CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-07-05 A VG - BP Bijlage 6 - Archeologisch bureauonderzoek

Raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente woensdrechtBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan 't Marktje Woensdrecht16.048 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

39 Leenders, 1996, 610. Brand, 2006, 23.

27

ARTEFACT RAPPORT 592

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

’t Marktje is één bouwblok aanwezig, dit bevindt zich op basis van de meer recente kaarten net buiten het huidig plangebied.

Figuur 15 Detail van de Caarte ende Metinge van het Noort Gors van den noch drijvenden Polder van Woonsdrect Ende sijn al de Cavels en Wegen door F. Verstraten in 1737, deels op basis van een kaart door C. de Bije uit 1691 en opmetingen door J. van Dun en C. van Diepenbeek. De ligging van het huidig plangebied is aangegeven met een rode ellips (een exacte projectie is niet mogelijk). Zie ook figuur 9. Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC), 343-000105.

Op de Kaarte vande Heerlykheden Zuyd Geest en Woensdrecht, door P.J. Adan uit 1741 (figuur 16) worden de percelen en gebouwen in en rondom de kern van Woensdrecht weergegeven. Ook de kerk wordt als twee gebouwen aangegeven (toren en afzonderlijk kerkgebouw). Waar op de kaart door Verstraten ten westen van Woensdrecht een vierkante grachtstructuur wordt aangegeven wordt door Adan een berg met boompjes aangegeven, dit betreft vermoedelijk de motteheuvel. De bebouwing langs de voorloper van ’t Marktje wordt aangegeven als de Braak. Deze benaming is een referentie aan de nabijgelegen oude dijkdoorbraak 40 welke onder andere door Verstraten wordt weergegeven (zie figuur 14). Op een iets oudere kaart door Plaatman uit 1722 (West-Brabants Archief, LEENHOF – C 19, niet afgebeeld omdat het plangebied grotendeels buiten het kaartbeeld valt) wordt dit De maregere(n) Braak, wordt de mogelijke motteheuvel benoemd als ’T Slodt en is het huidige ’t Marktje aangegeven als Den Cuyvesantsen Weg. Ten oosten van het plangebied wordt door P.J. Adan in 1741 een waterloop aangegeven. Deze is de voorloper van de hier in de huidige situatie aanwezige watergang. Op andere 18e-eeuwse kaarten (onder andere het Cijnsregister Woensdrecht en Zuidgeest; hoekkaart (vijfde blad) door H. Adan uit 1772, West Brabants Archief, GAW Woensdrecht

40

Leenders, 1996, 146.

28

ARTEFACT RAPPORT 592

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

arch. 1252, inv. 261, niet afgebeeld) wordt deze waterloop als kil benoemd, wat op en natuurlijke oorsprong van deze waterloop kan duiden. Het plangebied zelf is op de kaart door P.J. Adan deels gelegen op het erf van De Braak (perceel 110), van de overige percelen die deels door het plangebied bestreken worden is perceel 108 in gebruik als bos of boomgaard.

Figuur 16 Detail van de Kaarte van de Heerlykheden van Zuyd Geest en Woensdrecht door P.J. Aden uit 1741. Bron: WestBrabants Archief, ARR – D 96.

Met de invoer van het kadaster vanaf 1811 - 1816 wordt voor het eerst gestart met het vervaardigen van nauwkeurige kaarten van geheel Nederland. De neerslag van dit werk is te raadplegen in de vorm van de Minuutplannen van de Kadastrale Kaart die globaal opgesteld zijn tussen 1812 en 1832. Deze kaarten geven de omvang van de aanwezige gebouwen, de ligging van wegen, dijken en waterlopen en de ligging (maar niet de fysieke vorm) van de grenzen van de verschillende kadastrale percelen weer. Het plangebied is gelegen binnen verschillende secties en kaartbladen van de kadastrale gemeente Woensdrecht. Dit betreft sectie D, Eerste blad (Hoogerheiden) (figuur 17) en sectie G, Derde blad (Woensdrecht) (figuur 18). Op het Minuutplan komt binnen het plangebied geen bebouwing voor. Ook de bebouwing bij de Braak net ten westen van het plangebied is verdwenen. In het noordwesten overlapt het plangebied deels met de 19e-eeuwse voorloper van ’t Marktje, deze is op dat tijdstip breder dan in de huidige situatie. Volgens de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel), die bij het Minuutplan hoort, zijn de percelen waarbinnen het plangebied (deels) gelegen is belastbaar als: -

Bouwland: D1, G529, G530

-

Weiland: D2, D3, D10, D11, G534

-

Hakhout: G528, G531, G533

-

Heide (? moeilijk leesbaar): G532

29

ARTEFACT RAPPORT 592

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

Figuur 17 Uitsnede van het minuutplan van de Kadastrale Kaart van de gemeente Woensdrecht uit 1811-1832, Sectie D, Eerste blad (boven). Bron : Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort / MIN1017D01.

Figuur 18 Uitsnede van het minuutplan van de Kadastrale Kaart van de gemeente Woensdrecht uit 1811-1832, Sectie G, Derde blad (onder). Bron : Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort / MIN1017G03.

30

ARTEFACT RAPPORT 592

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

Figuur 19 Uitsneden van de topografische (militaire) kaarten uit 1850 tot 2005. Bron: Esri Nederland/ Kadaster.

Aan het begin van de 19e eeuw is het protestantse kerkje van Woensdrecht dermate in verval dat het niet langer gebruikt kan worden, het wordt omstreeks 1850 dan ook gesloopt. De toren van de oorspronkelijke kerk (de Stompe Toren) blijft wel nog in het landschap aanwezig tot deze in 1944, samen met grote delen van het dorp, vernield wordt tijdens het oorlogsgeweld bij de slag om Woensdrecht. 41 Tijdesn de Wtersnoodramp van 1953 overstromen de 41 Croonen Adviseurs en Monumentenhuis Brabant, s.d..

31

ARTEFACT RAPPORT 592

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

poldergebieden ten westen van Woensdrecht en is ook mogelijk het lager gelegen deel ten oosten van het huidig plangebied deels geïnundeerd. Op figuur 19 kan de verdere evolutie in de omgeving tussen circa 1850 en 2005 gevolgd worden. Op het beeld uit 1916 is ’t Marktje smaller ingetekend en is het uiterste noordwesten van het plangebied niet langer ter plaatse van de weg gelegen. Ten westen van het plangebied komen op deze kaart verschillende bouwblokken voor. Vanaf 1970 worden in het noorden en centraal (langs de westelijke zijde) van het plangebied gebouwen aangegeven. Deze groeien in de daaropvolgende kaarten uit tot bedrijfsterreinen met grote hallen. De overige delen van het plangebied die geen deel uitmaken van de bedrijfspercelen blijven tot heden onbebouwd. Voor wat betreft de perceelstructuur met kleine afzonderlijke waarneembare percelen is vast te stellen dat deze tussen 1950 en 1970/1985 grotendeels uit het beeld verdwijnen.

