CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

A 2021-04-01 Bijlage Vast te stellen BP Onderstal 2, Hoogerheide -Toelichting bijlage 1 - Verkennend bodemonderzoek.pdf

Raadsvergadering 1 april 2021, gemeente woensdrechtBij agendapunt: Bestemmingsplan Onderstal 2 Hoogerheide21.810 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: KXEX-MCWW-AEWM-LXNV

Ref.: 703999_certificaat_v1

Bijlage 1 van 3 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever

: 703999 : Onderstal 2 Hoogerheide (uitsplitsing) : AGEL Adviseurs

Houdbaarheid- & conserveringsopmerkingen De onderstaande constatering(en) wijzen op een afwijking van het SIKB-protocol 3001 (Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen van milieumonsters). Deze afwijking resulteert in de volgende voorgeschreven opmerking: "Er zijn verschillen met de richtlijnen geconstateerd die de betrouwbaarheid van de gemarkeerde resultaten in dit analyserapport mogelijk hebben beïnvloed." Deze bijlage vormt samen met andere bijlagen, tabellen en het voorblad, een integraal onderdeel van dit analyse-certificaat.

Uw referentie Monstercode

: 02 (0-50) : 5508617

Opmerking(en) by analyse(s): Droge stof: - De conserveringstermijn is overschreden omdat de opdracht niet binnen de afgesproken termijn is ontvangen. Uw referentie Monstercode

: 03 (0-50) : 5508618

Opmerking(en) by analyse(s): Droge stof: - De conserveringstermijn is overschreden omdat de opdracht niet binnen de afgesproken termijn is ontvangen. Uw referentie Monstercode

: 04 (0-50) : 5508619

Opmerking(en) by analyse(s): Droge stof: - De conserveringstermijn is overschreden omdat de opdracht niet binnen de afgesproken termijn is ontvangen.

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: KXEX-MCWW-AEWM-LXNV

Ref.: 703999_certificaat_v1

Bijlage 2 van 3 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever

: 703999 : Onderstal 2 Hoogerheide (uitsplitsing) : AGEL Adviseurs

Barcodeschema's Monstercode Uw referentie

monster

diepte

barcode

5508616

01 (0-40)

01 (0-40)

0-40

2474496AA

5508617

02 (0-50)

02 (0-50)

0-50

2474504AA

5508618

03 (0-50)

03 (0-50)

0-50

2474512AA

5508619

04 (0-50)

04 (0-50)

0-50

2474497AA

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: KXEX-MCWW-AEWM-LXNV

Ref.: 703999_certificaat_v1

Bijlage 3 van 3 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever

: 703999 : Onderstal 2 Hoogerheide (uitsplitsing) : AGEL Adviseurs

Analysemethoden in Grond (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. voorbewerking AS3000 Droge stof Organische stof (gec. voor lutum) Lutumgehalte (pipetmethode) Zink (Zn)

: Conform AS3000 en NEN-EN 16179 : Conform AS3010 prestatieblad 2 : Conform AS3010 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN 5754 : Conform AS3010 prestatieblad 4; gelijkwaardig aan NEN 5753 : Conform AS3010 prestatieblad 5; NEN 6966 en destructie conform NEN 6961

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: KXEX-MCWW-AEWM-LXNV

Ref.: 703999_certificaat_v1

AGEL Adviseurs T.a.v. mevrouw M. Martens Postbus 4156 4900 CD OOSTERHOUT NB

Uw kenmerk : 20170443-Onderstal 2 te Hoogerheide Ons kenmerk : Project 701864 Validatieref. : 701864_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : SRKV-FKUA-WWNU-WRCX Bijlage(n) : 2 tabel(len) + 2 bijlage(n)

Amsterdam, 22 september 2017 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,

Ing. J. Tukker Manager productie

Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.

Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckbachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland

T +31-(0)20-597 66 80 F +31-(0)20-597 66 89 CSOmegam@eurofins.com www.omegam.nl

IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654

Tabel 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever

: 701864 : 20170443-Onderstal 2 te Hoogerheide : AGEL Adviseurs

Monsterreferenties 5503155 = 01-01-1

Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Matrix

: : : : :

15/09/2017 15/09/2017 15/09/2017 5503155 Grondwater

Anorganische parameters - metalen Metalen ICP-MS (opgelost): S barium (Ba) µg/l S cadmium (Cd) µg/l S kobalt (Co) µg/l S koper (Cu) µg/l S Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l S lood (Pb) µg/l S molybdeen (Mo) µg/l S nikkel (Ni) µg/l S zink (Zn) µg/l

< 20 < 0,2 <2 3,5 < 0,05 <2 3,8 <3 10

Organische parameters - niet aromatisch S minerale olie (florisil clean-up) µg/l

< 50

Organische parameters - aromatisch Vluchtige aromaten: S benzeen µg/l S ethylbenzeen µg/l S naftaleen µg/l S o-xyleen µg/l S styreen µg/l S tolueen µg/l S xyleen (som m+p) µg/l S som xylenen µg/l

< 0,2 < 0,2 < 0,02 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,2 0,2

Organische parameters - gehalogeneerd Vluchtige chlooralifaten: S 1,1,1-trichloorethaan µg/l S 1,1,2-trichloorethaan µg/l S 1,1-dichloorethaan µg/l S 1,1-dichlooretheen µg/l S 1,1-dichloorpropaan µg/l S 1,2-dichloorethaan µg/l S 1,2-dichloorpropaan µg/l S 1,3-dichloorpropaan µg/l S cis-1,2-dichlooretheen µg/l S dichloormethaan µg/l S monochlooretheen (vinylchloride) µg/l S tetrachlooretheen µg/l S tetrachloormethaan µg/l S trans-1,2-dichlooretheen µg/l S trichlooretheen µg/l S trichloormethaan µg/l S som C+T dichlooretheen µg/l S som dichloorpropanen µg/l Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers: S tribroommethaan (bromoform) µg/l

< 0,1 < 0,1 < 0,2 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,2 < 0,2 0,1 0,4 < 0,2

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn op basis van het schema AS 3000 geaccrediteerd. Opdrachtverificatiecode: SRKV-FKUA-WWNU-WRCX

Ref.: 701864_certificaat_v1

Tabel 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever

: 701864 : 20170443-Onderstal 2 te Hoogerheide : AGEL Adviseurs

Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen Sommatie van concentraties voor groepsparameters De sommatie is uitgevoerd volgens AS3000 paragraaf 2.5.2 en bijlage 3.

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: SRKV-FKUA-WWNU-WRCX

Ref.: 701864_certificaat_v1

Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever

: 701864 : 20170443-Onderstal 2 te Hoogerheide : AGEL Adviseurs

Barcodeschema's Monstercode Uw referentie

monster

diepte

barcode

5503155

01 01

1.1-2.1 1.1-2.1

0283203YA 0207511MM

01-01-1

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: SRKV-FKUA-WWNU-WRCX

Ref.: 701864_certificaat_v1

Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever

: 701864 : 20170443-Onderstal 2 te Hoogerheide : AGEL Adviseurs

Analysemethoden in Grondwater (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) (niet vluchtig) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Zink (Zn) Minerale olie (florisil clean-up) Aromaten (BTEXXN) Styreen Chlooralifaten Vinylchloride

: Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 5 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: SRKV-FKUA-WWNU-WRCX

Ref.: 701864_certificaat_v1

BIJLAGE 6 TOETSING ANALYSERESULTATEN

3URMHFW

2QGHUVWDOWH+RRJHUKHLGH

&HUWLILFDWHQ



7RHWVLQJ

7%HRRUGHOLQJNZDOLWHLWYDQJURQGHQEDJJHUELMWRHSDVVLQJRS RILQGHERGHP %R7R9D

7RHWVYHUVLH 0RQVWHUUHIHUHQWLH



0RQVWHURPVFKULMYLQJ

       

$QDO\VH

(HQKHLG

$QDO\VHUHV

*HVWDQG5HV 7RHWVRRUGHHO

7RHWVGDWXPVHSWHPEHU

$:

:2

,1'

/XWXP+XPXV 2UJDQLVFKHVWRI

 PPGV





/XWXP

 PPGV











'URRJUHVW GURJHVWRI

#

0HWDOHQ,&3$(6 EDULXP %D

PJNJGV





#

FDGPLXP &G

PJNJGV





:2







NREDOW &R

PJNJGV













NRSHU &X

PJNJGV













NZLN +J  QLHWYOXFKWLJ

PJNJGV





:2







ORRG 3E

PJNJGV





,1'







PRO\EGHHQ 0R

PJNJGV













QLNNHO 1L

PJNJGV













]LQN =Q

PJNJGV





,1'







PJNJGV













QDIWDOHHQ

PJNJGV





IHQDQWUHHQ

PJNJGV





DQWKUDFHHQ

PJNJGV





IOXRUDQWHHQ

PJNJGV





EHQ]R D DQWUDFHHQ

PJNJGV





FKU\VHHQ

PJNJGV





EHQ]R N IOXRUDQWHHQ

PJNJGV





EHQ]R D S\UHHQ

PJNJGV





EHQ]R JKL SHU\OHHQ

PJNJGV





LQGHQR FG S\UHHQ

PJNJGV





PJNJGV





:2







:2







0LQHUDOHROLH PLQHUDOHROLH IORULVLOFOHDQXS

3RO\F\FOLVFKHNRROZDWHUVWRIIHQ

6RPPDWLHV VRP3$. 

