CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindconcept verkenningsdocument GGA Brabantse Wal.pdf

Themabijeenkomst 30 maart 2023, gemeente woensdrechtBij agendapunt: 19.50-20.30 uur: Tijdslijn stikstof gerelateerde rechterlijke uitspraken en ontwikkelingen13.155 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

i

\

I I I \

Verkenning gebiedsgerichte aanpak Brabantse Wal Versie 10-11-2022 \\ \

Ŵ»ļ8ÿ f ,*v-V ' mm íïŹĨt?

ŽāQflť ,ą J* ^

’ ’ .

av3@I

íŕ

.V

řfc*' : 1

rnĚÊm ; {WBaĮ ír jį

i ,-ŕ î

Inhoudsopgave

MIs

Voorwoord Samenvatting H1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel en scope van de verkenning 1.3 Afbakening gebied 1.4 Aanpak van de verkenning

H2. Gebiedspartners 2.1 Gebiedspartners 2.2 Belangen gebiedspartners

H3. Gebiedsbeschrijving 3.1 De Brabantse Wal: over het gebied 3.2 Grondposities 3.3 Lopende projecten in beeld

H4. Opgaven Brabantse Wal 4.1 Herstel hydrologisch systeem 4.2 Natuurherstel 4.3 Perspectief voor de landbouw 4.4 Stikstofreductie 4.5 Overige opgaven 4.6 De gebiedsschets: kansen en schuurpunten in beeld 4.7. Korte termijn: 'no-regret' maatregelen

3 3 3 4 5

6 6 7

8 8 10 11

12 13 15 18 21 24 26 28

H5. Conclusies GGA-verkenning Brabantse Wal

30

H6. Doorkijk naar visievorming

31

6.1 Afronding verkenningsfase 6.2 Resultaat visievormingsfase 6.3 Inzet gebiedspartijen 6.4 Aanbevelingen richting visievormingsfase

Bijlage: Bronnenlijst

31 31 31 32

34

H1. Inleid

Wfġk

1.1 Aanleiding

1.2 Doel en scope van de verkenning

In Noord-Brabant is onder regie van de provincie de Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) uitgerold. In deze aanpak wordt gebiedsgericht gewerkt aan voldoende schoon water, schone lucht en een gezonde bodem. Daarnaast is het ontwikkelen van perspectief voor de landbouw een belangrijk doel van de GGA én is er aandacht voor andere opgaven zoals de stikstofproblematiek, energietransitie en duurzame verstedelijkingsopgaven. Het Natura 2000gebied Brabantse Wal is één van de 17 gebieden waar een GGA-proces loopt.

Het doel van deze verkenning is een beeld te geven van de huidige situatie van de Brabantse Wal: het is een foto van het nu. De verkenning brengt beleids- en gebiedsopgaven in beeld, evenals de initiatieven en projecten die nu al lopen in het gebied. In de verkenning staan feiten beschreven, worden kansen en schuurpunten benoemd en aanbevelingen gedaan voor de visievormingsfase. Er is alleen informatie verwerkt die al beschikbaar is. Er zijn dus geen nieuwe onderzoeken gedaan. De hoeveelheid opgaven en initiatieven die er al zijn, geeft meteen aan hoe complex en veelzijdig het gebied is. Dit betekent ook dat de informatie in dit document kort en bondig is opgeschreven en niet uitputtend is. De verdiepingsslag vindt in de visievormingsfase plaats.

In 2020/2021 heeft een eerste verkenning (pré-verkenning) voor Natura 2000-gebied Brabantse Wal plaatsgevonden. De provincie heeft MLG gevraagd om voor dit gebied focus aan te brengen op de reeds uitgevoerde verkenning en aan te vullen met bekende informatie over natuur, landbouw en water. De gebiedsgerichte uitwerking vraagt om een enorme inspanning van de decentrale overheden, maatschappelijke organisaties, grondeigenaren en grondgebruikers. MLG heeft zorg gedragen voor de coördinatie en het uitvoeren van deze verkenning samen met het gebied en heeft beschikbare informatie samengevat in voorliggend document. Dit document dient naast de pré-verkenning en de eerder opgestelde Klimaatonderlegger (zie bijlage 5 en 6) als input voor de visievormingsfase. Het traject van deze verkenningsfase liep van mei tot en met oktober 2022.

M's

Gedurende het gehele traject is regelmatig afstemming geweest met de gebiedspartners, vertegenwoordigd in een begeleidingsgroep en een stuurgroep. Tevens is rekening gehouden met de verschillen en overeenkomsten tussen de gebiedspartners. Elke gebiedspartner heeft immers eigen opgaven, projecten en wensen. Ook is niet iedereen op hetzelfde moment "in de rijdende GGA-trein gestapt". Het maken van keuzes hoe om te gaan met de beleids- en gebiedsopgaven én het duiden van mogelijke oplossingsrichtingen gebeurt in de volgende GGA-fase: de visievormingsfase. Die fase valt buiten de scope van deze verkenning. Er worden wel aanbevelingen gedaan voor het vervolg.

1.3 Het Natura 2000-gebied J

Gedurende het proces van de GGA-verkenning is regelmatig afstemming geweest met de gebiedspartners. Samen is gesproken over de opgaven op de Brabantse Wal en de schil daaromheen.

Het Natura 2000-gebied Brabantse Wal ligt in het zuidwesten van Brabant en strekt zich uit van de bossen ten oosten van Bergen op Zoom tot aan de Belgische grens bij Putte. Kenmerkend zijn de statige landgoederen, de uitgestrekte bossen en heidevelden, verschillende vennen, graslanden en zandverstuivingen. De ligging op de grens van de Brabantse hogere zandgronden en het Zeeuwse kleigebied zorgt voor gradiënten in het landschap en verschillende ondergronden, waardoor er een grote verscheidenheid aan planten en dieren voorkomt. De ligging van het Natura2000-gebied is te zien op de volgende pagina.

3

IVS#' 1.4 Afbakening gebied

GGA Brabantse Wal

Legenda Roosendaal

ĽJ Afbakening (8km schil) Landsgrens I

I Bevolkingskernen

I

I N2000 Brabantse Wal

Bergen op zoom

Overige N2000-gebieden

Woensdrecht/ Hoogerheide

Ossendri

1:160.000 Ondergrond: Openstreetmap Datum: 03-08-2022 Referentienr: P0227/NG/V1 MLG Gebiedsontwikkeling W: www.ml-g.nl E: info@ml-g.nl T: 06-13986671

Focusgebied GGA-verkenning Brabantse Wal

Mig

it

Veel van de beleids- en gebiedsopgaven in de Brabantse Wal zijn gericht op het behalen van de Natura 2000doelen. Om deze doelen te kunnen behalen, is het noodzakelijk om ook naar maatregelen in de schil rondom het gebied te kijken. Daarom is voor deze verkenning een focusgebied bepaald, waarbij we breder hebben gekeken dan enkel het Natura 2000gebied. Dit focusgebied is gebaseerd op de hydrologische beïnvloedingszone, voortkomend uit de beschermingszones van het beregeningsbeleid, wat voor dit gebied een straal van 8 kilometer rondom het gebied inhoudt (Jonkvorst, Smit, & Verbeek, 2014). Alle gebiedspartners zijn het erover eens dat deze begrenzing een erg groot gebied beslaat, maar dat deze afbakening voor deze fase voldoet. Om het behapbaar te houden, is er samen voor gekozen om ons te beperken tot beleidsopgaven die gelden voor het Nederlandse deel van dit focusgebied. Een aantal Belgische partners zitten echter al wel aan tafel. Dit is belangrijk, omdat er veel grensoverschrijdende natuur aanwezig is in dit focusgebied en stikstofdepositie en waterstromen niet ophouden bij de grens. We hebben elkaar nodig. De afbakening van het gebied is hiernaast weergegeven op een kaart. Voor de volgende GGA-fase, de visievormingsfase, is het raadzaam te werken met kleinere logische deelgebieden. Deze kunnen samen met de gebiedspartners worden bepaald.

1.5 Aanpak van de verkenning Gedurende dit GGA-proces is veel inzet geweest vanuit de gebiedspartners, wat erg belangrijk en bepalend is geweest voor de uitkomsten van deze GGA-verkenning en ook een grote toegevoegde waarde is ten opzichte van de pré-verkenning. In deze verkenning staan vooral de inhoudelijke resultaten beschreven, maar het proces heeft ook gezorgd voor een stevige basis voor samenwerking voor de volgende GGA-fasen.