2.3.2

Verstoringsgeschiedenis

Omgevingsrapport Via de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant is bij de SquitiBis een omgevingsrapport aangevraagd. Uit dit rapport blijkt dat er binnen en nabij het plangebied in het verleden reeds enige verkennende onderzoeken hebben plaatsgevonden maar dat deze (nog) geen aanleiding hebben gegeven tot het uitvoeren van een sanering. KLIC Er bevinden zich huisaansluitingen (tot de bedrijfshallen) binnen het plangebied en kabels en leidingen langs ’t Marktje. In het zuiden van het plangebied, net ten noorden van het Kerkepadje en de hier gelegen watergang, bevindt zich een riool onder druk.

2.4

Archeologische waarden

Archeologische monumenten De Archeologische Monumentkaart (AMK) is een digitaal bestand waarin de archeologische monumenten terreinen, waaronder de wettelijk beschermde monumenten, werden bijgehouden. Sinds 2014 wordt dit bestand echter niet meer bijgewerkt waardoor het als statisch bestand kan worden beschouwd. (Een deel van) de monumententerreinen zijn opgenomen op de gemeentelijke beleidskaarten en benoemd als gemeentelijke vindplaats. Er komen op de AMK geen archeologische monumenten voor binnen het plangebied of in de ruime omgeving ervan. Eerder uitgevoerd onderzoek en vondstlocaties Archis is het geautomatiseerde Archeologisch Informatiesysteem voor Nederland. Het bestaat uit een databank waarin allerlei gegevens over archeologische onderzoeken, vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen. Het raadplegen van Archis leert dat binnen het plangebied nog geen onderzoek heeft plaatsgevonden. In een straal van 1 km rondom het plangebied zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd (deze worden in de onderstaande tabel opgesomd). Onmiddellijk (ten oosten en zuiden) grenzend aan het plangebied is eerder in grootschalig bureauonderzoek uitgevoerd., dit betreft het onderzoek in het kader van en opstellen van een cultuurhistorische verwachtings- en advieskaart voor het gebied Noordpolder van Ossendrecht.

In dit onderzoek wordt het vermoeden geformuleerd dat ter plaatse van het lager gelegen gebied ten oosten van het plangebied zich een middeleeuwse haven heeft bevonden 42.

Nr.

Onderzoek nummer

42 Keijers, 2007, 41.

Uitvoerder

Aard en resultaten onderzoek

32

ARTEFACT RAPPORT 592

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

1

2176092100

RAAP

Archeologisch bureauonderzoek (2007) en het opstellen van een cultuurhistorische verwachtings- en advieskaart in het kader van de herinrichting van de Noordpolder van Ossendrecht. Voor delen van dit toenmalig onderzoeksgebied is een vervolgonderzoek aanbevolen, dit op basis van de archeologische verwachting en de geplande ingrepen. 43

2

3994357100

RAAP

Archeologisch begeleiding (2016) in navolging op bovenstaand onderzoek. Hierbij zijn geen archeologische waarden aangetroffen, e.e.a. heeft mogelijk te maken met de beperkte diepte van de onder archeologisch begeleiding uitgevoerde werkzaamheden (tot 0,5 – 0,7 m -mv). 44

3

2367869100

BAAC

Archeologisch booronderzoek (2012), er is een vervolgonderzoek aanbevolen voor het westelijke en oostelijke deel van het plangebied waar het bodemprofiel intact bewaard is. Hier bestaat de bodem uit dekzand dat afgedekt is met een plaggendek (enkeerdgrond).

4

2379492100

Aeres

Archeologisch bureauonderzoek (2012) in het kader van de geplande realisatie van een nieuwe weg. Er is een vervolgonderzoek (booronderzoek) aanbevolen om in kaart te brengen in welke mate de mogelijk aanwezige archeologische waarden verstoord zijn door recente bouwwerkzaamheden.

5

4013163100

Econsultancy

Archeologisch booronderzoek (2016) in navolging om bovenstaand onderzoek. In het volledige toenmalige onderzoeksgebied is de bodem verstoord tot een diepte tussen 1,35 en ten minste 2,6 m -mv. Verder onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

6

2132238100 2132676100

ARC

Archeologisch bureau- en booronderzoek (2006). Uit het veldonderzoek blijkt dat er geen stuifzand is afgezet en dat er geen herkenbaar esdek is gevormd. De aanwezige bouwvoor is vrij dik en recent verstoord (o.a. aanwezigheid van plastic op enige diepte) en gaat rechtstreeks over op de C-horizont. Voor het grootste deel van het toenmalig plangebied is geen vervolgonderzoek aanbevolen. Een uitzondering hierop is de strook langs de straatzijde waar onder de bestaande bebouwing op basis van de historische data resten van oudere bebouwing vanaf de 15e eeuw aanwezig kunnen zijn.

7

4726515100

ADC

Archeologisch booronderzoek (2019). De ondergrond bestaat binnen het toenmalig plangebied uit de Formatie van Waalre afgedekt door de Formatie van Boxtel (Laagpakket van Wierden). Er is geen intact bodemprofiel aangetroffen, tot een diepte van 0,6 á 1 m -mv is een heterogeen pakket aanwezig. Er is geen vervolgonderzoek aanbevolen.

8

2131339100 2223144100

IDDS

Archeologisch booronderzoek (2006). Op basis van de resultaten van het onderzoek is vastgesteld dat er in het toenmalig plangebied zowel de bodem als het archeologische niveau grotendeels ongestoord zijn. Daarnaast zijn waarschijnlijk archeologische resten (verbrand hout, verbrande leem en enkele mogelijke metaalslakken) in en onder de Bhorizont in situ aanwezig die vooralsnog niet nauwkeuriger gedateerd kunnen worden dan uit de periode ijzertijd tot en met de nieuwe tijd. Voor het deel van het toenmalig plangebied langs de Raadhuisstraat dat op het moment van het onderzoek bebouwd was, is niet bepaald of de bodemopbouw verstoord is. Er is een vervolgonderzoek aanbevolen. Tijdens het in navolging uitgevoerde proefsleuvenonderzoek (2008) zijn geen archeologisch relevante sporen of vondsten aangetroffen. Er wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd.

43 Keijers, 2007. 44 Sprengers en Roymans, 2017.

33

ARTEFACT RAPPORT 592

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

9

4638606100 4638622100 4685254100

Econsultancy

Archeologisch bureau en booronderzoek (2018 en 2019). Uit het veldonderzoek blijkt dat de bodem in het noordelijke, westelijke en zuidelijke deel van het toenmalig plangebied verstoord is tot in de top van de C-horizont. In twee boringen in het noordoostelijke deel van het toenmalig plangebied, is onder de verstoring een restant van een podzol-B-horizont aangetroffen. Er is een vervolgonderzoek aanbevolen in het noordelijke deel. Dit advies is niet onderschreven door de bevoegde overheid.