3RO\FKORRUELIHQ\OHQ 3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





PJNJGV





6RPPDWLHV VRP3&%V 

3DJLQDYDQ

3DJLQDYDQ 2UJDQRFKORRUEHVWULMGLQJVPLGGHOHQ ''' RS'''

PJNJGV





''' SS'''

PJNJGV





''( RS''(

PJNJGV





''( SS''(

PJNJGV





''7 RS''7

PJNJGV





''7 SS''7

PJNJGV





DOGULQ

PJNJGV





GLHOGULQ

PJNJGV





HQGULQ

PJNJGV





WHORGULQ

PJNJGV





LVRGULQ

PJNJGV





KHSWDFKORRU

PJNJGV





KHSWDFKORRUHSR[LGH FLV

PJNJGV













KHSWDFKORRUHSR[LGH WUDQV

PJNJGV





DOIDHQGRVXOIDQ

PJNJGV













DOID+&+

PJNJGV













EHWD+&+

PJNJGV













JDPPD+&+ OLQGDDQ

PJNJGV













GHOWD+&+

PJNJGV





# 





KH[DFKORRUEHQ]HHQ

PJNJGV







HQGRVXOIDQVXOIDDW

PJNJGV





# 









 

KH[DFKORRUEXWDGLHHQ

PJNJGV





FKORRUGDDQ FLV

PJNJGV





FKORRUGDDQ WUDQV

PJNJGV





VRP'''

PJNJGV





VRP''(

PJNJGV











VRP''7

PJNJGV





,1'







VRPGULQV 

PJNJGV













VRPFWKHSWDFKORRUHSR[LGH

PJNJGV













VRPFKORRUGDDQ

PJNJGV













VRP2&%V ODQGERGHP

PJNJGV





,1'



6RPPDWLHV

7RHWVRRUGHHOPRQVWHU

3DJLQDYDQ

.ODVVHLQGXVWULH

3DJLQDYDQ 0RQVWHUUHIHUHQWLH



0RQVWHURPVFKULMYLQJ

       

$QDO\VH

(HQKHLG

$QDO\VHUHV

*HVWDQG5HV 7RHWVRRUGHHO

$:

:2

,1'

/XWXP+XPXV 2UJDQLVFKHVWRI

 PPGV





/XWXP

 PPGV











#

EDULXP %D

PJNJGV





#

FDGPLXP &G

PJNJGV













NREDOW &R

PJNJGV













NRSHU &X

PJNJGV













NZLN +J  QLHWYOXFKWLJ

PJNJGV













ORRG 3E

PJNJGV













PRO\EGHHQ 0R

PJNJGV













QLNNHO 1L

PJNJGV













]LQN =Q

PJNJGV













PJNJGV













QDIWDOHHQ

PJNJGV





IHQDQWUHHQ

PJNJGV





DQWKUDFHHQ

PJNJGV





IOXRUDQWHHQ

PJNJGV





EHQ]R D DQWUDFHHQ

PJNJGV





FKU\VHHQ

PJNJGV





EHQ]R N IOXRUDQWHHQ

PJNJGV





EHQ]R D S\UHHQ

PJNJGV





EHQ]R JKL SHU\OHHQ

PJNJGV





LQGHQR FG S\UHHQ

PJNJGV





PJNJGV





















'URRJUHVW GURJHVWRI

0HWDOHQ,&3$(6

0LQHUDOHROLH PLQHUDOHROLH IORULVLOFOHDQXS

3RO\F\FOLVFKHNRROZDWHUVWRIIHQ

6RPPDWLHV VRP3$. 

3RO\FKORRUELIHQ\OHQ 3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





PJNJGV





6RPPDWLHV VRP3&%V 

7RHWVRRUGHHOPRQVWHU /HJHQGD #

*HHQWRHWVRRUGHHOPRJHOLMN



 $FKWHUJURQGZDDUGH

,1'

,QGXVWULH

:2

:RQHQ

3DJLQDYDQ

$OWLMGWRHSDVEDDU

Project

Onderstal 2 Hoogerheide (uitsplitsing)

Certificaten

703999

Toetsing

T.1 - Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem BoToVa 3.0.0

Toetsversie Monsterreferentie

5508616

Monsteromschrijving

01 (0-40)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

Toetsdatum: 26 september 2017 08:38

AW

WO

IND

140

200

720

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

3.6

10

Lutum

% (m/m ds)

4.3

25

%

80.2

80.2

@

mg/kg ds

270

550

IND

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES zink (Zn)

Toetsoordeel monster 5508616:

Pagina 1 van 4

Klasse industrie

Pagina 2 van 4 Monsterreferentie

5508617

Monsteromschrijving

02 (0-50)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

WO

IND

140

200

720

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

3.3

10

Lutum

% (m/m ds)

3.1

25

%

93

93.0

@

mg/kg ds

110

240

IND

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES zink (Zn)

Toetsoordeel monster 5508617:

Pagina 2 van 4

Klasse industrie

Pagina 3 van 4 Monsterreferentie

5508618

Monsteromschrijving

03 (0-50)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

WO

IND

140

200

720

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

5.7

10

Lutum

% (m/m ds)

4.3

25

%

86.8

86.8

@

mg/kg ds

390

760

NT>I

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES zink (Zn)

Toetsoordeel monster 5508618:

Pagina 3 van 4

Niet Toepasbaar > Interventiewaarde

Pagina 4 van 4 Monsterreferentie

5508619

Monsteromschrijving

04 (0-50)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

WO

IND

140

200

720

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

3.5

10

Lutum

% (m/m ds)

3.1

25

%

89.7

89.7

@

mg/kg ds

180

390

IND

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES zink (Zn)

Toetsoordeel monster 5508619: Legenda @

Geen toetsoordeel mogelijk

NT>I

Niet toepasbaar > Interventiewaarde

IND

Industrie

Pagina 4 van 4

Klasse industrie

3URMHFW

2QGHUVWDOWH+RRJHUKHLGH

&HUWLILFDWHQ



7RHWVLQJ

7%HRRUGHOLQJNZDOLWHLWYDQJURQGYROJHQV:EE

7RHWVYHUVLH

%R7R9D

7RHWVGDWXPVHSWHPEHU

0RQVWHUUHIHUHQWLH



0RQVWHURPVFKULMYLQJ

       

$QDO\VH

(HQKHLG

$QDO\VHUHV

*HVWDQG5HV 7RHWVRRUGHHO

$:

7

,

/XWXP+XPXV 2UJDQLVFKHVWRI

 PPGV





/XWXP

 PPGV











'URRJUHVW GURJHVWRI

#

0HWDOHQ,&3$(6 EDULXP %D

PJNJGV





#

FDGPLXP &G

PJNJGV





$:







NREDOW &R

PJNJGV











 

NRSHU &X

PJNJGV











NZLN +J  QLHWYOXFKWLJ

PJNJGV





$:







ORRG 3E

PJNJGV





$:





 

PRO\EGHHQ 0R

PJNJGV











QLNNHO 1L

PJNJGV













]LQN =Q

PJNJGV





7







PJNJGV













QDIWDOHHQ

PJNJGV





IHQDQWUHHQ

PJNJGV





DQWKUDFHHQ

PJNJGV





IOXRUDQWHHQ

PJNJGV





EHQ]R D DQWUDFHHQ

PJNJGV





FKU\VHHQ

PJNJGV





$:







$:







0LQHUDOHROLH PLQHUDOHROLH IORULVLOFOHDQXS

3RO\F\FOLVFKHNRROZDWHUVWRIIHQ

EHQ]R N IOXRUDQWHHQ

PJNJGV





EHQ]R D S\UHHQ

PJNJGV





EHQ]R JKL SHU\OHHQ

PJNJGV





LQGHQR FG S\UHHQ

PJNJGV





PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





PJNJGV





6RPPDWLHV VRP3$. 

