CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

02b. bijlage 1b Rapport Woudenberg v eindconcept 29102021.pdf

Raadscommissie 8 december 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 3: Visie op de Retail21.884 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dat de smartphone onmisbaar is geworden blijkt uit de cijfers: in 2019 gebruikte 37% van de online kopers wel eens zijn telefoon om een aankoop te doen, in 2020 lag dit percentage al op 43%25. Bepaalde soorten winkels, zoals fotozaken en reisbureaus, zijn door de komst van het internet deels verdwenen, maar er is ook een omgekeerde trend ontstaan waarbij onlineaanbieders ervoor kiezen om ook met een fysieke winkel in de stad aanwezig te zijn (zoals Coolblue). Ontegenzeggelijk is echter het feit dat de grote retailplatformen (Bol.com, Wehkamp, Zalando, Amazon en Ali Express) een groeiend aandeel van de consumentenbestedingen voor hun rekening nemen. Hoe dit uiteindelijk uitpakt in een nieuwe stabiele situatie blijft ongewis. Lokale winkeliers staan daarbij ook voor de vraag: hoe acteer ik in het sociale domein? Werk ik met een (eigen) webshop? Sluit ik me aan bij lokale initiatieven? Maak ik gebruik van een groot retailplatform?

22 Hoeveel webwinkels zijn er in Nederland? (Thuiswinkel.org, 2020) 23 Nederlandse consumenten geven online €25,8 miljard uit in 2019 (Thuiswinkel.org, maart 2020) 24 Infographic Thuiswinkel Markt Monitor Q2 2020 (Thuiswinkel.org, 2020) 25 Nederlandse online consumentenbestedingen stijgen in Q2 met 12% naar €6,36 miljard

(Thuiswinkel.org, september 2020)

66 Afnemende behoefte aan fysieke winkelmeters De vraag naar vierkante meters winkelruimte neemt af. De groei van het online winkelen is hierbij een belangrijke factor, maar ook demografische ontwikkelingen (vergrijzing, bevolkingskrimp) en veranderende consumentenbestedingen (meer bestedingen aan diensten in plaats van goederen) zorgen ervoor dat er minder behoefte is aan fysieke winkelmeters. Ondernemers in fysieke winkels opereren in een dynamischere omgeving dan voorheen, waarin consumenten kritischer zijn op hun uitgaven, meer waarde hechten aan beleving en waarin transparantie door internet de retail onder druk zet. Hoe groot en of er een afname is van het aantal vierkante meters is afhankelijk van het type winkelgebied. Winkelgebieden met veel niet-dagelijks aanbod ervaren bijvoorbeeld een sterkere concurrentie van het internet dan gebieden waar de focus voornamelijk ligt op de dagelijkse sector. Figuur 1 geeft voor alle Nederlandse gemeentes weer waar een afname of toename van de vraag naar winkelmeters wordt verwacht. In tegenstelling tot het midden van het land en de Randstad, worden in delen van Friesland, Groningen, Drenthe, oost-Overijssel, oostGelderland, Limburg en Zeeland sterke afnames verwacht. Figuur 1: Vraag naar winkelmeters per gemeente

Bron: CBRE, 2019

67 Schaalvergroting en -verkleining Er vindt een schaalvergroting plaats in de voorzieningenstructuur. De consument verwacht tegenwoordig een completer assortiment, of het nu gaat om levensmiddelen, mode of meubelen. In zowel de dagelijkse als niet-dagelijkse sector neemt de noodzakelijk benodigde massa (= aantal m² WVO) toe. Tien jaar geleden was een supermarkt van 600 à 800 m² WVO voldoende groot, tegenwoordig heeft een full service supermarkt minimaal het dubbele nodig. Ondernemers hebben daardoor soms een groter pand nodig om zich te huisvesten. Mede gezien de gewenste bereikbaarheid voor de consument en een efficiënte bevoorrading groeit de vraag naar een vestiging buiten, of aan de rand van, bestaande winkelcentra. Hier staat tegenover dat een groot aandeel van de ondernemers niet kiest voor groot, groter grootst, maar er juist voor kiest om op een relatief beperkt oppervlak te ondernemen. Persoonlijke aandacht, authenticiteit en beleving staan daarbij centraal. In sommige gevallen wordt het minder brede assortiment in de winkel gecompenseerd met een online bestelmogelijkheid.

