CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

A 2022-07-12 Bijlage NL.IMRO.0873.HUYBxBP160xHERZx05-VG01_Toelichting.pdf

Raadsvergadering 12 juli 2022, gemeente woensdrechtBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan “Herontwikkeling voormalig gemeentehuis Huijbergen”20.469 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Herontwikkeling voormalig gemeentehuis Huijbergen Gemeente Woensdrecht

datum projectnummer

17 mei 2022 194441

Bestemmingsplan “Herontwikkeling voormalig gemeentehuis Huijbergen”

Aveco de Bondt BV Boschstraat 35, 4811 GB Breda T +31 76 522 52 62 www.avecodebondt.nl

Gemeente Woensdrecht Toelichting

project projectnummer projectleider

opdrachtgever

Bestemmingsplan Huijbergen” 194441 Toby van Baast

Aannemersbedrijf B. de Nijs - Soffers bv

Definitief 4.0 fase vastgesteld auteur Toby van Baast status

versie

paraaf gecontroleerd

“Herontwikkeling

Marcel Volbeda

voormalig

gemeentehuis

datum 17 mei 2022 referentie 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

Gemeente Woensdrecht Bestemmingsplan : “ Canadaplein 1 en Bergsestraat 10, Huijbergen” Id = NL.IMRO.0873.HUYBxBP160xHERZx05

Fase

Datum

Datum

Datum

besluit

publicatie

ter inzage

Voorontwerp Ontwerp

15-03-2022

Vastgesteld Van kracht Raad van State Onherroepelijk

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

16-03-2022

18-03-2022

Bijzonderheden

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

1 1 2 3 4

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.4.1 2.4.2

Planbeschrijving Bestaande situatie Planvoornemen Stedenbouwkundige inpassing Verkeer en parkeren Parkeren Verkeersgeneratie

5 5 6 7 9 9 10

3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.4 3.4.5 3.4.6 3.5 3.5.1 3.5.2 3.5.3 3.5.4

Beleidskader Inleiding Rijksbeleid Nationale omgevingsvisie Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2017 Provinciaal beleid Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 Omgevingsvisie Noord-Brabant, 2018 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (2020) Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Gemeentelijk beleid Structuurvisie Plus en actualisatie 2009 Woonvisie Woensdrecht 2021-2025 Toekomstvisie 2035 Detailhandelsvisie

11 11 11 11 11 12 13 15 15 17 18 19 20 21 21 22 22 23

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.6.1 4.6.2 4.7 4.8 4.9 4.9.1

Planologisch relevante (milieu)aspecten Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Ecologie Natuurgebieden Flora en fauna Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Inrichtingen en externe veiligheid

25 25 25 27 29 32 34 34 34 35 37 39 39

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

4.9.2 4.9.3 4.10 4.11 4.12 4.13

Transport en externe veiligheid Buisleidingen en externe veiligheid Luchtkwaliteit Gezondheid en veehouderij Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

41 41 42 43 46 47

5 5.1 5.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4

Juridische plantoelichting Inleiding Opbouw van de regels Regels Hoofdstuk 1 ‘Inleidende regels’ Hoofdstuk 2 ‘Bestemmingsregels’ Hoofdstuk 3 ‘Algemene regels’ Hoofdstuk 4 ‘Overgangs- en slotregels’

49 49 49 49 49 50 50 51

6 6.1 6.2 6.3

Economische uitvoerbaarheid Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid

53 53 53 53

7 7.1 7.2 7.3 7.4

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Omgevingsdialoog Vooroverleg Inspraak Zienswijzen

54 54 54 54 54

Bijlagen Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek Canadaplein Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek Bergsestraat Bijlage 3 Aanvullend verkennend bodemonderzoek en asbest Bijlage 4 Archeologisch bureauonderzoek Canadaplein Bijlage 5 Archeologisch bureauonderzoek Bergsestraat Bijlage 6 Stikstofbeschikking Wet natuurbescherming Bijlage 7 Quickscan flora & fauna Bijlage 8 Aanvullend soortenonderzoek Bijlage 9 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 10 Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 11 Standaardadvies externe veiligheid Bijlage 12 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 13 Verslag omgevingsdialoog Bijlage 14 Nota beantwoording zienswijzen

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

Bouwgroep De Nijs – Soffers is voornemens om het voormalige gemeentehuis van Huijbergen aan het Canadaplein 1 in Huijbergen te herontwikkelen met 13 appartementen en een supermarkt. Ten behoeve van de appartementen aan het Canadaplein 1 wordt de footprint en hoogte van het gebouw uitgebreid. De supermarkt wordt verplaatst van de Bergsestraat 10 naar het Canadaplein 1. De locatie Bergsestraat 10 wordt herontwikkeld met 9 rijwoningen aan een hofje. De bestaande bebouwing aan de Bergsestraat 10 wordt geamoveerd. De buitenwerkplaats van de brandweerkazerne wordt ingezet voor een nieuwe verbinding van het Canadaplein naar de Jeneverbes en voor de realisatie van extra parkeergelegenheid. Het planvoornemen is niet direct realiseerbaar op basis van het vigerende bestemmingsplan “Bebouwde kom Huijbergen, 1e herziening”. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken.

