CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

01b. Regionaal Mobiliteitsprogramma Midden Nederland 1.0-conceptversie.pdf

Raadscommissie 7 december 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken16.252 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Conceptversie

•

Regionaal Mobiliteitsprogramma MiddenNederland 1.0

Conceptversie

15 september 2021

1

Conceptversie

Regionaal Mobiliteitsprogramma MiddenNederland 1.0

Conceptversie 15 september 2021

2

Conceptversie

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5.

Inleiding

4

1.1

Achtergrond Regionaal Mobiliteitsprogramma Midden-Nederland

4

1.2

Een regionaal Mobiliteitsprogramma voor de gehele provincie Utrecht

4

1.3

Een programma voor de langere termijn

5

1.4

Regionaal kernteam begeleidt totstandkoming van RMP Midden-Nederland

5

1.5

Contouren-RMP

6

1.6

Van Contouren-RMP naar RMP1.0

6

1.7

Kansen voor regionale samenwerkingsinitiatieven

8

Lopende verduurzamingsmaatregelen in de regio Midden-Nederland

9

2.1

Inleiding

9

2.2

Inventariseren van lopende maatregelen met themasessies

9

2.3

Slimme en innovatieve mobiliteit

11

2.4

Goederenvervoer en logistiek

14

2.5

Zero emissie vervoer en laadinfrastructuur

17

2.6

Fiets

19

2.7

Ruimtelijk beleid en parkeerbeleid

22

2.8

Openbaar Vervoer

23

2.9

Beleidsontwikkelingen OV-knooppunten

25

Organisatie en governance

27

3.1

Huidige organisatie en samenwerking

27

3.2

Toekomstige organisatie en samenwerking

28

Effectiviteit van verduurzamingsmaatregelen

31

4.1

Opgave CO2-reductie

31

4.2

Meest effectieve maatregelen voor CO2-reductie

32

4.3

De meest effectieve maatregelen per gebiedstype

32

4.4

Kosteneffectieve maatregelen voor de lokale overheid

34

Hoe verder met het RMP?

36

5.1

Koers voor verdere uitwerking RMP

36

5.2

Effectmeting en monitoring

37

5.3

Communicatie en participatie

37

5.4

Kennisdeling

38

3

Conceptversie

1. Inleiding 1.1 Achtergrond Regionaal Mobiliteitsprogramma Midden-Nederland In de Regio Midden-Nederland gaan bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en overheden actief samenwerken aan een schoon, slim en energiezuinig mobiliteitssysteem. Het samenwerkingsprogramma dat hieraan ten grondslag komt te liggen is het Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP) van de regio Midden-Nederland. In dit programma geeft de regio invulling aan de nationale en internationale klimaatafspraken. Het in 2019 door het Kabinet vastgestelde Klimaatakkoord stelt voor Nederland de volgende doelstelling: in 2030 stoten we in Nederland bijna de helft (49%) minder broeikasgassen uit dan we in 1990 deden. Voor 2050 is de doelstelling een 95% reductie van broeikasgasemissies ten opzichte van 1990. Het Regionaal Mobiliteitsprogramma vloeit voort uit het Klimaatakkoord. Uitgangspunt is dat er regionaal maatwerk nodig is in de transitie naar schone, slimme en energiezuinige mobiliteit. Overheden hebben in het Klimaatakkoord daarom de afspraak gemaakt om een landsdekkend geheel van Regionale Mobiliteitsprogramma’s te ontwikkelen. Het Regionaal Mobiliteitsprogramma van de regio Midden-Nederland is daarmee een instrument om op regionaal schaalniveau toekomstbestendige mobiliteitsoplossingen te realiseren. Samenwerking is het sleutelwoord in het Regionaal Mobiliteitsprogramma.

Substantiële verduurzaming van de mobiliteit in de regio Midden-Nederland is alleen haalbaar als de beleidsbepalende partijen op het gebied van mobiliteit de handen ineenslaan. Daarom werken de Utrechtse gemeenten, Rijkswaterstaat en de provincie Utrecht samen aan de uitwerking en uitvoering van het Regionaal Mobiliteitsprogramma. Het programma is daarmee een gezamenlijk eigendom van de betrokken partijen.

1.2 Een regionaal Mobiliteitsprogramma voor de gehele provincie Utrecht De mobiliteitsstromen in en door de provincie Utrecht kenmerken zich door een samenhangend mobiliteitsprofiel, waarin vanwege de centrale ligging in Nederland doorgaande stromen in alle windrichtingen een dominante plek innemen. Dit is onder andere te zien in de referentierapportage 2030 Utrecht Nabij van U Ned, waarin de onderverdeling van de wegverkeersstromen in doorgaand verkeer en verkeer met herkomst en/of bestemming in de regio Utrecht is weergegeven. Op de snelwegen richting de regio Utrecht bedraagt het percentage doorgaand verkeer zonder herkomst en/of bestemming in de regio op de meeste wegen tussen de 30 en 50%. Dit is een hoog percentage vergeleken met andere stedelijke regio's. De provincie Utrecht heeft met deze hoge percentages doorgaand verkeer een specifiek mobiliteitspatroon waarmee rekening moet worden gehouden bij het opstellen van het mobiliteitsbeleid. Dit is reden om te kiezen voor het opstellen van een Regionaal Mobiliteitsprogramma provincie Utrecht als geheel: het Regionaal Mobiliteitsprogramma Midden-Nederland.

4

Conceptversie

1.3 Een programma voor de langere termijn Het Regionaal Mobiliteitsprogramma vloeit zoals gezegd voort uit het Klimaatakkoord. De tijdshorizonnen van de doelstellingen in het Klimaatakkoord zijn de jaren 2030 en 2050. In het licht van deze tijdshorizonnen dient de komende jaren mobiliteitsbeleid uitgewerkt en uitgevoerd te worden om bij te dragen aan doelstellingen van het Klimaatakkoord. Dit betekent dat het Regionaal Mobiliteitsprogramma een lange termijnkarakter heeft. Eens in de zoveel tijd dient het programma bijgewerkt te worden op basis van nieuwe ontwikkelingen of inzichten. De voorliggende versie van het RMP betreft de eerste inhoudelijke versie van het RMP Midden-Nederland met concrete verduurzamingsmaatregelen, ook wel het RMP1.0 genoemd. De komende jaren volgen op het RMP1.0 nieuwe versies van het RMP met nieuw of aangepast beleid ter verduurzaming van de mobiliteit. Ook zal in de toekomstige versies een beeld worden geschetst van waar we op dat moment staan wat betreft de reductie van de CO2-uitstoot. Kortom, het RMP-Midden-Nederland betreft geen eenmalig document, maar is een ‘levend’ en op de lange termijn gericht programma.

1.4 Regionaal kernteam begeleidt totstandkoming van RMP Midden-Nederland In de totstandkoming van het Regionaal Mobiliteitsprogramma voor Midden-Nederland is een centrale rol weggelegd voor het RMP-kernteam. De leden van dit kernteam zijn afkomstig uit de ambtelijke organisaties van een aantal Utrechtse gemeenten, de drie Utrechtse regio's (U10, Regio Amersfoort en Regio Foodvalley), Rijkswaterstaat en de provincie Utrecht. Dit team begeleidt de uitwerking van de achtereenvolgende versies van het Regionaal Mobiliteitsprogramma. De kernteamleden dragen bij aan de totstandkoming van de tussen- en eindproducten. Daarbij leggen zij de verbinding met anderen gemeenten in hun regio en informeren zij hen tussentijds over de voortgang van het uitwerkingsproces. De onder regie van het RMP-kernteam uitgewerkte versies van het RMP worden bestuurlijk besproken in het Utrechts Verkeers- en Vervoersberaad (UVVB). Het Management Overleg Verkeer en Vervoer (MOVV) fungeert hiervoor als ambtelijk voorportaal en bereidt de bespreking door het UVVB voor. Voorafgaand hieraan vindt op regionaal niveau bestuurlijke afstemming plaats om de bespreking in het UVVB voor te bereiden. De bestuurders geven in de regio-overleggen hun vertegenwoordiger in het UVVB mandaat om de voorliggende versie van het RMP vast te stellen.

De daadwerkelijke vaststelling van de achtereenvolgende versies van het RMP vindt plaats in het UVVB.

