CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp Omgevingsvisie gemeente Woensdrecht.pdf

Informatiebijeenkomst 14 november 2022, gemeente woensdrecht15.631 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Natuur en groen staan hoog in het vaandel en het unieke landschap moet behouden en bewaakt worden, inclusief de biodiversiteit. De gemeente blijft actief deelnemer van het Bijenlandschap West-Brabant en zoekt via koppelkansen, samen met gebiedspartners, naar inrichtingsmogelijkheden voor het Natuurnetwerk Brabant en

Gezondheid

Wat is er aan de hand? Het hoofddoel van de Omgevingswet is gericht op een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Gezondheid is een breed begrip dat door vele factoren wordt beïnvloed en dat op verschillende manieren kan worden gedefinieerd:  afwezigheid van ziekte of andere lichamelijke gebreken  toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn  het vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven In deze definities weerspiegelt zich de maatschappelijke ontwikkeling van het gezondheidsbegrip. Alle drie deze definities hebben raakvlakken met de fysieke leefomgeving. Ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving raken de lichamelijke gezondheid en het welbevinden van onze inwoners. Aanvullend op het gebruikelijke beleid voor de woon- en leefomgeving betrekken we om die reden het aspect gezondheid bij de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving: wij willen onze inwoners een gezonde leefomgeving bieden, die bijdraagt aan een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn. Wij richten ons daarom op fysieke gezondheid, sociale samenhang en welzijn en welbevinden. Wat betreft het aspect gezondheid onderscheiden we twee sporen: bescherming en bevordering.

Bescherming heeft betrekking op de bescherming van de leefomgeving tegen factoren die een risico vormen voor de gezondheid. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om fijnstof, geur- en geluidhinder, bestrijdingsmiddelen en ziekteverwekkers. Voor veel van deze aspecten gelden wettelijke voorschriften en richtlijnen.

22 Omgevingsvisie Woensdrecht

Daarnaast is gezondheidsbevordering een belangrijke factor in relatie tot de fysieke leefomgeving. Het gaat daarbij om de vraag in hoeverre de fysieke leefomgeving de gezondheid en het welbevinden bevordert, bijvoorbeeld door een goede woonomgeving, veel groen, wandel- en sportmogelijkheden in de buurt, en een inrichting die uitnodigt tot bewegen (fiets- en voetgangersvriendelijk). Ook meer sociale aspecten als het tegengaan van vereenzaming, ontmoetingsplekken, het stimuleren van zelfstandig wonen en wonen in relatie tot (zorg-) voorzieningen zijn onderdeel van gezondheids(- en welzijns)bevordering.

het beschermingsspoor hanteren we voor de woon- en leefomgeving in veel gevallen de wettelijke normen en richtlijnen. In het bevorderingsspoor zetten we in op het bevorderen van een gezonde leefomgeving. Bij nieuwe inrichting van de openbare ruimte stimuleren wij beweging (fietsen, wandelen, e.d.). Bij nieuwe ontwikkelingen verlangen we van initiatiefnemers dat ontwikkelingen bijdragen aan gezondheid en welzijn van onze inwoners. Nieuwe ontwikkelingen mogen een gezonde woon- en leefomgeving niet schaden. Bedrijven dragen bij aan een gezond verblijfsklimaat.

Excellent leven in Woensdrecht betekent samen leven. De sociale samenhang in de kernen van Woensdrecht wordt steevast als een belangrijke en kenmerkende kwaliteit onderschreven. “Ons kent ons”. De kernen beschikken allen over een of meerdere sociale ontmoetingsplekken. In dit kader hangt sociale samenhang ook samen met het thema ‘veiligheid’.

Een concrete situatie op het gebied van gezondheid vraagt specifieke aandacht: de geluidsproblematiek en de negatieve invloed van de luchtkwaliteit vanuit de haven van Antwerpen.

Sociale netwerken, contact en ontmoeting, wederzijdse hulprelaties en gezamenlijke activiteiten in de buurt zijn vormen van sociale samenhang:  Ontmoetingsplaatsen  Verenigingen met een hoge participatiegraad  Een gevarieerd woningaanbod, voor alle leeftijdscategorieën  Aandacht voor nieuwe woonvormen, waar verschillende doelgroepen samen wonen en leven  Voldoende en bereikbare maatschappelijke voorzieningen  Mogelijkheden voor iedereen om deel te nemen aan maatschappelijk leven  Tegengaan eenzaamheid  Nieuwe woonvormen; niet alleen individuele huishoudens  Digitale ondersteuning voor als fysieke afstand te groot is

Een belangrijk doel van de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving is het verbeteren van het welzijn van inwoners en recreanten. Een van de doelen van deze visie is dan ook om met de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving de sociale samenhang te versterken. De gemeente vervult hier de rol van mediator, stemt belangen af en helpt bij het oplossen van eventuele conflicterende belangen. De mate van zelforganisatie van de samenleving speelt hierin ook een belangrijke rol: inzet is dat de samenleving ook een actieve bijdrage levert aan het oplossen van vraagstukken op het sociaal gebied en in de fysieke leefomgeving. De gemeente blijft de sociale samenhang stimuleren. Nieuwe initiatieven zullen dan ook onder andere beoordeeld worden op hun bijdrage aan de sociale samenhang. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan mogelijkheden voor ontmoeting. De fysieke leefomgeving draagt bij aan een samenleving waarin iedereen zo volwaardig mogelijk kan deelnemen. Ontwikkelingen moeten zich daar zo veel mogelijk naar verhouden, een bijdrage leveren c.q. geen afbreuk doen aan deze waarden.

Ook het tegengaan van vereenzaming, het stimuleren van zelfstandig wonen en wonen in relatie tot (zorg-)voorzieningen zijn onderdeel van sociale samenhang.

4.2.3

Wat gaan we doen? In deze omgevingsvisie wordt ingezet op een gezonde Woensdrechtse leefomgeving, als wezenlijk onderdeel van het excellente leven in Woensdrecht. In

Duurzaamheid

Wat is er aan de hand? De afgelopen jaren hebben thema’s biodiversiteit, duurzaamheid en klimaatbestendigheid aan belang en urgentie gewonnen. We moeten ons natuurlijk kapitaal voor de toekomst zeker stellen. Onze duurzaamheidsambities zijn