10

2191911100

ARC

Archeologisch bureauonderzoek (2008). Geen verdere info beschikbaar.

11

4712931100

ADC

Archeologisch booronderzoek (2019). Het veldonderzoek wijst uit dat de natuurlijke ondergrond uit duinzand (Formatie van Boxtel) bestaat. De bodemopbouw bestaat uit een 0,6 tot 0,9 m dik plaggendek (Aaphorizont), waarvan de bovenste 30 cm plaatselijk verstoord is. Het plaggendek is aan de basis scherp begrensd en gaat over in een begraven podzolbodem in de vorm van een 10 à 20 cm dikke humusinspoelingshorizont (Bh-horizont), gevolgd door een 15 à 25 cm dikke overgangshorizont (BC-horizont). De aanwezigheid van een gedeeltelijk intacte podzolbodem vormt een aanwijzing dat de top van het duinzand en het hierop gelegen potentieel archeologisch sporenniveau intact aanwezig is. Ook het bovenliggende vondstniveau, de basis van het plaggendek, is intact aanwezig. Er geldt een hoge archeologische verwachting voor resten uit de prehistotie tot en met de late middeleeuwen. Er is een vervolgonderzoek (proefsleuven) aanbevolen.

12

4681414100

ADC

Archeologisch booronderzoek (2019). Uit het booronderzoek blijkt dat de ondergrond binnen het toenmalig plangebied bestaat uit dekzand (Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel). Boven het dekzand bevindt zich een 0,6 tot 1 m dikke bruingrijs gevlekte laag die wijst op (sub)recente verstoringen. In een klein deel van het plangebied lijkt sprake te zijn van een (restant van) een plaggendek. Ook hier is echter de top van het dekzand niet meer intact. Er is geen vervolgonderzoek aanbevolen.

13

2233942100

IDDS

Archeologisch bureauonderzoek (2009). Er geldt op basis van dit onderzoek een hoge verwachting voor resten vanaf de ijzertijd. Omdat niet gekend is in welke mate de bodem reeds verstoord is wordt een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek aanbevolen [dit heeft nog niet plaatsgevonden].

14

4860773100

ADC

Archeologisch booronderzoek (2020). Uit de eerste bevindingen die van dit veldonderzoek in Archis opgenomen zijn wijst het onderzoek uit dat ondergrond van het toenmalig plangebied uit duinzand (Formatie van Boxtel) bestaat. In één boring aan de oostrand lijkt sprake te zijn van een restant van een podzolbodem in de vorm van een inspoelingshorizont (B-horizont). In de andere boringen zijn geen duidelijke resten van een podzolbodem herkend. Hier is enkel een BC-horizont aanwezig en is het overige deel van het profiel opgenomen in de bovengrond. Het duinzand is aan de bovenkant scherp begrensd en is afgedekt met een 0,8 tot 1,1 m dikke humushoudende bovengrond, dat als een (oud) bouwlanddek (Aap-horizont) wordt geïnterpreteerd. Op basis van de aangetroffen bodemprofielen kunnen eventuele grondsporen in de duinafzettingen bewaard zijn gebleven. Op grond van de geraadpleegde bouwtekeningen van de huidige bebouwing is het aannemelijk dat bij het verwijderen van het bouwlanddek en de aanleg van de funderingen en kelders de bodem ter plaatse van de bebouwing tot in de top van het onverstoorde duinzand, het potentieel sporenniveau, is aangetast.

34

ARTEFACT RAPPORT 592

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

Figuur 20 Onderzoeken en vondstlocaties. Gegevens ontleend aan Archis 3. Ondergrond: ESRI Nederland, Community Map Contributors 2020.

Binnen het plangebied zijn in het verleden nog geen vondsten gedaan die gemeld werden in Archis. In de omgeving zijn meerdere archeologische vondsten gemeld, deze worden opgesomd in de onderstaande tabel. Nr.

Vondst locatie

Datering

Aard van de vondsten

15

1083278

Onbekend

Melding bij onderzoek 2131339100 (nr. 8 bovenstaande tabel). Tijdens het booronderzoek is hier in één boring tussen 0,5 en 0,6 m diepte een stuk verbrand hout gevonden dat sporen van bewerking vertoont. Op het hout bevindt zich aan één zijde een regelmatig patroon van kerven waarvan de oorsprong onbekend is. De ouderdom van dit hout is zonder specialistisch onderzoek niet exact te bepalen. Gezien de ligging, het is aangetroffen in de B-horizont, is aangenomen dat het in situ is aangetroffen. In tweede boring zijn in de A-horizont (tot 0,6 m diepte) enkele metaalslakken aangetroffen, waarvan het echter onmogelijk te bepalen is of deze niet in het verleden van elders zijn aangevoerd. Daarnaast is in dezelfde boring tussen 0,6 en 0,8 m, onder het humeuze dek, verbrand leem aangetroffen.

35

ARTEFACT RAPPORT 592

16

1068276

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

ROMV-ROMM ROM-ME LMEB

Melding van de vondst van aardewerk in de Tuinstraat en ’t Marktje. Enkele van de aangetroffen aardewerkvondsten lijken verspoeld of hebben langdurig aan het oppervlak gelegen. Het aangetroffen aardewerk bestaat uit 3 fragmenten aardewerk uit de vroege en midden-Romeinse tijd (Terra Nigra, glaswandje kruikwaar en ruwwandig gedraaid aardewerk), een fragment gedraaid aardewerk uit de Romeinse tijd tot middeleeuwen en twee fragmenten grijsbakkend gedraaid aardewerk uit de late middeleeuwen.

17

1042937

NTV

Particuliere vondst bij de Dorpsstraat 113 van aardewerk uit de vroege nieuwe tijd.

18

1089060

ROM

Melding van de vondst (onbekende omstandigheden) van een niet nader te determineren fragment aardewerk uit de Romeinse tijd.

19

1089059

ROM

Melding van de vondst (onbekende omstandigheden) van een niet nader te determineren fragment aardewerk uit de Romeinse tijd.

20

1057293

IJZ

Melding van de resultaten van een proefsleuvenonderzoek. Dit betreft het onderzoek door de Heemkundekring Het Zuiderkwartier (zie ook het hoofdstuk 3.2.1. – Bewoningsgeschiedenis van dit rapport). De gemelde vondsten bestaan uit, 2 spinklossen en 2 fragmenten handgevormd aardewerk uit de ijzertijd, 1 fragment van een Romeinse dakpan, 1 fragment midden-Romeins aardewerk (geverfd aardewerk, gedraaid - techniek c: dof zwart op rood), 43 fragmenten gedraaid aardewerk uit de vroege middeleeuwen B (525725, Merovingisch) en 9 fragmenten handgevormd en 83 fragmenten gedraaid aardewerk uit de vroege middeleeuwen C (725-900, Karolingisch) en dierlijk bot (vroege middeleeuwen).

