2021-07-07 Bijlage A 1. Concept advies WSD windpark ZEBRA.pdf
Tekst van het document
Gemeente Reimerswaal T.a.v. College van Burgemeester en Wethouders van Gemeente Reimerswaal en de Gemeenteraad Reimerswaal Postbus 70 4416 ZH KRUININGEN Uw kenmerk Zaaknummer Onderwerp Adviesvraag Windpark ZEBRA Datum 8 juni 2021 Bijlagen 1 t/m 8
Geachte college van burgermeester en wethouders en leden van de raad, De gemeente Woensdrecht is sinds eind 2019 nauw betrokken geraakt bij de ontwikkeling van het windpark ZEBRA. Voor dit project worden 16 molens gerealiseerd in zowel de gemeente Reimerswaal als de gemeente Woensdrecht. In de voorliggende aanvraag vraagt de gemeente Reimerswaal de gemeente Woensdrecht om advies uit te brengen inzake de positionering van 2 turbines op het grondgebied van de gemeente Woensdrecht. Inleiding Voorliggende adviesvraag betreft de realisatie van 2 windturbines op het grondgebied van de gemeente Woensdrecht ten zuidwesten van Ossendrecht ter hoogte van het bestaande windpark Kabeljauwbeek. Advies Welstand De Welstandscommissie is akkoord met de positioneringen alsmede de uiterlijke verschijningsvormen in het gebied. Zie bijlage 1: Advies Welstand. Bouwtechnische (Bouwbesluit) Bouwtechnisch is de constructie akkoord m.b.t. constructieprincipes van de masten en funderingen op te nemen voorwaarden in de omgevingsvergunning: - voor uitvoering werkzaamheden dienen definitieve en volledig uitgewerkte tekeningen en berekeningen te worden ingediend. - er dient een geotechnisch bodemonderzoek (sonderingen) uitgevoerd te worden NEN 9997.
Zie bijlage 2: Advies Bouwtechnisch. Brandweer (veiligheidsregio) Zie bijlage 3: Advies veiligheidsregio. Archeologie Met de aanbevelingen, de aangegeven puntlocaties op de beleidskaart van de gemeente Woensdrecht te vermijden in de planvorming, kan worden ingestemd. Voor het overige wordt ingestemd met het advies om booronderzoeken te laten doen op de locaties van de windturbines in de gemeente Woensdrecht. Zie bijlage 4: Advies Archeologie. Milieu (OMWB) Het ontvangen advies van de OMWB is nog op basis van 5 windmolens. Er kan redelijkerwijs worden aangenomen dat het wegvallen van turbineposities geen negatieve effecten zal hebben op de rapportages, de posities zijn immers reeds individueel opgenomen in de advisering. Desondanks is de gewijzigde aanvraag aan de OMWB toegezonden met het verzoek deze opnieuw te beoordelen. De OMWB verwacht binnen 2 weken een advies te geven op basis van de nieuwe situatie van 2 windmolens. Na ontvangst van het advies op de nieuwe situatie stellen wij de gemeente Reimerswaal hiervan in kennis. Milieueffecten Voor de beoordeling van de milieueffecten verwijzen wij u naar het advies. Zie bijlage: Advies OMWB milieueffecten. Geluid en slagschaduw Voor de beoordeling van de effecten van geluid en slagschaduw verwijzen wij u naar de conclusie van het advies. Zie bijlage: Advies OMWB geluid en slagschaduw.
Externe veiligheid Er wordt voldaan aan de eisen en richtlijnen uit het activiteitenbesluit, Bevi, Bevb en de overige aandachtspunten zoals opgenomen in het handboek risicozonering windturbines. Met de rapportages kan zodoende worden ingestemd. Zie bijlage: Advies OMWB externe veiligheid.
Landschappelijke beoordeling Bevindingen v.w.b. Woensdrechts grondgebied Het aantal turbines is op Woensdrechts grondgebied teruggebracht naar 2 turbines. De landschappelijke c.q. ruimtelijke impact is aanzienlijk gereduceerd ten opzichte van het oorspronkelijke scenario. Onderstaand een overzicht van de bevindingen uit de landschappelijke beoordeling: -
-
-
Turbine 15 volgt grofweg de lijn c.q. bocht van turbines die vanuit Zeeland de provinciegrens oversteekt richting de kern Ossendrecht. Vanaf het standpunt Langeweg (wat het meest logische standpunt is om aan de hand van het bestaande park het nieuwe park te toetsen) staat turbine 15 daarmee op een logische plek. In lijn met het nieuwe park en op een logische afstand vanaf het bestaande park; WT-17 is als meest oostelijke nieuwe turbine ruimtelijke gezien logisch. Als absoluut eindpunt van het park is de positie bepalend voor het geheel; Turbine 17 wijkt van de lijn, wat vanaf het standpunt Aanwas/Langeweg landschappelijk / ruimtelijk een onrustig beeld geeft; WT-17 is daarmee (zeker in verhouding tot WT-15) minder landschappelijk aanvaardbaar en het geniet de voorkeur om WT-17 zuidelijker te plaatsen waarmee aan het principe van een lijnvormig element (ondanks afwijkende openingen onderling) optimaal tegemoet gekomen wordt; Het naar het zuiden verplaatsen zorgt tevens voor het vergroten van de afstand tussen WT-17 en de kern Ossendrecht en het vergroten van de tussenliggende open ruimte, hetzij in beperkte mate;
Voor de algemene bevindingen van de ontwikkelingen verwijzen wij u naar de bijlage 8: Beoordeling landschap windpark ZE-BRA.
Watervergunning De aangepaste aanvraag heeft enkel nog betrekking op de aanvraag van een vergunning voor de overdraai op een A-watergang van het Waterschap Brabantse Delta. Op basis van de gewijzigde aanvraag is deze vergunning vanuit initiatiefnemers aangevraagd. De aanvraag is in behandeling en wij verzoeken u deze conform de procedure mee te nemen in de coördinatieregeling voor het windpark ZEBRA. Gemeentelijk beleid en Regionale Energie Strategie. De voorgestelde ontwikkeling van de 2 windmolens past binnen het vastgestelde gemeentelijk beleid van o.a. de beleidsnotitie ‘Windenergie gemeente Woensdrecht’ en het daarin opgenomen integrale afwegingskader met betrekking tot het realiseren van windturbines. Daarnaast sluit de ontwikkeling van duurzame energie aan bij de gestelde ambities in de duurzaamheidsvisie en geeft het tevens succesvol invulling aan de regionale ambities welke zijn vastgelegd in de Regionale Energie Strategie van WestBrabant. In de Regionale Energie Strategie is voor de gemeente Woensdrecht in het betreffende zoekgebied een opgave voor wind energie opgenomen van circa 36 Gwh tot 2030. Met de realisatie van 2 windmolens kan de gemeente daar 24 GWh van realiseren. Motie gemeenteraad Woensdrecht Op 1 april 2021 heeft de gemeenteraad zich uitgesproken over de ontwikkeling van 5 windmolens van de oorspronkelijke aanvraag.
De gemeenteraad van Woensdrecht heeft aangegeven slechts medewerking te verlenen aan maximaal 3 windmolens en in ieder geval geen medewerking te verlenen aan posities ten oosten van de snelweg (A4). Het definitieve project van 2 windmolens (ten westen van de A4) past binnen de uitvoering van deze motie. Behalve de omvang van het project is door de gemeenteraad ook aandacht gevraagd voor de wettelijke afdrachten zoals opgenomen in de provinciale verordening, de gemeentelijke legesverordening als ook de bovenwettelijke afdrachten welke ten goede dienen te komen aan de omgeving. Initiatiefnemers hebben zich in de anterieure overeenkomst ingespannen om te kunnen voldoen aan deze voorwaarden. De uitgangspunten en opgenomen ambities in de motie van 01 april 2021 van de gemeenteraad van Woensdrecht zijn daarmee voldoende tot invulling gekomen.
Conclusie advies De gemeente Woensdrecht verzoekt de gemeente Reimerswaal de aangedragen adviezen en beoordelingen op te nemen als onderdeel in de definitieve besluitvorming omtrent het windpark Zebra met betrekking tot de windturbine posities in Woensdrecht. Met inbegrip van de opgenomen adviezen, rapportages en aanvullende beoordelingen kan de gemeente Woensdrecht instemmen met de realisatie en ontwikkeling van de 2 windturbines op het grondgebied van de gemeente Woensdrecht.
