CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Huijbergen Canadaplein Bergsestraat Compositie 5.pdf

Raadsvergadering 11 november 2021, gemeente woensdrechtBij agendapunt: Kaderstelling ruimtelijke plannen Canadaplein Huijbergen, Glatt-locatie en locatie Sneek Hout Putte17.581 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35 4811 GB Breda telefoon

076 – 5225262

email

info@c5s.nl

internet

www.c5s.nl

kvk Breda

20083802

Gemeente Woensdrecht Bestemmingsplan “Canadaplein 1 en Bergsestraat 10, Huijbergen’’

Projectnummer: Datum:

194441 17 november 2020

Gemeente Woensdrecht Bestemmingsplan “Canadaplein 1 en Bergsestraat 10, Huijbergen’’ Inhoud 1. Toelichting 2. Regels 3. Verbeelding id.nr. : NL.IMRO.0873.HOWOxBPYYYxHERZxYY-CO01 d.d. : 09-09-2020

Projectleider: Projectmedewerker: Status:

dhr. T van Baast MSc. dhr. mr. M.J.A.B. Elsman Concept

Toelichting

Gemeente Woensdrecht Bestemmingsplan : “ Canadaplein 1 en Bergsestraat 10, Huijbergen” Id = NL.IMRO.0873.HUYBxBPXXXxHERZxxx-CO01

Fase

Voorontwerp Ontwerp Vastgesteld Van kracht Raad van State Onherroepelijk

Datum

Datum

Datum

besluit

publicatie

ter inzage

Bijzonderheden

INHOUD

1 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

1 1 2 3 4

2 2.1 2.2 2.3 2.4

PLANBESCHRIJVING Bestaande situatie Planvoornemen Stedenbouwkundige inpassing Verkeer en parkeren

5 5 6 7 9

3 3.1 3.2 3.3 3.4

BELEIDSKADER Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

11 11 11 16 23

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Ecologie Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

27 27 27 29 32 34 36 38 40 43 45 48 48

5 5.1 5.2 5.3

JURIDISCHE PLANTOELICHTING Inleiding Opbouw van de regels Regels

51 51 51 51

6 6.1 6.2 6.3

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid

55 55 55 55

7 7.1 7.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Vooroverleg Inspraak

57 57 57

Bestemmingsplan ‘’Bergsestraat 10 en Canadaplein 1”, Huijbergen

7.3

Zienswijzen

57

BIJLAGEN Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek Canadaplein, Econsultancy, mei 2016 Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek Bergsestraat, Econsultancy, september 2020 Bijlage 3 Archeologisch bureauonderzoek Canadaplein, Econsultancy, april 2016 Bijlage 4 Archeologisch bureauonderzoek Bergsestraat, Econsultancy, augustus 2020 Bijlage 5 Stikstofdepositieberekening, Emphasis, oktober 2020 Bijlage 6 Quickscan flora & fauna, Ecodat, oktober 2020 Bijlage 7 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Econsultancy, juli 2020 Bijlage 8 Akoestisch onderzoek industrielawaai, Econsultancy, september 2020 Bijlage 9 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling, Compositie 5 stedenbouw november 2020

Uitsnede topografische kaart Huijbergen met rode ster als aanduiding plangebied. Bron: topotijdreis.nl, 2020

Gemeente Woensdrecht

Bestemmingsplan ‘’Bergsestraat 10 en Canadaplein 1”, Huijbergen

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel Bouwgroep De Nijs – Soffers is voornemens om het voormalige gemeentehuis van Huijbergen aan het Canadaplein 1 in Huijbergen te herontwikkelen met 13 appartementen en een supermarkt. Ten behoeve van de appartementen aan het Canadaplein 1 wordt de footprint en hoogte van het gebouw uitgebreid. De supermarkt wordt verplaatst van de Bergsestraat 10 naar het Canadaplein 1. De locatie Bergsestraat 10 wordt herontwikkeld met 9 rijwoningen aan een hofje. De bestaande bebouwing aan de Bergsestraat 10 wordt geamoveerd. De buitenwerkplaats van de brandweerkazerne wordt ingezet voor een nieuwe verbinding van het Canadaplein naar de Jeneverbes en voor de realisatie van extra parkeergelegenheid. Het planvoornemen is niet direct realiseerbaar op basis van het vigerende bestemmingsplan “Bebouwde kom Huijbergen, 1e herziening”. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken.

Satellietfoto met weergave plangebied (rode kader). Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020

Bestemmingsplan ‘Canadaplein 1 en Bergsestraat 1, Huijbergen”

1

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied is gelegen in het centrum van Huijbergen. De locatie is gesitueerd waar de Coop supermarkt aan de Bergsestraat 10 is gevestigd en waar het voormalige gemeentehuis aan het Canadaplein 1 staat. De directe en wijdere omgeving van het plangebied bestaat grotendeels uit woningen met verspreid enkele centrumvoorzieningen zoals een café, detailhandel en de Onze Lieve Vrouw Hemelvaartkerk. Begrenzing Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Woensdrecht, sectie B, nummers 724, 725, 749 en 1208. Het plangebied is circa 4.300 m2 groot. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de bebouwing aan de Jeneverbes. De verdere begrenzing wordt gevormd door de bestaande straten Bergsestraat, Dorpsstraat en Canadaplein.

