2024-11-06 Bijlage Programmabegroting 2025_2024-10-02
Tekst van het document
Programmabegroting 2025
van Aviolanda voor de verdere ontwikkeling van het Maintenance, Repair, Overhaul & Upgrades cluster (hierna: MRO&U) weergegeven. Voor de uitvoering van dit Ondernemingsplan is een behoefte geraamd van meer dan € 50 miljoen aan (project)financiering en zijn ook kapitaalstortingen in BPA BV noodzakelijk. Voor beide financieringswijzen wordt door BPA BV een beroep gedaan op de aandeelhouders. In het Ondernemingsplan is de ambitie opgenomen om een aerospace cluster te ontwikkelen waarin klanten ontzorgd en gestimuleerd worden. Het cluster is daarbij toonaangevend op het gebied van complexe en innovatieve onderhoudsdiensten met een hoge mate van kwaliteit, flexibiliteit, innovatie en unieke hoogwaardige aerospace MRO&U kennis. De ambitie is vertaald naar de volgende vijf strategische doelen voor de ontwikkeling van Business Park Aviolanda en de coördinatie van het bredere MRO&U cluster: • • • • •
verdere versterking van de waardeketen aan hoogwaardige en flexibele MR&U activiteiten; vormgeven van de samenwerking tussen civiel en militair en toewerken naar één ecosysteem; zorgdragen voor voldoende gekwalificeerd personeel (= Human Capital agenda); stapsgewijs en vraaggericht (her)ontwikkelen van faciliteiten, vastgoed en gebied; ontwikkeling van een robuuste, efficiënte en effectieve werkorganisatie (BPA BV) om de kansen proactief op te pakken.
De verdere ontwikkeling van het Business Park Aviolanda is een belangrijke economische factor voor de gemeente Woensdrecht. Met betrekking tot het leveren van een bijdrage aan realisatie van het Ondernemingsplan is een wijze van financiering gezocht die aansluit bij de draagkracht van Woensdrecht. Onze gemeente heeft aangegeven geen rol te gaan spelen in het verstrekken van de (project)financieringen, maar wel in het doen van kapitaalstortingen. Voor de periode 2024-2028 zal dit, na besluitvorming door de raad, leiden tot een totaal aan kapitaalverstrekkingen (= agio) voor rekening van onze gemeente van ca € 4 miljoen, dat in verschillende delen zal worden gestort. Voor Business Park Aviolanda en de Vliegbasis is een Human Capital Agenda 2.0 opgesteld. Een onderzoek naar vestigingsfactoren voor personeel en studenten is afgerond en verwerkt in het businessplan van BPA. Ook heeft onze gemeente aangegeven een faciliterende rol te willen vervullen in de realisatie van deze agenda door het mogelijk maken van studentenhuisvesting als onderdeel van de human capital agenda door de aankoop van relevante, nabij Aviolanda gelegen, terreinen. Tevens zullen we inzetten op het creëren van volgende mogelijkheden qua bereikbaarheid van Aviolanda via het openbaar vervoer en onderzoek op verder onderzoek naar een snelfietspad.
Onze voorgenomen kapitaalstortingen in BPA BV leveren geen direct financieel rendement op. Wel zal onze gemeente maatschappelijk rendement behalen op de verdere doorontwikkeling, waaraan door de raad voorwaarden kunnen worden gesteld. In 2024 is gestart met de concretisering van het begrip maatschappelijk rendement aan de hand van concrete uitwerking ervan. In de 2e helft van 2024 en begin 2025 zal hetgeen wij verstaan onder maatschappelijk rendement verder bepaald gaan worden, zal besluitvorming door de raad worden gevraagd en zullen kapitaalstortingen worden gedaan. Ook zal in 2025 door BPA BV voor de eerste keer gerapporteerd gaan worden over de resultaten qua groei van het te behalen maatschappelijk rendement.
Programmabegroting 2025
87
Opgave Bouwen & wonen Inleiding De gemeente Woensdrecht zet zich ervoor in dat haar dorpen zich ook in de toekomst blijven ontwikkelen als kernen waarin het goed wonen is. Met het inzetten op nieuwbouw, wordt een passend antwoord gevonden op de groeiende vraag naar woningen. Het woningbouwprogramma stemmen we op de eerste plaats af op de vraag naar woningen van de eigen inwoners. We geven daarom prioriteit aan het realiseren van betaalbare woningen voor starters, jonge huishoudens en senioren die in Woensdrecht willen blijven wonen. Doorstromers moeten de mogelijkheid krijgen om door te stromen naar een passende woning. Daarnaast willen we ook een kwaliteitsslag maken en focussen we op het verduurzamen en levensloopbestendig maken van de bestaande woningvoorraad. Door de hoge huizenprijzen en het minimale aanbod van passende woningen, verhuizen mensen minder snel waardoor ze te lang in hun eigen - niet altijd passende - woning blijven wonen. Dit belemmert de doorstroming. De afgelopen jaren heeft Woensdrecht te weinig kunnen bouwen door stikstofproblemen. De vraag naar woningen binnen onze gemeente komt van meerdere doelgroepen, waaronder: eigen inwoners (starters en doorstromers), instroom van buiten de gemeente, arbeidsmigranten en statushouders. Vergrijzing en ontgroening vinden plaats, maar leiden niet tot bevolkingsafname.
