CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Houtskoolschets Brabants Programma Landelijk Gebied_14 maart 2023.pdf

Themabijeenkomst 30 maart 2023, gemeente woensdrechtBij agendapunt: 19.50-20.30 uur: Tijdslijn stikstof gerelateerde rechterlijke uitspraken en ontwikkelingen20.459 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Houtskoolschets Brabants Programma Landelijk Gebied

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

14 MAART 2023

2

INHOUD • INTRO

3

• 1.

HET VERHAAL VAN BRABANT

7

• 2.

DE KOERS VOOR BRABANT

• 5.

OP WEG NAAR HET EERSTE BRABANTS PROGRAMMA LANDELIJK GEBIED

46

• 5.1 STATUS EN BEELD VAN HET BPLG

47

9

• 5.2 VOORUITBLIK AANPAK, WERKZAAMHEDEN EN MIJLPALEN BPLG

48

• 2.1 NATIONALE AMBITIE EN DOELEN

10

• 5.3 IN CO-CREATIE INHOUD ONTWIKKELEN VOOR HET BPLG

50

• 2.2 BRABANTSE AMBITIE EN DOELEN

11

• 5.4 BESLUITVORMING BPLG

52

• 2.3 UITWERKING BRABANTSE AMBITIE EN DOELEN

13

• 5.5 MONITORING, VERANTWOORDING EN EVALUATIE

53

• 2.4 ONTWIKKELSTRATEGIE OP HOOFDLIJNEN

20

• 2.5 BRABANTSE SAMENWERKINGSPRINCIPES

23

• BIJLAGE 1:

54

• TOELICHTING OP DE BRABANTSE ONTWIKKELAANPAK STIKSTOF

54

• AANLEIDING

55

• 3. AGENDA VOOR HET RUIMTELIJK ONTWIKKELPERSPECTIEF

25

• 3.1 AGENDA VOOR HET RUIMTELIJK ONTWIKKELPERSPECTIEF

26

• 3.2 ONTWIKKELINGSRICHTINGEN VAN HET LANDELIJK GEBIED

27

• 3.3 SPECIFIEKE OPGAVEN VOOR GEBIEDSGERICHTE INVULLING

• 4.

VAN DE ONTWIKKELINGSRICHTINGEN

30

AGENDA VOOR MAATREGELEN EN UITVOERING

32

• 4.1 OPBOUW VAN HET BRABANTSE MAATREGELENPAKKET

33

• 4.2 EERSTE UITWERKING VAN HET MAATREGELENPAKKET

37

• 4.3 UITVOERINGSSTRATEGIE EN AFWEGINGSKADER

44

• 4.4 FINANCIËN

45

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

14 MAART 2023

3

INTRO De ambities van de provincie Noord-Brabant zijn helder: we willen een sterke en veerkrachtige natuur, met een robuust watersysteem en een toekomstbestendig klimaat. En we willen een duurzaam en levensvatbaar perspectief voor de landbouw in Brabant. Ons landelijk gebied moet aantrekkelijk zijn en blijven om te wonen, te werken, om voedsel en biobased materialen te produceren en om te recreëren. Ons platteland is drager van veel natuurkwaliteit, leverancier van (drink)water en producent van ons eten en onze gezondheid. Het landschap weerspiegelt onze cultuur en ontstaansgeschiedenis. Een toekomstbestendig platteland is ook sociaaleconomisch vitaal, met blijvend ruimte voor een duurzame, sterke landbouw, nieuwe bedrijvigheid en voorzieningen.

We realiseren ons dat vormgeven aan deze veranderingen mensenwerk is; wat we willen raakt mensen. We werken aan perspectief en een mooie toekomst voor volgende generaties, Maar we beseffen ons ook heel goed dat we op weg daar naartoe keuzes moeten maken die pijn kunnen doen. Naast alle urgentie en complexiteit van de transitie van het landelijk gebied willen we oog blijven houden voor mensen om ze de mogelijkheden te geven om aan de samenleving deel te blijven nemen, een ‘boterham te verdienen’ en zo het draagvlak en draagkracht voor de Brabantse aanpak te versterken. Als provincie willen we samen met onze Brabantse partners koersvast zijn bij het werken aan een mooie toekomst voor Brabant. We doen dit met zorg en respect voor iedereen die met onze plannen te maken krijgt.

In de afgelopen jaren is er al veel gedaan. Er zijn natuurgebieden bijgekomen, er wordt meer water vastgehouden, de waterkwaliteit is verbeterd en de stikstofuitstoot vanuit de landbouw is afgenomen. Maar we zijn er nog lang niet. We staan aan de vooravond van een grote transformatie van het landelijk gebied van Brabant, in ecologisch, economisch én sociaal-cultureel opzicht. De opgaven voor natuur, water en klimaat hebben grote impact op mensen, (agrarische) ondernemers en op onze manier van samenleven. Het Brabantse platteland is van oudsher het domein van boeren en tuinders en de bevolking van de dorpen en buurtschappen die economisch sterk verbonden zijn met de agrarische sector. Veranderingen, die nu ook al gaande zijn, hebben invloed op de sociaal-economische ontwikkeling in Brabant en de kwaliteit van leven van onze Brabanders.

INTRO

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

14 MAART 2023

4

Over de Houtskoolschets Met de ontwikkeling van de voorliggende Houtskoolschets geeft de provincie NoordBrabant het startschot voor de uitwerking op weg naar de eerste versie van het Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG). Een toetsbare versie van het eerste BPLG moet op uiterlijk 1 juli 2023 aan het Rijk worden aangeboden om aanspraak te kunnen maken op de beschikbare middelen van het Transitiefonds Landelijk Gebied en Natuur. De ambities van het BPLG kunnen alleen worden waargemaakt als de randvoorwaarden vanuit het Rijk op orde zijn. Dat betekent snel meer helderheid over de inzet van generieke maatregelen en instrumenten, een landbouwakkoord dat concreet perspectief biedt aan agrarische ondernemers en voldoende flexibiliteit bij de inzet van en verantwoording over de beschikbare rijksmiddelen. Het Landbouwakkoord levert een belangrijke bijdrage aan de structurerende keuze in de gebiedsprogramma’s. De provincies zullen deze keuzes verwerken in de concepten van hun gebiedsprogramma’s (Brief minister van der Wal, 10 februari 2023). In deze Houtskoolschets worden eerste richtingen voor de koers voor Brabant geschetst. Zo worden de ambities, nationale en provinciale doelen, de voorlopige ontwikkelstrategie en samenwerkingsprincipes beschreven.

Ook bevat de Houtskoolschets een open agenda als uitnodiging tot gezamenlijke uitwerking van het Ruimtelijk ontwikkelperspectief, de maatregelenpakketten en de uitvoering. Het College van Gedeputeerde Staten van Brabant wil met deze Houtkoolschets: • Een eerste richting geven aan de inhoud en het proces op weg naar het eerste BPLG; • Haar Brabantse partners uitnodigen om in de komende maanden samen invulling te gaan geven aan het Ruimtelijk ontwikkelperspectief en de voorgestelde maatregelenpakketten; • Alle overheden, organisaties en burgers in Noord-Brabant tussentijds informeren over de voorgestelde aanpak en de participatie op weg naar het eerste BPLG.

INTRO

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

14 MAART 2023

5

Het Nationaal en Brabants Programma Landelijk Gebied

Samenhang met het ‘Ruimtelijk voorstel’ voor Brabant

In het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) wordt ingezet op een samenhangende aanpak van de doelen voor natuur, water en klimaat (broeikasgasreductie) in het landelijk gebied. Ingestoken wordt op een gezamenlijke aanpak door het Rijk en de provincies. Op nationaal niveau leidt dat tot een NPLG met landelijke keuzes en maatregelen, op provinciaal niveau vindt vertaling plaats naar provinciale gebiedsprogramma’s zoals het BPLG. De provinciale gebiedsprogramma’s geven gezamenlijk invulling aan de internationale verplichtingen voor natuurherstel en stikstofreductie: de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR), Wet Stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn), Kaderrichtlijn Water (KRW), de Europese Klimaatwet en de Europese landgebruik-verordening(LULUCF). Het gebiedsplan Stikstofreductie en natuurverbetering op basis van de Wsn zal integraal onderdeel uitmaken van het gebiedsprogramma. Dit betekent dat de opgaven voor stikstofreductie voor alle sectoren (waaronder landbouw, industrie en mobiliteit) onderdeel uitmaken van het gebiedsprogramma. Het Rijk stelt via het Transitiefonds tot 2035 ca. € 24 miljard beschikbaar voor heel Nederland.