Stap la: Verhelderen

nventanseren Si analyseren geleverde info pré-verkenning

Korte gesprekken met leden begeleidingsgroep

Ambtelijke startbijeenkomst (digitaal)

Werkwijze Om tot dit verkenningsdocument te komen, zijn samen met de gebiedspartners verschillende stappen doorlopen. Deze zijn te zien in het schema hiernaast. In stap 1 is onderling kennisgemaakt, zijn verwachtingen uitgesproken, is informatie opgehaald over en vanuit de pré-verkenning en heeft het MLG-projectteam zich ingelezen en laten rondleiden door het gebied. Ook zijn met een aantal gebiedspartners één op één gesprekken gevoerd. Vervolgens zijn in stap 2 themasessies georganiseerd rond de onderwerpen 'ruimtelijke ontwikkeling', 'natuur & water' en 'landbouw'. Tijdens deze themasessies is veel informatie opgehaald vanuit de gehouden pitches en zijn ook al enkele ontwikkelingen weergegeven op kaart. Deze informatie is uitgewerkt in drie themakaarten, die in stap 3 tijdens de gebiedsgerichte schetssessie zijn voorgelegd en aangevuld (zie themakaarten in bijlage 7). De landschapsarchitect was ook bij deze sessie aanwezig en samen is een eerste aanzet gemaakt voor de concept gebiedsschets. Bij de stap 4 is alle informatie verwerkt in dit document, is deze in concept voorgelegd aan de begeleidingsgroep én bestuurlijk besproken in de stuurgroep. Tijdens stap 3 en 4 zijn in een kleiner bestuurlijk overleg de voortgang en wensen besproken rondom deze GGA en de op te leveren documenten.

Oktober 2022 is, gedurende stap 5, dit verkenningsdocument met bijlagen, de gebiedsschets en de intentieverklaring opgeleverd.

Stap lb Herstart

Stap 2: Ophalen

Stap 3: De en

Stap 4: Koers bepalen

Stap 5: Borgen

Kennismaking MLG-BO BW

Drie themasessies Interne schetssessie MLG

Gebiedsbrede schetssessie

Bestuurlijke bijpraatsessie Opstellen verkenningsdocument

Documenteren en oplevering

Resultaat; Inventarisatie van reeds verzame de informatie en inzicht in voorafgaande proces

Resutaat Rollen, taken en vervolgproces zijn voor alle gebiedspartners helder

Resultaat: V Opgehaalde informatie als input voor een gebiedsschets

Resultaat: Een gedragen gebiedsschets

Resultaat: Een gedragen verkenningsdocument Afspraken over de invulling van de bestuurlijke besluitvorm! Resu taat: Opgeleverd verkenningsdocument en intentieverklaring

Groei Vertrouwen

Aanpak en werkwijze GGA-verkenning Brabantse Wal 5

iYlflţj

H2. Gebiedspartners 2.1 Gebiedspartners Gedurende het gebiedsproces is actief afstemming geweest met de gebiedspartners. Hieronder staat een overzicht van de betrokken partners in de stuur- en begeleidingsgroep. Met Brabant Water is contact geweest. Zij laten in de volgende fase van het GGA-proces weten of zij aanhaken. Gemeente Steenbergen is tijdens de verkenning niet betrokken geweest, maar het is goed om deze partij tijdens de visievormingsfase wel te benaderen. Stuurgroep

Provincie Noord-Brabant: Gemeente Woensdrecht: Gemeente Bergen op Zoom: Gemeente Roosendaal: Evides: Waterschap Brabantse Delta: Brabants Landschap: Staatsbosbeheer: Natuurmonumenten: Grenspark Kalmthoutse Heide: Brabants Particulier Grondbezit: Stichting AnBeRo (i.o.): ZLTO: Agrarische Natuur Vereniging Brabantse Wal: Collectief ANB West-Brabant: Brabants Agrarisch Jongeren Kontact: Rijksvastgoedbedrijf/Defensie:

Begeleidingsgroep

Erik Ronnes Steven Adriaansen en Rainier Schuurbiers Hans-Peter Verroen en Frank Petter Klaar Koenraad Maaike van de Ven-Glastra Alwijn ten Cate Joris Hogenboom Jan Fenten Dorina Willemse Martin Groffen Etienne Schoenmakers Jean-Benoît Cogels Remco Beekers Henk Roefs, Ad Backx Ad Backx ? Franka Teunissen

Provincie Noord-Brabant: Gemeente Woensdrecht: Gemeente Bergen op Zoom: Gemeente Roosendaal: Evides: Waterschap Brabantse Delta: Brabants Landschap: Staatsbosbeheer: Natuurmonumenten: Grenspark Kalmthoutse Heide: Brabants Particulier Grondbezit: Stichting AnBeRo (i.o.): ZLTO: Agrarische Natuur Vereniging Brabantse Wal: Collectief ANB West-Brabant: Brabants Agrarisch Jongeren Kontact: Rijksvastgoedbedrijf/Defensie: Radboud Universiteit:

Yvonne de Hond Rutger Meijer Ward Vansteelandt en Nigel Dierks Perry van Kempen Mieke Hulshof Stan Avontuur Bart Pörtzgen Albert Goorden Ilona Baeten Jan Weverbergh Neeltje Hermus Anton Vos Patrick van de Rijdt Henk Roefs, Ad Backx Ad Backx Pieter Potters Michiel Huijbregts Pieter Zwaan

Agendaleden begeleidingsgroep:

Bosgroep Zuid Nederland: Hans van Lommel 6

2.2 Belangen gebiedspartners

MIs

TBO's en Grenspark:

a a " " " "

Behouden, herstellen en ontwikkelen van natuur door behalen van natuur- en waterdoelen (KRW, NNB, N2000,EU natuurherstelwet, etc.) Hydrologisch herstel: kwalitatief en kwantitatief Verminderen invloed stikstof op natuur Goede samenwerking rond natuur in de grensstreek Goede balans tussen recreatie en natuur Aandacht voor (herstel van) landschappelijke kwaliteiten

Defensie:

" "

Kunnen voortzetten van militaire activiteiten op de Brabantse Wal Herinrichting en verplaatsen terreinen

Provincie Noord-Brabant:

" " " " "

Gezamenlijke aanpak groenblauwe opgaven met gebiedspartners Behalen Natura 2000 en KRW doelen Realisatie van Natuur Netwerk Brabant Herstel vitale bodem Duurzaam landbouwperspectief

Gemeenten:

" " " "

Structuur en samenhang in de gebiedsprocessen en in de samenwerkingen Behalen EVZ-opgaven Toekomstperspectief en duurzame inrichting voor natuur en landschap, wonen en werken (met bedrijvigheid, waaronder landbouw, toerisme, recreatie en cultuurhistorie) Goede leefomgeving voor wonen, werken en verblijven; excellent wonen met hoge kwaliteit van stadwijken/dorpskernen in een groene omgeving

Particuliere eigenaren/landgoedeigenaren:

" " " "

Behoud toekomstperspectief en gezonde bedrijfsvoering landgoederen binnen huidige wetgeving Behoud rust en versterken biodiversiteit (Balans natuur en recreatie) Hydrologisch herstel Behoud en ontwikkeling erfgoed

Waterschap Brabantse Delta:

" " " "

Behalen KRW-opgaven Behalen EVZ-opgaven Verbeteren hydrologische situatie in het gebied t.a.v. natuur, landbouw en klimaat Verbeteren waterkwaliteit

Evides:

" "

Voldoende water van goede kwaliteit voor de bereiding van drinkwater Klimaat robuust systeem op de Brabantse Wal

Landbouworganisaties:

"

Inzicht in, creëren én behoud van ontwikkelingsperspectief voor bedrijfsvoering agrarische ondernemers 7

H3.I Ģebiedsbeschrijving

MIs

3.1 De Brabantse Wal: over het gebied Landschap en natuur

Landbouw

Het Natura 2000-gebied Brabantse Wal ligt op de grens met België en is gelegen in drie gemeenten: Woensdrecht, Bergen op Zoom en Roosendaal. Het gebied is in totaal 4874 hectare groot. De ondergrond van de Brabantse Wal is zeer divers en kent een evenzeer gevarieerde geologische samenstelling (bodemsamenstelling) met bijbehorend watersysteem. De 'wal' bestaat uit hoger gelegen zandgronden met aan de westzijde steile hellingen, ontstaan door o.a. de eroderende werking van de Schelde. Bovenop de wal komen bossen, droge en natte heiden, landbouwontginningen, kleine stuifzanden en enkele van Brabants grootste vennen voor. Vlak onder de zandlagen zijn klei- en leemafzettingen te vinden. Dit maakt dat op sommige plekken plaatselijk regenwater stagneert. Hierop zijn vennen gevormd als het Groote Meer en het Kleine Meer. Op sommige plekken liggen de leemlagen zo dicht aan de oppervlakte dat deze winbaar waren, zoals bijvoorbeeld de Leemputten bij Ossendrecht. Aan de voet van de wal, het deltagebied, is een (zee)kleigebied en hier komen kwelrijke poldergebieden voor die buiten de Natura 2000-begrenzing vallen. In het verleden heeft in het gebied turfwinning plaatsgevonden, wat nog steeds zichtbaar is in het landschap. Verder wordt het gebied gekenmerkt door steilranden met daar loodrecht op enkele beekdalen.