ROMM MEVB-MEVC

Uit analyse van de bovenstaande onderzoeksrapporten kunnen geen sluitende conclusies getrokken worden met betrekking tot het plangebied. Het overgrote deel van het uitgevoerde veldonderzoek (boor- en proefsleuvenonderzoeken) hebben namelijk plaatsgevonden op de hoger gelegen Brabantse Wal. De onderzoeken in het centrum van Woensdrecht (nr. 13 en 14 in de bovenstaande tabel) bevinden zich op de rand van de wal en benaderen qua ligging dan ook het huidige plangebied het dichtst. Nr. 13 betreft uitsluitend een bureauonderzoek, nr. 14 een booronderzoek. Dit booronderzoek heeft uitgewezen dat er bovenop de afzettingen van de Formatie van Boxtel (hier rivierduinzand) enige bodemvorming heeft plaatsgevonden en dat dit afgedekt wordt door een esdek/eerdlaag (Aap-horizont). Dit onderzoek heeft geen archeologische resten opgeleverd. De in de omgeving gedane vondsten duiden op menselijke aanwezigheid vanaf de ijzertijd en in grotere mate gedurende de Romeinse tijd en vroege middeleeuwen. Luchtfotoanalyse In het kader van dit onderzoek zijn meerdere luchtfoto’s geraadpleegd. In de databank met luchtfoto’s uit 1943-1947 (Wageningen University & Research), bevinden zich slechts twee foto’s van de omgeving van het Woensdrecht. Op deze foto’s (WUR Library ID 301736 en 301737, genomen op 10 september 1944, niet afgebeeld) is door bewolking het huidige plangebied niet goed zien.

Deze foto’s zijn dan ook niet bruikbaar om de toenmalige situatie en eventuele soilen/of cropmarks op te sporen. Op de overige beschikbare luchtfoto’s uit het einde van de 20e en 21e eeuw (raadpleegbaar via het NGI - National Geografisch Instituut België en de Nederlandse Topotijdreis-website van het kadaster) is de situatie reeds gelijkend

36

ARTEFACT RAPPORT 592

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

aan de huidige en zijn delen van het plangebied bebouwd met bedrijfshallen. Van de beschikbare luchtbeelden is met name het beeld uit 2010 (figuur 20) interessant omdat op het tijdstip waarop deze foto genomen is de ondergrond vrij droog is. Hierdoor is te zien dat het oosten en zuiden van het plangebied natter zijn dan de overige delen van het plangebied. Niet geheel toevallig betreft dit de lager gelegen delen van het plangebied (zie hoofdstuk 2.2.2) waar er daarenboven (op basis van het geohydrologisch onderzoek) een kleilaag in het bodemprofiel aanwezig is.

Figuur 21 Luchtfoto uit 2010. Bron: het Kadaster (topotijdreis).

2.5

Bouw- en cultuurhistorische waarden

Cultuurhistorische en bouwhistorische waarden De gemeente Woensdrecht beschikt over een bouwhistorische waardenkaart 45 , hierop worden naast de cultuurhistorische waarden ook de historische bouwkunst en historische stedenbouw binnen de gemeente aangegeven. Het plangebied is volgens deze kaart grotendeels gelegen binnen een historische polder. De watergang die de oostelijke begrenzing vormt van het plangebied wordt aangegeven als een in het perceel herkenbare natuurlijke waterloop. Langs de zuidelijke grens van het plangebied is een kerkepad gelegen. Ten westen van het plangebied wordt het verdwenen kasteel van Woensdrecht aangegeven op de locatie waar op de historische kaarten een bergje aangegeven is. Militair erfgoed De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) geeft een overzicht van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed (vooralsnog enkel uit de Tweede Wereldoorlog). Raadpleging van de kaart leert dat binnen, of direct grenzend aan, het plangebied geen militaire relicten worden weergegeven. Het plangebied is wel gelegen binnen het operatieterrein Woensdrecht-Hoogerheide uit 1944. Deze slag in oktober 1944 maakt deel uit van de Slag om de Schelde en is erop gericht om via het land toegang te krijgen tot Zuid-Beveland en Walcheren. Tijdens de slag is Woensdrecht grotendeels verwoest.

Ten oosten van Woensdrecht-Hoogerheide bevindt zich ook een Duits vliegveld.

45 Croonen Adviseurs, 2013.

37

ARTEFACT RAPPORT 592

2.6

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

Archeologisch verwachtingsmodel

Op basis van deze beschikbare gegevens komen binnen beide delen (fase 1 en Fase 2) van het plangebied verschillende potentieel archeologische niveaus voor. In onderstaande hoofdstuk wordt per niveau de archeologische verwachting besproken, enkel perioden met een middelhoge of hoge verwachting zijn vervolgens in de verwachtingstabellen opgenomen. Pleistoceen landschap - Formatie van Waalre - Formatie van Boxtel In de ondergrond binnen het plangebied bevinden zich afzettingen van de Formatie van Waalre deze zijn mogelijk afgedekt met afzettingen van de Formatie van Boxtel. Eerder (niet archeologisch) onderzoek binnen het plangebied heeft uitgewezen dat deze afzettingen van de Formatie van Boxtel en/of Formatie van Waalre in delen van het plangebied vrij intact bewaard zijn gebleven. Deze afzettingen kunnen onder het esdek/bouwvoor aangetroffen worden centraal en in het westen van het plangebied. In de bovenzijde van dit pakket heeft bodemvorming plaatsgevonden waarbij een podzol ontstaan is. Echter naar verwachting is de top van deze afzettingen deels opgenomen in een esdek/bouwvoor. Voor deze delen van het plangebied geldt dan ook geen verwachting voor vindplaatsen uit het paleolithicum en mesolithicum die bestaan uit vondstspreidingen.

Indien daadwerkelijk slechts de bovenzijde van het pakket opgenomen is het esdek/bouwvoor en geldt er wel nog een middelhoge verwachting voor vindplaatsen met grondsporen uit het mesolithicum, neolithicum en de bronstijd. Voor de periode vanaf de ijzertijd geldt dan weer dat eerdere vondsten in de omgeving duiden op een hoge trefkans. Met name uit de Romeinse tijd en vroege middeleeuwen zijn verschillende vondstlocaties gekend. Voor de late middeleeuwen en nieuwe tijd is de verwachting op basis van de beschikbare historische en cartografische data laag. Centraal in het westen van het plangebied is de Formatie van Boxtel/Waalre volgens de data uit het geohydrologisch onderzoek plaatselijk verstoord tot in de C-horizont. Eventueel aanwezige oppervlakte vondsspreidingen zullen hierbij verstoord zijn en ook de archeologische vindplaatsen met grondsporen zullen hier naar verwachting grotendeels verstoord zijn. In het oosten, zuiden en noorden het plangebied wordt de Formatie van Boxtel/Waalre door veen afgedekt, en heeft zich mogelijk de vorming van een humeuze A-horizont voorgedaan. Op basis van de veronderstelde aanwezigheid van mogelijk intact pakket geldt hier een middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden uit het paleolithicum en het mesolithicum.