5

Conceptversie 1.5 Contouren-RMP Om tot een gedegen samenwerkingsprogramma te komen, is het van belang de samenwerking in de regio goed te organiseren. De eerste stap in het totstandkomingsproces van het RMP Midden-Nederland bestond daarom uit het opstellen van het zogenaamde Contouren-RMP. Dit document is in april 2021 vastgesteld door het Utrechts Verkeer- en Vervoerberaad (UVVB) en legt de basis voor de inhoudelijke uitwerking van het Regionaal Mobiliteitsprogramma. Het Contouren-RMP had twee hoofddoelstellingen, te weten: 1.

Het maken van afspraken over de manier van samenwerken in de uitwerking en uitvoering van het Regionaal Mobiliteitsprogramma van de regio Midden-Nederland.

2.

Het in kaart brengen van de huidige CO2-uitstoot van de sector mobiliteit in de provincie Utrecht als uitgangspunt voor de uitwerking van de verduurzamingsmaatregelen in het Regionaal Mobiliteitsprogramma.

Het maken van afspraken over de manier van samenwerken heeft geleid tot een lijst van zogenaamde leidende principes. Deze principes geven richting aan de wijze van samenwerking en de inzet van instrumenten en maatregelen om de beoogde CO2reductie te realiseren. Ze vormen daarmee een belangrijk element in de contouren van het Regionaal Mobiliteitsprogramma. De leidende principes zijn als volgt geformuleerd:

De leidende principes leggen de basis voor de RMP-samenwerking in de regio Midden-Nederland.

1.6 Van Contouren-RMP naar RMP1.0 Na de vaststelling van het Contouren-RMP in het Utrechts Verkeer en Vervoerberaad van april 2021 is een begin gemaakt met de uitwerking van het RMP1.0. In deze versie van het RMP staan de uitwerking van concrete verduurzamingsmaatregelen en het voorbereiden van een programma-organisatie centraal. In overleg met de betrokken Utrechtse gemeenten is afgesproken dat deze eerste versie van het RMP een ‘beleidsarm’ karakter heeft. Dit betekent dat deze versie nog geen harde ambities en doelstellingen bevat ten aanzien van de te realiseren mate van CO2-reductie en daarnaast alleen verduurzamingsmaatregelen omvat die al in uitvoering zijn in de regio Midden-Nederland. De reden om te kiezen voor een beleidsarme eerste versie van het RMP ligt in de gemeenteraadsverkiezingen die in maart 2022 plaatsvinden. De verwachting is dat veel van de Utrechtse gemeenteraden in het najaar van 2021 geen besluit meer over (de vorm van) deelname aan het Regionaal Mobiliteitsprogramma willen nemen. De zittende gemeenteraden schuiven deze besluitvorming naar verwachting door naar de nieuwe gemeenteraden die vanaf midden 2022 actief zijn. Om toch in het najaar van 2021 met een RMP1.0 van start te kunnen gaan wordt de eerste versie van het RMP daarom vormgegeven als een verzameldocument van al lopende regionale mobiliteitsmaatregelen.

Hierdoor is besluitvorming door de zittende gemeenteraden naar verwachting niet nodig. De fase van uitwerking van de eerste ‘beleidsarme’ versie van het RMP heeft de volgende kenmerken: 6

Conceptversie Doel: • In beeld brengen van lopende mobiliteitsmaatregelen ter verduurzaming van de mobiliteit in Midden-Nederland • Voorbereiden van een organisatiestructuur om nieuwe maatregelen te gaan uitwerken en uitvoeren • Beschrijven van een proces hoe we volgende versies van het RMP gaan uitwerken Werkwijze: • Analyseren van de effecten van mogelijke maatregelen op de CO2-uitstoot • Inventariseren wat er al in uitvoering is aan verduurzamingsmaatregelen • In beeld brengen welke bijdrage die leveren aan reductie van de CO2-uitstoot • Afspraken maken hoe we die maatregelen gaan uitvoeren • Voorbereiden van een organisatie voor programmamanagement Activiteiten: • Bijeenkomsten regionaal kernteam voor opstellen RMP1.0 • Sessie(s) met uitvoeringspartners en omgevingspartners voor leveren van inbreng in RMP1.0 • Onderzoek naar kosteneffectiviteit van bestaande en nieuwe maatregelen • Opzetten monitorinstrument voor periodiek meten van resultaten van maatregelen Resultaat: • Een RMP1.0 geschikt voor bespreking door het UVVB in het najaar van 2021. • Een beeld van de mogelijke organisatievormen voor programmamanagement. De inrichtingsfase werkt toe naar bespreking van het RMP1.0 in het Utrecht Verkeer- en Vervoerberaad (UVVB). De UVVBbijeenkomst waarin deze bespreking op de agenda vindt plaats op 11 oktober 2021.

Na de bespreking van het RMP1.0 in het UVVB volgt een proces van verdere uitwerking van het RMP waarin zaken als ambities en doelstellingen en de verdere invulling van het programma aan de orde komen. Deze vervolgfase heeft de volgende kenmerken: Doel: • Formuleren van concrete ambities en doelstellingen ten aanzien van de reductie van de C02-uitstoot • Afstemming met kernpartners over de gewenste organisatie- en samenwerkingsvorm • Doorontwikkelen van het RMP met concrete afspraken over (nieuwe) maatregelen • Monitoren voortgang en zo nodig bijsturen van de maatregelen Werkwijze: • Op basis van uitgewerkte samenwerkingsvarianten komen tot bestuurlijke overeenstemming over organisatiestructuur • Coördineren en aansturen van maatregelen door middel van programmamanagement • Permanente aandacht voor monitoring van effecten van maatregelen • Zo nodig bijsturen van maatregelen op basis van monitoringsresultaten • Afleiden van best practices en kennis delen • Analyseren van witte vlekken in maatregelenpakket en zo nodig treffen van aanvullende maatregelen Activiteiten: • Bijeenkomsten regionaal kernteam voor begeleiden van uitwerking en uitvoering van RMP • Sessie(s) met uitvoeringspartners en omgevingspartners ter informatie over verloop RMP • Uitvoeren periodieke monitoring van effectiviteit maatregelen Resultaat: • Een effectief Regionaal Mobiliteitsprogramma dat optimaal is

toegerust op het bereiken van de geformuleerde doelstellingen. Voorliggend document betreft de uitkomst van het uitwerkingsproces van het RMP1.0. Dit document bevat de volgende elementen: •

Een overzicht van de lopende maatregelen in de regio Midden-Nederland die gericht zijn op verduurzaming van mobiliteit en reductie van de CO2-uitstoot;

•

Een verkenning van de mogelijke organisatievormen van de RMP-samenwerking, afhankelijk van de mate van samenwerking en commitment die de RMP-partners willen aangaan;

•

Een eerste overzicht van de effectiviteit van mogelijke RMP-maatregelen ten aanzien van CO2-reductie;

•

Een beeld van het vervolgtraject van uitwerking en uitvoering van het RMP.

Het vervolgtraject kent een langetermijnkarakter en leidt tot nieuwe versies van het RMP Midden-Nederland.

7

Conceptversie 1.7 Kansen voor regionale samenwerkingsinitiatieven De CO2-reductieopgave waar de regio Midden-Nederland voor staat is niet alleen een regionale opgave. Mogelijke maatregelen uit Europees- en rijksbeleid hebben ook een grote invloed, zoals bijvoorbeeld de emissienormen voor voertuigen of het beprijzen van autogebruik. Daarnaast is er voor veel maatregelen afstemming nodig tussen rijk en regio. Naast het Europees- en rijksbeleid kan regionaal beleid in het kader van de Regionale Mobiliteitsprogramma’s ook een grote impact hebben. Het regionale programma dient zich daarbij te richten op onderwerpen waarop regionale overheden en andere stakeholders grip hebben. Thema’s waarop in de regio Midden-Nederland al wordt samengewerkt zijn: • • • • • •

Fietsbeleid; Openbaar Vervoerbeleid; Ruimtelijk beleid en parkeerbeleid; Verduurzamen van goederenvervoer en logistiek; Stimuleren van zero emissie vervoer en laadinfrastuctuur; Slimme en innovatieve mobiliteit.

Het Regionaal Mobiliteitsprogramma 1.0 geeft verdere invulling aan de samenwerking op deze thema’s vanuit het perspectief van verduurzaming van mobiliteit. De verdere invulling van het programma geschiedt in nauwe afstemming met andere regionale mobiliteitsprogramma's die raakvlakken vertonen met het RMP, zoals U Ned en Goedopweg.