3RO\FKORRUELIHQ\OHQ

6RPPDWLHV VRP3&%V 

3DJLQDYDQ

3DJLQDYDQ 2UJDQRFKORRUEHVWULMGLQJVPLGGHOHQ ''' RS'''

PJNJGV





''' SS'''

PJNJGV





''( RS''(

PJNJGV





''( SS''(

PJNJGV





''7 RS''7

PJNJGV





''7 SS''7

PJNJGV





DOGULQ

PJNJGV





GLHOGULQ

PJNJGV





HQGULQ

PJNJGV





WHORGULQ

PJNJGV





LVRGULQ

PJNJGV





KHSWDFKORRU

PJNJGV





KHSWDFKORRUHSR[LGH FLV

PJNJGV















KHSWDFKORRUHSR[LGH WUDQV

PJNJGV





DOIDHQGRVXOIDQ

PJNJGV













DOID+&+

PJNJGV













EHWD+&+

PJNJGV













JDPPD+&+ OLQGDDQ

PJNJGV













GHOWD+&+

PJNJGV





# 









KH[DFKORRUEHQ]HHQ

PJNJGV







HQGRVXOIDQVXOIDDW

PJNJGV





# 







KH[DFKORRUEXWDGLHHQ

PJNJGV





FKORRUGDDQ FLV

PJNJGV





FKORRUGDDQ WUDQV

PJNJGV





VRP'''

PJNJGV





VRP''(

PJNJGV













VRP''7

PJNJGV





$:







VRPGULQV 

PJNJGV













VRPFWKHSWDFKORRUHSR[LGH

PJNJGV













VRPFKORRUGDDQ

PJNJGV













VRP2&%V ODQGERGHP

PJNJGV





$:



6RPPDWLHV

7RHWVRRUGHHOPRQVWHU

3DJLQDYDQ

2YHUVFKULMGLQJ$FKWHUJURQGZDDUGH

3DJLQDYDQ 0RQVWHUUHIHUHQWLH



0RQVWHURPVFKULMYLQJ

       

$QDO\VH

(HQKHLG

$QDO\VHUHV

*HVWDQG5HV 7RHWVRRUGHHO

$:

7

,

/XWXP+XPXV 2UJDQLVFKHVWRI

 PPGV





/XWXP

 PPGV











#

EDULXP %D

PJNJGV





#

FDGPLXP &G

PJNJGV













NREDOW &R

PJNJGV











 

'URRJUHVW GURJHVWRI

0HWDOHQ,&3$(6

NRSHU &X

PJNJGV











NZLN +J  QLHWYOXFKWLJ

PJNJGV













ORRG 3E

PJNJGV













PRO\EGHHQ 0R

PJNJGV













QLNNHO 1L

PJNJGV













]LQN =Q

PJNJGV













PJNJGV













QDIWDOHHQ

PJNJGV





IHQDQWUHHQ

PJNJGV





DQWKUDFHHQ

PJNJGV





IOXRUDQWHHQ

PJNJGV





EHQ]R D DQWUDFHHQ

PJNJGV





FKU\VHHQ

PJNJGV





EHQ]R N IOXRUDQWHHQ

PJNJGV





EHQ]R D S\UHHQ

PJNJGV





EHQ]R JKL SHU\OHHQ

PJNJGV





LQGHQR FG S\UHHQ

PJNJGV





PJNJGV





















0LQHUDOHROLH PLQHUDOHROLH IORULVLOFOHDQXS

3RO\F\FOLVFKHNRROZDWHUVWRIIHQ

6RPPDWLHV VRP3$. 

3RO\FKORRUELIHQ\OHQ 3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





3&%

PJNJGV





PJNJGV





6RPPDWLHV VRP3&%V 

7RHWVRRUGHHOPRQVWHU /HJHQGD #

*HHQWRHWVRRUGHHOPRJHOLMN



 $FKWHUJURQGZDDUGH

[$:

[PDDO$FKWHUJURQGZDDUGH

[7

[PDDO7XVVHQZDDUGH

3DJLQDYDQ

9ROGRHWDDQ$FKWHUJURQGZDDUGH

Project

Onderstal 2 Hoogerheide (uitsplitsing)

Certificaten

703999

Toetsing

T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb

Toetsversie

BoToVa 3.0.0

Toetsdatum: 26 september 2017 08:39

Monsterreferentie

5508616

Monsteromschrijving

01 (0-40)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

140

430

720

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

3.6

10

Lutum

% (m/m ds)

4.3

25

%

80.2

80.2

@

mg/kg ds

270

550

1.3 T

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES zink (Zn)

Toetsoordeel monster 5508616:

Pagina 1 van 4

Overschrijding Achtergrondwaarde

Pagina 2 van 4 Monsterreferentie

5508617

Monsteromschrijving

02 (0-50)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

140

430

720

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

3.3

10

Lutum

% (m/m ds)

3.1

25

%

93

93.0

@

mg/kg ds

110

240

1.7 AW

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES zink (Zn)

Toetsoordeel monster 5508617:

Pagina 2 van 4

Overschrijding Achtergrondwaarde

Pagina 3 van 4 Monsterreferentie

5508618

Monsteromschrijving

03 (0-50)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

140

430

720

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

5.7

10

Lutum

% (m/m ds)

4.3

25

%

86.8

86.8

@

mg/kg ds

390

760

1.1 I

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES zink (Zn)

Toetsoordeel monster 5508618:

Pagina 3 van 4

Overschrijding Interventiewaarde

Pagina 4 van 4 Monsterreferentie

5508619

Monsteromschrijving

04 (0-50)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

140

430

720

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

3.5

10

Lutum

% (m/m ds)

3.1

25

%

89.7

89.7

@

mg/kg ds

180

390

2.8 AW

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES zink (Zn)

