2024-07-04 Bijlage VG - BP Regels bestemmingsplan
Tekst van het document
`t Marktje Woensdrecht
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
5 5 12
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Bestemmingsregels Groen - Houtwal Groen - Landschap Leiding - Riool Waarde - Aardkundig waardevol gebied Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 3 Water Wonen Woongebied
15 15 17 20 22 24 26 28 30 34
Hoofdstuk 3 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels
39 39 40 41 42 46 47 48
Hoofdstuk 4 Artikel 19 Artikel 20
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
49 49 50
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 2
Regels
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 3
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 4
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:
1.1
plan het bestemmingsplan “`t Marktje Woensdrecht” met identificatienummer NL.IMRO.0873.HOWOxBP221xHERZx45-VG01 van de gemeente Woensdrecht;
1.2
bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3
verbeelding de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0873.HOWOxBP221xHERZx45-VG01;
1.4
aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.5
aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.6
aaneengebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde gestapelde woningen;
1.7
aangebouwd bijgebouw een met een overlap van minimaal 1,2 meter aan het hoofdgebouw, geheel of gedeeltelijk, verbonden gebouw; anders is sprake van een vrijstaand bijgebouw;
1.8
aardkundige waarden en kenmerken waarden en kenmerken van een gebied die vanwege geologische, geomorfologische, bodemkundige en (geo)hydrologische verschijnselen en processen dan wel anderszins vanwege de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van de bodem, van algemeen belang zijn vanuit aardkundig oogpunt;
1.9
achtererf gedeelte van het erf dat gelegen is achter de achtergevelrooilijn;
1.10
achtergevel de meest van de wegzijde afgekeerde gevel van een gebouw;
1.11
achtergevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van een gebouw tot aan de zijdelingse bouwperceelsgrenzen;
1.12
achtergevelrooilijn denkbeeldige lijn die gelegen is op de helft van de afstand tussen de voorgevel van een hoofdgebouw en de achtergrens van het bouwperceel met een maximum van 15 meter achter de voorgevel; bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 5
1.13
archeologisch verwachtingsgebied gebied, aangegeven op een archeologische waardekaart, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten zijn;
1.14
archeologische verwachtingswaarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit oude tijden;
1.15
bebouwd oppervlak het totaal van de oppervlakten van bouwwerken voor zover deze een grotere hoogte hebben dan 1,2 meter, met dien verstande dat pergola's, erf-/perceelafscheidingen, e.d. buiten beschouwing worden gelaten;
1.16
bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.17
bebouwingspercentage een in de planregels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd;
1.18
bedrijfsgebouw een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;
1.19
beeldregieplan beeldregieplan 't Marktje, dat als Bijlage 1 Beeldregieplan bij deze regels is gevoegd;
1.20
beroep aan huis een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
1.21
beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een beroep aan huis c.q. een dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;
1.22
bestaande situatie ten aanzien van bebouwing bebouwing zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde bouwvergunning; ten aanzien van gebruik het gebruik van grond en opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan;
1.23
bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;
1.24
bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 6
1.25
bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;
1.26
bijgebouw een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
1.27
bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
1.28
bouwgrens de grens van een bouwvlak;
1.29
bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
1.30
bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.31
bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel;
1.32
bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
1.33
bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.34
carport een dakconstructie, hoofdzakelijk bedoeld voor de stalling van voertuigen, aan maximaal drie zijden begrensd door wanden, waarvan in ieder geval de naar de feitelijke voorgevel gekeerde zijde geen wand heeft;
1.35
cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan en door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegenpatroon en/of de architectuur;
1.36
Cultuurhistorische Waardenkaart in het kader van de Verordening Ruimte door de Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant vastgestelde kaart inzake cultuurhistorische waarden;
1.37
dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw; bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 7
1.38
dakopbouw een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok of de dakrand van het dak, dat het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert;
1.39
detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
1.40
dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksbedrijf;
1.41
dienstverlening het beroepsmatig / bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek op het bezoekadres rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen zoals een reis- of uitzendbureau, kapsalon, pedicure, schoonheidssalon, medische of therapeutische praktijk, juridisch adviesbureau of bankfiliaal;
1.42
ecologische waarden en kenmerken aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren de natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, de mate van stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde;
1.43
eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond;
1.44
erf al dan niet bebouwd bouwperceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat hoofdgebouw;
1.45
gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.46
geschakeld blok waarbij de hoofdgebouwen door middel van bijgebouwen en/of aan- en uitbouwen met elkaar zijn verbonden;
1.47
gesloten verharding een gesloten verharding, dat anders dan bij elementenverharding, is opgebouwd uit materiaal, dat na het aanbrengen een solide geheel vormt, en waarin geen losse elementen zijn te onderscheiden met een oppervlakte van meer dan 0,21m², met dien verstande dat verharding met een waterdoorlaatbaarheid van ten minste 5,4.10-5 m/s hiervan is uitgezonderd;
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 8
1.48
gestapelde woningen een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; ;
1.49
geomorfologische waarde de waarde van de samenhang van de verschijningsvorm van het aardoppervlak met de wijze van zijn ontstaan;
1.50
gevellijn de als zodanig op de verbeelding aangegeven lijn, die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen c.q. bouwgrenzen;
1.51
hoofdgebouw een gebouw dat, in architectonisch en/of functioneel opzicht als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;
1.52
houtwal een lijnvormig element in een landschap begroeid met bomen en struiken;
1.53
huishouden persoon of groep personen die een huishouding voert, die binnen een woning gebruik maken van dezelfde voorzieningen, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen.
