2023-04-06 Bijlage Ontwerp BP Antwerpsestraat 42-48 Putte - Toelichting bijlagen.pdf.pdf
Tekst van het document
BIJLAGE 1 LOCATIEKAART
BIJLAGE 2 SITUATIETEKENING MET MONSTERNEMINGSPUNTEN
BIJLAGE 3 BOORBESCHRIJVINGEN
BIJLAGE 4 ANALYSECERTIFICATEN
BIJLAGE 5 TOETSING ANALYSERESULTATEN
BIJLAGE 6 TOELICHTING EN ACHTERGROND TOETSINGSKADER
AGEL adviseurs
In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op het toetsingskader dat gehanteerd wordt bij de beoordeling van de resultaten van uitgevoerd bodemonderzoek. Toetsingskader grond en grondwater In de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 zijn interventiewaarden vastgelegd voor grond en streefwaarden en interventiewaarden voor grondwater. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit met bijbehorende Regeling. De monsters zijn getoetst middels BoToVa, waarbij gebruik is gemaakt van de toetsingskaders T12 (Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb) en T13 (Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb). BoToVa corrigeert het 'gemeten' gehalte op basis van het lutum- en organische stof gehalte naar standaard bodem met 100Zo organische stof en 250Zo lutum. De gehalten worden vervolgens getoetst aan de normwaarden zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en het Besluit bodemkwaliteit met bijbehorende Regeling. Bij de toetsing van de analyseresultaten worden drie toetsingsniveaus gebruikt: 1. Achtergrondwaarden (grond) en streefwaarden (grondwater): Voor de achtergrondwaarden gelden de gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico's voor het ecosysteem. Voor metalen wordt er onderscheid gemaakt tussen diep en ondiep grondwater. Reden hiervoor is het verschil in achtergrondconcentraties tussen ondiep ^ 10 m) en diep ^ 10 m) grondwater. 2. Tussenwaarden: De tussenwaarde is in beginsel het concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek behoort te worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat. Voor grondwater is dit het gemiddelde van streef -en interventiewaarde en voor grond het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden. 3. Interventiewaarden: De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. Bij de bespreking van de resultaten wordt de volgende gradatie aangehouden: " Niet verontreinigd c.q. geen verhoogde gehalten De gehalten aan verontreinigde stoffen in de grond liggen beneden de landelijke achtergrondwaarden danwel de concentraties aan verontreinigde stoffen in het grondwater liggen beneden de streefwaarden; " Licht verontreinigd c.q.
licht verhoogde gehalten. De gehalten aan verontreinigde stoffen liggen boven de landelijke achtergrondwaarden (of voor grondwater streefwaarden), maar beneden de tussenwaarden; " Matig verontreinigd c.q. matig verhoogde gehalten: De gehalten aan verontreinigde stoffen liggen boven de tussenwaarden, maar zijn kleiner dan de interventie waarden; " Sterk verontreinigd c.q. sterk verhoogde gehalten: De gehalten aan verontreinigde stoffen liggen boven de interventiewaarden. Toetsing rapportagegrenzen De normen waaraan getoetst wordt kunnen lager zijn dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze waarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Bij een resultaat V vereiste rapportagegrens AS3000' mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond, baggerspecie, bodem of bodem onder oppervlaktewater voldoet aan de van toepassing zijnde normen. Indien het laboratorium een waarde V een verhoogde rapportagegrens' aangeeft (dit is hoger dan de vereiste rapportagegrens AS3000 dan dient de desbetreffende verhoogde rapportagegrens te worden vermenigvuldigd met 0,7. De zo verkregen waarde wordt getoetst aan de van toepassing zijnde normen.
Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder < teken), moet dit gehalte aan de van toepassing zijnde norm worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000. Bij het berekenen van een somwaarde, het rekenkundig gemiddelde en een percentielwaarde worden voor de individuele componenten de resultaten V vereiste rapportagegrens AS3000' vermenigvuldigd met 0,7. Indien alle individuele waarden als onderdeel van de berekende waarde het resultaat^ vereiste rapportagegrens AS3000' hebben, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond, baggerspecie, bodem of bodem onder oppervlaktewater voldoet aan de van toepassing zijnde normen uit de Regeling bodemkwaliteit. Indien een of meer individuele componenten het resultaat hebben V dan een verhoogde rapportagegrens', of er een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normen uit de Regeling bodem kwaliteit. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens AS3000.
Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging Voor een aantal, niet bij regulier bodemonderzoek gangbare stoffen, zijn indicatieve niveaus voor ernstige veront reiniging vastgesteld. Een interventiewaarde ontbreekt. De indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarden. De status van de indicatieve niveaus is daarom niet gelijk aan de status van de interventiewaarde en derhalve hier buiten beschouwing gelaten.
AGEL adviseurs
Geval van ernstige verontreiniging Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m3 poriënverzadigd bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Er kunnen gevallen zijn waarbij de interventiewaarde niet wordt overschreden en er toch sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Ook in het geval van verontreinigingen met stoffen waarvoor geen interventiewaarde is afgeleid kan sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Als de bodem op een locatie is verontreinigd, maar het betreft geen geval van ernstige verontreiniging, hoeft niet te worden bepaald of er met spoed dient te worden gesaneerd. Verbeteren van de bodemkwaliteit kan niet worden voorgeschreven op grond van de regels voor bodemsanering. Als een gemeente een gebiedskwaliteit heeft vastgesteld op grond van het Besluit bodemkwaliteit, dan kan de gemeente wel bevorderen dat bij bijvoorbeeld bouwactiviteiten de gebiedskwaliteit als uitgangspunt geldt. Als er grond moet worden toegepast kan dat ook verplicht worden gesteld. Het is echter niet zo dat bij niet ernstig verontreinigde grond een verplichting kan worden opgelegd op grond van de bodemregelgeving om de bodem schoner te maken.
Saneringscriterium Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is er sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. Het saneringscriterium dient om vast te stellen of sanering van een geval van ernstige bodemverontreiniging met spoed dient te worden uitgevoerd. Wanneer sprake is van spoed, is het nemen van maatregelen verplicht. De werkwijze van het saneringscriterium geldt voor: " Een geval van ernstige verontreiniging; " Een historische verontreiniging. Voor verontreinigingen die sinds 1987 zijn ontstaan is artikel 13 van de Wbb (zorgplicht) van toepassing; " Huidige en voorgenomen gebruik; " Grond en grondwater; " Alle stoffen waarvoor een interventiewaarde is afgeleid, met uitzondering van asbest. Daar asbest heel specifieke chemische en fysische eigenschappen heeft, is voor asbest separaat het 'Milieuhygiënisch saneringscriterium, protocol asbest' ontwikkeld. Wanneer sanering niet met spoed hoeft plaats te vinden kan voor de aanpak van de verontreiniging worden aan gesloten bij maatschappelijk gewenste ontwikkelingen. Deze saneringen vinden plaats op initiatief van de eigenaar of andere belanghebbende met het oog op gewenst gebruik van de bodem. Uiteindelijk moet het resultaat van de sanering zijn dat de locatie geschikt is voor het (toekomstig) gebruik.