8

Conceptversie

2. Lopende verduurzamingsmaatregelen in de regio Midden-Nederland 2.1 Inleiding Overheden en andere stakeholders op het gebied van mobiliteit werken in de regio Midden-Nederland al langer samen aan maatregelen voor schone, slimme en energiezuinige mobiliteit. Dit hoofdstuk biedt een overzicht op hoofdlijnen van lopende verduurzamingsmaatregelen die deel uitmaken van het huidige mobiliteitsbeleid. Deze maatregelen vormen het vertrekpunt voor verdere samenwerking in het kader van het RMP. Voor een aantal mobiliteitsthema’s, zoals openbaar vervoer en OV-knooppunten is momenteel binnen de regio Midden-Nederland sprake van de uitwerking van nieuw beleid. Voor deze thema’s licht dit hoofdstuk toe wat de huidige beleidsmatige ontwikkelingen zijn. Dit als uitgangspunt voor toekomstige verduurzamingsmaatregelen op deze thema’s.

2.2 Inventariseren van lopende maatregelen met themasessies Van eind mei tot en met begin juli 2021 heeft een reeks RMP-themasessies plaatsgevonden om in beeld te brengen wat er op het vlak van verduurzaming van mobiliteit in de regio Midden-Nederland speelt. Doel van deze sessies was om vertegenwoordigers van organisaties die in Midden-Nederland actief zijn op het gebied van mobiliteit de gelegenheid te geven voorbeelden aan te dragen van maatregelen en initiatieven voor het verduurzamen van mobiliteit die nu al spelen. De voorbeelden die zijn opgenomen in dit hoofdstuk komen voort uit deze themasessies. Ook zijn er in de themasessies maatregelen en ontwikkelingen geïnventariseerd die nu nog geen deel uitmaken van het vigerend mobiliteitsbeleid, maar die in de toekomst wel kunnen bijdragen aan het verduurzamen van het mobiliteitssysteem. Nieuwe maatregelen en initiatieven vormen echter geen onderdeel van voorliggend document omdat het RMP1.0 een beleidsvrij document is. De uitwerking en uitvoering van nieuwe verduurzamingsmaatregelen op het gebied van mobiliteit zijn dan ook onderdeel van volgende RMP-versies. De themasessies zijn opgezet door het onderscheiden van een aantal ‘logische’ mobiliteitsthema’s die terugkomen in het huidige mobiliteitsbeleid van regionale overheden en andere stakeholders op het gebied van mobiliteit. Het betreft de volgende thema’s: 1.

Slimme en innovatieve mobiliteit

2.

Goederenvervoer en logistiek

3.

Zero emissie vervoer en laadinfrastructuur

4.

Fiets

5.

Openbaar vervoer

6.

OV-knooppunten

Tijdens de themasessies kwam een aantal voorbeelden naar voren van maatregelen die niet onder de genoemde thema’s waren te scharen, maar betrekking hadden op ruimtelijk beleid en parkeren. Daarom is voor de beschrijving van de lopende maatregelen in dit document het thema ‘Ruimtelijk beleid en parkeren’ toegevoegd als zevende thema. De themasessies hadden niet allemaal hetzelfde karakter. Voor een aantal thema’s is er sprake van lopend beleid en lopende maatregelen die goed passen binnen de verduurzamingdoelstellingen van het Regionaal Mobiliteitsprogramma. Dit betreft de thema’s Slimme en innovatieve mobiliteit, goederenvervoer en logistiek, Zero emissie vervoer en laadinfrastructuur en Fiets. Voor deze thema’s waren de sessies voornamelijk gericht op het inventariseren van lopend verduurzamingsmaatregelen. Voor andere thema’s is er op dit moment binnen de regio Midden-Nederland sprake van provinciebrede strategie- en beleidsontwikkeling. Dit geldt voor de thema’s Openbaar Vervoer en OV-Knooppunten, die momenteel strategisch en beleidsmatig uitgewerkt worden in het ‘Netwerkperspectief Openbaar Vervoer en de ‘Visie op OV-knooppunten’. Dit heeft tot gevolg dat het voor deze thema’s in de huidige situatie niet zinvol is om in het RMP1.0 lopende maatregelen op te nemen omdat die pas in de nabije toekomst vorm krijgen als uitvloeisel van de visie- en beleidvormingstrajecten.

Voor deze thema’s hadden de themasessies dan ook een meer strategisch karakter om in beeld te brengen welke strategische en beleidsmatige ontwikkelingen er voor de

9

Conceptversie

nabije toekomst te verwachten zijn. In dit hoofdstuk geven we een overzicht van deze ontwikkelingen die dan in volgende versies van het RMP zullen terugkomen in de vorm van concrete maatregelen en initiatieven. Raakvlakken tussen thema’s Tussen de verschillende thema’s is er soms sprake van overlap. Zo vallen er onder het thema ‘slimme en innovatieve mobiliteit’ initiatieven die ook raken aan het thema ‘goederenvervoer en logistiek’. Voor de beschrijving van de maatregelen in dit hoofdstuk gebruiken we dezelfde thema-indeling als voor de themasessies. Bij de indeling van de RMP-maatregelen onder de thema's zijn we uitgegaan van de meest logische plek gezien het karakter van de betreffende maatregel. In de themasessies is een veelheid aan voorbeelden van maatregelen aangedragen. Het RMP1.0 is niet bedoeld om een uitputtend overzicht te geven van wat er aan verduurzaming speelt op mobiliteitsgebied. Daarom is de ‘longlist’ van maatregelen uit de themasessie op basis van een aantal selectiecriteria teruggebracht tot een selectie van maatregelen die voldoen aan de doelstellingen van het RMP1.0. Het betreft de volgende criteria: Selectiecriteria voor opname van maatregelen in het RMP1.0: • • • • •

Lopend in de provincie Utrecht Levert een aannemelijke bijdrage aan de reductie van de CO2-uitstoot door mobiliteit Is opschaalbaar Maakt deel uit van bestaand beleid Er is budget beschikbaar

In de volgende paragrafen worden de lopende verduurzamingsmaatregelen binnen de benoemde thema's beschreven aan de hand van de selectiecriteria. De beschrijving geschiedt volgens een vast stramien aan de hand van het volgende format: Format voor beschrijving van maatregelen in het RMP1.0 • • • • • • • •

Naam maatregel Wat houdt de maatregel in? Wat zijn de doelstellingen van de maatregel? Wat levert de maatregel op aan CO2-reductie? Welke partijen zijn betrokken? Waar loopt de maatregel? Wat is de planning? Wat zijn de kosten?

Onderstaand figuur geeft een overzicht van de maatregelen die in het RMP1.0 beschreven zijn.

10

Conceptversie

De volgende paragrafen geven een beschrijving van de lopende maatregelen.

2.3 Slimme en innovatieve mobiliteit Maatregel

Werkgeversaanpak

Wat houdt de maatregel in?

Een groot deel van de mobiliteitsbewegingen bestaat uit woon-werkverkeer of zakelijk verkeer. Met een werkgeversaanpak kunnen deze verplaatsingskilometers worden verminderd (thuiswerken), veranderd (afgelegd per OV of fiets) of verschoond (elektrisch vervoer). Binnen de werkgeversaanpak zijn er diverse uitwerkingen en voorbeelden mogelijk: 1. 2.

Wat zijn de doelstellingen?

Bevorderen thuiswerken en/of hybride werken Aanpassen reiskostenvergoeding

Bevorderen thuiswerken en/of hybride werken Binnen Goedopweg werken het Ministerie van I&W, Rijkswaterstaat, de provincie Utrecht en de gemeenten Utrecht en Amersfoort samen. De partijen willen vanuit Goedopweg inwoners (en bezoekers) stimuleren om waar mogelijk minder te reizen (bijvoorbeeld door thuis te werken), op een ander tijdstip te reizen (buiten de spits) of anders te reizen (met een duurzaam vervoermiddel of via een andere route). Vanuit Goedopweg wordt binnen ‘Anders reizen’ met werkgevers en onderwijsinstellingen het gesprek aangegaan over het mogelijk maken dat personeel meer gaat thuiswerken. Daarnaast wordt er uitvoering gegeven aan o.a. de onderwijsaanpak, de gebiedsaanpak en de doelgroepenaanpak. Vanuit Goedopweg bespreken partijen, in samenspraak met de werkgever, of er meer buiten de spits gereisd kan worden. Hiermee wordt er ingespeeld op de inzichten die overheden, werkgevers en werknemers opdoen over de potentie van thuiswerken in verband met het Coronavirus. Hierdoor wordt er minder gereisd, wat de bereikbaarheid, leefbaarheid en luchtkwaliteit ten goede komt. Aanpassen reiskostenvergoeding - De gemeente Veenendaal stelt aan medewerkers OV-business cards beschikbaar, waardoor reizen met OV niet meer gedeclareerd hoeft te worden. Dit om voor werknemers de drempel te verlagen met het OV te reizen.