1.54
IHCS het plangebied is deels gelegen binnen het zogenaamde Inner Horizontal and Conical Surface van de vliegbasis Woensdrecht; dit gebied is vastgesteld ten behoeve van de vliegverkeersveiligheid;
1.55
ILS de vliegbasis Woensdrecht beschikt over een Instrument Landing System. Het ILS is bedoeld voor nauwkeuriger uitvoeren van naderingen door vliegverkeer. Voor het goed functioneren van het systeem is noodzakelijk dat in een gebied rondom start- en landingsbaan geen verstoring optreedt;
1.56
kantoor het beroepsmatig / bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek niet of slechts in beperkte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen zoals een administratiekantoor, ontwerp-technisch bureau, makelaarskantoor of assurantiekantoor;
1.57
kwaliteitscoördinator een door de gemeente aan te stellen deskundige op het gebied van architectonische, landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit;
1.58
landschappelijke waarde bijzondere landschappelijke kenmerken van een gebied of object in de zin van aantrekkelijkheid, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit bestaande uit aardkundige, cultuurhistorische en visueel-ruimtelijke waarden, afzonderlijk of in onderlinge samenhang;
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 9
1.59
landschappelijke inpassing een inpassing van objecten met groenelementen die is afgestemd op de landschappelijke waarde van een gebied; het 'Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap West-Brabant', zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag voor een initiatief, dient als leidraad voor de beoordeling van de landschappelijke inpassing en het daarvoor opgestelde inrichtingsplan;
1.60
natuurlijke waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de aanwezige biotopen bijzondere flora en fauna, ecologische samenhangen en structuren;
1.61
normaal onderhoud en beheer het onderhoud, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming behoren
1.62
mantelzorg het bieden van zorg aan een ieder die aantoonbaar hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociaal vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband;
1.63
overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
1.64
overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport;
1.65
parkeervoorziening verhardingen en voorzieningen voor het op het maaiveld parkeren van voertuigen;
1.66
peil a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil (of andere plaatselijk aan te houden waterpeil);
1.67
perceelgrens grens van een stuk land;
1.68
prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
1.69
samenhangend straat- en bebouwingsbeeld a. een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; b. een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling; c. een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 10
d. de cultuurhistorische samenhang van de omgeving; 1.70
seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
1.71
tuin de gronden van een bouwperceel behorende bij een woning of wooneenheid;
1.72
twee-aaneen blok van twee aaneengebouwde hoofdgebouwen;
1.73
voorerf gedeelte van het erf dat gelegen is voor de voorgevellijn;
1.74
voorgevel de meest naar de wegzijde gekeerde gevel van een gebouw;
1.75
voorgevellijn denkbeeldige of op de verbeelding aangegeven lijn die strak langs de voorgevel van een hoofdgebouw loopt tot aan de zijdelingse bouwperceelsgrenzen;
1.76
voorzieningen van algemeen nut voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer;
1.77
wadi een bufferings- en infiltratievoorziening, die tijdelijk gevuld is met hemelwater;
1.78
wonen / bewonen het gehuisvest zijn van een huishouden in een woning / wooneenheid of ander daartoe bedoeld object;
1.79
vrijstaand een gebouw zonder gemeenschappelijke wand met een ander gebouw;
1.80
woning of wooneenheid een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de permanente huisvesting van niet meer dan één huishouden, kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen;
1.81
zijerf gedeelte van het erf dat begrensd wordt door de zijgevellijn van het hoofdgebouw, de voorgevellijn en de achtergevelrooilijn;
1.82
zijgevel een gevel van een gebouw, die niet een voorgevel of een achtergevel is;
1.83
zijgevellijn (denkbeeldige) lijn die strak loopt langs de zijgevel van een gebouw tot aan de voorste en achterste bouwperceelsgrens;
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 11
Artikel 2
