03. Bijlage 1. Evenementenbeleid.pdf
Tekst van het document
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert tijdens evenementen en daarbuiten of professionele en particuliere aanbieders van bederfelijke eet- en drinkwaren zich houden aan de regels uit de Warenwet. Bij constatering van een overtreding van deze wet kunnen zij de aanbieder beboeten. Als de organisatie van het evenement nalatigheid kan worden verweten met betrekking tot de verkochte waren kan de NVWA ook een boete opleggen. Particulieren en bedrijven die eet- en drinkwaren aanbieden tijdens evenementen moeten werken volgens een voedselveiligheidsplan dat gebaseerd is op de hygiënecode HACCP. De aanbieder mag het plan zelf schrijven, maar hij
25
26
3. Tijdens het evenement kan ook een goedgekeurd plan (een “Hygiënecode”) kopen bij een brancheorganisatie. In een Hygiënecode staat beschreven waaraan de aanbieder moet voldoen om producten goed en veilig op de markt te brengen, met de wettelijke regels (bijvoorbeeld op het gebied van de inrichting van bereidplaatsen, hygiëne, temperatuurregistratie, etc.).
dieren op markten, tentoonstellingen en beurzen staan in het Besluit Houders van Dieren. De NVWA moet uiterlijk twee weken voor het tijdstip van de tentoonstelling, beurs of markt waar gezelschapsdieren worden tentoongesteld en/of verhandeld worden geïnformeerd.
3.3.2. TOILETVOORZIENINGEN
Er dient bij evenementen rekening gehouden te worden met eventuele veiligheidsmaatregelen op het vlak van hitte- en zonbescherming. Bij hoge temperaturen is het onverantwoord als mensen voor lange periode worden blootgesteld aan de volle zon. Wanneer de temperatuur hoger dan 25 graden is op de dag van het evenement, moet er voorzien worden in schaduwrijke plekken en mogelijkheid tot hydratatie op het evenemententerrein. Het aspect ‘zonbescherming’ zal indien nodig onderdeel worden van het veiligheidsplan en de voorwaarden van de evenementenvergunning.
De organisator is ervoor verantwoordelijk voldoende toiletten te plaatsen op bij het evenement/langs de route van het evenement. De organisator stelt hiervoor een plaatsingsplan op en levert dit acht weken voorafgaand aan het evenement aan. Daarnaast zorgt de organisator voor duidelijk zichtbare bewegwijzering naar de toiletten. Direct na afloop van het evenement moeten de toiletvoorzieningen verwijderd worden.
3.3.3. EVENEMENT MET LEVENDE DIEREN Onder evenementen met dieren wordt verstaan het gebruik van dieren ter vermaak, zoals bij kunst, reclame, promotieactiviteiten, volksvermaak en tentoonstellingen. Evenementen met dieren kunnen niet zomaar worden gehouden. De Wet dieren stelt beperkingen aan de mogelijkheden om dieren te gebruiken bij evenementen en wedstrijden. Zo is het verboden om dieren als prijs, beloning of gift uit te reiken naar aanleiding van wedstrijden, verlotingen, weddenschappen of andere dergelijke evenementen. Verder is het verboden dierengevechten te organiseren of bij een dier pijn of letsel te veroorzaken of gezondheid of welzijn aan te tasten Op grond van het motief openbare orde en veiligheid kan een evenement met dieren worden verboden. Sinds 1 juli 2014 is het Besluit Houders van Dieren van kracht. Vanaf deze datum moet u evenementen waarop gezelschapsdieren (zoogdieren, vogels, vissen, reptielen, ambifibieën) worden tentoongesteld en/of verhandeld bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna te noemen: NVWA) aanmelden. De eisen voor de diergezondheid en het dierenwelzijn van gezelschaps-
HOOFSTUK 3.3.4. HITTE- EN ZONBESCHERMING
3.4. BEREIKBAARHEID 3.4.1. VERKEERSPLAN Evenementen kunnen grote consequenties hebben voor het verkeer in de directe omgeving. Omwille van een evenement kunnen (delen van) wegen worden afgesloten en kan verkeer worden omgeleid. Ook kan het grote aantal bezoekers de verkeersdoorstroming stremmen of tot een verhoogde parkeerdruk leiden. De organisator moet maatregelen treffen om de bereikbaarheid voor bezoekers (OV en auto) en voor hulpdiensten te waarborgen en de gevolgen voor het verkeer te beperken. Eventuele parkeeroverlast als gevolg van de activiteiten moet zoveel als mogelijk worden voorkomen. Ook zorgt de organisator voor de inzet van verkeersregelaars. Deze verkeersregelaars moeten vooraf worden opgeleid en aangesteld. Met gebruik van een verkeersplan geeft de organisator aan welke maatregelen getroffen worden, waaronder ook een hekken- en bordenplan. Het hele verkeersplan wordt ter toetsing voorgelegd aan de afdeling verkeer, politie en VRU. De organisator is verantwoordelijk voor het plaatsen, in stand houden en verwijderen van de juiste bebording en afzettingen. De afdeling Verkeer kan hierbij ondersteunen.
27
3. Tijdens het evenement 3.5. GELUID
Deze geluidsnormen zijn conform het geluidsbeleid geldend in de Gemeente Woudenberg.
3.5.1. GELUIDCATEGORIEËN Voor de gemeente Woudenberg zijn de evenementen te verdelen in 3 geluidscategorieën.
echter een vaak onderschatte oorzaak van gezondheidsproblemen. Na luchtverontreiniging komt geluidoverlast op de tweede plaats als milieufactor die de gezondheid schaadt. Ernstige geluidhinder en slaapverstoring kunnen al optreden vanaf lage geluidniveaus. Ernstige geluidhinder kan via aanhoudende stress ook leiden tot lichamelijke klachten. Slaapverstoring is van invloed op het herstelmechanisme van het lichaam en op functioneren overdag. Bij hogere geluidniveaus vergroot lawaai de kans op hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten die kunnen uitmonden in een hartinfarct.
Cat 1. Evenementen zonder muziek- en installatiegeluiden. Cat 2. Evenementen met (achtergrond)muziekgeluiden en installatiegeluiden. Cat 3. Evenementen met muziekgeluiden en installatiegeluiden, zoals bijvoorbeeld feestavonden met DJ’s en het tentfeest. NB:
Bovenstaande indeling is afwijkend van de categorie indeling naar risico's van het evenement (A,B en C).
3.5.2. REALISTISCH EN MAATSCHAPPELIJK ACCEPTABEL Bij het bepalen van de geluidnorm voor een evenementenvergunning speelt het dilemma dat deze realistisch en maatschappelijk acceptabel moet zijn. De geluidnormen zijn daarom toegespitst op de verschillende soorten evenementen die de gemeente Woudenberg kent.
1.
De geluidnormen in een evenementenvergunning moeten realistisch zijn. Hetgeen inhoudt dat het evenement volgens de beoogde bedrijfsvoering moet kunnen plaatsvinden.
2.
De geluidnormen moeten maatschappelijk acceptabel zijn. Er moet sprake zijn van een zorgvuldige belangafweging. Dit houdt in dat indien voldaan wordt aan de (verruimde) geluidnormen op voorhand geen onduldbare geluidoverlast te verwachten is. Geluid is van grote invloed op gezondheid. Gewenste geluiden, zoals mooie muziek of natuurgeluiden zijn van positieve invloed. Ongewenst geluid is
28
Daarom is het van belang om geluidsoverlast zo veel mogelijk te beperken door geschikte geluidsnormen en eindtijden te hanteren.