Het saneringscriterium is een instrument voor het bevoegd gezag waarmee zij een (schuldig) eigenaar kan verplichten tot saneren binnen een gestelde termijn. Risico's hebben een directe relatie met het gebruik van de bodem en daarmee met de functie. Als er aan het gebruik binnen de aanwezige of toekomstige functie onaanvaardbare risico's zijn verbonden staat voorop dat maatregelen zo snel mogelijk moeten worden genomen. De risico's die aanleiding kunnen zijn om met spoed te saneren worden verdeeld in: a) risico's voor de mens, b) risico's voor het ecosysteem en c) risico's van verspreiding van verontreiniging. ad a) Er is sprake van onaanvaardbare risico's voor de mens indien bij het huidige of voorgenomen gebruik van de locatie een situatie bestaat waarbij: " Chronische negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden; " Acute negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. Indien de aanwezigheid van bodemverontreiniging bij het huidig gebruik leidt tot aantoonbare hinder voor de mens (door o.a. huidirritatie en stank) dient eveneens met spoed te worden gesaneerd.
ad b) Er is sprake van onaanvaardbare risico's voor het ecosysteem indien bij het huidige of voorgenomen gebruik van de locatie: " De biodiversiteit kan worden aangetast (bescherming van soorten); " Kringloopfuncties kunnen worden verstoord (bescherming van processen); " Bio-accumulatie en doorvergiftiging kan plaatsvinden. ad c) Er is sprake van onaanvaardbare risico's van verspreiding van verontreiniging indien: " Het gebruik van de bodem door mens of ecosysteem wordt bedreigd door de verspreiding van verontreiniging in het grondwater waardoor kwetsbare objecten hinder ondervinden; " Er sprake is van een onbeheersbare situatie, dat wil zeggen indien: 1. Er een drijflaag aanwezig is die door activiteiten en processen in de bodem kan verplaatsen en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden; 2. Er een zaklaag aanwezig is die door activiteiten en processen in de bodem kan verplaatsen en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden; 3. De verspreiding heeft geleid tot een grote grondwaterverontreiniging en de verspreiding nog steeds plaatsvindt.
Zorgplicht artikel 13 Wet bodembescherming Voor bodemverontreiniging veroorzaakt vanaf 1 januari 1987 geldt de zorgplicht (artikel 13 Wet bodembescherming). Voor deze gevallen geldt dat degene die de in artikel 13 beschreven handelingen heeft verricht alle maatregelen moet nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd. Dat wil zeggen: zo spoedig mogelijk en zo volledig mogelijk de gevolgen beperken of ongedaan maken, ongeacht de aangetroffen gehalten en de risico's van de verontreinigde stoffen. De bepaling ernst van de verontreiniging en spoed van de sanering spelen hier geen rol.
AGEL adviseurs
Toetsingskader asbest In de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en de Regeling bodemkwaliteit is de interventiewaarde voor asbest in grond en waterbodem opgenomen. Hierin staat beschreven dat de interventiewaarde voor asbest in (water)bodem 100 mg/kg ds betreft (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). De restconcentratienorm voor toepassing en het hergebruik van alle asbest bevattende materialen (inclusief grond, baggerspecie en puingranulaat) is vastgesteld op 100 mg/kg (gewogen). Het resultaat van het verkennend onderzoek naar asbest in de bodem conform de NEN 5707 is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Hierbij worden twee toetsingsniveaus gebruikt: 1. De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico's voor het ecosysteem. Dit zijn de gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Voor metalen wordt er onderscheid gemaakt tussen diep en ondiep grondwater.
Reden hiervoor is het verschil in achtergrondconcentraties tussen ondiep ^ 10 m) en diep ^ 10 m) grondwater; 2. De tussenwaarde is in beginsel het concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek behoort te worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat. Voor grondwater is dit het gemiddelde van streef -en interventiewaarde en voor grond het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden. 3. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging.
Geval van ernstige verontreiniging en saneringscriterium In het ,Milieuhyg^nisch Saneringscriterium Bodem, protocol asbest', dat is opgenomen als bijlage 3 bij de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, is geregeld wanneer er voor een bodemverontreiniging met asbest sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Voor een bodemverontreiniging met asbest is het volumecriterium voor het vaststellen van de ernst van het geval niet van toepassing. Op basis van het protocol asbest dient bij ernstige verontreiniging te worden bepaald of er sprake is van onaanvaardbare risico's ten gevolge van de bodemverontreiniging met asbest. Voor het toepassen van het ,protocol asbest' gelden de volgende uitgangspunten: " Het protocol heeft alleen betrekking op (water)bodem, grond en baggerspecie; " Het protocol is alleen van toepassing indien er sprake is van een bodemverontreiniging met asbest, waarbij asbest aanwezig is in een gehalte boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. gewogen (concentratie serpentijn + 10 x concentratie amfibool).
Opgemerkt wordt dat bij asbest in (water)bodem, grond en baggerspecie alleen over Verontreiniging' wordt gesproken als de interventiewaarde wordt overschreden; " Het protocol is alleen van toepassing op historische asbest verontreinigingen (die zijn voor 1993 ontstaan) in (water)bodem, grond en baggerspecie die niet op basis van de zorgplicht dienen te worden gesaneerd4; " Het protocol heeft betrekking op de huidige en toekomstige situatie. Op materialen met een lagere asbestconcentratie (100 mg/kg gewogen) worden de voorschriften van het Arbeidsomstandigheden Besluit en Asbestverwijderingsbesluit geacht niet van toepassing te zijn.
4 Nieuwe gevallen van bodemverontreiniging met asbest, die zijn ontstaan vanaf 1993, dienen (ongeacht het asbest gehalte) voor zover redelijkerwijs mogelijk is, volledig te worden verwijderd. Volledig verwijderen betekent in het geval van asbest dat de verontreiniging tot de nul-waarde (detectiegrens) dient te worden verwijderd.
AGEL adviseurs
Schema Wettelijk kader en bevoegd gezag Voor asbest in/op bodem, grond of puin(granulaat), inclusief verhardingen
Asbest in/op bodem, grond of puin(granulaat): Welk wettelijk kader?
[
c [
1. Stort asbesthoudende afvalstoffen buiten een inrichting (incl. wegen) ?
1
I
Besluit Asbestwegen Z Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)
--------*-
nee
3. Asbesthoudende ondergrondse (bouw)werken?
ja
Asbestverwijderingsbesluit Z gemeente
nee
4. Toepassen van asbesthoudende grond Z puin(granulaat) in een werk (zijnde een bouwstof)?
ja
Productenbesluit asbest Z Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)
--------*
s._____________________________________________________________________________________________ ,
nee
5. Handeling met een asbesthoudende product?
1
c
'
'
ja
v_____________________________________________ z
I
[
Wet milieubeheer 10.2 Z gemeente of provincie
nee
2. Asbesthoudende weg, erfverharding
1
[
ja
--------^
'
ja
'
--------^
Productenbesluit asbest Z Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) V_____________________________________________ J
ja
f--------------------------------------------------------Wet milieubeheer (afval) Z Provincie
nee
6. Handeling met een asbesthoudende afvalstroom?
—
A
1
nee
7. Asbest verontreinigde bodem
ja
--------
'
'
Wet bodembescherming Z provincie, gemeente of waterkwaliteitsbeheerder V_____________________________________________ z
AGEL adviseurs
Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit met bijbehorende Regeling bevat het wettelijk kader voor het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie op of in de bodem of in oppervlaktewater.
Definitie grond en bagger Het Besluit hanteert voor grond en baggerspecie de volgende definities: " Grond is vast materiaal en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, met uitzondering van baggerspecie; " Baggerspecie is materiaal, dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter.
Bodemvreemd materiaal Het Besluit stelt aanvullend dat een partij grond en baggerspecie maximaal 20 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal mag bevatten. Het gaat hierbij nadrukkelijk niet om bijmengingen van bodemvreemd materiaal in grond of bagger specie nadat het materiaal is afgegraven. Toetsingskaders Het generieke kader is van toepassing op elk gebied waarvoor geen gebiedsspecifiek beleid is vastgesteld. Uitgangspunt van het generieke kader voor landbodems is dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie moet aan sluiten bij de functie die de bodem heeft. Ook mag de actuele kwaliteit van de ontvangende bodem niet verslechteren.
