CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

A 2022-07-12 Bijlage NL.IMRO.0873.HUYBxBP160xHERZx05-VG01_Toelichting.pdf

Raadsvergadering 12 juli 2022, gemeente woensdrechtBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan “Herontwikkeling voormalig gemeentehuis Huijbergen”20.469 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

leidingen die in beheer zijn van derden waarmee een product wordt geleverd aan de betreffende inrichting (Laatgenoemde leidingen hebben een zgn. functionele binding met de inrichting, zoals bedoeld in de Wet milieubeheer). 2 Onder zgn. 'leidingen voor andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten' worden in ieder geval leidingen verstaan voor transport van nafta, waterstof, koolstofdioxide, stikstof, zuurstof, ethyleen en propyleen.

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 46/55

Conclusie Er zijn geen belemmeringen met betrekking tot de aanwezigheid van kabels en leidingen. 4.13 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Toetsingskader Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Awb en het Bro dient ook te worden getoetst aan de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r of er sprake is van een mogelijke verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen de onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: 1. Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten (boven de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r.); 2. Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden; 3. Plannen en activiteiten die o.g.v. een provinciale milieuverordening zijn aangewezen als MER-plichtig. Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r gewijzigd.

De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009 (HvJ EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 – Commissie vs. Nederland). Deze wijziging heeft gevolgen voor eerstgenoemd criterium om te beoordelen of een MER noodzakelijk is. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit de C- of D-lijst blijft, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij 'kleine projecten' (projecten onder de drempelwaarden van de C- of D-lijst) beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Dit wordt de 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' genoemd. Deze beoordeling houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke o.a. de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen.

Beoordeling Met het onderhavige planvoornemen is er sprake van de nieuwbouw van woningen en kleine uitbreiding van een supermarkt. Dit betreffen geen activiteiten die voorkomen op de C-lijst. Wat betreft het eerste criterium geldt er derhalve geen plicht tot het opstellen van een MER. De activiteit komt wel voor op de D-lijst, namelijk onder categorie D 11.2, de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De grenswaarde betreft hier gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op o.a. een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling ver beneden de drempelwaarde uit de D-lijst ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Er geldt derhalve geen verplichting tot het uitvoeren van een formele m.e.r.-beoordeling, waardoor enkel een vormvrije m.e.r.-beoordeling resteert. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst,

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 47/55

dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. De aanmeldnotitie is toegevoegd als bijlage 11 bij onderhavige toelichting. Ten aanzien van het derde criterium geldt dat onderhavige activiteit niet is aangewezen als MER-plichtig op grond van de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010. Er is dus geen sprake van de verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de bijbehorende procedure. Er is geen sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen. Conclusie Zoals beschreven is er bij onderhavig project geen sprake van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de m.e.r.-procedure o.g.v. het Besluit m.e.r. of de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010. Uit de toelichting volgt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is dus voldaan aan de wettelijke verplichtingen hieromtrent.

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 48/55

5

Juridische plantoelichting

5.1

Inleiding

Dit hoofdstuk bespreekt de wijze waarop het ruimtelijk en functioneel beleid voor het plangebied in het bestemmingsplan is vertaald. Bij het opstellen van de juridische regeling heeft het uitgangspunt centraal gestaan dat er een regeling geboden wordt die de ontwikkeling van het plangebied mogelijk maakt. 5.2

Opbouw van de regels

Het bestemmingsplan bestaat uit regels en een verbeelding, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De regels zijn zodanig opgesteld dat wordt aangesloten bij het bestemmingsplan “Bebouwde kom Huijbergen, 1e herziening”. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding omvat de gronden die voor de ontwikkeling van het plan van belang zijn. De keuze van de bestemmingen en de situering van de bestemmingsvlakken is gebaseerd op de huidige ruimtelijke situatie en de gewenste functies. Voorts sluit de opzet van de verbeelding aan op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De regels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. De regels bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: • inleidende regels; • bestemmingsregels; • algemene regels; • overgangs- en slotregels. In de toelichting wordt gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Ondanks het feit dat de toelichting geen onderdeel uitmaakt van het juridisch plangedeelte, fungeert de toelichting wel als interpretatiekader voor de uitleg van de regels, indien hierover interpretatieverschillen blijken te bestaan 5.3