Wijze van meten Bij het toepassen van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
afstanden van bouwwerken onderling, alsmede afstanden van bouwwerken tot de bouwperceelsgrens worden daar gemeten, waar deze afstanden het kleinst zijn;
2.2
de afstand van een gebouw tot de zijdelingse bouwperceelsgrens vanaf het dichtst bij de bouwperceelsgrens gelegen punt van het gebouw en haaks op de bouwperceelsgrens;
2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.4
de breedte en diepte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande, dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat;
2.5
de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
2.6
de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.7
de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
2.8
de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
2.9
het bebouwde oppervlak van een bouwperceel, of een ander terrein wordt bepaald door de oppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen bij elkaar op te tellen, tenzij in de regels anders is bepaald;
2.10
ondergeschikte bouwdelen a. bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt; b. bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als luifels, erkers en balkons buiten beschouwing bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 12
gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,5 m bedraagt.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 13
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 14
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
Artikel 3
Groen - Houtwal
3.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen - Houtwal' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. houtopstanden in de vorm van een houtwal; b. plantsoen, bermstroken; c. inritten, ten behoeve van de ontsluiting van aanliggende erven.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen Op deze gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering overige bouwwerken.
3.2.2
Overige bouwwerk en Overige bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal: 1. openbare nutsvoorzieningen: 1 meter; 2. lichtmasten en overige masten: 6 meter.
3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Afwijken middels omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. lid 3.2.2, tot een hoogte van maximaal 10 meter.
3.3.2
Vergunningvereiste De in lid 3.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwerken.
3.4
Beeldregieplan Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot de situering, de afmeting, de vormgeving en de kwaliteit van beplanting, bebouwing, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en erfscheidingen, indien dit naar hun oordeel noodzakelijk is in verband met: a. het realiseren van de met het plan beoogde stedenbouwkundige, landschappelijke en beeldkwaliteit, waarbij wordt voldaan aan de ontwerprichtlijnen en stedenbouwkundige- en kwaliteitseisen zoals vastgelegd in het tegelijkertijd vastgestelde Beeldregieplan 't Marktje, Woensdrecht', d. d. van de gemeente Woensdrecht, dat als Bijlage 1 bij deze regels is gevoegd.
3.5
Voorwaardelijk verplichting - Beeldregieplan a. bij aanvraag van een omgevingsvergunning dient te worden aangetoond dat er wordt voldaan aan de ontwerprichtlijnen en stedenbouwkundige- en kwaliteitseisen zoals bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 15
is opgenomen in het Beeldregieplan `t Marktje, Woensdrecht dat als Bijlage 1 bij deze regels is gevoegd; b. de onder lid 3.5 a bedoelde ontwerprichtlijnen tav de aangewezen gronden Groen Houtwal dient uiterlijk binnen één jaar na ingebruikname van de gronden en de bijbehorende bebouwing gerealiseerd te worden. Na realisatie dienen de aangewezen gronden Groen - Houtwal duurzaam in stand te worden gehouden. Conform het Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering West-Brabant. 3.6
Specifieke gebruiksregels
3.6.1
Inritten Inritten ten behoeve van de ontsluiting van aanliggende erven zijn toegestaan, met dien verstande dat: a. de verhardingsbreedte niet meer mag bedragen dan 5,6 m; b. ter plaatse van de verharding de houtwal mag worden onderbroken, tot ten hoogste de onder a. genoemde maat; c. voor de inrit een verharding dient te worden toegepast, waarbij ten hoogste 50% van het verhardingsoppervlak als gesloten verharding mag worden uitgevoerd; d. ten hoogste 1 inrit per woning is toegestaan.
3.6.2
Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. prostitutie; d. het gebruik van de gronden voor windturbines.