Tot slot Heeft u nog vragen, neemt u dan gerust contact met ons op. U kunt ons bereiken via de Servicelijn op telefoonnummer 14 0164. Om u snel van dienst te kunnen zijn, verzoeken wij u vriendelijk om het nummer …. te vermelden.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Woensdrecht,
A.P.E. Baart MBA secretaris
Drs. J.J.C. Adriaansen burgemeester
Bijlagen: 1. Advies Welstand 2. Advies Bouwtechnisch 3. Advies Veiligheidsregio 4. Advies Archeologie 5. Advies OMWB milieueffecten 6. Advies OMWB geluid en slagschaduw 7. Advies OMWB externe veiligheid 8. Beoordeling landschap windpark ZE-BRA
WELSTANDSCOMMISSIE Televisiestraat 86 4702 PX Roosendaal T : 0165 – 326144 E : info@omgevingadvies.nl W: www.omgevingadvies.nl
Gemeente Woensdrecht
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– Datum : 21-05-2021
Bouwplan
advies verzoek betreffende het bouwen van 19 : windturbines met bijbehorende kraan opstelplaatsen
Bouwadres Bouwsom Ontwerper Advies
: Reimerswaal kadastraal bekend N 447 : : : VOLDOET
Bwt.nr. Dossiernr. Behandeling
: Z-HZ-ADV2021-0102-01 : : : Welstand (1)
Geacht college, De welstandscommissie heeft op 21 mei 2021 uw plan aan de orde gesteld. De welstandscommissie heeft het plan op grond van de Welstandsnota aan de hierbij behorende welstandscriteria getoetst. Zij is van mening dat het bouwplan VOLDOET aan redelijke eisen van welstand. MOTIVERING: De positionering van de windmolens is afgestemd op de situatieve en landschappelijke eigenschappen. De windmolens zijn qua maat en schaal passend in het landschap en de kleurstelling en uitstraling is ondergeschikt aan de omgeving. Door de hoogtemaat van de windmolens en de ruime onderlinge afstand van de windmolens ten opzichte van elkaar is de commissie van mening dat de invloed op de maat en schaal van het omliggende landschap gering is. De masten zijn met de grijze kleur ingetogen in de uitstraling en onopvallend in het landschap en niet van invloed op de weinig aanwezige (agrarische) bebouwing. Door de wisselende plaatsing (niet op één lijn) van de windmolens ontstaat een natuurlijke inpassing. Een evenwichtig totaalbeeld van de windmolens in relatie tot de omgeving ontstaat. Namens de commissie De Architect
Ir. D.P. Ellens ©Omgevingadvies/28 april 2021
Pagina 1 van 1
Omgevingadvies B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Westelijk Noord -Brabant onder nummer 20167438 BTW nr. NL 821967125B01 Op alle opdrachten is van toepassing De Nieuwe Regeling 2011 Rechtsverhouding opdrachtgever – architect, ingenieur en adviseur DNR 2011, waarin opgenomen aansprakelijkheidsbeperkingen en een arbitraal beding, zoals deze zijn gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Amsterdam onder nummer 78/2011.
TOETSINGSFORMULIER WELSTANDSNOTA Aanvrager
:
Plan
:
Locatie Bouw-nr. Ingekomen
: : :
Kern Gebied Niveau
: :
Gewenst wordt
:
Toetsing
:
Conclusie
:
advies verzoek betreffende het bouwen van 19 windturbines met bijbehorende kraan opstelplaatsen De sneltoetscriteria zijn niet meer van toepassing na uitvoering van de WABO Plan voorleggen aan de Welstandscommissie
Hoogerheide
:
28-april-2021
advies verzoek betreffende het bouwen van 19 windturbines met bijbehorende kraan opstelplaatsen Z-HZ-ADV-2021-0102-01 28 april 2021
:
, afdeling Dienstverlening, _init_DalenJ_
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
PROJECTFORMULIER
Bouwzaak Bouwzaak: Controle nr:
Z-HZ-ADV-2021-0102 0
Adres:
Woensdrecht en Reimerswaal
Plaats: Omschrijving:
Woensdrecht en Reimerswaal Z-HZ-ADV-2021-0102 advies verzoek betreffende het bouwen van 19 windturbines (waarvan 5 op grondgebied Woensdrecht) met bijbehorende kraan opstelplaatsen
Aanvullende informatie: Project:
WSD1324
[Bouwfysica1] [Brandveiligheid1]
Constructies Bouwzaak: [Constructies1] Datum: [Constructies1] Resultaat: [Constructies1] Specialist: [Constructies1] Commentaar: [Constructies1]
Document [Constructies1] Bijlage 1 Toelichting Wabo ZE-BRA.pdf [Constructies1]
Z-HZ-ADV-2021-0102 / 0 23-02-2021 akkoord MITS William Verwey Zie projectformulier. De aangeleverde gegevens bevatten voldoende informatie m.b.t. het constructieprincipe van masten en funderingen. Tijdig voor uitvoering van de werkzaamheden dienen definitieve en volledig uitgewerkte tekeningen en berekeningen aangeleverd te worden, waarbij de uitwerking van de paalfunderingen gebaseerd dient te zijn op de lokale grondgesteldheid. Hiervoor zal geotechnisch bodemonderzoek (sonderingen) uitgevoerd moeten worden, waarbij voldaan dient te worden aan de regels hiervoor uit NEN 9997. Opmerking Resultaat Het document is alleen AKKOORD beoordeeld m.b.t. zaken die betrekking hebben op de constructies. Het principe van de constructies is duidelijk weergegeven, waarbij de exacte uitvoering van de fundering afhankelijk is gesteld van de definitieve keuze van de mast, maar ook van de ter plaatse aanwezige
PROJECTFORMULIER grondgesteldheid. Bijlage 4 Situatietekening.pdf [Constructies1] Bijlage 5 Aanzichttekeningen.pdf [Constructies1]
Bijlage 7 Ruimtelijke onderbouwing.pdf [Constructies1] Bijlage 9 Voorbeeld funderingsontwerp.pdf [Constructies1] Windpark-ZE-BRA_Ingediendeaanvraag_melding-(PDF)_12-02-2021.pdf [Constructies1] [Constructies1] [Installaties1]
Definitieve uitwerking van de fundering dient tijdig voor uitvoering van de werkzaamheden aangeleverd te worden en verder uitgewerkt op werktekeningen.
niet van toepassing akkoord MITS
niet van toepassing Akkoord als voorbeeld.
AKKOORD niet van toepassing
MEMO
Datum opstellen Opsteller
8 februari 2021 H. van Dalfsen (VRZ) i.o.m. Harry Killaars (VRMWB)
Voor:
Arjen de Visser, Gemeente Reimerswaal
Onderwerp:
Aandachtspunten en advies veiligheidsregio inzake fysieke veiligheid Windpark ZE-BRA
1. Inleiding Gemeente Reimerswaal heeft Veiligheidsregio Zeeland verzocht om voor de ontwikkeling van windpark ZE-BRA advies te geven ten aanzien van de externe veiligheidsaspecten. In de voorliggende memo worden de externe veiligheidsaspecten beschouwd en worden er aanbevelingen gedaan om de aanwezige risico’s te voorkomen en te beperken, dan wel nader te onderzoeken. De memo is inhoudelijk afgestemd met Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Naast externe veiligheid zijn er bij de ontwikkeling van het windpark ook een aantal andere veiligheidsrisico’s relevant, zoals bijvoorbeeld ijsafworp. Deze risico’s worden in deze memo eveneens beschouwd, inclusief de maatregelen waarmee de risico’s kunnen worden beperkt. Verder bevat deze memo een aantal concrete aanbevelingen om de bereikbaarheid van de windturbines voor de hulpdiensten te waarborgen. Er dient te worden opgemerkt dat er bij het opstellen van de MER is uitgegaan van de maximale afmetingen van de windturbines die binnen de betreffende bandbreedte mogelijk zijn. De exacte afmetingen zijn in dit stadium immers nog niet bekend. Bij onze beoordeling van de veiligheidsaspecten zijn we daarom eveneens uitgegaan van de maximale afmetingen. Als de daadwerkelijke afmetingen van de windturbines bekend zijn, kan dat leiden tot andere inzichten en adviezen.