3.5.3. GELUIDSNORMEN Deze regelgeving is gebaseerd op het advies van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD). Een duldbare geluidsnorm wordt bereikt bij een geluidbelasting op de gevel van een woning van maximaal 75 dB(A) en een geluidbelasting binnen in de woning van maximaal 50 dB(A). Daarboven wordt het geluid aangeduid als zijnde onduldbaar.. Om evenementen in Woudenberg te kunnen laten plaatsvinden geldt (overdag en in de avond) voor categorie 2 evenementen een geluidnorm van 70 dB(A) en voor categorie 3 evenementen, een verruiming van 5 dB(A) op de duldbare geluidsnorm van 75 dB(A) wat resulteert in een geluidnorm LAeq van 80 dB(A). De geluidnormen zijn van toepassing op de gevel van de dichtstbijzijnde woning ten opzichte van het evenement. De maximale geluidnorm LAeq van 80 dB(A) is een norm die bij meerdere gemeenten wordt gehanteerd. Om een juiste balans te creëren bij het toepassen van een gevelbelasting van 80 dB(A) en onduldbare hinder kan dit worden gecompenseerd in de toegestane tijdsduur van het evenement en het aantal evenementen dat per jaar, per locatie binnen de gemeente gehouden mag worden. Daarom mogen er in de gemeente Woudenberg maximaal 8 van deze categorie evenement per jaar plaatsvinden, en maximaal 3 per locatie. Het is een verruiming die bij meerdere gemeenten wordt gehanteerd.
3.5.4. INVOERING GELUIDSNORM DB(C) Om de hinder vanwege lage tonen te beperken wordt de normeenheid dB(C) naast de dB(A) ingevoerd. Dit heeft te maken met het frequentiespectrum van muziekgeluid en de hinderbeleving van lage frequenties. Tijdens de evenementen in de buitenlucht dempen de midden en hoge tonen sneller en beter dan lage tonen die vaak veroorzaakt worden bij ‘dance’ muziek. Bij dance muziek zitten meer lage tonen in het muziekspectrum en dit geeft in de omgeving meer geluidhinder. Dit soort muziek heeft als effect dat vooral op een wat grotere afstand de lage tonen hoorbaar zijn. Deze lage tonen dringen ook gemakkelijker door in geluidsgevoelige gebouwen terwijl hogere tonen daarentegen doorgaans door de muren worden tegengehouden. Lage tonen (bassen) zijn daarom veelal bepalend voor de hinderbeleving in de omgeving. In de APV worden de geluidsnormen doorgaans aangegeven met dB(A) waarden. Deze eenheid wordt structureel gebruikt vanuit de beoordeling van industrielawaai, waarbij de geluidsniveaus onder de 50 dB(A) liggen. Voor de beoordeling van dit soort industrie geluid is gebleken dat het A-filter een goede hindermaat is. Bij muziekgeluid tijdens evenementen gaat het echter om hogere geluidniveaus waarbij de lage tonen een grotere rol spelen in de hinderbeleving. Als hindermaat is hiervoor het C-filter geschikter.
Daarom zal naast het hanteren van de dB(A) norm, ook de dB(C) norm gebruikt gaan worden. Om de lage tonen in te perken wordt een dB(C) norm in de vergunning opgenomen van 83 (cat. 2) en 93 (cat. 3) dB(C) gebaseerd op ervaringen van geluidmetingen en van andere gemeenten die ook een dB(C) norm hanteren. Het verschil tussen dB(A) en dB(C) zorgt ervoor dat het aandeel lage tonen bij veel van de muziekevenementen wordt ingeperkt. Deze inperking is echter niet zodanig dat deze muziekevenementen niet meer tot hun recht komen. In de praktijk zal blijken of de genoemde dB(C) norm realistisch is. In het omgevingsplan zal de dB(C) norm opgenomen worden.
Voor festiviteiten en evenementen gelden de onderstaande geluidsniveaus. Deze zijn conform het vastgestelde geluidsbeleid. Soort evenement
Maximaal evenementen per jaar
Equivalent geluidsniveau van 9:00u tot 22:30u, in het weekend tot 23:00u LAeq
LCeq
Geluidscategorie 1
50 dB(A)
-
Geluidscategorie 2
70 dB(A)
83 dB(C)
Geluidscategorie 3
80 dB(A)
93 dB(C)
3x jaarlijks per locatie, 8x jaarlijks per gemeente
3.5.5. BEGIN- EN EINDTIJDEN Met inachtneming van de nachtrust voor omwonenden zijn de dagen/tijden waarop evenementen mogen plaatsvinden als volgt: Dagen
Begintijd
Eindtijd
Maandag, dinsdag, woensdag en donderdag
09:00 uur
23:00 uur
Vrijdag en zaterdagen
09:00 uur
23:30 uur
Zondagen
*13:00 uur
23:00 uur
*Begintijd mogelijk in combinatie met een ontheffing van de Zondagswet.
De eindtijd is maximaal 23:30 uur op vrijdagen en zaterdagen, dit in verband met nachtrust van omwonenden in relatie tot de verhoogde toegestane geluidbelasting van 80 dB(A). Als na de zondag een feestdag volgt kan de verplichte eindtijd op 23:30 uur worden gezet in plaats van 23:00 uur. De eindtijd van 23:00 uur geldt dan voor de dag voorafgaande aan de volgende werkdag. Het versterkte geluid op een evenement moet een halfuur voor de eindtijd van het evenement gestopt zijn. Dit zal dus doordeweeks om 22:30u zijn, en op vrijdag/zaterdag om 23:00u.
29
3. Tijdens het evenement Het opbouwen van evenementen is toegestaan vanaf 9:00 uur en op zondagen vanaf 13:00 uur. Opbouwen voor die tijden is niet mogelijk, omdat dit (veel) overlast veroorzaakt voor de woonomgeving. Wanneer het evenement laat in de avond om uiterlijk 23.00 uur of op vrijdag en zaterdag om uiterlijk 23.30 uur wordt beëindigd, dan kan de organisatie direct daarna afbouwen, mits de werkzaamheden geen grote overlast veroorzaken voor de woonomgeving en de werkzaamheden in korte tijd (maximaal twee uren) kunnen worden afgerond. Een uitzondering op deze begin- en eindtijden is het tentfeest tijdens de jaarwisseling. Deze wordt georganiseerd van 00:00u tot 03:30u. De burgemeester kan beredeneerd afwijken op de reguliere begin- en eindtijden bij bijvoorbeeld dit tentfeest en de PGJU feesten. Sportorganisaties en horecagelegenheden, bijvoorbeeld de voetbalvereniging en De Camp, die onder de incidentele festiviteiten-regeling vallen, mogen zes keer per jaar een festiviteit organiseren met enigszins verruimde geluidsnormen tot 01:00u. Informatie over incidentele festiviteiten is nader uitgewerkt onder paragraaf 2.7.3.
3.5.6. ZONDAGSRUST In zijn algemeen kan gesteld worden dat in Woudenberg waarde wordt gehecht aan de zondagsrust. Daarom wordt er terughoudend omgegaan met het verlenen van ontheffingen op zondag. Er zijn uitzonderingen hierop mogelijk, bijvoorbeeld wanneer een reguliere feestdag op een zondag valt. Het is op zondagen niet toegestaan voor 13:00 uur geluid te produceren dat op een afstand van meer dan 200 meter van de geluidsbron hoorbaar is. Na 13:00 uur is dit wel toegestaan als de burgemeester hiervoor ontheffing verleent. Ongeacht mogelijke ontheffingen is het conform de Zondagswet verboden om op zondag in de nabijheid van kerken of andere gebouwen voor de openbare eredienst in gebruik, zonder strikte noodzaak gerucht te verwekken, waardoor de godsdienstbeoefening gehinderd wordt. In de vergunningsvoorschriften wordt dit expliciet vastgelegd.
3.5.7. WET NATUURBESCHERMING De Wet natuurbescherming beschermt dier- en plantensoorten die in het wild voorkomen. (Muziek)geluiden die bij evenementen worden geproduceerd kunnen schadelijk zijn voor beschermde diersoorten. Ongeveer 500 van de 36.000
30
diersoorten die in Nederland voorkomen, vallen onder de bescherming van deze wet. Alle bepalingen uit de Wet natuurbescherming komen uit de Europese wetgeving. Dieren mag je volgens deze wet niet verstoren. Als er een vermoeden is van de aanwezigheid van beschermde diersoorten dan dient de initiatiefnemer een QuickScan te doen. Als uit de QuickScan blijkt dat het aannemelijk is dat er beschermde soorten zitten dan moet er vervolgonderzoek worden gedaan. Wanneer het vervolgonderzoek aangeeft dat er beschermde diersoorten aanwezig zijn moet de initiatiefnemer van het evenement bij de Provincie ontheffing aanvragen, omdat de provincie het bevoegd gezag heeft. Hiermee is niet gezegd dat deze ontheffing dan ook door de provincie wordt verleend.