Het BPLG richt zich op doelen voor natuur, water en klimaat in samenhang met een duurzaam en levensvatbaar perspectief voor agrarische ondernemers. Daarmee draagt het bij aan de transitie van het landelijk gebied, maar dekt het niet alle opgaven in het landelijk gebied. In het kader van het landelijke Programma NOVEX werkt de provincie aan de ontwikkeling van een ‘ruimtelijk voorstel’ waarin alle opgaven op het gebied van klimaat & energie, verstedelijking én landelijk gebied integraal worden afgewogen en samengebracht. Dit ruimtelijk voorstel vormt de opmaat voor aanpassing van het omgevingsbeleid en voor vervolgafspraken met het Rijk. De afwegingen die in het ruimtelijk voorstel worden gemaakt en verankerd in beleid, zullen richtinggevend zijn voor het BPLG. Het BPLG vormt een belangrijke bouwsteen voor het ruimtelijk voorstel (zie figuur 0.1).

RUIMTELIJK VOORSTEL & OMGEVINGSVISIE

Met het vaststellen door Gedeputeerde Staten van het Plan van Aanpak voor het BPLG op 24 januari jl. is de context en de aanpak op hoofdlijnen beschreven. Het Plan van Aanpak is in december jl. en januari jl. gepresenteerd tijdens de regionale ontwikkeldagen en op 2 februari jl. besproken met onze partners op een 1e Brabantbrede sessie over het BPLG. Onze aanpak moet leiden tot de 1e versie van het provinciaal gebiedsprogramma voor de provincie Noord-Brabant: het Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG) op 1 juli 2023. Het BPLG wordt in stappen uitgewerkt. In de eerste versie is nog niet alles uitgewerkt. Het accent zal liggen op het analyseren van de opgaven, het maken van hoofdkeuzes en het samenstellen van eerste maatregelenpakketten, mede gebaseerd op de resultaten uit de lopende gebiedsprocessen. In samenhang met de resultaten uit bestaande en nieuwe gebiedsprocessen zal het BPLG de komende jaren in stappen worden doorontwikkeld, met 2025 en 2028 als belangrijke ijkmomenten.

BPLG

Klimaat & Energie

Landelijk gebied

Verstedelijking Figuur 0.1. Positionering van het BPLG in relatie tot het ruimtelijk voorstel. INTRO

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

Beide trajecten kennen echter een verschillende planning. Op 1 juli 2023 moet een toetsbaar BPLG gereed zijn waarna in de periode juli – oktober 2023 de toetsing plaats vindt. Het ruimtelijk voorstel moet in oktober 2023 gereed zijn. We zullen samen met Rijk moeten bezien hoe in de periode juli – oktober 2023 een goede afstemming tussen beide producten mogelijk blijft. Onze inzet is dat we beide producten op tijd gereed hebben.

14 MAART 2023

6

Provinciale ambities en doelen

Nationale ambities en doelen

Leeswijzer voor de Houtskoolschets Hoofdstuk 1 bevat ons verhaal van Brabant en geeft richting aan de toekomst die we voor ons zien voor het landelijk gebied van Brabant. Hoofdstuk 2 geeft een eerste richting aan de koers waarmee we invulling willen geven aan de opgaven; het bevat de nationale en provinciale ambities en doelen, onze ontwikkelstrategie en de principes op basis waarvan we willen samenwerken. Hoofdstuk 3 beschrijft een agenda voor het Ruimtelijk ontwikkelperspectief van het BPLG; het agendeert de ruimtelijk-structurerende keuzes die we willen maken en die we samen met ons partners willen gaan uitwerken.

Ontwikkelstrategie

Ruimtelijk Ontwikkelperspectief (met ruimtelijk-structurende keuzes)

Hoofdstuk 4 bevat de agenda voor maatregelen en uitvoering. Deze komen voort uit de provinciale doelen en ambities én het ruimtelijk ontwikkelperspectief. De categorieën van maatregelen zijn omschreven met ook al een eerste indicatieve berekening van het benodigde budget voor uitvoering van deze maatregelen. Tenslotte geeft hoofdstuk 5 de route aan om te komen tot een eerste BPLG op 1 juli 2023. In figuur 0.2. is de structuur geschetst die de basis vormt voor de opbouw van de Houtskoolschets.

Maatregelenpakket (generiek en gebiedsgericht)

Figuur 0.2. Structurerende opbouw voor Houtskoolschets BPLG

Figuur 0.2. Structurerende opbouw van de Houtskoolschets BPLG INTRO

1

HET VERHAAL VAN BRABANT

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

14 MAART 2023

8

Landschappelijk beeld van Noord-Brabant

Transformatie landelijk gebied in Brabant

Onze provincie heeft een ongekende diversiteit. Naast jonge, grootschalige, open landschappen zijn er kleinschalige coulisselandschappen, doorsneden door beken. Op de overgang tussen klei en zand liggen nog restanten van een veenlandschap met de karakteristieke slagenverkaveling, turfvaarten en moerputten. Bourgondische middeleeuwse steden, zoals Bergen op Zoom en Heusden, liggen op korte afstand van hightech campussen en metropolitane gebieden.

De klimaat-, natuur-, stikstof- en wateropgaven – maar ook de opgaven op het gebied van energie, woningbouw, sociale samenhang en water en bodem sturend – maken dat het Brabantse landelijk gebied gaat veranderen. We willen dat er ook in de toekomst een buitengebied is waar mensen gezond en veilig kunnen wonen, werken en leven en met een duurzaam en levensvatbaar toekomstperspectief voor de landbouw. En dus werken we aan een transformatie naar een Brabants buitengebied, klimaatneutraal (doel 2050) en waar onze bodem, ons water en onze lucht op orde zijn. Dat is van belang voor onze natuur, ons landschap, onze landbouw en onze gezondheid.

Bijdragen aan een goede toekomst We willen als Brabanders allemaal een goede toekomst; voor onze kinderen, de mensen om ons heen, ons bedrijf, onze aarde en onszelf. Het is logisch dat we daarin allemaal een verantwoordelijkheid hebben en dat we daar allemaal aan bijdragen. Dat gebeurt ook op talrijke manieren. Zo verduurzamen we onze huizen, pakken we vaker de fiets en gebruiken bedrijven hun afval als grondstof.

Uitdagingen: klimaat, natuur, water en bodem De uitdagingen waar we voor staan om die goede toekomst en een fijne leefomgeving te kunnen waarborgen zijn groot en urgent. Als we kijken naar onze bodem, ons water en onze lucht, dan zien we dat er echt wel wat aan de hand is. We merken dit bijvoorbeeld aan een gebrek aan water en een afname van de biodiversiteit. Denk aan stervende eikenbomen in het bos, heides met een gebrek aan insecten, maar ook aan intensief geteelde monoculturen op grootschalige kavels. Het zijn dit soort signalen die de alarmbellen doen afgaan. Doen we er niets aan, dan wordt uiteindelijk de beschikbaarheid van schoon water, voedsel en energie onzeker en zijn we kwetsbaarder voor natuurrampen. Daarom werken we in heel Nederland én in Brabant op allerlei manieren aan deze uitdagingen, met zowel bedrijven als non-profit organisaties en inwoners, in zowel de steden als de dorpen en het buitengebied.

HET VERHAAL VAN BRABANT

2

DE KOERS VOOR BRABANT

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

De koers die de provincie wil uitzetten, bestaat uit de volgende elementen: • De nationale ambitie en doelen die voortkomen uit (inter)nationale verplichtingen; • De Brabantse ambitie en doelen die we willen voortzetten en aanscherpen; • De voorlopige ontwikkelstrategie die richting geeft aan de uitvoering; • De principes op basis waarvan we willen samenwerken met al onze partners.

2.1 Nationale ambitie en doelen Het kabinet wil het landelijk gebied van Nederland toekomstbestendig en integraal ontwikkelen. Er moet aan internationale verplichtingen op het gebied van natuur, water en klimaat worden voldaan. Ook wil het kabinet het bodem- en watersysteem leidend maken voor de inrichting en het gebruik van het landelijk gebied. Meer specifiek heeft het kabinet de volgende doelen benoemd in het kader van het NPLG.