2. Aandachtspunten ten aanzien van externe veiligheid In hoofdstuk 12 Externe veiligheid van de MER wordt correct aangegeven dat de voorgestelde varianten op een aantal aspecten knelpunten met zich meebrengen. •
•
Van windturbinepositie 06 ligt de effectafstand over verschillende buisleidingen van Gasunie, Air Liquide en Zebra. Voor de buisleidingen is aanvullend onderzoek nodig om te bepalen in hoeverre de plaatsing van de windturbine leidt tot risicotoevoegingen (en daarmee een uitbreiding van de risicocontouren) van de buisleidingen. De risicotoevoeging dient te voldoen aan het beleid van de leidingbeheerder(s). Voor de leidingen van Air Liquide is aanvullend onderzoek nodig om te bepalen in hoeverre de diepteligging van de leidingen van invloed is op de te hanteren afstand tussen de windturbine en de leidingen. De identificatieafstand van windturbinepositie 06 ligt tevens over het gasreduceerstation van Gasunie. De verhoging van de trefkans ligt boven de 10% en voldoet daarmee niet aan het beleid van Gasunie.
1
Het realiseren van de betreffende windturbine is alleen toegestaan als de effectafstanden niet zijn gelegen over de bovenstaande buisleidingen en het gasreduceerstation. Tijdens het digitaal overleg met mevrouw L. Meijers van Gemeente Reimerswaal op 3 december 2020 werd te kennen gegeven dat er weinig mogelijkheden meer over zijn om de opstelling van de windturbines nog te wijzigen. Advies: Om de knelpunten met betrekking tot windturbinepositie 06 toch weg te nemen, zijn er een aantal mogelijkheden: • •
Het vergroten van de afstand tussen de windturbines en de risico-ontvangende locaties door het verschuiven van windturbinepositie 06. Het toepassen van een windturbinetype met een kleinere risicocontour
We adviseren we om in overleg met de beheerders van het gasreduceerstation en de buisleidingen en de initiatiefnemer(s) van het windpark te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om ervoor te zorgen dat de risicocontouren niet over de locaties liggen.
3. Overige aandachtspunten ten aanzien van fysieke veiligheid Behalve externe veiligheid kan de ontwikkeling van windpark ZE-BRA ook invloed hebben op andere fysieke veiligheidsrisico’s. De onderstaande toelichting bevat een beschrijving van de aandachtspunten en mogelijke maatregelen voor de volgende risico’s: 1. Energieopslagsystemen 2. IJsafworp 3. Uitval en verstoring van vitale processen 3.1 Energieopslagsystemen Het is vooralsnog onbekend of er binnen de contouren van het windpark een energieopslagsysteem (EOS) is voorzien. Indien dit wel het geval is, adviseren we om voldoende afstand aan te houden tussen de windturbine(s) en de EOS. In een EOS kunnen grote hoeveelheden energie (tijdelijk) worden opgeslagen, bijvoorbeeld in lithium-ion accu’s of in een elektrolyse-installatie gecombineerd met opslag van waterstof. Recente ervaringen met – en onderzoeken naar- EOS laten zien dat deze een verhoogd brandrisico kennen. Dit komt met name door de grote accupakketten in een EOS. Brand in een EOS kan leiden tot schade aan of aantasting van de constructie van de nabijgelegen windturbine. Dat kan vervolgens leiden tot het falen van de windturbine met effecten op de omgeving. Door voldoende afstand en voorzieningen te treffen tussen een EOS en een windturbine, kan brandoverslag worden voorkomen.
Andersom kan het falen van een windturbine, bijvoorbeeld door mastbreuk of het vallen van onderdelen, leiden tot schade of brand aan de nabijgelegen EOS. Hierbij kunnen effecten naar de omgeving ontstaan, zoals het vrijkomen van giftige gassen. Het is echter lastig op voorhand een afstand te bepalen omdat dit van veel factoren afhankelijk is. Advies: Indien er een EOS in het windpark wordt voorzien, adviseren we derhalve om in overleg met de betreffende veiligheidsregio’s te bepalen welke afstand er tussen de EOS en de windturbine(s) dient te worden aangehouden.
2
3.2 IJsafworp Tabel 12.3 geeft weer dat er diverse objecten op korte afstand (binnen de PR10-6 contour) van een aantal windturbines liggen, waaronder bemande gebouwen en installaties van de rioolwaterzuiveringsinstallatie, woningen, bedrijfsgebouwen en doorgaande wegen. IJsvorming op de windturbinebladen kan ertoe leiden dat brokstukken van ijs van de bladen wordt afgeworpen of van de bladen afglijdt. Het afwerpen of neervallen van brokstukken van ijs brengt een reëel risico op (letaal) letsel met zich mee voor de personen die zich in de directe nabijheid de windturbine bevinden. Op plekken waar zich personen en gebouwen bevinden is dit risico onacceptabel. Advies: We adviseren om een ijsprotocol op te stellen waarin wordt uitgewerkt hoe het risico op slachtoffers en schade door het afwerpen of neervallen van ijs wordt voorkomen. Dit protocol moet ertoe leiden dat het risico van ijsafworp voor personen, gebouwen en installaties tot een uiterst minimum moet worden beperkt, bijvoorbeeld met een stilstandregeling of het uit bedrijf nemen van de windturbine(s). 3.3 Uitval en verstoring van vitale processen De ontwikkeling van windpark ZE-BRA heeft invloed op verschillende vitale processen. Uitval of verstoring van deze processen leidt tot ernstige maatschappelijke ontwrichting.
Bijvoorbeeld omdat de uitval of verstoring leidt tot grote economische schade of veel slachtoffers, of omdat het herstel zeer lang duurt en er geen alternatieven voorhanden zijn. Een overzicht van de vitale processen is te vinden op de website van het NCTV1. Een aantal van de vitale processen waarop windpark ZE-BRA van invloed is, zijn in Hoofdstuk 10 en 12 van de MER al beoordeeld, zoals de distributie van elektriciteit en gas, het keren en beheren van waterkwantiteit, vervoer over (hoofd)wegennet en de vlucht- en vliegtuigafhandeling. Er zijn echter twee processen waarvan nog niet is onderzocht in hoeverre de ontwikkeling van windpark ZE-BRA kan leiding tot verstoring of uitval van die processen. Het gaat hierbij om de volgende vitale processen: •
•
Drinkwatervoorziening: In hoofdstuk 10 van de MER is aandacht besteedt aan waterleiding die door het windpark loopt. Het is uit de beschrijving echter niet op te maken wie de beheerder van de betreffende waterleiding is, en of deze waterleiding een vitaal belang heeft. Scheepvaartafwikkeling: Het onderdeel Scheepvaartradar is wel in hoofdstuk 10 benoemd, maar nog niet nader uitgewerkt.
Advies: We adviseren om aanvullend onderzoek te doen naar de mogelijke invloed van windpark ZEBRA op deze vitale processen en, indien nodig, maatregelen waarmee een potentiele verstoring of uitval van die processen kan worden voorkomen.
4. Advies bereikbaarheid hulpdiensten Indien in of nabij een windturbine een calamiteit plaatsvindt of heeft plaatsgevonden, dienen de hulpdiensten de locatie van de windturbine te kunnen betreden. In geval van een escalerende brand 1
Zie: https://www.nctv.nl/onderwerpen/vitale-infrastructuur/overzicht-vitale-processen.
3
in de windturbine zullen hulpdiensten de windturbine niet betreden in verband met de beperkte bestrijdingsmogelijkheden en het hoge veiligheidsrisico voor de hulpverleners. Bij andere calamiteiten, bijvoorbeeld een monteur die bovenin de windturbine gewond is geraakt, is het echter wel noodzakelijk dat hulpdiensten de windturbine kunnen betreden. Om de bereikbaarheid van de windturbines voor de hulpdiensten te waarborgen, adviseren wij het volgende: De toegangswegen naar de windturbines dienen geschikt te zijn voor hulpverleningsvoertuigen, met inachtneming van volgende eisen uit de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2012 van Brandweer Nederland: - De rijstrookbreedte van de toegangswegen is minimaal 3,5 meter verhard - De toegangswegen zijn bestand tegen een aslast van 10 ton - De toegangswegen zijn bestand tegen een totaal gewicht van 30 ton - Een buitenbochtstraal van 10 meter - Een binnenbochtstraal van 5,5 meter (of gelijk aan de buitenbochtstraal verminderd met 4,5 meter) Ten aanzien van de opstelplaatsen voor de hulpverleningsvoertuigen gelden de volgende eisen: -
Een breedte van 4 meter Een lengte van 10 meter Een vrije doorgang van 4,2 meter Bestand tegen een aslast van 10 ton Bestand tegen een totaal gewicht van 15 ton. Maximale afstand per object is 40 meter
De openbare weg kan ook als opstelplaats gebruikt worden, mits deze voldoet aan bovenstaande eisen. Indien er sprake is van doodlopende wegen naar de windturbines toe, dan gelden conform de handreiking de volgende eisen: -
Een doodlopende weg is toegestaan mits de wegbreedte minimaal 4.5 meter bedraagt en er een keermogelijkheid aanwezig is. Bestaat er geen keermogelijkheid dan is er minimaal 5 meter wegbreedte nodig. Kan er niet aan deze eisen voldaan worden dan geldt voor de doodlopende weg een maximale afstand van 40 meter.