23 Omgevingsvisie Woensdrecht

vastgelegd in de Duurzaamheidsvisie Woensdrecht 2017-2035. Het begrip duurzaamheid is onlosmakelijk verbonden met biodiversiteit. Dit is verder uitgewerkt in onze Groene Agenda 2021-2025. Wat gaan we doen? In de Duurzaamheidsvisie 2017-2035 van de gemeente Woensdrecht worden verschillende thema’s belicht. Circulaire economie: In 2035 is het gebruik van materialen van de gemeente Woensdrecht 100% circulair. Dit betekent dat alle materialen die we inkopen en gebruiken afkomstig zijn van duurzame bronnen, eenvoudig hergebruikt kunnen worden en gezond zijn voor mens en natuur. Energie Brabantse Wal: In 2035 gebruiken we alleen nog energie uit hernieuwbare bronnen en zijn we onafhankelijk geworden van fossiele brandstoffen. Waar mogelijk wekken we onze energie lokaal op. Zo worden we onafhankelijk van invloeden van buitenaf en verlagen we de kosten van levensonderhoud van onze inwoners. Als tussenstap willen we in 2025 40% van deze doelstelling hebben bereikt. Bloeiende Brabantse Wal: In 2035 hebben we onze regio ingericht met het oog op de integrale benadering van bebouwing, landgebruik en natuur binnen het totale landschap. We herstellen oorspronkelijke functies, koesteren de waarde van het landschap en zorgen bij elke vorm van landgebruik voor minimale belasting van mens en natuur. Kwaliteit van leven: In 2035 ervaart iedere inwoner van Woensdrecht een hoge kwaliteit van leven.

Dit betekent dat iedereen toegang heeft tot voorzieningen in basisbehoeften, de gezondheid van de mensen is gewaarborgd en mensen met een afstand tot de samenleving worden geholpen om aansluiting te vinden. Duurzame mobiliteit: In 2035 hebben we alle voorzieningen die nodig zijn om duurzame mobiliteit mogelijk te maken. Dit betekent dat iedereen gebruik moet kunnen maken van duurzame vervoersmiddelen.

Op basis van de duurzaamheidsvisie hebben we het “Uitnodigingskader zonneenergie” opgesteld. Om in 2035 energieneutraal te kunnen zijn, is de zon een belangrijke energiebron. Andere duurzame energiebronnen, zoals geothermie, leveren te weinig op. In dat licht stimuleren we het benutten van daken voor de opstelling van zonnepanelen. Uit onderzoek blijkt dat er – in aanvulling op het stimuleren van zon op dak – een aanzienlijke oppervlakte grondgebonden zonneparken nodig is om als gemeente energieneutraal te kunnen zijn. Deze zonneparken zullen voor een belangrijk deel op agrarische gronden moeten worden gerealiseerd. Voor het plaatsen van zonnepanelen hanteren we de volgende voorkeursvolgorde:  Op daken (in de Sterke dorpen, Bedrijven en maintenance en de Polders) zijn er geen beperkingen, met uitzonderingen op daken van monumenten (daar is toetsing aan de monumentale waarde noodzakelijk). Het Besluit omgevingsrecht maakt plaatsing op daken vergunningvrij mogelijk, met uitzondering van monumenten.  Grondgebonden zonne-opstellingen binnen het bebouwd gebied: o binnen bedrijfsterreinen; o op ongebruikte terreinen binnen bebouwd gebied  Binnen bouwvlakken in het buitengebied (de Polders) zijn kleinschalige opstellingen voor eigen gebruik mogelijk.

 In het buitengebied (de Polders) buiten bouwvlakken, op agrarische gronden zijn zonneparken toegestaan, binnen de voorwaarden van het Uitnodigingskader.  Zonneparken in natuurgebieden zijn uitgesloten (Brabantse Wal). Als zich nieuwe mogelijkheden voor hernieuwbare energiebronnen aandienen, die voor Woensdrecht kansrijk zijn, zullen we de mogelijkheden verkennen om die te benutten. De gemeente sluit mestvergisters uit. We maken regionale afspraken over de mogelijkheden voor duurzame herwinbare energie. Naast het stimuleren van zonne-energie zetten we in op isolatie van woningen en afbouw van gebruik van fossiele brandstoffen. Dat betekent dat we werk maken van gasloze woningen.

24 Omgevingsvisie Woensdrecht

Nieuwe ontwikkelingen moeten energiezuinig zijn en bij voorkeur hernieuwbare energie opleveren. Het “People, Planet, Profit”-thema wordt in alle bedrijven doorgevoerd. Ontwikkelingen moeten bijdragen bij aan de transformatie naar circulaire landbouw.

4.2.4

Veiligheid

Wat is er aan de hand? De Omgevingswet heeft als doel het creëren van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving heeft op verschillende manieren invloed op de veiligheid en de veiligheidsbeleving:  Een veilige woon- en leefomgeving: de inrichting en het onderhoud van de openbare ruimte, de aanwezigheid van verlichting, zichtbaarheid en zichtlijnen in relatie tot de groenstructuur;  Verkeersveiligheid: veilige wegen, fiets- en wandelpaden, zowel in de dorpen als in het buitengebied;  Externe veiligheid: productie, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen;  Ondermijning: oneigenlijk en illegaal gebruik van gebouwen en afvaldumpingen, met name van drugsafval. Dit speelt met name in het buitengebied, onder meer bij leegstaande agrarische bebouwing. Wat gaan we doen? In de regio (Veiligheidsdistrict De Markiezaten) is integraal veiligheidsbeleid vastgesteld. In het kader van deze visie streven we naar een fysieke leefomgeving die bijdraagt aan integrale veiligheid. Daarbij besteden we aandacht aan de hiervoor genoemde aspecten. Nieuwe ontwikkelingen dienen een positieve invloed te hebben op veiligheidsbeleving en een bijdrage te leveren aan het vergroten van de veiligheid van de fysieke leefomgeving. Ontwikkelingen moeten bijdragen bij aan een veilige fysieke leefomgeving en vergroting van de verkeersveiligheid.

4.2.5

Biodiversiteit en klimaatadaptatie

Wat is er aan de hand? Biodiversiteit en klimaatadaptatie zijn actuele maatschappelijke thema’s, die nadrukkelijk om aandacht vragen.

Wanneer in gebieden niet veel variatie voorkomt in de bomen en planten (monoculturen), dan wordt het groen ook gevoeliger voor plagen en ziektes. Een voorbeeld is de eikenprocessierups in de vele lanen met eikenbomen. Wanneer er meer variatie is, dan komt er ook weer een natuurlijk balans in het ecosysteem. Wanneer de openbare ruimte een grote biodiversiteit kent, dan is het groen ook duurzamer en weerbarder. Het klimaat verandert in hoog tempo. Dat blijkt wel uit de grote aantallen weerrecords die de afgelopen jaren werden gebroken. Het weer wordt extremer:  Hogere temperaturen in zomer en winter, waardoor het in de winter minder vaak vriest en ’s zomers extreem hoge temperaturen optreden;  langere droge perioden;  hevige buien. Deze extremen in het weer hebben gevolgen voor de fysieke leefomgeving:  Wateroverlast als bij periodieke hevige buien de grote hoeveelheden water niet tijdig afgevoerd kunnen worden;  Verminderde opbrengsten in de landbouw door droogte en wateroverlast;  Verandering van natuurlijke processen: o Soorten vanuit warmere gebieden voelen zich steeds beter thuis in ons land. Bekende voorbeelden zijn de eiken- en dennenprocessierups; o Het voorjaar begint eerder, waardoor natuurlijke processen in de tijd verschuiven en er bijvoorbeeld te weinig voedsel is voor (trek)vogels in de perioden dat ze dat juist nodig hebben.