Er is een toename in het aantal huishoudens, maar het aantal inwoners per huishouden neemt af. De wijziging van samenstelling en doelgroepen leidt niet alleen tot de behoefte aan meer woningen, maar ook aan andere woningtypen. Ontwikkelingen • • •
Ouderen en inwoners die zorg nodig hebben, blijven door Rijksbeleid langer thuis wonen. Deze mensen wonen in veel gevallen in een woning die niet langer aansluit op hun woonbehoefte. Het vinden van een passende en betaalbare woning is voor veel mensen moeilijk. We voorzien een extra behoefte in het sociale huursegment. De komende jaren zal - als gevolg van het door het Rijk aangekondigde stikstofbeleid -het bouwen binnen onze gemeente speciale aandacht vragen.
Ambities • • • •
Ondanks de stikstofproblematiek kijken we waar er mogelijkheden zijn voor woningbouw. Voldoende huisvesting en maatschappelijke ondersteuning in combinatie met de juiste zorg. We bouwen voor alle categorieën woningzoekenden, alle typen en woonvormen. We richten ons in het bijzonder op jongeren (starters) en senioren en willen dat daar in totaliteit één op de drie nieuw te bouwen woningen voor beschikbaar komt. We streven ernaar om binnen de bestuursperiode tenminste 250 woningen te bouwen. Onze ambitie is groter.
Wat doen we in deze bestuursperiode? •
88
Contacten met de provincie geven wij hoge prioriteit om onze woningbouwplanning te realiseren. Programmabegroting 2025
• • • •
• •
Middels de Omgevingswet geeft de gemeente ruimte aan vernieuwende woonvormen, op voorwaarde dat dit niet strijdig is met de omgevingsvisie. Met de woningbouwcorporaties geven we uitvoering aan de meerjarige prestatieafspraken waarin zowel afspraken gemaakt zijn over beschikbaarheid als over kwaliteit. Wij geven uitvoering aan de Woondeal waarbinnen is afgesproken dat 30 % van de nieuw te bouwen woningen bestaat uit sociale huurwoningen; 37 % bestaat uit 'overig'-betaalbaar tot € 355.000 en 33% is vrij in te vullen. Naast het vergroten van de kwantiteit is er ook aandacht voor het verhogen van de kwaliteit van de woningvoorraad. Er zijn hoge ambities voor wat betreft het energiezuinig en daar waar mogelijk energieneutraal maken van woningen volgens het ‘BENG’ (bijna energieneutraal) of ‘ENG’ (energieneutraal) uitgangspunt). Ook wordt ingezet op het levensloopbestendig maken van woningen, zowel bij de bestaande voorraad als bij nieuwbouw. Bij het realiseren van nieuwe woningen, zetten we bewezen technieken in om zoveel mogelijk klimaatbestendig en natuur-inclusief te bouwen. We stellen een woonzorgvisie op om de toekomstige vraag naar wonen en zorg van verschillende doelgroepen in beeld te brengen en hier beleidsmatig en qua uitvoering richting aan te geven.
Voor wat betreft het urgentievraagstuk voor woningzoekenden uit bijzondere doelgroepen wordt een huisvestingsverordening opgesteld.
Stand van zaken per Programmabegroting 2025 Er speelt veel op het beleidsveld wonen en de rol en verantwoordelijkheid van de gemeente wordt steeds groter. Hierop wordt actief geanticipeerd. Zo wordt er uitvoering gegeven aan de Wet goed verhuurderschap, is er recent een woondeal gesloten en wordt er een woonzorgvisie en volkshuisvestingsprogramma opgesteld. Tevens is de samenwerking met de woningcorporaties versterkt. Samen werken we toe aan een vergroting van de sociale huurvoorraad in de gemeente Woensdrecht. Daarnaast wordt ingezet op het verhogen van de kwaliteit van de bestaande woningen.
Programmabegroting 2025
89
Paragraaf 2 Lokale heffingen Algemeen Lokale heffingen zijn te onderscheiden in belastingen enerzijds en leges, rechten en overige tarieven anderzijds. Inzicht in de omvang, werking en reikwijdte van de lokale heffingen is van belang voor de raad omdat ze, naast de inkomsten van de algemene uitkering, veelal de enige mogelijkheid vormen om aanvullende wensen te kunnen financieren. Tegelijkertijd wordt steeds kritischer gekeken naar de totale gemeentelijke belastingdruk. Daarbij is niet alleen inzicht in absolute zin belangrijk, aangezien Woensdrecht niet op zichzelf staat: inzicht in de hoogte van de heffingen van vergelijkbare gemeenten is eveneens verhelderend. Een gemeente is beperkt in de belastingsoorten die ze mag heffen. Deze zijn limitatief opgesomd in de Gemeentewet. In deze paragraaf treft u een toelichting op de belangrijkste tariefaanpassingen voor het begrotingsjaar 2025. De belastingverordeningen voor 2025 worden in de openbare raadsvergadering van december 2024 aan de raad ter vaststelling aangeboden. De in deze paragraaf opgenomen tarieven voor 2025 zijn onder voorbehoud van besluitvorming door de raad. Na de uitgangspunten van ons lokale beleid, een tabel van de geraamde inkomsten in 2025 (A) en een overzicht van de tariefontwikkeling 20212025 (B) worden achtereenvolgens de volgende onderwerpen toegelicht: 1. Onroerende-zaakbelastingen (ozb) 2.