- De provincie Utrecht zorgt dat eigen medewerkers voor woon-werkverkeer met openbaar vervoer of de fiets een vergoeding ontvangen. Dit geldt voor een afstand tussen de 4 en de 60 kilometer 11

Conceptversie Maatregel

Werkgeversaanpak

Wat levert het op aan CO2-reductie en nevendoelen?

Maatregelen vanuit de Werkgeversaanpak dragen bij aan een verschuiving naar duurzame mobiliteit (lopen, fietsen, OV en zero emissie deelmobiliteit). Onbekend is hoe groot het effect van de maatregel daadwerkelijk is op de CO2-uitstoot.

Wie is betrokken?

Diverse overheden en werkgevers.

Waar loopt het?

In regio Midden-Nederland wordt de werkgeversaanpak voor een groot deel uitgevoerd door Goedopweg. Goedopweg is een samenwerking van o.a. Rijkswaterstaat, provincie Utrecht, gemeente Utrecht en gemeente Amersfoort. Ook werkt de gemeente Veenendaal mee aan de werkgeversaanpak.

Wat is de planning?

Thuiswerken of hybride werken De komende vier à vijf jaar gaat de gemeente Utrecht door met de huidige activiteiten/projecten, die in het meerjarenperspectief Bereikbaarheid (MPB) geprogrammeerd staan, waaronder het stimuleren van thuiswerken. Reiskostenvergoeding De organisaties waarbinnen dit speelt hanteren geen einddatum met betrekking tot de reiskostenvergoeding, maar hanteren dit als intern beleid.

Wat zijn de kosten van de maatregel?

Onbekend.

Bron(nen)

• • •

•

https://www.programma-uned.nl/programmaonderdelen/korte+termijn/default.aspx https://goedopweg.nl/ https://omgevingsvisie.utrecht.nl/fileadmin/uploads/documenten/zzomgevingsvisie/thematisch-beleid/verkeer-mobiliteit/2021-05-mobiliteitsplan-2040toegankelijk.pdf https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/Vergaderingen/Commissie-Bestuur-Europaen-Middelen/2019/04-februari/19:30/2019BEM06-02-Regeling-vervoerskosten-WW-2019-GSversie-2-0.pdf

Maatregel

Stimuleren deelmobiliteit en/of Mobility as a Service (MaaS )

Wat houdt de maatregel in?

Door demografische ontwikkelingen is er een toenemende vraag naar mobiliteit en meer variatie aan reispatronen. Met deelmobiliteit of met multimodaal reisadvies op maat (Mobility as a Service: (MaaS)) kan hier op een duurzame manier invulling aan worden gegeven, door vervoersmiddelen te delen of een multimodale reis van deur-tot-deur te plannen. Er lopen in regio Midden-Nederland rond deelmobiliteit op diverse plekken projecten of onderzoeken. De voorbeelden die hier benoemd worden zijn er slechts enkele van.

Wat zijn de doelstellingen?

Door deelmobiliteit en MaaS te stimuleren wordt er ingezet op schone manieren van (deel)vervoer die weinig ruimte innemen. Hierdoor blijft het stedelijk gebied bereikbaar en wordt de CO2-uitstoot verminderd. Ook kan deelmobiliteit een reële optie zijn voor laagstedelijk gebied, als aanvulling op het OV.

Wat levert het mogelijk op aan CO2-reductie en nevendoelen?

Wanneer er meer schone km’s worden gereden heeft deze maatregel een direct effect op de luchtkwaliteit en het verminderen van de CO2-uitstoot. Daarnaast kan een toename van deelvervoergebruikers op een gegeven moment bijdragen aan verminderd autobezit wat ook invloed heeft op de ruimtelijke omgeving. Wat de maatregel specifiek aan CO2 winst oplevert is onbekend.

Wie is betrokken?

Binnen Goedopweg werken de Provincie, Rijkswaterstaat, gemeenten Utrecht en Amersfoort en het Ministerie van I&W samen.aan de ontwikkeling en uitrol van MaaS-concepten. Daarnaast zetten in de regio Midden-Nederland verschillende gemeenten zich in voor het mogelijk maken of stimuleren van deelmobiliteit.

12

Conceptversie Maatregel

Stimuleren deelmobiliteit en/of Mobility as a Service (MaaS )

Waar loopt het?

Voorbeelden van het stimuleren van deelmobiliteit en/of MaaS; Gaiyo Via Goedopweg is er sinds 2020 in de gemeente Utrecht een reisplannner-app ‘Gaiyo’ beschikbaar waarmee je alle combinaties van (deel)vervoer kunt reserveren. Het aanbod van vervoer varieert van deelfietsen en deelauto's tot OV en P+R en laat het meest actuele aanbod zien. Inwoners van de Utrechtse wijken Leidsche Rijn, Vleuten en De Meern kunnen sinds september 2020 meedoen aan een proef met deze reisapp. Gaiyo is onderdeel van het landelijke MaaS-programma van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Samen met marktpartijen wordt onderzocht of dienstverlening op het gebied van mobiliteit aanslaat bij gebruikers, commercieel levensvatbaar is én bijdraagt aan verduurzamingsbeleid. Amersfoort Duurzaam De gemeente Amersfoort kiest voor een autoluwe binnenstad en stimuleert het gebruik van deelmobiliteit (deelscooters, deelfietsen, deelauto’s). De voertuigen zijn via deelmobiliteit veelal 24/7 beschikbaar, online te reserveren en te betalen en in de buurt of op loopafstand beschikbaar. De gemeente Amersfoort licht op de website Amersfoort Duurzaam verschillende duurzame alternatieven uit. Een aantal voorbeelden zijn: o Pieter deelt een elektrische auto o Deel een auto! Pilot deelauto Baarn In de gemeente Baarn draait een pilot om in overleg met bewoners deelauto’s in te zetten.

De deelauto’s worden in overleg met bewoners aan een locatie toegewezen. Momenteel wordt deze pilot op één locatie uitgewerkt en in uitvoering gebracht. Toegangsprivileges verlenen aan zero emissie (deel)vervoer in autoluwe binnenstad Verschillende gemeenten werken aan het vergroten en verbreden van het aanbod van deelmobiliteit om het groeiend gebruik verder te stimuleren. Om plannen voor een autoluwe binnenstad te ondersteunen kunnen er privileges worden toegekend aan zero emissie (deel)voertuigen. Op die manier wordt de uitstoot van fossiele brandstof auto’s in de binnenstad tegengegaan, maar de binnenstad wel toegankelijk gehouden. Zo zijn er in de gemeenten Utrecht, Amersfoort en Woerden afspraken gemaakt met deelaanbieders.

Wat is de planning?

- De Utrechtse proef met de digitale reisassistent Gaiyo loopt naar verwachting tot medio 2022. - In de gemeente Amersfoort moeten aanbieders van deel(bak)fietsen, deelsnor- en bromfietsen en deelsteps een vergunning aanvragen. Aanvragen van een vergunning kan tot uiterlijk 31 december 2021. De evaluatie vindt plaats in de tweede helft van 2022. - In de gemeente Utrecht zijn er verschillende afspraken gemaakt met deelaanbieders, zoals de locatie waarop de deelmobiliteit wordt aangeboden. Er zijn daarnaast pilots, zoals met elektrische bakfietsen die tot zomer 2023 duren.

Wat zijn de kosten van de maatregel?

De kosten verschillen. Veelal worden er afspraken gemaakt tussen gemeenten en deelaanbieders, hier kan een investering aan verbonden zijn.

Aanvullende informatie

N.v.t.

Bron(nen)

https://www.utrecht.nl/wonen-en-leven/verkeer/deelvervoer/nieuws-over-deelvervoer/

13

Conceptversie 2.4 Goederenvervoer en logistiek Maatregel

Stimulering van modal shift van weg naar water en spoor in het kader van het Off Road-programma

Wat houdt de maatregel in?

De provincie Utrecht neemt deel aan het landelijke programma Off Road dat is opgezet door de Topsector Logistiek. De aanpak bestaat uit het opzetten van zogenaamde ‘Joint Corridors’ tussen logistieke knooppunten in binnen- en buitenland. Op deze corridors wordt gekeken welk deel van de goederenstromen in aanmerking komt voor verschuiving van wegvervoer naar vervoer over water of per spoor. Doel van deze aanpak is om de uitstoot van schadelijke stoffen door goederenvervoer te verminderen en de druk op het wegennet te reduceren. De werkzaamheden worden uitgevoerd door logistieke makelaars die bedrijven benaderen met het aanbod om een analyse te maken van de goederenstromen. Het streven is om te komen tot een business case waarin de verlader door de modal shift naar weg of water een reductie van de transportkosten realiseert. In veel gevallen blijkt dit mogelijk.