3.5.8. COLLECTIEVE FESTIVITEITEN Op grond van artikel 5.68 van de Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) kunnen burgemeester en wethouders jaarlijks collectieve festiviteiten aanwijzen die niet specifiek aan één of een aantal horecabedrijven zijn verbonden, zoals Koningsdag en Bevrijdingsdag. Door deze aanwijzing kunnen horecabedrijven, sportgelegenheden en evenement organisaties festiviteiten ontplooien die afgestemd zijn op de landelijke festiviteiten. Hetgeen inhoudt dat bij de aangewezen collectieve festiviteiten het equivalent geluidniveau, met een middelingstijd van 1 min gemeten in de meterstand Fast veroorzaakt door een bedrijf of evenementorganisatie, op de gevel(s) van geluidgevoelige gebouwen, maximaal LAeq 80 dB(A) en LCeq 93 dB(C) mag zijn. De muziek geluiden mogen tijdens deze collectieve festiviteiten van 07:00u tot 23:00u ten gehore worden gebracht. Gezien het collectieve karakter, tellen deze festiviteiten niet mee in de limitering van 8 dagen per kalenderjaar van geluidcategorie 3 evenementen in de gemeente.
3.5.9. HET NALEVEN VAN DE GELUIDVOORSCHRIFTEN Stel er wordt tijdens een geluidcontrole 83 dB(A) en 95 dB(C) op de dichtstbijzijnde/relevantste gevel gemeten. De organisator moet dan op aanwijzen van het bevoegd gezag het volume direct terugdraaien zodat aan de vergunde geluidnorm op de gevel wordt voldaan. Ook hier geldt dat de organisatie zelf (dus niet de artiest) verantwoordelijk is voor het naleven van de geluidnormen. Geeft de organisator hieraan geen gehoor dan zal in samenwerking met de politie/boa, een beëdigd ambtenaar die hiervoor gemachtigd is, voor deze overtreding een PV opmaken. De verplichting, het volume direct terugdraaien zodat aan de vergunde geluidnorm op de gevel wordt voldaan, blijft ook na het uitschrijven van de PV van kracht.
31
3. Tijdens het evenement 3.5.10. CONTROLE EN HANDHAVING GELUID
3.5.11. MEETPROTOCOL
De aanvraag voor een evenementenvergunning in de openbare ruimte wordt door de RUD Utrecht getoetst op volledigheid. Bij een volledige aanvraag wordt beoordeeld welke geluidsnormen van toepassing zijn. Door de RUD Utrecht wordt een geluidsadvies verstrekt. Het geluidsadvies wordt aan de verleende evenementenvergunning gekoppeld.
De geluidmetingen hebben tot doel om te beoordelen of de (muziek)geluiden tijdens de evenementen voldoen aan de geluidvoorschriften zoals genoemd in de ontheffing die op grond van de APV wordt afgegeven.
De aanvraag voor ontheffing (categorie 3 evenementen) wordt door de RUD Utrecht getoetst op volledigheid. Bij een volledige aanvraag wordt beoordeeld welke geluidsnormen er van toepassing zijn. Door de RUD Utrecht wordt een geluidsadvies met voorwaarden voor de ontheffing verstrekt. De ontheffing met voorwaarden wordt aan de aanvrager verleend. De voorwaarden worden onderdeel van de te verlenen vergunning. De effectiviteit van regels en normen valt of staat met de naleving ervan. Om overtreding van geluidnormen te voorkomen is het van belang dat een organisator van een evenement vroegtijdig bij de ontheffingsprocedure erop gewezen wordt dat men zich aan de normen dient te houden. Het in gesprekken en contacten met organisatoren aan de orde stellen van geluidsnormen, de betekenis ervan en de consequenties van het niet naleven werkt over het algemeen preventief. Toezicht en handhaving op de naleving van voorschriften blijft hoe dan ook noodzakelijk. Door RUD Utrecht worden tijdens evenementen geluidmetingen uitgevoerd. Bij een geconstateerde overschrijding wordt de organisator gewaarschuwd en verzocht om het geluidsniveau terug te brengen tot het toegestane niveau. Geeft de organisator hieraan geen gehoor dan zal in samenwerking met de politie proces-verbaal kunnen worden opgemaakt.
Indien een organisator, na waarschuwing, niet meewerkt aan het beëindigingen van een overtreding dan zal dit ook consequenties hebben voor volgende activiteiten die deze organisator in Woudenberg wil organiseren. Afhankelijk van de situatie en de aard van de overtreding kan een preventieve dwangsom worden opgelegd en/of kan bij een volgende aanvraag geen vergunning of ontheffing worden verleend.
32
De geluidmetingen worden verricht bij de dichtstbijzijnde gevel van derden of (indien er geen woning aanwezig is binnen een straal van 50 meter) er wordt gemeten op 50 meter afstand vanaf de erfgrens van inrichting/ evenementenlocatie. De geluidmetingen en de beoordeling worden conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (1999) uitgevoerd. De geluidmetingen worden uitgevoerd met behulp van geavanceerde en gecertificeerde meetinstrumenten. Voorafgaand en na de geluidmetingen wordt de geluidmeter gekalibreerd (met behulp van een kalibrator). De meetinstrumenten worden om de twee jaar gekalibreerd en voorzien van certificaatlabel. Een gemiddelde geluidniveau geeft per definitie niet de hinderbeleving weer. Bij de beoordeling zijn de muziekgeluiden in tijd relevant en deze worden getoetst aan de LAeq, LA max en LCeq. Bij de geluidmetingen wordt kortstondig enkel het meeste relevantste (muziek) geluidniveau gemeten. Vooraankondigingen van liedjes en korte pauzes worden uit de geluidmetingen gehouden. In afwijking van de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (1999) wordt bij de beoordeling van muziekgeluiden geen straffactor (10 dB(A)) voor muziekgeluid en geen bedrijfsduurcorrectie toegepast. Stemgeluiden worden conform de milieuregelgeving buiten beschouwing gehouden.
3.5.12. BEREIKBAAR ZIJN VOOR OMWONENDEN In de vergunning wordt de organisator verplicht gesteld een telefoonnummer te communiceren aan omwonenden waar ze nadere informatie kunnen krijgen. Ook wordt verzocht om omwonenden van tevoren op de hoogte te brengen van het evenement. Wanneer omwonenden rekening kunnen houden met het evenement, leidt dat tot minder overlast.
3.5.13. UITGANGSPUNTEN GELUID
1.
De bijbehorende geluidgegevens van een evenementenaanvraag worden getoetst op volledigheid. Bij een volledige aanvraag worden de geluidgegevens geselecteerd (categorie 1,2, of 3) en deze worden vervolgens getoetst aan de bijbehorende geluidnormen (bijvoorbeeld met behulp van een overdrachtsberekening).
2.
De gemeente Woudenberg zal maximaal 8 dagen per kalenderjaar categorie 3 evenementen (met name in het centrum). De limitering van 8 geldt niet voor cat.3 evenementen met een collectief karakter (aangewezen collectieve festiviteiten zoals Koningsdag en Bevrijdingsdag)).
3.
Het aantal categorie dagen van evenementen zijn bepalend dus niet het evenement zelf. Voorbeeld: Een aanvraag voor een festival voor 2018, tijdsduur drie dagen. Op de eerste dag wordt er een popconcert gehouden (cat. 3.), de tweede dag is er een braderie (cat. 2) en de derde dag wordt het festival afgesloten met een concert (cat. 3). Het festival duurt 3 dagen waarvan er twee dagen als categorie 3 evenementen worden aangemerkt. Zodra de vergunning wordt verleend zijn er nog maximaal 6 dagen over waarop de gemeente Woudenberg in 2018 categorie 3 evenementen kan verlenen.
4.
Wanneer er in een kalenderjaar 8 dagen categorie 3 evenementen zijn verleend worden er voor dat kalenderjaar geen categorie 3 evenementen meer verleend.
5.
Bij categorie 3 evenementen worden direct omwonenden (binnen een straal van 50 meter ten opzichten van de erfgrens van de locatie waar het evenement gehouden wordt) twee weken voorafgaand aan het evenement door de aanvrager met een brief op de hoogte gebracht. De gemeente zal de verleende vergunning via de plaatselijke kranten en de gemeentelijke website publiceren.