 Verdroging van de natuur, met een groter risico op branden.  Gezondheidsklachten kunnen toenemen, bijvoorbeeld door een toename van pollen in de lucht;  Hittestress. Overigens zijn er ook positieve effecten van de klimaatverandering te noemen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om gunstiger omstandigheden voor openluchtrecreatie en de mogelijkheid om in de landbouw andere gewassen te telen.

25 Omgevingsvisie Woensdrecht

We hebben voor de gemeente Woensdrecht een klimaatstresstest laten uitvoeren, om inzichtelijk te maken in hoeverre we kwetsbaar zijn voor de veranderingen in het klimaat. De klimaatstresstest geeft een eerste indicatie van de kwetsbaarheid van de gemeente Woensdrecht voor de vier klimaat risico’s (wateroverlast, droogte, hitte, en overstroming). De belangrijkste conclusies zijn: Wateroverlast:  Intensiteit buien neemt tot 2050 toe met 12-25%;  De jaarlijkse neerslag neemt in klimaatscenario WH2050 met circa 6% toe, met name veroorzaakt door een grotere neerslagintensiteit;  Delen van Woensdrecht worden hierdoor kwetsbaarder voor hemelwateroverlast;  De grondwateroverlast neemt op een paar locaties toe. Droogte:  Op de oostelijke en hoger gelegen gronden kan de vegetatie hinder ondervinden van lage grondwaterstanden;  Naast de toename aan (intensieve) neerslag neemt ook het aantal droge dagen in de zomer in 2050 toe. Het 10-jarig neerslagtekort stijgt van 210-270 mm in het huidige klimaat naar 270-330 mm in 2050;  Langs oppervlaktewateren de Agger en aan de voet van de Brabantse Wal kan bodemdaling optreden;  In het westelijke en lager gelegen gedeelte van de gemeente Woensdrecht zijn een aantal panden kwetsbaar voor funderingsschade als gevolg van paalrot.

Hitte:  Van 3-6 tropische (>30° C) dagen gaan we naar 12-15 tropische dagen in 2050;  Hittestress door warme nachten neemt toe naar enkele weken per jaar in 2050;  Het oppervlaktewater warmt op, mogelijk met waterkwaliteitsproblemen als gevolg;  Differentiatie binnen de kernen ontstaat met name door de aan- of afwezigheid van vegetatie en verschil in de verhardingsgraad.

Overstromingen:  Bij een doorbraak van de primaire kering (dijkring 33) kan het westelijke gelegen lagere gedeelte van de gemeente tot 5 meter diepte overstromen. Wat gaan we doen? Om de biodiversiteit te bevorderen willen we meer variatie in beplanting aanbrengen, zodat de natuurlijke balans in het ecosysteem herstelt. Binnen de groene openbare ruimte zal op het klimaat geanticipeerd worden. We sturen actief aan op het klimaatbestendig en divers inrichten van terreinen. Binnen deze aanpak wordt gestreefd naar een versterking van de biodiversiteit. Dat wil zeggen ruimte bieden aan een diverse beplanting en het geleidelijk aan omvormen van monoculturen. Onze ambitie is dat de fysieke leefomgeving van Woensdrecht de effecten van de klimaatverandering (hittestress, wateroverlast, droogte) kan opvangen. Zo wordt gestreefd naar een aangenaam leefklimaat wat bestand is voor de uitdagingen van de toekomst zoals hittestress en extreme neerslag.  We zetten in op het vergroten van de veerkracht van de fysieke leefomgeving, om de kwetsbaarheid voor negatieve gevolgen van de klimaatverandering te verminderen en positieve effecten te benutten.

Daartoe zullen we een gemeentelijke klimaatstrategie uitwerken, met name gericht op het omgaan met hittestress (vooral van belang voor de ‘Sterke dorpen’ en ‘Bedrijven en Maintenance’), wateroverlast (vooral gericht op de gebieden ‘Sterke dorpen’ en ‘Bedrijven en Maintenance’ maar ook ter plaatse van de ‘Brabantse Wal’ en ‘de Polders’) en droogte (met name van belang voor de ‘Brabantse Wal’ en ‘de Polders’).  Klimaatadaptatie is één van onze ambities in het kader van de omgevingsvisie, die verder is uitgewerkt in onze Groene Agenda. Wij verwachten dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het vergroten van het vermogen om de gevolgen van klimaatverandering (hittestress, wateroverlast en droogte) in de fysieke leefomgeving te voorkomen of op te vangen; niet klimaatneutraal, maar klimaatpositief. We verwachten van initiatiefnemers dat ze onderbouwen op welke wijze hun initiatief bijdraagt aan onze ambitie.

26 Omgevingsvisie Woensdrecht

We zetten in op het ontharden/ontstenen van de openbare en privéruimten en het creëren van extra waterbergingscapaciteit.

4.2.6

Mobiliteit en bereikbaarheid

Wat is er aan de hand? De gemeente Woensdrecht ligt in een landelijk gebied tussen de steden Bergen op Zoom, Roosendaal en Antwerpen (België). De auto neemt in het mobiliteitsgedrag van mensen en bij het vervoeren van goederen een belangrijke plaats in. In de afgelopen jaren heeft de wegenstructuur in de gemeente Woensdrecht, op de Bunkerbaan/N289 en Scheldeweg na, geen grote veranderingen gekend. Voor de komende jaren worden er ook geen grote veranderingen verwacht. Het faciliteren van het mobiliteitsnetwerk moet leiden tot een verbetering van de leefomgeving in de kernen en woonwijken. In het gehele buitengebied maakt landbouwverkeer gebruik van wegen die relatief smal zijn. Er kan niet worden voorkomen dat landbouwverkeer ook gebruik maakt van wegen in de kernen. Landbouwverkeer in de kernen leidt tot onveiligheidsgevoelens. Bij files op de A12/A4 wordt afslag Zandvliet gebruikt door sluipverkeer om files te omzeilen. Wat gaan we doen? Speerpunten in het actuele Gemeentelijke Verkeers- en Vervoersplan 2021-2025 zijn verkeersveiligheid, bereikbaarheid en duurzame mobiliteit. Samen, met elkaar, willen we de (verkeers-)veiligheid vergroten: Het vergroten van de herkenbaarheid van de wegenstructuur waardoor het voor eenieder duidelijk is welk gedrag van de weggebruiker verwacht mag worden.