Natuur en stikstof • 50% areaal met stikstof gevoelige habitats binnen de Natura 2000-gebieden (N2000) onder de kritische depositiewaarde (in 2025). • 74% areaal met stikstofgevoelige habitats binnen N2000 onder de kritische depositiewaarde (in 2030). • 30% natuurherstel Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) in 2030. • Richtinggevende landelijke areaal- en kwaliteitsopgave natuur t.b.v. 30% VHR en de gunstige staat van instandhouding (gSvI). • Areaal opgave voor nieuw bos: 37.400 ha (in 2030). • Resterende opgave areaal voor Natuur Netwerk Nederland (NNN): 40.571 ha (in 2027). • Hydrologische condities N2000-gebieden op orde (in 2027). • 10% groenblauwe dooradering (in 2050), waarvan de helft in 2030.

14 MAART 2023

10

Water • Concentraties nutriënten (fosfaat en stikstof) in grond- en oppervlaktewaterlichamen voldoen aan wettelijke normen (in 2027). • Concentraties gewasbeschermingsmiddelen in grond- en oppervlaktewaterlichamen voldoen aan wettelijke normen (in 2027). • Grondwaterlichamen voldoen aan de norm voor een goede kwantitatieve toestand (in 2027); • Beleid, inrichting en beheer aangepast aan veranderend klimaat. Schade en ontwrichting door weersextremen zoveel mogelijk beperken (2050).

Klimaat • Emissiereductieopgaven broeikasgassen voor veehouderij en akkerbouw: 5 Mton CO2 (in 2030); • Emissiereductieopgave methaan voor veehouderij en akkerbouw: minimaal 3,82 Mton CO2 (in 2030); • Koolstofvastlegging in bomen/bos/natuur: 0,4 – 0,8 Mton CO2 (in 2030) (te realiseren via bossenstrategie); • Koolstofvastlegging in landbouwbodems: 0,5 Mton CO2 (in 2030). Ook de industrie, mobiliteit en de gebouwde omgeving moeten bijdragen aan de klimaatdoelen voor 2030. Deze maken echter geen onderdeel uit van het BPLG. Het perspectief voor agrarische ondernemers is een belangrijk onderdeel van de toekomst van het landelijk gebied in Nederland. In de brief van 25 november 2022 over de toekomst van de landbouw gaat het Rijk nader in op het beeld van de ontwikkeling van het landbouwperspectief. Op dit moment werkt het kabinet aan een landbouwakkoord met vele betrokken partners om met afspraken richting en invulling te geven aan dit perspectief.

DE KOERS VOOR BRABANT

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

14 MAART 2023

11

2.2 Brabantse ambitie en doelen De provincie Noord-Brabant ondersteunt de ambitie en doelen van het kabinet aangezien het aansluit bij reeds bestaande ambities van onze provincie, zie bijvoorbeeld de Omgevingsvisie. Wij willen een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied van Noord-Brabant en willen dat doen in goede onderlinge samenhang van alle doelen én samen met alle betrokken partijen. Met het BPLG streeft de provincie dan ook de volgende drie doelen na: • Realisatie van de (wettelijke) kerndoelen voor natuur, stikstof, water en klimaat (voor de landbouwopgave) conform de inzet van het Nationaal Programma Landelijk Gebied; • Realisatie van een duurzaam en levensvatbaar perspectief voor agrarische ondernemers in Noord-Brabant; • Zoveel mogelijk benutten van hiermee samenhangende kansen voor versterking van de leefbaarheid van het landelijk gebied.

DE KOERS VOOR BRABANT

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

14 MAART 2023

12

NAAR EEN TOEKOMSTBESTENDIGE ONTWIKKELING VAN HET LANDELIJK GEBIED VAN NOORD-BRABANT Ingebed in bredere, integrale afwegingen op basis van ‘ruimtelijke voorstel’

Wonen Werken Recreatie

+ Kansen voor versterking leefbaarheid landelijk gebied

Natuur

Water

+ Duurzaam en levensvatbaar perspectief voor agrarische ondernemers/landbouw

Klimaat

Primaire scope BPLG

Energie

Landschap Gezondheid

Figuur 2.1. De ambitie van het Landelijk Gebied (BPLG). Landelijk Gebied (BPLG). Figuur 2.1.en Dedoelen ambitie enBrabants doelenProgramma van het Brabants Programma DE KOERS VOOR BRABANT

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

2.3 Uitwerking Brabantse ambitie en doelen Natuur & stikstof Stikstofreductie De huidige oppervlakte stikstofgevoelige natuur in 2023 de provincie Noord-Brabant is 12.415 hectare (bron: Aerius Monitor M22 d.d. 26 januari). De actuele totale emissie in Noord-Brabant (2020) is 26.442 kilo ton stikstof (N) en de gemiddelde depositie is 1.752 mol N/ha (2020). Op dit moment zit 13% van de stikstofgevoelige natuur onder de kritische depositiewaarde (KDW) en de prognose is dat dit zal oplopen tot 27% in 2030. De grootste herkomstbronnen van de stikstofdepositie – zowel in 2019 als in de prognose voor 2030 - zijn de landbouw en het buitenland (zie verder Bijlage 1). Deze prognose geeft aan dat er een intensivering van de aanpak nodig is. Het Rijk heeft de landelijke omgevingswaarde voor stikstof in de startnotitie NPLG (d.d. 10 juni 2022) vertaald naar een richtinggevende emissiereductiedoelstelling ten aanzien van ammoniak (NH3) per provincie. Voor de provincie Noord-Brabant is die richtinggevende emissiereductiedoelstelling voor landbouw vastgesteld op een totaal van 6.957 ton ammoniak in 2030. Dit komt neer op een daling van 42% ten opzichte van het totaal aan ammoniakemissie van 16.763 kilo ammoniak (ijkjaar 2018). In de Kamerbrief van 10 februari jl. zijn ook de landelijke indicatieve reductieopgaven voor de sectoren industrie/ energie en mobiliteit bekend gemaakt.

Deze zijn vastgesteld op respectievelijk 38% en 25% reductie tussen 2019 en 2030. In de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS) is uitgegaan van een streven: ‘dat in Brabant minimaal de helft van de hectares natuur in de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in 2030 op een aanvaardbaar stikstofniveau komen, wat tevens betekent dat stikstof steeds minder vaak een belemmering vormt voor economische maatschappelijk ontwikkelingen’ (Bron: BOS 1.0). Voor het BPLG houden we de landelijke verplichting aan als te realiseren doelstelling.

14 MAART 2023

13

De Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS) wordt parallel aan het opstellen van het Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG) geactualiseerd tot BOS 2.0. Uitgangspunt is net als in de BOS 1.0 een evenwichtige bijdrage van alle sectoren. De noodzaak tot actualisatie komt onder meer voort uit de looptijd van de huidige BOS tot 2023. Ook hebben er sinds de vaststelling van de huidige BOS in 2020 meerdere ontwikkelingen plaatsgevonden, zoals de bekendmaking van de landelijke indicatieve restopgaven voor de sectoren industrie/energie en mobiliteit en ontwikkelingen rond de stallenmaatregel IOV, die het noodzakelijk maken om te bezien of de huidige stikstofaanpak nog voldoende is om de doelstellingen op het gebied van stikstofreductie te realiseren. Aanpassingen in de actualisatie van de BOS zullen indien van toepassing ook opgenomen worden in het BPLG. De provincie Noord-Brabant zal rond en in de Brabantse Natura2000 gebieden inzetten op het verlagen van de stikstofdepositie om toe te werken naar de instandhoudingsdoelen in de N2000-gebieden en de doelstellingen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze extra inzet zal mede worden bepaald op basis van de natuurdoelanalyses (NDA’s) die per N2000-gebied een stand van zaken van de kwaliteit van de natuur geven.

Voor het bepalen van de totale stikstofreductieopgave van de provincie NoordBrabant in 2030 is het belangrijk te inventariseren wat er naast de voornoemde reductieopgave aan ‘stikstofontwikkelruimte’ nodig is voor het realiseren van de Brabantse ambities op economische en maatschappelijk vlak, zoals woningbouw, industrie en infrastructuurprojecten. Deze ontwikkelingen stoten ook stikstof uit en dit mag niet ten koste gaan van het behalen van de gestelde instandhoudingsdoelstellingen voor de natuur. De benodigde ontwikkelruimte komt daarmee bovenop de door het Rijk gestelde richtinggevende emissiereductiedoelstelling van bijna 7 kiloton. De benodigde ontwikkelruimte is geen wettelijke doelstelling, maar zal per provincie worden vastgesteld als provinciale ambitie. Zie bijlage 1 voor een uitgebreidere toelichting op de bredere Brabantse aanpak van de stikstofreductie.