Wat zijn de doelstellingen?

De doelstellingen van de Off Road-aanpak zijn het beperken van de uitstoot van broeikasgassen en andere schadelijke stoffen door het wegtransport en het verbeteren van de bereikbaarheid over de weg door het verminderen van het aantal vrachtwagens op de weg. Basis voor de aanpak zijn de uitgangspunten dat vervoer over water en per spoor duurzamer is dan vervoer over de weg en dat de netwerken van vaarwegen en spoor nog voldoende capaciteit beschikbaar hebben om de verschuiving van goederenstromen vanaf het wegennetwerk op te vangen.

Wat levert het op aan CO2-reductie en nevendoelen?

Er is geen doelstelling voor CO2-reductie geformuleerd voor het programma als geheel. De mate van CO2-reductie wordt berekend aan de hand van het aantal vrachtwagens wat van de weg wordt gehaald en moet per business case worden uitgerekend.

Wie is betrokken?

De Off Road-aanpak in de provincie Utrecht betreft een samenwerking tussen de provincie Utrecht, de gemeenten Utrecht, Amersfoort, Nieuwegein en Vijfheerenlanden en Rijkswaterstaat MiddenNederland. Daarnaast is er samenwerking met de andere Off Road-regio’s in Nederland onder regie van de Topsector Logistiek.

Waar loopt het?

Het Off Road programma betreft een landelijk programma waar provincies of regio's op kunnen aansluiten. De meeste Nederlandse provincies en regio's met belangrijke logistieke knooppunten zijn inmiddels aangesloten bij het programma. Zo ook de provincie Utrecht. De Utrechtse aanpak richt zich vooral op de logistieke knooppunten in Utrecht, Amersfoort, Nieuwegein en Vianen (gemeente Vijfheerenlanden).

Wat is de planning?

Het Off Road-programma loopt in ieder geval tot eind 2023. De Off-Road-aanpak in de provincie Utrecht loopt hiermee synchroon. In de loop van 2023 vindt een evaluatie van de resultaten plaats op basis waarvan wordt besloten of het programma in volgende jaren wordt voortgezet.

Wat zijn de kosten van de maatregel?

De kosten van de Off-Road-aanpak in de provincie Utrecht bedragen circa € 90.000 per jaar. Dit bedrag wordt voor het grootste deel besteed aan de inzet van de logistieke makelaar. Het bedrag wordt voor de helft gefinancierd door de Topsector Logistiek en voor de andere helft door de provincie Utrecht.

Aanvullende informatie

N.v.t.

Bron(nen)

N.v.t.

14

Conceptversie Maatregel

Stimuleren bouwhubs voor efficiënte en duurzame bevoorrading van bouwlocaties

Wat houdt de maatregel in?

De regio Midden-Nederland kent een grote woningbouwopgave. Tot in ieder geval 2040 zal een grote hoeveelheid bouwmateriaal zijn weg naar de bouwplaatsen vinden. De huidige wijze van bouwlogistiek (die circa 30% van het totale goederenvervoer in Nederland uitmaakt) is inefficiënt door de lage beladingsgraad en veroorzaakt relatief veel vervuiling, overlast en onveiligheid door het grote en zware materieel dat gebruikt wordt. Het slimmer en schoner maken van bouwlogistiek levert daarom relatief veel winst op als het gaat om CO2-reductie en het verminderen van omgevingsoverlast. Het inzetten van logistieke bouwhubs aan de rand van de stad is een inmiddels beproefd middel om bouwlogistiek slimmer en schoner te maken. Met name in de afbouwfase biedt dit de mogelijkheid bouwmaterialen op de hub te consolideren tot grote zendingen en in de vorm van ‘dagpakketten’ op een efficiënte manier naar de bouwplaats te transporteren. In de provincie Utrecht is inmiddels één bouwhub operationeel op bedrijventerrein Lage Weide in de gemeente Utrecht. Deze hub wordt geëxploiteerd door bouwbedrijf Volker Wessels. In het verlengde hiervan is ook het vervoer van bouwpersoneel naar de bouwplaats een mobiliteitsissue.

Wat zijn de doelstellingen?

Doelstelling is het stimuleren van een samenwerkend stelsel van 5 tot 10 bouwhubs waarmee de grote woningbouwlocaties in de provincie Utrecht op een efficiënte en schone manier bevoorraad worden. Dit omvat in ieder geval het faciliteren van ruimte voor bouwhubs: grotere kavels die idealiter aan het water zijn gelegen om multimodaal transport mogelijk te maken. Het gaat om logistieke bouwhubs voor nieuwe bouwmaterialen, maar in toenemende mate ook om circulaire bouwhubs (grondstoffencentra) om het hergebruik van bouw- en sloopmaterialen te stimuleren.

Wat levert het op aan CO2-reductie en nevendoelen?

Uitgebreid onderzoek (door o.a. TNO) bij bouwprojecten die gefaciliteerd zijn door de BouwHub van VolkerWessels Materieel en Logistiek (Lage Weide, Utrecht) wijst uit dat werken met een bouwhub tot 80% CO2-reductie oplevert ten opzichte van traditionele bouwlogistiek. Maar er zijn meer positieve effecten, zoals spitsmijding en een hogere arbeidsproductiviteit op de bouwplaats. Specifiek voor oude stadscentra is er winst te behalen in het weren van zwaar verkeer in kwetsbare werf- en kadegebieden.

Wie is betrokken?

Provincie Utrecht, gemeente Utrecht, gemeente Amersfoort en andere gemeenten met grote woningbouwopgaves. In verband met de mogelijkheden van vervoer over water: Rijkswaterstaat Midden-Nederland en het Off Road programma.

Waar loopt het?

Er is een bouwhub operationeel op het bedrijventerrein Lage Weide in Utrecht. Voor de verdere uitbouw van het netwerk focust het project zich in eerste instantie op de gemeenten Utrecht, Nieuwegein en Amersfoort.

Wat is de planning?

Het project loopt door tot 2030 (in lijn met de planning van de gemeente Utrecht voor het realiseren van een stelsel van circulaire logistieke bouwhubs voor de stad Utrecht).

Wat zijn de kosten van de maatregel?

De kosten behelzen procesmatig onder meer de inzet van een logistiek makelaar en het stimuleren van (digitale) ketensamenwerking (internet of cargo). Daarnaast mogelijk fysieke investeringen gekoppeld aan het inrichten van locaties voor bouwhubs.

Aanvullende informatie

N.v.t.

Bron(nen)

https://www.volkerwessels.com/nl/projecten/bouwhub https://www.tno.nl/nl/aandachtsgebieden/mobiliteit-logistiek/roadmaps/smart-and-safe-trafficand-transport/smart-mobility-and-logistics/data-driven-logistics/slimme-bouwlogistiekeconcepten-in-de-praktijk/ https://openresearch.amsterdam/image/2021/4/14/9_artikel_circulaire_bouwhubs-231854410.pdf

15

Conceptversie Maatregel

Efficiënte en duurzame stadsdistributie

Wat houdt de maatregel in?

Veel Nederlandse steden werken aan het efficiënter en duurzamer maken van de bevoorrading van hun stedelijke centra. De huidige praktijk is dat de bevoorrading plaats vindt op inefficiënte wijze (veel lege vrachtwagencapaciteit) waardoor veel meer vrachtwagens dan nodig de centra betreden en daar overlast en uitstoot van schadelijke stoffen veroorzaken. Maatregelen die steden nemen zijn het instellen van Zero Emissie-zones, het oprichten van goederenhubs aan de rand van de stedelijke centra en het elektrificeren van het last mile vervoer in de centra. In de provincie Utrecht zijn vooral de steden Utrecht en Amersfoort bezig met deze ontwikkeling. In Utrecht gaat het om concepten als Cityport en Citybarge (bevoorrading van de binnenstad vanuit een hub met gebruik van elektrische boten) en Hub Oost 030 (een gemeenschappelijk bevoorradingsconcept in Rijnsweerd en Utrecht Science Park). In Amersfoort is het concept Stad van de Toekomst in ontwikkeling waarin bijvoorbeeld transportbedrijven en stedenbouwkundige bureaus samenwerken om met behulp van hubs en ICT-concepten de stadslogistiek te stroomlijnen en verduurzamen. De gemeente Houten heeft in 2021 getekend voor de emissieloze bezorging van haar pakketten binnen de stadskern (‘Pilot Project Last Mile’).