De kans op ongelukken neemt hierdoor af en de onderlinge bereikbaarheid tussen de kernen verbetert.

Bij de (her)inrichting van wegen wordt een duidelijke keuze gemaakt tussen verkeers- of verblijfsgebieden, onderverdeeld in wonen en werken. We zetten specifiek in op gedragsbeïnvloeding met behulp van verkeersveiligheidsacties en campagnes. We stimuleren het fietsgebruik. Handhaving gebeurt door middel van samenwerking met betrokken instanties (buurtpreventie, politie, dorpsplatforms). De auto blijft in de toekomst een belangrijke rol spelen binnen de gemeente Woensdrecht. De gemeente zal daarom het autoverkeer op een verantwoorde wijze blijven faciliteren. We willen op drie manieren invulling geven aan duurzame mobiliteit: 1. Verduurzamen: Bijvoorbeeld door duurzaam autogebruik te stimuleren en elektrisch autorijden te faciliteren (o.a. meewerken aan het inrichten van parkeerplaatsen met een oplaadpunt). 2. Veranderen: Mobiliteit is niet altijd te voorkomen, maar de wijze van transport kan vaak wel worden veranderd We streven het gebruik van openbaar vervoer na. Hiervoor wordt aangestuurd op de realisatie HUB’s en goede voorzieningen ter plaatse van die HUB’s en OV-haltes. De gemeente streeft een goede doorstroming na voor o.a. de fiets. Mensen zijn dan eerder geneigd dit milieuvriendelijke alternatief te kiezen. We willen het gebruik van de (snel)fiets stimuleren door op zoek te gaan kansrijke routes.

We willen anders om gaan met parkeernormen zodat niet autobezit maar autodelen wordt gestimuleerd. 3. Verminderen: Dit kan door aanpassingen in de ruimtelijke ordening, maar ook door het stimuleren van bijvoorbeeld het nieuwe werken en slimme logistiek.

27 Omgevingsvisie Woensdrecht

4.3

Afweging tussen deelgebieden en thema’s

In deze paragraaf wordt waar nodig dieper ingegaan op de beoordelingsmatrix. We hebben de relevante thema’s per gebied nogmaals in beeld gebracht en geven daar zo nodig een nadere toelichting op. Nieuwe ontwikkelingen mogen geen afbreuk doen aan de doelen die we per gebied hebben geformuleerd. Daarnaast zijn onze sturende principes randvoorwaarden stellend. We vragen initiatiefnemers een bijdrage te leveren aan onze doelen binnen de randvoorwaarden van onze sturende principes. De sturende principes kunnen specifiek zijn voor de deelgebieden. De afweging tussen de gebieden en sturende principes wordt per deelgebied inzichtelijk gemaakt. Ook kunnen sturende principes van toepassing zijn op het hele grondgebied of zelfs gemeentegrens overstijgend. Daar wordt afzonderlijk op ingegaan.

4.3.1

Sterke dorpen

Omgevingskwaliteit  Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan bij de gebiedskwaliteiten van de omgeving.  We geven ruimte aan transformatie als dit de gebiedskwaliteiten verbetert.  We zijn zuinig op ons groen, onze monumenten en op ons archeologisch/geologisch erfgoed.  Ontwikkelingen moeten passen binnen de Woonvisie en Detailhandelsvisie, maar worden ook getoetst op hun bijdrage aan de omgevingskwaliteit, waarbij de Groene agenda als leidraad wordt gebruikt. Gezondheid  Bij nieuwe inrichting stimuleren wij beweging (fietsen, wandelen, e.d.).  We zetten in op verdere vergroening van woongebieden.  We bieden ruimte voor lokale verenigingen en gemeenschapsactiviteiten.  Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan mogelijkheden voor ontmoeting.  De fysieke leefomgeving draagt bij aan een samenleving waarin iedereen zo volwaardig mogelijk kan deelnemen.

De directe aanwezigheid van de Brabantse Wal is vanzelfsprekend van positieve invloed op de gezondheid en het welzijn van de inwoners van de Sterke Dorpen. De Sociale samenhang wordt onder andere bevorderd door excellente woonomstandigheden. Die goede woonomstandigheden worden (in dit geval negatief) beïnvloed door locaties waar leegstand, verpaupering of oneigenlijk gebruik plaatsvindt, deze locaties komen in aanmerking voor herstructurering. Ook de woningdifferentiatie beïnvloedt de sociale samenhang. Diversiteit in leeftijd, afkomst en opleidingsniveau zorgen voor meer cohesie. Het behoud en de versterking van voorzieningen draagt eveneens bij aan de sociale cohesie. Een ontwikkeling moet daarom zoveel mogelijk bijdragen aan de differentiatie in het woningaanbod of aan de handhaving of versterking van het voorzieningenniveau. Bestaande ontmoetingsplaatsen in de sterke dorpen moeten worden gehandhaafd. Als er behoefte bestaat aan nieuwe ontmoetingsplekken, moeten deze fysiek mogelijk worden gemaakt. Het verenigingsleven moet daar waar nodig worden ondersteund en gefaciliteerd. Maatschappelijke voorzieningen dienen voor eenieder bereikbaar te zijn (toegankelijke openbare ruimte) en nieuwe woonvormen moeten planologisch en juridisch mogelijk gemaakt worden. Duurzaamheid  Nieuwe ontwikkelingen zijn energiezuinig en leveren bij voorkeur hernieuwbare energie op.

 We stimuleren zonnepanelen op daken en gasloze en geïsoleerde woningen. Veiligheid  Ontwikkelingen moeten een positieve invloed hebben op de veiligheidsbeleving en dragen bij aan vergroting van de fysieke veiligheid.  Ontwikkelingen in de Sterke Dorpen leveren een bijdrage aan een veilige openbare ruimte en vergroting van de verkeersveiligheid

28 Omgevingsvisie Woensdrecht

(het gevoel van) Veiligheid wordt beïnvloed door fysiek ruimtelijke omstandigheden. In 2035 is in de kernen, onder andere door de herstructurering, nagenoeg geen sprake meer van leegstand van panden. Verpaupering is een halt toegeroepen en bij herstructurering wordt extra aandacht besteed aan het voorkomen van slecht zichtbare plekken en onoverzichtelijke achterkanten. De openbare ruimte in de Sterke dorpen is veilig en voor eenieder toegankelijk. Dit houdt onder andere in dat de trottoirs vlak liggen en voldoende breed zijn voor bijvoorbeeld rolstoelen. Biodiversiteit en klimaatadaptatie  Bij ontwikkelingen willen we kansen creëren voor het vergroten van de biodiversiteit.  We sturen op klimaatbestendige en natuur inclusieve nieuw- en herbouw en op behoud van bestaande groen-, water- en landschapsstructuren.  Ontwikkelingen dragen bij aan het voorkomen van wateroverlast in de kernen.  Ontwikkelingen verkleinen het effect van klimaatverandering door beperking van verhard oppervlak en stimulering van vergroening van de leefomgeving. Mobiliteit en bereikbaarheid  Ontwikkelingen dragen bij aan bereikbaarheid van voorzieningen (ook voor minder mobiele mensen) en passen binnen de bestaande infrastructuur of dragen bij aan noodzakelijke aanpassingen.