3.7
Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.6.2: a. indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
3.8
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.8.1
Afwijken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 en toestaan dat paden en wegen, anders dan inritten, worden aangelegd onder de volgende voorwaarden: a. het verhardingsoppervlak niet toeneemt met meer dan 10%. b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige en tot stand te brengen landschappelijke waarde.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 16
Artikel 4
Groen - Landschap
4.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen - Landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de aanleg en instandhouding van groen(voorzieningen); b. de aanleg en instandhouding van groen(voorzieningen) ten behoeve van landschappelijke inpassing; c. ter plaatse van de aanduiding 'pad'; paden en wegen ten behoeve van het wegverkeer; d. ter plaatse van de aanduiding 'waardevolle boom': bescherming en instandhouding van de daar aanwezige waardevolle boom; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder wadi's; f.
verharding ten behoeve van opstelplaatsen en manoeuvreerruimte voor reddingsvoertuigen.
met daaraan ondergeschikt: g. hondentoiletten; h. speelvoorzieningen;
4.2
i.
voorzieningen van algemeen nut;
j.
paden.
Bouwregels Op deze gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarvan de hoogte niet meer dan 3 m mag bedragen, met dien verstande dat voor lichtmasten en masten ten dienste van de verkeersgeleiding een hogere hoogte is toegestaan tot een maximum van 4 m.
4.3
Beeldregieplan Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot de situering, de afmeting, de vormgeving en de kwaliteit van beplanting, bebouwing, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en erfscheidingen, indien dit naar hun oordeel noodzakelijk is in verband met: a. het realiseren van de met het plan beoogde stedenbouwkundige, landschappelijke en beeldkwaliteit, waarbij wordt voldaan aan de ontwerprichtlijnen en stedenbouwkundige- en kwaliteitseisen zoals vastgelegd in het tegelijkertijd vastgestelde Beeldregieplan 't Marktje, Woensdrecht', d. d. van de gemeente Woensdrecht, dat als Bijlage 1 bij deze regels is gevoegd.
4.4
Voorwaardelijke verplichting - Beeldregieplan a. bij aanvraag van een omgevingsvergunning dient te worden aangetoond dat er wordt voldaan aan de ontwerprichtlijnen en stedenbouwkundige- en kwaliteitseisen zoals is opgenomen in het Beeldregieplan `t Marktje, Woensdrecht dat als Bijlage 1 bij deze regels is gevoegd; b. de onder lid 4.4 a bedoelde ontwerprichtlijnen tav de aangewezen gronden Groen Landschap dient uiterlijk binnen één jaar na ingebruikname van de gronden en de bijbehorende bebouwing gerealiseerd te worden. Na realisatie dienen de aangewezen gronden Groen - Landschap duurzaam in stand te worden gehouden. Conform het Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering West-Brabant.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 17
4.5
Specifieke gebruiksregels
4.5.1
Erfontsluiting Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'pad' is een ontsluitingsweg ten behoeve van het wegverkeer toegestaan, met dien verstande dat: a. de verhardingsbreedte niet meer mag bedragen dan 5,6 m; b. in afwijking van het bepaalde onder a. de daar genoemde maat mag worden overschreden ter plaatse van bochten, kruisingen, uit- en inritten; c. voor de verharding ten hoogste 75% van het wegdek als gesloten verharding mag worden uitgevoerd.
4.5.2
Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. prostitutie; d. het gebruik van de gronden voor windturbines.
4.6
Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 4.5.2: a. indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
4.7
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
4.7.1
Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Groen - Landschap zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. rooien van (nieuw) beplanting.
4.7.2
Normaal onderhoud Het verbod als bedoeld in 4.7.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. werken en werkzaamheden van ondergeschikte betekenis dan wel die behoren tot het op de bestemming van de gronden gerichte normale onderhoud en beheer; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; d. werken en werkzaamheden, die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 18
4.7.3
Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1 onder c. en 4.5.1 en toestaan dat toestaan dat paden en wegen op een andere plaats binnen de bestemming 'Groen - Landschap' worden aangelegd onder de volgende voorwaarden: a. de verhardingsbreedte niet toeneemt met meer dan 10%; b. het verhardingsoppervlak niet toeneemt met meer dan 10%. c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige en tot stand te brengen landschappelijke waarde.
4.7.4
Toelaatbaarheid De in een omgevingsvergunning opgenomen werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.7.3 zijn slechts toelaatbaar mits: a. door de werken of werkzaamheden hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de landschappelijke waarde van het gebied niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 19
Artikel 5
Leiding - Riool
5.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en), mede bestemd voor een rioolleiding.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in lid 5.1 genoemde bestemming worden gebouwd: a. overige bouwwerken.