Toetsoordeel monster 5508619: Legenda @

Geen toetsoordeel mogelijk

xI

> Interventiewaarde

x AW

x maal Achtergrondwaarde

xT

x maal Tussenwaarde

Pagina 4 van 4

Overschrijding Achtergrondwaarde

3URMHFW

2QGHUVWDOWH+RRJHUKHLGH

&HUWLILFDWHQ



7RHWVLQJ

7%HRRUGHOLQJNZDOLWHLWYDQJURQGZDWHUYROJHQV:EE

7RHWVYHUVLH

%R7R9D

7RHWVGDWXPVHSWHPEHU

0RQVWHUUHIHUHQWLH



0RQVWHURPVFKULMYLQJ



$QDO\VH

(HQKHLG

$QDO\VHUHV

7RHWVRRUGHHO

6

7

,



0HWDOHQ,&306 RSJHORVW EDULXP %D

—JO









FDGPLXP &G

—JO











NREDOW &R

—JO











NRSHU &X

—JO











.ZLN +J  QLHWYOXFKWLJ

—JO











ORRG 3E

—JO











PRO\EGHHQ 0R

—JO











QLNNHO 1L

—JO











]LQN =Q

—JO











—JO











EHQ]HHQ

—JO











HWK\OEHQ]HHQ

—JO











QDIWDOHHQ

—JO











0LQHUDOHROLH PLQHUDOHROLH IORULVLOFOHDQXS

9OXFKWLJHDURPDWHQ

R[\OHHQ

—JO



VW\UHHQ

—JO











WROXHHQ

—JO











[\OHHQ VRPPS

—JO



—JO











WULFKORRUHWKDDQ

—JO











WULFKORRUHWKDDQ

—JO











GLFKORRUHWKDDQ

—JO



























6RPPDWLHVDURPDWHQ VRP[\OHQHQ

9OXFKWLJHFKORRUDOLIDWHQ

GLFKORRUHWKHHQ

—JO



GLFKORRUSURSDDQ

—JO



GLFKORRUHWKDDQ

—JO



GLFKORRUSURSDDQ

—JO



GLFKORRUSURSDDQ

—JO



FLVGLFKORRUHWKHHQ

—JO



GLFKORRUPHWKDDQ

—JO











PRQRFKORRUHWKHHQ YLQ\OFKORULGH WHWUDFKORRUHWKHHQ

—JO











—JO











WHWUDFKORRUPHWKDDQ

—JO











WUDQVGLFKORRUHWKHHQ

—JO



WULFKORRUHWKHHQ

—JO











WULFKORRUPHWKDDQ

—JO











VRP&7GLFKORRUHWKHHQ

—JO











VRPGLFKORRUSURSDQHQ

—JO













#

6RPPDWLHV

9OXFKWLJHJHKDORJHQHHUGHDOLIDWHQGLYHUV WULEURRPPHWKDDQ EURPRIRUP

—JO

7RHWVRRUGHHOPRQVWHU /HJHQGD #

*HHQWRHWVRRUGHHOPRJHOLMN



 6WUHHIZDDUGH

3DJLQDYDQ

9ROGRHWDDQ6WUHHIZDDUGH



BIJLAGE 7 TOELICHTING EN ACHTERGROND TOETSINGSKADER

AGEL adviseurs BIJLAGE 7 In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op het toetsingskader dat gehanteerd wordt bij de beoordeling van de resultaten van uitgevoerd bodemonderzoek. Circulaire bodemsanering 2009 Op 7 april 2009 is de Circulaire Bodemsanering 2009 gepubliceerd (Staatscourant 67). Deze vervangt de Gewijzigde Circulaire bodemsanering 2006 zoals op 10 juli 2008 gepubliceerd. De Circulaire is van toepassing voor de droge bodem en sluit aan bij het Besluit van 22 november 2007, houdende regels inzake de kwaliteit van de bodem (Besluit bodemkwaliteit) en aan de toetsingswaarden uit de ‘Regeling bodemkwaliteit’, Staatscourant 20 december 2007, nr. 247 / pag. 67, houdende regels voor de uitvoering van de kwaliteit van de bodem zoals gewijzigd op 7 april 2009 (Staatscourant 67). De Circulaire gaat in op de saneringsdoelstelling en de wijze waarop de ernst en spoedeisendheid van een geval van bodemverontreiniging wordt vastgesteld. De streefwaarden voor grond zijn vervangen door de achtergrondwaarden van het Besluit bodemkwaliteit. De gewijzigde streef- en interventiewaarden voor grondwater en gewijzigde interventiewaarden voor grond zijn opgenomen als bijlage in de Circulaire. Daarnaast wordt in de circulaire ingegaan op de uitwerking van de saneringsdoelstelling zoals die is opgenomen in de gewijzigde tekst van artikel 38 van de Wbb.

Bij de uitwerking van de saneringsdoelstelling is aansluiting gezocht bij het Besluit bodemkwaliteit en wordt ruimte geboden voor een gebiedsgerichte aanpak. In de circulaire worden de volgende toetsingswaarden genoemd:

Streefwaarden grondwater en interventiewaarden bodemsanering Streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaar-loosbare Risico’s voor het ecosysteem. De getallen voor de streefwaarde grondwater zijn overeenkomstig de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (2000). Voor metalen wordt er onderscheid gemaakt tussen diep en ondiep grondwater. Reden hiervoor is het verschil in achtergrondconcentraties tussen diep en ondiep grondwater. Als grens tussen diep en ondiep grondwater wordt een arbitraire grens van 10 m gebruikt.

Interventiewaarden bodemsanering De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. De interventiewaarden grond gelden voor droge bodem. Voor waterbodem zijn aparte interventiewaarden opgesteld die zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant 20 december 2007, nr. 247) en in de Circulaire sanering waterbodems 2008 (Staatscourant 2007, nr. 245). De interventiewaarden grondwater zijn niet herzien en overgenomen uit de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (2000).

Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging Voor een aantal, niet bij regulier bodemonderzoek gangbare stoffen, zijn indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgesteld. Een interventiewaarde ontbreekt. De indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarden. De status van de indicatieve niveaus is daarom niet gelijk aan de status van de interventiewaarde en derhalve hier buiten beschouwing gelaten.

Tussenwaarde Naast de toetsingswaarden uit de circulaire is bij de interpretatie van bodemonderzoek de tussenwaarden van belang. De tussenwaarde is in beginsel het concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek behoort te worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat. Voor grondwater is dit het gemiddelde van streef -en interventiewaarde en voor grond het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden.

Geval van ernstige verontreiniging Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m3 poriënverzadigd bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Er kunnen gevallen zijn waarbij de interventiewaarde niet wordt overschreden en er toch sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Ook in het geval van verontreinigingen met stoffen waarvoor geen interventiewaarde is afgeleid kan sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Als de bodem op een locatie is verontreinigd, maar het betreft geen geval van ernstige verontreiniging, hoeft niet te worden bepaald of er met spoed dient te worden gesaneerd. Verbeteren van de bodemkwaliteit kan niet worden voorgeschreven op grond van de regels voor bodemsanering. Als een gemeente een gebiedskwaliteit heeft vastgesteld op grond van het Besluit bodemkwaliteit, dan kan de gemeente wel bevorderen dat bij bijvoorbeeld bouwactiviteiten de gebiedskwaliteit als uitgangspunt geldt. Als er grond moet worden toegepast kan dat ook verplicht worden gesteld. Het is echter niet zo dat bij niet ernstig verontreinigde grond een verplichting kan worden opgelegd op grond van de bodemregelgeving om de bodem schoner te maken.

Saneringscriterium Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is er sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. Het saneringscriterium dient om vast te stellen of sanering van een geval van ernstige bodemverontreiniging met spoed dient te worden uitgevoerd. Wanneer sprake is van spoed, is het nemen van maatregelen verplicht. De werkwijze van het saneringscriterium geldt voor:  Een geval van ernstige verontreiniging;  Een historische verontreiniging. Voor verontreinigingen die sinds 1987 zijn ontstaan is artikel 13 van de Wbb (zorgplicht) van toepassing;  Huidige en voorgenomen gebruik;  Grond en grondwater. Voor waterbodem is een separate systematiek ontwikkeld;

AGEL adviseurs BIJLAGE 7  Alle stoffen waarvoor een interventiewaarde is afgeleid, met uitzondering van asbest. Daar asbest heel specifieke chemische en fysische eigenschappen heeft, is voor asbest separaat het ‘Milieuhygiënisch saneringscriterium, protocol asbest’ ontwikkeld hetgeen ook van toepassing is voor waterbodems. Wanneer sanering niet met spoed hoeft plaats te vinden kan voor de aanpak van de verontreiniging worden aangesloten bij maatschappelijk gewenste ontwikkelingen. Deze saneringen vinden plaats op initiatief van de eigenaar of andere belanghebbende met het oog op gewenst gebruik van de bodem. Uiteindelijk moet het resultaat van de sanering zijn dat de locatie geschikt is voor het (toekomstig) gebruik. Het saneringscriterium is een instrument voor het bevoegd gezag waarmee zij een (schuldig) eigenaar kan verplichten tot saneren binnen een gestelde termijn. Risico’s hebben een directe relatie met het gebruik van de bodem en daarmee met de functie. Als er aan het gebruik binnen de aanwezige of toekomstige functie onaanvaardbare risico’s zijn verbonden staat voorop dat maatregelen zo snel mogelijk moeten worden genomen. De risico’s die aanleiding kunnen zijn om met spoed te saneren worden verdeeld in: a) risico’s voor de mens, b) risico’s voor het ecosysteem en c) risico’s van verspreiding van verontreiniging.

ad a) Er is sprake van onaanvaardbare risico’s voor de mens indien bij het huidige of voorgenomen gebruik van de locatie een situatie bestaat waarbij:  Chronische negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden;  Acute negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. Indien de aanwezigheid van bodemverontreiniging bij het huidig gebruik leidt tot aantoonbare hinder voor de mens (door o.a. huidirritatie en stank) dient eveneens met spoed te worden gesaneerd. ad b) Er is sprake van onaanvaardbare risico’s voor het ecosysteem indien bij het huidige of voorgenomen gebruik van de locatie:  De biodiversiteit kan worden aangetast (bescherming van soorten);  Kringloopfuncties kunnen worden verstoord (bescherming van processen);  Bio-accumulatie en doorvergiftiging kan plaatsvinden. ad c) Er is sprake van onaanvaardbare risico’s van verspreiding van verontreiniging indien:  Het gebruik van de bodem door mens of ecosysteem wordt bedreigd door de verspreiding van verontreiniging in het grondwater waardoor kwetsbare objecten hinder ondervinden;  Er sprake is van een onbeheersbare situatie, dat wil zeggen indien: 1. Er een drijflaag aanwezig is die door activiteiten en processen in de bodem kan verplaatsen en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden; 2.

Er een zaklaag aanwezig is die door activiteiten en processen in de bodem kan verplaatsen en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden; 3. De verspreiding heeft geleid tot een grote grondwaterverontreiniging en de verspreiding nog steeds plaatsvindt.