4.3.2

Brabantse Wal

Omgevingskwaliteit  Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan bij de gebiedskwaliteiten van de omgeving.  We geven ruimte aan transformatie als dit ook de gebiedskwaliteiten verbetert, in het bijzonder aan initiatieven die bijdragen aan transformatie van de agrarische sector.  We zijn zuinig op de natuurwaarden, onze monumenten en op ons archeologisch/geologisch erfgoed.

Nieuwe ontwikkelingen staan we alleen toe als zij de identiteit van de Brabantse wal versterken of op zijn minst niet verzwakken. Voor de landbouwenclaves geldt dat in het bijzonder. Zij dragen bij aan de identiteit van de Brabantse wal. Tegelijkertijd kunnen agrarische bedrijven zich alleen ontwikkelen als dat niet ten koste gaat van de natuurdoelen en een extra impuls geven aan de gebiedskwaliteiten van de Brabantse wal. Gezondheid  De Brabantse Wal is een belangrijk gebied voor beweging (fietsen, wandelen). Wij bieden ruimte voor initiatieven die daar aan bijdragen en natuurwaarden versterken.  Landbouw mag een gezonde woon- en leefomgeving niet schaden. De natuurwaarden van de Brabantse Wal dragen bij aan het welzijn en de gezondheid van de inwoners van Woensdrecht, de aangrenzende gemeenten en van toeristen. Mensen kunnen hier recreëren en lichamelijk actief bezig zijn. De Brabantse Wal is sterk bepalend voor de identiteit van Woensdrecht. De onlosmakelijke samenhang van Woensdrecht met de Brabantse Wal en van de Brabantse Wal met Woensdrecht dient optimaal te worden benut, op het gebied van woonomgeving, recreatie, natuur en bedrijvigheid. Inwoners van Woensdrecht identificeren zich met De Brabantse Wal. Men is er trots op inwoner te zijn van een gemeente met dergelijke kwaliteiten en voorzieningen.

Duurzaamheid  Nieuwe vormen van opwekken van duurzame energie mogen de identiteit van de Brabantse Wal en haar landschappelijke kenmerken niet aantasten. Zonnevelden zijn in de Brabantse Wal uitgesloten. Andere (technische) mogelijkheden voor opwekking van energie die geen tot weinig ruimtelijke impact hebben en niet in strijd zijn met de instandhouding van de natuurwaarden in de Brabantse Wal worden niet uitgesloten.

29 Omgevingsvisie Woensdrecht

Ter compensatie van ontwikkelingen in de Brabantse Wal kan op de daarvoor aangewezen plekken een bijdrage worden geleverd aan de opwekking van alternatieve energie. Veiligheid  Ontwikkelingen hebben een positieve invloed op veiligheidsbeleving en dragen bij aan vergroting van de fysieke veiligheid.  Ontwikkelingen dragen bij aan vergroting van de verkeersveiligheid.  Ontwikkelingen hebben positieve invloed op de brandveiligheid en de bereikbaarheid van bosgebieden. Het gevoel van veiligheid wordt in de Brabantse Wal ook beïnvloed door de inrichting van de fysieke leefomgeving. Verkeersveiligheid speelt daarbij een belangrijke rol. De mogelijkheid om vervoersmiddelen op een veilige plek te kunnen stallen heeft invloed op de aantrekkingskracht en de bijbehorende levendigheid in het gebied. Slecht verlichte plekken en locaties waar überhaupt slecht zicht op is, moeten worden voorkomen. Bij de verdere inrichting van het gebied, bijvoorbeeld als er nieuwe initiatieven spelen, houden we rekening met maatregelen die de kans op bosbranden verminderen. Daar kan vernatting in het kader van biodiversiteit en klimaatadaptatie een rol in spelen. Biodiversiteit en klimaatadaptatie  Ontwikkelingen benutten om kansen te creëren voor het vergroten van de biodiversiteit.  We streven naar versteviging van het natuurnetwerk.

 We sturen op klimaatbestendige en natuurinclusieve nieuw- en herbouw en behoud van bestaande groen-, water- en landschapsstructuren.  We voorkomen verdroging door benutting van kansen om water vast te houden. De Brabantse Wal levert een wezenlijke bijdrage aan het opvangen van de klimaatveranderingen.

Het gebied is klimaatadaptief doordat water in het gebied wordt vastgehouden. Hierdoor worden natte natuuraarden hersteld en wordt water gebufferd. Daarnaast wordt met de inrichting van het gebied het risico op bosbranden (als gevolg van langdurige droogte) verminderd. Mobiliteit en bereikbaarheid  We vergroten de bereikbaarheid van de Brabantse wal door een bijdrage te vragen van Ontwikkelingen aan het versterken van (recreatieve) routestructuren.

4.3.3

Bedrijven en maintenance

Omgevingskwaliteit  Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan bij de gebiedskwaliteiten van de omgeving.  We geven ruimte aan transformatie als dit de gebiedskwaliteiten verbetert. Gezondheid  Ontwikkelingen binnen het gebied Bedrijven en maintenance leveren een bijdrage aan het verblijfsklimaat op het bedrijf zelf en op het bedrijventerrein.  Initiatieven hebben geen negatief- en zo mogelijk een positief effect op de gezondheid van werknemers, inwoners en bezoekers Op de verschillende bedrijventerreinen binnen Woensdrecht wordt de gezondheid van de werknemers mede bepaald door de leefomgeving. Hierbij spelen vooral de inrichting van de buitenruimte rondom de werklocaties en de afstand tot (risicovolle) bedrijven een rol. Gestreefd wordt naar bedrijventerreinen met een aangenaam pauzelandschap waar werknemers een rondje kunnen lopen, van de buitenlucht kunnen genieten of kunnen sporten. De sociale samenhang wordt onder andere beïnvloed door de werkgelegenheid binnen de gemeente. De werkgelegenheid wordt beïnvloed door een economisch sterk Woensdrecht. Binnen de bedrijventerreinen wordt de sociale samenhang bevordert door de aanwezigheid van gezamenlijke voorzieningen en ontmoetingsplekken zoals horeca en wandelpaden.