Afsluiting We hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Wanneer er nog vragen zijn over het bovenstaande, kunt u uiteraard contact met ons opnemen.
4
5
Afdeling Stedelijke Ontwikkeling Team Ruimtelijke Ordening en Vergunningen Gemeentelijk Archeologisch Depot
Beoordeling en advies archeologisch onderzoeksrapport Rapport
Bureauonderzoek Plangebied windpark ZeelandBrabant (ZE-BRA) te Rilland
Versie rapport
RAAP rapport nr. 4776 d.d. 5-01-2021 (Projectcode WPZB)
Onderzoeksbureau
RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V.
Adres, telefoon, e-mail
Auteur(s)
J.A. Wolzak Msc en drs. R.A.C. Kroes
Opdrachtgever
Pondera B.V.
Adres, telefoon, e-mail
Op verzoek van bevoegd gezag (gemeente Woensdrecht) beoordeeld door Archeologische Dienst gemeente Bergen op Zoom d.d. 7-01-2021
Drs. Anne-Marie Visser Beleidsadviseur archeologie
Voorziene ontwikkeling
Aanleg 19 windturbines, waarvan 5 exemplaren gepland zijn binnen de gemeente Woensdrecht (ten westen van Ossendrecht) en 14 binnen de gemeente Reimerswaal (ten zuiden van Rilland). De omvang van de oppervlakte van de ingrepen bedraagt ca. 450 m2 per windmolen. De diepte van de voorziene ingrepen is vooralsnog onbekend.
(Aanleiding onderzoek) Diepte en oppervlakte voorziene bodemverstoring; indien beschikbaar: bouwtekeningen
NB: ten aanzien van de advisering voor de gemeente Reimerswaal dient de rapportage te worden voorgelegd aan de archeoloog van Erfgoed Zeeland.
Gemeentelijk beleid
De opdracht is uitgevoerd conform het archeologisch beleid van de gemeente Reimerswaal en de gemeente Woensdrecht. Het onderzoek vond plaats in het kader van een m.e.r. -procedure en voor een omgevingsvergunning.
Archeologisch verwachtingsmodel
Middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de steentijd. Lage archeologische verwachting voor Neolithicum en Bronstijd. Middelhoge verwachting voor Romeinse tijd - Vroege Middeleeuwen. Lage verwachting Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd m.u.v. de puntlocaties (verdronken dorpen en verdwenen boerderijen).
Toetsing verwachtingsmodel
Vervolgonderzoek in de vorm van een veldonderzoek heeft (nog) niet plaatsgevonden.
(Beantwoording onderzoeksvragen)
Gemeente Bergen op Zoom beoordeling rapportage formulier versie 1.0 mei 2020
Conclusies rapport
Lage tot hoge verwachting voor vindplaatsen uit de steentijd in de top van het pleistoceen dekzand. Deze verwachting neemt af, waar geen afdekking door basisveen aanwezig is. (Top dekzand dan mogelijk niet meer intact). Hogere en droge delen geven grootste kans op steentijdbewoning. Latere perioden doorgaans te nat voor bewoning tot (her)bedijking in de 19e en 20e eeuw.
Advies onderzoeksbureau
RAAP adviseert vervolgonderzoek in de vorm van boringen ter plaatse van de aan te leggen windturbines op basis van de aangegeven criteria voor de ondergrenzen van beide gemeenten. Ten aanzien van de puntlocaties met hoge archeologische verwachting binnen de gemeente Woensdrecht wordt aangeraden, deze locaties te vermijden bij de realisatie van de windturbines. (Hier zijn zeker archeologische resten uit de Late Middeleeuwen –Nieuwe tijd te verwachten). Dit geldt ook voor de plaats van turbine nr. 3 en 10. Daar waar geen bodemingrepen zullen plaatsvinden, behoeft geen vervolgonderzoek plaats te vinden.
Advies gemeentelijk adviseur
Met de aanbevelingen, de aangegeven puntlocaties op de beleidskaart van de gemeente Woensdrecht te vermijden in de planvorming, kan worden ingestemd. Voor het overige wordt ingestemd met het advies om booronderzoeken te laten doen op de locaties van de 5 windturbines in de gemeente Woensdrecht.
Gemeente Bergen op Zoom beoordeling rapportage formulier versie 1.0 mei 2020
Opmerkingen en suggesties
Pag. 10: De gedetailleerde beschrijving van de bodemsamenstelling volgens de bodemkaart in het noordelijk deel van het plangebied wekt de indruk, dat alleen ontwikkeling is voorzien binnen het grondgebied van de gemeente Reimerswaal. Over het zuidwestelijk deel (gemeente Woensdrecht) wordt in de tekst geen uitleg gegeven. Pag.25: Historische situatie. Hier wordt wel erg snel over het feit heengegaan, dat een groot deel van het plangebied ten westen van Ossendrecht deel uitmaakte van het zogenaamde “Neerland van Ossendrecht” en waarschijnlijk al vroeg ingepolderd was. Het was een vruchtbaar gebied langs de Schelde waar al vroeg bewoning kan zijn geweest en waarvan vrijwel geen oud kaartmateriaal bestaat. Pag. 30: ‘Afgezien van de boerenerven zijn er geen constructies aanwezig in de ondergrond.’ Aangezien binnen en deel van het plangebied (m.n. binnen de gemeente Woensdrecht) puntlocaties (met een hoge archeologische verwachting) zijn aangegeven, vermeld als locaties van verdwenen boerderijen, moet toch met enige vorm van constructies rekening worden gehouden? Bij het literatuuroverzicht mist de informatie over het archeologiebeleid van de gemeente Woensdrecht en de geraadpleegde kaarten (bijvoorbeeld historische kaart van Nicolaes Moyses, 1667).
Bijlage 2 bevat weliswaar een motivatietabel van geraadpleegde bronnen, maar deze vermeldt niet expliciet de namen van deze bronnen, noch de geldende criteria voor de gemaakte afweging.
Gemeente Bergen op Zoom beoordeling rapportage formulier versie 1.0 mei 2020
Beoordeling milieueffecten Windpark ZE-BRA
Opdrachtgever: gemeente Woensdrecht Locatie: Reimerswaal en Woensdrecht Datum: 25 februari 2021 Beoordelaar: Wilfried Michels, sr. vergunningverlener en m.e.r.-coördinator OMWB 1 Project Windpark ZE-BRA bestaat uit 19 nieuwe windturbines en is voorzien in een plangebied dat verdeeld is over de gemeente Reimerswaal (Zeeland) en de gemeente Woensdrecht (Noord-Brabant).
Er wordt een omgevingsvergunning aangevraagd (voor de activiteiten ‘bouwen’, ‘werk/werkzaamheden’, ‘strijdig planologisch gebruik’ en ‘milieu’) voor 19 windturbines, met een gezamenlijk opgesteld vermogen van minder dan 100 MW (megawatt). De vergunning wordt aangevraagd voor een bandbreedte aan turbines volgens onderstaand schema:
Dat betekent dat in de diverse milieuonderzoeken rekening gehouden moet worden met ‘worst-case’ situaties. De gemeente Reimerswaal is het bevoegd gezag voor deze inrichting. GA van de provincie Zeeland hebben deze bevoegdheid aan de gemeente overgedragen. Aangezien het grootste deel van de inrichting in Reimerswaal is gelegen en een kleiner deel in de gemeente Woensdrecht, is Reimerswaal het bevoegd gezag en Woensdrecht wettelijk adviseur.