DE KOERS VOOR BRABANT

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) Voor de nationaal geformuleerde doelen (30% natuurherstel Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) in 2030 en Richtinggevende landelijke areaal- en kwaliteitsopgave natuur ten behoeve van 30% VHR en de gunstige staat van instandhouding (gSvI)) wordt in de komende maanden nog een aanvulling verwacht. Natuurnetwerk Brabant Het Natuurnetwerk Brabant (NNB) is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar zijn verbonden. Het Natuurnetwerk Brabant moet ongeveer 129.000 hectare gaan omvatten. Hiervoor moet tot en met 2027 nog ongeveer 8.300 hectare Brabantse grond als natuur worden ingericht, waarvan ongeveer 4000 hectare nog moet worden verworven of van functie veranderd (cijfers per 31-12-2022). In 2027 hebben we zicht op inrichting en beheer van het totale Natuurnetwerk Brabant. Ecologische verbindingszones zijn rond 2035 gerealiseerd of in uitvoering en er zijn ontsnipperingsmaatregelen genomen rond provinciale (vaar)wegen. Nieuw bos en revitalisering van bestaand bos In 2020 is de Brabantse Bossenstrategie vastgesteld. Deze kent een stevige ambitie voor extra bos en de revitalisering van bestaande bossen. In het Actieplan Brabantse Bomen wordt inzichtelijk gemaakt hoe de provincie, samen met partners, die doelen wil gaan bereiken.

Het gaat daarbij om de realisatie van 13.000 hectare nieuw bos in 2030 en 60.000 hectare revitalisatie van bestaande bossen in 2050. Nieuw bos en revitalisering van bestaand bos is nodig voor herstel van de biodiversiteit en voor meer CO2-opslag. Daarnaast zorgen bossen voor aanvullende ecosysteemdiensten, zoals verbeterde waterkwaliteit (KRW), ruimte voor recreatie en een bijdrage aan de circulaire economie.

14 MAART 2023

14

Hydrologische condities N2000-gebieden De provincie werkt toe naar een robuust grondwatersysteem met voldoende water voor natuur (N2000 en natte natuurparels), voor beken, kreken en rivieren. De verdrogingsaanpak van ruim 50.000 ha bijzondere, grondwaterafhankelijke natuur (niet alleen N2000-gebieden, maar alle natte natuurparels uit het Brabantse beleid kennen een wettelijke verplichting) maakt onderdeel uit van de opgave (zie ook kopje ‘Voldoende Water’ hieronder). Groenblauwe dooradering Groenblauwe dooradering bestaat onder meer uit ecologisch beheerde dijken, vaarten, waterlopen, bermen, hagen, houtwallen, lanen, drassige zones, landschapselementen en kruidenranden bij akkers. Groenblauwe dooradering is met name op de hoge zandgronden goed te combineren met de opgave voor de bossenstrategie en op de lagere gronden met waterberging/infiltratievelden. Deze opgaven versterken elkaar. In het beleidskader Natuur 2030 is opgenomen dat Brabant toewerkt naar minimaal 10% groenblauwe dooradering van het landelijk gebied in 2030. Hiertoe rekenen we ook de bestaande en in te richten opgave voor de Ecologische Verbindingszone’s (EVZ’s) en de landschapselementen die worden ingericht met behulp van de Stimuleringsregeling Landschap (STILA). Afhankelijk van landschapstype en (agrarisch) landgebruik zal de mate waarin we groenblauwe dooradering realiseren verschillen.

Binnen de overgangsgebieden en bufferzones wordt ingezet op een hoger percentage groenblauwe dooradering dan daarbuiten, namelijk 10-15%. Ten noorden van de scheidslijn tussen zand en klei (de ‘Naad van Brabant’), zetten we in op circa 5% dooradering. Ten zuiden van deze scheidslijn streven we naar 5-10%.

Voor de aanleg van nieuw bos verkennen we de mogelijkheden voor synergie met de opgave in beekdalen, in overgangsgebieden, als groenblauwe dooradering en langs en beken en de rivier de Maas. Bij revitalisatie-maatregelen van de bossen richten we ons op het herstel van de veerkracht van de bosecosystemen. Bossen moeten in staat zijn zich aan te passen aan de veranderende omstandigheden, zonder daarbij hun essentiële functionaliteit te verliezen. DE KOERS VOOR BRABANT

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

14 MAART 2023

15

Water & bodem sturend Om de in het NPLG genoemde doelstellingen op het vlak van water en bodem te bereiken is een ‘wederombouw’ nodig van het water- en bodemsysteem. Dit is urgent én ingrijpend, zeker omdat veel wettelijke doelen al in 2027 gehaald moeten zijn. Daar komt bij dat er, mede in het licht van klimaatverandering, een grens is aan de maakbaarheid van het systeem. Er is een omslag nodig waarbij het water- en bodemsysteem sturend wordt voor de ruimtelijke inrichting van Brabant. Dit gaat grote consequenties hebben voor de ruimtelijke inrichting van het Brabantse landelijk gebied. Het rijksbeleid ‘Water en Bodem Sturend’ zal de komende jaren essentiële keuzes met zich meebrengen in (de uitvoering van) het provinciale water- en bodembeleid, BPLG en de ruimtelijke puzzel van Brabant. De opgaven, ambities en uitvoering van het BPLG moeten leiden tot een klimaatbestendig en waterrobuust Brabant dat is ingericht op het omgaan met weersextremen. In oktober 2023 verschijnen de nieuwe klimaatscenario’s. Deze hebben mogelijk betekenis voor de opgaven, ambities en uitvoering van de ‘wederombouw’ van ons water- en bodemsysteem. Voldoende water Verdroging is een acuut en toenemend probleem voor vele functies in gebouwde omgeving en landelijk gebied. (zie ook ‘Hydrologische condities N2000-gebieden). Brabant is – in zijn algemeenheid – te droog.

Te droog voor de natuur en de gebieden daaromheen, en op veel plekken ook te droog voor de landbouw. De verdrogingsaanpak van ruim 50.000 ha bijzondere, grondwaterafhankelijke natuur (niet alleen N2000-gebieden, maar alle natte natuurparels uit het Brabantse beleid kennen een wettelijke verplichting) maakt onderdeel uit van de opgave. Uitvoering vindt plaats via onder meer de Droogteagenda die met de Brabantse partners van het Breed Bestuurlijk Grondwateroverleg is opgesteld. Het Brabantse beleid wordt aangepast in de tweede helft van 2023 op basis van onder meer het advies van de Adviescommissie Droogte Noord-Brabant ‘Zonder water, geen later’.

DE KOERS VOOR BRABANT

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

Schoon en gezond water De provincie zal in samenwerking met waterschappen en andere gebiedspartners in het BPLG aangeven welke maatregelen waar nodig zijn om de doelen vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Nitraatrichtlijn, de Richtlijn duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de Vogel- en Habitatrichtlijnen (VHR) te halen. Leidend voor het provinciaal beleid is de uitvoering van de maatregelen van de KRW, Stroomgebiedsbeheerplannen 2022 – 2027, het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn 2022 – 2026 met bijbehorend addendum, de derogatiebeschikking, de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) en uitvoeringsprogramma’s zoals voor reducties van medicijnresten en andere chemische stoffen. De waterkwaliteitsopgave loopt wat betreft de meststoffen nitraat en fosfaat fors achter, waardoor tijdig doelbereik van de wettelijke Europese doelen (einddatum om aan KRW te voldoen is 2027) een grote uitdaging vormt. Daarbij is ook een forse inspanning nodig van het Rijk vanuit generiek beleid. Ruimte voor water De provincie creëert samen met de waterschappen en gemeenten ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water in onze ruimtelijke inrichting, het landgebruik en het landbeheer. Hiermee vergroten we de veerkracht van zowel het hoofdwatersysteem als de regionale watersystemen.

Voor het hoofdwatersysteem werkt de provincie onder meer in het Programma Integraal Riviermanagement (IRM) samen met andere regionale overheden, het Rijk en maatschappelijke organisaties aan een gezamenlijke visie op een veilig, bevaarbaar, vitaal en aantrekkelijk Maas- en Rijngebied.