Het grootste gedeelte van het gebied is aangemeld onder de Vogelrichtlijn (4824 hectare). Een kleiner, zuidelijk gelegen, deel van het gebied valt onder de Habitatrichtlijn (1775 hectare) (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (a.), z.d.).

De landbouwbedrijven in het focusgebied van de Brabantse Wal liggen verspreid in het gebied, ook wat betreft type bedrijven. Grofweg kan worden gezegd dat er vooral akkerbouw en veehouderijen te vinden zijn op de kleigronden en een mengeling van tuinbouw, akkerbouw en veehouderijen op de zandgronden. Verder liggen rondom Woensdrecht enkele meer grootschalige, intensievere ^ veehouderijen. Rondom Roosendaal liggen grotere tuinbouwbedrijven met zacht-fruitteelt. De gemengde veehouderijen van vroeger, die vooral bestonden uit een combinatie van (meerdere)—^ veehouderijtakken en akkerbouw, zijn fors verminderd in het gebied. Nu zijn er specialistische tuinbouwbedrijven, bijvoorbeeld in de groenteteelt (omgeving Ossendrecht-HuijbergenHoogerheide) of zacht-fruit soorten (omgeving Roosendaal). Deze bedrijven zijn groot met deels een lokale afzetmarkt en bedrijven in de omgeving zijn hieraan gekoppeld (bv. verpakkings- en loonbedrijven) (bron: verslag themasessie landbouw (bijlage 1.4) en mondelinge mededeling ZLTO).

Landgoederen

Van oudsher komen op de Brabantse Wal veel landgoederen voor, die nog steeds goed zichtbaar zijn in het landschap. De Brabantse Wal wordt gekenmerkt door landerijen die tussen de bossen liggen. De oudste landgoederen liggen in het noordwesten van het gebied en zijn al in de 17de eeuw aangelegd: Zoomland, Lievensberg en Mattemburgh. De landgoederen hebben in het verleden onder andere een groot aandeel gehad in het ontginnen van de woeste gronden in het gebied (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (a.), z.d.).

Relatief veel van de bedrijven die in het gebied liggen zijn er al van oudsher, met jonge bedrijfsopvolging, die zich willen doorontwikkelen. De agrariërs in het gebied zijn gedreven en willen graag verder, maar in het gebied is ook een relatief klein aandeel (mogelijke) stoppers aanwezig. Redenen voor een agrariër om te stoppen zijn bijvoorbeeld de onzekere toekomst in relatie tot verdere regulering, maar ook omdat er soms geen opvolging is. De landbouw staat niet stil en ontwikkelt zich richting een steeds duurzamere landbouwpraktijk, onder andere door middel van precisielandbouw, investeringen in de bodemgezondheid, aandacht voor biodiversiteit etc. (bron: verslag themasessie landbouw (bijlage 1.4) en mondelinge mededeling ZLTO).

Dennenbos op zandgrond nabij Woensdrecht

8

-

Mls

Grond- en oppervlaktewater

Stedelijk gebied

Het watersysteem van de Brabantse Wal, zeker in de ondergrond, is complex. Doorlatende en ondoorlatende lagen wisselen elkaar af, waardoor schijngrondwaterspiegels ontstaan. De vennen in het gebied zijn ontstaan daar waar zeer ondiepe leemlagen in de bodem aanwezig zijn. Een deel van de neerslag zijgt de bodem in, een ander deel stroomt oppervlakkig af richting de vennen of verder naar de polders. Naast de vele vennen, is een beperkt aantal waterlopen aanwezig in het gebied. Hiervan is een deel gegraven ten behoeve van afwatering, zoals de Bleekloop en de Zoom. De waterlopen voeren alleen water af in natte perioden, voornamelijk westwaarts. Ze staan een groot deel van het jaar droog. Pas aan de voet van de wal worden de waterlopen permanent watervoerend. Het overschot aan neerslag en kwelwater op de wal komt in de kleipolders omhoog (zie préverkenning, bijlage 5). De Brabantse Wal en het gebied aan de voet van de Wal (Gebied tussen de Wal en de Schelde en het Markiezaatsmeer) zijn in meerdere opzichten hydrologisch sterk met elkaar verbonden. Het gaat hierbij zowel om de waterkwaliteit als waterkwantiteit. Er stroomt jaarlijks gemiddeld 30 miljoen m3 water (kwel en hemelwater) vanaf de Brabantse Wal ongebruikt de Westerschelde in. (bron: Verkenning van Visser Waterbeheer en Witteveen en Bos uit 2021)

Het focusgebied Brabantse Wal ligt binnen de gemeente Bergen op Zoom, Woensdrecht en Roosendaal en aan de noordzijde een klein gedeelte gemeente Steenbergen. Binnen deze gemeenten wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. In de wijdere omgeving liggen de grotere steden Rotterdam en Antwerpen. Vanuit de gemeenten ligt de wens om de stedelijke kernen uit te breiden, zowel binnenstedelijk als met een groener profiel (zie préverkenning, bijlage 5). Vliegbasis Woensdrecht

In het gebied ligt vliegbasis Woensdrecht. Het betreft drie zelfstandige onderdelen: Opleidingen Koninklijke Luchtmacht (OKLu), het Logistiek Centrum Woensdrecht (LCW) en de Luchtmacht Meteorologische Groep (LMG). Verder wordt het terrein van de vliegbasis gebruikt voor regulier onderhoud aan toestellen én voor testvluchten. Fokker Services is medegebruiker van de start- en landingsbaan, diensten verkeertoren, brandweer en geneeskundige dienst op vliegbasis Woensdrecht (zie préverkenning, bijlage 5).

Binnen het focusgebied wordt grondwater onttrokken voor drinkwater, de landbouw (beregening), industrie, gebruik bij recreatie en voor privégebruik bij woningen en in tuinen. Er liggen negen grondwaterwinningen voor de bereiding van drinkwater, te weten Ossendrecht, Huijbergen, Bergen-op-Zoom, Halsteren, Wouw en Roosendaal aan Nederlandse zijde en Essen, Kapellen en Wuustwezel aan Vlaamse zijde. Ook is er één in voorbereiding, nabij Kruisland, door Brabant Water. Er zijn daarnaast 21 grote onttrekkingen ^150 000 m3j (miljoen kuub) voor de industrie, allemaal aan Vlaamse zijde. De kleine onttrekkingen (c150 000 m3/)') voor beregening, industrie, recreatief en huishoudelijk verbruik liggen verspreid over het hele focusgebied en daarvan zijn er honderden. In totaal wordt er ordegrootte 53 tot 60 Mm3Tjaar grondwater onttrokken vanuit voornamelijk het middeldiepe en diepe pakket. Exacte getallen zijn niet beschikbaar mede omdat kleine onttrekkingen niet goed in beeld zijn. Dit komt omdat een deel illegaal is aangelegd, een deel niet vergunningplichtig is en omdat de kleine onttrekkingen niet (hoeven te) worden bemeterd (zie ook de memo grondwateronttrekkingen, bijlage 4).

Water speelt een belangrijke rol in het gebied Brabantse Wal.

9

3.2 Grondposities Grondeigendommen in het focusgebied van de Brabantse Wal zijn versnipperd. Daarnaast is er een hoge gronddruk en een complexe ruimtevraag. Gebiedspartners die grond in het bezit hebben zijn: TBO's, landgoedeigenaren/particuliere eigenaren, agrariërs, drinkwaterbedrijven, Defensie en een aantal andere partijen. Terrein beherende organisaties (TBO's) Brabants Landschap heeft vooral gronden in bezit in het noorden van het gebied. Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer hebben daarentegen vooral gronden in het zuiden van het gebied in eigendom, rondom bijvoorbeeld de Kalmthoutse Heide. Landgoedeigenaren De eigendomspositie van de landgoedeigenaren in dit gebied is bijzonder in vergelijking met andere gebieden. Van oudsher is de Brabantse Wal namelijk een gebied met veel landgoederen. De vier grootste landgoederen zijn de Groote Meer, Putse Moer, Bieduinen en Bieduinenhof. Samen beslaan deze landgoederen meer dan 1500 hectare. Daarnaast zijn er nog zeker 10 landgoederen op de Brabantse Wal met een omvang van 10-100 hectare. Drinkwaterbedrijven Evides heeft op dit moment drie winningen op de wal, namelijk rondom Halsteren, Huijbergen en Ossendrecht. De kernzones van de waterwingebieden heeft Evides zelf in eigendom, om schoon water te borgen. Evides heeft ongeveer 300 hectare grond in eigendom. Een deel daarvan wordt door anderen, bv.