Branchevervaging en blurring Samenhangend met de schaalvergroting is de trend van de branchevervaging. Winkels verbreden hun assortiment om de consument meer te kunnen bieden. Eenieder kent de voorbeelden in zijn eigen omgeving: bouwmarkten verkopen ook planten, tuincentra verkopen ook huishoudelijke artikelen en supermarkten verkopen ook mediaproducten. Hier is sprake van een onomkeerbaar proces; de consument is er nu aan gewend dat deze mogelijkheden er zijn. ‘Blurring’ ontstaat wanneer diverse sectoren zich met elkaar mengen, zoals horecaconcepten met detailhandelsverkopen en omgekeerd. Meerdere disciplines worden onder één dak aangeboden, zoals retail, horeca, cultuur en vermaak. Een al langer bestaand voorbeeld is de bakker met lunchroom, maar ook in het kader van de behoefte aan beleving komen steeds meer nieuwe concepten in beeld.

68 Figuur 2: Bakker Haafs en Boomker Boeken in het centrum van Haren (Groningen) vinden elkaar letterlijk in het midden via een bakkerscafé annex leesgedeelte

Bron: Oogst Groningen

Consumentengedrag Door veranderingen in de wensen van de consument is het consumentengedrag de afgelopen decennia sterk veranderd. Verblijf in en beleving van winkelgebieden is in toenemende mate van belang. Zowel in de detailhandel als in de horeca wordt de vraag naar service en gemak steeds groter. Ook is de consument tegenwoordig meer klimaatbewust en zijn thema’s als duurzaamheid en social impact van grote invloed bij keuzegedrag. Een andere ontwikkeling is dat afstand, door de opkomst van de e-bike, niet meer een allesbepalende factor is bij het bezoeken van winkelgebieden. De e-bike is niet gebonden aan autoparkeerplaatsen, waardoor de consument tot in het centrum kan komen. Onder andere door deze ontwikkeling is de consument mobieler dan voorheen en stelt hij/zij andere eisen aan een bezoek aan de stad.

Identiteit, authenticiteit, beleving De laatste jaren zijn identiteit en authenticiteit belangrijke thema’s in het ruimtelijk beleid, en een middel om een gebied onderscheidend vermogen te geven. Hierdoor kan een stad, wijk of regio op de kaart en in de markt geplaatst worden. De consument is door de toegenomen mobiliteit en behoefte aan andere vormen van tijdsbesteding bereid om langere afstanden af te leggen naar aantrekkelijke winkelcentra. Het onderscheid tussen het doen van boodschappen en shoppen is steeds duidelijker geworden. Wanneer de consument ervoor kiest om te gaan shoppen, zijn omgeving, sfeer en ambiance heel belangrijk. Deze beleving van een winkelgebied wordt bepaald door diverse elementen. Het gaat dan onder andere om de servicegraad, de parkeergelegenheid, de inrichting van de openbare ruimte, de aanwezigheid van evenementen, de kwaliteit van de (dag)horeca en technologische snufjes

69 zoals gratis wifi en apps met aanbiedingen. Bij parkeren gaat het niet alleen om de beschikbaarheid van een parkeerplaats, maar ook of deze gratis is, voldoende maatvoering heeft en op welke afstand van de winkels hij ligt. Dit alles draagt sterk bij aan het realiseren van een eigen identiteit van een stad of kern.