Plangebied met aangegeven kadastrale perceelnummers: 724, 725, 749 en 1208. Bron: Planviewer, 2020

2

Gemeente Woensdrecht

1.3

Vigerend bestemmingsplan Toetsingskader Het plan past niet binnen het vigerende bestemmingsplan “Bebouwde kom Huijbergen, 1e herziening”, vastgesteld door de gemeenteraad op 7 november 2012. Het initiatief past niet binnen de vigerende bestemmingen Maatschappelijk, Verkeer en Gemengd 3.

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Bebouwde kom Huijbergen, 1e herziening Woensdrecht”, met weergave van de planlocatie

Beoordeling Het planvoornemen, bestaande uit de realisatie van appartementen en rijwoningen en het verplaatsen van de supermarkt, is niet realiseerbaar op basis van de bouw- en gebruiksmogelijkheden die de vigerende bestemmingen bieden. Het geldende bestemmingsplan bevat voor de locatie Canadaplein 1 de bestemming Maatschappelijk. Daarin past het plan slechts ten dele. De functie detailhandel is niet toegestaan. De voorgenomen ontwikkeling overschrijdt verder de vigerende bouwgrenzen.

Bestemmingsplan ‘Canadaplein 1 en Bergsestraat 1, Huijbergen”

3

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de beoogde herontwikkeling van het plangebied niet mogelijk is op basis van de vigerende bestemmingsplannen. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. 1.4

Leeswijzer In deze toelichting wordt in hoofdstuk 2 de huidige en de beoogde situatie voor het plangebied toegelicht. In hoofdstuk 3 is het planvoornemen getoetst aan het beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 heeft betrekking op de planologisch relevante (milieu)aspecten. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 de juridische vormgeving van het plan toegelicht. Tot slot komt in hoofdstuk 6 de economische uitvoerbaarheid van de ontwikkeling aan de orde en in hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

4

Gemeente Woensdrecht

2

PLANBESCHRIJVING

2.1

Bestaande situatie Centrum Huijbergen Het plangebied is gelegen in het centrum van Huijbergen, met de Bergsestraat en Dorpsstraat fungerend als hoofdwegen door de kern van het dorp. De locatie maakt daarmee deel uit van de historische structuur van het dorp.

Foto supermarkt Coop aan de Bergsestraat. Bron: Compositie 5 Stedenbouw, 2020.

Foto pand voormalige gemeentehuis aan het Canadaplein. Bron: Compositie 5 Stedenbouw, 2020.

Bestemmingsplan ‘Canadaplein 1 en Bergsestraat 1, Huijbergen”

5

De bebouwing in het centrum is veelal kleinschalig, bestaande uit één of twee bouwlagen met een kap. Het gebruik wordt overwegend bepaald door de functie wonen. Op een aantal plaatsen wordt deze functionele structuur onderbroken door bebouwing met een centrumfunctie, zoals horeca, detailhandel of maatschappelijke functies. Aangrenzend aan het plangebied in zuidelijke richting staat de Onze Lieve Vrouw Hemelvaartkerk. Plangebied In het noordelijk deel van het plangebied staat de Coop supermarkt, omringd door rijwoningen met aan de achterzijde van de supermarkt de brandweerkazerne. In het zuidelijk deel van het plangebied is het voormalige gemeentehuis als maatschappelijke functie in gebruik genomen voor een bibliotheek en diverse zorg- en opvoedkundige instanties. Het Canadaplein zelf fungeert als openbare ruimte met parkeer- en groenvoorzieningen. 2.2

Planvoornemen De nu aan de Bergsestraat 10 aanwezige bebouwing zal worden geamoveerd. Aan de Bergsestraat worden 9 rijwoningen ontwikkeld aan een hofje. De supermarkt aan de Bergsestraat 10 wordt naar de plint verplaatst van het voormalige gemeentehuis op het Canadaplein 1. In de plint wordt één appartement gerealiseerd. Op de verdiepingen worden twaalf appartementen gerealiseerd. In totaal worden 13 appartementen gerealiseerd met een oppervlakte van ongeveer 100 m2. De appartementen zijn geschikt voor jonge gezinnen, senioren en samenwonende starters.

Beoogde grondgebonden woningen. Bron: Inbo Amsterdam, 2019.

6

Gemeente Woensdrecht

2.3

Stedenbouwkundige inpassing De nieuwe woningen aan de Bergsestraat 10 worden in de voorgevellijn van de bestaande bebouwing geplaatst. Het voormalige gemeentehuis wordt dusdanig uitgebreid dat de westelijke gevel in dezelfde voorgevellijn aan de Bergsestraat komt te liggen. De bebouwingswand aan de Bergsestraat wordt zodoende verdicht en uniform gemaakt. De 9 grondgebonden woningen worden omsloten door twee erftoegangswegen aan de noordoostzijde en zuidwestzijde van de woningblokken met een hofje als centraal punt. Er worden 52 parkeerplaatsen gerealiseerd, waarvan 15 ten zuiden van de beoogde supermarkt en de overige 37 ten noorden en oosten ervan. Parkeergelegenheid voor het laden en lossen van vrachtwagens bij de supermarkt komt aan de oostzijde van de supermarkt tot stand. De openbare ruimte wordt heringericht met nieuwe bestrating en nieuwe groenelementen. Het straatbeeld zal een levendiger en dynamischer uitstraling krijgen.