Geval van verontreiniging met asbest In het ‘Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem, protocol asbest’, dat is opgenomen als bijlage 3 van de circulaire, is geregeld wanneer er voor een bodemverontreiniging met asbest sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Voor een bodemverontreiniging met asbest is het volumecriterium voor het vaststellen van de ernst van het geval niet van toepassing.

Zorgplicht artikel 13 Wet bodembescherming Voor bodemverontreiniging veroorzaakt vanaf 1 januari 1987 geldt de zorgplicht (artikel 13 Wbb). Voor deze gevallen geldt dat degene die de in artikel 13 beschreven handelingen heeft verricht alle maatregelen moet nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd. Dat wil zeggen: zo spoedig mogelijk en zo volledig mogelijk de gevolgen beperken of ongedaan maken, ongeacht de aangetroffen gehalten en de risico’s van de verontreinigde stoffen. De bepaling ernst van de verontreiniging en spoed van de sanering spelen hier geen rol.

Toetsing rapportagegrenzen De normen waaraan getoetst wordt kunnen lager zijn dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze waarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Bij een resultaat ‘< vereiste rapportagegrens AS3000’ mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond, baggerspecie, bodem of bodem onder oppervlaktewater voldoet aan de van toepassing zijnde normen. Indien het laboratorium een waarde ‘< een verhoogde rapportagegrens’ aangeeft (dit is hoger dan de vereiste rapportagegrens AS3000 dan dient de desbetreffende verhoogde rapportagegrens te worden vermenigvuldigd met 0,7. De zo verkregen waarde wordt getoetst aan de van toepassing zijnde normen. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder < teken), moet dit gehalte aan de van toepassing zijnde norm worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000. Bij het berekenen van een somwaarde, het rekenkundig gemiddelde en een percentielwaarde worden voor de individuele componenten de resultaten ‘< vereiste rapportagegrens AS3000’ vermenigvuldigd met 0,7.

Indien alle individuele waarden als onderdeel van de berekende waarde het resultaat ‘< vereiste rapportagegrens AS3000’ hebben, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond, baggerspecie, bodem of bodem onder oppervlaktewater voldoet aan de van toepassing zijnde normen uit de Regeling bodemkwaliteit. Indien een of meer individuele componenten het resultaat hebben ‘< dan een verhoogde rapportagegrens’, of er een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normen uit de Regeling bodemkwaliteit. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

AGEL adviseurs BIJLAGE 7 Besluit bodemkwaliteit Op 1 januari 2008 is de eerste fase van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk)1 in werking getreden die het toepassen van grond en baggerspecie in oppervlaktewater regelt. Op 1 juli 2008 is de tweede fase van het Bbk van kracht geworden die het toepassen van grond en baggerspecie op landbodems en het toepassen van bouwstoffen op of in de bodem en in het oppervlaktewater regelt. De verschillende onderdelen, Kwalibo, Bouwstoffen en Grond en Baggerspecie zijn gefaseerd in werking getreden:  Voor het toepassen van grond en baggerspecie in oppervlaktewater en het verspreiden van baggerspecie in oppervlaktewater: per 1-1-2008;  Voor het toepassen van bouwstoffen en grond en baggerspecie op landbodems: per 1-7- 2008.

Kwalibo-regelgeving De Kwalibo-regelgeving is vanaf 1 oktober 2006 van kracht. Kwalibo staat voor ‘kwaliteitsborging in het bodembeheer’ en is een maatregel om het bodembeheer te verbeteren. Kwalibo stelt eisen aan de kwaliteit en integriteit van personen, bedrijven en overheden die werken aan bodembeheer. Dit betekent dat bepaalde werkzaamheden alleen nog maar door erkende personen en bedrijven (bodemintermediairs) uitgevoerd mogen worden. De Kwalibo-regelgeving heeft betrekking op bodemsanering, bodembeheer en bodembescherming. Met de invoering van het Besluit bodemkwaliteit is de Kwaliboregelgeving ook voor waterbodems, landbodems en bouwstoffen van toepassing.

Definitie grond en bagger Het Besluit hanteert voor grond en baggerspecie de volgende definities: • Grond is vast materiaal en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, met uitzondering van baggerspecie. • Baggerspecie is materiaal, dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter.

Bodemvreemd materiaal Het Besluit stelt aanvullend dat een partij grond en baggerspecie maximaal 20 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal mag bevatten. Het gaat hierbij nadrukkelijk niet om bijmengingen van bodemvreemd materiaal in grond of baggerspecie nadat het materiaal is afgegraven.

Toetsingskaders De normstelling voor het toepassen van grond en baggerspecie en het verspreiden van baggerspecie is met het Besluit vernieuwd. De nieuwe normstelling sluit beter aan op de relatie tussen het gebruik en de kwaliteit van de (water)bodem en op de risico’s die een toepassing met zich mee kan brengen. Ook kunnen lokale normen worden vastgesteld, zodat beter rekening kan worden gehouden met de lokale situatie. Het Besluit maakt onderscheid tussen verschillende toepassingsmogelijkheden met bijbehorende toetsingskaders. Deze zijn onderstaand weergegeven.

Tabel: toetsingskaders grond en bagger Toepassingsmogelijkheden grond en baggerspecie Generiek of gebied specifiek beleid Alleen generiek beleid

Toepassen grond en baggerspecie

Verspreiden baggerspecie

Op de landbodem In oppervlaktewater In grootschalige toepassing

In oppervlaktewater Over aangrenzend perceel

Het generieke kader is van toepassing op elk gebied waarvoor geen gebiedsspecifiek beleid is vastgesteld. Uitgangspunt van het generieke kader voor landbodems is dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie moet aansluiten bij de functie die de bodem heeft. Ook mag de actuele kwaliteit van de ontvangende bodem niet verslechteren. Naast de toetsingskaders voor gebiedsspecifiek en generiek beleid, kent het Besluit nog een andere categorie van toepassingen: grootschalige toepassingen. Bij deze categorieën hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteit van de ontvangende bodem. Wél moet worden voldaan aan de kwaliteitseisen en randvoorwaarden die het Besluit stelt aan deze toepassingen. Partijen grond en baggerspecie mogen alleen volgens de regels van het Besluit worden toegepast als sprake is van een nuttige toepassing. Is dit niet het geval, dan wordt de toepassing gezien als een middel om zich te ontdoen van afvalstoffen en gelden op grond van de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen strengere regels. Uitgangspunt bij het toepassen van grond en baggerspecie is dat de toegepaste grond en baggerspecie onderdeel gaat uitmaken van de ontvangende bodem, zonder dat extra maatregelen zoals afscheidingslagen of maatregelen in het kader van isoleren, beheersen en controleren (IBC) worden toegepast.

1

Stb. 2007, 469

AGEL adviseurs BIJLAGE 7 Bodemfuncties en bodemfunctieklassen In die gebieden waarvoor de bevoegde bestuursorganen geen lokale maximale waarden in een besluit hebben vastgelegd, wordt de toepassing van grond en baggerspecie generiek getoetst. Voor deze generieke toetsing zijn zowel maximale waarden voor bodemfunctieklassen (landbodem) als maximale waarden voor bodemkwaliteitsklassen vastgelegd.

Klassenindeling voor bodemfuncties en bodemkwaliteit Om te toetsen of de kwaliteit van een partij grond of baggerspecie aansluit bij de functie en kwaliteit van de ontvangende bodem, wordt in het generieke kader gewerkt met een klassenindeling voor de kwaliteit en functie. Uitgangspunt van het Besluit is dat de kwaliteit moet aansluiten bij de functie. Om hier invulling aan te geven zijn voor 7 bodemfuncties referentiewaarden ontwikkeld. Deze functies worden gebruikt in het gebiedsspecifieke beleid. Voor toepassing in het generieke kader zijn de functies samengevoegd tot 2 bodemfunctieklassen: wonen en industrie. De functies landbouw en natuur zijn niet ingedeeld in een klasse. Hiervoor is gekozen omdat in gebieden met een van deze functies alleen schone grond of baggerspecie mag worden toegepast. Dat wil zeggen: grond en baggerspecie waarvan de kwaliteit voldoet aan de Achtergrondwaarden.