Wegvallen van het middensegment De afhankelijkheid van een keten of franchiseformule brengt risico’s met zich mee. Diverse bedrijven hebben afgelopen jaren te kampen gekregen met een faillissement. Met name het middensegment heeft hier hinder van ondervonden. De profilering is niet altijd meer de juiste, waardoor de bedrijfseconomische situatie voor meerdere ketens nijpender is geworden. Door onvoldoende onderscheidend eigen gezicht zijn reeds diverse formules omgevallen. De omgevallen formules beperken zich niet alleen tot middelgrote spelers, maar ook de grote formules met weinig eigen profilering hebben het erg lastig. Bekende voorbeelden die moeilijke tijden doormaken zijn onder meer HEMA en Blokker, maar zij hebben het tij nog kunnen keren. Voor onder meer V&D, Coolcat, Steps, Didi en Miller&Monroe is dit niet gelukt. Doordat sommige eigenaren meerdere formules hebben, zien we ook dat door herprofilering formules wegvallen.

Wijzigend trekkerbeeld Tot in de jaren ’90 van de vorige eeuw waren vooral de Nederlandse warenhuizen belangrijke ankerpunten in de verzorgingsstructuur van winkelgebieden. Het succes van de drie grote Nederlandse warenhuizen (V&D, Bijenkorf en HEMA) is de afgelopen tijd echter zeer wisselend geweest; V&D is inmiddels verdwenen, terwijl Bijenkorf zich succesvol heeft geherpositioneerd in het luxe segment op toplocaties in voornamelijk het westen van het land. De komst van Hudsons Bay naar Nederland was even bombastisch als kortstondig. Andere winkelketens bepalen daarom nu de looproutes in winkelgebieden. De positionering van formules als de Mediamarkt, Zara of (zoals vanouds) een HEMA of Action en lokale bekende ondernemers (in kleinere plaatsen) is voor de winkelstructuur zeer belangrijk.

Sanering supermarkten Ongeveer sinds het begin van dit millennium is er sprake van een langdurige strijd tussen supermarkten, die geleid heeft tot een saneringsslag binnen de supermarktsector. Naast het verdwijnen van de kleinere supermarkten zijn ook diverse supermarktformules, waaronder Edah, Konmar, Nieuwe Weme, C1000 en EmTé verdwenen. Een verdere reorganisatie van de branche is niet ondenkbaar. Dit kan gevolgen hebben voor de supermarktstructuur in de bestaande winkelgebieden. Tevens hebben sommige formules verschillende prijsranges binnen hun winkels doorgevoerd; afhankelijk van de ligging in het land (gestuurd door kracht concurrentie) of in een plaats (bijvoorbeeld centra van grotere steden) kan een ander prijsbeleid gevoerd worden. Afgezien van een daling van het aantal formules is de omvang van de supermarkten gemiddeld wel gestegen (schaalvergroting); dit loopt redelijk synchroon met de landelijke daling van het aantal speciaalzaken.

Opvolgingsproblematiek De vergrijzing onder Mkb’ers stijgt en de komende jaren bereiken veel ondernemers de pensioengerechtigde leeftijd. Veel zelfstandige ondernemers hebben de laatste jaren echter problemen met de opvolging van hun bedrijf. Het automatisme van ‘overdracht van vader op zoon’ verdwijnt. Dat betekent uiteindelijk dat veel winkels leeg komen te staan of van gedaante veranderen. Dit speelt zowel in grote als kleine kernen, maar de effecten zijn niet

70 overal gelijk. In grotere plaatsen komt wellicht een filiaalbedrijf in het pand, mede afhankelijk van de locatie van de winkel. In kleinere kernen met een beperkt draagvlak en op minder goede locaties ontstaat vaker leegstand. De ondernemer heeft het door de vaak lage vaste lasten nog lang kunnen volhouden, maar voor een nieuwe start na overname is de exploitatie niet meer rendabel te maken. Behalve leegstand in een kern geeft dit voor de ondernemer ook problemen, aangezien het pand vaak dienstdeed als pensioenvoorziening.