Wat zijn de doelstellingen?

De doelen van de stadsdistributieprojecten zijn in eerste instantie gelegen in het verbeteren van de luchtkwaliteit in de dicht bewoonde stedelijke centra en het verminderen van de overlast van de vele vrachtwagens. CO2-reductie is geen directe doelstelling, maar wordt wel gerealiseerd door de inzet van zero emissie voertuigen en vermindering van het aantal vrachtwagenbewegingen.

Wat levert op aan CO2-reductie en nevendoelen?

De vermindering van de CO2-uitstoot verschilt per stad en per project, afhankelijk van hoe het stadsdistributieproject wordt ingericht en de ruimtelijke inrichting van het gebied.

Wie is betrokken?

Bij de genoemde stadsdistributieprojecten is een veelheid aan typen partijen betrokken, zoals transportbedrijven, winkeliersverenigingen, horeca-organisaties, bewonersorganisaties, ICTbedrijven, stedenbouwkundige bureaus, overheden etc. De belangrijkste betrokken partijen bij de bovengenoemde projecten zijn de volgende: • Cityport/Citybarge: Cityhub, aannemersbedrijf B. van Hees en Zonen, gemeente Utrecht, provincie Utrecht • Hub Oost 030: Universiteit Utrecht, Hogeschool Utrecht, provincie Utrecht, gemeente Utrecht • Stad van de Toekomst Amersfoort: PostNL, IMOSS Stedenbouw Landschap Ruimte, Prime Vision Computersoftware, Creatief Strategiebureau Fronteer, Adviesbureau Future Mobility Network, gemeente Amersfoort • Gemeente Houten is betrokken in de ‘Pilot Project Last Mile’ i.s.m. TSN Groen, !MPACT Houten, Stichting Vlotter, VNO-NCW.

Waar loopt het?

De stadsdistributieprojecten lopen in de gemeente Utrecht, de gemeente Amersfoort en in de gemeente Houten.

Wat is de planning?

Geen van de genoemde projecten kent een specifieke looptijd. Bij alle projecten gaat het om de geleidelijke uitrol van logistieke concepten die stapsgewijs worden vormgegeven en opgeschaald.

Wat zijn de kosten van de maatregel?

Door de vele elementen die deel uitmaken van de genoemde projecten is het lastig om een concreet overzicht te geven van de specifieke projectkosten. Bij alle drie projecten Cityport/Citybarge is sprake van een samenwerking van marktpartijen en overheden die allen een deel van de kosten op zich nemen. Bij de marktpartijen gaat het veelal om operationele kosten die zij voor eigen rekening nemen. Voor de overheden betreft het met name subsidies om onderzoeksof ontwikkelingskosten te dekken of startsubsidies. In het project Hub Oost 030 is sprake van een samenwerking van overheden en bedrijven die de hub- en distributiefunctie aanbesteden aan een marktpartij.

Aanvullende informatie

N.v.t.

Bron(nen)

N.v.t.

16

Conceptversie

2.5 Zero emissie vervoer en laadinfrastructuur Maatregel

Versnellen uitrol van laadinfrastructuur voor Elektrisch Vervoer (EV)

Wat houdt de maatregel in?

De provincie Utrecht werkt in MRA-E verband samen met de provincies Noord-Holland en Flevoland om gemeentes te ondersteunen met een gemakkelijke en goedkope manier van uitbreiding van de laadinfrastructuur in de provincie Utrecht. Nieuwe vormen van laadinfrastructuur (snelladen en slim laden) worden gezamenlijk onderzocht en ontwikkeld.

Wat zijn de doelstellingen?

• • •

De laadinfrastuctuur groeit mee met de vraag naar laadpunten en ondersteunt daarmee de groei van Elektrisch Vervoer (EV). De laadinfrastructuur maakt ZE stadslogistiek mogelijk: er is een provinciale strategie voor lokale en regionale snellaadinfra. De laadinfrastructuur levert een bijdrage aan de balancering van het energienetwerk waardoor meer duurzame energie kan worden aangesloten.

Wat levert het op aan CO2-reductie en nevendoelen?

Migratie naar EV levert een grote bijdrage aan CO2-reductie. EV gebruikt tot 75% minder energie dan vervoer met een verbrandingsmotor. Mits de elektriciteit duurzaam is opgewekt heeft EV geen CO2 uitstoot bij gebruik.

Wie is betrokken?

MRA-E is de regionale samenwerking waarin de Provincie Utrecht deelneemt om de afspraken uit de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) uit te voeren. Gemeenten in Utrecht plaatsen laadpalen op hun grondgebied In samenwerkingsverbanden als IPO, NAL en het Formule E Team (FET) werkt de provincie in samenwerking met een groot aantal Utrechtse gemeenten aan het stimuleren van EV en de optimalisatie van processen rond aanvraag, beheer en gebruik van laadinfrastructuur. Samen met kennispartners en bedrijven werkt de provincie aan de ontwikkeling en opschaling van smart charging. De provincie plaatst zelf laadpalen op eigen carpoolplaatsen.

Waar loopt het?

In de hele provincie Utrecht

Wat is de planning?

In 2021: 10.000 publieke laadpunten in de provincie Utrecht In 2022: een gedeelde strategie op ontwikkeling van lokale en regionale snellaadinfrastructuur. De regio Utrecht loopt voorop in de ontwikkeling van smart charging

Wat zijn de kosten van de maatregel?

Circa € 400.000 per jaar

Aanvullende informatie

N.v.t.

Bron(nen)

N.v.t.

Maatregel

Waterstofconvenant

Wat houdt de maatregel in?

De provincie Utrecht, het EnergieCollectief Utrechtse Bedrijven (ECUB) en KWR Water Research Institute hebben het ‘Convenant waterstof in mobiliteit provincie Utrecht’ opgesteld. Op 23 april 2021 is het convenant officieel ondertekend. De partijen die het convenant hebben getekend, spreken de ambitie uit om het gebruik - en waar mogelijk de productie - van groene waterstof voor mobiliteit in de provincie Utrecht te stimuleren. Om van Utrecht de groene waterstofregio van Nederland te maken werken de ondertekenaars samen aan de benodigde infrastructuur en aan het gebruik van groene waterstof voor mobiliteit. Als onderdeel van het convenant lopen al de volgende concrete projecten: • •

Aannemersbedrijf Jos Scholman in Nieuwegein ontwikkelde en gebruikt een tractor aangedreven door waterstof; Containerterminal Utrecht (CTU) test een terminaltrekker op waterstof. Terberg Special Vehicles, gevestigd in het dorp Benschop in de provincie Utrecht, heeft deze waterstoftrekker ontworpen en ontwikkeld.

17

Conceptversie Maatregel

Waterstofconvenant

Wat zijn de doelstellingen?

Het doel van het convenant is om het gebruik en de productie van groene waterstof voor mobiliteit in de provincie Utrecht te stimuleren. De partijen dragen vanuit hun eigen rol in de periode 20212025 (direct of indirect) bij aan de realisatie van: • 5-10 waterstoftankstations • 300 vrachtwagens en andere zware voertuigen op waterstof • 1500 lichtere voertuigen (zoals personenauto’s en bestelbussen) op waterstof • 1-2 vaartuigen op waterstof • 2-5 (touringcar)bussen op waterstof Daarmee leveren we in de provincie Utrecht een bijdrage van 10% aan de landelijke ambitie uit het Klimaatakkoord.

Wat levert het op aan CO2-reductie en nevendoelen?

Er is geen kwantitatieve CO2-doelstelling vastgesteld. De totale CO2-reductie is afhankelijk van veel factoren, zoals het precieze aantal waterstoftankstations en -voertuigen, het aantal kilometers dat deze rijden, en vooral van de uitstoot van de voertuigen op fossiele brandstoffen die ze vervangen. Duidelijk is dat het convenant kan zorgen voor een sterke emissiereductie van CO2, NOx en fijnstof. Naast een bijdrage aan het tegengaan van klimaatverandering, gaat het dus ook om verbetering van de luchtkwaliteit. Bovendien stimuleren de ambities in het convenant innovatie, samenwerking, werkgelegenheid en leveren ze een economische impuls op door de investeringen.

Wie is betrokken?