Uitsnede topografische kaart Huijbergen met rode ster als aanduiding plangebied. Bron: topotijdreis.nl, 2020

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 1/55

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Ligging Het plangebied is gelegen in het centrum van Huijbergen. De locatie is gesitueerd waar de Coop supermarkt aan de Bergsestraat 10 is gevestigd en waar het voormalige gemeentehuis aan het Canadaplein 1 staat. De directe en wijdere omgeving van het plangebied bestaat grotendeels uit woningen met verspreid enkele centrumvoorzieningen zoals een café, detailhandel en de Onze Lieve Vrouw Hemelvaartkerk. Begrenzing Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Woensdrecht, sectie B, nummers 724, 725, 749 en 1208. Het plangebied is circa 4.300 m2 groot. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de bebouwing aan de Jeneverbes. De verdere begrenzing wordt gevormd door de bestaande straten Bergsestraat, Dorpsstraat en Canadaplein.

Plangebied met aangegeven kadastrale perceelnummers: 724, 725, 749 en 1208. Bron: Planviewer, 2020

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 2/55

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Toetsingskader Het plan past niet binnen het vigerende bestemmingsplan “Bebouwde kom Huijbergen, 1e herziening”, vastgesteld door de gemeenteraad op 7 november 2012. Het initiatief past niet binnen de vigerende bestemmingen Maatschappelijk, Verkeer en Gemengd - 3.

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Bebouwde kom Huijbergen, 1e herziening - Woensdrecht”, met weergave van de planlocatie

Beoordeling Het planvoornemen, bestaande uit de realisatie van appartementen en rijwoningen en het verplaatsen van de supermarkt, is niet realiseerbaar op basis van de bouw- en gebruiksmogelijkheden die de vigerende bestemmingen bieden. Het geldende bestemmingsplan bevat voor de locatie Canadaplein 1 de bestemming Maatschappelijk. Daarin past het plan slechts ten delen. De functie detailhandel is niet toegestaan. De voorgenomen ontwikkeling overschrijdt ten dele de vigerende bouwgrenzen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de beoogde herontwikkeling van het plangebied niet mogelijk is op basis van het vigerende bestemmingsplan. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken.

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 3/55

1.4

Leeswijzer

In deze toelichting wordt in hoofdstuk 2 de huidige en de beoogde situatie voor het plangebied toegelicht. In hoofdstuk 3 is het planvoornemen getoetst aan het beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 heeft betrekking op de planologisch relevante (milieu)aspecten. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 de juridische vormgeving van het plan toegelicht. Tot slot komt in hoofdstuk 6 de economische uitvoerbaarheid van de ontwikkeling aan de orde en in hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 4/55

2

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie

Centrum Huijbergen Het plangebied is gelegen in het centrum van Huijbergen, met de Bergsestraat en Dorpsstraat fungerend als hoofdwegen door de kern van het dorp. De locatie maakt daarmee deel uit van de historische structuur van het dorp. De bebouwing in het centrum is veelal kleinschalig, bestaande uit één of twee bouwlagen met een kap. Het gebruik wordt overwegend bepaald door de functie wonen. Op een aantal plaatsen wordt deze functionele structuur onderbroken door bebouwing met een centrumfunctie, zoals horeca, detailhandel of maatschappelijke functies. Aangrenzend aan het plangebied in zuidelijke richting staat de Onze Lieve Vrouw Hemelvaartkerk.

Foto supermarkt Coop aan de Bergsestraat. Bron: Compositie 5 Stedenbouw, 2020.

Foto pand voormalige gemeentehuis aan het Canadaplein. Bron: Compositie 5 Stedenbouw,

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 5/55

Plangebied In het noordelijk deel van het plangebied staat de Coop supermarkt, omringd door rijwoningen met aan de achterzijde van de supermarkt de brandweerkazerne. In het zuidelijk deel van het plangebied is het voormalige gemeentehuis als maatschappelijke functie in gebruik genomen voor een bibliotheek en diverse zorg- en opvoedkundige instanties. Het Canadaplein zelf fungeert als openbare ruimte met parkeer- en groenvoorzieningen. 2.2

Planvoornemen

De nu aan de Bergsestraat 10 aanwezige bebouwing zal worden geamoveerd. Aan de Bergsestraat worden 9 rijwoningen ontwikkeld aan een hofje. De supermarkt aan de Bergsestraat 10 wordt naar de plint verplaatst van het voormalige gemeentehuis op het Canadaplein 1. In de plint wordt één appartement gerealiseerd. Op de verdiepingen worden twaalf appartementen gerealiseerd. In totaal worden 13 appartementen gerealiseerd met een oppervlakte van ongeveer 100 m2. De appartementen zijn geschikt voor jonge gezinnen, senioren en samenwonende starters.

Beoogde grondgebonden woningen. Bron: Inbo Amsterdam, 2019.

Onderhavig plan neemt een bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ op ter plaatse van de huidige buitenplaats van de brandweerkazerne. Dit is noodzakelijk om te kunnen voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Dit wil niet zeggen dat hiermee de bestaande activiteiten, zoals brandoefeningen en trainingen niet meer mogelijk zijn. De bestaande activiteiten van de brandweer die inpandig en op de binnenplaats worden gedaan, kunnen worden gecontinueerd. De realisatie van het bouwplan zal daar geen verandering in brengen.