Situatietekening met indeling plangebied. Bron: Inbo Amsterdam, 2020

Bestemmingsplan ‘Canadaplein 1 en Bergsestraat 1, Huijbergen”

7

Parkeernormen CROW publicatie 381. Met rode omlijning zijn de toegepaste normen aangeduid.

8

Gemeente Woensdrecht

2.4

Verkeer en parkeren

2.4.1 Parkeren Toetsingskader De gemeente Woensdrecht heeft met betrekking tot verkeer en parkeren het ‘Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan 2016-2020’ (GVVP) vastgesteld. Het GVVP is een beleidsdocument waarin de gemeente Woensdrecht de toekomstvisie beschrijft voor het verkeer en vervoer in de gemeente voor de komende jaren. Met betrekking tot parkeren zijn in het GVVP geen parkeernormen opgenomen. Daarom hanteert de gemeente de parkeernormering zoals deze is opgenomen in de ‘ASVV 2012’. In de ASVV worden parkeerkencijfers gegeven voor verschillende functies. Daarbij is onderscheid gemaakt naar stedelijkheidsgraad en naar de ligging in de stedelijke zone. Blijkens het GVVP van de gemeente Woensdrecht is Huijbergen qua stedelijkheidsgraad ingedeeld in de categorie ‘niet stedelijk’ en qua ligging in de zone ‘centrum’. Beoordeling In het ASVV wordt een minimum en maximum parkeernorm gegeven. Afhankelijk van de situatie (wel of geen hoge parkeerdruk) kan worden bepaald welke norm per (bouw)plan van toepassing is. Hiernaast zijn de relevante parkeerkencijfers uit het ASVV gegeven. Voor de bestaande en nieuwe functies gelden de volgende minimale parkeernormen; 2,4 voor 100 m2 bvo supermarkt en 2,45 voor 100 m2 bvo gemeentehuis. Voor de grondgebonden woningen en appartementen (middelduur) geldt een minimale parkeernorm van 1,5 per woning en 1,4 per appartement.

Parkeerbalans: Bestaande situatie functie

aantal m2 bvo

norm

aantal parkeerplaatsen

buurtsupermarkt

300 m2 bvo

2,4 (100 m2 bvo)

7,2

gemeentehuis

600 m2 bvo

2,45 (100 m2 bvo)

14,7

Totaal

21,9

Parkeerbalans: Beoogde situatie functie

eenheid / aantal m2 bvo

norm

aantal parkeerplaatsen

buurtsupermarkt

516 m2 bvo

2,4 (100 m2 bvo)

12,4

koopwoning, tussen

9

1,5 (per woning)

13,5

koopappartement, mid

13

1,4 (per woning)

18,2

Totaal

44,1

De parkeerbehoefte in de nieuwe situatie (ten opzichte van bestaand) neemt toe met 23 parkeerplaatsen. Daarbij komen er 15 parkeerplaatsen in de openbare ruimte te vervallen vanwege het planvoornemen. Deze parkeerplaatsen bevinden zich namelijk

Bestemmingsplan ‘Canadaplein 1 en Bergsestraat 1, Huijbergen”

9

onder de footprint van de nieuwe gebouwen. De parkeerbehoefte bedraagt dus 23 + 15 is 38 parkeerplaatsen in totaal. In totaal voorziet dit plan in de realisatie van 52 nieuwe parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Dit zijn er 14 meer dan strikt benodigd voor het planvoornemen, waarmee ruimschoots wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. De 14 extra parkeerplaatsen zijn inzetbaar ten behoeve van de supermarkt en de overige centrumfuncties in de directe omgeving. 2.4.2 Verkeersgeneratie Het planvoornemen voorziet in 9 grondgebonden woningen en 13 appartementen met een supermarkt. De supermarkt wordt verplaatst van de Bergsestraat 10 naar het Canadaplein 1 (en deze wordt vergroot). Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw, dienen de kengetallen uit de ASVV 2012 van het CROW te worden geraadpleegd. Het plangebied is gelegen in het ‘centrum’ en te typeren als niet stedelijk. Het CROW kent geen kencijfers voor het bepalen van de verkeersgeneratie als gevolg van een gemeentehuis. Daarom is aangesloten bij de huidige functies namelijk bibliotheek en kinderopvang. Onderstaand is de verkeersgeneratietoename bepaald. Verkeersgeneratie: bestaande situatie functie

aantal / oppervlak

Norm

aantal verkeersbewegingen

buurtsupermarkt

300 m2 bvo

35,6 (100 m2 bvo)

106,8

bibliotheek / crèche

600 m2 bvo

13,2 / 23 (100 m2 bvo)

78 / 138

Totaal

244,8 mvt/etmaal

Verkeersgeneratie: beoogde situatie functie

aantal / oppervlak

Norm

aantal verkeersbewegingen

Buurt supermarkt

516 m2 bvo

35,6 (100 m2 bvo)

178

Koop, huis tussen/hoek

9

4,8 (per woning)

43,2

App, koop, midden

13

4,8 (per woning)

62,4

Totaal

283,6 mvt/etmaal

Ten opzichte van de bestaande situatie neemt het aantal voertuigen per etmaal met (283,6 – 244,8 =) 38,8 toe. De bestaande wegen hebben voldoende capaciteit om deze lichte verkeerstoename op te vangen. Conclusie Wat betreft parkeren wordt dit in het plangebied volledig opgevangen. Op het gebied van verkeersgeneratie hebben bestaande omliggende wegen voldoende capaciteit om het verkeer te verwerken.