Naast de toetsingskaders voor gebiedsspecifiek en generiek beleid, kent het Besluit nog een andere categorie van toepassingen: grootschalige toepassingen. Bij deze categorieën hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteit van de ontvangende bodem. Wél moet worden voldaan aan de kwaliteitseisen en randvoorwaarden die het Besluit stelt aan deze toepassingen. Tabel: Toetsingskaders grond en bagger ToepassinQsmoQeliįkheden grond en baggerspecie Toepassen grond en baggerspecie Verspreiden baggerspecie
Generiek of gebied specifiek beleid Alleen generiek beleid
Op de landbodem In oppervlaktewater In grootschalige toepassing
In oppervlaktewater Over aangrenzend perceel
Partijen grond en baggerspecie mogen alleen volgens de regels van het Besluit worden toegepast als sprake is van een nuttige toepassing. Is dit niet het geval, dan wordt de toepassing gezien als een middel om zich te ontdoen van afval stoffen en gelden op grond van de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen strengere regels. Uitgangspunt bij het toepassen van grond en baggerspecie is dat de toegepaste grond en baggerspecie onderdeel gaat uitmaken van de ontvangende bodem, zonder dat extra maatregelen zoals afscheidingslagen of maatregelen in het kader van isoleren, beheersen en controleren (IBC) worden toegepast.
Bodemfuncties en bodemfunctiekiassen In die gebieden waarvoor de bevoegde bestuursorganen geen lokale maximale waarden in een besluit hebben vast gelegd, wordt de toepassing van grond en baggerspecie generiek getoetst. Voor deze generieke toetsing zijn zowel maximale waarden voor bodemfunctieklassen (landbodem) als maximale waarden voor bodemkwaliteitsklassen vastgelegd. Klassenindeling voor bodemfuncties en bodemkwaliteit Om te toetsen of de kwaliteit van een partij grond of baggerspecie aansluit bij de functie en kwaliteit van de ontvangende bodem, wordt in het generieke kader gewerkt met een klassenindeling voor de kwaliteit en functie. Uitgangspunt van het Besluit is dat de kwaliteit moet aansluiten bij de functie. Om hier invulling aan te geven zijn voor 7 bodemfuncties referentiewaarden ontwikkeld. Deze functies worden gebruikt in het gebiedsspecifieke beleid. Voor toepassing in het generieke kader zijn de functies samengevoegd tot 2 bodemfunctiek/assen: wonen en industrie. De functies landbouw en natuur zijn niet ingedeeld in een klasse. Hiervoor is gekozen omdat in gebieden met een van deze functies alleen schone grond of baggerspecie mag worden toegepast. Dat wil zeggen: grond en baggerspecie waarvan de kwaliteit voldoet aan de Achtergrondwaarden.
Tabel: Bodemfuncties Gebíedspecífiek wonen met tuin plaatsen waar kinderen spelen groen met natuurwaarden ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie moestuinen/volkstuinen Landbouw Natuur
Generiek beleid
wonen industrie Kwaliteit toe te passen grond en baggerspecie moet voldoen aan de Achtergrondwaarden
AGEL adviseurs
Naast de bodemfuncties, wordt de bodemkwaliteit ook ingedeeld in de klassen wonen en industrie. De bodemkwaliteit geeft hiermee een maat voor de kwaliteit van zowel de ontvangende als de toe te passen bodem en toe te passen baggerspecie. Aan de bodemkwaliteitsklassen zijn nieuwe normen gekoppeld: de Maximale waarden voor de klasse wonen en de Maximale waarden voor de klasse industrie. Wanneer de maximale waarde voor industrie wordt overschreden, mag deze grond of baggerspecie binnen het generieke kader niet worden toegepast. Om een partij grond of baggerspecie toe te mogen passen, moet de partij worden getoetst aan de bodemfunctieklasse en de bodemkwaliteit van de ontvangende bodem. Bij deze dubbele toetsing geldt dat de toe te passen partij grond of baggerspecie moet voldoen aan de strengste norm. In onderstaand schema is de toepassingseis voor de toe te passen grond of baggerspecie gegeven. Tabel: Bepaling toepassingseis voor een partij grond of baggerspecie Functie op kaart Actuele bodemkwaliteit Achtergrondwaarde Wonen Wonen industrie Achtergrondwaarde Industrie Wonen Industrie Achtergrondwaarde Niet ingedeeld (bijv. landbouw/natuur Wonen industrie
Toepassingseis Achtergrondwaarde Maximale waarde wonen Maximale waarde wonen Achtergrondwaarde Maximale waarde wonen Maximale waarde Industrie Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde
Aan de bodemkwaliteitsklassen en de bodemfunctieklassen zijn dezelfde normen gekoppeld: de Maximale Waarden voor de klasse wonen en de Maximale Waarden voor de klasse industrie. Deze Generieke Maximale Waarden geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem ook op de lange termijn geschikt te houden voor de betreffende functie. Met gebiedsspecifiek beleid kunnen lokale bodembeheerders zelf bodemkwaliteitsnormen vaststellen. Als randvoor waarde voor het opstellen van gebiedsspecifiek beleid geldt dat sprake moet zijn van standstill op gebiedsniveau. De ruimte voor de Lokale Maximale Waarden ligt tussen de achtergrondwaarden en het saneringscriterium. Wanneer de Lokale Maximale Waarden een verruiming van de normen ten opzicht van het generieke kader zijn, moet getoetst worden of dit niet leidt tot onaanvaardbare risico's. Voor het bepalen van de gevolgen van de gekozen Lokale Maximale Waarden is een Risicotoolbox ontwikkeld. In de onderstaande figuren is de normstelling schematisch weergegeven.
Figuur: Normstelling en toepassingskader landbodem Maximale waarden Achtergrond Maximale waarden klasse wonen klasse industrie waarden Generiek Klasse wonen Klasse industrie Niet toepasbaar Altijd toepasbaar Gebieds Ruimte voor lokale maximale waarden specifiek Achtergrond Interventiewaarden droge bodem waarden
Nooit toepasbaar Sanerings criterium
Figuur: Normstelling en toepassingskader waterbodem Achtergrond Maximale waarden Maximale waarden waarden klasse A klasse B Generiek Toepasbaar Toepasbaar Nooit toepasbaar Nooit Vrij toepasbaar klasse A klasse B toepasbaar Gebieds specifiek Ruimte voor lokale maximale waarden Achtergrond Interventiewaarden Sanerings waarden waterbodem criterium Voor het verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel is een criterium ontwikkeld dat gebaseerd is op ecologische risico's. De risico's worden uitgedrukt met de parameter msPAF (meer-soorten Potentieel Aangetaste Fractie). De msPAF geeft een indicatie van het deel van de potentieel aanwezige organismen dat nadelige gevolgen kan ondervinden van het aanwezige mengsel van verontreinigingen. Op basis van het beleidscriterium dat de verspreidbare hoeveelheid bagger minimaal gelijk moet blijven is de norm gesteld op msPAFmetalen < 50oZo, en msPAForganisch < 20oZo. Daarnaast zijn 5 stoffen individueel genormeerd. Voor overige stoffen die geen deel uitmaken van de msPAF geldt de achtergrondwaarde.