Afvalstoffenheffing 3. Rioolheffing 4. Lokale lastendruk 5. Vergelijkend overzicht woonlasten 6. Hondenbelasting 7. Forensenbelasting 8. Toeristenbelasting 9. Marktgelden 10. Lijkbezorgingsrechten 11. Leges 12. Kwijtscheldingsbeleid Lokaal beleid Het beleid ten aanzien van lokale heffingen is gebaseerd op de uitgangspunten van het coalitieakkoord 2022-2026 en het collegewerkprogramma 2022-2026 'Stabiel en daadkrachtig voor Woensdrecht'. We streven ernaar om de gemeentelijke heffingen en belastingen op hetzelfde niveau te houden en passen maximaal alleen een inflatiecorrectie toe. De uitgangspunten met betrekking tot de financiën van de gemeente zijn: •
90
om alle thema's te kunnen uitvoeren, heeft de gemeente behoefte aan voldoende financiële middelen. De financiële positie van de gemeente is gezond, het huishoudboekje is op orde. Van belang is dat dit zo blijft. De hoge inflatie plaatst ons voor grote uitdagingen. Dit leidt tot hogere uitgaven in de exploitatie, maar ook de ramingen voor investeringen worden daardoor ongewis. Dat laatste kan leiden tot het temporiseren van uitgaven. Mogelijk stelt ook een herverdeling van het gemeentefonds ons voor extra uitdagingen. We streven ernaar om de gemeentelijke heffingen en belastingen op hetzelfde niveau te houden en passen maximaal alleen een inflatiecorrectie toe;
Programmabegroting 2025
• •
de inflatie raakt onze inwoners in hun portemonnee. De gemeente doet binnen haar wettelijke mogelijkheden wat ze kan; de hoeveelheid (rest)afvalstoffen moet verder naar beneden en uitgangspunt is het voldoen aan de VANG-doelstellingen (Van Afval Naar Grondstof). Samen met Saver NV zetten we in op innovatieve manieren van recycling en afvalscheiding. De milieustraat zal daar een spil in zijn. Het uitgangspunt blijft dat de gebruiker betaalt en de afvalstoffenheffing kostendekkend is.
Woensdrecht kent een gemiddeld belastingniveau. De COELO-Atlas 2024, die voor alle Nederlandse gemeenten een vergelijking maakt van de woonlasten, bevestigt dit beeld. De woonlasten worden gedefinieerd als het totaal van de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Van de 345 binnengemeentelijke tariefgebieden in Nederland staat Woensdrecht op plaats 103; d.w.z. er zijn 102 gemeenten die lagere woonlasten hebben en 242 met hogere woonlasten. A. Geraamde inkomsten In 2025 worden de volgende inkomsten met betrekking tot de lokale heffingen geraamd: Bedragen kolom 2 t/m 6 x € 1.000 Titel 1
Jaarstukken 2023
Begroting 2024 (incl. wijziging)
Primitieve begroting 2025
Heffingsmaatregel 2025
Totaal 2025 (1)
2
3
4
5
8
6
7
6.061
50,01%
€ 273
2.884
-
2.884
23,80%
€ 130
2.257
99
2.356
19,44%
€ 106
129
122
-
122
1,01%
€5
54
54
2
56
0,46%
€3
5.526
5.828
5.887
Afvalstoffenheffing
2.616
2.881
Rioolheffing
2.142
2.257
Hondenbelasting
123
Forensenbelasting
49
Totaal:
Bedrag 2025 (per inwoner) (3)
174
Onroerende zaakbelastingen
Toeristenbelasting
In % 2025 (2)
628
641
641
-
641
5,29%
€ 29
11.084
11.790
11.845
275
12.120
100%
€ 545
(1) Opbrengst na verwerking van de heffingsmaatregel 2025. (2) Opbrengst per belastingsoort als percentage van de totale belastingopbrengst 2025. (3) Totaal 2025 gedeeld door aantal inwoners gemeente Woensdrecht (raming per 1-1-2025 = 22.225)
Programmabegroting 2025
91
B. Tariefontwikkeling 2021-2025 Tarieven per belastingsoort
2021
2022
2023
2024
2025
Onroerende zaakbelastingen Woningen: eigenaren
0,1134% 0,1081% 0,1058% 0,1075% 0,1110%
Niet-woningen: eigenaren
0,1844% 0,1862% 0,1821% 0,1887% 0,1948%
Niet-woningen: gebruikers
0,1546% 0,1561% 0,1527% 0,1582% 0,1633%
Afvalstoffenheffing
Bedragen in €
Vast deel
175,00
178,50
197,25
212,25
212,25
1 - 13 ledigingen
8,00
8,16
9,02
9,71
9,71
14 - 20 ledigingen
10,00
10,20
11,27
12,13
12,13
21 - 26 ledigingen
12,00
12,24
13,53
14,56
14,56
1 - 13 ledigingen
4,70
4,79
5,29
5,69
5,69
14 - 20 ledigingen
5,85
5,97
6,60
7,10
7,10
21 - 26 ledigingen
7,00
7,14
7,89
8,49
8,49
- 240 liter gft-afvalcontainer
-
-
-
-
-
- 140 liter gft-afvalcontainer
-
-
-
-
-
1,00
1,02
1,13
1,22
1,22
Afvalcontainer (per lediging): - 240 liter restafvalcontainer
- 140 liter restafvalcontainer
- Ondergrondse restafvalcontainer (per inworp) Rioolheffing
Art.nr. Systematiek
Bedragen in €
Vastrecht
1.1.1 woning met één persoon