Tabel: Bodemfuncties Gebiedspecifiek

Generiek beleid

wonen met tuin plaatsen waar kinderen spelen groen met natuurwaarden ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie moestuinen/volkstuinen Landbouw Natuur

wonen industrie Kwaliteit toe te passen grond en baggerspecie moet voldoen aan de Achtergrondwaarden

Naast de bodemfuncties, wordt de bodemkwaliteit ook ingedeeld in de klassen wonen en industrie. De bodemkwaliteit geeft hiermee een maat voor de kwaliteit van zowel de ontvangende als de toe te passen bodem en toe te passen baggerspecie. Aan de bodemkwaliteitsklassen zijn nieuwe normen gekoppeld: de Maximale waarden voor de klasse wonen en de Maximale waarden voor de klasse industrie. Wanneer de maximale waarde voor industrie wordt overschreden, mag deze grond of baggerspecie binnen het generieke kader niet worden toegepast. Om een partij grond of baggerspecie toe te mogen passen, moet de partij worden getoetst aan de bodemfunctieklasse en de bodemkwaliteit van de ontvangende bodem. Bij deze dubbele toetsing geldt dat de toe te passen partij grond of baggerspecie moet voldoen aan de strengste norm. In onderstaand schema is de toepassingseis voor de toe te passen grond of baggerspecie gegeven.

Tabel: Bepaling toepassingseis voor een partij grond of baggerspecie Functie op kaart Actuele bodemkwaliteit Wonen

Industrie

Niet ingedeeld (bijv. landbouw/natuur

Achtergrondwaarde Wonen industrie Achtergrondwaarde Wonen Industrie Achtergrondwaarde Wonen industrie

Toepassingseis Achtergrondwaarde Maximale waarde wonen Maximale waarde wonen Achtergrondwaarde Maximale waarde wonen Maximale waarde Industrie Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde

Aan de bodemkwaliteitsklassen en de bodemfunctieklassen zijn dezelfde normen gekoppeld: de Maximale Waarden voor de klasse wonen en de Maximale Waarden voor de klasse industrie. Deze Generieken Maximale Waarden geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem ook op de lange termijn geschikt te houden voor de betreffende functie. Met gebiedsspecifiek beleid kunnen locale bodembeheerders zelf bodemkwaliteitsnormen vaststellen. Als randvoorwaarde voor het opstellen van gebiedsspecifiek beleid geldt dat sprake moet zijn van standstill op gebiedsniveau. De ruimte voor de Lokale Maximale Waarden ligt tussen de achtergrondwaarden en het saneringscriterium. Wanneer de Lokale Maximale Waarden een verruiming van de normen ten opzicht van het generieke kader zijn, moet getoetst worden of dit niet leidt tot onaanvaardbare risico’s. Voor het bepalen van de gevolgen van de gekozen Lokale Maximale Waarden is een Risicotoolbox ontwikkeld. In onderstaande figuur is de normstelling schematisch weergegeven.

Figuur: Normstelling en toepassingskader bodem Achtergrond waarden

Generiek

Altijd toepasbaar Gebieds specifiek

Maximale waarden klasse wonen

Maximale waarden klasse industrie

Klasse wonen

Klasse industrie

Niet toepasbaar

Nooit toepasbaar

Ruimte voor lokale maximale waarden Achtergrond waarden

Interventiewaarden droge bodem

Sanerings criterium

AGEL adviseurs BIJLAGE 7 Normenblad AS3000 onderzoek grond en waterbodem Regeling Bodemkwaliteit, 20 december 2007, DJZ2007124397, Integrale versie geldend op 27-4-2009, (zie www.wetten.nl; gehaltes in mg/kg ds) Interventiewaarden grond: Circulaire Bodemsanering 2009, Staatscourant 67, 7-4-2009. Interventiewaarden waterbodem: Staatscourant 18 dec. 2007, nr. 245, incl. wijzigingen Staatscourant 68, 8-4-2009. (Alle grenswaarden gelden voor een standaard bodem met 10% organisch stof en 25% lutum) GROND WATERBODEM *) **) AW2000

Wonen

Industrie

20

27

76

IW

AW

A

B

76

20

29

85

AS3000 eisen ***) IW

grond

Waterb.

GRONDWATER *) SW On diep

AW diep

SW diep

IW

Metalen Arseen [As] Barium [Ba]

5

Cadmium [Cd] Chroom [Cr]

1

920

85

20

20

10

7

7,2

60

625

190

190

50

200

200

625

0,6

1,2

4,3

13

0,6

4

14

14

0,6

0,6

0,4

0,06

0,06

6

55

62

180

180

55

120

380

380

55

55

1

2,4

2,5

30 100

Cobalt [Co]

15

35

190

190

15

25

240

240

15

15

20

0,6

0,7

Koper [Cu]

40

54

190

190

40

96

190

190

40

40

15

1,3

1,3

75

0,15

0,83

4,8

36

0,15

1,2

10

10

0,15

0,15

0,05

0,01

0,3

Lood [Pb]

50

210

530

530

50

138

580

580

50

50

15

1,6

1,7

75

Molybdeen [Mo]

1,5

88

190

190

1,5

5

200

200

1,5

1,5

5

0,7

3,6

300

50

210

210

15

2,1

2,1

75

Kwik [Hg]

2

Nikkel [Ni]

100

100

35

35

35

Tin [Sn]

4

6,5

35 180

900

900

6,5

11

6,5

Vanadium [V]

4

80

97

250

250

80

80

80

Zink [Zn]

4

140

200

720

720

140

140

140

Beryllium [Be]

4

Antimoon

563

2000

2000

30 4

15

22

22

2,2 1,2 65

0,93 4

15

15

4

Seleen [Se]

4

100

Tellurium [Te]

4

600

30

Thallium [Tl]

4

15

9

Zilver [Ag]

4

15

3

24

24

0,05 4

0,09

50 70 800 15

0,15

0,07

20 160 70

2

7 40

Overige anorganische stoffen Chloride

3

200

200

200

200

100 mg/l

Cyanide (vrij)

3

3

20

20

3

20

20

3

3

5

1500

Cyanide (totaal)

5,5

5,5

50

50

5,5

50

50

5

5

10

1500

Thiocyanaten (som)

6

6

20

20

6

20

20

Benzeen

0,2

0,2

1

1,1

0,2

1

1

0,25

0,2

30

Ethylbenzeen

0,2

0,2

1,25

110

0,2

50

50

0,25

4

150 1000

1500

Aromatische stoffen

Tolueen

0,2

0,2

1,25

32

0,2

130

130

0,25

7

Xylenen (som, 0.7 factor)

0,45

0,45

1,25

17

0,45

25

25

0,525

0,2

70

Styreen (Vinylbenzeen)

0,25

0,25

86

86

0,25

100

100

0,5

6

300

Fenol

0,25

0,25

1,25

14

0,25

40

40

0,2

2000

Cresolen (0,7 som)

0,3

0,3

5

13

0,3

5

5

0,2

0,35

0,35

0,35

1000

0,35

1,2,3Trimethylbenzeen

0,45

0,45

0,45

0,45

1,2,4Trimethylbenzeen 1,3,5Trimethylbenzeen (Mesityleen)

0,45

0,45

0,45

0,45

0,45

0,45

0,45

0,45

2Ethyltolueen

0,45

0,45

0,45

0,45

3Ethyltolueen

0,45

0,45

0,45

0,45

4Ethyltolueen

0,45

0,45

0,45

0,45

isoPropylbenzeen (Cumeen)

0,45

0,45

0,45

0,45

Propylbenzeen

0,45

0,45

0,45

0,45

Aromatische oplosmiddelen (som) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen

2,5

2,5

2,5

dodecylbenzeen

4

200

200 0,02

150

2,5

naftaleen

0,01

70

fenantreen

0,003

5

AGEL adviseurs BIJLAGE 7 antraceen

0,0007

fluorantheen

0,003

1

chryseen

0,003

0,2

benzo(a)antraceen

0,0001

0,5

benzo(a)pyreen

0,0005

0,05

benzo(k)fluorantheen

0,0004

0,05

indeno(1,2,3cd)pyreen

0,0004

0,05

benzo(ghi)peryleen Pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) Vluchtige chloorkoolwaterstoffen

0,0003

0,05

1,5

6,8

40

40

1,5

9

40

40

1,05

5

1,05

Vinylchloride

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,5

0,01

5

Dichloormethaan

0,1

0,1

3,9

3,9

0,1

10

10

0,5

0,01

1000

1,1Dichloorethaan

0,2

0,2

0,2

15

0,2

15

15

0,5

7

900

1,2Dichloorethaan

0,2

0,2

4

6,4

0,2

4

4

0,5

7

400

1,1Dichlooretheen 1.2-Dichloorethenen (som, 0.7 factor) Dichloorpropanen (0,7 som; 1,1+1,2+1,3)

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

0,5

0,01

10

0,3

0,3

0,3

1

0,3

1

1

0,7

0,01

30

0,8

0,8

0,8

2

0,8

2

2

0,525

0,8

80

Trichloormethaan (Chloroform)