30 Omgevingsvisie Woensdrecht

Duurzaamheid  Bedrijfsvoering van bedrijven is gericht op een circulaire economie.  Bedrijven zijn energiezuinig en gebruiken zo mogelijk 100% duurzaam opgewekte energie.  Het “People, Planet, Profit”-thema is in alle bedrijven doorgevoerd. Veiligheid  Ontwikkelingen leiden tot een veiligere fysieke leefomgeving.  Ontwikkelingen dragen bij aan vergroting van de verkeersveiligheid. Op de bedrijventerreinen wordt een verbeterde openbare ruimte geambieerd die voor eenieder veilig en toegankelijk is. Op de bedrijventerreinen zijn bedrijven vanaf milieucategorie 2 gehuisvest. Dergelijke bedrijven die voorheen in of nabij de Sterke dorpen waren gevestigd hebben hier onderdak gevonden. De veiligheid ter plaatse van de sterke dorpen is hierdoor verbeterd. De achtergebleven locaties zijn geherstructureerd. Biodiversiteit en klimaatadaptatie  We benutten ontwikkelingen om kansen te creëren voor het vergroten van de biodiversiteit.  We voorkomen verdroging door benutting van kansen om water vast te houden. Mobiliteit en bereikbaarheid  Ontwikkelingen dragen bij aan goede ontsluiting van bedrijven en bedrijventerreinen.

4.3.4

De Polders

Omgevingskwaliteit  Nieuwe ontwikkelingen die passen bij de doelen van de polders sluiten ook aan bij de gebiedskwaliteiten van de omgeving.  Het schaarse open landschap willen we behouden en versterken. Onnodige ‘verstening’ van het landschap willen we voorkomen.  Nieuwe ontwikkelingen passen in het landschap of worden passend gemaakt.

We zijn zuinig op de natuurwaarden, onze monumenten en op ons archeologisch/geologisch erfgoed.

Gezondheid  Door te streven naar circulaire landbouw, wordt tegelijkertijd bijgedragen aan een gezondere landbouw voor mens en dier. Groene landschappelijke inpassing en afronding van het netwerk van routestructuren die bijdragen aan meer bewegen hebben positieve gezondheidseffecten.  Nieuwe ontwikkelingen zijn mede gericht op het verbeteren van contact tussen boer en burger, wat de sociale samenhang vergroot  Landbouw mag een gezonde woon- en leefomgeving niet schaden. Enerzijds draagt het deelgebied De Polders bij aan de gezondheid van de inwoners van Woensdrecht. Zij maken gebruik van het fietsroutenetwerk om te genieten van de landschappen met het unieke uitzicht op de Brabantse Wal. Anderzijds kan de inrichting van het gebied De Polders van invloed zijn op gezondheid van de bewoners van dit gebied. Afstanden tot veehouderijbedrijven zijn van invloed op het woon- en leefklimaat in reguliere woningen in het landelijk gebied. Het streven naar circulaire landbouw draagt bij aan een betere gezondheid voor bewoners en bezoekers van dit gebied. De Polders als landelijk gebied en als vertegenwoordiging van de landbouwsector in Woensdrecht dragen bij aan de identiteit van de gemeente. De instandhouding van de Polders, de landbouw en het daarbij behorende landschap draagt dan ook bij aan de sociale samenhang.

Agrariërs zijn trots om in dit unieke gebied, met uitzicht op de Brabantse Wal, een agrarisch bedrijf te exploiteren. De instandhouding wordt ook beïnvloed door de sterkte van de landbouweconomie. Nieuwe landbouwvormen (circulaire economie), nevenfuncties bij agrarische bedrijven en mogelijk nieuwe functies bij stoppende agrarische bedrijven bieden kansen om het contact tussen boer en burger te verbeteren. Dit draagt eveneens bij aan de sociale samenhang.,

31 Omgevingsvisie Woensdrecht

Duurzaamheid  Ontwikkelingen dragen bij aan de transformatie naar circulaire landbouw.  Voor ruimte voor duurzame herwinbare energie door aanleg van zonnevelden, sluiten we aan bij het uitnodigingskader zonne-energie.

Mobiliteit en bereikbaarheid  Ontwikkelingen versterken (recreatieve) routestructuren of sluiten hier bij aan.  Ontwikkelingen passen binnen de bestaande infrastructuur of dragen bij aan noodzakelijke aanpassingen.

Veiligheid  Ontwikkelingen dragen bij aan voorkoming van leegstand van agrarische bedrijven, het tegengaan van oneigenlijk gebruik van gebouwen en vergroting van de verkeersveiligheid.

4.3.5

In de Polders streven we naar het voorkomen van leegstand. Verder wordt actief gecontroleerd en gehandhaafd op het voorkomen van oneigenlijk gebruik van (voormalige) agrarische panden. Bij het realiseren van nieuwe routestructuren, betrekken we nadrukkelijk de verkeersveiligheid, die in het geding kan zijn bij vermenging van recreatieverkeer en landbouwverkeer. Biodiversiteit en klimaatadaptatie  Ontwikkelingen benutten om kansen te creëren voor het vergroten van de biodiversiteit.  We zetten in op versteviging van het natuurnetwerk.  We sturen op klimaatbestendige en natuur inclusieve nieuw- en herbouw en behoud van bestaande groen-, water- en landschapsstructuren.  We voorkomen verdroging door benutting van kansen om water vast te houden. Ontwikkelingen binnen de Polders kunnen bijdragen aan het klimaat adaptief maken van Woensdrecht. Dat kan door in de Polders ruimte vrij te maken voor extra waterbuffering, waarbij zowel aandacht is voor waterkwantiteit als waterkwaliteit. Het verhard oppervlak wordt zoveel mogelijk beperkt of gecompenseerd. Daar waar mogelijk en noodzakelijk wordt de aanwezige natuur uitgebreid. Het streven naar circulaire landbouw kan eveneens bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit en klimaatadaptatie.

Grenzen en verbindingen

Omgevingskwaliteit  Nieuwe ontwikkelingen met grensoverschrijdende effecten sluiten aan bij de gebiedskwaliteiten van onze omgeving. Gezondheid  Kwaliteitsverbetering en afronding van het netwerk aan routestructuren dragen bij aan meer bewegen.  Bestaande routes met elkaar verbinden.  Overleg met de haven Antwerpen om grensoverschrijdende milieubelasting te beperken. Het verbinden van bestaande routestructuren, ook grensoverschrijdend, draagt bij aan meer bewegen en daarmee aan een betere gezondheid. Binnen onze ambitie om een gezonde fysieke leefomgeving te bewerkstelligen, blijft het gesprek met onze ‘buren’ noodzakelijk, onder meer om grensoverschrijdende milieubelasting uit de haven van Antwerpen zoveel als mogelijk te beperken. De sociale samenhang is gebaat bij behoud van onze identiteit. Daar hoort onze positie in de grensregio bij. Onze overlegstructuren met onze ‘buren’ maken onderdeel uit van die identiteit. Het is onze ambitie deze overlegstructuren te continueren om samen onze doelen te verwezenlijken. Duurzaamheid  We maken regionale afspraken over de mogelijkheden voor duurzame herwinbare energie (RES, havens Antwerpen, restwarmte, warmtenet via leidingen).

