2024-07-04 Bijlage VG - BP Regels bestemmingsplan
Tekst van het document
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 34
11.2.4
Overige bouwwerk en Bij hoofdgebouwen mogen overige bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal 2 meter; b. in afwijking van het onder sub a bepaalde bedraagt de bouwhoogte van een tuin- of erfafscheiding, die gebouwd wordt vóór (het verlengde van) de voorgevellijn, alsmede binnen 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevellijn, maximaal 1 meter.
11.2.5
Erfafscheidingen a. Erfafscheidingen, anders dan in de vorm van een houtwal, zijn niet toegestaan; b. De erfafscheidingen tussen de percelen dienen groen van karakter te zijn (2 x 1 meter breed).
11.3
Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmetingen bouwwerken; b. de situering en afmetingen van bouwpercelen; c. de kapvorm van gebouwen; d. de materialisering; onder voorwaarde dat deze eisen blijven binnen de in het plan neergelegde begrenzingen en indien zulks noodzakelijk is in verband met: 1. de woonsituatie in de directe omgeving: 2. het straat- en bebouwingsbeeld; 3. de verkeers-, sociale- en brandveiligheid c.q. brand- en rampenbestrijding; 4. de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen.
11.4
Afwijken van de bouwregels
11.4.1
Afwijken middels omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 11.2.4, sub a tot een bouwhoogte van maximaal 9 meter;
11.4.2
Vergunningvereiste De in lid 11.4.1 genoemde omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.
11.4.3
Procedureregel Bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 11.4.1, sub a winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de kwaliteitscoördinator.
11.5
Specifieke gebruiksregels
11.5.1
Strijdig gebruik Tot een gebruik, in strijd met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning of als afhankelijke woonruimte; b. het gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksbedrijf, het kweken en/of telen van verdovende middelen voor zover dit het voorzien in de eigen bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 35
behoefte te boven gaat; c. het gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een beroep aan huis, dan wel bedrijfsmatige activiteiten, behoudens: 1. Indien hiervoor een omgevingsvergunning is verleend op grond van 11.5.2; 2. of 11.5.3; 3. of uitgezonderd het bepaalde in 11.6; d. het gebruik van de gronden en/of bouwwerken ten behoeve van detailhandel in: 1. brand- en/of explosiegevaarlijke stoffen; 2. volumineuze goederen; 3. erotisch getinte artikelen. 11.5.2
Beroep aan huis Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.5.1 ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen de woning en/ of uit- en aanbouwen en bijgebouwen voor een beroep aan huis, voorzover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft; b. per bouwperceel het oppervlak aan bebouwing dat hiervoor wordt gebruikt niet meer is dan 100 m²; c. de parkeernorm gehandhaafd blijft.
11.5.3
Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.5.1 ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen de woning en/ of uit- en aanbouwen en bijgebouwen voor een kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten , voorzover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het betreft bedrijven die voorkomen onder categorie 1 en 2, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten, alsmede bedrijven die naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk zijn te stellen; b. het niet betreft geluidzoneringsplichtige inrichtingen; c. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft, wat betekent dat maximaal 30% van het vloeroppervlak van de bebouwing, met een absoluut maximum van 40 m², ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten gebruikt mag worden; d. vast staat dat het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden; e. het geen publiekgerichte voorziening betreft; f.
het gebruik de woonfunctie ondersteunt; dit houdt in dat degene die de activiteiten uitvoert tevens bewoner is van het hoofdgebouw;
g. het niet betreft zodanige verkeersaantrekkende activiteiten, dat deze kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; h. het aan de bestemming onttrekken van (een deel) van de bij het betreffende hoofdgebouw behorende garage slechts is toegestaan, indien op het bij de woning behorende erf vervangende parkeerruimte, bestaande uit ten minste één parkeerplaats, aanwezig is; i.
er geen sprake is van detailhandel;
j.
de activiteit(en) niet leiden tot een onevenredige verstoring van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur binnen de gemeente;
k. de parkeernorm gehandhaafd blijft; bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 36
l.
de parkeernorm die bij de betreffende beroeps- en bedrijfsmatige activiteit van toepassing is en daarin dient te worden voorzien zoals deze gelden in de gemeente Woensdrecht.