De provincie Utrecht, het EnergieCollectief Utrechtse Bedrijven (ECUB) en KWR Water Research Institute zijn de opstellers en eerste initiatiefnemers van het convenant. Daarnaast zijn de gemeenten Utrecht, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Amersfoort, Veenendaal en Woerden nauw betrokken geweest bij het proces van opstellen van het convenant en daarom tevens opgenomen als initiatiefnemers. Verder zijn er inmiddels bijna 100 partijen die het convenant ondertekend hebben. Dit zijn: • Eindgebruikers als afnemer van voertuigen en groene waterstof • Leveranciers van transportmiddelen en andere relevante producten en diensten • Verladers als opdrachtgever voor transportbedrijven • Operators van tankstations en/of productiemiddelen voor groene waterstof • Financiële dienstverleners • Leasebedrijven • Samenwerkingsverbanden (van bedrijven) • Regionale organisaties • Natuur- en milieuorganisaties • Kennisorganisaties • Overheden (rijk, provincie, gemeenten)

Waar loopt het?

Het ‘Convenant waterstof in mobiliteit provincie Utrecht’ gaat om het stimuleren van het gebruik en de productie van groene waterstof in de provincie Utrecht. De partijen die het convenant tekenen kunnen ook buiten de provincie Utrecht gevestigd zijn, maar ze hebben alle effect op het behalen van de verduurzamingsdoelstellingen in de provincie Utrecht.

Wat is de planning?

Het convenant richt zich op de periode 2021 – 2025. De ambitie van het convenant is dat de doelstellingen eind 2025 gehaald zijn. De partijen die het convenant getekend hebben gaan een half jaar voor het einde van de looptijd in overleg over eventuele verlenging.

Wat zijn de kosten van de maatregel?

De provincie Utrecht heeft de voorbereidingskosten en coördinatiekosten in het kader van het convenant voor haar rekening genomen. Deze bedragen bestaan vooral uit uren en uitbesteding van werkzaamheden voor onder andere coördinatie, procesregie, communicatie, organisatie, contacten met en ondersteuning van de ondertekenaars. De ondertekenaars dragen zelf de kosten voor de activiteiten die zij uitvoeren in het kader van het convenant (bijvoorbeeld het aanschaffen van voertuigen of het besteden van uren). Het totaal aan extra investeringen voor het behalen van de doelstellingen van het convenant bedraagt naar schatting € 65-75 miljoen in de provincie Utrecht.

Aanvullende informatie

N.v.t.

Bron(nen)

Het convenant en meer informatie daarover zijn te vinden op www.waterstofutrecht.nl.

18

Conceptversie

Maatregel

Netwerk Clean Energy Hubs

Wat houdt de maatregel in?

Op bedrijventerrein Lage Weide in Utrecht komt een waterstoftankstation met daarnaast een electrolyser voor de productie van (lokale) groene waterstof. Het station zal een 350 bar en een 700 bar tankvoorziening hebben, waardoor zowel lichte als zwaardere voertuigen kunnen tanken. Opslag in een mobiele container maakt daarnaast het vervoer van de geproduceerde waterstof mogelijk, waardoor ook andere afnemers elders in de stad en in de regio kunnen worden bediend. Daarbij valt te denken aan scheepvaart, heftrucks en terminaltrekkers of ander transport op eigen bedrijfsterrein. Het waterstoftankstation op Lage Weide is onderdeel van het landelijke programma Clean Energy Hubs. Dit programma heeft als doel de verduurzaming van zwaar goederenvervoer mogelijk te maken door het realiseren van een landelijk netwerk van tank-, laad- of bunkerstation voor vrachtwagens en binnenvaartschepen. De Clean Energy Hub biedt minimaal twee alternatieve duurzame energiebronnen aan en kan ook andere faciliteiten omvatten zoals openbaar vervoer, horeca, truckparking en vergaderruimtes.

Wat zijn de doelstellingen?

Met dit project willen de initiatiefnemers een oplossing bieden voor het kip-ei-dilemma rond waterstoftankstations en waterstofvoertuigen. Zonder waterstoftankstation geen waterstofvoertuigen, en andersom. Het uiteindelijke doel is een landelijk netwerk van Clean Energy Hubs op te zetten, waarvan een aantal in de Regio Midden-Nederland worden gesitueerd. In Amersfoort worden inmiddels de voorbereidingen getroffen voor een tweede Clean Energy Hub in de regio.

Wat levert het op aan CO2-reductie en nevendoelen?

Er is geen studie gedaan naar de mate van CO2-reductie van de Clean energy Hub in Lage Weide.

Wie is betrokken?

Het plan voor de Clean Energy Hub op Lage Weide is een initiatief van een aantal duurzame ondernemers in Utrecht: Henk Stamhuis (Stamhuis Groep), Berend Schols (ProfiNRG BV), Cor bij de Weg (EJP Accountants | adviseurs) samen met Ruben Vrijhoef (Hogeschool Utrecht) en Bert Strijker (EnergieCollectief Utrechtse Bedrijven (ECUB). De ondernemers vormen samen de ‘H2 Pioniers’. Voor de technische, economische en duurzame opschalingsmogelijkheden en verbetering van rendement is de Hogeschool Utrecht als partner aan het project verbonden. ECUB, een coöperatie die ondernemers helpt met duurzame maatregelen, is penvoerder en trekker van het project. Ondernemers in Utrecht en omgeving nemen deel in een holding ‘H2 Pioniers’ en worden samen eigenaar van het waterstoftankstation en de bijbehorende electrolyser. Ze verbinden zich ertoe ook een of meerdere waterstofvoertuigen aan te schaffen.

Waar loopt het?

De Clean Energy Hub is gevestigd op Lage Weide in de gemeente Utrecht. Later volgen meerdere locaties in de regio Midden-Nederland.

Wat is de planning?

N.v.t.

Wat zijn de kosten van Eind 2020 heeft het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Utrecht € 848.000 de maatregel? subsidie toegekend. De subsidie komt uit een regeling van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). De gemeente deed dit in het kader van het Operationeel Programma Kansen voor West II. In het voorjaar van 2021 heeft de Rijksoverheid daarnaast € 406.000 subsidie toegekend vanuit de regeling DKTI-cofinanciering. Aanvullende informatie

N.v.t.

Bron(nen)

N.v.t.

2.6 Fiets Maatregel

Programma Snelfietsroutes

Wat houdt de maatregel in?

Steeds meer mensen stappen voor een korte of middellange afstand over op een (elektrische) fiets. De aanleg van snelfietsroutes en andere hoogwaardige fietsinfrastructuur zorgt voor een attractief fietsnetwerk en maakt het aantrekkelijk voor mensen daadwerkelijk over te stappen op de (elektrische) fiets. Om fietsgebruik te stimuleren en faciliteren willen de provincie Utrecht en gemeenten het regionaal fietsnetwerk vlot, veilig en comfortabel maken.

19

Conceptversie Maatregel

Programma Snelfietsroutes

Wat zijn de doelstellingen?

De provincie heeft in samenspraak met gemeenten de volgende zeven routes gekozen, omdat zij de meeste groeipotentie in aantal fietsers en voldoende draagvlak hebben: 1. Amersfoort-Utrecht 2. Veenendaal-Utrecht 3. Utrecht (stad)-Nieuwegein-IJsselstein 7. Amersfoort (inclusief Amersfoort-Noord + Hoogland) -Soest-Baarn(-Hilversum) 5. Utrecht (stad)-Leidsche Rijn-Harmelen-Woerden 6. Amersfoort-Leusden-Woudenberg + Scherpenzeel 7. Amersfoort-Amersfoort-Noord + Hoogland-Bunschoten-Spakenburg.

Wat levert het op aan CO2-reductie en nevendoelen?

Een aantrekkelijk fietsnetwerk is randvoorwaardelijk voor het stimuleren van fietsgebruik en de modal shift van auto naar fiets. Bij fietsen is er tevens sprake van een gezondheidsvoordeel voor de fietser. Het is onbekend welke (in)directe CO2-reductie kan worden toegeschreven aan het aanleggen van snelfietsroutes. Hoe dan ook draagt het vervangen van autoritten door fietsritten bij aan CO2reductie op en wordt het ruimtebeslag van mobiliteit verminderd.

Wie is betrokken?

Provincie, gemeenten en Rijk als partner en financier. Daarnaast is er een breder maatschappelijk stakeholderveld betrokken bij het uitvoeringsprogramma fiets, als ook bij de voorbereiding en aanleg van de snelfietsroutes.

Waar loopt het?

Provincie Utrecht (zie bovengenoemde routes).

Wat is de planning?

Het voorbereiden en aanleggen van de snelfietsroutes duurt in totaal ongeveer drie jaar. De snelfietsroutes worden afgerond in 2023. In deze periode werken provincie en gemeenten nauw samen.

Wat zijn de kosten van de maatregel?