14 MAART 2023

16

Bodem en ondergrond Bij de inrichting van het landelijk gebied moeten we ook rekening houden met ondergrondse kansen en beperkingen. Een van de belangrijke onderdelen hierin is de balans tussen beschermen (drinkwater) en benutten (bodemenergie en geothermie) in relatie tot de bodemopbouw en de beperkingen die de breuken in de Brabantse bodem met zich meebrengen. Daarnaast is één van de sturende principes het zo min mogelijk afdekken van de bodem (‘no net landtake’). Dit speelt in het landelijk gebied met name bij niet grondgebonden teelten. Bij uitbreiding of verplaatsing van dergelijke teelten is het van belang om verdergaande afdekking te voorkomen om het behoud van de kwaliteit van de bodem en infiltratiewerking van de bodem te behouden. Bij grootschalige ontwikkelingen, zoals natuur, willen we bodemverstoring door afgraving zoveel mogelijk voorkomen en grond zo veel mogelijk hoogwaardig hergebruiken. Wij hechten belang aan een ‘vitale bodem’. Het gaat dan met name om het opheffen van bodemverdichting, het herstellen van de bodembiodiversiteit en het verhogen van het organisch stofgehalte. Een vitale bodem zorgt ervoor dat regenwater in de bodem kan infiltreren en zo de grondwatervoorraad kan aanvullen. Daarnaast beperkt een vitale bodem de uit- en afspoeling van nutriënten en levert daarmee een bijdrage aan het behalen van de doelen voor de KRW.

Het verhogen van het organisch stofgehalte, draagt niet alleen bij aan het herstel van het bodemleven en de bodemstructuur. Het geeft ook invulling aan het vastleggen van CO2 in de bodem.

Op de dijken van ons hoofdwatersysteem willen we de biodiversiteit bevorderen en binnendijks zoeken we ruimte voor natuurlijke achteroevers. We willen 5% tot 10% van de diepste delen van het Brabantse regionale watersysteem reserveren voor waterberging (zie opgave Groenblauwe-dooradering). We voorkomen hiermee wateroverlast als gevolg van aanhoudende regenval of piekbuien. In deze delen is geen nieuwe bebouwing toegestaan, tenzij het niet ten koste gaat van het waterbergend vermogen.

DE KOERS VOOR BRABANT

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

14 MAART 2023

17

We willen ook voor de toekomst waardevolle landbouwgronden behouden. Dit doen we door maatregelen uit te werken voor het beheer van landbouwgronden op het gebied van materieel, nutriënten, gewasbeschermingsmiddelen etc. Vanuit het Nationaal Programma Landbouwbodems trekken we samen met kennispartijen, de agrarische sector en de ketenpartijen op. Dit wordt in het Nationaal Strategisch Plan verankerd. Hoge zandgronden De provincie wil water langer vasthouden en minder snel afvoeren. We herstellen daarmee de sponswerking van de bodem en bereiken een robuust grondwatersysteem. We verhogen de grondwaterpeilen met mogelijk 10 cm tot 35 cm. Daardoor wordt op de hoge zandgronden verdroging bestreden. Omdat het hier maatwerk betreft, wordt dit in gebiedsprocessen verder uitgewerkt. In de gebiedsprocessen zetten we in op grootschalig herstel van beekdalen op zandgronden voor het verbeteren van de waterkwantiteit en -kwaliteit. Hiermee dragen we niet alleen bij aan de doelen voor de waterkwaliteit (vanuit de KRW en de Nitraatrichtlijn), maar kunnen we ook andere doelen realiseren, zoals natuur, groenblauwe dooradering en waterberging. We willen ook grondwateronttrekkingen rond Natura 2000-gebieden beperken. Daarmee voorkomen we verdroging in deze gebieden.

DE KOERS VOOR BRABANT

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

Klimaat - broeikasgassen landbouw en landgebruik De nationale klimaatopgave voor de veehouderij (5 Mton CO2-equivalent, waarvan 3,8 Mton methaanreductie) is een gezamenlijke opgave van het Rijk en de provincies waar een combinatie van generieke en gebiedsgerichte maatregelen het doelbereik moeten realiseren. Het Rijk heeft de provincies een indicatieve geografische verdeling meegegeven. Voor de provincie Noord-Brabant betreft dit 0,8 Mton CO2-eq. We vragen aan het Rijk op de kortst mogelijke termijn generiek beleid te verankeren. Voor het BPLG is het doel om bij de uitwerking van gebiedsgerichte maatregelen zoveel mogelijk synergie te realiseren tussen doelen voor natuur, water en de klimaatopgave landbouw. Daarnaast stimuleren we de vastlegging van CO2 in landbouwbodems.

14 MAART 2023

18

Het gaat hierbij om: • Perspectief voor hoogproductieve kringlooplandbouw die past binnen het bodem- en watersysteem en is afgestemd op andere functies. Het gaat om zowel plantaardige teelten (inclusief eiwitgewassen) als dierlijke productie (duurzame veehouderij); • Perspectief voor extensieve, natuur- en landschapsinclusieve landbouw zoals: - 500 natuurinclusieve boeren in 2030; - 15% areaal biologische landbouw; - Nieuwe teelten zoals de teelt van biobased materialen. • Ruimte voor eigen keuzes en ondernemerschap en ondersteuning van de transitie van agrarische bedrijven gericht op de goede ondernemer op de goede plek.

Binnen de opgave van het klimaatakkoord voor ‘landbouw en landgebruik’ zit ook een opgave voor koolstofvastlegging in ‘bomen, bos en natuur’ die moet landen in het BPLG. De doelen voor deze opgave is gekoppeld aan de Bossenstrategie en aan maatregelen voor natte natuur. De opgave voor bossen is onderdeel van het NPLG, net als de opgave (middels water-bodem sturend) om meer te vernatten in en rond natuur. Met behulp van nieuw te realiseren bos en revitalisering van bos wordt CO2 vastgelegd.

Kansen voor leefbaarheid

Perspectief agrarische ondernemers

Samenvatting nationale en provinciale doelen

Het grootste deel van het landelijk gebied is – en blijft – agrarisch. De landbouw is van belang voor ons cultuurlandschap, ons voedsel, onze grondstoffen en de leefbaarheid op het platteland. In lijn met het Beleidskader Landbouw & Voedsel 2030 zetten we in op een agrarische sector in Noord-Brabant die zorgt voor voedselproductie, bijdraagt aan de doelen van bodem, water, biodiversiteit, natuur en klimaatadaptatie én aan de transities naar een circulaire en biobased economie, eiwittransitie en duurzame energie.

In figuur 2.2 is een samenvattend overzicht opgenomen van de nationale en Brabantse doelen en opgaven voor het BPLG. Voor een deel zullen deze nog worden aangescherpt.

De provincie wil waar mogelijk de kansen voor versterking van de leefbaarheid, die kunnen ontstaan met de maatregelen voor het bereiken van bovenstaande doelen, mee nemen, op basis van de huidige provinciale beleidskaders. Bij de uitwerking van het gebiedsprogramma in de gebiedsprocessen worden deze kansen én mogelijke knelpunten in beeld gebracht.

In het BPLG willen we een helder perspectief schetsen voor agrarische ondernemers. Dit doen wij door het bieden van duidelijkheid, het faciliteren van passende transitiepaden, het bevorderen van een reëel verdienvermogen, de ruimtelijke bescherming van geschikte landbouwgronden te onderzoeken en het bieden van milieu(emissie)ruimte.

DE KOERS VOOR BRABANT

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

Doelen Natuur & Stikstof

Water

Uitwerking Brabantse doelen/opgaven

• • • • • • •

30% natuurherstel Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR), met een nationale areaal- en kwaliteitsopgave (in 2030) 50% areaal met stikstof gevoelige habitats binnen N2000 onder de kritische depositiewaarde (in 2025) 74% areaal met stikstofgevoelige habitats binnen N2000 onder de kritische depositiewaarde (in 2030) Areaal opgave voor nieuw bos: 37.400 ha. (in 2030) Resterende opgave areaal voor Natuur Netwerk Nederland (NNN): 40.571 ha. (in 2027) Hydrologische condities N2000-gebieden op orde (in 2027) 10% groenblauwe dooradering (in 2050), waarvan de helft in 2030

•

•

Concentraties nutrienten (P en N) in grond- en oppervlakte-waterlichamen voldoen aan wettelijke normen (in 2027) Concentraties gewasbeschermingsmiddelen in grond- en oppervlaktewaterlichamen voldoen aan wettelijke normen (in 2027) Grondwaterlichamen voldoen aan de norm voor een goede kwantitatieve toestand (in 2027) Beleid, inrichting en beheer aangepast aan veranderend klimaat. Schade en ontwrichting door weersextremen zoveel mogelijk beperken (2050).