Vrij verspreidbaar
Achtergrondwaarde
Ontvangstplicht Verspreidbaar op aangrenzend perceel msPAF metalen < 50o7o ms PAF organisch < 20o7o 5 stoffen individueel genormeerd Alle stoffen < interventiewaarde bodem
Niet verspreidbaar op aangrenzend perceel
BIJLAGE 7 RELEVANTE INFORMATIE VOORONDERZOEK
BIJLAGE 8 FOTOREPORTAGE
BIJLAGE 9 KWALITEITSBORING EN ONAFHANKELIJKHEIDSVERKLARING
AGEL adviseurs
KWALITEITSBORGING AGEL adviseurs heeft het bodemonderzoek uitgevoerd volgens de wettelijk voorgeschreven Kwalibo vereisten zoals opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit en bijbehorende Regeling. De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door AGEL adviseurs conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en bijbehorende protocollen: " Protocol 2001: op 20 mei 2019 door M.P. van Ast en 29 augustus door B.C.M.M. Snepvangers; " Protocol 2002: op 27 mei 2019 door B.C.M.M. Snepvangers; " Protocol 2018: op 2 juli en 7 augustus 2019 door C.J.M. van Laarhoven, B.C.M.M. Snepvangers en A. Jongbloed. AGEL adviseurs is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20258) en erkend door Rijkswaterstaat Leefomgeving. De heren M.P. van Ast, B.C.M.M. Snepvangers en C.J.M. van Laarhoven zijn ervaren en geregistreerde veldwerkers. De heer Jongbloed is een veldmedeweker in opleiding. Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door Eurofins OMEGAM Laboratoria te Amsterdam. Eurofins OMEGAM Laboratoria te Amsterdam voldoet aan de accreditatiecriteria voor testlaboratoria zoals vastgelegd in NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 door de RvA (L086). De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de accreditatie AS3000 waarvoor Eurofins OMEGAM Laboratoria door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is aangewezen als erkend laboratorium.
ONAFHANKELIJKHEIDSVERKLARING AGEL adviseurs heeft geen persoonlijke banden of zakelijke belangen bij de onderzoekspercelen en/of de perceelseigenaren, zoals bedoeld in de BRL 2000. Daarmee is de onafhankelijkheid van AGEL adviseurs in dit onderzoek gewaarborgd. Het procescertificaat van AGEL adviseurs en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten betreffende de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever, die (ingeval van monsters van grond of bouwstoffen voor nuttige toepassing) dan zelf erkend is volgens deze beoordelings richtlijn.
A G E L adviseurs
Postbus 4156 4900 CD Oosterhout Hoevestein 20b 4903SC Oosterhout
ruimte infra bouw milieu
0162 - 456481 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Woningbouw Antwerpsestraat 42-48 Putte, ontwerp
56
A
G
E
L
adviseurs
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Antwerpsestraat 42-48 te Putte
onze omgeving creëren
ruimte infra bouw milieu
G E
ad v1seurs
ruimte infra bouw milieu
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Antwerpsestraat 42-48 te Putte
Opdrachtgever
De Nieuwe Hoorn Exploitatie B.V. Postbus 53 4645 ZH PUTTE
Projectnummer
20170038
Status rapport/ versie nr.
Definitief 02
Datum
7 juli 2020
Opgesteld door
mw. ing. G.J. Andries
Gecontroleerd door
ir. H.J.M. Schipperen
Voor akkoord
T-E van Dalen
Versie nr.
Datum
Paraaf
Omschrijving
Opgesteld door
Gecontroleerd door
D01
18-07-2019
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
MA
ES
D02
07-07-2020
Tekstuele aanpassing
MA
ES
Normec
Postbus 4156 4900 CD Oosterhout Hoevestein 20b 4903 Oosterhout
se
t.(0162) 456481 f.(0162) 435588 info@ageladviseurs.n 1 www.ageladviseu rs.n 1
Normec
Normec
VCA*
1SO9001
A
G
E
L
adviseurs D02 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Antwerpsestraat 42-48 te Putte
INHOUD
ruimte infra bouw milieu
20170038 juli 2020 blad 1
blz.
1
INLEIDING
2
2
RUIMTELIJKE ONTWIKKELING 2.1 Situering plangebied
3 3
2.2
3
3
WETTELIJK KADER 3.1 Algemeen
5 5
3.2 Wet ruimtelijke ordening UITGANGSPUNTEN ONDERZOEK
5 6
4.1
Verkeersvariabelen
6
4.2
Rekenmethode
6
4.3
Modelinvoergegevens
7
4
Omschrijving ruimtelijke ontwikkeling
5
4.4 Modelweergave REKENRESULTATEN
7 8
6
CONCLUSIE
9
BIJLAGEN
1 2 3
Figuren Invoergegevens rekenmodel Rekenresultaten
© AGEL adviseurs 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
A i G* E L adviseurs D02 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Antwerpsestraat 42-48 te Putte
1
ruimte infra bouw milieu
20170038 juli 2020 blad 2
INLEIDING
In het kader van de RO procedure voor een ruimtelijke ontwikkeling dient een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai te worden uitgevoerd. De ruimtelijke ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een appartementencomplex aan de Antwerpsestraat 42-48 te Putte en is niet gelegen binnen de geluidzone van een weg. De Nieuwe Hoorn Exploitatie B.V. heeft aan AGEL adviseurs opdracht verstrekt om het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uit te voeren. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting op de geluidgevoelige functies binnen de ruimtelijke ontwikkeling als gevolg van het wegverkeer en te beoordelen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
A
G
E
L
adviseurs D02 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Antwerpsestraat 42-48 te Putte
2
RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
2.1
Situering plangebied
ruimte infra bouw milieu
20170038 juli 2020 blad 3
Het plangebied is gelegen aan de Antwerpsestraat 42-48 in het centrum van Putte. In figuur 2.1 is de situering van het plangebied ten opzichte van de omgeving weergegeven. Figuur 2.1: Situering plangebied met de pianiocatie rood omiijnd (bron: Google Maps)
Rabobank \ ? '.ZuidwestiBrabańt;.
ŗŗ
-
n
ļP Op^p VooraeelsnopJŞĮ
ĮDe'Pūťse Vishandel] ţ’Ziēeman Puttejļ Antwerpsestraat
Tervoplëin
Slijterij t Stoopke*Jö
^ ^Chinees Indisch, Restaurant Tin Sing •^Primera Putte Ŵ
Kruidvat
Pľiarmades J Apotheek Putte Ŭ *
Sint-Dionysiuskerk V T
'jordaėnsspléìn
Ozo Ľeul
2.2
Omschrijving ruimtelijke ontwikkeling
De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een kleinschalig appartementencomplex. Figuur 2.2 geeft een impressie van het plan.