Financiering en huurniveau Bij gewenste investeringen in een onderneming - of het nu gaat om de start van een onderneming, een vergroting, of een interieuraanpassing - lopen ondernemers vaak aan tegen een financieringsprobleem. Banken blijken veelal niet, of alleen tegen zeer forse tarieven, bereid tot financiering. Alternatieve vormen van financiering komen steeds meer in beeld; zo bieden crowdfunding en kredietunies nieuwe financieringskansen voor ondernemers. Niet alleen de financiering zorgt voor problemen, maar ook de huurprijzen geven vaak aanleiding tot discussies. De afgelopen jaren zijn op diverse locaties de huurniveaus gedaald, maar niet in alle gevallen is het huurprijsniveau aangepast aan de huidige werkelijkheid. Bovendien blijkt bij onderhandelingen over de huurprijs dat vastgoedpartijen vaak te weinig flexibel zijn om tot een acceptabele constructie voor de huur te komen.

Ontwikkeling leegstand Het afgelopen decennium is de leegstand in het land aanzienlijk toegenomen. De economische crisis was een belangrijke oorzaak, maar ook de opkomst van de aankopen via internet hebben de toename van de leegstand snel doen groeien. Toch waren de leegstandspercentages niet overal in het land en in elk type winkelgebied even hoog. Vooral aan de randen van het land (specifiek de krimpgebieden) en in middelgrote steden lag de leegstand op een erg hoog niveau26. Mede door diverse ingezette acties is de afgelopen jaren de leegstand teruggedrongen; deels had dit te maken met het feit dat vooral horeca zich in de leegkomende panden ging vestigen, maar ook door bijvoorbeeld transformatie naar andere functies. Bij de horeca lijkt inmiddels het verzadigingspunt bereikt te zijn. Vanaf medio 2019 is de leegstand, ook landelijk, weer gestegen. Er is nog steeds sprake van voortgaande groei van online bestedingen, met diverse faillissementen als gevolg, vooral in de modische sector. Het algemene beeld is dan ook dat de komende jaren de leegstand mogelijk nog weer verder gaat toenemen, nu ook het aantal passanten in de echte A-1 gebieden van de grote steden aan het afnemen is. Leegstand, online bestedingen en faillissementen zullen door de huidige coronacrisis alleen maar verder oplopen.

26 Winkelleegstand in de drie noordelijke provincies (Broekhuis Rijs Advisering, augustus 2018);

Transformatie winkelpanden vervolg; Drie Noordelijke provincies (Broekhuis Rijs Advisering, april 2019)

71

Bijlage 2 - Bevolkingsontwikkeling Woudenberg De voorspellingen van het CBS geven aan dat het aantal inwoners in de gemeente Woudenberg de komende jaren zal toenemen. Er wordt voorspeld dat in 2050 het inwonertal is opgelopen tot 17.10027. Ook het aantal huishoudens zal de komende decennia blijven stijgen, van 5.200 in 2020 tot 7.100 in 205028. Ten opzichte van andere kernen nabij Woudenberg, zoals Leusden en Scherpenzeel, is de stijging in het aantal huishoudens vrij fors. In Woudenberg wordt tot 2050 een stijging van bijna 37% verwacht, terwijl dit in Leusden en Scherpenzeel respectievelijk circa 11% en 23% is. Deze stijging in het aantal huishoudens is enerzijds te verklaren door de groei van het aantal inwoners en anderzijds door de groei van het aantal eenpersoonshuishoudens, de zogenaamde ‘gezinsverdunning’. Tabel 1 geeft een overzicht van de prognose van het aantal inwoners en het aantal huishoudens voor de komende decennia. Tabel 1: Prognose aantal inwoners en huishoudens in Woudenberg Jaartal Aantal inwoners 2020 13.400 2025 14.300 2030 14.900 2035 15.600 2040 16.200 2045 16.700 2050 17.100 Bron: CBS Statline, 2019, bewerking door BRDG Advies

Aantal huishoudens 5.200 5.700 6.000 6.300 6.600 6.800 7.100

27 Regionale prognose 2020-2050; bevolking, intervallen, regio-indeling 2018 (CBS Statline, 2019) 28 Regionale prognose 2020-2050; huishoudens, intervallen, regio-indeling 2018 (CBS Statline, 2019)

72

Bijlage 3 - Demografische ontwikkelingen Woudenberg heeft te maken met vergrijzing, maar niet met ontgroening, zoals dat in veel delen van het land wel het geval is. Het aandeel ouderen stijgt en het aandeel jongeren blijft vrij constant. Hieronder worden beide ontwikkelingen verder toegelicht.