2 Beoordeling milieueffecten Voor dit project is een Milieueffectrapport (MER) opgesteld waarin de milieueffecten beschreven zijn. Belangrijkste milieuaspecten bij windturbines zijn: geluid, slagschaduw en externe veiligheid. Windturbines kunnen ook effecten hebben op natuur waarbij zowel de gebiedsbescherming (natura2000) als de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming aan de orde kunnen zijn. Deze beoordeling zal niet ingaan op het onderdeel landschappelijke inpassing. Expertise op dat gebied ontbreekt bij de Omgevingsdienst. Windturbines hebben weinig tot geen effect op luchtkwaliteit, bodem en water. 2.1
Geluid
Voor het aspect geluid moeten windturbines voldoen aan het Activiteitenbesluit: het geluidniveau vanwege windturbines dat optreedt bij woningen van derden dient te voldoen aan de waarden Lden 47 dB en Lnight 41 dB (artikel 3.14a eerste lid). Hiervoor is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (bijlage 3 bij het MER) waarbij een worst-case situatie in beeld gebracht is. In Nederland is geen afzonderlijke norm voor laagfrequent geluid. Er wordt van uitgegaan dat bij het voldoen aan de norm uit het activiteitenbesluit er ook voldoende bescherming is tegen laagfrequent geluid. Uit het geluidsonderzoek blijkt dat in de worst-case situatie (variant 1 uit het MER) niet op alle omliggende geluidgevoelige objecten (woningen) aan de normen kan worden voldaan. De molenaarswoningen (woningen behorende tot het windpark) zijn buiten beschouwing gelaten. In het akoestisch onderzoek is aangegeven dat met het toepassen van mitigerende maatregelen (stiller turbinetype of een andere geluidsmodus van de windturbine, of een combinatie hiervan) wel aan de normen van het Activiteitenbesluit kan worden voldaan. Van belang is dus dat deze mitigerende maatregelen worden opgenomen in de omgevingsvergunning. Cumulatie Voor het activiteitenbesluit is cumulatie van geluid geen toetsingsaspect. Voor de kwaliteit van de leefomgeving kan dit wel van belang zijn.
De cumulatie met andere windturbines in de omgeving is bekeken. Daaruit blijkt dat de geluidbelasting op woningen in de omgeving door alle windturbines samen overal toeneemt. Met uitzondering van de molenaarswoningen krijgt de woning aan de Volckerweg 1 te maken met de hoogste cumulatieve geluidbelasting door windturbines: 43 d(B) Lnight en 49 d(B) Lden. Daarbij is rekening gehouden met het toepassen van de mitigerende maatregelen. Ook is de cumulatie met andere geluidbronnen in beeld gebracht. Hierbij is de waardering van de geluidbelasting in beeld gebracht volgens de Methode Miedema:
Van de 14 in beeld gebrachte woningen (exclusief molenaarswoningen) zakken er 9 één klasse: 5 stuks van redelijk naar matig en 4 van matig naar tamelijk slecht. Opmerking t.a.v. de molenaarswoningen Uit het akoestisch onderzoek van Pondera blijkt niet op grond van welk criterium (technisch, organisatorisch en/of functioneel) ieder van de als molenaarswoning gekwalificeerde geluidgevoelige bestemmingen een binding hebben met het toekomstige windpark ZE-BRA. Het enkele feit dat iemand een vergoeding ontvangt voor het accepteren van een hogere geluidbelasting is niet zoals de wetgever de bescherming van woningen heeft bedoeld. Dit verdient nog aandacht omdat dit een juridisch afbreukrisico betreft.
De geluidcontouren van het nieuwe windpark liggen ook over België, maar binnen die contouren liggen geen woningen. conclusie Voor de omgevingsvergunning, onderdeel milieu is het nieuwe Wp inpasbaar, mits de mitigerende maatregelen worden toegepast. Woon- en leefklimaat / milieugezondheidkwaliteit De cumulatieve geluidbelasting bedraagt ten hoogste 74 dB in geval van windturbines van het type SG145 en 69 dB(A) bij E138. Het feit dat deze geluidbelasting optreedt ter plaatse van een molenaarswoning is van ondergeschikt belang; er moet immers ook voor deze woningen sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ter plaatse van 8 en 7 woningen bij respectievelijk windturbines van het type SG145 en E138 is sprake van een onvoldoende milieugezondheidkwaliteit. In de bestaande situatie (referentie) is de milieugezondheid (zeer) ter plaatse van deze woningen matig. Door Pondera wordt echter niet gemotiveerd waarom deze nieuwe situatie (ruimtelijk gezien) aanvaardbaar is. Op grond van het rapport kan verder geconcludeerd worden dat voor het merendeel van de beschouwde woningen met de realisatie van het nieuwe windpark sprake is van een duidelijke verslechtering van het akoestische klimaat c.q. het woon- en leefklimaat. 2.2
Slagschaduw
Voor het aspect slagschaduw moeten windturbines voldoen aan het Activiteitenbesluit: de slagschaduw vanwege windturbines die optreedt bij woningen van derden dient te voldoen aan een maximale slagschaduwduur van 20 minuten per dag gedurende gemiddeld 17 dagen per jaar. Uit de Regeling Algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Rarim) volgt dat windturbines een automatische stilstandvoorziening dienen te bezitten indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten (veelal woningen), voor zover de afstand tussen de woningen of andere gevoelige bestemmingen minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt en gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kan optreden. Hiervoor is een slagschaduw onderzoek uitgevoerd (bijlage 3 bij het MER) waarbij een worst-case situatie in beeld gebracht is. Uit dit onderzoek blijkt dat, ook in de worst-case situatie, met toepassing van de verplichte stilstandvoorziening (mitigerende maatregel), bij alle woningen (incl. Belgische) aan de norm van het Activiteitenbesluit kan worden voldaan. 2.3
Externe veiligheid
Externe veiligheid bij windturbines wordt bepaald door de effecten die door windturbines kunnen ontstaan door mastfalen, gondelfalen, bladbreuk, kleine onderdelen en ijsvorming op kwetsbare objecten (woningen), verkeer/wegen, transportleidingen, hoogspanningsleidingen, dijken en risicovolle installaties. Per faalscenario hoort een maximale effectafstand. Buiten deze maximale effectafstand is er geen sprake van een significant risico voor het betrokken faalscenario. Ook voor externe veiligheid is een worstcase -scenario in beeld gebracht. Uit het onderzoek bij het MER blijkt het volgende: Er zijn geen beperkt kwetsbare objecten gelegen binnen de daarvoor geldende contour (80 m.) Er zijn geen kwetsbare objecten gelegen binnen de daarvoor geldende contour (200 m.) Er wordt voor alle turbines voldaan aan de benodigde afstanden ten opzichte van wegen of aan de daarvoor gelden toetsingsnorm voor de risicocontouren (individueel passanten risico (IPR) en het maatschappelijk risico (MR)). De nieuwe turbines vormen een verwaarloosbaar klein risico voor transporten met gevaarlijke stoffen. Dat geldt ook voor vervoer over vaarwater. Er bestaat de mogelijkheid dat er overdraai gaat ontstaan over wegen in beheer van Waterschap Scheldestromen. Daarvoor dient dan ontheffing aangevraagd te worden.
Mogelijk is vergunning nodig voor overdraai over terrein van Rijkswaterstaat en een waterkering van Waterschap Scheldestromen. Er zijn geen spoorwegverbindingen aanwezig in de nabijheid van het project. Met uitzondering van positie 06, zijn er geen knelpunten vanwege risicovolle installaties en inrichtingen en voor buisleidingen.
Er is geen knelpunt ten aanzien van hoogspanningsleidingen. Er worden geen significante risico toevoegingen verwacht voor waterkeringen en dijken, Mogelijk is een vergunning van Rijkswaterstaat benodigd bij overdraai. Er zijn geen grensoverschrijdende externe veiligheidsrisico’s. De risicocontour voor maximale werpafstand bij overtoeren raakt aan het terrein van BASF in de haven van Antwerpen. Het deel van het terrein dat hierdoor geraakt wordt bevat geen installaties. De trefkans is zo klein (3x10-8) dat dit geen belemmeringen oplevert.
