2021-07-07 Bijlage A 1. Concept advies WSD windpark ZEBRA.pdf
Tekst van het document
In het uiteindelijke voorkeursalternatief (VKA) blijkt uit de rekenbijlagen dat alle 19 turbines moeten worden voorzien van een stilstandvoorziening.
9/11
Op basis van de uiteindelijke variant (type turbine) zal bekend worden hoe dit specifiek per turbine zal worden ingeregeld. Een expliciete beoordeling van het woon- en leefklimaat (in het kader van een goede ruimtelijke ordening) in relatie tot het onderwerp “slagschaduw” wordt door Pondera in haar rapportage achterwege gelaten. In de VNGpublicatie “Bedrijven en milieuzonering” wordt de visuele hinder van windmolens hiertoe echter aangegeven met een index van 1, 2 of 3 (zie ook paragraaf 2.2 van voorliggend advies). De wiek- of rotordiameter van alle in het onderzoek beschouwde windturbines is groter dan 50 meter. Deze windturbines hebben derhalve visuele hinder index van 3. De bepaling van de index is overigens subjectief en niet eenduidig. De index voor visuele hinder heeft daardoor slechts een signaalfunctie. De aanvaarbaarheid hiervan dient door de gemeente beoordeeld te worden waarbij er een integrale afweging van belangen dient plaats te vinden.
4. Conclusie Op grond van het door Pondera opgestelde rapport met betrekking tot het geprojecteerde windpark ZE-BRA kan het volgende worden opgemerkt. Geluid Door Pondera is in haar berekeningen van het VKA (VoorKeursAlternatief) een relatief luidruchtige windturbine van Siemens Gamesa (SG145) en minder luidruchtige van Enercon (E138) als nieuwe turbine als (worst case) uitgangspunt genomen. De invoergegevens van de in het rekenmodel (Geomilieu) gehanteerde windturbines zijn verifieerbaar (m.n. windsnelheidsafhankelijke geluidvermogenniveau en emissieterm LE) en hiermee akkoord bevonden. Zonder geluidmaatregelen wordt ter plaatse van 6 (niet-molenaars) woningen niet voldaan aan de geluidgrenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Door het treffen van mitigerende geluidmaatregelen (geluidmodus of beperken bedrijfsduur) kan ter plaatse van alle (nietmolenaars) woningen worden voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer t.w. Lden = 47 dB en Lnight = 41 dB. Ter plaatse van 6 (SG145) of 7 (E138) molenaarswoningen wordt de toegestane geluidbelasting echter overschreden. Uit het akoestisch onderzoek van Pondera blijkt niet op grond van welk criterium (technisch, organisatorisch en/of functioneel) ieder van de als molenaarswoning gekwalificeerde geluidgevoelige bestemmingen een binding hebben met het toekomstige windpark ZE-BRA.
Het enkele feit dat iemand een vergoeding ontvangt voor het accepteren van een hogere geluidbelasting is niet zoals de wetgever de bescherming van woningen heeft bedoeld.
10/11
De cumulatieve geluidbelasting bedraagt ten hoogste 74 dB in geval van windturbines van het type SG145 en 69 dB(A) bij E138. Het feit dat deze geluidbelasting optreedt ter plaatse van een molenaarswoning is van ondergeschikt belang; er moet immers ook voor deze woningen sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ter plaatse van 8 en 7 woningen bij respectievelijk windturbines van het type SG145 en E138 sprake is van een onvoldoende milieugezondheidkwaliteit. In de bestaande situatie (referentie) is de milieugezondheid (zeer) ter plaatse van deze woningen matig. Door Pondera wordt echter niet gemotiveerd waarom deze nieuwe situatie (ruimtelijk gezien) aanvaardbaar is. Op grond van het rapport kan verder geconcludeerd worden dat voor het merendeel van de beschouwde woningen met de realisatie van het nieuwe windpark sprake is van een duidelijke verslechtering van het akoestische klimaat c.q. het woonen leefklimaat. Slagschaduw Op basis van de in WindPRO uitgevoerde slagschaduw berekeningen kan gesteld worden dat hinder ten gevolge van slagschaduw op omliggende woningen te verwachten is. In de berekening is rekening gehouden met de “cumulatie” ten gevolge van alle aanwezige windturbines (van nabijgelegen windparken). De berekeningen zijn op een juiste wijze uitgevoerd.