Vergrijzing Nederland vergrijst nog steeds. Momenteel is de ‘grijze druk’ in Nederland 33,1%13. Dit is opnieuw een stijging ten opzichte van het jaar ervoor, toen dit percentage nog op 32,6% lag. Een grijze druk van 33,1% betekent dat tegenover elke honderd potentiële arbeidskrachten (20- tot 64-jarigen) ruim 33 personen van 65 jaar of ouder staan. Zeventig jaar geleden waren dit er slechts 14. De grijze druk zal de komende jaren verder toenemen en rond 2040 haar hoogtepunt bereiken met bijna 50%. Na die tijd zal de grijze druk afnemen, omdat de naoorlogse generatie ‘babyboomers’ dan voor een groot deel overleden zal zijn. In vergelijking met de landelijke situatie is de grijze druk in Woudenberg met 35,3% iets hoger. De verwachting is dat deze druk, net als in de rest van Nederland, verder zal toenemen de komende jaren. Het aandeel 65+’ers in de gemeente Woudenberg ligt weliswaar wat lager dan het Nederlands gemiddelde (19,0% tegenover 19,5%), maar de grijze druk is toch hoger, omdat het aandeel jongeren vrij fors is en daardoor het aandeel 20tot 65-jarigen kleiner is. Vergrijzing gaat lang niet altijd samen met meer vrij besteedbaar inkomen en meer consumptieve bestedingen. De zorg neemt een grotere hap uit het inkomen en er worden soms nieuwe hypothecaire verplichtingen aangegaan om de oude dag verzekerd te hebben.

In absolute zin dalen de totale bestedingen gemiddeld na 55 jaar; personen met een leeftijd van 75 jaar of ouder besteden circa 2/3e van wat personen tussen de 45 en 55 jaar besteden. Posten waar ouderen (relatief) meer aan uitgeven zijn bijvoorbeeld woninginrichting en huishoudelijke apparaten. Aan mode, onderwijs, horeca en vervoersmiddelen wordt juist minder besteed29. Figuur 3: Inkomens en bestedingen huishoudens

Bron: CBS 2017 29 65-plusser besteedt naar verhouding groot deel inkomen (CBS, 2017)

73 De effecten van de vergrijzing op de bestedingen zijn afhankelijk van de specifieke situatie in een verzorgingsgebied, maar lijken over het algemeen niet positief. Vergrijzing betekent in ieder geval dat ondernemers op de hoogte moeten blijven van wensen en bestedingspatronen van ouderen, zodat producten en diensten hierop kunnen worden afgestemd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan meer behoefte aan opticien- en audicien-producten en persoonlijke aandacht in winkels.

Ontgroening / vergroening Waar het aandeel ouderen toeneemt, daalt het aandeel van de werkzame bevolking en het aandeel van de kinderen/jongeren in veel delen van het land. Dit laatste wordt ontgroening genoemd. Momenteel is de ‘groene druk’ in Nederland 36,9%13. Dit betekent dat tegenover elke honderd potentiële arbeidskrachten (20- tot 64-jarigen) circa 37 personen staan met een leeftijd tussen de 0 en 20 jaar. In Woudenberg ligt dit percentage op 50,3% en is daarmee een stuk hoger. Veel delen van het land hebben te maken met een sterke ontgroening van de bevolking, maar er zijn uitzonderingen, zoals Woudenberg. In tabel 2 is te zien dat het aandeel 0- tot 20-jarigen tussen 2010 en 2020 met 0,8 procentpunt is gedaald in Woudenberg. In Nederland is het sterker gedaald, namelijk met 2,1 procentpunt. Ook de vergrijzing gaat in een minder hoog tempo dan het landelijk gemiddelde. In Woudenberg is deze de afgelopen tien jaar met 3,6 procentpunt gestegen, in heel Nederland met 4,2 procentpunt. Tabel 2: Leeftijdsopbouw gemeente Woudenberg en Nederland Woudenberg 2010 0-20 jaar 27,9% 20-65 jaar 56,7% > 65 jaar 15,4% Bron: CBS Statline, 2020