De risico’s vanuit windturbine 6 kunnen worden voorkomen door de turbine te verschuiven. Hiermee is in het voorkeursalternatief rekening gehouden 2.4
Water
Twee turbines (nr 8 en 15) staat geprojecteerd in secundair of tertiair water van het Waterschap. Deze turbines dienen verplaatst te worden of er dient een vergunning voor verleend te worden door het Waterschap. Hiermee is in het voorkeursalternatief rekening gehouden 2.5
Natuur
Voor het MER zijn ook diverse natuuronderzoeken uitgevoerd. Hieruit blijkt in ieder geval dat effecten op Natura2000 gebieden en op beschermde soorten niet zonder meer uit te sluiten zijn. Dit geldt voor de aanlegfase en voor de gebruiksfase. Voor de gebiedsbescherming is een passende beoordeling uitgevoerd. In het MER wordt geconcludeerd dat hieruit blijkt dat significant negatieve effecten op Natura2000 gebieden uitgesloten zijn. De Provincie Zeeland is hiervoor het bevoegd gezag. Er dient wellicht een Wnb-vergunning (gebiedsbescherming) en ontheffing (soortenbescherming) aangevraagd te worden. Nationaal Natuurnetwerk Er kunnen ook effecten zijn op de NNZ en NNB waarvoor compensatie nodig is. Daarvoor zijn de provincies Zeeland en Noord-Brabant het bevoegd gezag (RO). 2.6
Radarverstoring
In het Voorkeursalternatief zijn ook een aantal turbines verschoven om te kunnen voldoen aan de eisen voor voldoende radardekking voor de defensieradar. Dit op basis van berekeningen door TNO.
INTERN ADVIES Team Metingen en Onderzoek Aan Onderwerp
Wilfried Michels
Windpark ZE-BRA (geluid en slagschaduw)
Kopie aan
-Datum
25 maart 2021
1. Inleiding
Van
Gerald van Grunsven (geluid)
Op verzoek van team “Vergunningverlening Landelijk gebied, afvalverwerking, bodem en water” is het onderzoek van Pondera (nr. 717149 d.d. 1 februari 2021) naar geluid en slagschaduw betreffende de oprichting van het windpark ZE-BRA in de gemeenten Reimerswaal (ZE) en Woensdrecht (BRA) beoordeeld. Het windpark zal volgens de voorgenomen melding Activiteitenbesluit gaan bestaan uit 19 windturbines met een gezamenlijk opgesteld vermogen van minder dan 100 MW. Binnen het plangebied zullen de windturbines van het windpark Anna-Mariapolder worden gesaneerd. Het (geprojecteerde) park ZE-BRA is gelegen op de grens van de provincies Noord-Brabant en Zeeland. Er is sprake van één inrichting die in hoofdzaak in de gemeente Reimerswaal (provincie Zeeland) ligt. Op grond van de Elektriciteitswet 1998 is de Provincie Zeeland in casus het bevoegd gezag voor het vaststellen van een inpassingsplan en het verlenen van de omgevingsvergunning. GS van Zeeland hebben de bevoegdheid om te beslissen over het windpark ZE-BRA echter neergelegd bij de gemeente Reimerswaal en is de gemeente Woensdrecht aangewezen als wettelijk adviseur. Op dit moment is het nog niet duidelijk welke type windturbine gerealiseerd zal worden. Het is echter van belang thans reeds vast te stellen of dat een dergelijke ontwikkeling überhaupt milieuhygiënisch aanvaardbaar en ruimtelijk inpasbaar is.
Hiertoe wordt middels 2 varianten en een VoorKeursAlternatief (VKA) de geluidemissie en –immissie alsmede optredende slagschaduw van de relatief ongunstige windturbines berekend. Voor het VKA zal op grond van een bandbreedte van afmetingen (ashoogte, rotordiameter en tiphoogte) een omgevingsvergunning worden aangevraagd. In voorliggend advies zal het VKA akoestisch worden beoordeeld. Verschillen tussen het VKA en variant 1 en 2 zijn hierbij beperkt tot verschuivingen van enkele posities. Bij het slagschaduwonderzoek voor het VKA worden grotendeels dezelfde uitgangspunten als bij de berekening voor variant 1 gebruikt. Ook wordt, binnen het plangebied, gekeken naar de cumulatieeffecten vanwege het reeds bestaande windpark Kabeljauwbeek (waarbij de milieubelastende activiteiten van windpark Kabeljauwbeek worden aangeduid als de referentie).
Michiel de Ruiter (slagschaduw) Telefoon
013 – 2060 523 Internet
www.omwb.nl E-mail
g.vangrunsven@omwb.nl m.deruiter@omwb.nl Zaaknummer
2021-011251
2. Wettelijk kader 2.1 Activiteitenbesluit Een windturbine is binnen het Activiteitenbesluit een apparaat voor het opwekken van elektrisch of thermisch vermogen uit wind. Vier weken voor oprichting of verandering van een inrichting moet de inrichtinghouder een melding doen bij het bevoegd gezag. 2.2.1 Geluid Het beschermingsniveau tegen geluidhinder van windturbines is geregeld in artikel 3.14a van het Activiteitenbesluit milieubeheer (onderdeel van paragraaf 3.2.3 "In werking hebben van een windturbine"). Het Activiteitenbesluit biedt aan een beperkt aantal objecten bescherming. Het gaat om gevoelige gebouwen (waaronder woningen) en gevoelige terreinen. Het Activiteitenbesluit sluit hierbij aan bij het begrippenkader uit de Wet geluidhinder en geldt (ook) voor windturbines of een combinatie van windturbines. Het beschermingsniveau (grenswaarde) op de gevel van gevoelige gebouwen en bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein bedraagt 47 dB Lden en 41 dB Lnight (jaargemiddelde waarden). Cumulatie (met geluid vanwege overige windparken) is op grond van artikel 3.14a niet van toepassing voor zover hiervoor voor 1 januari 2011 vergunningen zijn verleend. Windturbines zijn aangewezen in artikel 1.11 van het Activiteitenbesluit en moet derhalve een akoestisch rapport bij de melding gevoegd worden.
Voor windturbines gelden ex artikel 3.15 van het Activiteitenbesluit de regels voor het akoestisch onderzoek zoals vastgelegd in bijlage 4 van de Activiteitenregeling milieubeheer (Reken- en meetvoorschrift windturbines). Het (rapport van het) akoestisch onderzoek moet de in artikel 3.14a van de Activiteitenregeling genoemde gegevens bevatten. De normen van 47 dB Lden en 41 dB Lnight op de gevel van gevoelige gebouwen zijn sinds 2015 niet meer van toepassing voor gebouwen op een gezoneerd industrieterrein. Bij de toetsing aan grenswaarden voor het geluid vanwege het gehele industrieterrein worden windturbines niet meegenomen. 2.2.2 Slagschaduw In artikel 3.14 lid 4 Activiteitenbesluit milieubeheer jo 3.12 van de Activiteitenregeling milieubeheer worden eisen gesteld ten aanzien van het voorkomen van slagschaduw en lichtschittering als gevolg van windturbines. Indien de slagschaduw optreedt ter plaatse van een gevoelig object, voor zover afstand tussen de windturbine en het object minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt en gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag voorkomt (5 uur en 40 minuten), moet de
2/11
windturbine worden voorzien van een stilstandvoorziening. In artikel 3.13 van de regeling wordt aangegeven dat de betreffende onderdelen ter voorkoming en beperking van slagschaduw en lichtschittering toegepast moeten worden met niet reflecterende materialen of coatinglagen. Het Activiteitenbesluit noch de onderliggende Activiteitenregeling schrijven dwingend regels voor ter bepaling van de (te verwachten) lichthinder ten gevolge van slagschaduw. In de uitvoeringspraktijk wordt veelal gewerkt met de programmatuur berekeningssoftware WindPRO van de firma EMD (Denemarken). WindPRO heeft de mogelijkheid om de cumulatieve (duur van de) slagschaduw d.w.z. de vanwege alle windturbines tezamen optredende slagschaduw te berekenen. Daarnaast kan inzicht worden gegeven in de deelbijdragen van de verschillende turbines op gekozen immissiepunten en is de slagschaduw per turbine op jaarbasis inzichtelijk. 2.2 Ruimtelijke ordening In die gevallen dat een voorgenomen activiteit ruimtelijk planologisch mogelijk moet worden gemaakt (al dan niet in combinatie met een m.e.r.beoordeling) en die een bepaalde invloed kan hebben op geluidgevoelige bestemmingen in de directe omgeving van deze ontwikkeling, wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening normaliter aangesloten bij de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’.