A
G
E
L
adviseurs D02 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Antwerpsestraat 42-48 te Putte
ruimte infra bouw milieu
20170038 juli 2020 blad 4
Figuur 2.2: Impressie van het plan
įSiįjļUĮj
:âm:
A
G
E
L
adviseurs D02 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Antwerpsestraat 42-48 te Putte
3
WETTELIJK KADER
3.1
Algemeen
ruimte infra bouw milieu
20170038 juli 2020 blad 5
Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling met woningen, geluidsgevoelige gebouwen, nieuwe wegen en de reconstructie van bestaande wegen dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder (Wgh) en dat er, op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Indien van toepassing dient aanvullend te worden aangetoond dat voldaan wordt aan het gemeentelijk geluidbeleid. De Wgh is alleen van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde zone van een weg. Een akoestisch onderzoek in het kader van de Wgh is daarom alleen noodzakelijk wanneer de ontwikkeling plaatsvindt binnen een zone van een weg en waarbij sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van geluidsgevoelige bestemmingen. In de voorliggende situatie vind de ontwikkeling niet plaats binnen de zone van een weg zodat een akoestisch onderzoek in het kader van de Wgh niet aan de orde is. Wel dien t e worden aangetoond dat er geen sprake is van onaanvaardbare negatieve effecten op het woon- en leefklimaat als gevolg van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Als toetsingskader wordt gebruik gemaakt van de classificering van de kwaliteit van de akoestische omgeving zoals hierna in deze rapportage wordt omschreven. 3.2
Wet ruimtelijke ordening
Bij een nieuwe ontwikkeling dient op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), in het kader van een goede ruimtelijke ordening, het akoestisch klimaat inzichtelijk te worden gemaakt en te worden beoordeeld indien er sprake is van geluidsgevoelige bestemmingen ter plaatse van of nabij de ruimtelijke ontwikkeling. Het akoestisch klimaat wordt bepaald door alle aanwezige geluidsbronnen samen. In dat kader dienen ook de niet gezoneerde wegen bij de beoordeling te worden betrokken. Aangetoond dient te worden dat als gevolg van de gecumuleerde geluidsbelasting geen sprake is van onaanvaardbare negatieve effecten op het woon- en leefklimaat. De aftrek conform art 110g Wgh wordt hierbij niet toegepast. Als toetsingskader voor een beoordeling in het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt uitgegaan van een toetsing aan de Milieukwaliteitsmaat (MKM Lden). De milieukwaliteitsmaat MKM Lden is een methode om de gecumuleerde geluidsbelasting te beoordelen op hinderlijkheid. Tabel 3.1 toont de classificering van de kwaliteit van de akoestische omgeving in Lden. Tabel 3.1: Ciassifcering van de kwaliteit van de akoestische omgeving in Lden Gecumuleerde Lden
Classificering milieukwaliteit
S 50
goed
51 - 55
redelijk
O
1
LD
LD LD
61 - 65
matig tamelijk slecht
66 - 70
slecht
2 70
zeer slecht
A
G
E
L
adviseurs D02 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Antwerpsestraat 42-48 te Putte
4
UITGANGSPUNTEN ONDERZOEK
4.1
Verkeersvariabelen
ruimte infra bouw milieu
20170038 juli 2020 blad 6
Met betrekking tot de verkeersintensiteiten van de wegen wordt uitgegaan van telgegevens zoals aangeleverd door de gemeente Woensdrecht. Aangeleverde gegevens betreffen telgegevens uit 2014 van de Antwerpsestraat en de Tulpstraat. In overleg met de gemeente Woensdrecht is besloten om in de voorliggende situatie voor de Antwerpsestraat uit te gaan van de aangeleverde telgegevens waarbij de etmaalintensiteit wordt opgehoogd van 2014 naar 2030 rekening houdend met een autonome groei van 1/ per jaar. Verder is in overleg met d gemeente besloten om voor de Breestraat uit te gaan van de gegevens voor de Tulpstraat. Ook hier wordt de etmaalintensiteit opgehoogd van 2014 naar 2030 rekening houdend met een autonome groei van 1/ per jaar. De verkeersintensiteit voor de Molenstraat is vastgesteld aan de hand van het aantal en type woning dat ontsluit via deze straat. Voor de verdeling over de beoordelingsperioden en voertuigcategorieën wordt aangesloten op de telgegevens van de Tulpstraat. uit te gaan van de gegevens zoals samengevat in tabel 4.1. Tabel 4.1: Verkeersgegevens 2030 Antwerpsestraat
Breestraat
Molenstraat
Intensiteit 2030
7188
705
141
/o gem. dag uur
6,45
6,57
6,57
/o lv
86,6
96,8
96,8
/o mv
5,7
2,6
2,6
/o zv
7,7
0,6
0,6
/o gem. avond uur
2,93
3,04
3,04
/o lv
92,7
98,7
98,7
/o mv
3,8
1,3
1,3
/o zv
3,5
0,0
0,0
/o gem. nacht uur
1,36
1,13
1,13
/o lv
88,8
100,0
100,0
/o mv
7,4
0,0
0,0
/o zv
3,8
0,0
0,0
Voor alle wegen wordt uitgegaan van een snelheid van 30 km/uur en een elementen verharding in keper verband. 4.2
Rekenmethode
Op basis van de verkeers- en omgevingsvariabelen is voor het plangebied de geluidsbelasting van het wegverkeer berekend conform Standaardrekenmethode 2 van bijlage III van het Rmg 2012. De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma Geomilieu V4.50.
A
G
E
ruimte
L
infra bouw
adviseurs D02 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Antwerpsestraat 42-48 te Putte
Het akoestisch model bestaat uit een objectenmodel
milieu
20170038 juli 2020 blad 7
en een wegenmodel. De
berekeningsinvoer is opgenomen in de bijlage 1 (figuren) en bijlage 2 (invoergegevens).
4.3
Modelinvoergegevens
Bodemfactor Als standaard bodemfactor is een factor 0, harde bodem, aangehouden. Verhardingen zijn eveneens ingevoerd als akoestisch reflecterend met een factor 0.
Refectiefactor objecten Voor objecten wordt een reflectiefactor van 0.8 aangehouden als praktijkwaarde.
Beoordelingshoogte Als beoordelingshoogte is uitgegaan van 1,50 meter voor de begane grond, 4,50 meter voor de 1e verdieping en 7,50 meter voor de 2e verdieping. De toetspunten zijn gekoppeld aan de gevel ter bepaling van het invallend geluid.
4.4
Modelweergave
Figuur 4.1 toont een 3D weergave van het akoestisch rekenmodel.
Figuur 4.1: Akoestisch rekenmodel
A
G
E
L
adviseurs D02 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Antwerpsestraat 42-48 te Putte
5
ruimte infra bouw milieu
20170038 juli 2020 blad 8
REKENRESULTATEN
In de onderstaande figuur 5.1 zijn de gecumuleerde geluidbelastingen (excl. aftrek art. 110g Wgh) weergegeven. De volledige berekeningsresultaten zijn opgenomen in bijlage 3. Figuur 5.1: Rekenresultaten gecumuleerde geluidbelasting (exci. aftrek art.ïlũg Wgh)
İ9/69/69
İ9/69/68
İ9/69/68
i 2/52/52
Uit figuur 5.1 blijkt dat ter plaatse van de westgevel van het pand sprake is van een gecumuleerde geluidbelasting van 68 dB en 69 dB. Dit betekend een classificatie van "slecht". Ter plaatse van de zuidgevel is sprake van een classificatie "tamelijk slecht". Het grootste deel van de oostgevel heeft een classificatie goed en een klein deel redelijk. De classificatie van de noordgevel is "matig". Aangezien alle appartementen de beschikking hebben over een gevel met classificatie goed, is in de voorliggende situatie, ondanks de hoge gevelbelasting, toch sprake van een goede ruimtelijke ordening. Overwogen kan worden om de meest geluidbelastte gevels van de appartementen te voorzien van extra geluidwerende voorzieningen.