10

Gemeente Woensdrecht

3

BELEIDSKADER

3.1

Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies.

Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet. Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Bestemmingsplan ‘Canadaplein 1 en Bergsestraat 1, Huijbergen”

11

Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Dat gaat uit van de activiteit. Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen. Beoordeling Voorliggend plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt. Uitsluitend het nationale belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’, als vervat in de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’, is van toepassing op onderhavig plan. Aan dit belang wordt navolgend getoetst. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk. 3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet.

De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Beoordeling Voorliggend plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en het radarstation op vliegbasis Woensdrecht. Rondom deze radarstations mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor

12

Gemeente Woensdrecht

de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP.

Ligging van het plangebied binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en Woensdrecht. De rode aanwijzer toont de ligging van het plangebied. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.

Het onderhavig plangebied is daarnaast gelegen in het radarverstoringsgebied van vliegbasis Woensdrecht. Het plangebied is niet gelegen binnen het obstakelbeheersgebied rondom het luchtvaartterrein. In het radarverstoringsgebied van vliegbasis Woensdrecht geldt ter hoogte van Huijbergen (gelegen op 3 kilometer van het radarstation) een maximale bouwhoogte van 56 meter voor alle bouwwerken. In het onderhavige plan wordt geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat en er wordt ook geen planologisch kader geboden voor het oprichten van windturbines. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation. Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en de Rarro van toepassing, aangezien er bij onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels, zoals gesteld in het Barro en de Rarro. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2017 Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’.

Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch

Bestemmingsplan ‘Canadaplein 1 en Bergsestraat 1, Huijbergen”

13

verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in.

Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een van de andere in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro genoemde stedelijke voorzieningen in de vorm van een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte kleiner dan 500 m2, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. Omtrent de supermarkt kan gesteld worden dat de uitbreiding van de supermarkt geen stedelijke ontwikkeling is. De behoefte voor het verder doorlopen van de ladder wordt hiermee uitgesloten. Echter, is de supermarkt onderdeel van een nieuwe ontwikkeling die wel ladderplichtig is, en dient daarom nader te worden onderbouwd.

Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling van 22 nieuwe woningen in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de realisatie van 22 woningen mogelijk. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen.

14

Gemeente Woensdrecht

b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als uit een onderling samenhangende beoordeling van het ruimtelijke besluit, in vergelijking met het voorgaande planologische regime, blijkt dat sprake is van een functiewijziging en dat sprake is van een groter planologisch beslag op de ruimte. Op de gronden binnen het plangebied zijn thans maatschappelijke functies toegestaan op het Canadaplein. Deze functie wordt gewijzigd voor functie wonen en detailhandel. Op de Bergsestraat geldt de functie detailhandel en wordt gewijzigd naar de functie wonen. Met de functiewijziging en uitbreiding van het planologisch ruimtebeslag is er sprake van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling. Gelet op de uitbreiding van het planologisch ruimtebeslag kan worden gesteld dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ verder moet worden doorlopen. c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat, indien sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit dient te worden beschreven. Het kan hierbij zowel gaan om een kwantitatieve behoefte als een kwalitatieve behoefte.

De beschrijving van de behoefte dient te worden gebaseerd op voldoende actuele, concrete en zo mogelijk cijfermatige gegevens. Het is niet in strijd met art. 3.1.6, lid 2 Bro als voor de onderbouwing van de behoefte in het ruimtelijk besluit wordt verwezen naar een of meer onderzoeksrapporten of beleidsdocumenten. In het gemeentelijke beleidsstuk ‘Woningbouwplanning 2019’ wordt de woningbehoefte beschreven tussen 2017 en 2027. Dit beleidsstuk is opgesteld in het kader van de bevolkings- en woningbehoefteprognose van de woonvisie Woensdrecht, geactualiseerd in 2017 (vastgesteld januari. 2017). De woningbehoefte voor het plangebied is geschat op 6 woningen (Canadaplein) en 30 woningen elders in Huijbergen. In het planvoornemen worden er 22 woningen gerealiseerd. Er kunnen elders in Huijbergen nog woningen worden toegevoegd. Gelet op de vastgestelde bevolkingsprognoses van de provincie Noord-Brabant blijkt dat het aantal inwoners in 2030 bijna 30% ouder zal zijn dan 65 jaar. Met de bovenstaande informatie zijn de 13 appartementen, voornamelijk bedoeld voor senioren, gerealiseerd op een ruimtelijk aantrekkelijke locatie waarin de senioren zich eenvoudig kunnen verplaatsen op korte afstand naar de omliggende voorzieningen. Naast de 13 appartementen zijn de 9 grondgebonden woningen tevens gasvrij en worden rond om het plangebied de nodige groenvoorzieningen gerealiseerd.