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 6/55

2.3

Stedenbouwkundige inpassing

De nieuwe woningen aan de Bergsestraat 10 worden in de voorgevellijn van de bestaande bebouwing geplaatst. Het voormalige gemeentehuis wordt dusdanig uitgebreid dat de westelijke gevel in dezelfde voorgevellijn aan de Bergsestraat komt te liggen. De bebouwingswand aan de Bergsestraat wordt zodoende verdicht en uniform gemaakt. De 9 grondgebonden woningen worden omsloten door twee erftoegangswegen aan de noordoostzijde en zuidwestzijde van de woningblokken met een hofje als centraal punt. Er worden 38 parkeerplaatsen gerealiseerd, waarvan 15 ten zuiden van de beoogde supermarkt en de overige 23 ten noorden ervan. Parkeergelegenheid voor het laden en lossen van vrachtwagens bij de supermarkt komt aan de oostzijde van de supermarkt tot stand. De openbare ruimte wordt heringericht met nieuwe bestrating en nieuwe groenelementen. Het straatbeeld zal een levendiger en dynamischer uitstraling krijgen.

Visualisatie met indeling plangebied. Bron: Aveco de Bondt, december 2021.

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 7/55

Parkeernormen CROW publicatie 381.

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 8/55

2.4

Verkeer en parkeren

2.4.1

Parkeren

Toetsingskader De gemeente Woensdrecht heeft met betrekking tot verkeer en parkeren het ‘Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan 2021 (GVVP) vastgesteld. Het GVVP is een beleidsdocument waarin de gemeente Woensdrecht de toekomstvisie beschrijft voor het verkeer en vervoer in de gemeente voor de komende jaren. Met betrekking tot parkeren zijn in het GVVP geen parkeernormen opgenomen. Daarom hanteert de gemeente de parkeernormering zoals deze is opgenomen in CROW publicatie 381 "toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen". In deze publicatie wordt parkeernormen gegeven voor de verschillende functies. Daarbij onderscheid gemaakt naar stedelijkheidsgraad en naar de ligging in de stedelijke zones. Blijkens het GVVP van de gemeente Woensdrecht is Huijbergen qua stedelijkheidsgraad ingedeeld in de categorie "niet stedelijk" en is qua ligging aangegeven dat wordt uitgegaan van de categorie "rest bebouwde kom". Verder wordt uitgegaan van de gemiddelde norm binnen deze categorieën. Voor de beoordeling van de parkeernorm en de verkeersgeneratie is uitgegaan van de norm voor niet stedelijke functie maar wel voor het centrumgebied. Het staat vast dat het hier een echte centrumlocatie betreft. De toepassing van de desbetreffende normen is dan ook gerechtvaardigd. Beoordeling In CROW publicatie 381 wordt een minimum en maximum parkeernorm gegeven.

Afhankelijk van de situatie (wel of geen hoge parkeerdruk) kan worden bepaald welke norm per (bouw)plan van toepassing is. Hiernaast zijn de relevante parkeerkencijfers uit CROW publicatie 381 gegeven. Voor de bestaande en nieuwe functies gelden de volgende minimale parkeernormen; 2,4 voor 100 m 2 bvo supermarkt en 2,45 voor 100 m2 bvo gemeentehuis. Voor de grondgebonden woningen en appartementen (middelduur) geldt een minimale parkeernorm van 1,5 per woning en 1,4 per appartement.

Parkeerbalans: Bestaande situatie aantal m2 bvo

functie

norm

aantal parkeerplaatsen

buurtsupermarkt

300 m2 bvo

2,4 (100 m2 bvo)

7,2

gemeentehuis

600 m2 bvo

2,45 (100 m2 bvo)

14,7

Totaal

21,9

Parkeerbalans: Beoogde situatie eenheid / aantal m2 bvo

functie

norm

aantal parkeerplaatsen

buurtsupermarkt

516 m2 bvo

2,4 (100 m2 bvo)

12,4

koopwoning, tussen

9

1,5 (per woning)

13,5

koopappartement, mid

13

1,4 (per woning)

18,2

Totaal

44,1

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 9/55

De parkeerbehoefte in de nieuwe situatie (ten opzichte van bestaand) neemt toe met 23 parkeerplaatsen. Daarbij komen er 15 parkeerplaatsen in de openbare ruimte te vervallen vanwege het planvoornemen. Deze parkeerplaatsen bevinden zich namelijk onder de footprint van de nieuwe gebouwen. De parkeerbehoefte bedraagt dus 23 + 15 is 38 parkeerplaatsen in totaal. Conclusie In totaal voorziet dit plan in de realisatie van 38 nieuwe parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Het plan zoekt daarmee een optimale balans tussen voldoende parkeergelegenheid en groenvoorzieningen. 2.4.2 Verkeersgeneratie Het planvoornemen voorziet in 9 grondgebonden woningen en 13 appartementen met een supermarkt. De supermarkt wordt verplaatst van de Bergsestraat 10 naar het Canadaplein 1 (en deze wordt vergroot). Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw, dienen de kengetallen uit de ASVV 2012 van het CROW te worden geraadpleegd. Het plangebied is gelegen in het ‘centrum’ en te typeren als niet stedelijk. Het CROW kent geen kencijfers voor het bepalen van de verkeersgeneratie als gevolg van een gemeentehuis. Daarom is aangesloten bij de huidige functies namelijk bibliotheek en kinderopvang. Onderstaand is de verkeersgeneratietoename bepaald. Verkeersgeneratie: bestaande situatie functie

aantal / oppervlak

Norm

aantal verkeersbewegingen

buurtsupermarkt

300 m2 bvo

35,6 (100 m2 bvo)