A i G*
E
L
adviseurs
D02 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Antwerpsestraat 42-48 te Putte
6
ruimte infra bouw milieu
20170038 juli 2020 blad 9
CONCLUSIE
In het kader van de RO procedure voor een ruimtelijke ontwikkeling een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De ruimtelijke ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een appartementencomplex aan de Antwerpsestraat 42-48 te Putte. De planlocatie is niet gelegen binnen de zone van een weg zodat uitsluitend een toets in het kader van een goede ruimtelijke ordening aan de orde is. De Nieuwe Hoorn Exploitatie B.V heeft aan AGEL adviseurs opdracht verstrekt om het akoestisch onderzoek uit te voeren. De verkeersgegevens zijn beschikbaar gesteld door de gemeente Woensdrecht en in overleg met de gemeente omgerekend naar de relevante wegen en 2030. De geluidsbelastingen zijn berekend met de Standaardrekenmethode 2 van bijlage III van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma Geomilieu V4.50. Uit de rekenresultaten blijkt dat ter plaatse van de west- en zuidgevel van het pand sprake is van een classificatie "slecht" tot "tamelijk slecht". Aangezien alle appartementen de beschikking hebben over een gevel met classificatie "goed", kan de voorliggende situatie toch worden aangemerkt als goede ruimtelijke ordening. Overwogen kan worden om de meest geluidbelaste gevels te voorzien van extra geluidwerende voorzieningen
BIJLAGE 1 FIGUREN
D02 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
AGEL adviseurs
Antwerpsestraat 42-48 te Putte
20170038, bijlage 1
m
40. i schaal = 1 : 1000
374900
gntw
jt
374800
374700
85800 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [mei/juni 2019 (D01) - verkeersmodel] , Geomilieu V4.50
Figuur 1: Situatie (plangebied groen omrand)
85900
D02 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
AGEL adviseurs
Antwerpsestraat 42-48 te Putte
20170038, bijlage 1
0m
374900
schaal = 1 : 1000
03
02
374800
01
374700
85800 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [mei/juni 2019 (D01) - verkeersmodel] , Geomilieu V4.50
Figuur 2: Bodemgebieden en gebouwen
85900
D02 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
AGEL adviseurs
Antwerpsestraat 42-48 te Putte
20170038, bijlage 1
374900 0m
40 m schaal = 1 : 1000
374800
374700
85800 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [mei/juni 2019 (D01) - verkeersmodel] , Geomilieu V4.50
Figuur 3: Toetspunten
85900
D02 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
AGEL adviseurs
Antwerpsestraat 42-48 te Putte
20170038, bijlage 1
374900 40, m schaal = 1 : 1000
374800
374700
85800 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [mei/juni 2019 (D01) - verkeersmodel] , Geomilieu V4.50
Figuur 4: Wegen
85900
BIJLAGE 2 INVOERGEGEVENS REKENMODEL
D02 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Antwerpsestraat 42-48 te Putte Model: Groep:
Naam 01 02 03 04
AGEL adviseurs 20170038, bijlage 2
verkeersmodel (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. Antwerpsestraat Breestraat Molenstraat parkeerterrein
Geomilieu V4.50
Bf 0,00 0,00 0,00 0,00
18-7-2019 14:01:28
D02 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Antwerpsestraat 42-48 te Putte Model: Groep:
Naam 01 02 03 04 05
AGEL adviseurs 20170038, bijlage 2
verkeersmodel (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr.
Hoogte 8,00 6,00 8,00 8,00 4,00
Refl. 63 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 125 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 250 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 500 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 1k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 2k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 4k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 8k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
06 07 08 09 10
6,00 6,00 8,00 8,00 8,00
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
11 12 13 14 15
3,00 8,00 8,00 8,00 12,00
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
16 17 18 19 20
8,00 8,00 5,00 8,00 6,00
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
21 22 23 24 25
7,00 5,00 6,00 5,00 9,00
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Bouwplan
Geomilieu V4.50
18-7-2019 14:02:18
D02 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Antwerpsestraat 42-48 te Putte Model: Groep:
AGEL adviseurs 20170038, bijlage 2
verkeersmodel (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam 01 02 03 04 05
Omschr. App. 1 voor App. 2 voor App. 3 voor App. 4 voor App. 5 voor
X 85814,80 85815,99 85817,00 85818,47 85819,67
Y 374803,09 374797,04 374791,86 374784,16 374777,99
Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
Hoogte B 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
Hoogte C 7,50 7,50 7,50 7,50 7,50
Hoogte D ----"
Hoogte E ----"
06 07 08 09 10
App. 6 voor App. 6 zij App. 7 voor App. 7 zij App. 7 achter
85821,06 85827,18 85838,49 85840,27 85835,21
374770,76 374768,80 374770,96 374777,36 374782,64
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
7,50 7,50 7,50 7,50 7,50
----"
----"
Ja Ja Ja Ja Ja
11 12 13 14 15
App. 4 achter App. 3 achter App. 2 achter App. 1 achter App. 1 zij
85830,26 85828,90 85827,76 85826,67 85820,81
374787,07 374794,06 374800,03 374805,66 374808,02
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
7,50 7,50 7,50 7,50 7,50
------
------
Ja Ja Ja Ja Ja
Geomilieu V4.50
Hoogte F
Gevel Ja Ja Ja Ja Ja
18-7-2019 14:02:37
D02 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Antwerpsestraat 42-48 te Putte Model: Groep:
Naam 01 02 03
AGEL adviseurs 20170038, bijlage 2
verkeersmodel (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. Antwerpsestraat Breestraat Molenstraat
Geomilieu V4.50
ISO M. 0,00 0,00 0,00
Hbron 0,75 0,75 0,75
Wegdek W9a W9a W9a
Totaal aantal 7188,00 705,00 141,00
/Int(D) 6,45 6,57 6,57
/Int(A) 2,93 3,04 3,04
/Int(N) 1,36 1,13 1,13
/LV(D) 86,60 96,80 96,80
/LV(A) 92,70 98,70 98,70
/LV(N) 88,80 100,00 100,00
/MV(D) 5,70 2,60 2,60
/MV(A) 3,80 1,30 1,30
/MV(N) 7,40 ---
/ZV(D) 7,70 0,60 0,60
/ZV(A) 3,50 ---
/ZV(N) 3,80 ---
18-7-2019 14:02:54
BIJLAGE 3 REKENRESULTATEN
D02 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Antwerpsestraat 42-48 te Putte Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
AGEL adviseurs 20170038, bijlage 3
Resultatentabel verkeersmodel LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee
Naam Toetspunt 0^A 0^B 01^ 02_A 02_B
Omschrijving App. 1 voor App. 1 voor App. 1 voor App. 2 voor App. 2 voor
Hoogte 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
Dag 68,5 68,3 67,6 68,4 68,2
Avond 63,4 63,1 62,4 63,3 63,1
Nacht 60,9 60,7 60,0 60,8 60,6
Lden 69,4 69,2 68,5 69,3 69,1
02_C 03_A 03_B 03_C 04_A
App. 2 voor App. 3 voor App. 3 voor App. 3 voor App. 4 voor
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
67,5 68,3 68,1 67,4 68,3
62,4 63,2 63,0 62,3 63,1
59,9 60,7 60,5 59,8 60,7
68,4 69,3 69,1 68,4 69,2
04_B 04_C 05_A 05_B 05_C
App. 4 voor App. 4 voor App. 5 voor App. 5 voor App. 5 voor
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
68,1 67,4 68,3 68,1 67,4
63,0 62,3 63,2 63,0 62,3
60,5 59,8 60,7 60,5 59,8
69,0 68,3 69,2 69,0 68,4
06_A 06_B 06_C 07_A 07_B
App. 6 voor App. 6 voor App. 6 voor App. 6 zij App. 6 zij
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
68,4 68,2 67,5 64,0 64,1
63,2 63,1 62,4 59,1 59,2
60,7 60,6 59,9 56,1 56,3
69,3 69,1 68,5 64,9 65,0
07_C 08_A 08_B 08^ 09_A
App. 6 zij App. 7 voor App. 7 voor App. 7 voor App. 7 zij
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
63,8 61,6 61,9 61,5 51,5
58,7 56,8 57,0 56,6 47,3
56,0 53,4 53,9 53,6 42,5
64,6 62,3 62,7 62,3 52,0
09_B 09_C 10_A ^B 10_C
App. 7 zij App. 7 zij App. 7 achter App. 7 achter App. 7 achter
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
51,7 51,4 43,0 45,4 47,4
47,4 47,1 38,1 40,4 42,3
42,7 42,3 34,8 37,4 39,5
52,2 51,8 43,7 46,2 48,2
11_A 11_B 11_C ^A 12_B
App. 4 achter App. 4 achter App. 4 achter App. 3 achter App. 3 achter
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
44,8 46,1 46,8 45,2 46,6
40,3 41,6 42,3 40,7 42,2
36,3 37,5 38,3 36,5 37,9
45,4 46,7 47,4 45,8 47,2
12_C 13_A 13_B 13^ 14_A
App. 3 achter App. 2 achter App. 2 achter App. 2 achter App. 1 achter
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
47,2 45,0 46,5 47,2 44,5
42,7 40,5 42,0 42,6 40,0
38,6 36,4 37,8 38,5 35,7
47,8 45,6 47,0 47,7 45,0
14_B 14_C 15_A ^B 15_C
App. 1 achter App. 1 achter App. 1 zij App. 1 zij App. 1 zij
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
46,0 46,6 55,6 55,7 56,4
41,6 42,1 50,5 50,6 51,1
37,2 37,9 48,0 48,1 48,7
46,5 47,2 56,6 56,6 57,3
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V4.50
18-7-2019 14:03:13
A G E L adviseurs
Postbus 4156 4900 CD Oosterhout Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout
ruimte infra bouw milieu
0162 - 456481 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl
Bijlage 4
Stikstofonderzoek
Woningbouw Antwerpsestraat 42-48 Putte, ontwerp
81
A
G
E
L
adviseurs
ruimte infra bouw milieu
Memo Datum
:
3 maart 2021
Bestemd voor
:
Bouwgroep De Nijs - Soffers
Van
:
ir. H.J.M. Schipperen
Projectnummer
:
20170038
Betreft
:
Stikstofdepositie ten gevolge van de ontwikkeling van 21 appartementen aan de Antwerpsestraat 42-48 in Putte
1
Inleiding
Bouwgroep De Nijs - Soffers (hierna: De Nijs) heeft het voornemen op de locatie Antwerpsestraat 42-48 in Putte nieuwbouw te plegen waarmee 21 appartementen mogelijk worden gemaakt. Omdat het geldende bestemmingsplan deze ontwikkeling niet toelaat, wordt een planologische procedure doorlopen. In opdracht van De Nijs heeft AGEL adviseurs een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd voor deze planologische procedure aangezien het plangebied binnen de invloedsfeer van Natura 2000-gebied is gelegen. De ligging van de ontwikkeling is in figuur 1 weergegeven.