6.
Bij het niet opvolgen van aanwijzingen van het bevoegd gezag, kan het bevoegd gezag naast het opmaken van een PV, de eventuele nog geplande evenementendagen intrekken of bij een jaarlijks terugkerend evenement de vergunning voor het opvolgend jaar weigeren.
7.
Tijdens de evenementen dient er een verantwoordelijke mobiel bereikbaar te zijn waarop buurtbewoners de organisatie kunnen bereiken voor eventuele vragen en/of geluidklachten tijdens het evenement.
3.6. DUURZAAMHEID
In het kader van recente klimaatontwikkelingen vindt de gemeente Woudenberg het belangrijk dat duurzaamheid in acht wordt genomen in de evenementenorganisatie. De organisator van een evenement is verantwoordelijk (en aansprakelijk) voor het voorkomen van milieutechnische schade. Het is belangrijk dat schade aan het milieu voorkomen wordt op evenementen. Om in te zetten op een duurzaam evenement kunnen organisatoren de volgende aandachtspunten meenemen in de organisatie: Het grondig ontruimen en zuiveren van het evenemententerrein na afloop en het aanbrengen van voldoende afvalbakken zijn ook belangrijke aandachtspunten. Wat betreft afval stimuleren we de inzet op een plasticvrij evenement. Ook is het belangrijk dat er bij in de evenementenorganisatie manieren worden gezocht om afval te verminderen. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van een bekerretoursysteem, wat erin resulteert dat mensen hun bekers na afloop van het evenement in zullen leveren in plaats van achter te laten op en rondom het evenemententerrein. Daarnaast is het van belang dat afval gescheiden moet worden, zodat bepaalde materialen daarna nog bruikbaar zijn voor recycling. Er zijn in de energietransitie nieuwe stappen gezet, wat betekent dat nieuwe mogelijkheden volop in ontwikkeling zijn.
We willen organisatoren aanmoedigen om deze nieuwe mogelijkheden op het gebied van energie toe te passen in hun evenementenorganisatie. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van energiezuinige stroomaggregaten of energieschone systemen.
33
34
Er zijn verschillende duurzame alternatieven die we organisatoren graag meegeven ter overweging. Door nieuwe wetgeving op het gebied van single use plastic ontstaan er nieuwe duurzamere alternatieven op de markt. We moedigen de zoektocht naar duurzame alternatieven aan, zoals het gebruik van afbreekbare ballonnen. Ook voor papier zijn er duurzame opties. Zo moedigen wij het gebruik van FSC papier aan. Daarop aanvullend is digitale reclame veruit de duurzaamste keuze omdat daar geen extra materialen voor gebruikt hoeven te worden. Voor kraam- of podiumbouw is het raadzaam om bedrijven in te huren die gebruik maken van hout met het keurmerk FSC. Hierdoor bent is de organistor verzekerd van duurzaam hout dat niet illegaal gekapt is in een tropisch regenwoud. Ten slotte zijn er voor vuurwerk ook duurzamere alternatieven die we organisatoren graag meegeven ter overweging, zoals bijvoorbeeld een licht-, drone- en/of lasershow.
3.6.2. WAARBORGSOM
Organisatoren kunnen ook verduurzamen in transport en vervoer, aangeboden horeca en crewcatering, en het gebruik van water en materialen. Daarbij kan breder gekeken worden dan de milieu impact; er is ook sprake van lokale en sociale duurzaamheid. Met de inzet van lokale leveranciers, daklozen of statushouders als vrijwilliger en ‘social returns’ op de locatie waar het evenement plaatsvindt.
Evenementen zijn belangrijk voor het dorp. Dit neemt niet weg dat deze evenementen voor overlast kunnen zorgen voor bewoners en/of ondernemers in de omgeving. Denk aan bezoekersstromen, parkeerdruk of afgesloten wegen. Met alle hiervoor genoemde voorwaarden wordt getracht deze overlast zoveel mogelijk te beperken. Ook is de organisator verantwoordelijk voor een goede, heldere communicatie richting bewoners en ondernemers. Het is van groot belang dat, wanneer bewoners en ondernemers mogelijk overlast zullen ervaren, zij juist geïnformeerd worden over bijvoorbeeld verkeersmaatregelen (met bijbehorende data en tijden) en contactgegevens van organisatie. Om klachten of problemen voor te zijn, wordt in de vergunning opgenomen dat de organisator de bewoners moet informeren en ook een nummer bekend moet maken waarop deze bereikbaar is voor eventuele vragen of klachten. Bij het aanvragen van de vergunning wordt ook uitgevraagd op welke manier de organisator van plan is te communiceren richting de omwonenden op de locatie van het evenement.
Organisatoren kunnen naast deze suggesties ook inzetten op andere (bestaande of toekomstige) manieren om de evenementenorganisatie te verduurzamen.
3.6.1. VUURWERK BIJ EEN EVENEMENT? APARTE MELDING OF VERGUNNING NODIG Om vuurwerk tijdens een evenement te mogen afsteken is (afhankelijk van de omvang) een aparte vergunning vereist of kan worden volstaan met een melding.
De gemeente heeft de mogelijkheid tot het instellen van een waarborgsom. De organisator betaalt vooraf een ‘borg’ en krijgt deze teruggestort wanneer aan de voorwaarden op basis waarvan de waarborgsom is opgelegd is voldaan. Een waarborgsom wordt opgelegd als aannemelijk is dat voorschriften, zoals het schoon moeten achterlaten van het evenemententerrein, zullen worden overtreden, of aannemelijk is dat er materiële of immateriële kosten gemaakt zullen worden door gemeente en/of betrokken partners. Wanneer de organisator het voorschrift in het verleden heeft overtreden, kan een waarborgsom worden opgelegd. Indien de organisator wederom verzaakt om het terrein schoon achter te laten, worden de kosten van de schoonmaak in mindering gebracht op de waarborgsom.
3.7. COMMUNICATIE
Gedeputeerde Staten van de Provincie Utrecht hebben de beslissingsbevoegdheid hierover gemandateerd aan de RUD. Die toetst of de afsteeklocatie voldoet en of degenen die het vuurwerk afsteken daartoe bevoegd zijn. Met uitzondering van de jaarwisseling, hebben bedrijven een vergunning of meldingstoestemming nodig, bijvoorbeeld bij een huwelijk of bedrijfsfeest.
35
3. Tijdens het evenement 3.8 TOEZICHT EN AANSPRAKELIJKHEID 3.8.1 UITGANGSPUNTEN
Veiligheid en een levendig dorp in balans
Veiligheid is een belangrijk aspect bij de organisatie van evenementen en is een randvoorwaarde voor het kunnen plaatsvinden van het evenement. Ook het beperken van overlast voor omwonenden is een belangrijk aandachtspunt Tegelijkertijd wil Woudenberg graag een levendige en gastvrije stad zijn met tal van initiatieven en evenementen. In het toezicht- en handhavingsmodel is getracht deze twee ambities met elkaar in balans te houden en te vertrouwen op maximale naleving van de voorschriften door de organisator.
High trust, high penalty
De organisator is primair verantwoordelijk voor een goed verloop van een evenement en dus voor alles wat moet gebeuren in aanloop, tijdens en na afloop van het evenement. Toezicht is bij alle grootschalige evenementen aanwezig. Dit betekent niet dat de toezichthouders verantwoordelijk zijn of worden voor het verloop van het evenement, want deze verantwoordelijk ligt te allen tijde bij de organisator. Het model gaat uit van ‘high trust, high penalty’: een organisator krijgt de ruimte en het vertrouwen om zijn verantwoordelijkheid te nemen en te tonen. Op basis van ervaring met de organisator en/of met het evenement wordt bezien hoe de handhaving op de voorschriften van de vergunning verloopt. Ook de ernst van de overtreding speelt hierbij een rol: hoe ernstiger de overtreding, des te zwaarder de handhavende maatregel. De organisator is verantwoordelijk voor de naleving van de vergunningsvoorschriften om het evenement beheersbaar, veilig en ordelijk te laten verlopen. Het toezicht- en handhavingsmodel heeft als doel transparantie te bieden in de mogelijkheden die de burgemeester tot zijn beschikking heeft om de organisator aan te spreken op het niet nakomen van deze voorschriften en zo bij te dragen aan een hogere kwaliteit en professionaliteit van het evenementenvergunningenbeleid.