11.6
Afwijken van de gebruiksregels
11.6.1
Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 11.5.1: a. indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
11.6.2
Afwijken m.b.t. logies met ontbijt Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 11.1: a. voor het gebruik van een woning en/of bij de woning bijbehorende bouwwerken voor logies met ontbijt, met dien verstande dat het bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt. Dit betekent onder meer dat: 1. de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit; 2. de logies met ontbijt een kleinschalig karakter heeft en zal behouden en naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn. Dat wil zeggen dat van de vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken gezamenlijk maximaal 50 m² ten behoeve van de logies met ontbijt in gebruik mag zijn; 3. de logies met ontbijt mag niet in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk worden gerealiseerd; 4. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het aanbieden van logies met ontbijt die vergunnings- of meldingsplichtig is op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet zal aantasten; 5. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of bijbehorend bouwwerk uitvoert tevens bewoner van de woning is; 6.
er geen verkeersaantrekkende activiteiten plaatsvinden die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimt'. 7. de parkeernorm gehandhaafd blijft; b. de parkeernorm die bij de betreffende beroeps- en bedrijfsmatige activiteit van toepassing is en daarin dient te worden voorzien zoals deze gelden in de gemeente Woensdrecht.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 37
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 38
Hoofdstuk 3 Artikel 12
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 39
Artikel 13
Algemene bouwregels
13.1
Plaatsbepaling en vormgeving bouwwerken
13.1.1
Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van de regels vervat in Hoofdstuk 2, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen, nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de bouwperceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de dakhelling van hellende dakvlakken van gebouwen; c. de plaatsing en vormgeving van overige bouwwerken.
13.1.2
Procedureregel De in lid 13.1.1 bedoelde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, overige bouwwerken en gronden in verband met calamiteiten.
13.2
Bestaande afstanden en andere maten
13.2.1
Bestaande afstanden Indien afstanden op de datum van de inwerkingtreding van dit plan meer dan wel minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is toegestaan, mogen de bestaande afstanden als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangenomen.
13.2.2
Bestaande maten en hoeveelheden In die gevallen dat hoogten, inhoud, aantal en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken op de dag van de inwerkingtreding van dit plan meer of minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen de bestaande maten en hoeveelheden als maximaal respectievelijk minimaal worden aangehouden.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 40
Artikel 14
Algemene gebruiksregels
14.1
Algemeen gebruiksverbod Het is verboden de in hoofdstuk 2 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of te laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 41
Artikel 15
Algemene aanduidingsregels
15.1
geluidzone - industrie Binnen de op de verbeelding met gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' aangewezen gronden is het bouwen van nieuwe gebouwen met een geluidsgevoelige bestemming, in overeenstemming met het bepaalde in Hoofdstuk 2 in dit plan, uitsluitend toegestaan, indien voor de vaststelling van dit bestemmingsplan een hogere grenswaarde conform de Wet geluidhinder is verleend.
15.2
luchtvaartverkeerzone - 2
15.2.1
Verbod Binnen luchtvaartverkeerzone - 2 geldt een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde c.q. voor een hogere bebouwing dan de maximum bouwhoogte van 56 m boven NAP in verband met de IHCS dat aangeeft het beschermingsgebied van de IHCS. Deze maximum hoogten mogen ook niet worden overschreden door bouwwerken zoals antennes, vlaggenmasten e.d.
15.2.2
Afwijken a. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 15.2.1 onder de voorwaarde dat de werking van het IHCS niet in onaanvaardbare mate negatief wordt beïnvloed; b. voorafgaand aan het verlenen van de vrijstelling dient schriftelijk advies te zijn ingewonnen van de Minister van Defensie.
15.3
luchtvaartverkeerzone - 8
15.3.1
Verbod Binnen de luchtvaartverkeerzone - 8 geldt een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde c.q. voor een hogere bebouwing dan de maximum bouwhoogte van 10 m boven NAP met een hellingshoek van circa 0,7 º (857,5 m horizontaal en 10 m verticaal) in verband met een ILS. Deze maximum hoogten mogen ook niet worden overschreden door bouwwerken zoals antennes, vlaggenmasten e.d.
15.3.2
Afwijken a. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 15.3.1 onder de voorwaarde dat de werking van het ILS niet in onaanvaardbare mate negatief wordt beïnvloed; b. voorafgaand aan het verlenen van de vrijstelling dient schriftelijk advies te zijn ingewonnen van de Minister van Defensie.