0,25

0,25

3

5,6

0,25

10

10

0,25

6

400

1,1,1Trichloorethaan

0,25

0,25

0,25

15

0,25

15

15

0,25

0,01

300

1,1,2Trichloorethaan

0,3

0,3

0,3

10

0,3

10

10

0,25

0,01

130

Trichlooretheen (Tri)

0,25

0,25

2,5

2,5

0,25

60

60

0,25

24

500

Tetrachloormethaan (Tetra)

0,3

0,3

0,7

0,7

0,3

1

1

0,25

0,01

10

Tetrachlooretheen (Per)

0,15

0,15

4

8,8

0,15

4

4

0,25

0,01

40

Monochloorbenzeen

0,2

0,2

5

15

0,2

0,2

0,2

7

180

Dichloorbenzenen (0.7 factor) Trichloorbenzenen (som, 0.7 factor) Tetrachloorbenzenen (som, 0.7 factor)

2

2

5

19

2

1,05

1,05

3

50

0,015

0,015

5

11

0,015

0,021

0,0105

0,01

10

0,009

0,009

2,2

2,2

0,009

0,0105

0,0105

0,01

2,5

Pentachloorbenzeen (QCB)

0,0025

0,0025

5

6,7

0,0025

0,007

0,005

0,005

0,003

1

Hexachloorbenzeen (HCB)

0,0085

0,027

1,4

2

0,0085

0,044

0,0085

0,0085

0,00009

0,5

1,23

1,22

Chloorbenzenen

Chloorbenzenen (som, 0.7 factor)

2

30

30

Chloorfenolen Monochloorfenolen (0,7 som)

0,045

0,045

5,4

5,4

0,045

0,3

100

Dichloorfenolen (0,7 som)

0,2

0,2

6

22

0,2

0,2

30

Trichloorfenolen (0,7 som)

0,003

0,003

6

22

0,003

0,03

10

Tetrachloorfenolen (0,7 som)

0,015

1

6

21

0,015

0,01

10

Pentachloorfenol (PCP)

0,003

1,4

5

12

0,003

0,04

3

Chloorfenolen (som, 0.7 factor)

0,2

0,01

0,01

0,016

0,2

5

5

10

10

0,05

PCB PCB 28

0,0015

0,014

0,01

0,005

PCB 52

0,002

0,015

0,01

0,005

PCB 101

0,0015

0,023

0,01

0,005

PCB 118

0,0045

0,016

0,01

0,005

PCB 138

0,004

0,027

0,01

0,005

PCB 153

0,0035

0,033

0,01

0,005

PCB 180

0,0025

0,018

0,01

0,005

1

0,02

0,139

0,049

0,0245

0,32

0,0008

0,0013

0,005

0,005

Dieldrin

0,008

0,008

0,008

0,008

Endrin

0,0035

0,0035

Isodrin

0,001

PCB (7) (som, 0.7 factor)

0,02

0,02

0,5

1

1

Organochloorverbindingen Aldrin

Telodrin Aldrin/dieldrin/endrin (som, 0.7 factor)

0,015

0,04

0,14

4

0,0005

DDT (som, 0.7 factor)

0,2

0,2

1

1,7

0,015

0,015

4

4

0,005

0,005

0,005

0,005

0,009 ng/l 0,1 ng/l 0,04 ng/l

0,005

0,005

0,0126

0,0126

0,1

0,14

0,14

0,1

AGEL adviseurs BIJLAGE 7 DDD (som, 0.7 factor)

0,02

0,84

34

34

0,014

0,014

DDE (som, 0.7 factor)

0,1

0,13

1,3

2,3

0,07

0,07

DDT,DDE,DDD (som, 0.7 factor) alfaEndosulfan

0,0009

0,0009

0,1

4

0,3

0,3

4

4

0,224

0,224

0,004 ng/l

0,0009

0,0021

4

4

0,005

0,005

0,2 ng/l 33 ng/l

alfaHCH

0,001

0,001

0,5

17

0,001

0,0012

0,005

0,005

betaHCH

0,002

0,002

0,5

1,6

0,002

0,0065

0,005

0,005

8 ng/l

gammaHCH

0,003

0,04

0,5

1,2

0,003

0,003

0,005

0,005

9 ng/l

0,01

0,01

2

2

0,014

0,014

0,0007

0,0007

0,1

4

0,0007

0,004

4

4

0,005

0,005

0,002

0,002

0,1

4

0,002

0,004

4

4

0,007

0,007

Chloordaan (som, 0.7 factor)

0,002

0,002

0,1

4

4

4

0,007

0,007

0,05 0,005 ng/l 0,005 ng/l 0,02 ng/l

Hexachloorbutadieen

0,003

0,005

0,005

HCH (som, 0.7 factor) Heptachloor Heptachloorepoxide (som, 0.7 factor)

0,002 0,003

0,0075

0,01

1 0,3 3 0,2

OCB (som, 0.7 factor)

0,4

0,4

0,5

Minerale olie (totaal)

190

190

500

5000

190

1250

5000

5000

190

190

50

600

Minerale olie C10 C40 Overige gechloreerde koolwaterstoffen

190

190

500

5000

190

1250

5000

5000

190

190

50

600

0,2

0,2

0,2

50

0,2

50

50

Chlooraniline (som o+m+p)

4

Dichlooranilinen (som)

4

Trichlooranilinen

4

Pentachlooraniline

4

dioxine Chloornaftaleen

0,4

30

50

100

10

10

0,15

0,15

0,15

10

0,15

0,000055

0,000055

0,000055

0,00018

0,000055

0,001

1

0,07

0,07

10

23

0,07

10

0,0075

0,0075

0,0075

2

0,0075

0,065

0,065

0,065

0,15

0,5

0,001ng/l

10

6

Organofosforpesticiden Azinphosmethyl Organotin bestrijdingsmiddelen

4

Tributyltin (als Sn)

0,065

0,25

0,065

Trifenyltin (als Sn)

0,085

Organotin (som TBT+TFT, als Sn) Organotin Chloorfenoxy azijnzuur herbiciden 4Chloor2methylfenoxyazijnzuur (MCPA)

0,55

0,55

0,15 2,5

2,5

0,55

4

0,15 2,5

2,5

0,05-16

0,7 ng/l

0,55

4

4

0,02

50

150

Overige bestrijdingsmiddelen Atrazine

0,035

0,035

0,5

0,71

0,035

6

6

29 ng/l

Carbaryl

0,15

0,15

0,45

0,45

0,15

5

5

2 ng/l

50

Carbofuran

0,017

0,017

0,017

0,017

0,017

2

2

9 ng/l

100

0,6

0,6

0,6

15

0,6

0,09

0,09

0,5

15000

4-chloormethylfenolen (som) niet chl.pest ONB+OPB (som, 0.7 factor)

4

Overige stoffen Asbest in grond (gewogen, NEN5707)

0,09

100

100

100

Cyclohexanon

2

2

150

150

100

100

2

Dimethylftalaat

0,045

9,2

60

82

Diethylftalaat

0,045

5,3

53

53

Diisobutylftalaat

0,045

1,3

17

17

Dibutylftalaat

0,07

5

36

36

Butylbenzylftalaat

0,07

2,6

48

48

Dihexylftalaat

0,07

18

60

220

Bis(2ethylhexyl)ftalaat (DEHP)

0,045

8,3

60

60

Ftalaten (totaal)

0,25

Pyridine

0,15

0,15

1

Tetrahydrofuraan

0,45

0,45

Tetrahydrothiofeen

1,5

1,5

Tribroommethaan (bromoform)

0,2

0,2

Acrylonitril

0,1

0,1

Butanol

2

2

100

45

45

0,5

60

60

0,5

5

11

0,15

0,5

0,5

0,5

30

2

7

0,45

2

2

0,5

300

8,8

8,8

1,5

90

90

0,5

5000

0,2

75

0,2

75

75

0,1

0,1

0,1

2

30

2

1,5

630 0,08

5 5600

AGEL adviseurs BIJLAGE 7 Butylacetaat

2

2

2

200

2

6300

Ethylacetaat

2

2

2

75

2

15000

Diethyleenglycol

8

8

8

270

8

13000

Ethyleenglycol

5

5

5

100

5

5500

Formaldehyde

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

50

isoPropanol

0,75

0,75

0,75

220

0,75

31000

Methanol

3

3

3

30

3

24000

Methylethylketon (MEK)

2

2

2

35

2

6000

ETBE

1,5

Methyltertbutylether (MTBE)