36
Vertrouwen in ondernemer
Wanneer een organisator telkens bepalingen in de APV overtreedt en zich ogenschijnlijk door getroffen maatregelen niet ertoe laat leiden dat hij zijn bedrijfsvoering dusdanig aanpast dat hij overtredingen of incidenten in de toekomst zal voorkomen, kan de burgemeester oordelen dat zij haar vertrouwen in de desbetreffende organisator is kwijtgeraakt. De burgemeester meent dan dat de organisator met zijn evenement een gevaar vormt voor de openbare orde en het woon- en leefklimaat en treft maatregelen om een verstoring van de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de toekomst tegen te gaan. Dit geldt des te meer wanneer het evenement van de desbetreffende organisator al heeft geleid tot incidenten. De burgemeester kan, afhankelijk van de omstandigheden, besluiten dat zij een laatste waarschuwing geeft. Zij kan echter ook besluiten dat een eerstvolgende aanvraag voor een evenement wordt geweigerd. De burgemeester zal in haar besluit expliciet motiveren wat maakt dat zij haar vertrouwen in de organisator heeft verloren en welke maatregel zij passend acht.
Proportionaliteit en subsidiariteit
Een handhavingsmaatregel moet aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit voldoen. Dit houdt in dat de maatregel niet verder strekt dan strikt noodzakelijk en dat bij de keuze uit verschillende bevoegdheden geen zwaardere bevoegdheid wordt gebruikt dan wat op basis van redelijkheid gewenst is. Wanneer welke maatregel wordt opgelegd, is opgenomen in het handhavingsarrangement evenementen (zie paragraaf 4.3). De burgemeester zal altijd beoordelen of kan worden volstaan met een bestuurlijke waarschuwing: deze wordt toegepast tenzij de aard en ernst van de overtreding zich daartegen verzetten en vereisen dat een bestuurlijke maatregel wordt opgelegd om de openbare orde en veiligheid te kunnen waarborgen. Bij het gebruikmaken van de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke maatregel speelt ook de mate van verwijtbaarheid en/of nalatigheid van de organisator een belangrijke rol, evenals eventuele eerder gegeven bestuurlijke waarschuwingen en opgelegde maatregelen. Er is dus altijd sprake van maatwerk. Handhavingsmaatregelen bij overtredingen zijn gericht op herstel van de situatie en niet op het bestraffen van een organisator.
Meerdere maatregelen/’stapeling’
Het kan zijn dat op bepaalde feiten en omstandigheden meerdere bestuurlijke maatregelen van toepassing zijn. In dat geval wordt de zwaarste bestuurlijke maatregel opgelegd. Het toezicht- en handhavingsmodel laat de bevoegdheden die partijen afzonderlijk hebben om handhavend op te treden buiten beschouwing. Deze partijen kunnen dus gebruik maken van hun eigen toekomende bevoegdheden inzake handhaving. Denk hierbij aan de mogelijkheid dat politie naar aanleiding van een overtreding een proces-verbaal opmaakt en er daarnaast een bestuurlijke maatregel genomen wordt.
Erfelijke belasting
Handhaving vindt plaats per organisator, per evenement en per locatie. Wanneer specifieke ervaringen uit het verleden hier aanleiding toe geven, kan het zo zijn dat een nieuwe organisator bij een bestaand evenement wordt belast met de "erfenis" van zijn voorganger(s). Dit gebeurt bijvoorbeeld bij eerder ervaren geluidsoverlast op een bepaalde locatie. Er kunnen dan nadere eisen gesteld worden aan de geluidsproductie. Dit kan ook gelden voor verschillende evenementen op dezelfde locatie. Ook kan een maatregel gevolgen hebben voor meerdere evenementen van dezelfde organisator. Bijvoorbeeld wanneer een organisator meerdere evenementen per jaar organiseert en hij bij één van die evenementen ernstige overtredingen op de vergunning begaat. De burgemeester kan dan besluiten dat extra voorschriften worden gesteld in de vergunning voor toekomstige evenementen die deze organisator organiseert. Deze extra voorschriften kunnen ook worden gesteld wanneer bijsturing of herstel bij het voorgaande evenement niet meer mogelijk was. Erfelijkheid kan teruggaan tot maximaal 5 jaar. In de erfelijke belasting worden alle bestuurlijke maatregelen meegenomen van de vorige 5 jaren.
Niet-limitatieve opsomming
Dit handhavingsmodel kent een niet-limitatieve opsomming van verschillende overtredingen en het daarbij horende stappenplan van maatregelen. Dit laat onverlet dat de burgemeester de mogelijkheid heeft om ook op niet genoemde overtredingen handhavend op te treden.
3.8.2 TOEZICHT Zowel in aanloop naar, als tijdens en na afloop van het evenement wordt gestuurd op het minimaliseren van het risico dat door het evenement de openbare orde en veiligheid of het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt primair bij de organisator van het evenement. Uitgangspunt is dat de organisator op de hoogte is van alle voorwaarden die aan een evenement gesteld worden en van relevante wet- en regelgeving.
Schouw
Kort voor aanvang van een B- of C-evenement vindt een multidisciplinaire schouw plaats op het evenemententerrein en/of parcours. De betrokken partners die eerder advies gegeven hebben bij de vergunningverlening worden hiervoor uitgenodigd. Tijdens de schouw, die wordt ingepland tijdens het vooroverleg, wordt het evenemententerrein doorlopen om te controleren of alle veiligheidsmaatregelen in orde zijn. De schouw wordt tijdig gedaan, zodat de organisatie nog tijd heeft om eventuele aanpassingen te doen.
3.8.3. AANSPRAKELIJKHEID De organisator is aansprakelijk voor alle schade die door het gebruik van de vergunning aan eigendommen van de gemeente of van anderen wordt toegebracht. Verder moet de organisator de gemeente vrijwaren voor schadeaanspraken van derden. De organisator dient een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten die zowel de materiële als de letselschade dekt die voortvloeit uit het evenement. In de vergunning worden locatie en tijdsduur van het evenement afgebakend, waarvoor de aansprakelijkheid geldt. Indien de organisator het terrein niet heel en schoon achterlaat, kunnen die kosten die gepaard gaan met opruimen, schoonmaken en/of herstellen van het terrein civielrechtelijk verhaald worden op de organisator. Deze voorwaarden worden opgenomen in de vergunning.
VRIJWILLIGERSVERZEKERING De gemeente Woudenberg heeft voor vrijwilligers een vrijwilligersverzekering afgesloten. De verzekering is beschikbaar voor iedere vrijwilliger die in enig organisatorisch verband onverplicht en onbetaald werkzaamheden verricht ten behoeve van anderen en/of de samenleving, waarbij een maatschappelijk belang wordt gediend. Hiermee zijn dus alle vrijwilligers verzekerd, ongeacht de leeftijd en het aantal uren. Dit geldt voor alle werkzaamheden, ook bij eenmalige activiteiten en bij kerkelijk werk en buurtactiviteiten.
37
4. Na het evenement 4.1. EVALUATIE
Met de evaluatie wordt de kwaliteit van zowel het inhoudelijke evenement als van het vergunningenproces verhoogd. De B- en C-evenementen worden binnen vier weken na afloop van het evenement geëvalueerd. De A-evenementen worden geëvalueerd als het vergunningverleningsproces of de uitvoering van het evenement daar aanleiding toe geeft. Tijdens de evaluatie beoordelen de betrokkenen bij de vergunningsverlening de effectiviteit van de getroffen maatregelen en trekken conclusies die in het daaropvolgende jaar kunnen leiden tot een verbeterde opzet. Ook berichten vanuit het dorp (bewoners, de media, ondernemers) die betrekking hebben op het evenement vormen een vast onderdeel in de evaluatie. De vergunningverlener (gemeente) is verantwoordelijk voor het organiseren van een evaluatie.