15.4
overige zone - attentiegebieden ehs
15.4.1
Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - attentiegebieden ehs', zijn de gronden, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en), tevens bestemd voor de bescherming en instandhouding van de attentiegebieden van de ehs;
15.4.2
Verbod Het is op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden van burgemeester en wethouders verboden ter plaatse van de aangeduide waarden de volgende werken en/of werkzaamheden buiten het bouwvlak te verrichten: bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 42
a. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld; b. aanleg van drainage, tenzij het gaat om vervanging van een al bestaande drainage; c. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen; d. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten van gezamenlijk meer dan 100 m², anders dan een bouwwerk. 15.4.3
Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 15.4.2 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. deze verband houden met de omschrijving, die aan de desbetreffende bestemming is toegekend; b. door de werken of werkzaamheden hetzij direct hetzij indirect de bestaande waarden zoals bedoeld in 15.4.2 niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; c. door de werken of werkzaamheden hetzij direct hetzij indirect de gewenste waarden zoals bedoeld in 15.4.2 niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; d. het waterschap is gehoord voor wat betreft waarden die te maken hebben met het watersysteem.
15.5
overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied
15.5.1
Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied', zijn de gronden, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en), tevens bestemd voor de bescherming en instandhouding van de cultuurhistorische waarden;
15.5.2
Verbod Het is op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden van burgemeester en wethouders verboden ter plaatse van de aangeduide waarden de volgende werken en/of werkzaamheden buiten het bouwvlak te verrichten: a. afgraven, ophogen, indrijven; b. onderbemalen, aanbrengen oeverbeschoeiing; c. opplanten; d. verharden oppervlak.
15.5.3
Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 15.5.2 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. deze verband houden met de omschrijving, die aan de desbetreffende bestemming is toegekend; b. door de werken of werkzaamheden hetzij direct hetzij indirect de bestaande waarden zoals bedoeld in 15.5.2 niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; c. door de werken of werkzaamheden hetzij direct hetzij indirect de gewenste waarden zoals bedoeld in 15.5.2 niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; d. het waterschap is gehoord voor wat betreft waarden die te maken hebben met het watersysteem.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 43
15.6
veiligheidszone - niet-gesprongen explosieven
15.6.1
Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - niet-gesprongen explosieven' geldt dat die gronden, naast de andere aangewezen bestemmingen, tevens bestemd zijn voor de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in verband met de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven in de bodem.
15.6.2
Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden -in aanvulling op het hierover gestelde in de overige bestemmingsregels- de volgende regels: a. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, dient de aanvrager een rapport in de vorm van een (beperkte) risicoanalyse te overleggen, waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in voldoende mate is vastgesteld. b. Het rapport als bedoeld onder a kan bestaan uit informatie over de naoorlogse (graaf)werkzaamheden op de locatie, waaruit blijkt welke grond na de oorlog zodanig geroerd is dat de kans op het alsnog aantreffen van explosieven verwaarloosbaar klein wordt. Deze informatie behoeft niet te zijn verkregen van een gespecialiseerd bedrijf. c. Indien uit het onder b genoemde rapport blijkt dat de bescherming van het woon- en leefklimaat niet in voldoende mate is vastgesteld, dient de aanvrager aan te geven op welke wijze de risico's teniet gedaan worden. Dit kan door het indienen van: 1. een Projectgebonden Risicoanalyse, indien nodig gevolgd door 2. detectieonderzoek, en indien nodig gevolgd door een 3. benadering. d. Alle onder c genoemde onderzoeken moeten worden uitgevoerd conform de WSCS-OCE. e.
Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die mogen worden opgericht krachtens een reeds verleende vergunning.
15.6.3
Specifieke gebruiksregels In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor op de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.
15.6.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - niet-gesprongen explosieven' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werken en werkzaamheden uit te voeren waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm. b. Het verbod als bedoeld onder a is niet van toepassing indien een rapport in de vorm van een (beperkte) risicoanalyse is overgelegd, waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in voldoende mate is vastgesteld. c. Het rapport als bedoeld onder b kan bestaan uit informatie over de naoorlogse (graaf)werkzaamheden op de locatie, waaruit blijkt welke grond na de oorlog zodanig geroerd is dat de kans op het alsnog aantreffen van explosieven verwaarloosbaar klein wordt. Deze informatie hoeft niet te zijn verkregen van een gespecialiseerd bedrijf. d. Het verbod als bedoeld onder a is tevens niet van toepassing op de volgende bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 44
werken en/of werkzaamheden: 1. werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; 2. werken en werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. e. Ingevolge het bovenstaande is een omgevingsvergunning als bedoeld onder a vereist, indien: 1. geen rapport als bedoeld onder b is overgelegd of 2. uit het onder b genoemde rapport blijkt dat de bescherming van het woon- en leefklimaat niet in voldoende mate is vastgesteld. f.