0,2

0,2

0,2

100

0,2

44

0,5

9200

*) Betreft toepassen van grond of bagger op landbodem of de kwaliteit van de landbodem waarop de grond of waterbodem wordt toegepast. **) Betreft toepassen van grond of bagger onder oppervlaktewater of de kwaliteit van de waterbodem waarop de grond of waterbodem wordt toegepast. ***) Grond: protocollen AS3010 t/m 3090, versie 1/10/2008. Waterbodem: protcollen AS3210 t/m 3290, versie 25/6/2008. NB: de in AS3000 grond weergegeven eisen gelden voor een zandbodem en zijn hier omgerekend naar een standaardbodem (10% organisch stof en 25% lutum) De in AS3000 waterbodem gegeven eisen gelden voor ofwel zandbodem, ofwel een monster met 10% organsich stof en 2% lutum. Hier zijn de eisen omgerekend naar de standaardbodem De eis aan som-parameters is gebaseerd op de som van de AS300-eisen aan de individuele parameters (met verrekening van 0,7 factor). 1 Er wordt getoetst tegen de interventiewaardenorm voor chroom III. Alleen in specifieke verdachte situaties behoeft te worden getoetst tegen de Interventiewqaarde van Cr VI (78 mg/kgds) 2 Er wordt getoetst tegen de interventiewaardenorm voor anorganisch kwik.

Alleen in specifieke verdachte situaties behoeft te worden getoetst tegen de Interventiewaarde voor Hg organisch 3 Er wordt getoetst voor toepassing als zeezand 4 Geen interventie waarde vastgesteld, getoetst tegen indicatief niveau voor ernstige verontreiniging (INEV) 5 Barium: de Interventiewaarde geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene oorsprong.

BIJLAGE 8 RELEVANTE INFORMATIE VOORONDERZOEK

Omgevingsrapport Omgevingsrapport_Onderstal_2_Hoogerheide

Geselecteerd perceel

Rapportcontouren

25-meter buffer

Hbb locaties

Perceelgrenzen

Ondergrondse tanks

Locatiecontouren Coördinaten volgens RDM (Rijksdriehoeksmeting) Middelpunt: X 80930 Y 382298 Buffer: 8,988396 meter Datum rapportage: 06-09-2017

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant - Pagina 1 van 14 - 06-09-2017

Inhoud Inhoud

2

Toelichting op de informatie

3

Inleiding

3

Welke informatie bevat het bodeminformatiesysteem?

3

Geen informatie aanwezig

3

Locaties met historisch bodembedreigende activiteiten

3

Opbouw van de rapportage

3

Toelichting bij informatie over de bodemkwaliteit op de locatie

4

Informatie over de milieukwaliteit op de locatie

5

Overzicht historische bodembedreigende activiteiten (zonder locatie)

5

Informatie over de milieukwaliteit in de directe omgeving van de locatie

7

Overzicht historische bodembedreigende activiteiten (zonder locatie)

10

Uitleg begrippen bij deze rapportage

11

Analyseresultaten in conclusie

13

Wat u moet weten over tankgegevens

13

Disclaimer

14

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant - Pagina 2 van 14 - 06-09-2017

Toelichting op de informatie Inleiding Dit betreft een rapportage van de milieu-hygiënische bodemkwaliteit van het perceel waarvan de locatie op de eerste pagina van deze rapportage is aangegeven. De rapportage is gemaakt met behulp van het bodeminformatiesysteem (bis) van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant verleent deze dienst voor de gemeenten Aalburg, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Moerdijk, Oisterwijk, Roosendaal, Rucphen, Woensdrecht en Zundert. Indien er van het perceel, of de directe omgeving hiervan, bodemonderzoeken of ondergrondse tanks in het bis bekend zijn, bevat deze rapportage een uittreksel hiervan.

Welke informatie bevat het bodeminformatiesysteem? Bij de uitvoering van de gemeentelijke bodemtaken ontvangen wij bodemrapporten bij grondwerken, bodem- en tanksaneringen, grondtransacties en het behandelen van aanvragen voor omgevingsvergunningen. De resultaten van de bodemonderzoeken worden verwerkt in het bis van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant.

Geen informatie aanwezig Indien er in het bis geen informatie over een perceel aanwezig is, kan niet geconcludeerd worden dat er dan ook geen bodemverontreiniging aanwezig is. Alleen na uitvoering van een volledig verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 kan hierover meer zekerheid worden verkregen. Indien u onderzoek wilt laten uitvoeren dan adviseren wij u contact op te nemen met een SIKB BRL 2000 gecertificeerd adviesbureau. Alleen onderzoeken die uitgevoerd zijn door een gecertificeerd bureau worden voor overheidsbeslissingen in behandeling genomen.

Locaties met historisch bodembedreigende activiteiten Om inzicht te krijgen waar de bodem in het verleden mogelijk verontreinigd is geraakt zijn de locaties met een risico op bodemverontreiniging in kaart gebracht. Deze gegevens zijn afkomstig uit oude bestanden en tekeningen, zoals het hinderwetarchief, milieuarchief en de bestanden van de Kamer van Koophandel. Deze historische informatie zegt iets over het vermoeden van bodemverontreiniging. In feite is het een risicoanalyse die kan leiden tot vervolgonderzoek. Deze locaties zijn ondergebracht in het zogenaamde historische bodembestand (HBB). Op tal van locaties met de meest verdachte bodembedreigende activiteiten en waar nog niet eerder bodemonderzoek heeft plaatsgevonden, heeft inmiddels oriënterend bodemonderzoek plaatsgevonden.

Opbouw van de rapportage Op basis van de ingevoerde geografische gegevens die voor de aanvraag van de rapportage zijn ingevoerd, is met behulp van software gecontroleerd of er op het perceel of in de directe omgeving hiervan gegevens over de bodem en grondwater beschikbaar zijn. Indien deze informatie aanwezig is dan wordt deze getoond in de onderstaande volgorde: Informatie over de milieukwaliteit op de locatie • Overzicht locatiegegevens • Overzicht bodemonderzoeken • Overzicht historische bodembedreigende activiteiten • Overzicht ondergrondse tanks Naast het geselecteerde perceel wordt ook in een straal van 25 meter rond het geselecteerde perceel gekeken of er onderzoeksgegevens beschikbaar zijn. Indien er informatie aanwezig is, dan wordt deze getoond onder het hoofdstuk:“Informatie over de milieukwaliteit in de directe omgeving van de locatie”. Vervolgens worden ook voor de percelen in de directe omgeving de locatiegegevens, de historische bodembedreigende activiteiten en de ondergrondse tanks weergegeven.

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant - Pagina 3 van 14 - 06-09-2017

Toelichting bij informatie over de bodemkwaliteit op de locatie Overzicht locatiegegevens Onder deze paragraaf worden de locatiegegevens getoond zoals deze in het bis van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant bekend zijn. Een bodemlocatie is bij ons bekend zowel onder de adresgegevens als een locatiecode die altijd met AA begint. De locatiecode is een unieke zoekingang in ons systeem en kan worden gebruikt bij eventuele vragen. Onder de locatiegegevens wordt ook de status van de bodemlocatie, eventuele verontreinigingen en de vervolgactie aangeven. Overzicht onderzoeken Onder deze paragraaf worden de gegevens van de bodemrapporten die op de locatie zijn uitgevoerd weergeven, zoals soort onderzoek, aanleiding, rapportdatum, beknopte conclusie en resultaat Wet bodembescherming. Overzicht historische bodembedreigende activiteiten Onder deze paragraaf worden de historische bodembedreigende activiteiten getoond zoals deze in het bis van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant bekend zijn. Overzicht aanwezige ondergrondse tanks Onder deze paragraaf worden de ondergrondse tanks getoond, zoals deze in het bis van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant bekend zijn. Informatie over de bodemkwaliteit in een straal van 25 meter rond de locatie Idem als informatie over de bodemkwaliteit op de locatie maar dan binnen een straal van 25 meter rond de locatie.

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant - Pagina 4 van 14 - 06-09-2017

Informatie over de milieukwaliteit op de locatie

Overzicht locatiegegevens Locatie "Raadhuisstraat 88-90" Locatie

Raadhuisstraat 88-90

Locatiecode

NZ087300367

Adres

Raadhuisstraat 88 -90

Postcode

4631NH

Plaatsnaam

HOOGERHEIDE

Dominante Ubi

UBI: 515121, brandstoffengroothandel (vloeibaar), NSX-score: 423

Status verontreiniging

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=cd2b4fe2-9f9e-417a-bd91-3d85540696d5