152,50
152,50
157,40
165,35
173,60
203,50
203,50
210,00
220,50
231,50
203,50
203,50
210,00
220,50
231,50
0,92
0,92
0,95
1,00
1,05
2.1.2 voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 1.001 tot en met 10.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 berekende bedrag
0,52
0,52
0,54
0,57
0,60
2.1.3 voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 10.001 tot en met 20.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 en 2.1.2 berekende bedrag
0,24
0,24
0,25
0,26
0,27
2.1.4 voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 20.001 tot en met 30.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 tot en met 2.1.3 berekende bedrag
0,23
0,23
0,24
0,25
0,26
2.1.5 voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 30.001 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 tot en met 2.1.4 berekende bedrag
0,22
0,22
0,23
0,24
0,25
1e hond
37,50
37,50
37,50
37,50
37,50
2e en volgende hond
65,00
65,00
65,00
65,00
65,00
Kennel
155,00
155,00
155,00
155,00
155,00
woning met meerdere personen 1.1.2 niet-woning Gedifferentieerde tarieven 2.1.1 vastrecht + variabel tarief voor de hoeveelheid afgevoerd niet-woningen water vanaf 501 m3 tot en met 1.000 m3, per m3
Hondenbelasting
Forensenbelasting Tarief
0,3413% 0,3251% 0,3179% 0,3231% 0,3336%
Toeristenbelasting
Bedragen in €
Per overnachting, per persoon
1,50
1,50
1,50
Marktgelden
1,50
1,50
Bedragen in €
Weekmarkt Hoogerheide
4,50
4,50
4,50
4,50
4,50
Weekmarkt Putte
4,50
4,50
4,50
4,50
4,50
Jaarmarkt Putte
105,00
105,00
105,00
105,00
105,00
92
Programmabegroting 2025
1. Onroerende-zaakbelastingen (ozb) De onroerendezaakbelastingen worden berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak; de WOZ-waarde. De peildatum van de WOZ-waarde is 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanslag betrekking heeft. De WOZ-waarde per 1 januari 2024 is leidend voor de belastingaanslag van 2025. De Belastingsamenwerking West-Brabant stelt jaarlijks de nieuwe WOZ-waarden vast voor alle woningen en niet-woningen. Dat gebeurt kort voor het opleggen van de aanslagen, omdat dan voldoende informatie beschikbaar is voor de herwaardering. De tarieven voor 2025 die in deze begroting zijn opgenomen zijn dan ook voorlopig en gebaseerd op de tarieven van 2024 met een indexatie. De definitieve tarieven zullen via het voorstel voor de Verordening voor de heffing en invordering van de onroerendezaakbelasting 2025 aan de gemeenteraad worden aangeboden. De voorlopige tarieven worden hierbij alleen nog gecorrigeerd voor de waardeontwikkeling. Een stijging van de waarde leidt tot een lager tarief en een daling van de waarde tot een hoger tarief. De totale opbrengst verandert niet. De inflatiecorrectie voor 2025 bedraagt +3,24%. Dit is gebaseerd op de ontwikkeling van de consumentenprijsindex van de maand juni 2024 ten opzichte van juni 2023 (bron: CBS).
Voor het meerjarenperspectief 2026-2028 van de begroting wordt bij de opbrengst van de onroerendezaakbelastingen rekening gehouden met een inflatiepercentage van +1%. Het ‘normtarief’, ofwel redelijk peil van de onroerendezaakbelasting, is door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor 2025 vastgesteld op 0,1595% van de WOZ-waarde (2024: 0,1614%; bron: Meicirculaire gemeentefonds 2024). 2. Afvalstoffenheffing Iedere gemeente heeft de wettelijke plicht tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen binnen haar grondgebied (art. 10.21 en 10.22 Wet milieubeheer). De gemeente kan, ter compensatie van de kosten die verbonden zijn aan de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen een heffing instellen. Deze heffing geldt alleen voor inwoners en voor ieder perceel (woning) waar de mogelijkheid bestaat tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen, ook al wordt er geen afval aangeboden. Landelijk zijn gemeenten op zoek naar manieren om meer ‘afval’ te recyclen en minder aan te bieden als restafval. Ook de gemeente Woensdrecht streeft naar een hogere mate van recycling. De kosten voor afvalverwerking stijgen, terwijl de noodzaak om grondstoffen duurzaam te recyclen toe neemt. Daarnaast heeft de gemeente zich gecommitteerd aan de doelstelling van het nationale VANGprogramma (Van Afval Naar Grondstof).