In de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” worden windmolens (met verschillende rotordiameters: 20 m, 30 m en 50 m) genoemd onder categorie 3.2, 4.1 en 4.2 waarvoor richtafstanden gelden van respectievelijk 100 m, 200 m en 300 m. Buiten deze afstand is voor de omgevingstypen “rustige woonwijk” en “rustig buitengebied” geen ernstige geluidhinder te verwachten, is geen akoestisch onderzoek noodzakelijk en kan de planontwikkeling (inpassing) in principe plaatsvinden. Voor windmolens met een wiekdiameter van 50 m of meer (hetgeen hier van toepassing is) gelden deze richtafstanden echter niet en zal middels een akoestisch onderzoek moeten worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de in de VNGpublicatie opgenomen richtwaarden. Gezien de directe omgeving van het (deels aanwezige) en geprojecteerde windpark wordt uitgegaan van de omgevingstypen “rustige woonwijk” en “rustig buitengebied”. Hierbij is sprake van (volledige) functiescheiding wonen – bedrijven (activiteiten). Als gevolg hiervan dienen ingevolge de VNG-publicatie voor de te realiseren activiteiten de volgende waarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen in acht te worden genomen: •
45 dB(A) in de dagperiode (tussen 07.00 en 19.00 uur);
•
40 dB(A) in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur);
•
35 dB(A) in de nachtperiode (tussen 23.00 en 07.00 uur).
3/11
Indien deze waarden niet toereikend zijn kunnen deze waarden met 5 dB(A) worden verhoogd. Het bevoegd gezag dient hierbij echter te motiveren waarom het deze (verhoogde) geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Deze verplichting komt ook voort uit art. 110f Wet geluidhinder (Wgh). Wanneer een geluidgevoelige bestemming gepland is binnen meerdere zones met een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, moeten krachtens dit artikel de effecten van de samenloop van de verschillende geluidbronnen onderzocht worden. Cumulatie vindt plaats overeenkomstig de rekenregels opgenomen hoofdstuk 4 uit bijlage 4 van het Reken- en meetvoorschrift windturbines. Voor windturbines geldt: L*WT = 1,65 LWT – 20,05 Hierbij is L*WT de geluidbelasting vanwege wegverkeer die evenveel hinder veroorzaakt als een geluidbelasting LWT vanwege windturbines. Op eenzelfde wijze kan cumulatie met bijvoorbeeld industrielawaai plaatsvinden (voor zover het gezoneerde industrieterreinen betreft). Om een kwaliteitsoordeel te kunnen vellen over het berekende geluidniveau, gaan we uit van de milieugezondheidkwaliteit uit de GezondheidsEffectScreening (subtitel: Gezondheid en milieu in ruimtelijke planvorming) van GGD Nederland d.d. juni 2012.
Deze GES-methode resulteert onder meer een oordeel over het heersende geluidklimaat. Als de Lden-waarde bekend is, wordt de GES-score
daarop gebaseerd. Is de Lnight bekend dan wordt op grond van die waarde het percentage ernstig slaapverstoorden berekend. Dit heeft echter geen invloed op de GES-score. De volgende indeling wordt gehanteerd:
4/11
Om GES-scores meer zeggingskracht te geven en duidelijk te kunnen omschrijven kan gebruik gemaakt worden van de volgende aan de GESscores gekoppelde milieugezondheidkwaliteit en kleuren:
In de praktijk blijkt dat de milieugezondheidkwaliteiten die via de GES systematiek worden gepresenteerd goed aansluiten bij de belevingswereld van bevolking en lokaal bestuur. Indien uitsluitend sprake is van een relevante geluidbijdrage vanwege windturbines (geen cumulatie derhalve) kan de volgende GES-score indeling worden gehanteerd:
In het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing is het verder van belang kennis te hebben van de toe- of afname van de heersende geluidbelasting. Een toename van de geluidbelasting kan blijkens de GEStabel met “milieugezondheidkwaliteit” resultaten in een verslechtering van het woon- en leefklimaat. De aanvaardbaarheid hiervan dient door de gemeente beoordeeld te worden waarbij er een integrale afweging van belangen dient plaats te vinden. Voor een beoordeling in het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn er ten opzichte van het Activiteitenbesluit geen extra (harde) beoordelingscriteria, ten aanzien van slagschaduw. Ten aanzien van visuele hinder is in de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering echter een index (1 tot 3) opgenomen voor de (visuele) inpasbaarheid van activiteiten. Voor windturbines met een rotordiameter van 50 meter of meer bedraagt de index 3 (relatief veel visuele hinder). De bepaling van de index is overigens subjectief en niet eenduidig. De index voor visuele hinder heeft daardoor slechts een signaalfunctie.
5/11
3. Beoordeling 3.1 Geluid De geluidemissie van een windturbine is windsnelheidsafhankelijk. Voor de beoordeling van het geluid van windturbines is het daarom nodig om de windtoestand ter plaatse van de windmolen te kennen. De lokale windtoestand is namelijk direct van invloed op de geluidemissie. De lokale windtoestand (op ashoogte) kan worden bepaald op basis van de geografische positie van de windturbine en de hoogte van de as van de turbine ten opzichte van het maaiveld. De geluidemissieterm LE is gebaseerd op het windsnelheidsafhankelijke geluid- of bronvermogenniveau in combinatie met de lokale jaargemiddelde windtoestand (op ashoogte) van de windturbines. De hiervoor benodigde windverdeling is door het KNMI samengesteld uit meerjarige statistische gegevens en beschikbaar op de website www.windenergie.nl en (via een link) op www.mp.nl/rekentool waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de dag- (07-19 uur), avond(19-23 uur) en nachtperiode (23-07 uur). De informatie heeft de vorm van distributieve frequentieverdelingen, waarbij per klasse wordt aangegeven hoe groot de waarschijnlijkheid van die klasse in de betreffende beoordelingsperiode is. Hierbij wordt gebruik gemaakt van dataset die in 2018 door het KNMI beschikbaar is gesteld. De windsnelheid op ashoogte wordt, ten opzichte van + 10 meter, verder beïnvloed door de terreinruwheid (standaard: 0,05 meter).
In voorliggende situatie is het windsnelheidsafhankelijke geluidvermogenniveau door de fabrikant gegeven op basis van de windsnelheid op ashoogte. Er hoeft aldus geen conversie plaats te vinden van het geluidvermogenniveau voor een windsnelheid van 10 meter naar ashoogte. Als onderdeel van de latere melding Activiteitenbesluit wordt volledigheidshalve de indiener gevraagd het certificaat behorende bij de definitief gekozen windturbine te overleggen. Door Pondera is in haar VKA-berekeningen uitgegaan van een relatief luidruchtige windturbine (Siemens Gamesa SG145 5.0MW = worst case) en een meer stille turbine (Enercon E138 EP3 E2 4.2MW). De 5.0MW - turbine van Siemens Gamesa heeft een ashoogte van 127,5 meter en een rotordiameter van 145 meter; de 4.2MW - turbine van Enercon heeft een ashoogte van 130 meter en een rotordiameter van 138 meter. De turbine van Siemens Gamesa heeft een tandwielkast (gear box); de tubine van Enercon is direct aangedreven d.w.z. zonder tussenkomst van een tandwielkast. Volgens het rekenmodel (bijlage 2) heeft de windturbine SG145 vanaf 10 m/s windsnelheid op ashoogte een geluidvermogen van (maximaal) 109,3 dB(A); de E138 heeft vanaf een windsnelheid van 12 m/s een maximaal bronvermogen van 106,0 dB(A).
De specificaties (lees: snelheidsafhankelijke geluidvermogenniveau of “power curve”) van deze turbines zijn opgenomen in bijlage 2 van rapport 717149 van Pondera.
6/11
Op grond van een verificatie van de technische gegevens zoals die terug te vinden zijn op de websites van Siemens Gamesa en Enercon kan gesteld worden dat het door Pondera gehanteerde maximale geluidvermogenniveau juist is. Door Pondera zijn, blijkens bijlage 2 (kolommen windverdeling en percentages voor de dag, avond en nacht), de juiste langjarige lokale meteogegevens (windprofiel op 128 en 130 meter via de site van M+P gedownload. Op grond van het windprofiel (distributie) en het windsnelheidsafhankelijke bronvermogenniveau wordt de emissieterm LE berekend (dag-, avond- en nachtperiode). De emissieterm LE van zowel de bestaande als nieuwe windturbines is opgenomen in bijlage 2 (als onderdeel van het Geomilieu – rekenmodel v5.20, spectraal en cumulatief). De totale emissieterm LE voor de dag, avond en nacht komt overeen met de berekende emissieterm in bijlage 2. De geluidoverdrachtsberekeningen zijn uitgevoerd volgens de Standaardrekenmethode zoals opgenomen in van het Reken- en meetvoorschrift windturbines (bijlage 4 van de Activiteitenregeling). Hiertoe is een rekenmodel opgesteld Geomilieu v5.20 (module WT) met behulp waarvan de jaargemiddelde geluidbelasting Lden en Lnight in de omgeving van het windpark (ter plaatse van woningen) wordt berekend. De emissieterm LE voor de dag-, avond- en nachtperiode zijn juist ingevoerd evenals de geografische gegevens.