4.2. WAT GEBEURT ER BIJ KLACHTEN?
Bij een evenement kan door bewoners in de omgeving van de locatie overlast worden ervaren. Door een zorgvuldige voorbereiding probeert de gemeente Woudenberg eventuele overlast zo veel mogelijk te voorkomen. De gemeente evalueert het evenement indien nodig met de betrokken partijen voor verbetering van het volgende evenement. Klachten over een evenement worden ook besproken met de organisator van een evenement, met als doel herhaling van overlast bij een volgend evenement te voorkomen of terug te dringen. Bij klachten over het evenement kunnen deze doorgegeven worden aan de RUD. Zij zullen vervolgens hier indien nodig actie op ondernemen. Bij spoed kan de politie worden gebeld, zij kunnen direct ter plekke optreden.
4.3. HANDHAVING
Als vooraf, tijdens of na afloop van het evenement blijkt dat de organisator zich niet aan de voorschriften, zoals verbonden aan de vergunning, heeft gehouden, kunnen er consequenties aan verbonden worden. Een maatregel kan variëren van een bestuurlijke waarschuwing, tot onmiddellijke stillegging van het evenement. In beginsel wordt na constatering van een overtreding eerst gewaarschuwd met het doel de situatie te herstellen. Afhankelijk van de ernst en aard
38
van de geconstateerde overtreding of het niet nakomen van een afspraak of afspraken beslist de burgemeester welke bestuurlijke maatregel zij passend acht.
4.3.1. BEVOEGDHEDEN BURGEMEESTER De burgemeester verleent de vergunning op basis van de APV. De burgemeester beschikt over een scala aan bestuurlijke middelen om de openbare orde en veiligheid te beschermen. De maatregelen die zijn opgenomen in het handhavingsarrangement zijn gebaseerd op de bevoegdheden van de burgemeester. De burgemeester heeft bij haar besluitvorming over te treffen maatregelen een inherente afwijkingsbevoegdheid. Als de feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan de burgemeester afwijken van het handhavingsarrangement. Zij kan bijvoorbeeld een maatregel treffen waar normaliter eerst een waarschuwing zou volgen of andersom. Wanneer hiertoe wordt overgegaan, wordt dit expliciet gemotiveerd.
4.3.2. BESTUURLIJKE WAARSCHUWING De burgemeester kan besluiten tot het geven van een bestuurlijke waarschuwing. De organisator wordt dan te kennen gegeven dat hij in overtreding is geweest. In een bestuurlijke waarschuwing kan ook opgenomen worden dat de burgemeester bij een overtreding bij het volgende evenement over kan gaan tot een bestuurlijke maatregel. De bestuurlijke waarschuwing zelf is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hiertegen kan ook geen bezwaar gemaakt worden.
4.3.3. LAST ONDER BESTUURSDWANG EN KOSTENVERHAAL (ART.5.25 AWB) De burgemeester kan besluiten tot toepassing van bestuursdwang. Dit betekent dat de organisatie de gelegenheid krijgt om het gebrek/overtreding te herstellen. Indien de organisator dit niet zelf doet, kan door de burgemeester een einde wordt gemaakt aan de overtreding van de vergunningsvoorschriften. In dat geval kunnen eventuele kosten die gemaakt worden in verband met het toepassen van spoedeisende bestuursdwang op de organisator verhaald worden. Deze kosten bestaan uit materiële kosten (bijvoorbeeld het plaatsen van hekwerk), personele kosten (inzet betrokken medewerkers) en administratieve kosten (het behandelen van de procedure). Herstel door betreffende organisatie is afhankelijk van capaciteit bij constatering van de overtreding. In beginstel geldt de re-
gel dat bestuursdwang daar wordt toegepast waar de ernst van de situatie hier om vraagt.
4.3.4. LAST ONDER DWANGSOM (ART.5.32 AWB) De burgemeester kan besluiten tot het opleggen van een last onder dwangsom. Bij een last onder dwangsom wordt aan de organisator een termijn gegeven om de overtreding alsnog ongedaan te maken. Indien dit niet binnen de gegeven termijn gebeurt, wordt de dwangsom verbeurd. Een last onder dwangsom kan ook worden opgelegd om herhaling te voorkomen, wanneer aanleiding is om te veronderstellen dat de organisator opnieuw in overtreding zal gaan. Aanleiding voor deze veronderstelling kunnen uitlatingen van de organisator zijn, het eerder vertoonde naleefgedrag van de organisator, het bij herhaling overtreden van voorschriften en uitzonderlijke omstandigheden die het begaan van overtredingen waarschijnlijk maken. Op grond van artikel 5:32, vierde lid, van de Awb moet de hoogte van de dwangsom in redelijke verhouding staan tot de ernst van de overtreding en de beoogde werking van het opleggen van de dwangsom. In de beschikking moet het maximumbedrag worden bepaald. Als dit bedrag is bereikt wordt geen dwangsom meer verbeurd. De hoogte van de dwangsom zal per evenement (grootte, aard) moeten worden bepaald, waarbij effectiviteit en evenredigheid in de afweging dienen te worden betrokken.
4.3.5. (GEDEELTELIJK) INTREKKEN VAN DE VERGUNNING (ART. 2.25 APV) Bij het niet nakomen van de vergunningsvoorschriften waarbij er grote risico’s zijn voor de openbare orde en veiligheid, kan de burgemeester besluiten (een deel van) de vergunning al dan niet tijdelijk in te trekken en het evenement te beëindigen. Ook kunnen er aanvullende beperkende voorwaarden worden opgelegd (bv. Verkleinen terrein, het maximum aantal bezoekers bijstellen). Ook kan de start van een evenement opgeschort worden of kan het schenken van alcohol (tijdelijk) worden stopgezet. Dit laatste is mogelijk op basis van artikel 21 van de Drank- en Horecawet die voorschrijft dat bij een vermoeden van verstoring van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid de verstrekking van alcohol stopgezet kan worden.
4.3.6. WEIGERING/INTREKKING EVENEMENTENVERGUNNING BIJ SLECHT LEVENSGEDRAG (ART. 1.6 APV) De burgemeester heeft op basis van artikel 1.6 van de APV de bevoegdheid om een vergunning in te trekken. Bijzondere situaties waarin hij dit doet is wanneer blijkt dat de vergunninghouder van een evenement niet (meer) dient te beschikken over de vergunning, vanwege zijn/haar levensgedrag. Dit gebeurt bij schijnbeheer (als blijkt dat niet de vergunninghouder feitelijk zeggenschap heeft over, en leiding geeft aan het evenement, maar een persoon die niet als zodanig op de vergunning staat vermeld), slecht levensgedrag of wanneer er onvoldoende vertrouwen is in de vergunninghouder (bijvoorbeeld door structurele overtredingen van de vergunningsvoorschriften). De burgemeester kan, afhankelijk van de omstandigheden, besluiten dat hij een laatste waarschuwing geeft en de vergunninghouder verplichten aangepaste plannen aan te leveren. Ook kan zij besluiten tot intrekking van de evenementenvergunning of weigering van een nieuwe vergunning. De burgemeester zal in haar besluit expliciet motiveren wat maakt dat zij haar vertrouwen heeft verloren.d
4.3.7. HANDHAVINGSARRANGEMENT EVENEMENTEN De organisator is tijdens de opbouw, tijdens het evenement en tijdens de afbouw verantwoordelijk voor de naleving op de vergunningsvoorschriften. De organisator is verantwoordelijk voor een goed en veilig verloop van het evenement. Indien de organisator zijn verantwoordelijkheid niet neemt en de vergunningsvoorschriften overtreedt, neemt de burgemeester maatregelen. Hieronder is uiteengezet bij welke overtreding welke maatregel de burgemeester neemt. Het uitgangspunt is dat wordt volstaan met een (bestuurlijke) waarschuwing, tenzij de aard en ernst van de overtreding zich daartegen verzetten. De overtredingen zijn verdeeld in drie categorieën. •
Overtredingen in categorie I zijn overtredingen die direct een grote invloed hebben op het ordentelijk verloop van het evenement.
•
Categorie II bevat de overtredingen die van indirecte invloed zijn op de het ordentelijk verloop.
•
Categorie III bevat de overige overtredingen.