106,8

bibliotheek / crèche

600 m2 bvo

13,2 / 23 (100 m2 bvo)

78 / 138

Totaal

244,8 mvt/etmaal

Verkeersgeneratie: beoogde situatie functie

aantal / oppervlak

Buurt supermarkt

516 m2 bvo

35,6 (100 m2 bvo)

178

Koop, huis tussen/hoek

9

4,8 (per woning)

43,2

App, koop, midden

13

4,8 (per woning)

62,4

Totaal

Norm

aantal verkeersbewegingen

283,6 mvt/etmaal

Ten opzichte van de bestaande situatie neemt het aantal voertuigen per etmaal met (283,6 – 244,8 =) 38,8 toe. De bestaande wegen hebben voldoende capaciteit om deze lichte verkeerstoename op te vangen. Conclusie Wat betreft parkeren wordt dit in het plangebied volledig opgevangen. Op het gebied van verkeersgeneratie hebben bestaande omliggende wegen voldoende capaciteit om het verkeer te verwerken.

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 10/55

3

Beleidskader

3.1

Inleiding

De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. 3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale omgevingsvisie

Toetsingskader De Rijksoverheid werkt aan een nieuwe Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met deze visie geeft het Rijk de hoofdlijnen van de gewenste kwaliteit van de leefomgeving, de voorgenomen ontwikkeling en het te voeren beleid in Nederland tot 2050. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. De NOVI wordt uitgewerkt in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling, die gebiedsgericht worden ingezet. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. Beoordeling De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het onderhavig plangebied overstijgt. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de Nationale Omgevingsvisie. 3.2.2

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012

Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies. Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet.

Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 11/55

ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Dat gaat uit van de activiteit.

Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen. Beoordeling Voorliggend plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt. Uitsluitend het nationale belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’, als vervat in de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’, is van toepassing op onderhavig plan. Aan dit belang wordt navolgend getoetst. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk. 3.2.3

Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012

Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Beoordeling Voorliggend plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en het radarstation op vliegbasis Woensdrecht. Rondom deze radarstations mogen geen bestemmingen opgenomen

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 12/55

worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP.

Ligging van het plangebied binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en Woensdrecht. De rode aanwijzer toont de ligging van het plangebied. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.

Het onderhavig plangebied is daarnaast gelegen in het radarverstoringsgebied van vliegbasis Woensdrecht. Het plangebied is niet gelegen binnen het obstakelbeheersgebied rondom het luchtvaartterrein. In het radarverstoringsgebied van vliegbasis Woensdrecht geldt ter hoogte van Huijbergen (gelegen op 3 kilometer van het radarstation) een maximale bouwhoogte van 56 meter voor alle bouwwerken. In het onderhavige plan wordt geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat en er wordt ook geen planologisch kader geboden voor het oprichten van windturbines. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation. Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en de Rarro van toepassing, aangezien er bij onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels, zoals gesteld in het Barro en de Rarro. 3.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2017

Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 13/55

het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b.

Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een van de andere in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro genoemde stedelijke voorzieningen in de vorm van een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte kleiner dan 500 m2, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. Omtrent de supermarkt kan gesteld worden dat de uitbreiding van de supermarkt geen stedelijke ontwikkeling is. De behoefte voor het verder doorlopen van de ladder wordt hiermee uitgesloten. Echter, is de supermarkt onderdeel van een nieuwe ontwikkeling die wel ladderplichtig is, en dient daarom nader te worden onderbouwd. Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de realisatie van 22 woningen mogelijk. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen. b.

Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als uit een onderling samenhangende beoordeling van het ruimtelijke besluit, in vergelijking met het voorgaande planologische regime, blijkt dat sprake is van een functiewijziging en dat sprake is van een groter planologisch beslag op de ruimte. Op de gronden binnen het plangebied zijn thans maatschappelijke functies toegestaan op het Canadaplein. Deze functie wordt gewijzigd voor functie wonen en detailhandel. Op de Bergsestraat geldt de functie detailhandel en wordt gewijzigd naar de functie wonen. Met de functiewijziging en uitbreiding van het planologisch ruimtebeslag is er sprake van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling. Gelet op de uitbreiding van het planologisch ruimtebeslag kan worden gesteld dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ verder moet worden doorlopen.

