2
6
3
5
5
CBS
5
15
5
5
5
3.
Verwijzingen HALT (aantal per 1.000 jongeren) Winkeldiefstallen (aantal per 1.000 inwoners) Geweldsmisdrijven
CBS
27
28
28
25
20
4.
Diefstal uit woning
CBS
20
30
15
10
10
5.
Vernielingen en beschadigingen in de openbare ruimte
CBS
119
72
75
50
50
6.
Rapportcijfer veiligheid (Rapportcijfer over hoe de inwoner veiligheid ziet dan wel ervaart in de gemeente Woudenberg)