Woudenberg 2020 27,1% 53,9% 19,0%

Nederland 2010 23,7% 61,0% 15,3%

Nederland 2020 21,6% 58,9% 19,5%

74

Bijlage 4 - Relevante kaders en regelgeving Bij het formuleren van detailhandelsbeleid is het belangrijk in beeld te hebben welke relevante beleidskaders en regelgeving er op (inter)nationaal, regionaal en lokaal niveau zijn. Deze regelgeving biedt een kader voor het detailhandelsbeleid in Woudenberg: het geeft richting en mogelijkheden en op onderdelen zeker ook beperkingen. In dit hoofdstuk beschrijven we de relevante kaders die een rol spelen bij het opstellen van een detailhandelsvisie. Er zijn feitelijk twee categorieën kaders:  Europees, landelijk en regionaal beleid: de gemeente Woudenberg heeft hier geen directe invloed op, maar dient deze kaders wel in acht te nemen  Lokaal beleid: de gemeente Woudenberg heeft hier direct invloed op.

5.1 Europese, landelijke en regionale kaders Europese Dienstenrichtlijn De Dienstenrichtlijn is in 2006 door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie vastgesteld. Op 30 januari 2018 heeft het Europees Hof in een uitspraak bevestigd dat de Europese Dienstenrichtlijn ook van toepassing is op de detailhandel. Dit betekent dat de vestiging van detailhandel niet zomaar beperkt kan worden door een (lokale) overheid: de Dienstenrichtlijn beoogt namelijk een vrij verkeer van (in dit geval) diensten. Om in een gemeentelijk detailhandelsbeleid toch te kunnen sturen op de detailhandelsstructuur, dient een goede onderbouwing te worden opgesteld. Uit nadere uitwerking en jurisprudentie, zoals de recente zaak ‘Appingedam’30 in 2019, blijkt dat de Europese Dienstenrichtlijn zich niet verzet tegen het opnemen van branchebeperkingen, mits aan alle in artikel 15 lid 3 van de Dienstenrichtlijn genoemde voorwaarden wordt voldaan. Concreet betekent dit dat moet worden voldaan aan het discriminatieverbod en de eisen van noodzakelijkheid en evenredigheid. 1. Non-discriminatie betekent dat het verboden is om bedrijven of personen te beperken op grond van nationaliteit; 2. Branchebeperkingen zijn alleen mogelijk als er algemene belangen zijn die worden gediend. Algemene belangen kunnen belangen zijn t.a.v. milieu, volksgezondheid of openbare veiligheid.

Onder milieu wordt ook het stedelijk milieu of de ruimtelijke ordening gevat; 3. Een verbod/regeling moet evenredig zijn aan het doel. Als het probleem op een andere manier kan worden opgelost door het nemen van bepaalde maatregelen, dan kan een algeheel verbod op vestiging van (een bepaalde vorm van) detailhandel op een bepaalde plek te zwaar zijn. Op grond van bovenstaande regelgeving en uit jurisprudentie blijkt dat het voorkomen van leegstand en het behouden van leefbaarheid voldoende relevante argumenten zijn om te bepalen wáár detailhandel gevestigd kan worden. Ook kunnen via een brancheringsregeling in een detailhandelsvisie en via bestemmingplannen voor specifieke gebieden beperkingen aan de branchering worden gesteld. Hiermee wordt het belang van een heldere detailhandelsvisie, die op kwalitatieve en kwantitatieve basis is gestoeld, benadrukt.