Indien zich geen vorming van veen heeft voorgedaan in de omgeving van het plangebied voorafgaand aan het subboreaal geldt voor het niveau van de Formatie van Boxtel tevens een middelhoge verwachting voor resten uit het neolithicum. Formatie van Nieuwkoop In het gebied ten westen van de Brabantse Wal heeft zich globaal vanaf het mesolithicum bovenop de pleistocene afzettingen Basisveen gevormd. In welke mate deze veenvorming ook heeft plaatsgevonden binnen het plangebied is niet duidelijk. Vermoedelijk ontbreekt dit pakket binnen het plangebied. Indien aanwezig geldt voor dit niveau een lage verwachting voor resten uit het mesolithicum en neolithicum. Een ontwikkeld veenmoeras was namelijk geen geschikte plaats om op te wonen of landbouw te bedrijven. Omstreeks de aanvang van het midden-neolithicum heeft zich in de omgeving van het plangebied (opnieuw) vorming van veen voorgedaan. Dit veen is bij het eerder uitgevoerde geohydrologisch onderzoek aangetroffen langs de oostelijk en zuidelijke rand van het plangebied en tevens (deels verstoord) in het noorden van het plangebied. In het vanaf dan ontstane veen kunnen resten uit het midden-neolithicum tot midden-ijzertijd voorkomen.

Gedurende het midden-neolithicum en de bronstijd en midden-ijzertijd behoorde het plangebied echter eveneens tot een uitgestrekt veenmoeras waar de omstandigheden vermoedelijk te nat en ongunstig waren voor bewoning. Gecombineerd met het ontbreken van vindplaatsen uit deze periode op dit niveau in de regio wordt de archeologische verwachting voor deze periode eveneens laag ingeschat. In de (intacte) top van het veen kunnen vindplaatsen uit de late ijzertijd tot en met middeleeuwen worden verwacht. De verwachting op het aantreffen van vindplaatsen uit deze periode in de top van het veen wordt hoog ingeschat. 38

ARTEFACT RAPPORT 592

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

Vondsten uit de ijzertijd, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen in nabije omgeving hebben erop gewezen dat er wel degelijk sprake is van een menselijke activiteit en ook bewoning in de ze perioden in de omgeving van het plangebied. Jong getijdenlandschap van het Laagpakket van Walcheren – Formatie van Naaldwijk Het plangebied is gelegen in een gebied dat reeds voor de 15e eeuw is ingepolderd. Het gebied is geïnundeerd in de loop van de 16e eeuw. De hoger gelegen delen van het plangebied zijn hierbij naar verwachting nooit (af slechts zeer beperkt) geïnundeerd. Langs de oostelijke en zuidelijke zijde van het plangebied hebben zich wel afzettingen van het Laagpakket van Walcheren gevormd. Deze dekken hier het veen van de Formatie van Nieuwkoop af. Deze jonge getijdenafzettingen zijn mogelijk deels te relateren aan de vorming van de (van oorsprong) natuurlijke waterlopen die langs de zuidelijke en oostelijke begrenzing van het plangebied gelegen zijn. Nadat het gebeid opnieuw ingepolderd is in de 17e eeuw is in principe bewoning mogelijk bovenop de jonge getijdenafzettingen, op basis van de historische en cartografische data geldt echter voor dit het deel van het plangebied lage verwachting voor de nieuwe tijd. Verder heeft in de zone ten oosten van het plangebied mogelijke een haven gelegen.

Indien dit daadwerkelijk het geval is zal dat dit deel van het gebied in de late middeleeuwen en aanvang van de nieuwe tijd met regelmaat onder water gekomen zijn. Sporen gerelateerd aan deze haven zijn worden niet in hoge mate verwacht. Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat er bij deze haven een uitgebreide infrastructuur met kaden e.d. heeft gelegen. Verwachtingstabellen Datering

Paleolithicum – mesolithicum.

Complextype

Kampementen – losse mobilia.

Soort vindplaats

Vondststrooiing. Vanaf het mesolithicum: ook vindplaatsen met enkele ondiepe grondsporen. 5 tot 10 m².

Omvang Uiterlijke kenmerken

Vondstdichtheid

De archeologische resten zullen zich kenmerken door oppervlaktespreidingen van vuurstenen (werktuigen en afslagen). Tevens bestaat de mogelijkheid dat ondiepe grondsporen (haardplaatsen en vanaf het mesolithicum ook paalkuilen etc.) kunnen worden aangetroffen, deze kunnen zich kenmerken door de aanwezigheid van Zeer laag: < 40 per m².

Diepteligging

Op de bovenzijde van de Formatie van Boxtel/Waalre.

Locatie

Volledig plangebied.

Gaafheid en conservering

Naar verwachting is het betreffende niveau intact bewaard gebleven in delen van het plangebied waar de pleistocene afzettingen worden afgedekt door veen. Waar het betreffende niveau niet door veen wordt afgedekt is de top mogelijk opgenomen in het esdek/bouwvoor. Omdat dit (bij aanvang) geen vochtige niveaus betreft zal naar verwachting de conservering van organische materialen beperkt zijn. Er heeft naar verwachting plaatselijk verstoring van dit niveau plaatsgevonden. Dit is met zekerheid het geval langs de centraal-westelijke rand van het plangebied (t.p.v de geohydrologische boringen 4 en 5).

Mogelijke verstoringen

Datering

Neolithicum – bronstijd.

Complextype Soort vindplaats

Algemeen – niet gespecificeerd: bewoning, begraving, agrarische productie en voedselvoorziening. Vindplaatsen met zowel grondsporen als een vondststrooiing.

Omvang

Huisplaats: 500-2.000 m².

39

ARTEFACT RAPPORT 592

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

Uiterlijke kenmerken

Voorkomen van archeologische indicatoren zoals aardewerk, verbrand bot, vuursteen, verbrande botanische resten. Maar ook indicatoren die niet met zekerheid als antropogeen kunnen bestempeld worden: onbewerkt natuursteen, onverbrand bot, onverbrand botanisch materiaal. Vanaf de bronsttijd ook bronzen voorwerpen.

Vondstdichtheid

Zeer laag tot laag: < 40 tot 80 per m².

Diepteligging

Op de bovenzijde van de Formatie van Boxtel/Waalre en waar aanwezig mogelijk ook in het veen (Formatie van Nieuwkoop).

Locatie

Volledig plangebied.