•

• • • •

Emissiereductieopgaven broeikasgassen voor veehouderij en akkerbouw: 5 Mton CO2 (in 2030) Emissiereductieopgave methaan voor veehouderij en akkerbouw: minimaal 3,12 Mton CO2 (in 2030) Koolstofvastlegging in bomen/bos/natuur: 0,4 – 0,8 Mton CO2 (in 2030) (te realiseren via bossenstrategie) Koolstofvastlegging in landbouwbodems: 0,5 Mton CO2 (in 2030)

• •

Opgave voor veehouderij en akkerbouw in Noord-Brabant: 0,8 Mton CO2 eq. Streven naar koolstofvastlegging in ‘bomen, bos en natuur’, niet nader gespecificeerd voor Noord-Brabant

•

Geen nationale doelen bepaald, wel richting aan gegeven in kabinetsbrieven. Nadere doelen en afspraken in Landabouwakkoord

•

Perspectief voor hoogproductieve kringlooplandbouw passend binnen het bodemen watersysteem Perspectief voor extensieve, natuur- en landschapsinclusieve landbouw met o.a.: 500 natuurinclusieve boeren in 2030, 15% areaal biologische landbouw en nieuwe teelten (o.a. biobased materialen) Ruimte voor eigen keuzes en ondernemerschap en ondersteuning van de transitie van agrarische bedrijven

• •

Perspectief agrarische ondernemers

19

Uitwerking nationale doelen/opgaven

•

Klimaat

14 MAART 2023

• • • •

• •

• •

Stikstof: een richtinggevende reductieopgave voor ammoniak van 6.957 ton voor landbouw in Noord-Brabant Natuurnetwerk Noord-Brabant (NNB): van totale omvang 129.000 ha, nog 4000 ha te verwerven of van functie te veranderen en nog 8.300 ha in te richten t/m 2027 Opgaven bos: a) ontwikkeling 13.000 ha bos binnen én buiten NNB, en b) 60.000 ha bestaand bos te revitaliseren Hydrologische condities op peil Groenblauwe dooradering: gemiddeld minimaal 10% groenblauwe dooradering van landelijk gebied in 2030, met hogere / lagere % afhankelijk van gebied Nadere afspraken over maximale hoeveelheden te onttrekken grondwater per jaar en bescherming van grondwaterkwaliteit in grondwaterbeschermingsgebieden Verhoging grondwaterpeilen met mogelijk 10 – 35 cm op hoge zandgronden Waterberging: benutten bestaande zoekgebieden en 5 tot 10% ruimte in diepste delen watersysteem reserveren voor waterberging, met beperkingen voor nieuwbouw

Figuur 2.2. Samenvatting van de nationale en Brabantse doelen. DE KOERS VOOR BRABANT

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

2.4 Ontwikkelstrategie op hoofdlijnen Niet alle doelen hebben dezelfde prioriteit. De hoogste prioriteit wordt gegeven aan de doelen die rechtstreeks voortkomen uit (inter)nationale verplichtingen en die al op korte termijn gerealiseerd moeten worden. Dit geldt zeker voor verplichtingen die gericht zijn op het bereiken dan wel instandhouden van een bepaalde kwaliteit of toestand van de leefomgeving. Hier wordt met name gedoeld op de instandhouding van Natura2000-gebieden (het oplossen van de stikstofproblematiek is randvoorwaardelijk voor natuurherstel), de urgente internationale verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water (maatregelen uiterlijk 2027 uitgevoerd) en de klimaatdoelen (2030). Voor internationale verplichtingen met een langere horizon (bijv. VHR-doelen op termijn en klimaatneutraliteit in 2050) is meer ruimte, wat niet wegneemt dat ook deze opgaven omvangrijk zijn en dat extra inzet hierop nodig is. De doelen die voortvloeien uit internationale verplichtingen kunnen waar mogelijk aanvullend worden ondersteund via verplichtingen uit nationale wetgeving (bijv. de Groenblauwe dooradering). De opgaven zijn groot, de onzekerheden talrijk en niet alles kan in de uitvoering tegelijk worden aangepakt. Op basis van de nationale en provinciale doelen en prioriteitstelling ontstaat een ontwikkelstrategie voor het BPLG, die richting geeft aan beleid en uitvoering.

Kern van deze strategie is dat op korte termijn volop wordt ingezet op emissiereductie én natuurherstel in en om N2000-gebieden. Dit is nodig om te voldoen aan de internationale wettelijke verplichtingen op het gebied van natuur en water. In de natuurdoelanalyses (NDA) voor de 15 Brabantse Natura 2000-gebieden is geconcludeerd dat bij alle gebieden het voorkomen van verslechtering niet is geborgd en dat het op termijn behalen van de instandhoudingsdoelstellingen buiten bereik is. Natuurherstel van N2000-gebieden is ook nodig om op korte termijn ontwikkelruimte te creëren voor vergunningverlening, ten behoeve van (agrarische) bedrijven, infrastructuur, woningbouw, energievoorziening en andere maatschappelijke ontwikkelingen.

14 MAART 2023

20

Het gebiedsprogramma BPLG omvat de natuurherstel- en stikstofreductiemaatregelen die we als Noord-Brabant gaan nemen om de natuur te beschermen. Met het maatregelenpakket moet het vereiste niveau van de staat van instandhouding van de verschillende habitats aantoonbaar worden behaald. Na toetsing door de Ecologische Autoriteit is dit de basis voor juridisch geborgde vergunningverlening. Vooruitlopend op het BPLG, werken we de aanvullende benodigde maatregelen (zoals verdere reductie van de stikstofdepositie) zo snel mogelijk uit en starten de uitvoering daarvan op. Het gaat zowel om maatregelen in de gebieden zelf als om maatregelen daarbuiten. De maatregelen zijn divers en gaan onder meer over stikstofvermindering, verdrogingsaanpak/ peilopzet, verzwaard/verbeterd beheer etc. De uitvoering en effecten van de genoemde maatregelen worden gemonitord, zodat we duidelijk hebben wanneer de maatregelen zijn uitgevoerd, de natuur verbetert en vergunningverlening weer mogelijk is. Wij zien de te nemen en benodigde maatregelen als een ‘morele resultaatverplichting’ om de vergunningverlening zo snel als mogelijk weer mogelijk te maken.

Zoals in de Statenmededeling Opvolging van de op 16 december 2022 in Provinciale Staten aangenomen moties 188A, 189, 190, 194A, 196 en onze statenmededeling ‘Stilstaan is geen optie’’ is aangegeven, wordt er momenteel onder andere gewerkt aan een hoofdlijnennotitie waarin op verzoeken om intrekking, aanschrijving en/of handhaving wordt ingegaan. Hierin zal ook nadrukkelijk aandacht zijn voor de kosten van het beleid, omdat de provincie mogelijk te maken krijgt met schadeclaims wanneer zij intrekkingsverzoeken moet toekennen, omdat deze niet gemotiveerd afgewezen kunnen worden. Dit pakket zal, samen met de maatregelen voor de Kaderrichtlijn Water, de kern vormen van het eerste BPLG, dat in juli zal worden gepresenteerd.

DE KOERS VOOR BRABANT

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

14 MAART 2023

21

Belangrijk is dat parallel ook al wordt gewerkt aan het herstel van een veerkrachtig bodem- en watersysteem, dat sturend zal zijn voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Meer water moet worden vastgehouden en de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater moet verder worden verbeterd om de voorwaarden te creëren voor verder bodem- en natuurherstel en het verminderen van droogtegevoeligheid van landbouwgronden. Veel van het bestaande beleid van Noord-Brabant is hierop al gericht en zal worden voortgezet. Een intensivering van de inzet is onder meer nodig gericht op het verhogen van grondwaterpeilen, het vasthouden van water in de bodem door het verwijderen van drainagesystemen en verondiepen of dempen van sloten (op de juiste plekken zoals laagtes op hoge ruggen en rekening houdend met de bodemopbouw) en het verder beperken van grondwateronttrekkingen. In het BPLG van 2023 wordt een eerste aanvullend pakket aan maatregelen opgenomen dat in 2025 wordt herijkt en aangevuld. De ontwikkelmogelijkheden voor aanpassing van de landbouw aan het bodem- en watersysteem, de intensivering van natuur en bos en het benutten van samenhangende kansen voor de leefbaarheid worden vanaf het eerste BPLG al zo voortvarend mogelijk opgepakt om de transitie van het landelijk gebied vorm te geven.