TBO's gepacht (bron: Themasessie natuur & water). Brabant Water heeft ook winningen in het focusgebied Brabantse Wal: ten zuiden van Bergen op Zoom, ten westen van Wouw en ten zuiden van Roosendaal (zie kaart watersysteem, bijlage 7).

Agrariërs De meeste agrariërs hebben gronden in de schil rondom het Natura-2000 gebied, maar er zijn ook agrariërs met gronden op de wal zelf. Er is onderscheid te maken in vooral akkerbouw, tuinbouw en grasland (veeteelt) (zie kaart Landbouw & natuur, bijlage 7). Defensie De vliegbasis en aanverwante terreinen (Aviolanda) liggen tussen het Natura 2000gebied Brabantse Wal. Daarnaast zijn zij opzoek naar een nieuw oefenterrein in het gebied. Overig Waterschap Brabantse Delta heeft een aantal watergangen in eigendom. Provincie Noord-Brabant heeft daarnaast enkele percelen in eigendom ten noorden van Putte, ten zuiden van Ossendrecht én ter hoogte van de landbouwenclave Jagersrust. De gemeenten hebben zelf weinig eigendommen in het gebied, behoudens de openbare ruimte in stedelijke gebieden. Gemeente Bergen op Zoom heeft verder ook rondom Lievensberg en de Bergse Heide grond in eigendom.

Vliegbasis Aviolanda, eigendom van Defensie

10

3.3 Lopende projecten in beeld Binnen het focusgebied Brabantse Wal zijn door de gebiedspartijen al veel projecten opgepakt. Belangrijk is dat deze in volle vaart doorgaan en niet stil komen te liggen in afwachting van de uitkomsten van het hele GGA-proces. In onderstaande tabel staat een overzicht van projecten in het focusgebied die door de gebiedspartners zijn ingebracht: deze is zeker niet uitputtend. '\f*r įi.fř* 14 -'i “

Projecten die naast het GGA-proces in het gebied lopen Opstart Pilot Grensoverschrijdende Stikstofaanpak België-Nederland Masterplan Grenspark Kalmthoutse Heide Project Water tussen Wal en Schelde Hydrologisch onderzoek Kruisland (door Brabant Water) Ecohydrologische studie (contouren Grenspark) Kansenkaart bijenlandschap West-Brabant Project Boerenbodem van Brabants Landschap (samen met agrariërs kijken wat kan worden gedaan voor de biodiversiteit in het gebied) įSm Project Zebra (windmolenpark)

SįgSňb

mm

Landschapsbiografie Grenspark met landschapsecologische systeemanalyse (LESA)

11

H4. Opgaven Brabantse Wal In het GGA-gebied Brabantse Wal spelen zowel beleidsopgaven als gebiedseigen opgaven. Beleidsopgaven aangereikt en voortvloeiend uit Europees- rijks- en provinciaal beleid en gebiedseigen opgaven voortvloeiend uit samenwerking tussen de gebiedspartners en regionaal en gemeentelijk beleid. De opgaven zijn o.a. opgehaald door middel van themasessies, waarbij de gebiedspartners ieder tijdens een pitch hebben laten zien wat hun visie, doelen en opgaven zijn. Daarnaast komen er beleids- en gebiedsopgaven bij in de loop der tijd, waardoor ook tijdens de visievormingsfase gekeken moet worden of er aanvullingen zijn. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste beleids- en gebiedseigen opgaven beschreven rondom de volgende hoofdthema's vanuit de GGA: ^ Herstel hydrologisch systeem ^ Natuurherstel ^ Perspectief voor de landbouw Daarnaast worden opgaven benoemd voor thema's die ook uitdrukkelijk aandacht behoeven in dit GGA-proces: ^ Stikstofreductie ^ Overige opgaven: stedelijke/ruimtelijk opgaven, klimaatopgaven, energieopgaven en opgaven vanuit defensie Ook voor deze opgaven dienen kansen verzilverd te worden binnen dit GGA-proces en hangen ze nauw samen met de drie hoofdthema's.

rflňUfltt

Tijdens de themasessies kreeg iedere aanwezige gebiedspartner de mogelijkheid zijn/haar opgaven te pitchen. mm

m

"Ook in de GGA is het belangrijk om kansen om stikstofreductie aan te pakken, te verzilveren"

"Zorgen dat we van elkaar weten bij wie we aan tafel zitten en de taal van het gebied spreken"

12

4.1 Herstel hydrologisch systeem Beleidsopgaven Kaderrichtlijn Water

Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030

De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel de kwaliteit en kwantiteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa te verbeteren en te waarborgen. Alle EU-lidstaten moeten in 2027 de KRW-wateren in een 'goede ecologische toestand' hebben. Nederland loopt hierbij achter met de realisatie van de opgave ten opzichte van de andere landen. Er is de aankomende jaren veel actie nodig om aan de gestelde opgave te voldoen.

Het 'Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030' beschrijft hoe de doelen uit de Toekomstvisie gewasbescherming 2030 behaald kunnen worden: het verminderen van bestrijdingsmiddelen in het milieu. Het is een uitwerking van de LNVvisie op kringlooplandbouw 'Landbouw, natuur en voedsel; waardevol en verbonden' (Rijksoverheid (a.), 2020). Deze beleidsopgave kan bij meerdere thema's ondergebracht worden, het raakt er meerderen.

In de KRW staat verder dat maatregelen genomen moeten worden om de inbreng van verontreinigende stoffen in het grondwater te voorkomen of te beperken. Ook is het van belang bij drinkwaterwinningen het niveau van zuivering terug te brengen dat voor de productie van drinkwater is vereist, om zo de waterlichamen te beschermen. Het halen van deze KRWdoelstelling kent een resultaatverplichting. Dat betekent dat provincies voor deze verplichting aan de lat staan. Dit moet uiterlijk in 2027 klaar zijn. In de zogenaamde stroomgebiedbeheerplannen worden daarnaast KRW-oppervlaktesystemen beschreven met daarbij doelen en maatregelen. Deze zijn samengevat in een factsheet. Voor Brabantse Wal liggen twee KRW-watersystemen (gedeeltelijk) in het Natura 2000-gebied: Zoom en Bleekloop en Vennen Groote Meer. Verder liggen er nog 7 watersystemen in de schil rond het Natura 2000-gebied.

Protocol gebiedsdossiers voor drinkwaterwinningen Voor elke onttrekking van grond- en oppervlaktewater voor het bereiden van drinkwater wordt een gebiedsdossier opgesteld en actueel gehouden. Alle overheden en de drinkwaterbedrijven zijn hierbij betrokken. In een gebiedsdossier staat informatie die van belang is voor het veilig stellen van de onttrekking, zoals informatie over de waterkwaliteit, de bronnen van verontreiniging en de relevante ontwikkelingen. Hiervoor is het protocol gebiedsdossiers vastgesteld. Het gebiedsdossier is de basis voor een uitvoeringsprogramma waarin staat welke maatregelen de komende periode worden uitgevoerd om de winning duurzaam veilig te stellen (Rijksoverheid (b.), z.d.). Breed bestuurlijk convenant water Brabant

Zoom en Bleekloop: In dit KRW-watersysteem komen te hoge concentraties verontreinigende stoffen voor, zoals fosfaat, stikstof, zuurstof, een aantal specifiek verontreinigende stoffen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's). Daarnaast is de macrofauna in het gebied niet op orde. Het is onzeker of gestelde doelen binnen het doelbereik 2027 worden gehaald. Voor macrofauna en overige waterfauna worden nog maatregelen genomen, waardoor dat doel in 2027 wel gehaald kan worden. Te denken valt aan maatregelen als actief randenbeheer en de aanleg van EVZ's. Vennen Groote Meer: In dit KRW-watersysteem komen te hoge concentraties verontreinigende stoffen voor, zoals ammonium, arseen, kobalt. Daarnaast is de macrofauna in het gebied niet op orde. Het is onzeker of alle doelen binnen het doelbereik in 2027 worden gehaald. Voor de periode 2022 - 2027 wordt nog een aantal maatregelen voorgesteld, waaronder Herstel waterhuishouding Natura 2000 en agenderen grensoverschrijdende belasting vanuit Vlaanderen.