32 Omgevingsvisie Woensdrecht

Voor energietransitie zijn al regionale verbanden gelegd in de Regionale Energiestrategie (RES). Maar ook het buisleidingennetwerk en de havens van Antwerpen bieden mogelijkheden voor warmtenetwerken of gebruik van restwarmte. Hierover blijven we met elkaar in overleg. Veiligheid  We zetten in op bestrijding van grenscriminaliteit. Veiligheid is een opgave die in belangrijke mate wordt opgepakt binnen de veiligheidsregio. Gezien haar ligging, speelt in Woensdrecht grenscriminaliteit een rol. Dit vraagt aandacht in overleg met de regio en met België. Biodiversiteit en klimaatadaptatie  We zetten in op kwaliteitsverbetering/versteviging van het natuurnetwerk.  We maken een verbinding met onze gebiedspartners om klimaatadaptatie ook in groter verband aan te pakken en de rol van Woensdrecht hierin te duiden. Mobiliteit en bereikbaarheid  Ontwikkelingen versterken (recreatieve) routestructuren of sluiten hier bij aan.  Ontwikkelingen dragen bij aan een goede bereikbaarheid van grensoverschrijdende voorzieningen.

33 Omgevingsvisie Woensdrecht

5 UITVOERING De omgevingsvisie is geen doel op zich. De visie geeft de doelen en koers weer, maar we zijn pas waar we wezen moeten, als we onze doelen hebben bereikt en onze koers hebben verwezenlijkt. De uitvoering is daarmee een essentieel onderdeel van de omgevingsvisie.

5.1

Samen

Om tot uitvoering te komen, hebben wij de inzet van verschillende partijen nodig. De kracht zit in de gezamenlijkheid. Duidelijkheid is nodig over wat we van elkaar verwachten. Daarvoor hebben we spelregels geformuleerd. In paragraaf 2 geven we de uitgangspunten weer, die van belang zijn bij projectrealisatie. Dit betekent voor de gemeente een verandering van werkwijze. De gemeente hecht groot belang aan het gezamenlijk met de samenleving vormgeven aan de ontwikkeling van de leefomgeving in Woensdrecht. We benaderen initiatieven op een zo hoog mogelijke trede op de participatieladder. Daarbij onderscheiden we verschillende rollen. Vaak is de gemeente het bevoegd gezag, bijvoorbeeld als het gaat om vergunningverlening. Van oudsher ging de gemeente ook over de regie bij initiatieven. Daarin worden we terughoudender. Inzetten op co-creatie betekent dat niet de gemeente automatisch de regie in handen heeft. Vaak zal zij met een faciliterende rol kunnen volstaan. De procesrol wordt groter; de gemeente als verbinder van verschillende partijen die gezamenlijke initiatieven van de grond moeten krijgen. Maar ook die bewaakt of in het proces alle relevante partijen op een goede manier worden betrokken, zoals belanghebbenden en bewoners. Deze nieuwe rol vraagt andere vaardigheden van de gemeente, die meer procesgericht zijn en minder inhoudelijk.

Deze expertise heeft de gemeente in belangrijke mate in huis. Indien bepaalde expertise ontbreekt, wordt deze ingehuurd.

Ook de rol van initiatiefnemers verandert en wordt pro-actiever. Initiatiefnemers:  Creëren plannen met meerwaarde, die een bijdrage leveren aan de sturende principes en/of de koers van de omgevingsvisie.  Verbeteren plannen naar aanleiding van feedback vanuit de omgeving en belanghebbenden, waardoor actief draagvlak wordt gecreëerd. Wie onderscheiden verschillende initiatiefnemers: ontwikkelende marktpartijen en corporaties, bedrijven, particulieren of bewonersinitiatieven. Naarmate een initiatief aan de voorkant een breder maatschappelijk draagvlak heeft, des te groter wordt de haalbaarheid. Om die nieuwe rol- en taakverdeling voor iedereen duidelijk te maken en in goede banen te leiden, zijn spelregels nodig.

5.2

Spelregels nieuwe ontwikkelingen

Om de koers en doelen uit deze visie te realiseren, zijn ontwikkelingen nodig. Dat geldt voor alle deelgebieden en voor alle thema’s. Een deel van die ontwikkelingen zullen wij als gemeente initiëren, maar voor een belangrijk deel zullen ontwikkelingen door derden worden opgepakt. Om deze ontwikkelingen in goede banen te leiden hebben we een set spelregels opgesteld, die gelden voor alle categorieën ontwikkelingen. In de volgende paragraaf wordt op basis daarvan het proces van het begeleiden van initiatieven beschreven. De Omgevingsvisie brengt in beeld wat we voor de deelgebieden en de sturende principes willen bereiken. Initiatieven die een bijdrage leveren aan de doelen en koers (en geen afbreuk doen aan andere doelen), worden omarmd.

35 Omgevingsvisie Woensdrecht

Behoud en versterken van de bijzondere kwaliteiten van de gemeente staat centraal in deze omgevingsvisie. Nieuwe initiatieven moeten substantieel bijdragen aan het behoud en de versterking van de sturende principes en de koers voor de verschillende deelgebieden. Bijdragen aan de gestelde doelen is niet het enige criterium waar een initiatief aan moet voldoen. Daarnaast is belangrijk dat het initiatief voldoende breed wordt gedragen. Verder moet een ontwikkeling uitvoerbaar zijn voor wat betreft de omgevingsaspecten (zoals ruimtelijke kwaliteit en milieunormen) en het beleid van andere overheden (waaronder het provinciaal beleid). De wijze waarop invulling wordt gegeven aan deze aspecten is in beginsel aan de initiatiefnemer. Mocht het initiatief daar niet of onvoldoende in voorzien, dan kan de extra kwaliteitsimpuls ook door middel van een bijdrage in bijvoorbeeld een fonds worden gedaan. Het volgende schema geeft de spelregels in het kort weer.

5.3

Monitoring beleid en projecten

Het monitoren van beleid is belangrijk om de doorwerking en het behalen van de beoogde koers te bepalen. Op basis van de monitoring kan worden bezien of beleid, proces of middelen effectief worden ingezet. Daarnaast kunnen er gedurende de looptijd van de visie nieuwe inzichten en ontwikkelingen zijn, waarin de Omgevingsvisie niet voorziet. Dit kan leiden tot actualisering van de visie. Ook het projectenprogramma zal periodiek worden geëvalueerd en geactualiseerd op basis van nieuwe inzichten en nieuwe projecten. Dit organiseren we rondom de begrotingsbehandeling omdat daarmee ook gemeentelijke kosten gemoeid kunnen zijn. Projecten die bijdragen aan de ruimtelijke visie kunnen in het projectenprogramma worden opgenomen.