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 14/55

c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat, indien sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit dient te worden beschreven. Het kan hierbij zowel gaan om een kwantitatieve behoefte als een kwalitatieve behoefte. De beschrijving van de behoefte dient te worden gebaseerd op voldoende actuele, concrete en zo mogelijk cijfermatige gegevens. Het is niet in strijd met art. 3.1.6, lid 2 Bro als voor de onderbouwing van de behoefte in het ruimtelijk besluit wordt verwezen naar een of meer onderzoeksrapporten of beleidsdocumenten. In het gemeentelijke beleidsstuk ‘Woningbouwplanning 2019’ wordt de woningbehoefte beschreven tussen 2017 en 2027. Dit beleidsstuk is opgesteld in het kader van de bevolkings- en woningbehoefteprognose van de woonvisie Woensdrecht, geactualiseerd in 2017 (vastgesteld januari. 2017). De woningbehoefte voor het plangebied is geschat op 6 woningen (Canadaplein) en 30 woningen elders in Huijbergen. In het planvoornemen worden er 22 woningen gerealiseerd. Er kunnen elders in Huijbergen nog woningen worden toegevoegd. Gelet op de vastgestelde bevolkingsprognoses van de provincie Noord-Brabant blijkt dat het aantal inwoners in 2030 bijna 30% ouder zal zijn dan 65 jaar.

Met de bovenstaande informatie zijn de 13 appartementen, voornamelijk bedoeld voor senioren, gerealiseerd op een ruimtelijk aantrekkelijke locatie waarin de senioren zich eenvoudig kunnen verplaatsen op korte afstand naar de omliggende voorzieningen. Naast de 13 appartementen zijn de 9 grondgebonden woningen tevens gasvrij en worden rond om het plangebied de nodige groenvoorzieningen gerealiseerd. Uit het voorgaande blijkt dat er zowel aan de 9 grondgebonden woningen als aan de 13 appartementen voldoende behoefte bestaat. De behoefte aan de uitbreiding van de supermarkt is enkel en alleen om boodschappen doen voor de klant comfortabeler te maken. Dat doet de supermarkt door de aanleg van bredere gangpaden en een groter magazijn. Het assortiment wordt niet uitgebreid, noch wordt beoogd om een groter publiek aan te trekken. Bij de beschrijving van het gemeentelijk beleid wordt aandacht besteed aan de gemeentelijke detailhandelsvisie. Gelet op het feit dat het hier om de enige supermarkt gaat in de kern Huijbergen en deze slechts beperkt wordt uitgebreid, is er geen aanleiding om hiervoor een distributieplanologisch onderzoek op te stellen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling is aan te merken als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ voorziet in een behoefte: niet alleen wonen, maar ook detailhandel.

De ontwikkeling is daarnaast gelegen binnen ‘bestaand stedelijk gebied’. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.4

Provinciaal beleid

3.4.1

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014

Toetsingskader De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) is vastgesteld door Provinciale Staten op 1 oktober 2010 en geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). Belangrijke beleidslijnen in de SVRO zijn het principe van concentratie van verstedelijking, zorgvuldig ruimtegebruik, verantwoord omgaan met de natuurlijke basis, het streven naar robuuste en aaneengeschakelde natuurgebieden. Sinds de vaststelling

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 15/55

in 2010 hebben Provinciale Staten diverse besluiten genomen die een verandering brengen in de provinciale rol en sturing, of van provinciaal beleid. Deze besluiten zijn vertaald in de partiële herziening van de structuurvisie in 2014, vastgesteld op 7 februari 2014 en in werking op 19 maart 2014. De, met de partiële herziening ongewijzigde, provinciale sturingsfilosofie is gebaseerd op vijf rollen: ontwikkelen, ordenen, beschermen, regionaal samenwerken en stimuleren. Twee rollen zijn relevant voor onderhavig plan: de ordenende en de beschermende rol. De ordenende rol gaat uit van het behartigen van ruimtelijke belangen en keuzes. Deze zijn geordend in vier ruimtelijke structuren. De structuren geven een hoofdkoers aan: een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies. Maar ook waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Binnen de structuren is ruimte voor regionaal maatwerk. De vier onderscheidende structuren zijn: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Het uitgangspunt van de beschermende rol is zorgvuldig ruimtegebruik. Bij ruimtelijke afwegingen betekent dat eerst gekeken wordt naar mogelijkheden voor intensivering of hergebruik op of binnen bestaand bebouwd gebied. De provincie wil nieuw stedelijk ruimtebeslag zoveel mogelijk voorkomen.

Uitsnede Structurenkaart uit Structuurvisie Ruimtelijke Ordening met het plangebied aangeduid met een rode marker gelegen binnen het perspectief ‘Kernen in het landelijk gebied.

Beoordeling Het plangebied is in de SVRO gelegen binnen de stedelijke structuur, aangeduid als ‘Kernen in het landelijk gebied’. Op de gronden die aangewezen zijn als kern in het landelijk gebied wordt voorzien in de lokale behoefte voor verstedelijking inzake wonen, werken en voorzieningen. De provincie vraagt gemeenten om in regionaal verband afspraken te maken over de verdeling van het programma. In de kernen in het landelijk gebied worden woningen