Duidelijk is dat ter voorkoming van hinder ten gevolge van slagschaduw stilstandvoorzieningen gerealiseerd zullen moeten worden. Afhankelijk van de uiteindelijke variant (type turbine) zal bekend worden welke van de windturbines moeten worden voorzien van een stilstandvoorziening.
Datum waarop het advies is gepubliceerd
Tilburg, 25 maart 2021
Ondertekening
Goedgekeurd door
Gerald van Grunsven
Michiel de Ruiter
Specialist Geluid en Trillingen
Specialist Geluid en Trillingen
11/11
ADVIES EXTERNE VEILIGHEID nr. Z2021-011252EV d.d. 10-03-2021 Inrichting/ ruimtelijk plan:
Windpark ZE-BRA
Adres/Plaats inrichting:
Reimerswaal en Woensdrecht
Adviesaanvrager:
Wilfried Michels
Zaaknummer hoofdzaak:
2021-010336
Zaaknummer subzaak:
2021-011252
Adviseur:
Rudy Bos
Collegiale toetsing:
Kees Aarts
Kopie aan: Bronnen: 1.
Milieueffectrapport Windpark ZE-BRA, 12-02-2021
2.
Analyse externe veiligheid Windpark ZE-BRA, 9 februari 2021
Vraag Beoordeling externe veiligheidsrisico’s realisatie windpark Antwoord op vraag (conclusie) De externe veiligheidsrisico’s die de plaatsing van de windturbines met zich meebrengt, resulteert niet in onacceptabele risico’s in Woensdrecht. Er wordt voldaan aan de eisen en richtlijnen uit het activiteitenbesluit, Bevi, Bevb en de overige aandachtspunten zoals opgenomen in het Handboek risicozonering windturbines. Advies Instemmen met de rapportage.
Achtergrond Eneco, Lindewind en Zeeuwind zijn voornemens om in aansluiting op de bestaande en recent gerealiseerde windparken Kreekraksluizen en Kabeljauwbeek een nieuw windpark te realiseren: Windpark ZE-BRA. Windpark ZE-BRA bestaat uit de bouw en exploitatie van een windpark van 19 windturbines met een maximale tiphoogte van 200 meter. Onderdeel van het project is ook de verwijdering van de bestaande windparken Anna-Mariapolder (16 windturbines), Bath (2 windturbines) en de solitaire windturbine in Woensdrecht (1 windturbine). Van de 19 voorgenomen windturbines zijn er 14 gelegen in de gemeente Reimerswaal (provincie Zeeland) en 5 in de gemeente Woensdrecht. Van één van de in de gemeente Reimerswaal gelegen windturbines reikt de maximale werpafstand bij overtoeren tot in de gemeente Woensdrecht. Voor de beoordeling van de externe veiligheidsrisico’s in de gemeente Woensdrecht zijn uitsluitend de windturbines beschouwd die zijn gelegen in Woensdrecht en de windturbine waarvan de maximale effectafstand bij overtoeren over Woensdrecht is gelegen. De overige windturbines kunnen niet resulteren in externe veiligheidsrisico’s in Woensdrecht.
Pagina 1 van 2
Om inzicht te geven in de mogelijkheden en risico’s wordt in de MER gebruik gemaakt van een bandbreedte voor de toe te passen afmetingen van de windturbines. De bandbreedtes zijn:
ashoogte: 110 m – 130 m
rotordiameter: 125 m – 160 m
maximale tiphoogte: 200 m
Op basis van bovenstaande dimensies is een lijst met windturbines opgesteld die mogelijk gerealiseerd zouden kunnen worden binnen de aangegeven bandbreedtes, om daarmee de maximale effecten op het gebied van externe veiligheid te kunnen bepalen. Inhoudelijke beoordeling De rapportage geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Uit de rapportage blijkt dat de externe veiligheidsrisico’s die de plaatsing van de windturbines met zich meebrengt niet resulteren in onacceptabele risico’s in Woensdrecht. Er wordt voldaan aan de eisen en richtlijnen uit het activiteitenbesluit, Bevi, Bevb en de overige aandachtspunten zoals opgenomen in het Handboek risicozonering windturbines. Met de rapportage kan zodoende worden ingestemd. Opgemerkt wordt dat binnen de PR10-6 contour (maar buiten de PR10-5 contour) van windturbine 14 (WTG 14) op dit moment één bedrijfswoning is gerealiseerd. Deze woning bevindt zich in Woensdrecht. Bedrijfswoningen van derden worden conform het Bevi als beperkt kwetsbaar object aangemerkt. Vandaar dat de aanwezigheid van deze woning binnen de PR10-6 contour is toegestaan. Conform het (ontwerp) bestemmingsplan ‘Buitengebied’ zijn binnen de PR10-6 contour (maar buiten de PR10-5 contour) nog twee bouwvlakken aanwezig waar om dit moment (nog) geen gebouwen gerealiseerd zijn. Deze bouwvlakken liggen in Reimerswaal.