39
4. Na het evenement De benoemde overtredingen zijn niet limitatief. Er kan ook een maatregel volgen op een overtreding die niet benoemd is in het arrangement. De afzonderlijke bevoegdheden van de handhavende partijen blijven ook onverminderd van kracht. Indien, tijdens het evenement, doormiddel van een geluidmeting wordt geconstateerd dat de geluidgrenswaarden worden overschreden zal in goed overleg met de organisator worden getracht het geluid zachter te zetten. Indien hier geen gehoor aan wordt gegeven wordt contact worden gezocht met de politie, zij kunnen ingrijpen en eventueel proces-verbaal opmaken.
4.3.8. ALCOHOL Toezicht en handhaving op het schenken van alcohol vindt plaats binnen regulier toezicht en handhaving van de Drank- en Horecawet. In het handhavingsarrangement van de Drank- en Horecawet staan maatregelen die gericht zijn op de verstrekker van alcohol (de ontheffingshouder). Toezicht en handhaving vanuit het evenementenvergunningenbeleid is gericht op de organisator van het evenement. De maatregelen bestaan naast elkaar, dus handhaving gericht op de verstrekker en op de organisator. Bij herhaaldelijke overtredingen op het gebied van alcoholverstrekking kan de burgemeester besluiten dat het vertrouwen in de organisator met betrekking tot drankverstrekking bij evenementen is geschaad en besluiten om voor een bepaalde periode voor zijn evenement(en) geen ontheffing artikel 35 Drank en Horecawet te verstrekken.
4.3.9. WET BEVORDERING INTEGRITEITBEOORDELING DOOR HET OPENBAAR BESTUUR De gemeente kan indien er indicatoren zijn dat door een evenementenvergunning criminele activiteiten gefaciliteerd worden een onderzoek instellen op grond van de wet Bibob. Bij de toetsing van de aanvraag voor het evenement wordt beoordeeld of een Bibob-onderzoek gestart wordt. Indien hiertoe wordt besloten wordt aan de aanvrager een Bibob-vragenformulier verstrekt. Dit vragenformulier moet volledig en voorzien van alle bijlagen worden ingeleverd. Het niet compleet of onjuist aanleveren van bescheiden kan leiden tot een buiten behandeling stelling of weigering van de aanvraag. Op grond van de uitkomsten van het Bibob-onderzoek kan de gemeente besluiten de evenementenvergunning te verlenen, de vergunning te weigeren of in te trekken.
40
BIJLAGEN
Bijlage 1
Brandveiligheidsvoorschriften barbecue
BRANDVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN (STRAAT)BARBECUES •
•
Het stoken van een barbecue mag alleen geschieden onder voortdurend toezicht van een meerderjarig persoon;
•
De barbecue moet zodanig zijn opgesteld dat hij niet kan omvallen of omgestoten kan worden.
•
Teneinde hinder, overlast of brandgevaar tot een minimum te beperken is het stoken van een barbecue alleen geoorloofd bij gunstige windrichting en -sterkte; bij windkracht 5 en hoger mag niet worden gestookt.
•
In de nabijheid van een barbecue dient een blusmiddel voor onmiddellijk gebruik bereikbaar en beschikbaar te zijn. Bij een op houtskool gestookte barbecue moet ten minste een blusmiddel aanwezig zijn in de vorm van een emmer water of tuinslang. Bij een gas gestookte barbecue, moet ten minste een poederblusser aanwezig zijn van minimaal 6 kilogram. Dit blusmiddel moet geschikt voor het blussen van B-branden (vloeistoffen) en C-branden (gassen) ;Draagbare blustoestellen moeten jaarlijks door een bevoegde instantie, worden gecontroleerd op deugdelijkheid.
•
Na afloop moeten de nog smeulende resten houtskool met water worden geblust of met een laag zand worden afgedekt.
•
Asresten mogen nooit, in afvalemmers of containers e.d., in een gebouw worden opgeslagen.
•
De gasflessen gevuld met propaan/butaan moeten zijn voorzien van het door Stoomwezen B.V. erkende keurmerk voor flessen voor gebruik binnen Nederland. De gasflessen waarvan de goedkeuring door of namens Stoomwezen B.V. niet, of blijkens de ingeponste datum meer dan 10 jaar geleden heeft plaatst gevonden, mogen niet aanwezig zijn.
•
Een gasslang moet van een goedgekeurd type zijn en mag niet ouder zijn dan 2 jaar (datum op de slang aanwezig). De te gebruiken drukregelaar mag niet ouder zijn dan 5 jaar.
Voor het aanmaken van een barbecue mag geen gebruik worden gemaakt van brandbare vloeistoffen;
•
Brandkranen en overige bluswaterwinplaatsen dienen vrijgehouden te worden en bereikbaar te zijn voor brandweervoertuigen;
•
De barbecue dient op voldoende afstand ten minste op 5,00 meter van gebouwen, goederen of beplanting te worden geplaatst om gevaar van brand voor deze te voorkomen;
43
Bijlage 2
Voorwaarden meldingsplichtige evenementen
Aan meldingsplichtige evenementen zijn altijd voorwaarden verbonden. Deze kunnen afhankelijk van het evenement aangepast worden. De volgende standaard voorwaarden gelden in alle gevallen: •
De organisator is verantwoordelijk voor veilig en ordelijk verloop van het evenement.
•
De organisator zorgt dat tijdens het gehele evenement een contactpersoon aanwezig is.
•
De organisator zorgt dat gebruikers van de percelen in de onmiddellijke omgeving van de waar het evenement wordt gehouden tenminste twee weken van tevoren van het voornemen op de hoogte worden gesteld.
•
•
•
De percelen in de onmiddellijke omgeving van de plaats waar het evenement wordt gehouden zijn te allen tijde ongehinderd bereikbaar voor de gebruikers ervan. Aan voorbijgangers wordt op de trottoir een ruimte van 1.50 meter geboden om ongehinderd te kunnen passeren. Voor de toegang tot en het gebruik van de openbare ruimte wordt geen geld geheven.
•
Voor een evenement wordt geen reclame gemaakt die is gericht op het aantrekken van belangstellenden die niet in de directe omgeving van het evenement wonen of die het aantrekken daarvan tot gevolg heeft.
•
Aanwijzingen van politie, brandweer en ambtenaren van de gemeente worden meteen opgevolgd.
•
Ambulances en voertuigen van politie en brandweer kunnen onverhinderd passeren (minimale doorrijdbreedte en –hoogte van 3.50 meter respectievelijk 4.20 meter).
•
Onder- en bovengrondse brandkranen worden vrijgehouden.
•
Bij het gebruik van geluidsversterkende apparatuur wordt de geluidsinstallatie zodanig afgesteld dat het geluid de wettelijk toegestane normen niet overschrijdt.
•
Elektriciteitskabels worden zodanig bevestigd dat niemand er mee in aanraking kan komen of erover kan struikelen.
•
Er wordt een afstand van tenminste twee meter in acht gehouden tot bomen en andere groenvoorzieningen.
•
Het is niet toegestaan voorwerpen in de grond te verankeren of aan bomen, relingen en straatmeubilair vast te maken.
•
De organisator van het evenement zorgt er voor dat er geen schade aan de openbare ruimte ontstaat als gevolg van de activiteiten en dat het terrein en de directe omgeving daarvan na afloop wordt opgeruimd.
•
Indien aan deze voorwaarde niet wordt voldaan wordt het terrein voor rekening van de organisator hersteld en schoongemaakt.
•
De organisator zorgt voor voldoende toiletgelegenheid bij het evenement.
•
Een evenement wordt niet georganiseerd op terreinen die een bijzondere functie hebben zoals parkeerterreinen, openbare speelplaatsen, terreinen waarop een markt gehouden op de dag van het voorgenomen evenement.
•
Afhankelijk van de aard van het evenement kunnen nog bijzondere voorwaarden van toepassing zijn; deze zijn bijgevoegd (bijvoorbeeld barbecue).
45
Bijlage 3
Calamiteitenplan
Bijlage 3: Naam
Maatregelen (bijvoorbeeld):
Locatie
•
Er is EHBO (en AED aanwezig). De organisatie loopt herkenbaar over het terrein. Per attractie/luchtkussen is een begeleider die een telefoonnummer heeft van de EHBO.