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 16/55

gebouwd voor de eigen woningbehoefte volgens het principe van ‘migratiesaldo-nul’. De provincie legt de nadruk op zorgvuldig ruimtegebruik waarbij de provincie de groei en de spreiding van het stedelijk ruimtebeslag wil afremmen. Dit betekent dat het voorkomen van verdere aantasting van het buitengebied centraal staat. Het accent ligt dan ook op inbreiden en herstructureren. Onderhavig plan voorziet in de realisatie van woningen en detailhandel op de plaats waar momenteel nog het leegstaande gemeentehuis staat. De betreffende gronden zijn derhalve reeds in gebruik voor stedelijke doeleinden en worden geherstructureerd. Ten behoeve van het planvoornemen wordt de stedelijke ontwikkeling ingebreid. Hierbij wordt voldaan aan de prioriteit van inbreiding zoals reeds is gesteld binnen de structuurvisie. Van het aanwenden van nieuw stedelijk ruimtebeslag is in dit geval geen sprake. Onderhavig plan is daarmee passend in de beleidsuitgangspunten uit de SVRO. Conclusie Voorliggend initiatief is passend binnen de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening – partiële herziening 2014 van de provincie Noord-Brabant. 3.4.2

Omgevingsvisie Noord-Brabant, 2018

Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeersen vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie. Voor wat betreft sectorale beleidsdoelen blijven de huidige plannen, waaronder de SVRO, vooralsnog gelden. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen.

De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Het bereiken van een gezonde leefomgeving is essentieel. Om die doelstelling kracht bij te zetten wordt de Brabantse Omgevingsscan vanaf de vaststelling van de Omgevingsvisie geïmplementeerd in de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet. Deze omgevingsscan is een instrument om invulling te geven aan de positie van gezondheid in de nieuwe bestuurspraktijk onder de Omgevingswet. Beoordeling Het onderhavige planvoornemen heeft raakvlakken met elk van de ambities uit de Omgevingsvisie. De realisatie van het plan draagt bij aan de totstandkoming van een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Conclusie Het onderhavige plan is passend binnen de in de Omgevingsvisie Noord-Brabant gestelde doelen.

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 17/55

3.4.4

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (2020)

Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via een de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening NoordBrabant (Iov N-B) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening Noord-Brabant. De regels zijn eenvoudiger opgeschreven en omgezet naar een nieuw digitaal systeem, met een meer gebruiksvriendelijke opbouw. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze. Waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen.

Uitsnede kaartbeeld Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant met het plangebied aangeduid met een rode marker. Het plangebied ligt binnen de structuur ‘Bestaand stedelijk gebied, kern in landelijk gebied’. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.

Beoordeling Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er meer sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Interim omgevingsverordening. Er moet getoetst worden aan de geldende regels voor de opgenomen structuren en aanduidingen. Voor het overige moet getoetst worden aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies uit artikel 3.5 t/m 3.8 van de Interim omgevingsverordening. Navolgend wordt deze toets uitgevoerd.

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 18/55

3.4.5

Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling

Toetsingskader Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Beoordeling Onderhavige ontwikkeling betreft het planologisch toevoegen van 22 wooneenheden en een supermarkt in het bestaand stedelijk gebied van Huijbergen. De nieuwbouw van woningen is toegestaan binnen het Stedelijk gebied als bepaald in artikel 3.42 Iov, mits passend binnen de woningbouwafspraken zoals deze op regionaal niveau zijn bepaald en mits de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw.

De behoefte aan woningen wordt in Noord-Brabant bepaald aan de hand van de provinciale “Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant”. De woningbehoefte/opgave van 2017-2027 bedraagt 30 woningen. Er is voornamelijk vraag naar betaalbare woningen voor starters en senioren. Ter plaatse van het plangebied worden 22 wooneenheden toegevoegd aan de woningvoorraad. Deze zijn vooral bestemd voor de doelgroepen die in de prognose zijn genoemd. Met de verplaatsing van de supermarkt in de eerste bouwlaag van een appartementengebouw wordt meervoudig ruimtegebruik bevorderd. De provincie stelt geen specifieke eisen aan de uitbreiding van bestaande detailhandelsfuncties, maar wijst wel op afspraken inzake detailhandel uit het regionaal ruimtelijk overleg of gemeentelijk beleid. De raad van de gemeente Woensdrecht heeft in april 2016 de “Detailhandelsvisie gemeente Woensdrecht 2016-2020 vastgesteld. Op basis van de huidige situatie in Huijbergen, het beperkt aantal winkels en de toekomstverwachtingen is het detailhandelbeleid van de gemeente gericht op het behoud van een minimaal basisniveau. Hierbij kan gedacht worden aan het behoud van een lokale supermarkt voor de kleine dagelijkse boodschappen. De inzet richt zich op behoud van het huidige voorzieningenniveau en het opvullen van de (beperkte) leegstand.

De verplaatsing en kleinschalige uitbreiding van de bestaande supermarkt is passend binnen die visie. Het plan past binnen de regionale afspraken als bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Zie voor een uitgebreide verantwoording de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking in paragraaf 3.2.3. Conclusie Onderhavige ontwikkeling betreft voorts een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’: de ontwikkeling bevordert zorgvuldig ruimtegebruik door gebruikmaking van een inbreidingslocatie en stimuleert functiemenging met de transformatie van verouderde stedelijke panden.

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 19/55

3.4.6

Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies

Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (Paragraaf 3.1.2) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Ad a) - Zorgvuldig ruimtegebruik: 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1) nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2) er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. 2. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel.

Ad b) - Toepassing van de lagenbenadering 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Ad c) - meerwaarderecreatie 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. 2.