■v y/s
| «ŗ*"
-y
Figuur 1: Ligging ontwikkeling
In figuur 2 is de inrichtingstekening weergegeven.
Normec
BIK*
Normec
Normec
■ UI IUI ~ m b iso v Ķj 9001 ^
Pagina 1 van 7
•BBB
«■B VCA*
Postbus 4156 4900 CD Oosterhout Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout
t. 0162 - 456481 f. 0162 - 435588 e. info@ageladviseurs.nl i. www.ageladviseurs.nl
III I ISO 9001
Op alle door ons aanvaarde opdrachten en verrichte werkzaamheden zijn de 'De rechtsverhouding opdrachtgever-architect, ingenieur en adviseur DNR 2011 herzien (juli 2013)' van toepassing. De DNR 2011 herzien (juli 2013) wordt op verzoek toegezonden. Btw nr. NL800203823B01 - IBAN NL72ABNA0594482291 - BIC ABNANL2A - KvK Breda 20051141
A
G
E
L
adviseurs 3 maart 2021 Memo stikstofdepositie Antwerpsestraat 42-48, Putte
Terv
ruimte infra bouw milieu
20170038 blad 2
ain
ptfiMnmŭiitn
juun nnnn
Breestraar
Figuur 2: Inríchtingstekening (Inbo - november 2019)
Verspreid in Nederland liggen 118 Natura 2000-gebieden met overbelaste stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van (dier)soorten (hierna: 'habitattypen'). Voor activiteiten waarbij stikstof vrijkomt moet daarom worden onderzocht wat de effecten zijn op de beschermde Natura 2000-gebieden. Doel van dit onderzoek is het bepalen wat de bijdrage van het plan aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden is. Vervolgens is bepaald of deze resultaten leiden tot mogelijk significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en of een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is.
2
Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa, de bescherming van planten, dieren, bossen en andere houtopstanden. De Wnb geeft uitvoering aan de verplichtingen van de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De gebiedsbescherming in de Wnb richt zich uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Handelingen of activiteiten binnen en buiten beschermde natuurgebieden die schadelijk kunnen zijn voor de doelstellingen van het gebied zijn verboden, tenzij door het bevoegd gezag hier vergunning voor is verleend. Stikstof vormt een van de grootste belemmeringen voor het behalen van de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen. In 118 van de Nederlandse Natura 2000-gebieden kunnen zich stikstofgevoelige habitattypen bevinden.
Pagina 2 van 7
A
G
E
L
adviseurs 3 maart 2021 Memo stikstofdepositie Antwerpsestraat 42-48, Putte
ruimte infra bouw milieu
20170038 blad 3
Op grond van artikel 2.7, tweede lid, Wnb is vastgelegd dat het verboden is zonder vergunning van gedeputeerde staten van de provincie een project te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Samengevat betekent dit dat wanneer een plan gevolgen heeft voor het gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied niet in gevaar brengt, significante gevolgen zijn uitgesloten. Indien uit onderzoek (de voortoets) blijkt dat significant negatieve effecten op de instandhoudings doelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden niet kunnen worden uitgesloten, dan moet een vervolgonderzoek worden uitgevoerd (de ’passende beoordeling') en dient een Wnb vergunning te worden aangevraagd. Indien op basis van objectieve gegevens blijkt dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie, kan in ieder geval worden geconcludeerd dat er geen significant negatieve effecten zijn te verwachten voor de instandhoudingsdoelen van het betrokken Natura 2000-gebied. 3
Natura 2000-gebied
In de omgeving van Putte ligt het Natura 2000-gebied 'Brabantse Wal'. In figuur 3 is het Natura 2000gebied weergegeven ten opzichte van het plangebied.
Brabantse Wal
Brabantse
.Ceiiadalaan
Figuur 3: Ligging Natura 2000-gebieden t o.v. hetplangebied; plangebied met rode stip aangeduid (screenshotAERIUS-caicuiator)
Pagina 3 van 7
A
G
E
L
adviseurs 3 maart 2021 Memo stikstofdepositie Antwerpsestraat 42-48, Putte
4
ruimte infra bouw milieu
20170038 blad 4
Omschrijving bouwfase
Voor het bouwbedrijf is het in het huidige stadium niet mogelijk om gedetailleerde bouwactiviteiten te prognosticeren. Voor het in beeld brengen van de mogelijke stikstofdepositie tijdens de bouwfase, is derhalve initieel gebruik gemaakt van kentallen, aannames en handreikingen. In de onderhavige situatie is gebruik gemaakt van informatie afkomstig uit het rapport van bureau Waardenburg, ’Woningbouw en Natura-2000', https://www.stikstof.info/vuistregels woningbouw. Dit rapport wordt genoemd als bron in de 'Handreiking woningbouw en AERIUS', een publicatie van de Rijksoverheid, januari 2020 | 20400607. In genoemd rapport zijn in tabel 1 een aantal aannames opgenomen voor het in te zetten materieel tijdens het realiseren van 5 grondgebonden woningen. Deze tabel is hierna weergegeven.
Tabel 1
Aannames voor in te zetten materieel tì/dens net realiseren van 5 grondgebonden woningen en 5 appartementen uitgedrukt in totaal aantal draaiuren. Voor af hei materieel is uitgegaan van een bouwjaar 2015 of recenter.
Materieel
AERIUS
Grondgebonden woningen
Ap parte men ten
Graafwerkzaamheden bouwput
Graafmachine (200kw)
so
so
Verrijker 10 ton
Reach stacker (250kw)
lOŪ
200
Heien (heistelling)
Hijskraan (lOŬkw)
40
40
Fundering (truckrnixef)
Dumper (32Űkw)
40
40
Hijskraan tbv transporten op de bouw
Hijskraan (450kw)
zoo
Elektrisch
Zwaar transport (# vb)9
Zwaar vrachtverkeer
SS
ĪS6
2S5
450
Middelzwaar vrachtverkeer 1 Totaal aantal transportbewegingen.