Conform het bestemmingsplan zijn binnen de bouwvlakken onder andere bedrijfswoningen toegestaan. Kwetsbare objecten kunnen niet worden gerealiseerd. Ook indien in de toekomst binnen de bouwvlakken gebouwen worden gerealiseerd, geldt dat er uitsluitend beperkt kwetsbare objecten aanwezig zijn binnen de PR10-6. Hiermee wordt voldaan aan de eisen voor het plaatsgebonden risico zoals opgenomen in het activiteitenbesluit.
Pagina 2 van 2
Beoordeling landschap windpark ZE-BRA Het is technisch gezien onmogelijk om windmolens landschappelijk in te passen in die zin dat hun visuele impact in het landschap wordt verhuld. De manier van plaatsen, waarbij rekening houdend met landschapsstructuren en andere relevante facetten is daarom van belang. Bevindingen v.w.b. Woensdrechts grondgebied Het aantal turbines is, op Woensdrechts grondgebied terug gebracht naar 2 (turbines 15 en 17), dat wil zeggen dat de landschappelijke c.q. ruimtelijke impact aanzienlijk is gereduceerd. Ten aanzien van het resterende windpark het volgende: -
-
-
Turbine 15 volgt grofweg de lijn c.q. bocht van turbines die vanuit Zeeland de provinciegrens oversteekt richting de kern Ossendrecht. Vanaf het standpunt Langeweg (wat het meest logische standpunt is om aan de hand van het bestaande park het nieuwe park te toetsen) staat turbine 15 daarmee op een logische plek. In lijn met het nieuwe park en op een logische afstand vanaf het bestaande park; WT-17 is als meest oostelijke nieuwe turbine ruimtelijke gezien logisch. Als absoluut eindpunt van het park is de positie bepalend voor het geheel; Turbine 17 wijkt van de lijn, wat vanaf het standpunt Aanwas/Langeweg landschappelijk / ruimtelijk een onrustig beeld geeft; WT-17 is daarmee (zeker in verhouding tot WT-15) minder landschappelijk aanvaardbaar en het geniet de voorkeur om WT-17 zuidelijker te plaatsen waarmee aan het principe van een lijnvormig element (ondanks afwijkende openingen onderling) optimaal tegemoet gekomen wordt; Het naar het zuiden verplaatsen zorgt tevens voor het vergroten van de afstand tussen WT-17 en de kern Ossendrecht en het vergroten van de tussenliggende open ruimte, hetzij in beperkte mate;
Algemene bevindingen -
-
Het windpark als geheel is van invloed op het zicht vanaf de Brabantse Wal op de polders richting Zeeland, echter is hier in de huidige situatie reeds sprake van; Het verwijderen van het cluster-windpark in de Anna Maria polder heeft relatief weinig effect doordat de vervangende molens relatief kort achter dit oude windpark komen te staan. Het positieve landschappelijke effect is in die zin verwaarloosbaar; Het nieuwe windpark zorgt met het lijnvormige element echter voor een strak ruimtelijk beeld; Er is geen sprake meer van ‘gaten’ tussen de verschillende windparken, dat betekent dat er visueel/ruimtelijk een gesloten geheel ontstaat die de totale horizon beslaat vanaf de Belgische industrie tot (tenminste) de Kreekraksluizen (vanaf de kernen richting Zeeland gezien. Door de verschillende reeds bestaande windparken was er al slechts beperkt sprake van deze gaten; Verspringingen vanaf de meest ideale lijn zijn op deze afstand redelijkerwijs niet meer waarneembaar vanaf de kernen van Woensdrecht (WT-17 daar gelaten); Het verwijderen van de windmolen aan de Grindweg, Woensdrecht genereert landschappelijk een beter beeld op en vanaf de kern Woensdrecht c.q.
Brabantse Wal; Qua impact op de beleving vanuit de kernen lijken WT-17 en de huidige windmolen aan de Grindweg redelijk in verhouding tot elkaar, dat wil zeggen dat over het algemeen genomen de impact van de windmolens voor de gemeente als geheel gelijk blijft;