•
Er is een vaste post bemenst door de Oranjeverenging. Vermiste kinderen worden daar ondergebracht. Er is toegang tot de omroepinstallatie van de middenstand en geluidsinstallatie bij pleinhuisjes. De organisatie loopt herkenbaar over het terrein.
Samenvatting activiteit Leidinggevende van het evenement Telefoonnummer EHBO Alarmnummer extern Alarmnummer intern Maximaal aantal aanwezige personen Locatie calamiteitenplan
LIJST VAN MEDEWERKERS
Wat te doen bij brand of ongeval 1. Brand/Ongeval melden bij collega’s/medewerkers, verdeel taken en laat EHBO ter plaatse komen 2. Alarmeer brand/ambulance 112 3. Geef het volgende door: ◊ Soort incident ◊ Toestand van de situatie ◊ Wat wordt er inmiddels gedaan ◊ Mogelijke slachtoffers ◊ Eventueel overige gevaren
Scenario’s (bijvoorbeeld):
4. Creëer een veilige plek voor slachtoffer/bezoekers en hulpverleners.
•
Bij de luchtkussen blesseert een van de kinderen zich.
5. Probeer een beginnende brand te blussen
•
Vermist kind.
6. Vang ambulance/brandweer op.
47
Bijlage 4
Veiligheidsbrochure springkussen
Spelen op een luchtkussen: zo hou je het leuk en veilig
De meeste kinderen spelen graag op een luchtkussen. Daarnaast is het ook goed voor ze! Het helpt ze om hun motorische en sociale vaardigheden te ontwikkelen, om hun grenzen te verleggen en risico's te leren inschatten. Maar hoe hou je leuk én veilig voor jouw kind? In dit artikel geven we je daar adviezen voor, wij noemen ze ook wel speelregels. De populariteit van opblaasbare speeltoestellen groeit de laatste jaren hard, maar daardoor ook het aantal ernstige verwondingen dat kinderen oplopen bij het spelen. Terwijl deze ongevallen makkelijk te voorkomen zijn, zolang je je houdt aan een aantal regels.
Voornaamste oorzaken van verwondingen
Jaarlijks vinden er gemiddeld 2.200 bezoeken aan de spoedeisende hulp plaats na een ongeval op een luchtkussen. In de helft van de gevallen was sprake van een ernstige verwonding, zoals botbreuken, verzwikkingen of zelfs hersenletsel. Het ging hierbij vooral om kinderen in de leeftijd van 5 t/m 14 jaar.
Deze ongevallen zijn eenvoudig te voorkomen. Uit diverse onderzoeken (internationaal en van VeiligheidNL) onder ouders blijken de voornaamste oorzaken: •
Een kind komt in botsing met andere kinderen.
•
Teveel kinderen spelen op een luchtkussen.
•
Kinderen met veel onderling leeftijdsverschil spelen op een luchtkussen.
•
Kinderen vallen in of uit het luchtkussen.
•
Dus hoe houd je het leuk en veilig?
•
Zorg dat er altijd een volwassene is die toezicht houdt.
•
Check het maximaal aantal toegestane personen op het springkussen.
•
Laat grote en kleine kinderen afwisselen op het springkussen.
•
Klim niet op de zijwanden van het springkussen.
•
Verlaat het afstapje van het springkussen snel.
•
Er mag niet gedoken of wild gespeeld worden op het springkussen.
•
Er is geen eten of drinken toegestaan op het springkussen. ww
•
Zorg ervoor dat iedereen op het springkussen de schoenen uit heeft.
•
Er mogen geen scherpe voorwerpen (zoals sleutels of een veiligheidsspeld) op het springkussen zijn.
De informatie staat ook weergegeven in de volgende brochure: VeiligheidNL_Speeltoestellen_A3_Stoepbord.indd (kinderveiligheid.nl)
49
Bijlage 5
Verslag participatietraject
ORGANISATOREN
INWONERS
Uit de gesprekken met betrokkenen in de evenementenorganisatie bleek de behoefte aan goede communicatie tussen gemeente, organisator en inwoners. Goede communicatie tussen gemeente en organisator zal het proces van vergunningsaanvraag vergemakkelijken, en duidelijkheid bieden over gemaakte afspraken. Een vooroverleg en evaluatie werden gezien als goede manieren om te investeren in communicatie tussen gemeente en organisator. Verder bleek dat de organisatoren die contact hadden met inwoners in de omgeving van hun evenementen, positief waren over dit contact, en gaven aan dat dit contact zorgde voor minder ervaringen van overlast.
Onder de inwoners is uitgevraagd welke ervaringen zij hebben met evenementen. 108 inwoners hebben deze enquête ingevuld. 77% van de respondenten vond dat evenementen goed verdeeld waren over Woudenberg. Opvallend is dat van de mensen die aangaven veel evenementen in hun nabije omgeving te ervaren, de meerderheid de evenementen juist niet goed verdeeld vindt over Woudenberg. 78% van de respondenten geeft aan dat evenementen bijdragen aan hun woonplezier in Woudenberg, dit geven zowel inwoners aan die maandelijks een evenement in de nabije omgeving ervaren als mensen die nooit een evenement in hun nabije omgeving ervaren. 30% van de respondenten ervaart geluidsoverlast, en 23% ervaart parkeeroverlast. Spreiding van de evenementendruk en een heroverweging van een geschikte eindtijd worden gegeven als opties om de overlast te verminderen. De meningen over welke eindtijd het meest geschikt was varieerden evenredig tussen 19:00u en 02:00u.
Vrijwel alle organisatoren stonden positief tegenover het gebruik van evenemententerreinen voor b- en c- evenementen met hieraan geboden normen over geluid en hoeveelheid evenementen. In de gesprekken kwam naar voren dat dit duidelijkheid zal bieden voor inwoner en organisator. Het was voor hen van belang dat er genoeg ruimte bleef om de huidige evenementen te laten plaatsvinden en er ruimte was voor spontane evenementenplanning. Ook was er vraag naar laagdrempeligheid in de evenementenorganisatie, bijvoorbeeld door meer meldingen mogelijk te maken waar onder het vorige evenementenbeleid vergunningen verplicht waren. Dit zou de werklast om een evenement te organiseren namelijk verlagen.
EXPERTS Uit de gesprekken met experts bleek dat het van belang was om duurzaamheid een plek te geven in ons evenementenbeleid, om op die manier duurzaamheid te integreren in de evenementenorganisatie. Daarnaast gaven deskundigen aan dat het vanwege veiligheidsrisico’s af te raden is om meerjarenvergunningen te verstrekken, en zagen zij juist ruimte om een evenement met springkussen meldingsplichtig te maken in plaats van vergunningsplichtig. Andere deskundigen gaven aan dat laagdrempeligheid in de evenementenorganisatie ten goede zou komen aan de sociale cohesie in de wijken, wat zij graag zouden stimuleren.
Het Poortplein werd gezien als meest geschikte evenemententerrein. Het Henschotermeer leek veel respondenten ook een geschikt evenemententerrein, mits er rekening wordt gehouden met het behoud van de natuur. Verder geeft een kleine meerderheid van de respondenten aan dat evenementen hun zondagsrust niet tot nauwelijks verstoren. Daarnaast gaven inwoners en aanwezige politie-agenten op de inwonersavond aan dat het van belang is dat bij het meldingsplichtig maken van evenementen met een springkussen, de veiligheid gewaarborgd wordt. Het verstrekken van een informatieflyer over veiligheidsvoorschriften bij een springkussen op advies van de VRU werd hiervoor gezien als een goede optie. Ook werd er aandacht gevraagd voor de ontwikkelingen in recreatie op het Henschotermeer, en werd aangegeven dat dit een rol kan spelen bij de bepaling hoeveel evenementen hier jaarlijks plaats mogen vinden. Wat betreft de zondagsrust gaven inwoners aan dat er wat hen betreft meer ruimte voor evenementen op zondag mocht komen. Ten slotte werd uitgelicht dat het van belang is dat enerzijds de evenementenorganisatie laagdrempelig is, en anderzijds dat de organisator zelf het veiligheidsplan opstelt zodat diegene zich bewust is van de veiligheidsrisico’s. Deze input is de basis voor de uitgangspunten van dit evenementenbeleid.
51
Gemeente Woudenberg Parklaan 1, 3931 KK T 14033 W www.woudenberg.nl