5.2.2
Verboden bebouwing Bouwwerken ten dienste van de andere aldaar geldende bestemming(en) zijn op deze gronden niet toelaatbaar, met uitzondering van reeds bestaande bouwwerken.
5.2.3
Overige bouwwerk en Overige bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regel: a. bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal 2,5 meter; b. het is niet toegestaan om bouwwerken te bouwen ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemmingen.
5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Afwijken middels omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen van het bepaalde in 5.2 en toestaan dat in de andere bestemming gebouwen worden gebouwd, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende leiding.
5.4
Algemene gebruiksregels
5.4.1
Verboden gebruik Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub b en c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. Het gebruiken of te doen of laten gebruiken van overige bouwwerken en gronden op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming.
5.5
Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 5.4.1 a. indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 20
5.6
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
5.6.1
Verbod Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden van burgemeester en wethouders de volgende werken en/of werkzaamheden te verrichten: a. Bodem: het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven, diepploegen, indrijven of ophogen; b. Waterhuishouding: het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; c. Infrastructuur: verharden oppervlakte, het aanleggen van leidingen; d. Beplantingen: het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen.
5.6.2
Normaal onderhoud Het in lid 5.6.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van: a. werken en/of werkzaamheden, die van geringe omvang zijn dan wel het normale onderhoud en beheer betreffen; b. werken en/of werkzaamheden, welke op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt, in uitvoering zijn.
5.6.3
Toelaatbaarheid Werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 5.6.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: deze verband houden met de doeleinden, die aan de desbetreffende hoofd- of medebestemming zijn toegekend; a. hierdoor dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, bosbouwkundige en/of landbouwkundige waarden en kwaliteiten van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 21
Artikel 6
Waarde - Aardkundig waardevol gebied
6.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Aardkundig waardevol gebied' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de bescherming en het behoud van de op en/of in de gronden voorkomende aardkundige waarden.
6.2
Bouwregels a. In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag, met uitzondering van de bouwpercelen, niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming. b. Op of in deze gronden mogen, met uitzondering van de bouwpercelen, geen gebouwen worden gebouwd.
6.3
Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen van het bepaalde in 6.2 en toestaan dat in de andere bestemming gebouwen worden gebouwd, mits: a. geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de beoogde bescherming van de aardkundige waarden; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij een deskundige op aardkundig gebied.
6.4
Beeldregieplan Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot de situering, de afmeting, de vormgeving en de kwaliteit van beplanting, bebouwing, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en erfscheidingen, indien dit naar hun oordeel noodzakelijk is in verband met: a. het realiseren van de met het plan beoogde stedenbouwkundige, landschappelijke en beeldkwaliteit, waarbij wordt voldaan aan de ontwerprichtlijnen en stedenbouwkundige- en kwaliteitseisen zoals vastgelegd in het tegelijkertijd vastgestelde Beeldregieplan 't Marktje, Woensdrecht', d. d. van de gemeente Woensdrecht, dat als Bijlage 1 bij deze regels is gevoegd.
6.5
Algemene gebruiksregels
6.5.1
Verboden gebruik Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub b en c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. Het gebruiken of te doen of laten gebruiken van overige bouwwerken en gronden op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming.
6.6
Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 6.5.1: a. indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 22
6.7
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
6.7.1
Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Aardkundig waardevol gebied' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. afgraven, vergraven; b. aanleg dammen, aanleg stuwen, graven sloten, dempen sloten, dempen poelen; c. opplanten, omzetten van grasland en of bouwland naar boomteelt; d. aanleg leidingen dieper dan 1 m.
6.7.2
Normaal onderhoud Het verbod als bedoeld in 6.7.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. werken en werkzaamheden van ondergeschikte betekenis dan wel die behoren tot het op de bestemming van de gronden gerichte normale onderhoud en beheer; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; d. werken en werkzaamheden, die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
6.7.3
Toelaatbaarheid De in een omgevingsvergunning opgenomen werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in lid 6.7.1 zijn slechts toelaatbaar mits: a. door de werken of werkzaamheden hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de aardkundige waarden van het gebied niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 23
Artikel 7
Waarde - Archeologie 1
7.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende hoge archeologische waarden.