Bij de aanvraag om omgevingsvergunning dient de aanvrager aan te geven op welke wijze de risico's teniet gedaan worden. Dit kan door het indienen van: 1. een Projectgebonden Risicoanalyse, indien nodig gevolgd door 2. detectieonderzoek, en indien nodig gevolgd door een 3. benadering.
g. Alle onder f genoemde onderzoeken moeten worden uitgevoerd conform de WSCS-OCE. 15.7
vrijwaringszone - radar
15.7.1
Verbod Binnen de 'vrijwaringszone - radar' geldt een bouwverbod voor bouwwerken hoger dan de denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf de radarantenne op 48 +NAP, oplopend met 0,25 graden tot een hoogte van 113 m +NAP op een afstand van 15 km van de radarantenne. Deze maximum hoogten mogen ook niet worden overschreden door bouwwerken zoals antennes, vlaggenmasten e.d.
15.7.2
Afwijken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 15.7.1 onder de voorwaarde dat de werking van de radar niet in onaanvaardbare mate negatief wordt beïnvloed. Voorafgaand aan het verlenen van de vrijstelling dient schriftelijk advies te zijn ingewonnen van de Minister van Defensie .
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 45
Artikel 16
Algemene afwijkingsregels
16.1
Afwijkingsbevoegdheid
16.1.1
Afwijken middels omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van de regels in dit plan voor: a. het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwen en overige bouwwerken van geringe afmetingen ten dienste van het openbaar nut met een oppervlakte van maximaal 15 m² en een bouwhoogte van maximaal 3,5 meter; b. geringe afwijkingen, die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Hierbij zijn verschuivingen van de bebouwingsgrens met maximaal 3 meter toelaatbaar; c. het oprichten van antennes en masten tot een bouwhoogte van 15 meter.
16.1.2
Vergunningvereiste De in lid 16.1.1 genoemde omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend indien: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig wordt aangetast; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. dit niet leidt tot wijziging van de op de verbeelding aangegeven bestemming.
16.2
Afwijken mantelzorg Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de specifieke gebruiksregels voor het toestaan van het gebruik van een (vrijstaand) bijgebouw of tijdelijke woonunit als afhankelijke woonruimte, met inachtneming van het volgende: a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is uit een oogpunt van mantelzorg, waartoe advies wordt ingewonnen van een, door burgemeester en wethouders aan te wijzen, onafhankelijke deskundige; b. de afhankelijke woonruimte mag slechts worden gebruikt voor de huisvesting van één huishouden; c. de omgevingsvergunning vervalt zodra de onder a. bedoelde noodzaak is komen te vervallen; d. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; e. een vloeroppervlakte van ten hoogste 80 m² mag worden gebruikt als afhankelijke woonruimte.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 46
Artikel 17
Algemene wijzigingsregels
17.1
Algemene wijziging Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; c. het aanpassen van opgenomen regels in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar regels in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 47
Artikel 18
Algemene procedureregels
18.1
Afwijkingsbevoegdheid Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing.
18.2
Nadere eisen Bij toepassing van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in de afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
18.3
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is de procedure als in artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing.
18.4
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is de procedure als bedoeld in artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 48
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
Artikel 19
Overgangsrecht
19.1
Overgangsrecht bouwwerken: a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen éénmalig in afwijking van lid 19.1, sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 19.1, sub a met maximaal 10%; c. Lid 19.1, sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
19.2
Overgangsrecht gebruik: a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 19.2, sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 19.2, sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Lid 19.2, sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.
19.3
Afwijking overgangsrecht gebruik Indien toepassing van het overeenkomstig lid 19.2 in het plan opgenomen overgangsrecht gebruik zou kunnen leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kan de gemeenteraad met het oog op beëindiging op termijn van die met het bestemmingsplan strijdige situatie, van dat overgangsrecht afwijken.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 49
Artikel 20
Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan '`t Marktje Woensdrecht'.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 50