5.4

Houdbaarheid en de relatie met andere instrumenten

Uitgangspunten Het uitgangspunt van deze omgevingsvisie is het faciliteren en ruimte geven aan ontwikkelingen die bijdragen aan de geformuleerde koers en daarmee aan het excellent leven in Woensdrecht. Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten:  Initiatieven worden positief tegemoet getreden.  In een zo vroeg mogelijk stadium in het planproces wordt duidelijkheid gegeven over de kans van slagen van een initiatief.  Er wordt gestuurd op het creëren van meerwaarde en draagvlak (zie 5.1).  De gemeentelijke inzet hangt af van de beoordeling van het initiatief.

De omgevingsvisie is een van de vele instrumenten waarmee ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving kunnen worden aangestuurd. We geven aan wat de relatie is met andere instrumenten, waarbij we een onderscheid maken tussen instrumenten van de Omgevingswet en overige instrumenten. De relevante instrumenten van de Omgevingswet voor de gemeente zijn: 1. De omgevingsvisie 2. Het programma 3. Het omgevingsplan 4. De omgevingsvergunning

Beoordeling

Houding gemeente

Inzet

Ja

Actief faciliteren dan wel zelf ontwikkelen

Veel capaciteit

5.4.1

Ja, mits

Actief faciliteren; meedenken in verbeteringen

Veel capaciteit

Nee

Afwijzen

Geen capaciteit

De houdbaarheid van de omgevingsvisie

Vaak wordt de vraag gesteld hoe lang een omgevingsvisie ‘houdbaar’ is. In Woensdrecht is er bewust voor gekozen een omgevingsvisie op een vrij hoog abstractieniveau op te stellen. Verdere detaillering volgt zo nodig via uitwerkingen en programma’s (zie hieronder). De koers en doelen zullen niet snel verouderen.

36 Omgevingsvisie Woensdrecht

Tegelijkertijd is de omgevingsvisie ook een weerslag van maatschappelijke ontwikkelingen. Zodra die ontwikkelingen vragen om nieuwe of andere doelen te formuleren, is aanpassing van de omgevingsvisie nodig. Als dergelijke ontwikkelingen nog steeds om dezelfde doelen vragen maar om andere maatregelen, is aanpassing van de omgevingsvisie niet nodig. Dan kan worden volstaan met andere uitwerkingen of programma’s. Daarvoor ligt de verantwoordelijkheid bij het college. (Deel)aanpassingen van de omgevingsvisie zelf is en blijft een verantwoordelijkheid van de gemeenteraad en vraagt dus om een volledige vaststellingsprocedure, inclusief tervisielegging gedurende 6 weken. Zoals in paragraaf 5.3 al is beschreven, houden we via zorgvuldige monitoring de vinger aan de pols, waarmee voortdurend zicht is op de actualiteit van de omgevingsvisie en op de bijbehorende uitwerkingen, programma’s en andere maatregelen die we inzetten om onze koers te realiseren.

5.4.3

5.4.2

5.4.4

Het programma

Het programma is een instrument dat geen burgers bindt, maar wel het gemeentebestuur. Er bestaan verplichte en vrijwillige programma’s. Voor het realiseren van de veelal kwalitatieve doelen van de omgevingsvisie, zullen met name vrijwillige programma’s worden gehanteerd. In het programma geef je de maatregelen weer, om de doelen uit de omgevingsvisie te realiseren. Het programma kan ook een uitwerking zijn van een specifiek onderdeel van de omgevingsvisie. Het maatregelenpakket kent een tijdsperiode, waarbinnen het voorgenomen doel moet worden bereikt. In het programma kunnen ook maatregelen worden opgenomen die andere partijen moeten nemen om het doel te bereiken. Uiteraard moet een en ander goed onderling worden afgestemd. De gemeente is verplicht het programma te monitoren. Zo kan goed worden bijgehouden of het maatregelenpakket afdoende is om het voorgenomen doel te bereiken. Is dat niet het geval, kan de gemeente extra maatregelen nemen om het doel alsnog te bereiken.

Het omgevingsplan

Het omgevingsplan is de opvolger van het bestemmingsplan, maar kent een bredere werking. Zo worden ook bepaalde milieuregels opgenomen en komen uiteindelijk de gemeentelijke verordeningen ook in het omgevingsplan terecht. In tegenstelling tot het programma, bindt het omgevingsplan burgers en bedrijven wel. In het omgevingsplan is vastgelegd hoe gronden en gebouwen mogen worden gebruikt en wat er mag worden gebouwd. Ook worden er specifieke milieuregels in het omgevingsplan opgenomen. De kansen en ontwikkelingsmogelijkheden die in de omgevingsvisie worden geboden, worden in het omgevingsplan mogelijk gemaakt. Tegelijkertijd worden de kwaliteiten die in de omgevingsvisie zijn benoemd in het omgevingsplan veiliggesteld, door daar regels aan te verbinden. Dat kunnen verbodsbepalingen zijn of voorwaarden waar ontwikkelingen aan moeten voldoen om vergund te worden.

De omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning manifesteert zich op twee manieren: 1. De omgevingsvergunning kan worden verleend op grond van het omgevingsplan. De voorwaarden voor vergunningverlening worden ontleend aan het omgevingsplan zelf; 2. Een omgevingsvergunning kan worden verleend waarmee kan worden afgeweken van een omgevingsplan (de zogenoemde buitenplanse omgevingsplanactiviteit). De voorwaarden voor vergunningverlening worden ontleend aan de omgevingsvisie en aanvullend gemeentelijk beleid. Met name in het laatste geval speelt de omgevingsvisie een cruciale rol. Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als wordt bijgedragen (of op zijn minst geen afbreuk wordt gedaan) aan de koers uit de omgevingsvisie.

37 Omgevingsvisie Woensdrecht

5.4.5

Overige instrumenten

Naast de instrumenten die voortkomen uit de Omgevingswet zijn er nog allerlei andere instrumenten waarmee de gemeente haar beleid kracht bij kan zetten. Denk aan het verstrekken van informatie of actiever, het voeren van campagnes. Ook kan de gemeente financieel bijdragen aan ontwikkelingen of subsidies beschikbaar stellen (zoals bijvoorbeeld gebeurt op het gebied van isoleren van woningen). Deze instrumenten worden in het kader van deze omgevingsvisie niet verder uitgewerkt.

5.5

Projecten

Binnen de gemeente worden diverse projecten uitgevoerd met als doel de koers zoals die in de omgevingsvisie is beschreven, een stap verder te brengen. Deze projecten worden in het jaaroverzicht bij de begrotingsbehandeling in beeld gebracht. Zo wordt de voortgang ervan gemonitord en blijft de projectenlijst en de voortgangsbewaking altijd actueel.

38 Omgevingsvisie Woensdrecht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=472c5dc6-0512-4744-86e0-abba66b937a8