7.2
Bouwregels Op of in deze gronden mogen geen gebouwen dan wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van: a. ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot; en waarbij de diepte incl. fundering niet wordt vergroot; b. de bouw van een bijgebouw, de uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw of het oprichten van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, waarvoor graafwerkzaamheden worden verricht tot een diepte van 0,50 meter onder maaiveld èn waarvan de toename van de bebouwde oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m².
7.3
Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2 en toestaan dat ten behoeve van de andere bestemming gebouwen worden gebouwd, mits de indiener bij de aanvraag om een omgevingsvergunning een archeologisch rapport overlegt van een ter zake deskundige, waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: a. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd, òf b. de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad, òf c. in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
7.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
7.4.1
Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 1'' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het veranderen van het huidige maaiveldniveau met meer dan 0,50 meter door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren of afgraven; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden dieper dan 0,50 meter onder de oppervlakte, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, aanleggen van drainage en ontginnen, het aanleggen van kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; c. het aanbrengen van meer dan 0,50 meter diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 24
7.4.2
Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 7.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. het een verstoring betreft van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart, en waarbij die verstoring plaatsvindt: 1. in een gebied met lage archeologische verwachtingswaarde en/of een niet gekarteerd gebied, òf; 2. in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 50 m².
7.4.3
Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 7.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in 7.1 genoemde belangen, omdat: a. Uit beschikbare stukken blijkt dat de bodem ter plaatse is geroerd en er in het geheel geen archeologische waarden meer aanwezig zijn; b. Of de indiener bij de vergunningsaanvraag een archeologisch rapport overlegt van een ter zake deskundige, waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: 1. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd, òf 2. de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad, òf 3. in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
7.4.4
Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.4 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.
7.4.5
Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door: a. de bestemming 'Waarde - Archeologie 1' als bedoeld in lid 7.1 geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn en niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. het op grond van nader onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarde voorziet.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 25
Artikel 8
Waarde - Archeologie 3
8.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende hoge archeologische waarden.
8.2
Bouwregels Op of in deze gronden mogen geen gebouwen dan wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van: a. ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot; en waarbij de diepte incl. fundering niet wordt vergroot; b. de bouw van een bijgebouw, de uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw of het oprichten van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, waarvoor graafwerkzaamheden worden verricht tot een diepte van 0,50 meter onder maaiveld èn waarvan de toename van de bebouwde oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m².
8.3
Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2 en toestaan dat ten behoeve van de andere bestemming gebouwen worden gebouwd, mits de indiener bij de aanvraag om een omgevingsvergunning een archeologisch rapport overlegt van een ter zake deskundige, waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: a. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd, òf; b. de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad, òf; c. in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
8.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
8.4.1
Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het veranderen van het huidige maaiveldniveau met meer dan 0,50 meter door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren of afgraven; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden dieper dan 0,50 meter onder de oppervlakte, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, aanleggen van drainage en ontginnen, het aanleggen van kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; c. het aanbrengen van meer dan 0,50 meter diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 26
8.4.2
Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 8.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. het een verstoring betreft van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart, en waarbij die verstoring plaatsvindt: 1. in een gebied met lage archeologische verwachtingswaarde en/of een niet gekarteerd gebied, òf; 2. in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m²;
8.4.3
Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 8.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in 8.1 genoemde belangen, omdat: a. Uit beschikbare stukken blijkt dat de bodem ter plaatse is geroerd en er in het geheel geen archeologische waarden meer aanwezig zijn; b. Of de indiener bij de vergunningsaanvraag een archeologisch rapport overlegt van een ter zake deskundige, waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: 1. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd, òf; 2. de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad, òf; 3. in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
8.4.4
Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.4 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.
8.4.5
Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door: a. de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' als bedoeld in lid 8.1 geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn en niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. het op grond van nader onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarde voorziet.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 27
Artikel 9
Water
9.1
Bestemmingsomschrijving De voor "Water" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterlopen, waterkeringen en waterpartijen; b. water en waterhuishoudkundige doeleinden; c. groenvoorzieningen; d. kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden; e. infiltratievoorzieningen; f.
9.2
behoud, herstel en/of ontwikkeling van landschappelijke-, cultuurhistorische- en natuurwaarden;
Bouwregels Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. op of in deze gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de waterhuishouding mogen worden gebouwd, alsmede bruggen, steigers, duikers en keerwanden.
9.3
Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
9.4
Afwijken van de bouwregels n.v.t.