De investering van de provincie Utrecht is 12,5 miljoen voor de eigen infrastructuur. Daarnaast is 30 miljoen gereserveerd als bijdrage aan de gemeenten voor snelfietsroutes. In principe dragen de gemeenten 35% bij aan de routes en afhankelijk van de situatie met kunstwerken zo’n 10%. Risico is de financieringsmogelijkheid van gemeenten. Wanneer dit de uitvoering van de zeven prioritaire snelfietsroutes belemmert, wordt er met de betrokken partijen naar oplossingen gezocht.

Aanvullende informatie

De aanleg van zeven snelfietsroutes met prioriteit gebeurt conform CROW-richtlijnen (CROWpublicatie 340 Inspiratieboek snelle fietsroutes).

Bron(nen)

• •

https://www.provincie-utrecht.nl/sites/default/files/202003/uitvoeringsprogramma_fiets_2019-2023.pdf https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/mobiliteit/fiets/snelfietsroutes

Maatregel

Programma Fietsparkeervoorziening knooppunten

Wat houdt de maatregel in?

Er is een groot tekort aan (beveiligde) fietsenstallingen op treinstations en bij tram- en bushaltes. Voor een veilig, comfortabel en snel Regionaal fietsnetwerk zijn goede kwaliteit en beschikbaarheid van voorzieningen bij (OV-)knooppunten en in de first en last mile voor de fietser belangrijk. Bovendien stimuleert een gemakkelijke overstap op de fiets het gebruik van het OV. Ook maakt een adequate fietsparkeervoorziening de noodzakelijke strekking van regionale buslijnen om lijnen directer en sneller te maken mogelijk, omdat het eerste of laatste stukje makkelijk met de fiets te doen is.

Wat zijn de doelstellingen?

Doel is het veilig, comfortabel en snel bereikbaar maken van (OV-)knooppunten met de fiets, door te zorgen voor voldoende stallingsmogelijkheden en een hogere vindbaarheid en kwaliteit van de fietsvoorzieningen op OV-knooppunten.

Wat levert het op aan CO2-reductie en nevendoelen?

De fiets fungeert in een ketenreis (reis met verschillende middelen van vervoer) als verlengstuk van het OV en maakt op die manier duurzame langeafstandsreizen mogelijk. De specifieke CO2-reductie is aannemelijk, maar de omvang onbekend.

Wie is betrokken?

Provincie, gemeenten, NS, ProRail, Qbuzz, Syntus en ministerie van I&W.

20

Conceptversie Maatregel

Programma Fietsparkeervoorziening knooppunten

Waar loopt het?

Voorbeelden: - Uitbreiding fietsparkeervoorzieningen bij NS-stations - Pilot P+B Amersfoort op carpoolplaats Bunschoten. Regie ligt bij Goedopweg. - UNED wil bij de bushalte Jordanlaan te Zeist een hub inrichten voor de overstap fiets-bus (en vice versa) -Uitbreiding fietsparkeervoorzieningen bij diverse bushaltes in de regio (recent o.a. De Ronde Venen, Utrecht, Veenendaal, Wijk bij Duurstede en Woerden)

Wat is de planning?

2019-2023

Wat zijn de kosten van de maatregel?

Het Rijk draagt voor maximaal 40% bij aan het realiseren van stallingsplekken bij stations. De provincie is bereid 60% van de totale kosten te vergoeden, afhankelijk van de draagkracht van gemeenten. Bij maaiveldstallingen en planstudies voor parkeervoorzieningen draagt de provincie maximaal 25% bij. Uitgangspunt daarbij is de Prognose fietsparkeren bij stations van ProRail. Bij busen tramhaltes waar de provincie het OV (gedeeltelijk) verzorgt (streekvervoer), draagt de provincie tot maximaal 100% bij aan het oplossen van de tekorten bij de haltes op gemeentelijke grond.

Aanvullende informatie

N.v.t.

Bron(nen)

https://www.provincie-utrecht.nl/sites/default/files/2020-03/uitvoeringsprogramma_fiets_20192023.pdf

Maatregel

Stimuleren fietsgebruik

Wat houdt de maatregel in?

Veel woon-werkverkeerritten die met de auto gemaakt worden, kunnen vervangen worden door de (elektrische) fiets. De fiets is als gezond, actief en flexibel vervoersmiddel ideaal voor de korte en middellange afstanden. Werkgevers stimuleren de overstap van gemotoriseerde voertuigen naar de (elektrische) fiets door probeeracties, beloningsbeleid of fietscampagnes. Voorbeeld Ik fiets campagne: De provincie Utrecht wil het fietsen in het algemeen stimuleren en in het bijzonder voor de ritten vanuit de omliggende kernen naar de economische kerngebieden en stedelijke centra. De in 2019 gestarte regionale campagne ´ik fiets’ vormt hiervoor de basis. Deze campagne omvat allerlei lokale activiteiten om het fietsen te stimuleren. Voorbeelden zijn een week lang een e-bike of speed pedelec uitproberen, korting op de prijs van een e-bike of een app om fietspunten te sparen. De campagne ‘ik fiets’ richt zich op utilitair fietsverkeer: woon-werk, woon-school, woon-winkel, woonsportclub, woon-horeca, enzovoort. Naast de Ik Fiets campagne zet de provincie – samen met partners – in op doelgroepen, zoals basisschoolkinderen, nieuwe Nederlanders en ouderen (programma Doortrappen). Ook worden er gerichte promotieacties (bijvoorbeeld om de snelfietsroutes te promoten).

Wat zijn de doelstellingen?

Ik fiets is een activerende campagne met het doel om minstens 10.000 inwoners (unieke deelnemers) van de provincie Utrecht vaker te laten fietsen en vooral op de fiets te houden.

Wat levert het op aan CO2-reductie en nevendoelen?

Het vervangen van autoritten door fietsritten levert CO2-reductie op en vermindert het ruimtebeslag van mobiliteit.

Wie is betrokken?

De Ik Fiets campagne is onderdeel van en wordt ook opgezet binnen het programma Goedopweg. In dit programma werken de gemeenten Utrecht en Amersfoort, de provincie Utrecht, Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat samen. Vanuit de Ik Fiets campagne werkt de provincie samen met gemeenten en met lokale projecten (zoals Nieuwegein Fietst!, 033opdefiets en Utrecht Fietst!).

Waar loopt het?

Provincie Utrecht. Er kan vanuit de hele provincie op worden aangehaakt door Utrechtse gemeenten, fietsenwinkels etc. voor fietsstimuleringsactiviteiten.

Wat is de planning?

De campagne Ik fiets heeft voorlopig een looptijd van twee jaar.

21

Conceptversie Maatregel

Stimuleren fietsgebruik

Wat zijn de kosten van de maatregel?

Binnen het Uitvoeringsprogramma Fiets 2019-2023 is voor stimuleren fietsgebruik circa € 3 miljoen gereserveerd (actielijn 4: gezond en veilig fietsgedrag).

Aanvullende informatie

N.v.t.

Bron(nen)

De werkgeversaanpak samen met Goedopweg (https://goedopweg.nl/, mobiliteitsscans, workshops, ondersteuning etc) De IkFiets campagne (https://www.ikfiets.nl/) https://www.provincie-utrecht.nl/sites/default/files/2020-03/uitvoeringsprogramma_fiets_20192023.pd

2.7 Ruimtelijk beleid en parkeerbeleid Maatregel

Bij ruimtelijke ontwikkelingen duurzame mobiliteit (fiets, lopen, laadinfra of deelvervoer) meenemen

Wat houdt de maatregel in?

Ruimtelijk beleid is van grote invloed op het aantal verplaatsingen, de verplaatsingsafstanden en de wijze van vervoeren. Per gemeente en per locatie verschillen de kenmerken van de meest efficiënte en duurzame vervoerswijze. Door bij ruimtelijke ontwikkelingen schone mobiliteit mee te nemen, kan worden bijgedragen aan een duurzaam mobiliteitssysteem. Voorbeeld: bestendigen fietsstad Veenendaal Veenendaal is een fietsstad en wil deze reputatie in de toekomst verder versterken. Het parkeren van fietsen wordt vaak vergeten bij ontwikkelingen in het fysieke domein. Dit kan leiden tot fietsparkeeroverlast. Daarnaast wil de gemeente de kwaliteit borgen door het hanteren van strenge kwaliteitseisen waaraan een fietsparkeervoorziening moet voldoen. Voorbeeld: De Ronde Venen In de advisering bij omgevingsvergunningen wordt opgenomen dat er fietsenstallingen bij appartementencomplexen moeten worden gerealiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1226/documents/34119