Dit programma beschrijft de doelstellingen voor gemeenten op het gebied van circulariteit van grondstoffen: in 2030 moet minimaal 60% van het huishoudelijk afval gerecycled worden en daarmee moet de gemiddelde hoeveelheid restafval per inwoner terug worden gebracht tot onder de 100 kilo (bron: www.vang-hha.nl). In 2023 was het recycle percentage van de gemeente Woensdrecht 63% (bron: VANG recycletool, www.benchmarkafval.nl) en hoeveelheid restafval 170 kg per inwoner (bron: Saver NV). Tevens moet de activiteit ‘afvalinzameling & -verwerking’ kostendekkend uitgevoerd worden. Dat betekent dat de lasten financieel gedekt moeten worden door de baten. Maar ook dat het principe geldt: 'de gebruiker betaalt'. Om de doelstelling te behalen heeft de raad in 2019 besloten met ingang van 2020 de volgende maatregelen te nemen:
Programmabegroting 2025
93
• verhoging van de variabele en invoering van progressieve tarieven van het aanbieden van het restafval en; • verhoging van het tarief voor de extra tikken op de milieustraat. De ophaalfrequentie van het afval blijft gehandhaafd op éénmaal in de twee weken. Het verlagen van de ophaalfrequentie van het restafval naar éénmaal in de vier weken is om redenen van hygiëne en serviceniveau niet doorgevoerd. Voor 2025 zien we dat de totale lasten van de afvalinzameling en -verwerking nagenoeg gelijk zijn aan de in de programmabegroting 2024 geraamde lasten. Op onderdelen zijn er mutaties. Zo is er een toename van de kosten van de afvalinzameling als gevolg van de jaarlijkse indexering van de tarieven van Saver. Er wordt een daling van de kosten van de milieustraat verwacht als gevolg van een afname (-250 ton) van de hoeveelheid afval. De opbrengsten van monostromen in 2025 nemen gering toe als gevolg van een vergoeding voor openbare prullenbakken. De opbrengsten van de afvalstoffenheffing blijven nagenoeg gelijk aan de opbrengsten van 2024. Omdat de verwachte lasten en de baten in evenwicht zijn en kostendekkend blijven, wordt de raad voorgesteld om de tarieven van de afvalstoffenheffing voor 2025 niet aan te passen en gelijk te houden aan de tarieven van 2024. Tevens wordt de raad voorgesteld de tarieven voor het gebruik van de milieustraat gelijk te houden aan de tarieven van 2024.
De belasting voor het gebruik van de milieustraat bedraagt: • voor het 4e tegoed op de Saverpas: € 18,20 (in 2024: € 18,20); • voor het 5e en 6e tegoed, per tegoed op de Saverpas: € 36,25 (in 2024: € 36,25); • voor het 7e en volgende tegoed, per tegoed op de Saverpas: € 60,60 (in 2024: € 60,60). • het aantal ‘gratis’ tikken op de milieustraat blijft ongewijzigd; op drie tikken. De opbrengsten aan afvalstoffenheffing worden geraamd op € 2.883.500 en dit resulteert in een kostendekkingspercentage van 100%. Voorziening 'egalisatie afvalinzameling en -verwerking' Woensdrecht heeft een voorziening 'egalisatie afvalinzameling & -verwerking' tot haar beschikking voor het afdekken van risico's en financiële resultaten van afval. Het verwachte saldo van de voorziening per 01-01-2025 bedraagt (afgerond) € 419.000. Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020-2029 op de schop In 2019 hebben de VNG en Verpact afspraken gemaakt over de Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV), waaronder de kostenvergoeding voor de inzameling van verpakkingsafval. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020-2029, met als doel hergebruik en recycling te verbeteren, circulariteit te bevorderen, en maatschappelijke kosten te verlagen.
Omdat een aantal afspraken uit de Ketenovereenkomst achterblijft bij de verwachtingen, heeft de ALV op 1 december 2023 een motie van de gemeente Losser aangenomen. Deze motie roept het VNGbestuur op om in samenwerking met de NVRD nieuwe afspraken te maken die primair gericht op maximaal hergebruik en recycling van kunststof verpakkingsafval, duidelijkere afspraken over afkeur en vervuiling, en transparantie rondom de totstandkoming van de kostenvergoedingen. Vervolgens, heeft het VNG-bestuur op 24 april 2024 besloten de Ketenovereenkomst per 1 januari 2025 niet te verlengen, waardoor deze op 31 december 2024 eindigt.