9.5
Specifieke gebruiksregels
9.5.1
Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik: a. geluidzoneringsplichtige inrichtingen; b. detailhandel; c. seksinrichtingen; d. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 28
9.6
Afwijken gebruiksregels n.v.t.
9.7
Wijzigingsbevoegdheid n.v.t.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 29
Artikel 10
Wonen
10.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vorm van vrijstaande woningen, mits dit niet leidt tot woningvermeerdering; met daaraan ondergeschikt: b. erven en tuinen; c. parkeervoorzieningen; d. waterhuishoudkundige voorzieningen.
10.2
Bouwregels Op de onderhavige gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de onder 10.1 genoemde functies worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels:
10.2.1
Algemeen a. de oppervlakte aan bebouwing, bestaande uit hoofdgebouw, vrijstaande bijgebouwen, aangebouwde bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zoals carports, overkappingen, ondergrondse bouwwerken e.d., mag per bouwperceel niet meer bedragen dan het perceelsafhankelijke maxima vermeld in kolom B van de als Bijlage 2 bij deze regels toegevoegde “Tabel toegestane bebouwing”; b. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van het bepaalde in 5.2.3 sub d en e; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van het bepaalde in 10.2.4 sub c en d; d. buiten het bouwvlak is het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet toegestaan, met dien verstande dat dit verbod niet van toepassing is voor het oprichten van erf-/perceelafscheidingen, pergola's, vlaggenmasten e.d.; e. op de onderhavige gronden is het toegestaan gebouwen geheel of ten dele ten dienste van wonen te bouwen, mits dit niet leidt tot woningvermeerdering.
10.2.2
Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen, in de vorm van vrijstaande woningen worden gebouwd; b. de voorgevels van hoofdgebouwen dienen geheel of gedeeltelijk gebouwd te worden in of evenwijdig aan de gevellijn; c. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het aangegeven bouwvlak; d. de oppervlakte aan bebouwing als hoofdgebouw mag per bouwperceel niet meer bedragen dan het perceelsafhankelijke maxima vermeldt in kolom C van de als Bijlage 2 bij deze regels toegevoegde “Tabel toegestane bebouwing”; e. de maximale goothoogte van een woning bedraagt 6 m en de maximale bouwhoogte 9 m.
10.2.3
Bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels: a. bijgebouwen mogen aangebouwd en vrijstaand worden gebouwd; bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 30
b. de oppervlakte aan bebouwing als vrijstaand bijgebouw mag per bouwperceel niet meer bedragen dan het perceelsafhankelijke maxima vermeld in kolom D van de als Bijlage 2 bij deze regels toegevoegde “Tabel toegestane bebouwing”; c. de oppervlakte aan bebouwing als aangebouwd bijgebouw mag per bouwperceel niet meer bedragen dan het perceelsafhankelijke maxima vermeld in kolom E van de als Bijlage 2 bij deze regels toegevoegde ““Tabel toegestane bebouwing” ”; d. bijgebouwen voor de feitelijke voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw zijn uitsluitend toegestaan daar waar deze bestaan, met dien verstande dat de bestaande inhoud of de situering niet mag worden vergroot respectievelijk worden veranderd, uitgezonderd het bepaalde in sub e; e. het is toegestaan bijgebouwen in de vorm van erkers, entreeportalen en dergelijke voor de feitelijke voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw te bouwen, met dien verstande dat: 1. de diepte maximaal 1,5 meter bedraagt; 2. de hier bedoelde bijgebouwen tot op de perceelsgrens mogen worden opgericht, mits binnen de breedte van het bijbehorende hoofdgebouw wordt gebleven; 3. de afstand tot een bouwperceelsgrens, grenzend aan de openbare ruimte, minimaal 3 meter bedraagt; 4. de breedte maximaal 75% van de gevel bedraagt; f.
de goothoogte van een bijgebouw mag maximaal 3,3 meter en de bouwhoogte maximaal 5,8 meter bedragen;
g. voor bijgebouwen geldt dat deze minimaal 1 meter achter de feitelijke voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw dienen te worden gesitueerd, met uitzondering van carports waarvoor geldt dat deze tot aan de feitelijke voorgevel mogen worden gesitueerd. 10.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen; b. de maximale hoogte van erf- of terreinafscheidingen bedraagt 2 m; c. per woning is één overkapping toegestaan met een maximale oppervlakte van 25 m²; d. afstand tot de perceelsgrens dient minimaal 1 m te bedragen met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen welke op de perceelsgrens gebouwd mogen worden.