Dertien Brabantse (water)partijen hebben afgesproken intensiever samen te werken om gezamenlijk de grondwatervoorraad in Brabant te verbeteren. Doel is meer water in de gebieden vast te houden, minder grondwater te gebruiken en te laten verdampen én bij droogte of wateroverlast sneller te kunnen reageren om schade en overlast te beperken. Alle afspraken die zijn gemaakt om hiertoe te komen staan beschreven in het 'Grondwaterconvenant 2021-2027'. Dit document is op 15 december ondertekend. De dertien Brabantse (water)partijen zijn: waterschap Aa en Maas, waterschap Brabantse Delta, waterschap De Dommel, ZLTO, Brabants Landschap, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabantse Milieufederatie, Brabant Water, provincie Noord-Brabant, Evides Waterbedrijf, Vereniging Industrie Water én BPG Vereniging Landelijk Brabant (Grondwaterconvenant 2021-2027, 2021). 13

Gebiedseigen opgaven

Mig

Behoud voldoende water

Convenant Brabantse Wal

De grootste knelpunten om de Natura 2000-doelstellingen te behalen zijn verdroging en droogte. Door de hoogteligging en de steile wal, de voornamelijk zandige ondergrond, het type vegetatie en menselijke ingrepen stroomt veel water van de wal af en infiltreert naar de diepe ondergrond of verdampt. Daarbij leiden lange periodes van droogte in combinatie met grote verdamping tot een verdere daling van de waterbeschikbaarheid, waardoor erin deelgebieden onomkeerbare schade aan onder andere de natuur ontstaat. Naast het effect op de natuur hebben verdroging en droogte ook negatieve gevolgen voor cultuurhistorische gebouwen van de landgoederen én kan het schade opleveren voor de landbouw. De opgave die er ligt is om voldoende water in het gebied te houden. Hierbij is het belangrijk waterverlies zoveel mogelijk tegen te gaan. Denk hierbij aan het beperken van verdamping, waterafvoeren, waterverbruik etc. op verschillende schaalniveaus (Bron: verslag themasessies water & natuur (bijlage 1.3), landbouw (bijlage 1.4) én verslag gebiedsgerichte schetssessie (bijlage 1.5)) .

In 2009 is een samenwerking gestart op de Brabantse Wal om verdroging tegen te gaan en de waterkwaliteit te verbeteren. Binnen deze samenwerking gaat de aandacht specifiek uit naar het realiseren van een robuust watersysteem, waarmee ten minste de achteruitgang van de natuurdoelen ter plaatse van de Groote Meer gestopt wordt. Hiertoe is in eerste instantie een convenant getekend in 2009, waarna vervolgstappen zijn vastgelegd in een tweede convenant in 2014. Recent (2021) is een addendum op het tweede convenant vastgesteld, waarin aanvullende maatregelen zijn afgesproken. De huidige samenwerkingspartners van het Convenant Brabantse Wal zijn provincie Noord-Brabant, waterschap Brabantse Delta, Evides Waterbedrijf, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Landgoed Groote Meer, ZLTO, gemeente Woensdrecht, Grenspark Kalmthoutse Heide (NL/B), Natuurpunt (B) en Agentschap voor Natuur en Bos (B).

Verbeteren waterkwaliteit

Uit onderzoek is gebleken dat op meerdere plekken op de Brabantse Wal, waaronder bij Ossendrecht, pesticiden en andere antropogene stoffen in het grondwater zitten (KWR Bridging Science to Practice, 2019 Z mondelinge mededeling Evides). Vanwege de aanwezigheid van verontreinigende stoffen, afkomstig uit bv de landbouw, verkeer of uit uitloogbare materialen op daken, gelden aanvullende regels met betrekking tot infiltratie van afstromend water in grondwaterbeschermingsgebieden. Deze aanvullende regels zijn ingesteld om bescherming van de grondwaterkwaliteit te borgen (bron: verslag themasessie landbouw (bijlage 1.4) én verslag gebiedsgerichte schetssessie (bijlage 1.5)). Relatie met Markiezaatsmeer

Hydrologisch herstel van de Wal beperkt zich niet tot de Wal zelf. Maatregelen aan de voet van de Wal dragen bij aan het reduceren van de (kwel)afvoer van de Wal, denk aan het opgezette peil in de Noordpolder. Een dergelijke peilverhoging is in de zomerperiode ook voor het Markiezaatsmeer voorzien. Deze peilverhoging is van belang voor het behalen van de Natura 2000-doelen in dat gebied, maar draagt dus ook bij aan het hydrologisch herstel van de Wal. Ook het nuttig inzetten van de grote hoeveelheden water die (ongebruikt) afstromen van de Wal naar de Westerschelde, houdt direct verband met zowel het behoud van voldoende water, als het verbeteren van de waterkwaliteit op de Wal.

De natuur op de Brabantse Wal kampt met verdroging. Het ven 'Kleine Meer' staat bijvoorbeeld grote delen van het jaar droog.

14

4.2 Natuurherstel

Mig

Beleidsopgaven Natura 2000

Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden, waarop Europese wetgeving rust. De Brabantse Wal heeft een status als Natura 2000-gebied en is ruim 4.790 hectare groot. Voor elk Natura 2000-gebied is een beheerplan opgesteld, waarin de geldende instandhoudings- en uitbreidingsdoelstellingen in ruimte en tijd staan uitgewerkt. Verder wordt eind 2022 een natuurdoelanalyse opgeleverd voor de Brabantse Wal. Elke provincie is verplicht deze op te stellen voor de Natura 2000-gebieden. De natuurdoelanalyse dient als input voor het volgende Natura 2000-beheerplan. Belangrijke habitattypen die in het gebied voorkomen zijn stuifzandheiden met struikhei, zandverstuivingen, zwak gebufferde vennen, zure vennen, vochtige heide, droge heide, pioniervegetatie met snavelbiezen én beuken-eikenbossen met hulst. Vooral het habitattype zwak gebufferde vennen, een habitat dat onder ander aanwezig is bij Groote Meer, is daarbij belangrijk. Behoud van dit habitattype staat echter sterk onder druk door verdroging, droogte, slechte waterkwaliteit en stikstofdepositie. Bij het Groote Meer komt daarnaast oeverkruidverbond voor, een soort die van Europees belang is. Aangewezen habitat- en vogelrichtlijnsoorten die verder voor het gebied gelden zijn o.a.

de Kamsalamander, Drijvende waterweegbree, Dodaars, Geoorde Fuut, Wespendief, Nachtzwaluw, Zwarte Specht én de Boomleeuwerik (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (a.), z.d.). Natuurnetwerk Brabant en EVZ

Het Natuurnetwerk Brabant (NNB) is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Zo wordt de biodiversiteit (het totaal aan planten en dieren) bevorderd. Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Ongeveer 90% van het Natuurnetwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden zoals bijvoorbeeld Brabantse Wal. Maar het netwerk is nog niet compleet. Het doel is om in 2027 alle ontbrekende verbindingen in het netwerk te hebben gedicht met nieuwe natuur. Dan moet er een robuust netwerk liggen dat zoveel mogelijk op een natuurlijke wijze functioneert en klimaatbestendig is (Provincie Noord-Brabant (c.), z.d.). Specifiek voor de Brabantse Wal geldt nog een resterende realisatie opgave van 482 ha natuur binnen het NNB (zie bijlage 2, opgaven natuur, datum gegevens: 06-10-2021).

Ecologische verbindingszones (EVZ's) spelen een cruciale rol bij behoud en versterking van de biodiversiteit. Ze vormen verbindende schakels tussen de Brabantse natuurgebieden en leveren een belangrijke bijdrage aan een goede waterkwaliteit, waterberging en een aantrekkelijk landschap. Sinds 1993 is in Brabant ongeveer 2150 hectare gerealiseerd, een deel daarvan is nog in uitvoering. In maart 2021 heeft Brabant de balans opgemaakt en was de resterende provinciale opgave EVZ's circa 930 hectare. Het streven is om de opgave in 2027 gelijk met het NNB te realiseren (Provincie Noord-Brabant (c.), z.d.). Specifiek voor de Brabantse Wal geldt nog een resterende realisatieopgave binnen de EVZ van 36,7 km, waarvan 5,2 km in uitvoering is en 1,1 km gerealiseerd is met restopgave (zie bijlage 2, opgaven natuur, datum gegevens: 06-10­ 2021). Via het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) zijn gelden beschikbaar om nieuwe natuur aan te leggen binnen het natuur netwerk. Daarnaast ondersteunt de werkeenheid 'natuurnetwerk' vanuit de provincie initiatiefnemers bij de opzet van kansrijke projecten en bij het opstellen van subsidieaanvragen. Daarnaast kunnen natuurbeheerders met natuurgrond binnen het Natuurnetwerk Brabant Natuur en Landschap (SNL) subsidie krijgen voor natuur- en landschapsbeheer (Provincie Noord-Brabant (c.), z.d.). Natte Natuurparel

Natte Natuurparels zijn de waterafhankelijke delen van het Natuurnetwerk Brabant die behoren tot een samenhangend complex van natuurgebieden die sterk afhankelijk zijn van hoge grondwaterstanden of kwel. De provincie Noord-Brabant heeft meer dan honderd Natte Natuurparels. De Noordpolder (200 hectare), gelegen onder aan de Brabantse Wal, is één van deze 'Natte Natuurparels'. Hier zijn in 2017 maatregelen uitgevoerd (Wateringenieurs, 2020).