94
Programmabegroting 2025
De VNG streeft ernaar de nieuwe afspraken in december 2024 voor te leggen aan leden tijdens een algemene ledenvergadering, zodat deze per 1 januari 2025 kunnen ingaan. Mocht dit onverhoopt niet lukken, dan wordt tussen de betrokken partijen een overgangsperiode afgesproken. Kostendekkendheid afvalinzameling en -verwerking
Bedragen in €
Taakveld/omschrijving
Specificatie
Bedrag
%
1. Afvalinzameling
-1.183.500
2. Afvalverwerking
-557.600
3. Milieustraat
-875.000
4. Overig
-208.887
2.1 Verkeer en vervoer
5. Straatreiniging
-31.112
6.3 Inkomensregelingen
6. Kwijtschelding afvalstoffenheffing
-85.000
2. Afvalverwerking
350.000
Lasten 7.3 Afval
Baten (exclusief opbrengsten afvalstoffenheffing) 7.3 Afval
3. Milieustraat
9.595
6. Dividenduitkering Saver NV
55.000
BTW
-357.204
Totaal (lasten minus baten)
-2.883.708 100%
Opbrengsten afvalstoffenheffing (opgenomen in taakveld 7.3 Afval)
2.883.500
Saldo en kostendekkendheid
-208 100%
Onttrekking aan de voorziening 'afvalinzameling & - verwerking' Saldo afvalinzameling & -verwerking na onttrekking aan de voorziening
-208
Toelichting op de tabel ‘kostendekkendheid afvalinzameling en -verwerking’: Taakveld ´7.3 Afval´ is het centrale taakveld. Naast de baten en lasten uit het taakveld ‘7.3 Afval’ wordt van het taakveld ‘2.1 Verkeer en vervoer’ een bedrag van (afgerond) € 31.000 in de heffing betrokken. Dit betreft 25% van de geraamde lasten van straatreiniging inclusief het veegvuil. Van het taakveld ´6.3 Inkomensregelingen´ wordt een bedrag van € 85.000 voor het deel van de kwijtschelding van de afvalstoffenheffing in de heffing betrokken. Het geraamde saldo van 'afvalinzameling & -verwerking' bedraagt € 208 nadelig. 3. Rioolheffing Onder de naam ‘rioolheffing’ wordt geheven: een belasting ter bestrijding van de kosten die voor de gemeenten verbonden zijn aan: • •
de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, evenals de zuivering van huishoudelijk afvalwater en; de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde en afvloeiende hemelwater, evenals het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Het college van burgemeester en wethouders kan ter invulling van de taak, op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer, een gemeentelijk rioleringsprogramma vaststellen (art. 3.14 Omgevingswet). In het gemeentelijk waterprogramma (GWP) wordt aangegeven op welke manier de gemeente de gemeentelijke watertaken wil verbeteren, uitbreiden, onderhouden en
Programmabegroting 2025
95
beheren en welke middelen noodzakelijk zijn om de gestelde doelen te bereiken. Het huidige GWP is vastgesteld door de gemeenteraad in november 2023 en heeft een looptijd van 4 jaar (2024-2027). Te rekenen van het belastingjaar 2010 wordt een rioolheffing geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. De rioolheffing kent twee grondslagen: • •
een vast tarief per perceel; een bedrag op basis van het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.
De raad wordt voorgesteld om de vaste en variabele tarieven voor 2025 aan te passen. De tarieven voor 2025 zijn opgenomen in het overzicht van de tariefontwikkeling 2021-2025 (B) in deze paragraaf. De tarieven stijgen gemiddeld met 5,0%. De stijging van de tarieven is gebaseerd op het GWP 20242027. Kostendekkendheid riolering
Bedragen in €
Taakveld/omschrijving
Specificatie
Bedrag
%
1. Exploitatie en beheer riolering
-1.897.516
Lasten 7.2 Riolering
2. Heffing en invordering rioolheffing
-42.827
2.1 Verkeer en vervoer
3. Aandeel kosten straatreiniging
-93.338
5.7 Openbaar groen & (openlucht)recreatie
4. Kosten onderhoud watergangen
-97.500
6.3 Inkomensregelingen
5. Kwijtschelding rioolheffing
-70.000
Baten (exclusief opbrengsten rioolheffing) 7.2 Riolering
N.v.t.
BTW
-154.819
Totaal (lasten minus baten)
-2.356.000
Opbrengsten rioolheffing (opgenomen in taakveld 7.2 Riolering)
2.356.000
Saldo en kostendekkendheid
-
100% 100%
Toelichting op de tabel ‘kostendekkendheid riolering’: In de tabel zijn de lasten en baten opgenomen, die voor het bepalen van de tarieven van de rioolheffing van toepassing zijn. Naast de baten en lasten uit het taakveld ‘7.2 Riolering’ wordt van het taakveld ‘2.1 Verkeer en vervoer’ een bedrag van (afgerond) € 93.000 in de heffing betrokken. Dit betreft 75% van de geraamde lasten van straatreiniging inclusief het veegvuil. Het vegen van de goten beperkt het instromen van vuil in de straatkolken en voorkomt vervuiling van het rioolstelsel. Van het taakveld '5.7 Openbaar groen & (openlucht)recreatie' wordt een bedrag van € 97.500 in de heffing betrokken. Dit betreft de geraamde lasten van het onderhoud van de gemeentelijke watergangen (sloten) inclusief het afvoeren van het slootvuil. Het toerekenen van het onderhoud watergangen aan rioolbeheer is reëel vanuit de relatie met de zorgplicht hemelwater. Het functioneren van het hemelwaterriool is gekoppeld aan het functioneren van de watergangen die dienen voor de afvoer van regenwater. Van het taakveld ´6.3 Inkomensregelingen´ wordt een bedrag van € 70.000 voor het deel van de kwijtschelding van de rioolheffing in de heffing betrokken. In de lasten van het taakveld '7.2 Riolering´ is een toevoeging aan de voorziening ´rioolbeheer´ opgenomen van (afgerond) € 990.000.