10.3
Specifieke gebruiksregels
10.3.1
Strijdig gebruik Tot een gebruik, in strijd met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning of als afhankelijke woonruimte; b. het gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksbedrijf, het kweken en/of telen van verdovende middelen voor zover dit het voorzien in de eigen behoefte te boven gaat; c. het gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een beroep aan huis, dan wel bedrijfsmatige activiteiten; d. het gebruik van de gronden en/of bouwwerken ten behoeve van detailhandel in: 1. brand- en/of explosiegevaarlijke stoffen; bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 31
2. volumineuze goederen; 3. erotisch getinte artikelen. 10.4
Afwijken van de gebruiksregels
10.4.1
Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 10.3.1 a. indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
10.4.2
Afwijken m.b.t. de uitoefening van detailhandel, beroepsmatige en/of bedrijfsmatige activiteiten Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 10.1: a. voor de uitoefening van de detailhandel in, beroepsmatig en/of bedrijfsmatig gebruik van de woning en/of bijbehorende bouwwerken met dien verstande dat bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt. Dit betekent onder meer dat: 1. de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit; 2. het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden en naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn. Dat wil zeggen dat van de vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken gezamenlijk maximaal 40 m² ten behoeve van detailhandel, beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in gebruik mag zijn; 3. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid die vergunnings- of meldingsplichtig is op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet zal aantasten; 4.
het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of bijbehorend bouwwerk uitvoert tevens bewoner van de woning is; 5. er geen verkeersaantrekkende activiteiten plaatsvinden die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte.
10.4.3
Afwijken m.b.t. logies met ontbijt Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 10.1: a. voor het gebruik van een woning en/of bij de woning bijbehorende bouwwerken voor logies met ontbijt, met dien verstande dat het bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt. Dit betekent onder meer dat: 1. de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit; 2. de logies met ontbijt een kleinschalig karakter heeft en zal behouden en naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn. Dat wil zeggen dat van de vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken gezamenlijk maximaal 40 m² ten behoeve van de logies met bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 32
ontbijt in gebruik mag zijn; 3. de logies met ontbijt mag niet in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk worden gerealiseerd; 4. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het aanbieden van logies met ontbijt die vergunnings- of meldingsplichtig is op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet zal aantasten; 5. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of bijbehorend bouwwerk uitvoert tevens bewoner van de woning is; 6. er geen verkeersaantrekkende activiteiten plaatsvinden die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte.
bestemmingsplan "`t Marktje Woensdrecht" (vastgesteld) 33
Artikel 11
Woongebied
11.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. landschappelijke inrichting; met daarbij behorende: c. tuinen; d. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; e. voorzieningen van openbaar nut; f.
straatmeubiliair;
g. parkeer- en verkeersvoorzieningen; h. speeltoestellen; i.
voet- en fietspaden;
j.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
k. kunstwerken; l.
erfafscheidingen, enkel in de vorm van een houtwal.
11.2
Bouwregels
11.2.1
Beeldregieplan Op of in de gronden mogen gebouwen en overige bouwwerken worden gebouwd ten dienste van de bestemming, waarbij wordt voldaan aan de ontwerprichtlijnen en stedenbouwkundige- en kwaliteitseisen, zoals neergelegd in het tegelijkertijd vastgestelde Beeldregieplan 't Marktje, Woensdrecht', d. d. van de gemeente Woensdrecht, dat als Bijlage 1 bij deze regels is gevoegd.
11.2.2
Hoofdgebouwen Met betrekking tot het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. de hoofdgebouwen mogen uitsluitend als vrijstaande woning worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mogen maximaal het op de verbeelding aangegeven aantal woningen worden gebouwd; c. de goothoogte van de hoofdgebouwen mag maximaal 5 meter en de bouwhoogte mag maximaal 8 meter bedragen.
11.2.3
Bijbehorende bouwwerken Bij hoofdgebouwen mogen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend achter de voorgevellijn worden opgericht, met dien verstande, dat tenminste 8 m afstand dient te worden aangehouden tot die voorgevellijn; b. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 3,5 meter en de bouwhoogte maximaal 5 meter bedragen; c. de afstand tussen bijbehorende bouwwerken en de zijdelingse bouwperceelsgrens zal minimaal 1 meter bedragen.