Gaafheid en conservering

Naar verwachting is het betreffende niveau intact bewaard gebleven in het grote delen van het plangebied. Waar het betreffende niveau niet door veen wordt afgedekt is de top mogelijk opgenomen in het esdek/bouwvoor. Omdat dit (bij aanvang) geen vochtige niveaus betreft zal naar verwachting de conservering van organische materialen beperkt zijn. Indien dit niveau zich in de Formatie van Nieuwkoop bevindt zal naar verwachting de conservering van organische materialen redelijk goed zijn. Dit omdat dit (bij aanvang) een relatief organisch rijk en vochtig niveau betreft en dit naderhand in een vochtig zuurstofarm pakket gelegen is.

Mogelijke verstoringen

Er heeft naar verwachting verstoring van dit niveau plaatsgevonden. Dit is met zekerheid het geval langs de centraal-westelijke rand van het plangebied (t.p.v de geohydrologische boringen 4 en 5) en daar waar het veen slechts deels bewaard gebleven is.

Datering

IJzertijd - Romeinse tijd – middeleeuwen

Complextype

Rurale nederzettingen, grafvelden, sporen gerelateerd aan ambachtelijke activiteiten, infrastructuur: grondsporen (paalsporen, afvalkuilen, greppels) en houten paaltjes in het veen, bodembewerking in functie van de landbouw.

Soort vindplaats

Vindplaatsen met grondsporen; mogelijk vondststrooiing; Off-site vindplaatsen.

Omvang

> 200 m2; de omvang van deze vindplaatsen varieert sterk en is afhankelijk van de aard van de vindplaats.

Uiterlijke kenmerken

De archeologische resten zullen zich kenmerken door bewerkt natuursteen (zoals maalstenen), bewerkt organische resten (hout, bot) en aardewerk en bouwkeramiek. Tevens bestaat de mogelijkheid dat er houtskool wordt aangetroffen. Indien bovenop het veen gelegen kunnen nederzettingsterreinen zich ook vertalen in een zwak heterogene en/of brokkelige, losse structuur in het veen, soms met bijmenging van Zeer laag: < 40 per m².

Vondstdichtheid Diepteligging

De bovenzijde van de Formatie van Boxtel/Waalre en waar aanwezig ook bovenin het veen (Formatie van Nieuwkoop).

Locatie

Volledig plangebied

40

ARTEFACT RAPPORT 592

Gaafheid en conservering

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

Redelijk goed: deels afgedekt veenlandschap met goede bewaarcondities voor o.a. organisch materiaal maar mogelijk aangetast. Omdat dit (bij aanvang) een relatief organisch rijk en vochtig niveau betreft en dit naderhand in een vochtig zuurstofarm pakket gelegen is zal naar verwachting de conservering van organische materialen redelijk goed zijn. Waar geen veen aanwezig is bevinden eventuele vindplaatsen zich bovenin het zand van de Formatie van Boxtel/Waalre. Hier zijn de bewaringscondities naar verwachting minder gunstig. Waar het veen en/of de bovenzijde van de Formatie van Boxtel/Waalre deels is aangetast kan dit ook tot een zekere aantasting van de archeologische resten met zich meegebracht hebben. Echter vindplaatsen uit deze perioden kenmerken zich in grotere mate door relatief diepe grondsporen waardoor bij een beperkte aantasting van het oorspronkelijke oppervlak de archeologische vindplaatsen nog vrij goed bewaard kunnen gebleven zijn.

Mogelijke verstoringen

Mogelijk deels aangetast bij de vorming van het esdek/bouwvoor, mogelijk deels geërodeerd door de jonge getijdenafzettingen, plaatselijk recent verstoord.

41

ARTEFACT RAPPORT 592

3

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

Conclusie en Advies

In het bureauonderzoek is, op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens, een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld voor het plangebied. Dit model geldt zowel voor fase 1 als 2 van het plan. Er kan worden geconcludeerd dat:  Geen bekende vindplaatsen binnen het plangebied aanwezig zijn;  In de (directe) omgeving van het plangebied wel vindplaatsen uit ijzertijd, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen bekend zijn;  Op basis van het bureauonderzoek de kans op het voorkomen van vindplaatsen reëel wordt geacht en in ieder geval zonder verder onderzoek niet kan worden uitgesloten;  Binnen het plangebied een gedifferentieerd verwachting bestaat op het voorkomen van vindplaatsen (een lage tot middelhoge verwachting voor resten uit het paleolithicum tot bronstijd, een hoge verwachting voor resten uit de ijzertijd tot middeleeuwen en een lage verwachting voor de nieuwe tijd);  Deze verwachting wordt ingegeven door de verwachte geologische gesteldheid (deels dagzomende pleistocene afzettingen en deels een door jonge getijdenafzettingen afgedekt veenpakket), de bodemgegevens (voorkomen van een esdek) en het ontbreken van aanwijzingen voor grootschalige en diepreikende bodemverstoringen Om die reden wordt geadviseerd om de vigerende dubbelbestemming waarde archeologie met de daarbij horende vrijstellingsgrenzen (50 m2 en

0,5 m -mv) te behouden/over te nemen in het nieuwe bestemmingsplan. Om de voorgenomen planvorming te kunnen realiseren (dubbelbestemming verwijderen of aanvraag omgevingsvergunning) zal nader archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Dergelijk vervolgonderzoek dient in eerste instantie te bestaan uit een Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen. Het doel van dit verkennend onderzoek is het aanvullen en het toetsen van het archeologisch verwachtingsmodel door aan de hand van boringen (8 per hectare) inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap (alsook bodemverstoringen). Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor een eventueel volgende onderzoeksfase. Enkel indien op basis van het verkennende booronderzoek kansrijke zones blijven bestaan, die door de voorgenomen inrichting worden bedreigd, kan het uitvoeren van een vervolgonderzoek in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven noodzakelijk zijn om de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van vindplaatsen, en de behoudenswaardigheid daarvan, te bepalen (karterende en waarderende fase). Dit advies geldt voor beide fases van het inrichtingsplan. Voorliggend rapport dient ter beoordeling en goedkeuring voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid.

42

ARTEFACT RAPPORT 592

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

Lijst met figuren Figuur 1 Ligging in Nederland. Bron: ESRI Nederland, Community Map Contributors 2020. ....................................... 7 Figuur 2 Ligging van het plangebied op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: ESRI Nederland, Community Map Contributors 2020. .......................................................................................................................... 10 Figuur 3 Paleogeografische ontwikkeling. Zwarte stip: globale ligging plangebied. Bron: Vos en de Vries 2013. ........ 15 Figuur 4 Uitsnede van de Bodemkaart in gedetailleerd overzicht van de Ruilverkaveling Scheldestroom. Bron: Ovaa, 1966. ......................................................................................................................................................................... 18 Figuur 5 Uitsnede van de Geomorfologische Kaart van Nederland. Bron: Kleinsman, de Lange en van den Berg, 1984. .................................................................................................................................................................................. 18 Figuur 6 Overzicht van de in het kader van het geohydrologisch onderzoek uitgevoerde boringen en de door Artefact (onder voorbehoud) gemaakte interpretatie. Bron data: van Geloven, 2017; Bron ondergrond: ESRI Nederland, Community Map Contributors 2020.