Uit het voorgaande blijkt dat er zowel aan de 9 grondgebonden woningen als aan de 13 appartementen voldoende behoefte bestaat. De behoefte aan de uitbreiding van de supermarkt is enkel en alleen om boodschappen doen voor de klant comfortabeler te maken. Dat doet de supermarkt door de aanleg van

Bestemmingsplan ‘Canadaplein 1 en Bergsestraat 1, Huijbergen”

15

bredere gangpaden en een groter magazijn. Het assortiment wordt niet uitgebreid, noch wordt beoogd om een groter publiek aan te trekken. Bij de beschrijving van het gemeentelijk beleid wordt aandacht besteed aan de gemeentelijke detailhandelsvisie. Gelet op het feit dat het hier om de enige supermarkt gaat in de kern Huijbergen en deze slechts beperkt wordt uitgebreid, is er geen aanleiding om hiervoor een distributieplanologisch onderzoek op te stellen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling is aan te merken als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ voorziet in een behoefte: niet alleen wonen, maar ook detailhandel. De ontwikkeling is daarnaast gelegen binnen ‘bestaand stedelijk gebied’. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 Toetsingskader De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) is vastgesteld door Provinciale Staten op 1 oktober 2010 en geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). Belangrijke beleidslijnen in de SVRO zijn het principe van concentratie van verstedelijking, zorgvuldig ruimtegebruik, verantwoord omgaan met de natuurlijke basis, het streven naar robuuste en aaneengeschakelde natuurgebieden. Sinds de vaststelling in 2010 hebben Provinciale Staten diverse besluiten genomen die een verandering brengen in de provinciale rol en sturing, of van provinciaal beleid. Deze besluiten zijn vertaald in de partiële herziening van de structuurvisie in 2014, vastgesteld op 7 februari 2014 en in werking op 19 maart 2014. De, met de partiële herziening ongewijzigde, provinciale sturingsfilosofie is gebaseerd op vijf rollen: ontwikkelen, ordenen, beschermen, regionaal samenwerken en stimuleren. Twee rollen zijn relevant voor onderhavig plan: de ordenende en de beschermende rol. De ordenende rol gaat uit van het behartigen van ruimtelijke belangen en keuzes. Deze zijn geordend in vier ruimtelijke structuren. De structuren geven een hoofdkoers aan: een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies.

Maar ook waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Binnen de structuren is ruimte voor regionaal maatwerk. De vier onderscheidende structuren zijn: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Het uitgangspunt van de beschermende rol is zorgvuldig ruimtegebruik. Bij ruimtelijke afwegingen betekent dat eerst gekeken wordt naar mogelijkheden voor intensivering of hergebruik op of binnen bestaand bebouwd gebied. De provincie wil nieuw stedelijk ruimtebeslag zoveel mogelijk voorkomen. Beoordeling Het plangebied is in de SVRO gelegen binnen de stedelijke structuur, aangeduid als ‘Kernen in het landelijk gebied’. Op de gronden die aangewezen zijn als kern in het landelijk gebied wordt voorzien in de lokale behoefte voor verstedelijking inzake wonen, werken en voorzieningen. De provincie vraagt gemeenten om in regionaal verband

16

Gemeente Woensdrecht

afspraken te maken over de verdeling van het programma. In de kernen in het landelijk gebied worden woningen gebouwd voor de eigen woningbehoefte volgens het principe van ‘migratiesaldo-nul’. De provincie legt de nadruk op zorgvuldig ruimtegebruik waarbij de provincie de groei en de spreiding van het stedelijk ruimtebeslag wil afremmen. Dit betekent dat het voorkomen van verdere aantasting van het buitengebied centraal staat. Het accent ligt dan ook op inbreiden en herstructureren.

Uitsnede Structurenkaart uit Structuurvisie Ruimtelijke Ordening met het plangebied aangeduid met een rode marker gelegen binnen het perspectief ‘Kernen in het landelijk gebied.

Onderhavig plan voorziet in de realisatie van woningen en detailhandel op de plaats waar momenteel nog het leegstaande gemeentehuis staat. De betreffende gronden zijn derhalve reeds in gebruik voor stedelijke doeleinden en worden geherstructureerd. Ten behoeve van het planvoornemen wordt de stedelijke ontwikkeling ingebreid. Hierbij wordt voldaan aan de prioriteit van inbreiding zoals reeds is gesteld binnen de structuurvisie. Van het aanwenden van nieuw stedelijk ruimtebeslag is in dit geval geen sprake. Onderhavig plan is daarmee passend in de beleidsuitgangspunten uit de SVRO. Conclusie Voorliggend initiatief is passend binnen de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening – partiële herziening 2014 van de provincie Noord-Brabant. 3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant, 2018 Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de

Bestemmingsplan ‘Canadaplein 1 en Bergsestraat 1, Huijbergen”

17

hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie. Voor wat betreft sectorale beleidsdoelen blijven de huidige plannen, waaronder de SVRO, vooralsnog gelden. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Het bereiken van een gezonde leefomgeving is essentieel.

Om die doelstelling kracht bij te zetten wordt de Brabantse Omgevingsscan vanaf de vaststelling van de Omgevingsvisie geïmplementeerd in de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet. Deze omgevingsscan is een instrument om invulling te geven aan de positie van gezondheid in de nieuwe bestuurspraktijk onder de Omgevingswet. Beoordeling Het onderhavige planvoornemen heeft raakvlakken met elk van de ambities uit de Omgevingsvisie. De realisatie van het plan draagt bij aan de totstandkoming van een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Conclusie Het onderhavige plan is passend binnen de in de Omgevingsvisie Noord-Brabant gestelde doelen. 3.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (2020) Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via een de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov N-B) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening.