;

'İ É

Op de Brabantse Wal komen verschillende heidevelden voor, waaronder op de Kalmthoutse Heide.

15

Beleidsopgaven Bossenstrategie Í& Actieplan Brabantse Bomen

Gedeputeerden Staten hebben de Brabantse Bossenstrategie vastgesteld, met als doel bosaanleg en revitalisering van bos om CO2 op te slaan en de biodiversiteit in de bossen te verhogen. Brabant breed is de opgave om tot 2030 13.000 ha nieuw bos aan te planten en tot 2050 60.000 ha bos te revitaliseren. De hectares nieuw bos kunnen zowel binnen als buiten het Natuurnetwerk Brabant gerealiseerd worden. Momenteel wordt een uitvoeringsprogramma voor de Bossenstrategie opgesteld, waarin de hectares worden benoemd, evenals acties t.b.v. de uitvoering (Provincie Noord-Brabant (m.), z.d.). In het Actieplan Brabantse Bomen presenteert de provincie Noord-Brabant daarnaast een eigen aanpak voor de realisatie van de bomenopgave (Provincie Noord-Brabant (d.), 2022). Uit een combinatie van de bossenstrategie en de klimaatonderlegger zijn daarnaast samen met de Provincie Noord-Brabant twee praktijk projecten geformuleerd rondom robuuste bossen. Dat zijn Oude Bleekloop in Huijbergen (gemeente Woensdrecht) en een aantal percelen die vrijgekomen zijn van pacht in Roosendaal. Vitale bossen dragen bij aan de biodiversiteit, klimaatadaptatie (waterinfiltratie, CO2-opslag, verkoeling etc.) en landschapskwaliteit in algemene zin (Provincie Noord-Brabant (m.), z.d.).

Daarnaast kunnen bossen ook als verdienmodel dienen (bv op plekken waar andere teelten niet meer mogelijk zijn) (verslag gebiedsbrede schetssessie (bijlage 1.5)). Landelijk Programma Natuur

Met het Landelijk Programma Natuur willen Rijk en provincies aankomende jaren samen de natuur verder versterken en verbeteren. Hierbij ligt de focus de komende 10 jaar vooral op de stikstofgevoelige vogel- en habitatrichtlijngebieden en soorten. Om de condities in deze gebieden op orde te brengen, wordt gewerkt aan de verbetering van het hele ecologische systeem. Hierbij wordt gewerkt aan de inrichting, maar ook aan de hydrologische en ruimtelijke condities. Dat kan zowel binnen als buiten het Natura 2000-gebied en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn. Cruciaal voor het herstel van natuur is de aanpak van stikstofemissie bij de bron en het nemen van hydrologische maatregelen. Extra inzet is nodig, niet alleen vanwege de overbelasting van natuur met stikstof, maar ook om de effecten van klimaatverandering, verdroging en droogte het hoofd te bieden. Daarbij gaan we uit van een leefbaar en vitaal platteland, een mooi landschap en vergroening van de bebouwde omgeving. Voor het nemen van maatregelen is subsidie beschikbaar (zie bijlage 3) (Provincie Noord-Brabant (e.).

MIs Gebiedseigen opgaven Versterken natuurwaarden

De natuur op de Brabantse Wal staat onder druk door menselijk handelen (aanleg windmolenparken, vliegbasis defensie, recreatie, stroperij, afval etc.). Daarnaast is de natuur versnipperd. Er zijn op dit moment (te) weinig faunapassages aanwezig en de aanwezige faunapassages werken niet optimaal, waardoor het onderlinge ecologische netwerk niet sterk is. Versterking en aaneenschakeling is noodzakelijk om het ecologische netwerk te verbeteren. Dit kan bijvoorbeeld door nieuwe robuuste faunapassages aan het netwerk toe te voegen en meer natuurgebieden met elkaar te verbinden. Andere opgaven rondom natuur zijn het tegengaan van verdroging van o.a. moerassen en vennen, bestrijding van invasieve uitheemse soorten, toevoegen van een kwaliteitsimpuls én voldoen aan de gestelde beleidsdoelen (bronnen: themasessies natuur & water (bijlage 1.3) en landbouw (bijlage 1.4)).

"De Brabantse Wal kent een rijke historie als landschap in transitie"

v'JMf F 4B

Verspreiden recreatiedruk

In het focusgebied Brabantse Wal speelt een groeiende recreatiedruk. De verwachting is dat deze druk in de toekomst verder toe gaat nemen: zowel door de verstedelijkingsopgave als door klimaatverandering zullen steeds meer mensen verkoeling zoeken in de omliggende bossen. Om de druk van de recreatie op de natuur te verkleinen én te zorgen voor een goede balans tussen natuur en recreatie, is inzet op zonering (kwetsbare natuur ontzien), handhaving, robuuste poortgebieden en versterking van recreatieve structuren wenselijk (Bron: Verslag themasessie natuur & water (bijlage 1.3)).

ŵįwV '

ĽįįK

’ ‘C:7V

WBĒĒ Grenspark Kalmthoutse Heide (status Nationaal Park)

Grenspark Kalmthoutse Heide maakt een Masterplan voor het gehele gebied met Nederlandse en Vlaamse gebieden voor de komende 20 jaar. Uitbreiding in oppervlakte wordt gezocht in bestaande natuur (bronnen: themasessies natuur & water (bijlage 1.3) en landbouw (bijlage 1.4)).

17

4.3 Perspectief voor de landbouw Beleidsopgaven Beleidskader Landbouw en Voedsel 2030

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)

De Brabantse Landbouw- en voedselsector is belangrijk voor de provincie en haar bewoners. Deze behoort wereldwijd tot de top. Echter vraagt deze positie ook veel van het landschap, natuur, water en bodem. Om die reden heeft de provincie het beleidskader Landbouw en Voedsel 2030 opgesteld, waarin ambities en doelstellingen voor de landbouwsector voor 2030 staan geformuleerd. Als eerste stap tot het realiseren van dit beleidskader is de uitvoeringsagenda Landbouw en Voedsel 2022-2023 opgesteld. In deze uitvoeringsagenda staan projecten en activiteiten vermeld. Dit alles met als doel om samen te komen tot een keten die innovatief, waardevol, circulair en verbonden is (Provincie Noord-Brabant (a.), z.d.).

De landen van de Europese Unie maken samen het zogeheten Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). De lidstaten mogen binnen de kaders van dat GLB hun eigen invulling daaraan geven. Er zijn twee belangrijke pijlers met ieder zijn eigen subsidie: 1. Inkomensondersteuning en markt- en prijsbeleid 2. Plattelandsontwikkeling In het verleden kenden beide pijlers hun eigen plan. Vanaf 2023 komt er één Nationaal Strategisch Plan (NSP). Zo ontstaat er meer samenhang. Het Nationaal Strategisch Plan is de Nederlandse invulling van het nieuwe GLB (GLB Nationaal Strategisch Plan, z.d.).

Addendum op het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn (7e AP)

Op 26 november 2021 is het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn (7e AP) vastgesteld. Het 7e AP richt zich met name op die gebieden en teelten waar de grootste problemen zijn voor de waterkwaliteit en richt zich daarmee op de hotspots (bouwland teelten op zand en löss). Bij de vaststelling van het 7e AP is opgemerkt dat met de maatregelen die zijn opgenomen in het 7e AP de doelen voor verbetering van de grondwaterkwaliteit onder landbouwbedrijven op termijn worden behaald in bijna alle gebieden, behalve het lössgebied. De doelen ten aanzien van de oppervlaktewaterkwaliteit van de Nitraatrichtlijn en de landbouwopgave van de Kaderrichtlijn Water (KRW) komen nog niet binnen bereik. Om ook deze doelen te halen, zijn aanvullend gebiedsgerichte maatregelen nodig betreffende de landbouw. Het 7e AP en dit addendum hangen nauw samen met de 3e stroomgebiedsbeheerplannen voor de KRW, die zich, naast de nutriënten uit de landbouw, richten op de andere bronnen van nutriënten zoals rioolwaterzuiveringsinstallaties, bewoond gebied en industrie. Het 7e AP, waarin de maatregelen voor de landbouwopgave worden weergegeven, ondersteunt de stroomgebiedsbeheerplannen.