De toevoeging aan de voorziening is gebaseerd op het 'GWP 2024-2027’. Het kostendekkingspercentage van riolering is 100%. 96
Programmabegroting 2025
4. Lokale lastendruk In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de lastenontwikkeling van een gezin (meerpersoonshuishouden). De woonlasten bestaan uit drie onderdelen: onroerende-zaakbelasting, afvalstoffen- en rioolheffing. Voor de onroerende-zaakbelasting wordt uitgegaan van een gezin met in eigendom een woning met een getaxeerde waarde voor het jaar 2025 van € 382.000. De waarde van € 382.000 is gebaseerd op de gemiddelde woningwaarde van 2023 van € 367.000 (bron: CBS StatLine 9-2024) gecorrigeerd met een verwachte waardestijging voor 2024 van +4,0%. Voor 2025 is geen prognose van de waardeontwikkeling opgenomen. Bij het opstellen van de programmabegroting is er door de Belastingsamenwerking West-Brabant onvoldoende informatie beschikbaar over de waardeontwikkeling. Voor de afvalstoffenheffing wordt voor het jaar 2025 uitgegaan van gemiddeld 13 ledigingen van een 240 liter restafvalcontainer. Bedragen in € Lokale lastendruk Lastenontwikkeling gezin
2021
2022
2023
2024
2025 *
832,91
839,41
912,80
969,63
994,00
* Berekend als volgt: OZB € 382.000 x 0,1110% + riool € 231,50 + afval vast € 212,25 + afval variabel 13 x € 9,71 De in de tabel gehanteerde WOZ-waarden zijn gebaseerd op de door het CBS gepubliceerde cijfers 'gemiddelde WOZ-waarde van woningen'.
5. Vergelijkend overzicht woonlasten Om inzicht te hebben in de hoogte van de woonlasten in Woensdrecht zijn in onderstaande tabel de woonlasten van een aantal (buur)gemeenten opgenomen, zij het dat deze betrekking hebben op 2024. De tarieven 2025 van deze gemeenten zijn thans nog niet bekend. Ter informatie zijn ook de “laagste” en de “hoogste” waarden opgenomen. De cijfers zijn ontleend aan de “Atlas van de lokale lasten 2024” van het COELO. Het begrip ´bruto gemeentelijke woonlasten´ is samengesteld uit de OZB voor een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Vergelijkend overzicht woonlasten Gemeente
Bedragen in € Bruto woonlasten eph 2024
Bruto woonlasten mph 2024
Landelijk rangtelnummer
Rijssen-Holten
645
675
1
Etten-Leur
756
783
12
Tholen
742
832
28
Rucphen
817
894
71
Gemiddelde Noord-Brabant
829
908
Halderberge
797
920
89
Woensdrecht
833
933
103
Steenbergen
810
938
108
Reimerswaal
776
951
130
Roosendaal
922
957
141
Moerdijk
809
977
169
Gemiddelde Nederland
911
994
Bergen op Zoom
982
1.030
225
Zundert
1.100
1.245
321
Bloemendaal
1.770
1.988
345
eph = éénpersoonshuishouden mph = méérpersoonshuishouden met eigen woning
Programmabegroting 2025
97
Hieruit blijkt dat Woensdrecht ten opzichte van 2023 in de stand van het landelijk rangnummer is gedaald. Stond Woensdrecht in 2023 op nummer 114 (bruto woonlasten meerpersoonshuishouden € 888), nu staat Woensdrecht op nummer 103 (bruto woonlasten meerpersoonshuishouden € 933). Woensdrecht bevindt zich daarmee net boven het gemiddelde van de provincie Noord-Brabant, echter onder het gemiddelde van Nederland. 6. Hondenbelasting De tarieven voor 2025 veranderen niet ten opzichte van 2024. 7. Forensenbelasting De forensenbelasting wordt opgelegd aan natuurlijke personen die geen hoofdverblijf in de gemeente hebben en die meer dan 90 dagen een tweede (gemeubileerde) woning beschikbaar houden voor zichzelf of hun gezin. Het tarief forensenbelasting 2025 is geïndexeerd met het inflatiepercentage (+3,24%). Bij de tariefbepaling wordt tevens rekening gehouden met een correctie voor de waardemutatie van de onroerende zaken. De Belastingsamenwerking West-Brabant stelt jaarlijks de nieuwe WOZwaarden vast voor alle woningen en niet-woningen. Dat gebeurt kort voor het opleggen van de aanslagen, omdat dan voldoende informatie beschikbaar is voor de herwaardering. Het tarief forensenbelasting 2025 dat in deze begroting is opgenomen, is dan ook voorlopig.
Het definitieve tarief zal via het voorstel voor de Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2025 aan de gemeenteraad worden aangeboden. Het voorlopige tarief zal hierbij alleen nog worden gecorrigeerd voor de waardeontwikkeling. Een stijging van de waarde leidt tot een lager tarief en een daling van de waarde tot een hoger tarief. De totale opbrengst verandert niet. 8. Toeristenbelasting Toeristenbelasting is een directe belasting die geheven wordt voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding - in welke vorm dan ook - door personen die niet als ingezetene met een adres in de basisadministratie personen van de gemeente zijn opgenomen. De belastingplichtige is degene die gelegenheid biedt tot verblijf in hem ter beschikking staande ruimten, dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. In de Verordening toeristenbelasting is een registratieplicht opgenomen, zodat duidelijk is dat de exploitant de verplichting heeft zorg te dragen voor een registratie van het aantal overnachtingen, tenzij de forfaitaire regeling wordt toegepast. Tarief De raad heeft in 2020 besloten het tarief met ingang van het jaar 2020 te verhogen van € 1,00 naar € 1,50 per persoon, per overnachting ongeacht het type verblijf. Het tarief voor 2025 verandert niet ten opzichte van 2024. 9.