De bodemfactor (als onderdeel van de overdrachtsberekening) is gesteld op b = 0,9 als nagenoeg geheel absorberend (met uitzondering van verhardingen zoals wegen en bedrijfsterreinen welke als akoestisch reflecterend zijn ingevoerd). Dit uitgangspunt wordt niet als onjuist gekwalificeerd. De geluidbelasting is berekend ter plaatse van de dichtstbijgelegen woningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen woningen van derden en zogenaamde “molenaarswoningen” of “woningen in de sfeer van de inrichting”. Daarmee gelden de wettelijke normen uit het Activiteitenbesluit en onderliggende regeling niet. Het is een praktijk die gegroeid is vanuit de situatie dat windmolens achter op een boerenerf werden geplaatst. Net zoals er voor de agrariër geen specifieke beschermingsnormen gelden voor geluid of geur van zijn eigen agrarische activiteiten, geldt dat ook voor de effecten van een windturbine voor nabijgelegen woningen van ‘molenaars’. Om dit juridisch te kunnen doen, moet echter wel sprake zijn van een zogenaamde binding met het windpark.
Deze binding kan organisatorisch zijn (er is een mede-eigenaarschap of bijvoorbeeld grondeigendom relatie), functioneel (de bewoner van de woning oefent taken uit om het windpark te kunnen laten functioneren) of technisch (de woning is integraal nodig om het windpark te laten functioneren, bijvoorbeeld doordat er een gedeelde oprit of energiemeter is). Uit het akoestisch onderzoek van Pondera blijkt niet op grond van welk criterium ieder van de genoemde molenaarswoningen een
7/11
binding hebben met het toekomstige windpark ZE-BRA. Het enkele feit dat iemand een vergoeding ontvangt voor het accepteren van een hogere geluidbelasting is niet zoals de wetgever de bescherming van woningen heeft bedoeld. Verder moet ten alle tijden wel sprake blijven van een ‘aanvaardbaar woon- en leefklimaat’ ter plaatse van deze “molenaarswoningen”. In diverse windparken blijkt echter dat ook bij een geluidbelasting van enkele decibellen boven de wettelijke norm voldaan kan worden aan een goed woon- en leefklimaat. De beoordeling hiervan ligt in handen van de desbetreffende gemeente waarbinnen de woningen zijn gelegen (in dit geval de gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht). De aanwijzing van een “molenaarswoning” moet geregeld worden in de BAG en in het Bestemmingsplan (middels een voorwaardelijke verplichting PIP). Ter plaatse van zes van de (niet-molenaars) woningen A t/m U bedraagt bij toepassing van 19 windturbines van SG145 (Siemens Gamesa) de geluidbelasting Lden, zonder aanvullende geluidmaatregelen, meer dan de toegestane waarde van Lden = 47 dB en Lnight = 41 dB (zie tabel 4.3). In geval van de realisatie van het windpark met uitsluitend windturbines van het type E138 (Enercon) is dit voor drie woningen het geval (zie tabel 4.4).
Door het treffen van mitigerende geluidmaatregelen (geluidmodus of beperken bedrijfsduur) kan ter plaatse van alle woningen worden voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer (zie tabel 4.7 en 4.8). Ter plaatse van 6 tot 7 molenaarswoningen wordt de toegestane geluidbelasting overschreden. De vraag die beantwoord moet worden is of dat er voor voorliggende woningen sprake is voor een aanvaardbaar woonen leefklimaat (in cumulatie met andere nabijgelegen windparken en geluidbronnen). In het kader van een goede ruimtelijke ordening (beoordeling van het woonen leefklimaat) is door Pondera de cumulatieve geluidbelasting berekend vanwege de reeds bestaande windturbines (WP Kabeljauwbeek en Kreekraksluizen), wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai (en scheepvaart). De cumulatieve geluidbelasting bedraagt (bij woning R = Sint Martijnsweg 26) ten hoogste 74 dB in geval van windturbines van het type SG145 en 69 dB(A) bij E138. Het feit dat deze geluidbelasting optreedt ter plaatse van een molenaarswoning is van ondergeschikt belang; er moet immers ook voor deze woningen sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ter plaatse van de woning Kreekrakweg 2 (N = molenaarswoning bij WP Kreekraksluizen) bedraagt de geluidbelasting 75 dB(A) in zowel de bestaande als nieuwe situatie.
Een volledig overzicht van de optredende cumulatieve geluidbelasting ter plaatse van alle woningen A t/m U is opgenomen in tabel 4.12 van het rapport van Pondera. Hieruit blijkt dat ter plaatse van 8 en 7 woningen bij respectievelijk windturbines van het type SG145 en E138 sprake is van een onvoldoende milieugezondheidkwaliteit (zie tabel in voorliggend advies inzake GESscores). In de bestaande situatie (referentie) is de milieugezondheid (zeer)
8/11
matig. Door Pondera wordt verder niet gemotiveerd waarom deze nieuwe situatie (ruimtelijk gezien) aanvaardbaar is. Op grond van tabel 4.12 van het rapport kan verder geconcludeerd worden dat voor het merendeel van de beschouwde woningen met de realisatie van het nieuwe windpark sprake is van een duidelijke verslechtering van het akoestische klimaat c.q. het woon- en leefklimaat. 3.2 Slagschaduw Ten aanzien van slagschaduw geldt dat de optredende slagschaduw afhankelijk is van stand van de zon, de aanwezigheid van zonlicht, het inwerking zijn van de turbine (afhankelijk van de windsnelheid) en de stand van de rotor (de windrichting). In de worst case situatie zijn de woningen beschouwd welke zijn gesitueerd binnen een afstand van 12 maal de rotordiameter t.w. 12 * 162 meter = 1944 meter voor de Vestas V162 (variant 1) en 12*126 = 1512 meter voor de Vestas 126 (variant 2). De berekeningen zijn uitgevoerd met het rekenprogramma WindPRO (versie 3.4.388). Op de ontvangerpunten is gerekend met de Greenhouse methode. Om het aantal slagschaduwuren te berekenen wordt allereerst (per turbine) het maximale aantal mogelijke zonuren op een ontvangerpunt bepaald. Deze wordt gecorrigeerd voor kans op zon per maand (Sunshine probabillity).
Daarnaast wordt, op basis van de windverdeling (snelheid) per locatie en de power curve van de windturbine, de tijd bepaald dat de windturbine operationeel is. Het aantal zonuren en de windverdeling (snelheid en richting) is gebaseerd op weerstation Woensdrecht. Naast de berekeningen per ontvangerpunt worden er ook 0 uurs, 5 uurs en 15 uurs contouren gepresenteerd. Aangezien op deze locatie reeds meerdere windparken aanwezig zijn wordt ook een berekening gemaakt voor de huidige situatie en de cumulatie. Aangezien een uitdraai van de invoerparameters en een deel van rekenresultaten uit WindPRO zijn bijgevoegd kan gesteld worden dat er hinder ten gevolge van slagschaduw zal optreden. De in de rapportage gepresenteerde contouren zien er realistisch uit. De uiteindelijke berekeningen op de woningen geven het beste inzicht in de te verwachten hinder. Op basis van de reeds aanwezige parken zijn er 6 woningen welke een slagschaduwduur hebben welke ruim boven de 5:40 minuten op jaarbasis uitkomt. In het onderzoek worden deze woningen aangeduid als “Molenaarswoningen”. Onduidelijk is hoe juridisch is geborgd dat hier een ontheffing is voor een duidelijke hindersituatie. De woningen Volckerweg 1 en 3 hebben geen aparte aanduiding maar ondervinden in de referentiesituatie al ruim meer dan 5:40 minuten slagschaduw per jaar.