De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening NoordBrabant. De regels zijn eenvoudiger opgeschreven en omgezet naar een nieuw digitaal

18

Gemeente Woensdrecht

systeem, met een meer gebruiksvriendelijke opbouw. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze. Waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen.

Uitsnede kaartbeeld Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant met het plangebied aangeduid met een rode marker. Het plangebied ligt binnen de structuur ‘Bestaand stedelijk gebied, kern in landelijk gebied’. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.

Beoordeling Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er meer sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Interim omgevingsverordening. Er moet getoetst worden aan de geldende regels voor de opgenomen structuren en aanduidingen. Voor het overige moet getoetst worden aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies uit artikel 3.5 t/m 3.8 van de Interim omgevingsverordening. Navolgend wordt deze toets uitgevoerd. Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling Toetsingskader Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving;

Bestemmingsplan ‘Canadaplein 1 en Bergsestraat 1, Huijbergen”

19

b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Beoordeling Onderhavige ontwikkeling betreft het planologisch toevoegen van 22 wooneenheden en een supermarkt in het bestaand stedelijk gebied van Huijbergen. De nieuwbouw van woningen is toegestaan binnen het Stedelijk gebied als bepaald in artikel 3.42 Iov, mits passend binnen de woningbouwafspraken zoals deze op regionaal niveau zijn bepaald en mits de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. De behoefte aan woningen wordt in Noord-Brabant bepaald aan de hand van de provinciale “Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant”. De woningbehoefte/opgave van 2017-2027 bedraagt 30 woningen. Er is voornamelijk vraag naar betaalbare woningen voor starters en senioren. Ter plaatse van het plangebied worden 22 wooneenheden toegevoegd aan de woningvoorraad. Deze zijn vooral bestemd voor de doelgroepen die in de prognose zijn genoemd.

Met de verplaatsing van de supermarkt in de eerste bouwlaag van een appartementengebouw wordt meervoudig ruimtegebruik bevorderd. De provincie stelt geen specifieke eisen aan de uitbreiding van bestaande detailhandelsfuncties, maar wijst wel op afspraken inzake detailhandel uit het regionaal ruimtelijk overleg of gemeentelijk beleid. De raad van de gemeente Woensdrecht heeft in april 2016 de “Detailhandelsvisie gemeente Woensdrecht 2016-2020 vastgesteld. Op basis van de huidige situatie in Huijbergen, het beperkt aantal winkels en de toekomstverwachtingen is het detailhandelbeleid van de gemeente gericht op het behoud van een minimaal basisniveau. Hierbij kan gedacht worden aan het behoud van een lokale supermarkt voor de kleine dagelijkse boodschappen. De inzet richt zich op behoud van het huidige voorzieningenniveau en het opvullen van de (beperkte) leegstand. De verplaatsing en kleinschalige uitbreiding van de bestaande supermarkt is passend binnen die visie. Het plan past binnen de regionale afspraken als bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Zie voor een uitgebreide verantwoording de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking in paragraaf 3.2.3.

Onderhavige ontwikkeling betreft voorts een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’: de ontwikkeling bevordert zorgvuldig ruimtegebruik door gebruikmaking van een inbreidingslocatie en stimuleert functiemenging met de transformatie van verouderde stedelijke panden.

20

Gemeente Woensdrecht

Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (Paragraaf 3.1.2) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Ad a) - Zorgvuldig ruimtegebruik: 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1) nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2) er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. 2.

Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Ad b) - Toepassing van de lagenbenadering 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Ad c) - meerwaarderecreatie 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder:

Bestemmingsplan ‘Canadaplein 1 en Bergsestraat 1, Huijbergen”

21

a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Beoordeling Voorwaarden ad a: a. De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Met onderhavig initiatief is hiervan sprake. Bestaande stedelijke functies (detailhandel en maatschappelijk) worden omgezet in andere stedelijke functies (wonen met detailhandel). b. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst. c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De begrenzing van de beoogde bouwvlakken is zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven. Voorwaarden ad b: a. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting wordt ingegaan op deze effecten. b. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag.

Voor onderhavig initiatief worden parkeerplekken aangelegd met enkele wegen voor bestemmingsverkeer. Voor verdere motivatie wordt verwezen naar paragraaf 2.4 uit de toelichting. Voor het overige heeft het planvoornemen geen effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. De afwikkeling van het verkeer is eveneens beschreven in paragraaf 2.4. c. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4. Er wordt geen effect verwacht op de bovenste laag. Voorwaarden ad c: Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat met onderhavig initiatief invulling wordt gegeven aan kwaliteitsverbetering door opnieuw invulling te geven aan een voormalig gemeentehuis. Tevens zullen binnen het zuidelijk deel van het plangebied de nodige groenvoorzieningen aanwezig zijn die het verblijf in de openbare ruimte stimuleren. Ten slotte worden planologische mogelijkheden gecreëerd voor de sociale duurzaamheid vanwege de functiemening van wonen en detailhandel in één gebouw. Conclusie Met het planvoornemen wordt voldaan aan de zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit voortkomend uit de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.