Regels

5.3.1 Hoofdstuk 1 ‘Inleidende regels’ Artikel 1 ‘Begrippen’ In dit artikel worden begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Artikel 2 ‘Wijze van meten’ In dit artikel wordt aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 49/55

5.3.2 Hoofdstuk 2 ‘Bestemmingsregels’ Het stramien voor de regels is vastgelegd in de SVBP 2012. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: • bestemmingsomschrijving; • bouwregels; • nadere eisen; • afwijken van de bouwregels; • specifieke gebruiksregels; • afwijken van de gebruiksregels; • omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; • omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; • wijzigingsbevoegdheid. Een regel hoeft niet alle elementen te bevatten, dit kan per bestemming verschillen. Artikel 3 ‘Gemengd – 3’ Het deelgebied van het Canadaplein krijgt een woonfunctie en een detailhandelsfunctie. Derhalve is gekozen voor een gemengde bestemming. De bouwhoogte bedraagt maximaal 12 meter en er geldt géén goothoogte. Het aantal woningen bedraagt maximaal 13. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht, met de voorgevel in de aangeduide voorgevellijn. Artikel 4 ‘Wonen – 3’ De gronden die bestemd zijn als ‘Wonen - 3’ zijn bedoeld voor wonen in onder andere aaneen gebouwde woningen. Het aantal woningen bedraagt maximaal 13. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht, met de voorgevel in de aangeduide voorgevellijn.

Artikel 5 ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ De voor 'Verkeer – Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, straten, pleinen, terrassen, verhardingen en fiets- en voetpaden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie met daaraan ondergeschikt onder andere bermen, groenvoorzieningen, water, speelvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Artikel 6 ‘Leiding – Water’ De voor ‘Leiding – Water’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van de waterleiding. Indien verhardingen worden aangelegd of bebouwing wordt opgericht, is een omgevingsvergunning benodigd en deze dient te worden overlegd met de waterleidingbeheerder. Artikel 7 ‘Waarde – Archeologie’ De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en het behoud van archeologische waarden. 5.3.3 Hoofdstuk 3 ‘Algemene regels’ Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Artikel 9 ‘Algemene bouwregels’ Dit artikel geeft de algemene regels voor het ondergronds bouwen weer. Tevens is geregeld hoe om te gaan met bestaande afwijkende afstanden en maten.

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 50/55

Artikel 10 ‘Algemene aanduidingsregels’ Er zijn algemene aanduidingsregels opgenomen ten behoeve van de luchtvaartverkeerzone rondom de IHCS en de ILS en het radarverstoringsgebied. Artikel 11 ‘Algemene afwijkingsregels’ Dit artikel bestaat uit algemene afwijkingen; er wordt een aantal zaken genoemd waarbij het bevoegd gezag bevoegd is om een omgevingsvergunning te verlenen ten behoeve van de afwijking. Artikel 12 ‘Algemene wijzigingsregels’ Dit artikel bestaat uit algemene wijzigingen; er wordt een aantal zaken genoemd waarbij burgemeester en wethouders bevoegd zijn het plan te wijzigen. Artikel 13 ‘Overige regels’ In dit artikel is de waarborging opgenomen ten behoeve van het realiseren van voldoende parkeergelegenheid binnen het plangebied. 5.3.4 Hoofdstuk 4 ‘Overgangs- en slotregels’ Dit hoofdstuk omvat twee artikelen: Artikel 14 ‘Overgangsrecht’ In deze regels wordt het overgangsrecht, zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wabo, overgenomen. Het betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen.

Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig bij een omgevingsvergunning worden afgeweken tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan. Artikel 15 ‘Slotregel’ Als laatste wordt de slotregel opgenomen, ook zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze regel geeft aan hoe het plan kan worden aangehaald.

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 51/55

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 52/55

6

Economische uitvoerbaarheid

6.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. Er wordt nader ingegaan op de grondexploitatie en de koppeling met het exploitatieplan. 6.2

Toepassing Grondexploitatiewet

De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van een of meer woningen en de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. 6.3

Economische uitvoerbaarheid

Het onderhavige planvoornemen is Grondexploitatiewet-plichtig, echter het verhaal van de kosten is anderszins verzekerd. De anterieure kosten alsmede eventuele kosten met betrekking tot planschade zullen verhaald worden door middel van een anterieure overeenkomst. Deze wordt gesloten alvorens het bestemmingsplan als ontwerp ter visie wordt gelegd.