De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 20/55

Beoordeling Voorwaarden ad a: a. De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Met onderhavig initiatief is hiervan sprake. Bestaande stedelijke functies (detailhandel en maatschappelijk) worden omgezet in andere stedelijke functies (wonen met detailhandel). b. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst. c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De begrenzing van de beoogde bouwvlakken is zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven. Voorwaarden ad b: a. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting wordt ingegaan op deze effecten. b. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief worden parkeerplekken aangelegd met enkele wegen voor bestemmingsverkeer. Voor verdere motivatie wordt verwezen naar paragraaf 2.4 uit de toelichting. Voor het overige heeft het planvoornemen geen effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. De afwikkeling van het verkeer is eveneens beschreven in paragraaf 2.4. c. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag.

De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4. Er wordt geen effect verwacht op de bovenste laag. Voorwaarden ad c: Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat met onderhavig initiatief invulling wordt gegeven aan kwaliteitsverbetering door opnieuw invulling te geven aan een voormalig gemeentehuis. Tevens zullen binnen het zuidelijk deel van het plangebied de nodige groenvoorzieningen aanwezig zijn die het verblijf in de openbare ruimte stimuleren. Ten slotte worden planologische mogelijkheden gecreëerd voor de sociale duurzaamheid vanwege de functiemening van wonen en detailhandel in één gebouw. Conclusie Met het planvoornemen wordt voldaan aan de zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit voortkomend uit de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. 3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Structuurvisie Plus en actualisatie 2009

Toetsingskader In deze notitie wordt de visie gepresenteerd op de ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Woensdrecht tussen 2000 en 2015. Aanleiding voor het opstellen van deze Structuurvisie Plus was onder meer dat er na samenvoeging van de vier gemeenten, waaruit de huidige gemeente Woensdrecht is ontstaan, behoefte was aan een totaalvisie. De Structuurvisie Plus is een strategisch document waarin wordt gestreefd naar versterking van de sociaaleconomische vitaliteit en de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. Het biedt inzicht in de manier waarop de kwaliteit en duurzaamheid van het gemeentelijk grondgebied in ruimtelijk en sociaaleconomisch opzicht kan worden verhoogd. Beoordeling De belangrijkste opgave voor Huijbergen, zoals opgenomen in de structuurvisie, is de verbetering van de stedelijke ontwikkeling, alsmede het centrumgebied in relatie tot de woningbouw voor aantrekking van starters en gunstige

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 21/55

huisvesting van senioren. Hier ligt voor de kern Huijbergen de potentiële transformatieruimte. In ruimtelijk opzicht laat op een aantal plekken de kwaliteit van de straatgevel momenteel te wensen over. Bij nieuwe initiatieven is het van belang dat er wordt ingestoken op een verbetering van het straatbeeld. Daarnaast zijn er nog een aantal herstructureringslocaties aanwezig, waarbij de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit uitgangspunt is. Het planvoornemen heeft, aan de hand van het toetsingskader, raakvlakken met de uitgangspunten waar de gemeente Woensdrecht prioriteit aan geeft. Met onderhavig plan wordt het centrum levendiger gemaakt. Het plan besteed aandacht aan de kwaliteit van de straatgevel. Qua woningbouwprogrammering worden voornamelijk woningen voor starters en senioren gerealiseerd (in totaal 22 woningen). Conclusie Het planvoornemen past binnen de uitgangspunten van de structuurvisie en draagt bij aan het verwezenlijken van de daarin gestelde doelen.

3.5.2

Woonvisie Woensdrecht 2021-2025

Toetsingskader De gemeente Woensdrecht heeft op 17 december 2020 de woonvisie vastgesteld. Uitgangspunt is dat dorpen in de gemeente zich ook in de toekomst blijven ontwikkelen als kernen waarin het goed wonen is. Het draait daarbij om een passend antwoord op de groeiende vraag naar woningen. De woonomgeving, sociale kwaliteit, zorg en duurzaamheid zijn daarmee verbonden. Woningen zijn geschikt voor meerdere doelgroepen en energiezuinig. De verkoopprijzen zijn sinds 2015 gestegen en het aanbod in de gemeente gedaald. In de gemeente is bovendien sprake van lichte ontgroening en een duidelijke vergrijzing. In Huijbergen wordt een toename van huishoudens verwacht in de periode 2019-2025 van 20 en in de periode van 2025-2035 met nog eens 20. Met name het aantal alleenstaanden zal groeien. Het aantal gezinnen zal dalen. Het aandeel sociale huurwoningen is in Huijbergen relatief hoog (circa 20%). Vooral het aandeel duurdere koopwoningen boven de € 295.000,-- is in Huijbergen relatief hoog, namelijk 48 %. Dat is hoger dan in de andere kernen van de gemeente Woensdrecht waar dat aandeel duurdere koopwoningen circa 40 % bedraagt. De behoefte aan grondgebonden woningen neemt af. In de Woonvisie is aangegeven dat de woningbehoefte in Huijbergen in het algemeen gericht is op de koopappartementen in verschillende prijsklassen.