Er wordt al gewerkt aan afronding van het huidige Natuur Netwerk Brabant en natuur- en waterinclusief ruimtegebruik zullen worden geagendeerd om de doelen te bereiken. Om de landbouw ook voor de toekomst een perspectief te kunnen geven, zullen aanpassingen in de hele keten van alle ketenpartners nodig zijn. In het nationale landbouwakkoord waar nu aan wordt gewerkt, zullen de voorwaarden daarvoor moeten worden geschapen. In het BPLG en de herijkingen die in 2025 en 2028 zijn voorzien, zal de betekenis van de voortgang hierin voor Brabant worden uitgewerkt. In hoofdstuk 4 is een overzicht opgenomen van de categorieën van maatregelen waarmee deze ontwikkelstrategie voor Brabant wordt uitgewerkt en uitgevoerd. Daarbij is ook al een eerste indicatieve raming opgenomen van de kosten van het totale maatregelenpakket.

DE KOERS VOOR BRABANT

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

14 MAART 2023

22

Ontwikkelmogelijkheden voor aanpassing landbouw aan bodem- en watersysteem

Emissiereductie van stikstof & broeikasgassen Afstemmen vraag en aanbod ontwikkelruimte landbouw op korte termijn

Benutten samenhangende kansen leefbaarheid

Natuurherstel in én buiten (overgangsgebieden) Natura 2000 gebieden en kwaliteitsherstel grond- en oppervlaktewater Herstel veerkrachtig bodem- en watersysteem, sturend voor ruimtelijke ontwikkelingen Realisatie areaal natuur en bos

2022

BPLG 1 - juli 2023

BPLG 2 - 2025

BPLG 3 - 2028

Figuur 2.3. De ontwikkelstrategie voor de uitvoering voor van maatregelen van hetvan BPLG.maatregelen van het BPLG. Figuur 2.3. De ontwikkelstrategie de uitvoering DE KOERS VOOR BRABANT

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

14 MAART 2023

23

2.5 Brabantse samenwerkingsprincipes De provincie wil samen met alle partners in Noord-Brabant invulling geven aan de nationale en provinciale ambities en doelen en aan de voorgestelde ontwikkelstrategie. De provincie wil de samenwerking met alle partners vormgeven op basis van de volgende principes.

Doelbereik is leidend met ruimte voor (gebiedsgericht) maatwerk De provincie Noord-Brabant wil de nationale en provinciale doelen op het gebied van natuur, stikstof, water en klimaat halen binnen de termijnen die wettelijk zijn vastgelegd. Die doelen kunnen op verschillende manieren worden bereikt en de mogelijkheden in elk gebied of regio om daaraan bij te dragen verschillen. In gebiedsprocessen is er daarom ruimte om samen met partners verschillende maatregelen te verkennen en uit te werken, zolang de optelsom bijdraagt aan het tijdig bereiken van de doelen. De gebieden werken daarmee aan een opdracht met randvoorwaarden waarbij het aan de gebieden is ‘hoe’ zij daar invulling aan willen geven. De wijze en de momenten waarop is voorzien in de monitoring van het doelbereik is uitgewerkt in Hoofdstuk 5. De resultaten van die monitoring zijn bepalend voor de periodieke herijking van de beleidsinzet.

Generiek en gebiedsgericht, vrijwillig vóór dwingend in de instrumentenmix Om de doelen te halen zijn veel verschillende maatregelen en instrumenten nodig. Bij de uitwerking daarvan is een mix nodig van generieke toegepaste maatregelen én gebiedsgerichte maatregelen. De verhouding is nog niet bepaald en is afhankelijk van de effectiviteit van maatregelen. De provincie wil voortvarend doorgaan met de inzet van generieke maatregelen die snel en effectief kunnen worden ingezet en - naar verwachting - sterk bijdragen aan het doelbereik. Maar generieke maatregelen zijn naar verwachting niet genoeg. In aanvulling daarop zullen deze maatregelen in gebieden nader worden uitgewerkt én aangevuld met gebiedsgerichte maatregelen.

DE KOERS VOOR BRABANT

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

De provincie wil samen met alle partners komen tot een gedragen pakket aan maatregelen waaraan iedereen zijn bijdrage levert. Alleen als uit de eerste toetsingen van het doelbereik van de Brabantse programma’s blijkt dat met dit pakket de doelen niet voldoende worden bereikt, zullen meer dwingende maatregelen en instrumenten worden overwogen. Het eerste moment waarop dit wordt overwogen is naar verwachting bij het ijkmoment in 2025, tenzij voor heel specifieke situaties al eerdere overweging noodzakelijk is.

Adaptief werken, afwegen en omwisselen Ook al is het doelbereik leidend; een adaptieve aanpak is noodzakelijk om snel tot uitvoering te komen én tegelijkertijd oog te houden voor veranderende omstandigheden, nieuwe inzichten en innovaties. Dit betekent dat de focus in de besluitvorming voor de korte termijn ligt op die maatregelen die goed passen in meerdere, onzekere scenario’s (‘geenspijt-maatregelen’). En dat tijdig beslismomenten worden bepaald voor keuzes op langere termijn. De ontwikkelstrategie – die voortdurend wordt aangescherpt op basis van nieuwe ontwikkelingen - vormt hiervoor de basis. Alleen als nieuwe maatregelen aantoonbaar een grotere bijdrage aan het doelbereik leveren, kunnen eerder gemaakte afspraken worden aangepast. Hiervoor heeft het Rijk het principe van ‘provinciale omwisselbesluiten’ ontwikkeld. Dit is flexibel en adaptief. Eventuele provinciale omwisselbesluiten worden opgenomen in volgende versies van het BPLG (BPLG 2 in 2025 en BPLG 3 in 2028) of zoveel eerder als mogelijk is.

14 MAART 2023

24

Werken als één overheid, in gedeeld eigenaarschap met democratische legitimatie De provincie Noord-Brabant wil samenwerken met alle partners in gelijkwaardige verhoudingen en met respect voor de verschillen in verantwoordelijkheden. Op het Rijk, de provincie, waterschappen en gemeenten rust de verantwoordelijkheid om als één overheid samen te werken, de inzet af te stemmen en helder en eenduidig over te brengen op de andere partners in Brabant. Werken in gedeeld eigenaarschap betekent dat niet de verschillen in bevoegdheden, maar de bijdrage die elke actor wil en kan leveren bepalend zijn in de samenwerking. Partijen werken daarbij samen op basis van een open agenda; standpunten zijn niet het startpunt, maar het resultaat van gezamenlijke verkenningen (‘joint factfinding’) en samenwerking. Partijen dragen ook evenwichtig bij aan de uitvoering en/of bekostiging van maatregelen. Die bijdragen kunnen bestaan uit geld, maar ook uit andere middelen zoals aanpassingen van beleid, inzet van instrumenten, of organisatiekracht. De democratische legitimatie blijft gewaarborgd; met het BPLG treedt geen verandering op in de formele bevoegdheden van de afzonderlijke partners. De verantwoording richting democratische organen blijft gelijk via de daartoe ingerichte structuren.

Deelnemende overheden in bestuurlijke overleggen organiseren zelf het mandaat, zodat ze namens een organisatie of samenwerkende organisaties hun bijdrage aan het BPLG kunnen inbrengen.