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 53/55

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1

Omgevingsdialoog

De gemeente Woensdrecht heeft aan de initiatiefnemer van de plannen een Handreiking omgevingsdialoog verstrekt. In deze Handreiking is omschreven hoe de omgevingsdialoog met buurtbewoners dient te worden gevoerd en aan welke punten aandacht dient te worden gegeven. Op 8 december 2021 heeft een fysieke én digitale bijeenkomst plaatsgevonden. Van de bijeenkomst is een verslag gemaakt. Tijdens de bijeenkomsten werden de volgende afspraken gemaakt • Er zal worden bezien wat de consequentie is van de plannen voor de ter plaatse aanwezige werkplaats; • Het inrichtingsplan zal nader met omwonenden worden besproken; • Er bestaat de gelegenheid voor aanvullend overleg met de gemeentelijke projectleider en/of de vertegenwoordiger van Bouwgroep de Nijs Soffers. Het verslag van de omgevingsdialoog is toegevoegd als bijlage 12 van de toelichting. 7.2

Vooroverleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Het waterschap, de provincie en de veiligheidsregio zijn om een vooroverlegreactie gevraagd. De reactie van het waterschap heeft geleid tot een aanpassing in de regels van het bestemmingsplan ter waarborging van voldoende waterberging. In de artikelen ‘Gemengd – 3’ en ‘Wonen’ is deze voorwaardelijke verplichting tot realisatie – en instandhouding van een bergingscapaciteit van 103 m3 opgenomen. De provincie en de veiligheidsregio hebben laten weten te kunnen instemmen met het plan. 7.3

Inspraak

De inspraakverordening van de gemeente Woensdrecht gebiedt dat het voorontwerp van het bestemmingsplan ter inzage dient te worden gelegd voor een inspraakperiode van zes weken. Dit inspraakmoment maakt geen onderdeel uit van de ‘formele’ procedure uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De resultaten van inspraakreacties worden te zijner tijd verwerkt in onderhavige toelichting. 7.4

Zienswijzen

Het bestemmingsplan “Herontwikkeling voormalig gemeentehuis Huijbergen” heeft ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening na voorafgaande openbare bekendmaking vanaf 18 maart 2021 gedurende zes weken voor een ieder ter visie gelegen. Het bestemmingsplan is gepubliceerd op ruimtelijkeplannen.nl met het identificatienummer NL.IMRO.0873.HUYBxBP160xHERZx05-ON01. Tijdens de periode van tervisielegging konden bij het college zienswijzen tegen het ontwerp wijzigingsplan worden ingediend. In de periode van tervisielegging zijn 3 zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan ontvangen. Een

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 54/55

van de ingediende zienswijzen is buiten de gestelde termijn ingediend. Er zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd, waarom de indiening van de zienswijze te laat is. De indiener van deze zienswijze dient daarom niet ontvankelijk worden verklaard. Een overzicht van de ingediende zienswijzen, inclusief de beantwoording, is opgenomen in de Nota beantwoording zienswijzen in bijlage 14. De ingediende zienswijzen hebben geleid tot de volgende aanpassingen van het plan. De aanwezige waterleiding krijgt een dubbelbestemming ‘Leiding – Water’. Ter plaatse van deze leiding en binnen een afstand van 3 meter aan weerszijden van deze leiding mag niet worden gebouwd. Binnen de dubbelbestemming wordt opgenomen dat eventuele verharding uitsluitend in de vorm van open verharding mag worden toegepast

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 55/55

Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek Canadaplein

Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek Bergsestraat

Bijlage 3 Aanvullend verkennend bodemonderzoek en asbest

Bijlage 4 Archeologisch bureauonderzoek Canadaplein

Bijlage 5 Archeologisch bureauonderzoek Bergsestraat

Bijlage 6 Stikstofbeschikking Wet natuurbescherming

Bijlage 7 Quickscan flora & fauna

Bijlage 8 Aanvullend soortenonderzoek

Bijlage 9 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 10 Akoestisch onderzoek industrielawaai

Bijlage 11 Standaardadvies externe veiligheid

Bijlage 12 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 13 Verslag omgevingsdialoog

Bijlage 14 Nota beantwoording zienswijzen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=8974784b-61e0-469b-b59f-ea1d57fe30ca