Let wel dat appartementen kan duiden op de wens om gelijkvloers te wonen, hetgeen ook opgelost kan worden in grondgebonden bouwvormen. De vrijkomende sociale huurwoningen bieden kansen voor lagere inkomens waaronder starters. Op de langere termijn is de verwachting dat de woningbehoefte in Huijbergen afneemt tot het huidige niveau. Dit heeft niet per definitie sloop van de woningvoorraad tot gevolg, maar biedt juist extra mogelijkheden om het woningtekort in te lopen dat in de provinciale prognoses is ingebed. Beoordeling Het initiatief voorziet in de realisatie van een nieuwe supermarkt en 9 grondgebonden woningen en 13 appartementen. Hiermee wordt perfect ingespeeld op de behoefte aan gelijkvloerse woningen, ook voor het groenend aantal alleenstaanden. Conclusie Het planvoornemen past binnen de Woonvisie Woensdrecht 2021-2025. 3.5.3

Toekomstvisie 2035

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 22/55

Toetsingskader In de Toekomstvisie 2035 presenteert de gemeente Woensdrecht haar visie over de ruimtelijke ontwikkelingen tot 2035. Aanleiding voor het opstellen van deze visie is om een gezamenlijke visie op de toekomst te ontwikkelen. Een dergelijke visie moet steeds worden bijgesteld omdat de toekomst moeilijk te voorspellen is. In de Toekomstvisie is gekozen voor drie leidende thema’s, namelijk ‘Brabantse Wal’, ‘Sterke dorpen’ en ‘Bedrijvigheid en Maintenance’. Beoordeling In de toekomstvisie is voor de kernen opgenomen dat het aantal woningen en de verschillende woningtypes aansluiten bij de samenstelling van de bevolking. Woningen dienen geschikt te zijn voor meerdere doelgroepen en energiezuinig te worden gebouwd. Voorzieningen in kernen van de gemeente kunnen behouden blijven, doordat de aantrekkingskracht om in de gemeente te wonen, te werken en te recreëren een positieve impuls krijgt. Het initiatief past goed in de toekomstvisie vanwege de realisatie van woningen waarnaar veel behoefte is. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de gemeentelijke toekomstvisie.

3.5.4

Detailhandelsvisie

Toetsingskader Door de gemeente Woensdrecht is een detailhandelsvisie 2016-2020 opgesteld. Per ken wordt aandacht besteed aan de detailhandel. Voor de kern Huijbergen wordt geconstateerd dat het behoud van de supermarkt voor de 860 huishoudens in deze kern een belangrijke aspect is van de leefbaarheid. De gemeente wil er alles aan doen om deze elementaire voorziening te behouden. Beoordeling Geconstateerd wordt dat behalve de supermarkt ook nog een slager en een bloemenzaak aanwezig zijn. dat zijn de enige drie detailhandelszaken. De supermarkt heeft thans een oppervlakte van 300 m 2 en is dus een zeer bescheiden dagelijkse voorziening voor de dagelijkse boodschappen. Door de verplaatsing kan enig expansie worden gegeven aan deze supermarkt zodat deze ook op termijn nog voldoende levensvatbaar kan blijven. De uitbreiding van de bestaande supermarkt past naadloos in de ambitie zoals die is genoemd in de detailhandelsvisie. Er is geen gevaar voor verdringing van koopkracht elders omdat de supermarkt uitsluitend inspeelt op de lokale behoefte en om te overleven enige extra uitbreidingsruimte nodig heeft. Er is om die reden dan ook afgezien van de opstelling van een distributieplanologisch onderzoek. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de detailhandelsvisie.

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 23/55

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 24/55

4

Planologisch relevante (milieu)aspecten

4.1

Inleiding

Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van het onderhavige plan heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten. Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek. De onderzoeksrapporten zijn als bijlagen gevoegd bij dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens worden behandeld: • bodem; • waterhuishouding; • cultuurhistorie; • archeologie; • ecologie; • akoestiek; • bedrijven en milieuzonering; • externe veiligheid; • luchtkwaliteit; • veehouderij en gezondheid; • kabels en leidingen; • milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling. 4.2

Bodem

Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o. 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem. Beoordeling Ten behoeve van de ontwikkeling is door Econsultancy een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie. De rapportages van de onderzoeken zijn als bijlage 1, 2 en 3 bij de toelichting opgenomen. Onderstaand worden de belangrijkste onderzoeksresultaten besproken.

datum referentie

17 mei 2022 194441_AdB_RAP_0001_v4.0

P 25/55

Locatie Canadaplein 1 De bodem is tot circa 1,5 m -mv zwak puinhoudend. Verder zijn er zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Er zijn op basis van het vooronderzoek, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen geconstateerd. In het grondwater zijn eveneens geen verontreinigingen geconstateerd. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "verdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de aangetroffen zwakke bodemvreemde bijmengingen en lichte verontreinigingen, bevestigd. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er echter géén reden voor een nader onderzoek. Er bestaan volgens Econsultancy met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem dan ook géén belemmeringen voor de nieuwbouw op de onderzoekslocatie alsmede de herontwikkeling door initiatiefnemer. Uit het aanvullend asbestonderzoek (bijlage 3) is gebleken dat er geen verontreinigingen waargenomen zijn. Analytisch is in beide mengmonsters geen asbest aangetoond. Dit asbestgehalte bevindt zich ruim beneden de helft van de interventiewaarde. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt gesteld dat er geen aanleiding bestaat tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest in bodem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=8974784b-61e0-469b-b59f-ea1d57fe30ca