Marktgelden De tarieven voor 2025 veranderen niet ten opzichte van 2024.
98
Programmabegroting 2025
Baten en lasten van de markten Omschrijving
Bedragen in € Begroting 2025
Jaarstukken 2023
Weekmarkt Putte
3.032
1.396
Jaarmarkt Putte
16.869
15.816
Weekmarkt Hoogerheide
2.099
1.404
Totaal baten
22.000
18.615
Totaal lasten*
-58.069
-52.915
Kostendekkingspercentage
37,9%
35,2%
* Bedragen inclusief compensabele BTW.
10. Lijkbezorgingsrechten De tarieven van de lijkbezorgingsrechten zijn voor 2025 geïndexeerd met het inflatiepercentage (+3,24%). Bedragen in € Baten en lasten van de lijkbezorging Omschrijving
Begroting 2025
Baten (diverse tarieven) Lasten: begraafplaatsen / lijkbezorging* Kostendekkingspercentage
Jaarrekening 2023 88.838
70.438
-109.302
-184.684
81,3%
38,1%
* Bedragen inclusief compensabele BTW.
11. Leges Naast belastingen heft de gemeente rechten (leges) voor individuele dienstverlening aan haar inwoners. De geraamde opbrengsten uit de leges mag de totale geraamde kosten niet overtreffen. De tarieven voor de leges zijn daarom kostendekkend berekend. Ook dient er rekening gehouden te worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven, zoals bijvoorbeeld voor reisdocumenten en rijbewijzen. De gemaximeerde bedragen voor 2025 worden pas in het najaar van 2024 bekendgemaakt. Het voorziene kostendekkingspercentage bij de leges is wettelijk gelimiteerd op 100%. De legesverordening is naar aard van de dienstverlening ingedeeld in drie hoofdstukken: • • •
hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening; hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet; hoofdstuk 3 Dienstverlening waarop de dienstenrichtlijn van toepassing is.
Het komt voor dat bepaalde onderdelen van de legesverordening een hogere opbrengst realiseren dan de daaraan toegerekende kosten, terwijl bij een ander onderdeel geen 100%-kostenverhaal mogelijk blijkt te zijn. Binnen hoofdstuk 1 en 2 is kruissubsidiëring toegestaan, zodat een eventueel dekkingstekort van de ene paragraaf gecompenseerd kan worden door een hoger dekkingspercentage van een andere paragraaf in deze hoofdstukken. Bij hoofdstuk 3 is alleen binnen het hoofdstuk kruissubsidiëring per paragraaf toegestaan. Het streven is een volledige kostendekking te realiseren en voor zover nodig daartoe kruissubsidiëring toe te passen. Hierna is een overzicht opgenomen van de geraamde baten en lasten voor 2025 met bijbehorende percentages van de kostendekking per paragraaf. Binnen hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2 wordt kruissubsidiëring tussen de paragrafen toegepast. De mate van kostendekking blijkt uit het overzicht. Programmabegroting 2025
99
Niet vermelde paragrafen zijn 'gereserveerde' paragrafen. De tarieven voor 2025 zijn gebaseerd op de tarieven 2024 aangepast met een inflatiecorrectie van +3,24% (bron: CBS) met een afronding op 5 eurocent of bij grotere bedragen op hele euro's. In de lasten bevinden zich de directe kosten die verbonden zijn aan de betreffende leges, de loonkosten en de overheadkosten. Berekening overhead De overhead dient extracomptabel te worden berekend in de vorm van een opslagpercentage. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende diensten, rechten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel. Het opslagpercentage overhead op de personeelskosten voor 2025 bedraagt hiermee 73%. Kostendekking Binnen het hoofdstuk Algemene dienstverlening is sprake van een geraamde kostendekking van 76%. Het belangrijkste aandeel binnen deze titel zijn de reisdocumenten, ID-kaarten en rijbewijzen.
De tarieven voor deze documenten zijn wettelijk gelimiteerd en deze zijn voor 2025 nog niet allemaal bekendgemaakt door het Rijk. Binnen het hoofdstuk Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet voor het begrotingsjaar 2025 is er sprake van een kostendekking van 109%. De belangrijkste baten binnen deze titel zijn de leges voor de omgevingsvergunningen en de leges voor de procedures Ruimtelijke Ordening. Het verloop van het aantal vergunningen en de leges (op basis van de bouwsom) fluctueren jaarlijks. Momenteel is er sprake van onzekerheid over het economisch perspectief, zoals hoge bouwkosten, schaarse bouwmaterialen, inflatie en stikstofcrisis. Binnen hoofdstuk dienstverlening waarop de dienstenrichtlijn van toepassing is, is de kostendekking 45%. Binnen deze hoofdstuk vallen de diverse APV-vergunningen en vergunningen op basis van de Alcoholwet.
100
Programmabegroting 2025