Brabantse solidariteit – allen voor één, één voor allen Alle sectoren in Brabant zullen hun evenredige bijdrage moeten leveren aan het bereiken van de doelen op het gebied van natuur, stikstof, water en klimaat. Dat vraagt inspanningen van alle partners en vraagt van de provincie om een brede blik en inzet bij het bereiken van de doelen. Naast het BPLG zullen ook via andere programma’s en projecten bijdragen moeten worden geleverd. Dit principe houdt ook in dat we terughoudend willen zijn om provinciale doelen vergaand te specificeren voor elk deelgebied. Dit kan ten koste gaan van kansen voor gebiedsgericht maatwerk. Gebieden en regio’s die op basis van gebiedskenmerken meer dan evenredig kunnen bijdragen aan het doelbereik bieden perspectief voor gebieden en regio’s waar die mogelijkheden beperkter zijn. Zo kan invulling worden gegeven aan Brabantse solidariteit tussen sectoren en partners. DE KOERS VOOR BRABANT

3

AGENDA VOOR HET RUIMTELIJK ONTWIKKELPERSPECTIEF

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

In het BPLG worden keuzes uitgewerkt die richting gaan geven aan de ruimtelijke ontwikkeling van het landelijk gebied van Brabant. Het kabinet heeft de provincies een aantal ‘structurerende keuzes’ meegegeven om uit te werken in de gebiedsprogramma’s (zie kader). De provincie Noord-Brabant wil de structurerende keuzes van het rijk in samenhang met het bestaande beleid uitwerken in een ‘Ruimtelijk ontwikkelperspectief’. Dit perspectief bevat alle ruimtelijke uitwerkingen van het BPLG. In deze Houtskoolschets is de agenda beschreven die de provincie als richting voor ogen heeft om dit Ruimtelijk ontwikkelperspectief samen met alle partners in de komende periode te ontwikkelen.

3.1 Agenda voor het ruimtelijk ontwikkelperspectief De agenda voor het Brabantse ruimtelijk ontwikkelperspectief bestaat uit twee delen: 1. Drie ontwikkelingsrichtingen van het landelijk gebied, en 2. Specifieke opgaven voor gebiedsgerichte invulling van deze ontwikkelingsrichtingen. De drie ontwikkelrichtingen geven richting aan de toekomst van het landelijk gebied van Brabant. Samen zijn deze gebiedsdekkend voor de hele provincie. Naast de invulling van deze ontwikkelrichtingen zullen enkele specifieke opgaven in samenhang met unieke gebiedskwaliteiten worden uitgewerkt. Met deze agenda - en de onderstaande toelichting daarop - wil de provincie inhoudelijk richting geven aan de gesprekken met de Brabantse partners in de komende maanden en jaren. Hoewel de agenda tot doel heeft richting te geven, is deze ook open; samen met onze partners willen we de ontwikkelrichtingen en specifieke opgaven uitwerken op weg naar een kaartbeeld en concrete maatregelen.

14 MAART 2023

26

Structurende keuzes van het kabinet Het kabinet heeft in het Ontwikkeldocument NPLG alle provincies een aantal ‘structurerende keuzes’ meegegeven om ruimtelijk uit te werken in de gebiedsprogramma’s. Ook de kabinetsbrief ‘Water en Bodem sturend’ van 25 november jl. geeft richtingen mee. De structurerende keuzes van het kabinet uit beide documenten kunnen als volgt worden samengevat: • Overgangsgebieden rondom stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, waarin het landgebruik en waterpeil een bijdrage moeten leveren aan natuurherstel; • Bufferzones langs beekdalen op hoge zandgronden; • Inpassing van het areaal agrarische natuur, landschapsgrond en nieuwe natuur; • Ruimte voor waterberging; • Waterbeschikbaarheid van verzilte gebieden; • Invulling van 10% groenblauwe dooradering; • Bescherming van bruikbare landbouwgrond om vruchtbare landbouwgrond te behouden voor de landbouw en voldoende grond beschikbaar te houden voor de extensiveringsopgave en agrarisch natuur- en landschapsbeheer; • Structurerende keuzes om water en bodem sturend te laten zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling. Het Rijk geeft volksgezondheid, dierziekten & zoönosen, geurhinder en fijnstof als meekoppelende structurerende keuzes mee.

AGENDA VOOR HET RUIMTELIJK ONTWIKKELPERSPECTIEF

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

3.2 Ontwikkelingsrichtingen van het landelijk gebied De drie ontwikkelingsrichtingen voor het landelijk gebied van Brabant bestaan uit: 1. Versterking van de natuur; 2. Ontwikkeling Overgangsgebieden ‘natuur-water-extensieve landbouw’. 3. Perspectief voor de landbouw.

1. Versterking van de natuur Toelichting: Het Natuurnetwerk Brabant (NNB) is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar zijn verbonden. De N2000-gebieden en natte natuurparels behoren tot het NNB. Bestaand / nieuw beleid: Het NNB is bestaand beleid en onderdeel van de afspraken die Rijk en provincies hebben gemaakt.

14 MAART 2023

27

B. Overgangsgebieden rondom natte natuurparels Toelichting: Dit zijn zones waarvan de waterhuishoudkundige situatie de grootste invloed heeft op de natte natuurparels. Ingrepen als ontwatering, hoogte van (grond)waterpeilen, drainage en beregening zorgen in deze gebieden voor een negatief effect op de natuur. Herstelmaatregelen - hogere peilen, verminderen van onttrekkingen, verminderen van drainage – zullen het meeste en snelste een positief effect sorteren. Per natte natuurparel en natuurdoeltype kan de impact en de zone verschillen. Indicatief hanteren we nu zones van circa 500 meter rondom de natte natuurparels, op basis van de huidige attentiezones waterhuishouding in de IOV van de provincie. Bestaand / nieuw beleid: Deze overgangsgebieden zijn bestaand beleid met verschillen in doorwerking. Het ‘tegengaan van verslechtering’ is al vastgelegd in beleid én verankerd in de IOV. Het ‘actief uitvoeren van herstelmaatregelen’ is wel al vastgelegd in beleid, maar nog niet verankerd in de huidige IOV.

2. Ontwikkeling van overgangsgebieden A. Overgangsgebieden rondom N2000-gebieden Toelichting: Deze overgangsgebieden staan in dienst van natuurherstel van het N2000gebied. Maatregelen kunnen onder andere betrekking hebben op hydrologie en gebruiksregels vanuit waterkwaliteit (zoals gebruik bestrijdingsmiddelen). Ter versterking van hydrologische randvoorwaarden voor natuurherstel wordt rekening gehouden met zones rondom N2000-gebieden. Op weg naar het eerste BPLG van 1 juli zullen mogelijke omvang en ligging van de indicatieve zones per gebied worden verkend. Bestaand / nieuw beleid: De aanduiding van overgangsgebieden vloeit voort uit een structurerende keuze in het NPLG en kan gaan leiden tot nieuw beleid voor de provincie. In het beleidskader Natuur 2030 en de bijbehorende Uitvoeringsagenda is vastgesteld dat “randzones/overgangsgebieden” rondom de Natura 2000-gebieden van cruciaal belang zijn voor het behalen van de N2000-doelstellingen binnen de gebieden en dat maatregelen daarvoor moeten worden uitgewerkt. Uit de nadere verkenning moet blijken of en op welke wijze deze overgangsgebieden worden opgenomen in nieuw beleid. AGENDA VOOR HET RUIMTELIJK ONTWIKKELPERSPECTIEF

HOUTSKOOLSCHETS BPLG • PROVINCIE NOORD-BRABANT

C. Herstel van beken met bufferzones Toelichting: Dit is een richtlijn die voortkomt uit het Addendum 7e Nitraat Actieprogramma (NAP) en vraagt zonering rondom beken. De precieze invulling van die zonering zal worden verkend. Mogelijke maatregelen kunnen bestaan uit beperkingen ten aanzien van het gebruik van mest en gewasbeschermingsmiddelen. Ook moet rekening worden gehouden met hogere (grond)waterpeilen. Deze maatregelen bieden kansen voor extensieve graasdierhouderij, door lagere gronddruk. Bestaand / nieuw beleid: Het Addendum 7e NAP is bestaand rijksbeleid. De uitwerking en verankering daarvan kan leiden tot nieuw provinciaal beleid en mogelijke vertaling in een verordening of regels. Relatie met het instrument ‘Groenblauwe mantel’ Voor het instellen van overgangsgebieden en bufferzones kan gebruik gemaakt worden van het instrument ‘Groenblauwe mantel’. De ‘Groenblauwe mantel’ is een ruimtelijk concept rondom het Natuurnetwerk Brabant gebaseerd op waarden op het gebied van natuur en water. Hier komen bijzondere planten en dieren voor, waarvan sommige onder de VHR vallen zoals wespendief en kamsalamander die ook in aangrenzende N2000gebieden voorkomen. De Groenblauwe mantel is bestaand beleid van de provincie en is opgenomen in de IOV. De Groenblauwe mantel overlapt voor een groot deel met bovenstaande overgangsgebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=d5e81fec-1c26-40e7-8d9f-e7644caf5b1f