22

Gemeente Woensdrecht

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Plus en actualisatie 2009 Toetsingskader In deze notitie wordt de visie gepresenteerd op de ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Woensdrecht tussen 2000 en 2015. Aanleiding voor het opstellen van deze Structuurvisie Plus was onder meer dat er na samenvoeging van de vier gemeenten, waaruit de huidige gemeente Woensdrecht is ontstaan, behoefte was aan een totaalvisie. De Structuurvisie Plus is een strategisch document waarin wordt gestreefd naar versterking van de sociaaleconomische vitaliteit en de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. Het biedt inzicht in de manier waarop de kwaliteit en duurzaamheid van het gemeentelijk grondgebied in ruimtelijk en sociaaleconomisch opzicht kan worden verhoogd. Beoordeling De belangrijkste opgave voor Huijbergen, zoals opgenomen in de structuurvisie, is de verbetering van de stedelijke ontwikkeling, alsmede het centrumgebied in relatie tot de woningbouw voor aantrekking van starters en gunstige huisvesting van senioren. Hier ligt voor de kern Huijbergen de potentiële transformatieruimte. In ruimtelijk opzicht laat op een aantal plekken de kwaliteit van de straatgevel momenteel te wensen over. Bij nieuwe initiatieven is het van belang dat er wordt ingestoken op een verbetering van het straatbeeld.

Daarnaast zijn er nog een aantal herstructureringslocaties aanwezig, waarbij de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit uitgangspunt is. Het planvoornemen heeft, aan de hand van het toetsingskader, raakvlakken met de uitgangspunten waar de gemeente Woensdrecht prioriteit aan geeft. Met onderhavig plan wordt het centrum levendiger gemaakt. Het plan besteedt aandacht aan de kwaliteit van de straatgevel. Qua woningbouwprogrammering worden voornamelijk woningen voor starters en senioren gerealiseerd (in totaal 22 woningen). Conclusie Het planvoornemen past binnen de uitgangspunten van de structuurvisie en draagt bij aan het verwezenlijken van de daarin gestelde doelen. 3.4.2 Woonvisie 2015 Toetsingskader Op 9 juli 2015 is de Woonvisie 2015 van de gemeente Woensdrecht door de raad vastgesteld. In deze woonvisie worden ontwikkelingen en trends op het gebied van wonen in beeld gebracht en worden de opgaven voor de toekomst benoemd. De woonvisie helpt de gemeente om regie te voeren over de woningbouwontwikkeling en de ontwikkelingen in de bestaande woningvoorraad. Drie uitgangspunten bepalen de visie: ▪ een goede afstemming van vraag en aanbod; ▪ kwaliteit staat centraal; ▪ uitgaan van de kracht van onze inwoners. Indien er sprake is van gemeente-overstijgende onderwerpen dan worden deze gezamenlijk met de gemeenten van de subregio opgepakt. Tweemaal per jaar is er een

Bestemmingsplan ‘Canadaplein 1 en Bergsestraat 1, Huijbergen”

23

Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO). In dit overleg worden afspraken tussen gemeenten vastgelegd en wordt de agenda voor de subregionale werkgroepen bepaald. Beoordeling Volgens de Woningbouwplanning 2019, is er in Huijbergen nog ruimte voor het toevoegen van nieuwe woningen. Nieuwbouw zou zich daarbij met name moeten richten op grondgebonden nultredenwoningen of appartementen met lift. Daarbij is er zowel vraag naar kleine als grote woningen. Het planvoornemen gaat onder meer uit van de realisatie van 13 appartementen (met lift) en 9 grondgebonden rijwoningen. Daarmee wordt bijgedragen aan het invullen van de vraag naar dit type woningen. Conclusie Voorliggend initiatief past binnen de kaders van de gemeentelijke woonvisie. 3.4.3 Toekomstvisie 2035 Toetsingskader In de Toekomstvisie 2035 presenteert de gemeente Woensdrecht haar visie over de ruimtelijke ontwikkelingen tot 2035. Aanleiding voor het opstellen van deze visie is om een gezamenlijke visie op de toekomst te ontwikkelen. Een dergelijke visie moet steeds worden bijgesteld omdat de toekomst moeilijk te voorspellen is. In de Toekomstvisie is gekozen voor drie leidende thema’s, namelijk ‘Brabantse Wal’, ‘Sterke dorpen’ en ‘Bedrijvigheid en Maintenance’. Beoordeling In de toekomstvisie is voor de kernen opgenomen dat het aantal woningen en de verschillende woningtypes aansluiten bij de samenstelling van de bevolking.

Woningen dienen geschikt te zijn voor meerdere doelgroepen en energiezuinig te worden gebouwd. Voorzieningen in kernen van de gemeente kunnen behouden blijven, doordat de aantrekkingskracht om in de gemeente te wonen, te werken en te recreëren een positieve impuls krijgt. Het initiatief past goed in de toekomstvisie vanwege de realisatie van woningen waarnaar veel behoefte is. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de gemeentelijke toekomstvisie. 3.4.4 Detailhandelsvisie Toetsingskader Door de gemeente Woensdrecht is een detailhandelsvisie 2016-2020 opgesteld. Per kern wordt aandacht besteed aan de detailhandel. Voor de kern Huijbergen wordt geconstateerd dat het behoud van de supermarkt voor de 860 huishoudens in deze kern een belangrijke aspect is van de leefbaarheid. De gemeente wil er alles aan doen om deze elementaire voorziening te behouden.