Voor verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit en de grondwaterkwaliteit wordt daarom nadrukkelijk de verbinding gezocht met integratie van de waterkwaliteit in de integrale gebiedsgerichte aanpak voor het landelijke gebied vanuit het coalitieakkoord 2021-2025 ('Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst')(Rijksoverheid (c.), 2022).

.

í '-

.

‘

'w - ■**VÍ

mżÿįl mm*-,

"Om een transitie in de landbouwsector teweeg te brengen zijn naast geld, ook voldoende grond en een afzetmarkt voor (nieuwe) producten nodig." ™

18

™

Mig

Gebiedseigen opgaven Grondbank

Innovatie en nieuwe producten

Een opgave voor de melkveehouderij in het gebied is dat deze volgens het '7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn' in 2032 grondgebonden moet zijn. Wat grondgebonden exact inhoud is nog niet duidelijk, maar wel is duidelijk dat bedrijven moeten extensiveren om zo de landbouwdruk op de grond te verlagen. Hiervoor is meer grond nodig. Tevens is meer grond nodig om natuurinclusief te kunnen werken. Het aankopen van grond is echter lastig, omdat de gronddruk in het gebied hoog is, maar ook omdat het gebied wat betreft bodemsamenstelling en waterhuishouding zeer divers is. Dit maakt percelen niet zomaar uitwisselbaar. Mede om deze redenen bestaat vanuit de agrarische sector de behoefte aan het instellen van een grondbank, landelijk of voor het gebied. Een grondbank kan bemiddelen in alternatieven voor dezelfde soort grond en in het tijdelijk vasthouden van landbouwgrond nadat een bedrijf is gestopt. Verder kan de grondbank eventueel ook breder worden ingezet om ook andere doelen in het landelijk gebied te kunnen behalen.

Er zijn diverse actuele innovaties die ook voor Brabantse Wal toegepast (kunnen) worden, zoals het stimuleren van 'Carbon Farming' of regeneratieve landbouw, vormen van landbouw die zorgen voor een weerbare bodem die meer water kan vasthouden. Ook kan worden gedacht aan grondgebonden werken, sluiten van organische kringlopen, werken met de biodiversiteitsmonito. Binnen de biodiversiteitsmonitor (voor de melkveehouderij bestaat deze al, voor de akkerbouw is deze nog in ontwikkeling), wordt gewerkt met KPI's: een beloningssysteem voor 'verduurzaming' van de landbouw. In Bergen op Zoom is in het voormalige Suikerlab het Delta Agrifood Business (DAB) gevestigd. Daar wordt nagedacht over het hergebruik van restproducten met bedrijven uit de streek (biobased economy). Het doel is tevens om kennis en organisaties bij elkaar te brengen. (Bronnen: Verslag themasessies natuur ä water (bijlage 1.3), landbouw (bijlage 1.4) en verslag gebiedsgerichte schetssessie (bijlage 1.5)) ''7Ĩ" voedsel

Alternatieve teelten

Een belangrijke voorwaarde om over te schakelen naar meer extensieve of natuurinclusieve landbouw, is economisch perspectief voor de lange termijn. Op dit moment ontbreekt duidelijk perspectief, wat de transitie en omschakeling tegenhoudt. Bij economisch perspectief kan bijvoorbeeld worden gedacht aan langjarige contracten en/of het stapelen van beloningen. Dit maakt het zoeken naar, mits de markt hier ook voor gereed is, alternatieve teelten in het gebied interessanter voor een agrariër. Alternatieve teelten kunnen een positieve bijdrage leveren aan het gebied, zo kan worden gedacht aan het verbeteren van de bodemconditie. Daarnaast kan met alternatieve teelten worden geanticipeerd op het veranderende klimaat, zo zijn er teelten bekend die bestand zijn tegen hogere of juist lagere grondwaterpeilen. (Bronnen: Verslag themasessies natuur ä water (bijlage 1.3), landbouw (bijlage 1.4) en verslag gebiedsgerichte schetssessie (bijlage 1.5))

11 beleving

energie biodiversiteit

recreatie natuur en

landschap

educatie

/í

CŴk

JĹ A (į) water

-Sm zorg

eetbaarheid

U/ innovatie

'Agrariërs leveren allerlei diensten die onlosmakelijk verbonden zijn aan het bedrijf zelf. “Ag Met het verdwijnen van het bedrijf komen ook diensten die geleverd worden onder druk jk te staan of te vervallen."

Gebiedseigen opgaven Keukentafelgesprekken Vanuit het GGA-proces wordt sterk de behoefte gevoeld beter zicht te krijgen op de agrarische sector in het gebied en de wijze waarop agrariërs in het gebied zich de komende jaren willen ontwikkelen. Om die redenen worden na de zomer van 2022 keukentafelgesprekken ingepland. Ze worden voorbereid en uitgevoerd door ZLTO in samenwerking met RHDHV. Aan de hand van de keukentafelgesprekken wordt in beeld gebracht hoe agrariërs in het gebied zich willen ontwikkelen. Deze informatie helpt bij het formuleren van perspectief voor verschillende sectoren van de landbouw in het gebied.

Vanuit de provincie wordt een loket ingericht met een netwerk van partijen om samen te werken aan de vraag van een agrariër en zo te ondersteunen op bedrijfsniveau. Hier kan vervolgens mee worden geschakeld. Vanuit het loket wil de provincie o.a. extra procesondersteuning aanbieden, de samenwerkingen met gemeenten intensiveren én meedenken met de agrariër als het gaat om grond, planologische mogelijkheden en om mogelijkheden om lokaal meer middelen op grond te genereren. De keukentafelgesprekken geven verder ook inzicht in kansen en knelpunten die zich voordoen voor andere opgaven. Voor de keukentafelgesprekken is het van belang dat deze gecoördineerd plaatsvinden. Door openheid en afstemming tussen de gebiedspartners, kan beter voorkomen worden dat meerdere partijen gelijktijdig het gebied in gaan en om tafel gaan met dezelfde mensen, zonder daarvan op de hoogte te zijn. Openheid en transparantie kan juist zorgen voor samenwerking en het creëren van meekoppelkansen. Hier werd ook tijdens de sessies voor gepleit voor. Verder is de planning én timing van de gesprekken belangrijk: er moet doorgepakt kunnen worden, anders verliezen betrokkenen het vertrouwen. Dit kan leiden tot ongewenste stappen, zoals het verpachten van gronden aan de hoogst biedende, waardoor gronden voor langere tijd vast komen te zitten.

..-agStr'

(Bronnen: themasessie landbouw (bijlage 1.4)). ąg.-jjŗ

Akkerbouwvelden aan de voet van de Brabantse Wal.

4.4 Stikstofreductie Het stikstofvraagstuk is ingrijpend en complex en er zijn veel belangen mee gemoeid. De provincie Noord-Brabant werkt, samen met partners, bedrijven en inwoners, aan het verminderen van de stikstofuitstoot en het mogelijk maken van ontwikkelingen (Provincie Noord-Brabant (j), z.d.). De provincie gebruikt hiervoor bestaand beleid, zoals het NPLG, maar heeft ook provincie-specifiek beleid opgesteld en processen in gang gezet, zoals de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof en het GGA-proces. De aanpak van de stikstofreductie vindt vooral plaats buiten de GGA-processen, maar elke kans om hieraan bij te dragen in een GGA-proces moet benut worden.

Beleidsopgaven Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG)

De natuur en waterkwaliteit staan onder druk en het klimaat verandert. Dat brengt schoon drinkwater, schone lucht en een gezonde bodem in gevaar en daarmee ook ons voedsel en de basis van onze economie. Een nieuwe balans tussen wat de natuur kan dragen en wat we als samenleving van de natuur kunnen vragen is nodig. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied brengt de opgaven op het gebied van water, natuur, stikstof en klimaat samen en zorgt voor een gecombineerde aanpak voor een vitaal landelijk gebied. De stikstofopgave voor Natura 2000- gebied Brabantse Wal is nog niet gebiedspecifiek uitgewerkt. Iedere provincie dient in juli 2023 de gebiedsprogramma's gereed te hebben, met daarin doelen en ambities per Natura 2000-gebied. In oktober 2022 volgt eerst een nadere uitwerking van de doelen natuur, water en klimaat. De stikstofreductiedoelen zijn richtinggevend. Het kabinet geeft hiermee richting aan provincies en belanghebbenden om in de gebieden aan de slag te gaan en een oplossing te vinden voor het stikstofprobleem. Bij de uitwerking van de gebiedsprogramma's kunnen de doelen nog worden aangepast aan de hand van nieuwe inzichten, denk aan samenloop met andere doelstellingen. In het voorjaar van 2023 is het Ontwerpprogramma NPLG beschikbaar. Het streven is om het programma medio 2023 definitief vast te stellen (Aanpak Stikstof, z.d.).