30 Uitspraak 201309296/6/R3 van de Raad van State, te vinden op

https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/@116671/201309296-6-r3/

75 Ladder voor Duurzame Verstedelijking In 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, door het toevoegen van de zogenaamde ‘Ladder voor Duurzame Verstedelijking’; per 1 juli 2017 is deze Ladder geactualiseerd. Doel van de Ladder is een zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, motiveren conform de opbouw van de Ladder. In deze motivatie dient, in ieder geval op gebied van detailhandel, te worden ingegaan op:  De vraag of het initiatief een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling betreft;  Het ruimtelijk verzorgingsgebied;  De mate van behoefte aan het initiatief;  De vraag of het initiatief binnen stedelijk gebied geplaatst wordt. Zo niet, dan dient beargumenteerd te worden waarom dit niet mogelijk is. Een detailhandelsvisie, zoals deze detailhandelsvisie voor Woudenberg en de bijbehorende kwantitatieve en kwalitatieve analyse, biedt een belangrijke basis voor een dergelijke motivatie. Echter, uiteindelijk vereist iedere significantie nieuwe ontwikkeling een nadere verdieping.

Provinciale Omgevingsvisie Utrecht (2021) In de provinciale omgevingsvisie van de provincie Utrecht wordt aandacht besteed aan de rol van winkelcentra voor de leefbaarheid in vitale dorpen. Specifiek wordt benoemd dat een duurzame retailstructuur een essentiële voorwaarde is voor het behoud van de leefkwaliteit van steden en dorpen in Utrecht. Het provinciaal beleid is er daarom op gericht om de nieuwvestiging van retail te concentreren in het bestaand winkelgebied. De provincie wil zich met de gemeenten en ondernemingen inzetten voor een beleid gericht op versterking van de vitaliteit in binnensteden en dorpen. Voor detailhandel in overwegend volumineuze goederen, waarvoor in de bestaande centra geen ruimte is, is volgens de provincie in plannen die van kracht zijn nog voldoende planologische ruimte beschikbaar.

5.2 Gemeentelijke kaders Coalitieprogramma: Sterk Woudenberg = Samen Doen (2018-2022) In het huidige gemeentelijke coalitieprogramma wordt ruim aandacht besteed aan het belang van een vitale economisch dorp met een levendig dorpshart. Benoemd wordt dat de gemeente streeft naar een winkelstraat met een gevarieerd aanbod en weinig leegstand en meer horeca; samenwerking met de DES wordt beoogd. Ook wordt in het programma benoemd dat de herinrichting van het centrum zal worden geëvalueerd.

Structuurvisie Woudenberg (2013) Een belangrijke basis voor de dorpsstructuur van Woudenberg en daarbinnen in het centrum is de structuurvisie. Ook in de structuurvisie is een aantrekkelijk dorpscentrum uitgangspunt, centraal gelegen en goed bereikbaar. Het gemis van een echt dorpshart wordt al in de structuurvisie geconstateerd: het centrum is vooral functioneel ingericht. De ambitie uit de structuurvisie is dan ook om het centrum een integrale kwaliteitsverbetering

76 te geven om zo inwoners, maar ook regiobezoekers en toeristen te verleiden het centrum vaker te bezoeken. In de ambitie worden onder andere benoemd:  Een compact centrum met enkele aanloopgebieden;  Heldere profilering van het centrum, o.a. door thematisering;  Verbetering van de verblijfsruimte Dorpsstraat;  Optimalisatie verkeerscirculatie;  Versterking van de entrees;  Vergroening van de openbare ruimte en verbetering van de bebouwing. Tot slot wordt de zone rond de kruising Stationsweg – Parallelweg als concentratiegebied voor perifere detailhandel aangewezen.

Broekhuis Rijs & De Gier Advisering Wederik 1 9801 LX Zuidhorn 0594-528358 info@brdgadvies.nl www.brdgadvies.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1738/documents/34181