24

Gemeente Woensdrecht

Beoordeling Geconstateerd wordt dat behalve de supermarkt ook nog een slager en een bloemenzaak aanwezig zijn. dat zijn de enige drie detailhandelszaken. De supermarkt heeft thans een oppervlakte van 300 m2 en is dus een zeer bescheiden dagelijkse voorziening voor de dagelijkse boodschappen. Door de verplaatsing kan enig expansie worden gegeven aan deze supermarkt zodat deze ook op termijn nog voldoende levensvatbaar kan blijven. De uitbreiding van de bestaande supermarkt past naadloos in de ambitie zoals die is genoemd in de detailhandelsvisie. Er is geen gevaar voor verdringing van koopkracht elders omdat de supermarkt uitsluitend inspeelt op de lokale behoefte en om te overleven enige extra uitbreidingsruimte nodig heeft. Er is om die reden dan ook afgezien van de opstelling van een distributieplanologisch onderzoek. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de detailhandelsvisie.

Bestemmingsplan ‘Canadaplein 1 en Bergsestraat 1, Huijbergen”

25

26

Gemeente Woensdrecht

4

PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN

4.1

Inleiding Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van het onderhavige plan heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten. Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek. De onderzoeksrapporten zijn als bijlagen gevoegd bij dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens worden behandeld: ▪ bodem; ▪ waterhuishouding; ▪ cultuurhistorie; ▪ archeologie; ▪ ecologie; ▪ akoestiek; ▪ bedrijven en milieuzonering; ▪ externe veiligheid; ▪ kabels en leidingen; ▪ luchtkwaliteit; ▪ milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.

4.2

Bodem Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o. 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem.

Bestemmingsplan ‘Canadaplein 1 en Bergsestraat 1, Huijbergen”

27

Beoordeling Ten behoeve van de ontwikkeling is door Econsultancy een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie. De rapportages van de onderzoeken zijn als Bijlage 1 en Bijlage 2 bij de toelichting opgenomen. Onderstaand worden de belangrijkste onderzoeksresultaten besproken. Locatie Canadaplein 1 De bodem is tot circa 1,5 m -mv zwak puinhoudend. Verder zijn er zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Er zijn op basis van het vooronderzoek, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen geconstateerd. In het grondwater zijn eveneens geen verontreinigingen geconstateerd. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "verdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de aangetroffen zwakke bodemvreemde bijmengingen en lichte verontreinigingen, bevestigd. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er echter géén reden voor een nader onderzoek. Er bestaan volgens Econsultancy met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem dan ook géén belemmeringen voor de nieuwbouw op de onderzoekslocatie alsmede de herontwikkeling door initiatiefnemer. Locatie Bergsestraat 10 De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, matig fijn zand.

De bovengrond is bovendien zwak humeus. De bovengrond is ter plaatse van boring 1, 2, 4, 5, 6 en 8 zwak baksteenhoudend. De aanwezigheid van enkel bakstenen maakt de locatie niet verdacht voor de aanwezigheid van asbest in de bodem. Verder zijn er zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Er zijn op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht, niet lijnvormig" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreinigingen, verworpen. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de nieuwbouw op de onderzoekslocatie en de bestemmingsplanwijziging. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

28

Gemeente Woensdrecht

4.3

Waterhuishouding Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro. Beleid provincie Noord-Brabant en Waterschap Brabantse Delta Op regionaal niveau is de provincie verantwoordelijk voor het beleidsveld water. Vigerend is het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 van 18 december 2015. Het PMWP is de structuurvisie voor het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan bevat de verplichte onderdelen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water.

Behalve dat het PMWP de uitgangspunten aangeeft voor het waterbeleid van waterschappen en gemeenten, toetst de provincie aan de hand van dit plan ook of de plannen van de waterschappen passen in het provinciale beleid. Als algemene uitgangspunten zijn onder andere te noemen de scheiding van relatief schone en vuile waterstromen en het benutten van mogelijkheden voor infiltratie en/of conservering van hemelwater. Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente. Het gaat dan om het waterkwantiteits en –kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer. Het waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het waterbeheerplan 2016-2021 ‘Grenzeloos verbindend’, wat is afgestemd op Europees, nationaal en provinciaal beleid. Speerpunten uit het waterbeheerplan zijn klimaatadaptatie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging.

Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot nieuwe accenten: ▪ het nationale Deltaprogramma voor waterveiligheid en de versterking van de dijken langs de rijkswateren en de regionale rivieren; ▪ het optimaliseren van de zoetwatervoorziening met het oog op de toenemende droogte; ▪ inzet op bewustwording van watergebruikers zodat hun inzicht groeit over wat ze zelf aan waterbeheer kunnen bijdragen; ▪ helderheid over zowel beperkingen als mogelijkheden voor de gebruiksfuncties van het watersysteem; ▪ het verbeteren van de waterkwaliteit in een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie (combineren van verbeteren van de waterstanden, onderhouden van sloten en treffen van inrichtingsmaatregelen);

Bestemmingsplan ‘Canadaplein 1 en Bergsestraat 1, Huijbergen”

29

▪ ▪

afvalstoffen steeds meer inzetten als waardevolle grondstoffen zoals terugwinning van fosfaat en productie van bioplastic uit afvalwater; een duurzame energiewinning.

Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur waterschap Brabantse Delta 2015 bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Keur Waterschap Brabantse Delta De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de NoordBrabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend. De nieuwe uniforme keuren zijn gezamenlijk in werking getreden op 1 maart 2015.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=9a7c53b6-c7c7-4d53-8aa7-3ef2d4b86535