.......................................................................................................................... 19 Figuur 7 Bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Waarden hoger dan 20 m +NAP en lager dan 1 m – NAP zijn uitgefilterd. Bron: www.pdok.nl (AHN3, 0,5 meter raster DTM). ................................................................. 20 Figuur 8 Bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Waarden hoger dan 20 m +NAP en lager dan 1 m – NAP zijn uitgefilterd. Bron: www.pdok.nl (AHN3, 0,5 meter raster DTM). .................................................................. 21 Figuur 9 Bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Waarden hoger dan 4 m +NAP en lager dan 1 m – NAP zijn uitgefilterd. Bron: www.pdok.nl (AHN3, 0,5 meter raster DTM). ................................................................. 22 Figuur 10 Uitsnede van de Kaart van Antwerpen en omstreken ten tijde van de belegering van 1585. Kaart uit de 16e eeuw. Bron: Koninklijke Bibliotheek van België.......................................................................................................... 23 Figuur 11 Caarte ende Metinge van het Noort Gors van den noch drijvenden Polder van Woonsdrect Ende sijn al de Cavels en Wegen door F. Verstraten in 1737, deels op basis van een kaart door C. de Bije uit 1691 en opmetingen door J. van Dun en C. van Diepenbeek.

De kaart is west georiënteerd. De ligging van het huidig plangebied is aangegeven met een rode ellips (een exacte projectie is niet mogelijk)(zie ook figuur 13). Het geschetste traject van de dijk uit 1651 is met en blauwe lijn aangegeven. Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC), 343-000105......................... 24 Figuur 12 Kaart van de Noord en Zuid polder van Ossendregt, land van Woensdrecht, prins Karelspolder en omstreken, 1811. Het plangebied is aangegeven met een rode polygoon. Bron : BHIC, 343-002464. ........................................... 24 Figuur 13 Ruïne te Woensdrecht bij bergen op Zoom door Bagelaar uit 1809. Bron: Beeldbank RCE, TH-005. .............. 26 Figuur 14 Detail van de Ostium Scaldis, Kaart van de Zeeuwse Delta uit het midden van de 16e eeuw, door C. Sgrooten, 1573. Bron: Koninklijke Bibliotheek van België. .......................................................................................... 27 Figuur 15 Detail van de Caarte ende Metinge van het Noort Gors van den noch drijvenden Polder van Woonsdrect Ende sijn al de Cavels en Wegen door F. Verstraten in 1737, deels op basis van een kaart door C. de Bije uit 1691 en opmetingen door J. van Dun en C. van Diepenbeek. De ligging van het huidig plangebied is aangegeven met een rode ellips (een exacte projectie is niet mogelijk). Zie ook figuur 9.

Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC), 343-000105. .............................................................................................................................................................. 28 Figuur 16 Detail van de Kaarte van de Heerlykheden van Zuyd Geest en Woensdrecht door P.J. Aden uit 1741. Bron: West-Brabants Archief, ARR – D 96. ......................................................................................................................... 29 Figuur 17 Uitsnede van het minuutplan van de Kadastrale Kaart van de gemeente Woensdrecht uit 1811-1832, Sectie D, Eerste blad (boven). Bron : Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort / MIN1017D01. ............................. 30 Figuur 18 Uitsnede van het minuutplan van de Kadastrale Kaart van de gemeente Woensdrecht uit 1811-1832, Sectie G, Derde blad (onder). Bron : Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort / MIN1017G03. .............................. 30 Figuur 19 Uitsneden van de topografische (militaire) kaarten uit 1850 tot 2005. Bron: Esri Nederland/ Kadaster. ....... 31 Figuur 20 Onderzoeken en vondstlocaties. Gegevens ontleend aan Archis 3. Ondergrond: ESRI Nederland, Community Map Contributors 2020. .......................................................................................................................... 35 Figuur 21 Luchtfoto uit 2010.

Bron: het Kadaster (topotijdreis). ................................................................................. 37

43

ARTEFACT RAPPORT 592

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

Bronnen Literatuur Bos, A.A., D J. Huisman, P. Kiden, W.Z. Hoek en B. van Geel., 2005. Early Holocene environmental change in the Kreekrak area (zeeland, SW-Netherlands): A multi-proxy analysis. Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology, 227, pp. 259 - 289. Brand, A.D., 2006. De verdronken oorden van West-Brabant. In: Kluiving S.J., N. Brand, G.J. Borger red. De WestBrabantse Delta: een Verdronken Landschap Vormgeven. Geoarchaeological and Bioarchaeological Studies, 7, pp. 1926. Croonen adviseurs, 2013. Cultuurhistoriekaart Woensdrecht. Rosmalen. Croonen Adviseurs en Monumentenhuis Brabant, s.d.. Toelichting bij de Cultuurhistoriekaart van de Gemeente Woensdrecht. de Jong, T., 1990. Vroeg-Karolingisch maaltijdafval uit Woensdrecht. Tijding, Kroniek van de heemkundekring Het Zuiderkwartier, 1990-2,pp. 9-23. de Mulder, E.F.J., e.a. (red.), 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Jansen, E., 1997. De bewoning van Woensdrecht in de Karolingische Tijd (7e en 8e eeuw). Tijding, Kroniek van de heemkundekring Het Zuiderkwartier, 1997-1,pp. 49-58. Kasse, C., 2003. Aardkundige Waarden (geologie, geomorfologie, hydrologie) van de Brabantse Wal. Excursie voor CDA afd. Zuidwesthoek, 13 septembr 2003. Keijers, D.M.G., 2007.

Onderzoeksgebied Noordpolder van Ossendrecht, gemeente Woensdrecht; archeologisch vooronderzoek: een cultuurhistorische verwachtings- en advieskaart. RAAP-Rapport 1635, Weesp. Kiden, P., 2006. De evolutie van de Benede-Schelde in BelgiË en Zuidwest-Nederland na de laatste ijstijd. Belgeo 2006/3, pp. 279-294. Kiden P. en M. Gouw, 2010. Kreekrak Formatie. In: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond. Retrieved 15/02/2015 from https://www.dinoloket.nl/kreekrak-formatie. Kleinsman, W.B., G.W. de Lange en M.W. van den Berg, 1984. Geomorfologische Kaart van Nederland, kaartblad Bergen op Zoom, 1:50.000. Stiboka, Wageningen, Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1, 19 februari 2018, Stichting Infrastructuur en Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Leenders, K.A.H.W., 1996. Van Turnhoutervoorde tot Strienemonde. Ontginnings- en nederzettingsgeschiedenis van het noordwesten van het Maas-Schelde-Demergebied (400-1650). Walburg Pers, Zutphen. Leenders, K.A.H.W., 2013. Verdwenen Venen, Een onderzoek naar de ligging en exploitatie van thans verdwenen venen in het gebied tussen Antwerpen, Turnhout, Geertruideberg en Willemstad 1250-1750, Actualisering 2013. Pictures Publishers, Woudrichem. Ovaa, I., 1966. De Bodemgesteldheid van het ruilverkavelingsgebied Scheldestroom. Stiboka Rapport 675, Wageningen.