De getallen volgens tabel 1 met betrekking tot 5 appartementen zijn voor zowel het materieel als verkeersbewegingen geëxtrapoleerd naar het aantal van 21 appartementen, waarop dit plan betrekking heeft. Vooruitlopend op het rekenresultaat, die een overschrijding aangeeft, worden in afwijking van het bovenstaande alle mobiele werktuigen als zijnde electrisch aangedreven gemodelleerd. Dit wordt geborgd in de regels van het bestemmingsplan. Hier kan vanaf worden geweken als ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen door middel van een berekening wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de op dat moment geldende regels voor stikstof. In het jaar 2021 kunnen de bouwactiviteiten plaatsvinden waardoor dit jaar als zichtjaar gehanteerd wordt, waarbij de emissie en derhalve de depositiewaarde het hoogst is. Voor het bouwverkeer is de aanname gedaan dat dit verkeer uitsluitend uit Nederland afkomstig zal zijn. De rijroute is ingevoerd vanaf de ontsluiting van het plan naar het noorden tot de kruising met de Van Niftrikstraat/Graaf Moretuslaan. De voertuigbewegingen op de openbare wegen worden beschouwd totdat deze zijn geacht opgenomen te zijn in het heersende verkeersbeeld.
Pagina 4 van 7
A
G
E
L
adviseurs 3 maart 2021 Memo stikstofdepositie Antwerpsestraat 42-48, Putte
ruimte infra bouw milieu
20170038 blad 5
Volgens de Raad van State is dit het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Vanaf de Van Niftrikstraat Z Graaf Moretuslaan naar het noorden is het verkeer niet meer onderscheidend. De snelheid van de voertuigen is gemodelleerd als "binnen de bebouwde kom". De emissies van de voertuigen zijn standaard opgenomen in de AERIUS-calculator. In figuur 4 is de modellering van het bouwverkeer in de Aerius calculator weergegeven. V'
Gi ü»
Rt a
àswaal
.1 iň.-ą.I
Figuur 4: Modellering verkeer bouwfase
5
Omschrijving gebruiksfase
De gebruiksfase is de fase waarin de eenmaal gerealiseerde appartementen worden bewoond. De appartementen worden niet aangesloten op het gasnetwerk, maar worden gasloos verwarmd; ook koken gebeurd gasloos. De emissie van stikstof tijdens deze fase wordt dan ook uitsluitend veroorzaakt door de verkeersaantrekkende werking. De verkeersgeneratie van het plan kan worden afgeleid uit het aantal te realiseren appartementen op basis van de kentallen van het CROW1. De kwalificatie betreft "koop, appartement, duur" en "schil centrum, zeer sterk stedelijk". Uitgegaan is van een verkeersaantrekkende werking van 6,2 lichte motorvoertuigbewegingen per etmaal per appartement, in totaal dus 21 x 6,2 = 130 lichte motorvoertuigbewegingen. De berekening is uitgevoerd voor het rekenjaar 2022, dit gelet op de periode die de bouw in beslag zal nemen (10 maanden).
1 CROW 381: Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen.
Pagina 5 van 7
A
G
E
L
adviseurs 3 maart 2021 Memo stikstofdepositie Antwerpsestraat 42-48, Putte
ruimte infra bouw milieu
20170038 blad 6
De emissies van de voertuigen zijn standaard opgenomen in de Aerius Calculator. De snelheid is in de calculator ingevoerd als "binnen de bebouwde kom" vanwege de (nog) relatief lage snelheid. De rijroute is ingevoerd voor de noordelijke route tot de Van Niftrikstraat | Graaf Moretuslaan en voor de zuidelijke route tot aan de Canadalaan. Het verkeer na deze kruisingen zal volledig opgaan in het heersende verkeersbeeld; zie ook hoofdstuk 4. Uitgangspunt is dat het verkeer zich gelijkelijk (voor 500Zo) verdeeld over beide routes. In figuur 5 is de modellering van het verkeer in de gebruiksfase in de Aerius calculator weergegeven.
CALCULATOR
Zoek op kaart
NOx+NHĵ
Emissiebronnen Maak variant
gebruiksfase
Vul deze situatie aan met meer bronnen of ga verder naar Bereken.
Brabantse
Naamlabels Nieuw
mport 0
verkeer zuidelijke richting gebruiksfase
Q
verkeer noordelijke richting gebmiksf
Wis alle bronnen
IMOx
NH3
* 0,1 ton/]
í 0řl ton/j
ļtňxlaaf'
Julĩanastraat
Çanadalaan- - -
Figuur 5'. Modellering verkeer gebruiksfase
6
Resultaten van berekeningen
Voor de berekeningen is de Aerius calculator versie oktober 2020 gebruikt. In bijlage 1 en 2 is het berekeningsjournaal van de Aerius calculator gegeven inzake de bouwfase en de gebruiksfase. Uit de berekeningen blijkt dat voor zowel de bouwfase als voor de beoogde gebruiksfase op alle Natura 2000-gebieden een bijdrage van minder dan 0,00 mol|ha|jaar plaatsvindt. Figuur 6 toont de maximale depositiebijdrage mol|ha|jaar voor de bouw- en de gebruiksfase.
Pagina 6 van 7
A
G
E
L
adviseurs 3 maart 2021 Memo stikstofdepositie Antwerpsestraat 42-48, Putte CALCULATOR
bouw milieu
20170038 blad 7 CALCULATOR
NOX+NH3
Resultaten
ruimte infra
NOX+NH3
Resultaten
Grafiek
Grafiek bouwfase
gebruiksfase Er zijn geen rekenresultaten hoger dan o,oo mol/ha/j.
Er zīįn geen rekenresultaten hoger dan o,oo mol/ha/j.
BeaUi^aan
Julianastfaat
Figuur 6: Rekenresultaten Aerius-caicuiator bouwfase (links) en gebruiksfase (rechts)
Dat houdt in dat als gevolg van de planontwikkeling van de bouw- en gebruiksfase van de 21 appartementen, met betrekking tot stikstofdepositie, negatieve effecten binnen de stikstofgevoelige habitat- en leefgebieden zijn uit te sluiten. De natuurlijke kenmerken van de stikstofgevoelige gebieden blijven onaangetast. Op basis van de rekenresultaten kan derhalve worden gesteld dat de bouw- en gebruiksfase niet leiden tot een significant negatief effect als gevolg van stikstofdepositie op stikstofgevoelige gebieden binnen Natura 2000-gebieden. 7
Conclusie
De bouw- en gebruiksfase van de 21 appartementen aan de Antwerpsestraat 42-48 in Putte leidt niet tot significant negatieve effecten ten aanzien van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Alle mobiele werktuigen zijn in onderhavige memo als zijnde electrisch aangedreven gemodelleerd. Dit wordt geborgd in de regels van het bestemmingsplan. Hier kan vanaf worden geweken als ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen door middel van een berekening wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de op dat moment geldende regels voor stikstof.
Bijlagen 1 2
Berekeningsjournaal Aerius calculator bouwfase Berekeningsjournaal Aerius calculator gebruiksfase
Pagina 7 van 7
BIJLAGE 1 UITGANGSPUNTEN BOUWFASE EN BEREKENINGSJOURNAAL AERIUS BOUWFASE
Project: Bouw van 21 appartementen Antwerpsestraat 42-48 Putte AGEL Adviseurs Projectnummer: 20170038 Zichtjaar 2021