STIKSTOF

NATUUR ECONOMIE

Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof

De hoeveelheid stikstof die in de natuur terechtkomt, moet fors dalen. De provincie Noord-Brabant heeft hiervoor een aanpak ontwikkeld: de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS). Samen met gemeenten, waterschappen en maatschappelijke partners is hier intensief aan gewerkt. De Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS) kent 3 pijlers: ^ Sterker maken van stikstofgevoelige N2000-gebieden: werken aan instandhoudingsdoelen voor de natuur ^ Minder stikstofuitstoot: het omlaag brengen van stikstofdepositie met bijdragen van alle sectoren ^ Economische en maatschappelijke ontwikkelingen mogelijk maken; wat bijdraagt aan alle sectoren. De pijlers zijn als 3 tandwielen van 1 mechanisme, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zonder het ene, draait ook het andere niet, is het geheel niet houdbaar, of op zijn minst zeer kwetsbaar (Provincie Noord-Brabant (h.), z.d.).

De Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof kent 3 pijlers

21

Mig

Gebiedseigen opgaven Pilot grensoverschrijdende stikstofaanpak

Stikstof beperkt zich niet tot de landsgrens. Met name in de grensregio's is afstemming en samenwerking noodzakelijk voor een doelmatige aanpak om te komen tot stikstofreductie. In het Vlaams-Nederlands Bestuurlijk overleg Stikstof, dat 17 maart 2022 heeft plaatsgevonden, is de Kalmthoutse Heide/Brabantse Wal benoemd als een mogelijke pilot voor een grensoverschrijdende aanpak. De partijen zijn samen aan het kijken wat de pilot precies in kan gaan houden.

m

Kt «t:t» Sİ*Ā*ĀV 2 •Ïï Ŵ VI mm* •XfXf vÊmĒMĒmĒi teStX» •Xfl# -mĒt fXtitstsa •XfXf! aVr mĒ4ĚĒ4 *

•24 fXt

Totale stikstofdepositie 2030

Totale stikstofdepositie

De kaarten rechtsboven tonen de totale stikstofdepositie per hectare (NH3 en NOx opgeteld), zoals berekend voor 2019 en 2030. Via AERIUS Monitor is te lezen hoe deze berekeningen zijn gedaan, ook voor 2030. Mate van stikstofgevoeligheid

De kaart hiernaast geeft aan hoe stikstofgevoelig de verschillende delen van het gebied zijn. Hoe hoger de stikstofgevoeligheid, hoe kwetsbaarder het gebied is voor stikstofdepositie. Uit de kaart blijkt dat het overgrote deel van de habitattypen in de Brabantse Wal zeer stikstofgevoelig zijn.

Eenheid in kilo's

« 10.00

Herkomst stikstofdepositie

Voor elk Natura 2000-gebied is op de website van Natura 2000-gebieden | AERIUS Monitor weergegeven hoeveel stikstofdepositie er is, wat de stikstofgevoeligheid is van het gebied en wat de herkomst van de stikstof is. Voor Brabantse Wal is dit op bijgevoegde kaartjes te zien. Vanuit deze monitor blijkt dat een aanzienlijk deel van de stikstofdepositie in het gebied Brabantse Wal afkomstig is van bronnen buiten het gebied, zoals vanuit België. Dat betekent dat met maatregelen in het gebied de stikstofdepositie slechts gedeeltelijk zal verminderen. Het gebied Brabantse Wal is daarmee afhankelijk van generieke maatregelen en landelijk beleid als het gaat om het terugbrengen van de stikstofdepositie.

W:

ĒmĒmĒi 9k - Aľ Amwm - - m i.ĩ*i*ĩ2ī1ī1i

^ Zeer stikstofgevoelig (KDW« 1400 mol/ha/jaair) Stikstofgevoelig (KDW tussen 1400 en 2450 mol/ha/jaar) Beperkt stikstofgevoelig (KDW >= 2450 mol/ha/Įaar)

10,00-13.00 # 13,00-17.00 # 17.00-21.00 ţ 21.00-26.00 # 26.00 - 32.00 ^ ) 32,00

Gebiedseigen opgaven Haftnk

Mate van stikstofbelasting

De kaarten rechtsboven tonen voor ieder relevant hexagoon de mate van stikstofbelasting door de totale depositie in het gekozen jaar af te zetten tegen de meest strenge 'kritische depositiewaarde' (KDW) die op dat hexagoon van toepassing is. De Brabantse Wal valt grotendeels in de categorie sterk tot matige overbelasting van stikstof.

Bergen op

E» «i

ZoormAmt

ŵw»; •:*:*:*:* 1’fWf 3 Ľ’fW'W

•K

De stikstofgevoeligheid wordt bepaald door de 'kritische depositiewaarde' of KDW. Voor ieder habitattype is een KDW vastgesteld. Hoe lager deze waarde is, hoe stikstofgevoeliger het betreffende habitattype is. De KDW is namelijk gedefinieerd als 'de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van een habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie'.

•Sd IS»!*!*; ’m -3 ïñm&mĒmĒi

«■Si

Als op één hectare (hexagoon) meerdere relevante habitattypen voorkomen, dan wordt de laagste (meest strenge) KDW aangehouden om de stikstofgevoeligheid van die hectare te bepalen.

•It Stikstofbelasting 2019

İŵŵw»; ŴïïïiÃÏH •:*:*:* kf ? ‘W'H K*:*:*.* Ľ I iSmĒmĒ fsfsfafi . Iaf*t.f •Sta* i PbuMv

•XfStVSt

Geen overbelasting (:*70 mol onder KDW) Naderende overbelasting KDW («70 mol onder KDW) Lichte overbelasting KDW («70 mol boven KDW) Matige overbelasting KDW (»70 mol boven KDW maar «2x KDW) Sterke overbelasting (^2x KDW)

Stikstofbelasting 2030

Opbouw stikstofdepositie (herkomst)

De staafdiagram rechtsonder toont voor meerdere jaren de bijdrage aan de stikstofdepositie vanuit verschillende bronnen op stikstofgevoelige natuur in de Brabantse Wal. Het betreft de relatieve bijdrage aan de gemiddelde totale stikstofdepositie. Wat opvalt is dat het grootste deel van de stikstofdepositie voor de Brabantse Wal uit het buitenland komt, gevolgd door de (Nederlandse) landbouw. In bijlage 2 staan een aantal bronnen verder uitgewerkt.

Legenda

Buitenland Overige sectoren Scheepvaart Wegverkeer Vervoeren overig verkeer Industrie Landbouw

23

4.5 Overige opgaven In deze paragraaf worden opgaven benoemd die geen directe kernopgaven zijn vanuit het GGA-proces, maar die wel heel nadrukkelijk in de omgeving spelen en in de verdere uitwerking van het gebiedsproces aandacht behoeven: stedelijke/ruimtelijk opgaven, klimaatopgaven, energieopgaven en opgaven vanuit defensie.

MIs

Stedelijke/ruimtelijke opgaven Structuurvisie Ruimtelijke ordening

Brabantse Omgevingsvisie

In de structuurvisie staat welke ruimtelijke doelen de provincie graag wil bereiken en op welke wijze. Waar kunnen het beste woningen of bedrijventerreinen worden gebouwd? Waar kunnen we extra natuur creëren? En wat zijn de ontwikkelingsmogelijkheden voor veehouderijen? De visie bestaat uit twee delen: A) de hoofdlijnen van het beleid B) de vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur.

In december 2018 is de Brabantse omgevingsvisie vastgesteld; een samenhangende visie met ambities voor de fysieke leefomgeving voor aankomende jaren. Hierbij valt te denken aan ambities op het gebied van energietransitie, klimaat, duurzame economie en slimme netwerksteden. Daarnaast geeft de omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden hierbij centraal staan. De provincie kan ervoor kiezen de keuzes uit de omgevingsvisie vast te leggen in de omgevingsverordening. Deze is inmiddels vastgesteld in april 2022. Overheden, bedrijven en burgers moeten dan aan deze regels voldoen (Provincie NoordBrabant (b.), z.d.).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=5826df2e-d546-4986-b297-0bfd25cea491