44

ARTEFACT RAPPORT 592

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

Pijnen, A.J., 1992. Vondsten in Woensdrecht en het ‘sluisje’ in de Oud-Hinkelnoordpolder. Tijding, Kroniek van de heemkundekring Het Zuiderkwartier, 1992-3, pp. 6-20. Rosskamp, K.J., 1990. Schatten uit de polder, deel II, Een Karolingisch Menu. Tijding, Kroniek van de heemkundekring Het Zuiderkwartier, 1990-2, pp. 7-9. van Rummelen, F.F.F.E., 1978. Toelichtingen bij de Geologische Kaart van Nederland, Beveland, 1:50.000. Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Sprengers N. en J. Roymans, 2017. Plangebied Noordpolder Ossendrecht, deelplan 3 en 4, gemeente Woensdrecht; archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden. RAAP-notitie 5769, Weesp. van der Heijden, G.W.G., 1992. Inventaris van de archieven van de opgeven polders, waterschappen en samenwerkingsverbanden, opgegaan in het waterschap de Agger, (“Het oud-archief van De Agger”) (1545-1988). Waterschap De Agger, Hoogerheide van Geloven, I.W., 2017. Geohydrologisch onderzoek plan Noordpolder, ’t Marktje Woensdrecht. WIHA Grondmechanica, Gouda Vos, P.C. and R.M. van Heeringen, 1997. Holocene geology and occupation history of the province of Zeeland (SW Netherlands), in: Fischer, M.M., Holocene evolutions of Zeeland (SW Netherlands), Mededelingen Nederlands Instituut voor Toegapaste Geowetenschappen TNO, 59, 5-109. Vos, P. en S. de Vries 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0).

Deltares, Utrecht. Op 25 september 2019 gedownload van www.cultureelerfgoed.nl. Westerhoff W. en W. Dobma, 1995. Landschap en geologie van de Brabantse Wal. Grondboor en Hamer, nr. ¾, 72-73.

Websites Beeldbank RCE: http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ Bestemmingsplan: geraadpleegd op http://www.ruimtelijkeplannen.nl Bodematlas Provincie Noord-Brabant: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/bodematlas Bodemloket via www.bodemloketl.nl Brabants Historisch Informatie Centrum: https://www.bhic.nl DINO-loket: www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME): www. Ime.nl/ Heemkundekring Zuidkwartier: https://www.hkk-zuidkwartier.nl Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME): www. Ime.nl/ National Geografisch Instituut België: https://www.ngi.be/website/ Topotijdreis: https://www.topotijdreis.nl Turf op Kaart: Turfdatabank Provincie Antwerpen): http://geoloket.provincieantwerpen.be 45

ARTEFACT RAPPORT 592

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

Wageningen University & Research: https://library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf West-Brabants Archief: https://westbrabantsarchief.nl

46

ARTEFACT RAPPORT 592

Bijlage 1

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

AMZ-cyclus

De KNA processen in relatie tot de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Bron: SIKB, Protocol 4001, Versie 4.1, d.d. 19 februari 2018:p.4

47

ARTEFACT RAPPORT 592

Bijlage 2

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

Verklarende woordenlijst en afkortingen

Afkortingen - mv

beneden maaiveld

KNA

Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie

n. Chr.

na Christus

NAP

Nieuw Amsterdams Peil

v. Chr.

voor Christus

Woordenlijst Antropogeen

door menselijk handelen

ARCHIS

het geautomatiseerde Archeologisch Informatiesysteem voor Nederland. Dit bestaat uit een databank waarin allerlei gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen, daterend van de Prehistorie tot de Nieuwe Tijd

Erosie

verzamelnaam voor processen die het aardoppervlak aantasten en los materiaal afvoeren. Dit vindt voornamelijk plaats door wind, ijs en stromend water

Geul

rivier- of kreekbedding

Holoceen

geologisch tijdvak, vroeger Alluvium genoemd, binnen het Quartair, van ongeveer 10.000 jaar geleden tot nu, met daarin o.a. het Mesolithicum, Neolithicum, de Bronstijd, de IJzertijd, de Romeinse Tijd en de historische tijd

In situ

bewaard gebleven op de oorspronkelijke plaats. Dit met name met betrekking tot onverstoorde archeologische sporen en vondsten

Moernering

veenafgraving, hoofdzakelijk ten behoeve van zoutwinning en de winning van brandstof

OM-nummer

het landelijk registratienummer ten behoeve van archeologisch onderzoek, uitgegeven door het Centraal Informatiesysteem

Sediment

afzetting gevormd door bezinksel of neerslag

Site

een plaats waar in het verleden menselijke activiteiten hebben plaatsgevonden

Vindplaats

een ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt (monument, type monument, aard archeologische waarde, archeologische indicatie)

Vondst

alle soorten mobilia: roerende of roerend geraakte onderdelen van onroerende goederen afkomstig van archeologisch veldwerk of uit bestaande collecties

48

ARTEFACT RAPPORT 592

Bijlage 3

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

Tijdstabel

Tijdtabel Holoceen. Bron: Deeben J., E. Drenth, MF. Van Oorsouw en L. Verhart; 2005.

49

ARTEFACT RAPPORT 592

Bijlage 4

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

Toekomstige eigendomsstructuur

50

Eigendomsstructuur Kavel 14 666 M2

Uitgeefbaar gebied / prive 16888 m2 Uitgeefbaar gebied / mandelig 4293 m2 Openbaar gebied 11689 m2

Kavel 13 1001 M2

Kavel 12 1226 M2

Kavel 11 1380 M2

Kavel 10 1439 M2

Kavel 09 1110 M2

Kavel 08 1256 M2

Kavel 07 1050 M2

Eigendomsstructuur Kavel 06 1784 M2

Kavel 05 1790 M2

Privé-kavel (groen)

Kavel 04 1133 M2

Mandelig groen (oranje) Kavel 03 1009 M2

Openbaar of mandelig (blauw)

Kavel 02 1015 M2

Kavel 01 1027 M2

ARTEFACT RAPPORT 592

WOENSDRECHT ‘T MARKTJE

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=e6083e9a-a67a-40ad-a92e-3c3cb8af854f